De biologische landbouw in 2010
Departement Landbouw en Visserij afdeling Monitoring en Studie
Vincent Samborski Luc Van Bellegem
De biologische landbouw in 2010 Vincent Samborski, Luc Van Bellegem April 2011 Rapport, 37 blz. Depotnummer: D/2011/3241/092
Departement Landbouw en Visserij afdeling Monitoring en Studie Ellipsgebouw (6de verdieping) Koning Albert II - laan 35, bus 40 1030 Brussel Tel. 02 552 78 20 - Fax 02 552 78 21 e-mail: ams@vlaanderen.be
Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing Ellipsgebouw (1e verdieping) Koning Albert II laan 35 bus 50 1030 Brussel Tel. 02 552 80 11 – Fax 02 552 80 01 e-mail: vlam@vlam.be
Vermenigvuldiging en/of overname van gegevens zijn toegestaan mits de bron expliciet vermeld wordt: Samborski V. & Van Bellegem L. (2011) De biologische landbouw in 2010, Departement Landbouw en Visserij, Brussel. Graag vernemen we het als u naar dit rapport verwijst in een publicatie. Als u een exemplaar ervan opstuurt, nemen we het op in onze bibliotheek. Wij doen ons best om alle informatie, webpagina's en downloadbare documenten voor iedereen maximaal toegankelijk te maken. Indien u echter toch problemen ondervindt om bepaalde gegevens te raadplegen, willen wij u hierbij graag helpen. U kunt steeds contact met ons opnemen. Wilt u op de hoogte gehouden worden van onze nieuwste publicaties, schrijf u dan in op de AMS-nieuwsflash via de onderstaande link: http://www.vlaanderen.be/landbouw/studies/nieuwsflash
DE BIOLOGISCHE LANDBOUW IN 2010
INHOUDSOPGAVE VOORWOORD SAMENVATTING INLEIDING........................................................................................................................................................... 1 1.
DE BIOLOGISCHE LANDBOUW IN DE EU-27 IN 2009 ..................................................................... 2 1.1. 1.2. 1.3. 1.4. 1.5.
2.
STAND VAN ZAKEN IN DE EU-27........................................................................................................... 2 NEDERLAND ......................................................................................................................................... 4 FRANKRIJK ........................................................................................................................................... 5 DUITSLAND ........................................................................................................................................... 6 VERENIGD KONINKRIJK ........................................................................................................................ 7
DE BIOLOGISCHE PRODUCTIE IN VLAANDEREN IN 2010 .......................................................... 9 2.1. KERNCIJFERS PRODUCENTEN ................................................................................................................ 9 2.2. STOPZETTINGEN.................................................................................................................................. 12 2.3. KERNCIJFERS AREALEN....................................................................................................................... 12 2.4. DIERLIJKE PRODUCTIE ........................................................................................................................ 14 2.5. ANDERE MARKTDEELNEMERS ONDER CONTROLE ............................................................................... 15 2.6. EVOLUTIE VAN DE MELKPRIJZEN 2010................................................................................................ 15 2.7. EVOLUTIE VAN DE PRIJZEN VOOR GROENTEN EN FRUIT 2010.............................................................. 16 2.7.1. Appelen en peren........................................................................................................................... 17 2.7.2. Witloof........................................................................................................................................... 17 2.7.3. Prei................................................................................................................................................ 18 2.7.4. Wortelen ........................................................................................................................................ 19
3.
OVERHEIDSUITGAVEN VOOR DE BIOLOGISCHE SECTOR IN 2010 ....................................... 20 3.1. 3.2. 3.3. 3.4. 3.5.
INLEIDING ........................................................................................................................................... 20 RESULTATEN ...................................................................................................................................... 20 HECTARESTEUN .................................................................................................................................. 24 RECHTSTREEKSE STEUN ...................................................................................................................... 25 BIO ZOEKT KETEN .............................................................................................................................. 26
4.
ONDERZOEK VOOR DE BIOLOGISCHE SECTOR......................................................................... 27
5.
CONSUMPTIE EN DISTRIBUTIE VAN BIOLOGISCHE PRODUCTEN IN 2010 ......................... 28 5.1. 5.2. 5.3. 5.4.
MARKTOMVANG ................................................................................................................................. 28 CONSUMENTENPROFIEL ...................................................................................................................... 29 DISTRIBUTIEKANALEN ........................................................................................................................ 32 PRIJZEN............................................................................................................................................... 33
BRONNEN........................................................................................................................................................... 35 FIGUREN ............................................................................................................................................................ 36 TABELLEN......................................................................................................................................................... 36 LIJST AFKORTINGEN .................................................................................................................................... 37 VERKLARENDE WOORDENLIJST .............................................................................................................. 37 BIJLAGEN .............................................................................................................................................................I
Voorwoord Met dank aan volgende personen voor hun input : Katleen Butaye (Agentschap voor Landbouw en Visserij), Lieve De Cock (ILVO), Vanessa De Raedt (ADLO), Eline De Regt (AMS), Sofie Hoste (Bio Zoekt Boer), Elfi Laridon (ADLO), Jan Maes (ADLO), Ferdi Soors (IWT), Paul Verbeke (BioForum), Marie Verhassel (ADLO).
Samenvatting De biologische landbouw in Europa kende in 2009 opnieuw een groei met 8% en bereikte een oppervlakte van 8,4 miljoen hectare. Het land met het hoogste aandeel bio in de totale oppervlakte is Oostenrijk, met 18,5%. Het biologische landschap varieert van land tot land. In Frankrijk kenden ze hun beste jaar ooit, met een areaal dat toenam met 16% en een verdubbeling van de consumentenbestedingen. Onder andere de toenemende vraag naar wijn van biologische druiven had invloed op die groei. In Duitsland stagneerde de markt. Door een daling van de prijzen in enkele productcategorieën liep de omzet lichtjes terug met 1%. Duitsland blijft met 5,8 miljard euro evenwel de grootste markt van Europa. In het Verenigd Koninkrijk was de situatie het slechtst. De omzet daalde met 12% doordat de consument minder frequent bioproducten kocht. Uit een enquête bleek dat de crisis evenwel niet de enige oorzaak was. Ook het slechte weer en extra kosten voor bewaring bij landbouwers hebben bijgedragen aan de hoge prijzen. Vlaanderen schaart zich opnieuw bij de groeiers, zowel op het vlak van productie als van consumptie. Het areaal neemt met 4% toe en bedraagt 3.822 hectare in 2010. Het aantal bioboeren komt op 256 bedrijfseenheden te staan, een netto-toename van 14 eenheden. Dat is een gelijkaardig beeld als vorig jaar. De cijfers geven een vernieuwd vertrouwen weer in omschakeling: het areaal in omschakeling nam met 28% toe en bedraagt 766 hectare of één vijfde van het totale Vlaamse biologisch areaal. Het bestaan van Bio Zoekt Boer draagt hieraan bij en zorgt ervoor dat de landbouwer beter geïnformeerd en voorbereid is op het tijdstip van omschakeling. Vlaanderen kende de laatste drie jaar een beperkte uitstroom, wat erop kan wijzen dat de producenten zich aan het professionaliseren zijn en oplossingen vinden voor de uitdagingen waar ze voor staan, al dan niet met advies. Verschillende producenten ervaren akkerbouwteelten als “moeilijk”: het onkruid is moeilijk onder controle te houden en vogelschade door kraaien of duiven zorgt voor overlast. Bij groente- en fruitteelten ligt het areaalverlies het laagst. Uit een analyse van de bedrijfsgrootte blijkt dat 24 bedrijven 40% van het areaal in handen hebben, en dat deze bedrijven vaak ook nog gangbare percelen hebben. Slechts op 10% van alle biobedrijven overweegt de gangbare teelt. Vlaanderen gaf 3,7 miljoen euro uit aan ondersteuning van de biologische landbouwsector, een toename van 8% ten opzichte van 2009. Vooral extra inspanningen voor onderzoek hebben voor die toename gezorgd: zo is er 160.000 euro middelen naar het vorig jaar opgerichte CCBT gegaan en is het aantal betalingen voor lopend onderzoek veel hoger geweest. Hierdoor neemt onderzoek 38% van de totale uitgaven voor zijn rekening. De meeste onderzoeksprojecten spitsten zich toe op gewasbescherming en onkruidbestrijding. De middelen voor de producenten nemen 28% in. Communicatie heeft het laagste aandeel, met 4,2% van de uitgaven. 85% van het biologische areaal komt in aanmerking voor hectaresteun in 2010 (73% in 2009). De consumentenbestedingen namen met 20% toe en bereikten 421 miljoen euro volgens de jaarlijkse meting van GfK. In 2010 waren er meer kopers, meer bestedingen aan bioproducten en een hogere aankoopfrequentie. Het marktaandeel nam hiermee toe van 1,3% tot 1,8%. Het grootste marktaandeel blijft voor biologische vleesvervangers (21%). Biologisch vlees neemt het laagste marktaandeel in met 0,6%. Biogroenten (marktaandeel 4,8%) blijven het ook goed doen. De bestedingen voor versproducten gaan voor 58% uit naar plantaardige producten. 89,6% van de Belgische kopers kochten in 2010 minstens eenmaal een bioproduct (Vlaanderen 90,3%). De belangrijkste kopersgroepen zijn die voor groenten (58% koopt op jaarbasis wel eens bio-groenten), fruit (36%) en zuivel (33%). De kopers van biovlees staan op de vijfde plaats maar kenden de sterkste groei van 10 naar 20 kopers op 100 in de laatste 5 jaar. Welgestelde gezinnen met kinderen en gepensioneerden zijn de grootste kopersgroepen. De supermarkt (hypermarkt + discounter + buurtsupermarkt) blijft met 61,5% het belangrijkste distributiekanaal. Verkoop via korte keten kende een stagnatie. Prijzen van biologische producten zijn gemiddeld 33% duurder dan gewone producten.
Inleiding  Dit jaarrapport heeft als doel jaarlijks een kwantitatief beeld te geven van de biologische landbouw in Vlaanderen en de trends en evoluties binnen de biologische sector. Het rapport situeert de Vlaamse biolandbouw in Europese context, geeft een structureel beeld aan de hand van cijfers en geeft aan hoeveel specifieke steun de sector jaarlijks ontvangt. Het rapport wordt aangevuld met resultaten van het GfK consumentenpanel, die door de VLAM aangereikt worden. Daaruit blijkt hoeveel de consument uitgeeft aan biologische producten, via welke distributiekanalen de producten aangekocht worden en naar welke producten er vraag is. Het rapport kan gebruikt worden om de impact van het Strategisch Plan biologische landbouw 2008-2012 op te volgen.
1
1.
De biologische landbouw in de EU-27 in 2009
1.1.
