Skip to main content

dossier 2020-033.pdf

Page 1

Uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/033

Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2020/033

DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 13 december 2019 diende xxx (hierna: verzoekster) een verzoek in bij de gemeente Wingene om een aantal documenten/gegevens te bekomen in verband met het verlenen van een negatief stedenbouwkundig attest voor een voorstel tot verkavelen van een perceel in twee bouwloten. Op 6 januari 2020 werd aan verzoekster de gedeeltelijke weigeringsbeslissing d.d. 31 december 2019 van de gemeente Wingene meegedeeld. Op 31 januari 2020 werd door verzoekster beroep ingesteld tegen vermelde beslissing. Het beroep heeft betrekking op de volgende punten: 1- het ontwerp RUP Hoogweg-Koolstraat met bijhorend onteigeningsplan met de motiveringsnota; 2- het overzicht van de sinds de overstromingen in augustus 2014, reeds effectief gerealiseerde bufferbekkens alsook het overzicht van de reeds definitief goedgekeurde, doch nog te realiseren bufferzones; 3- de vraag over het bekomen van de voorwaarden waaronder de stedenbouwkundige vergunningen voor andere aan de Ringbeek palende percelen werden afgeleverd, en meer in het bijzonder voor de percelen die niet in overstromingsgevoelig gebied gelegen zijn, niettegenstaande zij palen aan de Ringbeek;

www.vlaanderen.be


4- de vraag welk compenserend buffervolume de gemeente in casu voor ogen heeft; 5- de vraag welke stedenbouwkundige voorschriften de gemeente in casu voor ogen heeft met het oog op het overstromingsvrij uitvoeren van de verkaveling. Het beroep werd door de beroepsinstantie openbaarheid van bestuur geregistreerd op 3 februari 2020. Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijke verzoek dateert van 13 december 2019. De gedeeltelijke weigeringsbeslissing van de gemeente Wingene dateert van 31 december 2019, en werd op 6 januari 2020 meegedeeld aan verzoekster. Deze beslissing maakt melding van de beroepsmogelijkheden en -modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, §1, derde lid van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (verder ‘Bestuursdecreet’). Op 31 januari 2020 diende verzoekster beroep in tegen vermelde beslissing. Het ingediende beroep is bijgevolg tijdig ingediend en is ontvankelijk. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.

1.

Bestreden beslissing

Het beroep is gericht tegen de gedeeltelijke weigeringsbeslissing d.d. 31 december 2019 van de gemeente Wingene. In het bijzonder is het beroep gericht tegen de weigering van de gemeente om de documenten/gegevens te bezorgen die betrekking hebben op de voormelde vijf punten. De gemeente weigerde dit op basis van de volgende overwegingen:

“(1) Het ontwerp RUP Hoogweg-Koolstraat met bijhorend onteigeningsplan en motiveringsnota lag tijdens het openbaar onderzoek naar aanleiding van de voorlopige vaststelling ter inzage bij het gemeentebestuur gedurende de periode vanaf 09/02/2015 tot en met 10/04/2015. Een afschrift van het RUP met bijhorend onteigeningsplan en motiveringsnota kan de aanvrager bekomen eens het ruimtelijk uitvoeringsplan af is en definitief werd vastgesteld door de gemeenteraad (art. II, 33, 2° bestuursdecreet). (…)

