Skip to main content

Kansen_duaal_leren_volwassenenonderwijs.pdf

Page 1

ADVIES RLLL-RLLL-DOC-2122-001

Kansen voor duaal leren in het volwassenenonderwijs Advies over het ontwerp van decreet tot regeling van bepaalde aspecten van duale opleidingen in het volwassenenonderwijs

Vlaamse Onderwijsraad Koning Albert II-laan 37 BE-1030 Brussel T +32 2 219 42 99 www.vlor.be info@vlor.be

Wijs beleid door overleg


Advies op vraag van Hilde Crevits, viceminister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Economie, Innovatie, Werk, Sociale economie en Landbouw op 25 juni 2021 en Ben Weyts, viceminister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Onderwijs, Sport, Dierenwelzijn en Vlaamse Rand op 30 juni 2021. Uitgebracht door de Raad Levenslang en Levensbreed Leren op 7 september 2021 met eenparigheid van stemmen. Voorbereiding: werkgroep Duaal leren in het volwassenenonderwijs op 2 juli en 26 augustus 2021 onder voorzitterschap van Johan Vandenbranden. Dossierbeheerder: De Sadeleer Ewoud


Inhoud 1

Situering .......................................................................................................................................... 2

2

Opportuniteit voor cursisten .......................................................................................................... 2

3

Aandachtspunten voor de organisatie van het aanbod ............................................................... 3

4

3.1

Duidelijkheid ........................................................................................................................... 3

3.2

Overeenkomsten duaal leren ................................................................................................ 3

3.3

Screening ................................................................................................................................ 4

3.4

Drempels voor duaal .............................................................................................................. 4

3.5

Financiële stimulans .............................................................................................................. 4

3.6

Opleidingsprofielen en beroepskwalificaties ........................................................................ 5

3.7

Onderwijsbevoegdheid ........................................................................................................... 6

3.8

Proefprojecten maximaal benutten ....................................................................................... 6

3.9

Mentoropleidingen ................................................................................................................. 6

Bibliografie ...................................................................................................................................... 7

1

vlor.be


1 Situering De uitbreiding van duaal leren naar het volwassenenonderwijs is voorzien op 1 september 2022. Die uitbreiding wordt vooropgesteld als een van de strategieën om levenslang leren te stimuleren. De Vlaamse Regering heeft haar principiële goedkeuring gehecht aan een voorontwerp van decreet ‘tot regeling van bepaalde aspecten van duale opleidingen in het volwassenenonderwijs’. Ook het decreet volwassenenonderwijs van 15 juni 2007 wordt gewijzigd. De Vlor bracht in 2018 al een advies uit om de krijtlijnen voor duaal leren in het volwassenenonderwijs te schetsen.1 Na de publicatie van een startnota duaal leren in het volwassenenonderwijs gaf een overlegplatform Vlor-SERV verdere input voor de beleidsvoorbereiding. De regering vraagt nu opnieuw het advies van de Vlor.

2 Opportuniteit voor cursisten De Vlor beschouwt het uitbouwen van duaal leren al langer als een opportuniteit voor het levenslang en levensbreed leren in het volwassenenonderwijs. 2 Zo ook bleek uit de proefprojecten van het Europees Sociaal fonds (ESF) voor duaal leren dat er heel wat voordelen zijn voor de cursisten.3 De lerende in een duale opleiding: • krijgt een kwalitatieve begeleiding op maat door de onderwijsinstelling en de onderneming; • leert in verschillende omgevingen en via verschillende leermethodieken; • leert een deel van de te behalen competenties in een arbeidssetting met de nieuwste technologie, werkmethoden en infrastructuur. Het recente rapport ‘‘Kosten, baten en financiering van duaal leren’’ (De Coen et al., 2020) verwijst daarnaast ook naar de leervergoeding die een lerende verdient voor de uren op de werkplek. 4 De rapportage van de proefprojecten besluit dat een lerende in een duale opleiding geniet van een verbetering/vergroting van zijn: • motivatie om te leren; • competentieontwikkeling; • zelfvertrouwen; • inzicht in het type werk dat hij wil doen; • persoonlijk netwerk van ondernemingen; • kansen om snel tewerkgesteld te worden. Uit de rapportage blijken daarnaast ook heel wat voordelen voor de onderwijsinstellingen, ondernemingen en de maatschappij.

