Skip to main content

dossier 2020-020.pdf

Page 1

Uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/20

Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2020/20

DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 2 december 2019 diende xxx een verzoek in bij de stad Antwerpen om een afschrift te verlenen van het eindrapport en van de documenten van de 2de fase in verband met de RFI's ingediend door 6 kandidaten en de beoordeling daarvan door VITO (alternatievenonderzoek voor de locatie van een verbrandingsoven). Op 20 december 2019 weigerde de bedrijfsdirecteur Stadsbeheer van de stad Antwerpen de aanvraag. Op 17 januari 2020 diende xxx, beroep in bij de beroepsinstantie tegen deze weigeringsbeslissing d.d. 20 december 2019. Dit beroep werd geregistreerd op 20 januari 2020. Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijke verzoek tot openbaarmaking dateert van 2 december 2019. De bestreden beslissing van 20 december 2019 van de stad Antwerpen maakt melding van de beroepsmogelijkheden en modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, ยง1, derde lid van het Bestuursdecreet. Het beroepschrift van 17 januari 2020 is dan ook tijdig en ontvankelijk.

www.vlaanderen.be


Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.

1.

Bestreden beslissing

De verzoeker verzocht de stad Antwerpen om de openbaarmaking van verschillende documenten met betrekking tot de “Request for Information” (hierna: RFI), uitgeschreven door de stad Antwerpen in functie tot een alternatievenonderzoek voor de locatie van een ISVAG-verbrandingsoven. Omdat de verzoeker vernomen had dat intussen in het kader van de RFI “over de verwerking van brandbaar restafval voor de stad Antwerpen” (dossiernummer GAC_2019_00833) een eindrapport opgemaakt zou opgemaakt zijn en dat de tweede fase van de RFI reeds zou afgerond zijn, waarbij de deelnemende partijen de nodige documenten (antwoorden) zouden ingediend hebben, vroeg de verzoeker om zowel het eindrapport als de documenten van de tweede fase te ontvangen. De bedrijfsdirecteur Stadsbeheer wees de aanvraag af op basis van de uitzonderingsgrond van artikel II.36., § 1, 7° Bestuursdecreet, namelijk het vertrouwelijke karakter van commerciële en industriële informatie, als die informatie beschermd wordt om een gelegitimeerd economisch belang te vrijwaren, tenzij degene van wie de informatie afkomstig is, met de openbaarheid instemt. Zowel het document met de rapportering in de 2de fase als het eindrapport bevatten volgens de bedrijfsdirecteur commerciële en industriële informatie van en over de verschillende kandidaten die gereageerd hebben op een RFI voor de verwerking van brandbaar restafval. Het gaat over nieuwe technologie en de beoordeling ervan door VITO, over het business model van de kandidaten, de voorstellen voor nieuwe locaties voor de verwerking en voor de overslag en informatie over de onderhandelingen daarvoor en inzicht in de processen van de verwerking. Voor de beoordeling werd een SWOT-analyse gemaakt waarbij de sterke en de zwakke punten van de ingediende concepten staan. Het is voor de kandidaten nadelig wanneer informatie over nieuwe technologie en over de bedrijfseigen installaties en de negatieve of zwakkere punten daarvan openbaar gemaakt worden. Dit zou gelden voor de huidige kandidaturen maar ook voor contacten met andere toekomstige partners, die daardoor kunnen gehypothekeerd worden en hun onderhandelingspositie kan verzwakken, aldus de bedrijfsdirecteur. Het business model van de kandidaten bevat informatie over potentiële samenwerking met andere bedrijven, over hun capaciteiten tot verwerking en de prijszetting ervan, voorstellen voor contractuele afspraken en over de mogelijke verdeling van aandelen tussen de partners in het uiteindelijk af te sluiten samenwerkingsverband (onder welke vorm ook). Het openbaar maken van deze commerciële en financiële informatie is volgens de stad Antwerpen nadelig voor de respectievelijke kandidaten omdat het risico bestaat dat deze bedrijfseigen informatie door anderen wordt overgenomen in potentieel verdere

