Uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/402
Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2021/402
DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 22 september 2021 diende xxx (verder: verzoeker) een verzoek in bij het kabinet van Vlaams Ministerpresident Jan Jambon om een afschrift te verlenen van het verzoekschrift waarmee de door het Vlaamse Gewest aangestelde Franse advocaat namens het Vlaamse Gewest een procedure inleidde voor de administratieve rechtbank in Rijsel (Fr) m.b.t. het geplande offshore windmolenpark voor de kust van Duinkerke (Fr). Het kabinet van Vlaams Minister-president Jambon heeft nagelaten om binnen de decretaal voorgeschreven termijn een beslissing te nemen aangaande dit openbaarheidsverzoek Op 27 oktober 2021 diende verzoeker bij de beroepsinstantie beroep in tegen het uitblijven van een antwoord van het kabinet van Vlaams Minister-president Jambon. Het beroepschrift werd bij de beroepsinstantie geregistreerd op 28 oktober 2021. Ontvankelijkheid van het beroep Op 22 september 2021 werd het oorspronkelijke verzoekschrift ingediend. Op 27 oktober 2021 diende verzoeker beroep in bij de beroepsinstantie openbaarheid van bestuur, tegen het uitblijven van een antwoord van het kabinet van Vlaams Minister-president Jambon.
www.vlaanderen.be
Aangezien het kabinet van Vlaams Minister-president Jambon niet tijdig gereageerd heeft op het oorspronkelijke openbaarheidsverzoek, heeft de termijn om beroep in te dienen conform artikel II.48 van het Bestuursdecreet geen aanvang genomen. Het beroepschrift van verzoeker d.d. 27 oktober 2021 is bijgevolg tijdig ingediend en is ontvankelijk.. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.
1.
Ontstentenis van beslissing
Het beroepschrift van 27 oktober 2021 is gericht tegen het uitblijven van een antwoord van het kabinet van Vlaams Minister-president Jambon op de oorspronkelijke vraag d.d. 22 september 2021 om verzoeker een afschrift te bezorgen van het verzoekschrift waarmee de door het Vlaamse Gewest aangestelde Franse advocaat namens het Vlaamse Gewest een procedure inleidde voor de administratieve rechtbank in Rijsel (Fr) m.b.t. het geplande offshore windmolenpark voor de kust van Duinkerke (Fr).
2. Inhoud van het beroepschrift Via het indienen van het beroepschrift wenst verzoeker alsnog het gevraagde document te verkrijgen.
3. Standpunt van het kabinet van Vlaams Minister-president Jambon De beroepsinstantie werd tijdens deze beroepsprocedure in kennis gesteld van de beslissing vanwege het kabinet van Vlaams Minister-president Jambon d.d. 8 november 2021, waarin het openbaarheidsverzoek alsnog werd afgewezen, met daarbij de volgende motivering:
Zowel in de situatie dat uw vraag betrekking heeft op milieu-informatie (in de zin van art. II.36, §1 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018) als niet, komen wij tot de conclusie dat het algemeen belang van openbaarmaking in dit geval niet zwaarder doorweegt dan het beschermde belang. Wij gaan dus niet in op uw aanvraag tot openbaarmaking van het ingediende verzoekschrift. Concreet roepen wij hiervoor onderstaande decretale uitzonderingsgronden in: • “de rechtspleging in een burgerlijk of administratief rechtsgeding en de mogelijkheid om een eerlijk proces te krijgen” (respectievelijk artikel II.35, 4° (GEEN milieu-informatie) en artikel II.36, §1, 8° (WEL milieuinformatie) van het Bestuursdecreet van 7 december 2018): gelet op de lopende rechtspleging. De Vlaamse Overheid kan niet verplicht worden documenten openbaar te maken die tegen haar kunnen gebruikt worden in een geding waarbij ze partij is.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/402
pagina 2 van 5
• “het vertrouwelijke karakter van de internationale betrekkingen van het Vlaamse Gewest” (respectievelijk artikel II.35, 2° (GEEN milieu-informatie) en artikel II.36, §1, 6° (WEL milieu-informatie) van het Bestuursdecreet van 7 december 2018): Dit dossier is voorwerp van intense diplomatieke en internationale uitwisselingen met Frankrijk en de Europese Commissie. De Vlaamse Overheid wenst de dialoog met Frankrijk alle kansen te geven met de bedoeling tot een oplossing te komen. De beroepsinstantie ontving een afschrift van voormelde mail d.d. 8 november 2021 van het kabinet van Vlaams Minister-president Jambon aan verzoeker.
