RAPPORT STATISTIEK VLAANDEREN, 2021/7
VERANDEREN VAN HUISHOUDPOSITIE IN HET VLAAMSE GEWEST: KIND BIJ PAAR EN BIJ ALLEENSTAANDE OUDER MARTINE CORIJN & JAN PICKERY
INHOUD SAMENVATTING 3 INLEIDING
5
1
GEGEVENS EN METHODE
7
2
KINDEREN BIJ OUDER(S)
11
2.1 Evolutie 2000-2020
11
2.2 Kenmerken op 1.1.2019
12
2.3 Veranderingen in de loop van 2019
16
3
VAN KIND BIJ PAAR NAAR KIND BIJ
ALLEENSTAANDE OUDER IN 2019
4
VAN KIND BIJ ALLEENSTAANDE OUDER
NAAR KIND BIJ PAAR IN 2019
29
5 VERANDERINGEN IN 1999 EN 2019
33
23
BESLUIT 36 LITERATUURLIJST 39
VERANDEREN VAN HUISHOUDPOSITIE IN HET VLAAMSE GEWEST KIND BIJ PAAR EN BIJ ALLEENSTAANDE OUDER
SAMENVATTING In het Vlaamse Gewest veranderden, volgens Rijksregistergegevens, in de loop van 2019 34.000 kinderen en jongeren (0- tot 24-jarigen) officieel van kind wonend bij een paar naar kind wonend bij een alleenstaande ouder. Vooral kinderen bij een ongehuwd paar maakten dit mee. Daarnaast veranderden er 21.000 kinderen en jongeren officieel van kind bij een alleenstaande ouder naar kind bij een paar. Het meemaken van deze veranderingen varieert naargelang
van de leeftijd en de herkomst van de kinderen. Op het moment van beide veranderingen waren de betrokken kinderen gemiddeld genomen 10,5 jaar. Het percentage 0- tot 24-jarigen dat op jaarbasis veranderde van kind bij een paar naar kind bij een alleenstaande ouder was in 2019 hoger dan in 1999. Het percentage dat niet meer bij een alleenstaande ouder maar bij een paar woonde was in beide jaren gelijk.
INLEIDING In het Vlaamse Gewest waren op 1.1.2021 van alle 0- tot 24-jarigen er 9 op de 10 officieel ingeschreven als ‘kind wonend bij een paar of bij een alleenstaande ouder’. Dit aandeel is de 2 voorbije decennia amper gewijzigd. Gegevens over de huishoudpositie van inwoners van het Vlaamse Gewest op 1 januari van elk jaar worden door Statistiek Vlaanderen ontsloten op www.statistiekvlaanderen.be/ nl/bevolking-naar-positie-in-hethuishouden. Het is echter niet gekend hoeveel kinderen en jongeren in de loop van een jaar veranderen van officieel ingeschreven zijn bij een paar naar officieel ingeschreven zijn bij een alleenstaande ouder of omgekeerd. In dit rapport wordt gepoogd deze lacune op te vullen voor het jaar 2019. Er wordt voor de 0- tot 24-jarigen wonend in het Vlaamse Gewest een antwoord gezocht op de volgende vragen: • Hoeveel veranderden van kind bij een paar naar kind bij een alleenstaande ouder? Bij welke leeftijds- en herkomstgroepen kwam dit het vaakst voor? • Hoeveel veranderden van kind bij een alleenstaande ouder naar kind bij een paar? Bij welke leeftijds- en herkomstgroepen kwam dit het vaakst voor? De antwoorden zijn gebaseerd op een koppeling van Rijksregistergegevens over de officieel geregistreerde positie in het huishouden van elke inwoner
op 1 januari 2019 en op 1 januari 2020. In de realiteit kan de gezinssituatie van meer kinderen en jongeren veranderen. Enerzijds worden niet alle veranderingen van de gezinssituatie (meteen) officieel gemeld aan de gemeentelijke bevolkingsdienst. Anderzijds zijn er heel wat kinderen en jongeren die na een scheiding van de ouders op basis van een (co-ouderschaps) verblijfsregeling afwisselend bij de ene ouder en bij de andere ouder verblijven, die elk met een partner kunnen samenwonen (Sodermans & Vanassche, 2015). Officieel zijn deze kinderen op 1 adres geregistreerd, ook al veranderen ze bijvoorbeeld om de week van gezin(swoning). Het paar of de alleenstaande ouder bij wie een kind officieel geregistreerd staat zijn niet noodzakelijk de biologische of juridische ouder(s) van dat kind. Bij een paar kan het ook gaan om een biologische of juridische ouder en een (nieuwe) partner van die ouder. De beschikbare gegevens laten echter niet toe om nieuw-samengestelde gezinnen te onderscheiden. Vanuit een demografische invalshoek en om de tekst leesbaar te houden, wordt in dit rapport de term kind wonend bij ouder(s) gebruikt. Ook de term kind bij een paar wordt gebruikt. Hierbij kan het gaan om de beide ouders van het kind of om een ouder en zijn/haar partner. De beschikbare gegevens betreffen de huishoudpositie en het huishoudtype waarin
men officieel verblijft, niet de subjectieve beleving van de rol van de biologische of juridische ouder(s) en/of de partner van de ouder(s). Vanuit een sociologische en pedagogische invalshoek kunnen ook andere personen de rol van ouder vervullen (Pasteels, 2020). Huishoudens met inwonende kinderen worden ook gezinnen genoemd. Het gezinstype geeft aan of kinderen bij een gehuwd paar, bij een ongehuwd paar of bij een alleenstaande ouder wonen. In deel 1 van dit rapport wordt informatie verstrekt over de gegevensbronnen en de gebruikte methode. In deel 2 wordt de recente evolutie geschetst van het aantal 0- tot 24-jarigen in het Vlaamse Gewest dat bij ouder(s) woont. Enkele kenmerken van de groep die op 1.1.2019 bij ouder(s) woonde worden beschreven. Zij vormen de groep die in de loop van 2019 een verandering kunnen meemaken. Deel 3 focust op het aantal en de kenmerken van de 0- tot 24-jarigen die in de loop van 2019 veranderden van kind bij een paar naar kind bij een alleenstaande ouder. In deel 4 komt de verandering van kind bij een alleenstaande ouder naar kind bij een paar aan bod. In deel 5 wordt inzake beide veranderingen een vergelijking gemaakt met 1999. Besluitend worden de resultaten samengevat en de beperkingen van de gehanteerde methode besproken.
5
1.
GEGEVENS EN METHODE
1
Het Belgische statistiekbureau Statbel brengt op basis van gegevens uit het Rijksregister elk huishouden in België onder in een welbepaald huishoudtype en kent aan elke inwoner een welbepaalde positie in dat huishoudtype toe (zie Bijlage 1). De 12 onderscheiden huishoudposities omvatten 3 posities voor personen die bij ouder(s) wonen: kind bij een gehuwd paar, kind bij een ongehuwd paar en kind bij een alleenstaande ouder. Statistiek Vlaanderen ontvangt van Statbel van elke inwoner in België gegevens over enkele kenmerken (geslacht, leeftijd, nationaliteit, herkomst, huishoudpositie) op 1 januari van elk jaar. Daarnaast ontvangt Statistiek Vlaanderen ook gegevens over enkele gebeurtenissen (geboorte, overlijden, emigratie, immigratie) bij de inwoners in de loop van een jaar. Aan de hand van een identificatiesleutel kunnen die gegevens op individueel niveau aan elkaar worden gekoppeld. Bovendien kunnen de gegevens van opeenvolgende jaren aan elkaar worden gekoppeld. Voor personen die op beide tijdstippen in het Vlaamse Gewest wonen geeft de koppeling van de huishoudpositie op 1.1.219 en op 1.1.2020 aan of hun huishoudpositie in de loop van 2019 al dan niet is gewijzigd. Voor personen wiens huishoudpositie effectief veranderde, kan de aard van de verandering worden bepaald. Personen die op 1.1.2019 in het Vlaamse Gewest woonden en op 1.1.2020 niet meer in het Vlaamse Gewest maar nog wel in België woonden, zijn naar een ander gewest verhuisd. Voor personen die op 1.1.2020 niet meer in België aanwezig waren, kan door een koppeling aan de gegevens over overlijdens en over emigraties naar het buitenland worden bepaald of dit komt door een overlijden of door een verhuis naar het buitenland. Voor personen die in hetzelfde huishouden wonen kan door een koppeling aan de gegevens over overlijdens en over emigraties worden nagegaan of iemand uit dit huishouden (bijvoorbeeld een ouder) is overleden of verhuisd uit het Vlaamse Gewest. De koppeling van bestanden met kenmerken op 1 januari van een jaar aan bestanden met gebeurtenissen in de loop van dat jaar biedt de best mogelijke benadering om veranderingen inzake huishoudposities op jaarbasis in beeld te brengen. De mate van ruis op de resultaten door tussentijdse veranderingen in de loop van het jaar en door niet geregistreerde veranderingen is niet gekend (zie Bijlage 1). Bij personen die ‘kind wonend bij ouder(s)’ zijn, kan een onderscheid worden gemaakt tussen het veranderen van kindpositie (bijvoorbeeld van kind bij een gehuwd paar naar kind bij een alleenstaande ouder) en het verlaten van de kindpositie om een andere huishoudpositie in te nemen (bijvoorbeeld van kind bij ongehuwd een paar naar alleenwonende). In dit rapport wordt gefocust op het veranderen van kindpositie of het innemen van een andere kindpositie. In een eerder rapport werd het verlaten van de kindpositie, zijnde het verlaten van het ouderlijke huis, geanalyseerd (Corijn & Pickery, 2021).