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/20

pagina 2 van 10


onderhandelingen in dit dossier of bij het indienen van kandidaturen voor andere toekomstige opdrachtgevers. De ingediende RFI’s bevatten volgens de bestreden beslissing ook informatie over de locaties waar de verwerking van de restafval en de overslag zou kunnen worden uitgevoerd. Dit is een mix van locaties waarover sommige kandidaten al een zakelijk recht hebben en locaties waarvoor dat niet het geval is. In dat laatste geval moeten kandidaten onderhandelen met de respectievelijke eigenaars van de terreinen. Bij de kandidatuur werd verwezen naar een letter of intent tussen de eigenaars en de kandidaten. Het openbaar maken van deze gegevens schaadt de onderhandelingspositie van de kandidaten en van de eigenaars om mogelijke contracten af te sluiten over het gebruik van de locaties, aldus de stad Antwerpen. Beide documenten zouden ook informatie bevatten die een inzicht geven in de processen voor de verwerking van restafval van de respectievelijke kandidaten. Het openbaar maken van vernieuwende en creatieve processen wordt als nadelig beschouwd voor de kandidaten omdat bedrijfseigen informatie voor anderen toegankelijk wordt. Finaal wordt er ook verwezen naar de zgn. non-disclosure agreements die werden afgesloten tussen de stad Antwerpen, VITO, Fluvius en de respectievelijke kandidaten. Hierin hebben partijen er zich toe verbonden vertrouwelijk om te gaan met bedrijfseigen informatie en meer specifiek, maar niet daartoe beperkt, met de technische, economische en zakelijke informatie die in het kader van dit project en de RFI aan bod komt. Dit is de bestreden beslissing.

2. Inhoud van het beroepschrift De beroeper werpt op dat de noodzakelijke belangenafweging tussen het economische belang van de betrokken bedrijven en het algemeen belang van de openbaarmaking bij het inroepen van de uitzonderingsgronden op de openbaarheid van bestuur uit het Bestuursdecreet zou ontbreken. Volgens de beroeper bestaat het belang van de openbaarheid er in dat burgers en andere geïnteresseerden enerzijds kunnen nagaan welke alternatieven er op tafel liggen en hoe deze alternatieven zich qua milieuen emissie-impact verhouden ten opzichte van het project-MER bij de huidige plannen van ISVAG om een nieuwe verbrandingsoven te bouwen en, anderzijds, zij hiermee kunnen nagaan of de opdracht correct werd toegewezen, met name op grond van een correcte en grondige vergelijking van de ingediende offertes, waarbij de locatie en de milieu- en emissie-impact van de alternatieven een belangrijk element is. Het loutere gegeven dat de bestuursdocumenten commerciële en industriële informatie bevatten, volstaat voor de beroeper niet om de openbaarmaking te weigeren. Er wordt volgens de beroeper in de bestreden beslissing niet verduidelijkt op welke manier de betrokken bedrijven economische schade zouden lijden, dan wel waarom deze (vermeende) economische schade zou opwegen tegenover het algemeen belang van de openbaarmaking. Er zou worden verwezen naar “nieuwe technologie en de beoordeling ervan”, het “inzicht in de processen van de verwerking” en “de locaties waar de verwerking van de restafval en de overslag zou kunnen worden uitgevoerd”. Inzicht in deze technische materie is volgens de beroeper cruciaal om een correcte inschatting te kunnen maken van de impact van de ingediende projecten (en het uiteindelijk te weerhouden project)

