g
\
114
•
%
• • •
I
I 5^2
Arte Constructo '04ltd&ia£t&
•c
Natuurlijke hydraulische kalk isolerend - dampopen - duurzaam - kalleien UNILIT CORICAL sanerend - injecties moulures - voegen - pleister metselen - tadelakt - natuurlijke bindmiddelen vette kalk
+32 (0)3 880 73 73 info@arteconstructo.bc
32
/ ^w^
M O N U M E N T EN, L A N D S C H A P P E N EN A R C H E O L O G I E Tweemaandelijks tijdschrift van de Vlaamse overheid, Onroerend
Erfgoed
ISSN 0770-4948 Jaargang 32 nr. 5 S E P T E M B E R - O K T O B E R 2013
Inhoud
Interieurdetail van de kathedraal van Xuanhua
(© THOQ
jorzitter <ris Bouve ndrcdactie larjan Buyle en eter Van den Hove ernredactie larjan Buyle udy De Graef 'erman Van den Bossche eter Van den Hove edactie nna Bergmans ) Braeken larc De Borgher nton Ervynck is Gyselinck atheline Metdepenninghen 'ieter Nuytten aul Van den Bremt laarten Van Djjck homas Van Driessche nge Verdunnen om Verhofstadt inda Wylleman rel eden dgard Coedleven larcel M. Celis > De Schepper uzanne Van Aerschot ledwig Van den Bossche hristine Vanthillo iet tijdschrift M&.L is opgenomen in et Vlaams Academisch Bibliografisch estand voor de Sociale en Humane Vetenschappen en gevalideerd als tijdchrift met peer review. 1e verantwoordelijkheid voor de epubliceerde artikels berust uituitend bij de auteurs. Alle rechten sor het reproduceren, vertalen of ••erwerken zijn voorbehouden.
Redactiesecretariaat Diane Torbeyns diane.torbeyns@rwo.vlaanderen.be Tel. 02 553 16 13 Abonnementen^ België: 40 € (losse nummers: 7 € ) Buitenland: 65 € C)P- of studentenkaart: 28 € Uw abonnement gaat automatisch in na overschrijving op rek. nr. IBANBE^8 3751 1109 8627 BIC-codeBBRUBEBB van Monumenten &. Landschappen Koning Albert ll-laan 19 bus 5 1210 Brussel * Zonder schriftelijke opzegging vóór het einde van elk kalenderjaar, wordteen abonnement automatisch verlengd voor de volgende jaargang. Tussentijds kunnen geen abonnementen worden geannuleerd
34
48
Sint- Lucasneogotiek in Noord-China. Alphonse De Moerloose, missionaris en architect
De ondertekening op muurschilderingen met als casus de Sint-Janskerk van Mechelen
Thomas Coomans
Marjan Buyle
De Monnoyer-schoorsteen in Heusden-Zolder. Een stapsgewijze aanpak van een stabiliteitsprobleem Bernard Lambert en Jos Gyselinck
Website www.menl.be Ad verte n tiewerv i ng j . Casier- Brugge jancasier.brugge@telenet.be Vormgeving Bart Delva Druk die Keure - Brugge Fotografie Oswald Pauwels Verantwoordelijk uitgever Sonja Vanblaere Koning Albert ll-laan 19 bus 5 1210 Brussel
M&LI
SONCK Frederic
A, M, C O N S U L T ^ ^ AM Consult bvba Anthonis de Jonghestraat 6/ B-9100SINT-NIKLAAS t: 03 780 61 53 03 766 18 52 a.m.consult@skynet.be www.amconsult.be
Restoratie & Renovatie • Siermetselwerk • Ruwbouw • Gewelfbouw • Bekisten en storten van betonnen trappen in bestaande gebouwen • Steenkapperij: monelen, maaswerk, hogels, pinakel, kapitelen • Natuursteenherstelling met minerale mortel • Gips-, kalk-, leem- en cementpleisterwerk: 1 of 2 lagensysteem • Lijstwerk - Consolidatie van verpoederd pleisterwerk • Eigen productie van gebluste kalkdeeg • Vloer- en wandbetegeling
Uw partner voor het opsporen van de oorzaken van: Vochtvlekken Schade aan pleisterwerk Waterinfiltraties Betonrot Schimmels Houtaantasting door zwam Condensvorming Houtaantasting door insecten Opstijgend vocht Regendoorslag Door: Gravimetrische vochtanalyse Kwantitatieve zoutanalyse RH en T datalogging Endoscopie Microscopisch onderzoek in situ en/of in het labo ifv de onderzoeksmethoden
Tel.: 0472/77.65.04 - Fax: 09/234.33.46 Registratienr.: 06.18.1.0
Wij leveren: gefundeerd en praktisch behandelingsadvies voor een efficiënte aanpak van het probleem
IVI L w w w . m e n l .be ONLINE
-» M&L ONLINE <-
M&L... dat is een tijdschrift en een reeks met een traditie van 30 jaar!
Kennismaken? Op onze website vind je een handig overzicht en kan je bovendien uitgeputte tijdschriftnummers gratis downloaden!
Het NGI: dé producent van kaarten, databanken en luchtfoto's voor ruimtelijke planning en stadsrenovatie Print-on-demand: üw kaart of luchtfoto, gecentreerd rond een punt naar keuze Historische kaarten: reproducties op aanvraag. Alle kaarten en luchtfoto's zijn ook digitaal beschikbaar
VL^ i^ils
HISTORISCHE 'N PARKEN VLAANDEREN K
'
i
•.•-^j^éi
Historische tuinen en parken van Vlaanderen. Noordwestelijk Vlaams-Brabant. Affligem, Asse, Grimbergen, Kapelle-op-den-Bos, Londerzeel, Meise, Meehtem, Opwijk, Wemmei Het cahier geeft een beschouwende inleiding van het inventarisgebied, beschrijft 63 tuinen en parken, biedt een Franse en Engelse samenvatting per object, situeringskaart en een tabel met kenmerken en kwaliteiten.
TECHNISCHE
GEGEVENS
AUTEURS
FORMAAT
ROGER DENEEF, JO WIJNANT, STEFAN VIDTS, WILFRIED VERLEYEN, JOSÉ A N N E DE MOLINA. HILDE KENNES. MARJOLIJN VAN DAMME. RAYMOND DELVAUX. THIERRY DE CLIPPELE, HENRY VAN DER HAEGEN, PETER SOENS, HERLINDE DEJAECK. LEONARD QUINTELIER. DIRK DE MEYERE, GEORGES JACOBS DE HAGEN, GRETA PAESMANS. ANDRE CRESENS en STEVEN VAN DEN BORNE
21 X 29,7 CM
ILLUSTRATIES
KUNSTDRUK GALERIE ART SILK 135 G/M 1 AFWERKING
C O Ö R D I N A T I E EN C O N C E P T
GARENGENAAID GEBROCHEERD PUBLICATIEJAAR
EINDREDACTIE ROGER DENEEF FOTOGRAFIE OSWALD PAUWELS, ROGER DENEEF, OLGA FILENKOJO WIJNANT. MARJOLIJN VAN DAMME. STEFAN VIDTS. MARTIN SCHACHT, HILDE KENNES, GRETA PAESMANS, CHRISTEL DARDENNE en CHRIS DEMAEGD
BESTELADRES
Vlaamse overheid - agentschap Onroerend Erfgoed Koning Albert 11-laan bus 5 1210 Brussel Tel. 02 553 16 13 - Fax 02 553 16 55 E-mail: diane.torbeyns@rwo.vlaanderen.be U ontvangt het boek automatisch na overschrijving van 50 € op rekening nummer BE48 3751 1109 8627 (BIC BBRUBEBB) t.a.v. Vlaamse Overheid agentschap Onroerend Erfgoed Koning Albert 11-laan bus 5 1210 Brussel met vermelding "M&L Cahier 20"
o
erf-i goed
VLAAMSE OVERHEID
G^jTj^rkli
"Je suis l'architecte
des
missions"
Enkel een occasioneel Chinees opschrift of kleurige zitkussens verraden dat we hier niet in één of andere neogotische kerk in Vlaanderen zijn, maar wel in het afgelegen Mongolië, waar missionarissen destijds koortsachtig kerken bouwden. Thomas Coomans belicht de interessante figuur van architect en scheutist Alphonse De Moerloose die 44 jaar lang, van 1885 tot 1929, bijna surrealistisch 'Vlaamse' kerken in pure Sint-Lucastraditie ontwierp en bouwde in de weidse Mongoolse berglandschappen. Dankzij evoluties in de Chinese samenleving zijn deze symbolen van Westers imperialisme en van het vooroorlogs Eurocentrisch missiemodel, nu toch gewaardeerd en beschermd erfgoed geworden.
"Dal disegno
t'incominci"
Zoals Cennino Cennini in 1427 al schreef in zijn Libro dell' Arte begint elke muurschildering met een tekening. Niet bedoeld om gezien te worden, wordt deze ondertekening, zoals op de pas ontdekte muurschilderingen in de Sint-Janskerk van Mechelen, door slijtage van de verflaag soms opnieuw zichtbaar. Marjan Buyle benadrukt het belang van een nauwkeurige documentatie van deze ondertekeningen tijdens restauraties, al was het maar omdat ze de puurste uitingen zijn van de hand van de meester.
"Feuillard formant
cravate"
Gebouwd met een toen experimenteel prefab bouwsysteem en exotisch klinkende Franse benamingen, getuigt de Monnoyer schoorsteen van Zolder van het rijke industriële mijnverleden. Ontwerper Bernard Lambert, geadviseerd door jos Gyselinck, boog de aanvankelijke idee van afbraak en reconstructie om tot een conserverende restauratie van de enige bewaarde schoorsteen van dit type in Vlaanderen, waarbij creatieve oplossingen dienden gezocht voor de verzwakte en fragiele betonstructuur.
Sint-Lucasneogotiek in Noord-China. Alphonse De Moerloose, missionaris en architect Thomas Coomans
In 2012 vierde de Congregatie van het
Een geëngageerde katholieke architect
Onbevlekte Hart van Maria, beter gekend als Scheut, de i50 s t e verjaardag van haar stichting. Verschillende evenementen werden door de Ferdinand Verbiest Stichting van Leuven georganiseerd o m t r e n t het missiewerk van de scheutisten in China. Het oeuvre van pater Alphonse De Moerloose, die na zijn opleiding als architect aan Sint-Lucas in Gent 4 4 jaar ononderbroken in China verbleef en tientallen kerken benoorden de Chinese Muur bouwde, wordt hier besproken aan de hand van archiefonderzoek en veldwerk (1). Dit artikel ontrafelt het mysterie van de aanwezigheid van Vlaamse
"Ik heb tegenwoordig in gang de Kathedraal van Chang tingju [Zhengding], die van Fou chow [Fuzhou], groote gothieke Kathedraal en twee kerken in Shanghai, daarbij nog het Trappisten klooster. K'heb voor de Yang tze poo [in Shanghai] een plan gemaakt voor een parochiekerk, echt Vlaamsch, pater Verhaeghe helpt mede", schrijft pater Alphonse De Moerloose in een brief aan een confrater (2). De brief dateert uit 28 augustus 1924 en bewijst hoe actief de missionaris-architect, toen 6 6 jaar oud, bezig was met belangrijke opdrachten. Voor hem waren gotiek en Vlaams duidelijk de criteria van goede architectuur voor kerken en kathedralen in China.
neogotische kerken in Noord-China.
De kathedraal van Xuanhua, ontworpen en gebouwd in 1903-1906 door pater De Moerloose. is het best bewaarde gebouw uit het omvangrijk oeuvre van de missionaris-architect
|©THOC,mei20ii)
6
IM
L
Alphonse De Moerloose verbleef 44 jaar onafgebroken in China, namelijk van 1885 tot 1929. Als student aan de Gentse Sint-Lucasschool in de jaren 1876-1881 werd hij door Jean-Baptiste Bethune, broeder Marès, en Alphonse Van Assche opgeleid. Deze invloed was niet enkel esthetisch, maar maakte deel uit van de ultramontaanse ideologie van de militante katholieken in het industriële Westen. De massale kerkenvernieling in 1900 in Noord-China tijdens de antichristelijke en antiwesterse Bokseropstand gaf De Moerloose de opportuniteit om nieuwe kerken te bouwen in de neogotische stijl die hij in Sint-Lucas had geleerd. Eerst als scheutist, daarna als diocesane priester, ontwierp en bouwde hij tientallen kerken, residenties, schooltjes in Noord-China, alsook een trappistenabdij, twee grootseminaries, een basiliek en drie kathedralen. Al deze gebouwen werden met liefde en overtuiging ontworpen en pasten perfect in de toenmalige wereldvisie van de katholieke missies. Toch kwam er in het midden van de jaren
(6), blijft De Moerloose onbekend zowel in België als in China (7). Vernieuwend onderzoek over de architectuur van de scheutisten in China werd recentelijk verricht in het kader van een samenwerking tussen KU Leuven en Southeast University {Dongnan Daxue) in Nanjing, en resulteerde onder meer in een doctoraat (8). Nauwkeurige informatie verzamelen over het werk van missionarissen die zo ver van huis vertoefden is geen gemakkelijke klus. Eigentijdse bronnen zijn enerzijds de missieliteratuur waarmee de onderzoeker kritisch moet omgaan omwille van haar propagandistisch karakter, anderzijds de brieven die de missionaris aan zijn familie, vrienden en oversten toestuurde. De oorspronkelijke methode van dit onderzoek is gebaseerd op de combinatie van veldwerk in China en archiefonderzoek in België, in het bijzonder in het omvangrijk archief van Scheut dat in 2003 van Rome naar het KADOC in Leuven werd overgebracht {9).
Pater Alphonse De Moerloose in het midden, met paters Remi Verhaege en Karel Van de Vyvere, Shanghai, 1921 (© KADOC, Archief CICM)
De Gentse bakermat: een aannemersfamilie en Sint-Lucas
1920 kritiek op De Moerlooses neogotiek zowel van medebroeders als van de kerkelijke hiërarchie die voortaan aan 'inculturatie' en Chinese stijl de voorkeur gaven. In 1968 haalde pater Joseph Van Hecken, de eerste historicus van Scheut, De Moerloose uit de vergetelheid (3), en twee jaar later deed de missionaris-architect zijn intrede in het Nationaal biografisch woordenboek (4). Ondanks bijkomend onderzoek door Sonja Ulenaers in 1994 (5) en vermeldingen in enkele internationale naslagwerken over christendom in China en neogotiek
Alphonsus Fredericus De Moerloose werd op 12 januari 1858 te Gentbrugge geboren. Gent was toen een industriële stad in ontwikkeling, waar alle politieke en sociale spanningen van de moderne maatschappij aanwezig waren: spanningen tussen Katholieken en antiklerikale Liberalen, tussen de nieuwe arbeidersklasse en een kapitaalkrachtige bourgeoisie, tussen het Vlaamse volk en de Franstalige elite. Gent beleefde toen ook een stedenbouwkundige metamorfose, schoorstenen prijkten naast kerktorens en de verhouding tussen stad en platteland veranderde voortdurend. De eeuwig Vlaamse, katholieke en middeleeuwse stad behoorde tot het verleden.
M&LI
7
Aannemer )ean-Baptiste De Moerloose met zijn vrouw en hun negen kinderen, circa 1870; Alphonse, de jongste, staat rechts bovenaan (© familiearchief Jean-Luc de Moerloose, Geneva)
Alphonse De Moerloose was dus een kind uit de tijd van de eerste industriële revolutie. Hij was de tiende en laatste telg van een familie uit de katholieke bourgeoisie, die in Gentbrugge, de sjieke oostrand van Gent, woonde. Vader De Moerloose was aannemer en deed ook aan politiek als schepen van openbare werken in Gentbrugge (10). De familiale context was op de bouwsector gericht, een activiteit met toekomst in de industriële stad, waarmee ambitieuze en creatieve mensen snel de sociale ladder beklommen. Theodore en Gustave, de twee oudste broers van Alphonse, werden ook aannemers, en zus Marie Adine huwde met de Gentse aannemer Edouard Van Herrewege (n). Zus Camille huwde eerst met architect Ferdinand De Noyette, en na diens overlijden met architect Modeste De Noyette, Ferdinand's broer (12). Het was dus bijna voorbestemd dat Alphonse in de bouwsector carrière zou maken. Als jongste genoot hij van de economische en sociale welvaart van de familie. Thuis sprak men ondertussen Frans en later ging men De Moerloose met een kleine 'de' schrijven. Bovendien waren de De Moerloose katholiek en deden zaken met de Kerk en religieuze instellingen. Zus Cécile De Moerloose was gehuwd met Edmond Meuleman, de broer van de Gentse jezuïet Brice Meuleman die van 1902 tot 1924 aartsbisschop van Calcutta was (13). Zwager Modeste De Noyette, een van de belangrijkste architecten van de Sint-Lucasbeweging, ontwierp tal van kerken, kloosters en katholieke scholen, onder meer de neogotische Sint-Vincentiuskerk in
I ML
Eeklo (1878-1883), Sint-Martinuskerk in Ronse (1891-1896) en Sint-Martinuskerk in Aarlen (19071914). Het bedrijf Van Herrewege, vanaf 1905 Van Herrewege & De Wilde, was een van de belangrijkste aannemers in het Gentse en kreeg er talrijke opdrachten van de katholieke kerk tot in de jaren 1920. Het gebeurde dat De Noyette en Van Herrewege samenwerkten zoals bijvoorbeeld voor de bouw van de Leopoldkazerne in Gent (19021906). René Van Herrewege, bevriend met de Latemse kunstenaars en fijne kunstverzamelaar, kreeg zelfs in 1905 de opdracht voor de bouw van de eerste, neogotische basiliek van Koekelberg (14). Alphonse De Moerloose zou geen aannemer maar architect worden, hoogstwaarschijnlijk met de bedoeling om met De Noyette samen te werken en het familiebedrijf uit te breiden met zijn twee broers. Omdat de familie katholiek was stuurde men Alphonse niet naar de vrijzinnige Academie van Gent, maar naar de Sint-Lucasschool van de broeders van de Christelijke Scholen. Alphonse studeerde er vijfjaar, van 1876 tot 1881. In die jaren was de school nog bescheiden en sterk onder de invloed van Jean-Baptiste Bethune, broeder Marès, Auguste Van Assche en Adrien Bressers (15). De Moerloose leerde er tekenen, kopieerde er de goede modellen van kunst en architectuur uit de middeleeuwen, en kreeg een aantal theorievakken zoals geometrie, perspectief, en materialen. Het was pas in het vijfde jaar dat hij zowel meubels als kleine gebouwen (huizen, landelijke kerken, boerderijen, scholen, en kleine spoorwegstations) begon te ontwerpen. Hij volgde ook de lessen
geschiedenis van nationale monumenten, werfplanning, contracten opstellen, en steenkappen. In 1881 eindigde Alphonse De Moerloose als eerste van zijn jaar met een ontwerp voor het bouwen van een hofstede (16). Hij was dus een veelbelovende student. Als Sint-Lucasstudent in de jaren 1876-1881 bezocht De Moerloose ongetwijfeld de bouwwerken van zijn twee leermeesters Jean-Baptiste Bethune en Auguste Van Assche. Waarschijnlijk begon hij ook stage te lopen bij Van Assche. In die jaren waren de grote bouwwerven van Bethune en zijn medewerkers onder meer het begijnhof van Sint-Amandsberg, de Sint-Jozefkerk in Roubaix, het dorpje Vivenkapelle bij Brugge, en de benedictijnenabdij van Maredsous (17). Niet enkel de neogotische stijleenheid van Sint-Lucas kreeg De Moerloose ingelepeld, maar ook de geest en de ultramontaanse ideologie van Sint-Lucas sijpelden door. In de school werden katholieke kunstenaars gevormd die als missionarissen of kruisvaarders, strijders van Christus, in de liberale wereld gezonden zouden worden om met hun kunst aan het aardse rijk van Christus te werken (18). De opleiding had dus een sterk militant karakter. De Moerloose behoorde tot dezelfde generatie Gentse Sint-Lucasarchitecten als Stefaan Mortier, Pierre Langerock, Jules Goethals en Henri Geirnaert (19).
Intrede in Scheut en eerste missiejaren in Cansu Waarom Alphonse De Moerloose zijn belovende architectuurstudies plots onderbrak en bij de scheutisten intrad, blijft een mysterie. Volgens pater Van Hecken, de eerste biograaf van De Moerloose, zou Alphonse zijn roeping te danken hebben aan pater Jérome Frangois, een Ronsenaar die onderpastoor van Gentbrugge was en ook in 1881 in Scheut intrad (20). In de familie De Moerloose doet een heel ander verhaal de ronde, namelijk dat Alphonse een relatie had met een volksmeisje, wat voor de toenmalige katholieke burgerij schandalig was en de reputatie van de ouders en het familiebedrijf beschadigde (21). Wat er ook van zij, trad De Moerloose in oktober 1881 bij de scheutisten in, om missionaris in Mongolië te worden. De Congregatie van het Onbevlekte Hart van Maria (Congregatio immaculati cordis Mariae, afgekort CICM) bestond in 1881 nog geen twintig jaar (22). De congregatie werd in 1862 gesticht, net in hetzelfde jaar als de Gentse Sint-Lucasschool. De Moerloose kreeg een opleiding van 3,5 jaar: op 7 juni 1884 werd hij priester gewijd en in februari 1885 naar China gezonden. Alles ging dus
heel snel want Scheut had dringend nood aan jonge missionarissen voor Mongolië. De Moerloose was de zestigste pater scheutist (23). Hij behoorde niet meer tot de eerste generatie, die de stichter Theofiel Verbiest had gekend, maar de congregatie was in de jaren 1880 nog vrij beperkt. Van Congo en de Filippijnen was er toen nog geen sprake voor Scheut, maar het missieveld in Mongolië was gigantisch, waanzinnig ver gelegen, gevaarlijk omwille van tyfus en onveiligheid, zeer hard omwille van het klimaat, en waarschijnlijk ook zeer exotisch. In die tijd maakte Mongolië deel uit van het keizerrijk China, maar in de context van de Chinese revolutie van 1911 zou Mongolië haar onafhankelijkheid nemen. De scheutisten waren hoofdzakelijk in het deel van Mongolië dat Chinees bleef en heden de autonome provincie van BinnenMongolië (Neimenggu) vormt, maar scheutisten waren ook in het noorden van de huidige provincies Hebei en Shanxi alsook in de provincies Liaoning en Gansu (24). Christus in deze uiterste uithoek van de wereldbol gaan verkondigen was in de i9 de eeuw een ware 'heiligendaad'. Voordat De Moerloose naar China vertrok werd zoals gebruikelijk een foto gemaakt voor de portrettengalerij van Scheut in Anderlecht. De toekomstige missionaris mocht in Westerse en Chinese kledij bij een Brusselse fotograaf voor hetzelfde decor gaan poseren. Deze foto's tonen prachtig de metamorfose van de jonge priester. Men kan zich goed voorstellen dat, met een Chinees hoedje op zijn hoofd, en Chinese schoenen aan zijn voeten, zijn gevoelens gemengd waren. Dit is een mooi (voor)beeld van Europa's toenmalige koloniale perceptie van China!
Kaart van China met locatie van de apostolische vicariaten van de scheutisten in 1925 (uit Missions de Scheut, 1925, p. 172)
Carte Générale des territoires confiés aux missiooneires de Scheut en Chine. 1925
A/I&LI
9
Pater Alphonse De Moerloose In westerse en In Chinese kledij, gefotografeerd vóór zl)n vertrek naar China (foto's Fabronius, Brussel, 1885 © familiearchief Jean-Luc de Moerloose, Genève)
Pagina uit een schetsboek van Alphonse De Moerloose met tekeningen van gereedschap en technische vaktermen In het Chinees. Cansu, vóór 1898 (© KADOC. Archief CICM)
In 1885 ontscheepte De Moerloose in China als missionaris, niet als architect. Hij werd naar de provincie Gansu gestuurd, een afgelegen apostolisch vicariaat dat de scheutisten in 1878 van de Roomse Congregatie voor de Evangelisatie van de Volkeren {Sacra Congregatie Propaganda Fide) hadden toevertrouwd gekregen en dat in 1922 door
"4f
10 I I W ' L
? if-)
kapucijnen werd overgenomen. En deel van de bevolking in Gansu was moslim en voelde zich bedreigd door de komst van christelijke missionarissen. Voor De Moerloose was het een cultuurschok: "In Kansoe zult ge er niets ontmoeten dan een dweepziek gepeupel, vijandelijk gezind tegen alle vreemdelingen, altijd gereed om er de grofste
scheldwoorden en vervloekingen uit te braken" (25). Zoals de meeste scheutisten van zijn generatie was zijn kennis van China, zowel van de mensen als de taal, zeer beperkt en clichématig. Gedurende twee en een halfjaar verbleef De Moerloose in de residentie van bisschop Ferdinand Hamer in Liangzhou en leerde er de Chinese taal en het plaatselijke dialect. Hij kreeg de Chinese naam He Gengbai fDK-tfi, wat niets precies betekent maar werd gekozen aan de hand van het interne benamingssysteem van Scheut (26).
Architect van Scheut in MiddenMongolië en noordwest Hebei
In 1891 kreeg De Moerloose de kans om een kerkje te bouwen in Sanshilipu en hij ontwierp een neogotisch gebouw. Met veel geduld had hij eerst enkele timmerlieden en metsers moeten vormen om in de westerse stijl te bouwen. De Chinese bouwtraditie heeft met westerse architectuur weinig gemeen: gebouwen hebben geen funderingen en geen verdiepingen, de muren dragen het dak niet, het muurwerk is rond de raamkozijnen opgetrokken, bogen en gewelven zijn uiterst zeldzaam, het dakgebinte bestaat uit opgestapelde balken, om nog maar te zwijgen over de typische Chinese daken. Men kan zich moeilijk voorstellen hoe de missionaris zijn bouwkennis doorgaf en tegelijkertijd rekening moest houden met de beschikbare bouwmaterialen en de competenties van zijn arbeiders. Hij leidde onder andere schrijnwerker Wang op tot timmerman: "Met behulp van teekeningen, vormen en mondelingen uitleg, had hij zulke volledige kennis opgedaan van europeesche plannen, doorsneden, lijsten, enz. dat men hem slechts een eenvoudige schets moest ter hand stellen, en hem gerust met den hoogen autaar eener domkerk had mogen gelasten" (31). Zoals vaak, kwamen Oost en West elkaar tegen en ontstond er hoe dan ook een kruisbestuiving, alsook een overdracht van bouwtechnieken en -stijlen.
de scheutisten. In Mongolië werd hij eerst directeur van het seminarie van Xiwanzi van 1874 tot 1885. Terug in België, werd Van Aertselaer generaal overste van de congregatie: hij had dus
De Moerloose als ontwerper en bouwer 1899-1900 waren cruciale jaren voor De Moerloose. Vanaf dan werd zijn talent als ontwerper en bouwer gestimuleerd en ontpopte hij zich als een volwaardige architect. In 1899 begint dus de derde periode van zijn leven, de bloeiperiode van zijn werk als scheutist en architect, die een tiental jaar duurde en hoofdzakelijk in Midden-Mongolië en noordwest Hebei plaatsvond. De Moerloose was geen jonge De Moerloose verbleef veertien jaar in Gansu en missionaris meer: in 1899 was hij al 41 jaar oud en werkte er in verschillende parochies (27). Hij vond verbleef al achttien jaar in China. Hij had soms de kleine kerken niet naar zijn smaak: "Moet een europeesche priester ergens eene kerk houwen, dan heeft gezondheidsproblemen en worstelde, net zoals alle hij met het kunstgevoel zijner christenen te rekenen: hij missionarissen, met het extreme Mongoolse klimaat. Ook had hij geweigerd om eeuwige tracht ze te voldoen zoo goed hij kan, en houwt dus in geloften af te leggen, wat door nieuwe statuten van chineeschen stijl. Waarom zou hij immers denken een europeesch gebouw op te richten dat iedereen lelijk zou de CICM congregatie aan de 'oude' missionarissen werd opgelegd. De Moerloose bleef echter trouw vinden, terwijl eene kapel in chineeschen trant den aan zijn tijdelijke geloften, en zou daar de gevolgen algemeenen lof wegdraagt?" (28). De Moerloose had van dragen. het oog van een architect en daarom was hij geïnteresseerd in de traditionele bouwtechnieken, zoals blijkt uit twee artikels die hij in het missieDe spilfiguur van deze periode was ongetwijfeld blad Missions en Chine et au Congo in 1891 en 1892 bisschop Jeroom Van Aertselaer, een van de publiceerde (29). Uit deze periode bewaart men pioniers van de eerste generatie van Scheut. ook een zeldzaam handboekje met tekeningen van Sommigen beschouwen hem zelf als de 'tweede gereedschap met daarbij de vaktermen in het stichter van Scheut' (32). Van Aertselaer was in Chinees (30). De tekenlessen van Sint-Lucas waren 1845 te Hoogstraten geboren en trad in 1870, twee niet vergeten. jaar na de dood van stichter Theofiel Verbist, in bij
Pater Alphonse De Moerloose, Xiwanzi. rond 1900 (© familiearchief Jean-Luc de Moerloose, Geneve)
M ê L I 11
opdracht om een nieuw gebouwencomplex in de gotische stijl te ontwerpen in Xiwanzi voor het grootseminarie, de bisschoppelijke residentie en een kapel.