Stand van zaken in de EU-27
In 2009 kende het Europees biologisch areaal (EU-27) een groei met 8% (8,9% in 2008) en bereikte 8,4 miljoen hectare, een bijna gelijke groei in vergelijking met het jaar voordien. Oostenrijk breidt verder uit: het areaal nam met 35% toe en bereikt een aandeel van 18,5% in het totale landbouwareaal. In termen van dit aandeel, wordt Oostenrijk gevolgd door Zweden (12,5%) en Estland (10,5%). Dat is ver boven het gemiddeld Europees aandeel van 4,7%. In slechts drie landen, Portugal, Slovenië en het Verenigd Koninkrijk is er een areaaldaling te zien. In Portugal is die groot (10%). Het land met het grootste biologisch areaal blijft Spanje, met een oppervlakte van 1.330.774 hectare, op de voet gevolgd door Italie, met 1.106.684 hectare. Duitsland bekleedt een derde plaats met 947.115 hectare. Deze drie landen samen vertegenwoordigen 40% van het totale Europese bioareaal. Figuur 1: Biologisch areaal in de EU-27 (linker-as) en aandeel biologische oppervlakte in de totale oppervlakte cultuurgrond (rechter-as), 2005-2009 1.400.000
20% 18%
1.200.000 16% 14% 12%
800.000
10% 600.000
aandeel (%)
aantal hectares biologisch
1.000.000
8% 6%
400.000
4% 200.000 2% 0%
Be l Ts gië De je c ne hi m ë a D rken ui ts la n Es d tla nd G Ierla rie ke n d nl an Sp d an Fr j e an kr ijk I ta li ë C yp ru Le s tla Li nd to Lu uw xe e n m b Ho urg ng ar ij e M Ne alt de a O rlan os d te nr ijk Po Po len rtu Sl gal ov e Sl nië ov ak F i ij e Ve nl a re Z nd ni gd we K o de ni n n Ro kri em jk e Bu nië lg ar ije
0
2005
2006
2007
2008
2009
aandeel bio 2009
Bron: FiBL op basis van Eurostat Het aantal biobedrijven in de EU-27 bedroeg 208.985 eenheden, een groei met 6,3% ten opzichte van 2008. Het toetreden van de nieuwe lidstaten zorgde opnieuw voor een toename in de EU-27. In de verschillende lidstaten evolueerde het aantal bedrijven op heel uiteenlopende wijze. Het aantal biobedrijven in Griekenland kende een sterke toename, terwijl Denemarken en Finland een daling kenden over de laatste 5 jaren. Om een verdere productiegroei te kennen, is het vooral van belang om een groei van het areaal in omschakeling te behouden. Dit zijn arealen die potentieel in aanmerking komen voor biologische productie. Het aandeel areaal in omschakeling (Figuur 2) vertoont schommelingen en er is geen rechtstreeks verband te zien tussen het aandeel areaal in omschakeling en de evolutie van het biologisch areaal dat op een meer lineaire manier evolueert (zie Figuur 1). Er wordt in bepaalde jaren meer omgeschakeld dan in andere waardoor de balken in figuur 2 een schommelende evolutie vertonen. Voor de volgende jaren lijkt er een verlaagd potentieel te zijn voor het Verenigd Koninkrijk
2
en Polen. Deze landen kennen al drie jaar op rij een daling van het aandeel omschakeling. Finland en Denemarken hebben een aandeel omschakelingsareaal in totaal biologisch areaal dat lager is dan 20%, maar dat aandeel is jaarlijks groeiend. In de overige EU-landen, inclusief België, ligt het aandeel boven de 20% met enkele uitschieters zoals Bulgarije, Spanje en Portugal, die de 40% overschrijden. In het geval van België draagt Wallonië vooral bij tot dit aandeel. Hoewel op beperktere schaal, is ook in Vlaanderen de trend op een toenemend omschakelingsareaal merkbaar, dus op verdere toename van productie (zie productiegegevens). Figuur 2: Aandeel van het areaal in omschakeling in het totaal areaal bio in enkele lidstaten, in %, 20052009 80%
70%
60%
50%
40%
30%
20%
10%
en ed
Ve re ni
gd
Zw
Po le n
Ko
ni
nk
r ij k
de rla nd
li ë
Ne
Fi
It a
nl
an
d
kr ijk Fr an
je an
ar m De
ne
Sp
ke
n
ië ch je Ts
ije Bu lg ar
Be
lg
ië
0%
2005
2006
2007
2008
2009
Bron: Europese Commissie Omdat biologische landbouw een extensief en grondgebonden productiesysteem is, mag het niet verbazen dat 45% van het Europees areaal grasland is. 9% van het areaal wordt gebruikt voor permanente teelten en 40% voor gewassen. Dat gebruikspatroon blijft van jaar op jaar ongewijzigd en is verschillend van de gangbare landbouw, waar 33% door grasland wordt ingenomen en 60% door gewassen. Graslanden zijn makkelijk om te schakelen en vragen relatief weinig productieaanpassingen en investeringen (World of Organic Agriculture 2010). De Europese markt (EU-15) van biologische producten blijft het goed doen. 80% van het verkoopscijfer (14,5 miljard euro) vindt plaats in slechts 4 lidstaten: Duitsland, Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Italië. Deze landen hebben ook consumenten met een hoge koopkracht. In Duitsland bedraagt de consumptie 71 euro per capita per jaar, in het Verenigd Koninkrijk 34 euro en in Frankrijk 47 euro. Ter vergelijking: in Polen is dat 1 euro, in Hongarije 3 euro, in Griekenland 5 euro en in Portugal 7 euro (World of Organic Agriculture 2011). Oost-Europese en Zuid-Europese landen vertonen een aandeel bio in de totale voeding dat kleiner dan of gelijk is aan 1%. Om die reden wordt gebrek aan koopkracht in het Europees rapport (Europese Commissie, 2010) als de belangrijkste belemmering gezien voor marktgroei in sommige landen. Het biologische segment is het grootst in Denemarken (7,2% van de totale voeding), gevolgd door Oostenrijk (6%). België staat op de negende plaats met 1,5%. FADN-gegevens geven aan dat biologische landbouwers hogere subsidies ontvangen dan gangbare (438€ t.o.v 355€ per hectare in de EU-15 in 2007). Vooral de agromilieupremies vertonen een groot verschil, met 127€ per hectare t.o.v 25€ per hectare. Dat komt omdat de biolandbouwers hun hectaresteun kunnen cumuleren met andere milieupremies in het kader van het Programma voor Plattelandsontwikkeling (PDPO II).
3
1.2.
Nederland
De beleidsaanpak in Nederland voor de jaren 2008-2011 legt de nadruk op het doorgroeien van praktijken uit de biolandbouw in de gangbare landbouw en in de samenleving. 10% van het onderzoeksbudget wordt besteed aan het thema “bio in relatie tot de gangbare landbouw” en er lopen 15 initiatieven waarin samenwerking sector – samenleving centraal staat. Zo lopen er projecten waarbij het invoeren van biologische voeding in de bedrijfscatering of in scholen bevorderd wordt. De prioriteit op kennis en innovatie vertaalt zich ook budgettair: twee derde van het budget 2008-2011 is hiervoor voorzien. Belangrijkste project is Bioconnect, een kennisnetwerk waarbij boeren en ondernemers zelf onderzoeksbehoeften aangeven. De ideeën stromen door naar bedrijfsnetwerken via product- en themawerkgroepen. In de werkgroepen is alle praktijkexpertise aanwezig, van onderzoekers tot beleidsmakers. Op 12 januari 2010 tekenden overheid en sector een intentieverklaring om hun samenwerking verder te zetten in het kader van het derde convenant. Het is de bedoeling dat de sector geleidelijk autonoom functioneert. Per 1 januari 2012 stopt de financiering vanuit de overheid. De biologische sector blijft groeien in Nederland, zowel in de productie als in de agrovoeding. In 2009 nam het areaal met 2,9% toe en bedroeg 51.911 hectare (2,7% van het totale landbouwareaal), het aantal producenten komt op 1.440 te staan en de consumptie stijgt met 10,8 % tot 647 miljoen euro. Alle productgroepen droegen bij aan de groei. De supermarkten zijn in Nederland het belangrijkste afzetkanaal, en kenden een omzetgroei van ruim 11%. Dit is te verklaren door de uitbreiding van het productassortiment en hogere verkoopcijfers in de reeds aangeboden producten. De sterkste omzettoename is te vinden bij de contractcatering voor bedrijven en andere collectiviteiten (ziekenhuizen,, gevangeniswezen,…) (+21,5%). Het marktaandeel van contractcatering stijgt hiermee van 3,6% naar 4,3%. Het jaarlijkse biorapport uit Nederland geeft evoluties weer per productgroep (Tabel 1). De aardappelen deden het minder goed door het tegenvallende rendement. Ook de verkoop van groenten beantwoordde niet aan de verwachtingen. Door prijsacties op niet-bioproducten lieten de consumenten bioproducten vaak links liggen. Tabel 1: Omzet bio per productcategorie, Nederland, 2009 Productcategorie Omzet Evolutie (miljoen 2008-2009 euro) aardappelen 26,0 -4,3% groenten 95,6 +8,8% fruit 26,3 +5,1% vlees 94,5 +12% waarvan varkensvlees 10,9 +4,4% rundvlees 31,6 +35,5% pluimveevlees 93 +17% vleeswaren 17,2 +20,4% vleesvervangers 12,6 +2,9% zuivelproducten 122,4 +18,8% eieren 18,1 +20% vers brood 58,1 +21,3% overige voeding 205,6 +6,4% Bron: LEI Wageningen
4
1.3.
Frankrijk
Op beleidsvlak maakte de Franse overheid de midterm balans op van het plan “Agriculture biologique, horizon 2012”. De initiële doelstellingen blijven gehandhaafd onder invloed van de positieve cijfers. Toename van de productie blijft voorrang krijgen, zodat Frankrijk minder afhankelijk is van het buitenland. De overheid maakt ook 6 miljoen euro extra vrij om geen enkele omschakeling aan zich voorbij te laten gaan. Frankrijk is in 2009 binnen Europa de sterkste groeier na een aantal mindere jaren. Nooit voordien werd een dergelijke stijging van het aantal bedrijven geregistreerd. Maar liefst 3.769 bedrijven maakten de overstap naar biologische productie, een toename van 24%, waardoor het aantal bedrijven op 16.446 komt te staan. Het areaal steeg hierdoor met 16% en bedroeg 677.513 hectare. Het aandeel areaal in omschakeling bedraagt 22%. Dat is een stijging met 86%, wat wijst op een blijvend engagement in de toekomst.. 3,1% van de landbouwbedrijven en 2,5% van het areaal zijn biologisch. De consumentenbestedingen bedroegen 3 miljard euro, een verdubbeling ten opzichte van 2005 (Agence Bio). De eerste kwartaalcijfers van 2010 vertoonden een verdere expansie van de sector. Figuur 3: Aantal bedrijven, areaal in omschakeling en bio, Frankrijk, 1995-2009 700000
18000
16000 600000 14000 500000
400000
10000
8000
300000
aantal bedrijven
oppervlakte (hectare)
12000
6000 200000 4000 100000 2000
0
0 1995
1996
1997
1998
areaal biologisch
1999
2000
2001
2002
2003
areaal in omschakeling
2004
2005
2006
2007
2008
2009
aantal biobedrijven
Bron: Agence Bio De areaalstijging is onder andere toe te schrijven aan de populariteit van de wijn, vervaardigd uit biologische druiven (+39%). In de biologische sector bestaat er nog geen Europese regelgeving over wijn, zodat er sprake is van wijn geproduceerd van biologische druiven. Voor Frankrijk is deze wijn een hoogkwalitatief exportproduct. Er is een toenemende vraag uit de Verenigde Staten, Brazilië en andere Europese lidstaten. Binnen Europa is de vraag naar wijn van biologische druiven toegenomen in Zweden (+18% verbruikt), Nederland (+10%) en Denemarken (+8%), waardoor de vraag momenteel het aanbod overstijgt. Frankrijk schat dat 38% van de bioproducten ingevoerd worden. De import bestaat vooral uit exotische vruchten en uit producten waarvoor Frankrijk op het vlak van productkwaliteit niet met andere landen kan concurreren (citrusvruchten, specerijen) en producten die ingevoerd worden omdat de eigen productie niet toereikend is (melk, varkensvlees, pitfruit). De export in bioproducten is ook toegenomen en bedraagt 190 miljoen euro. Daarvan is 36% voor rekening van groenten en fruit, en
5
nog eens 36% heeft betrekking op wijn gemaakt van biologische druiven. De vraag stijgt ook buiten de seizoenen, waardoor import van groenten en fruit van verder moet komen. Tabel 2: Omzet per productcategorie in de biosector, Frankrijk, 2009 Productcategorie Omzet Evolutie (miljoen 2008-2009 euro) wijnen 298 +17% groenten en fruit 523 +16% melk 240 +21% vlees 424 waarvan varkensvlees 35 +10% rundvlees 136 +21% pluimveevlees 93 +17% vleeswaren 50 +48% zuivelproducten 235 +12% eieren 196 +15% vers brood 340 +3% overige voeding (dranken, 785 n.b. kruiden, vis) Bron: Agence Bio
1.4.
Duitsland
Het Duitse strategische plan voor de biolandbouw, Bundesprogramm Ökologischer Landbau (BÖL) loopt in Duitsland al sinds 2002. Het hoofddoel is een harmonieuze groei van de volledige keten (“von Acker bis zur Ladentheke”). Budgettaire middelen werden tot 2015 vrijgemaakt om de vooropgestelde doelstellingen te realiseren. Het totale voorziene budget bedraagt 16 miljoen euro per jaar. De sector wordt uitgewerkt vanuit vijf grote pijlers, van waaruit heel wat maatregelen vertrekken. Onderzoek en communicatie nemen een belangrijke plaats in. In het begin richtte het programma zich op het verhogen van de belangstelling voor bioproducten bij de consument. Intussen is het programma door de ontwikkelingen aan herziening toe en is het de biologische markt die aan ondersteuning toe is om op grotere schaal te kunnen werken. Dit gebeurt in samenwerking met een expertennetwerk binnen de industrie. Door de uitwisseling van ideeën en ervaringen, kunnen de beoogde projecten optimaal worden aangepast aan de huidige ontwikkelingen van de industrie. De Duitse bio-voedingsmarkt kende in 2009 een stagnatie. De omzet van biovoeding en dranken liep lichtjes terug met 1% en bedroeg 5,8 miljard euro. De oorzaak lag volgens de Duitse rapportages in een daling van de prijzen in enkele belangrijke productgroepen door de uitstekende oogsten. Hierdoor verschoof de biologische markt van een vraaggerichte naar aanbodgerichte markt. De daling was het grootst bij de discounters (-8% omzet), gevolgd door de biowinkels (-2%). De producten die een omzetdaling kenden waren aardappelen (-15%), alcoholvrije dranken (-10%), groenten (-9%) en melk (-5%). Producten die het wel goed deden waren babyvoeding (+16%), vlees (+13%) en alcoholische dranken (+13%). De prijzen lagen naar schatting gemiddeld 3% lager dan het jaar 2008. Duitsland kende een toename van zijn biologisch areaal met 4,8%, en heeft een oppervlakte van 947.115 hectare. Het aantal bedrijven onder controle nam met 6% toe tot 19.824 bedrijven. De verhoogde vraag naar bioproducten zorgt voor een hogere omschakelingsbereidheid en gunstige vooruitzichten bij de producenten. Door een verbeterde economische situatie en een assortimentsverbreding bij de discounters herstelde het onevenwicht tussen vraag en aanbod. Met 188.000 hectare is grasland de grootste cultuur in Duitsland. Dit hangt nauw samen met een toename van de dierlijke productie: in 2008 werden 25% meer bio-varkens geslacht. Dat is 0,6% van het totaal aantal geslachte varkens in Duitsland. Bedrijfseconomische cijfers tonen aan dat biobedrijven gezamenlijk voor 1,2 miljard euro aan producten verkocht hebben. De gemiddelde omzet per bedrijf lag in de biologische bedrijven onder die van hun gangbare collega’s. Daarentegen is het gemiddeld arbeidsinkomen per bedrijf en per hectare hoger in de bio dan in de gangbare productie. De verdienstructuur is ook anders: biobedrijven
6
verdienen 23% van hun omzet uit fruit, groenten en aardappelen, terwijl dat in de gangbare productie 10% is. Bij het vlees is dat omgekeerd: 19% van de omzet in biologische bedrijven en 31% bij de gangbare bedrijven.
1.5.