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/033

pagina 2 van 7


(2) Voor wat betreft de vraag over het bekomen van een overzicht van de sinds de overstromingen in augustus 2014, reeds effectief gerealiseerde bufferbekkens alsook overzicht van de reeds definitief goedgekeurde, doch nog te realiseren bufferzones kan verwezen worden naar het goedgekeurd strategisch meerjarenplan 2020-2025 van gemeentebestuur Wingene. De realisatie van bufferbekken Hoogweg, in samenwerking met de provincie West-Vlaanderen, werd opgenomen als actie onder het actieplan We beheren en onderhouden onze riolering- en afwateringsstelsels (BD 5: We werken aan een veilige, aangename en verzorgde leefomgeving). Dit bufferbekken is één van de acties die uit de gemeentegrensoverschrijdende waterhuishoudingsstudie met betrekking tot de Ringbeek komen, waarvan de lastvoorwaarden goedgekeurd werden in juni 2015. Ondertussen werd deze studie afgerond. Daarnaast worden in het strategisch meerjarenplan ook voorzien in bufferwerken ter hoogte van de Willemstraat (Zwevezele) en de aanleg van een bufferbekken bij de Vorsevijvers (Wingene). In de vorige bestuursperiode werd ook reeds geïnvesteerd in de aanleg van een bufferbekken ter hoogte van hoeve Braeckevelt (Tieltsteenweg) en een keerconstructie langs de Ringbeek ter hoogte van de Ruiseledesteenweg. Voor initiatieven langs de loop - of in functie van het waterbergend vermogen - van de Ringbeek die niet plaatsvinden op het grondgebied van gemeente Wingene, moet men zich richten naar de andere betrokken lokale besturen of de provincie West-Vlaanderen die als beheerder van de waterloop optreedt. (3) Voor wat betreft de vraag over het bekomen van de voorwaarden waaronder de stedenbouwkundige vergunningen voor andere aan de Ringbeek palende percelen werden afgeleverd, en meer in het bijzonder voor de percelen die niet in overstromingsgevoelig gebied gelegen zijn, niettegenstaande zij palen aan de Ringbeek, dient geoordeeld te worden dat deze vraag op een te algemene wijze geformuleerd werd. De aanvrager kan de aanvraag verder specificeren door een lijst te bezorgen van kadastrale percelen op het grondgebied van Wingene waarvoor de stedenbouwkundige vergunningen verleend werden waarvan zij een afschrift van de vergunningsvoorwaarden wenst (art. II, 42, bestuursdecreet).” 2. Inhoud van het beroepschrift In het beroepschrift van 31 januari 2020 vraagt verzoekster de volledige inwilliging van haar beroep, minstens een deugdelijke motivering van een eventuele weigering.

3. Toelichting door de gemeente Wingene De beroepsinstantie nam op 5 en 27 februari 2020 contact op met de gemeente Wingene om met kennis van zaken over het ingestelde beroep te kunnen oordelen. Bij mailberichten van 16, 17 en 27 februari 2020 heeft de gemeente Wingene de gevraagde toelichting verstrekt aan de beroepsinstantie. Daarbij worden nog volgende elementen toegevoegd aan deze vermeld in de gedeeltelijke weigeringsbeslissing d.d. 31 december 2019: (1) Betreffende het ontwerp RUP Hoogweg-Koolstraat met bijhorend onteigeningsplan en motiveringsnota:

“Alvorens het ontwerp-RUP definitief kan worden vastgesteld moeten de resultaten van het openbaar onderzoek en van verschillende adviesinstanties nog overwogen en verwerkt worden. Het ruimtelijk

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/033

pagina 3 van 7


uitvoeringsplan kan nog niet als een afgewerkt bestuursdocument worden beschouwd. Het ontwerp-RUP lag ter inzage voor het betrokken publiek tijdens het openbaar onderzoek en diende gedurende deze periode te worden ingezien. Het gemeentebestuur behoudt haar standpunt.” (2) Betreffende de vraag over het bekomen van het overzicht van de sinds de overstromingen in augustus 2014, reeds effectief gerealiseerde bufferbekkens alsook het overzicht van de reeds definitief goedgekeurde, doch nog te realiseren bufferzones:

“Het gemeentebestuur meent met het besluit van de algemeen directeur van 31 december 2019 de vraag om het overzicht te bezorgen van de sinds de overstromingen in augustus 2014, reeds effectief gerealiseerde bufferbekkens alsook het overzicht van de reeds definitief goedgekeurde, doch nog te realiseren bufferzones, voldoende te hebben beantwoord. In het voormelde besluit werden alle gerealiseerde en – bij het gemeentebestuur gekende, toekomstige initiatieven – vermeld.” (3) Betreffende de vraag over het bekomen van de voorwaarden waaronder de stedenbouwkundige vergunningen voor andere aan de Ringbeek palende percelen werden afgeleverd, en meer in het bijzonder voor de percelen die niet in overstromingsgevoelig gebied gelegen zijn, niettegenstaande zij palen aan de Ringbeek:

“Er dient geoordeeld te worden dat deze vraag op een te algemene wijze geformuleerd werd. De aanvrager kan de aanvraag verder specificeren door een lijst te bezorgen van kadastrale percelen op het grondgebied van Wingene waarvoor de stedenbouwkundige vergunningen verleend werden waarvan zij een afschrift van de vergunningsvoorwaarden wenst (art. II, 42, bestuursdecreet). Het gemeentebestuur blijft van oordeel dat deze vraag op een te algemene wijze geformuleerd werd. Het bekomen van een overzicht van de voorwaarden waaronder de stedenbouwkundige vergunningen voor andere aan de Ringbeek palende percelen werden afgeleverd impliceert bovendien ook dat het gemeentebestuur informatie uit verschillende stedenbouwkundige vergunningsdossiers moet verzamelen en in sommige gevallen ook moet analyseren. Het gaat bijgevolg niet om een bestaand bestuursdocument, waardoor deze vraag niet kan worden ingewilligd.” “De beroepsindiener bezorgde met het beroep, en niet bij de oorspronkelijke vraag inzake openbaarheid van bestuur, een kaart waarop de betrokken percelen worden aangeduid. Het gaat om meer dan 50 bebouwde percelen waarvoor vergunning en vergunde plannen moeten opgezocht worden in de archieven van de gemeente, waaruit dan steeds de vergunningsvoorwaarden met betrekking tot de waterhuishouding moeten worden verwerkt. Op een perceel kan bovendien meer dan 1 vergunning rusten, waardoor het aantal te verwerken vergunningen snel kan oplopen. Uit de vraag van de beroepsindiener blijkt duidelijk dat de beroepsindiener verwacht dat het gemeentebestuur informatie uit deze verschillende bestuursdocumenten (= vergunning met vergunde plannen) verwerkt. De beroepsindiener vraagt een nietbestaand bestuursdocument op.” Betreffende de vragen (4) en (5), respectievelijk welk compenserend buffervolume de gemeente in casu voor ogen heeft en welke stedenbouwkundige voorschriften de gemeente in casu voor ogen heeft met het oog op het overstromingsvrij uitvoeren van de verkaveling stelt de gemeente Wingene het volgende:

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/033

pagina 4 van 7


“Er moet ook geconcludeerd worden dat het om geen vraag over bestaande bestuursdocumenten gaat, waardoor ook deze vragen niet kunnen ingewilligd worden.” “De betrokken percelen liggen volgens het gewestplan in woongebied. Er zijn geen meer gedetailleerde voorschriften vastgelegd door middel van bijvoorbeeld een BPA of een RUP. Het gemeentebestuur moet bijgevolg haar appreciatiebevoegdheid toepassen, rekening houdend met de adviezen van de externe adviesinstanties en met de decretaal bepaalde beoordelingsgrond van de ‘goede ruimtelijke ordening’. Dat het om een appreciatiebevoegdheid gaat, betekent dat het nodig bufferend vermogen van project tot project kan verschillen en dit dus bijgevolg niet in een bestaand bestuursdocument terug te vinden is.” Het komt thans aan de beroepsinstantie toe om te oordelen over het beroep.

4. Standpunt van de beroepsinstantie (1) Betreffende het ontwerp RUP Hoogweg-Koolstraat met bijhorend onteigeningsplan en motiveringsnota: De beroepsinstantie stelt vast dat verzoekster documenten opvraagt waarvan de gemeente Wingene stelt dat deze tijdens het openbaar onderzoek naar aanleiding van de voorlopige vaststelling ter inzage lagen bij het gemeentebestuur gedurende de periode vanaf 09/02/2015 tot en met 10/04/2015. Bovendien blijkt het ontwerp RUP zoals voorlopig vastgesteld door de gemeenteraad op 26 januari 2015 ook via een eenvoudige zoekopdracht op het internet consulteerbaar te zijn, zodat de beroepsinstantie geen reden ziet om de betrokken documenten in het kader van voorliggende beroepsprocedure niet openbaar te maken ten aanzien van verzoekster. Het beroep is, wat dit onderdeel betreft, bijgevolg gegrond. (2) Betreffende de vraag over het bekomen van een overzicht van de sinds de overstromingen in augustus 2014, reeds effectief gerealiseerde bufferbekkens alsook overzicht van de reeds definitief goedgekeurde, doch nog te realiseren bufferzones: De beroepsinstantie is van oordeel dat het besluit van de algemeen directeur van 31 december 2019, waarvan de inhoud werd weergegeven onder voormeld punt 1 ‘Bestreden beslissing’, tegemoet komt aan deze vraag en er een afdoend antwoord op biedt. Het beroep is, wat dit onderdeel betreft, bijgevolg ongegrond. (3) Betreffende de vraag over het bekomen van de voorwaarden waaronder de stedenbouwkundige vergunningen voor andere aan de Ringbeek palende percelen werden afgeleverd, en meer in het bijzonder voor de percelen die niet in overstromingsgevoelig gebied gelegen zijn, niettegenstaande zij palen aan de Ringbeek: Samen met de gemeente Wingene stelt de beroepsinstantie vast dat verzoekster, zij het in het kader van de huidige procedure in beroep, de gevraagde specificatie tot bepaling van het precieze voorwerp van deze vraag alsnog heeft gegeven. De gemeente voert evenwel aan dat deze vraag in hoofde van de gemeente een hele reeks handelingen veronderstelt om finaal te komen tot nieuw bestuursdocument dat dan zou kunnen gelden als antwoord op dit onderdeel van het openbaarheidsverzoek.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/033

