Ruimte voor morgen
Inhoudstafel
Inhoudstafel 01 / THEMASPECIFIEKE OMGEVINGSANALYSE
208
1.1 Uitdagingen voor het ruimtelijk beleid Uitdaging 1: Een sterker stedelijk, openruimte- en logistiek netwerk als basis voor de ruimtelijke ontwikkeling van Vlaanderen en Brussel Uitdaging 2: Een goede mix van effectieve instrumenten voor het uittekenen van ruimtelijke ontwikkelingen en realisatie op terrein Uitdaging 3: Ruimtelijke governance als basis voor maatschappelijk gedragen besluitvorming
208
02 / STRATEGISCHE DOELSTELLINGEN EN BELEIDSVOORSTELLEN
212
2.1 Algemene ambitie en visie 2.2 Strategische doelstellingen en beleidsvoorstellen
SD1. Het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen bewerkstelligt het systeem van beleidsplanning
209 210 210
212 213
214
SD2. Stedelijke regio’s, veerkrachtige landschappen en ruimtelijk rendement zijn prioriteiten uit het witboek Beleidsplan Vlaanderen 215 Beleidsvoorstel 1: De Vlaamse Regering keurt het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV) goed op basis van de uitkomsten van de publieke consultatie en verankert decretaal de beleidsplanning. 218 Beleidsvoorstel 2: De Vlaamse Regering stelt een rollend meerjarenprogramma beleidsplanning Ruimte op. Dat laat toe op strategisch niveau binnen iedere legislatuur de juiste ruimtelijke keuzes te maken en nieuwe accententen te leggen op basis van de prioriteiten die zich op dat moment stellen. 219
SD3. Investeren in meerkernig stedelijk, infrastructuur- en openruimtenetwerken
219
SD4. Inzeten op multilevel-governance
220
SD5. Evidence-based beleid met focus op ontwikkelingskansen Beleidsvoorstel 3: De Vlaamse Regering versterkt de ruimtelijk samenhang en territoriale cohesie in Vlaanderen
221 222
Ruimte voor morgen
Beleidsvoorstel 4: De Vlaamse Regering versterkt de grensoverschrijdende ruimtelijke samenwerking
222
SD6. Prioritaire ontwikkelingsgebieden op schaal van de stedelijke regio’s
223
SD7. Realisatie via een gebiedsgericht ruimtelijk ontwikkelingsbeleid Beleidsvoorstel 5: De Vlaamse Regering formuleert een ontwikkelingsprogramma die maatschappelijke uitdagingen een plaats geeft. Beleidsvoorstel 6: De Vlaamse Regering neemt initiatief in prioritaire ontwikkelingsgebieden
224
SD8. Een effectief instrumentarium installeert beleidsplanning
225
SD9. Verruiming van de proceswinsten naar alle vergunnings- en planprocessen
SD10. Inzetten op vooroverleg en bemiddeling:VIP Beleidsvoorstel 7: De Vlaamse Regering voorziet de operationaliseren van de decreten Omgevingsvergunning en Complexe Projecten en verruimt de methodiek naar alle vergunnings- en planprocessen Beleidsvoorstel 8: De Vlaamse Regering maakt de instrumenten toegankelijker
223 224
225
226
226 226
SD11. Een verenigende rol van het ruimtelijk beleid binnen een ransparant bestuurlijk samenspel 227 Beleidsvoorstel 9: De Vlaamse Regering voorziet een aangepast bestuursmodel, met volle doorwerking van het subsidiariteitsbeginsel 227 Beleidsvoorstel 10: De vlaamse Regering coördineert de in te zetten middelen van de beleidsvelden van de Vlaamse overheid met een belangrijke territoriale impact met het oog op kwalitatieve ruimtelijke ontwikkeling. 229
03/ raming van de budgettaire impact van de beleidsvoorstellen 230 BRONNEN
239
Figuur 1: De strategische en beleidsdoelstellingen Het onderstaande overzicht geeft een eerste aanzet tot het invullen van de strategische doelstellingen en biedt een kader voor de uitwerking van concrete hefbomen.
Ruimte voor morgen
01 / THEMASPECIFIEKE OMGEVINGSANALYSE
1.1 Uitdagingen voor het ruimtelijk beleid
Vlaanderen staat voor uiteenlopende maatschappelijke uitdagingen1 waarvoor ruimte een kritieke succesfactor is. De ruimte kwaliteitsvol laten functioneren – zowel nu als in de toekomst – is de cruciale, absolute ruimtelijke doelstelling. Het is essentieel om in de komende legislatuur maatschappelijke opgaven te formuleren, te investeren in territoriale cohesie, veranderingen in de ruimte te integreren, in te zetten op een efficiënt, effectief en realisatiegericht instrumentarium en een aangepaste governance, en de bestaande middelen te optimaliseren zodat zowel ruimtelijke, economische, ecologische als sociaal-culturele doelstellingen worden bereikt. De komende legislatuur vormt een kantelpunt. De beleidsplanning die nu wordt opgezet bij de uitwerking van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV) met horizon 2050, zal stelselmatig het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV) vervangen naarmate beleidskaders en -programma’s worden ontwikkeld voor thema’s en gebieden, met het oog op de realisatie ervan. Inzetten op territoriale cohesie betekent voortbouwen op de sterke punten van elk gebied, regio’s beter verbinden, concentratie in goede banen leiden en de samenwerking tussen overheden binnen regio’s en met sectoren verbeteren. Met goed afgewogen en onderbouwde keuzes zorgen we voor een maximaal maatschappelijk en ruimtelijk rendement. Het ruimtelijk ontwikkelingsbeleid vervult daarin een regierol. Het zoekt naar een maatschappelijke consensus in een telkens aangepast samenspel van actoren en overheden, en vervult daarbij een ondersteunende, inspirerende en stimulerende rol. De bereikte consensus wordt gevalideerd en gerealiseerd via de geëigende instrumenten. Dat gebeurt op verschillende schaalniveaus: van de bouwplek tot de Vlaamse ruimte in internationaal perspectief. Vlaanderen is geen eiland. Beleidskeuzes en ontwikkelingen in nabije regio’s beïnvloeden onze regio en het Europese beleid2 stuurt in toenemende mate het Vlaamse beleid. Deze bijdrage focust vanuit de bovenstaande context op drie kernuitdagingen.
1
De maatschappelijke uitdagingen zijn uitvoerig beschreven in het Groenboek Beleidsplan Ruimte en andere documenten.
2
Cf. ‘Stappenplan voor efficiënt hulpbronnengebruik in Europa’, (COM (2011) 571) van 20 september 2011; ‘Groene Infrastructuur (GI) – versterking van Europa ’s natuurlijke kapitaal’, (COM (2013) 249) van 6 mei 2013; ‘Richtsnoeren inzake de beste praktijken om bodemafdekking te beperken, te verzachten en te compenseren’, (SWD(2012) 101/2 van 15 mei 2012.
01 / THEMASPECIFIEKE OMGEVINGSANALYSE
Uitdaging 1:
Een sterker stedelijk, openruimte- en logistiek netwerk als basis voor de ruimtelijke ontwikkeling van Vlaanderen en Brussel Om de maatschappelijke vragen te kunnen beantwoorden staan de verhoging van de leefkwaliteit en belevingswaarde in Vlaanderen (cf. groen en dynamisch stedengewest) en de versterking van de Vlaamse concurrentiepositie (cf. open ondernemer, innovatiecentrum Vlaanderen en slimme mobiliteit) centraal in onze regio. Het witboek Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV) verzekert dat door inzet op drie ruimtelijke netwerken: het stedelijk, het openruimte- en het logistiek netwerk. Die drie netwerken vormen de basis voor de verdere ruimtelijke ontwikkeling van Vlaanderen 2050. Het stedelijk netwerk wint aan belang. Vandaag leeft driekwart van de bevolking in Europa in steden en volgens de OESO zet de verstedelijking zich door. Vooral steden met een hoge leefkwaliteit en sterke toekomstperspectieven zullen erin slagen mensen aan te trekken en te behouden, en economisch succesvol te blijven. Vlaanderen heeft het voordeel ingebed te zijn in het mondiaal verknoopte stedelijk en economisch zwaartepunt van het continent. Het is een van de weinige regio’s die er – ondanks een economisch verzwakt Europa – nog in slaagt de doelstellingen van de Europese 2020-strategie te halen.3 Vlaanderen, ingebed in de metropolitane regio van de Noordwest-Europese Delta, heeft heel wat potentieel met haar stedelijke regio’s. Daarbij gaan we uit van meerkernige stedelijke netwerken, waarbij niet wordt uitgegaan van administratieve entiteiten, maar van de sociale, culturele en economische functionele realiteit. De uitdaging is om de samenwerking en connectiviteit tussen steden te bevorderen. Om de functionele samenhang ertussen te versterken, bouwt Vlaanderen een samenhangend hoogwaardig vervoersnetwerk uit. De stedelijke regio’s en de poorten (havens, luchthavens, HST), met hun infrastructurele basis, zijn de ruggengraat voor de maatschappelijke ontwikkeling van de toekomst. Het stedelijk netwerk leefbaar houden, met nabije open ruimte en waterlopen, is een andere uitdaging. Daarom zetten we niet alleen in op investeringen in stedelijke leefkwaliteit, maar ook op de versterking van het openruimtenetwerk, een geheel van grote en aaneengesloten openruimtegebieden en groenblauwe verbindingen ertussen. Ook het Europese beleid benadrukt dat investeringen in groene infrastructuur een meervoudige winst opleveren voor natuur, samenleving en burgers4. Het openruimtenetwerk levert immers vitale ecosysteemdiensten zoals voedselproductie, zoetwatervoorziening, waterberging, klimaatregulering en biodiversiteit. Tot slot versterken we Vlaanderen als logistieke draaischrijf. Een intelligent, duurzaam en kwalitatief logistiek netwerk genereert maximale maatschappelijke meerwaarde in termen van toegevoegde waarde, een vlottere mobiliteit en tewerkstelling. Knooppunten en verbindingen vormen metropolitane hefboomplekken met economisch intensiveringsperspectief. In logistieke knooppunten komen goederenstromen samen. Ze bieden potentieel voor intelligente logistieke ketens (labelen, verpakken,
3
ESPON 2013 Programme (2013) ESPON Atlas, Territorial Dimensions of the Europe 2020 Strategy, ESPON Coordination Unit, Luxembourg.
4
Cf. Engagementen in het kader van Pact 2020, ViA en in het kader van mededelingen van de Europese Commissie over de EU-biodiversiteitsstrategie voor 2020 (COM (2011) 244 final) en over groene infrastructuur (COM(2013) 249 final). Eind 2013 zal de Commissie een leidraad uitwerken om duidelijk te maken hoe groene infrastructuur in de periode van 2014 tot 2020 in de uitvoering van dat beleid kan worden geïntegreerd.
Ruimte voor morgen
wegen, overslag, verplaatsing …). Dat logistieke netwerk inbedden in het internationale (goederen)systeem, vormt een uitdaging waarvoor verhoogde samenwerking tussen economische logistieke activiteiten in de Noordwest-Europese Delta vereist is.
