Algemene Raad 24 september 2020 AR-AR-ADV-2021-006
Onderwijsdoelen voor leerlingen met specifieke noden Advies
Vlaamse Onderwijsraad Koning Albert II-laan 37 BE-1030 Brussel T +32 2 219 42 99 www.vlor.be info@vlor.be
Advies op eigen initiatief Uitgebracht door de Algemene Raad op 24 september 2020 met eenparigheid van stemmen Voorbereiding: commissie voor Onderwijs aan lerenden met specifieke noden op 1 september 2020 en op 17 september 2020 onder voorzitterschap van Geert Van Hove en Annemie Jennes Werden geconsulteerd: werkgroep Modernisering Einddoelen op 1 september 2020, de Raad Basisonderwijs op 9 september 2020 en de Raad Secundair Onderwijs op 10 september 2020 Dossierbeheerder: Roos Herpelinck
Vlaamse Onderwijsraad – Koning Albert II-laan 37 – BE-1030 Brussel – info@vlor.be – www.vlor.be
INHOUDSOPGAVE 1 ONDERWIJSDOELEN VOOR LEERLINGEN MET SPECIFIEKE NODEN DRINGEND OP DE BELEIDSAGENDA ZETTEN
2
2 KERNBOODSCHAPPEN
2
3 DE ONDERWIJSDOELEN ZIJN DEZELFDE VOOR ALLE LEERLINGEN MAAR GEKOPPELD AAN INDIVIDUELE HANDELINGSPLANNING EN MET EEN INSPANNINGSVERPLICHTING (OV 4 UITGEZONDERD) 2
3.1 DEZELFDE ONDERWIJSDOELEN …
2
3.2 … MAAR GEKOPPELD AAN INDIVIDUELE HANDELINGSPLANNING
3
3.3 … EN MET EEN INSPANNINGSVERPLICHTING (OV 4 UITGEZONDERD)
4
3.4 … EN STERKE PROFESSIONELE ONDERSTEUNING VOOR LERAREN, SCHOOLTEAMS EN KLASSENRADEN
4
4 BELANGRIJKE PRINCIPES BIJ DE ONTWIKKELING VAN ONDERWIJSDOELEN, INSPELEND OP LEERLINGEN MET SPECIFIEKE NODEN
5
4.1 ONDERWIJSDOELEN ZIJN EEN VAN DE INSTRUMENTEN VOOR VERANTWOORDING DOOR DE SCHOOL OVER KWALITEIT (OP ORGANISATIENIVEAU)
5
4.2 ONDERWIJSDOELEN LATEN RUIMTE EN FLEXIBILITEIT VOOR REDELIJKE AANPASSINGEN EN INDIVIDUELE HANDELINGSPLANNING MAAR VULLEN DIE NIET IN 5 4.3 HELDER, TOEGANKELIJK, SOBER EN TRANSPARANT
5
5 ONTWIKKEL DE ONDERWIJSDOELEN VOOR HET BUITENGEWOON BASISONDERWIJS IN ÉÉN BEWEGING MET DIE VOOR HET GEWOON ONDERWIJS
6
6 SPECIFIEKE UITZICHTEN VOOR HET BUITENGEWOON SECUNDAIR ONDERWIJS
6
6.1 TEN AANZIEN VAN DE SAMENLEZING VAN DE HUIDIGE REGELGEVING 6 6.2 AFSTEMMING OP DE VERNIEUWDE ONDERWIJSDOELEN 2DE EN 3DE GRAAD SO
6
6.3 TEN AANZIEN VAN DE GEWENSTE ONTWIKKELINGEN IN HET BUSO
7
1
1 Onderwijsdoelen voor leerlingen met specifieke noden dringend op de beleidsagenda zetten De Vlor brengt onderstaand advies uit op eigen initiatief. De raad stelt immers vast dat in het beleidsdesign voor de modernisering van de onderwijsdoelen, het onderwijs aan de leerlingen met specifieke noden nagenoeg buiten beeld blijft. De raad betreurt dat en wil door middel van onderstaand advies enkele principes aangeven die het proces moeten sturen. De raad is er zich van bewust dat er in de komende maanden bijkomend conceptueel werk zal moeten gebeuren om deze principes concreter te maken maar wil nu een aantal uitgangspremissen formuleren. Hij is zeker bereid om desgewenst bepaalde aspecten verder uit te diepen.
