Uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/305
Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2021/305
DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur
Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 7 juli 2021 verzocht xxx (hierna: verzoeker) de stad Hasselt om een afschrift te verkrijgen van het bezwaarschrift met betrekking tot de bouwaanvraag met dossiernummer Omgevingsloket: xxx. Op 8 juli 2021 werd door de stad Hasselt dit verzoek gedeeltelijk ingewilligd. Op 13 juli 2021 stelde verzoeker beroep in bij de beroepsinstantie openbaarheid van bestuur tegen vermelde gedeeltelijke weigeringsbeslissing d.d. 8 juli 2021. Op 14 juli 2021 werd dit beroep geregistreerd door de beroepsinstantie. Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijk verzoek dateert van 7 juli 2021. De beslissing van de stad Hasselt dateert van 8 juli 2021. Daarin wordt melding gemaakt van de beroepsmogelijkheden en -modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, §1, derde lid van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (verder ‘Bestuursdecreet’).
www.vlaanderen.be
Op 13 juli 2021 diende verzoeker beroep in tegen vermelde beslissing. Het ingediende beroep is bijgevolg tijdig ingediend en is ontvankelijk. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.
1.
Oorspronkelijke verzoek
Het oorspronkelijke verzoek van 7 juli 2021 was gericht op het verkrijgen van een afschrift van het bezwaarschrift met betrekking tot de bouwaanvraag met dossiernummer Omgevingsloket: xxx.
2.
Bestreden beslissing
In de besteden beslissing d.d. 8 juli 2021 wordt de aanvraag gedeeltelijk ingewilligd, waarbij het volgende standpunt wordt ingenomen: “Als bijlage vindt u het door u gevraagde document waarover wij beschikken.
De gegevens betreffende de personen die bezwaar indienden werden onleesbaar gemaakt, en dit op basis van art. II. 34 2° van het Bestuursdecreet van 7 december 2018.” 3.
Voorwerp van het beroep
Middels zijn beroep van 13 juli 2021 stelt verzoeker zich niet akkoord te verklaren met de beslissing: “Bij deze
wens ik beroep aan te tekenen zoals beschreven in onderstaande mail. Het bijgevoegd bezwaarschrift ontving ik van stad Hasselt, deels met informatie onleesbaar gemaakt. De persoonlijke gegevens van de indieners staan vermoedelijk onderaan. De overige onleesbare blokken bevatten waarschijnlijk geen persoonlijke gegevens van de indieners. Graag wens ik deze informatie te kunnen lezen, gemarkeerd met een rood vraagteken op onderstaande figuur (…).” Dit is bijgevolg het voorwerp van het voorliggende beroep.
4.
Standpunt van de beroepsinstantie
Om met kennis van zaken over het beroep te kunnen oordelen, heeft de beroepsinstantie op 14 juli 2021 contact opgenomen met de stad Hasselt, om het bezwaarschrift te verkrijgen, alsook wat meer duiding betreffende dit dossier. Op 20 juli 2021 heeft de stad Hasselt geantwoord aan de beroepsinstantie, aan wie het thans toekomt om te oordelen over het beroep. Na kennisneming van de integrale versie van het betrokken bezwaarschrift, is de beroepsinstantie van oordeel dat de stad Hasselt terecht enkele delen uit het bezwaarschrift onleesbaar heeft gemaakt. Enerzijds gaat het daarbij om de persoonsgegevens (naam, voornaam, adres) van de bezwaarindiener(s), zijnde
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/305
pagina 2 van 4
persoonsgegevens die in toepassing van artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet terecht werden afgeschermd van de openbaarheid door de stad Hasselt. Voormelde decreetbepaling bevat immers de verplichting om, behoudens toestemming van de betrokkene, een aanvraag af te wijzen als de openbaarmaking afbreuk doet aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Anderzijds gaat het om gegevens die de identificatie van de bezwaarindiener(s) op een onrechtstreekse manier mogelijk zouden maken. Artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet laat niet toe dat gegevens worden verstrekt die