Uitdaging 2:
Een goede mix van effectieve instrumenten voor het uittekenen van ruimtelijke ontwikkelingen en realisatie op terrein Te complexe en te lange procedures, te weinig draagvlak of een te beperkte afstemming door centrale sectorale benaderingen belemmeren vaak de uitvoering van plannen of projecten. Die knelpunten staan investeringen in de weg en ontmoedigen initiatiefnemers. De inzet gaat uit naar een effectief instrumentarium, efficiënte en heldere regelgeving, en samenwerking tussen besturen. Dat moet toelaten flexibel en innovatief in te spelen op de snel veranderende samenleving, op het onvoorspelbare en het regionaal specifieke. Bottom-upinitiatieven worden gestimuleerd en ondersteund. Het is de uitdaging om beleidsplanning te installeren om ruimtelijke doelstellingen op lange termijn te formuleren, beleidskaders en programma’s te ontwikkelen voor thema’s en gebieden op kortere termijn, en acties te realiseren. Het is de uitdaging om met een realisatiegericht ruimtelijk ontwikkelingsbeleid, strategisch belangrijke ruimtelijke opgaven te realiseren in zowel de privé- als de publieke sector. Door (sectorale) ruimtevragen op elkaar af te stemmen, ontstaat synergetisch en innovatief ruimtegebruik. De gebiedsgerichte, geïntegreerde en netwerkbenadering leidt tot een betere inzet van publieke middelen, betere randvoorwaarden voor sociale en economische investeringen, en een groter maatschappelijk draagvlak en rendement. Met het ontwerpdecreet Complexe Projecten5 en het ontwerpdecreet Omgevingsvergunning6 is de basis gelegd voor een efficiënt en effectief instrumentarium7. Het geïntegreerd vergunnings- en planningsproces legt de nadruk op het vooroverleg, op de integratie van de effectenbeoordeling in het proces, en op een Vlaamse overheid die met één stem spreekt en faciliterend en stimulerend optreedt. De cel Vlaamse Investeringsprojecten (VIP) ondersteunt vandaag al proactief investeerders. De implementatie van die initiatieven is een uitdaging.
Uitdaging 3:
Ruimtelijke governance als basis voor maatschappelijk gedragen besluitvorming Een nieuwe bestuurlijke aanpak is nodig voor een duurzame en kwaliteitsvolle ruimtelijke ontwikkeling.
5
VR 2013 2405 DOC.0513 Complexe projecten
6
VR 20131907 Omgevingsvergunningendecreet (2de principiële goedkeuring voorontwerp).
7
In maart 2010 presenteerden de commissies Berx en Sauwens hun aanbevelingen over het versnellen en verbeteren van de procedures bij maatschappelijk belangrijke investeringsprojecten. De Vlaamse Regering presenteerde haar Visienotavisienota, die de aanbevelingen concretiseert, op 15 oktober 2010.
01 / THEMASPECIFIEKE OMGEVINGSANALYSE
Participatie en coproductie waarborgen een gedragen procesvoering. We staan voor een ruimtelijk ontwikkelingsbeleid waarbij ieder bestuur zich toespitst op zijn subsidiaire opdrachten. Vlaanderen ondersteunt, initieert en trekt waar nodig, vanuit zijn eigen processen en middelen. Die benadering vraagt om een cultuurverandering en houdt rekening met een aantal belangrijke maatschappelijke verschuivingen. Innovatie komt meer vanuit de gemeenschap naar boven (bottom-up), vanuit vertrouwen, en speelt in op de lokale eigenheid.8
Paradigmashift Exploitation model Co-operation model Economic profit Societal profit Linear processes Circular processes Deriving values Creating values Individual-driven Community-driven
Maatschappij Certainties Uncertainties Physical Virtual/hybrid Ownership Usage Top-down Bottom-up Global Glocal
Waarden Effectiveness Quality/time Efficiency Trust Control Space Rule-driven Choice of freedom Costs Benefits 9
Het geschetste samenspel van besturen is projectgedreven. Het concreet definiëren van een project en de doelstellingen die ermee worden nagestreefd, maakt het mogelijk om verantwoordelijkheden af te bakenen en het maatschappelijk draagvlak te vergroten. Dat verhoogt de kans op realisatie, wat tegemoetkomt aan een reële zorg van zowel overheid als investeerder. Het ontwerpdecreet Complexe Projecten zet in op die cultuurverandering.9 Daarbij evolueren we van een sterk centraal gestuurd ruimtelijk ontwikkelingssysteem naar een samenspel van bestuurlijke partners, waarin ieder zijn eigen verantwoordelijkheid heeft en opneemt. Dat komt alleen tot zijn recht bij voldoende bestuurskracht en is nodig om de legitimiteit van de overheid te versterken. Een hernieuwd vertrouwen tussen overheid en burger is de doelstelling.
8
Cf. J. Rotmans, ‘In het oog van de orkaan’, 2013: ‘Om de noodzakelijke veranderingen te realiseren zijn breuklijnen nodig om sociale reproductie (van burger tot ambtenaren die het systeem zien continueren) te doorbreken. Belangrijk is dat innovatie mede van bottom up komt (community driven), vanuit trust en local benefits.’
9
Jan Rotmans, 2013, “In het oog van de Orkaan. Old world view New world view.”
Ruimte voor morgen
02 / STRATEGISCHE DOELSTELLINGEN EN BELEIDSVOORSTELLEN
2.1 Algemene ambitie en visie
Visie: Ruimte als integrerend kader In een complexe en sterk verstedelijkte regio kan alleen een geïntegreerde ruimtelijke ontwikkeling leiden tot maatschappelijk gedragen beslissingen. Het maakt goed onderbouwde keuzes vanuit een gedragen ruimtelijke visie in het belang van en met meerwaarde voor de samenleving. Het speelt in op de behoeften van een snel veranderende samenleving met gepaste en efficiënte instrumenten, vanuit een gebiedsgerichte en projectmatige aanpak en met sterke engagementen van de betrokken sectoren en stakeholders. De Vlaamse ruimte is schaars. Een verantwoorde inzet ervan is meer dan ooit aan de orde. Een kwaliteitsvolle10 en duurzame ruimtelijke organisatie is een sterke katalysator voor maatschappelijke ontwikkeling. Het noodzaakt afstemming tussen ruimtelijke en (inter)sectorale beleidskeuzes. Bovendien wordt het Vlaamse ruimtelijk beleid in toenemende mate gestuurd door Europese beleidskaders (bijvoorbeeld Europa 2020 strategie, Cohesiebeleid …) en door (beleids-)ontwikkelingen in nabijgelegen regio’s. Het ruimtelijk beleid in Vlaanderen speelt een belangrijke regierol in het faciliteren ervan. Ambitie: De Vlaamse ruimtelijke netwerken versterken binnen Europa Steden, stedelijke regio’s en het omvattende stedelijk netwerk zijn de motor van de samenleving. Ruimtelijke herverdelingsvraagstukken worden in die context opgelost. Vlaanderen vormt een logistieke draaischijf in Europa en wil door het slim organiseren en ontwikkelen van het logistiek systeem in de ruimte, een maximale maatschappelijke meerwaarde genereren. Ook de vergroening van de mobiliteit draagt daartoe bij. Met de ontwikkeling van een veerkrachtig openruimtenetwerk houden we het stedelijk netwerk leefbaar, dringen we luchtverontreiniging terug met het oog op het klimaat- en gezondheidsbeleid, stoppen we de teruggang van de biodiversiteit, en benutten we het ruimtelijke kapitaal van relatief kleinschalige landschappen en groenstedelijke ruimtes dat Vlaanderen rijk is ... We zetten ruimtelijke ontwikkelingsagenda’s en sterke coalities van betrokken besturen en belanghebbenden in om territoriale win-winsituaties en synergieën te realiseren via financiële middelen en beleidsinitiatieven, gekoppeld aan gebieden.
10
Beleidsplan Ruimte Vlaanderen - Groenboek p. 24; ‘We bewaken het samengaan van vier kwaliteitsaspecten: locatiekeuze, gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde.’
02 / STRATEGISCHE DOELSTELLINGEN EN BELEIDSVOORSTELLEN
Met het oog op de ruimtelijke samenhang zetten we in op grensoverschrijdende samenwerking. We nemen de Europese context proactief op bij het maken van strategische keuzes.
2.2
Strategische doelstellingen en beleidsvoorstellen
Uitgaande van de ruimtelijke uitdagingen definiëren we strategische keuzes op lange termijn en strategische doelstellingen op korte termijn. We doen concrete beleidsvoorstellen als hefboom voor het realiseren van bovenstaande ambities.
2.1.1 Definiëring maatschappelijke opgaven op korte termijn
2.1.1.1 Ondersteunen en regisseren van Vlaamse prioriteiten met ruimtelijke impact Voor diverse prioritaire Vlaamse doelstellingen vormt ruimte een kritieke succesfactor. De grootste ruimtelijke voetafdruk wordt veroorzaakt door wonen, transport en voeding. Ook energie- en watervoorziening vergen hernieuwde ruimtelijke kaders. De stedelijke functies nemen steeds meer oppervlakte in. De verstedelijkingsdruk – inclusief randeffecten zoals vertuining en verpaarding – weegt op de open ruimte en het landbouwareaal. De ruimtelijke invulling van maatschappelijke vragen verandert snel en houdt rekening met effecten zoals milieuhinder, erosie, fijn stof, geluidshinder, bodemverontreiniging, sociale cohesie … Ze streeft een winwinsituatie na voor diverse belanghebbenden. Het Vlaamse grondgebied kan niet langer sectoraal ingedeeld worden. Het vernieuwde ruimtelijk beleid regisseert de afstemming van de sectorale doelstellingen vanuit een eigen beleidskader dat in coproductie opgesteld wordt. Ondertussen blijven de bindende bepalingen uit het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen van kracht. De belanghebbenden – de Vlaamse overheid, lokale besturen, onderwijsverstrekkers, zorginstellingen, dienstverleners … – staan voor de uitdaging om in bijkomende infrastructuur te voorzien: scholen, welzijnsvoorzieningen, zorginstellingen, bibliotheken, sportinfrastructuur, jeugdinfrastructuur (veel bespeelbare ruimte wordt nu niet ontsloten en heel wat lokalen voor jeugdverenigingen verdwijnen). … Kinderen en jongeren verdienen erkenning als mede-eigenaars van de publieke ruimte. Een inhaaloperatie, middels een combinatie van nieuwbouw, hergebruik en renovatie, dringt zich op. Structurele samenwerking is nodig voor een totaaloplossing die tegemoetkomt aan zowel ruimtelijke, economische, ecologische als sociaal-culturele doelstellingen: ruimte-inname, bijkomende mobiliteit, milieu-impact … Samenwerking tussen sectoren en een faciliterende overheid bieden ruimte voor innovatieve oplossingen, zoals meervoudig ruimtegebruik (bijvoorbeeld in de vorm van een verweving van een innovatiecampus met bedrijven en dienstinstellingen). Om de economische attractiviteit en het innovatiepotentieel van steden te versterken, en vraag en aanbod op het vlak van werk lokaal op elkaar af te stemmen, zijn de omgevingskenmerken van de steden – zoals het vestigingsklimaat voor wonen en werken – bepalend. Het vergroten van het werkaanbod of het creëren van bijkomende jobs voedt de vraag naar bijkomende ruimte. Het vernieuwde ruimtelijk
Ruimte voor morgen
beleid stemt de ruimtelijke inplanting en intensivering van het aanbod aan woon-werkvoorzieningen en vervoersmodi op elkaar af en zorgt voor goede verbindingen en gepaste gebiedskenmerken. Zo ondersteunt ze de concurrentiekracht van de regio. In de ondersteuning van ondernemingen vormt een aangepaste ruimtelijke inplanting een belangrijke factor. Kenmerken van de locatie en vestigingsplaatseisen van de onderneming moeten goed bij elkaar aansluiten. Naargelang van de levensfase van een onderneming veranderen haar ruimtevraag en locatievereisten. Het door een gericht locatiebeleid op elkaar afstemmen van economische activiteiten die complementair, dan wel synergetisch zijn, kan zowel economische, ecologische als maatschappelijke voordelen teweegbrengen (bijvoorbeeld door gebruik van restwarmte). Korte- en langetermijnbehoeften vragen een maatschappelijke afweging. Het reactiveren van verontreinigde gronden kan een belangrijke rol spelen in het invullen van economische ruimte. Ruimte voor economische speerpuntsectoren en logistiek is belangrijk. In overeenstemming met de doelstelling van het (ontwerp)witboek Beleidsplan Ruimte Vlaanderen benaderen we het ruimtelijk vraagstuk integraal. In het kader van het bedrijfshuisvestingsbeleid verweven we waar het kan en scheiden we waar het moet. Zo kunnen we – om de competitiviteit te verhogen – de investeringen versnellen en een zuinig ruimtegebruik aanmoedigen. Bij verlies van economische productieruimte moeten ook zwakkere economische actoren kansen krijgen. De demografische evolutie stelt een stijgende vraag naar het aantal wooneenheden in het vooruitzicht. De strengere Europese bouweisen, onder meer inzake energieverbruik, vormen financiële en ruimtelijke uitdagingen. Ze moeten worden opgenomen in een gericht gebouweninnovatiebeleid. Voor infrastructuren ligt het accent op de realisatie van diverse Vlaamse projecten, zoals de missing links: de ombouw van wegen tot een hoger wegennet (N49, A12, noordelijk deel van de RO, de sluiting van de ring rond Antwerpen ...), de ingrepen bij hoofddragers van openbaar vervoer waarbij ook nieuwe woon- en werkontwikkelingen worden afgestemd, het voltooien van het energienetwerk … Het ruimtelijk ontwikkelingsbeleid moet ook de flankerende maatregelen – die samengaan met de sectorale opgaven (realisatie via een locatiebeleid en overige vereffeningsmechanismen) – goed in beeld brengen en realiseren.