Pater Jeroom Van Aertselaar, apostolische vicaris van CentraalMongolië (foto Fabronius. Brussel, 1899 © familiearchief Jean-Luc de Moerloose. Geneve)
Brugse stijl in een Chinees berglandschap: gebouwencomplex in Xiwanzi met seminarie, bisschoppelijke residentie en kapel. door pater De Moerloose ontworpen en gebouwd in 1899-1903 (© KADOC. Archief CICM)
zowel een perfecte kennis van het veld in China en de structuren van zijn congregatie in België, als nauwe banden met de Belgische bisschoppen en de Congregatie voor de Evangelisatie van de Volkeren in Rome. Van 1892 tot 1894 verbleef hij in Congo met de eerste missie van Scheut, en in 1898 benoemde paus Leo XIII hem als apostolische vicaris van Xiwanzi in Midden-Mongolië. Van Aertselaer was ook een bouwer en had trouwens in Scheut (Anderlecht) een nieuwe vleugel laten bouwen in neogotische stijl (33). In China had hij ook bouwprojecten maar had daarvoor een architect nodig. Daarom verplaatste hij in 1899 De Moerloose van de kerkprovincie Gansu naar die van Midden-Mongolië met de
De Bokseropstand Net na zijn aankomst in Xiwanzi barstte de Bokseropstand los, die in 1900 in Gansu en MiddenMongolië bijzonder gewelddadig was (34). Fanatieke nationalistische Chinezen, Boksers genoemd, vermoordden duizenden christenen, martelden missionarissen, waaronder zes scheutisten, en vernielden tientallen kerken. Met het Bokserprotocol van 1901 verplichtten de westerse landen China om de schade te vergoeden. Er was dus Chinees geld ter beschikking voor de wederopbouw van kerken. Bovendien waren de missionarissen zeer gemotiveerd om grote kerken met torens in westerse stijl te bouwen die in de openbare ruimte de overwinning van de Kerk op de Boksers duidelijk zouden demonstreren. Voor De Moerloose betekenden deze omstandigheden een onverwachte en buitengewone opportuniteit. Hij zou bijdragen tot de triomf van de neogotiek in post-Bokser China. Als bisschop van Midden-Mongolië had Van Aertselaer weerstand kunnen bieden tegen de Boksers en was als het ware een symbool geworden. De toenmalige zeer propagandistische missieliteratuur stelt Van Aertselaer voor als een levende held, terwijl Ferdinand Hamer, de door de Boksers vermoorde bisschop van Gansu, een martelaar werd. De eerste opdracht voor van Artselaer Als eerste opdracht kreeg De Moerloose van Van Aertselaer het ontwerp van een nieuw gebouwencomplex voor het grootseminarie, de bisschoppe-
9f* *
lijke residentie en een kapel (35). Het complex bestond uit vier vleugels in zuivere Brugse stijl, met gevelnissen, getrapte gevels en kruis vensters. Een neogotische kapel bevond zich in het midden. Foto's tonen deze thans verdwenen Vlaamse gebouwen in het berglandschap van Centraal Mongolië, alsook de neogotische kapel met houten tongewelven, de typisch i3de-eeuwse knopkapitelen van de Scheldegotiek, de architectuurpolychromie in Sint-Lucasstijl, en boven het gotische hoofdaltaar een groot raam met gotisch maaswerk en een glasraam waarover verder meer. Men moet goed beseffen dat dit seminarie niet bestemd was voor Belgische missionarissen die in Scheut werden opgeleid, maar voor Chinese priesters. Zij kregen dus hun vorming in een uitermate westerse materiële omgeving, waar gotiek en latijn de canon waren. De Moerloose mocht ook een kapel in Xiwanzi bouwen, gewijd aan de heiligen Michiel en Benedictus die Xiwanzi tegen de Boksers hadden beschermd. Deze dankkapel was een typische eenbeukige bakstenen Sint-Lucaskapel, zoals er tientallen in België werden gebouwd {36). Bisschop Van Aertselaer was zeer tevreden en de scheutisten vonden het werk van De Moerloose zo mooi dat hij door talrijke pastoors werd gevraagd om nieuwe kerken te ontwerpen en het vergoedingsgeld van de Bokseropstand te gebruiken. Voor de periode 1900-1909 is een honderdtal brieven bewaard die
De Moerloose over zijn bouwactiviteiten schreef naar zijn overste, bisschop Van Aertselaer (37). De bisschop controleerde alles. In zijn brieven klaagt De Moerloose dat hij overbelast is met werk en somt de opdrachten op waarmee hij bezig is. Deze zeer waardevolle bronnen leveren een nauwkeurige chronologie en laten zien hoe de architect werkte. In 1903 verhuisde hij zijn tekentafel van Xiwanzi naar Gaojiayingzi waar hij pastoor werd en ook de dorpskerk bouwde.
In 1903 bouwde Alphonse De Moerloose de Smt-Michlel en Benedictus dankkapel in Xiwanzi in zuivere Sint-Lucasstijl (© KADOC, Archief CICM)
Het kerkje van Shebiya Wij hebben aan de hand van archieven en veldwerk een studie gepubliceerd over het nog bestaande kerkje van Shebiya in Binnen-Mongolië (38). De scheutisten hadden het dorpje Shebiya (Chabernoor in het Mongools) voor christenen in de agrarische vlakte van Toumed gesticht. In 1900 hadden de Boksers het dorpje helemaal verwoest en 310 christenen vermoord. Pater Arthur Hustin, een andere held uit de Boksertijd, wou een nieuwe mooie kerk, kreeg het fiat van Van Aertselaer, en wendde zich in 1903 tot De Moerloose. Laatstgenoemde had geen tijd om naar Shebiya te komen om er de werken te leiden. Daarom stuurde hij zijn Chinese voorman Yao naar Shebiya met een set plannen van het kerkje van Gaojiayingzi dat hij net had voltooid. Het is gewoon fascinerend om deze tweelingkerken in totaal andere landschappen te zien. De kerk van Gaojiayingzi werd vernield.
M 'LI 13
?
^ ^
?^EMW%S
Het parochiekerkje van Shebiya van 1903, naar ontwerp van De Moerloose, is een typische plattelandskerk (© THOC. mei 20ll|
In het bergdorpje Caojiayingzi bouwde De Moerloose in 1903 een parochiekerk waarvan hij enkele jaren de pastoor zou blijven (uit Missions en Chine et au Congo, 1908. p 160-161)
maar die van Shebiya bestaat nog. Het is een eenvoudig driebeukig schip geritmeerd door twee stevige stenen bogenrijen en overdekt met een houten plafond. De rechthoekige koorpartij is minder hoog dan het schip; er is geen transept noch toren. Het kerkje van Shebiya vertoont geen enkel Chinees onderdeel of ornament en zou even wel ergens in het Waasland of in het Meetjesland kunnen staan. Enkel haar oriëntatie is anders: de hoofdas is niet oost-west zoals gebruikelijk in de christelijke traditie maar de hoofdingang is volgens de Chinese traditie naar het zuiden gericht.
L A C M I N E C A T H O U Q U E . — MüNüOl.lK CENTRALE,
KAO-KIA-INO-TZEU. NOUVELLE EOLISE, BATIE PAR LE R. P. DE MOERLOOSE.
M I M&L
De kerken van 1902-1906 De jaren 1902-1906 waren voor De Moerloose zeer druk omwille van de bouwwoede van de missionarissen die over indemniteitsgeld beschikten. Ondanks de opvallende stijleenheid toont de diversiteit van types hoe creatief de architect was. Sommige kerken zijn groot, met zijbeuken, transeptarmen en toren, terwijl andere eenvoudig eenbeukig zijn, met rechte of ronde apsis. In bergdorpjes staan nog kleine kerkjes zoals die van Huangtuliang vlakbij Caojiayingzi, duidelijk van De Moerlooses hand. Andere kerken werden later uitgebreid zoals die van Liangcheng (39), door De Moerloose in 1904 ontworpen met transept en kenmerkende Vlaamse achthoekige toren. Het koor van Liangcheng werd in de jaren 1920 uitgebreid met een groot transept en apsis, terwijl tijdens de Culturele Revolutie de torenspits werd neergehaald, waardoor De Moerlooses oorspronkelijk concept thans niet meer herkenbaar is. De architect heeft zelfs enkele kerken in L-vorm gebouwd, zoals die van Meiguiyingzi en Qisumu, beide uit 1904 (40). Dit kerktype werd gebruikt om aan de strenge Noord-Chinese genderscheiding te beantwoorden: de linkervleugel was voor de mannen en de rechtervleugel voor de vrouwen. De Chinezen noemden deze kerken ren-zi-tang terwijl de Scheutisten de spotnaam "broekkerken" hadden uitgevonden, omdat de twee haakse beuken aan de twee benen van een winterbroek deden denken. Wat er ook van zij, De Moerloose vond dit kerktype totaal ongepast zoals blijkt uit een brief
Bakstenen zaalkerkje in het dorpje Huangtuliang van circa 1905 (© jean-Marc de Moerloose. mei 2011}
Huidige toestand van de kerk in Liangcheng, met breed transept uit de jaren 1920 en afgebroken torenspits tijdens de Culturele Revolutie (©THOC, meiaoii)
LA MONCiOLIE C E N T R A U . SlANG-HOA-TI.
CHINR
CATHOLu.n E
1 EOLISE KT S " E N F A N C E . 2 EOUSB: BATIF PAR LE R- P . D t MoKHI.OOZK.
Oorspronkelijke toestand van de kerk van Liangcheng naar een ontwerp van De Moerloose in 1904 (uit Mhshm en Chine et au Congo.
1907, p. 176-177)
Het interieur van de kerk van Liangcheng werd recent opgefrist (©THOC. mei 2011)
1VBLI 15
forme en V dont on a fait antérieurement un essai a Sa-perh" (41). Toch moest dit type soms gebouwd worden omdat de lokale Chinese christenen anders niet naar de kerk zouden komen.
Kerk van het L-vormige type (renzitang), ook 'broekkerk' genoemd, in Tousumu {uit Missions en Chine, ou Congo et aux Philippines. 1911. p. 15)
Kathedraal van Xuanhua, in 1903-1906 door De Moerloose ontworpen en gebouwd (© THOC. mei 2011)
16 I M
L
aan Van Aertselaer: "Je m'occupe en ce moment de l'église de Tsi-sou-mou [Qisumu], ces dessins seront achevés dans deux ou trois jours. J'ai été oblige de suivre les fondements existants qui, avec l'église des femmes formentjenn tze tang [renzitang] ou équerre. Étant libreje n'aurais certes pas choisi cette forme et suis heureux d'apprendre que Votre Grandeur n'en est pas un partisan du tout. J'appréciais moins encore la
De grote kerk van Xuanhua Een ander interessant en zeer gaaf bewaard meesterwerk van De Moerloose is de grote kerk van Xuanhua in de provincie Hebei, 170 km noordwest van Beijing. Deze kerk, die in 1926 tot kathedraal werd verheven, hebben wij ook bezocht en grondig bestudeerd (42). De opdrachtgever was de bisschop van Beijing, een Franse lazarist van de Congregation des Missions, die een neogotische kerk wou en aan Van Aertselaer de toestemming vroeg om De Moerloose te werk te stellen. De scheutist leende dus zijn architect aan de lazarist. De Moerloose ontwierp een grote bakstenen kerk met transept, diep koor met apsis, zijbeuken en een voorgevel met groot gotisch raam en twee hoektorens. Het interieur is zeer verzorgd en prachtig afgewerkt met een houten tongewelf, gotische
Schoolgebouw in Brugse stijl
Sint-Martinuskerk in Ronse
Kathedraal in Lulong uit 1908-
van De Moerloose
uit 1891-1896 naar ontwerp van
1910, ontworpen en gebouwd
naast de kathedraal van Xuanhua
Modeste De Noyette
door De Moerloose
(© THOC, mei 2011)
(uit L'Emuhtion. 1895, pi 47}
(© KADOC, Archief CICM)
muurpolychromie en typische i3de-eeuwse gotische knopkapitelen. Men hoeft niet ver te zoeken om de modellen van deze zuivere Sint-Lucaskerk te vinden: ze refereert aan gebouwen die De Moerloose had bezocht toen hij in de jaren 18761881 architectuur studeerde. Het buitenvolume met een transept even hoog als het schip en een lagere polygonale koorapsis treft men bijvoorbeeld in de Sint-Jozefkerk te Roubaix, door Jean-Baptiste Bethune ontworpen en in 1876-1878 gebouwd. De binnenstructuur met spitse bogenrij, ronde kolommen, gotische knopkapitelen en houten tongewelf is vergelijkbaar met de abdijkerk van Maredsous, een ontwerp van Bethune uit diezelfde jaren 1873-1881. In Xuanhua bouwde de architect ook de residentie, later bisschoppelijke residentie, en een school. Sint-Lucasstijl in China De Moerloose combineerde dus elementen uit verschillende bestaande kerken in Sint-Lucasstijl. Hoe herinnerde hij zich deze bronnen na zo veel jaren en op zo een nauwkeurige manier? Men kan zich voorstellen, al is dit niet archivalisch bewezen, dat hij via zijn schoonbroer Modeste De Noyette foto's, tekeningen en plannen toegestuurd kreeg. Het postverkeer tussen België en Mongolië ging in die tijd vrij vlot dankzij de trans Siberische treinverbinding en de efficiënte Russische keizerlijke post. Wat wij wel weten is dat De Moerloose de jaargangen 1891-1899 van het Belgische
architectuurtijdschrift L'Émulation in zijn bezit had (43). Een vergelijking van de Sint-Martinuskerk in Ronse met de kathedraal in Yongping (thans Lulong) ondersteunt deze hypothese. De Noyette had in Ronse een grote kerk met transept en een links geplaatste geveltoren in 1891-1896 gebouwd, waarvan de plannen in L'Émulation van 1895 werden gepubliceerd (44). De Moerlooses kathedraal in Yongping uit 1908-1910 blijkt een tweeling te zijn; enkel de vorm van de torenspits en de helling van de daken zijn aangepast, en de toren staat rechts van de gevel. De eerste christelijke abdij op Chinees grondgebied In 1903 kreeg De Moerloose een andere bijzonder prestigieuze opdracht van de paters trappisten. De abdij van Onze-Lieve-Vrouw van Troost (Consolation) werd in 1883 door Franse trappisten gesticht in Yangjiaping, ongeveer 180 km in de bergen noordwest van Beijing (45). Yangjiaping was de eerste christelijke abdij op Chinese bodem: een trappistenabdij in het land van de boeddhistische kloosters! Als zeer symbolische stichting komt Yangjiaping vaak voor in de Franse missieliteratuur. De Moerloose bouwde de abdijkerk van 1903 tot 1905, in een versoberde SintLucasstijl, aangepast aan de orde van de trappisten. Het was een zeer lange kerk met een kort transept in het midden dat overeenstemde met de scheiding tussen het koor voor de monniken en het schip
m i l 17
architect de hoofdrol, maar hij kon rekenen op de samenwerking van kunstenaars en ambachtslui uit Sint-Lucaskringen, die dezelfde esthetische en morele waarden onderschreven. Deze samenwerking verliep vlot omdat deze stijleenheid in een duidelijke wereldvisie paste. Dit was ook het ideaal van architect De Moerloose in Noord-China, maar hij was helemaal alleen en moest dus Chinezen opleiden om hem bij te staan voor alle toegepaste kunsten.
Trappistenabdij van Yangjiaping: de grote gotische abdijkerk (1903-1905) en de vleugel rechts (1922) werden door pater De Moerloose ontworpen en gebouwd (© KADOC, Archief CICM) De voormalige kloostervleugel met de kapittelzaal in SintLucasstijl is het enige belangrijke gebouw van de trappistenabdij van Yangjiaping dat de tand des tijds heeft overleefd {© Jean-Marc de Moerloose, mei 2011)
voor de lekenbroeders. Het interieur was eenvoudig witgeschilderd en overkluisd met een houten gewelf. Het abdijcomplex werd tijdens de burgeroorlog van 1945-1949 verwoest en er blijven slechts een paar delen van het schip over. Oude foto's van Yangjiaping lijken eerder op deze van een abdij ergens in Europa in de tijd van de heilige Bernardus. De stijl verwoordde de identiteit van de Franse trappisten, ook al was de abdij bedoeld om Chinese contemplatieve roepingen te wekken. In het begin van de jaren 1920 zou De Moerloose de thans overblijvende kloostervleugel met overwelfde kapittelzaal in dezelfde Sint-Lucas baksteengotiek bouwen.
Neogotische kerkinterieurs De Sint-Lucasneogotiek was een totaalkunst ten diensten van een ultramontaans katholiek maatschappelijk project. Daarom vertonen neogotische interieurs een fascinerende samenhang waarin schilder- en beeldhouwkunst, alsook alle toegepaste kunsten tot de coherentie van het project bijdragen (46). In het ontwerpproces speelde de
18 I M & L
Wij hebben reeds vermeld dat De Moerloose de schijnwerker Wang tot timmerman had gevormd en aan voorman Yao belangrijke taken kon delegeren. Deze vertrouwelingen konden zijn plannen lezen, de werven leiden en alle praktische problemen oplossen. Toch bleef hun kennis beperkt tot de ruwbouw en het liturgische basismeubilair. Glasramen, beeldhouwwerk, muurpolychromie, olieschilderkunst enz. was iets anders en kon bovendien niet terugvallen op lokale tradities. Voor de afwerking van neogotische kerkinterieurs was men dus afhankelijk van import, wat uiteraard zeer duur was en dus geen prioriteit. Daarom hadden de Franse jezuïeten al in 1851 in Shanghai een kunstschool gesticht waar Chinese weeskinderen olieverf, glas in lood, beeldhouwkunst - Zhang Chong-Ren, de Tchang van de Blauwe lotus, werd in deze school gevormd lithografie en andere Westerse technieken leerden om religieuze kunst te produceren (47). Deze school van Tou-Sè-Wè (Tushanwan) was vergelijkbaar met bijvoorbeeld de Franse Orphelinsapprentis d'Auteuil en, in een zekere mate, met de Belgische Sint-Lucasscholen. De missionarissen in China konden dus neogotische en neoromaanse Saint-Sulpice in Shanghai bestellen en kopen.
Een klein aantal zeer waardevolle archiefstukken bewijzen dat De Moerloose glasramen en beelden in België bestelde, meer bepaald aan Gentse SintLucasateliers. In een brief uit 1902 meldt hij aan zijn overste dat zijn familie het glasraam van de seminariekapel van Xiwanzi schonk en dat het reeds onderweg was: "Le batiment est sous toit; une loge de portier et parloir est ajoutée d la porte d'entrée du séminaire, et un atelier de menuiserie, peinture et ferronnerie sera terminé cette semaine; reste le plafonnage et les planchers, il ne reste que peu d'ouvriers, beaucoup ont été longtemps malades. Ma familie vient de m'écrire pour annoncer l'envoi du vitrail et m'en charge d'en faire en son nom l'offrande d Monseigneur. Le sujet principal est le S. Cceur de Jésus au milieu; aux cótés la St Vierge et Stjean Baptiste en souvenir de mes parents; dans la rosace un calice. Ce sera une oeuvre d'art" (48). Om dit te realiseren had De Moerloose tenminste de afmetingen, de vorm, en de iconografie van het
De interieurafwerking van de seminariekapel van Xiwanzi was een pareltje van Sint-Lucasneogotiek: de muurpolychromie, houten gewelven en het meubilair werden door pater De Moerloose ontworpen, terwijl het door zijn familie geschonken glasraam in Cent werd vervaardigd (® KADOC. Archief CICM)
raam moeten doorgeven, wat naar regelmatige contacten tussen Gent en Xiwanzi verwijst. Het glasraam werd hoogstwaarschijnlijk in het atelier Bressers-Blanchaert in Gent gemaakt en via Antwerpen naar Tianjin verscheept, en dan met de trein tot Zhangjiakou (Kalgan) gestuurd. Een zeldzame interieurfoto van de kapel toont het glasraam boven het hoofdaltaar, alsook de muurpolychromie in zuivere Sint-Lucasstijl.
ississsssssass&s
S*
Niemand zou denken dat deze foto rond 1905 in Centraal-Mongolië werd genomen. Enkele losse documenten uit het archief BressersBlanchaert bewijzen dat andere opdrachten uit China aan de Gentse Maison Saint-Luc werden besteld (49). Een postkaart van pater De Moerloose aan Léon Bressers, gedateerd 10 oktober 1906, vermeldt laconiek; "Wd. Heer Leon. Brief van 18
Postkaart van Alphonse de Moerloose aan Léon Bressers, Beijing, 10 oktober 1906 (© KADOC. Archief BressersBlanchaertj
SMSHaBSHöBaBt
C5|4|N
CAKTEPOST .\\A-:. (jNiaKPOBi L POST-I lAED. — rxrVFifrj
/j^..r 6* -"./ . 1 9<re>7^ ^aggggggsggHasgagggg'i'qqgBPPgggffWTOS
si
"/' *• X..f
"C-,
SS!99SSSSSS2SS9£
M&L I 19
De muurpolychromie van de kathedraal van Xuanhua werd recent gerestaureerd; detail van de koorapsis met wandnis (©THOCmeizon)
Aug. goed ontvangen alsook postkaarten. De beelden zijn te Tien-tsing [Tianjin] aangekomen geloof ik. Zal in t'kort langer schrijven. ADM". Een tekening van een Christusbeeld en twee engelen draagt het onderschrift "Projet pour la statue de Notre Seigneur Jésus-Christ a placer au-dessus de la porte de l'église de la Sainte-Croix d Siuen-hoa-fou [Xuanhua], Chine, 10%, 1906". Op een tekening van Leon Bressers van glasramen met zes figuren van
20 I M 'L
heiligen in drie lancetten staat onderaan "M. de Moerloose - Chine", terwijl een schets met grisailles de vermelding "Chine zö/IX/igiz" draagt. Voor de kathedraal van Yongping, een ander meesterwerk van de Moerloose, is een ongedateerd bestek bewaard, "Bordereau des vitraux de la cathédrale de Youngping-fou. Chine", bestaande uit niet minder dan 76 ramen. Voor zover geweten overleefde geen
Rechts nog een fragment van de oorspronkelijke sjablonenschildering in de Noordkathedraal van Beijing; links de onhandig herschilderde decoratie (© THOC. april 2013I
enkele van deze in België gemaakte kunstwerken de burgeroorlog en de Culturele Revolutie. Interieurfoto's bewijzen dat kleine kerken eenvoudig gewit waren maar dat belangrijke gebouwen zoals kathedralen en seminariekapellen volledig afgewerkt waren met polychrome sjabloonmotieven, steenschildering en dergelijke. Zo vertoonde de kathedraal van Xuanhua, het best bewaarde gebouw van De Moerloose, een volledige polychromie die tijdens de recente restauratie aan de hand van overblijvende sporen hersteld werd (50). Jammer genoeg hebben de restaurateurs niet begrepen dat de motieven met sjablonen werden gemaakt en hebben ze die met de vrije hand nagebootst. Hetzelfde gebeurde bij de laatste restauratie van de Noord-kathedraal {Beitang) in Beijing. In 1900 hadden de Boksers deze kathedraal gedurende twee maanden belegerd maar de Franse bisschop Alphonse Favier had op zeer heroïsche wijze weerstand geboden en honderden christenen gered. De beschadigde kathedraal werd met de schadevergoeding van de Boksers gerestaureerd. In 1909 werd aan pater e Moerloose gevraagd om de volledige kleurenafwerking te ontwerpen (51). Van deze thans overschilderde decoratie zijn slechts enkele sporen
achter verplaatste meubels terug te vinden. Daarentegen is de kapel van de bisschoppelijke residentie naast de kathedraal van Beijing tot heden gaaf bewaard gebleven. Deze verlaten eenbeukige kapel bewaart een uitzonderlijk compleet polychroom interieur dat waarschijnlijk door De Moerloose samen met die van de kathedraal werd ontworpen.
De voormalige bisschoppelijke kapel naast de Noordkathedraal van Bei)ing bewaart nog haar oorspronkelijke muur- en gewelfschilderingen, hoogstwaarschijnlijk door pater De Moerloose ontworpen (© THOC, april ZOIJ)
M t L I 21
De missie-architect van Noord-China Reeds in 1902 kwam pater De Moerloose in Yangjiaping in contact met de strenge monastieke wereld van een gemengde Europese en Chinese gemeenschap. De Moerloose had een zeer druk leven als missionaris-architect en vond in Yangjiaping rust en contemplatieve spiritualiteit, wat hij bij de hyperactieve scheutisten niet had gekregen. De architect was bijna 50 en verlangde naar rust en spirituele verdieping. Zoals duidelijk blijkt uit brieven in de jaren 1906-1908 aan bisschop Van Aertselaer voelde hij zich aangetrokken door Yangjiaping, niet om monnik te worden maar omwille van de rust en de pracht van de site alsook de totaal andere religieuze mentaliteit van de monniken (52). Zo groeide zijn nieuwe roeping en besliste De Moerloose Scheut te verlaten, wat mogelijk was aangezien hij geen eeuwige geloftes had afgelegd, maar zijn tijdelijke geloftes in 1902 voor tien jaar had hernieuwd. Als oude missionaris bleef De Moerloose zich verzetten tegen de nieuwe statuten omtrent bezit en armoede (53). Bovendien had hij ontdekt dat zijn persoonlijk bezit door Scheut geclaimd was en moest, via zijn familie in Gent, beroep doen op een advocaat om zijn rechten te kunnen handhaven (54). De rente van zijn kapitaal was hij hoe dan ook kwijt. De brieven van De Moerloose uit de jaren 1907-1909 zijn bitter en men kan zelf zeggen dat hij depressief werd toen Scheut hem strafte en in 1908 naar de ver gelegen en moeilijke parochie van Huanyangtan verplaatste met de opdracht om pastoraal werk te verrichten. Wanneer De Moerloose zijn provinciaal aanschreef om de congregatie te verlaten kreeg hij als antwoord dat hij de nieuwe geloftes moest ondertekenen, en dus zijn bezit definitief zou verliezen omwille van de nieuwe regels van armoede.