2 Kernboodschappen De raad is van oordeel dat de onderwijsdoelen voor onderwijs aan leerlingen met specifieke noden dezelfde kunnen zijn als voor het gewoon onderwijs. Op grond van cyclische en dynamische processen van handelingsgericht werken en individuele handelingsplanning ontwerpen de klassenraden in het (buitengewoon) basis- en secundair onderwijs trajecten die inzetten op brede ontwikkeling van de kinderen en jongeren. De onderwijsdoelen zijn de referentie bij uitstek maar in het BuSO zijn ook andere bronnen, zoals de beroepskwalificaties, relevant. De onderwijsdoelen krijgen het statuut van ontwikkelingsdoelen (buitengewoon basisonderwijs, en buso OV 1, OV 2 en OV3 ) en houden een inspanningsverplichting in. Maar in OV 4 geldt er wel een resultaatsverbintenis. De raad pleit voor een sterkere focus op haalbaarheid voor alle leerlingen bij de ontwikkeling van eindtermen. De raad pleit ervoor om in het basisonderwijs de onderwijsdoelen voor het buitengewoon basisonderwijs in één beweging te ontwikkelen met die van het gewoon onderwijs. Voor het secundair onderwijs zijn garanties op flexibele overgangen en op doorstroming naar vervolgonderwijs (met het oog op het behalen van een studiesanctionering) een noodzaak.
3 De onderwijsdoelen zijn dezelfde voor alle leerlingen maar gekoppeld aan individuele handelingsplanning en met een inspanningsverplichting (OV 4 uitgezonderd) 3.1 Dezelfde onderwijsdoelen … De onderwijsdoelen voor leerlingen met specifieke noden zijn dezelfde als de onderwijsdoelen voor het geheel van de leerlingenpopulatie. Die werkwijze is een uitgangspunt voor het beleid dat
2
andere landen voeren met het oog op maximale inclusie in onderwijs. Dat verhindert een eigen aanpak in het leertraject helemaal niet.1 De raad ziet in dat uitgangspunt volgende meerwaarde:
¬
Het biedt een vertrekpunt om voor leerlingen met specifieke noden uitdagende doelen te formuleren die sporen met hun ambities. •
¬
¬
¬
Het vertrekt vanuit een emanciperend perspectief en stimuleert een brede vorming en ontwikkeling van het kind of de jongere. Ook leerlingen met specifieke noden hebben nood aan een brede vorming en hoge leerverwachtingen; • Een opdeling van onderwijsdoelen op basis van een bepaald type of beperking, zoals nu het geval is, is niet wenselijk. Dat vertrekt immers van een deficitaire en categoriale benadering van leerlingen met specifieke noden; • Het stimuleert inclusie en maatschappelijke participatie, hetgeen niet noodzakelijk samenvalt met functioneren op de reguliere arbeidsmarkt. Het biedt een gezamenlijk kader dat relevant is voor leerlingen in meerdere onderwijscontexten: leerlingen die een beroep doen op een individueel curriculum (IAC) en leerlingen in het buitengewoon onderwijs die willen doorstromen en schakelen naar het gewoon onderwijs; Het geeft concrete invulling aan de uitbouw van een onderwijscontinuüm doordat het een gemeenschappelijke taal, een eenduidige structuur en een gemeenschappelijke kijk stimuleert op de essentiële vormingsdomeinen voor een leerling. Diverse betrokkenen bij het onderwijsproces (leerkrachten, paramedici, ondersteuners en andere) kunnen hiermee aan de slag in verschillende onderwijscontexten; Het garandeert dat leerlingen flexibel kunnen schakelen tussen gewoon en buitengewoon onderwijs, zowel in het basisonderwijs, als in de overgang tussen basis- en secundair onderwijs als tussen het beëindigen van de kwalificatiefase in het buso en de derde graad van het bso. De onderwijsdoelen moeten leerlingen, die een beroep doen op dergelijke overgangen, reële slaagkansen geven.