SD1. Het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen bewerkstelligt het systeem van beleidsplanning Om te anticiperen op de maatschappelijke dynamieken en ontwikkelingskansen, zetten we beleidsplanning op als een continu en integrerend proces. Ruimtelijke beleidskaders en actieprogramma’s worden tijdig aangeboden om maatschappelijke ontwikkeling mogelijk te maken. Het witboek Beleidsplan Ruimte Vlaanderen vormt het fundament voor het hernieuwd ruimtelijk ontwikkelingsbeleid. Het legt de basis voor de vervanging van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV). Thematische en gebiedsgerichte beleidskaders faciliteren de continue ontwikkeling van de ruimte. Voor belangrijke thema’s en gebieden bieden ze inzicht in de manier waarop de ruimtelijke ontwikkeling op operationeel niveau gestalte krijgt. Een beleidskader wordt opgesteld voor thema’s en gebieden waarvoor
02 / STRATEGISCHE DOELSTELLINGEN EN BELEIDSVOORSTELLEN
in het traject naar het witboek Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV) een participatieproces is gestart: stedelijke regio’s, veerkrachtige landschappen en ruimtelijk rendement. De dynamiek van de beleidsplanning wordt verankerd in een meerjarenprogramma. Dat biedt een globaal overzicht van de op te stellen Vlaamse beleidskaders en actieprogramma’s voor de periode van één legislatuur. Het kan jaarlijks worden bijgesteld op basis van de maatschappelijke dynamiek en de Vlaamse prioriteiten. De actieprogramma’s benoemen prioritaire ontwikkelingsgebieden op het niveau van regio’s met belangrijke en complexe maatschappelijke opgaven (bijvoorbeeld de kustzone), prioritaire thema’s die een geïntegreerd ontwikkelingskader vergen (bijvoorbeeld logistieke ketens), grensoverschrijdende ontwikkelingsopgaven (bijvoorbeeld stedelijke regio Rijsel) en sectorale thema’s met een sterke ruimtelijke dimensie die worden uitgewerkt op aangeven van en in nauwe samenwerking met het beleidsdomein in kwestie (bijvoorbeeld wonen, infrastructuur, kennisclusters, diverse voorzieningen).
2.2.1.2 Prioriteiten uit het witboek Beleidsplan Ruimte Vlaanderen
SD2. Stedelijke regio’s, veerkrachtige landschappen, ruimtelijk rendement en ruimtelijke kwaliteit zijn prioriteiten uit het witboek Beleidsplan Vlaanderen Stedelijke regio’s Steden spelen een cruciale rol in de mondialisering. Ze vormen de motor van economie, welvaart, sociaalculturele ontwikkeling, en werk. Ze krijgen als eerste te maken met zowel de nieuwe demografische en economische uitdagingen (bijvoorbeeld woon-werkverplaatsing, zorg, klimaatverandering - urban heat effect …) als met de effecten van de crisis, zoals de neerwaartse economie, de stagnatie van de vastgoedmarkt en de beperking van de overheidsmiddelen. Om die uitdagingen het hoofd te bieden en economisch concurrentieel te blijven, zijn een aantal stedelijke factoren essentieel: een goede ontsluiting en bereikbaarheid, aandacht voor de woningmarkt, een kwalitatieve, duurzame leefomgeving en het creëren van aantrekkelijke vestigingsmilieus voor het internationale bedrijfsleven en voor particulieren Een beleid van individuele besturen schept – als het ongewijzigd blijft – op grotere schaal een ruimtelijke uitsortering van woonmilieus en economische activiteiten, die ongelijkheden versterkt en hogere doelstellingen van het ruimtelijk beleid ondermijnt. Zo geeft de burger bij een overaanbod aan bouwgrond de voorkeur aan woonontwikkeling buiten de kernen van het stedelijk netwerk, in plaats van de duurdere herontwikkeling in stedelijke regio’s.11 De ruimtelijke uitdagingen stoppen niet bij morfologische, planologische, bestuurlijke of administratieve grenzen. Het oplossen van het ruimtelijk verdeelvraagstuk en de opbouw van ruimtelijke systemen – zoals vervoer, woon-werkverkeer – vragen een integrale geografische en functionele benadering van de stad en haar omgeving én de samenwerking tussen individuele besturen. Het overstijgt het stedelijk centrum en de individuele randgemeente. Die functionele verbanden – veelal tussen stad en rand – leiden tot begrippen als ‘stadsgewest’ of ‘stedelijke regio’. Het gaat om een stedelijk centrum met een zekere omvang, een werkgelegenheidsaanbod en andere
11
(Needham 2003).
Ruimte voor morgen
centrumfuncties, die grotendeels worden ingevuld door de bewoners van de randgemeenten. Omgekeerd worden heel wat functies in de stedelijke rand (bijvoorbeeld recreatie) mee door de stedelijke bewoners ingevuld. Vlaanderen bestaat uit een aaneenschakeling van elkaar overlappende stedelijke regio’s. De bestaande functioneel-ruimtelijke verbanden zijn met het (administratieve) selectie- en afbakeningsbeleid niet in rekening gebracht. Door uit te gaan van de functioneel stedelijke regio waarbinnen het dagelijkse leven zich afspeelt, kunnen we verdeelvraagstukken beter oplossen en overheidsinvesteringen efficiënter inzetten. Gevolgen zijn een grotere maatschappelijke winst en een betere service aan de burgers. In die ruimtelijke context is het ook mogelijk om voor- en nadelen van de stedelijke ontwikkeling (sociaal, milieu ...) beter op te vangen. Het beheer en de ontwikkeling van het stedelijk-regionaal functioneren is een grote ruimtelijke uitdaging. Het beleidsplan Vlaanderen biedt met die benadering een alternatief voor het stedelijk gebiedsbeleid uit het RSV. De morfologische benadering – gebaseerd op het trekken van afbakeningslijnen – evolueert naar een ontwikkelingsgericht model voor goed gesitueerde kernen binnen functioneel samenhangende stedelijke regio’s waarbinnen het verdeelvraagstuk een gemeentegrensoverschrijdende oplossing krijgt. Vlaanderen participeert daarin met een Vlaamse agenda (wonen, zorg, economie, scholen …). Bij gebrek aan bottom-upinitiatieven initieert Vlaanderen. Via proefprojecten stimuleert het Vlaams ruimtelijk beleid de ontwikkeling van stedelijke regio’s. De beleidsmatige en juridische mogelijkheden moeten daarop afgestemd worden. Veerkrachtige landschappen ‘Veerkrachtige landschappen’ is de opvolger van het buitengebiedbeleid uit het RSV. Het vertrekt vanuit een brede kijk op de ontwikkeling van de open ruimte. De open ruimte beschouwen we als een productief en fundamenteel onderdeel van de Vlaamse ruimte. Daarbij denken we onder andere aan:
•• •• •• ••
het vrijwaren van voldoende onbebouwde open ruimte voor noodzakelijke ecosysteemdiensten, zoals voedselproductie, zoetwatervoorziening, waterberging, klimaatregulering en biodiversiteit en groene infrastructuur12; het ontwikkelen van nieuwe openruimtefuncties, zoals hernieuwbare energiewinning; het versterken van de ruimtelijke veerkracht door de ruimte klimaatbestendig in te richten; het stoppen van verdere versnippering van de open ruimte en verzegeling van bodem.
Samen met het beleidskader ‘stedelijke regio’s’ doorbreekt dit beleidskader de strikte dichotomie van stad en land (bijvoorbeeld de groenblauwe dooradering van de bebouwde en onbebouwde ruimte). De uitbouw en optimalisatie van de stedelijke kernen en regio’s in relatie tot het openruimtenetwerk zijn essentieel om tot gezamenlijke ontwikkelingsdoelstellingen en actiepunten te komen. We verbeteren de territoriale connectiviteit niet alleen op het gebied van mobiliteit en informatietechnologie. Ook energieen distributienetwerken en ecologische netwerken en systemen bepalen de harmonieuze en duurzame ontwikkeling van Vlaanderen. Binnen die context beschouwen we de stedelijke regio als een ‘ecosysteem’, met aandacht voor stadsgroen en -natuur, biodiversiteit, en water.
12
Mededeling van de Europese Commissie van 6 mei 2013 over ‘Groene Infrastructuur (GI) – Versterking van Europa’s natuurlijke kapitaal’, COM (2013) 249 final.
02 / STRATEGISCHE DOELSTELLINGEN EN BELEIDSVOORSTELLEN
Kwaliteitsvolle hedendaagse en cultuurhistorische landschappen dragen bij aan de onderscheidende identiteit van de Vlaamse regio’s en hun economische ontwikkeling. Ze versterken de belevings- en toekomstwaarde van een gebied. Een analyse van het landschap legt de fysische, cultureel-geografische en historische gegevens bloot die bepalend zijn voor het uitzicht. De maatschappelijke ontwikkelingen laten voortbouwen op de karakteristieken van het landschap, waarborgt de kwaliteit van het toekomstige landschap. Het platteland is de laatste decennia veranderd van monofunctionele agrarische productieruimte naar multifunctionele consumptieruimte: naast landbouw kregen ook natuur, landschap, recreatie, toerisme en nieuwe economische dragers er een plaats.13 Het ruimtelijk beleid blijft gericht op het tegengaan van versnippering en fragmentatie door het vrijwaren van grote aaneengesloten openruimtegebieden en de robuuste verbindingen ertussen. We willen bijkomende bebouwing vermijden en inzetten op het herstel en de verbetering van de connectiviteit tussen de onderdelen van het openruimtenetwerk. Nieuwe ontwikkelingen voor wonen, werken of recreëren situeren we maximaal binnen de bebouwde ruimte. Zo blijft de onbebouwde open ruimte voorbehouden voor essentiële functies als water- en biodiversiteitsbeheer, de winning van voedsel, energie of grondstoffen, en functies die geen druk creëren op de open ruimte, zoals zachte recreatie. Kennis van de achterliggende krachten of invloeden die leiden tot verandering van open en verstedelijkte landschappen, vormt de basis van gebiedsgerichte ontwikkelingen en versterkt de kwaliteit van het openruimtenetwerk.14 Het Vlaams ruimtelijk beleid zet bovenlokale ruimtelijke investeringsprojecten op waar de veerkrachtsopgave urgent is: in gebieden die gevoelig zijn voor veranderingen. Het gaat om gebieden die vandaag al blootgesteld zijn aan de gevolgen van de klimaatverandering, waarvoor een klimaatbestendige inrichting prioritair is. Het gaat tevens om gebieden die geconfronteerd worden met economische of demografische transities en waarvoor kansen bestaan voor radicale omslag naar veerkrachtige ruimten. We sensibiliseren lokale besturen, partners en individuele burgers om zo veel mogelijk maatregelen te realiseren. Alleen zo kunnen we de maatschappelijke kosten beperken en de leefbaarheid in onze regio verzekeren. Ruimtelijk rendement Een serie generieke beleidsmaatregelen spelen in op de bepalende krachten voor ruimtelijk rendement. Vlaanderen is een dichtbevolkte regio. Op basis van de huidige inzichten verwachten we dat de bevolking de komende decennia verder toeneemt. Om de maatschappelijke kosten te beheersen van de ruimte die daar bijkomend voor nodig is, verhogen we het rendement van de ruimte. We organiseren meer activiteiten op minder ruimte (bijvoorbeeld via verantwoorde hogere dichtheden, verweving van activiteiten, een doordachter hergebruik en omkeerbaar ruimtegebruik). Zo verlaagt tegelijk de druk op de open ruimte.
