JOBBONUS PLUS Een bonus voor startende zelfstandigen
Advies van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, Wetstraat 34-36, 1040 Brussel W www.serv.be – T +32 2 209 01 11 – E info@serv.be
Adviesvraag
Voorontwerp van decreet tot regeling van de toekenning van een jobbonus plus voor startende zelfstandigen
Adviesvrager
Hilde Crevits - Vlaams minister van Economie, Innovatie, Werk, Sociale economie en Landbouw
Ontvangst adviesvraag
15 maart 2022
Decretale opdracht
SERV-decreet 7 mei 2004 art. 20 (SAR-functie)
Goedkeuring raad
25 april 2022
Contactpersoon
Linde Buysse
lbuysse@serv.be
2
Mevrouw Hilde CREVITS Vlaams minister van Economie, Innovatie, Werk, Sociale economie en Landbouw Consciencegebouw Koning Albert II laan 15 B-1210 Sint-Joost-ten-Node
Jobbonus plus Mevrouw de viceminister-president Zoals al aangegeven in het advies op het decreet van de jobbonus voor loontrekkenden, hebben de Vlaamse sociale partners zich publiek, binnen het sociaal overleg en tijdens het overleg met de minister herhaaldelijk uitgesproken over de jobbonus voor loontrekkenden (kortweg de jobbonus) en zelfstandigen (of de jobbonus+) waarvan ze een verschillende appreciatie hebben. Daarom wensen ze zich in aanloop naar het uitvoeringsbesluit in dit advies te concentreren op de praktische invulling van de jobbonus+. In dit advies merken de Vlaamse sociale partners een aantal zaken op en geven ze enkele suggesties over de concrete uitwerking van de jobbonus+. De Vlaamse sociale partners hadden het wel transparanter en meer coherent gevonden de jobbonus en jobbonus+ samen te behandelen, net als de eventuele uitbreiding en omvorming van de transitiepremie. ABVV onderschrijft het advies niet en neemt een minderheidsstandpunt in (zie punt 6). Hoogachtend Pieter Kerremans
Hans Maertens
administrateur-generaal
voorzitter
Inhoud Krachtlijnen
5
Advies
6
1.
Jobbonus als basis voor jobbonus+
7
Dezelfde bezorgdheden over loon- en inkomstenbegrip en rechtszekerheid
7
Iedereen die start als zelfstandige in hoofdberoep en recht had op jobbonus als loontrekkende moet jobbonus+ krijgen Verschillende doelstelling jobbonus en jobbonus+
7 8
Verschillende appreciatie over verschillende bonus naargelang statuut
8
Zoek oplossing voor schoolverlaters
8
2.
Eventueel onderbenut budget
8
3.
Aansluiting voorgestelde timing uitbetaling en reële uitbetaling
9
4.
Vermijden terugvordering via transitiepremie
9
5.
Consequente monitoring en evaluatie
9
6.
Minderheidsstandpunt ABVV
9
Bibliografie
11
4
Krachtlijnen •
De jobbonus vormt de basis voor de jobbonus+: •
hierdoor gelden dezelfde bezorgdheden over het loon- en inkomstenbegrip en de rechtszekerheid die de SERV al opperde in zijn advies over de jobbonus.
•
daarom vraagt de SERV dat iedereen die start als zelfstandige in hoofdberoep en als loontrekkende recht had op een jobbonus, een jobbonus+ krijgt.
•
toch hebben de jobbonus en jobbonus+ een verschillende doelstelling.
•
maar de hoogte van de bonus en de modaliteiten verschillen naargelang het statuut van loontrekkende of zelfstandige in hoofdberoep, waarover de Vlaamse sociale partners een verschillende mening hebben.
•
waardoor schoolverlaters uit de boot vallen en de SERV vraagt de meest efficiënte en effectieve oplossing uit te werken voor deze doelgroep.
•
Het voorziene budget wordt mogelijks onderbenut. De SERV vraagt dit in lijn met de doelstellingen van de jobbonus+ aan te wenden en hierover met de Vlaamse sociale partners in overleg te gaan.
•
De reële uitbetaling moet aansluiten bij de voorgestelde timing van de uitbetaling.
•
Een terugvordering van de jobbonus+ via de transitiepremie moet worden vermeden.