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/20

pagina 3 van 10


op milieu en volksgezondheid. Het algemeen belang van de openbaarmaking weegt daarom door volgens de beroeper. Tenslotte werpt de beroeper nog op dat de stad Antwerpen niet motiveert waarom gedeeltelijke openbaarmaking niet mogelijk is, in het bijzonder wat betreft de informatie met betrekking tot de impact van de ingediende projecten op milieu, mens en natuur. Beroeper verwijst hierbij naar artikel II.45, §2 Bestuursdecreet dat de verplichting bevat om de bestuursdocumenten gedeeltelijk openbaar te maken “als informatie waarop een uitzondering van toepassing is als vermeld in afdeling 3 […] samen met andere informatie in een bestuursdocument opgenomen is”. Ook meent de beroeper dat de gevraagde informatie betrekking heeft op “de verwerking van brandbaar restafval” en “de processen voor de verwerking van restafval” en dat dit daarom informatie over emissies in het milieu betreft, waardoor deze informatie niet valt onder de uitzonderingsgrond van artikel II.36, § 1, 7° Bestuursdecreet. Verder wordt er nog opgemerkt dat bepaalde partijen volgens de beroeper al toegang hebben gehad tot de informatie van de RFI en de ingediende voorstellen van de bedrijven. De stad Antwerpen zou al (gedeeltelijk) inzage verleend hebben van de aangevraagde bestuursdocumenten. Daarom is volgens de beroeper het uitzonderingsregime van artikel II.36, §1, 7° Bestuursdecreet doelloos geworden en is deze informatie haar bescherming verloren. Ook wijst de beroeper nog op art. II.36, §1, 7° juncto artikel II.46, derde lid Bestuursdecreet waarin de mogelijkheid wordt gelaten dat de informatie toch openbaar wordt gemaakt, mits toestemming van de betrokkene. De beroeper vraagt waarom die toestemming in casu niet zou gevraagd zijn bij de betrokken 6 bedrijven. De beroeper vermeldt hierbij dat privaatrechtelijke vertrouwelijkheidsovereenkomsten niet boven het grondwettelijk en decretaal geregeld recht op openbaarheid kan gaan en dat men zich dus niet aan de openbaarheid kan onttrekken door geheimhoudings- of vertrouwelijkheidsclausules op te nemen in afgesloten overeenkomsten

3. Toelichting door de stad Antwerpen Op 22 januari 2020 contacteerde de beroepsinstantie de stad Antwerpen met het verzoek tot uitleg bij de bestreden beslissing. Op 28 januari 2020 bezorgde de bedrijfsdirecteur Stadsbeheer de volgende toelichting: -

Het eindrapport is niet af

VITO leverde in de loop van december 2019 rapporten af waarin de ingediende voorstellen van de inschrijvers werden beoordeeld en waarop door de stad Antwerpen telkens opmerkingen werden geformuleerd. De laatste versie dateert van 18 december 2019, maar ook daarop werden door de stad Antwerpen weer opmerkingen geformuleerd. Er bestaat nu geen eindrapport aangeleverd door VITO en aanvaard door de stad Antwerpen. Dit argument werd in de weigeringsbeslissing van de stad Antwerpen van 20 december 2019 niet opgeworpen omdat het toen niet duidelijk was dat het op dat moment afgeleverde rapport onvoldoende was en dat er bij nader inzien nog bijsturingen nodig waren.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/20

pagina 4 van 10


-

Aanleiding studie verwerking brandbaar restafval

De stad Antwerpen wil, als belangrijkste vennoot van ISVAG, onderzoeken of en waar er alternatieven mogelijk zijn voor het verwerken van restafval zoals in de nieuwe plannen van ISVAG voorgesteld, en deed hiervoor een beroep op VITO om samen met de stad Antwerpen een RFI op te stellen, te begeleiden en de resultaten hiervan te analyseren om tot een concrete werkbare conclusie te komen. VITO zal de informatie uit de ingediende dossiers op een vergelijkbare basis rapporteren en evalueren, zodat de voor- en de nadelen van de dossiers ten opzichte van elkaar duidelijk zijn én ten opzichte van het toekomstdossier van ISVAG. Het uiteindelijke resultaat van het project moet de stad Antwerpen toelaten om vervolgens een éénduidige beslissing te nemen omtrent het gewenste toekomstige scenario, en eventueel over te gaan tot verdere dialoog en mogelijk een formele Request for Proposal (RfP) of een overheidsopdracht. De andere deelnemers in ISVAG en IGEAN (waar ook xxx deel van uitmaakt) zullen op een later tijdstip betrokken worden. -