13
Scott et al., 2011; Heins 2004; A. Pisman, P. Vervoort, I. Appermont, ‘Ontwikkeling van open regio’s in Vlaanderen, een verzameling van kleine verhalen. Denkpistes voor een vernieuwd ruimtelijk beleid bij de ontwikkeling van de open regio’s in Vlaanderen’, bijdrage n.a.v. de Plandag 2013.
14
A. Pisman, P. Vervoort, I. Appermont, ‘Ontwikkeling van open regio’s in Vlaanderen, een verzameling van kleine verhalen. Denkpistes voor een vernieuwd ruimtelijk beleid bij de ontwikkeling van de open regio’s in Vlaanderen’, bijdrage n.a.v. de Plandag 2013.
Ruimte voor morgen
Het onderdeel ‘groen en dynamisch stedengewest’ neemt de ambitie op om bodemafdichting sterk te vertragen en tot een nul-netto-evenwicht te brengen tegen 2050.15 Vandaag al is een dalende trend waar te nemen in het ruimtebeslag: burgers en de bouwsector gaan al verantwoorder om met de schaarse ruimte. Het Vlaams ruimtelijk beleid wil die tendens versterken door maatschappelijke activiteiten te ontwikkelen binnen een efficiënt ruimtegebruik. Het beleid kan dat optimaliseren door functies te scheiden waar dat nodig is, of ze te verweven waar opportuniteiten bestaan voor synergie. Ter ondersteuning van een hoger ruimtelijk rendement zijn een stimulerend beleid en aangepaste instrumenten (bijvoorbeeld grond- en pandenbeleid) nodig, die transformaties vergemakkelijken. Ruimtelijke kwaliteit Het toekomstige ruimtelijke beleid gaat uit van een netwerkbenadering (stedelijk-, open ruimte- en logistiek netwerk). De verschillende ruimtelijke netwerken interfereren met elkaar en bepalen hoe de ruimte zal functioneren. Het ruimtelijk beleid maakt keuzes binnen deze ruimtelijke netwerken zodat de versterking van het ene netwerk zal plaatsvinden zonder het functioneren en ontwikkelen van de andere netwerken te hypothekeren. Om Vlaanderen voor haar gebruikers leefbaar, aangenaam en aantrekkelijk te houden en maken is naast het inzetten op het goed ruimtelijk functioneren van deze netwerken het nastreven van ruimtelijke kwaliteit een voorwaarde. Ruimtelijke kwaliteit wordt bepaald door het gebiedsgericht samenspel tussen locatiekeuze, gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde. Het is echter een moeilijk hanteerbaar begrip want het is gebonden aan de intrinsieke en contextuele elementen van een plek en aan de subjectieve appreciatie van haar gebruikers. Een enkelvoudige, sluitende en toepasbare definitie van ruimtelijke kwaliteit is dan ook niet haalbaar. Toch wil het beleid in de toekomst ruimtelijke kwaliteit stimuleren door het begrip inhoudelijk te verduidelijken en door ruimtelijke kwaliteit in te bedden in ruimtelijke processen .
Beleidsvoorstel 1:
De Vlaamse Regering keurt het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV) goed op basis van de uitkomsten van de publieke consultatie en verankert decretaal de beleidsplanning. De modernisering van het plansysteem – waarbij de structuurplanning evolueert naar een volwaardig systeem van beleidsplanning – krijgt haar beslag in een wijziging van de VCRO. De decretale onderbouwing van de beleidsplanning gebeurt op basis van de principiële krijtlijnen uit het witboek BRV. Concreet keurt de Vlaamse Regering het BRV definitief goed en wijzigt ze de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO).
15
Zie ook ‘Roadmap to a Resource Efficient Europe (COM(2011) 571’ waarin wordt vooropgesteld dat tegen 2020 het EU-beleid zijn impact op landgebruik in rekening moet brengen met tot doel geen nettolandinname tegen 2050.
02 / STRATEGISCHE DOELSTELLINGEN EN BELEIDSVOORSTELLEN
Beleidsvoorstel 2:
De Vlaamse Regering stelt een rollend meerjarenprogramma beleidsplanning Ruimte op. Dat laat toe op strategisch niveau binnen iedere legislatuur de juiste ruimtelijke keuzes te maken en nieuwe accenten te leggen op basis van de prioriteiten die zich op dat moment stellen. Concreet stelt de Vlaamse Regering jaarlijks drie tot vijf beleidskaders en/of actieprogramma’s vast. Daarbij gaat permanente zorg naar:
•• •• ••
communicatie en draagvlakcreatie die het proces van beleidsplanning ondersteunen; periodieke monitoring, voor een transparante realisatie van de ontwikkelingsdoelen; een model voor ruimtelijke governance en permanente vernieuwing van het (ruimtelijk) instrumentarium.
2.2.2 Investeren in territoriale cohesie
2.2.2.1 Strategische langetermijndoelstellingen Vlaanderen ligt centraal in de Noordwest-Europese Delta, die meer dan 35 miljoen inwoners vertegenwoordigt. Ze gaat de concurrentie aan met regio’s zoals São Paulo en Singapore. Ze is opgebouwd uit metropolitaanse bouwblokken, zoals de Randstad en het Ruhrgebied. Door slimme specialisatie kunnen de bouwblokken elkaar aanvullen. Door een kwalitatief uitgebouwd stedelijk en infrastructuurnetwerk kan Vlaanderen extra bijdragen aan het uitgroeien van de Delta tot een innovatieve topregio.
SD3. Investeren in meerkernige stedelijke, infrastructuur- en openruimtenetwerken Het meerkernig stedelijk en infrastructuurnetwerk De Europese Territoriale Agenda16 stelt tegen 2020 de versterking van de territoriale cohesie voorop, door bij te dragen aan een duurzame economische groei, het creëren van werkgelegenheid en sociale en ecologische ontwikkeling in alle Europese regio’s. De agenda biedt een ruimtelijk antwoord op maatschappelijke uitdagingen vanuit het meerkernig stedelijk netwerk. Ze daagt uit om op een betere manier gebruik te maken van de beschikbare grondstoffen. Opdat Vlaanderen zich verder ontwikkelt als economische topregio, staan belangrijke ruimtelijkeconomische investeringen centraal. Vlaanderen bestaat uit een aaneenschakeling van elkaar overlappende stedelijke regio’s en logistieke ketens. De versterking daarvan – met bijvoorbeeld investeringen in logistieke poorten – zet in op interconnectiviteit, specialisatie en complementariteit. De stedelijke regio’s vervullen een functioneel en economisch complementaire rol in het netwerk. Door samenwerking kunnen we complementaire troeven inzetten en het meerkernig netwerk Vlaanderen verder uitbouwen.
16
European Commission, 2011.
Ruimte voor morgen
Ruimtelijke investeringen moeten daarom enerzijds bijdragen aan een harmonieuze en duurzame ontwikkeling van geografische gebieden met uiteenlopende kenmerken en mogelijkheden. Anderzijds moeten ze een evenwichtige ontwikkeling bevorderen van het hele (Vlaamse en) Europese grondgebied. We zetten in op territoriale diversiteit als troef voor regionale competitiviteit. Die beleidsaanpak wordt omschreven als ‘territoriale cohesie’; het is sinds het Verdrag van Lissabon (2009) een uitdrukkelijke doelstelling van de Europese Unie. Territoriale cohesie gaat hand in hand met sociale en economische cohesie. Door ruimtelijke investeringen in de logistieke en stedelijke netwerken, en een harmonieuze territoriale ontwikkeling, versterkt Vlaanderen zijn positie in het netwerk van wereldsteden en -regio’s. Ontwikkeling van een openruimtenetwerk Om een kwalitatieve en duurzame versterking van het stedelijk en het infrastructuurnetwerk te realiseren, moeten we ook het openruimtenetwerk ontwikkelen: de groenblauwe verbindingen tussen het geheel van grote en aaneengesloten openruimtegebieden. Het openruimtenetwerk omvat zowel kerngebieden voor biodiversiteitsbehoud en voedselproductie, het netwerk van rivier- en beekvalleien, als het fijnmazig netwerk van openruimtegebieden en -verbindingen doorheen bebouwde gebieden. De ontwikkeling van het openruimtenetwerk heeft tot doel:
•• •• ••
de ontwikkelingskansen te vergroten door verankering van veerkrachtige landschappen in een netwerk; kerngebieden voor biodiversiteitsbehoud en de functionele verbindingen ertussen te versterken voor de instandhouding van plant- en diersoorten17; toegang vanuit woonomgevingen tot groene ruimte en het daaraan gekoppelde netwerk aan te bieden binnen fiets- of wandelbereik.
We herstellen ecosystemen en verbeteren de connectiviteit van ecologische netwerken door de ontwikkeling van grote aaneengesloten openruimtegebieden op een veerkrachtige manier. We passen de inrichting ervan aan om een omslag te realiseren naar een hulpbronnenefficiënte, koolstofarme en klimaatbestendige landen bosbouwsector. Zo kunnen we onder meer schade door overstromingen vermijden en watervoorraden verzekeren, en nieuwe vormen van grootschalige hernieuwbare energie- en grondstoffenwinningen mogelijk maken.
SD4. Inzetten op multilevel-governance 2.2.2.2. Grens- en sectoroverstijgende territoriale multilevel-governance Ontwikkelingskansen laten zich steeds minder onder één sectorale paraplu thuisbrengen. Denk maar aan energievoorziening, biodiversiteit, demografische ontwikkelingen, armoedebestrijding, economische vernieuwing, diversifiëring van de landbouw, het voorzien van een materialenkringloop … Zowel voor
17
Het ruimtelijk beleid neemt zijn verantwoordelijkheid op bij de realisatie van de engagementen die Vlaanderen is aangegaan op basis van Europese afspraken (cf. Vlaamse Overheid, Pact 2020. Vlaanderen in Actie. Europese Commissie (2011), Mededeling van de Commissie, ‘Onze levensverzekering, ons natuurlijk kapitaal: een EU biodiversiteitsstrategie voor 2020’, 3.5.2011, COM(2011) 244 final, Brussel.
02 / STRATEGISCHE DOELSTELLINGEN EN BELEIDSVOORSTELLEN
kennisopbouw als voor de realisatie is territoriale samenwerking nodig. Het territorium vormt daarbij het integrerend kader. Dat veronderstelt een beleidsaanpak waarbij we grenzen tussen regio’s, bestuursniveaus, beleidsdomeinen en stakeholders doorbreken.