Verenigd Koninkrijk
In het Verenigd Koninkrijk besteedt het beleid aandacht aan de milieuvriendelijke eigenschappen van biolandbouw. De sector was actief betrokken in rondetafels met betrekking tot de reductie van broeikasgassen en klimaatverandering. De promotie van biolandbouw als een leidend duurzaam landbouwsysteem is een belangrijk punt. Verder wordt biovoeding actief gepromoot in scholen en kinderdagverblijven. Het Verenigd Koninkrijk toont, in tegenstelling tot de eerder besproken buurlanden, een heel andere tendens. Het land kende in 2008 en 2009 een erg moeilijke economische situatie waarbij het pond devalueerde. De omzet daalde er met 12,9% en bedroeg 1,84 miljard pond (2,1 miljard euro). Door de terughoudendheid van de consument om bioproducten te kopen, waren ook de distributeurs voorzichtiger en kochten kleinere volumes aan. Nog steeds evenveel consumenten (88%) kochten bioproducten aan in 2009, alleen gebeurden de aankopen minder frequent. De Soil Association verwacht een groei tussen 2 en 5% in 2010. Figuur 4: Evolutie van de omzet biologische producten in het Verenigd Koninkrijk, in miljoen pond, 19952009 1995
140
1996
200
1997
260
1998
390
1999
605
2000
802
2001
920
2002
1.000
2003
1.100
2004
1.200
2005
1.600
2006
1.900
2007
2.078
2008
2.113
2009
1.840 0
500
1.000
1.500
Bron: Organic Market Report 2010
7
2.000
2.500
Zuivelproducten blijven met een aandeel van 33% in de totale bio-verkopen de belangrijkste categorie van biologische producten. De vleessector werd hard getroffen. De vraag naar biologisch vlees daalde met waarden tussen 10 en 30%. Vers fruit en verse groenten nemen een aandeel van 26% in de totale bio-verkoop, maar hun omzet zakte met 14,8%. De producten die het best weerstand geboden hebben aan de neerwaartse trend zijn bereide producten, melk (+1%) en huiselijke ingrediĂŤnten zoals kruiden en specerijen (+1,4%), die hun omzet zelfs lichtjes zagen toenemen. Wanneer de omzet bekeken wordt per distributiekanaal ziet men in alle kanalen een achteruitgang. Sterkste omzetdaling is voor rekening van de verkopen op boerenmarkten (-20%). Belangrijke omzetdalingen zijn eveneens terug te vinden bij de supermarkten (-12%), de hoeveverkoop (-14%) en kleine biowinkels (-18%). Groenteabonnementen, voedselpakketten en mailorderverkoop kenden de zwakste daling in omzet (10%). Tabel 3: Aandeel van de distributiekanalen in de verkoop van biologische producten, Verenigd Koninkrijk, 2009 Distributiekanaal Omzet (in Aandeel in totale Evolutie 2009 t.o.v miljoen pond) verkoop 2008 bioproducten Supermarkten 2009 1.356,8 73,7% -12,2% Supermarkten 2008 1.545,4 Abonnementen, thuislevering, 154,2 8,4% -9,8% postorder 2009 Abonnementen, thuislevering, 170,9 postorder 2008 Hoeveverkoop 2009 32,67 1,8% -13,8% Hoeveverkoop 2008 37,9 Boerenmarkten 2009 18,96 1,0% -20% Boerenmarkten 2008 23,7 Catering 2009 16,47 0,9% -10% Catering 2008 18,3 Kleinhandel 2009 261,1 14,29% -17,7% Kleinhandel 2008 317,3 Totaal 2009 1.840,2 100% -12,9% Totaal 2008 2.113,5 Bron : Organic Market Report 2010 Het areaal nam daarentegen met 9% toe ten opzichte van 2008 en bedroeg 743.516 hectare, wat een aandeel van 4,3% is in de totale landbouwoppervlakte. Het aandeel grond in omschakeling nam af met 5,3%, wat erop kan wijzen dat er een remming in de groei zal zijn in 2010. De minder rooskleurige cijfers zijn het gevolg van getroffen oogsten in een uitzonderlijk natte julimaand, hoge voederprijzen voor de dierlijke producenten en extra kosten voor het drogen van hun gewassen. De consument zelf vindt de bijdrage van het product aan milieu en gezondheid belangrijk.
8
2. 2.1.
De biologische productie in Vlaanderen in 2010 Kerncijfers producenten
In 2010 namen zowel het aantal producenten als het biologische areaal toe, met een gelijkaardige groei als het jaar voordien. Eind 2010 waren er 256 producenten actief. Ten opzichte van 2009 kwamen er in de loop van 2010 28 nieuwe producenten bij en stopten er 14 landbouwers. Van alle biologische landbouwers hielden 160 onder hen zich enkel bezig met het telen van plantaardige producten (akkerbouw, groenten, fruit) en hadden geen enkel dier op hun bedrijf. Akkerbouwgewassen zijn duidelijk minder in trek en worden voornamelijk geteeld met het oog op ruwvoederproductie. Tuinbouw zit in de lift: 77 producenten teelden uitsluitend groenten of fruit. Daarbovenop zijn er nog 51 producenten die naast groenten of fruit ook akkerbouwgewassen inzaaien. 58 producenten hadden zowel dierlijke als plantaardige productie op hun bedrijf. Het gemengde karakter wordt bepaald door de aanwezigheid van tuinbouwgewassen op het landbouwbedrijf (Tabel 5). Tabel 4: Aantal biologische producenten onder controle, Vlaanderen, 2010 (aantal Totaal Gestopt in Nieuw in 2010 Nettogroei bedrijfseenheden) onder 2010 controle West-Vlaanderen 55 5 8 +3 Oost-Vlaanderen 62 1 3 +2 Limburg 34 3 6 +3 Antwerpen 51 3 4 +1 Vlaams-Brabant 54 2 7 +5 Totaal 256 14 28 +14 Bron: Departement Landbouw en Visserij
Figuur 5 illusteert het vermogen van de landbouwers om de biologische teeltwijze aan te houden. De blauwe balk toont het aantal landbouwers die zich in het betreffende jaar bij een controle-orgaan geregistreerd hebben. De groene balk wijst aan hoeveel van deze landbouwers in 2010 nog actief zijn. Het valt op dat in de jaren 2000-2002 ongeveer de helft van de landbouwers er intussen mee gestopt zijn. De beperkte kennis en de weinige omkadering die er toen was zullen ongetwijfeld belangrijke argumenten geweest zijn voor het hoger aantal stopzettingen van landbouwers die in deze periode zijn gestart. In diezelfde periode zette de dioxinecrisis de landbouwers aan om hun productiewijze in vraag te stellen en alternatieven te zoeken, rekening houdend met milieu en gezondheid, wat een verklaring is voor het hoge aantal instappers in 2000 en 2001.
9
25
50%
20
40%
15
30%
10
20%
5
10%
0
0%
2010
60%
2009
30
2008
70%
2007
35
2006
80%
2005
40
2004
90%
2003
45
2002
100%
2001
50
2000
aantal landbouwers
Figuur 5: Aantal instappers per jaar en aantal overgebleven instappers in 2010, Vlaanderen
aantal instappers in jaar X aantal overgebleven instappers van jaar X in 2010 aandeel blijvers van jaar X in 2010
Bron: Departement Landbouw en Visserij
Daarnaast geeft de figuur ook een voorzichtige indicatie over de professionalisering van de sector. Van de instappers 2000-2002 is de helft nog actief in 2010. Van de instappers In de periode 20072010 zijn er daarentegen amper biolandbouwers die wegvallen. Een meerderheid van omschakelaars slaagt er dus in om de twee- of driejarige omschakelingsperiode te overbruggen. Het is echter wachten op de evolutie in volgende jaren om dit verder te bevestigen; verwacht wordt echter dat de verbeterde structurering en de bestaande opvangnetten in de sector ervoor zal zorgen dat het aandeel overblijvers over een aantal jaren op een hoger peil (80%-100%) zal komen te liggen. Ook Bio Zoekt Boer speelt ongetwijfeld een actieve en faciliterende rol bij het omschakelen (zie kaderstuk). Het aanspreekpunt verleende advies aan 71% van de landbouwers die in 2009 en 2010 omschakelden. Van de 256 landbouwers die Bio zoekt Boer contacteerden (2009 en 2010) zijn 34 reeds omgeschakeld (13%). Van de overige 14 omschakelaars is moeilijker te achterhalen of de Bio Zoekt Boer hen heeft beïnvloed bij hun beslissing tot omschakeling. De vooropgestelde doelstellingen zijn hiermee ruimschoots gehaald. Dit illustreert de behoefte aan een zichtbaar en gemakkelijk bereikbaar aanspreekpunt dat de kandidaat-omschakelaar wegwijs maakt in de wetgeving, verplichtingen en organisaties. Daardoor is hij/zij beter geïnformeerd en voorbereid dan vroeger op het tijdstip van omschakeling. Tabel 5: Producenten volgens technisch-economische oriëntatie, Vlaanderen, 2008-2010 Bedrijven met: 2008 2009 2010 enkel dierlijke productie (*) 43 41 38 enkel plantaardige productie 131 143 160 tuin- en akkerbouw 52 54 51 enkel tuinbouw 57 68 77 enkel akkerbouw 12 9 3 akkerbouw+grasland 10 12 14 grasland, areaal in natuurbeheer 0 0 15 gemengd dierlijk en plantaardig 56 58 58 totaal 230 242 256 Bron: Departement Landbouw en Visserij (*) deze bedrijven beschikken ook over grasland. Het gemengde karakter slaat op de aanwezigheid van tuinbouw.
10
Bio zoekt Boer werd in 2009 opgestart met als doelstelling om de omschakeling naar bio in Vlaanderen te stimuleren. Er werd daarbij als streefdoel 10 omschakelaars per jaar vooropgesteld. In de eerste plaats verleent Bio zoekt Boer gepersonaliseerd advies aan gangbare land-en tuinbouwers. Zij zitten met heel diverse vragen over wetgeving, controle, afzetkansen en de omschakelperiode. Voor specifieke vragen over o.a. teelttechniek, afzetgaranties wordt verwezen naar de deskundigen ter zake. Bio zoekt Boer werkt ook op een indirecte manier aan overtuigen door het informeren en sensibiliseren via artikels. Deze moeten land- en tuinbouwers aanzetten tot nadenken over de strategie van hun bedrijf, werken drempelverlagend. De geïnteresseerde landbouwers nemen hierdoor gemakkelijker contact op met Bio zoekt Boer.
Resultaten 256 land- en tuinbouwers kregen persoonlijk advies van Bio zoekt Boer. Dat zijn er gemiddeld 2,5 per week. De aanpak is globaal genomen als volgt. Na een eerste mail met basisinfo, vindt meestal een gesprek op het bedrijf zelf plaats. Nadien is er meestal nog regelmatig telefonisch contact, totdat de beslissing genomen wordt. Deze fase kan snel gaan (1 maand) of langere tijd (meer dan 2 jaar) in beslag nemen. Naar schatting is er gemiddeld 6 keer contact per persoon. Van deze groep van 256 land- en tuinbouwers hebben al 34 de stap naar bio gezet. In totaal schakelden 49 land- en tuinbouwers om sinds de opstart van Bio zoekt Boer. Dat komt neer op een jaarlijkse toename van 10%: 21 in 2009 en 28 in 2010. Hiermee tellen we op dit moment in Vlaanderen 256 bioboeren en 3822 ha in omschakeling. Bio zoekt Boer verleende advies aan 71% van de omschakelaars (34 van de 49, zie grafiek). De meeste belangstelling ging naar de teelt van fijne groenten. Bij dierlijke productie is de producent het minst geneigd om de stap te zetten. De overige 29% schakelde om zonder rechtstreeks advies, maar werd mogelijk wel positief (indirect) beïnvloed door de maandelijkse Bio zoekt Boer rubriek in Boer&Tuinder (BB) en Drietandmagazine (ABS). Op dit moment zijn er nog een groep van 166 land- en tuinbouwers die advies kregen maar nog niet de stap naar bio hebben gezet. Deze mensen hebben nog extra stimulansen nodig om daadwerkelijk de stap te zetten, voornamelijk vanuit de afzet. Stimulansen vanuit de handel- en distributiesector zijn cruciaal in het beslissingsproces. De verhouding tussen verleende adviezen (256) en aantal effectieve omschakelaars geeft een zicht op het rendement van Bio zoekt Boer en bedraagt 13%. (Sofie Hoste)
Overzicht van adviezen per sector en daarbij horende omschakelingen per sector
in begeleiding
9
omgeschakeld (in totaal 34)
3 6 2 4
51
2 6
27 0
12
18
24
1
34
0
0 17
10
16
1 20
ge gl ite as n tu in bo uw kl ei nf ru it pi tf ru it m el kv ee pl ui m ve e sc ha pe n st ar te r va rk en s vl ee sv ee an de re
5 ak ke rb fij ou ne w g ro en te n
32
0
11
40
2.2.
Stopzettingen
Er gebeurde voor de derde keer een peiling bij de controleorganen en enkele stopzetters om te polsen naar de achterliggende redenen. Op basis daarvan worden steeds terugkerende redenen geïdentificeerd die verband houden met aspecten op het vlak van productie. Meer persoonlijke redenen (gezondheid, familiaal, overname) kunnen ook aan de basis liggen van een stopzetting van activiteiten. In twee gevallen staat de stopzetting gelijk met een overname waardoor geen sprake is van een zuivere stopzetting. -
-
-
2.3.
producenten die op te kleine schaal produceren stoppen gemakkelijker omdat de inspanningen niet in verhouding staan tot het rendement. sommige producenten zijn afhankelijk van één enkele afnemer. Dat houdt een risico in. Als die afnemer afhaakt, heeft de producent soms geen alternatief voor zijn afzet en keert terug naar gangbaar. vooral de akkerbouwgewassen (graan, maïs, voederbieten) blijven moeilijke biologische teelten: onkruidbestrijding blijft niet evident, met te lage opbrengsten tot gevolg. Ook vogelschade door kraaien of duiven werd als knelpunt aangehaald in akkerbouw/ melkveehouderij (Landbouw & Techniek, 30 april 2010). herstructurering en heroriëntatie van het bedrijf.
