Uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/126
Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2020/126
DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 8 april 2020 diende xxx een verzoek in bij de stad Geraardsbergen om een afschrift te krijgen van heel wat documenten betreffende onder andere de subsidies van alle voetbalclubs, het arrest dd. 19/03/2020 en alle ingediende beroepsbesluiten. Daarnaast wenste hij ook te vernemen “sinds wanneer milieuambtenaar xxx niet meer werkzaam is bij de stad Geraardsbergen en reden” en “of het klopt dat milieutoezichthouder xxx eveneens niet meer werkzaam
is als milieutoezichthouder bij de lokale politie van de stad Geraardsbergen en dit sinds wanneer, en reden?”. Alsook “Waarom werd 6 maand geweigerd om een PV op te maken door de milieutoezichthouder? Mocht dit niet van xxx? Had deze weigering te maken met de rechtszaak die geleid heeft tot vonnisnr.2018/422 zodat bepaalde nalatigheden niet in het dossier konden komen, zodat de stad en de club zeker niet veroordeeld zouden worden?”
Na verschillende onbeantwoorde herinneringsberichten diende xxx bij mail d.d. 22 mei 2020 een beroepschrift in tegen de ontstentenis van beslissing van de stad Geraardsbergen. Het beroepschrift werd op 25 mei 2020 geregistreerd.
www.vlaanderen.be
In toepassing van artikel II.50, §1, tweede lid van het Bestuursdecreet van 7 december 2018, verlengde de beroepsinstantie bij beslissing van 23 juni 2020 haar beslissingstermijn van dertig kalenderdagen tot een termijn van vijfenveertig kalenderdagen. Ontvankelijkheid van het beroep Conform artikel II.48 van het Bestuursdecreet is de beroepsinstantie bevoegd voor het behandelen van beroepen tegen weigeringen of het niet beantwoorden van vragen tot openbaarheid van bestuursdocumenten, die gesteld worden in uitoefening van het recht dat is vastgelegd in artikel 32 van de Grondwet en artikel II.31. van het Bestuursdecreet met name vragen tot inzage, afschrift of uitleg van bestuursdocumenten. Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet. De beroepsinstantie stelt in casu echter vast dat de oorspronkelijke vragen van de beroeper “Waarom werd
6 maand geweigerd om een PV op te maken door de milieutoezichthouder? Mocht dit niet van xxx? Had deze weigering te maken met de rechtszaak die geleid heeft tot vonnisnr. 2018/422 zodat bepaalde nalatigheden niet in het dossier konden komen, zodat de stad en de club zeker niet veroordeeld zouden worden?” geen verzoeken tot openbaarheid van bestuur zoals gedefinieerd door het Bestuursdecreet
uitmaken. Het zijn geen vragen om uitleg over (een) bestuursdocument(en). Het zijn volgens het oordeel van de beroepsinstantie ook geen vragen waarop het antwoord in een bestuursdocument terug te vinden is. Er zou daartoe immers een analyse van de bestuursdocumenten moeten gebeuren. Het zijn echter algemene, informatieve vragen die als zodanig eigenlijk niet onder de passieve openbaarheid van bestuur vallen.