2.2.2.3. Boven-Vlaamse multilevel-governance Het is van belang dat de federale aanspraken op het ruimtelijk beleid – waaronder de beleidsopties voor de kust – op Vlaams niveau worden afgetoetst. Ze moeten binnen een internationaal ruimtelijk kader worden gesitueerd, en afgestemd worden op diverse sectorale behoeften. Diverse ontwikkelingen op het terrein en de beleidskeuzes die de drie gewesten maken, hebben gewestgrensoverschrijdende effecten. De drie gewesten werken aan een bijstelling van de strategische ruimtelijke beleidsplannen op lange termijn. In het kader van het witboek Beleidsplan Ruimte Vlaanderen, ruimtelijke beleidskaders, ontwikkelingsprogramma’s en de uitvoeringsplannen erbij worden synergieën gezocht. We moeten een antwoord zoeken op gemeenschappelijke stedelijke uitdagingen die zich voordoen in de context van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest in zijn ruimtelijke interactie met Vlaanderen. Dat kan door:
•• •• •• •• ••
Tijdens het intergewestelijk overleg af te stemmen rond visie, beleid, instrumentaria en governance18; de connectiviteit te verzekeren via ruimtelijke oplossingen (bijvoorbeeld de RO, een integrale visie op het openbaar vervoer, meer synergie tussen voorzieningen zoals wonen, werken enzovoort); te zorgen voor de opvang van de bevolkingstoename in het hele stedelijk netwerk; het economisch, ecologisch en openruimtebeleid op elkaar af te stemmen; de stedelijke activiteiten in het ‘Brussel buiten Brussel’ te definiëren enzovoort.
Daarnaast zijn er ook belangrijke grensoverschrijdende interacties met andere regio’s en steden. Het verst staat de Eurometropool Lille-Kortrijk-Moeskroen-Doornik, waar een Europese Groepering voor Territoriale Samenwerking (EGTS) de samenwerking vorm geeft. Daarnaast is er het MHAL (Maastricht, HeerlenHasselt-Genk, Aken en Luik) als grensoverschrijdend netwerk. Eindhoven verdient hier een vermelding als kennispool. Het creëren van een win-winsituatie is afhankelijk van grensoverschrijdende samenwerking.
SD5. Evidence-based beleid met focus op ontwikkelingskansen Het vertrekpunt van de beleidsvoering in een geografisch gebied is inzicht in het ontwikkelingskapitaal. Om een evenwichtige ontwikkeling van diverse geografische gebieden in Vlaanderen te verzekeren, is inzicht in de ruimtelijke samenhang en diversiteit essentieel.
18
Ook het ‘Brussels Metropolitan’-verhaal (http://www.brusselsmetropolitan.eu/) kan actief worden opgenomen.
Ruimte voor morgen
Onzekerheidsmarges bij heel wat maatschappelijke uitdagingen kunnen de keuzes voor gewenste toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen sterk beïnvloeden. Daarom zijn scenario’s en een beleid dat op wetenschappelijk onderzoek gebaseerd is, noodzakelijk. Ook de uitwisseling van kennis binnen en buiten de Vlaamse overheid creëert een grotere synergie. Om het stedelijke, het openruimte- en het logistieke netwerk met aandacht voor territoriale cohesie te versterken, formuleert de Vlaamse Regering ontwikkelingsprogramma’s die een geïntegreerd kader behoeven en die op aangeven van en in nauwe samenwerking met het beleidsdomein in kwestie worden uitgewerkt.
Beleidsvoorstel 3:
De Vlaamse Regering versterkt de ruimtelijk samenhang en territoriale cohesie in Vlaanderen De volgende realisaties zijn prioritair:
•• •• •• ••
••
de missing links en infrastructuurnetwerken met een sterk ontwikkelingspotentieel in het metropolitaans kerngebied (Antwerpen, Mechelen, Leuven, Brussel, Aalst, Gent); de ruimtelijke ontwikkeling van performant functionerende poorten in de context van een Europese delta – zoals havengebieden, luchthavens, HST – en aansluitend de ontwikkeling van logistieke ketens; de ontwikkeling van woningen, kennisclusters, diverse voorzieningen, ondernemingen … die vragen naar hernieuwde ruimtelijke verbindingen; een actief ontwikkelingsbeleid voor netwerken van grote aaneengesloten openruimtegebieden in transformatie, en robuuste openruimteverbindingen. Een openruimtenetwerk in strategische gebieden om mee invulling te geven aan de Vlaamse opgaves inzake water, klimaatbestendigheid, energie, bodemkwaliteit, biodiversiteit, Natura 2000 … De ontwikkeling van het fijnmazig netwerk van groenblauwe aders, enerzijds door generieke beleidsmaatregelen, anderzijds door lokale besturen te stimuleren om voor de realisatie met elkaar en met openruimte-investeerders samen te werken; ruimtelijke kennisverwerving en inzet op (Europees) ruimtelijk onderzoek in het kader van territoriale ontwikkeling. We vormen een Europese Groepering voor Territoriale Samenwerking met de drie Belgische gewesten en ondersteunen met Luxemburg een nieuwe programmastructuur voor de periode na 2013.
Beleidsvoorstel 4:
De Vlaamse Regering versterkt de grensoverschrijdende ruimtelijke samenwerking Zonder afbreuk te doen aan de eigen gewestelijke bevoegdheid inzake ruimtelijk ordening, beoogt de Vlaamse Regering win-winsituaties door het ontwikkelen van grensoverschrijdend beleid en grensoverschrijdende projecten. Selectieve ruimtelijke investeringen en beleidsmatige en gebiedsgerichte programma’s worden continu ingebracht binnen de bestaande fora of het partnerschapoverleg (bijvoorbeeld het Informatieforum Ruimtelijke Ordening tussen de drie Belgische gewesten) om complementariteit en diversiteit te versterken.
02 / STRATEGISCHE DOELSTELLINGEN EN BELEIDSVOORSTELLEN
Binnen dat actieprogramma vormt de maritieme ruimtelijke ordening – vandaag opgenomen op federaal niveau – een specifiek aandachtspunt. De maritieme ruimtelijke ordening kan niet los gezien worden van de beleidsopties die – internationaal en in Vlaanderen – ontwikkeld worden in samenwerking met verschillende beleidsdomeinen en -sectoren. De traditionele kustverdediging, het toerisme, maar ook projecten als de Vlaamse Baaien en het energiebeleid interfereren met de federale maritieme ruimtelijke ordening.
2.2.3 Inzetten op ruimtelijke transitie
2.2.3.1 Strategische langetermijndoelstellingen
SD6. Prioritaire ontwikkelingsgebieden op schaal van de stedelijke regio’s In het kader van de hernieuwde beleidsplanning erkennen we ontwikkelingsgebieden op schaal van de stedelijke regio’s met belangrijke en complexe maatschappelijke opgaven. De gebieden met de grootste uitdagingen zijn het functioneel gebied Brussel, Antwerpen, Gent en Leuven, en de regioCentraal-Limburg. In het gebied Brussel, Antwerpen, Gent en Leuven zijn heel wat ruimtelijke ontwikkelingen aan de gang: het uitbreiden van de luchthaven van Zaventem, de verdichting van het gebied Vilvoorde-Machelen, het aanleggen van het voetbalstadion enzovoort. Willen we internationaal competitief zijn, dan moeten we die ontwikkelingen naar een hoger niveau tillen. Het goed functioneren van het ‘metropolitaan kerngebied’ is van cruciaal belang: het vormt immers een belangrijke motor voor Vlaanderen. In dat gebied trekken we investeringen aan, vergroten we de competitiviteit van Belgische bedrijven en creëren we welvaart. De uitdaging bestaat erin om de heersende dynamiek in dat gebied goed te benutten, om er zowel de economische kansen te grijpen als de leefkwaliteit te versterken. Centraal-Limburg wil zich ontwikkelen tot een innovatieve regio binnen de Vlaamse netwerkstructuur door wederzijdse versterking van de economische en ruimtelijke structuren. Het SALK leert dat bij de herstructurering van de regio niet op één economische speler mag ingezet worden (cf. Ford Genk), maar op een brede waaier van vernieuwende niche-economieën (duurzame energiesystemen, gepersonaliseerde zorgsystemen, circulaire economieën voor materiaal- en afvalbeheer …). Dergelijke economieën vragen creatieve ruimtelijke strategieën en synergieën. Precies de typische raakvlakken tussen stedelijk en landschappelijk systeem, eigen aan de regio, bieden daarvoor een troef.
SD7. Realisatie via een gebiedsgericht ruimtelijk ontwikkelingsbeleid Al te vaak bekampen verschillende sectoren elkaar vandaag met een exclusieve claim op de schaarse ruimte. Bovendien wordt de burger steeds mondiger en is een ‘juridisering’ van de ruimtelijke ontwikkeling aan de gang. Daardoor dreigt er een ruimtelijke stilstand, waarbij het onmogelijk wordt om het sterk groeiende aantal Vlamingen op een duurzame wijze een plaats te geven om te wonen, te werken, te recreëren en het landschap te beleven.
Ruimte voor morgen
Om het maatschappelijk draagvlak te vergroten, besturen te overtuigen en de (concurrerende) sectorale aanspraken te kanaliseren, is gebiedsgericht regisseren en beheren noodzakelijk. Het regisseren slaat zowel op het bepalen van de gebiedsagenda – Wie moet wat doen met het oog op welke doelstelling? – als op de uitvoering. De agenda omvat een territoriale coördinatie en afstemming van sectorale doelstellingen en investeringsprogramma’s via gericht project- en gebiedsmanagement. Besturen, belanghebbenden en burgers buigen zich als partners over zowel de opmaak als de realisatie van gebiedsgerichte actieprogramma’s. We realiseren daarbij telkens een territoriale win-winsituatie. Vlaanderen bepaalt zijn betrokkenheid (als initiator, deelnemer of opvolger) op basis van zijn eigen territoriale doelstellingen en het lokale initiatief en belang. Gebiedsgerichte actieprogramma’s kenmerken zich door een groot aanpassingsvermogen, zodat ze effectief kunnen inspelen op lokale en veranderende maatschappelijke condities.
Beleidsvoorstel 5:
De Vlaamse Regering formuleert een ontwikkelingsprogramma dat maatschappelijke uitdagingen een plaats geeft. De Vlaamse overheid maakt haar ontwikkelingsagenda op en stemt zijn middelen mee af op de gezamenlijke programma’s van lokale besturen. Vlaanderen voorziet in kader van het BRV daarvoor in een ruimtelijk ontwikkelingsbeleid en faciliteert en stimuleert het ontwikkelingsproces. De samenwerking tussen lokale besturen en stakeholders om gemeenschappelijke ruimtelijke ontwikkelingsprogramma’s op maat van een stedelijke regio uit te werken, stelt een gezamenlijke strategie over de ruimtelijke ontwikkeling en de realisatie van afgesproken en gevalideerde programma’s centraal.
Beleidsvoorstel 6:
De Vlaamse Regering neemt initiatief in prioritaire ontwikkelingsgebieden Vlaanderen initieert in prioritaire ontwikkelingsgebieden met complexe maatschappelijke opgaven door opmaak van actieprogramma’s, in partnerschap, gebaseerd op een Vlaamse agenda en het lokaal aanwezige ontwikkelingspotentieel. Vlaanderen zet in op ontwikkelingsgebieden zoals het metropolitaan kerngebied, Centraal-Limburg en de Kust.
2.2.4 Een effectief, efficiënt en realisatiegericht instrumentarium
2.2.4.1 Strategische langetermijndoelstellingen Om tot een evenwichtige en effectieve ruimtelijke realisatie te komen, is er behoefte aan een continue beleidsplanning, efficiënte instrumenten en blijvende inzet op proceswinst.
02 / STRATEGISCHE DOELSTELLINGEN EN BELEIDSVOORSTELLEN
SD8. Een effectief instrumentarium installeert beleidsplanning Beleidsplanning is een belangrijk onderdeel van een effectief instrumentarium. Het zet de krijtlijnen uit op strategisch niveau en is cyclisch. Het ontwikkelt beleidskaders en actieprogramma’s voor concrete realisatie. Voor uitvoering van een continue beleidsplanning en een continu gebiedsgericht beleid is een aangepast instrumentarium essentieel: We zorgen voor de nodige juridisch-planologische flexibiliteit om gebiedsgericht beleid te realiseren en nieuwe, innovatieve vormen van ruimtegebruik te ondersteunen. Dat zonder aantasting van de rechtszekerheid. Een afwegingskader objectiveert de gevolgen van en de voorwaarden voor ruimtelijke ingrepen. Geïntegreerde effectenanalyses, kosten-batenanalyses, internalisering externe kosten … maken de gevolgen inzichtelijk en dragen bij tot het bepalen van maatschappelijke prioriteiten. Flankerende maatregelen zoals methodieken om te komen tot een gekoppelde overheid of intergemeentelijke – ruimtelijke, financiële...– vereffening, grondmobiliteit enzovoort faciliteren de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen, wat een nieuwe prioritering en transparante herverdeling mogelijk maakt. De ontwikkeling van een grond- en pandenbeleid ondersteunt de gebiedsontwikkeling vanuit drie thema’s: ‘verwerving en uitgifte’, ‘inrichting en beheer’ en ‘financiële aspecten’.
