Skip to main content

STUDIE 117 BEROEPSOPLEIDINGSPROFIEL. Logistiek assistent(e) in de algemene en universitaire ziekenhu

Page 1

STUDIE 117 BEROEPSOPLEIDINGSPROFIEL Logistiek assistent(e) in de algemene en universitaire ziekenhuizen


BEROEPSOPLEIDINGSPROFIEL Logistiek assistent(e) in de algemene en universitaire ziekenhuizen

sector : gezondheidszorg

Sectorcommissie beroepsopleidingsprofielen gezondheidszorg van de Vlaamse Onderwijsraad D/1999/6356/7


I N H O U D B E R O E P S O P LE ID IN GS P R O F IE L L O GIS T IE K A S S IS T E N T ( E ) i n d e A LGE M E N E E N U N IV E R S IT AIR E Z IE KE N H U IZ E N

I N H O U D 1

INLEIDING

1.1

Identificatie van het beroepsopleidingsprofiel 1.1.1 Gegevens beroepsprofiel 1.1.2 Gegevens beroepsopleidingsprofiel

1

1.2

Opdracht 1.2.1 Opdrachtgever 1.2.2 Doelstellingen

1

1.3

Ontwikkelingsproces

2

1.4

Legitimatie

2

2

SITUERING VAN DE OPLEIDINGEN

3

2.1

Gegevens uit de beroepenwereld 2.1.1 Beroepenstructuur 2.1.2 Geraadpleegde beroepsprofielen

3

Gegevens uit de opleidingenwereld Opleidingenaanbod Regionale spreiding van het opleidingenaanbod en de tewerkstelling in Vlaanderen en het Brussels Gewest

3

2.3

Verantwoording van het te ontwikkelen beroepsopleidingsprofiel

6

3

HET BEROEPSOPLEIDINGSPROFIEL

7

3.1

Benaming van het beroepsopleidingsprofiel

7

3.2

Globale beschrijving van het beroepsopleidingsprofiel

7

Concrete vertaalslag Bijeenbrengen van de relevante beroepsprofielen Evaluatie van de taken uit het beroepsprofiel Selectie van takenclusters en taken Formulering van vaardigheden Uitwerking van de concrete vertaalslag Beroepshoudingen Contextgegevens

7

2.2

2.2.1 2.2.2

3.3

3.3.1 3.3.2 3.3.3 3.3.4 3.3.5 3.3.6 3.3.7

3.4

Niveau van de opleiding

18

4

BIBLIOGRAFIE

18

5

MEDEWERKERS AAN DE SECTORCOMMISSIE

19


B E R O E P S O P L E ID IN G S P R O F IE L L O G IS T IE K A S S IS T E N T ( E ) i n d e A L G E M E N E E N U N IV E R S IT A IR E Z I E K E N H U IZ E N

1

INLEIDING

1.1

Identificatie van het beroepsopleidingsprofiel

1.1.1

Gegevens beroepsprofiel Sector Beroep Beroepsprofiel Gelegitimeerd door op

1.1.2

: : : : :

1

gezondheidszorg logistiek assistent (m/v) in de ziekenhuizen logistiek assistent(e) in de ziekenhuizen koepelcommissie opleidingsprofielen 16 oktober 1997

Gegevens beroepsopleidingsprofiel Sectorcommissie vaste kern : uitgebreide commissie : Studiegebied Benaming van het profiel

: :

Legitimator

:

Datum

:

1.2

Opdracht

1.2.1

Opdrachtgever

GEZONDHEIDSZORG LOGISTIEK ASSISTENT(E) IN DE ZIEKENHUIZEN GEZONDHEIDSZORG LOGISTIEK ASSISTENT(E) IN DE ALGEMENE EN UNIVERSITAIRE ZIEKENHUIZEN Afdeling TSO/BSO Raad voor Volwassenenonderwijs Afdeling BuSO Afdeling TSO/BSO: 20 november '98 Raad voor Volwassenenonderwijs: 5 oktober '98 Afdeling BuSO: 24 september '98

De koepelcommissie Opleidingsprofielen stelde op de vergadering van 14 november 1996 de vaste kern van de sectorcommissie opleidingsprofielen Gezondheidszorg samen. De sectorcommissie werd op 16 oktober 1997 uitgebreid met het oog op de ontwikkeling van een beroepsopleidingsprofiel naar aanleiding van het beroepsprofiel logistiek assistent(e) in de ziekenhuizen.

1.2.2

Doelstellingen 1 2 3

De uitbouw van het onderwijs optimaal verzekeren. De opleiding logistiek assistent(e) in de ziekenhuizen beter laten aansluiten bij de arbeidsmarkt. De uitstroom van gekwalificeerde logistiek assistenten in de ziekenhuizen verhogen.

Een afgestudeerde, die de vaardigheden beheerst, moet voldoen aan de beroepsvereisten van een beginnend logistiek assistent(e) in de algemene en universitaire ziekenhuizen, zoals opgesomd in het beroepsopleidingsprofiel. De leerling/cursist kan verpleegkundigen en verzorgenden in hun taak bijstaan.