Kerncijfers arealen
In 2010 steeg het areaal met 4,3% en bedraagt 3.821,63 hectare waarvan 766,49 hectare (20%) in omschakeling is. Dat is 0,6% van het totale Vlaamse landbouwareaal. Het valt duidelijk op dat de volledige groei in het omschakelingsareaal terug te vinden is (+28%) terwijl het areaal biologisch stabiel blijft, wat opnieuw aantoont dat Vlaanderen nog marge heeft om te groeien. Er moet ook vermeld worden dat de toename van het areaal betrekking heeft op beboste percelen, bodembedekkers (grasklaver) en zowel begraasde als onbegraasde percelen onder natuurbeheer. 55% van het volledig biologisch areaal bestaat uitsluitend uit grasland en bodembedekkers. Ook de fruitteelten doen het goed. Vooral het areaal appelen kende een belangrijke toename en bedraagt 221 hectare. Dat is de helft van het totale fruitareaal. Het groenteareaal neemt af met 24%. Er zijn dalingen waar te nemen bij de glasgroenten, het witloof en de uiachtigen. Fruit en groenten hebben samen een aandeel van 19% in het totaal biologisch areaal. Tabel 6: Areaal in omschakeling, biologisch en totaal, Vlaanderen, in hectare, 2010 In omschakeling Biologisch Totaal akkerbouw 211,15 637,63 848,78 bodembedekking 62,76 634,89 697,65 grasland, boomkweek, areaal 321,82 1.194,20 1.516,02 onder natuurbeheer sierteelt 7,27 0 7,27 groenten 17,16 303,61 320,77 fruit 146,33 284,81 431,14 Totaal 766,49 3.055,14 3.821,63 Bron: Departement Landbouw en Visserij
12
Tabel 7: Evolutie van de biologische arealen per teeltgroep, Vlaanderen, in hectare, 2002-2010 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010
akkerbouw 805 870 876 bodembedekking 322 456 526 grasland+boomkweek 1.973 1.559 1.328 sierteelt 1 1 1 groenten 348 344 272 fruit (incl. noten) 191 201 216 TOTAAL 3.640 3.440 3.219 Waarvan in 242 453 677 omschakeling Bron: Departement Landbouw en Visserij
794 565 1.302 0 296 196 3.153 517
631 559 1.463 2 378 234 3.267 293
687 596 1.568 1 399 246 3.497 427
768 604 1.464 1 385 270 3.492 366
756 670 1.419 1 424 389 3.659 597
849 698 1.516 7 321 431 3.822 766
Evolutie t.o.v. 2009 +11,6% +4% +6,4% -24% +11% +4,3% +28%
Interessant om weten is hoeveel de nieuwkomers bijdragen en hoeveel areaalverhoging toe te schrijven is aan bestaande producenten, want er kan areaalwinst voorkomen zonder dat er nieuwe instappers zijn. Ook de vraag welk soort productie dit vertegenwoordigt is niet onbelangrijk, hoewel er niet noodzakelijk een verband is tussen de stopzetting en het type productie. Uit Tabel 8 valt op dat het uittredend areaal even groot is bij een opdeling tussen stopzettingen en blijvers. Bij de 28 stoppers bestaat het areaalverlies voor 85% uit akkerbouwgewassen (tarwe, maïs, triticale) en grasland/klavers. Het intredend areaal daarentegen, is gevarieerder van samenstelling en omvat naast percelen met bestemming akkerbouw ook heel wat percelen met groenten en fruitsoorten (aardappelen, appelen, bessen, aardbeien). Tabel 8: Areaalwinst- en verlies, Vlaanderen, in hectare, 2010 Biologisch In omschakeling aantal hectare stoppers 6,76 162,74 akkerbouw 1,4 60,24 grasland en bodembedekking 2,89 90,95 groenten 0 10,02 fruit 0 1,41 andere 2,47 0,12 aantal hectare nieuwkomers 211,93 73,61 akkerbouw 93,95 9,73 grasland en bodembedekking 76,75 60,29 groenten 8,68 1,14 fruit 21,92 0,93 sierteelt 7,27 0 andere 3,36 1,52 (uitloop, spontane bedekking) areaalverhoging blijvers (uitbreidingen) areaalverlaging blijvers (inkrimpingen) Bron: Departement Landbouw en Visserij
totaal 169,5 61,64 93,84 10,02 1,41 2,59 285,54 103,68 137,04 9,82 22,85 7,27 4,88 219,32 173,87
Het komt vaak voor dat biologische landbouwers ook nog percelen hebben waarop ze gangbaar produceren. Dat is bij wet toegestaan, op voorwaarde dat percelen en eindproducten in de opslagplaats van elkaar worden gescheiden. De vraag hierbij is of er veel bedrijven zijn waar gangbare percelen overwegen op biologische. In dat geval probeert de producent de weg open te laten om terug te schakelen naar gangbaar produceren. Een analyse waarin gangbare en biologische percelen van elke gecontroleerde producent naast elkaar werden gezet, toont aan dat de Vlaamse bioboeren overtuigd zijn van het bio-potentieel. 85% van de bedrijven heeft een oppervlakte waarop meer dan 90% biologisch geproduceerd wordt en drie vierde van de landbouwers onder controle is 100% biologisch. Op 10% van de bedrijven overweegt het aandeel gangbaar, waarbij de omschrijving “gangbare bedrijven die aan bio doen” iets beter van toepassing zou zijn. Het gaat hier overwegend om percelen met grasland of met fruitbomen. Het valt ook op dat het aandeel bio in de bedrijven daalt naarmate het bedrijf groter is. Dat aandeel bedraagt 97% bij de kleinste bedrijven (0-2 ha) en 72% bij de grootste bedrijven (> 50 ha).
13
Tabel 9: Aantal bedrijven en arealen onderverdeeld volgens grootte van het biologisch bedrijf, Vlaanderen, 2010 0-2 2-5 5-10 10-20 20-50 > 50 hectare hectare hectare hectare hectare hectare aantal bedrijven 54 41 48 44 45 24 oppervlakte biologisch 53,5 123,3 309,7 542,7 1244 1548,4 oppervlakte totaal 55,2 131,2 331,5 645,8 1463,2 2136,2 (gangbaar+biologisch) Bron: Departement Landbouw en Visserij
2.4.
Dierlijke productie
In de dierlijke sector blijft de veestapel toenemen. De biologische veestapel is in absolute aantallen met 12,4 % gestegen in het jaar 2010. De toename doet zich net als in 2009 uitsluitend voor in de pluimveesector, terwijl dalingen waarneembaar zijn bij het aantal biologische varkens (op basis van aantal verkochte dieren), paarden en hertachtigen. Omgerekend naar grootvee-eenheden betekent dit in 2010 een daling van 1,2% door de afname van het aantal paarden en hertachtigen. Het aantal stuks melkvee kende een toename van het aantal dieren onder controle, wat neerkomt op een extra productie van ongeveer 390.000 liter biomelk. Volgens de gegevens van Integra en Certisys bedraagt de biologische melkproductie 6,265 miljoen liter in Vlaanderen. De cijfers van Bio Zoekt Boer geven aan dat omschakeling niet snel overwogen wordt voor dierlijke productie: op de 104 landbouwers die adviezen hebben ontvangen, schakelden slechts 4 landbouwers effectief om. Tabel 10: Evolutie van het aantal dieren per diercategorie, periode 2003-2010 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2.980 2.384 2.043 1.931 2.090 2.533 Runderen 1.244 987 897 989 978 1.157 Waarvan melkkoeien 1. 635 1.994 1.576 2.810 2.002 2.217 Varkens 102.767 172.976 175.854 188.340 202.197 205.224 Pluimvee 39.347 48.742 61.164 97.768 104.077 80.234 Waarvan legkippen 2.196 2.133 3.282 4.304 4.196 3.964 Schapen 1.860 1.285 2.261 2.741 2.925 3.760 Geiten 82 112 143 136 185 238 Paarden en hertachtigen 30 0 78 0 17 50 Andere 111.550 180.884 185.243 200.262 213.612 217.986 TOTAAL (in aantallen) 3.991 3.915 3.853 4.549 4.517 4.874 TOTAAL (in GVE) Bron: Departement Landbouw en Visserij
14
2009
2010
2.554
2.676
1.132
1.191
2.098
1.672
233.804
264.376
133.885
140.161
1.972
1.859
2.808
2.292
231
153
24
20
243.491
273.748
4.923
4.864
2.5.
Andere marktdeelnemers onder controle
Naast de producenten staan ook de activiteiten van de bereiders, importeurs, verdelers en sommige verkooppunten onder controle. Omdat een marktdeelnemer ook nog onder controle kan staan voor verschillende nevenactiviteiten, werden de cijfers ontdubbeld. In 2010 stonden er in totaal 484 unieke marktdeelnemers (producenten niet meegerekend) onder controle. Dat is een daling ten opzichte van 2009. 116 onder hen stonden naast hun hoofdactiviteit nog voor andere activiteiten onder controle. 47% van de marktdeelnemers zijn bereiders. 51 producenten, ofwel 20% van alle biologische producenten, stonden in 2010 ook nog onder controle voor een andere activiteit (38 in 2009). Een deel van de producenten kiezen er zelf voor om een kwaliteitsvol product te maken. De vervaardiging van zuivel en kaas, het maken van fruit- en groentesappen en de vervaardiging van brood komt hierbij vaak voor. Tabel 11: Aantallen marktdeelnemers onder controle 2008-2010 (exclusief producenten) Marktactiviteit Aantal onder Aantal onder Aantal onder Verschil controle controle controle (2008) (2009) (2010) enkel bereider 236 238 226 enkel importeur 18 22 22 enkel verdeler 42 58 69 enkel verkooppunt 48 47 51 combinatie van meerdere 118 137 116 activiteiten Totaal 462 502 484 Bron: Departement Landbouw en Visserij
2.6.
-6 +11 +4 -21 -18
Evolutie van de melkprijzen 2010
Na het dieptepunt in 2009 raakten de melkprijzen uit het slop. In het voorjaar bleef de situatie nog slecht, en raakte ongeveer 1 miljoen liter van de totale Belgische biologische melk door de moeilijke verkoop in het gangbare circuit. In de tweede jaarhelft herstelde de markt zich en kenden de melkprijzen in 2010 opnieuw een prijsniveau dat hoger dan normaal was en gunstig voor de melkveehouders. De biologische melkprijs klom tegen eind 2010 naar 38 euro per 100 liter, terwijl de gangbare melkprijs een stijging van 20% kende ten opzichte van 2009 en het niveau van 30 euro/100 liter bereikte. Dit prijsniveau werd al sinds mei 2008 niet meer gehaald. Voor de producent is het belangrijk dat de prijs die hij krijgt minstens de kosten dekt. De resultaten van studies liggen momenteel te ver uiteen om een uitspraak te doen of dit het geval is. Kenmerkend voor de biologische melkprijs is dat ze de schommelingen van de gangbare prijs volgt met een achterstand van 3 tot 4 maanden. De waargenomen prijsstijging is het gevolg van een herstellende markt.
15
Figuur 6: Evolutie van de gangbare en biologische melkprijs, 2002-2010, BelgiĂŤ
50 45
euro per 100 liter
40 35 30 25 20 15 10 5 0 nov/10
jul/10
mrt/10
nov/09
jul/09
mrt/09
nov/08
jul/08
mrt/08
nov/07
jul/07
mrt/07
nov/06
jul/06
mrt/06
nov/05
jul/05
mrt/05
nov/04
jul/04
mrt/04
nov/03
jul/03
mrt/03
nov/02
jul/02
gemiddelde maandelijkse gangbare melkprijs
indicatieve melkprijs bio
Bron: Drietandmagazine (prijzen Biomelk Vlaanderen, Milcobel)
2.7.
Evolutie van de prijzen voor groenten en fruit 2010
De groente- en fruitprijzen zijn afkomstig van de Brava veiling, die als enige veiling haar eigen bioafdeling heeft. Ze vertegenwoordigt een 40-tal Belgische telers en heeft de grote supermarkten en gespecialiseerde groothandelaars als klant. De Belgische Fruitveiling (BFV) heeft enkele aangesloten bio-fruittelers, en de meeste biologische landbouwers die bij Greenpartners actief waren stapten over naar Brava. 45% van de biologische telers is lid van een telersvereniging (Landbouwleven). De prijs komt tot stand door bemiddeling bij ontmoeting tussen vraag en aanbod (de dagverkoop). De prijsinformatie geeft dus een betrouwbaar beeld van verse groente- en fruitprijzen. Bij de groenten werden de prijzen voor prei, witloof en wortelen in kaart gebracht. De biomarkt voor groenten en fruit kent vrij stabiele prijzen,, terwijl dezelfde gangbare prijzen een grilliger verloop kennen. Omschakelingsproducten zijn erg moeilijk te vermarkten en krijgen nog geen meerprijs.
16
2.7.1.
Appelen en peren
Bij het fruit worden de Jonagold appelen en de Conférence-peren opgevolgd. De prijs voor gangbare Jonagold bleef op een vrij laag peil terwijl de bio-variant stabiel bleef op 1,1 euro per kg. De Conférence vertoonde wat schommelingen, maar ging in 2010 niet onder 1,4 euro per kg. Figuur 7: Evolutie van de prijzen van Jonagold appelen en Conférence peren gangbaar (gb) en biologisch (bio) geteeld, 2006-2010 1,8 1,6 1,4
euro per kg
1,2 1 0,8 0,6 0,4 0,2
jonagold gb
conférence gb
jonagold bio
okt/10
jul/10
apr/10
jan/10
okt/09
jul/09
apr/09
jan/09
okt/08
jul/08
apr/08
jan/08
okt/07
jul/07
apr/07
jan/07
okt/06
jul/06
apr/06
jan/06
0
conférence bio
Bron: VBT, Brava
2.7.2.
