Skip to main content

dossier 2020-340.pdf

Page 1

Uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/340

Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2020/340

DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 17 oktober 2020 diende xxx een verzoek in bij de dienst RO van de gemeente Wemmel om een afschrift te verkrijgen van de lijst van leegstaande en verwaarloosde woningen. Bij gebrek aan reactie stuurde hij zijn verzoek nogmaals door aan de schepen bevoegd voor ruimtelijke ordening, die het verzoek bezorgde aan de algemeen directeur. Op 26 oktober 2020 weigerde de gemeente Wemmel de openbaarmaking van de gevraagde lijst van de verwaarloosde en leegstaande woningen. Op 29 oktober 2020 diende verzoeker beroep in tegen deze weigeringsbeslissing van de gemeente. Toen op 7 december 2020 Bpost verzoeker zijn brief terugbezorgde, bleek de gemeente de verkeerde adresgegevens van de beroepsinstantie te hebben doorgegeven. De gemeente bezorgde verzoeker vervolgens een omslag met vooraf betaalde frankering en het juiste adres zodat xxx op 13 december 2020 nogmaals beroep instelde. Dit beroep werd geregistreerd op 17 december 2020. Op 15 januari 2021 werd de beslissingstermijn van de beroepsinstantie, in toepassing van artikel II.50, §1, tweede lid van het Bestuursdecreet van 7 december 2018, verlengd van dertig kalenderdagen naar vijfenveertig kalenderdagen.

www.vlaanderen.be


Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijk verzoekschrift dateert van 17 oktober 2020. De weigeringsbeslissing van de gemeente Wemmel dateert van 26 oktober 2020. Niet deze beslissing maar de bijkomende motivering die volgde op 29 oktober 2020 na een reactie van verzoeker, maakt melding van de beroepsmogelijkheden en modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, §1, derde lid van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (verder ‘Bestuursdecreet’). Evenwel werd het adres van de beroepsinstantie verkeerd aangegeven door de gemeente. In deze specifieke omstandigheden is de beroepsinstantie van oordeel dat het op 13 december 2020 ingediende beroep niet als laattijdig te beschouwen is. Nu de bestreden beslissing niet zelf de nodige beroepsmogelijkheden vermeldde en de verduidelijking van 29 oktober 2020 een verkeerd adres van de beroepsinstantie openbaarheid van bestuur meedeelde, is in casu sprake van een beslissing die geen correcte vermelding bevat van de beroepstermijn en –modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, §1, derde lid van het Bestuursdecreet. Bijgevolg start de termijn om een beroep in te dienen overeenkomstig artikel II.48, §1, vierde lid van het bestuursdecreet pas vier maanden na de kennisgeving van de weigeringsbeslissing. Bijgevolg is het op 13 december 2020 ingediende beroep tegen de voormelde weigeringsbeslissing tijdig en ontvankelijk. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.

1.

Bestreden beslissing

Met de bestreden beslissing van 21 december 2020 weigerde de gemeente Wemmel omwille van de bescherming van de openbare orde en veiligheid een afschrift van de lijst van de leegstaande en verwaarloosde woningen.

2. Inhoud van het beroepschrift Verzoeker dient beroep in tegen de bovenvermelde beslissing omdat hem niet de gevraagde lijst van leegstaande en verwaarloosde woningen werd bezorgd. Beroeper is van oordeel dat het principe van openbaarheid en goedbestuur (dienst aan de burger) zou van toepassing moeten zijn.

3. Toelichting door de gemeente De beroepsinstantie heeft, om met kennis van zaken over het ingestelde beroep te kunnen oordelen de gemeente Wemmel, om nadere toelichting verzocht betreffende dit beroep. Per mailbericht van 14 januari 2021 verstrekte de gemeente Wemmel de nodige informatie en twee Excelbestanden; een eerste omvat een lijst van de geregistreerde leegstaande woningen en een tweede