B E R O E P S O P L E ID IN G S P R O F IE L L O G IS T IE K A S S IS T E N T ( E ) i n d e A L G E M E N E E N U N IV E R S IT A IR E Z I E K E N H U IZ E N

2

1.3

Ontwikkelingsproces Het beroepsopleidingsprofiel wordt samengesteld op basis van een handleiding voor het schrijven van beroepsopleidingsprofielen voor het secundair onderwijs en het volwassenenonderwijs, ontwikkeld door de Dienst voor Onderwijsontwikkeling. Het is afgeleid van het beroepsprofiel ‘Logistiek assistent(e) in de ziekenhuizen1. De werkgroepmethode wordt toegepast. De uitgebreide sectorcommissie vergaderde op volgende dagen: vrijdag 13 februari 1998 (14 tot 17 uur) vrijdag 6 maart 1998 (14 tot 17 uur) vrijdag 3 april 1998 (14 tot 16.30 uur) vrijdag 24 april 1998 (9.30 tot 13 uur) woensdag 10 juni 1998 (14 tot 16.30 uur)

1.4

Legitimatie De afdeling TSO/BSO, de Raad voor Volwassenenonderwijs en de afdeling BuSO legitimeren het beroepsopleidingsprofiel. Het BOP wordt als advies aan de overheid voorgelegd.

1

Sociaal Fonds voor de Privé-ziekenhuizen (1997)


B E R O E P S O P L E ID IN G S P R O F IE L L O G IS T IE K A S S IS T E N T ( E ) i n d e A L G E M E N E E N U N IV E R S IT A IR E Z I E K E N H U IZ E N

3

2

SITUERING VAN DE OPLEIDINGEN

2.1

Gegevens uit de beroepenwereld

2.1.1

Beroepenstructuur De beroepenstructuur is nog in ontwikkeling.

2.1.2

Geraadpleegde beroepsprofielen Het beroepsprofiel Logistiek assistent(e) in de ziekenhuizen opgesteld door het Sociaal Fonds voor de Privé-ziekenhuizen in samenwerking met de SERV (1997) is de basis voor het beroepsopleidingsprofiel Logistiek assistent(e) in de algemene en universitaire ziekenhuizen.

2.2

Gegevens uit de opleidingenwereld

2.2.1

Opleidingenaanbod Opleidingen ‘Logistiek assistent(e) in de ziekenhuizen’ worden in het onderwijs onder die benaming nergens aangeboden. Wel zijn er aanverwante studierichtingen in het voltijds en deeltijds secundair beroepsonderwijs (BSO, DBSO) en in het buitengewoon secundair beroepsonderwijs (BuSO). Buiten het onderwijs wordt de opleiding aangeboden door VDAB, VIZO, en diverse VZW’s zoals WEB (werkervaringsbedrijven), Vitamine W; Djophuis, Vokans en Fracaritatis. OOTB (Overleg Opleidings- en Tewerkstellingsinitiatieven Brussel) geeft zelf geen opleidingen maar coördineert ze wel. 2.2.1.1 Overzicht van het met het beroepencluster direct overeenstemmende opleidingenaanbod Het BSO biedt in het studiegebied Personenzorg in de 3de graad de studierichting Organisatiehulp aan en in een specialisatiejaar de studierichting Organisatieassistente. Binnen Organisatiehulp is er een opleiding tot Logistiek helper. In het DBSO komt de benaming ‘logistiek helper in verzorgingsinstellingen’ voor.2 Schematisch overzicht van het aanbod:

2

ARGO

CVPO

OVSG

VSKO

Voltijds

✗

✗

✗

✗

Deeltijds

✗

-

✗

✗

BuSO

✗

✗

✗

✗

Opleidingskaarten DBSO, Brussel, VLOR, te legitimeren in het najaar 1998.


4

B E R O E P S O P L E ID IN G S P R O F IE L L O G IS T IE K A S S IS T E N T ( E ) i n d e A L G E M E N E E N U N IV E R S IT A IR E Z I E K E N H U IZ E N

De Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding (VDAB) biedt, in samenwerking met derden, de opleiding Logistiek assistent(e) in de ziekenhuizen aan in het gebied Social Profit; het Vlaams Instituut voor het Zelfstandig Ondernemen (VIZO) organiseert de opleiding Personenzorg. 2.2.1.2 Overzicht van het opleidingenaanbod