4. Standpunt van de beroepsinstantie De beroepsinstantie schets vooreerst de context van het door verzoeker opgevraagde document : In mei 2021 heeft de Franse overheid samen met de ontwikkelaar Eoliennes en Mer de Dunkerque (EMD) beslist om met het project van een windmolenpark voor de kust van Duinkerke, goed voor maximaal 46 turbines met een hoogte tot 300 meter, door te gaan. Het windmolenpark ligt in de Franse territoriale wateren, maar wel vlak aan de grens met België. Op die manier dreigt het de Belgische belangen in het gedrang te brengen: Zo komt het te liggen in de historische scheepvaartroute tussen de haven van Oostende en Groot-Brittannië, zou het verkeer van en naar de militaire luchthaven van Koksijde verstoord kunnen worden, kunnen reddingsoperaties per helikopter op zee hinder ondervinden, en zou het beschermde zeegebied Vlaamse Banken aan de Belgische kant van de grens eronder kunnen lijden. Ook zou het windpark het zicht mogelijk kunnen verpesten vanop de dijk in De Panne of Koksijde. De burgemeesters van verschillende kustgemeenten zijn om die reden al lang sterk gekant tegen het project. Midden 2021 heeft de federale regering van België beslist om een procedure bij de administratieve rechtbank van Rijsel op te starten, tegen de voornoemde plannen van een windmolenpark voor de kust van Duinkerke. Op 10 juli 2021 besliste ook het Vlaams Gewest, in hoofde van de Minister-president van de Vlaamse Regering, om een procedure op te starten bij de administratieve rechtbank van Rijsel tegen het project van een windmolenpark voor de kust van Duinkerke. Het is nu van dat verzoekschrift waarmee de door het Vlaamse Gewest aangestelde Franse advocaat namens het Vlaamse Gewest een procedure inleidde voor de administratieve rechtbank in Rijsel (Fr) m.b.t. het geplande offshore windmolenpark voor de kust van Duinkerke (Fr) dat verzoeker een afschrift wenst te bekomen. Op grond van de informatie die werd bezorgd aan de beroepsinstantie, is deze van oordeel dat, met verwijzing naar de uitzonderingsgrond, vermeld in artikel II.35, 2°, van het Bestuursdecreet, het opgevraagde document niet openbaar kan gemaakt worden: het vertrouwelijke karakter van de internationale betrekkingen van het Vlaamse Gewest of de Vlaamse Gemeenschap en van de betrekkingen van het Vlaamse Gewest of de Vlaamse Gemeenschap met de supranationale instellingen, met de federale overheid en met andere gemeenschappen en gewesten zou in het gedrang komen door de openbaarmaking van het verzoekschrift waarmee de door het Vlaamse Gewest aangestelde Franse advocaat namens het Vlaamse Gewest een procedure inleidde voor de administratieve rechtbank in Rijsel (Fr) m.b.t. het geplande offshore windmolenpark voor de kust van Duinkerke (Fr). De beroepsinstantie wijst er ook op dat, in zoverre bepaalde informatie die vervat zit in het opgevraagde verzoekschrift beschouwd kan worden als milieu-informatie, er een gelijkaardige uitzonderingsgrond geldt, die vervat zit in artikel II.36, §1, tweede lid, 6° van het Bestuursdecreet. Uit de verkregen informatie is gebleken dat dit dossier rond de plannen van een windmolenpark voor de kust van Duinkerke en het door België en het Vlaamse Gewest ingediende verzoekschrift in de procedure
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/402
pagina 3 van 5
