Skip to main content

Vlaamse_eiwitstrategie_2021_2030.pdf

Page 1

Vlaanderen

D ME

IE R L I J K E P

RZ DUU

ME

ER PLANTA

A IGE

D U U R Z AAM

RD

D

CTIE

IE

NVOEDER E R

RO

DU

A

is landbouw & visserij

EIWI T TEN

2021-2030

U

M E C O NS U

MP

E

DU

U

A RZ

TI

DEPARTEMENT LANDBOUW & VISSERIJ

M E E R P R OD

RSITEIT IVE

M E E R NI E

E

IT T E N EIW

D CT

UW

VLAAMSE EIWITSTRATEGIE

www.vlaanderen.be www.vlaanderen.be/landbouw


Lokale, duurzame en gezonde eiwitten van productie tot consumptie

VLAAMSE EIWITSTRATEGIE 2021-2030 Samen kansen creëren voor welvaart, milieu en gezondheid depotnummer: D/2021/3241/075

www.vlaanderen.be


INHOUD 1

De context ................................................................................................................................................................................... 3

1.1 1.2 1.3

Inspelen op uitdagingen en trends Verduurzamen en diversifiëren Economische en maatschappelijke opportuniteiten

2

Het beleidskader....................................................................................................................................................................... 7

2.1 2.2 2.3

Internationale en Europese beleidskader Vlaams beleidskader Eiwitstrategie en de relance

3 4

Visie ................................................................................................................................................................................................ 11 Strategie: zes strategische thema’s ............................................................................................................................. 12

4.1 4.1.1 4.1.2 4.2 4.2.1 4.2.2 4.3 4.3.1 4.3.2 4.4 4.4.1 4.4.2. 4.5 4.5.1 4.5.2 4.6 4.6.1 4.6.2

Duurzame diervoeders Visie Doelstellingen Duurzame dierlijke productie (vlees, zuivel en eieren) Visie Doelstellingen Meer plantaardige eiwitten Visie Doelstellingen Meer nieuwe eiwitten Visie Doelstellingen Meer productdiversiteit: diversiteit in verwerking voor diversiteit in aanbod Visie Doelstellingen Duurzame eiwitconsumptie Visie Doelstellingen

5

Verder traject, governance en opvolging ................................................................................................................ 18

3 4 6 7 8 10

12 12 12 13 13 13 14 14 14 15 15 15 15 15 16 16 16 17

/////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 2 van 18


1 DE CONTEXT 1.1

INSPELEN OP UITDAGINGEN EN TRENDS

Eiwitten maken een cruciaal deel uit van de menselijke voeding. Ze vormen de bouwstoffen die onmisbaar zijn voor de lichaamsgroei en het volgroeide lichaam. Eiwitten vind je zowel in dierlijke als plantaardige producten terug. Dierlijke eiwitten vind je in vlees, vis, eieren en melkproducten. Bronnen van plantaardig eiwit zijn graanproducten (brood, rijst, deegwaren, enz.), peulvruchten, noten en in mindere mate groenten en aardappelen (Vlaams Instituut Gezond Leven, 2020). Het huidige model van eiwitproductie en –consumptie staat onder druk. Wetenschappers geven aan dat de eiwitvoorziening moet verduurzamen om tegemoet te komen aan uitdagingen op het vlak van voedselzekerheid, milieu-impact en volksgezondheid (WUR, 2019). Door de bevolkings- en welvaartstoename stijgt de wereldwijde vraag naar (dierlijke) eiwitten. De verwachting is dat de wereldwijde vleesconsumptie de komende jaren zal blijven stijgen. Zonder aanpassingen aan het huidige productiemodel is een toenemende dierlijke eiwitproductie wereldwijd onvoldoende duurzaam omwille van de grote klimaat- en milieu-impact en het hoge beslag op schaarser wordende grondstoffen en landgebruik (LARA, 2018). Minder en duurzamere dierlijke en meer plantaardige eiwitproducten eten wordt beschouwd als een belangrijke strategie om de ecologische duurzaamheid van het voedselsysteem te verbeteren (MIRA, 2018). Bovendien is het wenselijk om, in het kader van evenwichtige en gezonde voedingspatronen, te komen tot een reductie in de consumptie van dierlijke eiwitbronnen, met name rood en bewerkt vlees. De voedingsdriehoek roept de Belg op minder vlees te eten en meer te variëren met plantaardige eiwitbronnen, de voorkeur te geven aan weinig of niet bewerkte voeding, en voedselverspilling en overconsumptie te vermijden (Vlaams Instituut Gezond Leven, 2020). Een verschuiving in de productie en consumptie van eiwitten, ook wel eiwittransitie genoemd, wordt door wetenschappers en stakeholders steeds vaker naar voren geschoven als een belangrijk puzzelstuk binnen de bredere eiwitpuzzel (Technopolis Group & Blonk Consultants, 2018). Dit blijkt nu al uit de groeiende populariteit van flexitarisme in Europa, waardoor de vraag naar plantaardige eiwitbronnen zoals peulvruchten, al dan niet als ingrediënt in verwerkte voedselproducten, groeit. Om tegemoet te komen aan de stijgende vraag neemt de import van peulvruchten in de EU toe. Om hier een lokaal antwoord op te bieden, wordt er ook in Vlaanderen ervaring opgedaan met het lokaal telen, verwerken en vermarkten van peulvruchten (bv. soja) en andere eiwitrijke gewassen (bv. quinoa), vaak in ketensamenwerkingsverbanden. Vlaanderen en de EU hebben een historisch tekort aan geconcentreerde eiwitbronnen en vertrouwen voornamelijk op de invoer van eiwitten uit de VS en Latijns-Amerika om hun binnenlandse veeteelt te voeden. Als reactie daarop wil de veevoedersector onder andere meer duurzame soja gebruiken en reststromen valoriseren. Belgian Feed Association (BFA) en het Departement Landbouw en Visserij werken al een decennium samen via actieplannen alternatieve eiwitbronnen. BFA lanceerde in september 2020 een charter waarin 12 duurzaamheidsdoelstellingen opgenomen staan die de veevoedersector wil bereiken tegen 2030.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 3 van 18