Toetsing aan artikel II.36. §1, 7° Bestuursdecreet

Dit artikel voorziet in een uitzonderingsgrond voor ‘het vertrouwelijk karakter van commerciële en industriële informatie, als die informatie beschermd wordt om een gelegitimeerd economisch belang te vrijwaren, tenzij degene van wie de informatie afkomstig is, met de openbaarheid instemt.’ Zowel het document met de rapportering in de 2e fase als het nog niet definitief afgewerkte eindrapport bevatten commerciële en industriële informatie van en over de verschillende kandidaten die offertes ingediend hebben in reactie op de door de stad Antwerpen uitgeschreven RFI. Het gaat over nieuwe technologie en de beoordeling ervan door VITO, over het business model van de kandidaten, de voorstellen voor nieuwe locaties voor de verwerking en voor de overslag en informatie over onderhandelingen daarover en inzicht in de processen van de verwerking. De technologische procedés van de kandidaten worden geëvalueerd en getoetst aan bestaande praktijken. In de evaluatie komen positieve en negatieve elementen voor. Kandidaten hebben geografisch ruimere belangen en dienen ook projecten of offertes in voor andere overheden. Het openbaar maken van de negatieve punten in de evaluatie van de voorgestelde technologieën hypothekeert de economische slagkracht van de kandidaten. Ze lopen het risico niet te kunnen inschrijven in andere projecten of om sneller geweerd te worden. Het openbaar maken is potentieel nadelig voor contacten met andere toekomstige partners en kan hun onderhandelingspositie verzwakken. Het ingediende voorstel van kandidaten, actief op de Europese afvalmarkt kan passen in een weloverwogen bedrijfsstrategie. Het openbaar maken van de keuze voor de éne of de andere technologie voor deze RFI kan mogelijk andere lopende projecten onder druk zetten. De kandidaten gaan er in deze RFI vanuit dat hun voorgestelde technologie niet publiek wordt gemaakt. Om dit te garanderen hebben zij allen vertrouwelijkheidsovereenkomsten met de stad Antwerpen en VITO gesloten. In de offertes doen de kandidaten voorstellen rond overslag- en verwerkingslocaties voor brandbaar restafval. Met uitzondering van ISVAG hebben de andere kandidaten geen eigendomstitel of zakelijke rechten op alle voorgestelde locaties. Dat betekent dat de kandidaten (nog) moeten onderhandelen met de respectievelijke eigenaars van de voorgestelde locaties. Het openbaar maken van deze locaties kan de onderhandelingsposities van de kandidaten schaden, zowel wat betreft de te betalen vergoedingen als ten aanzien van het effectief verwerven van zakelijke rechten om installaties voor restafvalverwerking te bouwen.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/20

