Skip to main content

Archeologieregelgeving_vergunningverleners.pdf

Page 1

Archeologieregelgeving voor vergunningverleners Dit document maakt stedenbouwkundige ambtenaren en andere vergunningverleners wegwijs in de archeologieregelgeving en de verplichtingen die daaruit voortvloeien voor aanvragen van omgevingsvergunningen voor stedenbouwkundige handelingen of voor het verkavelen van gronden.

HET ARCHEOLOGISCH TRAJECT BIJ VERGUNNINGSAANVRAGEN Een aanvrager van een omgevingsvergunning is in bepaalde gevallen verplicht een archeologienota toe te voegen bij zijn aanvraag. Wanneer een dergelijke archeologienota nodig is, dan stelt de aanvrager, voorafgaand aan de vergunningsaanvraag, een erkende archeoloog aan om een archeologisch vooronderzoek uit te voeren.

Het archeologisch traject bij vergunningsaanvragen

Uitgesteld vooronderzoek met ingreep in de van bestaande bronnen, waarna de archeoloog bepaalt of bijkomend vooronderzoek op het terrein nodig is. bodem

Afwijkende vergunde werken

Werfbezoek

Voorbeeldformuleringen

Wat met de vroegere bekrachtiging?

Overzicht

Waar vind je meer informatie?

De zorg voor het onroerend erfgoed wordt in Vlaanderen geregeld door het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en het bijhorende Onroerenderfgoedbesluit van 16 mei 2014.

Ons beleidsveld staat niet stil, onze regelgeving evolueert. Het agentschap Onroerend Erfgoed kan niet garanderen dat de informatie in dit document actueel is op het moment dat je ze leest. Kijk voor de meest actuele informatie altijd op onze website: www.onroerenderfgoed.be.

Het vooronderzoek start met een bureauonderzoek Dit zal eerst een vooronderzoek zonder ingreep in de bodem inhouden (bijvoorbeeld een landschappelijk booronderzoek of geofysisch onderzoek).

Indien nodig volgt een vooronderzoek met ingreep in de bodem (bijvoorbeeld proefsleuven). Een vooronderzoek met ingreep in de bodem is vrijgesteld van omgevingsvergunning, maar wel gebonden aan een toelating van het agentschap Onroerend Erfgoed of, indien van toepassing, de erkende onroerenderfgoedgemeente. Op basis van het uitgevoerde vooronderzoek maakt de archeoloog de archeologienota op. Hij of zij meldt de archeologienota via het digitaal archeologieportaal. Het agentschap Onroerend Erfgoed of de erkende onroerenderfgoedgemeente behandelt de gemelde archeologienota. Hebben de werken betrekking op percelen die op het grondgebied van meerdere gemeenten liggen, dan behandelt het agentschap ze. Binnen een termijn van 15 kalenderdagen na de melding beslist het agentschap of de erkende onroerenderfgoedgemeente of ze akte neemt van de archeologienota en onder welke voorwaarden dat eventueel gebeurt. Voldoet de archeologienota niet, dan neemt ze geen akte. Verstrijkt deze termijn zonder beslissing, dan geldt er een aktename. Archeologienota’s waar geen akte van genomen wordt, omdat de voorgestelde maatregelen bijvoorbeeld geen adequate omgang met archeologisch erfgoed verzekeren, kunnen niet aan een omgevingsvergunning toegevoegd worden. De archeoloog moet die eerst aanpassen en opnieuw melden voor aktename. De aanvrager en de erkende archeoloog worden hier persoonlijk van op de hoogte gebracht. Na aktename voegt de aanvrager de archeologienota, eventueel samen met de voorwaarden, bij de aanvraag tot omgevingsvergunning. Als de aanvrager ervoor kiest om de termijn van 15 dagen niet af te wachten, mag hij aan de vergunningsaanvraag een archeologienota toevoegen die op dat ogenblik wel gemeld is, maar waar nog geen akte van genomen is. In dat geval moet hij het ontvangstbewijs van de melding samen met de