Vlor, Raad Levenslang en Levensbreed Leren. Advies over duaal leren in het volwassenenonderwijs, 8 mei 2018. Ibidem., zie ook Vlor en Serv, Afstuderen in coronatijd: Onderwijs en Werk hernieuwen engagement voor werkplekleren en duaal leren, 17 juni 2021. 3 Vlaamse overheid. Samenvatting van de conclusies en aanbevelingen o.b.v. de eindrapporteringen van de ESFprojecten duaal leren HO en VWO, 7 juni 2021, p. 2. 4 Naar de toekomst toe wordt ook verwacht dat duaal leren zou bijdragen tot een hogere aantrekkelijkheid van de opleiding en de opleidingsverstrekker, wat bijvoorbeeld meer leerlingen zou aanspreken. 1 2

2

vlor.be


3 Aandachtspunten voor de organisatie van het aanbod 3.1 Duidelijkheid De Vlor onderschrijft de voorgestelde definitie van duaal leren in het volwassenenonderwijs, maar stelt wel voor om steeds te spreken over een ‘duaal traject’ in plaats van een ‘duale opleiding’. Belangrijk is vooral dat er ook een heldere definitie komt van werkplekleren in het volwassenenonderwijs, opdat duidelijk wordt hoe de verschillende leervormen zoals stage, duaal leren, observatie, simulatie, … zich tot elkaar verhouden onder meer op het vlak van registratie, benodigde onderwijsbevoegdheid in de vestigingsplaats, verplichtingen in relatie tot begeleiding en mentorschap, en dergelijke meer. We vragen daarom een update van de nota ‘Richtlijnen werkplekleren in het secundair volwassenenonderwijs’ die de overheid enkele jaren geleden heeft opgesteld en waarin de karakteristieken van de verschillende leervormen werden uiteengezet. Een update inclusief de toevoeging van duaal leren zou een zeer interessante en praktische tool zijn voor de centra. In die context is het in elk geval aangewezen om de verschillende overeenkomsten voor werkplekleren en stages eenduidig en administratief eenvoudig te houden. Belangrijk is ook om de verschillende overeenkomsten die worden gesloten met partners zoals VDAB en het OCMW op mekaar af te stemmen. Tot slot zou het een meerwaarde zijn om een modelovereenkomst voor stages in het volwassenenonderwijs te ontwikkelen (in plaats van rechtstreeks van het secundair onderwijs over te nemen).

3.2 Overeenkomsten duaal leren Het ontwerpdecreet voorziet verschillende soorten overeenkomsten voor duaal leren die goed tegemoet komen aan de noden van de cursisten. Een belangrijk aandachtspunt is dat cursisten vlot moeten kunnen schakelen tussen trajecten en dus ook tussen overeenkomsten. Het is immers mogelijk dat een traject met meer dan twintig uur werkplekleren toch niet geschikt blijkt voor een cursist, waarna die best kan terugschakelen qua aantal uren werkplekleren of zelfs naar een nietduale opleiding. Een grote opportuniteit voor de cursisten is dat (net als in het secundair onderwijs) de mogelijkheid voorzien wordt tot opbouw van socialezekerheidsrechten via de ‘overeenkomst duale opleiding statuut’ voor de cursisten die meer dan 20 uur per week werkplekleren. Het is belangrijk dat de impact daarvan duidelijk wordt gecommuniceerd aan prospectieve cursisten. De Vlor vraagt de Vlaamse overheid wel verder te onderzoeken of de opbouw van socialezekerheidsrechten ook kan worden opgenomen binnen de andere overeenkomsten. Hiervoor moet zeker overleg met de federale overheid opgezet worden voor het aanpassen van de regelgeving. Daarnaast vraagt de Vlor om de impact van de leervergoeding voor cursisten en opbouw van socialezekerheidsrechten op de beschikbaarheid van leerwerkplekken bij ondernemingen prioritair te monitoren. Die monitoring moet kaderen binnen verdere wetenschappelijke opvolging van de ervaringen in de uitrol van de duale leertrajecten. De pedagogische begeleidingsdiensten kunnen omkadering bieden, maar men moet ook wetenschappelijke ervaring opbouwen over duaal leren in het volwassenenonderwijs. Er is immers een groot verschil in profielen tussen de cursisten van het volwassenenonderwijs en het secundair of hoger onderwijs.