7
Het veranderen of verlaten van de kindpositie is niet enkel functie van wat het kind doet of overkomt, maar ook van wat de ouder(s) doen of overkomt. Doorheen de levensloop zijn de trajecten die ouders en kinderen doorlopen wederzijds met elkaar verbonden, het zijn ‘linked lives’ (Elder e.a., 2003). Als ouders uit elkaar gaan of als een ouder overlijdt of verhuist naar het buitenland, wordt een kind bij een paar doorgaans een kind bij een alleenstaande ouder. Als een alleenstaande ouder gaat samenwonen met een partner, wordt een kind bij een alleenstaande ouder een kind bij een paar.
De analyse van het aantal kinderen dat in de loop van een jaar een andere kindpositie inneemt, wordt in dit rapport beperkt tot de 0- tot 24-jarigen die op 1.1.2019 in het Vlaamse Gewest woonden. Verschillen naar geslacht worden niet in beeld gebracht. Enkel in de oudste leeftijdsgroep wonen er meer mannen dan vrouwen bij de ouder(s). Daar veranderingen in de kindpositie gespreid zijn over de levensloop worden de resultaten per leeftijd gegeven. Er wordt gewerkt met leeftijdsgroepen die aansluiten bij schoolfasen (0-2, 3-5, 6-11, 12-17, 18-24 jaar). Van alle 0- tot 24-jarigen die in het Vlaamse Gewest wonen heeft 10% een niet-Belgische nationaliteit. Doordat steeds meer 0tot 24-jarigen die bij hun geboorte de Belgische nationaliteit kregen 1 of 2 ouders hadden met een buitenlandse geboortenationaliteit, is het relevanter om te focussen op de groepen met een niet-Belgische herkomst. Begin 2019 was 35% van de 0- tot 24-jarigen in het Vlaamse Gewest van buitenlandse herkomst. Om de herkomst van een persoon te bepalen wordt gekeken naar de huidige nationaliteit van de persoon, de eerst geregistreerde nationaliteit van de persoon, de eerst geregistreerde nationaliteit van de vader en de eerst geregistreerde nationaliteit van de moeder. Als 1 van deze 4 criteria een niet-Belgische nationaliteit is, dan wordt de persoon beschouwd als zijnde een persoon van buitenlandse herkomst. Er worden in dit rapport 6 groepen met een buitenlandse herkomst onderscheiden naast de groep van Belgische herkomst (zie Bijlage 1). De resultaten worden ook opgesplitst naargelang van de woonplaats van de betrokkenen omdat andere patronen kunnen voorkomen in de (groot)steden. Binnen de 13 centrumsteden worden Antwerpen en Gent afzonderlijk onderscheiden (zie Bijlage 1). De vermelde kenmerken zijn niet onafhankelijk van elkaar. In deze verkennende analyse wordt niet gecontroleerd voor de onderlinge samenhang van deze kenmerken. In Bijlage 2 staan meer details over deze kenmerken en hun onderlinge samenhang.
9
2.
KINDEREN BIJ OUDER(S)
2
De gewijzigde dynamiek inzake het vormen en ontbinden van huishoudens, partnerrelaties en gezinnen sinds de jaren 1970 ging gepaard met veranderingen in de individuele levensloop van de betrokken kinderen en jongeren (Corijn, 2017; Mortelmans, 2020; Mortelmans e.a., 2011; Pasteels & Mortelmans, 2013; Pasteels e.a., 2013). Enkele voorbeelden met een impact op kinderen: het uitstel (of afstel) van het huwelijk bracht met zich mee dat meer kinderen bij een ongehuwd paar wonen. Het vaker uit elkaar gaan van paren met inwonende kinderen leidde enerzijds tot een toename van het aantal kinderen bij een alleenstaande ouder. Doordat anderzijds meer alleenstaande ouders opnieuw gaan samenwonen met een partner daalde het aantal kinderen bij een alleenstaande ouder. Jongeren zelf verlieten onder meer door een langere studieduur of een onzekere tewerkstelling op latere leeftijd het ouderlijke huis.
2.1 EVOLUTIE 2000-2020 Alvorens de veranderingen van kindpositie in de loop van 2019 te schetsen, wordt de evolutie van de huishoudpositie van 0- tot 24-jarigen in het Vlaamse Gewest van 2000 tot 2020 kort geschetst. Op 1.1.2020 waren 1,66 miljoen 0- tot 24-jarigen officieel geregistreerd als kind wonend bij ouder(s). Tussen 2000 en 2020 is dit aantal met bijna 73.000 of 4,6% toegenomen. De toename van deze groep is geringer dan de groei van de totale bevolking (+11,6%) in diezelfde periode. Het percentage 0- tot 24-jarigen dat als kind bij ouder(s) woont, is de voorbije 2 decennia gelijk gebleven (92%) (figuur 1). Het gezinstype van de 0- tot 24-jarigen die als kind bij ouder(s) wonen is de voorbije 2 decennia wel veranderd. In 2000 woonde 81% van alle 0tot 24-jarigen als kind bij een paar, in 2020 was dit 77%. Het percentage bij een gehuwd paar daalde van 76% naar 57% en het percentage bij een ongehuwd paar steeg van 5% naar 20%. Deze stijging berust op het feit dat de (gewenste) komst van een kind voor velen geen aanleiding meer was om te huwen, niet in een eerste relatie maar zeker ook niet in een tweede of volgende relatie. Daarnaast worden paren die nog niet de nodige documenten hebben voorgelegd om hun burgerlijke staat te staven door Statbel als ongehuwd paar geregistreerd. Dit is vooral het geval bij paren met een buitenlandse nationaliteit of herkomst. Het percentage kinderen dat bij een alleenstaande ouder woont is de voorbije 2 decennia gestegen van 11% naar 16%. Meer dan voorheen zijn de alleenstaande ouders ongehuwd (9% in 2000 en 28% in 2020) en minder dan voorheen zijn ze weduwnaar of weduwe (36% in 2000 en 19% in 2020). Kinderen bij een ongehuwde alleenstaande ouder kunnen al dan niet al een scheiding van ongehuwd samenwonende ouders achter de rug hebben. Het percentage 0- tot 24-jarigen dat reeds een eigen huishouden heeft gevormd, als alleenwonende of met een partner en/of kinderen, is de voorbije 2 decennia gedaald van 5,6% naar 4,1%. Jongvolwassenen blijven immers langer dan voorheen bij ouder(s) wonen (Corijn & Pickery, 2021).