•
Een consequente monitoring en evaluatie is nodig.
•
ABVV onderschrijft het advies niet en neemt een minderheidsstandpunt in.
5
Advies Zoals aangegeven in het advies op het decreet van de jobbonus loontrekkenden, hebben de Vlaamse sociale partners zich publiek, binnen het sociaal overleg en tijdens het overleg met de minister herhaaldelijk uitgesproken over de jobbonus voor loontrekkenden (kortweg de jobbonus) en zelfstandigen (of de jobbonus+) waarvan ze een verschillende appreciatie hebben. Daarom wensen ze zich in aanloop naar het uitvoeringsbesluit in dit advies te concentreren op de praktische invulling van de jobbonus+. De Vlaamse sociale partners hadden het wel transparanter en meer coherent gevonden de jobbonus en jobbonus+ samen te behandelen, net als de eventuele uitbreiding en omvorming van de transitiepremie. In dit advies komen de volgende zaken aan bod: •
De jobbonus vormt de basis voor de jobbonus+: •
hierdoor gelden dezelfde bezorgdheden over het loon- en inkomstenbegrip en de rechtszekerheid die de SERV al opperde in zijn advies over de jobbonus.
•
daarom vraagt de SERV dat iedereen die start als zelfstandige in hoofdberoep en als loontrekkende recht had op een jobbonus, een jobbonus+ krijgt.
•
toch hebben de jobbonus en jobbonus+ een verschillende doelstelling.
•
maar de hoogte van de bonus en de modaliteiten verschillen naargelang het statuut van loontrekkende of zelfstandige in hoofdberoep, waarover de Vlaamse sociale partners een verschillende mening hebben.
•
waardoor schoolverlaters uit de boot vallen en de SERV de meest efficiënte en effectieve oplossing vraagt uit te werken voor deze doelgroep.
•
Het voorziene budget wordt mogelijks onderbenut. De SERV vraagt dit in lijn met de doelstellingen van de jobbonus+ aan te wenden en hierover met de Vlaamse sociale partners in overleg te gaan.
•
De reële uitbetaling moet aansluiten bij de voorgestelde timing van de uitbetaling.
•
Een terugvordering van de jobbonus+ via de transitiepremie moet worden vermeden.
•
Een consequente monitoring en evaluatie is nodig.
ABVV onderschrijft het advies niet en neemt een minderheidsstandpunt in.
6
1. Jobbonus als basis voor jobbonus+ Omwille van de complexiteit van het loonbegrip van zelfstandigen, worden de loongrenzen om in aanmerking te komen voor de jobbonus+ afgestemd op die van de jobbonus.
Dezelfde bezorgdheden over loon- en inkomstenbegrip en rechtszekerheid Omdat de jobbonus de basis vormt voor de jobbonus+, gelden alle bezorgdheden over het loonen inkomstenbegrip die de SERV stelde in het advies over de jobbonus hier ook1. De SERV vraagt opnieuw het loon- en inkomstenbegrip te aligneren op dat van de federale werkbonus en om extra inkomsten (exclusief toeslagen) mee te nemen voor de berekening en bovengrens van de jobbonus. Omdat werknemers voor de periode van tijdelijke werkloosheid worden uitgesloten van de jobbonus, willen de Vlaamse sociale partners dat er een oplossing komt voor personen die als gevolg van de coronacrisis tijdelijk werkloos waren in 2021. Ook de bekommernis over de rechtszekerheid van de jobbonus geldt hier. De SERV vroeg in zijn advies over de jobbonus om te onderzoeken of ook werkplaats (naast het huidige criterium van woonplaats) in aanmerking kan worden genomen als criterium. Als de jobbonus niet rechtszeker blijkt te zijn, komt ook de jobbonus+ in het gedrang. Bovendien merkt de SERV op dat voor de jobbonus+ de criteria woon- en werkplaats2 zijn en vraagt de SERV om te onderzoeken of het criterium niet woon- of werkplaats kan zijn.