Witloof
In Vlaanderen was het forceren van biowitloof op water tot half 2010 niet toegestaan. Enkel de forcerie in volle grond of compost/turf werd aanvaard. In enkele van de ons omringende lidstaten, waaronder Nederland werd de forcerie op zuiver water echter wel geaccepteerd. Dit zorgde voor verwarring en had zelfs tot gevolg dat de Vlaamse biologische witlooftelers een concurrentienadeel ondervonden. De Vlaamse overheid heeft de Europese Commissie gevraagd om een duidelijk standpunt hierover in te nemen en een harmonisatie van de toepassing van de regelgeving te garanderen. In juni 2010 besliste de Europese Commissie dat de drie methodes voor het forceren van witloof toegelaten zijn, dit wil zeggen dat zowel forceren van witloof in volle grond, in substraat als in zuiver water toegelaten zijn. Forceren op water is enkel toegestaan indien er geen nutriënten aan worden toegevoegd. Telers die voor het forceren van hun biowitloof voortaan voor zuiver water kiezen, zullen aan een extra staalname onderworpen worden. De prijs van witloof schommelt tussen 0,5€ en 1,5€ per kilo, voor biologische witloof tussen 1,5€ en 2,5€ per kilo. In de tweede helft van 2010 werd de 2,5 € per kg overschreden. Er is hier eveneens een rechtstreeks verband te zien tussen gangbare en biologische prijs.
17
Figuur 8: Evolutie van de prijzen van gangbare en biologische witloof, in euro per kg, 2008-2010
3 2,5 2 1,5 1 0,5
witloof gangbaar
dec/10
okt/10
aug/10
jun/10
apr/10
feb/10
dec/09
okt/09
aug/09
jun/09
apr/09
feb/09
dec/08
okt/08
aug/08
jun/08
apr/08
feb/08
dec/07
0
witloof bio
Bron: VBT, Brava
2.7.3.
Prei
Prei is een teelt die heel wat stikstof nodig heeft. Daarom wordt bij voorkeur een voorteelt ingezaaid zoals grasklaver om het gebruik van dierlijke mest te beperken. De hoeveelheid neerslag tijdens het groeiseizoen beĂŻnvloedt de hoeveelheid onkruid. Een doordachte rassenkeuze is ook erg bepalend voor een kwalitatieve opbrengst (Proeftuinnieuws). De prijzen van prei laten veel grotere schommelingen zien, en er doet zich een daling van het prijsniveau voor in 2010. Leemtes in de grafiek worden veroorzaakt door tijdelijke productiestops (bvb. in januari en februari door vorst). Figuur 9: Evolutie van de prijzen voor gangbare en biologische prei, in euro per kg, 2008-2010
3,5 3 2,5 2 1,5 1 0,5
prei gangbaar
prei bio
Bron: VBT, Brava
18
okt/10
aug/10
jun/10
apr/10
feb/10
dec/09
okt/09
aug/09
jun/09
apr/09
feb/09
dec/08
okt/08
aug/08
jun/08
apr/08
feb/08
dec/07
0
2.7.4.
Wortelen
Wortelen vragen om weinig bemesting zodat andere teelten meer bemest kunnen worden. Anderzijds kruipt heel wat tijd in onkruidbestrijding waardoor de extra arbeidskosten oplopen. Ook de wortelvlieg is een hardnekkige vijand die in de biolandbouw moet worden afgewend met natuurlijke hulpmiddelen. De gangbare en biologische prijzen liggen dicht bij elkaar. In 2010 kreeg een biolandbouwer geen meerprijs voor zijn wortelen. De prijs schommelde tussen 0,4 en 0,6 euro per kg. Figuur 10: evolutie van de prijs voor gangbare en biologische wortelen, in euro per kg, 2008-2010 1 0,9 0,8 0,7 0,6 0,5 0,4 0,3 0,2 0,1
wortelen gangbaar
wortelen biologisch
Bron: VBT, Brava
19
dec/10
okt/10
aug/10
jun/10
apr/10
feb/10
dec/09
okt/09
jun/09
aug/09
apr/09
feb/09
dec/08
okt/08
aug/08
jun/08
apr/08
feb/08
dec/07
0
3. 3.1.
Overheidsuitgaven voor de biologische sector in 2010 Inleiding
De afdeling Monitoring en Studie gaat jaarlijks na hoeveel de Vlaamse overheid uitgeeft ten behoeve van de biologische sector. Daarvoor neemt ze de verdeling van die middelen onder de loep, omdat een juiste inzet van budgettaire middelen van belang is voor juiste en gerichte beslissingen ten aanzien van de sector. De hefbomen uit het Strategisch Plan en de daaruit voortvloeiende acties zijn hierbij de leidraad. De opgenomen bedragen zijn uitgaven die binnen het kalenderjaar verricht zijn, en aan of ten behoeve van de biologische sector gestort werden (producenten, bedrijfswereld, onderzoeksinstellingen), ongeacht of het onderzoek in 2010 of de jaren voordien van start ging. De vermelde cijfers zijn inclusief eventuele Europese cofinanciering. De gegevens zijn afkomstig van het Departement Landbouw en Visserij, het Agentschap voor Landbouw en Visserij, het Instituut voor de Aanmoediging van Innovatie door Wetenschap en Technologie in Vlaanderen (IWT), het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO) en het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing (VLAM). De opgenomen uitgaven hebben betrekking op vorming en voorlichting, begeleidende maatregelen, structurele ondersteuning van de sector, wetenschappelijk onderzoek en communicatie in de vorm van reclame en promotie.
3.2.
Resultaten
De uitgaven voor de biologische sector zijn in 2010 toegenomen met 8% en bedragen 3,7 miljoen euro. De toename is te verklaren door de aandacht die gegaan is naar de organisatie van het onderzoek in de sector. De oprichting van het CoÜrdinatiecentrum praktijkgericht onderzoek en voorlichting Biologische Teelt (CCBT) zorgde voor 160.000 euro extra middelen. Verder zijn er in 2010 ook heel wat betalingen geweest van projecten die door ILVO en IWT zijn uitgevoerd. Sommige van die onderzoeken zijn niet uitsluitend toegespitst op de biologische teeltwijze, maar wel bijzonder interessant in de zin dat ze de biologische landbouw als case of toepassingsveld gebruiken.. Voor het praktijkonderzoek werden enkel de Vlaamse middelen opgenomen. Het aandeel Vlaamse financiering van het Interprovinciaal Proefcentrum voor de Biologische Teelt (PCBT) verschuift naar het luik onderzoek (105.800 euro). Praktijkcentra worden daarnaast verder ook nog gefinancierd door de provincie en het IWT. Er werd in totaal 1,4 miljoen euro uitgegeven aan onderzoek (34% van de totale uitgaven). De belangrijkste onderzoeksthema’s hierbij zijn gewasbescherming en onkruidbestrijding (60% van alle onderzoeksuitgaven), het optimaliseren van de bodemvruchtbaarheid met gebruik van stikstofhoudende gewassen (16%) en socio-economie (16%), veredeling en rassenonderzoek (5%) en dierlijke productie (3%).
20
Figuur 11: Evolutie van de overheidsuitgaven ten behoeve van de biologische landbouwsector, Vlaanderen, 2000-2010, in euro 4.000.000
3.500.000
3.000.000
2.500.000
2.000.000
1.500.000
1.000.000
500.000
0
2000
2001
2002
2003
2004
2005
2006
2007
2008
2009
2010
Bron : Departement Landbouw en Visserij Ook de ondersteuning van de productie blijft de nodige aandacht krijgen. Vooral de hectaresteun blijft een belangrijke pijler uit het biobeleid, met uitgaven die jaarlijks ongeveer 700.000 euro bedragen met een Europese cofinanciering van 50%. ADLO komt jaarlijks tegemoet in de kosten van marktdeelnemers en controleorganisaties voor steekproefcontroles, staalnames en analyses. Verder steunt ook het VLIF de boer via een 40% steunpercentage voor specifieke investeringen in de biolandbouw. Tot slot komt Vlaanderen tussen bij het opmaken van omschakelingsplannen en geïndividualiseerde bedrijfsbegeleiding. Deze uitgaven nemen gezamenlijk een aandeel van 28% de totale uitgaven in. Communicatie en promotie over de sector gebeurt deels via de VLAM-campagnes, die in 2010 een kortlopend karakter hadden, via BioForum door middel van de website en de vakbladen BioActief en Puur en via communicatie door Bio Zoekt Boer . De week van de biolandbouw krijgt jaarlijks heel wat aandacht bij het publiek.. Deze uitgaven zijn goed voor een aandeel van 4,2% in de totale uitgaven. De uitgaven voor Keten- en marktontwikkeling nemen 22% van alle uitgaven in, mede door de middelen die aan BioForum toegekend worden (609.500 euro) en het project “Bio zoekt Keten” (109. 600 euro). De bioketenanimator werd aangesteld om vraag en aanbod dichter bij elkaar te brengen (zie 3.4.). Voor twee hefbomen uit het strategisch plan nl. verbreding van beleid en verhogen van de rendabiliteit zijn nog geen projecten in de uitgaven opgenomen. In de eerstgenoemde hefboom is het de bedoeling om samenwerking met andere beleidsdomeinen te initiëren. In laatstgenoemde hefboom hoort de studie rond “bedrijfseconomische cijfers over de biolandbouw” thuis, maar daarvoor gebeurden in 2010 geen betalingen.
21
Tabel 12: Overzichtstabel van de gemaakte uitgaven in 2010 Strategische doelstelling
Maatregelen
Hefboom 1 – Keten- en marktontwikkeling Hefboom 2 – Biologische productie -
-
Hefboom 3 – Verhogen van de rendabiliteit Hefboom 4 – Onderzoek- en kennisuitwisseling Hefboom 5 – Communicatie en draagvlak Hefboom 6 – Verbreding van beleid TOTAAL
Project “Bio zoekt Keten” Werkingssubsidie BioForum Communicatiemiddelen korte keten Middelen controleorganen Subsidie opmaak omschakelingsplannen en bedrijfsbegeleiding Hectaresteun campagne 2009 VLIF steun voor bio Project “Bio Zoekt Boer” Bedrijfseconomische cijfers voor de biologische landbouw Middelen PCBT Onderzoek & Ontwikkeling (incl CCBT) IFOAM Demonstratieprojecten Bioweek 2010 Opleiding en vorming Bio met klasse IV (subsidie lessenpakket) Promotie VLAM Subsidie voor uitbouw van coördinatie- en overlegstructuur biologische landbouw -
Bron: Departement Landbouw en Visserij
22
Totale uitgave (in euro) 731.600 109.600 609.500 12.500 1.055.776 107.043 13.020 702.601 148.034 85.078 (geen betalingen) 1.411.474 105.877 1.266.478 12.000 27.119 503.755 75.000 224.296 35.108 80.000 89.352 3.702.605
Uit Figuur 12 die de verdeling van de uitgaven weergeeft, komt naar voren dat de verdeling van de middelen weinig stabiliteit kende door de periode 2000-2010. Dit komt vooral door de tijdelijke aard van heel wat projecten of maatregelen: - De driejarige promotiecampagne “Bio, Mijn Natuur�, die Europees gecofinancierd werd, zorgde tussen 2006-2008 voor een groter aandeel in de promotie-uitgaven. - De betalingen voor onderzoek kennen een onregelmatig verloop en zijn sterk afhankelijk van het aantal lopende projecten en de aantallen betalingen die binnen een kalenderjaar gebeuren. In sommige jaren, zoals 2007, werd weinig uitbetaald, terwijl in 2010 zowel het aantal onderzoeksprojecten als de betalingen zijn toegenomen. Variaties in deze uitgaven betekenen niet dat er meer of minder onderzoek aan de gang was. - De middelen voor de producenten en de middelen voor structurele organisatie van de sector blijven sinds 2004 een stabiel aandeel innemen. Figuur 12: Verdeling van de overheidsuitgaven voor biologische landbouw, 2004-2010, in % 100%
80%
60%
40%
20%
0% 2004 producenten
2005 afzetketen
2006 promotie
2007 onderzoek & ontwikkeling
Bron: Departement Landbouw en Visserij
23
2008 vorming & voorlichting
2009
2010 structurele ondersteuning
3.3.