3

vlor.be


3.3 Screening Om een mismatch tussen cursist en opleiding te vermijden, zou het goed zijn om een screening en mogelijke voortrajecten te voorzien die cursisten optimaal voorbereiden op een duaal traject. De Vlor adviseert dan ook een screeningsinstrument uit te werken dat alle cvo daarvoor kunnen hanteren, naar analogie van het screeningsinstrument voor jongeren in het secundair onderwijs. Een van de aanbevelingen op basis van de eindrapporteringen van de ESF-projecten duaal leren hoger onderwijs en volwassenenonderwijs is ook een screening van de lerenden (en hun interesses, noden en mogelijkheden) zodat een goede match met de werkplek mogelijk is.5 Bij die screening zijn drie belangrijke aandachtspunten. Uiteraard moeten er vooreerst middelen worden vrijgemaakt om dergelijke screening te voorzien (zie ook paragraaf 3.5). Daarnaast moet ook aandacht zijn voor het beperken van de kostprijs van dergelijk voortraject voor de cursist. Tot slot is cruciaal dat de screening niet mag leiden tot discriminatie van de cursist, bijvoorbeeld met betrekking tot zijn cognitieve vaardigheden, thuissituatie …

3.4 Drempels voor duaal Het ontwerpdecreet bepaalt dat ‘‘CVO die onderwijsbevoegdheid hebben voor een opleiding die duaal kan worden georganiseerd, bij de organisatie van de duale opleiding de volledige duale opleiding aan[bieden] binnen drie opeenvolgende schooljaren’’.6 Het voornemen dat een centrum het duale traject meteen minstens drie opeenvolgende schooljaren zal moeten aanbieden, zal een drempel vormen om duale trajecten in te richten. Doorheen het duale traject kunnen cursisten immers afhaken, waardoor het centrum steeds een (financieel) risico loopt om een opleiding duaal aan te bieden voor een groep die misschien heel/te klein kan worden. De Vlor merkt ook op dat het administratief eenvoudig moet zijn om cursisten met een duaal en een niet-duaal traject gezamenlijk te bedienen. De groepsgrootte die een impact heeft op de berekening van de leraarsuren, mag niet beïnvloed worden door inschrijvingen voor een duale of niet-duale variant voor de opleidingsmodules.

3.5 Financiële stimulans De belangrijkste drempel om duale trajecten aan te bieden, is de omvangrijke investering in tijd en middelen (inzet van omkadering) voor het centrum. Zo stelt de studie ‘Kosten, baten en financiering van duaal leren’ vast dat de initiële investeringskost in de opstartfase zwaar doorweegt (De Coen et al., 2020). Dat is ook een van de belangrijke conclusies uit de eerste ronde proefprojecten.7 Daarom pleit de Vlor voor een financiële incentive voor cvo om duale trajecten op te starten én verder te begeleiden. Enkel met de nodige omkadering kunnen aangepaste en flexibele trajecten worden opgezet. De studie over kosten en baten toont immers ook aan dat na de opstartfase ‘heel wat taken specifiek voor duaal leren ondernomen worden en meer opvolging vragen dan bijvoorbeeld stages’

Vlaamse overheid. Samenvatting van de conclusies en aanbevelingen o.b.v. de eindrapporteringen van de ESFprojecten duaal leren HO en VWO, 7 juni 2021. 6 Ontwerp van decreet tot regeling van bepaalde aspecten van duale opleidingen in het volwassenenonderwijs, VR 2021 1106 DOC.0648/2, p. 14. 7 Vlaamse overheid. Samenvatting van de conclusies en aanbevelingen o.b.v. de eindrapporteringen van de ESFprojecten duaal leren HO en VWO, 7 juni 2021. 5

