Skip to main content

dossier 2021-439.pdf

Page 1

Uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/439

Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2021/439

DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 5 november 2021 diende xxx (hierna: verzoekster), een verzoek in bij de Vlaamse overheid, departement Omgeving, afdeling Handhaving - Sanctionering en Advisering (hierna: de afdeling Handhaving) om informatie te krijgen over het gevolg dat werd gegeven aan het proces-verbaal nr. xxx, en om inzage in en een afschrift te krijgen van het betrokken strafdossier. Op 17 november 2021 werd het verzoek geweigerd door de afdeling Handhaving. Op 2 december 2021 diende verzoekster beroep in tegen vermelde weigering. Op 6 december 2021 werd dit beroepschrift geregistreerd door de beroepsinstantie. Op 5 januari 2022 werd, in toepassing van artikel II.50, §1, tweede lid van het Bestuursdecreet, de beslissingstermijn door de beroepsinstantie verlengd van dertig kalenderdagen tot een termijn van vijfenveertig kalenderdagen.

Ontvankelijkheid van het beroep

www.vlaanderen.be


Het oorspronkelijke verzoek dateert van 5 november 2021. De weigeringsbeslissing van de afdeling Handhaving dateert van 17 november 2021. Deze beslissing maakt melding van de beroepsmogelijkheden en -modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, §1, derde lid van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (verder ‘Bestuursdecreet’). Op 2 december 2021 diende verzoekster beroep in tegen voormelde weigeringsbeslissing. Het ingediende beroep is bijgevolg tijdig ingediend. De beroepsinstantie stelt vast dat de vraag van verzoekster niet alleen betrekking heeft op de stukken uit het strafdossier, maar er ook op gericht is om informatie te krijgen over het gevolg dat werd gegeven aan het proces-verbaal nr. xxx. Conform artikel II.48 van het Bestuursdecreet is de beroepsinstantie bevoegd voor het behandelen van beroepen tegen weigeringen of het niet beantwoorden van vragen tot openbaarheid van bestuursdocumenten, die gesteld worden in uitoefening van het recht dat is vastgelegd in artikel 32 van de Grondwet en artikel II.31. van het Bestuursdecreet, met name vragen tot inzage, afschrift of uitleg van bestuursdocumenten. De beroepsinstantie is van oordeel dat de voormelde vraag om informatie geen vraag tot openbaarheid van een of meerdere bestuursdocumenten is, die valt onder het Bestuursdecreet, maar wel een vraag om informatie waarop het Bestuursdecreet niet van toepassing is. Verzoeker vraagt op dit punt immers niet om inzage of afschrift van een of meerdere bestuursdocumenten, maar stelt de vraag naar het gevolg dat werd gegeven aan een proces-verbaal. Dergelijke vraag om informatie behoort niet tot de bevoegdheid van de beroepsinstantie. Bijgevolg is de beroepsinstantie van oordeel dat het beroepschrift, wat deze vraag betreft, onontvankelijk is. Voor het overige is het beroep wel ontvankelijk. Het ingediende beroep is bijgevolg slechts gedeeltelijk ontvankelijk. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.

1.

Aangevochten beslissing

In een mailbericht van 17 november 2021 wordt door de afdeling Handhaving het volgende geantwoord aan verzoekster: “Uw vraag betreft een afschrift van het proces-verbaal met hoger vermeld notitienummer. We wijzen uw

verzoek af op grond van artikel II.36, §1, 3° Bestuursdecreet. De door u gevraagde bestuursdocumenten werden uitsluitend voor een strafvordering of de vordering van een administratieve sanctie opgesteld en maken deel uit van een administratief dossier met oog op bestuurlijke sanctionering. Om het goede verloop

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/439

pagina 2 van 5


van de administratieve procedure niet te verstoren of de rechten van verdediging niet te schenden, kunnen wij niet ingaan op uw verzoek.“ Dit is de bestreden beslissing.

2. Inhoud van het beroepschrift Met haar beroepschrift van 2 december 2021 herneemt verzoekster haar vraag om haar te informeren over de stand van zaken en het gevolg dat aan dit dossier werd gegeven en haar tevens de toelating te geven tot inzage en het nemen van een afschrift van het dossier. Zoals reeds hiervoor vermeld (bij het onderzoek naar de ontvankelijkheid) is de vraag tot informatie onontvankelijk. Hieronder wordt bijgevolg enkel nog ingegaan op de vraag naar de dossierstukken.

3. Toelichting door de afdeling Handhaving Hieromtrent bevraagd door de beroepsinstantie op 6 december 2021, heeft de afdeling Handhaving op dezelfde dag aan de beroepsinstantie een kopie van de gevraagde stukken bezorgd. Daarbij werd tevens vermeld dat er ondertussen werd beslist om het dossier ook administratief te seponeren, en dat de gevraagde stukken bijgevolg thans (geanonimiseerd) meegedeeld kunnen worden aan verzoekster mits een nieuwe aanvraag.