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/340

pagina 2 van 6


omvat een lijst van de verwaarloosde woningen in de gemeente Wemmel. Deze Excelbestanden bevatten telkens slechts 1 kolom met louter de vermelding van een straat en huisnummer en zijn slechts een uittreksel uit het register van de gemeente. De gemeente Wemmel bevestigt dat het een uittreksel betreft en dat het register leegstand en verwaarlozing volgende gegevens omvat: - gegevens eigenaar - kadastrale gegevens - datum eerste registratie - gegevens vrijstellingen/schrappingen De gemeente Wemmel laat de beroepsinstantie weten dat zij na consultatie van hun deskundigen bereid zijn om xxx inzage te verlenen tot de lijsten, na afspraak met de huisvestingsconsulent zodat deze persoon ook kan uitleggen hoe de lijsten tot stand komen en geüpdatet worden. Deze ter inzage gelegde lijsten zullen geanonimiseerd zijn en niet via een elektronische drager ter beschikking worden gesteld, noch zal verzoeker hiervan een afschrift mogen nemen. De gemeente Wemmel is van oordeel dat de vrijgave van gegevens uit het leegstandsregister mogelijks een deur kan openzetten voor strafbare feiten als kraken, vandalisme of inbraken. Om de openbare orde en veiligheid te waarborgen kiest de gemeente Wemmel dus om inzage te verlenen zonder gegevens op een elektronische of andere drager ter beschikking te stellen. De huisvestingsambtenaar van de gemeente werd gevraagd om een afspraak te beleggen met xxx per email (xxx) voor inzage van de lijsten.

4. Beoordeling door de beroepsinstantie De beslissing van de gemeente Wemmel om enkel inzage te verlenen en een afschrift van het geanonimiseerd register van de leegstaande en verwaarloosde woningen te weigeren, druist in tegen het standpunt van de beroepsinstantie, daarbij verwijzend naar haar eerdere beslissingen, onder andere de beslissing die werd genomen in het dossier OVB/2019/67, waarvan de motivering op dit punt ook op het voorliggende beroepsdossier van toepassing is en om die reden hier wordt hernomen. Dienaangaande stelt de beroepsinstantie vast dat artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet de verplichting bevat om, behoudens toestemming van de betrokkene, een aanvraag af te wijzen als de openbaarmaking afbreuk doet aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Deze bepaling laat niet toe dat gegevens worden verstrekt die de identificatie van derden mogelijk maken, in de mate dat daarmee afbreuk zou worden gedaan aan de bescherming van hun persoonlijke levenssfeer; Niettemin is hier, hoewel het om een absolute uitzonderingsgrond gaat waardoor er geen belangenafweging moet plaatsvinden tussen het door de uitzonderingsgrond beschermde belang met het belang van de openbaarheid, tevens een relatief aspect aanwezig. De decreetgever was weliswaar van oordeel dat er geen afweging vereist is met het openbaar belang dat met de openbaarheid is gediend, maar wijst er desondanks op dat telkens en in concreto geoordeeld moet worden of er al dan niet een inbreuk is gepleegd op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer (Vlaams Parlement, Parl. St. 2002-2003, nr. 1732/1, blz.25). De beroepsinstantie stelt vast dat, in het concrete voorliggende geval, diverse coördinaten van de leegstaande panden, zijnde de straatnamen, de huisnummers en busnummers, beschouwd kunnen worden als gegevens behorende tot de persoonlijke levenssfeer van de eigenaars van de betrokken leegstaande panden. Evenwel acht de beroepsinstantie het noodzakelijk om in concreto de vraag te stellen of de openbaarmaking van deze gegevens, zonder vermelding van de namen van de eigenaars, al dan niet afbreuk doet aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de betrokken eigenaars.