3.2 … maar gekoppeld aan individuele handelingsplanning De invulling van de leerprocessen is echter niet voor alle leerlingen dezelfde. Leerprocessen moeten blijk geven van realisme en haalbaarheid. Sommige leerlingen hebben nood aan een aangepast leertempo, meer gedifferentieerde doelen, orthodidactiek en redelijke aanpassingen. Ze hebben nood aan een multilevel curriculum met een mix van academische doelen en functionele doelen. De individuele handelingsplanning legt deze doelenkeuze vast in functie van een individuele leerling. Handelingsplanning is een cyclisch en dynamisch proces dat het orthopedagogisch handelen in een school voor buitengewoon onderwijs stuurt.
1
Bij wijze van voorbeeld: braille leren is een specifieke toepassing van leren lezen en teksten kunnen begrijpen. Maar braille leren volstaat niet om teksten te begrijpen en kritisch te beoordelen. Het globale onderwijsdoel blijft relevant voor leerlingen met specifieke noden.
3
Bij de keuze van de doelen vormen de onderwijsdoelen het referentiekader maar – waar relevant – hanteren de klassenraden ook andere kaders, zoals de beroepskwalificaties. De klassenraden moeten eveneens blijvend doelen kunnen selecteren uit de onderwijsdoelen voor het basisonderwijs. Dat is een meerwaarde voor alle leerlingen met specifieke noden maar zeker ook voor de leerlingen uit het huidige OV1. Opstellen van handelingsplanning is een opdracht voor de school en behoort tot haar autonomie. Individuele handelingsplanning en handelingsgericht werken zijn twee onderscheiden processen die elkaar versterken en beïnvloeden maar niet samenvallen.
3.3 … en met een inspanningsverplichting (OV 4 uitgezonderd) Het kaderdecreet stelt terecht: ”Elke school heeft de maatschappelijke opdracht om de ontwikkelingsdoelen met betrekking tot kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes bij de leerlingen na te streven indien opgenomen in het handelingsplan …”. De Vlor vindt het wezenlijk dat deze inspanningsverplichting behouden blijft. Het handelingsplan omvat een engagement van het schoolteam om de doelen voor die leerling na te streven. Voor leerlingen uit OV 4 en voor leerlingen die met ondersteuning het gemeenschappelijk curriculum volgen, blijven de onderwijsdoelen wel een resultaatsverbintenis inhouden. Dat is immers een sterke garantie voor de gelijkwaardigheid van de studiesanctionering.
3.4 … en sterke professionele ondersteuning voor leraren, schoolteams en klassenraden Leraren, schoolteams en klassenraden hebben nood aan professionalisering en ondersteuning om de onderwijsdoelen te vertalen in een adequate individuele handelingsplanning. De ontwikkeling van kijkwijzers of andere ondersteunende documenten kan daartoe bijdragen. Dit ondersteunend kader van vakspecifieke kennis of een lijst van voorbeelden mag echter niet het statuut van decretaal bekrachtigde onderwijsdoelen krijgen. De pedagogische begeleidingsdiensten moeten daarin hun verantwoordelijkheid opnemen. Daarnaast is er op de werkvloer in het gewoon onderwijs zeker ook een ondersteunende rol weggelegd voor de ondersteuningsteams met het oog op gemeenschappelijke visie-ontwikkeling, aanpak van individuele handelingsplanning en IAC, ….
4
4 Belangrijke principes bij de ontwikkeling van onderwijsdoelen, inspelend op leerlingen met specifieke noden 4.1 Onderwijsdoelen zijn een van de instrumenten voor verantwoording door de school over kwaliteit (op organisatieniveau) Onderwijsdoelen maken deel uit van het referentiekader onderwijskwaliteit en vormen zo een kader voor onderwijsinstellingen om de kwaliteit van hun onderwijs te verantwoorden.2 In dat opzicht is er geen verschil tussen een school voor gewoon en voor buitengewoon onderwijs.
4.2 Onderwijsdoelen laten ruimte en flexibiliteit voor redelijke aanpassingen en individuele handelingsplanning maar vullen die niet in Onderwijsdoelen laten toe dat scholen flexibel en ontwikkelingsgericht vorm geven aan handelingsplanning en redelijke aanpassingen. Onderwijsdoelen moeten er rekening mee houden dat de ontwikkeling van een leerling op verschillende snelheden verloopt en tevens sterk wordt beïnvloed door zijn leefomstandigheden. Ze moeten daarom ruimte laten voor leerlinggerichte differentiatie op het vlak van timing, didactiek, inhoud en ondersteuning. Ze geven echter geen rechtstreekse invulling hieraan. Maar ze moeten garanderen dat een schoolteam of klassenraad kwaliteitsvol en flexibel deze differentiatie kan vormgeven.
4.3 Helder, toegankelijk, sober en transparant De Vlor stelde al herhaaldelijk vragen bij de transparantie en complexiteit van de eindtermen voor de eerste, tweede en derde graad van het secundair onderwijs.3 De raad herinnert aan dezelfde vraag voor een heldere en toegankelijke (sobere) formulering van onderwijsdoelen in het basisonderwijs.4 Als de onderwijsdoelen dezelfde zijn, is er een gemeenschappelijke taal en structuur voorhanden die gelijkgericht handelen bevordert en die een handelingsplanning toelaat op de maat van leerlingen in verschillende types en opleidingsvormen. Dit belet schoolteams niet om met het oog op individuele handelingsplanning te kiezen uit relevante kijkwijzers of andere ondersteunende documenten voor bepaalde types of opleidingsvormen.
Vlaamse Onderwijsraad, Algemene Raad. Samen vorm geven aan een geactualiseerd beleidskader voor eindtermen, leerplannen en kwaliteitstoezicht. Oriënterend advies, 8 oktober 2015. De Onderwijsraad kiest daar voor optie 1 uit de studie van Simons, M., Kelchtermans, G., Leysen, J. en Vandenbroeck, M. (2016) De actuele werking en doeltreffendheid van de eindtermen als beleidsinstrument in Vlaanderen. Onderzoek in opdracht van de Vlaamse Overheid – departement Onderwijs en Vorming, Leuven. 3 Vlaamse Onderwijsraad, Algemene Raad. Nieuwe eindtermen voor de eerste graad van het secundair onderwijs, 27 september 2018. Vlaamse Onderwijsraad, Algemene Raad, Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, Eindtermen tweede en derde graad secundair onderwijs, Advies over het voorontwerp van decreet betreffende de onderwijsdoelen voor de tweede en de derde graad van het secundair onderwijs en diverse andere verwante maatregelen, 27 augustus 2020. 4 Vlaamse Onderwijsraad, Raad Basisonderwijs. Vorm geven aan nieuwe onderwijsdoelen voor het basisonderwijs. Advies over principes en aanbevelingen voor nieuwe eindtermen en ontwikkelingsdoelen in het gewoon basisonderwijs, 10 juni 2020. 2
5
5 Ontwikkel de onderwijsdoelen voor het buitengewoon basisonderwijs in ĂŠĂŠn beweging met die voor het gewoon onderwijs Bij de ontwikkeling van de eindtermen voor het basisonderwijs, die in de volgende weken start, is het absoluut noodzakelijk onderwijsdoelen zo te formuleren dat ze ontwikkelingsgericht zijn en tevens ruimte en flexibiliteit garanderen voor schoolteams die ermee aan de slag moeten voor leerlingen met specifieke noden. De raad verwijst daarvoor naar de principes verwoord in het advies van de Raad voor het Basisonderwijs.5
6 Specifieke uitzichten voor het buitengewoon secundair onderwijs De bovenstaande principes gelden voor zowel het (buitengewoon) basis als (buitengewoon) secundair onderwijs. Met betrekking tot de onderwijsdoelen voor leerlingen met specifieke noden in het secundair onderwijs wil de raad nog enkele bezorgdheden meegeven.
6.1 Ten aanzien van de samenlezing van de huidige regelgeving De nieuwe onderwijsstructuur en de nieuwe onderwijsmatrix voor OV 3 moeten worden ingevoerd met de onderwijsdoelen die zijn afgestemd op de oude onderwijsstructuren. Er zijn nog geen nieuwe onderwijsdoelen voorhanden. Scholen voor buitengewoon secundair onderwijs die OV 3 aanbieden, zullen hun opleidingsaanbod moeten vernieuwen in twee snelheden (een keer bij het invoeren van de matrix en een keer bij de nieuwe onderwijsdoelen). OV 4 valt onder het toepassingsgebied van de vernieuwde eindtermen voor de tweede en de derde graad maar bij de haalbaarheid en de kritische voorwaarden om de eindtermen te realiseren, wordt in de huidige ontwerpteksten niet stilgestaan. Deze impact moet grondig worden onderzocht.
6.2 Afstemming op de vernieuwde onderwijsdoelen 2de en 3de graad SO De Vlor herinnert aan het recente advies over de eindtermen voor de tweede en de derde graad van het secundair onderwijs, dat hij samen met de SERV uitbracht. De raad maakte zich in het advies ernstige zorgen over de haalbaarheid ervan voor diverse leerlingengroepen. Dit geldt a fortiori voor leerlingen met specifieke noden in het gewoon en het buitengewoon onderwijs. De impact van dit kader op de individuele handelingsplanning in het buitengewoon secundair onderwijs moet zeker verder worden uitgeklaard. In het bijzonder is de raad bezorgd over de doorstroommogelijkheden van leerlingen na het behalen van de kwalificatiefase in het buso. Doorstroming moet worden gegarandeerd naar de derde graad van het bso en het deeltijds beroepssecundair onderwijs (dbso), naar het praktisch aanbod binnen OV 2 en de diverse invulling van OV1. De raad wil niet dat opleidingen in het
5
6
Vlaamse Onderwijsraad, Raad Basisonderwijs. Vorm geven aan nieuwe onderwijsdoelen voor het basisonderwijs. Advies over principes en aanbevelingen voor nieuwe eindtermen en ontwikkelingsdoelen in het gewoon basisonderwijs, 10 juni 2020.
BuSO een dead-end zouden inhouden waardoor leerlingen die kiezen voor het BuSO doorstroomperspectieven zouden missen.
6.3 Ten aanzien van de gewenste ontwikkelingen in het BuSO Een grondig debat over de organisatie van het buitengewoon onderwijs is zeker noodzakelijk omdat de verhouding van zowel OV1, OV 2 als OV3 tot de matrix secundair onderwijs nu nog veel vragen oproept. De vragen zijn voor OV 3 van een andere orde dan voor OV1 en OV2. De Vlor is in het algemeen vragende partij voor meer flexibele overgangen tussen gewoon en buitengewoon onderwijs. Ook tekent zich een beleidsdebat af over de overgangen tussen opleidingsvormen van het BuSO. Maar dit moet nog verder worden gevoerd. Er moet een continuĂźm aan onderwijsleeromgevingen worden ontwikkeld waardoor jongeren flexibeler kunnen schakelen en aanknopen bij andere leertrajecten in het gewoon of buitengewoon onderwijs. Die trajecten geven reĂŤle kansen op doorstroming naar vervolgonderwijs (in het gewoon onderwijs, in het hoger onderwijs, in het levenslang en levensbreed leren of in specifieke leertrajecten op maat). Al die bekommernissen hebben een impact op de onderwijsdoelen die gebruikt worden.
7