11
Het percentage 0- tot 24-jarigen dat in een meer complex huishoudtype (Overige huishoudpositie) woont is de voorbije 2 decennia gestegen van 2,4% naar 3,5%. Zij kunnen in dit huishoudtype al dan niet met ouder(s) samenwonen (zie Bijlage 1). Vooral kinderen met een buitenlandse herkomst wonen in dit soort huishoudtype (zie Bijlage 5). Het percentage 0- tot 24-jarigen dat in een collectief huishouden of instelling is geregistreerd, bedraagt 0,1%. Figuur 1. Huishoudposities van 0- tot 24-jarigen Vlaams Gewest, 2000, 2010 en 2020, in % Kind bij gehuwd paar Overige huishoudpositie 100
75
Kind bij ongehuwd paar In eigen huishouden
0,1 5,6 2,5 11,2 4,5
Kind bij alleenstaande ouder In instelling 0,1 5,3 3,1 14,5 12,8
0,1 4,1 3,4 15,7 19,8
50 76,1
64,3
25
2000
2010
56,9
2020
Bron: Statbel, bewerking Statistiek Vlaanderen
2.2 KENMERKEN OP 1.1.2019 De 0- tot 24-jarigen die op 1.1.2019 in het Vlaamse Gewest bij ouder(s) woonden vormen de groep die in de loop van het jaar 2019 een verandering van kindpositie kan meemaken. Het ging om 1,65 miljoen kinderen en jongeren. Dit komt overeen met 92% van deze leeftijdsgroep. Daarnaast hadden er 75.000 (4,2%) reeds een eigen huishouden gevormd. Er verbleven ook 60.000 (3,5%) kinderen en jongeren in een niet eenduidig af te bakenen huishoudtype. Zij woonden al dan niet met ouder(s) in een complexer huishouden, bijvoorbeeld bij familieleden of bij niet-verwanten (zie Bijlage 5). Er waren ook 2.600 kinderen en jongeren geregistreerd in een instelling (0,15%). Naargelang van de leeftijd neemt het percentage dat als kind bij ouder(s) woonde toe tot de leeftijdsgroep van 11-17 jaar. Op jongere leeftijd wordt iets vaker, al dan niet met ouder(s), in een ander huishoudtype gewoond (zie Bijlage 5). Bij de 18- tot 24-jarigen is dit percentage geringer omdat op deze leeftijd sommigen al een eigen huishouden hebben gevormd. De percentages 0- tot 24-jarigen die bij ouder(s) wonen lopen uiteen naargelang
van hun herkomst. Zo woonden vooral deze met een Belgische herkomst en deze met een Turkse of Maghrebijnse herkomst bij ouder(s). Bij alle andere herkomstgroepen lag dit percentage iets lager. Kinderen en jongeren uit Oost-Europese landen woonden bijvoorbeeld minder vaak bij ouder(s) (89%). Zij hadden vaker een overige huishoudpositie (zie Bijlage 5). Dit is bij deze herkomstgroep zeker ook zo bij de 18- tot 24-jarigen waar 49% bij de ouder(s) woonde, 29% reeds een eigen huishouden had gevormd en 22% in een complexer huishoudtype woonde. In de 13 centrumsteden woonden iets minder kinderen en jongeren bij ouder(s) dan buiten de centrumsteden (figuur 2). Figuur 2. Aandeel 0- tot 24-jarigen die bij ouder(s) wonen naar leeftijd, herkomst en woonplaats Vlaams Gewest, 2019, in %
Totaal
92
0 tot 2 jaar
95
3 tot 5 jaar
97
6 tot 11 jaar
98
12 tot 17 jaar
98
18 tot 24 jaar
80
België
93
Noord & West EU-landen
92
Zuid EU-landen
91
Oost EU-landen
84
Overige Europese landen
89
Turkije & Maghreb-landen
94
Overige landen
88
Antwerpen & Gent
88
Overige centrumsteden
90
Overige gemeenten
94 0
10
Bron: Stabel, bewerking Statistiek Vlaanderen
20
30
40
50
60
70
80
90
100
13
Van alle 0- tot 24-jarigen die op 1.1.2019 bij ouder(s) woonden, verbleef 62% bij een gehuwd paar, 21% bij een ongehuwd paar en 16% bij een alleenstaande ouder. Naargelang van de kenmerken van deze kinderen liep deze verdeling sterk uiteen (figuur 3). Vooral de jongste kinderen (0 tot 2 jaar) woonden bij een ongehuwd paar. Vooral de oudste kinderen (18 tot 24 jaar) woonden bij een alleenstaande ouder. Deze verschillen zijn weerspiegeld in de gemiddelde leeftijd van de kinderen per gezinstype. De 0- tot 24-jarigen die op 1.1.2019 bij ouder(s) woonden waren gemiddeld genomen 11,6 jaar. De kinderen bij een gehuwd paar waren gemiddeld genomen 12,1 jaar, deze bij een ongehuwd paar 8,4 jaar en deze bij een alleenstaande ouder 13,7 jaar. De verschillen inzake gezinstype waren ook uitgesproken naargelang van de herkomst van de kinderen. Vooral kinderen van Turkse en Maghrebijnse herkomst woonden bij een gehuwd paar. Vooral kinderen uit de ‘Overige landen’ woonden bij een alleenstaande ouder. In de centrumsteden woonden relatief gezien iets meer kinderen bij een alleenstaande ouder dan buiten de centrumsteden.
Figuur 3. Gezinstype van 0- tot 24-jarigen naar leeftijd, herkomst en woonplaats Vlaams Gewest, 2019, in % Kind bij gehuwd paar
Kind bij ongehuwd paar
Kind bij alleenstaande ouder
Totaal
62
0 tot 2 jaar
52
3 tot 5 jaar
58
6 tot 11 jaar
62
12 tot 17 jaar
64
18 tot 24 jaar
68
België
60
Noord & West EU-landen
59
22
Zuid EU-landen
59
23
Oost EU-landen
67
Overige Europese landen
62
Turkije & Maghreb-landen
79
Overige landen
58
Antwerpen & Gent
61
Overige centrumsteden
62
19
Overige gemeenten
62
22
0
21
17
40
8 31
11 23
15
16
20 9
23
24
16 19 18 19
14
19
19 6
18
24
19
20
40
60
15
20 19 16 80
100
Bron: Statbel, bewerking Statistiek Vlaanderen
15
2.3 VERANDERINGEN IN DE LOOP VAN 2019 Door de keuzes of het gedrag van de ouder(s) of de kinderen alsook door een gebeurtenis bij de ouder(s) of de kinderen kan de huishoudpositie van 0- tot 24-jarigen in de loop van een jaar veranderen. Op basis van de beschikbare gegevens en de gehanteerde typologie van huishoudposities is in het Vlaamse Gewest in de loop van 2019 bij 170.000 (9,5%) 0- tot 24-jarigen de huishoudpositie gewijzigd. In dit rapport ligt de focus op de veranderingen bij 0- tot 24-jarigen die op 1.1.2019 als kind bij ouder(s) woonden. In de loop van 2019 veranderden of verlieten bijna 129.000 (7,8%) van hen hun kindpositie: 115.000 waren in het Vlaamse Gewest blijven wonen en bijna 14.000 waren op 1.1.2020 niet meer in het Vlaamse Gewest aanwezig (152 wegens overlijden en de overigen wegens verhuis naar een ander Belgisch gewest of een ander land). Voor 73.000 (4,4%) betrof het een verandering van kindpositie en voor 42.000 (2,5%) een verlaten van de kindpositie (of het ouderlijke huis). Bij deze laatsten deden er 30.000 (1,8%) dit om een eigen huishouden te vormen en deden er 12.000 (0,7%) dit om in een ander huishoudtype te gaan wonen (al dan niet met ouder(s)) of om naar een instelling te gaan (figuur 4 en zie Bijlage 3 voor aantallen). Daarnaast waren er ook 5.500 0- tot 24-jarigen die eenzelfde kindpositie hadden op 1.1.2019 en op 1.1.2020, maar in de loop van 2019 bij 1 of 2 andere ouders werden geregistreerd (zie Bijlage 4). In de loop van 2019 veranderde de situatie het minst vaak voor kinderen bij een gehuwd paar (5%). Zij verlieten het ouderlijke huis om een eigen huishouden te vormen (1,9%) of woonden (na een scheiding van het paar of een overlijden of verhuis van een ouder) bij een alleenstaande ouder (1,7%). De situatie veranderde meer voor kinderen bij een ongehuwd paar (12%). Het paar ging vooral uit elkaar (4,8%) of ging trouwen (4,6%). Het uit elkaar gaan van het paar heeft uiteraard een veel grotere impact op de betrokken kinderen dan een huwelijk van het paar. Kinderen bij een alleenstaande ouder ervaarden relatief gezien ook vaker een verandering (13%). De meesten (7,6%) maakten mee dat de alleenstaande ouder (opnieuw) met een partner ging samenwonen. Doordat kinderen van alleenstaande ouders gemiddeld genomen iets ouder waren, verlieten ze vaker het ouderlijke huis om een eigen huishouden te vormen (2,8%). Kinderen van alleenstaande ouders verlieten relatief gezien ook vaker het Vlaamse Gewest (1,4%).