SD9. Verruiming van de proceswinsten naar alle vergunnings- en planprocessen Het ruimtelijk ontwikkelingsproces verbindt vier stappen: ontwerpen, onderzoeken, beslissen en uitvoeren. Het zoekt zo naar een evenwichtig en gedragen ruimtelijk antwoord op maatschappelijke vragen en schept de voorwaarden om dat antwoord te kunnen realiseren.
Naast en op basis van een inhoudelijke afweging focust het proces op het overleg en de verbinding tussen de vier stappen. Het gaat erom met partners gedeelde doelstellingen te ontwikkelen, die nadien effectief gerealiseerd worden. Het accent ligt op procesmanagement en getrapte besluitvorming om efficiënt tot realisatie te komen. Met het decreet Complexe Projecten en het Omgevingsvergunningsdecreet worden belangrijke stappen gezet in het realiseren van een efficiënt en effectief instrumentarium, specifiek door het stroomlijnen en op elkaar afstemmen van procedures en beslismomenten. De omgevingsvergunning slaat op het hele pakket van vergunningen: stedenbouw, milieu, natuur, onroerend erfgoed ... De proceswinsten die worden geboden met het decreet Complexe Projecten zijn echter vooralsnog alleen toepasbaar op de projecten, vermeld in het decreet. Het is belangrijk dat de proceswinsten, die voornamelijk worden gerealiseerd in het planningsdeel op Vlaams niveau, ook doorgang vinden in de lokale planprocedures. Om effectief tot realisaties te komen en de betrokkenheid te vergroten, is het belangrijk dat de instrumenten beschikbaar (en toegankelijk) zijn voor iedereen die ze wil realiseren.
Ruimte voor morgen
Het ruimtelijk ontwikkelingsproces is per definitie een evenwichtige (effecten)afweging van de ruimtelijke maatschappelijke vragen.
SD10. Inzetten op vooroverleg en bemiddeling: VIP De overheid begeleidt initiatiefnemers van complexe projecten bij de realisatie van een project vanaf de ontwerpfase. Het kan gaan om private of publieke projecten: rusthuizen, wooneenheden, wegeninfrastructuur. Op 16 november 2012 heeft de Vlaamse Regering daarvoor een cel Vlaamse en strategische Investeringsprojecten (VIP) opgericht. Binnen de ambtenarij is een cultuuromslag aan de orde van oppositioneel naar constructief, van besluitvormend naar procesbegeleidend, waarbij de combinatie van inhoud, strategie en proces dienstverlenend is aan de samenleving. In die context continueren en verruimen we het opgezette vooroverleg in het kader van de VIP-werking. We begeleiden het verdere procesverloop. Ambtenaren regisseren oplossingsgericht, veeleer dan louter als vergunning- en adviesverleners.
Beleidsvoorstel 7:
De Vlaamse Regering voorziet in de operationalisering van de decreten Omgevingsvergunning en Complexe Projecten en verruimt de methodiek naar alle vergunnings- en planprocessen Vlaanderen operationaliseert de decreten Omgevingsvergunning en Complexe Projecten en realiseert de verdere stroomlijning van planning. De operationalisering betekent een juridische, procedurele en organisatorische aanpassing in diverse departementen. Dat stelt efficiëntie van het proces en vereenvoudiging voor de gebruiker voorop. We versterken en stroomlijnen het vooroverleg, als een structureel onderdeel dat leidt tot de realisatie van zowel private als publieke investeringen. Om verdere proceswinst te realiseren, trekt de Vlaamse Regering de methodiek uit het decreet voor Complexe Projecten door naar de meeste planningsprocessen, en strategische en externe projecten. Het betreft het concept van een startbeslissing met bijbehorende procesnota; van voorbereidend ruimtelijk en ander relevant of verplicht onderzoek van redelijke alternatieven dat moet uitmonden in een voorkeursbesluit; en van de formele procedures op basis van één of meer projectbesluiten, zoals ruimtelijke uitvoeringsplannen.
Beleidsvoorstel 8:
De Vlaamse Regering zorgt voor digitaal beschikbare ruimtelijke informatie tegen het einde van de legislatuur Om ontwikkelingskansen in te schatten binnen het potentieel van de locatie, is inzicht in (geplande) ruimtelijke ontwikkelingen voor alle belanghebbenden noodzakelijk. Relevante informatie is beschikbaar in een informatieloket (bijvoorbeeld om het potentieel van locaties in te schatten, bestemmingen te interpreteren, sneller in te spelen op wijzigingen of veranderingen) en via aangepaste applicaties zoals de digitale omgevingsvergunning.
02 / STRATEGISCHE DOELSTELLINGEN EN BELEIDSVOORSTELLEN
2.2.5 Aangepaste governance
2.2.5.1 Strategische langetermijndoelstellingen
SD11. Een verenigende rol van het ruimtelijk beleid binnen een transparant bestuurlijk samenspel Vlaanderen bevindt zich tussen twee in belang toenemende beleidsniveaus: het lokale, en het internationale en Europese beleidsniveau. Bovendien is er de vraag van de burger en de belanghebbenden om maatschappelijke en individuele keuzes in de ruimte te realiseren. Het vergroten van het draagvlak voor ruimtelijke ontwikkelingen vergt een versterking van partnerschappen. De nieuwe rol van het ruimtelijk beleid en het bestuurlijke samenspel baseert zich op een gelijkwaardig partnerschap, waarbinnen de verschillende partners, elk met hun eigen taak, samenwerken met de Vlaamse overheid om de Vlaamse kernopdrachten te realiseren. Lokale besturen vervullen een belangrijke rol in het kwaliteitsvol wonen, leven en werken. De ingezette versnelde ontvoogding is ook een uitgangspunt voor de omgevingsvergunning. Daarbij wordt aandacht besteed aan de versterking van de capaciteit van de lokale besturen. Het ruimtelijk beleid moet in essentie een verenigende rol spelen, door de verschillende belangen met elkaar in verband te brengen en ervoor te zorgen dat de ruimte de realisatie van de maatschappelijke doelstellingen mogelijk maakt. Het verenigend vermogen bestaat vooral in consensusvorming: het maken van ruimtelijke verbintenissen en gebiedsgerichte engagementen, waarin ruimtelijke beleidsmakers de ontwikkelingen definiëren en realiseren samen met de betrokken sectoren en actoren. Naargelang van de geviseerde ontwikkelingen zullen er andere trekkers zijn. We mikken dus op een geëngageerd en realisatiegericht partnerschap.
Beleidsvoorstel 9:
De Vlaamse Regering voorziet een aangepast bestuursmodel, met volle doorwerking van het subsidiariteitsbeginsel Het aangepast bestuursmodel dat de Vlaamse Regering voorziet, met volle doorwerking van het subsidiariteitsbeginsel:
•• •• ••
bevordert doelgericht bovenregionale, Europese en internationale samenwerking; versterkt de bestuurskracht van lokale overheden. Burgernabije zaken kunnen het best en meest effectief op het laagste niveau beslist worden (zowel de plannen, vergunningen, als de handhaving). Burgers worden geresponsabiliseerd en de nadruk ligt op de beloning van verantwoordelijkheden (toelatingssystemen). faciliteert bottom-up initiatieven en co-creatie.
Ruimte voor morgen
2.2.6 Optimalisatie van bestaande middelen19
2.2.6.1 Doelstellingen Om de haalbaarheid van de bovenstaande doelstellingen in te schatten, is inzicht nodig in de financiële realiteit in het beleidsveld ruimtelijke ordening en in de beleidsvelden van de Vlaamse overheid die een belangrijke territoriale impact hebben. Optimale afstemming zal moeten groeien vanuit ruimtelijke ontwikkelingsagenda’s, waarbij territoriaal georiënteerde sectorale initiatieven en middelen worden samengelegd. Op die basis kunnen ook engagementen worden nagekomen. Verdeling van huidige RO-middelen Het beleidsveld Ruimtelijke ordening beschikt over een krediet van VAK ca. € 53 000 000 of ca. 0,20% op een totale Vlaamse begroting (VAK € 26 065 997 000). € 28 618 000 wordt ingezet voor beleidsbepaling, ruimtelijke ontwikkeling en gebiedsgerichte werking. Die middelen zijn niet toereikend om de gewenste ruimtelijke ontwikkeling en investering te realiseren in een periode van economische crisis. Benchmarking met Nederland 20 Het Nederlandse Rijk besteedt 1,48% van zijn investeringsbudget voor ruimtelijke ontwikkeling aan de uitbouw van ruimtelijke beleidswerking, terwijl dat in Vlaanderen maar 0,96% is. Nederland wist in de periode 2007–2013 voor € 830 000 000 aan EFRO–middelen te verwerven voor ruimtelijke ontwikkeling, terwijl Vlaanderen maar € 118 526 000 (15% van het Nederlandse bedrag) toebedeeld kreeg. De beleidskredieten van Ruimte Vlaanderen bedragen daarentegen maar 26,9% van die in Nederland voor 2014 en maar 14,6% van de middelen in 2015. Gezien de financiële situatie van Vlaanderen is het ondenkbaar om op korte termijn een gelijke proportionele middeleninzet te realiseren. Daarom is het cruciaal dat het gebiedsgericht beleid geïntegreerd wordt opgebouwd en onderbouwd met de diverse beleidsdomeinen en -entiteiten, en vervolgens procesmatig wordt afgestemd op projectniveau en realisatie, zodat eventuele kosten genivelleerd worden. Met een gebiedsgerichte aanpak en de koppeling van de EFRO-middelen creëren we zelfs een grotere win– winsituatie. Bundeling van Vlaamse overheidsmiddelen nodig voor ruimtelijke realisaties Door zijn faciliterende rol – in tegenstelling tot bijvoorbeeld in Nederland – in de realisatie van de beleidsobjectieven van de aanverwante beleidsvelden, draagt ruimtelijke ordening veelal proceskosten, gekoppeld aan de planning en het vergunproces. Dat is ook logisch, aangezien het ruimtelijk beleid als kernopdracht heeft om in overleg geïntegreerde ruimtelijk keuzes te maken en vast te stellen. Die rol moet het ook in de toekomst volop spelen en versterken.
19
Zie bijlage
20
MIRT Projectenboek 2013 Tabel 1 : Financieel overzicht beschikbare middelen.