archeologienota bij zijn aanvraagdossier voegen. Nadat akte genomen is van de gemelde archeologienota moet de aanvrager deze alsnog bezorgen aan de vergunningverlener en dit vóór de beoordeling van de vergunningsaanvraag. Wat staat er in een archeologienota? In de archeologienota bepaalt de archeoloog de impact van de geplande werken op het aanwezige archeologisch erfgoed en stelt hij of zij een aanpak op voor een goede omgang met dat erfgoed bij de bouwof verkavelingswerken. In sommige gevallen zal geen verdere actie nodig zijn omdat er geen archeologisch erfgoed aanwezig is, omdat het aanwezige erfgoed onvoldoende kennispotentieel bevat, of omdat de werken het aanwezige bodemarchief niet zullen schaden. In andere gevallen is behoud van de archeologische site mogelijk, bijvoorbeeld door aangepaste bouwplannen of uitvoeringswijze. Wanneer dat echter niet kan, zal een opgraving moeten volgen. De archeologienota bevat dan ook de uitvoeringswijze van die opgraving en een inschatting van de benodigde tijd en kosten. Voorziet de archeologienota een opgraving als maatregel, dan wordt die voor de aanvang van de bouwof verkavelingswerken maar na het verkrijgen van de omgevingsvergunning uitgevoerd. Dat kan eventueel gefaseerd gebeuren, afgestemd op de bouwwerken, als dat zo voorzien is in de archeologienota. De vervaltermijn van de vergunning wordt opgeschoven zolang de opgraving duurt, met een maximum van 1 jaar. Indien nodig kan je de startdatum opvragen bij het agentschap: de erkende archeoloog moet die immers melden. De erkende archeoloog geeft aan wanneer het veldwerk beëindigd is, waarna de aanvrager de vergunde werken kan starten. Bij een behoud in situ als maatregel moeten de werken worden uitgevoerd zoals voorzien in de archeologienota, om de archeologische site te sparen. Archeologienota’s digitaal raadplegen We ontsluiten alle archeologienota’s waarvan akte is genomen, samen met de eventuele voorwaarden, online. Je kan ze raadplegen via ons archeologieportaal of via het geoportaal door de informatielaag “archeologienota’s” aan te vinken bij “Lagen” en in te zoomen naar het adres of perceel. Wanneer is een archeologienota verplicht? Het is jouw taak als vergunningverlener om te controleren of een archeologienota aanwezig moet zijn bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning. De archeologienota staat ook op de aanstiplijst die Ruimte Vlaanderen ter beschikking stelt voor de aftoetsing van de dossiersamenstelling. Een architect is niet verplicht om te motiveren waarom er geen archeologienota aanwezig moet zijn.

Het al dan niet verplicht zijn van een archeologienota is onder meer afhankelijk van:

• de ligging binnen of buiten een gebied waar geen archeologie te verwachten valt • de ligging binnen of buiten een beschermde archeologische site • de ligging binnen of buiten een archeologische zone uit de vastgestelde inventaris • de totale oppervlakte van de percelen • de oppervlakte van de geplande bodem­ ingrepen • de ruimtelijke bestemming van het terrein Voor omgevingsvergunningen voor stedenbouwkundige handelingen (artikel 5.4.1 van het Onroerenderfgoeddecreet) en voor omgevingsvergunningen voor het verkavelen van gronden (artikel 5.4.2 van Onroerenderfgoeddecreet) zijn de criteria en drempels verschillend. Aan de hand van de beslissingsboom kan je deze verplichting heel eenvoudig controleren. Via ons geoportaal kan je opzoeken of het terrein zich situeert in een beschermde archeologische site, in een vastgestelde archeologische zone of in een gebied waar geen archeologisch erfgoed te verwachten valt. Het geoportaal vertelt je niet of er voor een bepaald terrein al dan niet een archeologienota nodig is. Je kan er wel de belangrijkste elementen terugvinden die nodig zijn om de beslissingsboom te doorlopen. Je kan zoeken tot op perceelsniveau. Controleer eerst wel even of alle nodige lagen in het geoportaal aangevinkt zijn. Omdat akte genomen wordt van de archeologienota vóór de beoordeling van de vergunningsaanvraag, is een aanvrager zeker van de archeologische consequenties verbonden aan de door hem of haar geplande bouwwerken. Op basis van het archeologisch vooronderzoek legt de erkende archeoloog de