Figuur 4. Soorten veranderingen vanuit kindpositie (0- tot 24-jarigen) Vlaams Gewest, in 2019, in % Naar kind bij gehuwd paar
Naar kind bij ongehuwd paar
Naar ander huishoudtype
Naar eigen huishouden
Van kind bij gehuwd paar
1,7
Van kind bij ongehuwd paar
4,6
Van kind bij alleenstaande ouder
1,6 0,0
Naar kind bij alleenstaande ouder
Niet meer in Vlaams Gewest
1,9 4,8
1
5,9 2,0
1,3 4,0
6,0
8,0
2,8 10,0
1,4 12,0
14,0
Bron: Statbel, bewerking Statistiek Vlaanderen
Een verandering van kindpositie gaat uitzonderlijk ook gepaard met een verandering van de ouder(s) waarbij men geregistreerd is. Een verandering van kind bij gehuwd paar naar kind bij ongehuwd paar komt bijvoorbeeld voor als een kind dat ingeschreven was bij de ene ouder (die gehuwd was met een partner) verhuisde naar de andere ouder (die niet gehuwd samenwoonde met een partner). Ook de verandering van kind bij een paar naar kind bij een alleenstaande ouder kan betekenen dat een kind verhuisd is van de ene ouder (die samenwoont met een partner) naar de andere ouder (die niet samenwoont met een partner). In Bijlage 4 wordt aangegeven hoe vaak een verandering van kindpositie gepaard ging met een registratie bij een andere ouder. Naargelang van de leeftijdsgroep maakten in 2019 relatief gezien iets meer of iets minder kinderen en jongeren een verandering vanuit hun kindpositie mee (figuur 5 en zie Bijlage 3 voor aantallen). De allerjongsten (0-2 jaar) maakten iets vaker een verandering mee (7,7%). Dit betrof vaker (2,3%) dan bij de andere leeftijdsgroepen een huwelijk van het ongehuwde paar bij wie ze woonden. Dit geeft aan dat sommige paren naar aanleiding van de geboorte van (een eerste of volgend) kind huwen. De verandering van kind bij een gehuwd paar naar kind bij een ongehuwd paar is zodanig gering (0,13%) dat ze in de volgende figuren bij de verandering van kind bij een ongehuwd paar naar kind bij een gehuwd paar wordt gevoegd. De oudsten (18-24 jaar) maakten het vaakst een verandering vanuit de kindpositie mee (12,5%). Dit kwam vooral omdat ze het ouderlijke huis verlieten om een eigen huishouden te vormen (7,2%).
17
Figuur 5. Veranderingen vanuit kindpositie naar leeftijd (0- tot 24-jarigen) Vlaams Gewest, in 2019, in % Van bij gehuwd paar naar bij ongehuwd paar bij alleenstaande ouder naar bij paar huishoudtype
Naar eigen huishouden
0 tot 2 jaar
2,2
3 tot 5 jaar
1,6
6 tot 11 jaar
1
12 tot 17 jaar
2,5 2,3
1,5
Totaal
1 0
Van
Naar ander
Niet meer in Vlaams Gewest
2,1
1,4
0,8 1,1
1,5
0,9
1,5
2,2
18 tot 24 jaar
Van bij ongehuwd paar naar bij gehuwd paar
Van bij paar naar bij alleenstaande ouder
1,3 0,9
2,1
1,5
7,2 1,3
2
1,1 1,8
4
0,8 6
8
10
12
14
Bron: Statbel, bewerking Statistiek Vlaanderen
De mate waarin kinderen die bij ouder(s) woonden veranderingen meemaakten, varieerde sterk naargelang van de herkomst van de kinderen. Ook de aard van de veranderingen was uiteenlopend per herkomstgroep (zie Bijlage 3 voor aantallen). Omdat bij de oudsten het verlaten van het ouderlijke huis een grotere rol speelt, worden de veranderingen vanuit de kindpositie naar herkomst voor de 0- tot 17-jarigen (figuur 6) en voor de 18tot 24-jarigen (figuur 7) afzonderlijk belicht. 0- tot 17-jarige kinderen van Turkse en Maghrebijnse herkomst maakten relatief gezien het minst vaak een verandering mee (4,6%). Dit komt deels doordat zij, zoals hoger vermeld, het vaakst bij een gehuwd paar woonden (en kinderen bij gehuwde paren het minst een verandering meemaakten). Kinderen van Oost-Europese herkomst maakten op deze leeftijd het vaakst een verandering mee (8,8%). Het verlaten van het Vlaamse Gewest speelde bij hen een grote rol (2,9%). Bij alle kinderen met een buitenlandse herkomst speelde het verlaten van het Vlaamse Gewest (al dan niet met ouder(s)) een grotere rol dan bij kinderen met een Belgische herkomst.
Figuur 6. Veranderingen vanuit kindpositie naar herkomst (0- tot 17-jarigen) Vlaams Gewest, in 2019, in % Van bij ongehuwd naar gehuwd of van bij gehuwd naar ongehuwd paar ouder
Naar bij paar
Naar bij alleenstaande
Naar ander huishoudtype
Niet meer in Vlaams Gewest
België
1,5
1,3
Noord & West EU-landen
1,1
Zuid EU-landen
1,3
2,3
Oost EU-landen
1,3
2,2
Overige Europese landen
0,9
Turkije & Maghreb-landen
2,3 2,8
1,7 1,7
0,7
1,8
1,9 1,9
1,1
1,3
2,6
Totaal
1,3
2,7
0
1,9 2,9
1,7
Overige landen
2,2
1,4 0,7 2,2 1,4
2
4
1,9 0,8 6
8
10
Bron: Statbel, bewerking Statistiek Vlaanderen
Op de leeftijd van 18 tot 24 jaar speelt het verlaten van het ouderlijke huis om een eigen huishouden te vormen de grootste rol bij de jongvolwassenen van Belgische herkomst (figuur 7). Ook meer jongvolwassenen van Noord- en West-Europese herkomst alsook deze van Oost-Europese herkomst verlaten op deze leeftijd het ouderlijke huis (respectievelijk 6,5% en 6,7%). Bij de jongvolwassenen van niet-Belgische herkomst speelt het verlaten van het Vlaamse Gewest een grotere rol. Dit is vooral het geval bij deze van OostEuropese herkomst (3,4%). Dit is minder het geval bij deze van Turkse en Maghrebijnse herkomst (1,3%).
