Uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/271
Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2020/271
DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 30 september 2020 diende xxx een verzoek in bij de GO! scholengroep Antwerpen om een afschrift te verlenen van het aanstellingsbesluit met aanhorige documenten die verband houden met zijn sollicitatie voor een job als leerkracht geschiedenis (VDAB-vacaturenummer: 61183258). Op 15 oktober 2020 werd het openbaarheidsverzoek gedeeltelijk ingewilligd door de GO! scholengroep Antwerpen. Op 19 oktober 2020 diende verzoeker beroep in bij de beroepsinstantie tegen de voormelde gedeeltelijke weigeringsbeslissing van de GO! scholengroep Antwerpen. Dit beroep werd geregistreerd op 20 oktober 2020. Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijke verzoek van verzoeker dateert van 30 september 2020. De weigeringsbeslissing van de GO! scholengroep Antwerpen dateert van 15 oktober 2020. Deze beslissing maakt geen melding van de beroepsmogelijkheid en -modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, §1, derde lid van het Bestuursdecreet. De beroepstermijn vangt bijgevolg pas aan vier maanden na kennisgeving van de beslissing.
www.vlaanderen.be
Het beroepschrift van verzoeker d.d. 19 oktober 2020 is tijdig ingediend. De beroepsinstantie heeft vastgesteld dat er in bepaalde opgevraagde documenten heel wat informatie van persoonlijke aard voorkomt, zoals bepaald in artikel II.40, §3 van het Bestuursdecreet, zijnde informatie die betrekking heeft op een beoordeling of een waardeoordeel, of die de beschrijving van een gedrag bevat van meerdere bij name genoemd of gemakkelijk identificeerbaar natuurlijke personen. De beroepsinstantie heeft kennis genomen van de inhoud van alle documenten uit het sollicitatiedossier en heeft daarbij kunnen vaststellen dat er in het dossier ook een verslag aanwezig is van de screening op basis van de sollicitatiegesprekken van de vijf kandidaten die door de directeur van de betrokken school geselecteerd werden op basis van de ingestuurde cv’s van alle kandidaten. Uit de door de beroepsinstantie ingewonnen informatie is gebleken dat verzoeker, xxx, niet weerhouden was voor de functie. Hij was door de directeur van de school ook niet uitgenodigd voor een sollicitatiegesprek (op basis van de screening van de cv’s), net zoals vier andere kandidaten dat ook niet waren. De beroepsinstantie heeft vastgesteld dat het verslag van de screening op basis van de sollicitatiegesprekken van de vijf geselecteerde kandidaten ontzettend veel concrete gedragsbeschrijvingen bevat van die kandidaten. Artikel II.40, §3 van het Bestuursdecreet bepaalt dat voor de openbaarmaking van informatie van persoonlijke aard de aanvrager moet kunnen aantonen dat hij rechtstreeks en persoonlijk in zijn rechtssituatie kan worden geraakt door ofwel de informatie, ofwel de beslissing waarop de informatie betrekking heeft ofwel de beslissing ter voorbereiding waarvan het document dat de informatie bevat, werd opgesteld. In dat verband moet de beroepsinstantie vaststellen dat de aanvrager niet persoonlijk en rechtstreeks in zijn rechtssituatie wordt geraakt door de informatie van persoonlijke aard die voorkomt in het verslag van de screening van de vijf geselecteerde kandidaten, die gebeurde op basis van de sollicitatiegesprekken, en dat hij derhalve het vereiste belang niet kan aantonen. Uit het onderzoek door de beroepsinstantie is immers is gebleken dat verzoeker weliswaar zijn kandidatuur had ingediend via mail voor de openstaande betrekking als leerkracht geschiedenis, doch dat na screening van de cv’s van alle kandidaten werd geoordeeld dat verzoeker niet in aanmerking kwam voor een sollicitatiegesprek. Verzoeker heeft derhalve daaraan dan ook niet deelgenomen, zodat hij bijgevolg dan ook onmogelijk persoonlijk en rechtstreeks in zijn rechtssituatie wordt geraakt door het verslag van die sollicitatiegesprekken en de informatie van persoonlijk aard die daarin voorkomt. Het beroepschrift wordt, wat betreft het verslag van de screening op basis van de sollicitatiegesprekken van de vijf geselecteerde kandidaten dat doorweven is met informatie van persoonlijke aard, om voormelde reden dan ook als onontvankelijk beschouwd. Het beroepschrift wordt voor het overige als ontvankelijk beschouwd. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/271
pagina 2 van 5
1.
