Ruilverkavelingsproject Vissenaken Uitvoering monitoringprogramma
Poelen jaar –1 (2003 - 2004)
Vlaamse Landmaatschappij Vlaams-Brabant, 2005 M. Boyen, D. Devolder, E. Dupae & H. Stulens
1. Inleiding De ruilverkaveling Vissenaken werd nuttig verklaard op 9 februari 1999 (B.S. 02-04-1999). Conform de ministeriële richtlijn van 14 maart 2000 betreffende de implementatie van de methodiek voor het optimaliseren en meetbaar maken van de ecologische inbreng in de ruilverkaveling, in toepassing van de studie van het Instituut voor Natuurbehoud en van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, moet het monitoringsprogramma voor dit project opgemaakt en goedgekeurd worden voor de werken in uitvoering gaan op het terrein. Monitoring is het herhaaldelijk, gestandaardiseerd verzamelen van gegevens met als doel de overeenkomst met of de mate van afwijking van vooropgezette normen vast te stellen. Met het oog op standaardisatie en statistische verwerking dient het verzamelen van de gegevens zo objectief mogelijk te verlopen. Het monitoringprogramma heeft als doel de effectiviteit na te gaan van de maatregelen die in de ruilverkaveling worden uitgevoerd voor het behoud of een verhoging van de actuele en potentiële natuurwaarden. Het beoogt een afwegingskader te creëren waaraan kan worden getoetst of de vooropgestelde natuurdoelstellingen bij een ruilverkaveling ook effectief worden gehaald. Hiermee kan onderzocht worden of een bijstelling van het gevoerde beheer zich opdringt. Het monitoringprogramma start net voor de aanvang van de werken. Gezien de ontwikkelingstijd die nodig is, zal men doorgaans pas geruime tijd na de beëindiging van de ruilverkaveling kunnen oordelen of de natuurdoelstellingen van de ruilverkaveling ook werkelijk gehaald werden. Het monitoringprogramma gaat door zolang als nodig voor een effectieve beoordeling. Het voorliggend rapport geeft de uitgangssituatie weer voor de module “ poelen”.
4/25
2. Methode Uitwerking modules jaar -1 = uitgangssituatie, vlak voor de uitvoering van de inrichtingsmaatregelen op het terrein jaar 0 = uitvoering van de inrichtingsmaatregelen jaar 1 = 1e jaar na uitvoering van de inrichtingsmaatregelen jaar 2 = 2° jaar na uitvoering van de inrichtingsmaatregelen
2.1 Module Poelen Monitoringprogramma RVK Vissenaken Doelgemeenschap: Poelen Beoogd doel in plansituatie: Behoud en aanleg van amfibiepoelen in de valleigebieden Geplande inrichtings- en beheersmaatregelen: • aanleg van nieuwe poelen A. Beschrijving uitgevoerde inrichtingsmaatregelen in relatie tot geplande maatregelen: jaar 0 + resultaat: jaar 1 B. Raadplegen logboek uitgevoerd beheer: jaar: -1 - 0 - 1 - 2 - 3 - 4 - 5 - 6 - 7 - 8 - 9 – 10 Monitoringgebied / stratificatie: poelen Parameters Monitoringfrequentie Apparatuur Aantal meetpunten + ligging Bemonsteringsfrequentie Expertise Tijdstip Werkbelasting Methode 1. Permanent waterhoudend karakter Monitoringfrequentie: Apparatuur: jaar –1- 0 -1 – 2 – 3 - 4 – 5 – 6 – 7 – 8 - 9 – waadpak, meter Parameters: 10 (bestaande poelen) Water in de poel jaar –1- 0 -1 – 2 – 3 - 4 – 5 – 6 – 7 – 8 - 9 – Werkbelasting: 10 (nieuwe poel) jaar -1, 2, 5, 10: 1 MD Aantal meetpunten: jaar -1: 7 Bemonsteringsfrequentie: jaar 1, 2, 5, 10: 20 1x per aangeduid jaar
5/25
Resultaat per meetpunt
• • •
datum maximale waterdiepte geschatte oppervlakte van het watervlak
Ligging: zie ruilverkavelingsplan en nog nader te bepalen
Tijdstip: eind augustus-begin september Methode: waterdiepte meten en oppervlakte watervlak schatten
6/25
2. Herpetofauna Parameters: Samenstelling + voortplanting Aantal meetpunten: jaar -1: 7 jaar 2, 5, 10: 20 Ligging: zie ruilverkavelingsplan en nog nader te bepalen
Monitoringfrequentie: jaar –1 - 0 - 1 - 2 - 3 - 4 - 5 - 6 - 7 - 8 - 9 – 10 (bestaande poelen) jaar –1 - 0 - 1 - 2 - 3 - 4 - 5 - 6 - 7 - 8 - 9 – 10 (nieuwe poel) Bemonsteringsfrequentie: 3x per aangeduid jaar Tijdstip: maart-april-mei en vroege zomer
Apparatuur: schepnet, fuiken, sterke zaklamp
• •
Expertise: onderscheiden van soorten in volwassen en juveniel stadium en van geslacht Werkbelasting: jaar –1: 5 MD jaar 2, 5, 10: 15 MD
Methode: methode IN (Poelenproject)
7/25
Ingevuld formulier Poelenproject interpretatie
8/25
3. Resultaten
3.1 Poelen Bij het veldwerk werd gebruik gemaakt van het Waarnemingsformulier Poelen en amfibieĂŤn van het Instituut voor Natuurbehoud/LIKONA. In de ruilverkaveling liggen erg weinig poelen. Ze werden in principe met het schepnet bemonsterd, maar verschillende poelen werden om diverse redenen niet onderzocht. Zo werd de toestand van de poel soms dermate slecht beoordeeld dat er geen bemonstering werd uitgevoerd. Poel nr 1 is bijvoorbeeld een eendenkweekvijver met tientallen eenden en met volledig vermest en vegetatieloos water. Poel 7 is een vijver aangelegd door de jagers. In deze vijver zitten zonnebaarzen en erg veel grote karpers die het water volledig vertroebelen. Andere poelen waren niet toegankelijk (poel nr 4: afgesloten tuin) of stonden volledig droog (poel nr 5). Bij de drie overige poelen (nummers 2, 3 en 6) noteerden we enkel de gewone pad, de bruine en de groene kikker. Vooral poel 6 leek erg interessant en werd bijkomend met fuiken bemonsterd in 2004. Ook hier werden enkel gewone pad, bruine en groene kikker waargenomen. De poel in het natuurreservaat Paddepoel werd door ons niet geĂŻnventariseerd, omdat Natuurpunt deze poel reeds meerdere keren onderzocht. In deze poel worden de volgende soorten aangetroffen: gewone pad, bruine kikker, alpenwatersalamander en kleine watersalamander (mond. meded. Jorg Lambrechts).
9/25
Poel 1 werd niet onderzocht vanwege de aard van de poel. Deze poel is een eendenkweekvijver met tientallen eenden en met volledig vermest en vegetatieloos water. De kans om hier amfibieĂŤn aan te treffen is zo goed als onbestaande.
10/25
Poel 2 werd bemonsterd met een schepnet. Hier werden enkel larven van gewone pad aangetroffen.
11/25
In poel 3 werden geen amfibieĂŤn aangetroffen na bemonstering met schepnet.
12/25
Poel 4 werd niet bemonsterd vanwege de ligging in een afgesloten tuin (privĂŠ-domein.
13/25
Poel 5 stond droog op het tijdstip van bemonstering (22 april 2003). Er werd niet geschept. Er werden geen amfibieĂŤn waargenomen.
14/25
In 2003 werd poel 6 bemonsterd dmv schepnet. Er werden toen gewone pad, groene kikker (synkl.) en bruine kikker aangetroffen. Poel 6 werd in 2004 opnieuw bemonsterd dmv fuiken. Er werden 2 fuiken geplaatst, die na 24 uur werden opgehaald en geĂŻnventariseerd. De fuiken werden (slechts) 2 maal geplaatst (maart en april). In maart werd een groot aantal gewone pad aangetroffen (32m+5v) samen met bruine kikker (4m+2v). in april werden geen amfibieĂŤn meer aangetroffen.
15/25
Vanwege de dichte bezetting aan karper en zonnebaars werd deze poel niet uitvoerig bemonsterd. Er werden geen amfibieĂŤn verwacht vanwege de hoge predatiedruk.
16/25
4. Literatuur Dupae E., 1992. Ruilverkaveling én akkervogels! Avifaunistisch aspekt in de ruilverkaveling Vissenaken. 15 p., 1 bijl. Vlaamse Landmaatschappij – Prov. Afd. Diest. Hustings M.F.H. et al., 1989. Vogelinventarisatie. Pudoc Wageningen. Schaminée I.H.I., Stortelder A.H.E. & E.J. Weeda, 1996. De vegetatie van Nederland. Opulus Press. Teunissen W.A. & van Kleunen A, 2001. Weidevogels inventariseren in cultuurland. SOVON. Van Dijk A.J., 1996. Broedvogels inventariseren in proefvlakken. SOVON. Vermeersch G. et al., 2000. Soortenhandleiding project Vlaamse broedvogelatlas 2000-2003. Nota I.N. 2000.2. Zwaenepoel A. et al., 2002. Systematiek van natuurtypen voor het biotoop grasland. MINArapport 102/99/01.
17/25
5. Bijlage 5.1. inventarisatieformulieren
18/25
19/25
20/25
21/25
22/25
23/25
24/25
25/25