19
Figuur 7. Veranderingen vanuit kindpositie naar herkomst (18- tot 24-jarigen) Vlaams Gewest, in 2019, in % Van bij ongehuwd naar gehuwd of van bij gehuwd naar ongehuwd paar ouder
Naar bij paar
Naar ander huishoudtype
Naar bij alleenstaande
Naar eigen huishouden
Niet meer in Vlaams
Gewest België
1,4
1,5
Noord & West EU-landen
1,7
1,1 1,6
Zuid EU-landen
1,7
1,2
Oost EU-landen
1,6
1,5
Overige Europese landen
1,7
Turkije & Maghreb-landen
1,9
Totaal
1,5 0
6,5
1,6
2,7
6,7
3,4
5,6
1,2
4,7
1,4
1,7
1,5 2
3
5,2
1,9
1,4
1,5
Overige landen
7,8
2,3 1,3 4,7
2,3
7,2 4
1,1 6
8
10
12
14
16
Bron: Statbel, bewerking Statistiek Vlaanderen
De mate en aard van veranderingen vanuit de kindpositie verschilden weinig naargelang van de woonplaats van de kinderen. Kinderen uit Antwerpen en Gent maakten iets vaker mee dat de ouder (opnieuw) ging samenwonen met een partner en ze verlieten ook iets vaker het Vlaamse Gewest (figuur 8 en zie Bijlage 3 voor aantallen). De 18- tot 24-jarigen uit Antwerpen en Gent verlieten iets minder vaak het ouderlijke huis (6,7%). Deze uit de overige centrumsteden deden dit iets vaker (7,5%) en deze uit de overige gemeenten namen een middenpositie in (7,2%) (resultaten niet getoond). Figuur 8. Veranderingen vanuit kindpositie naar woonplaats (0- tot 24-jarigen) Vlaams Gewest, in 2019, % Van bij ongehuwd naar gehuwd of van bij gehuwd naar ongehuwd paar ouder
Naar bij paar
Naar ander huishoudtype
Naar bij alleenstaande
Naar eigen huishouden
Niet meer in Vlaams
Gewest Antwerpen & Gent
0,9
Overige centrumsteden
1,1
2,1
1,4
Overige gemeenten
1,1
2,1
1,2
0
2
1,6
2
Bron: Statbel, bewerking Statistiek Vlaanderen
0,8 0,8 0,7 4
1,5
1
1,9
0,7
1,9
0,8 6
8
10
21
3.
VAN KIND BIJ PAAR NAAR KIND BIJ ALLEENSTAANDE OUDER IN 2019 3
In het Vlaamse Gewest waren van de 1,37 miljoen 0- tot 24-jarigen die op 1.1.2019 als kind bij een paar woonden, er ongeveer 34.000 die op 1.1.2020 als kind bij een alleenstaande ouder geregistreerd stonden. Dit betekent dat 2,5% van hen dit soort verandering meemaakte. Zoals eerder gesteld, kan deze verandering te maken hebben met een scheiding van het paar (de ouders of ouder en partner), een overlijden van een ouder, een verhuis van een ouder naar het buitenland of een verhuis van het kind naar een andere ouder (zie Bijlage 4). Kinderen bij een ongehuwd paar maakten vaker dergelijke verandering mee dan kinderen bij een gehuwd paar (respectievelijk 4,8% en 1,7%) (figuur 9). Scheiding van ongehuwd paren speelt hierin een grote rol. Uit de literatuur is gekend dat ongehuwde paren vaker uit elkaar gaan dan gehuwde .paren (Pasteels e.a., 2013; Van den Berg & Mortelmans, 2018). Dit komt onder meer doordat ongehuwde samenwoonrelaties vaker een soort proefrelaties zijn, eerste samenwoonrelaties, zonder of met een perspectief op een huwelijk, of relaties na een ontbonden huwelijk zijn. Dit vertaalde zich ook in het Vlaamse Gewest in 2019 in de ervaringen van kinderen bij ongehuwde en gehuwde paren. Uitgedrukt in absolute aantallen waren er in de loop van 2019 ongeveer evenveel kinderen bij gehuwde paren als kinderen bij ongehuwde paren die een scheiding van het paar meemaakten (14.000). Relatief uitgedrukt trof scheiding van het paar echter minder vaak kinderen van gehuwde paren (1,4%) dan kinderen van ongehuwde paren (4,2%) omdat de tweede groep veel kleiner is dan de eerste groep. Figuur 9. Van kind bij paar naar kind bij alleenstaande ouder (0- tot 24-jarigen) Vlaams Gewest, in 2019, in % Scheiding van paar
Naar andere ouder
Kind bij ongehuwd paar
4,2
Kind bij gehuwd paar
1,4
Kind bij paar
2,1 0
1
Overlijden van ouder
2
Emigratie van ouder
3
4
5
Bron: Statbel, bewerking Statistiek Vlaanderen
23
Binnen de groep van 34.000 kinderen die de verandering van kind bij een paar naar kind bij een alleenstaande ouder meemaakte, kwam dit bij 85% (29.143 kinderen) doordat het paar uit elkaar ging. Voor 6% (2.144 kinderen) gebeurde dit naar aanleiding van het overlijden van één van de ouders en voor 5% (1.617 kinderen) kwam dit door de verhuis van één van de ouders naar het buitenland. Bij 4% (1.419 kinderen) kwam dit doordat ze bij een andere ouder (die niet samenwoonde met een partner) gingen wonen. Relatief gezien kwam een scheiding van het paar iets vaker voor bij kinderen bij een ongehuwd paar (88%) dan bij kinderen bij een gehuwd paar (82%). Een overlijden van een ouder kwam iets vaker voor bij kinderen van gehuwde paren dan bij kinderen van ongehuwde paren (9,8% versus 2,4%). Kinderen van gehuwde paren zijn immers gemiddeld genomen bijna 4 jaar ouder dan kinderen van ongehuwde paren (respectievelijk 12,1 jaar en 8,4 jaar). Het globale percentage van 2,6% kinderen dat in de loop van 2019 veranderde van kind bij een paar naar kind bij een alleenstaande ouder loopt uiteen van 1,4% tot 8,4% naargelang van de kenmerken van de kinderen (figuur 10). Op het moment van de verandering van kind bij een paar naar kind bij een alleenstaande ouder waren de betrokken kinderen gemiddeld genomen 10,6 jaar. Aangezien kinderen bij een ongehuwd paar gemiddeld genomen jonger zijn dan deze bij een gehuwd paar, zijn ze ook jonger bij de verandering naar een alleenstaande ouder (respectievelijk 9,5 en 11,8 jaar). Kinderen bij een ongehuwd paar maakten deze overgang vooral mee op de leeftijd van 12 tot 17 jaar (6%). Het paar was tot op die leeftijd van het kind ongehuwd samenwonend gebleven of de ouder van het kind woonde na een eerdere (echt)scheiding ongehuwd samen met een nieuwe partner. De kleine groep kinderen van Turkse en Maghrebijnse herkomst bij een ongehuwd paar had de grootste kans om kind bij een alleenstaande ouder te worden (8,4%). Ook kinderen met een herkomst uit de ‘Overige landen’ maakten vaker de verandering van kind bij een ongehuwd paar naar kind bij een alleenstaande ouder mee (7%). Algemeen genomen komt de verandering van kind bij een (ongehuwd of gehuwd) paar naar kind bij een alleenstaande ouder het minst voor bij kinderen afkomstig uit Turkije en de Maghreblanden (2,1%) en het meest bij kinderen afkomstig uit de ‘Overige landen’ (3,2%). Kinderen die buiten de centrumsteden woonden maakten in 2019 iets minder vaak de verandering van kind bij een ongehuwd paar naar kind bij een alleenstaande ouder mee. Globaal genomen verschilt het percentage dat verandert naar kind bij een alleenstaande ouder niet sterk naargelang van de woonplaats van de kinderen.
Figuur 10. Van kind bij paar naar kind bij alleenstaande ouder naar leeftijd, herkomst en woonplaats (0- tot 24-jarigen) Vlaams Gewest, in 2019, in % Kind bij gehuwd paar Totaal
1,7
0 tot 2 jaar
1,4
Kind bij ongehuwd paar
Kind bij paar
4,8
2,5
3,3
2,2
3 tot 5 jaar
1,8
4,5
2,8
6 tot 11 jaar
1,9
4,9
2,7
12 tot 17 jaar
2
6,1
2,8
5,4
1,9
4,3
2,4
5,4
2,9
18 tot 24 jaar
1,4
België Noord & West EU-landen
1,7 1,9
Zuid EU-landen
1,6
5,2
2,6
Oost EU-landen
1,4
6,1
2,5
overige Europese landen
1,7
4,5
2,3
Turkije & Maghreb-landen
1,6
8,4
2,1
7
3,2
Overige landen
2
Antwerpen & Gent
1,7
5,3
2,5
Overige centrumsteden
1,7
5,4
2,6
Overige gemeenten
1,7
4,6
2,5
Bron: Statbel, bewerking Statistiek Vlaanderen
De relatieve verdeling van de aanleidingen voor de veranderingen van kind bij een paar naar kind bij een alleenstaande ouder per kenmerk staan in figuur 11. Scheiding is vaker een aanleiding bij de jongste leeftijdsgroepen en bij kinderen met een Belgische herkomst. Emigratie is vaker een aanleiding bij kinderen van Oost-Europese herkomst en bij deze wonend in Antwerpen en Gent. Een wijziging door bij een andere ouder te gaan wonen komt iets vaker voor vanaf de leeftijd van 12 jaar.