voor de administratieve rechtbank in Rijsel in het bijzonder momenteel het voorwerp uitmaakt van intense diplomatieke en internationale uitwisselingen tussen België, Frankrijk en de Europese Commissie. De Vlaamse Overheid wenst de dialoog met Frankrijk alle kansen te geven met de bedoeling om zo spoedig als mogelijk tot een onderhandelde oplossing te komen in dit dossier. Er vonden reeds diplomatieke besprekingen plaats rond dit dossier op 31 augustus 2021 en 10 september 2021 en er is ook druk overleg met de Europese Commissie om tot gesprekken te komen met Frankrijk over de voor de scheepvaart op Vlaanderen erg hinderlijke plannen om een windmolenpark uit te bouwen voor Duinkerke. De beroepsinstantie werd in kennis gesteld van het feit dat op 22 november 2021 nog een overleg plaats vond tussen de Belgische en Franse premiers en dat het dossier van het windmolenpark ook in de marge van dat topoverleg zou worden besproken. De beroepsinstantie stelt dan ook vast dat dit dossier rond de plannen van een windmolenpark voor de kust van Duinkerke een heel gevoelig politiek dossier is dat momenteel het voorwerp uitmaakt van intense diplomatieke besprekingen tussen België, Frankrijk en de Europese Commissie. Daarom is de beroepsinstantie van oordeel dat de openbaarmaking van het door het Vlaamse Gewest ingediende verzoekschrift in de procedure voor de administratieve rechtbank in Rijsel niet openbaar kan worden gemaakt, nu hierdoor het wederzijds vertrouwen tussen België, Frankrijk en de Europese Commissie kan geschonden worden Het wederzijds onderling vertrouwen dient in casu bewaakt te worden om in een dergelijk politiek gevoelig dossier tot een mogelijke onderhandelde oplossing op diplomatiek niveau te kunnen komen tussen België en Frankrijk. Het in casu opgevraagde document kadert duidelijk binnen een context van zeer strikt vertrouwelijke diplomatieke contacten tussen België, Frankrijk en de Europese Commissie. Het vertrouwelijke karakter van voormelde internationale diplomatieke betrekkingen tussen België en Frankrijk weegt zwaarder door dan het algemeen belang dat met de openbaarmaking van het opgevraagde verzoekschrift wordt beoogd. De beroepsinstantie is van mening dat er in casu geen openbaar belang, zoals geduid in de parlementaire voorbereiding, gemoeid is met de openbaarmaking van het opgevraagde document. De memorie van toelichting stelt immers m.b.t. de belangenafweging het volgende: “De uitzonderingen worden alleen ingeroepen als het belang van de openbaarheid niet primeert. Daarmee wordt bedoeld: een met de openbaarmaking gediend openbaar belang. Deze bepaling betekent dus niet dat de private belangen van de aanvrager moeten afgewogen worden tegenover de belangen die met de uitzonderingen beschermd worden. Het gaat om het belang van de gemeenschap: de openbare orde, de veiligheid van de bevolking, grote maatschappelijke issues, globale bescherming van het leefmilieu enzovoort..” (Parl.St. Vl.Parl. 2017-18, 1656/1, 56). In voorliggend geval primeert dan ook de bescherming van de vertrouwelijkheid van de internationale diplomatieke besprekingen tussen België, Frankrijk en de Europese Commissie. Aangezien het voorgaande volstaat om het beroep als ongegrond af te wijzen, is er geen noodzaak om de andere uitzonderingsgrond die door het kabinet van Vlaams Minister-president Jan Jambon werd ingeroepen, te onderzoeken. Om deze reden wordt het beroep als ongegrond beschouwd.
Na beraadslaging,
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/402
pagina 4 van 5
BESLUIT: Het beroepschrift van xxx d.d. 27 oktober 2021, gericht tegen het uitblijven van een beslissing vanwege het kabinet van Vlaams Minister-president Jambon omtrent zijn oorspronkelijk verzoek van 22 september 2021 wordt als ontvankelijk doch ongegrond beschouwd. Brussel, 26 november 2021 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno Asscherickx Voorzitter
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/402
pagina 5 van 5