In maart 1909 mocht De Moerloose de bouwwerf van de kathedraal van Yongping leiden. Hij had de plannen ontworpen op vraag van de Nederlandse lazarist bisschop Ernest Frangois Geurts, maar zijn
Kerk van Halagou van circa 1916, naar ontwerp van De Moerloose (© KADOC, Archief C1CM)
aanwezigheid was noodzakelijk om deze belangrijke werken te volgen. Zo bevond hij zich al enigszins 'buiten' Scheut. Op 28 december 1909 vroeg hij plechtig de dispensatie van zijn geloftes om de Congregatie van het Onbevlekt Hart van Maria te verlaten (55). Zo werd Alphonse De Moerloose in 1910 als seculiere priester 'geïncardineerd' in het bisdom Beijing, wat wil zeggen dat hij niet meer tot een bepaalde missiecongregatie behoorde, maar enkel van de lokale bisschop afhing. Hij vestigde zich binnen de abdijmuren van Yangjiaping, in een huisje met zijn atelier. Tijdens de wintermaanden tekende hij plannen en tijdens de zomermaanden bezocht hij bouwwerven door het land. De Moerloose kon zich voortaan volledig wijden aan zijn bouwkunst, was verlost van parochiewerk en evangelisatie, en groeide uit tot de belangrijkste architect van de missie in Noord-China. Deze vierde fase van zijn leven, van 1910 tot 1929, is minder goed gedocumenteerd. Omdat De Moerloose geen scheutist meer was, is voor deze periode geen briefwisseling bewaard in het rijke archief van Scheut.
Op 18 juli 1917 bracht de Franse jezuïet en beroemde natuurkundige Emile Licent een bezoek aan Yangjiaping en wijdt hij in zijn reisboek enkele lijnen aan pater De Moerloose, zijn kluis naast de abdij en zijn waardering van Chinese ambachtslui: "Le Père De Moerloose, ancien missionnaire, vit retire a la Trappe. Architecte de valeur, il a construit en Chine nombre de belles églises dans le style gothique oü il excelle. L'église de la Trappe est de lui. (...) Il s'est fait construire un petit ermitage d cèté de la Trappe, oh! tres modeste. Les murs sont interessants, surtout étant donné la competence de l'architecte; ils sont simplement en terre (2 parties) mêlee de chaux ordinaire (1 partie), battue en prismes, dans le style done quej'ai déjd remarqué en plusieurs regions. Le père trouve ces murs solides et parfaitement adaptés au pays,frais l'été et chauds l'hiver. C'est ainsi qu'il a voulu installer son logis, son bureau d'architecte, et son atelier de modelage et d'ajustage pour la confection des maquettes. Nous causons un peu; le Père de Moerloose estime beaucoup l'artisan, l'homme de métier chinois. Laissé d lui-même, mal outïllé, mal formé, il se contente d'd peu pres, de bricolage. Bien formé, bien outillé, il devient un sculpteur habile en pierre et en bois, un maqon soigneux et consciencieux. L'architecte doit former soi-même son équipe; il peut obtenir de meilleurs résultats qu'avec des ouvriers européens" (56). In de stilte van Yangjiaping gingen de grote veranderingen van de wereld en van China aan hem voorbij. Hij ontsnapte aan de Eerste Wereldoorlog in Europa en zag nauwelijks de gevolgen van de val van de Qing dynastie en het ontstaan van de Republiek van China in 1912,
22
M&L
De Gentse architect Gustave
In Pingdiquan ontwierp
Volckaert op bezoek bij Alphonse
pater De Moerloose een grote
De Moerloose in Yangjiaping, circa 1920 (© familiearchief Jean Volckaert, Montreux)
de nieuwe nationalistische stromingen zoals die van de 4 Mei-beweging in 1919, en de eerste stappen naar een modernisering van de Chinese samenleving. Toch leefde hij niet buiten de wereld. Hij reisde regelmatig naar Beijing en Tianjin, en soms tot Shanghai. Hij had er contacten met de meeste religieuze ordes maar ook met diplomaten, andere architecten, aannemers en bedrijven die Westerse bouwmaterialen importeerden. De Gentse architect Gustave Volckaert, die met een nicht van De Moerloose was gehuwd, werkte 25 jaar lang in China voor het Belgisch bedrijf Crédit Fancier d'Extrême-Orient in Tianjin en Hong Kong (57). In de jaren 1919-1921, brachten Volckaert en zijn vrouw Andrée Van Herrewege regelmatig bezoek aan nonkel pater in Yangjiaping, of kwam hij op bezoek in Tianjin.
beroep gemaakt op zijn grote ervaring zowel voor het ontwerpen (de stijl), als het bouwen (de constructie). Hij ontwierp gebouwen voor verschillende religieuze congregaties, onder meer de lazaristen, de jezuïeten en uiteraard de scheutisten.
neoromaanse kerk met enorme transeptarmen (© KADOC. Archief CICM)
Voortaan bepaalde De Moerloose zelf zijn werkritme en concentreerde hij zich op omvangrijke opdrachten, zoals de twee grote kerken met transept en torens van Halagou en Pingdiquan, beide in Binnen-Mongolië (ca. 1916), en thans vernield. Een ander interessante casus is de kerk van Shuangshusi, in de provincie Hebei gelegen, die jammer genoeg in 2010 door een brand werd vernield en daarna vervangen met een grote nieuwe postmoderne-gotische kerk. Enkel de twee torens van de oorspronkelijke kerk zijn in het nieuwe gebouw geïntegreerd. De jezuïet Émile Licent beschouwde de kerk van Shuangshusi als het mooiste werk van pater De Moerloose (59). Deze grote kerk werd in 1917-1920 opgetrokken ter vervanging van een kleine dorpskerk en was ook gebaseerd op Belgische modellen. Enerzijds was de De na-Bokserse bouwwoede was voorbij, maar voorgevel met twee torens een kopie van de abdijhet groeiende aantal christenen had nood aan kerk van Maredsous, het meesterwerk van baron aangepaste gebouwen. "Je suis l'architecte des Bethune, en leek dus ook sterk op de basiliek van missions etj'ai toujours des plans d faire pour tous Oostakker uit 1875-1877. Anderzijds was de binnencdtés. Maintenant tout cela est en construction, il faut voyager de tous cdtés pour aller examiner les travaux et opstand met zuilen en bogenrij, kenmerkende ronde vensters in de lichtbeuk, houten tongewelf ce n'est pas chose si facile car tous mes ouvriers sont met trekbalken en rechte koorafsluiting, rechtchinois, mais cela marche" (58). In Noord-China had streeks afkomstig van de Sint-Christoffelkerk in De Moerloose dus naam en faam: er werd vaak
1VI&L I 23
wwniiii
n nu
&
<*
II
II
^hm Een groep Chinese seminaristen poseert voor het kerkkoor van Pingdiquan (© KADOC. Archief CICM}
TTTTfN f f f
,.
enkel de twee torens van
in 1917-1920 door De Moerloose in zuivere sint-Lucasstijl ontworpen en gebouwd; de oude kerk staat rechts {© KADOC. Archief CICM) De tweetorenfront van de abdijkerk van Maredsous door Bethune uit de jaren 1870 Inspireerde De Moerloose bij het ontwerp van de kerk van Shuangshusi (© THOC. mei 2005)
24 I M
L
Na een brand van de kerk van Shuangshusi in 2010, werden
De dorpskerk van Shuangshusi.
umi^^Tl
De Moerloose bewaard en geïntegreerd in een nog grotere nieuwe kerk (©THOC, mei 2011)
Koor en transeptarm van de mariale basiliek van Sheshan in Shanghai (©THOC. juniaoii)
-.jTrTnmu
iliiiithr.l.ibiltfilMiiïi -il
I .-
'lil
Tweede ontwerp van pater De Moerloose voor de mariale basiliek van Sheshan in Shanghai, 1924 (© KADOC. Archief CICM)
Luik. Dit was de i3<ie-eeuwse begijnhofkerk van Luik, waarvan architect Auguste Van Assche in 1877 de plannen in een groot portfolio had gepubliceerd (60). Sint-Lucas beschouwde het Luikse kerkje als een voorbeeld van bescheiden maar goed gebouwde en 'ware' kerk die als model moest dienen. De Moerloose had de les goed onthouden en bleef trouw aan de leer van zijn meesters Bethune en Van Assche tot in het verre China. Het bouwen van grote kerken in westerse stijlen bleef deel uitmaken van de strategie van religieuze machtuitstraling in China. De grote ontwerpen van De Moerloose uit het begin van de jaren 1920, zoals de uitbreiding van de neogotische kathedraal van Zhengding en het gotische ontwerp voor de bedevaartkerk van Sheshan bij Shanghai moeten in deze specifieke context gekaderd worden. Het waren de laatste uitingen van de traditioneel westerse ic)de-eeuwse missievisie, die nog steeds door de geest van de overwinning op de Boksers was gevoed. Deze conservatieve visie kon niet inschatten hoe ingrijpend Republikeins China aan het veranderen was. De meest prestigieuze opdracht die De Moerloose in het begin van de jaren 1920 kreeg was het ontwerpen van de nieuwe Onze-Lieve-Vrouwbasiliek op een heuvel van Sheshan (Zose) in de omgeving van Shanghai. "Ik geloof dat ik u in Shanghai de photos gegeven heb van het eerste plan van Zo.se. Het tweede wat nu uitgevoerd wordt in romaansche stijl zal ik u sturen" schreef De Moerloose aan pater Karel Van de Vyvere in 1925 (61). De jezuïeten hadden daar in 1870 een Mariabedevaart gesticht en een kerk gebouwd, maar ze moest vervangen worden door een veel grotere basiliek die het symbool van de Mariaverering in China moest worden. De Moerloose ontwierp een monumentale gotische kruiskerk, met een rijzige westertoren, die veel verwantschappen vertoonde
met de kathedraalachtige Sint-Martinuskerk van Aarlen die door zijn zwager Modeste De Noyette in 1907-1914 was gebouwd. De Moerlooses neogotiek overtuigde de opdrachtgevers niet meer en men vroeg hem om esthetische aanpassingen en stijlverandering in romaanse vormentaal uit te voeren (62). Het bleef dus een westerse kerk maar de neogotiek was voortaan een te verdachte stijl. De Moerloose tekende de plannen maar de uitvoering werd aan een Portugese jezuïet, pater Diniz, toevertrouwd. Deze volgde de werken met de aannemer tot de voltooiing in 1935. De Moerloose was toen reeds overleden en ook de westerse romaanse stijl was niet meer geliefd door de Kerk in China.
Kritiek op de neogotiek en De Moerloose in China Na de Eerste Wereldoorlog kwamen er grote veranderingen in de Kerk en in de samenleving. In 1919 definieerde paus Benedictus XV in zijn missie-encycliek Maximum illud nieuwe richtlijnen voor de evangelisatie, die in 1926 bevestigd werden door de encycliek Rerum Ecclesiae van Pius XI (63). Rome vreesde dat de associatie tussen de Katholieke Kerk en de westerse imperialistische of koloniale machten fatale gevolgen zou hebben op de ontwikkeling van de kerk in missiegebieden. Dit gold in het bijzonder voor China waar belangrijke sociale en politieke problemen waren ontstaan
In 1918 ontwierp pater De Moerloose de kapel van het Heilig Hart op de katholieke begraafplaats van Zhalan In Beijing, thans vernield (© KADOC, Archief CICM)
en antiwesterse gevoelens groeiden, zowel bij de nationalisten als de communisten. In China waren de nogal kolonialistische Franse missiecongregaties weinig enthousiast ten opzichte van de Roomse inculturatierichtlijnen. Om de nieuwe missiepolitiek in China te implementeren zond paus Pius XI in 1922 aartsbisschop Celso Costanini als gezant van de Heilige Stoel {delegatus apostolicus) naar China, waar deze tot 1933 verbleef (64). Zijn inculturatiepolitiek kreeg de steun van progressieve missionarissen zoals de Gentenaar en lazarist Vincent Lebbe (65) alsook van de scheutisten, maar had te kampen met de weerstand van de conservatieve bisschoppen. In 1924 organiseerde Costantini het eerste synode van de Katholieke Kerk in Shanghai en in oktober 1926 werden de eerste zes Chinese bisschoppen door de Pius XI in Rome plechtig gewijd. Uiteraard was De Moerloose zich er niet van bewust hoe complex deze evolutie was en bekeek hij die enkel vanuit de hoek van de architectuur. Zijn standpunt was uitermate conservatief en hij bleef overtuigd dat de gotiek de enige waardevolle stijl was voor katholieke kerken, waar dan ook in de wereld. Hij wist ook zeker dat de Chinese katholieken voor hun kerken geen andere stijl dan de gotiek wilden. In 1925 schrijft hij: "Ik heb een tiental dagen met den delegatus apostolicus [Celso Costantini] op reis geweest om de nieuw gebouwde kerken te gaan zien. Zijne Excell[entie] sprak met veel lof over de nieuwe gothique kerken, zelf in zijne aanspraken aan de kristenen, maar hij bemerkte wel dat de kristenen liever eene europesche kerk hadden dan eene chineesche. Den delegatus apostolicus is eene zeer aangename man met veel kennis van archeologie. De wensch van de Propagande is dat men op chineschen trant bouwe omdat men niet zou kunnen beweeren dat de kristene godsdienst europees is" (66). De Moerloose had ook niet begrepen dat in Europa na de Eerste Wereldoorlog de neogotiek niet meer geliefd was door de Kerk en zelfs de Sint-Lucasscholen het gotische paradigma hadden verlaten (67). Op vlak van architectuur en kunst was Costantini radicaal gekant tegen de neogotiek en de neoromaanse stijl: hij wou een eigen stijl voor de Chinese Katholieke kerk, een stijl die ingebed zou zijn in de Chinese kunst en cultuur (68). Zo kwam hij snel in conflict met pater De Moerloose. Deze schreef in 1925 aan een vriend: "Menschen die absoluut geen kennis hebben van kunst willen zich als meesters voorstellen en zottigheden vertellen. De Kristenen willen geene chineesche Kerk; zij zeggen dat het goed is voor pagode. Hetzij Kristenen of chineze priesters die zelf hunne kerk bouwden hebben nooit gedacht eene chineesche kerk te bouwen, tegenwoordig de heidenen bouwen ook op t'europeesch,
26 I M
L
De 'Chinees-christelljke' stijl van het regionale
Het grootseminarie van Datong
seminarie van Kaifeng, naar ontwerp van pater
werd in 1922-1924 door pater
Adelbert Gresnigt in 1930, beantwoordde aan de
De Moerloose in Brugse stijl
nieuwe inculturatie politiek die Rome vanaf de jaren
ontworpen en gebouwd
1920 bevorderde
(© KADOC, Archief CICMj
(© THOC, juni 2013)
slecht gelukt natuurlijk maar het gedacht is toch op europeesche wijze te houwen. In Peking [Beijing], Paotingfu [Baoding], Kalgan [Zhangjiakou] tot zelfs de scholen in de gemeenten zijn op t'europeesch. In het paleis van de vroegere Keizer in Peking [het Yuanmingyuan paleis] staat een europeesch gebouw in t'midden van de chineesche paleizen. Monseigneur de délégué heejt het bijzonder tegen de gothiek, zijn gedacht is Sint Jean de Latran zoals al de Italiaanen. Al de weldenkende missionarissen en Biscoppen die ik gezien heb zijn van gedachte dat er geen kwestie is chineesche kerken te bouwen, dat het hoegenaamd niet praktisch is" (69). Costantini zou een nieuwe stijl - Chinese-Christian Style, style sino-chrétien - bevorderen, in het bijzonder voor seminaries waar Chinezen hun priesteropleiding genoten (70). Hij werkte samen met pater Adelbert Gresnigt, een Nederlandse benedictijn van de abdij van Maredsous, die van 1927 tot 1932 in China verbleef en de gebouwen van de katholieke universiteit van Beijing (Fujen Daxue), een klooster in Xuanhua, alsook de regionale seminaries in Hong Kong en Kaifeng in Chinese stijl en moderne betonnen structuren bouwde (71). Precies daarom is het paradoxaal dat het laatste gebouw van De Moerloose in China en seminarie was, en dan nog voor de scheutisten. In 1922 kreeg hij de opdracht om het grootseminarie van Datong in de provincie Shanxi te ontwerpen. Het concept van bakstenen vleugels met getrapte gevels en een kapel in het midden wijkt nauwelijks af van het seminarie van Xiwanzi uit 1899. In 1928 kreeg De Moerloose de opdracht voor de bouw van de seminariekapel en hij tekende een romaanse eenbeukige kapel met een apsis en straalkapellen, steeds in de geest van Sint-Lucas (72). Behalve de kwestie van stijl, had De Moerloose als bouwer een ervaring waarover binnen de Kerk
niemand in Noord-China beschikte. Van de keuze van bouwmaterialen tot de omgang met werklui op de werf waren er lang geen geheimen meer voor de Gentse aannemerszoon. Deze kostbare ervaring mocht niet verloren gaan en daarom vroeg men hem om zijn kennis over te dragen. Men heft mij dikwels gevraagd of er geen bouwkunst boek bestond practiques voor de missionarissen, maar dat is niet te vinden. Biscoppen en missionarissen hebben mij gevraagd om zelf iets in dien zin te maken. Ik was van plan zoo iets te doen: 1° een album met de uitgevoerde kerken, altaars en andere kerkmeubelen, al wat een missionaris nodig heft; 2° eene beschrijving over de bouwwijs, materialen enz van het begin tot het einde van eenen bouw. Maar ik durf er niet aan beginnen uit rede van den bovengezegden omstand (73). Het debat rond inculturatie en de kritiek op zijn gotische vaste waarden hadden de architect duidelijk gekwetst. Het is dus bijzonder jammer dat De Moerloose het gevraagde handboek niet schreef: het zou een unieke bron, een soort testament, zijn geweest. Nochtans publiceerden in 1926 de jezuïeten van Xianxian het handboekje Le missionnaire constructeur, conseils-plans, par les missionnaires de la Chine du Nord, dat ongetwijfeld op De Moerlooses ervaring mocht rekenen, maar hem niet expliciet noemt (74).
Terug in België, kritiek, vergetelheid en late erkenning In 1928 werd De Moerloose 70 jaar en had allerlei gezondheidsproblemen. Hij voelde dat zijn tijd in China voorbij was en verlangde terug naar België. Ondanks hun fundamenteel meningsverschil over kunst en architectuur bestond er tussen Costantini en De Moerloose een groot respect. In een brief aan Costantini maakt De Moerloose een balans op van zijn missiewerk: "Je n'ai qu'un regret,
M&L
27
Het interieur van de seminarie-
De kerk van Wuhao (Hebei
kapel van Datong naar ontwerp
provincie) werd in 1930-1933
van De Moerloose werd door pater Mon Van Genechten met figuratieve muurschilderingen versierd, terwijl pater Jozef Raskin het altaar in Chinese stijl ontwierp (M/ss/ons de Scheut. 1932, p. 57)
Het grootseminarie en de kapel van Datong werden tijdens de burgeroorlog in 1946 verwoest (© KADOC. Archief CICMj
28 I M & L
Monseigneur, c'est d'etre parvenu au soir de la vie et de n'avoir plus les forces nécessaires pour les employer a cette grande xuvre de la conversion de la Chine; j'envie lesjeunes qui ont une longue existence a consacrer d une des plus belles ceuvres actuelles. (...) Nous ne vivrons pas assez longtemps pour voir la Chine chrétienne; car la lutte sera longue et ardue; mais ce sera toujours une consolation de savoir qu'on y o apporté sa toute petite part dans la mesure des moyens qu'on avait a sa disposition" (75). In 1928 vroeg aartsbisschop Costantini in Rome de pauselijke onderscheiding voor bewezen diensten aan de Rooms-Katholieke Kerk (Pro Ecclesia et Pontifice) voor De Moerloose aan. De abt van Yangjiaping kon het mooi verwoorden: "Ie père De Moerloose, en effet, a été apdtre d sa maniere. En hatissant ou en restaurant des églises, dont certaines sont tres belles, il a non seulement élevé d la gloire du 'Maitre du Ciel' des temples qui pendant des siècles chanteront ses louanges -'lapides clamabunt' - mais il a, sur une terre païenne, rendu témoignage sous une forme d lafois muette et tres parlante, d la Royauté universelle de N.S. Jésus-Christ et a son Empire sur les peuples et les royaumes. C'est d cette oeuvre d'apostolat que Ie Saint-Père a voulu rendre hommage, en accordant au Père De Moerloose cette decoration. C'est aussipour remercier Ie père d'avoir
in Chinese stijl ontworpen en gebouwd door pater Jozef Michiels, met meubilair van pater Mon Van Genechten [Collectanea commissioms syModo/is, 1941, P- 47)
été, quarante ans durant, l'architecte aussi intelligent que dévoué, de nombreuses Missions" (76). De Moerloose ontving het ereteken en mocht daarna naar België terugkeren. De tijd van De Moerloose was inderdaad voorbij. Na zijn vertrek begon men met de inrichting van de kapel van Datong: pater Mon Van Genechten schilderde symbolistisch muurschilderingen in Chinese stijl in de apsis en pater Jozef Raskin maakte een Chinees altaar als focuspunt van de kapelruimte (77). Een nieuwe generatie scheutisten architecten en kunstenaars ontwierp in modernere westerse stijl en in de nieuwe Chinese stijl, zoals pater Leo Vendelmans, die in 1922-1924 de kathedraal van Hohhot in Binnen-Mongolië ontwierp, en pater Jozef Michiels die in 1930-1933 de Chinese kerk van Wuhao bouwde (78). Vanaf dat moment vindt men in de missieliteratuur steeds maar meer kritiek op de neogotische kerken. In 1938 schreef pater Jozef Nuyts in het tijdschrift Missions de Scheut zeer negatief over De Moerloose: "Nous consfotons maintenant que Ie brillant architecte, complètement imbu des legons de Saint-Luc,fut plus sensible d la ligne, a la belle forme qu'au cóté pratique de ses constructions. [I ne prêta pas assez attention aux particularités de notre region au climat excessif. Ces chapelles gothiques s'élevant bien haut, avec des mars peu épais, heaucoup defenêtres, un plafond de minces bardeaux, plaisent par leurs formes, mais les prêtres et lesfidèles qui sont obliges par desfroids de -30 d -35 degrés ou des chaleurs excessives de s'y confiner
pour leurs devotions sont a plaindre. On y gele ou on y étouffe. C'est un supplice de devoir tenir les mains étendues pendant le Canon de la messe, et c'est un tourment de devoir distribuer de nombreuses communions. Prêtres et chrétiens enfaisaient tous la pénihle experience, et cependant la vogue de ce style si beau et si peu pratique fut lente a disparaitre. Le maitre De Moerloose avaitfait école. Plusieurs prêtres chinois mime, sans compter les confrères, avaient subi son influence et, nejurant plus que par lui, l'avaient imité d'une maniere plus ou mains réussie. Ce n'est que dans les demières années que se declare uwe certaine reaction". En als besluit eindigt pater Nuyts met een ongezouten kritiek op de SintLucasarchitecten: "Que Dieu bénisse les architectes de Saint-Luc, mais qu'il nous preserve des artistes trap conservateurs qui, a cause de leurs principes d'art, ont introduit des souffrances inutiles dans nos missions de Mongolië"... (79). Gelukkig hoorde De Moerloose deze kleinzielige kritiek niet. In 1929 had hij Yangjiaping en China verlaten en was hij terug naar België gereisd. Na een kort verblijf bij zijn familie in België deed hij aanvraag om opnieuw toe te treden tot de paters van Scheut, wat hem na goedkeuring van Rome op 7 mei 1930 toegestaan werd. Hij was nu wel verplicht om een verkort noviciaat te volgen... in het sanatorium van Scheut voor rustende missionarissen. Op 30 augustus 1930, na drie maanden noviciaat, legde hij de eeuwige geloften af. Pater Alphonse De Moerloose stierf op 27 maart 1932 in Schilde en rust voor de eeuwigheid op de begraafplaats in het park van het missiehuis van Schilde (80). Na zijn overlijden viel Alphonse De Moerloose compleet in de vergetelheid. De burgeroorlog in China (1945-1949) en de Culturele Revolutie (1966-1976) waren fataal voor tal van zijn gebouwen, voor al het liturgisch meubilair dat hij had ontworpen, en voor zijn plannenarchief in Yangjiapig. Gelukkig bleven er brieven en foto's bewaard in het archief van Scheut en bij familieleden in België. Al bij al is dit toch zeer weinig ten opzichte van 44 jaar in China en een omvangrijk oeuvre, waarvan waarschijnlijk een deel onbekend is en onbekend zal blijven, in het bijzonder de talrijke andere gebouwen dan kerken, namelijk pastorieën, scholen, residenties, enz.
gebracht, waar zij op het KADOC goed ontsloten zijn en door missiologisch onderzoek, tentoonstellingen en publicaties gevaloriseerd worden. De neogotiek in het algemeen is nu als een waardevolle stijl beschouwt en zijn complexe betekenissen worden nu beter begrepen.
Gedeeld erfgoed Uit China komen ook belangrijke veranderingen: veel kerken die overbleven werden sinds de jaren 1980 geleidelijk aan terug beschikbaar gesteld voor de eredienst. De Chinese monumentenzorg beschouwt deze gebouwen als waardevol erfgoed: de meeste oude kerken zijn beschermd op lokaal of provinciaal niveau, en een twintigtal kerken is op nationaal niveau beschermd (82). Tenslotte behoort de iconische barokgevel van de kathedraal van Macao samen met het historische stadscentrum sinds 2005 tot het Unesco Werelderfgoed. Toch blijven oude kerken nog verlaten, in het bijzonder wanneer de lokale gemeenschap de droom
De dorpskerk van Shilawusuhao, die na de Bokseropstand door de scheutisten heropgebouwd werd, is thans verlaten (©THOC.meiaoii)
Postmoderne gotiek: de nieuwe dorpskerk van Shadifang in opbouw ( © T H O C . mei 2011)
In 1968, in de donkerste jaren van de Culturele Revolutie, publiceerde pater Joseph Van Hecken een degelijk biografisch artikel over Alphonse De Moerloose in het Neue Zeitschrifi jur Missionswissenschafi (81). Dat is dus 45 jaar geleden en ondertussen is er veel veranderd dat vernieuwend onderzoek mogelijk maakt. De archieven van Scheut werden van Rome naar Leuven over-
1VI&LI 29
Neogotische, in Brugge gedrukte canonborden in de sacristie van de verlaten kerk van
koestert om een grote nieuwe kerk te bouwen, in postmoderne gotische stijl en met hoge torens.
Shllawusuhao (© THOC. mei 2011)
De belangstelling voor religieus erfgoed groeit ook in Chinese academische wereld, in het bijzonder bij architectuurhistorici. Op vele plaatsen in China waren de westerse kerken die de missionarissen er bouwden, de eerste constructies die afweken van een duizendjaarlange bouwtraditie. In die zin waren kerken uitermate 'moderne' gebouwen omdat zij enerzijds onbekende bouwtechnieken (gewelven, houten dakconstructies, funderingen, cement enz.) toepasten en anderzijds de vorming van Chinese werklui vereisten. Vandaag interesseert deze technologische overdracht alsook de wisselwerking tussen oostelijke en westelijke kennis de Chinese vorsers veel meer dan het stijlenverhaal (83). Voor hen zijn neogotische kerken gewoon westers en blijkt het onderscheid en de betekenis van de grote diversiteit aan nationale neostijlen evenals het liturgisch gebruik van kerken secundair te zijn.
voor de vuist" (84). Voor westerlingen is het gewoon fascinerend om te zien hoe een imperialistische wereldvisie bepaalde modellen en stijlen heeft verspreid (85). In 2012 vond er in Canterbury een colloquium plaats over de wereldwijde invloed van het neogotische paradigma van Pugin dat zich veel verder dan Sint-Lucas in België verspreidde tot in Canada, Australië, Nieuw-Zeeland en, via De Moerloose, tot in Mongolië en Noord-China (86).