02 / STRATEGISCHE DOELSTELLINGEN EN BELEIDSVOORSTELLEN
Op het vlak van realisatie zijn er evenwel nog heel wat stappen te zetten naar een optimale inzet van de beschikbare middelen. De middelen voor ruimtelijke realisaties van eigen Vlaamse ruimtelijke projecten en de middelen voor de ondersteuning van diverse lokale besturen en stakeholders zitten verspreid over verschillende beleidsvelden. Daarnaast zijn er ook ruimtelijke investerings- of stimuleringsmechanismen21 zoals PMV, Via-Invest en SALK, die in feite al een gebiedsgerichte uitwerking omvatten, zonder beleidskader en zonder dat die ingezet kunnen worden op basis van een verhoogde territoriale cohesie en ruimtelijk rendement. In de context van de bepleite gebiedsgerichte en realisatiegerichte benadering is niet alleen een geïntegreerde benadering noodzakelijk in de definiëring van de gebiedsagenda en planning, maar ook in de realisatie. Dat kan door sterke (sectorale) engagementen, die ervoor zorgen dat wat gepland is, ook gerealiseerd wordt. Dat kan ook door het creëren van maximale synergie van middelen die vandaag al – zij het versnipperd – worden ingezet voor de gebiedsgerichte ontwikkeling. Gebiedsregie zal daarvoor noodzakelijk zijn. Ook in de ruimtelijke instrumenten die nodig zijn voor een performante overheid, moeten we investeren. De digitalisering van het vergunningen- en planningsproces heeft administratieve planlastvermindering tot doel. Om een efficiënte werking en optimale ondersteuning te verlenen aan stakeholders, zijn substantiële investeringen nodig. Die kunnen momenteel niet komen vanuit de beleidskredieten van ruimtelijke ordening. Het gaat om ondersteuning van lokale overheden bij de implementatie, de helpdeskwerking, ICTondersteuning … Maar ook de uitwerking van informatiestromen die efficiëntiewinst beogen (bijvoorbeeld de integratie van diverse sectorale vergunningen) vraagt extra middelen. De maatschappelijke kosten en baten van de omgevingsvergunning22 en het versnellen van investeringsprojecten op korte en lange termijn moeten nog worden becijferd.
Beleidsvoorstel 10:
De vlaamse Regering coördineert de in te zetten middelen van de beleidsvelden van de Vlaamse overheid met een belangrijke territoriale impact met het oog op kwalitatieve ruimtelijk ontwikkeling De optimale afstemming zal moeten groeien vanuit ruimtelijke ontwikkelingsagenda’s, waarbij territoriaal georiënteerde sectorale initiatieven en middelen worden samengelegd. Op die basis kunnen ook engagementen worden nagekomen. Om tot een territoriale win-winsituatie te komen worden de in te zetten middelen beter gecoördineerd. Daartoe wordt een geïntegreerde beleidsprogrammatie vooropgesteld.
21
Beleidsbrieven 2012-2013
22
Cf. nota VR in. het kader van het decreet omgevingsvergunning.
Ruimte voor morgen
03 / Raming van de budgettaire impact van de beleidsvoorstellen
De opmaak van het budgettaire luik van de verschillende beleidsvoorstellen legt focus op de uitdagingen voor de volgende legislatuur maar brengt geen inzicht in de budgettaire impact van het te continueren beleid. Om de beleidsvoorstellen financieel in kaart te brengen is uitgegaan van een aantal aannames. Niet meegenomen:
•• •• ••
De apparaat kredieten. Wel is aangegeven indien mogelijk, waar er verschuivingen en/of extra VTE zullen moeten worden ingezet dmv samenwerking of herorientering van Vlaamse proces en projectwerking. Ook de reguliere werkingskosten en informaticakosten werden niet opgenomen. Bij de budgettaire inschatting werd ook geen rekening gehouden met mogelijke scenario’s van besparingen die zullen worden doorgevoerd naar aanleiding van de bevoegdheidsoverdrachten in het kader van de 6de staathervorming.
Niet budgetneutrale voorstellen geven de meervraag tov het huidige beleid.
Beleidsvoorstel 1: De Vlaamse Regering keurt het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV) goed op basis van de uitkomsten van de publieke consultatie en verankert decretaal de beleidsplanning. Inhoud die middelen kan vereisen: Definitieve goedkeuring van het beleidsplan Ruimte Vlaanderen na publieke consultatie. Opstarten van continue beleidsplanning (periodieke evaluatie en bijsturing kernnota in partnerschapsmodel). Bestaande kredieten onder beleidslijn 1 “Visievorming en BRV”: 201 kEur (procesbegeleiding). Bestaande kredieten onder beleidslijn 2 “Effectueve uitvoering van het RSV en BRV”: 320 kEur (partnerschappen). Nieuw initiatief: Opzetten van continue beleidsplanning.
03 / Raming van de budgettaire impact van de beleidsvoorstellen
Niet-budgetneutraal en vraagt een meerkost / budgettaire meervraag: 1. Personeelskredieten: geen bijkomende kredieten vereist. 2. Definitieve goedkeuring van het beleidsplan Ruimte Vlaanderen na publieke consultatie. 3. Opstarten van continue beleidsplanning in partnerschapsmodel (periodieke evaluatie en bijsturing kernnota in partnerschapsmodel).
Budgettaire uitgave (in KEur)
budget in 2015
budget op kruissnelheid in volgende legislatuur
Communicatie Proces specifiek ondersteuning/ consultancy Continuering procesonderzoek
600 kEur
Nieuw budget 600 kEur recurrent
Beleidsvoorstel 2:
De Vlaamse Regering stelt een rollend meerjarenprogramma beleidsplanning Ruimte op. Dit laat toe op strategisch niveau binnen iedere legislatuur de juiste ruimtelijke keuzes te maken en nieuwe accenten te leggen op basis van de prioriteiten die zich op dat moment stellen. Inhoud die middelen kan vereisen: Opzetten rollend meerjarenprogramma (Cf. BV1). Jaarlijks 3 tot 5 beleidskaders en/of actieprogramma’s vastleggen. Binnen de huidige kredieten daarvoor geen middelen beschikbaar. Nieuw en continuering bestaand beleid: 1. Proces specifieke consultancy en inhoudelijke ondersteuning per kader. 2. Opzetten partnerschap voor de verschillende kaders. 3. Proces en inhoudelijk monitor voor de kaders. Niet-budgetneutraal en vraagt een meerkost / budgettaire meervraag: 1.150 kEur 1. Personeelskredieten: 2 vte per beleidskader vereist, totaal bijkomend 7 vte op te vangen door samenwerking of herorientering van Vlaamse proces of projectwerking 2. Proces specifieke consultancy en inhoudelijke ondersteuning per kader 3. Opzetten en continueren partnerschap 4. proces en inhoudelijke monitor opzetten en onderhouden: Assumptie: 5 kaders per jaar zijnde totaal 1.150 kEur. Budgettaire uitgave (in KEur)
budget in 2015
budget op kruissnelheid in volgende legislatuur
Proces specifieke consultancy
750 kEur
Nieuw budget 750 kEur recurrent
Opzetten partnerschap
250 kEur
Nieuw budget 250 kEur recurrent
monitor
150 kEur
Nieuw budget 50 kEur recurrent
Ruimte voor morgen
Beleidsvoorstel 3:
De Vlaamse Regering versterkt de ruimtelijk samenhang en territoriale cohesie in Vlaanderen Inhoud die middelen kan vereisen: De opname van territoriale cohesie in Lissabon Verdrag als te realiseren doelstelling vertaalt Vlaanderen door in te zetten op: 1. de missing links en infrastructuurnetwerken met een sterk ontwikkelingspotentieel in het metropolitaans kerngebied 2. de ruimtelijke ontwikkeling van performant functionerende poorten 3. de ontwikkeling van woningen, kennisclusters, diverse voorzieningen, ondernemingen … die vragen naar hernieuwde ruimtelijke verbindingen 4. een actief ontwikkelingsbeleid voor netwerken van grote aaneengesloten openruimtegebieden in transformatie, en robuuste openruimteverbindingen. 5. ruimtelijke kennisverwerving en inzet op (Europees) ruimtelijk onderzoek in het kader van territoriale ontwikkeling. Bestaande kredieten onder beleidslijn 1 “Visievorming en BRV”: 58 kEur.(Espon) en 370 kEur (Steunpunt). Bestaande kredieten onder beleidslijn 2 “Effectieve uitvoering van het RSV en BRV”: 1.096 kEur (onderzoek en ondersteuning opmaak GRUP’s) en 2.530 kEur (strategische projecten). Continuering bestaand beleid: 1. Effectieve uitvoering RSV en BRV: Opstart van projecten (AGNAS, RUP’s,..) 2. Door sector overschrijdende projectondersteuning met al dan niet oog op potentiële (Europese) medefinanciering (GTI) 3. Gebiedsgericht onderzoek en daaruit volgende projecten en programma’s (beleidsvoorstel 1,2, 5,6) 4. Continuering van ruimtelijke kennisverwerving en inzet op (Europees) ruimtelijk onderzoek (beleidsvoorstel 4): Meerkost: kost nader te bapalen 5. herziening van projecten (RUP’s) Budgettaire uitgave (in KEur)
budget in 2015
Bijdrage Espon Herziening van uitvoeringsprojecten Effectieve uitvoering Strategische projecten
Nader te bepalen
budget op kruissnelheid in volgende legislatuur
03 / Raming van de budgettaire impact van de beleidsvoorstellen
Beleidsvoorstel 4:
De Vlaamse Regering versterkt de grensoverschrijdende ruimtelijke samenwerking. Daardoor continueren we het ruimtelijke functioneren over de grenzen en zijn win wins te halen uit ruimtelijke oplossingen. Inhoud die middelen kan vereisen: 1. Grensoverschrijdende uitwisselen van ervaringen en goede praktijken rond algemene beleidsvisies, -instrumentaria en -governance, … 2. Territoriale samenwerking door afstemming en opmaak van ruimtelijke visie, -beleid, gebiedsgerichte en projectmatige samenwerking met buurlanden en federale overheid. Bestaande kredieten onder beleidslijn 1 “Visievorming en BRV”: 1.087 kEur (Onderzoek). Nieuw en continuering bestaand beleid: 1. Te continueren beleid: de grensoverschrijdende samenwerking (fora en projectwerking) 2. Nieuwe initiatieven volgen uit het concretiseren van de grensoverschrijdende samenwerking: het starten van gebiedsgerichte projecten met oog op Europese medefinanciering, het starten van grensoverschrijdend onderzoek en (MKBA en MER) studies, het uitwisselen van informatie en data. Niet-budgetneutraal en vraagt een meerkost / budgettaire meervraag 1. De opstart en prefinanciering van 2 grensoverschrijdende projecten: •• opzet van 2 extra (MKBA en MER) studies: à 150 kEur/ studie = 300 kEur totaal. •• opzet van grensoverschrijdend onderzoek: 250 kEur/ jaar. Informatie en data-uitwisseling ter synergie van programmatie: budgetneutraal 2. 3. Monitoring en evaluatie: 50 kEur/jaar Budgettaire uitgave (in KEur)
budget in 2015
budget op kruissnelheid in volgende legislatuur
Visievorming en onderzoek
250 kEur
Nieuw budget 250 kEur recurrent
Onderzoek en studies ter ondersteuning van RO processen
300 kEur
300 kEur recurrent
Monitoring en evaluatie
50 kEur
50 kEur recurrent
De efficiëntiewinsten: •• Het maatschappelijk rendement dient bewaakt door evaluatie en monitoring van de initiatieven •• Een beheer en regie van de grensoverschrijdende initiatieven
Ruimte voor morgen
Beleidsvoorstel 5:
De Vlaamse Regering formuleert een ontwikkelingsprogramma die maatschappelijke uitdagingen een plaats geeft. Inhoud die middelen kan vereisen: De Vlaamse overheid brengt haar ontwikkelingsagenda in en stemt haar middelen af op gezamenlijke programma’s van lokale besturen. Continuering en optimalisering bestaand beleid: •• Voorzien vanuit BRV in ruimtelijk ontwikkelingsbeleid dat faciliteert en het ontwikkelingsproces stimuleert. •• Samenwerking om tot gezamenlijke strategie te komen –door investering in voortrajecten. •• Gericht locatiebeleid en passende flankerende maatregelen: vereist verder onderzoek naar noden sectoren. Budgetneutraal: Geen bijkomende kredieten vereist. Kan opgevangen worden vanuit de interne werking op beleidsvoorstel 1, 2, 3. Budgettaire uitgave (in KEur)
budget in 2015
budget op kruissnelheid in volgende legislatuur
Binnen huidige budgetten
Beleidsvoorstel 6:
De Vlaamse Regering neemt initiatief in prioritaire ontwikkelingsgebieden Inhoud die middelen kan vereisen: Gebieden met complexe maatschappelijke opgaven: actieprogramma’s opmaken en realiseren in partnerschap. 1. Initiëren in prioritaire ontwikkelingsgebieden geraamd op één per jaar (relatie met beleidsplanning). 2. Voor elk prioritair ontwikkelingsgebied: Opmaak van actieprogramma in partnerschapsmodel. 3. Voor elk prioritair ontwikkelingsgebied: Realisatie van actieprogramma in partnerschapsmodel. Vervat in de bestaande kredieten onder beleidslijn 2 “Effectueve uitvoering van het RSV en BRV”: 1.096 kEur (onderzoek en ondersteuning opmaak GRUP’s) en 2.530 kEur (strategische projecten) die ook werden opgenomen onder voorstel 3.Continuering en nieuw beleid: •• Huidige financiële middelen en VTE worden verschoven i.f.v. deze prioritaire ontwikkelingsgebieden, •• Inzet op projectmonitoring. Nieuw initiatief: •• Opstarten van proactieve én realisatiegerichte processen in regionale gebieden.