pagina 5 van 10


-

Business model

Alle kandidaten leveren cijfers over verwerkingscapaciteit en de daaraan verbonden financiële kerncijfers, informatie over potentiële samenwerking met andere bedrijven en mogelijke contractuele afspraken. Deze informatie is volgens de stad Antwerpen bij uitstek bedrijfseigen en het openbaar maken van deze gegevens schaadt de onderhandelingspositie van de kandidaten met potentiële partners in het voorliggend dossier, maar ook bij het indienen van kandidaturen bij andere toekomstige opdrachtgevers. Voor dit laatste geldt dat andere opdrachten, die geen verband houden met de voorliggende opdracht van de stad Antwerpen, door de kandidaten allicht anders ingevuld worden, bijvoorbeeld door samenwerkingsverbanden met andere bedrijven en andere contractuele afspraken. Het kan de vrijheid van handel schaden als de projectvoorstellen van de kandidaten voor deze opdracht openbaar worden gemaakt. De projectvoorstellen van alle kandidaten openbaar maken betekent ook dat zij mogelijks elkaars voorstellen kunnen kennen. Aangezien het indienen van deze projectvoorstellen niet onmiddellijk een formele RFP of overheidsopdracht tot gevolg heeft, maar dit eventueel pas in een latere fase aan de orde komt, kunnen de kandidaten dan rekening houden met de bedrijfseigen gegevens van de andere kandidaten in dit project. Het openbaar maken van de beoordeling van de projectvoorstellen van de kandidaten is nadelig voor het vertrouwelijk karakter van de commerciële en industriële informatie die zij hebben meegedeeld, aldus de stad Antwerpen. -

Gedeeltelijke openbaarmaking

Uit een analyse van de gevraagde documenten en een toetsing aan artikel II.36. §1, 7° van het Bestuursdecreet bleek dat de gevraagde documenten daardoor nog slechts zeer fragmentarische informatie bevatten en daardoor onleesbaar worden. Omdat de openbaarmaking van de documenten geweigerd werd, werd deze overweging niet meegenomen in de beslissing van de bedrijfsdirecteur van 20 december 2019. -

Vermeende openbaarmaking documenten

De stad Antwerpen heeft tot op heden nog geen enkel verzoek gekregen om documenten over de RFI openbaar te maken. Daaruit volgt dat er ook nog geen enkele beslissing werd genomen over het al dan niet openbaar maken van de documenten. De enige aanvragen die de stad Antwerpen daarover kreeg zijn van xxx. -

Toestemming betrokken bedrijven

Met alle bedrijven die een RFI indienden werden vertrouwelijkheidsovereenkomsten gesloten door de stad Antwerpen, VITO en Fluvius Antwerpen. Het college van de stad Antwerpen bekrachtigde het sluiten van deze overeenkomsten tijdens de zitting van 31 oktober 2019. Deze overeenkomsten strekken ertoe om afspraken te maken over de tussen partijen uitgewisselde bedrijfseigen informatie die niet-openbaar is, maar wel vertrouwelijk. Onder bedrijfseigen informatie wordt onder andere verstaan, maar niet beperkt tot, alle technische, economische of zakelijke informatie met betrekking tot het project. Deze vertrouwelijkheidsovereenkomsten werden ook op vraag van de indieners van de RFI’s afgesloten.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/20

pagina 6 van 10


Het is niet zinvol en vooral overbodig administratief werk om de indieners een bijkomende vraag te stellen om hun toestemming te vragen waar zij minder dan 2 maanden voordien een vertrouwelijkheidsovereenkomst met de stad sloten. De stad Antwerpen heeft contractuele afspraken over het vertrouwelijk behandelen van de bedrijfseigen gegevens van de kandidaten, zeker voor zover ze vallen onder de uitzonderingsgronden op de openbaarheid van bestuur van het Bestuursdecreet. Dit niet naleven brengt de contractuele aansprakelijkheid van de stad Antwerpen in het gedrang. De stad Antwerpen benadrukt dat de documenten in het kader van dit project voorlopig vertrouwelijk behandeld worden, omdat ze nog niet af zijn en omdat ze bedrijfseigen informatie bevatten waarvan het vertrouwelijk karakter behouden moet blijven. Zodra er consensus is over de verwerking van alle opmerkingen door VITO zal een managementsamenvatting van het eindrapport beschikbaar zijn.