Het behoort niet tot de bevoegdheid van de beroepsinstantie om zich uit te spreken over deze vragen. Bijgevolg is de beroepsinstantie van oordeel dat het beroepschrift van xxx, wat deze vragen betreft, onontvankelijk is. Verder zijn de vragen met betrekking tot het vertrek/ontslag van xxx duidelijk vragen naar informatie van persoonlijke aard. Conform artikel II.40, §3 Bestuursdecreet wordt onder informatie van persoonlijke aard verstaan: informatie die betrekking heeft op een beoordeling of een waardeoordeel, of die de beschrijving van een gedrag bevat van een bij name genoemd of een gemakkelijk identificeerbare natuurlijke persoon. Opdat een openbaarheidsverzoek ten aanzien van informatie van persoonlijke aard ontvankelijk is, moet de aanvrager kunnen aantonen dat hij rechtstreeks en persoonlijk in zijn rechtssituatie kan worden geraakt
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// https://overheid.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/126
pagina 2 van 9
door ofwel: 1° de informatie; 2° de beslissing waarop de informatie betrekking heeft; 3° de beslissing ter voorbereiding waarvan het document dat de informatie bevat, is opgesteld. Dit is in casu niet het geval. Nergens blijkt uit dat verzoeker rechtstreeks en persoonlijk in zijn rechtssituatie kan geraakt worden door de informatie van persoonlijke aard inzake het vertrek/ontslag van voormelde ambtenaren. Voor wat betreft deze informatie van persoonlijke aard is de beroepsinstantie bijgevolg van oordeel dat het beroep onontvankelijk is wegens gebrek aan belang van verzoeker. Het oorspronkelijk openbaarheidsverzoek betreft evenwel ook andere verzoeken tot openbaarmaking die volgens het oordeel van de beroepsinstantie wel vallen binnen het kader van de passieve openbaarheid van bestuur, zoals bepaald in het Bestuursdecreet. Het oorspronkelijk openbaarheidsverzoek dateert van 8 april 2020. Aangezien de stad Geraardsbergen niet gereageerd heeft op het openbaarheidsverzoek binnen de decretaal voorziene termijn, heeft de termijn om beroep in te dienen conform artikel II.48, §1, laatste lid van het Bestuursdecreet geen aanvang genomen. Het beroep d.d. 22 mei 2020 van xxx tegen het uitblijven van een beslissing van de stad Geraardsbergen op zijn verzoek d.d. 8 april 2020 is bijgevolg, wat de overige verzoeken tot openbaarmaking betreft, tijdig en ontvankelijk. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.
1.
Inhoud van het beroepschrift
Op 8 april 2020 vraagt de beroeper in het kader van openbaarheid van bestuur het volgende aan de stad Geraardsbergen:
1. Alle werkingssubsidies en impulssubsidies voor de jaren 2012, 2013, 2014, 2015 en 2020 van alle voetbalclubs. 2. Voor de periode 2012 tot en met 2020 wens ik alle originele subsidieaanvragen (met naam aanvrager, naam voorzitter, enz.) te ontvangen van fusievoetclub Sparta-Moerbeke-Geraardsbergen en hun voorgangers Sparta-Geraardsbergen en Eendracht Moerbeke. Dit om na te gaan of de aanvrager(s) overeenkomen met de namen in de statuten die in het staatsblad verschenen. 3. Kopie beroepsvonnis dat voorkwam op 05/03/2020 en waarvan de uitspraak volgens jullie info gevallen is op 19/03/2020 (uw mail van 02/04/2020 stad Geraardsbergen).
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// https://overheid.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/126
pagina 3 van 9
4. Kopie van alle ingediende besluiten van alle appelanten vernoemd in het beroepsvonnis dat voorkwam op 05/03/2020 en waarvan vonnis uitgesproken werd op 19/03/2020. 5. Vraag sinds wanneer milieuambtenaar xxx niet meer werkzaam is bij de stad Geraardsbergen en reden. 6. Vraag of het klopt dat milieutoezichthouder xxx eveneens niet meer werkzaam is als milieutoezichthouder bij de lokale politie van de stad Geraardsbergen en dit sinds wanneer, en reden? Deze persoon was bevoegd om het onderzoek te voeren aangaande het asbestincident van 08/10/2016 onder toezicht van xxx volgens LNE Milieu Inspectie. 7. Hierbij wens ik naar aanleiding van punt 6 nogmaals te informeren naar het resultaat van het uitgevoerde onderzoek dat de burgemeester diende te voeren met de lokale milieutoezichthouder. Ik begrijp nog steeds niet waarom de stad niet beschikt over de factuur van xxx (hiervoor werd o.a. een beroepsprocedure opgestart dd. 05/04/2020!). LNE was toch duidelijk? Ik heb destijds enkel een brief gekregen van het CBS dat ik mijn plan moest trekken en raad kon vragen bij milieuambtenaar xxx die ervoor had geblunderd (zie bijgevoegde mail 18/10/2016) dat er geen gevaar was. - Is er wel een degelijk onderzoek gebeurd naar de verantwoordelijken? Wanneer werd dit doorgestuurd naar het parket? - de eigenaar van het terrein van Sparta-Geraardsbergen (Goeferdingeplein nr.10) ook een aanmaning gekregen om de asbestplaten op te ruimen zoals ik heb gekregen? Zou moeten, op welke datum? Na een jaar lagen er nog asbestresten op het terrein! Lijkt mij duidelijk iets niet te kloppen. Belangenvermenging? - Waarom werd 6 maand geweigerd om een PV op te maken door de milieutoezichthouder? Mocht dit niet van xxx? - Had deze weigering te maken met de rechtszaak die geleid heeft tot vonnisnr.2018/422 zodat bepaalde nalatigheden niet in het dossier konden komen, zodat de stad en de club zeker niet veroordeeld zouden worden? Dit is de reden voor het opvragen van alle ingediende besluiten die geleid hebben tot het vonnis. Met de datum van de PV doorgestuurd door de milieutoezichthouder en datum ingediende besluiten door de stad en de club zal blijken of de stad het onderzoek doelbewust heeft gemanipuleerd. - Is er een brief gestuurd om de factuur op te vragen van aannemer xxx? Wanneer? Graag afschrift. Hij ontvangt echter geen antwoord van de stad Geraardsbergen en tekent beroep aan bij de beroepsinstantie.