Besluit
Neogotische deuren met briefpanelen in de voormalige pastorie van Haolalshan (© THOC, mei 2011)
Het is even fascinerend om te zien hoe nieuwe modellen en stijlen, zoals de chinees-christelijke stijl in de jaren 1920, de canon van een vorige Op historisch vlak blijven de kerken van De Moergeneratie heeft vervangen (87). Deze zin voor loose in China een gevoelig erfgoed omdat het vernieuwing maakt deel uit van de westerse cultuur werk van de missionaris-architect tot het vooren kenmerkt de christelijke architectuur die de oorlogse Eurocentrische missiemodel behoort. meest creatieve opeenvolging van stijlen en kunst Er was voor hem geen twijfel dat de middeleeuwse in een permanent spanningsveld tussen traditie en architectuur het absolute model was. Pugin en vernieuwing heeft gegenereerd. Bethune bleven zijn esthetische en morele Daarentegen is en blijft de betekenis van neogotische referenties, zoals blijkt uit een brief uit 1925: "In de kerken in China geladen omdat ze aan een beladen middeneeuwen was er geen kwestie van 'imitation', verleden gebonden zijn (o.m. de Bokseropstand) en alles was echt, volgens ons Vlaamsch spreekwoord: recht symbolen zijn van het westerse imperialisme, wat Vincent Lebbe en Celso Costantini reeds in de vroege jaren 1920 hadden begrepen. De huidige uitdaging is om eerst de juiste cultuurhistorische betekenis van deze gebouwen en andere relicten te begrijpen, en daarna om hun verhaal zowel in het westen als in China op een wetenschappelijke en serene manier te vertellen. Dat is de enige voorwaarde om Alphonse De Moerloose niet meer als een radicale ultramontaanse katholieke missionaris te beschouwen, maar als een 'overbrenger van culturele transfers'. Dat is ook de enige voorwaarde om deze gebouwen een dimensie te geven die religie en ideologieën overstijgt, met name de dimensie van een gedeeld erfgoed.
Thomas Coomans doceert architectuurgeschiedenis en monumentenzorg aan het departement Architectuur van de faculteit Ingenieurswetenschappen van de KU Leuven. Hij is ook staflid van het Raymond Lemaire International Centre for Conservation of Monuments and Sites, en gastdocent aan The Chinese University of Hong Kong.
30 I M & L
5), Leuven, 1988, p. 57-123; DE MAEYER Jan, The Neo-Gothic in Belgium. Architecture of a Catholic Society, in DE MAEYER Jan en VERROEST Luc (reds.), Gothic Revival. Religion. Deze bijdrage is een bewerking van de lezing van 4 septemArchitecture and Style in Western Europe 1815-1914 (KADOC ber 2012 in de promotiezaal van de KU Leuven, ter gelegenartes, 5), Leuven, 2000, p. 29-34. heid van de 150'" verjaardag van Scheut: Thomas Coomans, (19) VAN CLEVEN Jean, Neogotiek en neogotismen. De neogotiek Alphonse De Moerloose fDittfl. architect en missionaris in als component van de ige-eeuwse stijl in België, in DE MAEYER China. De auteur dankt graag voor hun hulp en ondersteuJan (red.), De Sint-Lucasscholen en de Neogotiek 1862-1914 ning: Dr Luo Wei, Prof. Zhu Guang-ya en Prof. Krista De (KADOC studies, 5), Leuven, 1988, p. 42-53. Jonge, Jean-Luc en Jean-Marc de Moerloose, pater Jeroom (20) VAN HECKEN J.L., op. cit, 1968, p. 161-178; ULENAERS S., Heyndrickx CICM, Friquette Smets en Stany Gilissen, Loup op. cit., 1994, p. 7-9. Browaeys, Jean Volckaert, Marc Dubois, Li Qinghua, Qi (21) Mails van Fran^oise Aubin, Jumelles (FR), februari 2013, en Meng, Zhang Xiaodong, Dirk Van Overmeire, Philip VanJean-Luc de Moerloose, Genève (CH), maart 2013. haelemeersch, Fran^oise Aubin, Anke Van Lancker, Jan De Maeyer, Carine Dujardin, Luc Vints, Rie Vermeiren, Greet (22)VERHELST Daniël en DANIELS Hyacint (reds.), Scheut vroeger en nu 1862-1987. Geschiedenis van de Congregatie van De Neef, Chen Tsung-ming, KADOC en Ferdinand Verbiest het Onbevlekt Hart van Maria CICM (Verbistiana, 2), LeuInstitute (KU Leuven). Met dank aan Hans Denis voor het ven, 1991; PYCKE Nestor, Getuigen van het evangelie: de misbewerken van de oude foto's en aan Marjan Buyle voor de sionarissen van Scheut 1862-1912 (Verbistiana, 7), Leuven, taalkundige revisie van de tekst. 2012. Brief van Alphonse De Moerloose aan pater Karel Van de (23) Daarom draagt zijn persoonlijk dossier het nummer 60: Vyvere, Yangjiaping, 24 augustus 1924. Leuven, KADOC, Leuven, Archief CICM. Archief CICM, T.I.a.14.3.2. (24) De staatsgrenzen (China-Mongolië) en de grenzen van de VAN HECKEN Joseph Leonard. Alphonse Frédéric De MoerChinese provincies stemden niet overeen met de grenzen loose C.I.C.M. (i8^&-ig}2) et son oeuvre d'architecte en Chine, van de kerkprovincies. De namen van de apostolische vicariin Neue Zeitschrififur Missionswissenschafi / Nouvelle Revue de aten veranderden ook in 1922-1924. Zie: TIEDEMANN R. science missionnaire, jg. 24, nr. 3, Immensee: Verein zur FörGary (red.). Handbook of Christianity in China. Volume Two: derung der Missionswissenschafi, 1968, p. 161-178. 1800-Present, Leiden, 2009, p. 962-963 en 971-976, alsook: VAN HECKEN Joseph, Moerloose, Alfons frederik de, missio- http://www.catholic-hierarchy.org/diocese/ de bisdommen: naris en architect, in Nationaal biografisch woordenboek, vol. 5, Jehol (Rehe), Ninghsia (Ningxia), Siwantze (Xiwanzi), Brussel, KVAB, 1970, p. 581-586. Suiyüan (Hohhot), Tatungfu (Datong), ULENAERS Sonja, Alphons frederik De Moerloose CICM (25) Brief van A. De Moerloose uitgegeven in Missiên van China (i&^8-ic)}2), onuitgegeven licentiaatsverhandeling in Oriënen Congo, jg. 5, nr. 37, 1892, p. 8; ULENAERS S., op. cit., talistiek, KU Leuven, 1994. 1994, p. 9. AUBIN Framboise, Christian Art and Architecture, in TIEDE- (26) VAN OVERMEIRE Dirk, Elenchus of CICM in China, LeuMANN R. Gary (red.). Handbook of Christianity in China. ven-Taiwan, 2008, p. 124. Over de keuze en betekenis van Volume Two: 1800-Present, Leiden, 2009, p. 733-734; VINTS Chinese namen van scheutisten: KU Wei-ying. Some ObserLuc, Les Missions Catholiques et Ie néo-gothique dans vations on CICM in China, 1865-1955; Life 0/679 Scheutists, in I'architecture missionnaire, in DE MAEYER Jan en VERHistory of the Church in China, from its Beginning to the ROEST Luc (reds.), Gothic Revival. Religion, Architecture and Scheut Eathers and 20"' Century (Leuven Chinese Studies), Style in Western Europe 1815-1914 (KADOC artes, 5), Leuven, red. CHEN Tsung-Ming, Leuven, Ferdinand Verbiest Insti-
Eindnoten (i)
(2)
(3)
(4)
(5)
(6)
2000, p. 126-127. tute, 2014 (ter perse). (7) In tegenstelling tot de Congo-architecten is geen enkele Bel- (27) In Gansu was De Moerloose onder meer pastoor in Lianggische architect die in China actief was vermeld in: VAN zhou / Wuwei (1886), Xincheng (1887), Qingyangfu (1888), LOO Anne (red.). Repertorium van de architectuur in België Malin (1890) en Shanshilipu (1891-1899). van i8}0 tot heden, Antwerpen, 2003. (28) DE MOERLOOSE Alphonse, Bouw, kunsten en ambachten, (8) LUO Wei, Transmission and Transformation of European in Missien van China en Congo, jg. 4, nr. 34, 1891, p. 534; Church Types in China: The Churches of the Scheut Missions ULENAERS S., op. cit., 1994, p. 13. beyond the Great Wall, 1865-1955, PhD in Engineering (29) DE MOERLOOSE Alphonse, Construction, arts et métiers, au Science: Architecture, KU Leuven (joint PhD with Southeast Kan-sou et en Chine, in Missions en Chine et au Congo, nr. 34, University, Nanjing), 1 februari 2013 (promotoren: Thomas 1891, p. 532-538; DE MOERLOOSE Alphonse, Arts et métiers Coomans, Krista De Jonge, en Zhu Guang-ya). en Chine, in Missions en Chine et au Congo, nr. 37, 1892, Neogotische kapel van de door (9) Inventaris: VANYSACKER Dries, VAN ROMPAEY Lies, p. 3-8. de scheutisten bevorderde BRACKE Wouter en EGGERMONT Betty, The Archives of mariale bedevaart in Mozeshan the Congregation of the Immaculate Heart of Mary (CICMin Binnen Mongolië Scheut) 1862-1967, 2 vol., Brussel-Rome, 1995. (uit Missions en Chine et au Congo] (10) Jean-Baptiste Demoerloose / De Moerloose (1812-1886) en Marie-Thérèse De Jaeger (1813-1889). (11) Theodore De Moerloose (1841-1884), Gustave De Moerloose (1846-1896), Marie Adine De Moerloose (1842-1881) en Edouard Van Herrewege (1845-1896). (12) Camille De Moerloose (1840-1901), Ferdinand De Noyette (1838-1870) en Modeste De Noyette (1847-1923). (13) Cécile De Moerloose (1852-1924) en Edmond Meuleman (1866-1922). Brice Meuleman SJ (1862-1924). (14) René Van Herrewege (1875-1948). Familiearchief Volckaert en interview van Jean Volckaert (kleinzoon van René Van Herrewege), Montreux, 31 oktober 2011. (15) DE MAYER Jan (red.), De Sint-Lucasscholen en de Neogotiek 1862-1914 (KADOC studies, 5), Leuven, 1988, passim. (16) KADOC, Archief Sint-Lucas Gent: Catalogue. Exposition scolaire des Frères des Ècoles chrétiennes et des Académies de Saint-Luc, Brussel, 1882, p. 15, n° 13. (17) HELBIG Jules, Le Baron Bethune, fondateur des Ècoles SaintLuc. Étude Biographique, Rijsel-Brugge, 1906; VAN CLEVEN Jean (red.). Neogotiek in België, Tielt, 1994, p. 167-181. (18) DE MAEYER Jan, Kunst en Politiek. De Sint-Lucasscholen tussen ultramontaanse orthodoxie en drang naar maatschappelijkL N P È L E R I N A G E E N M O N G O U E - C E N T R A I.E. culturele vernieuwing, in DE MAEYER Jan (red.), De Sint-Lucasscholen en de Neogotiek 1862-1914 (KADOC studies.
M&L
31
poser qu'elle contribua a perfectionner le talent de Varchitecte a enrichir ses inspirations". (44) Église Saint-Martin a Renaix (1894), architecte M. Modeste De Noyette, in L'Émulation, 1895, kol. 188 en Pi. 46-49; PATTIN M., De neogotische Sint-Martinuskerk te Ronse van architect Modeste De Noyette, in Annalen van de geschied- en oudheidkundige kring van Ronse en het Tenement van Inde, jg. 41,1992, p. 57-105. (45) VAN HECKEN J.L, op. cit., 1968, p. 167-168; M.V.W., La Trappe de Notre-Dame de la Consolation, in Le Bulletin catho lique de Pékin, jg. 14,1927, p. 8-13 en 71-75; QUATTROCCHI P.B., Tfie Trappist Monks in China, in HEYNDRICKX jeroom (red.). Historiography of the Chinese Catholic Church, Nineteenth and Twentieth Centuries (Leuven Chinese Studies, 1), Leuven, 1994, p. 315-333. (46)BERGMANS Anna, COOMANS Thomas en DE MAEYER Jan, De neogotische stijl in de Belgische sierkunsten, in LEBLANC Claire (red.). Art Nouveau el Design: Sierkunst van 1830 tot Expo 58, Brussel-Tielt, Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis & Lannoo, 2005, p. 36-59. (47) DE LA SERVIÈRE Joseph, L'orphelinat de T'ou-Sè-Wè. Son histoire. Son état présent, Zikawei-Shanghai, 1914; SONG Haojie (red.), Memory of Tou-Sè-Wè / Tushan Wan jiyi, Shanghai, 2010.
Kapel van Mozeshan in opbouw: Chinese metsers aan het werk (© KADOC. Archief CICM)
32
M&L
(48) Brief van A. De Moerloose aan J. Van Aertselaer, Xiwanzi, 24 augustus 1902. Leuven, KADOC, Archief CICM, (30) Leuven, KADOC, Archief CICM, Z.II.h.8. Uitgave en stuP.I.a.1.2.5.1.5.14. die: AUBIN Framboise, Un cahier de vocabulaire technique du(49) Leuven, KADOC, Archief Bressers-Blanchaert, in verwerR.P. A. De Moerloose CICM, missionnaire de Scheut (Gansu king (met veel dank aan Rie Vermeiren voor het signaleren septentrional,findu XIX' siècle), in Cahiers de linguistique. Asie van deze waardevolle bewijsstukken). oriëntale, jg. 12, nr. 2,1983, p. 103-117. (50) COOMANS Thomas en LUO Wei, op. cit., 2012, p. 242-245. {31) Brief van Alphonse De Moerloose in Missiën van China en (51) VAN HECKEN J.L., op. cit., 1968, p. 169: "Mgr Fabergues CMfut un des premiers a profiler de la presence de l'artiste dan Congo, jg. 5, nr. 37,1892, p. 4; ULENAERS S., op. cit., 1994, son voisinage, pour lui demander un plan de decoration de sa p. 10. pro-cathédrale, l'église du Pei-t'anga Pékin. L'artiste a mis tout (32) Jeroom Van Aertselaer CICM, Fangji Zhong (1845-1924). son amepour rendre le decor intérieur digne de la plus helle égl De uitdrukking "tweede stichter van Scheut" komt van: de Pékin". RASKIN Albert, Profits CICM, Rome, 1982, p. 74 (met dank aan Dirk Van Overmeire voor deze referentie]. Een biografi- (52) Verscheidene brieven van A. De Moerloose aan J. Van Aertselaer, 8 oktober 1906, 24 januari 1908, 25 juli 1908, sche studie over Van Aertselaer ontbreekt nog steeds. Basis13 februari 1909. KADOC, Archief CICM, P.I.a.1.2.5.1,5.14, informatie in: RONDELEZ Valere, La chrétientéde Siwantze: en F.in.a.7. un centre d'activüé en Mongolië, Xiwanzi, 1938; VERHELST Daniël en PYCKE Nestor (reds.), CICM Missionaries, Past (53) ULENAERS S., op. cit., 1994, p. 19-23. and Present iSGi-igS? (Verbistiana, 4), Leuven, 1995, passim. (54) Verscheidene brieven van A. De Moerloose aan J. Van Aertselaer. KADOC, Archief CICM, F.III.a.7. (33) COOMANS Thomas en LUO Wei, Mimesis, Nostalgia and (55) Leuven, KADOC, Archief CICM, persoonlijk dossier nr 60. Ideology: Scheut Fathers and home-country-based church design in China, in CHEN Tsung-ming (red.). History of the Church (56) LICENT Émile, Comptes rendus de dix années (1914-1923J de in China,fromits Beginning to the Scheut Fathers and 20"' Cen- séjour et d'exploration dans le bassin du Fleuve Jaune, du Pai Ho et des autres tributaires du golfe du Pei Tcheu Ly, Tianjin, tury (Leuven Chinese Studies), Leuven, Ferdinand Verbiest 1924, p. 429-430. Institute, 2014 (ter perse). (57) Gustave Volckaert, Hua LiJiui (1888-1978). COOMANS (34) Er bestaat een uitvoerige literatuur over de Bokseropstand. Thomas en LAU Leung-kwok Prudence, les tribulations d'un Recente studie: SILBEY David )., The Boxer Rebellion and the architecte beige en Chine: Gustave Volckaert, au service du C Great Game in China, New York, 2012. dit Foncier d'Extrême-Orient, 1914-1954, in Belgisdi Tijdschrif (35) LUO Wei, op. cit., 2013, p. 160-169. voor Oudheidkunde en Kunstgeschiedenis, jg. 81, 2012, p. 129(36) LUO Wei, op. cit., 2013, p. 179-181. Bijvoorbeeld de kapel van 153de Franciscanen Conventuelen aan de Tiensestraat in Leu(58) Brief van A. De Moerloose aan zijn neef Joseph de Moerven, van Joris Helleputte en Stefaan Mortier (1885-1886), en loose, Beijing, 24 april 1924, vermeld in ULENAERS S., de Sint-Elisabethgasthuiskapel in Aarschot van Pierre Lanop. cit., 1994, p. 25. gerock (1904-1905). (59) LICENT É., op. cit, 1924, p. 204: "La plus helle ceuvre réalisée (37) Leuven, KADOC, Archief CICM, P.I.a.1.2.5.1.5.14 en F.lII.a.7. par le P. De Moerloose est l'église gothique de Chouang(38) COOMANS Thomas en LUO Wei, Exporting Flemish Gothic chou-tzeu (...)"; VAN HECKEN J.L., op. cit., 1968, p. 169Architecture to China: Meaning and Context of the Churches of 170. Shebiya (Inner Mongolia) and Xuanhua (Hebei) built by Mis-(6o)VAN ASSCHE Auguste en HELBIG Jules, Monographic de sionary-Architect Alphonse De Moerloose in 1903-1906, in l'église paroissiale de Saint-Christophe d Liège, Gent-Brugge: Relicta. Heritage Research in Flanders, nr. 9, 2012, p. 229-237. Sint-Thomas en Sint-Lucasgilde, 1877. Zie ook: COOMANS https://oar.onroerenderfgoed.be/publicaties/RELT/9/ Thomas, Saint-Christophe a Liège: la plus ancienne église médi RELT009-006.pdf évale du mouvement héguinal, in Bulletin monumental, jg. 164, (39) Liangcheng, vroeger Xianghuodi: LUO W., op. cit., 2013, nr. 4, 2006, p. 359-376. p. 131-140. (61) Brief van A. De Moerloose aan pater Karel Van de Vyvere, (40) LUO Wei, op. cit., 2013, p. 149-160. Yangjiaping, 15 februari 1925. Leuven, KADOC, Archief (41) Brief van A. De Moerloose aan J. Van Aertselaer, 18 februari CICM, T.I.a.14.3.2. 1904. KADOC, Archief CICM, P.1.3.1.2.5.1.5.14. (62) VAN HECKEN J.L, op. cit., 1968, p. 171; ULENAERS S., (42) COOMANS Thomas en LUO Wei, op. cit., 2012, p. 237-245. op. cit., 1994, p. 46-47. (43) VAN HECKEN J.L., op. cit., 1968, p. 165: "Toujours anxieux (63)TIEDEMANN R.G. (red.), op. cit., p. 516-668; SOETENS de parfaire et de mürir son talent, le P. De Moerloose sefit expé- Claude, L'église catholique en Chine au XX' siècle, Parijs, 1997 dier de Belgique la belle revue 'I'Emulation', mensuel de la Soci- p. 31-92. été Centrale d'Architecture de Belgique (...). Une nouvelle série (64)Celso Benigno Luigi Costantini, Gang Heng Yi (1876-1958), débutait en i8gi. (...) Le Père conserva cette collection qu'il refut kardinaal in 1953. CHONG Francis, Cardinal Celso Costanjusqu'en 1899 et la ramena en Belgique en 1929. On peut suptini and the Chinese Catholic Church, in Tripod, nr. 148, Hong
Binnenkrant Nr. i8o Bijlage bij MS6L32/5 sept.-okt. 2013
Stoompompgemaal Hertog Reijnout in (foto M. Van Dijck)
Colyn de Coter is de enige Brusselse schilder van wie er nog
Tentoonstellingen
gesigneerd werk bewaard is. Het onderzoek vond op een document de verwijzing dat Aert van den Bossche in opdracht van de Brusselse schoenmakersgilde een triptiek schilderde voor de Sint-Niklaaskerk. Pieter van der Weyden, die het beroemde atelier van zijn vader Rogier erfde, wordt vernoemd
Marjan Buyle
in verschillende documenten, maar geen enkel schilderij kan met zekerheid aan hem worden toegeschreven. Aan de andere
•i-H
kant zijn er ongesigneerde en niet-gedocumenteerde schilde-
DE ERFENIS VAN ROGIER VAN DER WEYDEN. DE SCHILDERKUNST IN BRUSSEL 1450 - 1520
rijen die getuigen van een sterke invloed van Rogier van der Weyden, of andere die het opschrift te Bruesele dragen en nog andere waarop een Brussels monument, zoals de Sint-Goedele-
Rogier van der Weyden is uiteraard door iedereen gekend.
kathedraal is afgebeeld. Deze schilderijen worden toegeschreven
Maar wat er in de periode na zijn overlijden in 1464 in Brussel
aan meesters met noodnamen: de meester van het gezicht op
aan schilders en andere kunstenaars aan het werk was, is veel
Sint-Goedele, de meester van de vorstenportretten, de meester
minder duidelijk. De curatoren van deze tentoonstelling, kunst-
van het leven van Jozef (ook wel de meester van de Abdij van
historici Véronique Bücken en Griet Steyaert van de Koninklijke
Affligem genoemd), de meester van Orsoy, de meester van de
Musea voor Schone Kunsten van België in Brussel, proberen
Sint-Barbaralegende, de meester van de Sint-Catharinalegende,
zich een weg te banen tussen een hele rits meesters met nood-
de meester van de Verlossing van het Prado (Vrancke van der
namen, die de overgang vormden van de laatgotische schilder-
Stockt?) en de meester van het geborduurde loof. Aan deze
kunst van de Vlaamse Primitieven naar de nieuwe stijl van
schilders werd nooit veel aandacht besteed vanuit het kunst-
bijvoorbeeld Bernard van Orley. Brussel was in die periode een
historisch onderzoek. Net zoals hun tijdgenoten in Brugge
zeer welvarende stad. Het Coudenbergpaleis, waarvan nog
werden zij tot nu toe beschouwd als minder belangrijke 'kleine
restanten te zien zijn onder het huidige Koningsplein, was de
meesters'.
favoriete verblijfplaats van de hertogen van Bourgondië. In de onmiddellijke nabijheid woonden hovelingen en edele families
Een onderzoeksproject
zoals de graven van Nassau of Ravenstein, die belangrijke
De tentoonstelling is gebaseerd op het doctoraatsonderzoek
opdrachtgevers waren voor de kunstenaars van hun tijd.
van Griet Steyaert, gespecialiseerd in de navolgers van Rogier van der Weyden en auteur van een thesis over de meester van de Sint Catharinalegende. Zij is ook restaurateur en gespeciali-
Meester van de Prado aanbidding, Presentatie in de tempel, olie op paneel, 59 x 48,1 cm (© National Gallery of Art Washington, Samuel H. Kress Collection 1961.9.28)
seerd in het technisch onderzoek van schilderijen. Recent restaureerde zij de Zeven Sacramenten van Rogier van der Weyden uit het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten van Antwerpen. Naast de meester van de Sint-Catharinalegende werden twee andere Brusselse meesters reeds diepgaand onderzocht: Colyn de Coter en de meester van het geborduurde loof. De andere artistieke persoonlijkheden bleven minder gekend, hoewel sommige van hun werken het onderwerp van een uitgebreid onderzoek vormden. Sinds de tentoonstelling van 1953 in het Stedelijk Museum van Brussel werd de Brusselse schilderschool van het einde van de i5deeeuw als geheel niet meer uitgebreid onderzocht. De meeste onderzoeken tot nu toe concentreerden zich op de toeschrijvingsproblematiek, waarbij de schilderijen stilistisch werden afgewogen met deze van Rogier van der Weyden, die als maatstaf gold. Het verhalende aspect en de voorkeur voor decoratieve ornamenten werden beklemtoond en weinig aandacht werd geschonken aan de individuele specificiteit van de Brusselse 'kleine meesters'. De tentoonstelling Deze biedt een overzicht van de schilderkunst in Brussel op het einde van de i5de en het begin van de i6 de eeuw. Het onderwerp zal op verschillende manieren belicht worden, zowel historisch, iconografisch, stilistisch, technisch, economisch als in termen
van organisatie van het werk en het exact kopiëren. De tentoon-
en dit geeft aanleiding tot een aantal initiatieven waarin het
stelling tracht een antwoord te bieden op de volgende vragen:
gebouw, zijn geschiedenis en zijn historische context centraal
- Wat gebeurde er met het beroemde atelier van Rogier van der
staan.
Weyden na zijn dood? - Welke andere ateliers kunnen we onderscheiden en hoe belangrijk waren deze?
De tentoonstelling in het STAM belicht de geschiedenis van het Vooruitgebouw, de betekenis ervan voor Gent en de vele activiteiten die er de voorbije eeuw hebben plaatsgevonden.
- Wie waren de opdrachtgevers, zowel binnen- als buitenlands?
Parallel hiermee kan het publiek Vooruit zelf bezoeken als
- Zijn er typische iconografische thema's?
'levend monument'. Een traject door het gebouw zal een remix
- Wat was de invloed van Hugo van der Goes vanuit het Roo-
bieden van het verleden, het heden en de toekomst van Vooruit.
klooster nabij Brussel? - Wat is de betekenis van de massaproductie van bepaalde schilderijen? - Wat is er specifiek aan deze Brusselse meesters? Vormden zij een school?
Werelddag Stedenbouw Tegen de achtergrond van de Wereldtentoonstelling 1913 vond in Gent ook het Internationale stedenbouwcongres plaats. Op het congres werd gediscussieerd over de stedenbouwkundige ideeën die tot op vandaag voelbaar zijn. Honderd jaar later is Gent
De tentoonstelling gaat door van 11 oktober 2013 tot
opnieuw gaststad voor de Werelddag Stedenbouw. Organisatie
25 januari 2014 in de Koninklijke Musea voor Schone
stad Gent en de Vlaamse Vereniging voor Ruimte en Planning.
Kunsten van België, Regentschapsstraat 3 in 1000 Brussel. info@fine-arts-museum.be
Meer informatie:
Open van dinsdag tot vrijdag van 10 u-17 u, weekends van
100 jaar Vooruit kunstencentrum Vooruiten STAM stadsmuseum 1 mei - 1 december 2013
10 u tot 18 u. Gesloten op maandag en feestdagen. Bij de tentoonstelling verschijnt een wetenschappelijke catalogus, die de resultaten van het onderzoeksproject en verschillende essays van specialisten bevat.
Linda Wylkman
Werelddag Stedenbouw Bijlokesite 12 november 2013 Bijkomende informatie hierover en over tal van andere evenementen rond dit thema (wandelingen, publicaties, tentoonstellingen en dergelijke meer) vindt u op de site http://1913-2013.gent.be
DE EEUW VAN DE VOORUITGANG. GENT 1913-2013 De wereldtentoonstelling van 1913 vond plaats in de SintPieters-Aalstwijk, aan de achterzijde van het toen nieuw
Literatuur
opgerichte station Gent Sint-Pieters. De Gentse cultuurhuizen grijpen de honderdste verjaardag van de Gentse Wereldtentoonstelling aan om terug te blikken op dit spektakel en de eeuw van
Linda Wylkman
metamorfose die daarop volgde. Een aantal tentoonstellingen en publicaties presenteren het belang van 1913. Het STAM brengt een virtuele maquette van deze wereldtentoonstelling, namelijk een interactief 3D-model waarbij de bezoeker een virtuele wandeling tussen de expopaleizen kan maken, met uitleg en foto's van de gebouwen.