verschillende opties voor aan de aanvrager, waarna deze kiest welke maatregel zijn of haar voorkeur wegdraagt. Is dat een wijziging van de bouwplannen, dan vormen die gewijzigde bouwplannen het uitgangspunt van de archeologienota. De ingediende bouwplannen mogen dus niet verschillen van de bouwplannen waar de archeologienota zich op baseert. Welke controle voer je uit? Met behulp van de beslissingsboom ga je na of een archeologienota aan de vergunningsaanvraag toegevoegd moet zijn. Als dat moet, maar niet het geval is, is de vergunningsaanvraag onvolledig en verklaar je de aanvraag onontvankelijk. Werd een archeologienota toegevoegd aan de aanvraag, dan ga je na of dit de archeologienota is die bij dit project hoort en of er akte van genomen werd. Je kijkt daarvoor via ons geoportaal of archeologieportaal na of de archeologienota gepubliceerd werd. Je controleert ook of de aangevraagde werken overeenstemmen met de werken opgesomd in de archeologienota. Vind je online geen archeologienota waarvan akte genomen werd, dan kan het zijn dat de aanvrager koos om enkel een gemelde archeologienota bij zijn aanvraag te voegen. Controleer dan of er een ontvangstbewijs van de melding toegevoegd is aan de archeologienota. Is dit allemaal niet het geval, dan verklaar je de vergunningsaanvraag onontvankelijk. Is een archeologienota verplicht en daadwerkelijk toegevoegd en stemmen de geplande werken overeen, dan neem je bij het verlenen van de vergunning als voorwaarde op dat de archeologienota en het Onroerenderfgoeddecreet nageleefd moeten worden. De archeologienota is dus bindend. Bovendien verzend je een afschrift van de omgevingsvergunning waarin het naleven van een archeologienota als voorwaarde is opgenomen, naar het agentschap. Je doet dit binnen de 10 dagen met een beveiligde verzending. Werk je met het omgevingsloket, dan duid je het agentschap aan als “derde betekening”. Koos de aanvrager om enkel een gemelde archeologienota bij zijn dossier te voegen en liet hij na om binnen de behandelingstermijn alsnog de archeologienota te bezorgen waarvan akte genomen is, dan weiger je de vergunning. UITGESTELD VOORONDERZOEK MET INGREEP IN DE BODEM Idealiter wordt het vooronderzoek integraal uitgevoerd vóór de aanvraag van de omgevingsvergunning. In sommige situaties is dit echter niet mogelijk of wenselijk. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer de terreinen nog niet onteigend zijn of wanneer het rooien van een bebost terrein, nodig voor het graven van

proefsleuven, pas na de vergunning kan starten. In dat geval voert de erkende archeoloog het vooronderzoek zonder ingreep in de bodem al wel uit voorafgaand aan de vergunningsaanvraag. Hij of zij neemt dan in de archeologienota op dat na het aanvragen van de vergunning een uitgesteld vooronderzoek met ingreep in de bodem zal plaatsvinden, inclusief een aanpak hiervoor. Na het indienen van de omgevingsvergunning, maar voor de start van de vergunde werken, stelt de aanvrager een erkende archeoloog aan om het uitgestelde vooronderzoek alsnog uit te voeren. Aan het einde daarvan maakt de erkende archeoloog een nota op, vergelijkbaar met de archeologienota bij een niet-uitgesteld vooronderzoek, en meldt deze bij het agentschap Onroerend Erfgoed of de erkende onroerenderfgoedgemeente. Deze nota bevat de maatregelen die bij de uitvoering van de reeds vergunde werken nodig zijn voor een goede omgang met het archeologisch erfgoed, bijvoorbeeld behoud in situ of opgraving. De nota doet geen uitspraak over de vergunde werken zelf: ze gaat enkel over gepaste flankerende maatregelen. AFWIJKENDE VERGUNDE WERKEN Soms wijzigt de ingreep in de bodem van de vergunde bouw- of verkavelingswerken door bepaalde vergunningsvoorwaarden opgelegd door adviesverlenende instanties. Bijgevolg verschillen de vergunde werken met de werken opgesomd in de gepubliceerde archeologienota. De archeologienota geldt dan niet als toelating voor de maatregelen over de omgang met het aanwezige archeologisch erfgoed. De impact van de werken is immers anders dan voorzien en de voorgestelde maatregelen zijn mogelijk niet meer geschikt. Welke controle voer je uit? Na het behandelen van de aanvraag en het bepalen van de vergunningsvoorwaarden (bijvoorbeeld op basis van externe adviezen), ga je na of de ingreep in de bodem door voorwaarden wijzigt ten opzichte van de aanvraag. Zo ja, spreken we van afwijkende werken. Als dat het geval is, neem je als vergunningsvoorwaarde op dat de bouwheer een nota moet verkrijgen en de maatregelen uit de nota waarvan akte is genomen moet uitvoeren. De bouwheer dient dan een erkende archeoloog aan te stellen die deze nota opmaakt. Daarin worden aangepaste maatregelen voorgesteld. Het vooronderzoek zelf moet niet opnieuw uitgevoerd worden. De archeoloog meldt die nota bij het agentschap Onroerend Erfgoed of de erkende onroerenderfgoedgemeente. De procedure is dan dezelfde als bij een uitgesteld vooronderzoek. Ook hier doet de nota geen uitspraak over de vergunde werken zelf, maar enkel over gepaste flankerende maatregelen.


WERFBEZOEK Bezoek je een bouwwerf om na te gaan of de omgevingsvergunning nageleefd wordt, dan controleer je ook of de maatregelen uit de gepubliceerde archeologienota of nota nageleefd worden.

VOORBEELDFORMULERINGEN “De maatregelen in de archeologienota met referentienummer [X] moeten uitgevoerd worden overeenkomstig het programma geformuleerd in die archeologienota, inclusief de opgelegde voorwaarden, en het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013.” Bij afwijkende werken: “Aangezien de ingreep in de bodem van de vergunde werken afwijkt van de ingreep in de bodem van de werken die omschreven zijn in de archeologienota met referentienummer [X], moet voor de aanvang van de werken een nota bekomen worden. De maatregelen in de nota moeten uitgevoerd worden overeenkomstig het programma in die nota waarvan akte werd genomen, de voorwaarden bij de aktename, en het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013.”

WAT MET DE VROEGERE BEKRACHTIGING? Voor 1 april 2019 bestond er een andere procedure om archeologienota’s en nota’s te beoordelen: de bekrachtiging. Alle bekrachtigde archeologienota’s en nota’s zijn sindsdien automatisch gelijkgesteld met archeologienota’s en nota’s waarvan akte is genomen. Ook de eventuele voorwaarden blijven gewoon gelden. Voegt een aanvrager een bekrachtigde archeologienota bij zijn aanvraag of verwijst hij ernaar, dan geldt die gewoon als een archeologienota waar akte van genomen is en pas je de procedures toe zoals we die eerder beschreven.

OVERZICHT 1. Je zoneert het projectgebied. Dit wil zeggen dat je via het geoportaal vaststelt of de aanvraag gelegen is in een archeologische bescherming, een archeologische zone, … Aan de hand van de beslissingsboom ga je na of er een archeologienota aan de vergunningsaanvraag toegevoegd moet zijn. 2. Als dat moet, maar niet het geval is, is de vergunningsaanvraag onvolledig en verklaar je ze onontvankelijk. 3. Is er een archeologienota toegevoegd, dan ga je na of daar akte van genomen werd. Je kan dit opzoeken via het archeologieportaal of geoportaal. 4. Is een archeologienota toegevoegd, maar vind je geen aktename terug, dan controleer je of er een ontvangstbewijs van de melding bijgevoegd werd. Indien niet, verklaar je de aanvraag onontvankelijk. 5. Je controleert of de aangevraagde werken overeenstemmen met de werken in de archeologienota. Als dat niet het geval is, verklaar je de aanvraag onontvankelijk. 6. Wanneer de archeologienota verplicht én aanwezig is en de plannen overeenstemmen, neem je in de vergunning als voorwaarde op dat de archeologienota, al dan niet met voorwaarden, en het Onroerenderfgoeddecreet moeten worden nageleefd. 7. Je gaat na of de vergunningsvoorwaarden die je in de vergunning opneemt, de ingreep in de bodem wijzigen ten opzichte van de aanvraag. Als dat het geval is, zijn er afwijkende werken en neem je als voorwaarde in de vergunning op dat een nota vereist is en de maatregelen daaruit uitgevoerd moeten worden. 8. Je verzendt een afschrift van de omgevingsvergunning waarin het naleven van een archeologienota als voorwaarde is opgenomen, naar het agentschap Onroerend Erfgoed. Je doet dit binnen de 10 dagen met een beveiligde verzending. Werk je met het omgevingsloket dan duid je het agentschap aan als derde betekening. 9. Bezoek je de werf, ga dan ook na of de gepubliceerde archeologienota of nota nageleefd wordt.


WAAR VIND JE MEER INFORMATIE? Onroerend Erfgoed is een agentschap en wetenschappelijke instelling van de Vlaamse overheid. We zijn bevoegd voor bouwkundig, archeologisch, landschappelijk en varend erfgoed. Samen met onze partners geven we Vlaanderen nu en straks mee vorm en kleur door de zorg voor onroerend erfgoed voor iedereen vanzelfsprekend te maken. Meer informatie over het Onroerenderfgoeddecreet en de zorg voor archeologie vind je op: www.onroerenderfgoed.be. Voor algemene vragen neem je contact op met de hoofdzetel in Brussel: Agentschap Onroerend Erfgoed Havenlaan 88 bus 5 1000 Brussel T. 02 553 16 50 info@onroerenderfgoed.be Vragen over inventarisatie en bescherming kan je mailen naar inventaris@onroerenderfgoed.be of beschermen@onroerenderfgoed.be. Voor specifieke vragen over premies, meldingen, toelatingen en archeologisch onderzoek, neem je contact op met een van onze decentrale diensten: Antwerpen

Leuven

Anna Bijnsgebouw

Dirk Boutsgebouw

Lange Kievitstraat 111-113 bus 53

Diestsepoort 6 bus 94

2018 Antwerpen

3000 Leuven

T. 03 224 62 10

T. 016 66 59 00

antwerpen@onroerenderfgoed.be

vlaams-brabant@onroerenderfgoed.be

Hasselt

Brugge

Hendrik Van Veldekegebouw

Jacob van Maerlantgebouw

Koningin Astridlaan 50 bus 1

Koning Albert I-laan 1.2 bus 92

3500 Hasselt

8200 Brugge (Sint-Michiels)

T. 011 74 22 20

T. 050 24 81 50

limburg@onroerenderfgoed.be

west-vlaanderen@onroerenderfgoed.be

Gent Virginie Lovelinggebouw Koningin Maria Hendrikaplein 70 bus 91 9000 Gent T. 09 276 24 40 oost-vlaanderen@onroerenderfgoed.be


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Archeologieregelgeving_vergunningverleners.pdf by Vlaanderen-be - Issuu