Iedereen die start als zelfstandige in hoofdberoep en recht had op jobbonus als loontrekkende moet jobbonus+ krijgen In artikel 4 staat dat de gerechtigde in de drie maanden vóór de datum van de start van zijn activiteiten als zelfstandige in hoofdberoep een arbeidsovereenkomst of aanstelling als loontrekkende moet hebben gehad. Bovendien moet die gerechtigde tijdens die arbeidsovereenkomst of aanstelling als loontrekkende in aanmerking voor een jobbonus zijn gekomen. Als die persoon wel recht had op een jobbonus maar deze niet automatisch heeft gekregen noch een aanvraag ervoor heeft ingediend, dan heeft die persoon geen recht op de jobbonus+. De SERV vindt dat deze personen alsnog een jobbonus+ moeten krijgen. De SERV wijst hier op de specifieke situatie van de grensarbeiders die wel een aanvraag moeten indienen voor de jobbonus. Zij moeten deze aanvraag eerste hebben ingediend om ook recht te hebben op de jobbonus+. Ook al kan deze aanvraag gebeuren in een termijn van 3 jaar na het refertejaar, het is niet correct de toekenning van een premie met een specifieke finaliteit te koppelen aan de aanvraag voor een andere premie. De vraag stelt zich ook of dit juridisch sluitend is
1
Zie Advies decreet jobbonus van 20 december 2021: https://www.serv.be/node/14723
2
ligging van de maatschappelijke zetel
7
in functie van het gelijkheidsbeginsel. De SERV vraagt dan ook dat alle personen die starten als zelfstandige in hoofdberoep en in de drie maanden voor de start van de zelfstandige activiteit als loontrekkende recht hadden op een jobbonus, een jobbonus+ krijgen.
Verschillende doelstelling jobbonus en jobbonus+ Het valt de SERV op dat de doelstelling van de jobbonus en jobbonus+ verschilt, terwijl het oorspronkelijke doel luidde: werken moet lonen. De jobbonus is dus een inkomensondersteunende en activerende maatregel, maar de jobbonus+ heeft als doel de overstap naar ondernemerschap in hoofdberoep stimuleren. In het decreet wordt ook naar het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun verwezen, wat de jobbonus+ een economische steunmaatregel maakt.
Verschillende appreciatie over verschillende bonus naargelang statuut De hoogte van de bonus en de modaliteiten verschillen naargelang het statuut werknemer of zelfstandige in hoofdberoep, terwijl zowel de jobbonus als jobbonus+ gebaseerd zijn op het loon als werknemer. De Vlaamse sociale partners hebben hierover een verschillende mening.
Zoek oplossing voor schoolverlaters De SERV vraagt een oplossing voor schoolverlaters die de stap zetten naar ondernemerschap. Deze jongeren hebben nog geen ervaring op de arbeidsmarkt, weinig ruimte om op voorhand een startkapitaal of een buffer uit te bouwen en een verhoogd armoederisico3. De sociale partners wensen samen met de Vlaamse Regering de meest efficiënte en effectieve oplossing voor de doelgroep uit te werken.
2. Eventueel onderbenut budget De SERV vraagt dat het eventuele onderbenutte budget in lijn met de doelstellingen van de jobbonus+ wordt aangewend en dat erover met de Vlaamse sociale partners in overleg wordt gegaan. Gelet op het feit dat rechthebbenden moeten worden gemobiliseerd om hun rekeningnummer in te vullen in Mijn Burgerprofiel zal er wellicht een onderbenutting zijn. In 2022 is er een budget van 15.000.000 euro voorzien voor de jobbonus+. De nota spreekt voor 2022 over een geraamde kost van 6.754.800 euro en voor 2023 van 12.854.400 euro. De grensarbeiders zijn wel niet meegerekend in de raming.
3
Zelfstandigen hebben een significant hoger risico op armoede dan loontrekkenden (Horemans & Marx, 2017) (Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting, 2017)
8
3. Aansluiting voorgestelde timing uitbetaling en reële uitbetaling De SERV onderschrijft de timing van uitbetaling en vraagt dat de reële uitbetaling zo dicht mogelijk hierbij aansluit. De eerste premie van 600 euro wordt uitbetaald na de start als zelfstandige in hoofdberoep. De tweede premie van 600 euro wordt uitbetaald wanneer de zelfstandige na twaalf maanden nog steeds actief is als zelfstandige in hoofdberoep. Maar in de memorie van toelichting staat dat ten vroegste eind 2022 de jobbonus+ het eerst wordt uitbetaald (voor de start in 2022 als zelfstandige in hoofdberoep). Bovendien moet telkens opnieuw het rekeningnummer worden opgevraagd bij de rechthebbende wat het proces van uitbetaling kan vertragen. De SERV verzoekt dus dat de reële uitbetaling de vooropgestelde timing volgt.