DE DIENST MONUMENTENZORG EN ARCHITECTUUR VAN DE STAD GENT BRENGT TWEE PUBLICATIES UIT TER GELEGENHEID VAN DE HERDENKING VAN DE WERELDTENTOONSTELLING
Tot 29 september 2013 liep de tentoonstelling Onder stroom. 100 jaar elektriciteit in het Museum over industrie, arbeid en textiel (MIAT). De Gentse Wereldtentoonstelling bracht een
Impact wereldtentoonstelling Cent 1913
ware ode aan de elektriciteit. De tentoonstelling belichtte hoe
Beatrix Bailleul, Dirk Boncquet, André Capiteyn, André Coene,
het moderne leven doordrongen raakte van elektriciteit en
Sophie Derom, Rika Devos, Guido Everaert, Marie-Christine
elektrische apparaten. Men kon er aan de lijve de gevaren van
Laleman, Jo Lefebure, Katrien Vandermarliere, ]o Van Herre-
elektriciteit, maar ook het comfort en zelfs de elektrische illusies
weghe, Christiane Van Rijckeghem, Linda Van Santvoort, Veerle
ontdekken.
Vercauteren, Didier Volckaert, Donald Weber.
Dit najaar loopt dan nog de tentoonstelling 100jaar Vooruit.
Italië, Printer Trento SRL, 2013, 260 p.
In 1913 werd ook het Feestlokaal van Vooruit in gebruik genomen
ISBN 978-94-9161-403-3
De Wereldtentoonstelling
QJ
in Cent gehouden tussen
Opgeknapt. 10 monumenten
6 april en 3 november 1913
en de Expo van 1913
had voor de stadskern
Cuido Everaert
grote gevolgen. In de
Zwijndrecht, Deckers Snoeck, 2013,160 p.
aanloop van de wereldten-
ISBN 978-94-9161-404-0
in de Gentse Kuip
toonstelling werd de stad opgesmukt omdat men
• l—l
ervan overtuigd was dat ^ de bezoekers niet alleen de tentoonstelling maar
In onze ogen is de restauratie van de besproken gebouwen meer te bestempelen als een opknapbeurt dan een wetenschappelijke restauratie. Bouwsporen werden niet altijd gevolgd of gerespecteerd en de restau-
ook de stad zouden aan-
ratie-architecten namen vaak
doen.
een loopje met de histori-
De opsmuk van de historische stadskern was reeds gestart in de
sche werkelijkheid. Het de-
19de eeuw met het Zollikofer-De Vigneplan waardoor vanaf 1883
cor was doorgaans belangrij-
het historisch patrimonium vrijgemaakt werd. Na de vrijmaking
ker dan de authenticiteit.
werd duidelijk dat deze monumenten zich in slechte toestand
Deze rijk gedocumenteerde
bevonden. De restauratie van een aantal monumenten werd
en geïllustreerde uitgave kan
opgestart in het laatste kwart van de 19de eeuw, maar toen in
als uitbreiding gezien wor-
1905 beslist werd om de wereldtentoonstelling in Cent te hou-
den van 'Impact wereldten-
den werd een deel van het erfgoed versneld gerestaureerd en
toonstelling Cent 1913'.
ontpopte Cent zich tot een nieuwe stad. In een ijltempo werd er
De restauratie, in aanloop
gerestaureerd, maar ook volledige wijken werden gebouwd en
tot de wereldtentoonstelling,
gereconstrueerd.
van een aantal representa-
Terwijl op het tentoonstellingsterrein een Oud -Vlaenderen gecreëerd werd, veranderde het historische centrum van Cent in een openluchtmuseum. Veel monumenten en burgerhuizen kregen een middeleeuws uitzicht. Bij de stedenbouwkundige ingrepen speelde ook mobiliteit een grote rol. Nieuwe statige lanen verbonden het nieuwe SintPietersstation en de terreinen van de Wereldtentoonstelling met het stadscentrum, vlot bereikbaar met de tram. De bouw van de
OPGEKNAPT '•nten in de Gentse Kuip
tieve gebouwen wordt behandeld, namelijk het stadhuis, SintJacobskerk, het Cravensteen, de Kleine en Crote Sikkel, Moren en Damman, de lakenhal, Sint-Jorishof, het Croot Vleeshuis, het belfort, de Sint-Niklaaskerk. Tenslotte volgt het interessante verhaal van de make-over van de overdekte markt, de vismijn. De restauratiegeschiedenis en make-over van deze gebouwen wordt gevolgd door korte biografieën van de belangrijkste architecten en beleidsmakers.
Sint-Michielsbrug bereidde de stad voor op het toenemende aantal auto's.
Paul Van den Bremt De schitterende en overvloedig geïllustreerde uitgave gaat in tien hoofdstukken in op de wereldtentoonstelling zelf, de stedenbouwkundige metamorfose van de stadskern vanaf het einde van de 19de eeuw, de 'archeologische beweging' in de
LOOFBOMEN IN NEDERLAND EN VLAANDEREN/ HERKENNING EN TOEPASSING
aanloop naar 1913, Cent als een historische monumentenstad, de transfiguratie van een industriestad met monumenten naar
De Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging
een monumentenstad met industrie, het verhaal van de conven-
heeft in samenwerking met de Leerstoelgroep Bosecologie en
tiegevels of de realisatie van een stadskern met middeleeuws
Bosbeheer van de Universiteit Wageningen een bomenboek
uitzicht, de stadsuitbreiding tussen het nieuwe Sint-Pieters-
uitgegeven in groot formaat. De auteur ervan, Leo Coud-
station en het bestaande Zuidstation, het verhaal van de
zwaard, heeft er meteen een ware bomenbijbel van gemaakt.
centrumpleinen vanaf het einde van de 19de eeuw tot en met de
Het boek is bedoeld voor zowel professionele gebruikers,
recente invulling met de stadshal, de aanpassingen in verband
bijvoorbeeld landschapsarchitecten en groenbeheerders, als
met de mobiliteit. Een hoofdstuk wordt gewijd aan het nieuwe
bomenliefhebbers en studenten. Het bevat naast praktijk-
Sint-Pietersstatlon en de aan de gang zijnde metamorfose van
informatie over meer dan 250 boomsoorten en 400 cultuur-
het station en omgeving.
variëteiten, ook achtergrondinformatie over de geschiedenis,
Met een opmerkelijke epiloog wordt het gevulde verhaal afge-
Alleen loofbomen die hoger worden dan 5 meter zijn in dit
sloten. Cijs van Vaerenbergh stelt een architectuurobject voor
standaardwerk opgenomen. Naaldbomen, heesters, dwerg-
de naamgeving en de biodiversiteit van elke behandelde soort.
om naar de stad te kijken als herdenking aan de wereld-
bomen en bolvormige selecties die hoog worden geënt werden
tentoonstelling van 1913.
ook niet geselecteerd.
De auteur liet zich voor de
Niet alleen waren de wegen in het door de oorlog verwoeste
soortenkeuze lelden door
landschap nauwelijks berijdbaar, ook de weersomstandigheden
wat er te zien Is In bossen,
waren barslecht. Het regende, hagelde, sneeuwde en vroor alsof
parken, tuinen en botanische
het winter was. Met een ongewoon grote prijzenpot - een 'goud-
collecties In Nederland en
regen' volgens Van Wljnendaele - hoopte men er bij de 87 ren-
Vlaanderen. Belangrijke
ners die in Straatsburg aan de start waren verschenen, de moti-
criteria voor een opname In
vatie In te houden. De derde rit, Brussel - Amiens, maakte de
het boek waren: goede groei,
Omloop echter tot een 'course Impossible', waarbij overnachten
goede gezondheid, opval-
in de loopgraven en klauteren op bemodderde richtingaanwij-
lende eigenschappen (bv.
zers om niet verkeerd te rijden het lot van veel renners werd.
prachtige herfstkleuren). Het
Uiteindelijk bleven er 29 renners over, én er moesten nog vier
werk is bovendien één groot
ritten worden gereden.
pleidooi voor het gebruik van
Bij Le Petit Journal zat de schrik er dan ook sterk in dat de
veel meer soorten en cultivars in groenaanplantingen dan nu
Omloop van de Slagvelden zelf zou sneuvelen op het veld van
het geval is. Minder monotone beplantingen zijn immers ook
eer. Uiteindelijk haalden eenentwintig tenoren en beloftes als
minder zlektegevoellg. De in het boek aangereikte informatie
'trlompheurs de l'lmpossible' de eindmeet.
zou moeten helpen om een betere soortenkeuze voor beplantingen te maken.
Mettertijd is deze legendarische rittenwedstrijd, een uniek
Leo Goudzwaard gaat secuur en systematisch te werk. Eerst
verhaal van 'sport Inspired by peace', uit het collectieve geheugen
volgt de beschrijving van het genus, dan van de afzonderlijke
verdwenen. Met het boek Omloop van de Slagvelden brengt
soorten en variëteiten. De onderscheldende kenmerken worden
historicus Frank Becuwe daar
kort en overzichtelijk behandeld. Vervolgens Is er aandacht voor
nu verandering in. Hij recon-
de groeiplaats. Interessant is ook het belang dat er wordt
strueert echter niet alleen elke
gehecht aan de Impact op de biodiversiteit (positief-negatief).
rit maar hij brengt ook het
Komen nog aan bod: toepassingen en beheer, gebruik van hout,
toenmalige oorlogslandschap
vruchten of bladeren. Uiteraard krijgt elke behandelde soort een
in beeld. Dankzij de techniek
uitgebreide beschrijving. In overzichtelijke tabellen wordt een
van het historisch praesens
aantal specifieke kenmerken behandeld: successiestadium,
voert hij de lezer mee door-
bodemelsen, beworteling, zaadverbreiding, vermeerderingen
heen dit door de oorlog kaal-
houtstructuur. Ten slotte wordt er even stilgestaan waar de lezer
geplukt landschap dat sinds
de beschreven exemplaren kan gaan bekijken in Nederland en
de oorlog door stille regimen-
Vlaanderen (met inbegrip van het Brusselse Gewest!).
ten wordt bewaakt. De roep
Dit boek is zonder meer een aanrader voor elke ware bomen-
van hun gekwetste ziel laat
liefhebber, professioneel of amateur. De uitgave is bovendien
zich dan ook doorheen het
prachtig verzorgd.
gehele boek horen. Naar de centrale vredesgedachte bij deze originele benadering van de Eerste Wereldoorlog wordt ook
GOUDZWAARD L, Loofbomen In Nederland en Vlaanderen /
uitdrukkelijk verwezen in de voorwoorden waarmee Jan Peu-
Herkenningen toepassing, KNNV Uitgeverij, Zeist, 2013,
mans en Patrick Dupriez, voorzitters van het Vlaamse respectie-
gebonden, volledig in kleuren (ca. 1500 foto's), 432 p.,
velijk Waalse Parlement dit boek inleiden.
ISBN 978 90 5011 4325 BECUWE F., Omloop van de Slagvelden 1979 - De meest heroïsche wielerwedstrijd ooit, Davidsfonds Uitgeverij,
Persbericht
Hardcover - 230 p., formaat 23 x 23 cm, NUR 680 - 686 - 689, ISBN 978 90 5826 654 3, prijs: €32,50
OMLOOP VAN DE SLAGVELDEN In het voorjaar 1919 organiseerde de Parijse krant Le Petit Journal als eerbetoon aan de vele gesneuvelde frontsoldaten een wielerwedstrijd langsheen de slagvelden van het Westelijk front. Volgens Karel Van Wljnendaele, pionier uit de Vlaamse sportjournalistiek, was deze Omloop van de Slagvelden de lastigste en verschrikkelijkste koers ooit. "Nooit wrocht hij moorddadiger op het gemoed en de lichaamlijke gesteltenis van een rijder."
ö Ö Ö • 1—1 PQ
ö
de detectorhobbyisten een aantal knapen die het niet spelen
Congres
volgens de regels die je eigenlijk zou kunnen of mogen verwachten. Ik zeg er onmiddellijk bij, dat is niet alleen bij de detectorhobbyisten zo, dat is ook zo bij de archeologen. Iedereen heeft zwarte schapen, laat dat duidelijk zijn.
Frans Verhaeghe Want wat is eigenlijk de kern van de zaak? Door de zwarte schapen verliezen we een aantal mogelijkheden. Maar we zien in een
• 1—1
PQ
DETECTORHOBBYISTEN EN ARCHEOLOGEN
aantal concrete gevallen dat er wél mogelijkheid is tot samenwerking, dat er wél bereidwilligheid is en dat er in ieder geval
Op 30 en 31 mei 2013 vonden aan de Vrije Universiteit Brussel
ook altijd een groep is van detectorhobbyisten die bereid zijn tot
de jaarlijkse 'Contactdagen voor Belgische en Nederlandse
samenwerking en die eigenlijk geïnteresseerd zijn in de informa-
Archeologen en Bouwhistorici' plaats. De namiddag van 30 mei
tie. Moeten zij archeoloog worden? Moeten zij zich omscholen?
was met enkele lezingen en een debat volledig gewijd aan voor-
Neen. En als ze willen detecteren, mogen ze dat dan?
beelden en mogelijkheden om tot een vruchtbare samenwerking
Mijn besluit zou hier zijn: ja, waarom niet?
te komen tussen detectorliefhebbers en archeologen. Professor emeritus Frans Verhaeghe hield op het einde van een boeiende
Want waarover hebben we het eigenlijk? We hebben het over
namiddag onderstaande slottoespraak.
materiaal dat vooral uit de ploeglaag/bouwvoor komt. De vraag
Beste collega's,
eigenlijk nog veel belang? Daar heb ik een opmerking op: ja, dat
is tijdens de lezingen al gesteld geworden: heeft dat materiaal materiaal heeft belang! Wat in de ploeglaag/bouwvoor gebeurt, Men heeft mij gevraagd om een aantal conclusies te vormen
is niet helemaal onschuldig. Zijn wij dus als archeologen, in
omtrent de lezingen die U vanmiddag gehad heeft, sommige
termen van erfgoedbeheerders, geïnteresseerd in het materiaal
meer controversieel dan andere, sommige beter dan andere,
dat uit de bouwvoor komt? Ja! En als u een voorbeeld wilt, denk
sommige minder goed dan andere... en U heeft een debat ge-
dan gewoon aan de veranderingen die aan het gebeuren zijn op
had. En eigenlijk, wat mij opgevallen is, is dat men via de lezin-
het domein van onze kennis van onze vroegmiddeleeuwse
gen zeer verschillende beelden geprojecteerd heeft van wat
trading places, waar we materialen hebben die uit de bouwvoor
metaaldetectie eigenlijk is en hoe er tegen kan opgetreden wor-
komen, die geleidelijk aan onze klassieke beeldvorming uit de
den, of moet opgetreden worden, of moet mee gewerkt worden
jaren '80 zwaar in vraag stellen. Ze zijn niet de enige, maar ze
of nieuwe banden moet mee gesmeed worden. En dat is niet
zijn er wel.
eenvoudig want zoals ik daarstraks al zei - ik kon het niet laten - wij zijn aan het spreken over een groep van detectorhobbyis-
Ik weet het wel, vondsten die uit de ploeglaag/bouwvoor komen
ten met zeer diverse backgrounds en zeer diverse redenen waar-
hebben eigenlijk 'minder waarde' want daar scheelt wat mee.
om ze het doen. Dat maakt een veralgemening eigenlijk al moei-
je hebt immers veel minder contextuele informatie bij vondsten
lijk. En zoals ik ook al gezegd heb - en laat mensen die metaal-
die aan de oppervlakte liggen. Maar dames en heren, beste
detectorhobbyist zijn dit niet verkeerd opnemen - er zijn onder
collega's, elk voorwerp heeft ook intrinsieke informatie en het is
Onderzoek met een metaaldetector (© Onroerend Erfgoed)
die intrinsieke informatie die ons eventueel kan interesseren.
destijds tegenover de amateurarcheologen stonden.
U heeft vandaag ook een lezing gehoord waar het materiaal uit
Wel, in mijn mooie jonge tijd was het effectief de gewoonte om
de bouwvoor op een andere manier wordt bevraagd, gebruikt en
te stellen dat de beroepsarcheologen moesten geprofessionali-
gehanteerd in termen van archeologische kennis. Wel, dat is wat
seerd worden en de amateurs lieten we links liggen. Hoe kon
archeologen doen en dat is wat we kunnen samen doen met
mijn generatie zo stompzinnig geweest zijn? Ik maak er deel van
detectorhobbyisten. Het is een kwestie van de manier waarop je
uit, ik weet het wel, maar het was en het is stompzinnig.
detectievondsten bevraagt, ook al is het is nog altijd in essentie
Want wat heeft dat als gevolg gehad? We zijn inderdaad gepro-
oppervlaktemateriaal.
fessionaliseerd, en daar is een logica voor. Dat is verdedigbaar,
Er zit wel een aspect aan dat oppervlaktemateriaal dat ik toch
we zijn een gedeelte van onze draagbasis verloren!
behoorlijk vervelend vind, dat mag ik U wel zeggen. U heeft het
Beste collega's, doe niet hetzelfde met de detectorhobbyisten.
al wat U wil. Maar we hebben onze amateurs niet geholpen en
vandaag al gehoord, in Engeland hangt dit alles samen met de
Doe niet hetzelfde! Natuurlijk waren er amateurarcheologen die
treasure act. En dat brengt natuurlijk direct ook de notie 'schat-
niet zuiver tot op de graat waren. Maar ook toen waren er al
vondsten' met zich mee. Ik heb gemerkt dat wanneer we naar
beroepsarcheologen die niet zuiver tot op de graat waren of niet
onze pers kijken, en ik denk dan in het bijzonder aan het VRT
altijd deontologisch correct.
journaal - want dat lijkt daar duidelijk in gespecialiseerd - dat archeologie niet aan bod komt tenzij er ofwel een schat gevonden
De problematiek stelt zich vandaag op dezelfde manier en het is
is, ofwel er een reisje voor een filmploeg aan vast zit naar betere
duidelijk, ik kan mij niet van die indruk ontdoen, bij wijze van
oorden dan hun huidige gebouw, ofwel wanneer een of andere
echte conclusie, dat we moeten evolueren in de richting van een
stadspoliticus nogal wat moeilijkheden maakt over archeologie.
systeem dat toelaat de informatie van de detectievondsten in te
Kijk het maar gerust na als U wil, ook op Teletekst, in de laatste
schakelen in onze kennis van het materiële erfgoed. Er kan daar-
twee jaar is er volgens onze pers niks gevonden, tenzij het een
bij best gedacht worden aan het Engelse voorbeeld van de Porta-
schat is. Archeologen vinden blijkbaar altijd schatten en detec-
ble Antiquities Scheme, geïmplementeerd in het kader van de
torhobbyisten vinden blijkbaar ook altijd alleen maar schatten.
Engelse Treasure Act. Weliswaar in andere vormen, want we werken hier in een andere legale context. En we moeten werken
De meeste detectorvondsten zijn helemaal geen schatten, maar
met de mensen van goede wil, zowel aan de kant van de archeo-
ze zijn wel een bron van informatie in termen van materiële
logen als aan de kant van de detectorhobbyisten. Dat betekent,
cultuur. En het gaat er dus om dat deze vondsten op een andere
dames en heren, dat we incidenten zullen hebben en dat er
manier moeten bevraagd worden. Want de echte schat, dames
schandalen zullen gebeuren. OK. En dan? Want wat er nu
en heren, is de informatie die er in zit. Ikzelf heb thuis drie
gebeurt, is dat er informatie in grote mate verdwijnt, en dat is
authentieke objecten. Niet meer. Ik heb er twee gekregen en één
eigenlijk het grootste schandaal. Nu is die informatie weg.
gekocht, toen ik de jaren des verstands nog niet h a d -
Je weet niet eens of ze er is, en ze is er wellicht wel. En ze kan
Maar mijn punt is: je hebt informatie over deze objecten als je
gebruikt worden. Ik ben er trouwens van overtuigd dat vele
het op een andere manier bevraagt. Het is hier vandaag duide-
detectorhobbyisten deze informatie ook wel willen.
lijk geïllustreerd. Dan komt er wel informatie uit deze vondsten of dan komen er nieuwe vragen uit die toelaten van ander on-
Dus, dames en heren, beste collega's, U wordt vriendelijk
derzoek te doen. Dus in archeologische termen is dit werk dus
verzocht om een fout die mijn generatie gemaakt heeft niet te
zeker niet het 'plunderen' van archeologische sites, want dat is
herhalen. Wij hebben onze amateurs in de steek gelaten, we
net het omgekeerde. Wanneer men echter de herkomst van
hebben onze bevolking niet gesensibiliseerd en we hebben onze
vondsten vervalst, zet men die vraagstelling op de helling, en
detectorhobbyisten van goede wil in de kou laten staan.
dat kunnen we voor het erfgoed niet aanvaarden. Ook het hei-
Doe niet hetzelfde en zoek remedies. Dat is de conclusie die ik
melijk afschuimen van archeologische opgravingen door detec-
U aanbied. U doet er mee wat U wil.
torhobbyisten is over de lijn, want dat beschadigt de archeologische informatie op verschillende manieren.
Dus er zijn detectorhobbyisten, heb ik begrepen, die het minder
VONDSTEN MELDEN
goed doen en er zijn er die van goede wil zijn. Wel, bij archeologen is dat ook zo. Je hebt er ook verschillende soorten. Het doet
Heeft u in het verleden zelf al vondsten gedaan?
mij denken aan mijn oude leermeester en het debat in de jaren
Geef die informatie dan zeker door aan bevoegde archeo-
'60 en '70, tussen de beroepsarcheologen en de amateurs.
logen. Archeologische vondsten worden in een inventaris
Zijn stelling was dat je beter een onderscheid maakt tussen
opgenomen. Zo help je archeologen om waardevolle
goede en slechte archeologen dan tussen beroepsarcheologen
archeologische sites te lokaliseren, te bestuderen en beter
en amateurs. Als je die termen van toen een beetje aanpast, dan
te beschermen.
heb je eigenlijk hetzelfde beeld: erfgoedbeheerders en archeolo-
Meer weten? Contacteer dan: cai@rwo.vlaanderen.be.
gen tegenover detectorhobbyisten, zoals de beroepsarcheologen
Anne Dompas
ontwikkelingen, hernieuwbare energie en ecologie. Dit werd dan een aanzet naar verdere Europees samenwerkingsverbanden met als inzet de culturele waarden van het militair erfgoed in het
C Ö •i-H
PQ
AT FORT: ATELIER EUROPEAN FORTRESSES
landschap.
Onder impuls van het team van de Nieuwe Hollandse Waterlinie
De opzet van AT FORT bestaat erin dat uiteindelijk tien belang-
in Nederland werd een Europees project opgericht, het project
rijke militaire verdedigingssites en één universiteit hun respec-
AT FORT, gesubsidieerd door de Europese Unie met middelen
tievelijke ervaringen uitwisselen. Antwerpen is in Europa sinds
van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO),
eeuwen één van de meest versterkte steden geweest. Tussen de
via het programma INTERREG IVC. Het project AT FORT Atelier
9de en twintigste eeuw werden de Antwerpse vestingwerken
European Fortresses - Powering Local Sustainable Development
continu aangepast en verbeterd. De Spaanse omwalling, een
heeft als doel om in Europees verband kennis over behoud en
opdracht van Karel V in de i6 de eeuw, gold toen als één van de
ontwikkeling van vestingwerken en verdedigingslinies te verza-
meest doordachte en grootste verdedigingssystemen gelegen
melen en uit te wisselen. Dit project loopt van 2012 tot en met
ten noorden van de Alpen. De beide fortengordels uit de i9 de en
2014. Naast de Nieuwe Hollandse Waterlinie die het project
20s'e eeuw rond Antwerpen (Brialmontforten en pantserforten)
coördineert, nemen nog 10 partners deel; alle hebben ruime
maakten van de stad het belangrijkste militaire reduit na Parijs.
ervaring op het gebied van ontwikkeling en beheer van militair
Dergelijke prestigieuze constructies laten sporen na in het ste-
erfgoed:
delijk landschap, maar zijn ook drager van een unieke cultuur-
- Marco Polo System EEIC in Mestre (Venetië, Italië)
overstijgt het regionale belang en een situering binnen een
historische en maatschappelijke waarde. Dit militair erfgoed
- Réseau des sites majeurs de Vauban in Besangon (Frankrijk)
Europese context is op meerdere vlakken belangrijk. Naast de
- Spandauer Zitadelle \n Berlijn (Duitsland)
gezamenlijke Europese geschiedenis bestaat er een gemeen-
- de stad Kaunas (Litouwen) - Fort Monostor Non-profit Ltd in Komérom (Hongarije) - Fondazzjoni Wirt Paola (Paola Heritage Foundation) in Paola (Malta) - Governing Body of Suomenlinna in Helsinki (Finland) - University of Nova Corica in Nova Corica (Slovenië) - Medway Council in Chatham (Verenigd Koninkrijk) - De provincie Antwerpen (België) Gedurende de looptijd van AT FORT organiseert elke projectpartner een zogenaamd 'atelier'. Dit is een bijeenkomst van de partners met kennisuitwisseling als doel. Elk atelier draait rond een specifiek thema waarover de partners meer expertise willen vergaren. De partners nodigen thematische experts uit die trachten oplossingen aan te reiken voor de uitdagingen waarmee de
schappelijke vraagstelling naar instandhouding en herbestemming. De huidige problematiek van behoud en beheer van deze versterkingen, vaak gelegen binnen de perimeters van een verdere verstedelijking, is op vele plekken in Europa gelijkaardig. De Provincie nam deel aan dit project in het kader van haar gebiedsgerichte project 'de Fortengordels rond Antwerpen' (www.fortengordels.be). Dit gebiedsgerichte project wordt getrokken door de Dienst Gebiedsgericht Beleid (DGB), die op zich valt onder het departement Ruimtelijke Ordening en Mobiliteit. Op dit ogenblik trekt de provincie Antwerpen vier geïntegreerde gebiedsgerichte projecten. Door het stimuleren van die gebiedsgerichte initiatieven, wil de provincie een belangrijke bijdrage leveren om complexe projecten, waarbij meerdere overheden en beleidssectoren betrokken zijn, te laten slagen.
partners geconfronteerd worden. Dit gebeurt onder het motto 'Behoud door ontwikkeling'.
De Provincie Antwerpen vat de doelstellingen en de beoogde resultaten van het AT FORT programma als volgt samen:
Dit motto 'Behoud door ontwikkeling' komt uit de Nederlandse beleidsnota Belvedere uit 1999 die door Europa voor dit project geadopteerd is. Het programma Belvedere heeft in Nederland van 1999 tot en met 2009 de inzet van cultuurhistorie bij ruim-
1. Oplossingen en werkwijzen om militair erfgoed aangepast te hergebruiken, respectievelijk identificeren en verbeteren. 2. De mogelijkheden tot overdracht van verschillende bestaande
telijke transformaties gestimuleerd. Uitgangspunt was dat de
herontwikkelingsmodellen voor het multifunctioneel gebruik
cultuurhistorie in de leefomgeving kwaliteit en betekenis kon
van militair erfgoed identificeren en onderzoeken.
toevoegen aan ruimtelijke ontwikkelingen. De kern van het
3. Effectieve en werkbare beleidsmodellen met innovatieve mo-
beleid lag in het stimuleren van kansen en niet in het verbieden
dellen voor publiek-private samenwerking, juridische thema's
wat niet mag. Belvedere wordt tot op heden dan ook geassoci-
en modellen voor vermarkting ontwikkelen.
eerd als een positieve stimulans. Het is ook een voorbeeld geweest van Nederlandse interdepartementale samenwerking.