2. Toelichting door de stad Geraardsbergen De beroepsinstantie nam contact op met de stad om met kennis van zaken over het beroepschrift te kunnen oordelen. Bij mailbericht van 17 juni en 9 juli 2020 bezorgde de stad Geraardsbergen de beroepsinstantie de nodige toelichting en een aantal documenten. Een aantal originele subsidieaanvragen hadden ze in het archief reeds gevonden. Voor de jaren 2014 t.e.m. 2019 moet de zoektocht nog verder worden gezet. Wat de opgevraagde conclusies in het kader van de beroepsprocedure van arrest 19/03/2020 betreft, verwart de medewerker van de stad de huidige vraag evenwel met de onlangs aan verzoeker bezorgde conclusies uit de procedure eerste aanleg. De in het openbaarheidsverzoek van 8 april 2020 opgevraagde
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// https://overheid.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/126
pagina 4 van 9
beroepsconclusies dienen via de verzekeraar van de stad bij de door hen aangestelde advocaat nog te worden opgevraagd.
3. Standpunt van de beroepsinstantie 1.
Alle werkingssubsidies en impulssubsidies voor de jaren 2012, 2013, 2014, 2015 en 2020 van alle voetbalclubs
Het opmaken van een overzicht van alle subsidies aan alle voetbalclubs over verschillende jaren is geen evidentie en een grote administratieve belasting van de reguliere werking van de stadsdiensten. Toch heeft de stad Geraardsbergen haar goodwill getoond en de verschillende gegevens, verspreid over verschillende boekhoudprogramma’s, voor de jaren 2012 t.e.m. 2015 gebundeld tot een mooi overzicht. Aangezien op dit overzicht geen uitzonderingsgronden van toepassing zijn, staat niets de openbaarmaking van deze opgevraagde subsidies aan alle voetbalclubs voor 2012 t.e.m. 2015 in de weg. Het ingediende beroep is voor deze jaren dan ook gegrond. Voor 2020 zijn er nog geen subsidieaanvragen ingediend noch subsidies uitbetaald. Aangezien de gevraagde subsidies voor het jaar 2020 niet bestaan, dient de beroepsinstantie het beroep wat dit jaar betreft ongegrond te verklaren. In artikel I.4.3° van het Bestuursdecreet wordt de term “bestuursdocument” immers gedefinieerd als “alle informatie, ongeacht de drager ervan, die in het bezit is van een overheidsinstantie”. Vermits het in casu gaat om een onbestaand document kan een afschrift ervan niet verleend worden. Aangezien een openbaarheidsverzoek enkel betrekking kan hebben op bestaande documenten. 2. Alle originele subsidieaanvragen van 2012 t.e.m. 2020 Dit openbaarheidsverzoek vereist een zoekactie in het archief van de stad. Een eerste zoekactie leverde reeds de originele subsidieaanvragen op van 2012 en 2013. De periode 2014 t.e.m. 2019 vereist nog verdere zoekacties. De beroepsinstantie stelt vast dat de subsidieaanvragen van 2012 en 2013 in bijlage een lijst omvatten met de namen, de adressen, de gsmnummers alsook de behaalde diploma’s van de trainers alsook in sommige gevallen een lijst van de leden die naast de namen eveneens hun geboortedata en hun adressen vermeldt. Voor al deze vermelde gegevens verwijst de beroepsinstantie naar de toepassing van artikel II.34.2° van het Bestuursdecreet, dat bepaalt dat een overheidsinstantie het verzoek voor wat betreft andere dan milieuinformatie afwijst als de openbaarmaking afbreuk doet aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, tenzij de betrokken persoon met de openbaarmaking instemt. Hoewel het hier om een absolute uitzonderingsgrond gaat waardoor er geen belangenafweging moet plaatsvinden tussen het door de uitzonderingsgrond beschermde belang met het belang van de openbaarheid, vertoont de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet voorziene uitzonderingsgrond niettemin een relatief aspect. De decreetgever was weliswaar van oordeel dat er geen afweging vereist is met het openbaar belang dat met de openbaarheid is gediend, maar wijst er desondanks op dat telkens en in concreto geoordeeld moet worden of er al dan niet een inbreuk is gepleegd op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer (Vlaams Parlement, Parl. St. 2017-2018, nr. 1656/1, blz. 58).