25
Figuur 11. Aanleidingen voor veranderingen van kind bij paar naar kind bij alleenstaande ouder naar leeftijd, herkomst en woonplaats (0- tot 24-jarigen) Vlaams Gewest, in 2019, in % Scheiding van paar
Naar andere ouder
Overlijden van ouder
Emigratie van ouder
Totaal
84,9
0 tot 2 jaar
88,7
3 tot 5 jaar
90,5
6 tot 11 jaar
88,7
12 tot 17 jaar
82,3
18 tot 24 jaar
75,5
België
87,5
Noord & West EU-landen
79,8
6,3 10,4
Zuid EU-landen
80,6
6,7 8,4
Oost EU-landen
73,3
15,7
Overige Europese landen
79
6,9 9,7
Turkije & Maghreb-landen
82
8
Overige landen
80,6
Antwerpen & Gent
82,7
Overige centrumsteden
85
6
Overige gemeenten
85,2
6,3
0
7 14,3
6,3
8,2 11,6
7,6
20
Bron: Statbel, bewerking Statistiek Vlaanderen
40
60
80
100
27
4.
VAN KIND BIJ ALLEENSTAANDE OUDER NAAR KIND BIJ PAAR IN 2019 4
In het Vlaamse Gewest waren van de bijna 280.000 0- tot 24-jarigen die op 1.1.2019 geregistreerd waren als kind bij een alleenstaande ouder er op 1.1.2020 ongeveer 21.000 geregistreerd als kind bij een (ongehuwd of gehuwd) paar, dit is 7,6%. Dit betekende meestal dat de alleenstaande ouder was gaan samenwonen met een (nieuwe) partner. Die partner kan de biologische of juridische ouder van het kind zijn. De wijziging kan ook komen doordat de andere ouder van het kind of de partner van de alleenstaande ouder immigreerde naar het Vlaamse Gewest bijvoorbeeld in de context van een gezinshereniging. Tot slot kan de verandering ook komen doordat het kind van bij de ene (alleenstaande) ouder naar de andere ouder (die samenwoont met een partner) verhuisde. Van alle 0- tot 24-jarige kinderen die bij een alleenstaande ouder woonden, ging de grootste groep (6%) bij een ongehuwd paar wonen en ging een kleinere groep (1,6%) bij een gehuwd paar wonen. Anders gesteld betekent dit dat bij ruim 3 op de 4 kinderen die een dergelijke verandering meemaakten de alleenstaande ouder ongehuwd met een partner ging samenwonen en bij bijna 1 op de 4 de alleenstaande ouder meteen gehuwd ging samenwonen met een partner. Voor de meeste (92%) van de 21.000 kinderen die veranderden van kind bij een alleenstaande ouder naar kind bij een paar betekende dit dat de alleenstaande ouder ging samenwonen met een nieuwe partner. Voor 8% (1.770 kinderen) kwam dit doordat ze bij een andere ouder gingen wonen die samenwoonde met een partner (zie Bijlage 4). Het globale percentage van 7,6% kinderen wiens alleenstaande ouder in de loop van 2019 ging samenwonen met een partner varieert naargelang van de kenmerken van de kinderen van 0,9% tot 13% (figuur 12). Vooral de jongste leeftijdsgroep (0 tot 2 jaar) maakte de verandering van kind bij een alleenstaande ouder naar kind bij een paar mee (bijna 2.700 van de ruim 15.000 0- tot 2-jarigen of 17,4%). Het betrof bij hen ook vaker een verandering naar kind bij een gehuwd paar. Deze wijziging kwam zelfs het vaakst voor bij de 0-jarigen, met andere woorden bij pasgeboren kinderen bij een alleenstaande ouder. Wellicht registreren de alleenstaande ouders van deze kinderen zich naar aanleiding van de geboorte van het kind officieel als ‘samenwonend paar’ met de partner met wie ze al dan niet al feitelijk samenwoonden. De verandering naar kind bij een paar neemt af naarmate het kind ouder is. In de literatuur is gekend dat herpartnerkansen afnemen naarmate de persoon ouder is en dus ook de eventuele kinderen ouder zijn
29
(Pasteels & Mortelmans, 2013). Kinderen die de verandering van kind bij een alleenstaande ouder naar kind bij een paar meemaakten in 2019 waren op dat moment gemiddeld genomen 10,5 jaar. Relatief gezien kwam de overgang van kind bij een alleenstaande ouder naar kind bij een paar vooral voor bij kinderen van Oost-Europese herkomst (12%). De rol van de immigratie van een partner of van een ouder van het kind is hierin niet gekend. Als de alleenstaande ouder van kinderen van Turkse en Maghrebijnse herkomst met een partner ging samenwonen deed hij/ zij dit vaker meteen gehuwd. Huwelijksmigratie kan hierin een rol spelen en ongehuwd samenwonen komt minder voor bij deze groep. Kinderen van Belgische herkomst waren in 2019 bij deze verandering iets ouder (11,2 jaar) dan kinderen met een buitenlandse herkomst. De gemiddelde leeftijd van alle 0- tot 24-jarigen met een Belgische herkomst was ook hoger dan van deze met een buitenlandse herkomst (zie Bijlage 2). Verschillen inzake de verandering van kind bij een alleenstaande ouder naar kind bij een paar naargelang de woonplaats van de kinderen waren gering in 2019. Meteen bij een gehuwd paar gaan wonen kwam iets vaker voor in de centrumsteden. De grotere aanwezigheid van kinderen (en ouders) van buitenlandse herkomst speelt hierin een rol. Kinderen uit Antwerpen en Gent zijn gemiddeld genomen iets jonger bij deze verandering (9,4 jaar) dan deze uit andere steden en gemeenten. Maar de 0- tot 24-jarigen in Antwerpen en Gent zijn globaal genomen ook iets jonger dan de anderen (zie Bijlage 2).
Figuur 12. Van kind bij alleenstaande ouder naar kind bij paar naar leeftijd, herkomst en woonplaats (0- tot 24-jarigen) Vlaams Gewest, in 2019, in % Naar kind bij gehuwd paar Totaal
1,6
0 tot 2 jaar
4,4
3 tot 5 jaar
2,5
6 tot 11 jaar
1,9
12 tot 17 jaar
1,5
18 tot 24 jaar
Naar kind bij ongehuwd paar 5,9
13 10,6 7,9 5,1 3
België
6
Noord & West EU-landen
1,5
Zuid EU-landen
2
Oost EU-landen
3,1
Overige Europese landen
2,4
Turkije & Maghreb-landen
3,4
Overige landen
2,3
Antwerpen & Gent
2
Overige centrumsteden
1,8
Overige gemeenten
1,5 0
6,7 6,8 9,3 5,6 3,5 6,3
5,7 5,7 6,1 2
4
6
8
10
12
14
16
18
Bron: Statbel, bewerking Statistiek Vlaanderen
31
5.