met

het

beroepencluster

aanverwante

Het studiegebied Personenzorg omvat in de derde graad TSO de richtingen Bijzondere jeugdzorg, Sociale en technische wetenschappen en Verpleegaspiranten. De specialisatiejaren TSO leiden op tot Internaatswerking, Leefgroepenwerking en Voedselbehandeling. Het studiegebied Personenzorg omvat in de derde graad BSO naast de studierichting Organisatiehulp en het specialisatiejaar Organisatie-assistentie, waar de toekomstige logistiek assistenten voor hun opleiding terecht kunnen, ook nog Verzorging, Kinderzorg en Thuis- en bejaardenzorg. Die studierichtingen leiden de verzorgenden op. De vierde graad BSO leidt op tot Psychiatrische verpleegkunde en Ziekenhuisverpleegkunde. In het volwassenenonderwijs behelst het studiegebied Personenzorg volgende opleidingen: Jeugd- en gehandicaptenzorg LO HST en MO HST, Begeleider animator voor bejaarden LO HST en Aanvullende technische scholing voor bijstand in de welzijnssector KO HST. Vijf OSP-scholen hebben in april 1998 samen met vijf secundaire scholen een dossier voor programmatie van de opleiding Polyvalent verzorgende ingediend, gebaseerd op het opleidingsprofiel Verzorging zoals dat door de sectoriële commissie van de Vlaamse Onderwijsraad in 1994 werd opgemaakt.3 Nog binnen het Onderwijs voor Sociale Promotie bracht de Raad voor Volwassenenonderwijs een positief advies uit over de oprichting van een afdeling ‘Polyvalent verzorgende’. In het DBSO komen volgende benamingen voor: bejaardenhelper, familiale helper en sanitaire helper.4 In het BuSO biedt het onderwijs de kwalificatie Personenzorg aan in opleidingsvorm 3. Ook de voorbereiding op de examencommissie voor de instroom op de opleidingen verpleegkunde (4de graad BSO) moet hier worden vermeld. 2.2.1.3 Onderzoek naar de bevolking van de opleidingen In het voltijds gewoon onderwijs volgden in het schooljaar 1995-96 12633 leerlingen, waarvan 677 jongens en 11633 meisjes, de opleidingen in de 3de graad 489 leerlingen (24 jongens en 465 meisjes) de opleiding organisatiehulp; in het 3de leerjaar van de 3de graad 131 leerlingen (4 jongens en 127 meisjes) de opleiding organisatie-assistentie; in de 2de graad 5 981 leerlingen (432 jongens en 5 549 meisjes) de opleiding personenzorg; in het 3de leerjaar van de 3de graad 767 leerlingen (23 jongens en 744 meisjes) de opleiding personenzorg; 3 4

Studie 1: Advies over het Beroeps- en Opleidingsprofiel van de Verzorgende, Brussel, Vlor, 1994. Opleidingskaarten DBSO, Brussel, VLOR, te legitimeren in het najaar 1998.


B E R O E P S O P L E ID IN G S P R O F IE L L O G IS T IE K A S S IS T E N T ( E ) i n d e A L G E M E N E E N U N IV E R S IT A IR E Z I E K E N H U IZ E N

5

in het 1ste leerjaar van de 3de graad 2 929 leerlingen (128 jongens en 2 801 meisjes) de opleiding verzorging; in het 2de leerjaar van de 3de graad 1 138 leerlingen (43 jongens en 1 095 meisjes) de opleiding gezins- en sanitaire hulp; en in de 3de graad 1 198 leerlingen (23 jongens en 1175 meisjes) de opleiding kinderverzorging. Vanaf 1 september 1995 werden de opleidingen Gezins- en sanitaire hulp BSO en Kinderverzorging BSO vervangen door de opleiding Verzorging BSO. In het voltijds gewoon onderwijs volgden in het schooljaar 1996-97 12 930 leerlingen (566 jongens en 12 364 meisjes) de opleidingen. in de 3de graad 513 leerlingen (29 jongens en 484 meisjes) de opleiding organisatiehulp; in het 3de leerjaar van de 3de graad 104 leerlingen (3 jongens en 101 meisjes) de opleiding organisatie-assistentie; in de 2de graad 5 826 leerlingen (258 jongens en 5568 meisjes) de opleiding personenzorg; in het 3de leerjaar van de 3de graad 900 leerlingen ( 23 jongens en 877 meisjes) de opleiding personenzorg; en in de 3de graad 5 587 leerlingen (253 jongens en 5 334 meisjes) de opleiding verzorging. Door enerzijds de overgang van type I en II en de daarmee gepaard gaande benamingswijzigingen, en anderzijds de samenvoeging van studierichtingen is het moeilijk een betrouwbaar overzicht van de evolutie van het aantal leerlingen dat de opleiding volgde te geven. Het totaal aantal leerlingen kan wellicht een indicatie geven. Het aantal leerlingen in het DBSO bedraagt voor het schooljaar 1997-98 140 waarvan 17 jongens en 123 meisjes. Het aantal jongens dat voor de richting kiest lijkt over de jaren heen licht toe te nemen. In het schooljaar 1995-1996 volgde slechts 1 jongen de opleiding Personenzorg. Bij de VDAB, volgden in 1997 475 cursisten de opleiding: 242 verzorgenden volgden, in het kader van de sociale Maribel, de 80-urige opleiding, 233 cursisten volgden, al dan niet in het kader van de sociale Maribel, de 500-urige opleiding. Er treden nog steeds ziekenhuizen tot de sociale Maribel toe, zodat in de nabije toekomst nog een stijging van het aantal cursisten kan verwacht worden. Op 1 april 1998 kwamen er via de toegetreden ziekenhuizen 576 voltijdse tewerkstellingsequivalenten tot stand, wat overeenkomt met 768 jobs voor logistiek assistenten. In het kader van de sociale Maribel levert de VDAB na de opleiding ook de attesten voor de tewerkstelling af. Het Vlaams Instituut voor het Zelfstandig Ondernemen (VIZO) had op 31 december 1995 1020 cursisten (180 mannelijk en 1 020 vrouwelijk) in de opleiding personenverzorging; op 31 december 1996 waren dat er 991 (159 mannelijk en 832 vrouwelijk).


B E R O E P S O P L E ID IN G S P R O F IE L L O G IS T IE K A S S IS T E N T ( E ) i n d e A L G E M E N E E N U N IV E R S IT A IR E Z I E K E N H U IZ E N

6

2.2.2

Regionale spreiding van het opleidingenaanbod en de tewerkstelling in Vlaanderen en het Brussels Gewest. De opleiding wordt verspreid over het hele grondgebied van Vlaanderen aangeboden en de afgestudeerden kunnen in de hele Vlaamse en Brusselse regio aan het werk.