Hectaresteun
De hectaresteun bestaat al sinds 1994. Producenten die de biologische teeltmethode toepassen op hun bedrijf kunnen van deze subsidiemogelijkheid genieten als ze productietechnische voorwaarden respecteren. De verbintenis wordt afgesloten voor een periode van 5 jaar. Vanaf het 6de jaar kan de verbintenis opnieuw met 5 jaar verlengd worden.. Niet alle arealen onder controle hebben echter subsidie ontvangen. Uit de cijfers afkomstig uit de jaarverslagen PDPO II en die betrekking hebben op het campagnejaar 2009 blijkt dat ongeveer drie vierde van het areaal onder de regeling valt, wat dus betekent dat ofwel een deel uit de steunregeling valt, omdat niet voldaan wordt aan de voorwaarden tot het verkrijgen van de subsidie, ofwel omdat enkele biolandbouwers om onduidelijke redenen er zelf voor kiezen om de premie niet aan te vragen. De hectaresteun kent twee steunregimes, die samenvallen met de programma’s voor plattelandsontwikkeling. Sommige landbouwers gingen verbintenissen aan in de PDPO I periode (2000-2006) en andere instappers deden dat onder PDPO II (vanaf startjaar 2007). Er zijn verschillen in de hoogte van de subsidiebedragen en de te respecteren voorwaarden om de steun te kunnen ontvangen. Onder PDPO II is de cumuleerbaarheid van biologische percelen met andere agromilieumaatregelen ook versoepeld. Er kunnen tezelfdertijd beheersovereenkomsten afgesloten worden voor niet-kerende bodembewerking, akker- en weidevogelbeheer en waterbeheer voor eenzelfde perceel. In de loop van 2010 deden zich geen veranderingen voor in de regelgeving. In campagnejaar 2009 kwamen 2.673 hectare in aanmerking voor de steun. Dat is 73 % van het totale areaal onder controle in 2009. Daarvoor gebeurden voor 702.601 euro aan betalingen, inclusief nabetalingen voor vorige campagnejaren. Dit jaar wordt er een verhoging van de betalingen verwacht. Er werd voor 3.273 hectare steun aangevraagd (86% totaal areaal). Er zijn verschillende verklaringen waarom niet het totale gecontroleerde areaal in aanmerking komt voor steun: -
De producent vraagt steun aan voor andere milieumaatregelen die niet cumuleerbaar zijn met de hectaresteun Percelen die na 21 april (afsluiting campagne) onder controle komen te staan, kunnen pas voor steun in aanmerking komen het jaar daarop. De landbouwer geeft niet al zijn percelen aan bij de verzamelaanvraag. Percelen met begraasbare natuurlijke begroeiing komen in aanmerking voor de premie als de veebezetting minstens gelijk is aan 1,6 GVE/ha. Als de veebezetting per hectare kleiner is, wordt de subsidie verhoudingsgewijs verminderd. Wanneer een veehouder onbegraasde percelen heeft, kan hij kiezen om deze percelen niet aan te geven in zijn verzamelaanvraag omdat hij toch weet dat ze niet in aanmerking voor de berekening van zijn premie. Dit zijn echter percelen die bij de controleorganen wel degelijk onder controle staan.
24
Figuur 13: Evolutie van arealen onder hectaresteun (linker-as), onder controle (linker-as), bedrag hectaresteun (rechter-as) en aantal bedrijven, Vlaanderen, 1994-2010 4.500
800.000
4.000
700.000
3.500
600.000
3.000
2.500 400.000 2.000 300.000 1.500 200.000
1.000
100.000
500
0
95
1994
100
1995
102
1996
107
1997
164
231
176
253
251
233
231
236
232
230
230
242
256
0 1998
1999
2000
2001
2002
2003
2004
2005
2006
2007
2008
2009
2010
jaar
areaal met ha-steun
totaal areaal bio onder controle
hectaresteun
aantal bedrijven
Bron: Departement Landbouw en Visserij, Agentschap Landbouw en Visserij Opmerking: De curve “betalingen hectaresteun” werd gecorrigeerd om die te doen samenlopen met het overeenkomstig aantal goedgekeurde hectare. Betalingen voor campagnejaar 2010 vinden plaats in april 2011.
3.4.
Rechtstreekse steun
Via het Europees Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) wordt steun verleend in het kader van diverse Europese steunregelingen. Deze steunregelingen kunnen opgedeeld worden in twee belangrijke groepen, met name de betalingen die gebeuren in het kader van de directe inkomensondersteuning (pijler I van het GLB) en deze die gebeuren in het kader van de indirecte steun, met name inzake plattelandsontwikkeling (PDPO) (pijler II van het GLB). De rechtstreekse steun is in grote mate ontkoppeld door de introductie van de bedrijfstoeslag. De bedrijfstoeslag is in Vlaanderen individueel bepaald op basis van de historische steun die de landbouwer ontvangen heeft tijdens een referentieperiode of op basis van de historische productie van de landbouwer. De bedrijfstoeslag bestaat uit en wordt toegekend via een aantal toeslagrechten met elk een bepaalde waarde: gewone toeslagrechten (GTR), en speciale toeslagrechten (STR). In 2009 zijn in Vlaanderen de dierlijke sector de slachtpremie kalveren (SK) en de zoogkoeienpremie (ZK) nog gekoppeld. De biolandbouwers ontvingen naast de bio-specifieke steun (Tabel 12) ook nog rechtstreekse steun (uit Pijler I). Uit de cijfers van het Agentschap Landbouw en Visserij (ALV) blijkt dat 96 biolandbouwers (op een resultaat van 211 biolandbouwers) 889.575 euro aan toeslagrechten (gewone + speciale toeslagrechten) uitbetaald kregen in 2009. Dit komt voor de biolandbouwers neer op een gemiddelde van 9266 euro aan toeslagrechten per bedrijf (gemiddeld gezien kregen de bedrijven die toeslagrechten uitbetaald kregen in 2009 een bedrag van 9982 euro per bedrijf) (ALV databank op 31/08/2010). In 2009 zijn in Vlaanderen de slachtpremie kalveren (SK) en de zoogkoeienpremie (ZK) nog gekoppeld. Elf van 211 biolandbouwers ontvingen in 2009 de zoogkoeienpremie met een totale waarde van 31.502 euro. Dit komt neer op een gemiddelde zoogkoeienpremie van 2.864 euro per bedrijf. De biolandbouwers ontvingen in 2009 geen slachtpremie kalveren.
25
hectaresteun (€)
oppervlakte (ha)
500.000
3.5.
Bio zoekt Keten
In het kader van het “Actieplan Biologische Landbouw 2008-2012” werd het project “Bio zoekt Keten” opgestart. Het gaat om een project van BioForum Vlaanderen in samenwerking met Boerenbond en Algemeen Boerensyndicaat met als algemeen doel de keten- en marktwerking binnen de biosector te optimaliseren. Dit gebeurt o.a. door meer samenwerking en afstemming te stimuleren, door nog onbekende knelpunten op te sporen, door integratie in de reguliere afzetkanalen en door vraag en aanbod op elkaar af te stemmen. Een van de bekende knelpunten is de gebrekkige afzetstructuur. De primaire productie is in Vlaanderen kleinschalig en versnipperd, wat een vlotte organisatie van de afzet er niet gemakkelijker op maakt. In Vlaanderen is de consumptie van biologische producten nog steeds aanzienlijk groter dan de productie. Een belangrijke uitdaging van de ketenwerking is deze kloof te dichten. Uit de werking van het project “Bio zoekt boer” blijkt dat de afzet van de omschakelproducten een zwakke schakel is in het geheel van de bioketen. "Bio zoekt Keten" besteedt dan ook bijzondere aandacht aan het stimuleren van de afzet van de omschakelproducten in samenwerking met het project "Bio zoekt boer". Een belangrijk onderdeel van het project Bio zoekt Keten is het stimuleren van ondernemersinitiatieven op het vlak van keten- en marktontwikkeling in de biologische landbouw- en voedingssector. De Vlaamse overheid voorzag hiertoe in een speciaal “Quick-Win” fonds dat bedrijven een financiële stimulus geeft van maximum 15.000 euro voor projecten die aan vooraf vastgestelde criteria voldoen en die door een onafhankelijke jury worden goedgekeurd. Deze jury bestaat uit vertegenwoordigers van Boerenbond, ABS, Fevia, Comeos, VLAM, ADLO en BioForum. Eind 2010 werden 5 projecten goedgekeurd (Paul Verbeke)
26
4.
Onderzoek voor de biologische sector
Al een tijd bestond er in Vlaanderen een behoefte aan meer georganiseerd en gecoördineerd onderzoek. Kennisontwikkeling en -uitwisseling is niet enkel nodig voor het verder ontwikkelen van de biologische sector op zich, maar ook om tot nieuwe inzichten en technieken te komen die de gehele landbouw en voedselproductie in een duurzame richting duwen. Daarom is een samenwerkingsmodel tussen gangbaar en biologisch landbouwonderzoek een belangrijk punt. In vergelijking met andere Europese landen hinkte Vlaanderen achterop en was het onderzoekslandschap sterk versnipperd over heel wat instellingen die onafhankelijk van elkaar werkten zonder duidelijke visie. Om die reden werd onderzoek prioritair opgenomen in het Strategisch Plan Biologische Landbouw 2008-2012. Onder begeleiding van de afdeling Monitoring en Studie werd een onderzoeksagenda opgemaakt (oktober 2008), waarin 6 onderzoeksdomeinen werden vastgelegd: productiegerelateerde thema’s, economie en maatschappij, leveringsketen en marketing, verbreding van het beleid, communicatie en tot slot de biologische landbouw en zijn omgeving. Vanuit deze agendering ontwikkelden verschillende partners uit overheid en sector een onderzoeksprogramma (mei 2009). Het programma geeft weer welk onderzoek er binnen Vlaanderen nodig is om de biologische sector te versterken en dient als leidraad voor de instellingen. Eind 2007 werd NOBL (Netwerk Onderzoek Biologische Landbouw en Voeding) werd opgericht in de schoot van het ILVO. NOBL fungeert als overlegplatform tussen organisaties vanuit fundamenteel en toegepast, praktijkonderzoek, de sector en het beleid. Eén van de belangrijkste uitdagingen blijft het op elkaar afstemmen van vraag en aanbod, zowel via de korte keten als de lange keten (Bio-Actief, 2010). Landwijzer startte in 2009 biobedrijfnetwerken op in 4 sectoren nl. melkveehouderij, geitenhouderij, groenteteelt en kleinfruitteelt, met het idee om ook boeren en tuinders te betrekken bij het aangeven van onderzoeksnoden. Landbouwers uit een aantal “pilootsectoren” komen er samen om problemen rond hun bedrijfsvoering samen op te lossen door uitwisseling van expertise. Daarbij zijn ook vertegenwoordigers aanwezig uit de sectororganisaties. In de loop van 2010 kwam ook een nieuwe structuur tot stand, het CCBT vzw, Coördinatiecentrum praktijkgericht onderzoek en voorlichting ten behoeve van de biologische teelt tot stand. Het centrum heeft als doel om het praktijkonderzoek te stimuleren en te coördineren. Partners zijn onder andere de praktijkcentra die reeds teelttechnisch onderzoek voeren, maar ook landbouworganisaties en afzetorganisaties zijn vertegenwoordigd. Een deel van de werking wordt door de Vlaamse overheid gefinancierd, die hier jaarlijks 160.000 euro voor uittrekt. Daarnaast zal CCBT vzw zelf op zoek gaan naar andere financieringsbronnen. Door de onderlinge afstemming van de activiteiten van deze 3 netwerken, NOBL, CCBT en Biobedrijfsnetwerken, wordt gezorgd voor een integrale aanpak waarbij beter kan ingespeeld worden op vragen en problemen vanuit de sector en kan gezorgd worden voor een optimale doorstroming en benutting van nieuwe kennis door de sector. Volgende tabel geeft een overzicht van het gefinancierde onderzoek volgens de thematische structuur uit het strategisch plan. Tabel 13 : Uitgaven onderzoek per thema volgens het Strategisch Plan Bio, 2010 Onderzoeksdomein Bedrag (in euro) primaire productie 929.878 bodem 179.468 plantaardige productie 720.410 dierlijke productie 30.000 productkwaliteit 0 economie en maatschappij 81.000 ketenwerking en vermarkting 0 verbreding van het beleid 0 communicatie 90.000 biologische landbouw in zijn omgeving 5.600 TOTAAL 1.106.477 Bron : Departement Landbouw en Visserij
27
5.
Consumptie en distributie van biologische producten in 2010
5.1.
Marktomvang
De particuliere bestedingen aan biologische producten in België, opgemeten door GfK Panelservices Benelux in opdracht van VLAM, bedroeg in 2010 421 miljoen euro of een stijging van 20% ten opzichte van 2009. Dat cijfer loopt tot 489 miljoen euro op volgens een raming op basis van een studie van Idea Consult, die rekening houdt met de omzet van enkele ondervertegenwoordigde marktdeelnemers. De biomarkt tekent nu drie jaar na elkaar een stevige groei op. Deze bestedingsstijging wordt verklaard door een groei van zowel het aantal biokopers (+4,7%), het bestede bedrag per gezin (+13%) als de gemiddelde aankoopfrequentie (+12,8%). 89,6% van de Belgische gezinnen kocht in 2010 wel eens een bioproduct. 18% van de gezinnen zijn frequente biokopers die instaan voor 78% van alle biobestedingen. De groentecategorie wist, zoals alle andere biocategorieën, ook in 2010 meer kopers aan te trekken. Het absolute aantal kopers steeg in deze categorie van 50 naar 58 op 1 100. De groei was het sterkst bij de welgestelde gezinnen met kinderen. De gezinnen met kinderen en gepensioneerden met een beperkt inkomen schroefden vorig jaar echter hun biobestedingen terug. Figuur 14: Totale besteding aan biologische producten (*) door de Belgische gezinnen, in miljoen euro, België, 2001-2010
500 450 400 350 300 250 200 150 100 50 0
+20% +12% +29%
2001
2002
2003
2004
2005
2006
2007
2008
2009
2010
Bron: GfK Panel Services Benelux (*) voeding (vers, diepvries en kruidenierswaren), drogmetica en non-food. Het marktaandeel van bio (selectie van vooral versproducten voor VLAM) steeg van 1,5% in 2009 naar 1,8% vorig jaar 2 . Het marktaandeel van biozuivel ligt met 1,7% rond het gemiddelde. Het grootste marktaandeel hebben de biologische vleesvervangers (21%). Het kleinste marktaandeel hebben de biovleeswaren (0,6%) maar dit aandeel is wel stijgend. De plantaardige bioproducten met de biogroenten (4,8% marktaandeel) op kop blijven het zeer goed doen. VLAM volgt binnen de overeenkomst met GfK PanelServices Benelux de verse voeding (inclusief diepvries en enkele kruidenierswaren zoals ontbijtgranen, rijst, droge deegwaren en koekjes) op. De cijfers verder in deze tekst hebben enkel betrekking op deze uitgebreide verscategorie.