VERANDERINGEN IN 1999 EN 2019 5
De veranderingen in de dynamiek van de relatie- en gezinsvorming in de voorbije 2 decennia hebben een impact gehad op de gezinssituatie van kinderen. In het Vlaamse Gewest waren in 1999 1,58 miljoen 0- tot 24-jarigen officieel geregistreerd bij ouder(s). Zoals eerder gesteld, is in deze leeftijdsgroep het percentage (92%) dat bij ouder(s) woont de voorbije 2 decennia amper gewijzigd. Het gezinstype veranderde wel sterk. In 1999 was het eerder uitzonderlijk om als kind bij een ongehuwd paar te wonen (4% tegenover 19% in 2019) en kwam het ook minder voor om kind bij een alleenstaande ouder te zijn (11% tegenover 16% in 2019). Van alle 0- tot 24-jarigen die op 1.1.1999 als kind bij ouder(s) woonden, maakten er in de loop van het jaar 1999 globaal genomen 6,4% een verandering mee van hun kindpositie. Dit percentage is iets lager dan het percentage dat dit soort verandering in 2019 meemaakte (7,8%). Alle soorten veranderingen kwamen in 1999 minder vaak voor dan in 2019, behalve het opstarten van een eigen huishouden (figuur 13). Destijds verlieten jongvolwassenen immers op jongere leeftijd het ouderlijke huis (Corijn & Pickery, 2021). Het percentage 0- tot 24-jarigen dat op jaarbasis verandert van kind bij een paar naar kind bij een alleenstaande ouder is toegenomen van 2,0% in 1999 naar 2,5% in 2019. Het ging destijds om 28.000 kinderen en recent om 34.000 kinderen per jaar. De verandering van kind bij een paar naar kind bij een alleenstaande ouder komt vooral voor bij kinderen bij een ongehuwd paar. De toename van dit aantal is grotendeels te wijten aan het vaker voorkomen van het ongehuwd samenwonen van paren ook als ze inwonende kinderen hebben. Ongehuwd samenwonende paren met inwonende kinderen kwamen in 1999 minder vaak voor. Dit ongehuwd samenwonen leidde destijds vaker tot een huwelijk, maar ook vaker tot een scheiding. Voor kinderen bij een gehuwd paar is de mate en de aard van de verandering naar kind bij een alleenstaande ouder amper gewijzigd de voorbije 2 decennia. Het percentage 0- tot 24-jarigen dat op jaarbasis verandert van kind bij een alleenstaande ouder naar kind bij een paar is gelijk gebleven (ongeveer 7,5%). Het ging om 14.000 kinderen in 1999 en om 21.000 kinderen in 2019. De alleenstaande ouder van deze kinderen ging in 2019 iets vaker ongehuwd en iets minder vaak meteen gehuwd samenwonen met een partner dan in 1999.
33
Figuur 13. Veranderingen vanuit kindpositie naar gezinstype (0- tot 24-jarigen) Vlaams Gewest, in 1999 en in 2019, in % Naar kind bij gehuwd ouderpaar
Naar kind bij ongehuwd ouderpaar
Naar ander huishoudtype
ouder
Naar eigen huishouden
Naar kind bij alleenstaande
Niet meer in Vlaams Gewest
Kind bij gehuwd paar 1999
1,7
2019
1,7 0
2,3 1,9 2
4
6
8
10
12
14
16
18
20
Kind bij ongehuwd paar 1999
6,8
2019
4,6 0
8,1
1,1
4,8 2
4
2,1
1 6
8
10
12
14
16
18
20
14
16
18
20
Kind bij alleenstaande ouder 1999
2,9
2019
1,6 0
4,8 5,9 2
4
6
1,3
3,9
1,3
2,8
8
1,4 10
12
Bron: Statbel, bewerking Statistiek Vlaanderen
Binnen de totale groep van 0- tot 24-jarige kinderen die bij ouder(s) wonen varieert het percentage dat de verandering van kind bij een paar naar kind bij een alleenstaande ouder en van kind bij een alleenstaande ouder naar kind bij een paar meemaakte naargelang van de leeftijd (figuur 14). De percentages van 2019 zijn doorgaans iets groter dan die van 1999.
Figuur 14. Veranderingen vanuit kindpositie naar leeftijd Vlaams Gewest, 1999 en 2019, in % per leeftijd 1999: van bij paar naar bij alleenstaande ouder
1999: van bij alleenstaande ouder naar bij paar
2019: van bij paar naar bij alleenstaande ouder
2019: van bij alleenstaande ouder naar bij paar
3 2,5 2 1,5 1 0,5 0
0
2
4
6
8
10
12
14
16
18
20
22
24
Bron: Statbel, Statistiek Vlaanderen
In 1999 veranderden de 0- tot 24-jarigen die bij een paar woonden gemiddeld genomen op een iets jongere leeftijd naar kind bij een alleenstaande ouder: 10,3 jaar in 1999 tegenover 10,6 jaar in 2019. De verandering van kind bij een alleenstaande ouder naar kind bij een paar vond destijds ook op iets jongere leeftijd plaats: 9,8 jaar in 1999 tegenover 10,5 jaar in 2019.
35
BESLUIT
6
De voorbije decennia wijzigde de dynamiek inzake relatie- en gezinsvorming en -ontbinding. Cijfers om de implicaties van deze nieuwe ontwikkelingen voor de betrokken kinderen te documenteren ontbraken vaak. Zo worden er geen cijfers gepubliceerd over het aantal kinderen betrokken bij paren die ongehuwd gaan samenwonen of die ophouden met ongehuwd samen te wonen. Hoewel er cijfers inzake huwelijken en echtscheidingen worden gepubliceerd zijn deze cijfers niet opgesplitst naargelang van het aantal kinderen dat betrokken is bij deze gebeurtenissen. In dit rapport werd door een koppeling van gegevens over de toestand op 1 januari van 2 opeenvolgende jaren en van gegevens over gebeurtenissen in de loop van een jaar, gepoogd om een beeld te schetsen van veranderingen die kinderen meemaken als één of beide ouders (of ouder en partner van die partner) gaan samenwonen, uit elkaar gaan, overlijden of emigreren of als de kinderen zelf bij een andere ouder gaan wonen. Het geschetste beeld berust op officiële registraties van veranderingen van de huishoudpositie. De feitelijke realiteit van de veranderingen in de gezinssituatie van kinderen is echter vaak complexer. De veranderingen zijn ook niet altijd éénduidig in cijfers te vatten bijvoorbeeld als elke ouder van een kind samenwoont met een nieuwe partner of als er verblijfsregelingen inzake co-ouderschap zijn. In het Vlaamse Gewest waren op 1.1.2019 ruim 1,65 miljoen 0- tot 24-jarigen officieel geregistreerd bij een ouderpaar of bij een alleenstaande ouder. Dit bekent dat minstens 92% van deze leeftijdsgroep bij 1 of 2 ouders woonde. Ruim 3 op de 4 van hen woonden bij een paar (ouders of ouder en partner van de ouder) en bijna 1 op de 4 woonde bij een alleenstaande ouder. Daarnaast waren er ook door de gebruikte typologie van huishoudposities een niet-gekend aantal 0- tot 24-jarigen die samen met ouder(s) in een ander complexer type huishouden woonden. In dit rapport werd aan de hand van gegevens uit het Rijksregister nagegaan hoeveel 0- tot 24-jarigen die op 1.1.2019 als kind bij een paar woonden in de loop van 2019 veranderden naar de positie van kind bij een alleenstaande ouder en hoeveel 0- tot 24-jarigen die op 1.1.2019 als kind bij een alleenstaande ouder woonden er in de loop van 2019 veranderden naar de positie van kind bij een paar. Van alle 0- tot 24-jarigen die op 1.1.2019 als kind bij een paar woonden, veranderden er in de loop van 2019 bijna 34.000 (2,6%) naar kind bij een alleenstaande ouder. Voor de meesten (85%) van hen kwam dit doordat de ouders (of ouder en partner van die ouder) uit elkaar gingen. Deze overgang kwam vooral voor bij kinderen bij een ongehuwd paar. Vooral 18- tot 24-jarigen en kinderen uit de herkomstgroep ‘Overige landen’ maakten deze verandering mee.