4. Beoordeling door de beroepsinstantie De door de afdeling Handhaving initieel ingeroepen uitzonderinggrond, artikel II.36, §1, tweede lid, 3° van het Bestuursdecreet, stelt dat de overheidsinstanties een aanvraag tot openbaarmaking afwijzen als ze van oordeel zijn dat het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen de bescherming van het belang dat gepaard gaat met het vertrouwelijke karakter van bestuursdocumenten die uitsluitend ten behoeve van de strafvordering of de vordering van een administratieve sanctie zijn opgesteld, zolang de mogelijkheid blijft

bestaan om een strafsanctie of een administratieve sanctie op te leggen.

Nu blijkt dat het dossier zowel op strafrechtelijk als op administratief gebied geseponeerd werd, is de beroepsinstantie het eens met de afdeling Handhaving dat de initieel ingeroepen uitzonderingsgrond van artikel II.36, §1, tweede lid, 3° van het Bestuursdecreet niet meer van toepassing is. De beroepsinstantie is het niet met de afdeling Handhaving eens waar deze stelt dat de gevraagde stukken in geanonimiseerde versie kunnen bezorgd worden op voorwaarde dat daartoe een nieuwe aanvraag ingediend wordt. Ingevolge de devolutieve werking van het administratief beroep moet de beroepsinstantie immers rekening houden met alle informatie die bestaat op het moment van haar beslissing over het ingestelde beroep. Aangezien uit voormelde mail d.d. 6 december 2021 van de afdeling Handhaving blijkt dat het dossier ondertussen zowel strafrechtelijk als administratief werd geseponeerd, kan de beroepsinstantie zelf deze uitzonderingsgrond uitsluiten en eventuele andere uitzonderingsgronden onderzoeken. De beroepsinstantie ziet in dit dossier nog twee andere uitzonderingsgronden die beoordeeld dienen te worden. Vooreerst is er artikel II.36, §1, tweede lid, 1° van het Bestuursdecreet. Dit artikel stelt dat een verzoek tot openbaarmaking moet worden afgewezen indien het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen het belang van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, tenzij de betrokken persoon met de openbaarmaking instemt.

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/439

pagina 3 van 5


De beroepsinstantie heeft kunnen vaststellen dat de stukken waarvan de openbaarmaking wordt gevraagd, de namen, adressen en telefoonnummers van natuurlijke personen bevatten. Deze gegevens behoren ontegensprekelijk tot de persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen. Artikel 22 van de Grondwet waarborgt uitdrukkelijk het recht op eerbiediging van het privéleven, net zoals artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens dit doet. De bedoeling en het fundamentele uitgangspunt van de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet bedoelde uitzonderingsgrond bestaat er precies in om het aan iedereen toegekende grondwettelijke recht op de eerbiediging van zijn privéleven te beschermen. De beroepsinstantie merkt op dat bij het onderzoek naar de uitzonderingsgrond met betrekking tot de persoonlijke levenssfeer, moet worden nagegaan of er al dan niet sprake is van informatie in een bestuursdocument die op de persoonlijke levenssfeer betrekking heeft. In casu stelt de beroepsinstantie vast dat het gaat om de naam, adressen en telefoonnummers van natuurlijke personen. Dergelijke gegevens behoren ontegensprekelijk tot de persoonlijke levenssfeer en het privéleven van de betrokkenen. Het vrijgeven van al deze gegevens zou wel degelijk een inbreuk uitmaken op de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van die personen. Het privéleven vormt de kern van de persoonlijke levenssfeer (F. SCHRAM, Het decreet openbaarheid van bestuur. Een juridische analyse in historisch perspectief, Brugge, Vanden Broele, 247; Concl. Adv.Gen. bij HvJ 8 april 2014, nr. C-293/12, Digital Rights Ireland Ltd, nr. 61). Het openbaar maken van deze gegevens heeft aldus betrekking op de kern van een belang – het door artikel 22 van de Grondwet en het door artikel 8 EVRM aan eenieder toegekende recht op eerbiediging van zijn privéleven – dat de uitzonderingsgrond uit artikel II.36, §1, tweede lid, 1° van het Bestuursdecreet wenst te beschermen tegen de openbaarheid van bestuur (RvS, nr. 234.609 dd. 2 mei 2016). De beroepsinstantie is daarom van oordeel dat de openbaarmaking van de voormelde gegevens een inbreuk uitmaakt op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen. De beroepsinstantie ziet geen hoger openbaar belang dat zou kunnen ingeroepen worden om deze gegevens toch vrij te geven. Het beroep is op dit punt dan ook ongegrond. Artikel II.36, §1, tweede lid, 1° van het Bestuursdecreet laat echter wel de mogelijkheid dat dergelijke gegevens toch openbaar worden gemaakt, mits toestemming van de betrokken natuurlijke personen. Gelet echter op het groot aantal natuurlijke personen dat bevraagd zou moeten worden ziet de beroepsinstantie af van deze bevraging. Verder stelt de beroepsinstantie vast dat de gevraagde documenten ook drie pagina’s bevatten met bouwplannen van het betrokken gebouw. In het Bestuursdecreet komt de bescherming van het auteursrecht niet als uitzondering voor. De intellectuele eigendom is volgens artikel 6, §1, VI, lid 5, 7° van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, een federale aangelegenheid. Het ontbreken van regels op het vlak van de bescherming van intellectuele rechten, waaronder het auteursrecht, is een gevolg van de onbevoegdheid van de decreetgever. Echter, het Bestuursdecreet laat de federale regelgeving betreffende de intellectuele rechten onverlet, en overheidsinstanties dienen bijgevolg de federale regelgeving te eerbiedigen bij het nemen van beslissingen over aanvragen tot openbaarmaking. Uit artikel XI.165 en volgende van het Wetboek van economisch recht, volgt dat het recht om een werk van letterkunde of kunst te reproduceren op welke wijze en in welke vorm ook, direct of indirect, tijdelijk of duurzaam, volledig of gedeeltelijk, uitsluitend is voorbehouden aan de auteur. De betrokken bouwplannen genieten de bescherming van het auteursrecht indien het van oorspronkelijkheid getuigt, wat inhoudt dat het werk de persoonlijke stempel draagt van de auteur. Nu het gaat om bouwplannen van een meergezinswoning met 14 woongelegenheden is deze auteursrechtelijke bescherming van toepassing. De bescherming ontstaat van rechtswege.

