Beleid Koning Albert II-laan 20, bus 2 1000 BRUSSEL T 02 553 77 56
mow.vlaanderen.be
Verslag //////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////
Datum: 15 mei 2020 - Vergadering via Teams Onderwerp: workshop ‘fietssnelwegen in stationsomgevingen 17/02/20’ Aanwezig: Geraldine Wellens en Jan Van Beneden – NMBS Marjolein Hantson, Annelien Peeraer, Ruben Vandael, Rik Schreurs, Monica Silvestrini – provincies OVL, Antwerpen en Limburg Inge Caers - Fietsberaad Jan Pelckmans, Mieke Declercq en Sofie Van Campenhout – dMOW, afd. Beleid Sofie Van der Haegen - TUCRail Joris Willems – kwaliteitsadviseur Verontschuldigd: Frederik Pousset – provincie Vl-Brabant, Dries Wathion – De Lijn
Voorzitter en verslaggever: Sofie Van Campenhout //////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////
De bedoeling van dit overleg is -
bespreken verslag van de voorlopige tekst ‘verslag en evaluatie van de workshop fietssnelwegen in stationsomgevingen 17/02/20’ vervolgtraject bepalen over fietssnelwegen in stationsomgevingen
Afspraken rond vertegenwoordiging en aanpak -
De aanwezigen koppelen intern terug met collega’s om tot een gedragen visie te komen over het thema fietssnelwegen in stationsomgevingen. Provincies Oost-Vlaanderen en Antwerpen geven expliciet aan in te staan voor een gedragen visie vanuit alle Vlaamse provincies. Pagina 1 van 4
-
dMOW stelt voor om te werken met 2 nota’s die uitgaan van dMOW:
1)
de nota van de kwaliteitsadviseurs die werd rondgestuurd voorafgaand aan dit overleg en waarop iedereen opmerkingen kon maken zal worden afgewerkt als een beknopt ‘verslag van de dag’. Dit wil zeggen dat hij tekstueel nog zal worden verduidelijkt, maar steeds dient te worden gelezen met de presentaties van 17/02/2020 er bij. Het is niet de bedoeling dat dit een op zichzelf staand document wordt, het is een ‘verslag van de dag’ van de workshop van 17 feb 2020, geschreven door de begeleidende kwaliteitsadviseurs.
2) Vervolgens werkt dMOW een aanzet uit van een visienota ‘fiets in stationsomgevingen’, waarin ook de discussiepunten een plaats krijgen. Deze visienota vormt de aanzet voor een geïntegreerde visienota van alle partners in de huidige werkgroep rond fietssnelwegen in stationsomgevingen. De basis voor deze visienota is het bijgewerkte document van de nota die in het overleg van 15 mei met alle partners wordt overlopen. Alle gemaakte opmerkingen die niet kunnen worden verwerkt in het ‘verslag van de dag’ krijgen hierin dus een plaats. In bijlage komen ook de verslagen van het overleg, zoals het verslag van het Teamsoverleg op 15 mei 2020. De aanwezigen gaan akkoord met dit voorstel. Provincie OVL vraagt om duidelijk in het ‘verslag van de dag’ te vermelden dat dit een verslag van de kwaliteitsadviseurs is. Aan het einde wordt ook vermeld dat een aantal discussiepunten naar boven zijn gekomen/blijven bestaan en dat deze een vervolg krijgen in een breder uitgewerkte visienota waaraan provincies, Infrabel, Fietsberaad, NMBS, dMOW en De Lijn samen zullen werken. Op die manier zijn alle deelnemers van de workshop ook mee met dit geplande vervolgtraject. Ook kan zo gezorgd worden voor een integratie van de visienota met de nota met inrichtingsprincipes voor FSW van de provincies enerzijds én de interne nota van NMBS over fietssnelwegen in stationsomgevingen (momenteel in opmaak) anderzijds. Om dergelijke interne documenten uit te rollen naar het niveau van een goedgekeurde en gedeelde visienota voor alle partners samen zijn wel enkele formele stappen nodig. De partners kijken dit voor hun organisatie na. Fietsberaad wenst een artikel te publiceren over dit thema en zal dit mogelijk in 2 stappen doen met een publicatie van het verslag van de dag en publicatie van een artikel over de visienota. Er wordt afgesproken dat de artikels van Fietberaad eerst aan de werkgroep worden bezorgd ter nazicht. Fietsberaad geeft ook aan dat het AWV eind mei start met de herziening van het Vademecum Fietsvoorzieningen. Beide nota’s kunnen hiervoor interessant zijn. dMOW zal de definitieve versie van het verslag van de dag bezorgen aan het AWV. Hetzelfde kan achteraf gebeuren met de visienota. Op vraag van provincie Oost-Vlaanderen zal ook worden gekeken of de visienota kan worden uitgebouwd tot een meer algemene visienota over ‘mobiliteit in stationsomgevingen’.