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/340

pagina 3 van 6


Daarbij is het vooreerst duidelijk dat het openbaar maken van de betrokken gegevens niet gelijkgesteld kan worden met het openbaar maken van de namen van de eigenaars van de betrokken panden. De beroepsinstantie is van oordeel dat in dit concrete geval het openbaar maken van de betrokken (voormelde) gegevens op zich, zonder het openbaar maken van de namen van de eigenaars, geen afbreuk doet aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de betrokken eigenaars. Deze conclusie kan de toets aan de vijf niveaus die binnen het begrip ‘persoonlijke levenssfeer’ kunnen worden onderscheiden (SCHRAM, F, “Tussen openbaarheid en privacy”, Brussel, Politeia, 2006, p. 20 en volgende), immers met succes doorstaan. Op de eerste plaats wordt geen afbreuk gedaan aan de bescherming van de privacy of het privéleven in de strikte en klassieke betekenis van het begrip. De identificatie van een leegstaande woning aan de hand van de vrijgave van de coördinaten ervan, maar zonder vermelding van de namen van de eigenaars, betekent niet dat binnengedrongen wordt in het deel van iemands leefwereld dat hij afgeschermd wil houden van de buitenwereld, zoals de persoonlijke of professionele integriteit van de betrokken eigenaars. Precies omdat het om een leegstaand pand gaat, wordt hierdoor geen afbreuk gedaan aan de bescherming van de persoonlijke leefwereld van de betrokken eigenaar, temeer daar de namen van de eigenaars niet worden vrijgegeven. Op de tweede plaats worden, door het vrijgeven van de betrokken gegevens, evenmin gegevens openbaar gemaakt die verband houden met, of een aantasting zouden inhouden van, de vrije omgang van de betrokken eigenaars met de medemens. Dit aspect van de persoonlijke levenssfeer is niet aan de orde, aangezien de namen van de eigenaars niet worden vrijgegeven, zodat de zogenaamde relationele privacy in casu niet wordt geschonden. Op de derde plaats kan, betreffende het leegstandsregister worden gesteld dat aangezien de betrokken gegevens uit dit register per definitie betrekking hebben op leegstaande gebouwen of woningen, de vrijgave van de betrokken gegevens, niet geacht worden een inbreuk te vormen op het recht op zelfbeschikking van het individu, in casu de betrokken eigenaars, waarbij onder meer wordt verwezen naar de vrije keuze inzake het betreden en verlaten van de eigen woning. De in de inventaris opgenomen panden zijn immers per definitie leegstaand, en kunnen bijgevolg niet gelijkgesteld worden met de woningen van de betrokken eigenaars. Op de vierde plaats is de beroepsinstantie van oordeel dat het vrijgeven van de betrokken gegevens geen afbreuk doet aan de zogenaamde informationele privacy, zijnde het recht dat elk individu heeft om te beschikken over alle gegevens die over hem handelen. In het voorliggende geval wordt met de vrijgave van de betrokken gegevens, zonder koppeling ervan aan de namen van de betrokken eigenaars, enkel zakelijke informatie vrijgegeven die ontkoppeld is van de persoonlijke levenssfeer. Het niveau van de informationele privacy is in voorliggend geval niet aan de orde. Op de vijfde plaats stelt de beroepsinstantie vast dat de vrijgave van de betrokken gegevens evenmin afbreuk doet aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de mate dat deze begrepen kan worden als deel uitmakend van de virtuele werkelijkheid (elektronisch handelen, geautomatiseerde besluitvorming,…). Dit niveau van persoonlijke levenssfeer is in casu evenmin aan de orde. Uit het voorgaande onderzoek van de beroepsinstantie volgt dat de vrijgave van de betrokken gegevens van de registers, zonder vermelding van de namen van de eigenaars ervan, geen afbreuk doet aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de betrokken eigenaars. Overigens is het niet omdat iets een link kan hebben met de persoonlijke levenssfeer, dat de vrijgave ervan noodzakelijkerwijze afbreuk doet aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/340

