Skip to main content

dossier 2020-259.pdf

Page 1

Uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/259

Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2020/259

DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 26 augustus 2020 diende xxx een verzoek in bij het kabinet van Vlaams minister-president Jan Jambon, waarbij werd verzocht om een afschrift te verlenen van de volgende documenten voor de periode 1 januari 2013 tot en met 26 maart 2020:

“Alle documenten en correspondentie, in welke vorm ook, uitgewisseld tussen uzelf, uw kabinet en: Ondernemingen waarvan duidelijk is of u bekend is dat zij deel uitmaken van Exxon Mobil Petroleum & Chemical en van Total Belgium; Fédération Belge de l'Automobile & du Cycle (FEBIAC Asbl); Belgische Federatie der Brandstoffenhandelaars (Brafco); Fédération Pétrolière Belge (FPB) ; Belgische federatie van de chemische industrie en van life sciences (Essenscia); Traxio ; Belgian Public Affairs Community (Bepact); Government Relations Forum (GRF); Vlaams Netwerk van Ondernemingen (Voka); De Vlaamse minister van Financiën en Begroting, Wonen en Onroerend Erfgoed et les membres de son cabinet; De Vlaamse minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme et les membres de son cabinet.

www.vlaanderen.be


Doch slechts voor zover deze documenten en correspondentie betrekking hebben op één of meer van de volgende onderwerpen: De Voorstel van resolutie betreffende een sterk Vlaams klimaatbeleid De Nationale Energie- en Klimaatplan De uitfasering van de verbrandingsmotor Diesel, benzine, biobrandstoffen, Compressed Natural Gas (CNG), Liquid Natural Gas (LNG) en andere alternatieve brandstoffen De electrische voertuig CO2 uitstoot gelinkt met transport Belastingen met betrekking tot voertuigen Autosolisme Bedrijfswagens Auto advertentie Technologische neutraliteit De zones 30 De decarbonisatie De verkeersvrije zones De lichte voertuigen (autos) De bezoeken op de terreinen bezeten door Exxon Mobil of Total CO2-taks Koolstofheffing De lage emissiezones in Vlaanderen.” Het kabinet van Vlaams minister-president Jambon heeft, na een verzoek tot specifiëring d.d. 14 september 2020, het verzoek tot openbaarmaking bij mailbericht d.d. 5 oktober 2020 geweigerd. Op 6 oktober 2020 diende xxx beroep in bij de beroepsinstantie tegen deze weigeringsbeslissing. Dit beroep werd geregistreerd op 7 oktober 2020. Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijk openbaarheidsverzoek dateert van 26 augustus 2020. De bestreden beslissing dateert van 5 oktober 2020. Deze beslissing maakt melding van de beroepsmogelijkheden en -modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, §1, derde lid van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (verder ‘Bestuursdecreet’). Het beroep van mevrouw Préaux werd ingediend bij mailbericht d.d. 6 oktober 2020 en is bijgevolg tijdig ingesteld. Het beroepschrift is bijgevolg ontvankelijk. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/259

pagina 2 van 6


van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.

1.