Bespreking van de opmerkingen opmerkingen op de nota die werd rondgestuurd p 4-5: Joris Willems zal verduidelijken dat deelfietsen vooral een rol spelen in natransport. Ook de types stations zullen nog iets duidelijker omschreven worden gezien hier wat verwarring over bestaat. Er zal niet gesproken worden van sTop-principe, dat was een suggestie van provincie Oost-Vlaanderen. Hier zal gewoon de visie van NMBS worden weergegeven en zal er dus sprake zijn van het STOP-principe. Deze
pagina 2 van 4
visie van NMBS bevat wel nog een aantal punten die door de andere partners graag bediscussieerd worden en dat zal worden meegenomen in de visienota. P6: NMBS werkt aan een nieuwe categorisering van stations. Het weidestation zou verdwijnen er zou uitgegaan worden van 3 hoofdcategorieën (vertrek-/bestemming-/overstap-station). Subcategorieën zijn mogelijk. Deze visie kan verwerkt worden in de visienota rond stationsomgevingen. dMOW ziet hier ook een verband met de mobipunten waarover momenteel ook nog veel onduidelijkheid bestaat. Naarmate de visienota verder uitgewerkt wordt, zal het BVR over de mobipunten er ook zijn. En er is zeker ook een verband met het lopend overleg tussen dMOW/de vervoerregio’s en NMBS over het parkeer- en stallingsbeleid aan stations. In het najaar van 2020 kan hier hopelijk afgestemd worden. Bij het versturen van het verslag van de dag zal, op vraag van provincie Antwerpen, opnieuw de vragenlijst worden verstuurd. Op die manier krijgen we al een eerste blik op mogelijke lessen die getrokken werden uit de workshop. P11- 13-16: tekstuele aanpassingen, bv over FSW Leuven aan 1 zijde en er zal niet gesproken worden over ‘voor- en achterzijde van het station. Term als ‘(historische) centrumzijde’ dekt beter de lading. De indeling (punt 4.4) wordt aangepast. P13: het doorlopen van een eventuele fietssnelweg lijkt in deze omgeving dan ook minder opportuun kan hier voor de provincies niet zo blijven staan. Dit is slechts de visie van de kwaliteitsadviseur en niet een consensusstandpunt van de deelnemers aan de workshop. dMOW ondersteunt dit. De tekst zal worden aangepast en dit punt zal verder besproken worden i.k.v. de visienota. De provincie vraagt om in de visienota bovendien ook ongevallencijfers op te nemen om dergelijke uitspraken eventueel objectief te staven. Dit hangt ook samen met de verschillende visies op de functie van een fietssnelweg in de buurt van een station (doorgaand verkeer vs. Bestemmingsverkeer). Tot slot wordt aan Infrabel de vraag gesteld hoe de partners ook beter kunnen samenwerken rond overwegen. Zowel bij FSW aan stations als daarbuiten. Dit zit bij Bram Leroy. In Oost-Vlaanderen loopt die samenwerking zeer goed. Hier kunnen eventueel ook algemene afspraken worden vastgelegd.
Nota NMBS over fietssnelwegen in stationsomgevingen NMBS toont in Teams de draft-versie van de interne nota die in opmaak is. Deze bevat een aantal inrichtingsprincipes waarin alle partners zich kunnen vinden, een aantal punten waarover verder overleg vereist is en ook een heel aantal technische bepalingen. De bedoeling van deze nota is om intern het standpunt over dit thema te stroomlijnen en meer uniforme adviezen te geven vanuit NMBS op vergelijkbare dossiers. Deze tekst zal ter info aan de werkgroep bezorgd worden, maar is tot nu toe enkel te beschouwen als een intern werkdocument binnen NMBS. NMBS heeft ook interne nota’s fiets-trein, auto-trein, …. En gaat na in hoeverre deze kunnen worden verwerkt in een goedgekeurde visienota over mobiliteit in stationsomgevingen. Vervolgstappen Het verslag van de dag zal de komende weken worden aangepast door Joris Willems. Dit kan dan naar alle deelnemers worden verstuurd mét evaluatievragenlijst (door dMOW). Het zal voorafgaandelijk niet nog eens afzonderlijk aan de werkgroep worden gestuurd. AWV en Fietsberaad namen deel aan de workshop en kunnen deze informatie ook al meenemen in de herwerking van het Vademecum Fietsvoorzieningen. pagina 3 van 4
dMOW past de becommentarieerde nota aan tot een insteek voor een visienota en bezorgt deze aan de werkgroep (timing is juli/aug 2020). Alle partners schrijven een visienota uit, in eerste instantie over fietssnelwegen in stationsomgevingen (met als basis de visienota die dMOW deze zomer zal aanleveren), daarna over mobiliteit in stationsomgevingen (dat laatste hangt nauw samen met overleg over mobipunten en de regionale mobiliteitsplannen). Alle partners gaan ook na welke weg dergelijke nota intern moet doorlopen om als formeel gedragen standpunt van de organisatie in een geïntegreerde nota te worden gegoten. In september kunnen we dan deze visienota’s samenleggen en hierover in gesprek gaan. Eventuele detailanalyses of een verdere evaluatie van concrete fietssnelwegen in stationsomgevingen kunnen later nog worden opgestart. Hierover volgt zeker overleg in het najaar, al dan niet ingebed in het overleg over de regionale vervoersplannen en bijhorende actieplannen.
pagina 4 van 4