1
Met “welgesteld” wordt een gezinsinkomensgrens bedoeld van 1700 euro netto voor een gewoon gezin en 1300 euro netto voor een gepensioneerde. 2 Voor de totale biomarkt (inclusief voeding, drogmetica, non-food) bedroeg het marktaandeel 1,3% in 2010
28
De grootste categorie, die van de plantaardige voeding, steeg vorig jaar met 21%. De besteding kwam voor deze categorie uit op 197 miljoen euro. De besteding van biologische dierlijke voeding (inclusief vleesvervangers) steeg vorig jaar het sterkst (+30%) en kwam uit op 90 miljoen euro. De zuivelcategorie groeide met 12% tot 51 miljoen euro. In het laatste kwartaal van 2010 zien we een grote groei voor de dierlijke voeding (+32%) maar een kleinere groei voor de plantaardige voeding (+17%) en voor zuivelproducten (+6%).
De biobesteding bestaat voor ruim 58% uit plantaardige producten. Zuivel neemt 15% voor zijn rekening en vlees en andere dierlijke producten bijna 27%. Deze aandelen blijven over de jaren heen vrij stabiel. Bij de gangbare producten zijn dierlijke producten relatief belangrijker dan bij bio. Bij het gangbare hebben de plantaardige en de dierlijke voeding bijna een gelijk aandeel in de gezinsbestedingen, respectievelijk 44% en 41%. Zuivel neemt in het gangbare een gelijkaardig aandeel in als bij bio namelijk 15%. Figuur 15: Bestedingen biovoeding in BelgiĂŤ per categorie, 2006-2010
+2 1%
200
197
163
150
in mio euro
136
+3 0 %
111
100
109 90
69
66
50
+17 %
51
50
48
+12 %
48
45
40
41
+6 %
34 28
28
28 8 12
+3 2 %
28 7 13
24 11
19
13
18
13
0 2006
Zuivel
2007
2008
2009
2010
Q4 2006 Q4 2007 Q4 2008 Q4 2009 Q4 2010
Dierlijke voeding incl vleesvervangers
Plantaardige voeding
Bron: GfK Panel Services Benelux
5.2.
Consumentenprofiel
Het aantal kopers dat op jaarbasis minstens eenmaal een bioproduct kocht, bedroeg vorig jaar 89,6% van de Belgische bevolking. Dit is een groei met 4,7 procentpunt ten opzichte van 2009. Zo’n 18% van de Belgische bevolking zijn frequente biokopers. De frequente biokoper koopt minstens eenmaal om de 10 dagen bio. Deze groep staat in voor 78% van alle biobestedingen en is groeiend. In Vlaanderen ligt het aantal biokopers met 90,3% hoger dan het nationale gemiddelde. Binnen de productgroepen zijn er grote verschillen in kopersaantallen. De kopersgroep van biogroenten is met 58% veruit de belangrijkste en kende vorig jaar ook een enorme groei. Meer dan de helft van de Belgen koopt dus wel eens biogroenten. De tweede belangrijkste kopersgroep is fruit met 36% die, vorig jaar, zuivel met 33% heeft ingehaalde. De biobroodkopers komen met 23% op de vierde plaats.
29
Figuur 16: Percentage kopers van enkele bio-verscategorieën in België, 2005-2010
60
50
40
% 30
20
10
0 2005
aardappelen vlees
2006
2007
brood vleesvervangers
2008
fruit vleeswaren
2009
groenten gevogelte
2010
zuivel eieren
Bron: GfK Panel Services Benelux De biovleeskopers, op de vijfde plaats, zijn samen met de vleeswaren, op de zesde plaats, de sterkste groeiers. Hun aantal verdubbelde respectievelijk van 10 en 7,5 kopers op 100 in 2005 naar 20 en 15 vorig jaar. Een licht groeiende kopersgroep is die van bio-eieren, op de zevende plaats met 14%. De kopers van biogevogelte en bioaardappelen zijn met 10% kleinere kopersgroepen. Het rijtje wordt gesloten door de biovleesvervangers met zo’n 6%. Alle biocategorieën trokken vorig jaar meer kopers aan. In absolute cijfers zijn de welgestelde gezinnen met kinderen en de welgestelde gepensioneerden de belangrijkste groep biokopers. Samen zijn zij verantwoordelijk voor ruim de helft van de biobesteding terwijl zij zo’n 41% van de bevolking uitmaken. Hun aandeel in de biobesteding en in de bevolking is groeiend. Er is evenwel bij de welgestelde gezinnen met kinderen nog potentieel omdat deze groep met een marktaandeel van 1,6% onder het gemiddelde van 1,8% zit en zij de financiële middelen hebben. Huishoudens met kinderen met een beperkt inkomen haken verder af en scoren met een marktaandeel van 0,9% ver onder het gemiddelde. Wellicht is de prijs voor hen een te grote drempel om bio te (blijven) kopen. Deze groep heeft, door de crisis, zijn biobestedingen gevoelig teruggeschroefd. Jonge alleenstaanden (<40j) zijn wat ondervertegenwoordigd in het totaal aantal biokopers maar eenmaal overtuigd zijn het wel intensieve biokopers. Zij halen met 2,4% zelfs het hoogste marktaandeel. Ook de oudere alleenstaanden (>40j) scoren qua bio-aandeel boven het gemiddelde.
30
Figuur 17: Marktaandeel naar levensfase van de consument, in % van de bestedingen, BelgiĂŤ, 2010
To taal Welgestelde gepensio neerden Gepensio neerden met bep. ink. A lleenstaande >40j Ko stwinner (2p) Welgestelde HH met kinderen HH met kinderen, beperkt ink. Tweeverdieners Jo nge alleenstaande <40j
0%
1%
2%
3%
4%
5%
Bron: GfK Panel Services Benelux Analoog met het aantal kopers zijn biogroenten voor de besteding per capita koploper en een sterke groeier met een bedrag van rond de 6,60 euro. Zuivel komt met 4,70 euro per capita op de tweede plaats. Verder volgt fruit (4,40 euro) en brood (3,60 euro). Figuur 18: Besteding bio versproducten per categorie, euro per capita, 2005-2010
35,0 Overige Eieren
30,0
20,0
1,9
0,5 0,9 0,9 0,6 0,3 1,9
4,0
3,8
3,5
2,4
2,5
2,4
2,6 0,4 2,7
2,4 0,4 2,8
2,4 0,4 2,7
2007
3,3
Gevogelte/wild totaal Vleeswaar Vleesvervangers Vlees
6,6
2,6
Groenten
5,2 3,9
4,4
Fruit
3,5 3,1 3,6 0,7
Aardappelen incl diepvriesproducten
4,3
4,7
Zuivel
2010
2,8 0,6
0,6
3,8
0,0
Bron: GfK Panel Services Benelux
31
Brood
3,1
2009
5,0
0,9 1,1 1,2 0,7 0,4
1,0 1,3 1,2 0,8 0,5 2,5
2008
2,7
10,0
0,4 1,0 0,7 0,6 0,3
2006
15,0
0,5 1,0 0,9 0,8 0,4
2005
in euro per capita
25,0
1,3 1,5 1,6 1,0 0,5
Aan biovlees wordt 3,30 euro per Belg besteed op jaarbasis. Biogevogelte en bio-eieren volgen met 1,60 en 1,50 euro. Biovleeswaren, bioaardappelen en biovleesvervangers sluiten de rij met respectievelijk 1 euro, 70 en 50 cent per capita. De biologische producten haalden in 2010 een marktaandeel van 1,8% binnen de totale gezinsbestedingen aan voedingsproducten in België. In 2009 bedroeg dit slechts 1,5%. Het marktaandeel van bio verschilt wel sterk van product tot product. De producten met het hoogste bioaandeel zijn vleesvervangers met bijna 21%, eieren (8,3%), groenten (4,8%) en brood (3%). De vleeswaren staan op de laatste plaats met 0,6%. Figuur 19: Marktaandeel van bio per productsegment, België, 2010
1,8%
To taal
8,3%
eieren gevo gelte vleeswaren
1,5% 0,6% 20,9%
vleesvervangers vlees
1,2% 1,7%
zuivel
3,0%
bro o d
2,7%
fruit gro enten aardappelen
0%
4,8% 1,7% 5%
10%
15%
20%
25%
Bron: GfK Panel Services Benelux
5.3.
Distributiekanalen
Bijna één op twee bioaankopen gebeurt in de klassieke supermarkt (DIS 1: Carrefour Hyper Market/GB, Delhaize Supermarkt, Colruyt, Cora, Match, Makro, Champion) en de hard discount (Aldi en Lidl). DIS 1 is met bijna 46% van de markt het belangrijkste biokanaal maar verloor vorig jaar wel terrein aan harddiscount en buurtsupermarkt. De andere helft van de biobestedingen gebeurt in de gespecialiseerde kanalen en de kanalen met rechtstreeks contact tussen klant en verkoper namelijk de speciaalzaak, de hoeve, de openbare markt en de buurtsupermarkt (o.a. Delhaize AD/City/Proxi, Carrefour Express, Okay, Smatch, Spar, Cash Fresh...). De speciaalzaak/natuurvoedingswinkels/overige algemene voeding (inclusief Bioplanet) zijn met 30,8% het tweede belangrijkste kanaal en de grootste groeier, al lijkt deze groei te stagneren. Een verschil met de gangbare producten is het lage aandeel van hard discount. Dit kanaal betekent voor bio minder dan 4% tegenover 17% voor de gangbare voeding. De rechtstreekse verkoop zag zijn aandeel vorig jaar stagneren op 3,4%. De openbare markt daalde lichtjes naar 4,3% marktaandeel.
32
Figuur 20: Distributiekanalen biologische voeding: aandelen op basis van besteding, BelgiĂŤ, 2006-2010
100%
in % van de besteding
80%
60%
4,4%
4,0%
26,2%
25,3%
5,8%
6,4%
13,3%
14,5%
1,5%
1,1%
48,7%
48,8%
4,8%
3,3%
3,4%
Hoeve en boerenmarkt
28,6%
30,0%
30,8%
4,4%
4,6%
4,3%
Speciaalzaak / Natuurvoeding en overige* Openbare markt
12,2%
10,1%
11,8%
1,5%
2,7%
48,5%
49,2%
3,9%
Buurtsupermarkt
40% Hard discount 20%
45,8%
Dis 1 0% 2006
2007
2008
2009
2010
Bron: GfK panel Services
5.4.
Prijzen
De extra arbeid, de certificatiekost en het duurdere zaai- en pootgoed zijn kostverhogende factoren die de producent doorrekent in de prijs. Bovendien is de opbrengst vaak iets lager en minder zeker. Om die redenen is het logisch dat biologische producten duurder zijn dan niet-biologische.De biomarkt is zeer cyclisch en kent prijzen die op vrij korte termijn kunnen schommelen. Die worden veroorzaakt door overschotten met lagere prijzen tot gevolg, afgewisseld met perioden van schaarste waardoor de prijzen stijgen. Die stijgingen worden versterkt door de kleinschaligheid van de biomarkt en de afzet van kleinere volumes. Verschillende prijsvergelijkingen in binnen- en buitenland proberen een cijfer te kleven op deze prijskloof. Het verkoopskanaal (supermarkt vs thuisverkoop) speelt een rol, alsook het aantal bewerkingen dat het product heeft ondergaan in de agrovoedingsketen (vers vs bereide producten). VLAM geeft in zijn statistieken aan dat biologische producten in 2010 gemiddeld 33% duurder zijn dan niet-biologische, met variaties van 2% (groenteburger) tot 75% (bio-eieren, braadkip). Het globaal prijsverschil tussen bio en niet-bio bleef stabiel de laatste jaren. Op productniveau fluctueert het prijsverschil wel van jaar tot jaar. Bij bio-aardappelen werd het verschil kleiner over de jaren heen. Bij biotomaten werd het verschil groter.