Deze doelstellingen worden bereikt door:
Op nationaal niveau werden in een aantal voorbeeldprojecten
- de geïntegreerde benadering 'Conservatie door gebruik en
uitvoering gegeven aan het Belvedere-beleid, zoals De Nieuwe
ontwikkeling'
Hollandse Waterlinie. In 2009 organiseerde de Nieuwe Hol-
- de betrokkenheid van de belanghebbenden
landse Waterlinie een Europese conferentie rond innovatieve
- de ervaring van de partners
De belangrijkste resultaten van het project zijn;
rivieren, moerassen - vooraleer zijn toevlucht te nemen tot zijn
- analyserapporten
bouwkunst en nieuwe hindernissen te ontwerpen. Hetzelfde
- goede praktijkvoorbeelden oplijsten en uitwisselen via studie-
geldt voor het potentieel bouwmateriaal aanwezig ter plaatse,
reizen
dat steeds in het licht van een zuinige logistiek eerst werd
- instrumenten en actieplannen
gebruikt. Uitgaande van de functionele geometrische vorm,
- aanbevelingen voor het beleid op lokaal, regionaal en Euro-
gebaseerd op een optimale verdediging, werd het materiaal van
pees niveau
uitgravingen gebruikt voor de nodige ophogingen en in het uiteindelijke bouwwerk werd hierin naar een ideaal 'nulresultaat'
Van 10 tot 12 juni vond in Besangon (Frankrijk) in kader van het
gezocht. Vanuit de aanvankelijke beperkingen zag hij de meer-
AT FORT project een mid-term event en atelier plaats over land-
waarde waarin een beter ontwerp kon ontstaan, zonder het
schap en ruimtelijke planning, in een organisatie van Le Réseau
beoogde doel of programma uit het oog te verliezen.
des sites majeurs de Vauban. Gedurende drie dagen werden een aantal standpunten toegelicht met betrekking tot volgende vragen: hoe kunnen de visuele en de functionele linken tussen
Citadelle (foto B. Girard, uit Généalogie et Patrimoine en Franche-Gomté, Racines Comtoises, www.racinescomtoises.net)
stad en fort versterkt worden? Hoe kan de versterkte site ingezet worden binnen een duurzame ontwikkeling van een stad? Welke rol speelt het groen nu in militair erfgoed? Hoe voorziet men het onderhoud van dergelijke plekken? Het atelier in Besangon bevatte drie grote luiken: de zorg voor het landschap, de ruimtelijke planning, en tot slot een groepsdiscussie waarin ieder land de visies over de behandelde thema's toegepast op hun respectievelijk patrimonium konden toelichten. De lezingen en ateliers waren doorspekt met bezoeken aan de verschillende fortificaties te Besangon. Deelnemers uit de verschillende landen brachten interessante cases. Hierin kwam toch een aantal verschillen in aanpak naar voor. Vooral sprekers en teamleden uit Nederland zorgden voor wat controverses en discussies, hoofdzakelijk uit de 'traditionele' erfgoedsector uit de overige deelnemende landen die een eerder voorzichtige aanpak vooropstelden. In de voorstelling Deconsecration: preservation through development stelde Erick de Lyon, van het Atelier de Lyon, zijn kunstproject voor de Nieuwe Hollandse Waterlinie voor. Hierbij lag de nadruk duidelijk op het permissieve idee . Het erfgoed wordt vervreemd uit de context en krijgt een nieuwe betekenis. Gert Middelkoop, lid van het kwaliteitsteam van de Nieuwe Hollandse Waterlinie sloot hierbij aan en benadrukte in zijn presentatie ook de compromisloze visie 'alsje iets doet, doe het dan goed!', een oproep om compromissen te vermijden. In de gepresenteerde voorbeelden lag de nadruk dan ook op het schokeffect eerder dan op een zachte ingreep in het landschap. Malta onderscheidt zich dan ook weer van de overige deelnemers door zijn klimaat, zijn kale vestingen en vooral door het belang van het erfgoed binnen de toeristische en economische uitbouw van het land.
Een opmerkelijke lezing in Besangon betrof die van Philippe Prost, architect-stedenbouwkundige, leraar aan het ENSA ParisBelleville over Vauban en auteur van o.a. Vauban, le style de l'intelligence. In zijn uiteenzetting beklemtoont hij de aanpak van Vauban waarin de geest van de plek, de genius loei, centraal staat. Vauban start namelijk elk project met een nauwkeurige lezing van de context: geografisch, historisch, militair én economisch. Daarna analyseert Vauban de topografie en de hydrografie van de plek: de ingenieur maakt gebruik van alle natuurlijke hindernissen die de natuur hem levert- hoogteverschil, kliffen.
Citadelle (foto B. Girard, uit Généalogie et Patrimoine en Franche-Comté, Racines Comtoises, www.racinescomtoises.net)
• t—t
PQ
over de grenzen van het Frans grondgebied opgenomen op de lijst van het UNESCO werelderfgoed. Vauban, vooral gekend omwille van zijn innovatieve verdedigingswerken en zijn perfectionering van het bastion (vijfhoekig verdedigingssysteem) blonk vooral uit door de toepassing ervan die telkens aangepast
CU
was aan de morfologie en het landschap van de gekozen plek. In Besangon omvatten de werken van Vauban volledige stadsverdedigingswerken: het uitbouwen van een machtige citadel
• 1—I
boven de stad, als stad naast de stad voor de troepen van de
PQ
Koning. De stadswand van de 'Boude du Doubs', de omcirkeling van het historisch centrum, werd verbouwd en versterkt met
10
muren, gebastionneerde torens en Corps de Carde, en over de rivier werden de stadsmuren van de Battantring ontworpen
Nieuwe Hollandse Waterlinie, bunker 599, Diefdijklinie snelweg A2 Ontwerpers: Atelier de Lyon | Rietveld Landscape. Opdrachtgever: Dienst landelijk gebied (© Erick de Lyon)
samen met Fort Griffon, op zich opgevat als kleine citadel. Omwallingen en de middeleeuwse toren werden mee opgenomen in het plan van Vauban. De werken werden gerealiseerd tussen 1675 e n i695- Traversen werden voorzien in baksteen,
De ontdekking van de vestingen in Besangon waren misschien
waarvan de steenscherven minder verwondingen veroorzaakten
wel het hoogtepunt van het atelier. Besangon ligt ingekapseld in
dan die van natuurstenen. De grote citadel werd ingericht als
een lus gevormd door de rivier Doubs. Achteraan wordt deze lus
een autonoom werkend geheel met het gebouw van de cadetten,
gesloten door een heuvelflank; deze natuurlijke grenzen en haar
het kruitmagazijn, het arsenaal, kapel en waterput. Besangon
strategische ligging op weg naar de Alpen en Oostenrijk zorg-
diende een voorbeeld voor Europa te zijn en een bolwerk van
den ervoor dat de versterkingen van de stad in de geschiedenis
verdediging ten oosten van het koninkrijk van Lodewijk XIV.
steeds zijn aangepast en uitgebouwd. Al in de Romeinse periode
Taluds werden beplant met functionele aanplantingen zoals
bestond er al op de plaats waar de huidige citadel staat een
rijen es die moesten zorgen voor een zeker ornament doch
versterkte bebouwing en een tempel. In de Spaanse periode
voornamelijk diende voor bevoorrading van houtskool, voor
zorgde Karel V in de hoedanigheid van Heer van Franche-Comté
medicinale doeleinden, en als hout voor schutsels.
en Besangon voor grote verdedigingswerken aan de stad. Het is echter Vauban die de citadel en de stad in opdracht van
In dergelijke setting zijn de opvattingen over landschappelijk
Lodewijk XIV uitbouwde tot deze uitzonderlijke versterkte stad
beheer verschillend van die voor fortengordels rond Antwerpen.
met citadel. Besangon is samen met 11 andere sites verdeeld
De topografie in Besangon is wezenlijk anders dan die in onze Lage Landen. Afgezien van de valorisatie van de historische waarden wordt heel veel aandacht besteed aan een visuele
Citadelle (foto B. Girard, uit Généalogie et Patrimoine en Franche-Comté, Racines Comtoises, www.racinescomtoises.net)
inpassing van de vestingmuur van de citadel in de heuvelflank, als esthetisch accent en deel uitmakend van de compositie van de rots- en boswand. Hierin wordt het belang van zichtpunten vooropgesteld, worden muren als onderdeel van de compositie beoordeeld op kleur, worden ze volledig ontdaan van muurvegetatie, en worden zichtlijnen ontworpen. In dergelijk reliëf is een visuele waarneming, gezien de afstanden heel belangrijk. In de vlakke Antwerpse agglomeratie is dergelijke bekommernis niet reëel. De forten zijn groene enclaves geworden in de dichtslibbende stadsrand waarvan de belevingswaarde opnieuw functioneel wordt: de groene longen van de stad. Gezien de bebouwing rond de forten en het vlakke landschap zijn zichtpunten naar het fort hier geen issue. Bij het verdwijnen van het gebruik door de militairen werden onze forten opnieuw aan de stad gegeven. Het vlakke terrein vereenvoudigt tevens de mogelijkheden voor een ruimere toegankelijkheid, nodig om het gebruik door de stad te vergemakkelijken.
Ook wat betreft het beheer zien we verschillen tussen Vlaanderen en Besangon. De navelstreng met de militaire overheden werd in Besangon nooit volledig doorgesneden. Sinds 1959 is de
Plan Besarujon door Pierre d'Argent, 1575. Ingekleurde ets, voor het eerst uitgegeven in 1572 (© Bibliothèque municipale de Besangon, Gec Besangon 8.4)
Plan reliefde Besangon. Een eerste plan relief van Besan^on werd reeds in 1690 uitgevoerd. Dit is het tweede plan dat ook de vestingswerken van Vauban bevat en dat tussen 1720 en 1722 gemaakt is. Deze maquette bestaat uit hout, papier, zijde en metaal. Zij meet 6.21m op 4.30m. Het origineel exemplaar is te zien in Parijs (Grand Palais). Er bestaat een kopie in Besan^on (Musée du Temps, Palais Granvelle).
Citadelle (foto B. Girard, uit Généalogie et Patrimoine en Franche-Comté, Racines Comtoises, www.racinescomtoises.net)
Plan van Besancjon in 1710. Gezicht over Besan^on na de fortificatiewerken door Vauban op het einde van de regeerperiode van Lodewijk XIV, begin 18de eeuw. Anoniem zonder datum, veer, aquarel. (© Bibliothèque municipale de Besan^on, Gec 200.1)
stad Besan^on eigenaar van de citadel. Hierbij streeft de stad om de citadel te herbestemmen naar een plaats van cultuur en toerisme, én vooral van herdenking! Voor de stad blijft de link met de militairen immers belangrijk en de militairen zijn zich ook zeer bewust van hun patrimonium. Voor het beheer van moeilijk toegankelijke muurdelen en voor het onderhoud van terreinwerk wordt gewerkt in partnerschip met het 19* regiment van het genie. Ter plaatse werd ons een uiteenzetting gegeven
dooreen verantwoordelijke uit het legerkorps. Bij het beheer komt ook een sociaal aspect aan bod. Veroordeelden tot werkstrafworden structureel ingezet in het onderhoud en er bestaat een samenwerkingsverband met plaatselijke instanties (de ADDSEA) die een integratie op de arbeidsmarkt begeleiden.
Tijdens de driedaagse werd ook een persconferentie georganiseerd teneinde de resultaten van dit mid-term atelier toe te lichten. Meer informatie over het AT FORT project kan men vinden op de websites: http://www.atfort.eu/, interessante informatie: Les Cahiers du Réseau Vauban nr.2, Sites Fortifies, territoires de projets, actes de colloques du 7 juillet2oio, ISBN: 978-2-9538891-1-6, Besangon, november 2011, en ook www.sites-vauban.org.
beschermd binnen de wetgeving onroerend erfgoed, namelijk
Studiedagen
één mobiele stoomketel als deel van de Transfo-site in Zwevegem en de stoomkraan in Antwerpen als varend erfgoed. In Vlaanderen zijn in totaal dus negentien stoomwerktuigen en een dertigtal stoomketels beschermd. Van deze stoommachines
CU
Leni Thiers
staan zes machines nog onder stoom. De erfgoedconsulenten beheer industrieel erfgoed, Kathleen
STOOMCURSUS OP i , 8, 15 EN 25 MEI 2013
Moermans en Leni Thiers, volgen de restauratie en het onderhoud op van de beschermde stoommachines, terwijl Maarten
12
Het stoomerfgoed staat symbool voor de industriële revolutie.
Van Dijck, als erfgoedonderzoeker industrieel erfgoed, bij be-
De komst van de stoommachine luidde samen met steenkool
schermingsdossiers tevens in contact komt met het stoomerf-
en staal de industrialisering van de westerse wereld in. In de late
goed. De drie collega's volgden in het voorjaar een stoomcursus
i9 de en vroege 20s,e eeuw telde Vlaanderen duizenden stoomma-
met als doel hun kennis over stoomwerktuigen en -ketels te
chines en -ketels van verschillende types. Naast de stationaire
verdiepen en verbreden om aldus dit erfgoed ook in Vlaanderen
stoommachines (niet-mobiele machines) met aparte stoom-
beter te kunnen beheren.
ketel, werd een heel arsenaal aan mobiele stoomwerktuigen ontwikkeld. Stoomtreinen, stoomtractoren, stoomwalsen,
De cursus wordt georganiseerd door de Nederlandse Vereniging
stoomvrachtwagens, locomobielen, stoomboten, ... dienden als
tot Behoud van Stoomwerktuigen. Deze vereniging zet zich
transportmiddel of als verplaatsbare aandrijving.
voornamelijk in voor de mobiele stoomwerktuigen, maar de meeste leden zijn tevens vrijwilliger op het stoompompgemaal
In Vlaanderen zijn vijftien stationaire stoommachines beschermd
Hertog Reijnout in Nijkerk en zijn dus ook gekend met de statio-
als monument. Daarenboven genieten de twee stoommachines
naire machines. De Vereniging is zelf eigenaar van een stoom-
gelegen in de elektriciteitscentrale van Langerbrugge een voor-
wals, stoomtractor en locomobiel en biedt ondersteuning aan
lopige bescherming als monument. Een dertigtal geklinknagelde
particuliere eigenaars van stoomwerktuigen. De cursus heeft tot
stationaire stoomketels maken deel uit van een beschermd
doel eigenaars en geïnteresseerden te leren op een verantwoor-
monument. Het mobiele stoomerfgoed hoort eerder thuis bij
de manier om te gaan met hun eigendom. Tijdens de cursus
het roerend erfgoed. Toch zijn ook twee mobiele stoommachines
leert men de werking en bediening van de stoomwerktuigen
Stoomwals (foto M. Van Dijck)
f
. • ,:' * Ik*
Restauraties •"«
-A-
—i
QJ
Persbericht
Ö RESTAURATIE VAN HET LAM GODS Het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium (KIK), dat de conservatie-restauratie van het Lam Gods van de gebroeders
•rH
PQ 13
Van Eyck uitvoert, presenteert na negen maanden werk de eerste
Stoomtractor (foto M. Van Dijck)
tussentijdse resultaten van de behandeling en het onderzoek. Op 2 oktober 2012 werden de acht zijluiken van het retabel in gesloten toestand naar het speciaal daartoe ingerichte restaura-
kennen. Bovendien krijgt men verschillende praktische onder-
tieatelier in het Museum voor Schone Kunsten te Cent gebracht
houds- en restauratietips.
en ging de eerste fase van de campagne van start. Na een doorgedreven documentatie met hoge resolutiefoto's onder daglicht,
De cursus bestaat uit drie theoriedagen, gevolgd door een prak-
UV-licht en technische detailopnamen werd het oppervlak van
tijkdag. Tijdens de eerste theoriedag worden de ketelconstruc-
de acht beschilderde panelen gereinigd. Vervolgens werden de
ties en de eigenschappen van stoom toegelicht. De tweede
meest recente vergeelde vernislagen, voornamelijk synthetisch
theoriedag gaat dieper in op de werking en bediening van de
ketonvernis aangebracht sinds de jaren 1950, progressief verwij-
stoom(expansie)machine zelf, evenals de stoomverdeling met
derd. Na deze eerste reinigingsfase werd het internationale
buiten- en binnenladende schuif. Tevens worden de verschil-
expertencomité samengeroepen en werd er unaniem geadvi-
lende systemen voor smering en voorziening van voedingwater
seerd om de vernisafname en het verwijderen van oude over-
toegelicht. De laatste theoriedag geeft praktische tips over een veilige omgang met het stoomwerktuig, de toepassing van verschillende pakkingmaterialen, het afstellen van lagers en de stangafdichtingen. De theoriedagen worden gecombineerd met plaatsbezoeken, aan het atelier van de Vereniging en het stoom-
schilderingen verder te zetten. Dit vergemakkelijkt het fixeren van de onderliggende opgestuwde verflagen, maakt het verwijderen mogelijk van overschilderingen, retouches en fragmenten van vernislagen die na verdere veroudering mogelijk niet meer oplosbaar zullen zijn, én brengt ons dichter bij de originele
pompgemaal Hertog Reijnout. Tijdens de praktijkdag leren de cursisten de stoomwerktuigen op druk houden en rijden ze met een Kemna-stoomtractor, twee stoomwalsen en een model op 1/3 van een stoomtractor. De Kemna-stoomtractor werd gebouwd om zwaar materiaal naar het front te brengen tijdens WOI. Bij levering was de oorlog echter reeds afgelopen, waarna de stoomtractor werd ingezet voor verschillende landbouwdoeleinden. De stoomtractor heeft twee cilinders en is de enige machine met twee versnellingen. Beide walsen werden gebruikt in de wegenbouw. Een van de stoomwalsen is een monocilinder, de andere is een compoundstoommachine.
De stoomcursus wordt jaarlijks ingericht. De volgende staat gepland in het voorjaar 2014. Meer info hierover vindt u op: www.stoomwerktuigen.nl/stoomwerktuig/Stoomcursus.htm Het stoompompgemaal Hertog Reijnout te Nijkerk is van april tot oktober regelmatig open en onder stoom. Dit is de perfecte locatie om een stoompompgemaal het water uit de Hollandse polders te zien pompen! Meer info op: http://stoomgemaalhertogreijnout.blogspot.nl/
Detail van een hand van Johannes de Doper: door het wegnemen van de vemislaag, de vroegere retouches en oude overschilderingen wordt de slijtage van de verflaag zichtbaar (foto K1K.-IRPA Brussel)
Paneel met venster en stadsgezicht na het verwijderen van de oude vernislagen links op het paneel (foto KIK-IRPA Brussel)
verflagen van Van Eyck, met al hun visuele kwaliteiten. Tijdelijk zullen de panelen er wel meer gehavend uitzien doordat oude
En ten slotte verschijnt een catalogus bij Het Lam Cods ont(k)leecl!, de succesrijke vaste expositie in het Caermersklooster. De catalogus wordt hieronder besproken.
u
beschadigingen, retouches en overschilderingen zullen worden
Ö
de behandeling zullen de zones met slijtage en de lacunes zorg-
Linda Wylleman
(L)
vuldig geretoucheerd worden.
HET LAM GODS ONT(K)LEED! Red. Annick Born en Maximiliaan P.J. Martens Gent, Provinciebestuur Oost-Vlaanderen, 2013,132 p. ISBN 978-90-7431-178-6
blootgelegd en vervolgens verwijderd. In een volgende fase van
Het KIK onderzocht eveneens de originele lijsten, die door de
Ö •T—I
PQ 14
Vlaamse Primitieven en in het bijzonder Jan Van Eyck vaak werden opgevat als een onlosmakelijk element van zijn schilderijen. Aan de hand van proefvensters kon worden bepaald dat de polychromielaag, in de vorm van een steenimitatie, niet overal een overschildering is en dat ze zich, tegen de verwachtingen in, op een groot oppervlak nog in relatief goede toestand bevindt. Het zou dus mogelijk zijn om ook deze originele polychromie van de lijsten, die nu grotendeels geretoucheerd en overschilderd zijn, bloot te leggen en te restaureren. Tevens kon de precieze techniek van de polychromie in beeld worden gebracht. Een hot topic bij het bestuderen en blootleggen van de lijsten is het kwatrijn dat kunsthistorisch van groot belang is. De eerste reinigingsvensters wijzen uit dat de letters vormelijk afwijken van de toonaangevende historische transcriptie. Het verder blootleggen van polychromie en kwatrijn kan kostbare informatie opleveren over in welke periode het opschrift werd aangebracht, naast het esthetische belang voor het veelluik. Na de andere panelen voerde Pascale Fraiture ook een dendrochronologisch onderzoek uit van de panelen van Adam en Eva. Hieruit bleek dat hout van eenzelfde boom werd gebruikt voor het paneel van Eva en voor dat van de pelgrims. Dit staaft de hypothese dat de panelen van het onderste en bovenste register in eenzelfde fase werden vervaardigd en dus mogelijk ook
Naar aanleiding van de tentoonstelling in het Gentse Caermersklooster (Vrouwebroerstraat) brengt het Provinciebestuur een degelijk en mooi geïllustreerd drietalig boek uit als handleiding bij de tentoonstelling die loopt gedurende de restauratie van het Lam Gods en dus tot 2017.
In dit naslagwerk worden de volgende onderwerpen belicht: biografie van Hubert en Jan Van Eyck, de iconografie van het altaarstuk, het beroemde kwatrijn op de lijst van de buitenste panelen, de opdrachtgevers Joos Vijd en Elisabeth Borluut en hun kapel in de Sint-Baafskathedraal, de bewogen geschiedenis en restauraties van het altaarstuk. Het hoofdstuk techniek brengt ons de reconstructie van het schildersproces, en de techniek van persbrokaat als imitatie van zijdeweefsels. Tenslotte worden de onderzoeksmethoden toegelicht, namelijk radiografie, infraroodreflectografie, analyse met ramanspectroscopie, totalereflectie- X-stralen fluorescentie.
beschilderd. Dit is een nieuw gegeven voor het begrip van de genese van het veelluik. Een andere intrigerende ontdekking was die van enkele gelaatstrekken die doorschemeren in de luchtpartij van het paneel met het interieur met stadsgezicht. Infraroodreflectografie en beeldbewerking maakten het mogelijk om dit gezichtje beter te visua-
Varia
liseren. Aangezien deze tekening zich onder de originele verflaag bevindt, dateert ze zeker uit de tijd van Van Eyck, al is op dit ogenblik nog niet duidelijk wie ze aanbracht, noch wat de precieze bedoeling ervan was.
Patrick van Waterschoot, secretaris van de Vlaamse Heraldische Raad
De website closertovaneyck@kikirpa.be zal na het beëindigen van de restauratie verder uitgebouwd worden, dankzij financiering van de Getty Foundation en het Cieskes-Strijbis Fonds, met inbegrip van een documentaire omtrent de huidige campagne.
JAARLIJKSE UITREIKING VAN VLAAMSE WAPENBRIEVEN IN HET HOTEL ERRERA Op vrijdag 5 juli 2013 was de statige ambtswoning van de
Op 27 juni opende de provincie Oost-Vlaanderen, die instaat voor de publiekswerking, in het Provinciaal Cultuurcentrum Caermersklooster de tweede wisseltentoonstelling met als onderwerp Wat vertelt het Lam Cods?. Verder werd samen met de andere partners een gratis folder gemaakt die het aanbod presenteert in de drie Gentse locaties: Caermersklooster, Museum voor Schone Kunsten en de Sint-Baafskathedraal.
Vlaamse Minister-president andermaal het decor voor deze jaarlijkse plechtigheid. Voor de twaalfde maal al vond deze uitreiking van de officiële wapendiploma's plaats. Twaalf families en twee verenigingen of instellingen mochten er hun wapenbrief in ontvangst nemen. Minister Geert Bourgeois moest zich laten verontschuldigen en liet de honneurs waarnemen door mevrouw Sonja Vanblaere, administrateur-generaal van het agentschap Onroerend Erfgoed.
De beschrijving van het wapen van de heer Coolsaet luidt: Doorsneden, boven in goud een nachtegaal van sabel staand op een drietoppige heuvel van keel, onder in sinopel bezaaid met vierbladen van goud. Helmteken: een uil van zilver, gebekt en gepoot van goud, de rechterpoot op een schildje, schuingevierendeeld van lazuur en van zilver. Wapenspreuk: CRESCAT CARITAS in letters van keel op een lint van goud. • 1—1
Ook de heer Johan Vanderheyden, gewezen voorzitter van de Stichting Vlaams Erfgoed kreeg door de Vlaamse regering een wapen aangeboden voor zijn verdiensten voor het Erfgoed in
Tekening wapen Bo Coolsaet
Tekening wapen Johan Vanderheyden
Vlaanderen. De beschrijving van dit wapen luidt:
Sinds het bestaan van het decreet van 3 februari 1998 is het voor
In goud een éénbogige brug van sabel gemetseld van goud,
privépersonen en instellingen mogelijk om officieel een wapen
boven vergezeld van vier heidebloempjes van lazuur. Helm-
toegekend te krijgen. De Vlaamse regering verleent dit recht op
teken: een nachtreiger van natuurlijke kleur, de rechterpoot
advies van de Vlaamse Heraldische Raad (de 5de afdeling van
op een schildje schuingevierendeeld van lazuur en van zilver.
de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschap-
Wapenspreuk: MODESTIA ET PERSEVERANTIA in letters van
pen). Tot hiertoe maakten meer dan 180 privépersonen, vereni-
goud op een lint van sabel.
gingen of instellingen hiervan gebruik. In deze beide wapens is de familienaam letterlijk uitgebeeld: het Voorzitter André Vandewalle benadrukte in zijn toespraak dat
koolzaad en de heidebloempjes. Dit noemt men een sprekend
het uitsluitend om burgerlijke en niet om adellijke wapens gaat.
wapen. Tevens is in het helmteken van beide heren een verwij-
Burgerlijke wapens en wapens van instellingen hebben een
zing naar de erfgoedsector opgenomen in de vorm van het
eeuwenoud bestaansrecht. Het erkennen of toekennen van een
bekende blauwwitte schildje.
wapen is een volstrekt vrijwillige actie die ingaat op de wens van personen, instellingen en verenigingen om, los van enige snoe-
Ook de families Filip Esprit, Georges Van Erck, Eric Cabri, Koen
verij of elitarisme, een identiteit uitte drukken, een bewustzijn
Terryn, Jean-Paul Boon, Benno Hinnekint, Gregoir Maertens,
te behoren tot een groep, een gemeenschap of een familie. Dat
Fernand Huts, Maurice Desmedt en mevrouw Catherine Vander-
dit gebeurt met een traditionele vormentaal en met eeuwenoude
stricht en ook de Basiliek en de Edele Confrérie van het Heilig
kleuren en symbolen, onderstreept de gehechtheid van de Vla-
Bloed uit Brugge voeren voortaan een door de Vlaamse regering
mingen aan hun roots en aan de waarden die de vorige genera-
erkend wapen. Na het poseren voor de groepsfoto werd een
ties ons hebben doorgegeven.
receptie aangeboden in de spiegelzaal van het hotel Errera.
Heraldiek is een stuk immaterieel erfgoed dat eeuwenlang in Vlaanderen leefde en nu heropleeft. Door het voeren van een wapen benadrukt de drager op een symbolische wijze zijn identiteit, maar ook zijn verbondenheid met familie en leefwereld. Mevrouw Vanblaere nam hierop het woord. Zij dankte de voorzitter en de leden van de Vlaamse Heraldische Raad voor hun onafhankelijke en kritische benadering van de aanvragen voor privéwapens. De administrateur-generaal schetste in haar toespraak de rijke geschiedenis van het hotel Errera. Zij feliciteerde alle aanvragers met hun wapenbrief waarna werd overgegaan tot de uitreiking, terwijl Raadslid J. Dauwe, in de kledij van 'Vlaams wapenheraut' lezing gaf van de blazoenering (of heraldische beschrijving) van elk wapen. De genodigden kregen tegelijkertijd een afbeelding van het wapen in kwestie te zien op groot scherm. Als eerste kwam De heer Bo Coolsaet aan de beurt. Hij is voorzitter van de Raad van Bestuur van het Forum voor Erfgoedverenigingen. Als blijk van erkentelijkheid ontving hij dit prachtige wapen van de Vlaamse regering.