de identificatie van derden mogelijk zouden maken, in de mate dat daarmee afbreuk zou worden gedaan aan de bescherming van hun persoonlijke levenssfeer. De overige gedeelten van het betrokken bezwaarschrift die eveneens onleesbaar werden gemaakt bevatten dergelijke gegevens. Ook deze delen van het bezwaarschrift werden bijgevolg terecht onleesbaar (zwart) gemaakt. Hoewel het hier om een absolute uitzonderingsgrond gaat waardoor er geen belangenafweging moet plaatsvinden tussen het door de uitzonderingsgrond beschermde belang met het belang van de openbaarheid, vertoont de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet voorziene uitzonderingsgrond niettemin een relatief aspect. De decreetgever was weliswaar van oordeel dat er geen afweging vereist is met het openbaar belang dat met de openbaarheid is gediend, maar wijst er desondanks op dat telkens en in concreto geoordeeld moet worden of er al dan niet een inbreuk is gepleegd op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer (Vlaams Parlement, Parl. St. 2017-2018, nr. 1656/1, blz. 58). Artikel 22 van de Grondwet waarborgt uitdrukkelijk het recht op eerbiediging van het privéleven, net zoals artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens dit doet. De bedoeling en het fundamentele uitgangspunt van de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet bedoelde uitzonderingsgrond bestaat er precies in om het aan iedereen toegekende grondwettelijke recht op de eerbiediging van zijn privéleven te beschermen. De beroepsinstantie merkt op dat bij het onderzoek naar de uitzonderingsgrond met betrekking tot de persoonlijke levenssfeer moet worden nagegaan of er al dan niet sprake is van informatie in een bestuursdocument die op de persoonlijke levenssfeer betrekking heeft. In casu stelt de beroepsinstantie vast dat het gaat om persoonsgegevens van een of meer natuurlijke personen. Dergelijke gegevens behoren ontegensprekelijk tot de persoonlijke levenssfeer en het privéleven van de betrokkene. Het vrijgeven van al deze gegevens zou wel degelijk een inbreuk uitmaken op de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van die personen. Het privéleven vormt de kern van de persoonlijke levenssfeer (F. SCHRAM, Het decreet openbaarheid van bestuur. Een juridische analyse in historisch perspectief, Brugge, Vanden Broele, 247; Concl. Adv.Gen. bij HvJ 8 april 2014, nr. C-293/12, Digital Rights Ireland Ltd, nr. 61). Hetzelfde geldt voor de gegevens uit het bezwaarschrift die een indirecte identificatie van de bezwaarindiener(s) mogelijk zouden maken. Het openbaar maken van deze gegevens heeft aldus betrekking op de kern van een belang – het door artikel 22 van de Grondwet en het door artikel 8 EVRM aan eenieder toegekende recht op eerbiediging van zijn privéleven – dat de uitzonderingsgrond uit artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet wenst te beschermen tegen de openbaarheid van bestuur (RvS, nr. 234.609 dd. 2 mei 2016). De beroepsinstantie is bijgevolg van oordeel dat de openbaarmaking van voormelde gegevens afbreuk zou doen aan het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene en dat deze gegevens dan ook moeten worden afgeschermd in toepassing van artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet. Artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet laat echter wel de mogelijkheid dat dergelijke gegevens toch openbaar worden gemaakt, mits toestemming van de betrokken persoon of personen. Deze toestemming werd gevraagd maar is op heden niet voorhanden. Rekening houdend met het voorgaande dient het beroep als ongegrond te worden afgewezen.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/305
pagina 3 van 4
Na beraadslaging,
BESLUIT: Het beroepschrift d.d. 13 juli 2021 van xxx tegen de gedeeltelijke weigeringsbeslissing d.d. 8 juli 2021 van de stad Hasselt is ontvankelijk doch ongegrond. Brussel, 11 augustus 2021 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/305
pagina 4 van 4