4

vlor.be


(De Coen et al., 2020, p. 215). De studie besluit dat een financiële tegemoetkoming voor de geleverde inspanningen ontbreekt (De Coen et al., 2020). Daarom moet de overheid middelen voorzien voor de uitrol van duaal leren in het volwassenenonderwijs, waarvoor moet worden afgestemd met de uitrol van de Edusprong en de timing van beide initiatieven. De Vlor pleit er ook voor om duurzaam middelen te voorzien zodat de cvo ook duurzaam duale trajecten kunnen inrichten en ondersteunen. Cursisten die een duaal traject volgen, moeten de centra steeds meer financiering opleveren. Daartoe moet de gesloten enveloppe voor het volwassenenonderwijs worden uitgebreid.

3.6 Opleidingsprofielen en beroepskwalificaties Artikel 32 van het ontwerpdecreet bepaalt dat de Vlor voortaan enkel advies moet geven voor opleidingsprofielen die niet gebaseerd zijn op een erkende beroepskwalificatie. Dit omdat de erkende beroepskwalificaties reeds vastgelegd zijn in de besluiten van de Vlaamse Regering die de beroepskwalificaties erkennen. De memorie van toelichting poneert dat de inhoud van de beroepsopleiding daarin dus al bepaald zou zijn, waardoor een Vlor-advies nog weinig meerwaarde zou kunnen bieden. De Vlor betwist de premisse dat door het vastleggen van een beroepskwalificatie de inhoud van de daaraan gekoppelde beroepsopleiding bepaald is. In eerdere adviezen waarschuwde de Vlor al voor een te strakke koppeling van beroepskwalificaties en onderwijscurriculum.8 Dat blijft een probleem voor de verschillende onderwijsniveaus: de invulling van de matrix van een gemoderniseerd secundair onderwijs, de opmaak van de standaardtrajecten voor duaal leren, de ontwikkeling van opleidingsprofielen voor het arbeidsmarktgericht secundair volwassenenonderwijs, de modulaire opleidingenstructuren van het dbso, de hervorming van het dko en de ontwikkeling van de domeinspecifieke leerresultaten (DLR) in het hoger beroepsonderwijs. Hoewel er marge voorzien is in de regelgeving, blijkt in de uitvoering dat beroepskwalificaties onverkort overgenomen worden in onderwijscurricula. Voor de Vlor is het echter duidelijk dat beroepskwalificaties niet geschikt zijn om onverkort te fungeren als onderwijscurriculum. We pleiten er niet voor om de beroepskwalificaties zo op te stellen dat ze wél onverkort overgenomen kunnen worden, maar wel voor voldoende ruimte om de beroepskwalificaties vanuit onderwijskundige inzichten te vertalen naar een opleiding. Dat biedt de cvo de mogelijkheid om op hun eigen sterktes in te spelen, zoals de cursistenbegeleiding op maat en de koppeling met het luik algemene vorming. Cruciaal is ook dat er voldoende garanties moeten zijn voor de betrokkenheid van alle onderwijspartners bij de ontwikkeling van de opleidingsprofielen. We pleiten ervoor om de decretale mogelijkheid voor een Vlor-advies te behouden, wanneer de door de pedagogische begeleidingsdiensten en VOCVO gezamenlijk ontwikkelde opleidingsprofielen niet in consensus met AHOVOKS worden ingediend bij de overheid. De Vlor vindt ook dat het mogelijk moet zijn om elk opleidingsprofiel dat gebaseerd is op een erkende beroepskwalificatie, ook duaal in te richten. Het ontwerpdecreet bepaalt echter dat die mogelijkheid voor elk opleidingsprofiel moet worden vastgelegd. Indien de overheid toch aan dat voornemen wil vasthouden, stellen we voor om de planlast te minimaliseren door tenminste de

8

Vlor, Algemene Raad. Advies over de relatie tussen onderwijscurricula en beroepskwalificaties, 28 september 2017; Vlor, Raad Levenslang en Levensbreed Leren. Screening van de regelgeving rond levenslang en levensbreed leren in het volwassenenonderwijs. Advies voor het Vlaams actieplan levenslang leren, 12 januari 2021.