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// https://overheid.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/126
pagina 5 van 9
Artikel 22 van de Grondwet waarborgt uitdrukkelijk het recht op eerbiediging van het privéleven, net zoals artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens dit doet. De bedoeling en het fundamentele uitgangspunt van de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet bedoelde uitzonderingsgrond bestaat er precies in om het aan iedereen toegekende grondwettelijke recht op de eerbiediging van zijn privéleven te beschermen. De beroepsinstantie merkt op dat bij onderzoek naar de uitzonderingsgrond met betrekking tot de persoonlijke levenssfeer moet worden nagegaan of er al dan niet sprake is van informatie in een bestuursdocument die op de persoonlijke levenssfeer betrekking heeft. De beroepsinstantie stelt vast dat het in casu gaat om een ledenlijst met namen, adressen en geboortedata alsook een lijst met de namen, de adressen, de gsmnummers en de behaalde diploma’s van de trainers die bij de club trainingen geven. Deze gegevens behoren wel degelijk tot de persoonlijke levenssfeer van de betrokken personen. Het vrijgeven van deze gegevens zou een inbreuk uitmaken op de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van die personen. Het privéleven vormt de kern van de persoonlijke levenssfeer (F. SCHRAM, Het decreet openbaarheid van bestuur. Een juridische analyse in historisch perspectief, Brugge, Vanden Broele, 247; Concl. Adv.Gen. bij HvJ 8 april 2014, nr. C-293/12, Digital Rights Ireland Ltd, nr. 61). Het openbaar maken van voormelde gegevens heeft aldus betrekking op de kern van een belang – het door artikel 22 van de Grondwet en het door artikel 8 EVRM aan eenieder toegekende recht op eerbiediging van zijn privéleven – dat de uitzonderingsgrond uit artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet wenst te beschermen tegen de openbaarheid van bestuur (RvS, nr. 234.609 dd. 2 mei 2016). Artikel II.34,2° van het Bestuursdecreet bepaalt dat mits toestemming van de betrokkene zijn gegevens wel openbaar kunnen worden gemaakt. In casu heeft de stad Geraardsbergen geen toestemming gevraagd. De beroepsinstantie heeft dit gezien de omvang van de verschillende lijsten evenmin gedaan. Artikel II.45, §2 van het Bestuursdecreet bepaalt evenwel dat een bestuursdocument gedeeltelijk openbaar wordt gemaakt als informatie waarop een uitzondering van toepassing is als vermeld in afdeling 3 of waarvoor de verplichting geldt inzake het aantonen van het belang, vermeld in artikel II.40, § 3, tweede lid, samen met andere informatie in een bestuursdocument opgenomen is, en het mogelijk is om de informatie die niet openbaar kan gemaakt worden, te scheiden van de andere informatie. Aangezien de beschermde gegevens die de persoonlijke levenssfeer raken grotendeels in bijlagen zijn opgenomen, kunnen deze eenvoudig worden weggelaten of geschrapt. Wat de originele subsidieaanvragen van 2012 en 2013 betreft is het ingestelde beroep dan ook gedeeltelijke gegrond. Wat de tot op heden nog niet in het archief gevonden originele subsidieaanvragen van 2014 t.e.m. 2019 betreft, gaat de beroepsinstantie er van uit dat deze een gelijkaardig patroon vertonen en dezelfde gegevens die persoonlijke levenssfeer raken, vermelden (zoals namen, adressen, gsmnummers, geboortedata en behaalde diploma’s van de trainers en van de leden). Wat deze subsidieaanvragen betreft, is dan ook de
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// https://overheid.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/126