03 / Raming van de budgettaire impact van de beleidsvoorstellen
Meerkost: 10pct cofinanciering in investeringsprojecten. Budgettaire uitgave (in KEur)
budget in 2015
budget op kruissnelheid in volgende legislatuur
Projectwerking
300kEur/ project
1500kEur (1/jaar voor 5 projecten) recurrent
Communicatie en procesondersteuning
50kEur/ project
1250kEur (1/jaar voor 5 projecten) recurrent
Tools
200 kEur
Gedeeltelijke heroriëntering van bestaande middelen mogelijk.
Cofinanciering van investeringsprojecten
10 % van het investeringsbudget zijn Vlaamse middelen
Afhankelijk van het investeringskapitaal van het project Met oog op potentiële (Europese) medefinanciering (IBA, EFRO, Horizon 2020, EGTS, LIFE…)
De efficiëntiewinsten: Cofinanciering door coproductie: Ruimte Vlaanderen initieert maar draagt niet alle kosten. Het partnerschap neemt engagementen op voor opmaak en realisatie van het actieprogramma, inclusief financiële engagementen. De ambitie is om tot VO-brede actieprogramma’s te komen, en Vlaamse middelen te bundelen in de prioritaire ontwikkelingsgebieden.
Beleidsvoorstel 7:
De Vlaamse Regering voorziet het operationaliseren van de decreten betreffende de omgevingsvergunning en betreffende complexe projecten en verruimt de methodiek (procesmatige aanpak) naar alle vergunnings- en planprocessen Inhoud die middelen kan vereisen: Vlaanderen operationaliseert de decreten Omgevingsvergunning en Complexe Projecten en realiseert de verdere stroomlijning van planning. De operationalisering betekent een juridische, procedurele en organisatorische aanpassing binnen diverse departementen. Continuering en versterking bestaand beleid Voor realisatie back-office is extra ondersteuning (ook in vte) nodig. Budgettaire meervraag op te vangen door interne verschuivingen. Budgettaire uitgave (in KEur)
budget in 2015
budget op kruissnelheid in volgende legislatuur
Binnen huidige budgetten Mogelijke efficiëntiewinsten: Reduceren van juridisch procedures.
Ruimte voor morgen
Beleidsvoorstel 8: De Vlaamse Regering zorgt voor digitaal beschikbare ruimtelijke informatie tegen het einde van de legislatuur Inhoud die middelen kan vereisen: Verder uitbouw van het digitaal omgevingsloket: 1. Verdere uitbouw met bijkomende functionaliteiten, technische ondersteuning en ontwikkelingen van toepassingen. 2. Inkanteling van de omgevingsvergunning in het digitaal uitwisselplatform. Dit is een gedeeld project met LNE die mee voor cofinanciering zorgt. 3. Datauitwisseling tussen burger en overheid via het omgevingsvergunningenregister (OVR). Bestaande kredieten onder beleidslijn 3 “Inzetten instrumentarium” 1.266 kEur (verdere ontwikkeling DBA) en 729 kEur (digitale uitwisseling met gemeenten). Nieuw of continuering bestaand beleid: •• Continuering bestaand beleid op niveau van verdere uitbouw DBA. •• Nieuwe beleid in kader van omgevingsvergunning. Niet-budgetneutraal en vraagt een meerkost / budgettaire meervraag: 470 kEur
budget in 2015
budget op kruissnelheid in volgende legislatuur
Ondersteuning gemeenten
470 kEur
470 kEur (afhankelijk van het instappen van de gemeenten) recurrent
Subsidies provincies voor instap in omgevingsvergunning
Nader te bepalen
Cofianciering LNE Upgraden vergunningenregister en financiering omgevingsvergunning
Nader te bepalen
Budgettaire uitgave (in KEur) Uitvoering DBA
Beleidsvoorstel 9:
De Vlaamse Regering voorziet een aangepast bestuursmodel, met volle doorwerking van het subsidiariteitsbeginsel
•• •• ••
Doelgericht bovenregionale, Europese en internationale samenwerking bevorderen; De bestuurskracht van lokale overheden versterken; burgernabije zaken worden het best en meest effectief op het laagste niveau beslist (zowel de plannen, vergunningen, als de handhaving). Burgers worden geresponsabiliseerd en de nadruk ligt op de beloning van verantwoordelijkheden (toelatingssystemen). Dat bottom-up initiatieven en co-creatie faciliteert.
03 / Raming van de budgettaire impact van de beleidsvoorstellen
Inhoud die middelen kan vereisen: •• Doelgericht, versterkte bestuurskracht en intergemeentelijke samenwerking. •• Detecteren van mogelijkheden voor co-creatie en bottom-up. •• Verdere uitwerking en operationaliseren van het handhavingsbeleid. Bestaande kredieten onder beleidslijn 3 “Inzetten instrumentarium” 6.416 kEur (diverse subsidies aan de gemeenten). Budgetneutraal: Heroriëntering en afstemming van subsidiering van lokale overheden ikv bovenstaande doelstellingen. Budgettaire uitgave (in KEur)
budget in 2015
budget op kruissnelheid in volgende legislatuur
Heroriënteren subsidie
De efficiëntiewinsten: Linken, ontsluiten en transparant maken van informatie binnen de VO.
Beleidsvoorstel 10:
De vlaamse regering coördineert de in te zetten middelen van de beleidsvelden van de Vlaamse overheid met een belangrijke territoriale impact in functie van ruimtelijke ontwikkeling. Inhoud die middelen kan vereisen: Coördinatie van de in te zetten Vlaamse middelen vanuit ruimtelijke ontwikkelingsagenda: •• Verhoogde inzet op procesmanagement (op niveau van de Vlaamse Overheid) inzetten voor ruimtelijke ontwikkelingen. •• Opzet van een meerjarenplanningen en een geïntegreerde proceswerking. •• Het gezamenlijk ontwikkelen van een visie op een bepaald gebied de vertaling ervan naar een gebiedsgericht project. •• De beschikbare begrotingsmiddelen van de verschillende beleidsvelden worden doelgericht ingezet •• Inzetten op een Vlaams ruimte gebonden (meerjarig) investeringsplan. •• Een grotere toegankelijkheid van ruimte gebonden onderzoeks- en studie resultaten. •• De bestaande subsidiemechanismen en samenwerkingsinstrumenten worden verruimd. Inzet van de huidige kredieten ook opgenomen bij o.a. voorstel 3 en 6.
Ruimte voor morgen
Kan binnen de huidige kredieten worden gerealiseerd:
Budgettaire uitgave(in KEur)
budget in 2015
budget op kruissnelheid in volgende legislatuur
In functie van monitoring, evaluatie en communicatie
Nader te bepalen
Nader te bepalen
10 % van het investeringsbudget zijn Vlaamse middelen
Afhankelijk van het investeringskapitaal van de projecten
Heroriëntering van het subsidiemechanisme Cofinanciering van investeringsprojecten
BRONNEN
BRONNEN
Met het oog op de herziening van de strategisch ruimtelijke beleidskaders van Vlaanderen en haar aangrenzende regio’s werden ruimtelijke trends en uitdagingen al breed verkend voor: •• Vlaanderen: “Beleidsplan Ruimte, Groenboek-Trends en uitdagingen, Vlaamse Overheid, Departement RWO-afdeling Ruimtelijke Planning en Kernteam Beleidsplan Ruimte Vlaanderen” •• Europa: •• Redefining Urban: a new way to measure metropolitan areas, EOCD •• http://www.oecd.org/regional/redefiningurbananewwaytomeasuremetropolitanareas.htm •• Groenboek Territoriale Cohesie. De weg voor ons.: http://ec.europa.eu/regional_policy/ sources/docgener/panorama/pdf/mag28/mag28_nl.pdf Regionale rapporten: •• •• Wallonie: “Diagnostic territorial de la Wallonie", 2006 – Conférence Permanente du Développement Territorial •• Brussel : http://stedenbouw.irisnet.be/spelregels/pdf/gpdo/prdd_standvanzaken •• Frankrijk /Picardie: http://www.picardie.fr/-Le-SRADDT-adopte-par-les-elus,766•• Nederland: •• Ministerie van Infrastructuur en Milieu, 2012, Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig •• “Welvaart en Leefomgeving, een scenariostudie voor Nederland in 2040, Centraal Planbureau, Milieu- en Natuurplanbureau en Ruimtelijk Planbureau, Projectleiding en redactie L.H.J.M. Janssen, V.R. Okker, J. Schuur” De strategische langetermijndoelstellingen voor de ruimte van morgen baseren zich op: •• Berx, 2010, ESPON 2013 Programme (2013) ESPON Atlas, Territorial Dimensions of the Europe 2020 Strategy, ESPON Coordination Unit, Luxembourg •• EUROPEAN COMMISSION (1994), Europe 2000 +, Co-operation for European territorial development, Brussel, Luxembourg •• EUROPEAN COMMISSION (1999), European Spatial Development Perspective. •• European Commission (2007) Territorial Agenda of the European Union: Towards a More Competitive Europe of Diverse Regions. Brussels: EC •• European Commission, 2011, Territorial Agenda 2020 - Towards an Inclusive, Smart and Sustainable Europe of Diverse Regions. Agreed at the Informal Ministerial Meeting of Ministers responsible for Spatial Planning and Territorial Development on 19th May 2011 Gödöllő, Hungary •• European Commission, 2008,Green Paper on Territorial Cohesion •• Flowscapes; infrastructure as landscape, landscape as infrastructure. Graduation lab landscape architecture semester guide 2012-2013. Nijhuis, S., Jauslin, D. and Vries, C. de (2012) Delft University of Technology •• Loecxk A., e.a., 2012, Naar een nieuwe gemeenschappelijkheid voor Brussel, Metaforum, KULeuven, Visietekst 8, 13 februari 2012, 69 p. •• Sauwens, 2010, •• Vlaamse Regering, 2012, Groenboek. Vlaanderen in 2050: mensenmaat in een metropool. Beleidsplan Ruimte, samen denken over de Vlaamse Ruimte. Vlaamse overheid •• Jan Rotmans “In het oog van de orkaan” Nederland in transitie. •• Design and Politics #5 “Adaptieve regionale planning en ontwerp”
Ruimte voor morgen
•• •• •• ••
Vlaamse overheid (2011) Polycentric regions facing global challenges: A role for strategic spatial planning. Brussels: Ministry of the Flemish Community, Department of Spatial Planning, Housing Policy and Immovable Heritage “Stedelijke Vitaliteit, ‘Steden zijn lui’ en 32 andere visies op de vitale stad.” University of Applied Sciences Amsterdam & Elba Media Amersfoort, ISBN 978-90-7935-408-5 2010 “Sensing Human Activity: GPS Tracking” ISSN 1424-8220; CODEN: SENSC9 ‘Exploring the Public City, Improving the space between buildings’ Copenhagen Technical Academy (CTA). 2010