Uitreiking van de wapenbrieven in Hotel Errera (foto H. Denis)
^
"Ik vind dat men bij de schets (circumscriptio) in het bijzonder daarop moet letten, dat zij wordt gemaakt met zo dun mogelijke lijnen, die bijna aan het gezicht ontsnappen (...). Een schets is immers niets anders dan het neerzetten van omtrekken, en als men haar met duidelijk zichtbare lijnen maakt, zal men die in de schildering niet zien als de grenzen van de oppervlakken maar als scheurtjes. Daarom zou ik willen dat niets anders in schets wordt neergezet dan de randen van de omtrekken, waarop men mijns inziens duchtig moet oefenen. Geen enkele compositie en geen enkele lichtinval zullen lof oogsten als de schets ontbreekt. Een schets alleen is daarentegen dikwijls heel aangenaam. iaat men dus veel werk maken van de schets."
Kong, 2008, 5 (http://www.hsstudyc.org.hk/en/tripod_en/ en_tripod_148_05.html); T1C0ZZI Sergio, Celso Costantini's Contribution to the Localization and Inculturation of the Church in China, in Tripod, Hong Kong, nr. 148, 2008, } (http://www.hsstudyc.org,hk/en/tripod_en/en_tripod_148_03.html) (65) Vincent Lebbe CM, Lei Ming-yuan (1877-1940). (66)Brief van A. De Moerloose aan pater Karel Van de Vyvere, Yangjiaping, ig februari 1925. Leuven, KADOC, Archief C1CM, T.I.a.14.3.2. (67) VAN DE PERRE Dirk, Op de grens van twee werelden. Beeld van het architectuuronderwijs aan het Sint-Lucasinstituut te Gent in de periode 1919-1965/1974, Gent, 2003, p. 29-125. (68)COSTANTINI Celso, L'universalité de l'art chrétien, in Dossiers de la Commission synodale. Numero special sur l'art chrétien chinois, jg. 5, Beijing, 1932, p. 410-417; ID., L'art chrétien dans les missions.Manuel d'art pour les missionnaires, ParijBrugge-Amsterdam, 1949, p. 214-221; Themanummer van L'Artisan liturgique. Abdij Zevenkerken, nr. 24, januarimaart 1932. (6g) Brief van A. De Moerloose aan pater Karel Van de Vyvere, Yangjiaping, 28 augustus 1924. Leuven, KADOC, Archief CICM, T.I.a.14,3.2. {70) COOMANS Thomas, Indigenizing the Catholic Architectural Canon in China: From Western-Gothic to Sino-Chinese Church Design, 1900-1940, in CHU Cindy Yik-yi (red.), Chinese Catholicismfrom1900 to the Present, New York: Palgrave and October 2012, Suzhou: Transport Research Publications, Bouwwerf van de neogotische Macmillan, 2014 (ter perse). 2012, p. 69-77. kerk van Caojiayingzi, onder (71) Dom Adelbert Gresnigt OSB, Ge Li-si (1877-1856). COOM- (84) Brief van A. De Moerloose aan pater Karel Van de Vyvere, leiding van pater De Moerloose ANS Thomas, La creation d'un style architectural sino-chré- Yangjiaping, ig februari 1925. Leuven, KADOC, Archief in 1903 tien. L'ceuvre d'Adelbert Gresnigt, moine-artiste bénédictin en CICM, T.I.a.14.3.2. (© KADOC. Archief CICM) Chine (1927-1932J, in Revue Bénédictine, jg. 123, nr. 1, 2013, (85) Zie bijvoorbeeld: BREMNER Alex, Imperial Gothic: Religious p. 128-170. Architecture and High Anglican Culture in the British Empire, c.1840-1^70, Yale University Press, 2013. (72) LUO Wei, op. cit., 2013, p. 168-178. (73) Brief van A. De Moerloose aan pater K. Van de Vyvere, (&6)New Directions in Gothic revival Studies Worldwide, University of Kent, Canterbury, 13-14 juli 2012. Een selectie van Yangjiaping, ig februari 1925. Leuven, KADOC, Archief herwerkte lezingen, onder meer de bijdrage: COOMANS CICM, T.I.a.14.3.2. Thomas, Pwgin Worldwide: From the True Principles and the (74) COOMANS Thomas, A Pragmatic Approach to Church Construction in Northern China at the Time of Christian Incultura- Belgian St Luke's Schools to China and inner Mongolia, wordt tion. The Handbook 'Le missionnaire constructeur' (Xianxian, gepubliceerd in de reeks KADOC Artes. 1926J, in Frontiers of Architectural Research, 2, 2013 (ter (87) COOMANS Thomas, Indigenizing the Catholic Architectural perse). Canon in China: From Western-Gothic to Sino-Chinese Church Design, 1900-1940, in CHU Cindy Yik-yi (red.), Chinese (75) COSTANTINI Celso, Con i missionari in Cina (1922-1933). Catholicism from 1900 to the Present, New York, Palgrave and Memorie difrati e di idee, vol. 1, Rome, 1946, p. 211-213 (brief Macmillan, 2014 (ter perse). uit 1925) en p. 115-116. (76) BRUN Louis, Le P. De Moerloose décoré, in tes missions de Chine, 1928, p. 202. (77) Mon Van Genechten CICM, FangXisheng (1903-1974); Jozef Raskin CICM, Gan Baozhen (1892-1943). SWERTS Lorry en DE RIDDER Koen, Mon Van Genechten (1903-1974J. Flemish Missionary and Chinese Painter. Inculturation of Chinese Christian Art (Leuven Chinese Studies, n), Leuven, 2002; RASKIN Brigitte, De eeuw van de ekster. Fen Belgisch levensverhaal, Amsterdam, 1994. (78) Jozef Michiels CICM, Mi Hua Zhong (1895-1964), Leo Vendelmans CICM (1882-1964). LUO W., op. cit., 2013, p. 220230 en 233-242; DESMETH Georges, PINT Armand, VAN POUCKE Eugeen en WALRAVENS Marc, Pastoor leo Vendelmans en zijn parochie Sint-Stefaan te Negenmanneke van 1931 tot 1962, in Lewe. Tijdschrift van de werkgroep voor streeken volkskunde van Sint-Pieres-Leeuw, jg. 32, nr. 4, 2012. (79) NUYTS Jozef, Fn tournee a travers le Vicariat, in Missions de Scheut, 1938, p. 218-219. (80) Ne'crologie. A ia mémoire du R.P. Alphonse De Moerloose, in Missions de Scheut, jg. 40, nr. 5,1932, p. 119. (81) VAN HECKEN J.L, op cit., 1968. (82) De eerste bescherming van een kerk als nationaal monument in China vond plaats in 1988 met de neogotische Wanghailou (Notre-Dame des Victoires, 1870 en 1900) in Tianjin; in 1996 volgden de Franse neogotische kathedraal van Guangzhou (1863-1885) en de neobarokke Zuidkathedraal (Nantang) van Beijing (1901). (83) Bijvoorbeeld: LAU Leung-kwok Prudence en COOMANS Thomas, Modem Architectural Influences of Western Construction Companies in China. The Crédit Fonder d 'Fxtrême-Orient, 1907-1959, in WILLIAMS, Austin en DOUNAS Theodoros (reds.), Masterplanning the Future - Modernism: East, West fij Across the World. The Proceedings of an International Conference held at Xi'an Jiaotong-Liverpool University on 18-igth
M & L I 33
De ondertekening op muurschilderingen met afs casus de Sint-Janskerk van Mechelen arjan Buyle
Ter voorbereiding van een muurschildering schetst de schilder eerst een al dan niet gedetailleerd uitgewerkte tekening op de muren. De Italiaanse sinopia, de rode ondertekeningen op de fresco's, zijn heel bekend, maar ook op muurschilderingen in onze streken is de ondertekening een interessant gegeven. Vermits deze nadien overdekt wordt met de verf van de schildering, is de ondertekening normaliter niet meer zichtbaar. Door natuurlijke slijtage van de verflaag of door het gebruik van onderzoekstechnieken, kan de ondertekening - gedeeltelijk - opnieuw zichtbaar worden. Er werd nog geen specifieke studie aan ondertekeningen op muurschilderingen gewijd. In het beste geval worden ze terloops vermeld in de restauratieverslagen of publicaties. Nochtans zijn ze belangrijke getuigen van het ontstaansproces van een middeleeuwse muurschildering en het zorgvuldig documenteren ervan is daarom heel belangrijk. Als casus worden in deze bijdrage, naast andere voorbeelden, vooral de nieuw ontdekte muurschilderingen van rond 1400 in de Sint-Janskerk van Mechelen belicht (1). Op de metershoge voorstellingen van de heilige Christoffel enerzijds en heilige Joris in zijn gevecht met de draak anderzijds, zijn de ondertekeningen immers bijzonder duidelijk zichtbaar.
Detail van het hoofd van Sint-Christofrei (ca. 1400) op de muurschilderingen van de SintJanskerk in Mechelen: de ondertekening is door de slijtage van de verflaag duidelijk zichtbaar (foto K. Vandevorst)
De ondertekening bij Italiaanse muurschilderingen Over ondertekeningen op Italiaanse muurschilderingen zijn we daarentegen wel goed ingelicht. Dit heeft te maken met de techniek van het fresco en met de restauratiepolitiek- en praktijk uit de tweede helft van de 20 s,e eeuw. Door de dramatische overstroming van Firenze in 1966 kwam het afnemen van fresco's in een stroomversnelling. Maar zelfs vóór deze tragische gebeurtenis werd door het toenmalig hoofd van de monumentenzorg in Toscane, Ugo Procacci, in samenwerking met zijn naaste medewerkers, de restaurateurs Umberto Baldini en Paolo Dal
34 I M
L
' .
-
,
"
•
"
•
,
:
.
'
•
^
en tentoongesteld worden. Uit hun context gerukt en 'verlost' van hun natuurlijke symbiose met de architectuur, was dit uiteraard een politiek die nu de wenkbrauwen doet fronsen.
,
Sinopia van de engel van de Boodschap door Benozzo Cozzoli, Camposanto Pisa: de tekening is zeer plastisch en gedetailleerd uitgewerkt ( © Opera Primaziale Pisana)
^
f | ^
Poggetto, een programma van systematische afnames van fresco's uitgewerkt (2). Deze ingreep werd toen namelijk noodzakelijk geacht voor het behoud en de conservatie van de muurschilderingen. Men beschikte nog niet over de huidige inzichten en technieken om de drager van de muurschilderingen, de muren dus, in situ te behandelen, wanneer deze te lijden hadden onder vochtproblematiek, zouten, waterinfiltraties en bouwkundige problemen. Door deze restauratiepraktijk van het systematisch van de muur afnemen van fresco's werden deze muurschilderingen plots 'roerend' erfgoed dat, net zoals de schilderingen op paneel of doek, kon verplaatst worden, kon reizen
Wat bij deze afnames op grote belangstelling kon rekenen was het vrij ongekende fenomeen van de ondertekeningen. De techniek van het fresco laat immers toe om de verflaag en de ondertekening apart af te nemen en naast mekaar tentoon te stellen. Voor een fresco wordt er namelijk eerst een ruwe mortellaag {arriccio) aangebracht op de muur, waarop de ondertekening werd aangebracht. Omdat deze meestal in rode verf werden opgehoogd, werden ze sinopia genoemd, naar de stad Sinope aan de Rode Zee waar dit specifiek pigment gewonnen werd. Na goedkeuring van deze sinopia kon de frescoschilder aan zijn eigenlijke werk beginnen: dat deel van de sinopia - meestal een hoofd of de rest van een figuur of een gedeelte met lucht of landschap -, dat op één dag uitgewerkt kon worden, werd bedekt met een dunne, fijne en gladde mortellaag (intonaco) waarop geschilderd werd in de natte pleister. Een chemische reactie tijdens het drogen fixeerde de pigmenten duurzaam in deze toplaag en een bindmiddel was dus niet nodig. Omdat de ondertekening en de eigenlijke schildering zich op twee onderscheiden mortellagen bevinden, is het ook mogelijk ze apart af te nemen en op een nieuwe drager te monteren. Deze sinopia werden op die manier ontzettend populair, omdat ze de meest persoonlijke expressie van de schilder zijn en altijd eigenhandig door de meester zelf werden uitgevoerd. De rondreizende tentoonstelling Fresques de Florence, bedoeld om Europese landen te bedanken voor hun hulp tijdens en na de overstroming, speelde hierin een sleutelrol (3).
M & L I 35
Eén van de spraakmakendste ontdekkingen van een sinopia was de maagd van de Boodschap in het oratorium van San Galgano in Montesiepi (Siena), geschilderd door Ambrogio Lorenzetti in de eerste helft van de i4 dc eeuw, waar de ondertekening een verschrikte jonge vrouw toont die zich in angstig aan een zuil vastklampt. Alhoewel deze afwijkende iconografie de opdrachtgever in eerste instantie niet moet gestoord hebben, vermits het immers werd uitgevoerd, werd deze figuur slechts korte tijd later toch overschilderd met een meer traditionele voorstelling van de maagd die sereen haar lot aanvaardt (4).
.
De ondertekening bij muurschilderingen ten noorden van de Alpen
::
^
<•
Sinopia van Maria van de Boodschap (1350) door Ambrogio Lorenzetti, kerk van San Calgano in Montesiepi/ Siena: schetsmatige ondertekening (fotoM. Buyle)
De zegenende hand
De Italiaanse frescotechniek was hier zowat onbekend en amper gebruikt. Ten noorden van de Alpen werd er meestal geschilderd met temperaverven, met andere woorden de pigmenten werden gemengd met een bindmiddel en aangebracht op een al dan niet volledig droge pleisterlaag. Het verschil in techniek heeft ook als gevolg dat op dit soort schilderingen de ondertekeningen zich op dezelfde laag bevinden als de uiteindelijke muurschildering en niet op een intermediaire tussenlaag. Dit betekent dat men de muurschilderingen en de ondertekening niet apart kan afnemen. Dit afnemen van muurschilderingen is hier - gelukkig maar - ook nooit zo massaal uitgevoerd. Engeland was hierin een uitzondering, omdat ook daar het afnemen van muurschilderingen nog tot ver in de tweede helft van de 20s"! eeuw tot de dagelijkse restauratiepraktijk behoorde, en ook hier werd als reden aangevoerd dat men anders het duurzaam behoud ervan niet kon waarborgen (5). Naast deze 'nobele' redenen, zijn er ook altijd in de geschiedenis heel wat minder fraaie redenen geweest om muurschilderingen af te nemen zoals vandalisme en diefstal van fragmenten om ze te verkopen als collector's item.
Onafgezien van het al dan niet afnemen van schilderingen, valt er over ondertekeningen op 'onze' muurschilderingen wel één of ander te zeggen. In theorie zijn de tekeningen niet zichtbaar, maar in de praktijk kan men vaak een gedeelte of hele tekeningen zien. Dit heeft te maken met verschillende oorzaken zoals het doorschijnender worden van de verflagen, het dunner worden ervan door slijtage of door overmatige en ondeskundige reinigingen in het verleden, en het zichtbaar maken van ondertekeningen met technische onderzoeksapparatuur, al is dit laatste op het gebied van muurschilderingen geen onverdeeld succes.
van het jezuskind op de muurschilderingen van de Sint-Janskerk (foto K. Vandevorst)
36 I M L
Soms zijn ondertekeningen of delen ervan niet omgezet in schildering, zoals op de laat-iS^'-eeuwse
Detail met ondertekening (?) van de vlinders op dezelfde koepelschildering (foto K. Vandevorst)
Detail van de gewelfschilderingen (1538) van de Onze-Lieve-VrouwLofkapel in de Antwerpse kathedraal: om zijn compositie te positioneren kraste Jan Crans een verticale middenlijn op het onregelmatig gevormde gewelfvlak (foto K. Vandevorst)
koepelversiering van het Italiaanse salon in het paviljoen De Notelaer in Hingene. Sommige vlinders werden blijkbaar nooit geschilderd, waardoor we nu de aarzelend subtiele tekening blijven zien. Gaat het hier om een vergetelheid? We kunnen ons moeilijk voorstellen dat dit een gewild effect was van de ervaren schilder Antoine Plateau, gezien de problematische zichtbaarheid van een dergelijke lijnvoering op deze grote hoogte. Materiaal en techniek van ondertekeningen Gemakkelijkheidshalve zullen we in deze bijdrage alle materialen en technieken ter voorbereiding van een muurschildering en haar positionering op het muurvlak als 'ondertekening' behandelen. Om de compositie op een groot of onregelmatig gevormd vlak zoals een gewelf te positioneren, kon de schilder gebruik maken van eenvoudige methodes zoals het onderverdelen van het vlak door middel van enkele lijnen of krassen. Op de gewelfvlakken van de Onze-Lieve-Vrouw-Lofkapel van de Antwerpse kathedraal is elk vlak verticaal in tweeën gedeeld met een zwarte lijn, waarmee de schilder Jan Crans zijn min of meer symmetrisch opgebouwde compositie verder uitwerkte (6). Men moet zich ook even voorstellen dat de werksteigers van toen niet dezelfde stabiele omstandigheden boden en dat zo'n positioneringslijn op een gebogen oppervlak geen overbodige luxe was. In de Sint-Jacobs-
M
L I 37
i. Detail van Johannes de Doper {eerste helft
3. Romaanse engel (i2 de -i3 de eeuw) op de ottoonse
•i4iie eeuw) in driepasnis in de Sint-Jacobskerk
muraalboog in de Sint-Laurentiuskerk van Ename/
van Brugge: de rode ondertekening van de
Oudenaarde: de nimbus is met een passer diep
architectuurlijnen die de kapitelen verbindt is
ingekrast; de passerpunt boven het linkeroog
opnieuw zichtbaar geworden
van de engel is duidelijk te zien
(fni(, M Buyie)
(foto M. Buyle)
2. Detail van de krans rond het wapenschild van
4. Op de steenschildering met dubbele rode
Antwerpen op het muurvlak van de Onze-Lieve-
voegen op de fragmenten uit de opgravingen van
Vrouw-Lofkapel van de Antwerpse kathedraal:
de Tongerse basiliek werd het tracé voorbereid
om de planten- en bloemenkrans te positioneren
door de afdruk van in verf gedrenkte koordjes
werd met de passer een dubbele cirkel ingekrast
(foto H. Denis)
(Into M Buyle)
38 I M L
kerk van Brugge zien we op de vroeggotische muurschilderingen een aantal rode lijnen waarmee de schilder zijn architecturale achtergrond van de driepasnissen construeerde. Een passer kon nuttige diensten bewijzen wanneer cirkels nodig waren en dit had meestal te maken met nimbussen of medaillons. De nimbussen van de romaanse engelen op het timpaan van de SintLaurentiuskerk van Ename bij Oudenaarde zijn zeer duidelijk met die ingekraste passerlijnen voorbereid. Dat deze zo zichtbaar zijn van dichtbij heeft weinig belang, omdat deze voorstelling zich op zo'n grote hoogte bevindt dat ze voor de normale bezoeker of gelovige toch niet meer kunnen gezien worden. Op het muurvlak van de Onze-Lieve-Vrouw-Lofkapel van de Antwerpse
Ondertekening op de gewelf-
Een vrouwelijke schilder brengt
schildering van de Onze-Lieve-
een ondertekening in houtskool
Vrouw-Lofkapel in de Antwerpse
aan, miniatuur uit Boccaccio's
kathedraal: de grisailleschildering
Le llvre des cières et nohïes femmes
is verdwenen en alleen de
(i5d8 eeuw), Ms. Fr. 599, f. 53 V
ondertekening met voluten met
( © Bibliothèque Nationale Paris)
gliefen en twee maskers Is bewaard (foto K. Vandevorst)
kathedraal zijn dubbele passerlijnen aanwezig om het omkranste medaillon netjes te kunnen uitwerken. Ingekraste lijnen zijn meestal goed waarneembaar met strijklicht. Met in verf gedrenkte koordjes kon men horizontale en verticale lijnen aanbrengen op de muur. De steenschildering van een nu verdwenen muurpartij van de basiliek van Tongeren, waarvan talrijke geschilderde steenfragmenten gevonden werden tijdens de opgravingen onder het koor, was met deze techniek gepositioneerd. De afdrukken van deze koordjes zijn op bepaalde stenen heel duidelijk te zien. Diverse materialen konden gebruikt worden bij het realiseren van de ondertekening. Uit handleidingen voor de Italiaanse schilders leren we dat de eerste schets gemaakt werd met houtskool, daarna verder aangeduid met zeer verdunde verf en vaak in okerkleur. Vervolgens werd de houtskooltekening verwijderd met een veer en werd de lichte okerkleurige schets opgehoogd met rode verf (7). In onze streken bemerken we vaak het gebruik van koolstofhoudende materialen zoals houtskoolstiften, zwart krijt, beenderzwart of koolzwart. De tekening kan zowel met een stift als met een penseel geschilderd zijn, dus met een droog medium of met een waterige techniek. De kleur van de ondertekening varieert van zwart naar rood en roodbruin.
Stijl van de ondertekening Een ondertekening werd altijd eigenhandig door de meester zelf vervaardigd en kan dus gegevens opleveren voor de hand van de schilder. De meeste ondertekeningen op muurschilderingen lijken vrij lineair te zijn uitgewerkt. Dit is in tegenstelling tot de ondertekeningen op paneelschilderingen, waarbij meestal schaduw- of reliëfwerking is toegevoegd in de vorm van diverse arceringen. Ondertekeningen kunnen schetsmatig uitgewerkt zijn of heel gedetailleerd. Meestal worden alleen de belangrijkste figuren geschetst en niet de details van de omgeving. De architecturale omkadering kan door een tekening gepositioneerd zijn. Ondertekeningen kunnen virtuoos neergezet zijn, of anderzijds aarzelend en schetsmatig, met dikke of dunne lijnen, regelmatig of onregelmatig, doorlopend of met gebroken of hernomen lijnen. Het fenomeen van de pentimenti Bijzonder interessant bij het bestuderen van ondertekeningen zijn de pentimenti. Dat zijn compositiewijzigingen tijdens het schilderproces, met andere woorden veranderingen ten opzichte van de oorspronkelijke tekening. Soms wordt de ondertekening zeer getrouw gevolgd, maar veel vaker zijn er kleine of grotere wijzigingen. Deze kunnen louter formeel zijn of anderzijds inhoudelijk, zoals het aanpassen van een (verkeerd) attribuut bijvoorbeeld.
IVI&L I 39
Wetenschappelijke apparatuur kan, vooral om financiële redenen, niet zomaar bij elk onderzoek of restauratiebehandeling ingezet worden.
Geschilderde nis met de voorstelling van Christoffel die de rivier doorwaadt met het Jezuskind op de schouder; links de kluizenaar met zijn
Een handleiding om muurschilderingen tijdens een restauratie zo volledig mogelijk te documenteren is thans in opmaak (8). Het documenteren van de ondertekeningen kan met diverse media gebeuren: een beschrijving in het restauratierapport, geïllustreerd met foto's, al dan niet met speciale effecten of belichtingen, calques (geheel of gedeeltelijk), fotobewerkingsprogramma's en wetenschappelijke technieken.
lantaarn (foto K. Vandevorst)
De muurschilderingen in de Sint-janskerk van Mechelen
De positie van de hand van het Jezuskind op de wereldbol is tijdens de uitvoering gewijzigd en volgde niet de oorspronkelijke ondertekening (foto K. Vandevorst)
Calque van de ondertekening op het gezicht van Jezus: kleine wijzigingen in de positie van ogen, neus en mond zijn zichtbaar (tek. E. Jacobs)
Het documenteren van ondertekeningen Bij het zo volledig mogelijk documenteren van de ondertekening wijzen we op de cruciale rol die de conservator-restaurateur hierin speelt, al was het maar door zijn soms maanden- of jarenlange positie 'oog in oog' met een bepaalde muurschildering. Deze geprivilegieerde situatie kan nooit volledig vervangen worden, zelfs niet door de meest gesofistikeerde apparatuur, maar kan deze wellicht nuttig aanvullen.
O V-. 1
Beschrijving van de vondsten Wat ondertekeningen betreft, zijn de muurschilderingen van rond 1400 in de Sint-Janskerk van Mechelen heel interessant. Op het einde van 2008 werd begonnen met het blootleggen van muurschilderingen in wat nu de 'eerste verdieping' van de toren is. Oorspronkelijk bestond de huidige intermediaire vloer niet en waren deze muurschilderingen zichtbaar in het ingangsportaal van de kerk. Op de noordmuur (9) bevindt zich de figuur van een monumentale heilige Christoffel, die meer dan 4 m groot is, en is afgebeeld terwijl hij de rivier doorwaadt, met op zijn schouder het Jezuskind, dat een zegenend gebaar maakt en een kruisvaantje en wereldbol in de hand houdt. Op de rotsachtige oever rechts staan enkele eikenbomen. Links komt de gezel van Christoffel, de kluizenaar, tevoorschijn uit een kleine kapel met klokkentoren. Op de zuidmuur, eveneens binnen een geschilderde spitsboogvormige nis en dus als 'pendant' geschilderd, is de heilige Joris afgebeeld in zijn heroïsche strijd tegen de draak. Hij zit op zijn witte paard en doorboort de nek van de draak met zijn lange lans. Links bovenaan wacht de jonge prinses in haar mooiste kleed en met haar lammetje in vol vertrouwen de goede afloop van de strijd af. Op de achtergrond vermoedt men nog het kasteel, waar de koning en koningin angstig toekijken. Ook deze voorstelling is in een rotsachtig landschap geplaatst met rechts een bos met eiken-, lindebomen en olmen. Waarschijnlijk waren hier twee schilders aan het werk: de eerste schilder bracht de architectuurpolychromie aan op en naast de ribben, op de kraagstenen met halflij fse mannenfiguren en hij schilderde ook de grote, met sjablonen afgeboorde nissen. De tweede schilder brengt daarna de vrij gedetailleerde ondertekening aan in koolzwart en werkt de compositie uit. Deze tweede schilder valt
40 I M
L
'/
#
f'
.-,_^
op door zijn trefzekerheid en monumentaliteit. Hij was dus zeker vertrouwd met dit soort opdrachten en hij was dus degene die de ondertekening uitvoerde. Dat we met twee schilders te maken hebben, is onder andere af te leiden uit een verschillend kleurenpalet: de eerste schilder gebruikte bijvoorbeeld ongemengd vermiljoen en een andere kwaliteit van koolzwart, waardoor de sjabloonversieringen heel verbleekt zijn. Materiaaltechnisch onderzoek Het materiaaltechnisch onderzoek en in het bijzonder de resultaten van de laboratoriumanalyses (io) door het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium (KIK) brachten enkele opvallende resultaten aan het licht: naast het gebruik van traditionele aardepigmenten, koolzwart en vermiljoen, werden er ook vrij zeldzame pigmenten, kleurstoffen en metalen geïdentificeerd zoals loodtingeel type I, indigo en tin. Het loodtingeel type I, dat courant voorkomt in de paneelschilderkunst, is hier voorbehouden voor de nimbus van het Jezuskind. De kleurstof indigo, dat eigenlijk geen pigment is maar wel een textielverfstof, werd gebruikt voor het kleed van Jezus en dat van de prinses op de andere muur. Voor de grijze wapenrusting van Joris werd tin aangewend. Het groene pigment is kopergroen. Voor het opvallende diepe rood van de mantel van Sint Joris werd een mengsel gebruikt van vermiljoen, rode aarde en menie. Kunsthistorisch onderzoek De ontdekking van deze schilderingen van rond 1400 is een belangrijke aanvulling op het schaarse monumentale muurschilderingebestand uit deze periode. Andere voorbeelden zijn de ensembles in een woonhuis aan de Spinolarei in Brugge (11) en de muurschilderingen in de Sint-Catharinakerk van Duisburg (12). In Brugge is eveneens een voorstelling van sint Joris met de draak bewaard, waaronder bustes van deugden in kleine nissen geschilderd zijn. Op de achterwand richting tuin is een vrij gehavende schildering van de helden van de oudheid met een triomfwagen nog gedeeltelijk bewaard. In de kerk van Duisburg zijn in het zuidtransept een aantal voorstellingen uit dezelfde periode bewaard, waaronder de heiligen Eligius en Jacobus de meerdere met een mooi afbeelding van geknielde en biddende stichtersfiguren.
gevrijwaard te zijn van de mala mors. Sint-Joris op de andere muur kan wellicht geïnterpreteerd worden als een huldebetoon van de Mechelse schutters aan hun vorst Jan zonder Vrees, ter gelegenheid van het schuttersfeest in 1404 en/of zijn Blijde Intrede in 1405 en dit uitgerekend in de Sint-Janskerk, toegewijd aan zijn patroonheilige (13).