pagina 6 van 9
hierboven aangehaalde beoordeling m.b.t. de subsidieaanvragen van 2012 en 2013 eveneens op dit onderdeel van toepassing. Het ingestelde beroep betreffende de originele subsidieaanvragen van 2014 t.e.m. 2019 is dan ook gedeeltelijk gegrond. Zoals reeds gezegd zijn er voor 2020 nog geen subsidieaanvragen ingediend. Aangezien het gevraagde voor het jaar 2020 niet bestaat, dient de beroepsinstantie het beroep wat dit jaar betreft ongegrond te verklaren. In artikel I.4.3° van het Bestuursdecreet wordt de term “bestuursdocument” immers gedefinieerd als “alle informatie, ongeacht de drager ervan, die in het bezit is van een overheidsinstantie”. Vermits het in casu gaat om een onbestaand document kan een afschrift ervan niet verleend worden. Aangezien een openbaarheidsverzoek enkel betrekking kan hebben op bestaande documenten. 3. Arrest dd. 19/3/2020 Het door voetbalclub Sparta in beroep bestreden vonnis dd. 28/06/2018 werd bij een vorig verzoek in het kader van openbaarheid van bestuur reeds aan verzoeker bezorgd. De beroepsinstantie ziet dan ook geen uitzondering op grond waarvan de openbaarmaking van het arrest van 19/03/2020 kan worden geweigerd. De stad Geraardsbergen meldt dat het arrest nog niet werd betekend maar dat zij desalniettemin bereid is een afschrift ervan aan xxx over te maken. Aangezien in casu enkel nog maar een cassatieprocedure kan worden ingeleid en dit enkel in het geval wordt aangeklaagd dat een rechter bij zijn beslissing niet alle procedureregels heeft nageleefd of de wet niet correct heeft geïnterpreteerd of toegepast, acht de beroepsinstantie deze kans eerder gering en strikt gezien louter hypothetisch. De beroepsinstantie meent dan ook dat er geen aanwijzingen zijn die erop wijzen dat de openbaarmaking van het reeds gevelde arrest de rechtspleging kan verstoren. Mogelijke inbreuken tegen het eerlijke procesverloop moeten duidelijk en concreet aantoonbaar zijn (RvS, nr. 244.339 dd. 30 april 2019). Bovendien kan de openbaarmaking van het gevelde arrest moeilijk worden uitgesteld tot na de betekening van het arrest, wetende dat een betekening niet verplicht is en mogelijks ook niet gebeurt. Het ingestelde beroep betreffende het arrest van 19/03/2020 is bijgevolg gegrond. 4. Alle beroepsconclusies Aangezien de stad zeer recent nog de conclusies, neergelegd door alle partijen in eerste aanleg, had bezorgd aan verzoeker werd er verkeerdelijk vanuit gegaan dat het openbaarheidsverzoek op dit punt inmiddels was ingewilligd. Naar aanleiding van het telefonisch onderhoud dd. 9/7/2020 met de algemeen directeur deelde zij mee dat de advocaat die de belangen van de stad verdedigt niet rechtstreeks door de stad maar via haar verzekeraar wordt aangesteld. De in het verzoek van 8 april 2020 opgevraagde beroepsconclusies dienen via de verzekeraar van de stad bij de door hen aangestelde advocaat nog worden opgevraagd. Op moment van de beslissing van de beroepsinstantie waren deze nog niet in haar bezit;
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// https://overheid.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/126
pagina 7 van 9
Gelet op het voorgaande en bij gebrek aan de documenten ter beoordeling is de beroepsinstantie in de onmogelijkheid om deze stukken ten gronde te oordelen. Om deze redenen wordt het beroep, voor wat dit onderdeel betreft, als gegrond beschouwd onder voorbehoud van de toepassing van eventuele uitzonderingsgronden. 5. Onontvankelijk ( zie ontvankelijkheidsbespreking van dit beroep) 6. Onontvankelijk ( zie ontvankelijkheidsbespreking van dit beroep) 7.