pagina 4 van 6


Kortom, de beroepsinstantie is van oordeel dat de openbaarmaking van de geanonimiseerde registers geen schending inhoudt van de persoonlijke levenssfeer. Uiteindelijk weigert de gemeente Wemmel om een afschrift te verlenen aan verzoeker, “om de openbare orde en veiligheid te waarborgen”, hiermee impliciet verwijzend naar artikel II.35, 6° van het Bestuursdecreet. Deze bepaling stelt dat de overheidsinstanties, vermeld in artikel II.28, §1, een aanvraag tot openbaarmaking moeten afwijzen, indien ze van oordeel zijn dat het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen de bescherming van de openbare orde en de veiligheid. De beroepsinstantie wijst erop dat telkens en in concreto geoordeeld moet worden of deze weigeringsgrond al dan niet van toepassing is. Daargelaten de vraag of ‘kraken’ effectief als een inbreuk op de openbare orde en veiligheid dient beschouwd te worden (waarbij verwezen kan worden naar de zgn. Kraakwet van 18 oktober 2017, waarbij in het Strafwetboek artikel 439 werd gewijzigd en een nieuw artikel 442/1 werd ingevoegd), is de beroepsinstantie van oordeel dat de gemeente Wemmel haar verweer inzake het veiligheidsaspect beperkt tot een algemene overweging, die er op neerkomt dat dergelijke -zelfs geanonimiseerde- lijsten van leegstaande panden informatie bevatten en dat de verspreiding ervan een risico vormt voor het kraken van deze panden. Behalve deze verwijzing naar dit hypothetisch ongewenste gevolg van het (op grond van de openbaarheidsregelgeving) openbaar gemaakte leegstandsregister, waarbij krakers de opgevraagde en verkregen gegevens zouden kunnen misbruiken, worden geen concrete, bewijskrachtige elementen of ernstige feiten bijgebracht die een kans op misbruik van deze gegevens effectief zouden kunnen staven. De loutere kans op eventuele acties van krakers, of zelfs een verwijzing naar vroegere acties, kunnen niet volstaan om de openbaarmaking van de gevraagde huisnummers van leegstaande panden door middel van een afschrift te weigeren. Openbaarheid van bestuur is immers een grondrecht, en de uitzonderingen erop dienen geval per geval restrictief te worden uitgelegd (artikel II.39, eerste lid van het Bestuursdecreet). Trouwens, in het kader van openbaarheid van bestuur kan een verzoeker van bestaande documenten een afschrift, inzage of uitleg erover vragen. Deze 3 vormen van openbaarheid zijn evenwaardig en de verzoeker heeft de vrije keuze tussen één of meerdere vormen van openbaarheid. Aangezien inzage wordt verschaft in het geanonimiseerd register, ziet de beroepsinstantie dan ook geen enkele reden waarom er geen afschrift van zou kunnen worden gegeven. Bovendien bevat het Bestuursdecreet thans een bepaling (artikel II, 44, §3) waarin uitdrukkelijk gesteld wordt dat de inwilliging van een aanvraag tot openbaarmaking geen toestemming inhoudt om de gevraagde bestuursdocumenten te hergebruiken als vermeld in hoofdstuk 4 van het Bestuursdecreet. Deze vermelding wordt overigens onderaan de voorliggende beroepsbeslissing nogmaals uitdrukkelijk herhaald. Gelet op het voorgaande weegt de gebeurlijke bescherming van de openbare orde en de veiligheid in casu niet op tegen het belang van de openbaarheid, zodat deze weigeringsgrond door de gemeente Wemmel niet met succes kan worden gebruikt tot weigering van een afschrift van een geanonimiseerde register. Tot slot ziet de beroepsinstantie in het voorliggende geval geen andere weigeringsgronden die zich zouden verzetten tegen de inwilliging van het in het oorspronkelijk verzoek duidelijk en heel specifiek gevraagde register van leegstaande en verwaarloosde woningen, via het verlenen van een afschrift ervan. Rekening houdende met het voorgaande dient het beroep tegen de weigeringsbeslissing van de gemeente Wemmel bijgevolg als gedeeltelijk gegrond te worden beschouwd. Na beraadslaging,

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/340

pagina 5 van 6


BESLUIT: Het beroepschrift van xxx van 13 december 2020 tegen de weigeringsbeslissing van 26 oktober 2020 van de gemeente Wemmel wordt als ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond beschouwd. Bijgevolg dient de gemeente Wemmel het register van leegstaande en verwaarloosde woningen openbaar te worden gemaakt, door er een geanonimiseerd afschrift van te bezorgen.

Geen toestemming tot hergebruik van bestuursdocumenten In zoverre dit beroep gegrond werd verklaard, geldt dat deze inwilliging van de aanvraag tot openbaarmaking GEEN toestemming inhoudt om de gevraagde bestuursdocumenten te hergebruiken, als vermeld in titel II, hoofdstuk 4 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (zie artikel II.44, §3, van het Bestuursdecreet). Brussel, 19 januari 2021 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/340

pagina 6 van 6


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
dossier 2020-340.pdf by Vlaanderen-be - Issuu