ADVIES AR-AR-ADV-2122-003
Een nieuwe strategie voor duurzame ontwikkeling Advies over de vierde editie van de Vlaamse Strategie Duurzame Ontwikkeling
Vlaamse Onderwijsraad Koning Albert II-laan 37 BE-1030 Brussel T +32 2 219 42 99 www.vlor.be info@vlor.be
Wijs beleid door overleg
Advies op vraag van Jan Jambon, Minister-president van de Vlaamse Regering en Vlaams minister van Buitenlandse Zaken, Cultuur, ICT en Facilitair Management op 28 juni 2021 Uitgebracht door de Algemene Raad op 23 september 2021 met eenparigheid van stemmen Voorbereiding: werkgroep Memorandum op 10 september onder voorzitterschap van Mia Douterlungne Dossierbeheerder : Simon Grymonprez
1 Situering Op 25 juni 2021 hechtte de Vlaamse Regering haar principiële goedkeuring aan de nota 'Vlaamse Strategie Duurzame Ontwikkeling’ (VSDO4). Sinds 2008 is het decreet ter bevordering van duurzame ontwikkeling van kracht. Dat moet de ontwikkeling van een gecoördineerd Vlaams duurzaamheidsbeleid bevorderen en de continuïteit ervan verzekeren.1 Met de VSDO4 kiest de Vlaamse Regering voor continuïteit. Net zoals in VSDO3 blijft ze Visie 2050 omarmen als langetermijnstrategie voor Vlaanderen en voegt ze daar Vizier 2030 aan toe. De regering beschouwt Vizier 2030 als een ‘opstap’ naar Visie 2050.
2 Visie 2050 en Vizier 2030 als richtinggevend kader 2.1 De plaats van onderwijs? De Vlor gaf in het verleden al advies over beide strategische plannen.2 De raad ziet zich genoodzaakt de kritische bemerkingen in die adviezen te herhalen, net omdat in beide plannen Onderwijs ondergesneeuwd is door andere beleidsdomeinen en een wel erg economische benadering van de samenleving. Zo ligt in Visie 2050 de focus te veel op economische en technologische en te weinig op sociale ontwikkelingen. Onderwijs krijgt er een strakke arbeidsmarktgerichte benadering, met weinig aandacht voor andere aspecten van onderwijs die de Vlor belangrijk vindt.3 Zo is er bijvoorbeeld wel aandacht voor levenslang leren, maar heerst ook hier een economische logica. Een breder maatschappelijk perspectief en het aspect van persoonsvorming ontbreekt. Bovendien merkte de Vlor in 2015 het gebrek op aan een echte transversale of intersectorale aanpak. Die verkokering is niet uit het plan verdwenen. De visie op onderwijs in Visie 2050 waar de Vlor zich maar moeilijk in kon herkennen, vond de Vlor terug in Vizier 2030. Die visie uitte zich in wat de Vlor ‘schrale’ en ‘generieke onderwijsdoelen’ noemde. De Vlor kan dus weinig optimistisch zijn over het feit dat de Vlaamse Regering Visie 2050 en Vizier 2030 zonder meer blijft hanteren als langetermijnstrategie. De blik op onderwijs verdient in die plannen namelijk een stevige update. Bovendien blijft de exacte relatie en afstemming tussen beiden plannen onduidelijk, wat vragen doet rijzen over de coherentie van het duurzaamheidsbeleid (zeker in relatie tot de Vlaamse relanceplannen, zie punt 2.2 en 2.3).
Decreet ter bevordering van duurzame ontwikkeling, 18 juli 2008. Vlor, Algemene Raad, Advies over de nota ‘Visie 2050. Een langetermijnstrategie voor Vlaanderen’, 26 november 2015 en Vlor, Algemene Raad, Advies over VIZIER 2030, 26 april 2018. 3 Zoals persoonsvorming, de maatschappelijke opdracht van onderwijs of het voorbereiden op maatschappelijke integratie. Zie bijvoorbeeld Vlor, Algemene Raad, Advies over de beleidsnota Onderwijs 2019-2024, 28 november 2019, pag. 5. 1 2
1
vlor.be
2.2 Gemiste kans voor een aangepaste visie De Vlor vindt het opmerkelijk dat de langetermijnstrategie van de Vlaamse Regering, zoals die vervat is in Visie 2050 en Vizier 2030, na de coronacrisis niet is veranderd. In veel sectoren – waaronder onderwijs – zijn pijnpunten (maar ook kansen) blootgelegd of nog meer (of opnieuw) naar de oppervlakte gekomen. Het is opvallend dat de Vlaamse Regering die inzichten niet meeneemt in een nieuwe (of op z’n minst aangepaste) langetermijnstrategie. Het relanceplan ‘Vlaamse Veerkracht’ wordt wel vermeld, maar van een echte integratie met VSDO4 is geen sprake. In ‘Vlaamse Veerkracht’ is wel aandacht voor duurzaamheid, maar zeker op vlak van Onderwijs is er geen link met de doelen op de lange termijn zoals die onder meer, maar niet uitsluitend, staan vermeld in Visie 2050 en Vizier 2030. De Vlaamse Regering had voor VSDO4 bijvoorbeeld kunnen putten uit aanbevelingen van het Vlor-advies ‘Voluit voor weerbaar onderwijs’, dat al in november 2020 werd uitgebracht.4 Naar aanleiding van Vizier 2030 stelde de Vlor dat strategische kaders voldoende flexibiliteit verdienen: ‘Er zijn altijd al heel wat disrupties in de maatschappelijke ontwikkeling die onverwacht naar boven komen en waarop een adequaat antwoord moet worden gegeven vanuit het beleid. Een strategisch doel op lange termijn kan geen afdoend antwoord geven op concrete beleidsproblemen die opduiken.’ Het is jammer dat de Vlaamse Regering de nieuwe cyclus van de Vlaamse Strategie Duurzame Ontwikkeling niet gebruikt als opportuniteit om haar langetermijnstrategie aan te passen en te vernieuwen. Dat niet alleen naar aanleiding van de coronacrisis, maar ook naar aanleiding van een steeds urgenter klimaatprobleem. Het nieuwste klimaatrapport van het IPCC maakte dat recent nog eens heel duidelijk.5 Dat alles maakt van VSDO4 een document met een generiek en weinig actiegericht karakter dat bovendien weinig politieke urgentie uitstraalt. Dat doet vragen rijzen over de uitvoering van de VSDO-cyclus zoals die voorzien werd door de decreetgever in 2008. De Vlor hoopt dat de regering de juridische verankering van een Vlaams duurzaamheidsbeleid niet ziet als een loutere formaliteit. De VSDO, inclusief de rol van strategische adviesraden, blijft een nuttig vehikel voor duurzaamheidsbeleid maar verdient –en heeft bovenal nood aan - politieke gedragenheid.
2.3 De monitoring van Vizier 2030 De operationalisering van VSDO4 verloopt gedeeltelijk via de opvolging van de doestellingen uit Vizier 2030 via indicatoren. De Vlaamse Regering publiceert binnenkort voor het eerst een stand van zaken van de 111 indicatoren. De raad geeft drie bedenkingen mee: •
•
•
We hopen dat de indicatoren een gevolg kennen en geïntegreerd worden in het bestaande beleid. VSDO4 is onduidelijk over de impact of de plaats van de indicatoren in het beleidsproces. Meten is goed. Daarna handelen (of bijsturen), is nog beter. De verhouding met de intensieve monitoring van de relanceplannen is onduidelijk. Is hier naar een synergie tussen beide monitorinstrumenten gezocht? Het ontwerp van VSDO4 maakt op dit vlak (monitoring) geen link met de relanceplannen. In september 2020 gaf de Vlaamse Regering een eerste stand van zaken via elf dashboardindicatoren.6 Daarbij valt het op dat er inzake vroegtijdig schoolverlaters geen
Vlor, Algemene Raad, Voluit voor weerbaar onderwijs, 26 november 2020. Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC). (2020). Climate change 2021, The Physical Science Basis. Summary for Policymakers. 6 Departement Kanselarij & Buitenlandse Zaken. (2020). Vizier 2030, stand van zaken dashboardindicatoren. 4 5
2
vlor.be
gebruik gemaakt wordt van de cijfers van de onderwijsadministratie, maar dat alleen data uit de EAK-enquête worden meegenomen. Hoewel EAK geschikt is voor Europese benchmarking, vindt de onderwijsadministratie EAK ‘minder geschikt’ voor de opvolging van de Vlaamse situatie.7 De Vlor vraagt om bij het monitoren van vroegtijdig schoolverlaten op z’n minst de cijfers van de administratie te vermelden. Zij geven immers een ander beeld dan EAK.
3 ‘Leven, leren en werken in 2050’ uitwerken met de onderwijspartners De Vlaamse Regering maakt een doorstart met de transitieprioriteiten door een aangepaste aanpak en governancemodel. De transitieprioriteit ‘Leven, leren en werken in 2050’ wordt verdergezet. Omdat die transitieprioriteit relevant is voor Onderwijs, willen de Vlor-leden als belangrijke stakeholders betrokken worden in de volgende fases van de transitieprioriteit, onder meer bij de evaluatie van de negen transitie-experimenten die met ESF-fondsen worden gefinancierd. De Vlor stelt vast dat er geen onderwijs-stakeholders zetelen in het transitieteam van experten die de transitie-experimenten begeleiden. Net daarom is betrokkenheid bij de evaluatie belangrijk. Ook na afloop van de transitie-experimenten is brede betrokkenheid van stakeholders in onderwijs, onder meer via de Vlor, belangrijk voor het slagen van deze transitieprioriteit. De valorisatie van de geleverde inspanningen kan alleen plaatsvinden als de diverse actoren worden gehoord, betrokken en gewaardeerd. De transitiemanagers kunnen hier als facilitator optreden, gedragenheid bij alle (onderwijs)partners creëren (niet alleen bij de administraties) en dus zo op een brede manier ‘transitiecapaciteit verankeren’. Na een grondige evaluatie moet de Vlaamse Regering – als ze deze oefening ernstig neemt – eventueel geleerde lessen ook durven verankeren via een concrete invulling op het niveau van de begroting.
7
Departement Onderwijs en Vorming (2021). Cijfers over schooluitval. Vlaamse Overheid.
3
vlor.be