2.3

Verantwoording van het te ontwikkelen beroepsopleidingsprofiel In 1995 waren er in de totale welzijnssector in het Vlaamse Gewest 182 506 werknemers aan de slag. Dat was 10% van de totale tewerkstelling in Vlaanderen op dat ogenblik. Daarvan waren er 20% mannen en 80% vrouwen. De vrouwen zijn dus sterk vertegenwoordigd in de sector.5 Gedurende de jaren ’80 tekenden zich verscheiden ontwikkelingen af binnen de sector van de intramurale gezondheidszorg. Hierbij denken we aan de introductie van nieuwe technologieën, de toenemende specialisatie van het verplegend werk, de daling van het aantal ligdagen per patiënt, de multidisciplinariteit van de zorgverstrekking, de noodzaak tot rationalisering en beperking van de uitgaven…. Dat alles resulteerde in een als te hoog ervaren werkdruk. Samen met de lonen die als (te) laag beschouwd worden in verhouding tot kwalificaties en verantwoordelijkheden, vormde dat de kern van een groeiend ongenoegen dat zich uitte in herhaalde protestacties. Binnen het verpleegkundig departement dienen heel wat taken vervuld te worden die niet tot de kernfunctie van de verpleegkundigen en verzorgenden behoren. De mogelijkheid om te worden ingeschakeld in taken die niet tot de kernfunctie behoren biedt ook laaggeschoolde en kansarme volwassenen en jongeren de kans om een afgeronde opleiding te volgen die met een kwalificatiecertificaat wordt afgesloten. De logistiek assistenten maken deel uit van het multidisciplinair team van het verpleegkundig departement (KB februari 1997).

5

Beroepsprofiel Logistiek assistent(e) in de ziekenhuizen, Brussel, SERV, 1997, p. 15


B E R O E P S O P L E ID IN G S P R O F IE L L O G IS T IE K A S S IS T E N T ( E ) i n d e A L G E M E N E E N U N IV E R S IT A IR E Z I E K E N H U IZ E N

3

BEROEPSOPLEIDINGSPROFIEL (BOP)

3.1

Benaming van het beroepsopleidingsprofiel

7

Het beroepsopleidingsprofiel heet ‘Logistiek assistent(e) in de algemene en universitaire ziekenhuizen’ en slaat op de kwalificatie ‘Logistiek assistent(e) in de algemene en universitaire ziekenhuizen’.

3.2

Globale omschrijving van het beroepsopleidingsprofiel De logistiek assistent(e) verleent logistieke steun aan de andere hulpverleners in de ziekenhuizen door een aantal ondersteunende activiteiten uit te voeren waarvoor geen kwalificatie als verpleegkundige of verzorgende vereist is. De aard van deze activiteiten kan zeer uiteenlopend zijn. De exacte invulling van het takenpakket van de logistiek assistent(e) kan verschillen van ziekenhuis tot ziekenhuis en van verpleegafdeling tot verpleegafdeling binnen één ziekenhuis. In dat kader wensen we er de aandacht op te vestigen dat het beroepsprofiel waarop dit beroepsopleidingsprofiel is gebaseerd, slaat op een modale beroepsuitoefening, abstractie makend van de verschillen die kunnen voorkomen tussen de ziekenhuizen inzake schaalgrootte, takenvolgorde, werkverdeling,… Het betreft vooral huishoudelijke taken, hotelactiviteiten, ondersteunende administratieve taken, intern transport van patiënten en onderhoud van materiaal. In tegenstelling tot de verzorgende neemt de logistiek assistent(e) niet deel aan de directe zorgverlening aan de patiënt. Het dient benadrukt te worden dat logistiek assistenten onder geen enkele voorwaarde technisch verpleegkundige handelingen of patiëntverzorgende taken mogen uitvoeren. Zij vallen onder de coördinatie en verantwoordelijkheid van het verpleegkundig departement. Op de werkvloer gebeuren alle taken onder algemeen toezicht en instructie van het verpleegkundig personeel. Voor de logistiek assistenten kan een eigen takenprofiel gedistilleerd worden uit de gemeenschappelijke taakgebieden waarin momenteel verpleegkundigen, verzorgenden en bepaalde huishoudelijke krachten werken. Zij kunnen op deze wijze een toegevoegde waarde leveren aan het werk ten aanzien van gehospitaliseerden. De leerling/cursist leert onder algemeen toezicht en instructies van het verpleegkundig personeel te werken. Hij geraakt vertrouwd met de structuur van een ziekenhuis en leert praktische vaardigheden waarmee hij het verpleegkundig departement kan ondersteunen.

3.3

Concrete vertaalslag

3.3.1

Bijeenbrengen van de relevante beroepsprofielen Het beroepsopleidingsprofiel wordt afgeleid van één beroepsprofiel ‘Logistiek assistent(e) in de ziekenhuizen’ (SERV/Sociaal Fonds voor de Privé Ziekenhuizen, 1997).

3.3.2

Evaluatie van de taken uit het beroepsprofiel Het beroepsprofiel bevat geclusterde taken ondersteund door kennis, attitudes en contextgegevens (Profiel van het type A).