4. Beoordeling door de beroepsinstantie Op 28 januari 2020 ontving de beroepsinstantie van de stad Antwerpen de hierboven uiteengezette toelichting, doch zonder enig afschrift te ontvangen van de voor de behandeling van het ingediende beroepschrift relevante bestuursdocumenten. Na een herhaald verzoek om de relevante documenten ter beoordeling te willen voorleggen, werd er op 5 februari 2020 door de stad Antwerpen aan de beroepsinstantie enkel een powerpoint-document bezorgd (zie verder). De documenten waarvan de openbaarmaking werd geweigerd en die het voorwerp uitmaken van het beroep worden hierna afzonderlijk overlopen. a) Betreffende de documenten van de 2de fase in verband met de RFI's ingediend door 6 kandidaten. Op 5 februari 2020 bevestigde de stad Antwerpen dat de beroepsinstantie inderdaad tot op heden geen documenten mocht ontvangen. De stad Antwerpen stelt dat ze hiermee de NDA respecteert die ze met de deelnemende kandidaten voor de RFI afsloot en waarbij in het kader van openbaarmaking onder artikel 7 (f) van de betreffende NDA bepalingen zijn opgenomen rond het in kennis stellen van de vrijgave van documenten vooraf, teneinde de deelnemers of betrokkenen in de mogelijkheid te stellen hun rechten in deze te vrijwaren. Zoals de beroeper terecht opmerkt kunnen privaatrechtelijke vertrouwelijkheidsovereenkomsten niet boven het grondwettelijk en decretaal geregeld recht op openbaarheid gesteld worden en kan men zich dus niet aan de openbaarheid onttrekken door geheimhoudings- of vertrouwelijkheidsclausules op te nemen in afgesloten overeenkomsten. De beroepsinstantie is van oordeel dat de betrokken overeenkomst tussen de stad en de kandidaten geen afbreuk vermag te doen aan het basisrecht dat artikel 32 van de Grondwet aan eenieder toekent om elk bestuursdocument te raadplegen en er een afschrift van te krijgen, behoudens de geldende uitzonderingen. De stad Antwerpen lijkt de toepassing van de regelgeving inzake openbaarheid van bestuur in het algemeen, en de toepassing van het Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, niet te erkennen. De stad kan niet met succes verwijzen naar vertrouwelijkheidsclausules om de openbaarmaking te weigeren van de ingediende kandidaturen.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/20