Bestreden beslissing
Bij brief van 15 oktober 2020 deelde de GO! scholengroep Antwerpen aan verzoeker het aanstellingsbesluit mee van de aangestelde leerkracht, waarbij bepaalde gegevens onleesbaar werden gemaakt omwille van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene, in toepassing van artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet.
2. Inhoud van het beroepschrift Verzoeker laat in zijn mailbericht aan de beroepsinstantie weten dat hij geen genoegen neemt met de gedeeltelijke weigeringsbeslissing van de GO! scholengroep Antwerpen en dat hij nogmaals vraagt om hem het integrale aanstellingsbesluit met de aanhorige documenten over te maken.
3. Standpunt van de beroepsinstantie De beroepsinstantie heeft contact opgenomen met de GO! scholengroep Antwerpen, waarbij werd gevraagd om alle stukken uit het aanstellingsdossier te willen overmaken. De beroepsinstantie ontving alle stukken uit het dossier, zodat ze zelf kennis kon nemen van de inhoud ervan. Het aanstellingsdossier omvat, naast het verslag van de screening op basis van de sollicitatiegesprekken van de vijf geselecteerde kandidaten (dat hiervoor werd besproken bij het ontvankelijkheidsonderzoek van dit beroepschrift) ook nog de volgende documenten: - Het aanstellingsbesluit van de aangeworven leerkracht d.d. 26 augustus 2020; - Het curriculum vitae van de aangeworven persoon. Het komt nu aan de beroepsinstantie toe om na te gaan in hoeverre de openbaarmaking van de door verzoeker gevraagde documenten al dan niet kan worden ingewilligd.
a) het aanstellingsbesluit van de uiteindelijk aangeworven leerkracht Uit de ingewonnen informatie is gebleken dat er in casu inderdaad een aanstellingsbesluit werd opgemaakt door de directeur van de betrokken onderwijsinstelling, conform het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding. Er wordt geen arbeidsovereenkomst afgesloten. Dit werd gedeeltelijk openbaar gemaakt op 15 oktober 2020 door de GO! scholengroep Antwerpen. De beroepsinstantie is van oordeel dat het aanstellingsbesluit effectief slechts gedeeltelijk kon openbaar gemaakt worden en dat bepaalde persoonsgegevens onleesbaar moesten worden gemaakt in toepassing van artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet. Voormelde decreetbepaling bevat de verplichting om, behoudens toestemming van de betrokkene, een aanvraag af te wijzen als de openbaarmaking afbreuk doet aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Deze bepaling laat niet toe dat gegevens worden verstrekt die de identificatie van derden mogelijk maken, in de mate dat daarmee afbreuk zou worden gedaan aan de bescherming van hun persoonlijke levenssfeer. Hoewel het hier om een absolute uitzonderingsgrond gaat waardoor er geen belangenafweging moet plaatsvinden tussen het door de uitzonderingsgrond beschermde belang met het belang van de openbaarheid, vertoont de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet voorziene uitzonderingsgrond niettemin een relatief aspect. De decreetgever was weliswaar van oordeel dat er geen afweging vereist is met het openbaar belang dat met de openbaarheid is gediend, maar wijst er desondanks op dat telkens en
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/271
pagina 3 van 5
in concreto geoordeeld moet worden of er al dan niet een inbreuk is gepleegd op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer (Vlaams Parlement, Parl. St. 2017-2018, nr. 1656/1, blz. 58). Artikel 22 van de Grondwet waarborgt uitdrukkelijk het recht op eerbiediging van het privéleven, net zoals artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens dit doet. De bedoeling en het fundamentele uitgangspunt van de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet bedoelde uitzonderingsgrond bestaat er precies in om het aan iedereen toegekende grondwettelijke recht op de eerbiediging van zijn privéleven te beschermen. De beroepsinstantie merkt op dat bij het onderzoek naar de uitzonderingsgrond met betrekking tot de persoonlijke levenssfeer moet worden nagegaan of er al dan niet sprake is van informatie in een bestuursdocument die op de persoonlijke levenssfeer betrekking heeft. In casu stelt de beroepsinstantie vast dat in het aanstellingsbesluit heel wat persoonsgegevens voorkomen van de aangestelde leerkracht: de naam, geboortedatum, adresgegevens en de familiale toestand van het personeelslid. Dergelijke gegevens behoren ontegensprekelijk tot de persoonlijke levenssfeer en het privéleven van de betrokkene. Het vrijgeven van al deze voornoemde gegevens zou wel degelijk een inbreuk uitmaken op