5

vlor.be


mogelijkheid voor duaal leren in een opleidingsprofiel vast te leggen via een generiek wijzigingsbesluit met een lijst van opleidingsprofielen. Dat doet geen afbreuk aan het gesprek tussen begeleidingsdiensten en sectoren. Belangrijk is ook dat het gaat om een dynamische lijst met opleidingsprofielen die duaal kunnen ingericht worden. Die lijst kan dan tweemaal per jaar geactualiseerd worden indien nodig (bv. op basis van lokale noden en/of samenwerkingsdynamieken), naar analogie met de ontwikkeling van de opleidingsprofielen. Tot slot vraagt de Vlor ook te onderzoeken of een minimumaandeel werkplekcomponent van 40% niet beter zou zijn dan de voorziene 50%. Dergelijke extra marge biedt flexibiliteit die de planlast van de aanvragen voor afwijkingen zou verminderen.

3.7 Onderwijsbevoegdheid De Vlor waardeert dat er geen bijkomende aanvraagprocedure voor de toekenning van onderwijsbevoegdheid voor duale trajecten in het volwassenenonderwijs wordt ingevoerd. Om de mogelijkheden van duaal leren en de nauwe samenwerking met bedrijven maximaal te benutten, vragen we om tijdelijke onderwijsbevoegdheid om les te geven in het bedrijf, gekoppeld aan de duur van het duale opleidingsproject, mogelijk te maken. Dat is momenteel onmogelijk als de vestigingsplaats (gemeente) van het bedrijf niet overeenkomt met die van het cvo. Dergelijke lessen in bedrijven kunnen op verschillende manieren meerwaarde bieden. Zo kunnen cursisten via een contactmoment meerdere bedrijven leren kennen of kan het bijvoorbeeld ook interessant zijn om de theoretische benadering van een machine naast die machine uit te leggen. Doordat er dergelijke meerwaarde is, maken sommige secundaire scholen alvast gebruik van de mogelijkheid om wekelijks een les in een bedrijf te geven.

3.8 Proefprojecten maximaal benutten Er is al heel wat geïnvesteerd in ESF-proefprojecten. De Vlor vindt het dan ook cruciaal om met de evaluatie van die proeftuinen het beleidsvoorbereidend proces te ondersteunen. Zo is het ontwerpdecreet al gebaseerd op de ‘Samenvatting van de conclusies en aanbevelingen o.b.v. de eindrapporteringen van de ESF-projecten duaal leren HO en VWO’ (07/06/21). Maar ook de lessons learned die uit de huidige lopende projecten volgen, kunnen het beleid al informeren en indien nodig bijsturen. Om voldoende werkplekken te vinden, is een korte doorlooptijd van de erkenningsprocedure nodig. Zo moeten zeker bedrijven die hebben meegewerkt aan de proefprojecten, de erkenning kunnen verwerven in een vlotte overgangsprocedure.

3.9 Mentoropleidingen Het volwassenenonderwijs kan ook een extra rol spelen om duaal leren in Vlaanderen verder te ontwikkelen. De cvo zijn namelijk een ideale partner om mentoropleidingen voor duaal leren mee vorm te geven en aan te bieden. De centra kunnen dergelijke opleiding aanbieden, die als module kan worden ingeschoven in elke opleiding. Op die manier wordt ook de kwaliteit van de opleiding gegarandeerd. Tot slot is belangrijk dat mentoropleidingen rekening moeten houden met het aangepast doelpubliek, namelijk volwassen cursisten naast leerlingen uit het leerplichtonderwijs.

6

vlor.be


4 Bibliografie De Coen, A., Goffin, K., Van Hoed, M., Mertens, K., Carpentier, M., & Desmedt, E. (2020). Kosten, baten en financiering van duaal leren. IDEA Consult.

7

vlor.be


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Kansen_duaal_leren_volwassenenonderwijs.pdf by Vlaanderen-be - Issuu