In een eerdere analyse werd vanuit het perspectief van de samenwonende paren bijvoorbeeld geschat dat in 2018 12.000 echtparen met kinderen en 11.000 ongehuwde paren met kinderen ophielden met samen te wonen (door scheiding, overlijden of emigratie) (Corijn & Pickery, 2020a). Belicht vanuit het perspectief van 0- tot 24-jarige kinderen brengt de analyse in dit rapport naar voor dat het in 2019 om 18.000 kinderen bij een gehuwd paar en 16.000 kinderen bij een ongehuwd paar ging die niet meer bij 2 ouders (of ouder met partner) maar bij 1 ouder woonden. Van alle 0- tot 24-jarigen die op 1.1.2019 als kind bij een alleenstaande ouder woonden, gingen er in de loop van 2019 bijna 21.000 (7,6%) als kind bij een paar wonen. De overgang van kind bij een alleenstaande ouder naar kind bij een paar kwam vooral voor bij de jongste leeftijdsgroep, in het bijzonder bij de pasgeboren kinderen, en bij de kinderen met een Oost-Europese herkomst. In een eerdere analyse werd vanuit het perspectief van de alleenstaande ouders bijvoorbeeld geschat dat in 2018 13.000 alleenstaande ouders gingen samenwonen met een partner (Corijn & Pickery, 2020b). Belicht vanuit het perspectief van 0- tot 24-jarige kinderen ging het in 2019 om 21.000 kinderen van alleenstaande ouders die niet meer bij 1 ouder maar bij een ouder en diens partner woonden. In vergelijking met 1999 is het percentage 0- tot 24-jarige kinderen dat op jaarbasis veranderde van kind bij paar naar kind bij een alleenstaande ouder iets gestegen; het percentage dat veranderde van kind bij een alleenstaande ouder naar kind bij een paar is gelijk gebleven. De aanleidingen waarom, alsook de tijdstippen waarop, dergelijke wijzigingen worden geregistreerd zijn divers. Er worden wijzigingen van de huishoudpositie van de kinderen geregistreerd naar aanleiding van een scheiding van de ouder(s), een overlijden of een verhuis van een ouder (of partner van een ouder). Daarnaast kunnen er ook wijzigingen worden geregistreerd omwille van fiscale of sociale voor- of nadelen bijvoorbeeld bij een co-ouderschapsregeling (verblijfsregister), een wezentoeslag of een toegang tot de woningmarkt. Wijzigingen van de gezinssituatie van kinderen die soms tijdelijk zijn, worden soms niet of niet meteen geregistreerd. De officiële registraties van wijzigingen van de positie in het huishouden vormen een onderschatting van de feitelijke veranderingen. Er zijn kinderen die bijvoorbeeld omwille van co-ouderschapsregelingen op regelmatige basis deels bij de ene ouder en deels bij de andere ouder wonen en deze ouders kunnen al dan niet met een partner samenwonen. De kinderen zelf zijn slechts op één plaats geregistreerd. De alleenstaande ouder van een kind kan ook een partner hebben met wie al dan niet permanent of officieel wordt samengewoond. De Rijksregistergegevens laten voorlopig niet toe om na te gaan of het ongehuwde of gehuwde paar bij wie kinderen officieel geregistreerd zijn de
37
eigen biologische of juridische ouder(s) zijn of één ouder en een partner van die ouder. Hierdoor werden kinderen in nieuw-samengestelde gezinnen niet onderscheiden van kinderen in andere gezinnen. De beschikbare gegevens brachten wel aan het licht bij hoeveel kinderen zowel een verandering van kindpositie als het behoud van eenzelfde kindpositie gepaard gingen met een registratie bij een andere ouder. Deze kinderen woonden bij het begin van het jaar bij de ene ouder (al dan niet met partner) en bij het begin van het volgende jaar bij de andere ouder (al dan niet met partner). De analyses focusten op de veranderingen van kinderen en jongeren met een kindpositie naargelang ze bij een paar of een alleenstaande ouder woonden. Of alle aanwezige kinderen in een huishouden dezelfde veranderingen meemaakten bleef buiten beeld. In 2019 was er in 44% van alle huishoudens met inwonende kinderen 1 inwonend kind. In 56% van de huishoudens met kinderen kon in principe elk kind op een eigen tijdstip een eigen verandering meemaken. Daarnaast belichtten de analyses in dit rapport veranderingen binnen de tijdspanne van 1 jaar. Een koppeling van de gegevens over opeenvolgende jaren zal toelaten een beeld te schetsen van het aantal veranderingen en de aard van de veranderingen die kinderen meemaken binnen een langere levensfase.
LITERATUURLIJST
7
Audenaert, V., Jacobs, Th. & Poulain, M. (2000). Transities in de huishoudelijke situaties van ouderen. Brussel: CBGS-Werkdocument, 10. Corijn, M. (2017). Gehuwd of ongehuwd samenwonen met een partner en/ of kinderen. Trends, vooruitzichten en beleidsimplicaties in het Vlaamse Gewest. Brussel: Studiedienst Vlaamse Regering, SVR-Verkenning 1. Corijn, M. & Pickery, J. (2020a). SV-rapport 2020/2 - Veranderen van huishoudpositie in het Vlaamse Gewest: samenwonend met partner. Brussel: Statistiek Vlaanderen. Corijn, M. & Pickery, J. (2020b). SV-rapport 2020/3 - Veranderen van huishoudpositie in het Vlaamse Gewest: alleenwonend en alleenstaande ouder. Brussel: Statistiek Vlaanderen. Corijn, M. & Pickery, J. (2021). SV-rapport 2021/2 - Veranderen van huishoudpositie in het Vlaamse Gewest: verlaten van en terugkeren naar het ouderlijke huis. Brussel: Statistiek Vlaanderen. Corijn, M. & Van Peer, C. (red.) (2013). Gezinstransities in Vlaanderen. Brussel: Studiedienst Vlaamse Regering. Elder G.H., Johnson M.K. & Crosnoe R. (2003). The emergence and development of life course theory. In: J.T. Mortimer & M.J. Shanahan (eds). Handbook of the life course. New York: Kluwer Academic/Plenum, 3–19. Lodewijckx, E. & Schockaert, I. (2016). Woonsituatie van de moeder voor en na de geboorte. Brussel: Studiedienst Vlaamse Regering, SVR-St@t, 16. Lodewijckx E. & Deboosere P. (2008). LIPRO: een classificatie van huishoudens. Brussel: Studiedienst Vlaamse Regering, SVR-Technisch Rapport 2. Mortelmans, D. (ed.) (2020). Divorce in Europe. New insights in trends, causes and consequences of relation break-ups. Cham: Springer Open, European Studies of Population, 21. Pasteels, I., & D. Mortelmans (2011). Huwen en scheiden in de levensloop. In D. Mortelmans e.a. (red.). Scheiding in Vlaanderen. Leuven: Acco, 65-84. Pasteels, I. Lodewijckx, E. & Mortelmans, D. (2013). Gezinstransities in de levensloop van mannen en vrouwen. In: M. Corijn, & C. Van Peer (red.), Gezinstransities in Vlaanderen. Brussel: Studiedienst Vlaamse Regering.
39
Pasteels, I. (2020). Adaptive and flexible families in contemporary society : some evidence from Flanders and beyond. Antwerpen: Universiteit Antwerpen, Faculteit Politieke en Sociale Wetenschappen, Departement Sociologie. Pasteels, I. & Mortelmans, D. (2013). Gescheiden en dan? Herpartneren in Vlaanderen anno 2010. In: Relaties en Nieuwe Gezinnen, 3. Sodermans, A.K. & Vanassche, S. (2015). Twintig jaar co-ouderschap in Vlaanderen: een stand van zaken. In: Sociologios, 36, 384-392. Van den Berg, L. & Mortelmans, D. (2018). De onzichtbare scheidingsgolf. Een analyse van relatieontbinding van samenwonenden en gehuwden in België. In: Relaties en Nieuwe Gezinnen, 1.
41
COLOFON Verantwoordelijke uitgever Statistiek Vlaanderen Havenlaan 88 bus 100, 1000 Brussel Auteurs Martine Corijn | martine.corijn@vlaanderen.be Jan Pickery | jan.pickery@vlaanderen.be Concept & grafische vormgeving The Oval Office Statistiek Vlaanderen Depotnummer D/2021/3241/235
Statistiek Vlaanderen Havenlaan 88 bus 100 1000 Brussel statistiekvlaanderen.be