de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van die persoon. Het privéleven vormt de kern van de persoonlijke levenssfeer (F. SCHRAM, Het decreet openbaarheid van bestuur. Een juridische analyse in historisch perspectief, Brugge, Vanden Broele, 247; Concl. Adv.Gen. bij HvJ 8 april 2014, nr. C-293/12, Digital Rights Ireland Ltd, nr. 61). Het openbaar maken van deze gegevens heeft aldus betrekking op de kern van een belang – het door artikel 22 van de Grondwet en het door artikel 8 EVRM aan eenieder toegekende recht op eerbiediging van zijn privéleven – dat de uitzonderingsgrond uit artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet wenst te beschermen tegen de openbaarheid van bestuur (RvS, nr. 234.609 dd. 2 mei 2016). De beroepsinstantie is, na kennisname van de inhoud van het aanstellingsbesluit, van oordeel dat deze inderdaad concrete persoonsgegevens bevatten van een natuurlijk persoon, zijnde de naam, geboortedatum, adresgegevens en de familiale toestand van het aangeworven personeelslid en dat deze tot de persoonlijke levenssfeer van die persoon behoren. De beroepsinstantie is bijgevolg van oordeel dat de openbaarmaking van voormelde gegevens afbreuk doet aan het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen en dat deze gegevens dan ook terecht werden afgeschermd door de GO! scholengroep Antwerpen in toepassing van artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet. Artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet laat echter wel de mogelijkheid dat dergelijke gegevens toch openbaar worden gemaakt, mits toestemming van de betrokken persoon. De beroepsinstantie kreeg op 16 november 2020 een mail in dat verband van de GO! scholengroep Antwerpen, waarbij de aangestelde leerkracht uitdrukkelijk aangeeft dat hij geen bezwaar heeft om zowel het aanstellingsbesluit als zijn cv integraal openbaar te maken aan verzoeker. Daarmee wordt dus door de betrokkene uitdrukkelijk toestemming gegeven voor de openbaarmaking van zijn voormelde persoonsgegevens. Het beroep wordt bijgevolg, wat dit onderdeel betreft, daarom dan ook als gegrond verklaard. b) Het curriculum vitae van de aangeworven persoon De beroepsinstantie stelt zelf vast dat het curriculum vitae van de aangeworven leerkracht enkel maar persoonsgegevens bevat van de betrokkene die behoren tot zijn/haar persoonlijk levenssfeer. Daarom is de beroepsinstantie van oordeel dat het curriculum vitae van de aangestelde leerkracht normaliter niet kan openbaar gemaakt worden in toepassing van artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet. Voor de bijkomende motivering van deze uitzonderingsgrond verwijst de beroepsinstantie naar de
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/271
pagina 4 van 5
redenering en argumentering zoals deze werd uiteengezet bij punt a) door de beroepsinstantie. Deze is bijgevolg “mutatis mutandis” ook van toepassing voor dit opgevraagde bestuursdocument. Artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet laat echter wel de mogelijkheid dat dergelijke gegevens toch openbaar worden gemaakt, mits toestemming van de betrokken persoon. De beroepsinstantie kreeg op 16 november 2020 een mail in dat verband van de GO! scholengroep Antwerpen, waarbij de aangestelde leerkracht uitdrukkelijk aangeeft dat hij geen bezwaar heeft om zowel het aanstellingsbesluit als zijn cv integraal openbaar te maken aan verzoeker. Daarmee wordt dus door de betrokkene uitdrukkelijk toestemming gegeven voor de openbaarmaking van zijn voormelde persoonsgegevens. Het beroep wordt bijgevolg, wat dit onderdeel betreft, daarom dan ook als gegrond verklaard. Na beraadslaging,
BESLUIT: Het beroepschrift van xxx d.d. 19 oktober 2020 tegen de weigeringsbeslissing van de GO! scholengroep Antwerpen wordt als gedeeltelijk onontvankelijk en gedeeltelijk ontvankelijk en gegrond beschouwd. Bijgevolg dienen de volgende bestuursdocumenten openbaar te worden gemaakt door er een afschrift van te verstrekken: - het aanstellingsbesluit van de aangeworven leerkracht d.d. 26 augustus 2020 i.v.m. de selectie van -
een leerkracht geschiedenis; Het curriculum vitae van de aangeworven leerkracht.
Geen toestemming tot hergebruik van bestuursdocumenten In zoverre dit beroep geheel of gedeeltelijk gegrond werd verklaard, geldt dat deze inwilliging van de aanvraag tot openbaarmaking GEEN toestemming inhoudt om het/de gevraagde bestuursdocument(en) te hergebruiken, als vermeld in titel II, hoofdstuk 4 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018. Brussel, 17 november 2020 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/271
pagina 5 van 5