pagina 7 van 10


Bij gebrek aan documenten ter beoordeling kan de beroepsinstantie geen uitspraak doen over eventuele uitzonderingsgronden die zich zouden verzetten tegen de openbaarmaking van de ingediende kandidaturen. Om deze reden wordt het beroep voor dit onderdeel dan ook als gegrond beschouwd, onder voorbehoud van de toepassing van eventuele uitzonderingsgronden. b) Betreffende het eindrapport en de beoordeling door VITO Er werd aan de beroepsinstantie een afschrift bezorgd van een powerpoint-presentatie van het VITO. Het document draagt de titel “analyse Ronde 2 + aanpak eindrapportering”. Het eigenlijke eindrapport betreft volgens de stad Antwerpen een onafgewerkt document, nu het steeds met opmerkingen werd terugbezorgd aan het VITO die het rapport als opdrachthouder dient op te stellen. Dit was ook het geval met de laatste versie die op 18 december 2019 door VITO werd bezorgd aan de stad Antwerpen. Op grond van artikel II.33, 2° van het Bestuursdecreet mogen bestuursinstanties een aanvraag tot openbaarmaking afwijzen als de aanvraag betrekking heeft op bestuursdocumenten die niet af of onvolledig zijn, tenzij het belang van de openbaarmaking primeert. Aangezien de beroepsinstantie ook hier geen enkele versie van het beweerde eindrapport ter beoordeling ontvangen heeft vanwege de stad Antwerpen, is zij niet bij machte om een concrete toetsing door te voeren aangaande de ingeroepen en eventuele andere uitzonderingsgronden. Bijgevolg wordt het beroep ook voor wat betreft het eindrapport als gegrond beschouwd, onder voorbehoud van de toepassing van eventuele uitzonderingsgronden. De powerpoint-presentatie waarvan de stad Antwerpen op 5 februari 2020 aan de beroepsinstantie een digitaal afschrift bezorgde werd eveneens opgesteld door VITO. Deze presentatie bevat een analyse van de ingediende kandidaturen van de deelnemers voor fase 2 van de RFI, een voorstel van aanpak voor de eindrapportering en een voorgestelde timing voor de eindrapportering. De bezorgde powerpoint-presentatie bevat zoals reeds vermeld enkel een voorstel van aanpak voor de eindrapportering. Hieruit blijkt dat deze eindrapportering best de volgende elementen zou bevatten (Hoe ziet het (beste) alternatief voor ISVAG er uit? Hoe verhouden de RFI voorstellen zich tot ISVAG, en tot elkaar? Welke aspecten moeten beleidsmakers bespreken als ze de toekomst van restafvalverwerking voor Antwerpen overwegen? Wat zijn de voor- en de nadelen? Kwantitatief (kosten/prijzen, mobiliteit, koolstofvoetafdruk) én kwalitatief…) De presentatie van het VITO bevat daarnaast een overzicht van ingediende voorstellen op basis van een flowschema met de belangrijkste bevindingen van VITO omtrent de kandidaten op het vlak van de bevraagde aspecten, met name bewezen technologie, rechten grond, output-valorisatie, mobiliteit, business model en samenwerkingsvorm. Het Bestuursdecreet maakt voor wat betreft de uitzonderingsgronden een onderscheid tussen enerzijds bestuursdocumenten die milieu-informatie bevatten en anderzijds bestuursdocumenten die geen milieu-

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/20

pagina 8 van 10


informatie bevatten. Artikel I.4, 11° van het Bestuursdecreet somt gedetailleerd op wat onder milieuinformatie moet verstaan worden. In casu bevat de betreffende powerpoint-presentatie ongetwijfeld milieuinformatie in de zin van artikel I.4, 11° van het Bestuursdecreet; Het Bestuursdecreet maakt, voor wat betreft de uitzonderingen op het recht op openbaarheid, verder een onderscheid naargelang het gaat om een aanvraag tot openbaarmaking die betrekking heeft op emissies in het milieu, dan wel op andere milieu-informatie. Het begrip “emissie” dient te worden opgevat als gedefinieerd in artikel 1.1.2, §1, 3° van het DABM: “elke inbreng door de mens van verontreinigingsfactoren in de atmosfeer, de bodem of het water”. In casu betreft het gevraagde bestuursdocument een analyse van voorstellen van alternatieven voor de inplanting van een verbrandingsoven waaronder dus grotendeels informatie aangaande emissies vervat zit. Daarnaast bevat de powerpoint-presentatie naast een aantal aspecten dat niet als milieu-informatie te kwalificeren is (informatie aangaande de rechten op grond, samenwerkingsvorm, business model). Volgens de beroepsinstantie dient er te worden nagegaan of artikel II.36, § 1, 7° van het Bestuursdecreet terecht als uitzonderingsgrond kan worden ingeroepen. Volgens deze bepaling dient een aanvraag om openbaarmaking afgewezen te worden indien het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen de bescherming van het vertrouwelijke karakter van commerciële en industriële milieu-informatie, wanneer deze informatie beschermd wordt om een gelegitimeerd economisch belang te vrijwaren, tenzij diegene van wie de informatie afkomstig is met de openbaarheid instemt. Uit de toelichting ontvangen van de stad Antwerpen dat is gebleken dat verschillende kandidaten voorstellen hebben ingediend voor alternatieven voor de inplanting van een verbrandingsoven, waarbij het VITO de ingediende kandidaturen dient te beoordelen o.m. op het vlak van bewezen technologie, transport, output-valorisatie. Deze kandidaturen bevinden zich momenteel nog in een beoordelingsfase waarbij het niet duidelijk is welke verdere stappen met welke kandidaten er eventueel zullen ondernomen worden. Zo is het momenteel niet duidelijk met welke kandidaten er eventueel zou overgegaan worden tot verdere dialoog en aan wie mogelijk een formele Request for Proposal (RfP) of een overheidsopdracht zou bezorgd worden. In dergelijke fase acht de beroepsinstantie het disproportioneel om de evaluatie door VITO van de voorstellen van alle huidige met naam vermelde kandidaten zoals vervat in de overgemaakte powerpointpresentatie integraal openbaar te maken. Dit kan de positie van kandidaten hypothekeren zowel bij de huidige deelname aan de RFI als bij eventuele toekomstige deelnames aan gelijkaardige infrastructuurprojecten. Voor andere dan de milieu-informatie die vervat zit in de presentatie is omwille van dezelfde motieven art. II.35, 3° van het Bestuursdecreet van toepassing. De stad Antwerpen geeft verder nog aan dat de andere deelnemers in ISVAG en IGEAN (waar ook xxx deel van uitmaakt) op een later tijdstip zullen betrokken worden. Zij vermeldt ook nog dat zodra er consensus is over de verwerking van alle opmerkingen door VITO, er een managementsamenvatting van het eindrapport beschikbaar zal zijn. Aangezien gegevens aangaande emissies niet gevat zijn door de bovenvermelde uitzonderingsgronden van het Bestuursdecreet en omdat de beroepsinstantie tevens geen andere uitzonderingsgrond van toepassing