Bestreden beslissing

Bij mail d.d. 14 september 2020 heeft het kabinet van minister-president Jambon aan beroeper gevraagd om de vraag te specificeren omwille van het feit dat, op basis van de brede formulering betreffende de onderwerpen (de elektrische wagen, de decarbonisatie,…), het kabinet niet kan nagaan welke bestuursdocumenten de beroeper in concreto wenst in te zien en of deze openbaarmaking mogelijk is. Bij mail d.d. 16 september 2020 heeft de beroeper als volgt geantwoord: “Ik zou graag de correspondentie (voornamelijk emails + attachments) tussen de onderstaande bedrijven, groepen, federaties en ministers en het kabinet van de Minister-President krijgen voor de periode 2013 t.e.m. vandaag, en die betrekking hebben op de onderstaande onderwerpen, die wij als milieu-informatie beschouwen. Indien er fysieke meetings zijn gebeurd, zou ik graag over de verslagen en nota’s daarvan beschikken, voor zover die meetings ook een betrekking hadden op de onderstaande onderwerpen. M.b.t. mijn vraag over de bezoeken op de terreinen van Exxon Mobil en Total, denk ik bijvoorbeeld aan het bezoek van minister Kris Peeters in 2013 aan de HQ van Upstream Research & Development Center van Exxon Mobil in Houston met een Belgische delegatie. Ik zou graag over de e-mails beschikken die uitgewisseld zijn geweest tussen Exxon Mobil en het kabinet van minister Peeters m.b.t. dit bezoek. Ook voor andere bezoeken aan de oliesector, zou ik graag dezelfde informatie krijgen.” In de weigeringsbeslissing d.d. 6 oktober 2020 stelt het kabinet van minister-president Jambon dat de vraag als onredelijk kan gekwalificeerd worden op twee elementen. Vooreerst stelt het kabinet dat het huidig kabinet van minister-president Jambon niet gevat kan worden met een vraag naar correspondentie en documenten die betrekking hebben op zijn voorganger(s). Als tweede element is het kabinet van oordeel dat het groot aantal thema’s, daarenboven in zeer generieke bepalingen geformuleerd (correspondentie in alle vormen betrekking hebbende op vb.: “auto advertenties”, “ de decarbonisatie”, “technologische neutraliteit”, “autosolisme”) het onmogelijk maakt om deze vraag na te gaan. Het kabinet stelt verder: “Het

volume aan documenten en volume aan correspondentie dat hiertoe zou moeten gescreend worden is van die grootte-orde dat wij uw vraag als niet redelijk beschouwen”. 2. Inhoud van het beroepschrift

De beroeper betwist de onredelijkheid van de vraag. In het beroepschrift wordt vooreerst geargumenteerd dat het Bestuursdecreet van 7 december 2018 het recht regelt om inzage te hebben in bestuursdocumenten die berusten bij een Vlaamse overheidsinstantie en dat het niet relevant is of dat document opgesteld of ontvangen is tijdens de ambtstermijn van de persoon die op dit moment aan het hoofd staat van die instantie. Zolang de informatie of het document aanwezig is, valt het onder de openbaarmakingsplicht. Daarnaast geeft de beroeper aan dat niet kan aanvaard worden dat de vraag als onredelijk wordt gekwalificeerd: “We vragen immers niet naar alle correspondentie tussen onderstaande doelgroepen en het

kabinet van de Minister President. We hebben een precieze lijst opgemaakt van de onderwerpen die ons interesseren, bepaald omdat we het werk van de administratie wilden beperken en vergemakkelijken.” 3. Toelichting door het kabinet van Vlaams minister-president Jambon

De beroepsinstantie nam op 8 oktober 2020 contact op met het kabinet van Vlaams minister-president Jambon om nadere toelichting. Bij mailbericht d.d. 20 oktober 2020 werd deze toelichting ontvangen.

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/259

pagina 3 van 6


Op het eerste beroepsargument van de beroeper wordt door het kabinet aangegeven dat het initiële antwoord enigszins moet genuanceerd worden omdat een aantal werknemers van het huidige kabinet ook tewerkgesteld waren op het kabinet van de minister-president vóór 2 oktober 2019 en dat er in die zin potentieel documenten in het bezit zijn die aan de vraag van verzoeker zouden kunnen voldoen. Het kabinet vervolgt m.b.t. het onredelijk karakter als volgt:

“2) Hier blijven wij bij ons standpunt, en gezien de nuancering die ik heb aangebracht onder 1) wordt ons standpunt alleen nog maar versterkt (aangezien de tijdsperiode die wij zouden moeten bekijken nu nog veel langer is). Het is voor ons namelijk onmogelijk adequaat in te schatten naar welke documenten de verzoeker concreet op zoek is. Zoals eerder toegelicht zijn de onderwerpen in die mate generiek geformuleerd dat een doelgericht onderzoek onmogelijk is (“decarbonisatie”, “autosolisme”, “begroting”, “technologische neutraliteit”). U begrijpt dat een kabinet van +30 werknemers niet kan nagaan welke dossiers onder te brengen vallen onder de vraag van verzoeker. Zeker niet, nu wij dit ook zouden dienen te doen tot ver voor 2019. Dit zou een zeer grote belasting vormen op het kabinet (meerdere dagen/Weken?) om dit na te gaan, in het bijzonder omdat dit ook moet geverifieerd worden met afzenders en dient nagekeken te worden welke uitzonderingsgronden in het kader van artikel II.36 van toepassing zouden zijn (vertrouwelijke, commerciële informatie, etc.). Wij zijn dan ook van oordeel dat die werklast niet redelijk is. Samengevat, wij blijven van oordeel dat artikel II.33 van het Bestuursdecreet van toepassing is en dat de aanvraag tot openbaarmaking dient afgewezen te worden.” 4. Standpunt van de beroepsinstantie De beroepsinstantie stelt vast dat de initiële vraagstelling van de beroeper effectief gericht is aan de heer Jan Jambon in zijn hoedanigheid van minister-president van de Vlaamse Regering en aan het kabinet van de heer Jambon in die hoedanigheid. Ook het voorwerp van de vraagstelling wordt in de initiële vraagstelling in die zin aangegeven: “Alle documenten en correspondentie, in welke vorm ook , uitgewisseld tussen uzelf, uw kabinet en”. De heer Jan Jambon is pas sinds 02 oktober 2019 minister-president van de Vlaamse Regering, wat maakt dat er geen correspondentie tussen de heer Jan Jambon in die hoedanigheid, alsook van het kabinet van de heer Jambon in die hoedanigheid, en de diverse bestemmelingen bestaat van vóór 02/10/2019. Het gaat aldus om documenten die de heer Jan Jambon in zijn hoedanigheid van ministerpresident van de Vlaamse Regering en het kabinet van de heer Jan Jambon in die hoedanigheid, niet in het bezit heeft. Bijgevolg heeft het verzoek, in de mate dat het betrekking heeft op correspondentie van 1 januari 2013 tot 2 oktober 2019, betrekking op documenten die geen bestuursdocumenten zijn in de zin van het Bestuursdecreet. In artikel I.4, 3° Bestuursdecreet wordt de term “bestuursdocumenten” immers gedefinieerd als: “alle informatie, ongeacht de drager ervan, die in het bezit is van een overheidsinstantie”. Het feit dat er thans op het kabinet van minister Jambon een aantal medewerkers van het vorige kabinet van de minister-president tewerkgesteld zijn, doet hieraan niets af. Het beroep is bijgevolg, in de mate dat het betrekking heeft op correspondentie van 1 januari 2013 tot 2 oktober 2019, ongegrond.