B E R O E P S O P L E ID IN G S P R O F IE L L O G IS T IE K A S S IS T E N T ( E ) i n d e A L G E M E N E E N U N IV E R S IT A IR E Z I E K E N H U IZ E N

8

3.3.3

Selectie van takenclusters en taken BEROEPSPROFIEL Takencluster 1: Planning en voorbereiding van de werkzaamheden Takencluster 2: Verpleegeenheid-ondersteunende taken behorend tot het verpleegkundig departement Takencluster 3: Administratieve taken Takencluster 4: Taken die indirect betrekking hebben op de patiënten Takencluster 5: Ondersteunende taken ten aanzien van de eigen werkzaamheden

BEROEPSOPLEIDINGSPROFIEL Vaardigheidscluster 1: Planning en voorbereiding van de werkzaamheden Vaardigheidscluster 2: Vaardigheden ter ondersteuning van het verpleegkundig departement

Vaardigheidscluster 3: Ondersteunende vaardigheden ten aanzien van de eigen werkzaamheden

De takenclusters 2, 3 en 4 worden in het BOP samengebracht omdat ze alledrie vaardigheden omvatten ter ondersteuning van het verpleegkundig departement. De taken die rechtstreeks betrekking hebben op de patiënt werden geschrapt. Dit is het geval voor ‘ assisteren van de verpleegkundige bij het opdekken van het bed van bedlegerige patiënten’ en ‘verzorgenden of verpleegkundigen helpen bij het tillen, positioneren van patiënten die niet ernstig ziek zijn’.

3.3.4

Formulering van vaardigheden met de ondersteunende kennis en vaardigheden, houdingen en context Elke vaardigheid/kennis wordt genuanceerd aan de hand van volgende criteria: Vaardigheden: −

1 = oriëntering Een cluster van vaardigheden waarmee de lerende/beginnende beroepsbeoefenaar kennis maakt. Hij/zij neemt deze vaardigheden waar of voert ze kort uit om een beter beeld te krijgen van de beroepsactiviteiten binnen de bedrijfstak.

−

2 = onder begeleiding uitvoeren De lerende/beginnende beroepsbeoefenaar voert deze vaardigheden uit in situaties waarin het voordoen/nadoen een rol spelen of waarin de verantwoordelijkheid voor de uitvoering bij derden ligt.

−

3 = zelfstandig uitvoeren De lerende/beginnende beroepsbeoefenaar voert deze vaardigheden uit in situaties waarin hij/zij op eigen initiatief handelt of waarin de verantwoordelijkheid bij de lerende zelf ligt.


B E R O E P S O P L E ID IN G S P R O F IE L L O G IS T IE K A S S IS T E N T ( E ) i n d e A L G E M E N E E N U N IV E R S IT A IR E Z I E K E N H U IZ E N

−

9

4 = begeleidend uitvoeren De lerende/beginnende beroepsbeoefenaar voert deze vaardigheden uit in situaties waarin hij/zij de verantwoordelijkheid voor de uitvoering door derden op zich neemt.

In het BOP worden de volgende verkortingen gebruikt: Vaardigheden oriëntering V1 onder begeleiding V2 zelfstandig V3 begeleidend V4 Ondersteunende kennis −

1 = feitelijke kennis Deze kennis is op herkenning terug te voeren (Dit niveau kan omschreven worden door middel van werkwoorden van het type: reproduceren, bewust zijn, herinneren, herkennen, registreren, opnoemen, aanduiden, benoemen, opsommen, ...)

−

2 = begripsmatige kennis Deze kennis is op inzicht terug te voeren (begrijpen, verstaan, aantal aangeven, verband uitdrukken, bewijzen, voorbeelden geven, typeren, de essentie aangeven, omschrijven, met eigen woorden zeggen, ...)

−

3 = kennistoepassing Deze kennis past de feitelijke en begripsmatige kennis toe (gevarieerd aanwenden, uitwerken, beoordelen, evalueren, produceren, vergelijken met, structureren, ...)

−

4 = integrerende De kennis in nieuwe situaties toepassen en zoeken naar innovaties

In het BOP worden de volgende verkortingen gebruikt: Kennis feitelijk K1 begripsmatig K2 toepassen K3 integreren K4


10

3.3.5

B E R O E P S O P L E ID IN G S P R O F IE L L O G IS T IE K A S S IS T E N T ( E ) i n d e A L G E M E N E E N U N IV E R S IT A IR E Z I E K E N H U IZ E N

Uitwerking van de concrete vertaalslag

CLUSTER 1: PLANNING EN VOORBEREIDING VAN DE WERKZAAMHEDEN Cluster van vaardigheden De leerling/cursist kan: 1.1 het eigen werk plannen (bv. routeplanning en tijdschema maken) rekening houden met de dagindeling van de andere professionele zorgverleners en de geplande behandelingen

het nodige materiaal verzamelen om het werk te kunnen uitvoeren 1.3 de eigen werkpost en werkruimte organiseren en controleren of de werkmiddelen operationeel zijn 1.4 klein onderhoud van werkmiddelen uitvoeren 1.2

Mate van beheersing V3

V3

V3

V3

Ondersteunende kennis (K) en vaardigheden (V) Kennis van de werkorganisatie op een verpleegkundig departement Basiskennis van terminologie met betrekking tot gezondheidszorgvelden Inzicht in de structuur van een ziekenhuis, van de verschillende departementen en afdelingen, en in de functie van het ziekenhuispersoneel en de plaats van de logistiek assistent(e) binnen de organisatie