4. Vermijden terugvordering via transitiepremie De SERV vraagt om een terugvordering van de jobbonus+ via de transitiepremie te vermijden. De cumul tussen de jobbonus+ en de transitiepremie is niet mogelijk. Maar aangezien de jobbonus+ automatisch zal worden toegekend (na aanlevering van het juiste rekeningnummer) kan het gebeuren dat personen die een transitiepremie ontvangen ook de jobbonus+ ontvangen. Op pagina 6 van de nota staat dat voor zij die de jobbonus+ reeds automatisch hebben ontvangen, en waarvoor achteraf blijkt dat ze ook de transitiepremie ontvangen, de jobbonus+ in mindering zal worden gebracht van de maandelijkse betaling van de transitiepremie. De SERV vraagt dit te vermijden door bij de automatische toekenning na te gaan of deze persoon al dan niet een transitiepremie ontvangt.
5. Consequente monitoring en evaluatie De SERV vindt het goed dat de Vlaamse Regering een sterk uitgebouwde monitoring voorziet en vraagt ook om de jobbonus+ – tezamen met de jobbonus – te evalueren en eventueel in het licht van fiscale of meer fundamentele beleidswijzigingen aan te passen.
6. Minderheidsstandpunt ABVV De uitwerking van de jobbonus+ creëert een spreidstand tussen de ondersteuning voor werknemers en zelfstandigen. De hoogte van de bonus en de modaliteiten verschillen naargelang het statuut werknemer of zelfstandige in hoofdberoep, terwijl zowel de jobbonus als jobbonus+ 9
gebaseerd zijn op het loon als werknemer. Om de jobbonus+ al dan niet toe te kennen worden de loongrenzen van de jobbonus toegepast op het voormalige loon van de zelfstandige toen deze werknemer was. Als dit voormalige loon als werknemer onder de loongrens valt, dan krijgt de zelfstandige de volledige jobbonus+, zijnde een forfaitair bedrag van €600 aan de start en nogmaals €600 na een jaar zelfstandige activiteit. Voor de jobbonus voor werknemers daarentegen is de hoogte van de bonus afhankelijk van de hoogte van het loon in het refertejaar, het tewerkstellingspercentage en de verrichte prestaties. Periodes van tijdelijke werkloosheid hebben een effect op het bedrag van de jobbonus, maar niet op de jobbonus+. Als het bedrag van de jobbonus kleiner is dan €20 voor voltijdse werknemers dan wordt de jobbonus niet uitgekeerd. Hierdoor wordt een onaanvaardbaar verschil in behandeling gecreëerd tussen de ondersteuning die de Vlaamse regering geeft aan zelfstandigen ten opzichte van werknemers die het Vlaams ABVV niet kan onderschrijven. Bovendien hebben beide instrumenten verschillende doelstellingen. De jobbonus heeft als doel om werknemers met een laag loon te ondersteunen terwijl de jobbonus+ de overstap wil ondersteunen van een werknemersstatuut naar zelfstandigenstatuut. Hierdoor krijgen middelen die eerder werden gereserveerd voor het ondersteunen van werkende armen een andere finaliteit. Het gereserveerde geld voor de jobbonus moet echter worden ingezet voor maatregelen die werknemers met de laagste lonen vooruithelpen.
10
Bibliografie Horemans, J., & Marx, I. (2017). Poverty and Material Deprivation among the Self-Employed in Europe: An Exploration of a Relatively Uncharted Landscape. IZA Discussion Papers, 1-58. Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting. (2017, juni 19). Feiten en cijfers. Opgehaald van https://www.armoedebestrijding.be/: https://www.armoedebestrijding.be/cms/wpcontent/uploads/2019/01/cijfers_zelfstandigen.pdf
SERV-publicaties Advies decreet jobbonus van 20 december 2021: https://www.serv.be/node/14723
11