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/439

pagina 4 van 5


Bijgevolg houdt de overhandiging van een afschrift van het plan, zonder toestemming van de auteur ervan, een schending in van het auteursrecht, behoudens de in het bovenvermeld wetboek vermelde uitzonderingen. In casu zijn er evenwel geen dergelijke uitzonderingsgronden van toepassing. Bovendien figureert in het Bestuursdecreet geen bepaling die een overheidsinstantie verplicht de auteursrechthebbende te vragen of, en onder welke voorwaarden, een aanvrager een afschrift van een auteursrecht overhandigd mag worden. Het verlenen van een afschrift van het plan is bijgevolg niet toegestaan zonder toestemming van de auteur, het verlenen van inzage in de plannen kan wel aangezien dit geen schending inhoudt van het auteursrecht. Artikel II.45, §2 van het Bestuursdecreet bepaalt dat een bestuursdocument gedeeltelijk openbaar wordt gemaakt als informatie waarop een uitzondering van toepassing is als vermeld in afdeling 3 of waarvoor de verplichting geldt inzake het aantonen van het belang, vermeld in artikel II.40, § 3, tweede lid, samen met andere informatie in een bestuursdocument opgenomen is, en het mogelijk is om de informatie die niet openbaar kan gemaakt worden, te scheiden van de andere informatie. Dit is in casu het geval, nu zowel de persoonsgegevens van natuurlijke personen als de auteursrechtelijke plannen weggelaten kunnen worden. Het beroepschrift wordt dan ook als gedeeltelijk gegrond beschouwd. Na beraadslaging,

BESLUIT: Het beroepschrift d.d. 2 december 2021 van xxx tegen de weigeringsbeslissing d.d. 17 november 2021 vanwege de afdeling Handhaving - Sanctionering en advisering van het departement Omgeving van de Vlaamse overheid wordt als deels onontvankelijk, deels ontvankelijk en, in de hierna bepaalde mate, ook gedeeltelijk gegrond beschouwd. Bijgevolg dient de afdeling Handhaving een afschrift van de gevraagde stukken aan verzoekster te bezorgen, mits weglating van de persoonsgegevens van de natuurlijke personen die erin voorkomen, alsook rekening houdende met de uitzonderingsgrond inzake het auteursrecht wat betreft de bouwplannen (afschrift kan niet, inzage is wel mogelijk)

Geen toestemming tot hergebruik van bestuursdocumenten In zoverre dit beroep gegrond werd verklaard, geldt dat deze inwilliging van de aanvraag tot openbaarmaking GEEN toestemming inhoudt om de gevraagde bestuursdocumenten te hergebruiken, als vermeld in titel II, hoofdstuk 4 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (zie artikel II.44, §3, van het Bestuursdecreet). Brussel, 18 januari 2022 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/439

pagina 5 van 5


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
dossier 2021-439.pdf by Vlaanderen-be - Issuu