Ook de veehouderij staat voor uitdagingen en zet actief in op verduurzaming (in brede zin). Wellicht zal de vleesconsumptie in Vlaanderen en in de Westerse wereld afnemen omwille van bv. gezondheidsaspecten, bewustzijn omtrent klimaat of dierenwelzijn. Het aantal consumenten dat geen dierlijke producten of geen vlees verbruikt, zal toenemen en bij diegenen die dat wel doen, zal het gemiddelde verbruik afnemen ten voordele van (deels) plantaardige en andere alternatieven. Toch passen duurzaam geproduceerde dierlijke producten, inclusief vlees, nog steeds in een gezond, evenwichtig en duurzaam voedingspatroon mits ze met mate genuttigd worden. In Vlaanderen is er dan ook een blijvende en belangrijke rol weggelegd voor de veehouderij, zowel in het kader van voedsel- en bevoorradingszekerheid en -veiligheid, als in functie van circulariteit en productie-efficiëntie. De veehouderij is een economische sector met een grote ecologische impact. De negatieve gevolgen uiten zich onder andere in de vorm van emissies en uitspoelingen. Die hebben een nadelig effect op de lokale en globale omgeving, zoals op de bodem, de waterkwaliteit, de biodiversiteit, de luchtkwaliteit en het klimaat. Positief is dan weer de potentiële bijdrage van de veehouderij aan de vorming en het onderhoud van het Vlaamse landschap, de benutting van niet door de mens verteerbare producten zoals gras en reststromen uit de voedings- en biobrandstoffenindustrie, en de productie van nutriënten in de vorm van mest om de gewassen te voeden en koolstof aan te brengen. Het is, zowel voor het milieu als voor het imago van de veehouderij, van groot belang om deze negatieve impact zoveel mogelijk te beperken en de positieve impact te versterken. De sector doet momenteel al extra inspanningen om te verduurzamen. Het Convenant Enterische Emissies en de duurzaamheidsmonitoring in de diverse subsectoren zijn hier enkele voorbeelden van.

1.2 VERDUURZAMEN EN DIVERSIFIËREN Flanders’ FOOD (2020) maakt een onderscheid tussen het verduurzamen van traditionele dierlijke eiwitten en veevoederproductie enerzijds, en een diversificatie van het eiwitaanbod anderzijds. Diversificatie omvat plantaardige eiwitten, nieuwe dierlijke eiwitten, eiwitten uit nevenstromen en cellulaire eiwitten.

Bron: Flanders’ FOOD, 2020

/////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 4 van 18


De verduurzaming, diversificatie en innovaties aan productiekant leiden tot een duurzamer eiwitaanbod voor de consument. Maar ook de eiwitconsumptie moet duurzamer en meer divers. De consument moet worden overtuigd van, en geïnspireerd tot andere, duurzamere en gezondere eetgewoonten. Door de consument kennis te laten maken met lokale duurzamere en innovatieve eiwitproducten worden opportuniteiten gecreëerd voor de hele agrovoedingsketen. Een voedingspatroon volgens de Vlaamse voedingsdriehoek blijft het streefdoel. We stellen vandaag de dag al vast dat de innovaties in productie gelijklopen en interageren met actuele veranderingen in het voedingspatroon, meer specifiek de dalende vleesconsumptie en de opkomst van het flexitarisme (LARA, 2018). Verduurzaming en diversificatie in onze eiwitproductie en consumptie zijn niets nieuws in Vlaanderen. Maar de laatste jaren zijn de inspanningen in een stroomversnelling gekomen, mee onder impuls van de Vlaamse overheid. In het wetenschappelijk onderzoek in universiteiten, hogescholen en andere onderzoekinstellingen en het meer toegepast onderzoek in de praktijkcentra, worden er grote inspanningen geleverd ter verduurzaming en diversificatie van de eiwitten. Ook bij de bedrijven loopt heel wat onderzoek rond eiwitten. Het Vlaams Agentschap Innoveren en Ondernemen (VLAIO) subsidieert meerdere onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten van bedrijven rond dit ruime thema. Onderzoek gaat in de breedte over het op punt stellen van teelten, ontwikkeling van nieuwe producten, businessmodellen, ketenontwikkeling en consumentenonderzoek (acceptatie & gedrag). Bij de leden van Agrolink Vlaanderen, een landbouwonderzoeksplatform van 16 Vlaamse kennisinstellingen, lopen diverse onderzoeksprojecten. Zo heeft het ILVO een specifiek onderzoeksprogramma rond eiwitdiversificatie ontwikkeld. Alle types eiwit (dierlijk, plantaardig, innovatief) krijgen hierbij de nodige aandacht, zowel voor de productie van diervoeder als voor humane voeding. Ook buiten de klassieke landbouw worden bronnen aangeboord om ‘innovatieve’ eiwitten te winnen. Zo zet Vlaanderen al sterk in op eiwitproductie via aquacultuur, insectenteelt en via recuperatie uit biomassareststromen (circulaire eiwitten). Het Vlaams Aquacultuurplatform stimuleert en faciliteert de ontwikkeling van de Vlaamse aquacultuursector. Het Nationaal Strategisch Aquacultuurplan 2020-2030 focust op duurzame aquacultuur en omvat zowel recirculatiesystemen als nieuwe toepassingen op zee en in de open ruimte onder gecontroleerde omstandigheden. Buiten de productie van vis, wordt ook de ontwikkeling van een eigen schelpdierproductie, kweek van eendenkroos en algenteelt nagestreefd. Om tegemoet te komen aan de groeiende nood aan een duidelijk kader en een gezamenlijk platform met betrekking tot insectenteelt, heeft de Vlaamse overheid in 2015 een strategisch platform insecten opgericht. Dit platform komt op regelmatige basis samen om de kennis over en ervaringen met insectenteelt van onderuit te structureren en te sturen en de knelpunten aan te kaarten. Het strategisch platform insecten is drieledig en bestaat uit een stuurgroep, werkgroep onderzoek en jaarlijkse stakeholdersmeeting. Om het proces van nutriëntenrecuperatie te versnellen werd, met financiële ondersteuning van minister Demir, Nutricycle opgericht, een Vlaams overlegplatform waar de betrokken stakeholders met elkaar overleggen en informatie uitwisselen. Bij nutriëntrecuperatie worden nutriënten uit biomassareststromen onder andere in de vorm van eiwitten gerecupereerd in plaats van verwijderd.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 5 van 18