pagina 5 van 7


De beroepsinstantie stelt vast dat het beantwoorden van de vraag voor de gemeente Wingene volgende handelingen vereist: - voor de meer dan 50 bebouwde percelen alle vergunningsdossiers en vergunde plannen opzoeken in de archieven van de gemeente; - voor de meer dan 50 bebouwde percelen, per perceel nagaan of er één dan wel verschillende vergunningen werden afgegeven door de gemeente; - voor alle betrokken vergunningsbeslissingen en bijhorende vergunde plannen nagaan of er voorwaarden werden opgelegd; - voor alle gevonden voorwaarden nagaan of deze voorwaarden betrekking hebben op de waterhuishouding; - van alle voorwaarden met betrekking tot de waterhuishouding een kopie maken en al deze samengebrachte gegevens opnemen in een nieuw, aan te maken document. Het stellen van al deze handelingen dient volgens de beroepsinstantie beschouwd te worden als een verwerking van bestuursdocumenten, en voor een deel zelfs als een analyse ervan, aangezien de voorwaarden uit verschillende stedenbouwkundige vergunningsdossiers ook inhoudelijk dienen te worden gescreend en beoordeeld. Nu het Bestuursdecreet in artikel II.31, derde lid uitdrukkelijk als principe stelt dat het openbaar maken van bestuursdocumenten niet de verplichting meebrengt om deze documenten te verwerken of te analyseren, besluit de beroepsinstantie dat het beroep op dit punt ongegrond is. (4) en (5) Betreffende de vragen 4 en 5, respectievelijk welk compenserend buffervolume de gemeente in casu voor ogen heeft en welke stedenbouwkundige voorschriften de gemeente in casu voor ogen heeft met het oog op het overstromingsvrij uitvoeren van de verkaveling: De beroepsinstantie stelt vast dat de gemeente Wingene in dit verband niet beschikt over andere, meer gedetailleerde voorschriften dan het gewestplan. Bovendien kan de beroepsinstantie de gemeente volgen in haar standpunt dat het hier om een appreciatiebevoegdheid gaat, waardoor de beoordeling van het vereiste bufferend vermogen van project tot project kan verschillen en dit dus bijgevolg niet in een bestaand bestuursdocument terug te vinden is. De beroepsinstantie is van oordeel dat, nu door de gemeente Wingene uitdrukkelijk gesteld wordt dat in dit verband geen bestaande bestuursdocumenten bestaan, het beroep ook voor deze punten moet worden afgewezen. In artikel I.4, 3° Bestuursdecreet wordt de term “bestuursdocumenten” immers gedefinieerd als: “alle informatie, ongeacht de drager ervan, die in het bezit is van een overheidsinstantie”. Het beroep is voor deze punten dan ook ongegrond. Na beraadslaging,

BESLUIT:

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/033

pagina 6 van 7


Het beroepschrift d.d. 31 januari 2020 van xxx, gericht tegen de gedeeltelijke weigeringsbeslissing d.d. 31 december 2019 van de gemeente Wingene omtrent haar verzoek d.d. 13 december 2019, wordt als ontvankelijk beschouwd en is deels gegrond en deels ongegrond. Bijgevolg dient de gemeente Wingene aan xxx een afschrift te bezorgen van de volgende documenten: -

Het ontwerp RUP Hoogweg-Koolstraat met bijhorend onteigeningsplan en motiveringsnota zoals het tijdens het openbaar onderzoek naar aanleiding van de voorlopige vaststelling ter inzage bij het gemeentebestuur gedurende de periode vanaf 09/02/2015 tot en met 10/04/2015.

Geen toestemming tot hergebruik van bestuursdocumenten In zoverre dit beroep geheel of gedeeltelijk gegrond werd verklaard, geldt dat deze inwilliging van de aanvraag tot openbaarmaking GEEN toestemming inhoudt om de gevraagde bestuursdocumenten te hergebruiken, als vermeld in titel II, hoofdstuk 4 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018. Brussel, 3 maart 2020 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur,

Bruno ASSCHERICKX Voorzitter

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/033

pagina 7 van 7


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook