Skip to main content

Activiteitenverslag_VMM_2013.pdf

Page 1

Activiteitenverslag_2013_Layout 1 31/03/2014 9:29 Page 1

Activiteitenverslag 2013


Activiteitenverslag_2013_Layout 1 31/03/2014 9:29 Page 2

INHOUDSOPGAVE VMM IN EEN NOTENDOP EEN SLAGVAARDIGE ORGANISATIE Organogram Menselijk kapitaal Tot uw dienst VMM behaalt EMAS-registratie voor haar milieuzorgsysteem EEN INTEGRALE KIJK OP WATER Water integraal bekijken Waterlopen beheren Monitoren watersystemen Toezicht houden Heffingen innen Adviseren milieuvergunningaanvragen Adviseren watertoets Water zonder grenzen WERKEN AAN ZUIVERE LUCHT 2013: Europees Jaar van de Lucht Vlaamse luchtkwaliteit verbetert Openbare raadpleging PRTR-protocol Luchtige samenwerking Adviseren milieuvergunningen HOE GAAT HET MET ONS MILIEU? MIRA-Indicatorrapport 2012 Onderzoeksrapporten EEN ZUIVERE BRON VAN INFORMATIE Publicaties Infoloket Events en campagnes Online Export van expertise Klachtenmanagement CIJFERS OVER CENTEN

5 7 7 8 10 11 13 13 16 22 26 33 33 35 36 39 39 39 40 41 43 45 45 46 49 49 49 50 51 51 52 54

COLOFON Redactie en vormgeving | Kathleen Vancaester, Olivier Van Impe en Renate Roelandt, VMM Fotografie | VMM-archief, Michiel Mels, Yves Adams, Shutterstock.com Verantwoordelijke uitgever | Katrien Smet, VMM

2

Depotnummer | D/2014/6871/024


Activiteitenverslag_2013_Layout 1 31/03/2014 9:29 Page 3

Beste lezer,

2013 was opnieuw een jaar vol bedrijvigheid, zoals blijkt uit dit activiteitenverslag. De treinramp van 4 mei 2013 in Wetteren zal nog lang in het geheugen van de betrokken bewoners en de hulpverleners gegrift staan. De VMM was er van het eerste uur bij om de impact op de kwaliteit van het water en de waterbodem op te volgen en bleef dit doen tot alles weer oké was. Maar niet alleen tijdens crisismomenten treedt de VMM in actie, ook proactief waarborgt ze onze veiligheid. In 2013 maakte de VMM versneld werk van de geïntegreerde aanpak ‘meerlaagse waterveiligheid’ om het risico op overstromingsschade zo veel mogelijk te beperken. Zo legde de VMM op de Velpe een gecontroleerd overstromingsgebied aan die het centrum van Halen moet beschermen. Investeren in bescherming is belangrijk, maar preventie door te voorkomen dat mensen gaan bouwen in overstromingsgebied is effectiever. Zo moet de informatieplicht bij verkoop of verhuur van vastgoed in overstromingsgebied onaangename verrassingen voorkomen. En wie toch woont of verbouwt in overstromingsgevoelig gebied, krijgt tips van de VMM om de woning tegen overstromingsschade te beschermen. Uit zorg voor de gezondheid liet de VMM samen met andere partners in kaart brengen welke effecten luchtverontreiniging door verkeer heeft op luchtwegenallergieën en astma bij kinderen. Ook het Europese project Joaquin (Joint Air Quality Initiative) ondersteunt het gezondheidsbeleid dat zich specifiek richt op de luchtkwaliteit in Europa. Samen met het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid stimuleert de VMM dan weer scholen om hun schoolkinderen veilig en gezond kraantjeswater aan te bieden. Goed voor het milieu én de gezondheid. En met de campagne ‘Zonder is gezonder’ spoort de VMM publiek en terreinbeheerders aan om het gebruik van pesticiden te bannen of te beperken. Daarmee wil ze het milieu en de gezondheid van de meest kwetsbare groepen beschermen. Niet alleen het milieu en de zorg om veiligheid en gezondheid liggen de VMM na aan het hart. Samen met de Vlaamse minister van Leefmilieu neemt ze actie om kwetsbare doelgroepen te beschermen. Extra sociale maatregelen zorgen ervoor dat de toegang tot kwaliteitsvol drinkwater ook voor hen behouden blijft. De VMM speelt een voortrekkersrol in het milieubeleid, maar de rode draad door al onze opdrachten is samenwerken met alle betrokkenen. Alleen door samen naar concrete, innovatieve oplossingen te zoeken, kunnen we effectief het verschil maken. In dit activiteitenverslag vind je tal van voorbeelden; de VMM sluit samenwerkingscontracten af met binnenlandse partners zoals het Agentschap Wegen en Verkeer voor rattenbestrijding of met partners buiten de grenzen zoals in het Aquadraproject; 20 jaar adviesverlening milieuvergunning leert ons dat samen met bedrijven en overheid zoeken naar creatieve oplossingen milieuverontreiniging aanzienlijk kan beperken. Bij dit alles verliezen we uiteraard onze eigen werking niet uit het oog. De VMM is een slagkrachtig overheidsagentschap dat efficiëntie, kwaliteit en effectiviteit hoog in het vaandel draagt. We zijn bijzonder trots dat we voor ons milieuzorgsysteem in Aalst het Europese milieulabel EMAS behaalden. Zo zetten we onze voorbeeldfunctie inzake milieuzorg nog sterker in de verf. Het is duidelijk: de VMM en haar medewerkers staan paraat. Voor het milieu van morgen!

Veel leesplezier,

Philippe D’Hondt, Administrateur-generaal Activiteitenverslag 2013 • 3


Activiteitenverslag_2013_Layout 1 31/03/2014 9:29 Page 4

4


Activiteitenverslag_2013_Layout 1 31/03/2014 9:29 Page 5

VMM IN EEN NOTENDOP De Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) heeft als missie

Elke dag zetten meer dan 1000 medewerkers van de

bij te dragen tot de realisatie van de doelstellingen van

VMM hun kennis en vaardigheden in om te doen wat

het milieubeleid door het voorkomen, beperken en

moet gebeuren om het milieu van morgen in Vlaanderen

ongedaan maken van schadelijke effecten voor water-

te verbeteren. We zijn daarbij actief op drie terreinen:

systemen, verontreiniging van de atmosfeer en het rap-

water, lucht en milieu in het algemeen.

porteren over de toestand van het leefmilieu en tot de realisatie van de doelstellingen van het integraal waterbeleid.

De VMM werkt als agentschap van de Vlaamse overheid mee aan een beter leefmilieu in Vlaanderen. De VMM behoort tot het beleidsdomein Leefmilieu, Natuur en

Met de Vlaamse Regering sloot de VMM een beheers-

Energie. Ze engageert zich om de doelstellingen van

overeenkomst af waarin ze haar engagementen rond de

Vlaamse actieplannen zoals Vlaanderen in Actie, Pact

uitvoering van haar missie en de vele decretale taken

2020 en het Vlaams Actieplan tegen Armoede mee te

opsomt en verduidelijkt welke middelen ze hiervoor ter

helpen realiseren.

beschikking krijgt.

Minister

Technische comitĂŠs

Ministerie voor Leefmilieu, Natuur en Energie

Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen (MiNaRaad)

Beleidsraad

Departement Leefmilieu, Natuur en Energie

Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) IVA met rechtspersoonlijkheid

Vlaams Energieagentschap (VEA) IVA zonder rechtspersoonlijkheid

Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM) IVA met rechtspersoonlijkheid

Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) IVA zonder rechtspersoonlijkheid

Vlaamse Landmaatschappij (VLM) EVA met publiekrechterlijke vorm

Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) IVA zonder rechtspersoonlijkheid

Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt (VREG) EVA met publiekrechterlijke vorm

Activiteitenverslag 2013 • 5


Activiteitenverslag_2013_Layout 1 31/03/2014 9:29 Page 6

6


Activiteitenverslag_2013_Layout 1 31/03/2014 9:29 Page 7

EEN SLAGVAARDIGE ORGANISATIE De Vlaamse Milieumaatschappij is een agentschap met een duidelijke missie en visie en een warm hart voor het leefmilieu in Vlaanderen, nu en in de toekomst. Haar motto luidt dan ook ‘Voor het milieu van morgen’. Om haar ambitieuze doelstellingen te bereiken, voert de VMM een modern personeelsbeleid en bouwt ze een goede organisatiestructuur en infrastructuur uit. Zo zet de VMM de competenties en de kennis van haar medewerkers optimaal in.

ORGANOGRAM ADMINISTRATEUR-GENERAAL Philippe D’Hondt

DIENST STRATEGISCHE PLANNING Greta Timmermans

ALGEMEEN DIRECTEUR Dirk Waegeman

DIENST REGULERINGSINSTANTIE Ellen Wailly

DIENST STROOMGEBIEDBEHEER Veronique Van Den Langenbergh

FRANK DELAERE vertegenwoordigt de personeelsleden ter beschikking gesteld van nv Aquafin

DIENST SECRETARIAAT COÖRDINATIECOMMISSIE INTEGRAAL WATERBELEID Lieve De Roeck

AFDELING RAPPORTERING WATER Rudy Cautaerts

AFDELING ECOLOGISCH TOEZICHT Dirk Waegeman

AFDELING ECONOMISCH TOEZICHT Hilde Soetaert

AFDELING OPERATIONEEL WATERBEHEER Barbara Vael

AFDELING LUCHT, MILIEU EN COMMUNICATIE Katrien Smet (wnd.)

AFDELING ALGEMENE ZAKEN Michelinne Van Den Langenbergh

AFDELING KENNISBEHEER Eric Vreye

DIENST MEETNET OPPERVLAKTEWATER Martin Verdievel

DIENST MILIEUVERGUNNINGEN Anja Van Geyt

DIENST HEFFINGEN Pieter D’Hondt

DIENST BEHEER ONBEVAARBARE WATERLOPEN Koen Martens

DIENST LUCHT Edward Roekens

DIENST PERSONEEL Patrick De Prins

DIENST INFORMATICA Vera De Saedeleer

DIENST ECONOMISCH TOEZICHT, INFRASTRUCTUUR EN MIDDELEN Stefan Kestens

DIENST LOKAAL WATERBEHEER Kris Van den Belt

DIENST MILIEURAPPORTERING Marleen Van Steertegem

DIENST MIDDELEN Krista Van Malder

DIENST GRONDWATERBEHEER Didier D’hont

DIENST INTERNATIONAAL MILIEUBELEID Steven Vinckier

DIENST JURIDISCHE ZAKEN Ann Carette

DIENST HOOGWATERBEHEER Kris Cauwenberghs

DIENST EXTERNE COMMUNICATIE Katrien Smet

DIENST INTERNE COMMUNICATIE Kathleen Vancaester

DIENST MEETNET AFVALWATER Greet Vos

DIENST UITBOUW EN BEHEER SANERINGSINFRASTRUCTUUR

DIENST LABORATORIUM Sofie Cattoir

DIENST GEGEVENSBEHEER SANERINGSINFRASTRUCTUUR

DIENST KOSTENAANREKENING DOELGROEPEN

Koen De Witte

Peter Aelterman

DIENST STURING EN RAPPORTERING WATER Wim Gabriëls

DIENST ECOLOGISCH TOEZICHT Steven Van Den Broeck

Ingeborg Barrez

DIENST INVESTERINGEN EN RENOVATIES

Ivo Terrens

BUITENDIENST IJZER, LEIE EN BRUGSE POLDERS Kathleen Vanmaele

BUITENDIENST BOVENSCHELDE, GENTSE KANALEN EN DENDER

Marc Van Verre

BUITENDIENST DEMER, DIJLE EN MAAS Filip Raymaeckers

BUITENDIENST NETE EN BENEDENSCHELDE Marc Florus

Situatie op 1 maart 2014

Activiteitenverslag 2013 • 7


Activiteitenverslag_2013_Layout 1 31/03/2014 9:29 Page 8

NIEUWE ADMINISTRATEUR-GENERAAL Op 1 december 2013 ging Frank Van Sevencoten met

Bovendien zorgt de VMM ervoor dat expertise niet ver-

pensioen. 22 jaar stond hij als administrateur-generaal

loren gaat als een collega weggaat of van functie veran-

aan het hoofd van de VMM. Hij kan trots terugblikken op

dert. De VMM ontwikkelde een aantal instrumenten om

het vele werk dat alle VMM-medewerkers samen met

de kennisoverdracht tussen het personeelslid dat ver-

hem verzet hebben om onze leefomgeving gezonder en

trekt (de 'senior') en zijn of haar (toekomstige) collega's

milieuvriendelijker te maken. De VMM nam dankbaar

(de 'junior(s)') te verzekeren.

afscheid en wenste hem een welverdiend pensioen toe.

De VMM biedt haar medewerkers tijd en ruimte om zich

Op 1 januari 2014 nam Philippe D'Hondt – sinds verschil-

te ontplooien en opleidingen te volgen. Bovendien krij-

lende jaren afdelingshoofd van de afdeling Lucht, Milieu

gen ze de kans een gezond evenwicht tussen werk- en

en Communicatie van de VMM – de fakkel van hem over.

privéleven op te bouwen. De tevredenheid van de VMM-medewerkers is dan ook groot.

MENSELIJK KAPITAAL

Op 31 december 2013 werkten 1.011 personeelsleden bij

De kracht van de VMM schuilt in haar medewerkers. De

VMM door een arbeidsovereenkomst of statuut is ver-

VMM legt als intern verzelfstandigd agentschap eigen

bonden. Ieder personeelslid telt als een eenheid, onge-

accenten in haar personeelsbeleid. Vijf basiswaarden

acht of deze aan- of afwezig is, voltijds of deeltijds

vormen de kern van onze organisatiecultuur: betrouw-

werkt, bezoldigd of onbezoldigd. Van die 1.011 perso-

baarheid, klantgerichtheid, samenwerking, voortdurend

neelsleden zijn er 78 ter beschikking gesteld van Aquafin

verbeteren en milieusparend gedrag.

waar ze meewerken aan de exploitatie van de zuiverings-

De VMM selecteert en werft zelf haar medewerkers, stemt haar vormingsprogramma af op de behoeften van de organisatie en van haar personeelsleden en stuurt de plannings- en evaluatiecyclus bij in functie van nieuwe ontwikkelingen.

8

de VMM; dat is het aantal personeelsleden dat met de

infrastructuur. De VMM telt 831 statutaire personeelsleden en 180 contractuelen, 431 vrouwen en 580 mannen. Het cijfer van de voltijdse equivalenten is een meer nauwkeurige indicator van het beschikbare personeelsbestand.


Activiteitenverslag_2013_Layout 1 31/03/2014 9:29 Page 9

*

Personeelsleden

Totaal

Personeelsaantal op 31.12.2013

Geslacht Man

Vrouw

1.011

580

431

Personeelsbeschikbaarheid * (in bruto VTE) in 2013

887,6

540,8

346,8

Personeelsaanwezigheid ** (in netto VTE) in 2013

703,4

428,4

275

Personeelsleden

Totaal

Personeelsaantal op 31.12.2013

Statuut Statutair (incl stagiairs)

Contractueel

1.011

831

180

Personeelsbeschikbaarheid * (in bruto VTE) in 2013

887,6

731,6

156

Personeelsaanwezigheid ** (in netto VTE) in 2013

703,4

577,8

125,6

Personeelsleden

Totaal

Personeelsaantal op 31.12.2013

Leeftijdscategorieën <= 34 j

35-44 j

45-54 j

>= 55 j

1.011

202

276

334

199

Personeelsbeschikbaarheid * (in bruto VTE) in 2013

887,6

191,6

237,9

292,9

165,2

Personeelsaanwezigheid ** (in netto VTE) in 2013

703,4

159,7

191,9

229,5

122,3

Personeelsleden

Totaal

Personeelsaantal op 31.12.2013

Kwalificatie (niveau) A

B

C

D

1.011

345

150

212

304

Personeelsbeschikbaarheid * (in bruto VTE) in 2013

887,6

303,6

135

186,5

262,5

Personeelsaanwezigheid ** (in netto VTE) in 2013

703,4

250

109,6

149,3

194,5

De personeelsbeschikbaarheid (bruto VTE) geeft het totaal aantal voltijdse equivalenten weer dat in een bepaalde periode (2013) beschikbaar was (aantal – onbezoldigde afwezigheden).

** De personeelsaanwezigheid (netto VTE) geeft het totaal aantal voltijdse equivalenten weer dat in een bepaalde periode (2013) effectief aanwezig was (aantal – onbezoldigde en bezoldigde afwezigheden).

Activiteitenverslag 2013 • 9


Activiteitenverslag_2013_Layout 1 31/03/2014 9:29 Page 10

TOT UW DIENST Voor de uitvoering van de vele taken en opdrachten van de VMM zijn de diensten op het vlak van kennisbeheer, organisatie- en procesbeheer, juridische advisering, financieel beheer, facilitair beheer, personeelsbeheer, ICT

en

interne

communicatie

onontbeerlijk.

Kwaliteitszorg en klantentevredenheid zijn de pijlers van deze diensten. Daarnaast streven ze naar een efficiĂŤnt beheer van de middelen en een maximale toepassing van de principes van interne milieuzorg. De VMM opereert vanuit verschillende vestigingen in alle Vlaamse provincies. Een overzicht van de adressen en de contactgegevens vind je op www.vmm.be.

10


Activiteitenverslag_2013_Layout 1 31/03/2014 9:29 Page 11

VMM BEHAALT EMAS-REGISTRATIE VOOR HAAR MILIEUZORGSYSTEEM In 2013 werkte de VMM hard om het milieuzorgsysteem

Na een grondige voorbereiding vond in oktober 2013 de

conform de Europese verordening EMAS in haar vesti-

externe audit plaats. Op 25 november 2013 ontvingen we

gingen in Aalst op punt te stellen. Interne milieuzorg is

de validatieverklaring dat de activiteiten in onze vesti-

natuurlijk niet nieuw voor de VMM. Al in 1994 richtte de

gingen in Aalst voldoen aan de eisen van de Europese

VMM een werkgroep Intern Leefmilieu op die als doel

Verordening (EG nr. 1221/2009) en dat de gegevens in

had de directieraad en het personeel advies te geven

onze ‘Initiële Milieuverklaring 2013’ juist en betrouw-

over het beperken van onze milieu-impact. De VMM

baar zijn. Meteen kregen we het ISO 14001-certificaat en

neemt al jaren concrete maatregelen op het vlak van

konden we aan de bevoegde instantie de EMAS-registra-

waterbesparing, verminderen van energieverbruik, duur-

tie aanvragen. Op 20 januari 2014 kregen we de officiële

zame huisvesting, duurzaam aankoopbeleid, sensibilise-

bevestiging dat onze vestigingen in Aalst EMAS-geregi-

ring van het personeel … Twee jaar geleden besliste de

streerd zijn onder het nummer EMAS-BE-VL-000021. En

VMM om milieuzorg gestructureerd volgens het

nu mogen we met trots het EMAS-logo gebruiken. Dat is

Europese EMAS-systeem aan te pakken.

zeker geen eindfase, integendeel. Het is de bedoeling

EMAS staat voor 'Eco-Management and Audit Scheme', ofwel een milieubeheer- en milieuauditsysteem. EMAS wil organisaties, op vrijwillige basis, aanzetten om hun impact op het milieu te verminderen. Het systeem volgt de internationale norm ISO 14001, maar gaat nog een stap verder: regelmatig moeten we met een openbare, extern gecontroleerde 'milieuverklaring' aantonen dat we alle milieuvoorschriften naleven, ons milieuzorgsysteem voortdurend verbeteren, en bovendien alle perso-

om het milieuzorgsysteem conform EMAS geleidelijk uit te breiden naar alle locaties van de VMM. Hiermee willen we onze voorbeeldfunctie nog sterker uitdragen en tonen hoe we ons milieubeleid op een gestructureerde manier aanpakken. De 'Initiële milieuverklaring 2013 vestigingen Aalst' is beschikbaar op www.vmm.be: je ontdekt er welke engagementen we aangaan om duurzaam te handelen en onze milieuprestaties te verbeteren.

neelsleden hierbij betrekken.

Activiteitenverslag 2013 • 11


Activiteitenverslag_2013_Layout 1 31/03/2014 9:29 Page 12

12


Activiteitenverslag_2013_Layout 1 31/03/2014 9:29 Page 13

EEN INTEGRALE KIJK OP WATER De Vlaamse Milieumaatschappij heeft een integrale visie op water. Alleen zo kunnen de ambitieuze doelstellingen van de Europese kaderrichtlijn Water, met name een goede algemene toestand van het oppervlakte- en grondwater in Vlaanderen, gerealiseerd worden.

WATER INTEGRAAL BEKIJKEN Het integraal waterbeleid gaat uit van een gebiedsge-

Het bekkenbestuur bestaat voortaan uit een algemene

richte aanpak. De watersystemen worden opgedeeld in

bekkenvergadering en een bekkenbureau. De lokale

stroomgebieddistricten, stroomgebieden en bekkens.

besturen zijn via de algemene bekkenvergadering recht-

Op elk van deze niveaus worden integrale beheerplan-

streeks in de bekkenbesturen vertegenwoordigd. Meer

nen opgemaakt en zijn overlegstructuren actief. De

informatie over de samenstelling en de opdrachten van

Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid (CIW) is het

de vernieuwde bekkenstructuren vind je per bekken op

overlegplatform van de diverse beleidsdomeinen en

de bekkenspecifieke webpagina’s van de website

bestuursniveaus die bij het waterbeleid betrokken zijn.

www.integraalwaterbeleid.be (rubriek 'overleg').

De VMM is verantwoordelijk voor het voorzitterschap en het secretariaat van de CIW en is hierdoor de motor van het integraal waterbeleid in Vlaanderen.

VERNIEUWD DECREET INTEGRAAL WATERBELEID VAN KRACHT Het decreet Integraal Waterbeleid van 18 juli 2013 vormt het basisdecreet voor de organisatie, de planning en het overleg van het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Sinds 11 oktober 2013 zijn een aantal fundamentele wijzigingen van het decreet Integraal Waterbeleid van kracht. De organisatie en de planning van het waterbeleid in Vlaanderen worden hierdoor eenvoudiger en transparanter.

De planvorming van het integraal waterbeleid wordt eenvoudiger doordat de waterbeheerplanning op bekken- en stroomgebiedniveau in elkaar geschoven wordt, wat zorgt voor minder planlast. Enkel de waterbeleidsnota en stroomgebiedbeheerplannen blijven als afzonderlijke planfiguren bestaan. De stroomgebiedbeheerplannen zullen ook bekkenspecifieke en grondwatersysteemspecifieke delen bevatten. De bekkenspecifieke delen vervangen de bekkenbeheerplannen. Een jaarlijks wateruitvoeringsprogramma zal de huidige bekkenvoortgangsrapporten vervangen en meer flexibiliteit in de planning en de uitvoering van de stroomgebiedbeheerplannen mogelijk maken.

Op bekkenniveau krijgen de overlegstructuren een nieuwe samenstelling. Om de slagkracht en de coördinerende rol van de bekkenbesturen te verhogen, waarbij de betrokkenheid van de lokale waterbeheerders in de bekkenbesturen wordt versterkt, is het overleg op deelbekkenniveau in het bekkenniveau geïntegreerd en zijn de waterschappen als afzonderlijke overlegstructuren afgeschaft. De waterschapsecretariaten worden in de bekkensecretariaten geïntegreerd.

Activiteitenverslag 2013 • 13


Activiteitenverslag_2013_Layout 1 31/03/2014 9:30 Page 14

TWEEDE WATERBELEIDSNOTA Op 20 december 2013 stelde de Vlaamse Regering de tweede waterbeleidsnota vast. De waterbeleidsnota bevat de visie van de Vlaamse Regering op het waterbeleid voor de komende zes jaar en het overzicht van de voornaamste waterbeheerkwesties. Dat zijn de grote thema’s waardoor de Vlaamse wateren het risico lopen de goede toestand niet te zullen halen. De CIW stond in voor de voorbereiding van de waterbeleidsnota. Het voorontwerp ging van 18 december 2012 tot 19 juni 2013 in openbaar onderzoek. Het werd voor advies voorgelegd aan de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen, de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, de Strategische Adviesraad voor Landbouw en Visserij en aan de bekkenbesturen en de bekken-

Je kunt de tweede waterbeleidsnota raadplegen op www.integraalwaterbeleid.be. In 2013 werkte de CIW volop aan de opmaak van de voorontwerpen van de tweede generatie stroomgebiedbeheerplannen en de bijbehorende bekkenspecifieke delen. In juni 2014 gaan die plannen namelijk in openbaar onderzoek. Intussen zijn ook de overstromingsrisico- en de overstromingsgevaarkaarten voor Vlaanderen goedgekeurd. Die vormen de basis voor de overstromingsrisicobeheerplannen. Deze kaarten kan je raadplegen via een geoloket op de portaalsite waterinfo.be.

raden.

INFORMATIEPLICHT VOORKOMT ONAANGENAME VERRASSINGEN Om kandidaat-huurders en -kopers beter te informeren en dus beter te beschermen, voert het gewijzigde decreet ook een nieuwe informatieverplichting in voor eigenaars, notarissen, vastgoedmakelaars en immobiliënmaatschappijen. Zij zijn voortaan verplicht hun potentiële klanten erover te informeren of een onroerend goed in overstromingsgevoelig gebied ligt. In overstromingsgevoelige gebieden kan het risico op wateroverlast namelijk hoger zijn en gelden daarom vaak specifieke bouwverplichtingen of -beperkingen. Dankzij de informatieplicht kan wie wil kopen of huren dus weloverwogen beslissingen nemen en komt men achteraf niet voor onaangename verrassingen te staan. De informatieplicht start al bij de publiciteit over het onroerend goed en wordt via een waterparagraaf ook opgenomen in de vastgoedakte. De informatieplicht is ook sinds 11 oktober 2013 van kracht. Bouw of woon je toch in overstromingsgevoelig gebied, dan kan je een aantal maatregelen nemen om je huis tegen overstromingen te beschermen. Meer informatie over de informatieplicht en de brochure 'Overstromingsveilig bouwen en wonen' vind je op de website www.integraalwaterbeleid.be.

14


Activiteitenverslag_2013_Layout 1 31/03/2014 9:30 Page 15

NIEUWE GEWESTELIJKE STEDENBOUWKUNDIGE VERORDENING REGENWATER

BOUW- OF VERBOUWPLANNEN?

Sinds 1 januari 2014 geldt een nieuwe gewestelijke

In de brochure ‘Waterwegwijzer bouwen en verbouwen’ vind je een overzicht van de belangrijkste wijzigingen. De Waterwegwijzer met addendum kan je online raadplegen of gratis bestellen. Surf naar www.vmm.be/water/waterwegwijzerbouwen. Meer informatie vind je ook in de folder 'Slim omgaan met regenwater' op www.integraalwaterbeleid.be.

stedenbouwkundige verordening over regenwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en regenwater. De nieuwe verordening is een uitbreiding van de huidige regelgeving: •

INFORMEER JE OVER DE NIEUWE REGELING

Elke constructie of verharding groter dan 40 m² moet aan de verordening voldoen.

•

De meeste constructies moeten een infiltratievoorziening hebben. Voor percelen kleiner dan 250 m² wordt een uitzondering gemaakt.

•

Nieuwe eengezinswoningen en gebouwen (andere dan eengezinswoningen) groter dan 100 m² moeten een regenwaterput van minimum 5.000 liter voorzien. Dat is aanzienlijk groter dan het vroegere minimum van 3.000 liter. Bij een uitbreiding of verbouwing is geen nieuwe put vereist.

•

Bij nieuwe verkavelingen zijn collectieve infiltratievoorzieningen verplicht.

De nieuwe regenwaterverordening kadert in de aanpak tegen wateroverlast. Ze werd voorbereid binnen de werkgroep Waterzuivering van de CIW. Je kunt de nieuwe verordening raadplegen via de website van Ruimte Vlaanderen.

Activiteitenverslag 2013 • 15


Activiteitenverslag_2013_Layout 1 31/03/2014 9:30 Page 16

WATERLOPEN BEHEREN De VMM beheert de grote onbevaarbare waterlopen in

Zo bouwde de VMM in 2013 een nieuw gecontroleerd

Vlaanderen. Het beheer van de lokale waterlopen is in

overstromingsgebied op de Velpe in Halen. Halen werd

handen van de provincies, gemeenten, steden en pol-

in het verleden meermaals getroffen, zo ook bij de over-

ders en wateringen. De VMM past bij het beheer van de

stromingen in november 2010. Net voor het centrum van

waterlopen de principes van integraal waterbeleid toe.

Halen kan de VMM voortaan 200.000 m³ water bergen.

WATERVEILIGHEID MET EEN PLUS

Dat is 120.000 m³ meer dan wat de weilanden vroeger al

Door de klimaatverandering dreigen extremere overstro-

gerealiseerd door een dwarsdijk over de vallei met een

mingen. Europa vraagt daarom een nieuwe visie op de aanpak van overstromingen. De VMM stelt het principe van de meerlaagse veiligheid voorop. Dat draait rond drie P's: protectie, preventie en paraatheid.

van nature opvingen. Die extra buffercapaciteit wordt hoogte tot 2,75 m en langere dijken langs beide kanten van de vallei. Het wachtbekken wordt automatisch gevuld zodra de kritieke waterhoogte stroomafwaarts bereikt wordt. Deze automatische sturing zorgt ervoor

Protectie gaat over de klassieke beschermingsmaatrege-

dat de buffercapaciteit optimaal benut wordt. Naast een

len zoals dijken, wachtbekkens, gecontroleerde over-

buffering van het water opwaarts de woonkern, voerde

stromingsgebieden, maar ook kleinschalige maatregelen

de VMM ook werken uit binnen de woonkern van Halen.

waardoor de bodem en het oppervlaktewater het over-

Tussen de Firmin Jacobslaan en de Nederstraat werd de

tollige water beter vasthouden en het water minder snel

rechteroever verhoogd om het rivierwater binnen de

afgevoerd wordt. Is dit nog onvoldoende, dan zorgt de

bedding te houden. Halen werd in het verleden meer-

VMM voor extra buffering, bijvoorbeeld door bijkomen-

maals getroffen. De laatste overstromingen dateren van

de bergingsmogelijkheden in gecontroleerde overstro-

november 2010.

mingsgebieden te creëren of door aanvullende infra-

In december 2013 startte de VMM met herinrichtings-

structuur zoals pompstations. Een goede sturing van de kunstwerken is essentieel om de beschikbare infrastructuur en de ruimte voor waterberging optimaal te benutten.

werken aan de Noord-Zuidverbinding in Verrebroek (Beveren). Deze waterloop wordt over een afstand van 4 km heringericht om de buffercapaciteit met 200.000 m³ te vergroten. De bestaande betonnen oeverbescherming op rechteroever wordt opgebroken en de waterloop wordt verbreed tot een kreek. Dat zal niet alleen het risico op overstromingen beperken, maar tegelijkertijd de ecologische waarde van het gebied vergroten. In het stroomgebied van de Maarkebeek werd het bestaande wachtbekken op de Nederaalbeek in Etikhove (Maarkedal) vergroot. Ter bescherming van de wijk Lammekensstraat in Leupegem (Oudenaarde) werd een dijk aangelegd. Tijdens de overstromingen eind 2013 hebben deze werken de bewoners alvast effectief tegen wateroverlast beschermd.

16


Activiteitenverslag_2013_Layout 1 31/03/2014 9:30 Page 17

Preventie, de tweede laag van de overstromingsaanpak,

de overstromingsvoorspeller verder uit tot een echte

gaat in de eerste plaats over het creëren van ‘ruimte voor

portaalsite met crisisinformatie op maat van alle

water’. In dat kader passen het afbakenen, vrijwaren en

betrokkenen. Eind januari 2014 werd de portaalsite

vergroten van de open ruimte, het tegengaan van ver-

www.waterinfo.be gelanceerd. Je vindt er alle water-

harding en het onderzoeken van de mogelijkheden voor

standen en overstromingsvoorspellingen, maar ook

een gedeeltelijke bouwstop in overstromingsgevoelige

informatie over getijden, neerslag en droogte. Vroeger

gebieden via instrumenten als de watertoets. Ook het

moest je deze gegevens op verschillende websites zoe-

weerbaar maken van gebouwen tegen overstromingen is

ken zoals overstromingsvoorspeller.be, waterstanden.be,

preventie: door gebruik van waterdichte schotten voor

hydronet.be… Voortaan vind je alle meetgegevens en

ramen en deuren, het aanbrengen van beschermende

voorspellingen op één adres. Waterinfo biedt ook heel

coatings of het bouwen van overstroombare kruipkel-

wat extra opties aan voor hulpdiensten en professionele

ders wordt de schade bij overstromingen beperkt. In

gebruikers om hun gebied nog beter te kunnen bewa-

Beersel en Sint-Genesius-Rode startte de VMM in 2013

ken.

een pilootproject waarbij voor een 70-tal overstromingsgevoelige woningen wordt onderzocht welke bouwtechnische maatregelen de woningen resistenter kunnen maken.

Eind 2013 startte de VMM met de voorbereidingen van de bouw van een weerradartoren in HouthalenHelchteren. Die moet ervoor zorgen dat weergegevens zo accuraat mogelijk zijn, om de betrouwbaarheid van

De derde laag gaat over paraatheid: hulpdiensten, water-

de

beheerders, maar ook burgers moeten bij een nakende

Daarnaast moeten ook crisisdraaiboeken verder uitge-

overstroming tijdig worden verwittigd zodat ze zich kun-

werkt worden. De VMM staat in periodes van dreigende

nen voorbereiden en beschermen. Hiervoor is de over-

wateroverlast trouwens altijd paraat om de situatie op

stromingsvoorspeller ontwikkeld. In 2013 bouwde de

de voet te volgen en overstromingsschade te beperken.

overstromingsvoorspellingen

te

verbeteren.

VMM samen met vier andere Vlaamse waterbeheerders

Activiteitenverslag 2013 • 17


Activiteitenverslag_2013_Layout 1 31/03/2014 9:30 Page 18

SLIB RUIMEN IN STRIJD TEGEN WATEROVERLAST In 2013 ruimde de VMM verspreid over Vlaanderen zo’n

Deze ruiming gebeurde met innovatieve technieken

230.000 m³ slib uit haar waterlopen. Dat is meer dan de

waarbij een zuiginstallatie het slib opzuigt en het daarna

voorbije jaren. Slibruimingen zijn vaak nodig om een

door een leiding perst richting Kanaal Leuven-Dijle. Van

vlotte waterafvoer te garanderen en zo het overstro-

daar ging het per boot naar de verwerkingscentrale. Zo

mingsrisico te verlagen. De toegenomen slibruimingen

was er slechts een minimale beschadiging voor de

waren mogelijk door de extra middelen die de Vlaamse

natuurlijke oevers van de Barebeek en de paden in het

minister van Leefmilieu hiervoor in 2012 vrijmaakte.

park en werden bezoekers en dieren niet gehinderd.

Gemiddeld ruimde de VMM 143.000 m³ per jaar in de

Ook in West-Vlaamse waterlopen maakte de VMM ver-

periode 2009-2013. Jaarlijks wordt gerekend op een sedimentaanwas van 150.000 m³. Door deze extra inspanning zette de VMM een stap voorwaarts om de slibkwantiteit in haar waterlopen onder controle te houden.

sneld werk van slibruimingen in het IJzer- en Leiebekken en in de Brugse Polders. Dat was nodig om zowel wateroverlast te voorkomen als de waterkwaliteit te verbeteren. Aan de monding van de Grote Beverdijkvaart en de

Bij de selectie van de te ruimen trajecten wordt prioriteit

Koolhofvaart in West-Vlaanderen werd een innovatieve

gegeven aan overstromingsgevoelige waterlopen. De

techniek gebruikt waardoor geen transport over land

VMM voerde belangrijke slibruimingen uit in de Velpe

nodig is en het slib ook niet op de oeverkant gestort

afwaarts Halen, de Winge in Rotselaar, de Grote Gete in

hoeft te worden. Door het hydraulisch baggeren met

Tienen, de Kleine Gete in Zoutleeuw, de Begijnebeek

een ‘snijkopzuiger’ werd het slib gemengd met water en

stroomopwaarts Diest en in het Maasbekken-Oost op

kon het rustig bezinken zonder vertroebeling te veroor-

de Itterbeek, Lossing en Dommel. Dat komt neer op de

zaken. Een belangrijk aandachtspunt in de ecologisch

ruiming van zo'n 23.606 m³ slib in het Demer- en

waardevolle Koolhofput.

Maasbekken, of het volume van ongeveer 10 olympische baden. Ook in het Meetjesland werd grondig slib geruimd in de Zwarte Sluisbeek in Assenede. Zowel de ruiming als de afvoer van het slib gebeurden daar grotendeels met pontons en duwbakken op het water. Het is een efficiënte techniek die schade aan waardevolle natuurlijke oevers voorkomt. Vaak is het sediment verontreinigd waardoor de slibruimingen ook voor ecologisch herstel van de waterloop zorgen. Dat was onder meer het geval in de Antitankgracht in Stabroek. In de waterbodemstalen

18

werden overschrijdingen vastgesteld voor verontreini-

Door sedimentvangen te plaatsen op strategische loca-

gende stoffen als arseen en PAK. Over een lengte van

ties in de waterloop, tracht de VMM de kosten van slib-

900 m werd bijna 13.000 m³ slib geruimd dat werd afge-

ruimingen te beperken. Erosiebestrijdingsmaatregelen en

voerd naar een erkende slibverwerker. Ook in de

een verdere uitbouw van de saneringsinfrastructuur blij-

Barebeek in het dierenpark Planckendael werd verontrei-

ven echter prioritair om de slibproblematiek bij de bron

nigd slib geruimd.

aan te pakken.


Activiteitenverslag_2013_Layout 1 31/03/2014 9:30 Page 19

WATERLOPEN NATUURLIJK HERSTELLEN De VMM streeft het ecologisch herstel van waterlopen

houdt. De trap mondt uit even voorbij de grote stuw-

na. Hierbij wordt altijd rekening gehouden met de rand-

constructie, waar het waterpeil meestal twee meter

voorwaarden vanuit andere functies (wonen, land-

lager staat. De treden van de vistrap breken de val van

bouw …) in het valleigebied. De VMM stimuleert onder

het water. Door de kalme waterstroming kunnen vissen

meer de vorming van meanders, legt oeverzones aan,

stroomopwaarts zwemmen. In het midden van elke

bevordert de vismigratie en bestrijdt uitheemse water-

drempel zit een verticale doorgang zodat de visdoor-

planten of ‘invasieve exoten’.

gang ook bij een lage waterafvoer goed functioneert. Tussen en achter de treden vinden zij rust en beschutting in de holten van de stenen. Verder zorgen twee plasbermen langs de vistrap voor extra rust- en paaiplaatsen. Dankzij haar goede waterkwaliteit telt de Kleine Nete ondertussen niet minder dan 20 vissoorten waaronder een aantal zeldzame soorten zoals de kleine modderkruiper en rivierdonderpad. De Kleine Nete is dan ook één van de Vlaamse speerpuntgebieden, waar de Europese normen voor ‘goede ecologische toestand’ tegen 2015 in het vizier liggen. Logisch dat de VMM een prioriteit maakt van de verdere verbetering van dit

Zo zorgde de VMM ervoor dat vissen in de Kleine Nete

watersysteem.

voortaan ongehinderd van monding naar bron (en terug) kunnen zwemmen. Een reeks van 5 knelpunten maakte het voor vissen niet mogelijk om zich stroomopwaarts naar het brongebied te verplaatsen. Het ging over de watermolenstuw van Grobbendonk, de stuw aan het Spaans Hof in Herentals, de stuw in Kasterlee, de stuw op de grens van Retie en Kasterlee en de watermolen van Retie. Met de aanleg van de vistrap in Kasterlee in 2013 is nu het vijfde en laatste knelpunt door de VMM opgelost. Zo krijgt ook het wandelpad langs de Kleine Nete er een attractie bij. Het wandelpad wordt namelijk omgeleid langs de vistrap. Aandachtige bezoekers kun-

Met het project ‘Open Demer’ brengen de VMM en de

nen zo de vissen bekijken terwijl ze zich via de V-vormi-

stad Diest de Demer terug boven de grond. Daardoor

ge treden van de trap stroomopwaarts bewegen. Aan de

wordt de stad binnen enkele jaren attractiever en leef-

stuw van Kasterlee overbrugt de vistrap een verschil in

baarder. Bovendien biedt de open te leggen

waterpeil van twee meter in 20 V-vormige treden van

Demerbedding een extra buffer voor regenwater bij

telkens 11 cm hoog. De inlaat van de vistrap bevindt zich

hevige regenval. Verder wordt een bijkomende vijzel

stroomopwaarts de stuw die het waterpeil vrij constant

geplaatst in het vijzelgemaal aan de Nijverheidslaan om

Activiteitenverslag 2013 • 19


Activiteitenverslag_2013_Layout 1 31/03/2014 9:30 Page 20

de capaciteit te verdubbelen. Dit moet het risico op

leden was. De nog aanwezige bedding van de

overstromingen in de binnenstad verkleinen. In 2013 ging

Tuilterdemer is zo veel mogelijk behouden. De

de tweede fase van dit Demerproject van start. Het gaat

Tuilterdemer is heringericht als waterloop naar de

over het gebied rond het Algemeen Ziekenhuis, meer

Tuiltermolen. Aan de Herkenrodestuw is het waterpeil

bepaald van de Schaffensestraat tot aan de Demerstraat.

verhoogd zodat er weer stroming is om de ‘watermolen

Ter hoogte van het ziekenhuis werd een brug gebouwd.

op rust’ te kunnen aandrijven. Stroomafwaarts van de

Ook werd uit de nog open bedding aan de

Tuiltermolen komt het water via een nieuwe meande-

Schaffensestraat het slib gehaald. Daarna werd een drij-

rende bedding terug in de Demer terecht. De heraanleg

vend wandelpad gelegd, met een toegangstrap vanuit de

van de Tuilterdemer in combinatie met de vistrap rond-

Schaffensestraat. In de zone rond de Verversgracht, het

om de Tuiltermolen maakt vismigratie hier opnieuw

ziekenhuis en het park Cerckel wordt een nieuwe open

mogelijk. De vistrap is grotendeels aangelegd in een

bedding gegraven. Door het vele groen en de nog

bestaande gracht omheen de molen. Op die manier

beschikbare ruimte, zullen de oevers voornamelijk onder

wordt via de Tuilterdemer en de vistrap ook het totale

natuurlijke vorm worden aangelegd, met hellende en

hoogteverschil

beplante wanden. Naast het tracé wordt een voet- en

Herkenrodestuw

fietspad aangelegd.

Tuilterdemer en de vistrap bieden nieuwe kansen aan de

Aan de abdijsite Herkenrode in Hasselt werkten de VMM en het Agentschap Natuur en Bos (ANB) samen

2,7m

ter

overbrugd.

hoogte De

van

de

heringerichte

vispopulatie van onder meer het bermpje, de serpeling, de snoek en de kwabaal.

aan een ingrijpend beekherstelproject. In 2013 werden de

De hernieuwde inrichting van de abdijsite is veel aan-

werken afgerond. De VMM herstelde de verbinding van

trekkelijker voor wandelaars en fietsers. Gemarkeerde

de Tuilterdemer naar de Tuiltermolen, zorgde voor een

routes lopen langs de Tuilterdemer en de vijvers naar de

nieuwe verbinding tussen de Demer en de Tuilterdemer

Tuiltermolen. Over de waterlopen en grachten zijn nieu-

en legde een vistrap aan rond de Tuiltermolen. Verder

we houten bruggen geplaatst, de bestaande bruggen

zijn nieuwe visvijvers aangelegd en is het grachtenstelsel

over de Demer en de Zonderikbeek zijn opgefrist. Bij het

rondom de abdijsite opgewaardeerd. Op verschillende

ontwerp van de verschillende bruggen werd veel aan-

plaatsen zijn nieuwe bruggen gebouwd of bestaande

dacht besteed aan de landschappelijke beeldvorming en

bruggen aangepast om recreatie (fiets- en wandelplezier)

uniformiteit.

te bevorderen. De Tuilterdemer vormt voortaan weer de nevengeul van de Demer zoals ze dat in een ver ver-

20

van

Dit project werd gerealiseerd met steun van het Europese ScaldWIN-project.


Activiteitenverslag_2013_Layout 1 31/03/2014 9:30 Page 21

Vandaag is de Jeker opnieuw een waterloop waar vissen en ander leven kansen krijgen. De metingen van de VMM tonen aan dat de natuurlijke evenwichten zich langzaam maar zeker herstellen, al blijven bijkomende inspanningen nodig. De verbeterde waterkwaliteit is in de eerste plaats te danken aan investeringen in rioleringen en zuivering van afvalwater in het Jekergebied. Het Vlaamse Gewest investeerde de afgelopen jaren meer dan 25 miljoen euro zodat het afvalwater van Tongerse woonkernen niet langer in de beken terechtkomt. De VMM coördineert deze initiatieven en meet de De Jeker, een zijrivier van de Maas die door Tongeren

resultaten in de waterloop. Ook rivierherstelprojecten

loopt, kronkelt weer door het Limburgse landschap.

dragen bij tot een betere waterkwaliteit. Kronkelende

Eind jaren 1960 werd de Jeker er nog rechtgetrokken, wat

waterlopen met natuurlijke oevers laten ‘de natuur haar

ter plaatse zorgde voor verdroging en stroomafwaarts

werk doen’. Diertjes en planten breken schadelijke stof-

voor wateroverlast. De tijd werd nu teruggedraaid: de

fen af, waardoor het water zuiverder wordt. Het project

Jeker kreeg haar historische tracé langs de Blaarmolen

van de VMM in de Kevie is een goed voorbeeld hiervan.

terug en de bijhorende meanders werden hersteld. De VMM maakte de Jeker twee kilometer langer en zorgde zo opnieuw voor een natte vallei in het natuurgebied ‘de Kevie’. Uiteraard zijn de vele planten en diersoorten in het natuurgebied gebaat met de vernatting van de vallei. Ook de Jeker zelf vaart er wel bij. Een natuurlijk verloop zorgt voor een sterker ‘zelfzuiverend vermogen’ van de waterloop. Bovendien zorgt de extra buffercapaciteit voor een betere bescherming tegen wateroverlast. Ook erfgoed komt opnieuw tot leven, want de Blaarmolen in de Kevie kan opnieuw maalvaardig worden gemaakt. Vissen zullen er geen hinder van ondervinden. Ze zwemmen om de molen en andere hindernissen heen via zogenaamde ‘vispassages’. Wandelaars zullen de komende jaren de natuur zien herleven in de Kevie. Tongeren heeft er een trekpleister voor natuurliefhebbers bij.

De hermeandering van de Jeker in de Kevie en de heraanleg van de Beek in Vreren-Nerem werden deels door Europese subsidies gefinancierd in het kader van het Aquadra-project. Binnen dit project werkten waterbeheerders uit Vlaanderen, Wallonië en Nederland samen

Op het Molenplein in Vreren en in het centrum van

aan een grensoverschrijdend waterbeheer. Ook het

Nerem zorgde de provincie Limburg voor het terug

Visserijfonds van het Agentschap voor Natuur en Bos

openleggen en herinrichten van de Beek, samen met de

participeerde in het rivierherstelproject.

aanleg van een afvalwatercollector door Aquafin. Hierdoor wordt de waterloop in de dorpskern geherwaardeerd. Dat maakt de aangelanden bewust van het belang van goede waterafvoer en waterkwaliteit.

Activiteitenverslag 2013 • 21


Activiteitenverslag_2013_Layout 1 31/03/2014 9:30 Page 22

RATTEN BESTRIJDEN Muskusratten, beverratten en bruine ratten kunnen enorme ravage aanrichten. De VMM organiseert permanente en intensieve rattenbestrijding langs Vlaamse waterlopen. De VMM heeft voor de bestrijding van de ratten langs de waterlopen samenwerkingsovereenkomsten afgesloten met de betrokken waterloop- en terreinbeheerders, waaronder Waterwegen en Zeekanaal, De Scheepvaart, de afdeling Maritieme Toegang, de provincies, gemeenten, polders en wateringen en de beheerders van natuurgebieden, zoals het Agentschap Natuur

MONITOREN WATERSYSTEMEN De VMM meet en controleert de kwantiteit en de kwaliteit van het oppervlaktewater, het grondwater en de waterbodems en rapporteert over de resultaten. De VMM beschikt hiervoor over verschillende meetnetten zoals het oppervlaktewatermeetnet, het bacteriologisch meetnet, het afvalwatermeetnet, het meetnet riooloverstorten, het meetnet waterbodems en het primair en freatisch grondwatermeetnet.

samenwerkingsovereenkomst afgesloten met het

KWALITEIT OPPERVLAKTEWATER 2012

Agentschap Wegen en Verkeer voor het bestrijden van

Met haar verschillende meetnetten houdt de VMM de

de bruine rat langs de wegen, bruggen en parkeerterrei-

vinger aan de pols van de Vlaamse waterlichamen. In de

nen die dit agentschap beheert. Verder zijn er overeen-

webrubriek ‘Kwaliteit oppervlaktewater 2012’ op

komsten en afspraken met rattenbestrijders in Frankrijk,

www.vmm.be, volledig geactualiseerd in november 2013,

Wallonië en Nederland voor de bestrijding van de mus-

kom je te weten welke stoffen er in de Vlaamse waterlo-

kusratten in het gemeenschappelijk grensgebied. Dankzij

pen worden teruggevonden, of ze de normen overschrij-

al deze samenwerkingsovereenkomsten werkt de VMM

den

gebiedsdekkend en kan ze een gecoördineerde en meer

Verschillende stoffen zijn niet wateroplosbaar en vinden

efficiënte rattenbestrijding realiseren.

we terug in de waterbodem.

De doorgedreven bestrijding van muskusratten werpt in

BRONNEN VAN VERONTREINIGING

en Bos, Natuurpunt … De VMM heeft daarnaast een

elk geval haar vruchten af. In 2013 liepen nog zo'n 730 muskusratten in de val, in 2000 waren dat er nog meer dan 42.000. Bij het begin van deze eeuw waren de muskusratten nog een echte plaag. De dieren maken gaten in dijken, verspreiden ziektes en zijn als uitheemse dieren een gevaar voor de inheemse soorten. Lange tijd was de

en

hoe

die

stoffen

daar

terechtkomen.

Voor het berekenen van de belasting op oppervlaktewater vanuit de verschillende bronnen, gebruikt de VMM voor Vlaanderen sinds kort het WEISS-model. Met dit instrument worden de significante bronnen en hun bijdrage aan de waterverontreiniging in kaart gebracht.

uitroeiing in handen van particuliere personen die een

De structurele afbouw van vervuilingsbronnen zoals

premie kregen per gedood dier. Sinds 2000 gebeurt de

landbouw, huishoudelijke belasting en bedrijfslozingen

bestrijding van de muskusrat door de VMM. Het lijkt

leidde de voorbije decennia tot een betere water-

erop dat die strijd gewonnen is en de muskusrat het

kwaliteit. Daardoor neemt het relatieve belang en de

onderspit moet delven. Of de muskusrat ooit helemaal

impact van diffuse bronnen en incidentele veront-

verdwijnt, hangt af van de inspanningen in de ons omrin-

reinigingen toe. Ook wordt er nog steeds een teveel aan

gende gebieden, zoals Wallonië, Frankrijk en Nederland.

prioritair gevaarlijke stoffen zoals metalen en pesticiden aangetroffen in de lozingen van bedrijven.

22


Activiteitenverslag_2013_Layout 1 31/03/2014 9:30 Page 23

FYSISCH-CHEMISCHE TOESTAND

WATERBODEMKWALITEIT

Voor opgeloste zuurstof zijn de resultaten van 2012 de

De metingen van de waterbodemkwaliteit wijzen op een

beste sinds het begin van de metingen in 1991 door de

positieve evolutie sinds 2000, met een serieuze afname

VMM. De laatste jaren wordt voor de geleidbaarheid en

van het percentage sterk verontreinigde waterbodems

de zuurtegraad in oppervlaktewater eerder een stagnatie

ten voordele van het percentage licht verontreinigde

van de toestand vastgesteld. In de grote meerderheid

bodems. Het aantal niet verontreinigde waterbodems

van de meetplaatsen in oppervlaktewater worden

blijft beperkt. Waterbodems blijven een belangrijke

bestrijdingsmiddelen teruggevonden. Hun aanwezigheid

potentiële bron van verontreiniging door middel van uit-

in het Vlaamse oppervlaktewater is vergelijkbaar met de

loging naar oppervlaktewater.

afgelopen jaren. Bestrijdingsmiddelen waarvoor een milieukwaliteitsnorm bestaat, worden minder vaak teruggevonden dan deze waarvoor geen milieukwaliteitsnorm bestaat. Voor fosfaat is er een relatief stabiel verloop sinds 2002, met slechts geringe schommelingen van jaar tot jaar. In 2012 voldeed het hoogste percentage meetplaatsen ooit aan de basiskwaliteitsnorm. 38% van de meetplaatsen voldoen aan deze norm. Voor nitraat noteren we vanaf 2006 tot en met 2011 een daling van de

BIOLOGISCHE TOESTAND Water- en waterbodemkwaliteit zijn in grote mate bepalend voor de in het water aanwezige fauna en flora. Voor de biologische kwaliteitselementen is het bereiken van de doelstellingen van de Europese kaderrichtlijn Water nog niet in zicht. Voor de kwaliteitselementen macroinvertebraten, diatomeeën en macrofyten haalt minder dan één op de vijf Vlaamse waterlichamen deze doel-

gemiddelde concentratie; in 2012 steeg deze licht. Dit

stellingen in de periode 2007-2012.

kan echter mee verklaard worden door neerslag-

ZWEMWATER

fenomenen. In vijf van de elf bekkens werd de nitraatdoelstelling van het Mestactieplan 4 voor 2014 al bereikt, 2 bekkens komen in de nabijheid van deze doelstelling. Wat metalen in oppervlaktewater betreft, wordt in 2012 de norm voor zink, uranium en arseen in meer dan één op de tien meetplaatsen overschreden. Voor kobalt is dat in meer dan de helft van de meetplaatsen het geval.

De kwaliteit van het zwemwater (kustwater en zwemvijvers) wordt sinds 2011 beoordeeld volgens de nieuwe Europese Zwemwaterrichtlijn. Van de 86 zwemwateren behoren er 62 tot de klasse uitstekend, 23 tot de klasse goed en 1 tot de klasse aanvaardbaar. Dit is een verbetering ten opzichte van 2011. De meeste zwemwateren voldoen daarmee nu al aan de doelstelling van de nieuwe Zwemwaterrichtlijn voor 2015. De meetresultaten uit 2012 kun je raadplegen op www.vmm.be/water/kwaliteit-oppervlaktewater.

Activiteitenverslag 2013 • 23


Activiteitenverslag_2013_Layout 1 31/03/2014 9:30 Page 24

PARAAT BIJ MILIEU-INCIDENTEN Een van de taken van de VMM is in actie komen bij

bestand er op dat moment zo beperkt dat vissterfte

milieu-incidenten op de Vlaamse waterlopen, zoals een

nooit opgemerkt werd. Na enkele dagen daalde de con-

mestlozing of vissterfte in een beek. De VMM is name-

centratie acrylonitril gevoelig. Enerzijds omdat het een

lijk zeven dagen per week, 24 uur per dag, verantwoor-

zeer vluchtige stof is, anderzijds omdat mei 2013 een

delijk voor het toezicht op de waterkwaliteit in

regenachtige maand was waardoor de stof snel in het

Vlaanderen. De VMM moet dus ook paraat staan bij

water verdunde. Na twee weken van dagelijkse monito-

milieu-incidenten die kunnen leiden tot waterschade. In

ring werd de meetfrequentie geleidelijk terug-

geval van een calamiteit of milieu-incident moet de

geschroefd. In functie van een mogelijke besmetting van

VMM zo snel mogelijk de eventuele schade aan water

het grondwater, controleerde de VMM samen met

controleren. Verder meldt zij abnormale verontreinigin-

Water-Link (vroeger TMVW) de putwaters binnen een

gen meteen aan de betrokken instanties, zowel binnen

afgebakende risicozone. Vanuit het voorzorgsprincipe

als buiten Vlaanderen.

beval het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid een

Op zaterdagochtend 4 mei 2013 ontspoorde in Wetteren een goederentrein met gevaarlijke stoffen. De VMM werd meteen door het provinciaal crisiscentrum gewaarschuwd vanwege het gevaar voor de oppervlaktewaterkwaliteit. Acrylonitril (C3H3N) is een licht ontvlambare toxische stof die afbreekt in het eveneens zeer toxische waterstofcyanide (HCN). Al snel werd duidelijk dat bluswater met acrylonitril via een gracht van de spoorweg in de riolering was terechtgekomen. Het water werd een tijdlang vastgehouden in de collectoren en de RWZI van Wetteren, maar noodgedwongen werd toch een deel geloosd in de Zeeschelde via de Molenbeek. Een deel van het bluswater kwam ook in de Grotevijversbeek terecht. Deze kleine beek stroomt vlakbij de plaats van het ongeval en mondt even verderop uit in de Zeeschelde. Om de impact op het oppervlaktewater op te volgen verrichtte de VMM vanaf zaterdag 4 mei dagelijks monsternames op de betrokken waterlopen. Uit de analyses bleek dat de concentratie acrylonitril in de Zeeschelde tussen Melle en Temse de waarde die vissterfte kan veroorzaken, nooit overschreed. Dat was wel een tijdlang het geval in de Molenbeek en de Grotevijversbeek. Toch is gedurende de hele monitoring van het incident geen enkele vissterfte vastgesteld op de waterlopen. Mogelijk zijn de aanwezige vissen in de twee zijbeken tijdig kunnen vluchten of was het vis-

24

verbod op het drinken van putwater in deze zone. Dat verbod werd pas ingetrokken na een tweede controle begin juni. De VMM bleef een aantal weken na de ramp de situatie in het getroffen gebied verder opvolgen. Er werden bijkomende metingen van de oppervlaktewaterkwaliteit uitgevoerd. Daarnaast nam de VMM ook waterbodemstalen in de betrokken waterlopen. Ook de kwaliteit van het grondwater werd verder gecontroleerd.


Activiteitenverslag_2013_Layout 1 31/03/2014 9:30 Page 25

ZORG VOOR KWALITEIT Objectieve en betrouwbare milieudata zijn essentieel om een effectief milieubeleid te voeren. De VMM besteedt veel aandacht aan kwaliteitszorg. Ze ziet erop toe dat alle interne en externe monsternemings-, meet- en analyseactiviteiten kwaliteitsvol, tijdig en efficiënt worden uitgevoerd en gerapporteerd op basis van erkenningen en/of accreditaties. Om een optimale dienstverlening te realiseren, moeten de activiteiten van de meetnetten en de laboratoria uitgevoerd worden volgens kwaliteitszorgprocedures en in overeenstemming zijn met de eisen van de interne en externe klanten en de internationale rapportering. Binnen de VMM zijn vijf afzonderlijke kwaliteitssystemen uitgebouwd. Voor de meetnetten lucht, oppervlaktewater en afvalwater en voor het laboratorium is het kwaliteitssysteem gebaseerd op de internationale norm voor beproevingsen kalibratielaboratoria, de ISO 17025-norm. Voor de emissie-inventaris Lucht bouwt de VMM een algemeen kwaliteitsmanagementsysteem uit volgens de ISO 9001-norm. De VMM engageert zich ook om de emissie-inventaris Water verder te optimaliseren conform internationale richtlijnen en/of beste beschikbare methodiek om op een kwaliteitsvolle manier te voldoen aan de vereisten van de klanten.

MONITOREN GRONDWATER Voor de Europese monitoringverplichting van grondwa-

Het rapport ‘Zware metalen in het grondwater in

ter gebruikt de VMM het primair en freatisch grondwa-

Vlaanderen’, gepubliceerd in september 2013, bespreekt

termeetnet, waarvoor respectievelijk jaarlijks en halfjaar-

de in 2011 gemeten concentraties arseen, boor, cadmium,

lijks analysecampagnes worden uitgevoerd. In het primair

chroom, kobalt, koper, kwik, lood, nikkel en zink in het

meetnet worden daarnaast maandelijks peilmetingen

freatisch en primair grond-watermeetnet van de VMM.

uitgevoerd. Het primair grondwatermeetnet dient in de

De ruimtelijke spreiding van die stoffen wordt op kaart

eerste plaats om de regionale grondwaterreserves en de

voorgesteld en gerelateerd aan natuurlijke bronnen en

evolutie van de grondwaterkwantiteit op het niveau van

aan menselijke activiteiten die een directe of indirecte

de grondwaterlichamen vast te stellen. Daarnaast wordt

invloed kunnen uitoefenen op de concentratie in het

het gebruikt om de kwaliteit van de diepere watervoe-

grondwater. In 12% van de meer dan 5000 onderzochte

rende lagen te bepalen. Het freatisch grondwatermeet-

meetfilters is ten minste een van volgende stoffen

net geeft een beter beeld van de grondwaterkwaliteit in

teruggevonden in een concentratie boven de grond-

het algemeen, en meer specifiek over nutriënten, bestrij-

waterkwaliteitsnorm: arseen, boor, cadmium, chroom,

dingsmiddelen en zware metalen. Het voldoet beter aan

kobalt, koper, kwik, lood, nikkel en zink. Je kunt het

de eisen van de Nitraatrichtlijn en het wordt gebruikt

rapport raadplegen op www.vmm.be.

om een kwetsbaarheidevaluatie uit te voeren. Alle analyseresultaten worden bijgehouden in de Databank Ondergrond Vlaanderen: www.dov.vlaanderen.be.

Activiteitenverslag 2013 • 25


Activiteitenverslag_2013_Layout 1 31/03/2014 9:30 Page 26

GEBRUIK GEEN PESTICIDEN Met het nieuwe decreet Duurzaam Pesticidengebruik richt de Vlaamse Regering zich, in uitvoering van de nieuwe Europese regelgeving, op de bescherming van de menselijke gezondheid en het leefmilieu. Het decreet bepaalt dat het gebruik van pesticiden zo veel mogelijk voorkomen moet worden. Chemische bestrijding mag pas wanneer alternatieve methoden niet mogelijk zijn. Sinds 2004 bouwen openbare diensten al systematisch hun pesticidengebruik af naar een nulgebruik in 2015. Belangrijk is dat vanaf 1 januari 2015 onder ‘openbare dienst’ voortaan alle instanties vallen – zowel publiek als privaat – die een taak van algemeen belang uitoefenen. Dat zorgt voor extra bescherming van de meest kwetsbare groepen en het brede publiek. Zo zal het nulgebruik niet alleen gelden voor de schoolterreinen van het gemeenschapsonderwijs, provinciaal of gemeentelijk onderwijs, maar voor alle onderwijsnetten. Ook kinderopvang, ouderen- en ziekenzorg zijn taken van algemeen belang waarvoor een nulgebruik vanaf 1 januari 2015 geldt. Het nieuwe decreet heeft ook aandacht voor een duurzame watervoorziening in Vlaanderen. Daarom is er een verbod op het gebruik van pesticiden in grondwaterwingebieden en wordt het verbod vanaf 1 januari 2015 uitgebreid tot een strook van zes meter langs waterlopen. De VMM lanceerde in 2013 een nieuwe campagne om publiek en terreinbeheerders over de

TOEZICHT HOUDEN De VMM houdt toezicht op de uitbouw en het beheer van de saneringsinfrastructuur, zowel vanuit ecologisch als vanuit economisch standpunt. Het uiteindelijke doel van dit tweeledige toezicht is een optimale kwaliteit van het water tegen een maatschappelijk aanvaardbare prijs. Daarnaast houdt de VMM toezicht op water bestemd voor menselijke consumptie en treedt zij op als regulator in de drinkwatersector.

ECOLOGISCH EN ECONOMISCH TOEZICHT Als ecologisch toezichthouder kijkt de VMM na of de bestaande saneringsinfrastructuur optimaal rendeert. Onder saneringsinfrastructuur verstaan we zowel het riolerings- en collectorennet met bijhorende pompstations en andere constructies als de zuiveringsinstallaties. Via allerhande metingen en bevragingen die verwerkt worden in twee indicatorenkaders komt de VMM tot een objectieve evaluatie van de bedrijfsvoering op gemeentelijk en bovengemeentelijk niveau. Deze indicatoren worden nadien gebruikt om in overleg te treden met de betrokken actoren en om maatregelen voor te stellen om de vastgestelde pijnpunten te remediëren. Daarnaast houdt zij ook toezicht op de verdere uitbouw

nieuwe regelgeving over duurzaam gebruik van

en optimalisatie van de saneringsinfrastructuur.

pesticiden te informeren. Meer informatie vind je op de

Als economisch toezichthouder kijkt de VMM toe op de

vernieuwde website www.zonderisgezonder.be.

kostenefficiënte uitbouw en beheer van de bovengemeentelijke en gemeentelijke saneringsinfrastructuur. Daarnaast houdt ze toezicht op een correcte kostentoerekening door de watermaatschappijen. De VMM houdt ook toezicht op de saneringscontracten die NV Aquafin afsluit met bedrijven voor de zuivering van proceswater.

26


Activiteitenverslag_2013_Layout 1 31/03/2014 9:30 Page 27

OPTIMALISATIEPROGRAMMA 2015-2019

gemeentelijke projecten en de onderlinge afstemming

De Vlaamse Regering keurde op vrijdag 20 december 2013 het Investeringsprogramma 2015-2019 voor de optimalisatie van de bovengemeentelijke zuiveringsinfrastructuur in het Vlaamse Gewest goed. Daarmee krijgt de NV Aquafin 142 nieuwe projecten om uit te voeren.

ervan, de timing en de uitzonderingen voor optimale afkoppelingen in sterk verstedelijkte gebieden. Om de zoneringsplannen en gebiedsdekkende uitvoeringsplannen op elkaar af te stemmen geeft de VMM een eerste aanzet voor de herziening van de zoneringsplannen.

Het investeringsbudget voor het programmajaar 2015 is vastgesteld op 250 miljoen euro. Om de gemeenten bijkomend te ondersteunen bij de aanleg van gemeentelijke riolering, neemt de Vlaamse Regering met dit

Om de financiële middelen maximaal te laten renderen

investeringsprogramma

moeten die kostenefficiënt ingezet worden. De VMM

voor

100

miljoen

euro

gemeentelijke rioleringsinspanningen over. Alle projecten kan je raadplegen op het geoloket Saneringsinfrastructuur Afvalwater. SUBSIDIEPROGRAMMA 2014

wil de sector daarbij helpen. Ze organiseerde het overlegplatform RIO-leren en stelt een benchmarkmodel ter beschikking. Het doel van het overlegplatform

Rio-

Leren is om samen met de rioolbeheerders door middel van informatie-uitwisseling over specifieke onderwer-

Op 26 augustus 2013 keurde de Vlaamse minister van Leefmilieu het 1e kwartaalprogramma 2014 voor de aan-

pen te komen tot een kostenefficiënte aanpak op het

leg en verbetering van gemeentelijke rioleringen, KWZI's

platform Rio-leren enerzijds in kennisdeling en ander-

en IBA's goed. Op 4 september 2013 betekende de VMM

zijds in een kostenvergelijking. Tijdens het startcongres

dit programma aan de gemeenten en rioolbeheerders.

in maart 2013 werd het plan van aanpak en de praktische

Het omvat 117 rioleringsprojecten en 63 IBA-projecten

werking van het platform RIO-leren toegelicht. In over-

met in totaal 559 IBA’s (individuele behandelings-

leg met de rioolbeheerders werden 2 deeltrajecten uit-

installaties voor afvalwater) voor 228,5 miljoen euro. Ook

gekozen waarvoor de kostenefficiëntie onderzocht zal

deze projecten kan je raadplegen op het geoloket

worden, namelijk ‘Reiniging Straatkolken’ en ‘Aanleg en

Saneringsinfrastructuur Afvalwater.

Vervangskosten’. De problematiek van de laatste werk-

De VMM werkte in 2013 aan een herziening van het subsidiebesluit.

vlak van gemeentelijk rioolbeheer. Hiertoe voorziet het

groep werd door de complexiteit uiteindelijk beperkt tot het onderdeel Grondverzet. Voor beide werkgroepen werd de beschikbare informatie met de betrok-

VMM INFORMEERT GEMEENTEN EN RIOOLBEHEERDERS

ken rioolbeheerders vergeleken tijdens verschillende

In maart 2013 organiseerde de VMM in alle Vlaamse pro-

parantie van de kosten. Bovendien stelden bepaalde

vincies infosessies voor gemeenten en rioolbeheerders

gemeenten hierdoor hun werkwijze kritisch in vraag. Uit

over de herziening van de zoneringsplannen en de

werkgroep Grondverzet kwam ook naar voor dat veel

opmaak van de gebiedsdekkende uitvoeringsplannen.

gemeentebesturen niet over voldoende achtergrond-

De gemeentelijke zoneringsplannen werden goed-

kennis beschikken. De VMM gaat na op welke wijze zij

gekeurd in 2008-2009. Om daaraan concrete invulling te

hierin verdere ondersteuning kan bieden.

geven worden gebiedsdekkende uitvoeringsplannen

Meer info vind je op www.vmm.be/rio-leren.

overlegmomenten. Dat leidde tot een verhoogde trans-

(GUP) opgemaakt. Deze plannen omvatten de projectafbakening, de afbakening van de gemeentelijke en boven-

Activiteitenverslag 2013 • 27


Activiteitenverslag_2013_Layout 1 31/03/2014 9:30 Page 28

AFVALWATERINFORMATIESYSTEEM (AWIS) GAAT VAN START

FINANCIËLE BENCHMARK NEEMT RWZI'S ONDER DE LOEP

In oktober 2013 startte de VMM een haalbaarheidsstudie

De VMM heeft een financiële benchmark ontwikkeld die

over de toekomststrategie van AWIS, het afvalwater-

het mogelijk maakt om de exploitatiekosten van de zui-

informatiesysteem. AWIS wil een aantal klantvriendelijke

veringsinstallaties van de NV Aquafin onderling te verge-

instrumenten aanbieden voor de opvolging van en de

lijken. Het uiteindelijke doel van de benchmark is om de

rapportering over de uitbouw en het beheer van de

geleverde prestaties van de RWZI's te verbeteren en te

afvalwatercollecterings- en zuiveringsinfrastructuur. Met

komen tot een optimaal zuiveringsrendement tegen een

AWIS wil de VMM onder meer een digitaal loket voor

correcte prijs. De benchmark brengt aan de hand van

actuele rioleringsgegevens ontwikkelen. Via een vast

een aantal financiële indicatoren de kosten van de ver-

webportaal zal de communicatie tussen riool-

schillende RWZI's in het beheer van Aquafin in kaart. De

beheerders, gemeenten en de VMM gestroomlijnd

benchmarkresultaten geven een objectief beeld van de

worden en zullen rioleringsprojecten digitaal aan-

kostenverdeling tussen de verschillende RWZI's, wat toe-

gevraagd en opgevolgd kunnen worden. Op die manier

laat om ze onderling te vergelijken.

wil de VMM de dienstverlening naar gemeenten verbeteren en de samenwerking optimaliseren. Een belangrijke eerste stap in de haalbaarheidsstudie was een stakeholderanalyse. Daarbij bracht de VMM de noden en verwachtingen bij gemeenten en rioolbeheerders in kaart. Daarnaast moet de studie op basis van juridische, technische

en

financiële

overwegingen

het

implementatieplan verder richting geven. KOSTEN VOOR RIOLERING: FINANCIERINGSMODEL GEMEENTEN De VMM berekent jaarlijks hoeveel geld elke gemeente voor haar riolering nodig heeft. Die berekening goot de VMM in een model: het financieringsmodel. In oktober 2013 stuurde de VMM een geactualiseerde versie, toege-

28

SANERINGSBIJDRAGE CORRECT AANGEREKEND OP DRINKWATERFACTUUR

past op elke gemeente, naar de plaatselijke besturen.

In december 2013 publiceerde de VMM het rapport

Vlaanderen werkt aan een goede toestand van het

‘De saneringskosten correct aangerekend? Een proces-

oppervlaktewater. Vanaf 2013 geeft de Vlaamse Regering

controle bij de Vlaamse watermaatschappijen’. Het

10 miljoen euro extra subsidies voor de riolering uit. De

beschrijft de werkwijze en de resultaten van het onder-

berekening per gemeente gebeurt zowel aan de hand

zoek naar de aanrekening van de bovengemeentelijke

van inkomsten en uitgaven als volgens de analytische

bijdrage en de gemeentelijke bijdrage en vergoeding aan

boekhouding. Op basis van het financieringsmodel kan

kleinverbruikers zonder vrijstelling. Uit de gevoerde pro-

een gemeente beter strategische beslissingen nemen

cescontrole kan geconcludeerd worden dat het invoeren

binnen haar budget. Het is namelijk belangrijk dat de

van de

gemeente weet welke investerings- en exploitatie-

watermaatschappijen

uitgaven op til zijn. In het toegezonden model kan het

rekening toelaat. In totaal werden 1022 tarieven

bestuur zo veel mogelijk parameters zelf instellen en zo

gecontroleerd voor de verbruiksjaren 2010, 2011 en 2012.

diverse scenario's onderzoeken.

Hierbij werd geen enkele fout vastgesteld.

aanrekeningsprocessen bij de verschillende een

kwaliteitsvolle

aan-


Activiteitenverslag_2013_Layout 1 31/03/2014 9:30 Page 29

Er werden bovendien 180 voorbeeldfacturen gecontroleerd d.m.v. een herberekening van de aan te rekenen saneringsbijdrage en/of -vergoeding. Daaruit blijkt dat de correcte tarieven gehanteerd worden en dat de proratering van het aantal verbruikte kubieke meter drinkwater over de verschillende kalenderjaren (2010, 2011 en 2012) correct verloopt. Ook bij specifieke veranderende omstandigheden, zoals een verhuis van de klant, een verandering in private waterwinningssituatie of bij een rechtzetting ten gevolge van een manuele handeling, blijkt dit het geval te zijn. NIEUW VERGOEDINGSMODEL NV AQUAFIN In de loop van 2013 keurde de Vlaamse Regering een nieuw vergoedingsmodel voor de NV Aquafin als proefmodel voor 2014 goed. Het vergoedingsmodel laat de kosten van de NV Aquafin variëren in functie van 2 parameters, namelijk de patrimoniumeenheden in beheer van Aquafin en de hoeveelheid Kjeldahlstikstof die Aquafin verwerkt. Dat budget wordt aangevuld met een aantal vaste enveloppes voor de kosten die niet aan de voormelde parameters gekoppeld kunnen worden. Hiermee geeft het Vlaamse Gewest invulling aan de definitie ‘redelijke kosten’. De economisch toezichthouder adviseerde het Vlaamse Gewest na een korte evaluatie. De VMM zal het proefmodel evalueren en haar economisch toezicht op deze nieuwe aanpak enten.

Activiteitenverslag 2013 • 29


Activiteitenverslag_2013_Layout 1 31/03/2014 9:30 Page 30

TOEZICHT OP DRINKWATER Drinkwater is bestemd voor menselijke consumptie en

Daarnaast verzorgt de VMM ook het toezicht op de

moet dus veilig en gezond zijn. De kwaliteit van het

dienstverlening in de drinkwatersector, dat wettelijk is

water bestemd voor menselijke consumptie wordt zeer

geregeld in het Algemeen waterverkoopreglement. Dat

regelmatig en conform de wettelijke bepalingen gecon-

reglement voorziet in duidelijke rechten en plichten,

troleerd. De drinkwatermaatschappijen zijn zelf verant-

zowel voor de drinkwatermaatschappij, voor de rioolbe-

woordelijk voor de uitvoering van deze wettelijk ver-

heerder als voor de klant.

plichte controle. Jaarlijks maken ze een controleprogramma op dat de VMM moet goedkeuren. Jaarlijks vóór 1 april maken de drinkwatermaatschappijen de resultaten van deze controles over aan de VMM. De VMM analyseert deze gegevens en maakt een rapport over de

Kraantjeswater drinken is gezond, ook op school. Het is

drinkwaterkwaliteit aan de kraan. Uit het rapport

bovendien goedkoop én milieuvriendelijk, omdat geen

‘Drinkwaterkwaliteit 2012’ blijkt dat het drinkwater dat

verpakking of transport nodig is. De VMM maakte samen

in Vlaanderen in 2012 verdeeld werd, voor 99,78% aan de

met de dienst Toezicht Volksgezondheid een brochure

opgelegde kwaliteitseisen voldoet. Af en toe worden

met tips en richtlijnen voor scholen. De brochure ‘Veilig

voor een beperkt aantal parameters normoverschrijdin-

omgaan met kraantjeswater op school’ vind je op

gen aan de kraan vastgesteld, maar het dan gaat om een

www.vmm.be/kraantjeswater.

tijdelijke kwaliteitsvermindering. De binneninstallatie, het tijdstip en de wijze van staalname kunnen een impact hebben op de resultaten van de analyses aan de kraan. Het rapport over de drinkwaterkwaliteit vind je op www.vmm.be.

30

VEILIG OMGAAN MET KRAANTJESWATER OP SCHOOL


Activiteitenverslag_2013_Layout 1 31/03/2014 9:30 Page 31

EXTRA SOCIALE MAATREGELEN VOOR DRINKWATER Op 6 december 2013 keurde de Vlaamse Regering het

VERHOOGDE GARANTIE OP EEN VEILIGE EN DUURZAME DRINKWATERVOORZIENING

uitvoeringsbesluit goed dat voorziet in maatregelen

Op 8 november 2013 verleende de Vlaamse Regering

voor de bescherming van kwetsbare doelgroepen. Dit

haar definitieve goedkeuring aan een vernieuwde wet-

besluit legt ook de procedures voor afsluiting van de

geving over de productie en levering van drinkwater. De

watertoevoer vast. Vanaf 1 januari 2014 krijgen de water-

nieuwe regelgeving legt aan de drinkwaterbedrijven

maatschappijen een aantal sociale openbare dienstver-

bijkomende operationele dienstverplichtingen op.

plichtingen. Beschermde klanten hebben vanaf dan

Hiermee sluit de Vlaamse Regering aan bij de inter-

recht op onder meer een gratis waterscan, een maande-

nationale trends in risicobeheer en duurzaam voorraad-

lijkse betaling en een gratis meterstandopname bij hen

beheer. Via een verplichte toepassing van een integrale

thuis. Iemand afsluiten van de watertoevoer is een dras-

risicobeheerstrategie van bron tot kraan moeten de

tische ingreep die niet zomaar genomen mag worden.

drinkwaterbedrijven altijd alert blijven voor mogelijk

Om watergebruikers te beschermen tegen afsluiting, is

nieuwe risico’s en hierop gepast preventief reageren. De

een duidelijke procedure opgesteld, die de watermaat-

drinkwaterbedrijven krijgen ook de opdracht om

schappijen moeten volgen vooraleer ze mogen afsluiten.

leveringsplannen en langetermijnvoorzieningsplannen

Zo moet er minstens zes weken zitten tussen kennisge-

op te maken die afgestemd zijn op de doelstellingen van

ving van de nakende afsluiting en het moment dat de

het Vlaamse beleid inzake duurzaam watervoorraad-

kraan effectief toe gaat. Binnen die termijn kan nog een

beheer.

regeling getroffen worden. De lokale adviescommissie van het OCMW speelt in die procedure een belangrijke rol. Voortaan zullen de OCMW's altijd bijspringen wanneer iemand in moeilijkheden komt, zoals dat ook al bij de elektriciteitsfactuur gebeurt. Samen met het pakket aan sociale maatregelen geeft de nieuwe procedure een verhoogde garantie dat de toegang tot de watervoorziening behouden blijft. Om hulpverleners en OCMW-medewerkers te informeren over de nieuwe procedure en sociale maatregelen, organiseerde de VMM op 7 november 2013 een infosessie in Gent. In 2014 komt er een nieuwe sensibiliseringscampagne, als aanvulling op de campagne 'Goed gere-

Er wordt ook gestreefd naar een grotere paraatheid bij de drinkwaterbedrijven wanneer het misgaat. Zo zullen alle drinkwaterbedrijven moeten beschikken over een actueel interventieplan en krijgen ze de verantwoordelijkheid om een alternatieve waterbevoorrading te organiseren. De VMM is naast toezichthouder op dit proces vooral ook een partner. In samenwerking met de drinkwaterbedrijven werkte de VMM aan de onderbouwing en ontwikkeling van een bronbeschermingsbeleid voor onze drinkwaterbronnen onder meer via de werking ‘Opmaak brondossiers’.

geld = geld gespaard'. Meer info op www.vmm.be/waterloket.

Activiteitenverslag 2013 • 31


Activiteitenverslag_2013_Layout 1 31/03/2014 9:30 Page 32

WATERREGULATOR De WaterRegulator vergelijkt sinds 2010 de werking en

Daardoor wordt de komende decennia een toename van

de prestaties van de watermaatschappijen en brengt

vervangingsinvesteringen in leidingen en bijhorende

onze drinkwaterproductie en -levering helder in kaart.

infrastructuur verwacht. Een planmatige en doordachte

Het derde rapport ‘Watermeter’ geeft een uitgebreid overzicht van de drinkwatersector in Vlaanderen. De WaterRegulator van de VMM wil bijdragen tot een ver-

gen kunnen ook de financiële gevolgen op voorhand voldoende inschatten.

hoogde transparantie in de productie en levering van lei-

De WaterRegulator heeft ook de opdracht de Vlaamse

dingwater door het publiek beschikbaar stellen van deze

Regering te adviseren bij de uitwerking van openbare

kerncijfers. Zowel de organisatie van de sector, de ken-

dienstverplichtingen ten aanzien van de watermaat-

merken van de distributiegebieden, de waterbalans als

schappijen. In 2013 werd advies verstrekt bij besluiten

het waterverbruik, bedrijfseconomische gegevens en de

van de Vlaamse Regering naar aanleiding van de invoe-

prijs van drinkwater komen erin aan bod.

ring van operationele en sociale openbare dienst-

Uit een studierapport ‘Vergelijking van de kostprijs in

verplichtingen.

verschillende Europese landen’ blijkt dat Vlaanderen

Alle rapporten en adviezen van de WaterRegulator vind

een van de goedkoopste regio’s voor leidingwater in

je op www.vmm.be/WaterRegulator.

Europa is. Een type-gezin van 2 personen betaalt hier jaarlijks 313 euro via haar waterfactuur. Het gaat hier wel om de integrale waterfactuur, die zowel de kosten voor het waterverbruik als de kosten voor de sanering van het geleverde water bevat. Voor de laagste inkomens komt dat neer op 2,6 procent van het inkomen. In Duitsland is het aandeel van de waterfactuur van dat gezin 4,7 procent voor de laagste inkomensgroep. In het rapport ‘Investeringen voor publieke watervoorziening 2012' pleit de WaterRegulator voor een planmatige aanpak om verouderde drinkwaterleidingen te vervangen. Dat is noodzakelijk om in de toekomst kwaliteitsvol drinkwater te blijven leveren. Bovendien kan zo een redelijke waterprijs op middellange termijn gehandhaafd blijven. De laatste jaren gingen de investeringen in watervoorziening al in stijgende lijn. In 2011 investeerden de watermaatschappijen meer dan 150 miljoen euro. Iets minder dan de helft wordt geïnvesteerd in het leidingnet, ongeveer 30 procent in watergebonden installaties en iets meer dan 20 procent zijn overige investeringen. Het grootste deel van het leidingnet dat vandaag in gebruik is, werd aangelegd tussen 1960 en 1980.

32

aanpak dringt zich dan ook op. Gedetailleerde plannin-


Activiteitenverslag_2013_Layout 1 31/03/2014 9:30 Page 33

HEFFINGEN INNEN

ADVISEREN MILIEUVERGUNNINGAANVRAGEN

Milieuheffingen zijn gebaseerd op het principe ‘de ver-

Met een doordacht vergunningenbeleid streeft de VMM

vuiler betaalt’.

naar een minimale belasting en een maximale bescher-

De heffingsinkomsten worden opnieuw geïnvesteerd in

ming van het milieu.

een beter leefmilieu. In 2013 ontving de VMM 70,8 mil-

De VMM geeft advies over de milieuvergunning-

joen euro aan heffingsinkomsten. Het gaat om de som

aanvragen en bodemsaneringen van bedrijven van klasse

van de heffing op de waterverontreiniging (3,1 miljoen

1 en 2. De adviezen afvalwater behandelen de lozings-

euro kleinverbruikers + 44,8 miljoen euro grootverbrui-

problematiek

kers = 47,9 miljoen euro) en de heffing op de grondwa-

Doordachte en performante adviezen zijn het resultaat

terwinning (22,9 miljoen euro). De VMM ontving die

van de nauwgezette opvolging van de beste beschikba-

inkomsten uit de (bovengemeentelijke) heffingen. In

re technieken (BBT- en BREF-documenten), van de ver-

2013 bedroeg het geïndexeerde eenheidstarief 33,64

werkbaarheid van het afvalwater op een RWZI, van het

euro per vervuilingseenheid voor oppervlaktewaterlo-

Europese beleid over gevaarlijke stoffen (prioritaire stof-

zers en 43,89 euro per vervuilingseenheid voor rioollo-

fen, kwik, REACH, hormoonverstoorders), de continue

zers. De drinkwatermaatschappijen vestigen een boven-

uitbouw van de expertise gevaarlijke stoffen en van een

gemeentelijke en een gemeentelijke bijdrage op het

databeheerssysteem voor de vergunningen. De doelstel-

geleverde water. Deze bijdrage bedroeg in 2013 voor het

lingen die de kaderrichtlijn Water

bovengemeentelijk deel 0,9523 euro per kubieke meter

richtinggevend. De VMM verleent voor verschillende

(exclusief btw) en maximaal 1,3332 euro per kubieke

rubrieken van Vlarem een advies op basis van objectieve

meter (exclusief btw) voor het gemeentelijke deel.

criteria.

Eind 2012 werd de financierende heffing goedgekeurd

Verder geeft de VMM ook advies over grondwater-

die de kosten van de verwerkbaarheid van het afval-

vergunningen. Om een goede toestand van het grond-

water dat in de riool geloosd wordt, in rekening brengt.

water te bereiken, is een evenwicht tussen vraag en aan-

Ook de saneringscontracten van de NV Aquafin werden

bod van water essentieel. Via het vergunningenbeleid

bijgewerkt. De VMM informeerde de belanghebbenden

wordt sturend opgetreden om het gebruik van grond-

in 2013 over deze nieuwe principes via een brochure, een

water zo veel mogelijk te beperken: in eerste instantie

aangepaste website en 5 provinciale infosessies.

spoort de VMM alle sectoren aan om minder water te

van

de

ingedeelde

inrichtingen.

stelt, zijn daarbij

gebruiken, bijvoorbeeld door hen een wateraudit aan te bevelen. Vervolgens stimuleert de VMM het hergebruik van water en het gebruik van alternatieve waterbronnen. In 2013 werden 978 milieuvergunningaanvragen voor afvalwater,

1.850 milieuvergunningaanvragen voor

grondwaterwinningen, 184 bodemsaneringsdossiers en 7 adviezen voor erkende deskundigen (VLAREL) geadviseerd.

Activiteitenverslag 2013 • 33


Activiteitenverslag_2013_Layout 1 31/03/2014 9:30 Page 34

20 JAAR ADVIES MILIEUVERGUNNINGEN VMM Op vrijdag 17 mei 2013 blikte de VMM met de belangrijk-

Natuur en Energie, provincies, gemeenten, bedrijven en

ste partners en stakeholders tevreden terug op 20 jaar

sectororganisaties zijn uiteraard onmisbaar voor een

adviesverlening afvalwater bij de VLAREM milieu-

breed gedragen vergunningenbeleid.

vergunningsprocedure tijdens een symposium in Aalst. De VMM is sinds 1993 een schakel in de vergunningsprocedure voor afvalwater. Ze heeft de bevoegdheid om advies uit te brengen over milieuvergunningen met betrekking tot lozing van zowel bedrijfsafvalwater als afvalwater van bodemsaneringen. Deze adviezen worden getoetst binnen de integrale watervisie van de VMM. Ze integreren de gebiedsgerichte kennis over de stroomgebieden in Vlaanderen, de analyses van de watermeetnetten en de terreinexpertise van onze medewerkers. Ook belangrijk in dit kader is het beleid rond de verwerkbaarheid van afvalwater in de openbare zuiveringsinfrastructuur. Het richtinggevend Europees beleid rond gevaarlijke stoffen en onze expertise over de eigenschappen van deze stoffen in het aquatisch milieu zijn dan weer een onmisbare schakel voor de bepaling van de lozingsnormen van gevaarlijke stoffen. De toepassing van de Beste Beschikbare Technieken leidt eveneens tot het systematisch aanscherpen van de lozingsnormen. Een nauwe samenwerking met talrijke partners zoals VITO, de afdelingen Milieuvergunningen en Milieu-inspectie van het departement Leefmilieu,

34

Zowel de bedrijven als de overheid hebben de voorbije 20 jaar grote inspanningen geleverd om de verontreiniging van het oppervlaktewater door bedrijven te doen dalen. De milieuvergunning is hierbij het instrument om lozingsnormen op te leggen, maar ook een betere handhaving, schonere productiewijzen en de milieuheffing op bedrijfsafvalwater hebben hiertoe bijgedragen. De zichtbare afname van verontreinigende stoffen afkomstig van lozingen van de industrie, levert onmiskenbaar een positieve bijdrage tot een betere kwaliteit van het oppervlaktewater. Het blijft echter een grote uitdaging om vergunningsvoorwaarden te blijven afstemmen op het sterk evoluerend landschap van geloosde stoffen en productietechnieken. Nieuwe zorgwekkende stoffen komen meer en meer in beeld en vragen bijkomend onderzoek om er de juiste beleidsconclusies aan te koppelen. Innovatieve technieken die kunnen leiden naar een duurzame groene groei zullen in samenwerking met de verschillende actoren gestimuleerd worden.


Activiteitenverslag_2013_Layout 1 31/03/2014 9:30 Page 35

EUROPEES AKKOORD OVER PRIORITAIRE STOFFEN 12 extra stoffen met bijhorende milieukwaliteitsnormen worden opgenomen in de Europese regelgeving rond prioritaire stoffen. Daarover bereikten de Europese Raad en het Parlement in april 2013 een akkoord. Het gaat over een aantal pesticiden, industriële chemische stoffen en bijproducten van verbranding. De drie geneesmiddelen (waaronder de ontstekingsremmer Diclofenac en hormonale bestanddelen van de anticonceptiepil) die deel uitmaakten van het oorspronkelijke voorstel van de Europese Commissie zijn niet als prioritaire stoffen aangeduid. De komende jaren worden ze wel verder gemonitord en wordt een strategische aanpak uitgewerkt om de emissies ervan te verminderen. De 12 stoffen worden toegevoegd aan de huidige lijst van 33 prioritaire stoffen die een risico betekenen voor het aquatisch leefmilieu. Verder wordt ook een aantal milieukwaliteitsnormen verstrengd en worden verbeteringen voorgesteld voor de monitoring en de rapportering van deze chemische stoffen. Ook komt er een mechanisme om betere informatie te verkrijgen

ADVISEREN WATERTOETS De watertoets is een instrument waarmee de overheid die beslist over een vergunning, de impact van een plan of een programma inschat op het watersysteem. Het resultaat van de watertoets wordt als een waterparagraaf opgenomen in de vergunning of in de goedkeuring van het plan of het programma. In 2013 ontving de VMM voor 2.686 dossiers een adviesvraag. Dankzij deze adviesverlening kan erover gewaakt worden dat belangrijke wijzigingen in regelgeving zoals de hemelwaterverordening en de code van goede praktijk voor rioolstelsels meteen doorvertaald worden op vergunningenniveau. Daarbij streeft de VMM ook naar maximale winwin-situaties door eigen projecten mee te integreren in lopende dossiers, zoals bijvoorbeeld het geval was bij de openlegging van de Dijle in Leuven. Tot slot vormt de watertoets een belangrijk werkinstrument om de meerlaagse veiligheid concreet in de praktijk te vertalen en het overstromingsrisico in Vlaanderen verder te reduceren.

over nieuwe zorgwekkende stoffen. Na publicatie in het

Binnen de CIW heeft de VMM een trekkersrol in het

Europees publicatieblad, hebben de lidstaten 2 jaar tijd

watertoetsaspect. In 2013 werden een aantal belangrijke

om deze aanpassingen in hun wetgeving door te voeren.

stappen gezet. Zo werd de vernieuwde watertoets

Voor Vlaanderen betekent dat onder meer een aanpas-

positief geëvalueerd. De VMM communiceerde ook over

sing van VLAREM. Het beleid rond gevaarlijke stoffen is

de nieuwe informatieplicht voor vastgoed in over-

een belangrijke pijler bij de lozing van afvalwater en het

stromingsgebied. Samen met de andere partners binnen

reglementeren ervan via de milieuvergunningen.

de CIW stelde de VMM de omzendbrief van 28 juni 2013 over de toepassing van de watertoets in de signaalgebieden op.

Activiteitenverslag 2013 • 35


Activiteitenverslag_2013_Layout 1 31/03/2014 9:30 Page 36

WATER ZONDER GRENZEN

cyclus te brengen, door veerkrachtige ruimtes voor

Een integrale visie op water vereist samenwerking met

wateroverlast zorgen bij hevige regenval. Binnen dit pro-

tal van strategische partners. De VMM bundelt haar

ject werd in 2013 aan de Dijle in Leuven het Klaverpark

krachten met de Vlaamse provincies, steden en gemeen-

heraangelegd met overstroombare terrassen. Meer info:

ten, de polders en wateringen, het Vlaams agentschap

www.floodresiliencity.eu.

Zorg en Gezondheid, het Vlaams Ministerie van Mobiliteit en Openbare Werken, milieu- en natuurorganisaties, bedrijvenkoepels, de zorgsector …

water te ontwikkelen. Speelpleinen kunnen bijvoorbeeld zo ontworpen worden dat ze voor extra buffer tegen

De VMM werkte een eerste globale aanpak uit van de overstromingsproblematiek door extreme neerslag in de verstedelijkte Woluwevallei en voor de stad Leuven.

Ook in de Internationale Scheldecommissie en de

Daarbij keken we niet alleen naar de klassieke bescher-

Internationale Maascommissie neemt de VMM een

mingsmaatregelen (Protectie), maar werden ook maatre-

actieve rol op. Deze internationale riviercommissies

gelen voor Preventie en Paraatheid uitgewerkt. Deze

spelen op het niveau van de stroomgebieddistricten een

benadering ‘meerlaagse veiligheid’ wordt ook gebruikt

cruciale rol in het integrale waterbeleid. Zo coördineren

bij het opmaken van de Overstromingsrisicobeheer-

ze de opmaak van de overkoepelende delen van de

plannen voor heel Vlaanderen, een verplichting van de

stroomgebiedbeheerplannen als aanvulling op de indivi-

Europese Overstromingsrichtlijn. De brochures 'Hoe

duele plannen van de oeverstaten- en gewesten.

omgaan met overstromingen van de Dijle in Leuven?' en

Verder neemt de VMM actief deel aan internationale projecten rond water. Een volledig overzicht van de

‘Hoe omgaan met overstromingen in de Woluwe’ vind je op www.vmm.be.

internationale projecten waarbij de VMM betrokken is, vind je op www.vmm.be.

Binnen het Europese Aquadra-project (2009-2013) werkten waterbeheerders vier jaar lang in de grensregio met Wallonië, Nederland en Duitsland aan 12 pilootprojecten voor een duurzaam waterbeheer. Voorbeelden daarvan Het Europese project ‘FloodResilienCity’ liep in 2013 af. Elf partners uit 8 steden – Brussel, Leuven, Mainz, Parijs, Orléans, Dublin, Bradford en Nijmegen – zochten naar oplossingen om overstromingsrisico’s aan te pakken in dit inspirerende project. Het belang van een goed stedelijk ontwerp kwam daarbij naar voor. ‘Water Sensitive Urban Design’ is een interdisciplinaire samenwerking tussen waterbeheer en stadsontwikkeling. Daarbij tracht men de stedelijke watercyclus dichter bij de natuurlijke

36

in Vlaanderen zijn de hermeandering van de Jeker in de Kevie (Tongeren), de herwaardering van de Beek in Vreren-Nerem en de erosiebuffer in Horstergrub in Voeren. Het Aquadra-project betekende ook een doorstart voor een toekomstgerichte betere samenwerking over de grenzen heen. Zo werd heel wat kaartmateriaal samengevoegd, werden meettoestellen vernieuwd en computermodellen gedeeld tussen de partners. Dit soort kennisdeling en afstemming zorgt voor een gegronde basis voor toekomstige samenwerking.


Activiteitenverslag_2013_Layout 1 31/03/2014 9:30 Page 37

Om die duurzame samenwerking voor waterbeheer te garanderen, ondertekenden de acht partners op het slotsymposium van Aquadra op 13 september 2013 een charter. De partners verbinden zich ertoe om het overlegplatform Aquadra blijvend vorm te geven. Er zal min-

Op 23 mei 2013 vond in Leuven de slotconferentie van

stens twee maal per jaar overlegd worden. Dit zal de uit-

het LIFE+ project WEISS plaats. Dit project werd uitge-

wisseling van kennis, informatie en ervaringen bevorde-

voerd door de partners VMM en VITO, met als belang-

ren en kan leiden tot gemeenschappelijke acties.

rijkste output het gelijknamige WEISS-systeem (Water

Uitdagingen zijn er genoeg in elk van de vier rivierbek-

Emissions Inventory Support System). Experten en

kens. De betrokken partners voor het Vlaamse gedeelte

beleidsmedewerkers uit Vlaanderen, Wallonië, Brussel,

zijn de VMM, de provincie Limburg, het Regionaal

Nederland en Duitsland kregen een demonstratie van

Landschap Haspengouw en Voeren, en het bekken-

het WEISS-prototype, toegepast op Vlaanderen als

bestuur van de Maas.

onderdeel van de Internationale Stroomgebieden Schelde en Maas. Het WEISS-systeem is een instrument om significante bronnen en hun bijdrage aan de waterverontreiniging in kaart te brengen. Het is een vernieuwend instrument door zijn generiek, flexibel en modulair

Het algemeen doel van het ScaldWIN-project is bij te dragen tot een betere kwaliteit van oppervlakte- en grondwaterlichamen in het internationale stroomgebieddistrict (ISGD) van de Schelde. De VMM is projectcoördinator en werkt hiervoor samen met partners uit Frankrijk, de andere Belgische gewesten en Nederland. Binnen het project wordt een set kosteneffectieve, innovatieve en transnationale acties ontwikkeld en uitgevoerd om een goede toestand van oppervlakteen grondwaterlichamen te bereiken. Door het transnationale effect van deze acties te monitoren, wordt de basis gelegd voor de ontwikkeling van een transnationaal opvolgingssysteem voor de maatregelenprogramma's die

karakter.

De emissies worden berekend vanuit een

bottom-up benadering, vertrekkend vanuit de gedetailleerde ligging van de bron ( punt, lijn, oppervlakte), gevolgd door de berekening van het transport (run-off, riolen, directe emissies en lozingen) en de uiteindelijke bijdrage in de waterverontreiniging. De gebundelde informatie laat toe om trends te analyseren met variatie in de tijd, op de verschillende plaatsen in de transportroute en voor een gebied naar keuze, alsook het uitvoeren van ‘wat-als-scenario’s’. WEISS is niet alleen een rapporteringsinstrument, maar ook een beleidsondersteunend instrument. Voor meer info over dit project: http://weiss.vmm.be/.

in het kader van de kaderrichtlijn Water (KRW) voor het ISGD Schelde werden opgesteld. Met medefinanciering van ScaldWIN finaliseerde de VMM in 2013 de werken aan een rivierherstelproject in de Marke en aan de Abdijensite in Herkenrode. Scaldwin organiseerde ook mee de Internationale Scheldeweek in maart 2013. Meer info: www.scaldwin.org

Activiteitenverslag 2013 • 37


Activiteitenverslag_2013_Layout 1 31/03/2014 9:30 Page 38

38


Activiteitenverslag_2013_Layout 1 31/03/2014 9:30 Page 39

WERKEN AAN ZUIVERE LUCHT De Vlaamse Milieumaatschappij werkt aan een beter leefmilieu door de luchtkwaliteit in Vlaanderen steeds nauwkeuriger in kaart te brengen. Ze inventariseert wie wat loost in de emissie-inventaris Lucht en rapporteert daarover. Op basis van de resultaten geeft ze advies aan bedrijven en burgers, adviseert ze over milieuvergunningen en doet ze beleidsvoorstellen om de luchtkwaliteit te verbeteren. Bovendien werkt de VMM aan sensibilisering en bewustwording rond luchtkwaliteit.

2013: EUROPEES JAAR VAN DE LUCHT Hoewel de luchtkwaliteit de laatste decennia verbeterd

VLAAMSE LUCHTKWALITEIT VERBETERT

is, leidt luchtvervuiling in Europa volgens sommige stu-

Op 18 december 2013 publiceerde de VMM het rapport

dies nog altijd tot 350.000 vroegtijdige sterfgevallen per

'Luchtkwaliteit in het Vlaamse Gewest 2012'. Het

jaar. Hoge ozonconcentraties en fijn stof veroorzaken

beschrijft de evolutie van de algemene luchtkwaliteit in

bovendien ademhalingsziektes en allergieën. Om de pro-

het Vlaamse Gewest over de jaren heen en toetst de

blematiek van luchtvervuiling onder de aandacht te

concentraties aan de Vlaamse en Europese wetgeving.

brengen riep Janez Potoćnik, Euro-commissaris voor

De meetresultaten worden ook vergeleken met de richt-

Leefmilieu, 2013 uit tot Jaar van de Lucht. Het doel: het

waarden van de Wereldgezondheidsorganisatie. Tot slot

belang van schone lucht onderstrepen en actie onderne-

komen ook algemene tendensen in de geografische

men om de luchtkwaliteit in heel Europa te verbeteren.

spreiding van de luchtverontreiniging en aandachts-

Potoćnik lanceerde eind 2013 voorstellen om de

punten op het vlak van de luchtkwaliteit in het Vlaamse

Europese wetgeving rond luchtkwaliteit aan te scherpen.

Gewest aan bod. Het rapport bevestigt de trend van de

Dat vinden de Europeanen broodnodig, zo bleek uit de

afgelopen jaren dat de luchtkwaliteit in Vlaanderen

Eurobarometer ‘Attitudes of Europeans towards Air

verbetert.

Quality’, die begin 2013 gepresenteerd werd. Bijna vier

FIJN STOF

op de vijf ondervraagden (79%) vinden dat de Europese Unie extra maatregelen moet nemen om de lucht-

Alle Vlaamse meetstations halen de jaargrenswaarde van

vervuiling verder te verminderen.

40 µg/m³ voor PM10. In 4 van de 35 meetstations blijft de dagconcentratie van 50 µg/m³ nog op te veel dagen te hoog. Toch is dit een opmerkelijke verbetering tegenover 2011 toen nog 17 meetstations de dagconcentratie overschreden. Overal in Vlaanderen wordt de Europese jaargrenswaarde voor PM2,5 van 25 µg/m³, die geldt vanaf 2015, gehaald. Hoewel de WGO-richtwaarde van 10 µg/m³ nog buiten bereik ligt, sluiten de resultaten van 2012 aan bij de dalende trend van de voorbije jaren.

VERKEER In 2012 lag de jaargemiddelde concentratie stikstofdioxiden (NO2) van alle Vlaamse meetstations onder de jaargrenswaarde (40 µg/m³), behalve bij vier meet-

Activiteitenverslag 2013 • 39


Activiteitenverslag_2013_Layout 1 31/03/2014 9:30 Page 40

(2012) besloot Europa om voor deze zones tot 2015 uit-

OPENBARE RAADPLEGING PRTR-PROTOCOL

stel te verlenen voor het halen van de jaargrenswaarde.

Het PRTR-protocol – ofwel het internationaal protocol

Alle vier de meetstations liggen in een omgeving met

over de uitstoot en overbrenging van verontreinigende

een hoge verkeersdruk. Om de impact van het verkeer

stoffen – heeft als doel de toegankelijkheid van milieu-

te kennen, is behalve stikstofoxide (NOx, NO en NO2) ook roet een geschikte parameter. De VMM meet zwar-

informatie voor het brede publiek te vergroten.

te koolstof als maat voor roet. De concentraties blijken

andere bronnen draagt bij tot de preventie en verminde-

vooral hoog te zijn in smalle straten tussen hoge gebou-

ring van milieuverontreiniging. Het leidt ook tot een gro-

wen. Onderzoek van de VMM langs een snelweg toont

tere verantwoordelijkheidszin en inspraak van het

ook het verband met zwarte koolstof, waarvan de con-

publiek bij de besluitvorming op milieugebied. PRTR

centratie sterk afneemt met de afstand tot de snelweg.

(Pollutant Release and Transfer Register) is een register

De correlatie voor fijn stof als dusdanig met het verkeer

dat informatie bevat over niet minder dan 86 verontrei-

is veel minder uitgesproken. Voor zwarte koolstof

nigende stoffen en afvalstoffen. De gegevens voor

bestaat momenteel geen wetgeving, ook niet op

Vlaanderen kun je raadplegen op prtr.vlaanderen.be.

stations in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie. Op basis van het Vlaams luchtkwaliteitsplan

Europees niveau. Precies om nog minutieuzer naar de invloed van het verkeer op de luchtkwaliteit te kunnen peilen, breidde de VMM in 2012 haar meetnet voor zwarte koolstof fors uit van 6 tot 14 meetstations.

OZONSMOG Eind juli 2012 werd de informatiedrempel van 180 µg/m³ op 4 opeenvolgende dagen overschreden, de langste periode sinds 2005. Op één dag werd zelfs de alarmdrempel van 240 µg/m³ op op twee meetplaatsen. Toch bleef de overlast voor de gezondheid beperkt. De gemeten ozonconcentraties bleven in 2012 onder de Europese streefwaarden. Wel zijn de Europese langetermijndoelstellingen voor ozon momenteel nog ver buiten bereik.

ZWARE METALEN Vlaanderen haalt in 2012 voor het eerst de Europese doelstelling voor nikkel. Voor arseen en cadmium zijn er nog lokale problemen in Beerse en Hoboken nabij bekende industriële bronnen. Vlaanderen hanteert al sinds 2007 een grenswaarde voor cadmium, maar sinds 31 december 2012 gelden Europese streefwaarden voor zowel cadmium als nikkel en arseen.

40

Transparantie over de verontreiniging door bedrijven en

Het protocol bepaalt ook dat de betrokken Vlaamse agentschappen (OVAM en VMM) over de gerealiseerde doelstellingen moeten rapporteren aan de hand van een vragenlijst. De ingevulde vragenlijst kon openbaar geraadpleegd en becommentarieerd worden van 4 oktober tot en met 15 november 2013.


Activiteitenverslag_2013_Layout 1 31/03/2014 9:30 Page 41

LUCHTIGE SAMENWERKING Om een verdere verbetering van de luchtkwaliteit te krijgen, zijn zowel inspanningen op lokaal vlak als op internationaal vlak nodig. Alleen zo kunnen de grenswaarden

Het Life+ ATMOSYS-project had tot doel het ontwikke-

op alle locaties in Vlaanderen gehaald worden. De VMM

len, evalueren en demonstreren van een geavanceerd en

werkt daarom samen met verschillende partners uit bin-

uitgebreid systeem van luchtkwaliteitsmodellen en het

nen- en buitenland.

opzetten van een internetplatform. Dit platform wordt

De VMM voert samen met of in opdracht van andere

eerst toegepast op Vlaanderen en kan later gebruikt

partijen luchtkwaliteitsmetingen uit. Zo heeft de VMM

worden door beleidsmakers voor hotspotgebieden in

samenwerkingsovereenkomsten met het Gemeentelijk

heel Europa.

Havenbedrijf van Antwerpen, de gemeente Beveren, de

Het finale systeem van luchtkwaliteitsmodellen laat toe

Belgische petroleumraffinaderijen, Electrabel, EON, EDF

om:

Luminus, T-power, Evonik Degussa Antwerpen, Total Olefins ANtwerpen en BP Chembel Geel. De VMM participeert in de Intergewestelijke Cel voor het Leefmilieu (IRCEL), een samenwerkingsovereen-

•

opeenvolgende dagen uit te werken; •

het voorspellen van ozon- of smogepisodes.

de luchtkwaliteit van afgelopen jaren opnieuw te analyseren;

komst tussen het Brusselse, het Vlaamse en het Waalse Gewest over het toezicht op emissies naar de lucht en

voorspellingen van de luchtkwaliteit voor een aantal

•

luchtkwaliteitsmodellen grondig te toetsen aan metingen.

Binnen dit project werkte de VMM de emissie-inventaris van elementair koolstof uit. Daarnaast voerde de VMM samen met VITO en IRCEL een aantal campagnes om onder meer de concentraties fijn stof (PM10) en zwarte koolstof (black carbon of BC) beter in kaart te brengen. Hiervoor werd zowel een stedencampagne als een snelwegcampagne uitgevoerd. Op 20 november 2013 werden de belangrijkste resultaten voorgesteld op de slotconferentie. De stedencampagne startte in juli 2011. Tussen midden 2011 en midden 2012 onderzocht de VMM hoe de concentraties van NO2 en de samenstelling van fijn stof variëren binnen een stad. Daarvoor deed de VMM luchtmetingen in de steden Antwerpen, Gent, Brugge en Oostende, telkens op een achtergrondlocatie, een invalsweg en een drukke street canyon. Dat laatste is een straat met hoge gebouwen en veel verkeer.

Activiteitenverslag 2013 • 41


Activiteitenverslag_2013_Layout 1 31/03/2014 9:30 Page 42

Het onderzoek toont aan dat de fijnstofconcentraties in de street canyons gemiddeld 7,5 µg/m³ of 29 procent hoger zijn dan op de achtergrondplaatsen. De lokale verhoging van fijn stof komt door twee verkeersbijdrages

Joaquin (Joint Air Quality Initiative) is een Europese

die ongeveer even belangrijk zijn:

samenwerking met de steun van het INTERREG IVB

•

de bijdrage via de uitlaat met daarin elementair

North West Europe programma (www.nweurope.eu).

koolstof (roet) en organische deeltjes;

Het doel van dit project is het gezondheidsbeleid te

•

de bijdrage van mineraal stof door het opnieuw opwaaien van bodemstof en slijtage van voertuigen (banden, remmen, koetswerk) en wegdek. De hoge bijdrage van mineraal stof is verrassend en hoogstwaarschijnlijk momenteel nog onderschat bij tal van berekeningen in verband met fijn stof.

ondersteunen dat zich specifiek richt op de luchtkwaliteit in Europa. In dit project test de VMM samen met 14 partners uit België, Nederland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk

beleidsmaatregelen

tegen

lucht-

verontreiniging uit op hun efficiëntie. Binnen dit Europese project investeert de VMM ook in meetapparatuur voor ultrafijn stof, omdat er steeds meer

Hoewel mineraal stof en organische deeltjes in gewicht

aanwijzingen zijn dat net deze ultrafijne deeltjes belang-

het meeste bijdragen, is elementair koolstof, of roet,

rijke gezondheidsschade kunnen veroorzaken. Daarnaast

relatief het meest verhoogd. De concentraties van deze

bestudeert het project de manier waarop je met stake-

kankerverwekkende stof zijn in street canyons meer dan

holders, belangengroepen en het grote publiek het

dubbel zo hoog dan op de stedelijke achtergronden.

beste over luchtverontreiniging kunt communiceren. De

Voor NO2 stelde de VMM vast dat de concentraties in street canyons 15 tot 20 µg/m³ of 25 procent tot 40 pro-

VMM coördineert dit project, dat mee gefinancierd wordt door Interreg IVB NWE. Meer info over het

cent hoger zijn dan op de achtergrondplaatsen. De con-

project vind je op www.joaquin.eu.

centraties in de steden waren wel sterk afhankelijk van

Tijdens de Europese week van de Mobiliteit met als

het type plaats en de hoeveelheid verkeer.

thema ‘Clean air - it’s your move’ werkten de collega’s

De snelwegcampagne liep van april 2012 tot februari 2013

van het Joaquin-project mee aan een aantal lucht-

langs de E40 in Affligem. Specifiek voor deze campagne

kwaliteitevenementen. Op donderdag 19 en vrijdag 20

mat de VMM de concentraties van fijn stof (PM2,5 en PM10) en zwarte koolstof. Deze laatste is ook een goede

‘Joaquin Reference Board meeting’. Tijdens deze

indicator voor de roetuitstoot door verkeer. Verder

september organiseerde de Stad Antwerpen een eerste 2-daagse rond ‘Air Quality Measures’ werden beleids-

maten we in deze campagne ook de concentraties van

medewerkers en wetenschappers geïnformeerd over het

ammoniak (NH3), stikstofdioxide (NO2) en de vluchtige organische componenten (VOC). Telkens werd daarbij

konden zij dit werkpakket mee evalueren. Op

gekeken naar de afstand tot de snelweg. Zo kregen we ook een beter beeld van de mate waarin de verkeersuit-

werkpakket ‘maatregelen’ binnen het Joaquin-project en eerste dag werden er tijdens 5 workshops ook actuele internationale maatregelen toegelicht door onder meer

stoot aangrenzende zones van snelwegen bereikt.

vertegenwoordigers van Greater London Authority. De

De rapporten met de resultaten van beide campagnes

Joaquin-meetpunt in Antwerpen. Op zondag 22 septem-

vind je op www.vmm.be. Het ATMOSYS project werd financieel ondersteund via het Life+ programma van de Europese Commissie. Meer informatie over het project vind je op www.atmosys.eu.

dag erop werd nog een bezoek gebracht aan het ber, ten slotte, werd de campagne 'Cleaner Air, Better health' voorgesteld. Deze campagne wil de mensen aansporen om via eenvoudige oplossingen zelf werk te maken van een betere luchtkwaliteit. Alle info vind je op één plek: www.properelucht.be.

42

de


Activiteitenverslag_2013_Layout 1 31/03/2014 9:30 Page 43

ADVISEREN MILIEUVERGUNNINGEN De VMM verleent ook voor het aspect lucht advies voor

het milieu. In 2013 gaf ze advies voor 334 milieuvergun-

milieuvergunningaanvragen van bedrijven. Met haar

ningaanvragen, 44 MER-dossiers en 1 screening in het

advies streeft de VMM naar een minimale belasting van

kader van een Ruimtelijk Uitvoeringsplan (RUP).

Activiteitenverslag 2013 â&#x20AC;¢ 43


Activiteitenverslag_2013_Layout 1 31/03/2014 9:30 Page 44

44


Activiteitenverslag_2013_Layout 1 31/03/2014 9:30 Page 45

HOE GAAT HET MET ONS MILIEU? De Vlaamse Milieumaatschappij stelt het Milieurapport Vlaanderen (MIRA) op. MIRA beschrijft, analyseert en evalueert de toestand van het Vlaamse leefmilieu, bespreekt het gevoerde milieubeleid en blikt vooruit op mogelijke milieuontwikkelingen. MIRA biedt betrouwbare en actuele milieu-informatie

•

Huishoudelijk afval: met 70% van het huishoudelijk

en levert zo een belangrijke bijdrage aan het milieudebat

afval dat naar materiaalrecuperatie gaat, scoort

in Vlaanderen. Jaarlijks worden de indicatoren met de

Vlaanderen heel goed binnen Europa: het EU-27

meest actuele milieukennis op de website geactuali-

gemiddelde voor 2010 was 40%. Dit aandeel blijft vrij

seerd. Daarnaast maakt MIRA topicrapporten en toe-

stabiel sinds 2004.

komstverkenningen. De onderzoeksrapporten zijn het resultaat van wetenschappelijke studies over hiaten in de milieukennis. In 2013 werden een 11-tal onderzoeks-

We moeten bijkomende inspanningen doen voor: •

Vlaanderen, maar het aantal mensen dat gehinderd

rapporten gepubliceerd en liepen er een 6-tal nieuwe

wordt, vertoont een dalende trend t.o.v. 2001.

onderzoeksprojecten in het kader van deze milieurap-

Lawaai is na fijn stof de belangrijkste bron van nega-

portering.

MIRAINDICATORRAPPORT 2012

Lawaai: dat is de belangrijkste bron van hinder in

tieve gezondheidseffecten vanuit het leefmilieu. •

Bodemafdichting: in de periode 2007-2009 was 175.967 ha of 12,9% van de Vlaamse bodem afgedicht.

MIRA publiceerde op 7 maart 2013 een nieuwe editie van

Bodemafdichting vermindert de waterberging in de

het ‘MIRA Indicatorrapport’. Het geeft een overzicht

bodem en heeft een negatieve invloed op de bio-

van de staat van het leefmilieu in Vlaanderen aan de

diversiteit. Op Malta na heeft België met 7,4% de

hand van een 100-tal milieu-indicatoren. Dit rapport is

hoogste graad van bodemafdichting in Europa.

ook vertaald naar het Engels.

•

Een kleine greep uit de indicatoren:

neemt gestaag af dankzij de nutriëntenverwijdering in de rioolwaterzuiveringsinstallaties. Toch blijven

We zitten op het goede spoor voor: •

Pesticidengebruik: dankzij verschillende maatregelen zoals geïntegreerde en biologische bestrijding, verbeterd gamma producten, gebruiksbeperkingen en verbodsbepalingen is in de periode 1990-2010 het gebruik

van

gewasbeschermingsmiddelen

Oppervlaktewater: de belasting door gezinnen

in

landbouw en huishoudens de belangrijkste bronnen van de belasting van oppervlaktewater met voedingsstoffen. Je kunt het volledige ‘MIRA Indicatorrapport 2012’ raadplegen op www.milieurapport.be.

Vlaanderen ongeveer gehalveerd. Dat blijkt ook uit de beduidend lagere meetwaarden voor een aantal giftige pesticiden in de waterlopen. •

Mestverwerking en mestexport: dat is een van de maatregelen om het mestoverschot in Vlaanderen aan te pakken. Sinds 2000 is mestverwerking en mestexport gestaag toegenomen met respectievelijk een factor 8 en 6 voor stikstof en fosfor. Dit draagt bij tot de vermindering van de bemestingsdruk en de ammoniakemissies naar water en lucht.

Activiteitenverslag 2013 • 45


Activiteitenverslag_2013_Layout 1 31/03/2014 9:30 Page 46

ONDERZOEKSRAPPORT ‘CHEMISCHE SAMENSTELLING VAN FIJN STOF BEREKEND’ Een studie van de Vlaamse Instelling voor Technologisch

Toch lijkt het erop dat lokale uitstoot een belangrijke

Onderzoek (VITO) in opdracht van MIRA geeft inzicht in

invloed heeft op de fractie elementair koolstof (EC) –

de verspreiding van de verschillende chemische fracties

een maat voor (diesel)roet – op locaties en dagen met

van fijn stof. Uit deze studie blijkt dat computermodel-

hoge totale fijnstofconcentraties. Elementair koolstof is

len de 'totale massa' fijn stof goed kunnen berekenen. De

een van de meest schadelijke fracties voor de gezond-

modellering van de individuele fijnstofcomponenten

heid. Door de lokale oorsprong van deze polluent, is het

blijft echter een uitdaging.

voor het (lokaal) beleid bovendien mogelijk om hierop in

Het belEUROS-model schat momenteel de totale massa van fijn stof (PM10 en PM2,5) goed in. Om tot deze totale massa te komen, berekent het model de onderliggende chemische reacties die resulteren in de totale fijnstofmassa. Het is van belang deze samenstelling te kennen, omdat deze bepalend is voor de graad van schadelijkheid voor de gezondheid. Bovendien zegt de samenstelling van fijn stof iets over de oorsprong ervan.

te grijpen. De secundaire componenten worden iets beter ingeschat door het model, alhoewel de interpretatie ook met de nodige omzichtigheid moet gebeuren. Aangezien het aandeel van de secundaire componenten grotendeels resulteert uit emissies op grotere afstand (bijvoorbeeld buitenlandse emissies) relativeert dit enigszins het hoge aandeel van geïmporteerd fijn stof in het jaargemiddelde van de totale massa.

De primaire fijnstofconcentraties worden door het model niet goed berekend. Dat blijkt uit een vergelijking van de berekende en de gemeten primaire componenten. Primair fijn stof komt rechtstreeks in de lucht terecht, bijvoorbeeld bij de verbranding van fossiele brandstoffen of het malen van stoffen in de industrie. Fijn stof kan ook onrechtstreeks ontstaan. Dat gebeurt als gassen zoals stikstofoxiden, zwaveldioxide of ammoniak door fysisch-chemische reacties in de atmosfeer

Modeloptimalisatie voor chemische subcomponenten van het BelEUROS-model

partikels vormen. Die stofdeeltjes noemen we secundair fijn stof. Die secundaire fractie wordt door het model wel beter ingeschat. Misschien schatten we de primaire emissies afkomstig van houtverbranding of het (her)opwaaien van sommige primaire fijnstofcomponenten door bijvoorbeeld het verkeer nog niet goed in. We moeten dus voorzichtig zijn om de resultaten van die modeloefeningen te vertalen naar beleidsconclusies. Het modelleren van de luchtkwaliteit, en zeker de individuele fijnstofcomponenten, blijft dus een uitdaging.

46

Studie uitgevoerd in opdracht van MIRA, Milieurapport Vlaanderen Onderzoeksrapport MIRA/2013/02, maart 2013 VITO/2013/RMA/R/49


Activiteitenverslag_2013_Layout 1 31/03/2014 9:30 Page 47

ONDERZOEKSRAPPORT 'VERGROENT HET BELASTINGSTELSEL IN VLAANDEREN?' Het antwoord op deze vraag is neen. Sinds 1997 is geen

elektriciteit en gas. Voor de terugbetaling van de profes-

vergroening meer waar te nemen van het belastingstel-

sionele diesel pleiten de experts vrij expliciet voor een

sel van toepassing in Vlaanderen. Er is zelfs eerder een

afschaffing van de maatregel. Hoewel de impact op alle

lichte evolutie in de tegenovergestelde richting. Dit

vlakken klein is, vinden de experts toch dat deze steun-

blijkt uit een MIRA-onderzoeksrapport uitgevoerd door

maatregel negatieve neveneffecten heeft (milieu), en dat

HIVA-KU Leuven. Op basis van de inkomsten valt een

bovendien ook het beoogde effect (economische groei)

derde van de milieubelastingen van toepassing in

vooral op lange termijn sterk kan worden betwijfeld.

Vlaanderen onder Vlaamse bevoegdheid, zodat

Voor de maximumprijzen op elektriciteit en gas is de

Vlaanderen maar voor een deel impact heeft op de ver-

conclusie helemaal anders. De bevraagde experts schat-

groening van het belastingstelsel in Vlaanderen.

ten de effectiviteit van de sociale doelstelling heel hoog

Verdere vaststellingen van het rapport zijn: •

•

•

in, en vinden een eventueel klein maar negatief milieueffect nog aanvaardbaar. Over dat laatste zijn niet alle

de inkomsten uit milieubelastingen van toepassing in

experts het eens, het betreft hier een eerder persoon-

Vlaanderen zijn laag ten opzichte van de totale

lijke afweging tussen een positief sociaal effect en een

belastingopbrengsten en ten opzichte van het bruto

negatief milieueffect. De case met de minst eenduidige

binnenlands product;

conclusie is die van de degressiviteit van de federale bij-

de federale overheid heft lage energiebelastingen in

drage op elektriciteit. De effectiviteit (economische

vergelijking met andere Europese landen, wat hoofd-

doelstelling) wordt positief ingeschat, maar de milieu-

zakelijk de lage inkomsten uit milieubelastingen in

impact negatief. Over welke van de twee moet doorwe-

Vlaanderen verklaart;

gen, doen we met dit onderzoek geen uitspraak. Maar

de tarieven op benzine en diesel, gecorrigeerd voor inflatie, zijn in de laatste twee jaren gedaald;

•

de transportbelastingen kenden een stabiel verloop;

•

de Vlaamse milieuheffingen namen lichtjes toe.

In dit onderzoek werd ook gekeken naar potentieel milieuschadelijke subsidies. De Europese Commissie heeft de lidstaten namelijk opgeroepen om potentieel milieuschadelijke subsidies te inventariseren én ze uit te

de experts vinden wel dat de maatregel een ongewenst kantje heeft omdat de belastingvermindering toeneemt naarmate het energiegebruik stijgt. De visies van de experts zijn niet unaniem, maar geven voor 2 cases een richting aan, die beleidsmakers kunnen ondersteunen bij het vormen van een eindoordeel, rekening houdend met de beleidsdoelstellingen. De resultaten van de drie casestudies zijn evenwel niet te veralgemenen naar andere belastingverminderingen

faseren tegen 2020. In dit kader bekeek deze studie drie

en -vrijstellingen.

cases over belastingverminderingen en -vrijstellingen op

Een overzicht en een toelichting van alle MIRA-rappor-

milieubelastingen. Het gaat om de degressiviteit van de

ten en de meest actuele indicatoren vind je op

federale bijdrage op elektriciteit, de terugbetaling van de

www.milieurapport.be.

professionele diesel en de maximumprijzen voor

Activiteitenverslag 2013 • 47


Activiteitenverslag_2013_Layout 1 31/03/2014 9:30 Page 48

48


Activiteitenverslag_2013_Layout 1 31/03/2014 9:30 Page 49

EEN ZUIVERE BRON VAN INFORMATIE De VMM is door haar opdrachten en de bekwaamheid van haar medewerkers uitgegroeid tot een heus ‘kenniscentrum’. Die kennis van de organisatie wil ze verder ontwikkelen, beheren en vooral ook verspreiden. Dat doet ze met talrijke informatie- en communicatie-initiatieven die de doelstellingen van de VMM ondersteunen. Die vertalen zich in de eerste plaats in de uitgave van veelzijdige publicaties, rapporten, brochures, nieuwsbrieven en themanummers. Ook voert de VMM een actief informatiebeleid via haar Infoloket, haar aanwezigheid op events en op het internet en haar centraal aanspreekpunt voor de pers.

PUBLICATIES

INFOLOKET

In 2013 publiceerde de VMM opnieuw tal van uitgaven.

Wie een vraag heeft over de opdrachten of de werking

Maar liefst 29 rapporten en publicaties uit 2013 vind je

van de VMM, kan terecht bij de Vlaamse Infolijn op het

op www.vmm.be/pub. De 4 elektronische VMM-nieuws-

gratis nummer 1700 of bij het Infoloket van de VMM via

brieven uit 2013 (nr. 23 t.e.m. 26) vind je op

e-mail info@vmm.be.

www.vmm.be/nieuwsbrief. De 5 algemene nieuwsbrieven van de CIW en de 10 bekkenspecifieke nieuwsbrieven vind je op www.integraalwaterbeleid.be. Daar vind je in de rubriek publicaties ook de folders ‘slim omgaan met regenwater’ en ‘overstromingsgevoeligheid vastgoed, voortaan bekend dankzij de informatieplicht’. De CIW publiceerde verder een technische toelichting bij de nieuwe stedenbouwkundige verordening hemelwater en een methodologie voor het opmaken van een

Wie een vraag over een specifiek dossier van heffingen of adviesverlening milieuvergunningen of watertoets heeft,

kan

terecht

op

de

contactpagina

op

www.vmm.be. Het Infoloket beantwoordde in 2013 3.177 vragen; 75% daarvan zijn eerstelijnsvragen, 25% tweedelijnsvragen. 54% van de vragen komen van burgers, 14% van bedrijven en 12% van gemeenten.

gemeentelijk hemelwaterplan. 11 MIRA-onderzoeksrapporten en het MIRA Indicatorrapport 2012 vind je op www.milieurapport.be. De 2 edities van de het publieksmagazine Verrekijker uit juni en oktober vind je op www.vmm.be/verrekijker. Op de website vind je ook alle persberichten.

Activiteitenverslag 2013 • 49


Activiteitenverslag_2013_Layout 1 31/03/2014 9:30 Page 50

EVENTS EN CAMPAGNES De VMM nam in 2013 weer deel aan of organiseerde tal

Op 20 september vond in Aalst het eerste overlegforum

van events, beurzen en studiedagen of infosessies voor

voor rioolbeheerders plaats; dit Forum Saneringsinfra-

specifieke belanghebbenden. Een greep uit de activi-

structuur wil hen informeren over de nieuwe ontwikke-

teiten: de VMM nam onder andere deel aan de

lingen over het ontwerp, de aanleg en het onderhoud

VLARIOdag op 26 maart en de Vlaamse Renovatiedag op

van de saneringsinfrastructuur. Op 7 november organi-

26 mei. In maart organiseerde de VMM in alle Vlaamse

seerde de VMM een infosessie in Gent voor OCMW-

provincies informatiesessies over de gebiedsdekkende

medewerkers en hulpverleners, over de nieuwe afsluitre-

uitvoeringsplannen (GUP's) en over het leertraject RIO-

glementering en sociale maatregelen drinkwater.

leren. Op de beurs ECOnext gaf de VMM op 17 april een

De VMM deelde ook de prijzen uit in de categorieën

toelichting over haar dienstverlening aan lokale mandatarissen. Naar aanleiding van 20 jaar adviesverlening afvalwater organiseerde de VMM op 17 mei een symposium in Aalst. Op 17 juni vond dan weer een symposium over meerlaagse waterveiligheid plaats in Antwerpen.

'Lucht en verkeer' en ‘Wateroverlast in Vlaanderen’ van de ArgusFotowedstrijd en in de categorie 'Zonder is gezonder' van de wedstrijd ‘Groene Lente’. Wie op de hoogte wil blijven van de studiedagen en evenementen

van

de

VMM,

kan

terecht

op

www.vmm.be/evenementen.

BEZOEKERSCENTRUM MEERHOUT INGEHULDIGD Na de grondige renovatie van ‘De Wasserij’, krijgt het 17de-eeuwse gebouw bij de watermolen van Meerhout een nieuwe maatschappelijke invulling. De VMM en de gemeente Meerhout richtten het gebouw in als info- en bezoekerscentrum ‘Vallei van de Grote Nete’ dat door 3 partners (Natuurpunt vzw, VVV Meerhout en vzw Vallei van de Grote Nete) wordt opengehouden. Het bezoekerscentrum werd op 16 en 21 april 2013 onder grote belangstelling ingehuldigd. De bovenverdieping is gewijd aan duurzaam waterbeheer met de educatieve tentoonstelling ‘Weg van de Nete’. Het bezoekerscentrum ligt op een kruispunt van fiets- en wandelroutes. Vlakbij het bezoekerscentrum kan je ook de vistrap bezoeken die de VMM naast de watermolen aanlegde. Dankzij deze trap kunnen de vissen stroomopwaarts zwemmen, op zoek naar voedsel en naar paaiplaatsen. Een aantal haast verdwenen vissoorten in de bovenlopen krijgt hierdoor opnieuw meer mogelijkheden om te overleven. Meer informatie over het bezoekerscentrum vind je op www.vmm.be/educatie.

50


Activiteitenverslag_2013_Layout 1 31/03/2014 9:30 Page 51

ONLINE

EXPORT VAN EXPERTISE

Ook op het internet bleef de VMM in 2013 actief. Niet

Het milieu stopt niet aan de grens. De VMM werkt daar-

alleen de website www.vmm.be kon op veel bezoekers

om samen op nationaal en internationaal niveau, in

rekenen, ook www.overstromingsvoorspeller.be en

Europa en daarbuiten. Ook uitwisseling van kennis en

www.luchtkwaliteit.be werden vaak geraadpleegd. De

expertise draagt de VMM hoog in het vaandel. Zo treden

VMM maakt heel wat gegevens uit haar milieudatabank

VMM-medewerkers op als ‘trekker’ bij de totstandko-

toegankelijk via interactieve rapporten of via een geogra-

ming van Europese richtlijnen over water en lucht. Vaak

fische toepassing. Zo kun je via het geoloket RUP - thema

zijn VMM’ers te gast als expert op internationale sympo-

Lucht de luchtkwaliteit in je buurt opzoeken, via het geo-

sia. Of de VMM organiseert uitwisselingen en evene-

loket Waterkwaliteit de kwaliteit van de waterlopen in je

menten met buitenlandse zusterinstellingen.

buurt ontdekken of via het geoloket Zoneringsplannen controleren in welke zuiveringszone je woning ligt. Via de webtool 'Dynamische Kernset Milieudata' op www.milieurapport.be kun je de basisdata over de milieudruk (energiegebruik, emissies naar lucht, lozingen in afvalwater, afval, watergebruik ...) die MIRA voor de samenstelling van haar indicatoren gebruikt à la carte opvragen. Sinds oktober 2013 communiceert de VMM ook via sociale media zoals Facebook en LinkedIn. Zo blijf je nog beter op de hoogte van alles wat reilt en zeilt op milieuvlak. Surf naar www.facebook.com/vlaamsemilieumaatschappij www.linkedin.com/company/vmm.

en

Tussen 22 maart en 1 april, de Internationale Scheldeweek, organiseerde Scaldwin, waarin de VMM samen met partners uit andere landen participeert, 16 activiteiten in België, Frankrijk en Nederland. Je kon er de Schelde vanuit verschillende invalshoeken beleven. Op 22 maart, Wereldwaterdag, organiseerden de VMM en de CIW de Internationale Scheldedag. Dit informatieve netwerkevent wil de grensoverschrijdende samenwerking tussen waterbeheerders in het internationaal stroomgebieddistrict van de Schelde bevorderen. Op 2 en 3 december 2013 hield de VMM een internationale expertenworkshop in Gent om de problematiek van fijn stof bij houtverbranding onder de loep te nemen. Op het programma stonden de verschillende manieren om deze bijdrage te meten, de concentraties bij ons en in onze buurlanden en de impact van houtverbranding op gezondheid en klimaat. De overige internationale projecten worden besproken bij de thema's Water en Lucht.

Activiteitenverslag 2013 • 51


Activiteitenverslag_2013_Layout 1 31/03/2014 9:30 Page 52

KLACHTENMANAGEMENT De VMM beschouwt klachten als kansen om haar dienstverlening te verbeteren. Belanghebbenden kunnen met hun klacht in de eerste plaats terecht bij het VMMInfoloket of bij de betrokken VMM-dienst. Wanneer ze daar niet verder geholpen kunnen worden, kunnen ze contact opnemen met de klachtencoördinator van de VMM. Die start een onafhankelijk onderzoek en zoekt een oplossing. Hoe een klacht ingediend moet worden, wordt duidelijk uitgelegd op de VMM-website. Door het samenbrengen van verschillende klachten bij één coördinator krijgt die een goed beeld over knelpunten en kan hij daarmee aanbevelingen doen aan de verschillende diensten van de VMM. Uit de klachtenrapportering 2013 blijkt dat de VMM slechts 10 klachten ontving. Ze werden allemaal binnen de 45 dagen opgelost. 2 klachten bleken onontvankelijk. Van de 8 ontvankelijke klachten bleken er 6 ongegrond. De meeste klachten hadden te maken met de heffing voor de eigen waterwinning. Naar aanleiding van een klacht rond de heffingsregeling werd ontdekt dat een aantal landbouwers ten onrechte ingebrekestellingen ontvingen. De oorzaak van de fout bleek bij de registratie van de digitale aangiften bij de Mestbank (VLM) te liggen. De VMM bracht de bevoegde administratie onmiddellijk op de hoogte en de betrokken landbouwers werden geïnformeerd dat de ingebrekestelling fout was. De volledige klachtenrapportage 2013 vind je op www.vmm.be.

52


Activiteitenverslag_2013_Layout 1 31/03/2014 9:30 Page 53

Activiteitenverslag 2013 â&#x20AC;¢ 53


Activiteitenverslag_2013_Layout 1 31/03/2014 9:30 Page 54

CIJFERS OVER CENTEN REKENINGEN 2013 Bij decreet van 7 mei 2004 (BS 11 juni 2004), in werking

Door de overheveling van de afdeling Water naar de

getreden door een besluit van de Vlaamse Regering van

VMM op 1 april 2006 zijn er een aantal dotaties voor

31 maart 2006, ontstond op 1 april 2006 de nieuwe

operationeel beheer van watersystemen bijgekomen.

rechtspersoon IVA VMM, rechtsopvolger van de VOI

Het bedrag van de bestaande algemene werkings- en

VMM en van de vroegere afdeling Water van het depar-

investeringsdotaties is eveneens beduidend toegeno-

tement Leefmilieu en Infrastructuur van het Ministerie

men.

van de Vlaamse Gemeenschap.

De totale ontvangsten aangerekend op de begroting van

Het IVA VMM is onderworpen aan het Rekendecreet dat

de VMM voor het begrotingsjaar 2013 bedragen 171,425

afgekondigd werd door de Vlaamse Regering op 8 juli

miljoen euro. De aangerekende uitgaven belopen 124,141

2011 en in werking trad op 1 januari 2012. In uitvoering van

miljoen euro. Dit resulteert in een positief begrotings-

het Rekendecreet werd op 14 oktober 2011 het besluit

saldo van 47,284 miljoen euro op 31 december 2013.

van de Vlaamse Regering betreffende de begroting en

De totale uitgaven en ontvangsten zijn in 2013 gedaald

de boekhouding van de Vlaamse Rechtspersonen goedgekeurd. Dit verplicht het agentschap jaarlijks volgende rekeningen voor te leggen:

tegenover 2012, 2011 en 2010. Dit komt hoofdzakelijk omdat er dit jaar geen rioolwaterzuiveringsinstallaties verkocht werden aan NV Aquafin. De drie voorgaande

•

de balans op 31 december;

jaren was dit wel het geval. Deze ontvangsten werden

•

de resultatenrekening, opgesteld op basis van de

integraal doorgestort aan het Ministerie van de Vlaamse

kosten en de opbrengsten van het afgelopen boek-

Gemeenschap.

jaar;

Het gecumuleerd begrotingssaldo bedraagt 47,284

•

de rapportering over de uitvoering van de begroting, opgesteld in dezelfde vorm als de begroting;

•

een rapportering die de aansluiting tussen de jaarrekening en de uitvoering van de begroting bevat;

•

een toelichting bij de balans, de resultatenrekening en de rapportering over de begroting.

De balans en de resultatenrekening zijn integraal opgenomen. De uitvoeringsrekening van de begroting op 31 december 2013 is beknopt weergegeven.

miljoen euro. Dit is een stijging van 8,733 miljoen euro ten opzichte van 2012 (38,551 miljoen euro). Het positief gecumuleerd begrotingssaldo van 47,284 miljoen euro op 31 december 2013 is samengesteld als volgt: 1) een positief saldo op de werkingsmiddelen van 1,756 miljoen euro. Dit saldo werd voornamelijk gerealiseerd op de algemene werkingsdotatie LB0 LC138 4141. Dat komt omdat deze dotatie volledig uitbetaald wordt, ongeacht de uitvoeringsgraad. Dit gebeurt in periodieke

54

UITVOERINGSREKENING BEGROTING

schijven op basis van het dotatiebesluit. Alle andere wer-

De Vlaamse Milieumaatschappij verwerft haar middelen

Hierdoor was er op de dotatie LB0 LC140 4141 een nega-

grotendeels via de dotaties voorzien op de algemene

tief saldo van 0,488 miljoen euro.

uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap (pro-

2) een overschot van 1,562 miljoen euro op de investe-

gramma’s LC en GD) en via de dotaties op de

ringsdotatie LB0 LC147 6141 voor de investeringen in

Minafondsbegroting.

meetnetten en in de milieudatabank (deze dotatie werd

kingsdotaties worden door de VMM voorgefinancierd en teruggevorderd aan de hand van bewezen uitgaven.


Activiteitenverslag_2013_Layout 1 31/03/2014 9:30 Page 55

bij de begrotingscontrole 2011 geïntegreerd in de algeme-

Het Rekendecreet verplicht de VMM sinds 2012 om de

ne investeringsdotatie LB0 LC185 9999/LB0 LC186 6141),

investeringstoelagen op vorderingsbasis als opbrengst in

een overschot van 0,169 miljoen euro op de investerings-

de begroting te boeken. Hierdoor wordt het volledige

dotatie LB0 LC186 6141 voor duurzame roerende en

dotatiebedrag voor 2013 als ontvangst in de begroting

onroerende goederen, een overschot van 4,445 miljoen

geboekt ongeacht de uitvoeringsgraad.

euro op de specifieke investeringsdotatie LB0 LC192 6141 voor operationeel waterbeheer, en een overschot van 0,801 miljoen euro op de specifieke investeringsdotatie voor polders en wateringen LB0 LC190 6142.

3) het overgedragen, niet aangewend gecumuleerd begrotingssaldo 2013 ten bedrage van 38,551 miljoen euro.

Onderstaande tabel geeft schematisch de soorten uitgaven met de eraan gekoppelde ontvangsten weer. EUR ONTVANGSTEN Werkingsdotatie LB0 LC138 4141

31.12.2013 84.908.000

Eigen ontvangsten

1.093.620

EU-instellingen

1.840.449

Dotatie Administratie Gezondheidszorg

EUR UITGAVEN

31.12.2013

Werkingskosten

85.637.698

Werkingskosten operationeel beheer

18.442.444

40.209

GE0 GD334 4142 Werkingsdotatie operationeel beheer

17.954.000

watersystemen LB0 LC140 4141 Dotatie Minafonds artikel LBC LC036 4140

watersystemen 52.454

Sociale vrijstellingen en moratoriumintresten

52.454

i.v.m. milieuheffingen afvalwater- en grondwater Investeringsdotatie LB0 LC186 6141 Eigen ontvangsten Investeringssubsidies LB0 LC147 6141 Investeringsdotatie operationeel beheer

4.195.000 15.406

18.279.894

13.834.599

Subsidies aan polders en wateringen

372.546

ter verbetering onbevaarbare waterlopen 0

en openbare besturen LBC LC053 6141 Terugstorting lasten leningen

Investeringen operationeel beheer watersystemen

1.174.000

en wateringen LB0 LC190 6142 Dotatie voor subsidies aan drinkwatermaatschappijen

4.041.325

1.561.544

watersystemen LB0 LC192 6141 Dotatie voor subsidies aan polders

Investeringen in duurzame roerende en onroerende goederen

Subsidies aan drinkwatermaatschappijen

0

en openbare besturen 24.422

Lasten leningen

24.422

door de hogere overheid Opbrengst vervreemding RWZI’s

Ontvangsten toegewezen aan het

0

1.120.884

Fonds voor de Waterhuishouding Aanwending van het Fonds voor de

614.175

1.120.884

Investeringen ten laste van het Fonds voor

614.175

de Waterhuishouding 0

Grondwaterbeheer Overgedragen begrotingssaldo 2012

Spijziging van het Fonds

0

voor de Waterhuishouding

Waterhuishouding Aanwending van het Fonds voor het

Doorstorting naar MVG van opbrengst RWZI’s

Investeringen ten laste van het Fonds

0

voor het Grondwaterbeheer 38.550.745

171.424.802

Over te dragen begrotingssaldo 2013

47.284.255

171.424.802

Activiteitenverslag 2013 • 55


Activiteitenverslag_2013_Layout 1 31/03/2014 9:30 Page 56

Balans ACTIVA VASTE ACTIVA II. IMMATERIELE VASTE ACTIVA Software III. MATERIELE VASTE ACTIVA Terreinen en gebouwen Werken van burgerlijke bouwkunde Installaties, machines en uitrusting Meubilair en materieel Rollend materieel Varend materieel Informatica en telematica Kantoormeubilair Andere materiële vaste activa Terreinen exploitatie Installaties waterzuivering Vaste activa in aanbouw Gebouwen IV. FINANCIELE VASTE ACTIVA Aandelen Borgtochten in contanten VLOTTENDE ACTIVA V. VORDERINGEN OP MEER DAN EEN JAAR Overige vorderingen i.v.m. leningen VI. VOORRADEN Hulpstoffen VII. VORDERINGEN OP TEN HOOGSTE EEN JAAR Handelsvorderingen Overige vorderingen Terug te vorderen BTW Te ontvangen werkingsdotaties Te ontvangen kapitaalsubsidies VIII. GELDBELEGGINGEN IX. LIQUIDE MIDDELEN Banken Kassen X. OVERLOPENDE REKENINGEN Over te dragen kosten Verkregen opbrengsten TOTAAL DER ACTIVA

PASSIVA I. III. IV.

V. VI. VIII.

IX.

X.

56

EIGEN VERMOGEN KAPITAAL HERWAARDERINGSMEERWAARDEN RESERVES Onbeschikbare reserves Andere OVERGEDRAGEN NETTO RESULTAAT DOTATIES, SUBSIDIES, TOELAGEN EN SOORTGELIJKE VREEMD VERMOGEN SCHULDEN OP MEER DAN EEN JAAR Financiële schulden Kredietinstellingen Borgtochten ontvangen in contanten SCHULDEN OP TEN HOOGSTE EEN JAAR Tijdens boekjaar vervallende schulden > 1 jaar Financiële schulden kredietinstellingen (CFO) Handelsschulden - gewone crediteuren Schulden belastingen en bezoldigingen Belastingen Bezoldigingen en sociale lasten Ontvangen vooruitbetalingen investeringstoelagen Overige schulden OVERLOPENDE REKENINGEN Toe te rekenen kosten TOTAAL DER PASSIVA

CODES

21 214 22/27 220-223 224-229 23 24 240 241 243 244 26 260 261 27 270 28 284 288 29 291 3 31 40/41 40 41 411 4130 4133 50/54 55/59 55 57 490/491/495 490 491

EUR

EUR

31.12.2013

31.12.2012

290.440.024 11.447.501 11.447.501 278.932.851 120.952.460 62.446.203 19.596.797 3.454.656 1.505.812 7.517 1.739.538 201.789 46.809.296 10.747.592 36.061.704 25.673.439 25.673.439 59.672 4.670 55.002 77.560.042 0 0 40.092 40.092 68.984.890 346.938 68.637.952 15.389 43.434.620 25.187.943 0 7.636.031 7.636.031 0 899.029 898.806 223 368.000.066

298.919.694 11.589.566 11.589.566 287.271.403 125.338.753 61.389.717 20.275.963 3.296.728 1.553.350 9.512 1.553.467 180.399 56.803.057 10.747.592 46.055.465 20.167.185 20.167.185 58.725 4.670 54.055 67.452.875. 0 0 40.102 40.102 65.131.498 551.964 64.579.534 7.883 34.564.041 30.007.610 0 1.891.299 1.891.299 0 389.976 389.976 0 366.372.569

335.771.206 495.787 7.580.204 5.840.869 5.840.869 5.840.869 35.105.102 286.749.244 32.228.860 843 0 0 843 32.118.757 8.977 0 16.279.164 7.508.775 1.074.010 6.434.765 8.320.159 1.682 109.260 109.260 368.000.066

341.972.759 495.787 7.580.204 5.334.161 5.334.161 5.334.161 37.519.758 291.042.849 24.399.810 843 0 0 843 24.398.967 23.872 0 14.217.177 7.236.200 1.063.658 6.172.542 2.919.734 1.984 0 0 366.372.569

CODES 10 12 13 131 1311 14 15 17 170/174 173 178 42/48 420/429 430/433 44 45 450/3 454/9 46 47/48 492/493/496 492


Activiteitenverslag_2013_Layout 1 31/03/2014 9:30 Page 57

Resultatenrekening OPERATIONELE OPBRENGSTEN Lopende opbrengsten Inkomens- en kapitaaloverdrachten Andere operationele opbrengsten OPERATIONELE KOSTEN Handelsgoederen, grond- en hulpstoffen Aankopen (+) Voorraad: afname (toename) (+/(-)) Diensten en diverse goederen Personeelskosten Afschr. en waardevermin. op immat. - en materiële vaste activa Inkomensoverdrachten Andere operationele kosten OPERATIONEEL RESULTAAT FINANCIELE OPBRENGSTEN Opbrengsten uit financiële vaste activa Opbrengsten uit vlottende activa Andere financiële opbrengsten FINANCIELE KOSTEN Kosten van schulden Gerealiseerde wisselverliezen Bankkosten Verwijlintresten Diverse financiële kosten (+) FINANCIEEL RESULTAAT UITZONDERLIJKE OPBRENGSTEN Meerwaarden op de realisatie van vaste activa UITZONDERLIJKE KOSTEN Uitzonderlijke afschrijvingen en waardeverminderingen op oprichtingskosten, immateriële en materiële vaste activa Minderwaarden op realisatie van vaste activa Andere uitzonderlijke kosten UITZONDERLIJK RESULTAAT NETTO RESULTAAT VAN HET JAAR

EUR

EUR

CODES

31.12.2013

31.12.2012

70/74 70 73 74 60/64 60 600/8 609 61 62 630 640 641/648

107.355.598 249.788 103.327.208 3.778.602 131.235.334 6.502.232 6.495.580 6.652 32.799.390 62.731.075 26.776.936 2.276.120 149.581 -23.879.736 22.169.961 0 0 22.169.961 45.277 551 555 138 44.023 10 22.124.684 18.312 18.312 171.207

103.492.028 280.364 100.026.451 3.185.213 183.685.334 7.178.923 7.166.852 12.071 30.499.578 60.791.967 23.614.293 61.158.395 442.178 -80.193.306 27.067.108 0 0 27.067.108 52.152 1.696 184 82 50.184 6 27.014.956 55.183.665 55.183.665 183.424

0 170.735 472 -152.895 -1.907.947

0 183.423 1 55.000.241 1.821.891

75 750 751 752/759 65 650 654 657 658 659 76 763 66 660 663 664/669

Hierna volgt een korte bespreking van de voornaamste evoluties in 2013 ten opzichte van 2012 zoals die in de balans en resultatenrekening tot uiting komen.

ACTIVA II. IMMATERIELE VASTE ACTIVA

III. MATERIELE VASTE ACTIVA

De rubriek ‘Immateriële vaste activa’ vertoonde in 2013

De daling van de rubriek ‘Materiële vaste activa’ met

een lichte daling van 0,142 miljoen euro. Sinds 2013 wor-

8,339 miljoen euro is te wijten aan de daling van de sub-

den nieuw opgestarte softwareprojecten geboekt in de

rubriek ‘Andere materiële vaste activa’ met 9,994 miljoen

rubriek ‘Activa in aanbouw’ en pas bij ingebruikname

euro.

overgeboekt naar de rubriek ‘Immateriële vaste activa’. Belangrijke investeringen in 2013 waren onder meer de ontwikkeling van de portaalsite waterinfo.be, softwareontwikkelingen voor de onderbouwing van de overstromingsrisico beheersplannen (ORBP) en de aanpassing en uitbouw van de modelleringssoftware en operationele bekkenmodellen (OBM).

Onder de ‘Andere materiële vaste activa’ vinden we uitsluitend de waterzuiveringsinfrastructuur terug. Doordat de VMM sedert 1991 geen nieuwe waterzuiveringsinfrastructuur meer bouwt, zijn de enige bewegingen in de balans de waardedepreciatie door de jaarlijkse afschrijvingen, de buitengebruikstellingen en de verkopen.

Activiteitenverslag 2013 • 57


Activiteitenverslag_2013_Layout 1 31/03/2014 9:30 Page 58

In 2013 werden geen rioolwaterzuiveringsinstallaties ver-

De belangrijkste uitgaven in 2013 gebeurden voor volgen-

kocht aan NV Aquafin en is de daling in de rubriek

de werken:

‘Andere Materiële Vaste Activa’ volledig te wijten aan afschrijvingen.

•

in Diest en het plaatsen van een damwand tussen

Verder valt ook de stijging van de rubriek ‘Vaste Activa in aanbouw’ op (+5,506 miljoen euro).

de heraanleg van de historische loop van de Demer Zwarte beek en Demer in Diest;

Hierop worden

•

optimalisatie van het wachtbekken Webbekom;

voornamelijk de gedane uitgaven voor niet-opgeleverde

•

openleggen van de Voer te Leuven;

werken burgerlijke bouwkunde van de afdeling

•

bouw weerradartoren in Houthalen-Helchteren.

Operationeel Waterbeheer geboekt (21,096 miljoen euro). Door de lange voorbereiding en bouwduur van deze werken (stuwen, wachtbekkens e.d.) is dit nodig om tot een correct beeld in de balans te komen. Naast de burgerlijke bouwkunde in aanbouw, vinden we hier ook de installaties in aanbouw van de afdeling Operationeel Waterbeheer (3,855 miljoen euro) en de ontwikkeling van software (0,743 miljoen euro) terug. In 2013 werden voor 5,427 miljoen euro werken naar aanleiding van de oplevering en ingebruikname overgeboekt van deze post naar de post ‘Werken van burgerlijke bouwkunde’. De belangrijkste opgeleverde werken zijn de volgende: •

aanleg van een wachtbekken op de Herk in Stevoort;

•

aanleg van een vuilrooster en 2 bruggen aan het Camerlinckxgeleed in Oostende;

•

plaatsen van een damwand tussen de Zwarte Beek en de Demer in Diest;

•

herinrichting van de Heulebeek in MoorseleWevelgem.

Door de overboeking van opgeleverde werken voor 5,427 miljoen euro daalt de post ‘Activa in aanbouw’. Doordat in 2013 ook nog facturen voor deze of andere nog lopende investeringsprojecten ten laste komen ten bedrage van 11,013 miljoen euro, stijgt deze post per saldo met 5,586 miljoen euro.

58

V. VORDERINGEN OP MEER DAN ÉÉN JAAR Deze rubriek omvat de van de overheid op termijn te ontvangen toelagen ter dekking van de openstaande schulden op meer dan 1 jaar (cf. Rubrieken VIII en IX van het passief). De vorderingen die binnen het jaar ontvangen zullen worden, werden overgeboekt naar vorderingen op ten hoogste één jaar. Aangezien op 1 januari 2014 de laatste aflossing gebeurde van de gewestleningen zijn er geen vorderingen op meer dan één jaar.

VI. VOORRADEN Dit betreft het magazijn van de onderhoudsdienst in Oostende waar een beperkte stock van het meest courante materiaal voor het onderhoud van de wagens en de monsternametoestellen aanwezig is.


Activiteitenverslag_2013_Layout 1 31/03/2014 9:30 Page 59

VII. VORDERINGEN OP TEN HOOGSTE ÉÉN JAAR

X. OVERLOPENDE REKENINGEN VAN HET ACTIEF

De vorderingen op ten hoogste één jaar namen toe met

Het betreft hier voornamelijk over te dragen kosten,

3,853 miljoen euro ten opzichte van 2012. Het op 31

namelijk facturen waarvan (een deel van) de prestatie

december 2013 uitstaande bedrag aan van de Vlaamse

betrekking heeft op 2014, bijvoorbeeld huur- en onder-

overheid te ontvangen werkings- en investeringsdotaties

houdscontracten. Begrotingstechnisch worden deze uit-

2008 tot en met 2013 bedraagt in totaal 68,614 miljoen

gaven nu aangerekend in hetzelfde jaar als in de boek-

euro.

houding: in 2013 voor de prestaties m.b.t. 2013 en in 2014

De te ontvangen investeringsdotaties worden

vanaf dotatiejaar 2012 voor het volledige bedrag van de

voor de prestaties m.b.t. 2014.

dotatie opgenomen als vordering en als opbrengst in de begroting. Daarvoor gebeurde dit slechts ten bedrage van de geprefinancierde uitgaven. De vorderingen in verband met leningen die binnen het jaar vervallen (zie vorderingen op meer dan één jaar) bedragen 0,898 miljoen EUR. De terugbetaling van de laatste 3 leningen gebeurden op 1 januari 2014.

VIII. GELDBELEGGINGEN Conform het besluit van de Vlaamse Regering van 3 februari 2006 wordt het thesauriebeheer van de Vlaamse Openbare Instellingen centraal beheerd door de Afdeling Financieel Management van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. De VMM heeft dus geen eigen geldbeleggingen en ontvangt of betaalt sedert 2010 ook geen vergoeding meer op een theoretische kaspositie.

IX. LIQUIDE MIDDELEN De geconsolideerde kaspositie van de VMM op 31 december 2013 bij het Centraal Financieringsorgaan was positief (+7,636 miljoen euro).

Activiteitenverslag 2013 • 59


Activiteitenverslag_2013_Layout 1 31/03/2014 9:30 Page 60

PASSIVA

IV. RESERVES

VI. TOELAGEN

De VMM beschikt over 2 begrotingsfondsen: het Fonds

Conform de boekhoudregels worden de toelagen in

voor het Grondwaterbeheer en het Fonds voor de

gelijke mate afgeschreven als de aankoopprijs van de

Waterhuishouding.

activa die ermee gefinancierd worden.

De instructies van het IVA Centrale Accounting bepalen

De afname van de investeringstoelagen in de balans met

dat reservefondsmutaties verwerkt moeten worden via

4,294 miljoen euro is als volgt samengesteld:

de resultaatverwerking en onbeschikbare reserves – ongeacht of er al dan niet een te bestemmen winstsaldo is. Het Fonds voor de Waterhuishouding werd gespijsd met 1,121 miljoen euro en er werd 0,614 miljoen aan onttrokken voor investeringen. Op het Fonds voor het Grondwaterbeheer werd in 2013 geen enkele transactie genoteerd.

V. OVERGEDRAGEN RESULTAAT De overgedragen winst van het vorige boekjaar (37,520 miljoen euro) is verlaagd tot een over te dragen winst van het boekjaar van 35,105 miljoen euro door het negatief resultaat van het boekjaar 2013 (1,908 miljoen euro) plus de onttrekkingen (0,614 miljoen euro) en minus de toevoegingen (1,121 miljoen euro) aan de onbeschikbare reserves. Dit resultaat wordt verder besproken bij de resultatenrekening.

60

Miljoen EUR Afgeschreven toelagen in 2013

-22,037

Afgeschreven n.a.v. verkopen en buitengebruikstellingen

-0,133

Toelagen in 2013 LB0 LC186 6141 algemeen

+4,041

Toelagen in 2013 LB0 LC192 6141 operationeel beheer watersystemen

+13,835

Totaal

-4,294

VIII. SCHULDEN OP MEER DAN ÉÉN JAAR De VMM heeft op 1 januari 2014 de laatste schijf van de laatste 3 gewestleningen afgelost. Bijgevolg zijn er sinds 2012 geen financiële schulden op meer dan één jaar. De aflossing en intrestlasten op deze gewestleningen worden betoelaagd door de federale overheid.


Activiteitenverslag_2013_Layout 1 31/03/2014 9:30 Page 61

IX. SCHULDEN OP TEN HOOGSTE ÉÉN JAAR

X. OVERLOPENDE REKENINGEN

Door de verdere aflossing van deze gewestlening dalen

prestatie betrekking heeft op 2013. Dit zijn voornamelijk

ook de ‘tijdens het boekjaar vervallende schulden op

diensten die (gedeeltelijk) in 2013 geleverd zijn, maar

meer dan één jaar’ (420/429). De laatste openstaande

waarvoor de leverancier een factuur heeft opgemaakt

schijven (over de periode 2013) werden afgelost op 1

met factuurdatum in 2014.

Het betreft hier de toe te rekenen kosten waarvan de

januari 2014 voor een bedrag van 0,898 miljoen euro ten laste van het begrotingsjaar 2013. De gewone handelsschulden namen in 2013 toe met 2,062 miljoen euro. Dit is hoofdzakelijk te wijten aan de rekening ‘Te ontvangen facturen’ (444) waarvan het gebruik in het Rekendecreet is opgelegd voor geleverde, maar nog niet gefactureerde prestaties op het jaareinde. De VMM heeft in 2012 voor 3,709 miljoen euro ‘Te ontvangen facturen’ geboekt, in 2013 steeg dit tot 5,215 miljoen euro. De ‘schulden m.b.t. belastingen, bezoldingen en sociale lasten’ stegen met 0,273 miljoen euro door de hogere loonlasten in 2013. Deze rubriek wordt gebruikt voor de correcte toerekening aan de periode van de wedden van december. Sinds het boekjaar 2012 gebruikt de VMM de post ‘Ontvangen vooruitbetalingen investeringstoelagen’ (46) op de balans voor de dotatieontvangsten van correlatieve kredieten die de VMM-uitgaven op de corresponderende uitgavenkredieten overschrijden. Deze ’te veel‘ ontvangen investeringsdotaties mogen niet in het eigen vermogen (15) opgenomen worden omdat zij niet verworven zijn, maar kunnen worden afgetrokken van de gevraagde dotaties bij volgende begrotingsaanpassingen. Het betreft 8,320 miljoen euro voor de 3 correlatieve kredieten samen.

Activiteitenverslag 2013 • 61


Activiteitenverslag_2013_Layout 1 31/03/2014 9:30 Page 62

RESULTATENREKENING OPERATIONEEL RESULTAAT De operationele opbrengsten (70/74) zijn grotendeels samengesteld uit de werkingsdotaties vanuit LB0 LC138 4141 (84,908 miljoen EUR) en LB0 LC140 4141 (17,954 miljoen EUR). Voor de operationele kosten valt de daling in de rubriek Inkomensoverdrachten (640) op. Vorig jaar werd hierin de doorstorting aan het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap van de opbrengst voor de verkoop van waterzuiveringsinstallaties aan NV Aquafin opgenomen ten bedrage van 57,923 miljoen EUR. In 2013 werd geen waterzuiveringsinfrastructuur aan NV Aquafin verkocht. De rubriek Afschrijvingen en waardeverminderingen op immateriële en materiële vaste activa namen toe met 3,163 miljoen euro. Op 31 december 2012 werd een herwaarderingsmeerwaarde geboekt voor het VMMgebouw in Oostende ten bedrage van 4,489 miljoen euro. Dat gebeurde naar aanleiding van een nieuwe schatting van de verkoopwaarde van het gebouw na een grondige renovatie. Gebouwen worden in de boekhouding afgeschreven op 30 jaar. Aangezien de resterende levensduur voor het VMM-gebouw in Oostende op 1 januari 2013 slechts één jaar bedroeg, werd het geherwaardeerde actief volledig afgeschreven in 2013.

62

legde rapporteringsschema’s (namelijk afschrijvingen van dotaties te rapporteren bij de financiële opbrengsten) geven een negatief operationeel resultaat van 23,880 miljoen euro. Aangezien er in 2013 geen waterzuiveringsinfrastructuur verkocht is, is dit negatief resultaat aanzienlijk minder hoog dan vorig jaar.

FINANCIEEL RESULTAAT De financiële kosten daalden in 2013 van 0,052 miljoen euro naar 0,045 miljoen euro. Ingevolge de verdere aflossing van de gewaarborgde gewestleningen daalden de betaalde intresten verder. Op 1 januari 2014 werd de laatste gewestlening afgeboekt. Verder daalden ook de verwijlintresten die de VMM betaalt aan haar leveranciers bij overschrijding van de betalingstermijn. De VMM houdt zelf geen geldbeleggingen aan en krijgt ook geen vergoedingen meer van het Centraal Financieringsorgaan, zodat er geen opbrengsten uit financiële vaste of vlottende activa zijn. Zoals hoger vermeld betreffen de ‘Andere financiële opbrengsten’ (753) de in resultaat name van de investeringsdotaties, die de VMM in gelijke mate afschrijft als de activa die ermee verworven werden, en de rentedotaties.

De andere operationele opbrengsten betreffen in hoofdzaak de tussenkomst van derden in personeelskosten (gedetacheerden, eerste werkervaring…), inkomsten van Europese projecten en recuperatie van kosten van heffingsplichtigen.

UITZONDERLIJK RESULTAAT

De investeringstoelagen die de VMM ontvangt, worden in gelijke mate afgeschreven als de activa die ermee gefinancierd wordt. Ingevolge de opgelegde handleidingen worden deze sinds 2012 niet langer als operationele opbrengsten aangerekend, maar als financiële opbreng-

realisatie van vaste activa). Aangezien er in 2013 geen

sten.

vooral minderwaarden terug op de verkoop van enkele

De bovengenoemde door de minister van Financiën, Begroting, Werk, Ruimtelijke Ordening en Sport opge-

onroerende eigendommen en de buitengebruikstelling

De meerwaarde op de verkoop van enkele onroerende eigendommen en wagens komen volledig ten goede van het uitzonderlijk resultaat (763 rubriek “meerwaarden op waterzuiveringsinfrastructuur

verkocht

werd

aan

Aquafin, zijn de uitzonderlijke opbrengsten aanzienlijk lager dan vorig jaar. Binnen de rubriek Uitzonderlijke kosten (663) vinden we

van nog niet volledig afgeschreven activa.


Activiteitenverslag_2013_Layout 1 31/03/2014 9:30 Page 63

Activiteitenverslag 2013 â&#x20AC;¢ 63


Activiteitenverslag_2013_Layout 1 31/03/2014 9:30 Page 64

A. Van de Maelestraat 96 - 9320 Erembodegem (Aalst) - www.vmm.be


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Activiteitenverslag_VMM_2013.pdf by Vlaanderen-be - Issuu