1.3 ECONOMISCHE EN MAATSCHAPPELIJKE OPPORTUNITEITEN Het aanbod van meer diverse, lokale eiwitbronnen en de bijhorende consumptie, biedt economische opportuniteiten voor Vlaanderen. In 2019 heeft een studieteam van Technopolis B.V. en Blonk Consultants op vraag van het VLAIO hier onderzoek naar gedaan. Uit de studie is gebleken dat er op dit gebied diverse opportuniteiten liggen voor het Vlaamse bedrijfsleven en de Vlaamse kennissector. Onder meer door de vraag naar lokaal geteelde producten, toont de landbouwsector initiatief door nieuwe eiwitgewassen zoals soja te telen. De teelt van eiwitgewassen is echter niet volledig competitief en moet nog verder ontwikkeld worden om deze voor akkerbouwers economisch rendabel te maken. Afzetzekerheid is daarbij essentieel. Vanuit technologisch oogpunt lijkt Vlaanderen iets achter te liggen op buurlanden als het gaat om de ontwikkeling van het produceren van vleesstructuren (organische vezelstructuren vergelijkbaar met die van vlees) en het zogenaamde ‘kweekvlees’. Toch liggen hier volop kansen voor Vlaamse bedrijven: er is een sterke wetenschappelijke basis, en de vlees- en voedingsindustrie is een sterke lokale sector. Vlaanderen heeft daarmee veel technologische knowhow in huis. Specifiek verwerkt vlees biedt goede mogelijkheden om het aandeel plantaardige eiwitten te verhogen zonder in te leveren op kwaliteit, smaak en textuur, waarmee een brede doelgroep van vleeseters en flexitariërs bereikt kan worden. Verder verwacht de Vlaamse consument op het vlak van eiwitten een diverser aanbod dat hij kan inpassen in zijn voedingspatroon , met een verhoogd aandeel aan niet-dierlijke eiwitten dat nutritioneel, sensorisch en ecologisch gebalanceerd en aantrekkelijk is. Het houdt ook in dat voedingsgewoonten onderhevig zullen zijn aan veranderingen. Deze voorwaarde creëert een klimaat waarin producenten en retailers uitgedaagd worden om samen te werken en hoogwaardige producten op de markt te brengen. Vlaanderen heeft de ambitie en mogelijkheden om op Europees vlak te groeien naar een toonaangevende agrovoedingsketen op het vlak van economische ontwikkeling, innovatie en duurzaamheid. Bestaande en nieuwe eiwitteelten en het ontwikkelen van innovatieve eiwitten vormen nieuwe, toekomstgerichte verdienmodellen voor de hele agrovoedingsketen. Duurzamere dierlijke productiemodellen en veevoederketens laten de veehouderij toe te anticiperen op nieuwe en groeiende markten die inspelen op grote maatschappelijke uitdagingen zoals de klimaatverandering, en bieden kansen voor een robuuster inkomen. Naast het economisch potentieel, bieden deze ontwikkelingen ook maatschappelijke opportuniteiten op vlak van ecologische duurzaamheid (milieu en klimaat) en gezondheid. Op het vlak van ecologische duurzaamheid bieden meer lokale, plantaardige en innovatieve eiwitten een kans om onze afhankelijkheid van de import van overzeese eiwitten, te verminderen en zo ook de lokale en globale milieu-impact die hiermee gepaard gaat te verlagen. Ook door verduurzaming van de dierlijke productie en door de trend naar meer plantaardige eiwitten in de consumptie, zal de ecologische impact van de eiwitvoorziening dalen. Daarnaast hebben verschillende eiwitgewassen ook ecologische voordelen voor de bodem, zoals stikstoffixatie en koolstofopbouw.

/////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 6 van 18


Op gezondheidsvlak is het belangrijk te streven naar een geïntegreerde benadering vanuit de voedingsdriehoek. Hierbij zal ook voldoende aandacht moeten gaan naar het sociale luik: streven naar een evenwichtig sociaal verantwoord voedingspatroon voor diverse doelgroepen. Bijkomend aandachtspunt zijn nieuwe aspecten van voedselveiligheid met betrekking tot nieuwe eiwitbronnen. De onderzoekers sluiten het rapport af met volgende beleidsaanbeveling: “Formuleer een brede visie en

lange termijnstrategie op de eiwittransitie voor Vlaanderen doorheen verschillende beleidsdomeinen.”

Daarnaast bevelen de onderzoekers aan de krachten van het bedrijfsleven, onderzoeksinstellingen, overheden en ngo’s te bundelen in een specifiek platform om kennis uit te wisselen, gezamenlijk projecten te starten, financieringsmogelijkheden te benutten en de sector te promoten. Verder was het advies om de keten van teelt en verwerking van eiwitingrediënten (wetenschap, veredelaars, telers, verwerkers) beter te organiseren. Door afzet- en leveringszekerheid te verbeteren, kunnen telers en verwerkers beter inspelen op de kansen van een groeiende markt. Ten slotte concludeert deze studie dat de consument beter voorgelicht moet worden over de kwalitatieve, ecologische en gezondheidsaspecten van producten waarin dierlijke eiwitten zijn vervangen door plantaardige eiwitten. Met steun van VLAIO nam Flanders’ FOOD na dit onderzoek het thema eiwittransitie op in zijn strategisch plan als speerpuntcluster voor de agrovoedingsindustrie. De lange termijn strategie vertaalt zich in de opmaak van een strategische onderzoeks- en innovatieagenda (een onderzoeksroadmap), en gerichte financiering en ondersteuning van innovatieprojecten die een bijdrage kunnen leveren. Die bijdrage kan zich situeren in de primaire productie (verkenning, opzet en opschaling van nieuwe en plantaardige bronnen voor food en feed), als in de verwerking (extractie, textureren en verwerken tot concrete producten) of maatschappelijk (duurzaamheidsaspecten, consumptiepatronen). De korte termijn strategie focust op de ondersteuning van bedrijven en starters bij de uitwerking van concrete ideeën.

2 HET BELEIDSKADER 2.1 INTERNATIONAAL EN EUROPEES BELEIDSKADER In September 2015 werd binnen de Verenigde Naties de Agenda voor Duurzame Ontwikkeling 2030 aangenomen. Deze ambitieuze agenda formuleert 17 doelstellingen en 169 subdoelstellingen (‘sustainable development goals’ of SDG’s) die bottom-up op multilaterale wijze werden vastgelegd en die tegen 2030 gehaald moeten worden. Landbouw en voedsel vormen een belangrijke rode draad in de doelstellingen (Stockholm Resilience Centre, 2016). Om tot een algemene duurzame ontwikkeling te komen, is het van groot belang om wereldwijd duurzame voedselsystemen op poten te zetten (World Economic Forum, 2018). Het ontwikkelen van een eiwitstrategie levert een bijdrage aan 8 SDG’s:

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 7 van 18


Ook in Europa staan de uitdagingen op het vlak van landbouw en voeding nadrukkelijk op de beleidsagenda. In haar Food 2030-onderzoeksbeleidskader, plaatst de Europese Commissie de uitdagingen onder vier prioritaire thema’s: - duurzame en gezonde voedingspatronen - klimaatvriendelijke en ecologisch duurzame voedselsystemen - circulaire en grondstoffenefficiënte voedselsystemen - innovatieve en inclusieve voedseleconomie Elementen van de eiwitstrategie komen aan bod in de vier thema’s en maken ook deel uit van de onderzoeksagenda opgemaakt in het Vlaamse Fit4Food2030 policy lab. In samenwerking met kennisactoren en stakeholders hebben het Departement Economie, Wetenschap en Innovatie en het Departement Landbouw en Visserij in dit project richting en prioriteiten uitgezet voor een onderzoeksbeleid om het Vlaamse voedselsysteem futureproof te makengelanceer. Europa wil zijn eiwitvoorziening duurzamer invullen en de importafhankelijkheid reduceren. Daartoe heeft de Europese commissie twee belangrijke kapstokken: het nieuwe gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB, 2021-2027) i en de Farm to Fork-strategie, die een belangrijk onderdeel uitmaakt van de nieuwe Europese Green Deal. Met de mededeling “Future of Food and Farming” bracht de Europese Commissie eind 2017 een dialoog op gang voor een nieuw gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) voor de periode 2021-2027. Dat beleid moet de landbouw ondersteunen en zijn bijdrage aan de aanpak van de actuele uitdagingen verzekeren. De sector moet ook tegemoetkomen aan bezorgdheden vanuit de samenleving. Momenteel wordt gewerkt aan een Vlaams GLB Strategisch Plan. Het nieuwe GLB kan via maatregelen onder verschillende krachtlijnen de Vlaamse eiwitstrategie ondersteunen. Ook in het huidige GLB zijn er instrumenten die eiwitacties kunnen ondersteunen, zoals de Vlaamse premie voor de teelt van vlinderbloemige gewassenn. In het voorjaar van 2020 lanceerde de Europese Commissie een ambitieuze ‘Farm to Fork strategie’, voor een eerlijk, gezond en milieuvriendelijk voedselsysteem. De strategie bevat doelstellingen en formuleert concrete acties rond een meer duurzame productie, consumptie, verwerking en distributie van voedsel. De Europese Commissie ziet in deze brede aanpak ook een antwoord op Covid-19. De ‘Farm to Fork strategy’ vormt een tandem met de ‘Biodiversiteitsstrategie’, die ook deel uitmaakt van de Europese Green Deal. Het nieuwe Europese landbouwbeleid zet mee in op de doelstellingen van de ‘Farm to Fork strategy’ en de ‘Biodiversiteitsstrategie’. Mede ter ondersteuning van de uitvoering van de Green Deal en de Farm to Fork strategy, wordt in het nieuwe Europese Kaderprogramma voor onderzoek en innovatie Horizon Europe stevig de nadruk gelegd op de transformatie van ons voedingssysteem. Met de ontwikkeling van de voorliggende strategie sluit Vlaanderen zich aan bij de koplopers in Europa en de Europese beleidsdoelstellingen op het vlak van innovatie en duurzaamheid inzake eiwitvoorziening.

2.2 VLAAMS BELEIDSKADER In de beleidsnota Landbouw en Visserij geeft minister Crevits de ambitie aan om, vanuit het landbouwbeleid, een eiwitbeleid te ontwikkelen dat zich richt op een brede en duurzame invulling van de eiwitbehoefte in Vlaanderen, zowel voor voeding als voor voeder, in het kader van gezonde en

/////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 8 van 18


kwalitatieve voeding en voeder. Wat de consument betreft, wordt onder andere ingezet op een meer evenwichtige eiwitconsumptie. Het investeringsbeleid biedt mogelijkheden om ketenvernieuwing en keteninnovatie te ondersteunen. ILVO neemt een proactieve rol op wat betreft landbouwonderzoek op het vlak van eiwitdiversificatie. Ook in de beleidsnota Economie, Wetenschap en Innovatie wil minister Crevits inzetten op de uitdagingen in de Vlaamse primaire sector. Technologische ontwikkelingen, innovaties, schaalverandering, het verankeren van het landbouw‐ en visserijbeleid in een geïntegreerd voedselbeleid, en de omslag naar een circulaire economie zullen bijdragen om de nodige structurele transformatie tot stand te brengen. In het kader van een transversaal innovatiebeleid wordt een geïntegreerd voedselbeleid ondersteund door een brede en gedragen Vlaamse onderzoeksagenda, die ook afgestemd wordt op de Europese onderzoeksagenda (Food 2030, Horizon Europe, …). In de beleidsnota Omgeving stelt minister Demir als doel een duurzaam en gezond voedselsysteem voorop, waarbij de voedselketen circulair bekeken wordt. Vanuit haar bevoegdheden omgeving, klimaat en energie ondersteunt ze de uitbouw van een circulair voedselbeleid en legt ze een aantal accenten. Zo wil ze de Vlaamse consument stimuleren duurzame keuzes te maken die rekening houden met de ecologische voetafdruk. Het inzetten van gedragsinzichten, nudging en onderwijs maken hier deel van uit. In de beleidsnota Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en Armoedebestrijding wil minister Beke verder inzetten op ‘health and well being in all policies’. In het kader van dit preventief welzijns- en gezondheidsbeleid worden synergiën aangegaan met andere beleidsdomeinen binnen de Vlaamse overheid. De gezondheidsdoelstelling ‘De Vlaming leeft gezonder in 2025’ krijgt in dit kader prioritaire aandacht. Door de gezonde keuze de eenvoudigste te maken en het duurzaam voedselgebruik te stimuleren, wil minister Beke op een slimme manier werken aan duurzame gezondheids- en welzijnswinst. Hij richt zich op alle burgers, met extra aandacht voor kwetsbare doelgroepen. Visie 2050, de langetermijnvisie voor Vlaanderen, formuleert een ambitie voor een toekomstbestendige en duurzame agrovoedingsketen. Om die te bereiken moet het voedselsysteem op zoek gaan naar geïntegreerde oplossingen, innovatieve waardenketens en systeeminnovaties. De Vlaamse regering heeft zich tot doel gesteld om een sterk en geïntegreerd Vlaams voedselbeleid te ontwikkelen. Op Wereldvoedseldag 2020 heeft minister Crevits iedereen opgeroepen om mee te werken aan een Vlaamse voedselstrategie. Deze wordt opgehangen aan vier strategische doelstellingen: 1. 2. 3. 4.

Voluit voor een veerkrachtige voedseleconomie Voedsel verbindt boer en burger Circulair en duurzaam ondernemen voor de toekomst Gezonde en duurzame voeding voor iedereen

Het uitwerken van een eiwitstrategie van veld tot bord is één van de beleidsdomeinoverschrijdende werven in de voedselstrategie.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 9 van 18


De eiwitstrategie draagt bij aan de doelstellingen van het klimaatbeleid. In het Vlaams Energie- en Klimaatplan 2021-2030 worden de strategische doelstellingen van deze eiwitstrategie expliciet vermeld en zijn acties opgenomen om de klimaatimpact van voedselproductie- en consumptie te verminderen. Met deze strategie willen we ook bijdragen aan een circulair voedselsysteem. In een circulair model gebruiken landbouwers en voedselproducenten in de eerste plaats grondstoffen en reststromen uit elkaars ketens. De verliezen uit het voedselsysteem worden zo steeds beperkter door efficiënter om te springen met grondstoffen, nutriëntenverliezen te beperken en biomassa(rest)stromen optimaal te valoriseren. Het actieplan Voedselverlies en Biomassareststromen Circulair 2021-2025 streeft een hoogwaardige valorisatie van biomassareststromen na, waarbij men onder meer denkt aan eiwittoepassingen (bv. bioconversie via insecten). Ook in het recent gelanceerde beleidsplan Bio-economie wordt de link gelegd naar een duurzaam voedselsysteem en de eiwitstrategie.

2.3 EIWITSTRATEGIE EN DE RELANCE De coronacrisis weegt op de agrovoedingssector, maar die heeft ook haar veerkracht getoond. Met het relanceplan wil de Vlaamse Regering de Vlaamse welvaart en het welzijn van de Vlamingen helpen versterken na corona. De economische relance moet tegelijk maximaal bijdragen aan het koolstofarmer maken van onze economie en samenleving. Het plan werd bekendgemaakt tijdens de Septemberverklaring 2020 van minister-president Jan Jambon. Het plan bevat zeven ambities of speerpunten. Onder ‘verduurzamen van de economie’ wil de Vlaamse Regering de investeringen in innovatie verder optrekken voor onder meer de landbouw en de brede voedseleconomie. Versneld en versterkt inzetten op een toekomstgerichte en gedragen eiwitstrategie is een concrete manier waarop de Vlaamse Regering hieraan wil bijdragen.

/////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 10 van 18


3 VISIE Vanuit een brede groep aan partners uit de agrovoedingsketen, kennisinstellingen, de Vlaamse overheid en andere stakeholders willen we tegen 2030 een meer duurzame, diverse en toekomstgerichte eiwitvoorziening realiseren. Daarnaast moet deze strategie bijdragen aan een grotere zelfvoorziening (op Europees niveau) in eiwitten. De strategie omvat de gehele keten van productie tot en met consumptie. Dit initiatief past binnen een landbouw-, gezondheids-, klimaat-, milieu-, grondstoffen- en breder voedselbeleid en moet leiden tot duidelijke winsten op het vlak van economie, ondernemerschap en innovatie, milieu & klimaat, en gezondheid. De strategie is onderdeel van het relance-antwoord van de Vlaamse Regering op de covid-19-crisis, en draagt zowel bij aan het economische herstel als aan de ontwikkeling van nieuwe economische opportuniteiten voor alle schakels in de agrovoedingsketen. We schuiven 6 strategische thema’s en doelstellingen naar voren in deze strategie. 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Duurzaam diervoeder: verder verduurzamen van eiwitbronnen voor diervoeder Duurzame dierlijke productie: verder verduurzamen van de dierlijke productie Meer plantaardige eiwitten: hogere productie van plantaardige eiwitten Meer nieuwe eiwitten: ontwikkelen van innovatieve eiwitbronnen Meer productdiversiteit: diversiteit in verwerking voor diversiteit in aanbod Duurzame eiwitconsumptie: evenwichtig, gezond, divers, milieuverantwoord en lokaal

Een integrale aanpak staat voorop. Alle types van eiwit(product)ten (dierlijk & plantaardig, innovatieve & klassieke) krijgen de nodige aandacht binnen deze strategie, gezien het belang van eiwitdiversificatie om de doelstellingen te halen. Bovendien omvat de strategie ook de gehele keten na productie. Het is immers noodzakelijk om in te zetten op de ontwikkeling van rendabele ketens. Dit is ook nodig om te komen tot verdienmodellen voor elke schakel in de keten. De strategie kan pas slagen als we ons ook richten op de uitdagingen en opportuniteiten van de eiwitconsumptie. Hierbij staat systeeminnovatie centraal en heeft iedere actor zijn rol te spelen. De hefbomen om hiertoe te komen zijn beleid, onderzoek en innovatie, sensibilisering en mobilisering. Elk van de partners zal inzetten op één of meerdere van deze hefbomen om het brede doelpubliek in de hele de agrovoedingsketen te bereiken. De horizon voor deze visie is 2030. Voorliggende strategie zet de lijnen uit voor de komende jaren en wordt in 2025 geëvalueerd en indien nodig bijgestuurd.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 11 van 18


4 STRATEGIE: ZES STRATEGISCHE THEMA’S De strategie geeft aan hoe we bovenstaande visie willen realiseren. Per strategisch thema lichten we de visie en doelstellingen toe. De doelstellingen zullen in een verdere fase gespecifieerd en gekwantificeerd worden.

4.1 DUURZAME DIERVOEDERS 4.1.1 Visie We willen komen tot een verdere verduurzaming van de veevoederstromen. Met de duurzaamheidsinspanningen van de laatste 10 jaar is al een mooi resultaat bereikt, maar we willen nog verder verduurzamen. Hierbij bouwen we verder op drie basiselementen: 1. de diervoederstromen stapsgewijs meer maatschappelijk verantwoord maken 2. de bestaande eiwitbronnen van dierlijke of plantaardige oorsprong, waaronder diermeel, maximaal valoriseren en promoten 3. de afhankelijkheid van eiwitbronnen van buiten de EU verminderen en de voedselzekerheid met betrekking tot EU-eiwitbronnen bijsturen De Europese en in het bijzonder de Vlaamse landbouwer, spelen een belangrijke rol als producent van plantaardige eiwitten (zie ook doelstelling “Meer plantaardige eiwitten”) om te komen tot een grotere zelfvoorzieningsgraad in eiwitrijke diervoeders ter vervanging van voornamelijk ingevoerde soja. Op het landbouwbedrijf zelf moeten die mogelijkheden verder onderzocht worden voor de productie van eigen eiwitrijk diervoeder (veldbonen, erwten, soja, klaverrijke graslanden en mengteelten, ...). Deze voedergewassen dragen potentieel ook bij aan de circulaire economie (bv. door geen/minder kunstmestgebruik bij vlinderbloemigen), een gezonde bodem (bv. door meer teeltrotatie/gewasdiversificatie) en aan duurzamere verdienmodellen (bv. door meer diversificatie en minder afhankelijkheid van externe inputs).

4.1.2 Doelstellingen We hernemen 4 relevante doelstellingen uit het charter dat recent door BFA en Vlaams minister van Landbouw Hilde Crevits ondertekend werd. In dat charter streven ze samen naar minder invoer van soja uit niet-EU landen en een meer divers gebruik van alternatieve eiwitbronnen. Een vijfde doelstelling, buiten de mengvoedersector en het charter, illustreert ook het belang van de lokale teelt van eiwitten. 1.

Duurzame soja: Tegen 2030 voldoet alle soja die door de Belgische diervoederfabrikanten wordt gebruikt (60 % in 2022 en 75 % in 2025) aan de FEFAC Soy Sourcing Guidelines en de FEFAC Deforestation Free criteria. 2. Circulaire veevoeders: Tegen 2030 komt 50 % van de gebruikte grondstoffen in de Belgische diervoederindustrie uit nevenstromen van de levensmiddelen- en brandstofindustrie. 3. Ecologische voetafdruk verkleinen: Tegen 2022 biedt BFA al haar leden opleidingen aan met betrekking tot het uitvoeren van levenscyclusanalyses (LCA). Zo kunnen ze de impact van hun grondstoffen in kaart brengen en hun aanpak voor een kleinere ecologische voetafdruk verbeteren.

/////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 12 van 18


4. Minder stikstof (N) en fosfor (P2O5) uitstoten: Jaarlijks produceren de BFA-leden minstens 3 miljoen ton varkens-en pluimveevoeder in lijn met het laagnutriëntenconvenant (overeenkomst met Vlaamse overheid). 5. Meer lokale productie van duurzame eiwitrijke diervoeders op Vlaamse bodem die ook een belangrijke ecologische rol spelen met betrekking tot bodemgebruik (zie ook doelstelling “Meer plantaardige eiwitten”)

4.2 DUURZAME DIERLIJKE PRODUCTIE (VLEES, ZUIVEL EN EIEREN) 4.2.1 Visie De eiwitstrategie biedt opportuniteiten voor de Vlaamse veehouderij. Zo kan ook de veehouderij inspelen op de vraag naar meer lokale en diverse eiwitten, zowel voor voeder (grondstof) als voor humane voeding (eindproduct). Door in te zetten op de lokale (lees: Europese) markt, met een gedifferentieerd product of productieproces, kunnen veehouders nog meer inspelen op deze vraag. Deze differentiatie kan zowel op het vlak van product (bv. extra kwaliteit, nieuw product, …), proces (bv. bio, extensief…) als vermarkting (bv. korte keten, label, …). Door een betere samenwerking met de andere schakels in de keten, moeten veehouders hier ook een faire prijs of winstmarge voor kunnen krijgen. Deze ambitie op eiwitvlak past binnen de bredere ambitie om de Vlaamse veehouderijsector en de dierlijke productie (vlees, zuivel en eieren) in het algemeen verder te verduurzamen op ecologisch, economisch en sociaal vlak. Hierbij is de doelstelling enerzijds het verduurzamen van de intensieve veehouderij en de dierlijke productie in het algemeen, en anderzijds het onderzoeken en ondersteunen van verdienmodellen die toewerken naar een eerlijk inkomen voor de landbouwer en de lokale en mondiale ecologische draagkracht respecteren. Bijvoorbeeld door lokale dierlijke eiwitten met een verhaal een plaats te geven binnen het diverse aanbod van eiwitten, kunnen deze ook een volwaardig verdienmodel en valabel alternatief voor schaalvergroting vormen.

4.2.2 Doelstellingen We zetten in op een verdere verduurzaming van de dierlijke eiwitproductie in brede zin, en de uitbreiding van duurzaamheidsmonitors naar andere sectoren en bijkomende thema’s. We formuleren antwoorden op ecologische uitdagingen en zetten daarom onder meer in op een reductie van de ecologische impact van de veehouderij, zoals emissies en uitspoelingen. Hiermee leveren we een bijdrage aan de beleidsdoelstellingen met betrekking tot klimaat, milieu, biodiversiteit en water. Daarnaast versterken we de positieve effecten van de veehouderij op milieu en maatschappij door het stimuleren van nieuwe, duurzame verdienmodellen en/of afzetmarkten voor lokale dierlijke eiwitten of eiwitproducten. Deze verdienmodellen kunnen nieuw zijn op het vlak van product (bv. hybride vlees, lokaal of duurzaam veevoeder, meer begrazing…), productiewijze (bv. biologisch, extensief, …), leveren van ecosysteemdiensten (bv. energieproductie, landschapsonderhoud, …) en/of vermarkting (duurzaamheidslabel, korte keten, …).

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 13 van 18


We werken toe naar een grotere winstmarge voor de veehouder door meer en betere samenwerking in de keten. Lokale dierlijke eiwitten met een verhaal vormen een volwaardig verdienmodel en valabel alternatief voor schaalvergroting.

4.3 MEER PLANTAARDIGE EIWITTEN 4.3.1 Visie Sterker inzetten op plantaardige eiwitten is een onmisbare schakel in het verduurzamen van zowel het veevoeder (zie Duurzame diervoeders) als het voedingspatroon (zie Duurzame consumptie). We willen de beschikbaarheid van lokale (lees Europese) duurzaam geproduceerde plantaardige eiwitten voor veevoeder verhogen om de importafhankelijkheid ten opzichte van niet-Europese landen te verminderen. Hierbij speelt de landbouwer een cruciale rol (zie ook hoger). Bovendien biedt de toenemende vraag naar plantaardige eiwitten voor humane consumptie ook nieuwe opportuniteiten voor landbouwers om meer eiwitrijke gewassen te produceren. Dit zijn veel kleinere volumes dan deze voor de productie van veevoeder, maar wel teelten met een groter saldo. Eveneens wordt hiermee de lage zelfvoorziening verhoogd. De teelt van eiwithoudende gewassen kan bovendien een bijdrage leveren aan het milieu, aangezien leguminosen bijdragen tot een duurzaam bodembeheer. Door de stikstofbinding wordt de natuurlijke stikstofkringloop ingezet. Daardoor is er minder nood aan energie-intensieve stikstofmeststoffen. Leguminosen zorgen ook voor een hoger koolstofgehalte in de bodem. Hiervoor is een goede begeleiding van landbouwers noodzakelijk. De ontwikkeling van rendabele ketens is noodzakelijk om tot een verdienmodel voor elke schakel in de keten te komen. Dit houdt onder meer in dat landbouwers zich zullen moeten organiseren om voldoende volume plantaardige eiwitten aan de verwerkers aan te bieden. Anderzijds moeten er voldoende initiatieven genomen worden voor een gegarandeerde afzet in de markt. Hierbij speelt promotie, samenwerking tussen ketenschakels en matchmaking van vraag en aanbod een belangrijke rol. Ook kunnen nieuwe circulaire waardeketens in de biogebaseerde economie ontwikkeld worden om tot volledige valorisatie van het organisch materiaal te komen.

4.3.2 Doelstellingen We willen het areaal ten behoeve van plantaardige eiwitten (zowel eiwithoudende gewassen als oliehoudende gewassen met als bijproduct plantaardige eiwitten) vergroten. We streven ernaar om tegen 2030 een Vlaams areaal significant te laten toenemen (nu 27.000 ha). Via onderzoek, advies en beleid willen we de teelt van eiwitgewassen in Vlaanderen stimuleren. We zetten sterk in op de ontwikkeling van nieuwe ketens, om zo afzetzekerheid te bieden. We streven naar circulaire waardeketens met volledige valorisatie van het organisch materiaal en leveren zo een bijdrage aan de verdere ontwikkeling van de bio-economie.

/////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 14 van 18


4.4 MEER NIEUWE EIWITTEN 4.4.1 Visie We willen ook nieuwe eiwitbronnen in onze voeding, veevoeding en biogebaseerde economie integreren. Naast de klassieke dierlijke en plantaardige eiwitbronnen zijn er namelijk heel wat interessante opportuniteiten te vinden in de kweek van dierlijke en microbiële cellen, algen, eendenkroos en schimmels. Deze zijn niet grondgebonden, en kunnen efficiënt een heel arsenaal aan koolstof- en stikstofbronnen omzetten tot hoogwaardig eiwit, inclusief CO2 en N2 uit de lucht. Daarnaast kijken we ook naar de consumptie van ‘lagere’ diersoorten zoals insecten en weekdieren, die op het gebied van duurzaamheid potentieel beter scoren. Eiwitten kunnen, mits de nodige verwerkingsstappen, ook gewonnen worden uit biomassareststromen uit de agrovoedingsketen (zoals bv. niet-consumeerbare voedselreststromen) of andere ketens (bv. resten uit natuurbeheer). Voor de productie van deze nieuwe eiwitbronnen zijn er echter nog heel wat onbekenden en uitdagingen op het gebied van kweek, opschaling en efficiëntie, voedselveiligheid en wetgeving. Onderzoek en beleidsafstemming speelt hierbij een cruciale rol. Anderzijds bieden ze ook veel potentieel in de verduurzaming van de dierlijke productie, doordat zij een goed circulair alternatief bieden voor plantaardige veevoeders. Hierbij is de ontwikkeling van rendabele ketens noodzakelijk om tot verdienmodellen voor elke schakel in de keten te komen (zie ook 4.3). Sommige van deze eiwitbronnen bevatten nog andere waardevolle te valoriseren stoffen dan eiwitten, zoals oliën, geur- en smaakstoffen, antioxidanten en andere bioactieve componenten. Bij de productie kunnen eventueel ook interessante nevenstromen vrij komen. Door die bijkomende meerwaarde in biogebaseerde waardeketens te valoriseren, zullen verdienmodellen rond nieuwe eiwitten sneller rendabel zijn.

4.4.2. Doelstellingen Vlaanderen wordt enerzijds een hotspot op het gebied van kennis, productie en verwerking van nieuwe eiwitbronnen (bv. insecten en algen) en van nieuwe toepassingen van bestaande eiwitbronnen (bv. via fermentatie) anderzijds. We streven een integrale valorisatie van de eiwitbronnen na: die bevatten immers vaak nog andere waardevolle stoffen voor de circulaire en bio‐economie.

4.5 MEER PRODUCTDIVERSITEIT: DIVERSITEIT IN VERWERKING VOOR DIVERSITEIT IN AANBOD 4.5.1 Visie Een eiwitbron is niet altijd een direct consumeerbaar product. Hiervoor zijn nog verschillende verwerkingsstappen noodzakelijk, waarbij er ook oog moet zijn voor de nutritionele, functionele, smaaken textuurgerelateerde en ook voedselveiligheid- en milieugerelateerde aspecten.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 15 van 18


Enerzijds zijn er de minimaal verwerkte producten, die op vrij directe wijze de bron gaan integreren in een smakelijk product. Zij hebben een vergelijkbare eiwitaanbreng als producten op basis van dierlijke producten, ook al kan het qua vorm, smaak en/of textuur een totaal ander product zijn. Anderzijds zijn er de ‘analogen’, waarbij de eiwitten in pure vorm geëxtraheerd worden uit de bron, en als ingrediënt verder verwerkt kunnen worden in vlees- of zuivelalternatieven of hybride producten. Beide zijn belangrijk om te komen tot een divers aanbod aan alternatieven en hybride producten in de winkelrekken, en zo in te spelen op de wensen van verschillende segmenten van consumenten. De voorkeur gaat uit naar weinig bewerkte producten, die meestal ook duurzamer en gezonder zijn doordat er minder (hoogtechnologische) bewerkingen en toevoegingen nodig zijn. Dit mag echter niet beletten dat ook sterker (hoogtechnologisch) verwerkte producten een plaats krijgen in het aanbod. Mits een extra toets vooraf, kunnen mogelijke gezondheidsrisico’s, zoals de aanwezigheid van allergenen of een nutritioneel ongunstig profiel, of andere ongewenste effecten, vermeden of beperkt worden. Bij de bewerking van de eiwitbron ontstaan reststromen met nog een waardevolle inhoud. Vanuit het streven naar nieuwe circulaire waardeketens met volledige valorisatie van het organisch materiaal kunnen we met deze stromen nieuwe biogebaseerde waardeketens uitbouwen.

4.5.2 Doelstellingen We willen een breed aanbod aan smakelijke, veilige en nutritioneel hoogwaardige eiwitrijke producten in de winkelrekken, dat de consument voldoende keuze biedt tussen dierlijke en niet-dierlijke bronnen.

4.6 DUURZAME EIWITCONSUMPTIE 4.6.1 Visie We streven naar een gevarieerd en evenwichtig voedingspatroon. Dit voedingspatroon houdt rekening met de gezondheidsaanbevelingen en heeft een aanvaardbare ecologische voetafdruk. Een gevarieerd en evenwichtig voedingspatroon steunt volgens de voedingsdriehoek op drie uitgangspunten die onderbouwd zijn door wetenschappelijke literatuur: - eet in verhouding meer plantaardige dan dierlijke voeding; - geef de voorkeur aan weinig of niet bewerkte voeding - verspil geen voeding en matig uw consumptie. Ook op het vlak van eiwitten staat de holistische aanpak die gevolgd wordt om voedingsaanbevelingen te formuleren voorop. Daarom is het noodzakelijk de eiwitconsumptie te plaatsen binnen een breder voedingsverhaal. De consumptie van plantaardige en alternatieve eiwitproducten, die meteen ook een goede eiwitbron zijn, hebben meer gezondheidsvoordelen dan enkel de aanvoer van eiwitten. Dierlijke eiwitbronnen hebben een plaats in een gevarieerd en milieuverantwoord voedingspatroon. Ze zijn een bron van hoogkwalitatieve eiwitten en andere nutriënten en vertegenwoordigen een cruciale schakel in een duurzaam en circulair voedingssysteem.

/////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 16 van 18


Binnen de eiwitstrategie streven we een duurzame eiwitconsumptie na volgens de 5P’s van de SDG’s (planet, people, prosperity, partnership & peace). Dit houdt volgende pistes in: - het vermijden van overconsumptie of verspilling van eiwitten. De eiwitconsumptie bij onze bevolking is over het algemeen te hoog; - we streven in het voedingspatroon een verschuiving in de verhouding dierlijke en plantaardige producten/eiwitten na richting meer plantaardig. De actuele verhouding is zowel op het vlak van gezondheid als op milieuvlak niet optimaal; - we promoten diversificatie in eiwitconsumptie in lijn met de diversificatie in het aanbod. Alle eiwitbronnen hebben hierin hun plaats. De voorkeur gaat uit naar weinig of niet bewerkte producten. Maar ook sterker verwerkte of hoogtechnologische producten maken hier deel van uit. Hierbij is het belangrijk om aandacht te besteden aan de invloed van bewerkingswijze en -graad op de nutritionele waarde van eiwitbronnen; - we geven steevast de voorkeur aan lokale eiwitbronnen om een evenwichtig voedingspatroon in te vullen, dit vanuit het oogpunt van economische duurzaamheid. We houden rekening met de specifieke eiwit- en voedingsbehoeften van bepaalde doelgroepen zoals kinderen en ouderen. Het streven naar een duurzame eiwitconsumptie houdt een gedragsverandering in. Voedselconsumptie, of voedingsgedrag, is een complex thema dat door een veelheid aan actoren en factoren wordt beïnvloed. De consument neemt hierbij uiteraard een centrale rol op als actor. Naast consumenten spelen andere actoren uit het voedselsysteem een belangrijke rol in het voedselgedrag. Voedselgedrag veranderen vergt daarom een collectieve inzet. Duidelijke informatie en herkenbaarheid zijn belangrijke voorwaarden om de consument in staat te stellen bewuste keuzes te maken. Er moet ook geïnvesteerd worden in gedragsonderzoek en onderzoek naar gezonde en duurzame voedselomgevingen. De betere voedingskeuzes moeten de meest voor de hand liggende keuze zijn. Dit alles vraagt om een sterke en vooral een eensgezinde communicatiestrategie die eveneens de voortgang van de andere strategische doelstellingen versterkt.

4.6.2 Doelstellingen De Vlaamse gezondheidsdoelstelling uit het strategische plan ‘De Vlaming leeft gezonder in 2025’ beoogt op het vlak van voeding dat de Vlaming zich een gezonder en duurzaam eetpatroon eigen maakt. De eiwitstrategie heeft een plaats in het formuleren van voedingsaanbevelingen en het bredere voedingsverhaal. We formuleren doelstellingen voor een gezonde, diverse, milieuverantwoorde en lokale eiwitconsumptie. Dit gebeurt in het kader van de lopende onderbouwing van de voedingsdriehoek voor de milieuaspecten. We vertalen de doelstellingen in praktische adviezen en handelingsperspectieven voor de consument, rekening houdend met de specifieke behoeften van bepaalde doelgroepen. Door middel van gezondheidseducatie worden de verschillende settings (burger, gezin, vrije tijd, scholen, werk, zorg en welzijn, lokale besturen) geïnformeerd.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 17 van 18


In het kader van het charter lokale voeding van VLAM werkt de agrovoedingsketen samen om lokale voeding te promoten, ook op het vlak van eiwitbronnen.

5 VERDER TRAJECT, GOVERNANCE EN OPVOLGING De strategie geeft de gezamenlijke visie en ambitie weer van de partners. De implementatie van deze strategie in concrete acties, gebeurt stapsgewijs in 2021 volgens een afgesproken tijdslijn. Februari

Lancering strategie

Maart - April

Opmaak actieprogramma, verder verfijning doelstellingen

Mei - Juni

Afspraken opvolging acties en monitoring doelstellingen

Najaar

Start uitrol en opvolging actieprogramma

Volgende governance wordt voorzien: -

Stuurgroep onder voorzitterschap van Departement Landbouw en Visserij Afstemming met bredere Vlaamse overheid via het Netwerk Voedselbeleid Afstemming met bredere onderzoekwereld via Platform voor Landbouw en Voedingsonderzoek en Agrolink Vlaanderen Afstemming met eiwittransitieplatform van Flanders’ FOOD Stakeholdersdialoog in samenwerking met partners (jaarlijks, vanaf 2022) Werkgroepen op actie of thema-niveau worden ingericht waar nodig

Volgende opvolging wordt voorzien: - Publieke voortgangsrapportage actieprogramma (vanaf 2022) - Monitoring doelstellingen strategie (vanaf 2022, frequentie afhankelijk van beschikbare databronnen)

/////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 18 van 18


Hilde Crevits Viceminister-president van de Vlaamse Regering en Vlaams minister van Economie, Innovatie, Werk, Sociale economie en Landbouw (initiatiefnemer)

AGENTSCHAP INNOVEREN & ONDERNEMEN

AGENTSCHAP ZORG & GEZONDHEID

DEPARTEMENT ECONOMIE WETENSCHAP & INNOVATIE

DEPARTEMENT OMGEVING


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Vlaamse_eiwitstrategie_2021_2030.pdf by Vlaanderen-be - Issuu