Mate van beheersing K2 K2 K2


B E R O E P S O P L E ID IN G S P R O F IE L L O G IS T IE K A S S IS T E N T ( E ) i n d e A L G E M E N E E N U N IV E R S IT A IR E Z I E K E N H U IZ E N

11

CLUSTER 2: VAARDIGHEDEN TER ONDERSTEUNING VAN HET VERPLEEGKUNDIG DEPARTEMENT Cluster van vaardigheden De leerling/cursist kan: 2.1 tafels dekken en afruimen 2.2 maaltijden, frisdrank, koffie en thee afhalen, verdelen, opwarmen, opdienen en afruimen

Mate van beheersing V3

V2

plateaus op de etenskar plaatsen en deze wegbrengen 2.7 de keuken op de afdeling in orde houden en opruimen

V3

2.6

Elementaire kennis van concrete voedingsmethodieken Het belang van gezonde voeding kennen Kennis van voedingshygiëne

K2 K2 K3

V2 V3

V3

2.8

keukenmaterieel reinigen

V3

2.9

de vaat doen

V3

2.10 de voorraad bijhouden

V3

2.11 de verpleegafdeling en

V3

de dienstlokalen onderhouden 2.12 reinigings- en ontsmettingsmiddelen en -technieken gebruiken 2.13 de hygiëne op de afdeling en in de dienstlokalen naleven 2.14 de kamers opruimen en ordelijk houden

Mate van beheersing

V2

maaltijden voorbereiden: fruit schillen, brood beleggen, beleg nakijken op versheid en voorraad, soep inschenken 2.4 dieetmaaltijden herkennen 2.5 koffie en thee zetten 2.3

Ondersteunende kennis (K) en vaardigheden (V)

V2

Orde kunnen scheppen Kennis van eenvoudig voorraadbeheer Kennis van reinigingsmiddelen en andere producten

V3 K3

Materialenkennis

K3

Kennis van het meubilair op de kamer en het gebruik ervan

K3

K3

V3

V3


B E R O E P S O P L E ID IN G S P R O F IE L L O G IS T IE K A S S IS T E N T ( E ) i n d e A L G E M E N E E N U N IV E R S IT A IR E Z I E K E N H U IZ E N

12

Cluster van vaardigheden De leerling/cursist kan: 2.15 een kamer opnieuw verblijfsklaar maken 2.16 patiëntenkamers desinfecteren 2.17 medicatie in de apotheek afhalen

Mate van beheersing V2

Ondersteunende kennis (K) en vaardigheden (V) Kennis van interieurzorg

Mate van beheersing K3

V2

Kennis van technieken van reiniging en ontsmetting Kennis van de structuur van een ziekenhuis en van de verschillende departementen en afdelingen

K3

2.18 door verpleegkundigen

V2

V2

Kennis van het begrip ‘steriliteit’

K3

V2

Kennis van technieken van reiniging en ontsmetting

K3

2.19

2.20

2.21

2.22

of laboranten geïdentificeerde stalen naar het labo wegbrengen (steriel) verzorgingsmateriaal en medische toestellen afhalen en wegbrengen medicatiepotjes, wasbekkens, bedpannen, nierbekkens,... reinigen en ontsmetten rolstoelen reinigen en ontsmetten en klein onderhoud eraan uitvoeren bedden verschonen

2.23 (helpen bij het)

opdekken van het bed van niet-bedlegerige patiënten 2.24 textielgoed verzamelen, sorteren en verdelen grondstofetikettering en onderhoudsetikettering duiden 2.25 de linnenkamer beheren 2.26 de verzorgingskar, linnenkar en verbandkamer aanvullen

V2

K2

V2

V2

Praktische kennis van het gebruik van til- en verplaatsingstechnieken Praktische kennis van bedden opmaken

K4 K4

V2

V2 V3

V2 V2

Kennis van verzorgingsmaterialen

K1


B E R O E P S O P L E ID IN G S P R O F IE L L O G IS T IE K A S S IS T E N T ( E ) i n d e A L G E M E N E E N U N IV E R S IT A IR E Z I E K E N H U IZ E N

Cluster van vaardigheden De leerling/cursist kan: 2.27 afval sorteren en verwijderen

2.28 voorraad van

2.29

2.30 2.31 2.32

administratieve formulieren beheren papieren, dossiers, formulieren van en naar het onthaal of een andere dienst halen en wegbrengen (bv. bestelbons, dossiers, opname- en ontslagformulieren...) telefoon aannemen en doorverbinden menukeuzekaarten invullen post verdelen

2.33 gegevens invoeren via 2.34

2.35

2.36 2.37

2.38 2.39

2.40

een toetsenbord patiënten die geen toezicht nodig hebben naar andere afdelingen binnen het ziekenhuis brengen en hen vervoeren van en naar consultaties verpleegkundigen bijstaan bij het vervoer van patiënten die bestendig toezicht nodig hebben patiënten ondersteunen bij het zitten en lopen patiënten begeleiden tijdens een korte wandeling bloemen en planten verzorgen toezien op de versheid en de presentatie van fruit en versnaperingen in de ziekenhuiswinkel een kleinigheid (krant, tijdschrift,…) voor de patiënt kopen

Mate van beheersing V2

13

Ondersteunende kennis (K) en vaardigheden (V) Kennis van soorten afval Kennis van sorteer- en verwijderingstechnieken voor afval

Mate van beheersing K1 K3

Basisvaardigheden in verband met telefoneren Kennis van eenvoudige administratieve verrichtingen Kennis van eenvoudig klassement en postbedeling Elementaire kennis van computergebruik Elementaire omgangsvaardigheden (contact leggen, zich voorstellen, praatje maken,…)

V2

Praktische kennis van til- en verplaatsingstechnieken

K4

V2

Met een ziekenhuisbed of een rolstoel kunnen rijden

V2

V3

Kennis van verzorgen van bloemen en planten

K1

V2

V2

V3 V2 V3 V2 V2

V2

K2 K2 K1 V3

V2

V3

V3


14

B E R O E P S O P L E ID IN G S P R O F IE L L O G IS T IE K A S S IS T E N T ( E ) i n d e A L G E M E N E E N U N IV E R S IT A IR E Z I E K E N H U IZ E N

Cluster van vaardigheden De leerling/cursist kan: 2.41 bezittingen van patiënten verzorgen en er eventueel kleine herstellingen aan uitvoeren

Mate van beheersing V2

Ondersteunende kennis (K) en vaardigheden (V)

Mate van beheersing


B E R O E P S O P L E ID IN G S P R O F IE L L O G IS T IE K A S S IS T E N T ( E ) i n d e A L G E M E N E E N U N IV E R S IT A IR E Z I E K E N H U IZ E N

15

CLUSTER 3: ONDERSTEUNENDE VAARDIGHEDEN TEN AANZIEN VAN DE EIGEN WERKZAAMHEDEN Cluster van vaardigheden De leerling/cursist kan: 3.1 nagaan of de opgedragen taak goed wordt en is uitgevoerd 3.2 mondelinge contacten onderhouden

Mate van beheersing V3

alert zijn voor de signalen die de zorgbehoevende geeft en die doorspelen 3.4 hygiënisch handelen bij: persoonlijke hygiëne, hygiëne in de keuken en de dienstlokalen

V3

toepassen van de veiligheidsregels

V3

3.3

3.5

V3

V3

Ondersteunende kennis (K) en vaardigheden (V)

Mate van beheersing

Elementaire communicatievaardigheden hanteren

V3

Regelgeving i.v.m. voedingsmiddelen, persoonlijke hygiëne en hygiëne van dienstlokalen kennen en toepassen

K3

Basiskennis inzake bescherming, preventie en infectiegevaar voor zichzelf en anderen Kennis van veiligheidsregels

K3 K3


16

3.3.6

B E R O E P S O P L E ID IN G S P R O F IE L L O G IS T IE K A S S IS T E N T ( E ) i n d e A L G E M E N E E N U N IV E R S IT A IR E Z I E K E N H U IZ E N

Beroepshoudingen Onder beroepshoudingen worden de meer algemene, minder aan een specifieke uitvoering gebonden eigenschappen, attitudes, persoonlijkheidsen gedragskenmerken verstaan die functioneel kunnen zijn in het arbeidsproces. Het is het geheel van cognitieve, affectieve en actiecomponenten wezenlijk voor de uitoefening van een beroep. Beroepshoudingen slaan op alle clusters van vaardigheden. Respect voor privacy Bewaren van het beroepsgeheim Correct omgaan met vertrouwelijke gegevens. Zin voor samenwerking Aan een gemeenschappelijke taak werken binnen een verpleegkundig team, zin hebben voor communicatie en overleg, ook indien dit niet onmiddellijk met de eigen mening of het eigen belang strookt. Beleefdheid en vriendelijkheid Hoffelijk zijn ten opzichte van patiënten, hun familie en de collega's. Bescherming, preventie en hygiëne De principes omtrent bescherming, preventie en hygiëne consequent toepassen in alle handelingen en vastgelegde procedures volgen voor de veiligheid van de patiënt, de medewerkers en zichzelf. Economische ingesteldheid Vooropgestelde tijdstippen respecteren, zonder tijd te verliezen. Kostenbewust omgaan met materiaal en materieel. In staat zijn op effectieve wijze de beschikbare tijd en middelen aan te wenden voor de eigen taakuitvoering. Sociaalvoelend zijn Luisterbereid zijn en begrip opbrengen voor de situatie van anderen. Op een passende manier mensen benaderen in een veelheid van situaties. Aanpassingsvermogen / flexibiliteit Zich aanpassen aan nieuwe situaties, positief staan tegenover vernieuwingen, doelmatig blijven denken en handelen bij veranderende omgeving, mensen en taken. Omgaan met lijden en dood, afstand nemen en de eigen leefsituatie relativeren. Bereidheid tot in opdracht werken Opdrachten van anderen aanvaarden en hun competentie aanvaarden, gemaakte afspraken en regels nakomen. Stressbestendigheid / frustratietolerantie Omgaan met ingrijpende of schokkende ervaringen, correct te werk gaan op stressvolle momenten. Vriendelijk en constructief blijven reageren bij negatieve reacties. Assertiviteit Hoffelijk opkomen voor eigen waarden en normen en toegewezen opdrachten in vraag durven stellen, zijn eigen positie bepalen, een positief zelfbeeld ontwikkelen en over een goede zelfkennis beschikken.