33
Figuur 21: Prijsverschil bioproducten vs gangbaar equivalent, BelgiĂŤ, 2008-2010
133 132 130
Totaal bio Groenteburger
102
119 124 175 171
Braadkip Varkenskotelet Brood
150
135 130 129 127
2010 157
Aardappel Tomaten
127
134
201
159
182
202
2009
141
2008
176 176 174
Eieren 138 137 136
Geitenkaas
129 130 129
Yoghurt
164
Halfvolle melk
161
100
175
150
200 index
Bron: GfK Panel Services Benelux
34
250
Bronnen Agence Bio, Les chiffres de la bio sont au vert (Dossier de presse), juni 2010 Alnatura, Ökolandbau wächst stabil weiter, 6 juli 2010 Bio zoekt Boer, resultaten 2010, stand van zaken feb 2011 BÖLW, Zahlen, Daten, Fakten: die Biobranche 2010 De Morgen, Landbouwers protesteren weer tegen lage melkprijs in Ciney, 16 september 2010 Deroo I., Corbeels E., Proeftuinnieuws, Biologisch witloof van A tot Z, 3 december 2010 European Commission, DG Agri, An analysis of the EU Organic Sector, juni 2010 Gesellschaft für Innovationsforschung und Beratung mbH, Abschlussbericht der Evaluation des Bundesprogramms Ökologischer Landbau, 2004 Landbouwleven, Belgische biomarkt biedt kansen maar vraagt keten, 7 mei 2010 Landbouw & Techniek, Biologische melkveehouderij in Vlaanderen, 30 april 2010 Landbouw & Techniek, Bio- en biogerelateerd onderzoek binnen het ILVO, 10 december 2010 LEI Animal Sciences Group, Praktische kostprijs biologische melk, december 2008 Natural Choices, UK Organic Market drops 12,9% in 2009, 14 april 2010 NOBL, De biologische landbouw in Vlaanderen: onderzoek 2008-2010, december 2010 Ökolandbau.de, Bioumsatz in Deutschland 2009, 14 april 2010, http://www.oekolandbau.de/haendler/marktinformationen/biomarkt-deutschland/bioumsatz-indeutschland-2009/ Perscommuniqué, Bruno Le Maire réaffirme son engagement pour la filière bio, 28 september 2010 Proeftuinnieuws, Coördinatiecentrum voor biologische teelt opgericht, 4 juni 2010 Taskforce Marktontwikkeling Biologische Landbouw/Biologica, Bio Monitor 2009: cijfers en trends, april 2010 The Soil Association, 2010, Organic Marketing Report 2010 Verbeke P., Beknopt overzicht van biologische markt voor groenten, BioForum, januari 2010 VILT, Elke maand worden 300 Franse landbouwers bioboer, 11 juni 2010 Willer, Helga and Kilcher, Lukas, (Eds.), The World of Organic Agriculture - Statistics and Emerging Trends 2011, februari 2011 Winefair.com, Essor du marché des vins biologiques, 1 september 2010 Winefair.com, Les vignes françaises se convertissent à l’agriculture biologique, 3 september 2010 www.biozoektketen.be
35
Figuren FIGUUR 1: BIOLOGISCH AREAAL IN DE EU-27 (LINKER-AS) EN AANDEEL BIOLOGISCHE OPPERVLAKTE IN DE TOTALE OPPERVLAKTE CULTUURGROND (RECHTER-AS), 2005-2009 ........................................................................... 2 FIGUUR 2: AANDEEL VAN HET AREAAL IN OMSCHAKELING IN HET TOTAAL AREAAL BIO IN ENKELE LIDSTATEN, IN %, 2005-2009................................................................................................................................................. 3 FIGUUR 3: AANTAL BEDRIJVEN, AREAAL IN OMSCHAKELING EN BIO, FRANKRIJK, 1995-2009................................. 5 FIGUUR 4: EVOLUTIE VAN DE OMZET BIOLOGISCHE PRODUCTEN IN HET VERENIGD KONINKRIJK, IN MILJOEN POND, 1995-2009...................................................................................................................................................... 7 FIGUUR 5: AANTAL INSTAPPERS PER JAAR EN AANTAL OVERGEBLEVEN INSTAPPERS IN 2010, VLAANDEREN ....... 10 FIGUUR 6: EVOLUTIE VAN DE GANGBARE EN BIOLOGISCHE MELKPRIJS, 2002-2010, BELGIË ................................. 16 FIGUUR 7: EVOLUTIE VAN DE PRIJZEN VAN JONAGOLD APPELEN EN CONFÉRENCE PEREN GANGBAAR (GB) EN BIOLOGISCH (BIO) GETEELD, 2006-2010....................................................................................................... 17 FIGUUR 8: EVOLUTIE VAN DE PRIJZEN VAN GANGBARE EN BIOLOGISCHE WITLOOF, IN EURO PER KG, 2008-2010.. 18 FIGUUR 9: EVOLUTIE VAN DE PRIJZEN VOOR GANGBARE EN BIOLOGISCHE PREI, IN EURO PER KG, 2008-2010 ....... 18 FIGUUR 10: EVOLUTIE VAN DE PRIJS VOOR GANGBARE EN BIOLOGISCHE WORTELEN, IN EURO PER KG, 2008-2010 19 FIGUUR 11: EVOLUTIE VAN DE OVERHEIDSUITGAVEN TEN BEHOEVE VAN DE BIOLOGISCHE LANDBOUWSECTOR, VLAANDEREN, 2000-2010, IN EURO ............................................................................................................. 21 FIGUUR 12: VERDELING VAN DE OVERHEIDSUITGAVEN VOOR BIOLOGISCHE LANDBOUW, 2004-2010, IN %.......... 23 FIGUUR 13: EVOLUTIE VAN AREALEN ONDER HECTARESTEUN (LINKER-AS), ONDER CONTROLE (LINKER-AS), BEDRAG HECTARESTEUN (RECHTER-AS) EN AANTAL BEDRIJVEN, VLAANDEREN, 1994-2010....................... 25 FIGUUR 14: TOTALE BESTEDING AAN BIOLOGISCHE PRODUCTEN (*) DOOR DE BELGISCHE GEZINNEN, IN MILJOEN EURO, BELGIË, 2001-2010............................................................................................................................ 28 FIGUUR 15: BESTEDINGEN BIOVOEDING IN BELGIË PER CATEGORIE, 2006-2010 ................................................... 29 FIGUUR 16: PERCENTAGE KOPERS VAN ENKELE BIO-VERSCATEGORIEËN IN BELGIË, 2005-2010 ........................... 30 FIGUUR 17: MARKTAANDEEL NAAR LEVENSFASE VAN DE CONSUMENT, IN % VAN DE BESTEDINGEN, BELGIË, 2010 ..................................................................................................................................................................... 31 FIGUUR 18: BESTEDING BIO VERSPRODUCTEN PER CATEGORIE, EURO PER CAPITA, 2005-2010 ............................. 31 FIGUUR 19: MARKTAANDEEL VAN BIO PER PRODUCTSEGMENT, BELGIË, 2010...................................................... 32 FIGUUR 20: DISTRIBUTIEKANALEN BIOLOGISCHE VOEDING: AANDELEN OP BASIS VAN BESTEDING, BELGIË, 20062010 ............................................................................................................................................................. 33 FIGUUR 21: PRIJSVERSCHIL BIOPRODUCTEN VS GANGBAAR EQUIVALENT, BELGIË, 2008-2010 ............................. 34
Tabellen TABEL 1: OMZET BIO PER PRODUCTCATEGORIE, NEDERLAND, 2009........................................................................ 4 TABEL 2: OMZET PER PRODUCTCATEGORIE IN DE BIOSECTOR, FRANKRIJK, 2009 .................................................... 6 TABEL 3: AANDEEL VAN DE DISTRIBUTIEKANALEN IN DE VERKOOP VAN BIOLOGISCHE PRODUCTEN, VERENIGD KONINKRIJK, 2009 ......................................................................................................................................... 8 TABEL 4: AANTAL BIOLOGISCHE PRODUCENTEN ONDER CONTROLE, VLAANDEREN, 2010 ...................................... 9 TABEL 5: PRODUCENTEN VOLGENS TECHNISCH-ECONOMISCHE ORIËNTATIE, VLAANDEREN, 2008-2010 .............. 10 TABEL 6: AREAAL IN OMSCHAKELING, BIOLOGISCH EN TOTAAL, VLAANDEREN, IN HECTARE, 2010 ..................... 12 TABEL 7: EVOLUTIE VAN DE BIOLOGISCHE AREALEN PER TEELTGROEP, VLAANDEREN, IN HECTARE, 2002-2010.. 13 TABEL 8: AREAALWINST- EN VERLIES, VLAANDEREN, IN HECTARE, 2010 ............................................................. 13 TABEL 9: AANTAL BEDRIJVEN EN AREALEN ONDERVERDEELD VOLGENS GROOTTE VAN HET BIOLOGISCH BEDRIJF, VLAANDEREN, 2010..................................................................................................................................... 14 TABEL 10: EVOLUTIE VAN HET AANTAL DIEREN PER DIERCATEGORIE, PERIODE 2003-2010 .................................. 14 TABEL 11: AANTALLEN MARKTDEELNEMERS ONDER CONTROLE 2008-2010 (EXCLUSIEF PRODUCENTEN) ............ 15 TABEL 12: OVERZICHTSTABEL VAN DE GEMAAKTE UITGAVEN IN 2010 ................................................................. 22 TABEL 13 : UITGAVEN ONDERZOEK PER THEMA VOLGENS HET STRATEGISCH PLAN BIO, 2010 ............................. 27
36
Lijst afkortingen ABS ADLO AMS BFV CCBT FADN Fevia FiBL GLB GTR IFOAM ILVO IWT LEI NOBL PCBT PDPO SK STR VBT VILT VLAM VLIF ZK
Algemeen Boerensyndicaat afdeling Duurzame Landbouwontwikkeling (van het Departement Landbouw en Visserij) afdeling Monitoring en Studie (van het Departement Landbouw en Visserij) Belgische Fruitveiling Coördinatiecentrum praktijkgericht onderzoek en voorlichting biologische teelt Farm Accountancy Data Network Federatie van de voedingsindustrie Forschungsinstitut für biologische Landwirtschaft (Duitsland) Gemeenschappelijk Landbouwbeleid Gewone Toeslagrechten International Federation of Organic Agriculture Movements Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek Instituut voor Wetenschap en Technologie Landbouweconomisch Instituut (Nederland) Netwerk Onderzoek Biologische Landbouw en Voeding Interprovinciaal Proefcentrum voor de Biologische Teelt Programmeringsdocument voor Plattelandsontwikkeling Slachtpremie kalveren Speciale Toeslagrechten Verbond voor Belgische Tuinbouwveilingen Vlaams Infocentrum Land- en Tuinbouw Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing Vlaams Landbouwinvesteringsfonds Zoogkoeienpremie
Verklarende woordenlijst GVE
Een grootvee-eenheid, afgekort als GVE, is een maat voor de fosfaatbelasting van de veestapel van een bedrijf. De fosfaatbelasting van één melkkoe is op 1 gesteld.
37
Bijlagen BIJLAGE I: AREAAL BIOLOGISCH EN IN OMSCHAKELING PER TEELT plantaardige productie OPPERVLAKTES Akkerbouwgewassen maïs (korrel, silo, suiker) wintertarwe + zomertarwe wintergerst zomergerst winterrogge snijrogge haver triticale spelt andere granen boekweit textielvlas erwten (droog geoogst) tuin- en veldbonen (droog geoogst) zonnebloempitten braak (faunabraak, spontane bedekking, poelen) niet-bittere lupinen vlinderbloemigen niet-vlinderbloemige groenbemester non food suikerbieten voederbieten klavers (grasklaver+klaver) luzerne voederwortelen andere voedergewassen hennep hop koolzaad zaden cichorei niet-ingezaaid akkerland
2010 aantal hectare OMS BIO 273,91 1.272,52
Sierteelt Weiland en bossen permanent grasland tijdelijk grasland grassen (raaigras) uitloop boomkweek, bossen gebieden met natuurwaarde Groenten Groenten onder glas (totaal) stengelgroenten andere vollegrondsgroenten aardappelen bladgroenten kolen peulvruchten witloof (incl witloofwortelen) ui-achtigen wortelen en knollen vruchtgroenten asperge champignons kool en raapzaad kruiden Fruit aardbeien meerjarige fruitteelten appelen peren kersen noten kleinfruit (incl bessen) bessen druiven rabarber andere éénjarige fruitteelten TOTAAL
i
29,79 28,33 0,87 24,20 0,50 4,87 72,55 36,85 1,13 1,94 0,10 1,64 0,00 0,85 0,00 1,05 0,00 0,00 0,56 0,00
106,37 49,33 24,22 23,07 5,17 0,00 30,13 140,10 32,60 40,99 0,31 0,00 0,85 3,18 0,28 71,23 0,55 5,31 1,12 60,17
4,68 62,20 1,50
10,25 628,46 14,08
0,00 0,00 0,00
3,97 2,25 14,60
0,00 0,30
1,74 2,19
7,27
0,00
totaal 1.546,43 136,16 77,66 25,09 47,27 5,67 4,87 102,68 176,95 33,73 42,93 0,41 1,64 0,85 4,03 0,28 72,28 0,55 5,31 1,68 60,17 0,00 14,93 690,66 15,58 0,00 3,97 2,25 14,60 0,00 0,00 1,74 2,49 0,00 7,27
7,27
0,00
7,27
321,82
1.194,20
203,60 68,60 1,74 0,85 0,00 47,03
897,00 222,22 1,13 0,00 28,80 45,05
1.516,02 1.100,60 290,82 2,87 0,85 28,80
17,16
303,61
1,54 0,12 5,23 6,81 0,19 2,52 0,23 0,00 0,00 0,12 0,00 0,00
5,92 3,13 86,84 60,69 35,22 48,11 1,34 6,43 2,71 40,60 7,62 5,00
0,40
0,00
146,33
284,81
2,79 27,72 45,88 11,95 2,28 0,00 0,53 55,01 0,17 0,00 0,00
5,10 22,04 174,99 37,64 19,80 0,08 6,65 16,07 0,77 1,62 0,05
766,49
3.055,14
92,08
320,77 7,46 3,25 92,07 67,50 35,41 50,63 1,57 6,43 2,71 40,72 7,62 5,00 0,00 0,00 0,40 431,14 7,89 49,76 220,87 49,59 22,08 0,08 7,18 71,08 0,94 1,62 0,05 3.821,63
BIJLAGE II: NUTTIGE LINKS Overheid http://www.vlaanderen.be/landbouw/bio Departement Landbouw en Visserij, voor alle wetgeving www.vlam.be Vlaamse Centrum voor Landbouw- en Visserijmarketing
Sector www. BioForum.be (website BioForum) Koepelorganisatie van de biosector http://www.tuv-nord-integra.com/Nederlands/n-framebio.html Controleorganisatie voor de biologische productie, verwerking en verdeling http://www.certisys.eu/ Controleorganisatie voor de biologische productie, verwerking en verdeling http://www.quality-partner.be/ Controleorganisatie voor de biologische productie, verwerking en verdeling http://www.controlunion.com/ Controleorganisatie voor de biologische productie, verwerking en verdeling
Onderzoek www.pcbt.be Interprovinciaal Proefcentrum voor de biologische teelt www.ilvo.vlaanderen.be Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek http://www.proefcentrum-kruishoutem.be/portal/page?_pageid=53,39052&_dad=portal&_schema=PORTAL Het proefcentrum verricht onderzoek rond biologisch beschutte teelten www.nobl.be Netwerk onderzoek biologische landbouw en voeding
Internationaal www.biokennis.nl Alle kennis uit het biologisch landbouw- en ketenonderzoek van Wageningen UR en het Louis Bolk Instituut http://www.organic-world.net/statistics.html Portaal voor Europese statistieken rond de biologische landbouw. http://www.orgprints.org/ Verzamelsite van internationale rapporten over biologische landbouw en voeding http://www.ifoam.org/ (Engels) Internationale coรถrdinatie
ii