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/259

pagina 4 van 6


De beroepsinstantie stelt vast dat het kabinet, wat de tijdsperiode van 2 oktober 2019 tot en met 26 maart 2020 betreft, beroep doet op de uitzonderingsgrond vermeld in artikel II.33, 1° Bestuursdecreet. Volgens artikel II.33, 1° van het Bestuursdecreet kan een overheidsinstantie een openbaarheidsverzoek afwijzen wanneer de aanvraag kennelijk onredelijk blijft of op een te algemene wijze geformuleerd blijft, na een verzoek van de betrokken instantie tot herformulering van de eerste aanvraag als vermeld in artikel II.42. Bij mailbericht d.d. 14 september 2020 werd door het kabinet van minister-president Jambon een specificering gevraagd, maar, zoals hierboven blijkt, is er van specificering door verzoeker niet echt sprake. Op grond van de ontvangen toelichting van het kabinet Jambon kan de beroepsinstantie wel inzien dat het voldoen aan het verzoek van de beroeper, gelet op de omvang ervan en de nodige tijdsbesteding hieraan, een significante impact heeft. Er kan voor de beroepsinstantie dan ook geen twijfel over bestaan dat het zeer zeker een enorm intensief en tijdrovend werk zou zijn om - gezien de scope van het verzoek: het aantal correspondenten, de talrijke generiek geformuleerde onderwerpen die vernoemd worden in het openbaarheidsverzoek en de tijdsperiode waarop het verzoek betrekking heeft - de grote hoeveelheid aan documenten te verzamelen door de talrijke kabinetsmedewerkers (naast de minister bestaat het kabinet uit +30 medewerkers) en dan nog eens te gaan screenen op de eventuele mogelijke toepassing van wettelijke en decretale uitzonderingsgronden. Een grondige en gedetailleerde screening van een grote hoeveelheid aan documenten is hier aan de orde. Gezien de diverse bevoegdheden en de daarmee gepaard gaande opdrachten en taken van (het kabinet van) de minister-president, alsook gezien de uitdagingen die de huidige gezondheidscrisis met zich meebrengt, is het duidelijk dat het kabinet over te weinig mankracht beschikt om het werk voor deze screeningsopdracht uit te voeren. In casu wijst de beroepsinstantie dan ook op het kennelijk onredelijk karakter van dit onderdeel van dit openbaarheidsverzoek. Het voorwerp is dan ook dermate omvangrijk – zoals hierboven weergegeven - dat de aanvraag als kennelijk onredelijk moet worden beschouwd, omdat het verzamelen en de screening van al die documenten met het oog op de eventuele mogelijke toepassing van wettelijke en decretale uitzonderingsgronden een enorm en overdreven tijdrovend werk zou inhouden voor de betrokken instantie. Artikel II.40, §3 van het Bestuursdecreet bepaalt dat een verzoeker in principe geen belang hoeft aan te tonen om de openbaarheid van bestuursdocumenten te verkrijgen. Dit betekent evenwel niet dat er geen redelijk belang aanwezig moet zijn: het uitoefenen van een recht zonder enig aantoonbaar redelijk en voldoende belang kan als kennelijk onredelijk worden beschouwd. Het komt een overheidsinstantie of de beroepsinstantie in principe niet toe om de motieven van de aanvragen of van de beroepen te onderzoeken. Dit kan echter geen vrijgeleide zijn om een dermate grote hoeveelheid documenten aan te vragen, waardoor een onredelijke werkoverlast ontstaat voor de instantie en waardoor de normale werking ervan in het gedrang komt. Het grondwettelijke recht op openbaarheid van bestuur is een instrument dat de burgers moet toelaten controle uit te oefenen op het handelen van het bestuur. Het moet de burgers in staat stellen de rechtmatigheid van het overheidsoptreden te beoordelen en met kennis van zaken te beslissen of er grond bestaat dat optreden in rechte aan te vechten. De beroepers hebben aldus het volste recht gebruik te maken van de openbaarheid van bestuur om het doen en laten van bepaalde bestuursinstanties betreffende aangelegenheden die ze zich ter harte hebben genomen, na te gaan. Zij zijn er echter niet van ontslagen om hun rechten op redelijke en zorgvuldige wijze uit te oefenen. Het belang dat de beroepers bij de uitoefening van hun rechten hebben, moet in redelijke verhouding staan met de gevolgen voor de werking van de diverse bestuursinstanties. De beroepsinstantie stelt vast dat dit onderdeel van het openbaarheidsverzoek in casu evenwel een al te ruime omvang heeft. Het voorwerp is dermate omvangrijk

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/259

pagina 5 van 6


en de toetsing van alle documenten aan de uitzonderingsgronden is zo tijdrovend, dat deze aanvraag dan ook als kennelijk onredelijk moet worden beschouwd. Na billijke afweging van ieders belangen, komt de beroepsinstantie, gelet op wat hiervoor werd uiteengezet, dan ook tot de conclusie dat dit onderdeel van het openbaarheidsverzoek terecht moet worden afgewezen in toepassing van artikel II.33, 1° van het Bestuursdecreet. Het voordeel van de informatie die beroeper bekomt weegt kennelijk niet op tegen de last die het inwilligen van deze omvangrijke aanvraag inzake openbaarheid van bestuur zou veroorzaken voor de betrokken instantie (kabinet van minister-president Jambon). Om deze redenen wordt het beroep, in de mate dat het betrekking heeft op de gevraagde correspondentie van 2 oktober 2019 tot en met 26 maart 2020, eveneens als ongegrond beschouwd. Na beraadslaging,

BESLUIT: Het beroepschrift van xxx d.d. 6 oktober 2020 tegen de weigeringsbeslissing vanwege het kabinet van Vlaams minister-president Jan Jambon wordt als ontvankelijk doch ongegrond beschouwd. Brussel, 4 november 2020 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/259

pagina 6 van 6


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
dossier 2020-259.pdf by Vlaanderen-be - Issuu