B E R O E P S O P L E ID IN G S P R O F IE L L O G IS T IE K A S S IS T E N T ( E ) i n d e A L G E M E N E E N U N IV E R S IT A IR E Z I E K E N H U IZ E N

17

Grenzen van zijn mogelijkheden aanvaarden Openstaan voor opmerkingen i.v.m. eigen gedrag, dit gedrag in vraag durven stellen en zijn houdingen en handelingen aan zelfkritiek onderwerpen. Respect voor de patiënt Openstaan voor de eigen mogelijkheden van de patiënt en hem respecteren in zijn ziekteproces. De patiënt benaderen als persoon ongeacht geslacht, cultuur of handicap. De patiënt waarderen. Accuratesse Werken volgens de voorgeschreven procedures, correct uitvoeren van technieken, juist hanteren van apparaten en materiaal, stipt uitvoeren van de opgedragen handelingen. Meervoudige opdrachtenplanning aankunnen Taken zodanig plannen dat de doelstellingen op een efficiënte manier bereikt kunnen worden. Zin voor orde Bereid zijn bij te dragen tot het scheppen van een positief klimaat beoordelingsvermogen Situaties, gebeurtenissen, vragen juist inschatten. Communicatieve ingesteldheid Luisterbereid, luistervaardig en taalvaardig zijn: in een begrijpelijke taal meningen, ideeën en boodschappen kunnen overbrengen.


18

3.3.7

B E R O E P S O P L E ID IN G S P R O F IE L L O G IS T IE K A S S IS T E N T ( E ) i n d e A L G E M E N E E N U N IV E R S IT A IR E Z I E K E N H U IZ E N

Contextgegevens De contextgegevens gelden voor alle clusters en zijn afgeleid van het beroepsprofiel. Veiligheids- en gezondheidsrisico’s Wie op een verpleegkundige afdeling werkt, loopt meer risico op ernstige besmettelijke ziekten. Bijgevolg dient de logistiek assistent(e) zich te houden aan de vigerende maatregelen en procedures inzake bescherming, preventie en hygiëne. Het werk is fysiek belastend. Daarom zijn het leren van til- en verplaatsingstechnieken en van het gebruik van hulptoestellen om lasten te verplaatsen van essentieel belang. Welzijnsrisico’s Werken in een ziekenhuis brengt heel wat stress met zich mee.

3.4

Niveau van de opleiding Het niveau van de opleiding wordt bepaald door de vaste kern van de sectorcommissie nadat de kwalificatiestructuur is opgesteld.

4

BIBLIOGRAFIE Onderzoek naar de kwalificatiebehoeften voor de logistiek assistent(e) in de ziekenhuizen, Brussel, SERV (in opdracht van het Sociaal Fonds voor de privéziekenhuizen, 1997). Handleiding voor het schrijven van beroepsopleidingsprofielen voor het secundair onderwijs en het volwassenenonderwijs, Brussel, Dienst voor Onderwijsontwikkeling, 1998. Vraag naar en aanbod van zorgberoepen in België, prognoses tot 2000 en scenario’s tot 2010. Deel 1: Verpleegkundigen en het verplegend werk, Leuven, Hoger instituut voor de arbeid, 20 maart 1998. Statistisch jaarboek van het Vlaams Onderwijs, Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap - Departement Onderwijs. Advies over het Beroeps- en Opleidingsprofiel van de Verzorgende, Brussel, Vlor, 1994. Het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, Brussel, Federaal Ministerie van Tewerkstelling en Arbeid, 1997.


B E R O E P S O P L E ID IN G S P R O F IE L L O G IS T IE K A S S IS T E N T ( E ) i n d e A L G E M E N E E N U N IV E R S IT A IR E Z I E K E N H U IZ E N

5

19

MEDEWERKERS AAN DE SECTORCOMMISSIE ♦

G. Schelstraete, voorzitter, pedagogisch adviseur VVKSO

♦

A. Eerdekens; onderdirecteur Provinciale Secundaire School, Hasselt

♦

L. De Reu, voorzitter sector Personenzorg, VVKSO

♦

M. Van Steenvoort, inspecteur

♦

C. De Coninck, adviseur bij de Dienst voor Onderwijsontwikkeling

♦

J. Gabriels, Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling

♦

T. Van de Vel, projectleider, vzw. Web (Werkervaringsbedrijven)

♦

M. Van der Straeten, pedagogisch adviseur bij het gemeenschapsonderwijs

♦

H. Reynders, opleidingscoördinator Provinciale Secundaire School, Hasselt

♦

I. Van de Sype, Mercator-Hogeschool, provincie Oost-Vlaanderen

♦

L. Dhooge, afgevaardigde OVSG, Secundair Instituut voor Paramedische beroepen, Gent

♦

R. Duchêne, stafmedewerker, VVKHO

♦

I. Blondeel, Vlaamse Autonome Hogeschool West-Vlaanderen

♦

H. Van der Haegen, Dienst Europese Projecten

♦

M. Van Bouwelen, OVSG, SITO-7, Antwerpen

♦

J. Hertogen, Sociaal Fonds voor de Privé Ziekenhuizen

♦

A. Vanherck, Verbond van Openbare Verzorgingsinstellingen

♦

V. Herst, projectbegeleider Bijscholings- en Vormingscentrum Guislain, Gent

♦

D. Maes, Universitair Ziekenhuis Antwerpen

♦

R. Vanheste, projectmedewerker Vlor


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
STUDIE 117 BEROEPSOPLEIDINGSPROFIEL. Logistiek assistent(e) in de algemene en universitaire ziekenhu by Vlaanderen-be - Issuu