Onderzoek betreffende het asbestincident van 8/10/2016 -
Is er een onderzoek gevoerd naar de verantwoordelijke en wanneer doorgestuurd naar het Parket? De algemeen directeur bevestigt op 9 juli 2020 in een telefonisch onderhoud aan de beroepsinstantie dat er vanuit het niveau van het lokaal bestuur geen onderzoek is uitgevoerd. De beroepsinstantie kan dan ook enkel vaststellen dat er geen documenten bestaan met betrekking tot dit onderzoek. Aangezien het gevraagde niet bestaat, dient de beroepsinstantie het beroep wat dit punt betreft ongegrond te verklaren. In artikel I.4.3° van het Bestuursdecreet wordt de term “bestuursdocument” immers gedefinieerd als “alle informatie, ongeacht de drager ervan, die in het bezit is van een overheidsinstantie”. Vermits het in casu gaat om een op onbestaand onderzoek kan een afschrift ervan niet verleend worden. Aangezien een openbaarheidsverzoek enkel betrekking kan hebben op bestaande documenten. - Heeft Sparta een aanmaning gekregen om asbest te verwijderen? De stad meldt op 9 juli 2020 dat er in 2016 ter plaatse overleg is geweest met de milieuambtenaar van de stad en een afgevaardigde van de voerbalclub over de verwijdering van het asbest. Op 24/11/2016 heeft de milieuambtenaar van de stad een mail gestuurd naar de afgevaardigde van de voetbalclub met de richtlijnen inzake afvoer en verwijderen van asbest. Een aanmaning is niet verstuurd aangezien dit in dit dossier niet nodig was. Op basis van het overleg ter plaatse en de informatiemail van 24/11/2016 heeft de club het asbest laten verwijderen. Aangezien het gevraagde niet bestaat, dient de beroepsinstantie het beroep wat dit punt betreft ongegrond te verklaren. In artikel I.4.3° van het Bestuursdecreet wordt de term “bestuursdocument” immers gedefinieerd als “alle informatie, ongeacht de drager ervan, die in het bezit is van een overheidsinstantie”. Vermits in casu geen aanmaning aan voetbalclub Sparta werd verstuurd kan een afschrift ervan niet verleend worden. Aangezien een openbaarheidsverzoek enkel betrekking kan hebben op bestaande documenten. -
Is er een brief gestuurd om de factuur op te vragen van aannemer xxx? Wanneer? Graag afschrift. In het telefonisch onderhoud van 9 juli 2020 bevestigt de algemeen directeur van de stad dat de factuur van xxx niet werd opgevraagd aangezien de stad geen opdrachtgever van de werken is.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// https://overheid.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/126
pagina 8 van 9
Aangezien de factuur niet werd opgevraagd, dient de beroepsinstantie het beroep wat dit punt betreft ongegrond te verklaren. In artikel I.4.3° van het Bestuursdecreet wordt de term “bestuursdocument” immers gedefinieerd als “alle informatie, ongeacht de drager ervan, die in het bezit is van een overheidsinstantie”. Vermits in casu de factuur niet werd opgevraagd, kan een afschrift ervan niet verleend worden. Aangezien een openbaarheidsverzoek enkel betrekking kan hebben op bestaande documenten die in bezit zijn van de bevraagde overheidsinstantie. Na beraadslaging,
BESLUIT: Het beroepschrift van xxx d.d. 22 mei 2020 tegen het uitblijven van een beslissing van de stad Geraardsbergen wordt als deels onontvankelijk, deels ontvankelijk doch deels ongegrond en deels gegrond onder voorbehoud van de toepassing van eventuele uitzonderingsgronden beschouwd. Bijgevolg dient de stad Geraardsbergen een afschrift te verlenen van de volgende documenten: 1) het overzicht van aan alle voetbalclubs betaalde subsidies van 2012 t.e.m. 2015 2) de originele subsidieaanvragen van deze voetbalclubs voor de periode 2012 en 2013, mits weglating van de gegevens die de persoonlijke levenssfeer raken 3) de originele subsidieaanvragen van deze voetbalclubs voor de periode 2014 t.e.m. 2019 onder voorbehoud van de toepassing van eventuele uitzonderingsgronden 4) het arrest dd. 19/03/2020 5) alle besluiten neergelegd in de beroepsprocedure van arrest 19/03/2020, onder voorbehoud van de toepassing van eventuele uitzonderingsgronden
Geen toestemming tot hergebruik van bestuursdocumenten In zoverre dit beroep geheel of gedeeltelijk gegrond werd verklaard, geldt dat deze inwilliging van de aanvraag tot openbaarmaking GEEN toestemming inhoudt om het/de gevraagde bestuursdocument(en) te hergebruiken, als vermeld in titel II, hoofdstuk 4 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018. Brussel, 16 juli 2020 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// https://overheid.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/126
pagina 9 van 9