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/20

pagina 9 van 10


acht, kan de openbaarmaking van bepaalde kolommen in de slides van de powerpoint-presentatie niet geweigerd worden. Het betreft meer bepaald de emissie-gegevens vervat in de kolommen “emissies+koolstof-voetafdruk”, “energie” en “andere outputs”’ in de slides 5 tot 26 van de powerpointpresentatie. Voor dit onderdeel wordt het beroep als deels als gegrond beschouwd. Na beraadslaging,

BESLUIT: Het beroepschrift van xxx tegen de weigeringsbeslissing van de stad Antwerpen om een afschrift te verlenen van het eindrapport en van de documenten van de 2de fase in verband met de RFI's ingediend door 6 kandidaten en de beoordeling daarvan door VITO wordt als ontvankelijk en voor wat betreft de documenten van de 2de fase in verband met de RFI's ingediend door de 6 kandidaten en het eindrapport van het VITO als gegrond onder voorbehoud van eventuele uitzonderingsgronden beschouwd en voor wat betreft de beoordeling d.m.v. een powerpoint-presentatie door het VITO van de ingediende kandidaturen als deels gegrond beschouwd, namelijk voor wat betreft de emissiegegevens. Bijgevolg dienen de documenten van de 2de fase in verband met de RFI's ingediend door de 6 kandidaten en het eindrapport van het VITO openbaar gemaakt te worden, behoudens het spelen van uitzonderingsgronden. Ook dient de powerpoint-presentatie van het VITO gedeeltelijk openbaar te worden gemaakt door een afschrift te verstrekken van de emissie-gegevens zoals vervat in de kolommen “emissies+koolstofvoetafdruk”, “energie” en “andere outputs”’ in de slides 5 tot 26.

Geen toestemming tot hergebruik van bestuursdocumenten In zoverre dit beroep geheel of gedeeltelijk gegrond werd verklaard, geldt dat deze inwilliging van de aanvraag tot openbaarmaking GEEN toestemming inhoudt om de gevraagde bestuursdocumenten te hergebruiken, als vermeld in titel II, hoofdstuk 4 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018. Brussel, 19 februari 2020 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/20

pagina 10 van 10


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
dossier 2020-020.pdf by Vlaanderen-be - Issuu