Sint-Joris in zijn gevecht met de draak; links de geknielde prinses met het lam: op de achtergrond de stad op een rots tussen de bomen (foto K. Vandevorst)
De ondertekening op de schilderingen van de Sint-janskerk Het eerste wat opvalt is dat de ondertekeningen op veel plaatsen duidelijk zichtbaar zijn met het blote oog. Hun visibiliteit is in de huidige perceptie van deze verouderde en versleten schilderingen zo belangrijk dat ze nu zelfs een grote rol spelen in de leesbaarheid. De ondertekening ondersteunt zelfs op bepaalde plaatsen de originele compositie, hetgeen uiteraard niet de bedoeling was van de schilder. Alhoewel? De manen van het paard zijn bijvoorbeeld in de tekening zo gedetailleerd uitgewerkt dat men zich kan afvragen of het niet de bedoeling was dat deze zwarte lijnen zouden doorschemeren door de nerveuze en pasteuze witte schildering van de manen. Deze ondertekening is vlot en virtuoos, trefzeker en zonder aarzeling geschilderd. Hieruit kan men afleiden dat deze schilder vertrouwd was met monumentale composities. Ze zijn wel schetsmatig uitgevoerd: alleen de omtreklijnen, de plooien en de gelaatskenmerken zijn geschilderd. Er is evenwel geen enkele aanduiding van volumes of schaduwwerking door middel van arceringen.
De ondertekening schemert overal door de verflaag heen (foto K. Vandevorst)
De aanwezigheid van heilige Christoffel houdt verband met zijn rol als beschermer tegen de mala mors. Daarmee bedoelde men in de middeleeuwen de schielijke dood zonder sacramenten. Hij staat altijd op een prominente en goed zichtbare plaats, zodat zoveel mogelijk gelovigen hem elke dag konden zien. Het volstond immers om de voorstelling van Christoffel te bekijken om die dag
IVI&LI 43
De ondertekening van de golvende manen van het paard is heel gedetailleerd uitgewerkt (foto K. Vandevorst en tek. P. Schurmans)
Het lam is in enkele trekken geschetst; de vorm van de kop is
De ondertekening betreft alleen de personages en de grote dieren: Christoffel, Joris, de prinses met haar lam, het paard en de draak werden op de muur geschetst, en niet het landschap, de bomen, de rotsen of het kasteel.
gewijzigd. Het rode koordje lijkt oorspronkelijk niet voorzien: het is aarzelend geschilderd en heeft geen ondertekening {foto K. Vandevorst)
De vorm van het rijk versierde rugschild van Sint-Joris is duidelijk gewijzigd {foto K. Vandevorst)
44 I M&L
Wat opvalt zijn de talrijke pentimenti. Ze zijn niet 'inhoudelijk', maar hebben alleen te maken met positionering en verschuivingen van hoofden en handen vooral, soms van plooien. Vrij grote veranderingen in vorm en compositie zijn te zien aan het gebogen rugschild van Sint-Joris. Wat het Jezuskind betreft tonen de pentimenti een verschuiving van de plaats van de ogen, de neus en de mond. Ook de plaatsing van zijn hand op de wereldbol is verschoven.
De ondertekening van de helm met open vizier levert ons alle details die door de slechte bewaringstoestand verloren gingen, maar die wel zichtbaar zijn op bijvoorbeeld een miniatuur van een Brugs getijdenboek van circa 1390-1400, Sloane 2683, f. 14 v { © British Library London)
De ondertekening is geschilderd in vrij dikke zwarte lijnen en met een penseel. Het vraagt enige oplettendheid om ze bij het documenteren niet te verwarren met de geschilderde eveneens zware omtreklijnen, die de schilder aanbracht na het beëindigen van zijn composities.
Verdere onderzoekpistes Men kan zich afvragen wat de specifieke functie was van de ondertekening. Wellicht had deze verschillende bedoelingen. Voor het schilderen op zo'n grote oppervlakken is het uiteraard aangewezen dat de schilder op voorhand de composities op dit grote vlak positioneert. Een ondertekening werd ongetwijfeld ook gepresenteerd aan de opdrachtgever, die zich zo een idee kon vormen van de uiteindelijke voorstelling. Het is eveneens denkbaar dat de clerus op die manier op voorhand de iconografische en doctrinaire correctheid van belangrijke voorstellingen of cycli kon controleren. De ondertekening biedt aan de schilder een hulpmiddel voor de eerste invulling van zijn kleurvlakken. Wanneer sporen van ondertekeningen op muurschilderingen systematisch geregistreerd en gedocumenteerd worden, zal op langere termijn een vergelijking kunnen gemaakt worden tussen ondertekeningen op verschillende muurschilderingen en tussen ondertekeningen op muur- en paneelschilderingen.
Het is bekend dat schilders allerlei opdrachten kregen: paneelschilderingen, muurschilderingen, beschilderen van schilden en vaandels, polychromeren van beelden, ontwerpen van versieringen voor blijde inkomsten of andere feestelijkheden, de zogenaamde efemere kunstwerken. Het is dus goed mogelijk dat bij een doorgedreven onderzoek eenzelfde hand wordt teruggevonden op een muurschildering en op bijvoorbeeld een paneelschildering. Voor het onderzoek van ondertekeningen op muurschilderingen is de laatste tijd al enige vooruitgang gemaakt en wordt nu een apparatuur ontwikkeld die voor onderzoek in situ bruikbaar is, zoals de Terahertz imaging en de Optical coherence tomography and hyperspectral imaging (14). Deze onderzoeksmethodes, waarbij doorheen kalken schilderlagen kan 'gekeken' worden, bevinden zich nog in een experimenteel stadium en de bruikbare resultaten zijn voorlopig nog beperkt. Ondertussen blijft het louter visuele onderzoek bij muurschilderingen heel belangrijk, omdat ondertekeningen vaak ook met het blote oog en een opmerkzame geest kunnen gezien worden. Documenteren van ondertekeningen stoot eveneens op praktische moeilijkheden: het is moeilijk uitvoerbaar om calques op ware grootte te maken van ondertekeningen van zeer grote muurschilderingen: het formaat van het calquepapier, het vasthechten van dit papier op de muur zonder de schildering te
Het vraagt enige ervaring om lijnen van ondertekeningen te onderscheiden van omtreklijnen en van schaduwlijnen, zoals hier op de gewelfschildering van de Antwerpse kathedraal (foto K. Vandevorst)
De heilige Chnstoffel houdt de voet van het jezuskind vast, Sint-Janskerk in Mechelen (foto K. Vandevorst)
46 I M&L
beschadigen, de storende aanwezigheid van de steigers, de noodzaak om de calque al gedurig te moeten oplichten om verificaties toe doen of het wel degelijk om ondertekeningen dan niet om omtreklijnen gaat. Ook op het gebied van de uitbouw van virtuele documentatiesystemen is nog werk te verrichten.
(2) PROCACCI U., A propos desfresques, in Fresques de Florence (tent. cat), Brussel, 1969, p. 22-23. (3) Fresques de Florence , op. cit. (4) Ibidem, p. 60-67. (5) BRAJER I., The Transfer of Wall Paintings based on Danish Experience. Londen, 2002, p. 5-6. (6) BUYLE M., Grotesken uit de Italiaanse renaissance. Onderzoek en restauratie van de muur- en gewefschüderingen (itfy) van de Onze-lieve-Vrouw-Lofkapel in de Antwerpse kathedraal (prov. Antwerpen), in Relicta Archeologie, Monumenten- en Landschapsonderzoek in Vlaanderen, 4. 2009, p. 205-256. http:// Besluit oar.onroerenderfgoed.be/publicaties/RELT/4/RELToo4006.pdf (7) PROCACCI U., op. rit., p. 22. Omdat ondertekeningen belangrijke informatie (8) Een voorafgaandelijk overleg hierover wordt gepland met de kunnen opleveren over de muurschilder en zijn opleidingsinstellingen, de onderzoeksinstellingen en de technieken, is het heel belangrijk om deze tijdens zelfstandige restaurateurs muurschilderingen. Voorziene verschijningsdatum van de handleiding voor restauratievooronderzoeken of restauratiewerken zo volledig documentatie is 2014. mogelijk te documenteren. Een eenvormige (g) Zie artikel over de 'eerste' vondsten, eindnoot 1. methodologie kan helpen om na verloop van tijd te (10) Voor het analyseverslag zie: BUYLE M. en BERGMANS A., 'Internationale stijl' in Mechelen. Ontdekking, conservatie en beschikken over een gegevensbank, waarmee onderzoek van de muurschilderingen van rond 1400 in de toren verder kunsthistorisch onderzoek kan worden van de Sint-janskerk, in Relicta, nr. 10, 2013, p. 129-207. verricht. Het is vooral belangrijk dat de restaurateur (11) BUYLE M., Een puzzel op de schouw en draken op de muren. Merkwaardige muurschilderingen uit de late t^' eeuw in een vanuit zijn geprivilegieerde langdurige omgang Brugs woonhuis, in MelL, jg. 14, nr. 1,1995, p. 6-27. met de muurschildering zijn observaties op schrift (12) BERGMANS A., Muurschilderingen met internationale allure stelt en uitvoerig documenteert. Wanneer na de in de parochiekerk Sint-Catharina van Duisburg, in Ma;!, jg. 7, nr. 3,1988, p. 48-59. beëindiging van de restauratie de steigers worden (13) Meer over het kunsthistorisch onderzoek door mijn collega gedemonteerd, is een dergelijk onderzoek immers Anna Bergmans, met de historische context en een hypozelden nog mogelijk. these van toeschrijving. Voor het volledig rapport van zowel het materiaaltechnisch als het kunsthistorisch onderzoek, zie: BUYLE M. en BERGMANS A.. 'Internationale stijl' in Mechelen. Ontdekking, conservatie en onderzoek van de muurschilderingen van rond 1400 in de toren van de Sint-janskerk, in Marjan Buyle is erfgoedonderzoeker bij Onroerend Relicta, nr. 10. 2013, p. 129-207. Zie ook: BUYLE M. en Erfgoed BERGMANS A., Découverte, étude et restauration depeintures murales (ca. 1400) enl'église Saint-jeand Malines, in CeROArt [online], 8, 2012. online geplaatst op 26 oktober 2012. http://ceroart.revues.org/2822; BERGMANS A. en BUYLE M., International Style in Mechelen. The Wall Paintingsfrom c. Eindnoten 3400 in the Tower of St. John's Church, in jaarboek Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen, Antwerpen, 2013, (i) Het blootleggen en de conservatiebehandeling werden uitp. 48-84. gevoerd door Els Jacobs, Philippe Schurmans en Marjan (14) JACKSON J., MOUROU M.. WHITAKER J., DULING I., Buyle van het agentschap Onroerend Erfgoed. Met dank aan WILLIAMSON S., MENU M. en MOUROU G., Terahertz de kerkfabriek en vooral Francois Verberdt en aan de dienst imaging for non-destructive evaluation of mural paintings, in Monumentenzorg van de stad Mechelen voor de hulp en de Optics Communications, 281, 2008, p. 527-532; LIANG H., belangstelling, aan Kris Vandevorst, fotograaf van het agentLANGE R., HOWARD H. en SPOONER J., Non-invasive inschap, voor de opeenvolgende fotosessies. vestigations of a wall painting using optical coherence tomograpOver de eerste vondst van de Christoffelschildering verscheen hy and hyperspectral imaging, in SPIE Digital Library, vol. eerder al een artikel in M&L: BUYLE M., Een rsus achter het 8084, 80840F-7; SPRONK R., More than meets the eye, in orgel. Vondst van middeleeuwse muurschilderingen in de Mechel-Harvard University Art Museums Bulletin, herfst 1996. vol. V, se Sint-Janskerk, in MaJI, jg. 27, nr. 6, 2008, p. 23-33. nr. 1, p. 7-49 (gedeelte over ondertekening: p. 24-37).
De Monnoyer-schoorsteen in Heusden-Zolder. Een stapsgewijze aanpak van een stabiliteitsprobleem ernard Lambert en Jos Cyselinck
De schoorsteen van 1913-1914 op het mijnterrein van Zolder maakte oorspronkelijk deel uit van de eerste elektrische centrale, gebouwd om de ondergrond te kunnen bevriezen in functie van het afdiepen van de mijnschachten. De schoorsteen bleef in gebruik tijdens de mijnexploitatie. Het betreft een vroege toepassing van betonbouw volgens het prefab bouwsysteem van de onderneming Léon
Monnoyer
et fils. Het is een combinatie van geprefabriceerde betonnen elementen en ter plaatse gestorte ribben met doorlopende wapening, het zogenaamde Monnoyersysteem. Na de sluiting van de mijnen en de tabula rasa-visie van Tyl Ghyselinck werden een aantal mijngebouwen met machines, bakens als schachtbokken, schouwen, watertorens en de mijnsite van Beringen wettelijk beschermd. De schoorsteen van het Monnoyer-type op de mijnsite van Zolder werd beschermd op 1 maart 1995. Bij een verkennend onderzoek in 2007, nadat brokstukken beneden gekomen waren en omdat men vreesde voor een instorting, werd enorme betonschade vastgesteld aan de schouw. Dit was het gevolg van de functie, de klimaatomstandigheden en het materiaal zelf. Op basis van een kosten-batenanalyse stuurde men aan op afbraak en eventuele
In vergelijking met de omringende Europese mijnbekkens worden de Kempense steenkolen vrij laat ontdekt, namelijk in 1901. De reden voor deze late ontdekking is dat Kempense kolenlagen nergens dagzomen, maar integendeel onder minstens 500 meter steriele deklagen verborgen liggen. Het afdiepen van de schachten was hierdoor een erg dure en risicovolle onderneming. Dit maakte dat er alleen grote concessies, van 30 tot 50 km 2 , toegekend werden en er tussen 1907 en 1939 uiteindelijk ook slechts zeven mijnzetels uitgebouwd werden. Deze waren, van west naar oost: Beringen, Zolder, Houthalen, Zwartberg (Les Liégois), Winterslag, Waterschei (André Dumont) en Eisden {Sainte Barbe en Guillaume Lambert). De eerste steenkool werd bovengehaald in Winterslag in 1917. De steenkoolmijn van Zolder bleef in bedrijf tot in septemberi992 en was daarmee de laatste productieve mijn in het Kempisch bekken, en dus ook in België. Na de sluiting van de mijn werd op 16 februari 1988 door het toenmalig Bestuur voor Monumenten- en Landschapszorg (nu Onroerend Erfgoed) een nota opgesteld waarin "Het standpunt inzake de industrieel-archeologische evaluatie en het behoud in situ van bepaalde bovengrondse mijninrichtingen" werd toegelicht. Op basis van deze nota besliste de Vlaamse Regering tot het inleiden van de wettelijke beschermingsprocedure van een gedeelte van het mijnpatrimonium. De overige gebouwen zouden gesloopt worden en op het voormalige mijnterrein werd een bedrijventerrein ontwikkeld.
reconstructie. Onroerend Erfgoed deelde dit standpunt niet omwille van het unieke karakter van
Mijnzetel Zolder
het m o n u m e n t en de huidige restauratiefilosofie, en stimuleerde een conserverende restauratie en een 'gecontroleerd verval'. 48 I M
L
In het hart van de voormalige mijnzetel werden een aantal representatieve gebouwen beschermd als monument. Het betreft de breedste van de twee
schachtbokken, het prestigieuze ophaalmachinegebouw uit 1924-1925 met zijn historische verzameling persluchtcompressoren van verschillende origine, de mooie elektrische centrale, eveneens uit 1924, de hoofdburelen in zakelijke stijl uit 1937 en twee opmerkelijke betonnen bouwwerken opgetrokken volgens een vroege prefab methode, namelijk de oude watertoren en de fabrieksschoorsteen (1). Bij de oprichting van de mijn volgden de tegenslagen elkaar op. In oktober 1916 tijdens WO I liet de Duitse bezetter de werken stilleggen en confisqueerde 16.000 ton bekuipingsmateriaal voor de schachten. In juni 1921 stortte wegens wateroverlast een deel van de bekuiping van schacht I in. Het jaar daarop brak de vrieswand van schacht II door. In mei 1925, nadat de bevriezing was stilgelegd, liep schacht I waterschade op. Op 7 juni 1925 brandden de twee houten afdiepingstorens af en bleef er van de schachtbokken in aanbouw niet meer dan een hoop
verwrongen staal over. Twee jaar later tenslotte liep schacht II een tweede keer vol slijk. Uiteindelijk zou men er pas in 1930 in slagen om, na 23 jaar voorbereidend werk, de eerste kolen boven te halen (3)! De bouw van de schoorsteen dateert uit de jaren 1913/1914, toen men de schachten begon af te diepen. Dit gebeurde door gespecialiseerde booren schachtafdiepingsfirma's, die de eerste tien jaren de kern van het mijnterrein bezetten. Het afdiepen kon evenwel pas aanvatten wanneer de natte deklagen met drijfzand in een stabiele, bevroren ondergrond omgevormd werden. Hiertoe werden onder de afdiepingstorens rond elke schachtcilinder koelleidingen in de grond geboord tot op een diepte van 500 a 600 meter. In dit dubbel buizenstelsel werd dan jarenlang onderkoelde pekel (-25°C) gepompt. In een aanpalend gebouw draaiden grote bevriezingsmachines. Voor de aandrijving hiervan bouwden de mijnmaatschappijen zelf een stoomketelhuis of een
Op de voorgrond de schouw, rechts de watertoren gebouwd volgens hetzelfde Monnoyertype. De ophaalgebouwen op de voorgrond en achteraan het schachtgebouw met schachtbok 2 {foto O. Pauwels)
M&L I 49
eerste elektrische centrale. De Monnoyerschoorsteen in Zolder maakte aanvankelijk deel uit van een dergelijke installatie, maar zou later in gebruik blijven tijdens de uitbating van de mijnzetel. Het betreft een vroege toepassing van betonbouw, meer specifiek van het prefab bouwsysteem van de Entreprises Leon Monnoyer etfih. Deze firma legde in 1906 een patent neer voor haar geprefabriceerde betonnen blokken, daveaux, naar studie van de ingenieurs Dumasse en Braive. Het systeem is een combinatie van gestapelde geprefabriceerde elementen, en ter plaatse gestorte ribben, die voorzien zijn van een doorlopende wapening. Deze kenmerkende bouwwijze werd in de eerste helft van de 20''K eeuw met succes gebruikt voor het bouwen van relatief hoge torens met uiteenlopende toepassingen: watertorens, koeltorens en uiteraard schoorstenen. De eerste gekende toepassing van het systeem was een schoorsteen in de cementfabriek in Haren-Buda in 1906. De wapening in deze schoorsteen was evenwel ontoereikend, waardoor ze in 1914 tijdens een hevige storm instortte. Dit incident leidde nochtans niet tot het in vraag stellen van het procédé en in de daarop volgende jaren werden nog talrijke schoorstenen volgens hetzelfde principe opgetrokken in België en in Frankrijk, aanvankelijk enkel door de firma Monnoyer, later ook door andere bedrijven.
Opbouw betonnen schoorsteen volgens het Monnoyersysteem (uit SCHARROO P., Inleiding tot de studie van het gewapend beton, Amsterdam, 1921, fig 589)
Constructiedetail (uit BRAIVE ).. Aide-memoire de l'ingénieur-constructeur de béton armé, Paris, 1922. p. 289.fig.15)
50 I M L
Een eerste niet-industriële toepassing was de watertoren van het Onze-Lieve-Vrouw-Instituut in Sint-Michiels-Brugge, gebouwd in 1908. In 1909 volgden de watertorens in Eisene (inhoud 800 m ! , hoogte 45 m) en in de haven van Zeebrugge (inhoud 500 m', hoogte 41 m). Deze laatste werd vernietigd tijdens WO I en later volgens hetzelfde systeem heropgebouwd. Tijdens WO II werd ook de tweede watertoren vernield, en vervangen door de huidige watertoren uit 1961, gebouwd naar ontwerp van ingenieu Riessauw. In de Limburgse mijnen werd het Monnoyersysteem veelvuldig toegepast. De periode waarin de mijnzetels uitgebouwd werden stemt immers overeen met de opkomst van het systeem. Uit archieffoto's blijkt dat in vrijwel alle mijnzetels een of meerdere gebouwen volgens dit systeem gebouwd werden. In Beringen, de best bewaarde Limburgse mijnsite, zijn nog een koeltoren en een watertoren bewaard. Ooit stonden op de site ook twee Monnoyerschoorstenen, maar deze werden nog eerder dan het ketelhuis afgebroken. In Winterslag waren de schoorstenen dan weer uit baksteenmetselwerk, maar stonden er minstens drie Monnoyerkoeltorens. In Waterschei stond een Monnoyerschoorsteen met waterkuip naast vier Monnoyerkoeltorens. Ook in Zolder stonden naast
de schoorsteen en de watertoren minstens nog twee Monnoyerkoeltorens. Archieven van de andere zetels hebben we niet onderzocht, maar het valt te verwachten dat er ook daar voorbeelden van het bouwsysteem te vinden waren. Intussen is al veel gesloopt en de schoorsteen in Zolder is het enige bewaarde exemplaar in de Limburgse mijnstreek en zelfs in Vlaanderen. In Wallonië staan er nog een aantal in Henegouwen, onder andere in Jemappes op de site van de voormalige Laminoirs de Jemappes, in Cuesmes op de oude site van de Charbonnages du Levant en in Saint-Ghislain op de site Press-Daimler Refractories, zichtbaar vanaf de E42 snelweg.
Constructief principe Een Monnoyerschoorsteen is volledig opgetrokken uit geprefabriceerde blokken, met uitzondering van een ter plaatse gestorte fundering en de omlijsting van de openingen in de schacht (4). Het voordeel van gewapende betonconstmcties opgetrokken uit geprefabriceerde elementen ligt in de kortere uitvoeringstermijn en in het geheel of gedeeltelijk vermijden van bekistingswerken. Het ligt voor de hand dat dit laatste, rekening houdend met de toen beschikbare bekistingstechnieken, vooral bij hoge structuren zoals schoorstenen, een voordeel is. De fundering bestaat uit een twaalfhoekige ringbalk van 20 cm breed, die aan elke buitenhoek door een radiaal geplaatste driehoekige vin op een
UII.MIM K BS BKTON IKMÏ
E l e v a t i o n Jii
Coupei
• l i c t & ü s d n COIlbll'UCtlUO.
aanhangsel dat als verloren bekisting dient voor de structurele ribben van de schoorsteen. In elke opeenvolgende laag worden de blokken afwisselend met de ring aan de linker- en aan de rechterzijde verwerkt, zodat er geen doorlopende koude voeg ontstaat. De wanddikte van de schoorsteen varieert van 18 cm onderaan tot slechts 10 cm bovenaan. Elk blok is inwendig verstevigd door twee horizontale wapeningsstaven, aciers, met diameter 5 mm.
betonnen funderingsplaat van 50 cm dik wordt afgeschoord. Bovenaan is de ringbalk verbreed tot 60 cm. Op de binnenste rand van deze balk worden de geprefabriceerde blokken gemetseld. Deze blokken, gemaakt in metalen bekistingen met instelbare lengte, hebben een hoogte van 25 cm en bestaan uit een vlak deel en een half ringvormig
Twaalfhoekige fundering (foto O, Pauwels)
Twaalf blokken vormen één ring in de opbouw van de schoorsteen. Een doorlopende horizontale wapeningsstaaf, cerce, met diameter 5 m m wordt telkens in een V-vormige groef in de bovenzijde van de blokken gelegd. Deze wapening dient om de blokken in één laag bijeen te houden. Men dient immers ten allen tijde te voorkomen dat de diameter van de schoorsteen zou toenemen, omdat dit onvermijdelijk tot barsten langs de ribben zou leiden (5). Deze horizontale staven worden ingebed in de legmortel van de blokken. Verticaal worden er in de uitsparing in het ringvormige aanhangsel van de blokken wapeningsstaven, aciers de nervure, geplaatst. De diameter van deze staven varieert, onderaan de schoorsteen bedraagt hij 24 mm, bovenaan slechts 10 mm. Aan de overlappingen, die zich nooit over de volledige omtrek op dezelfde hoogte bevinden, zijn de staven onderling verbonden en aan hun uiteinde haaks gebogen. Deze wapeningsstaven worden met behulp van een beugel uit plat ijzer van 15 x 1 mm, feuiüard formant cravate, in elke voeg verbonden
Kroon van de schoorsteen (foto B. Lambert)
M & L I 51
met de horizontale ringwapening tussen de blokken. Deze verticale wapening dient om de trekkrachten als gevolg van de windlasten op te vangen. De staven worden, naarmate de bouw van de schoorsteen vordert, ingestort in het beton waarmee de holten achter de ringen opgevuld worden. Onderaan zijn de staven verbonden met een verticale wapening in de funderingsbalk, die horizontaal doorloopt in de funderingsplaat. De onderste zeven lagen blokken zijn over een hoogte van 1,82 m ingeklemd in een nadien aangestorte betonnen ringbalk. Deze balk rust op het buitenste deel van de verbrede bovenkant van de funderingsbalk. De ringbalk is gewapend met zes horizontale staven met diameter 5 mm. Een verticale wapeningsstaaf met diameter 18 mm, loopt door van in de funderingsplaat, doorheen elke diagonale vin, tot in deze balk, zodat het uit blokken opgebouwde deel van de schoorsteen in de fundering ingeklemd is. De kop van de schoorsteen, couronnement, heeft een vergelijkbare opbouw als de schacht, maar de blokken hebben een afwijkende maatvoering en vormgeving. De bovenste laag blokken was afgedekt met kappen uit gietijzer, onderling verbonden door middel van bouten. Onderaan de schoorsteen zitten drie openingen: een gemetselde overwelfde opening om as en puin uit de schoorsteen te verwijderen, een hoge rechthoekige opening voor het rookkanaal en een kleiner inspectieluik.
Wijzigingen en aanpassingen Metalen spanbanden die begin 7oer jaren van de vorige eeuw, rond de schouw werden aangebracht (foto B. Lambert)
52 I M & L
Tijdens de uitbating van de mijn werden een aantal wijzigingen aan de schoorsteen aangebracht. Een eerste opvallende aanpassing zijn de twee rechthoekige openingen op ongeveer een derde van de hoogte in de noord- en de zuidwand van de schouw. Rond deze openingen bevindt zich een kader uit gewapend beton, afgesteund tot op de fundering door drie rechthoekige betonnen kolommen die over de ribben van de schoorsteen zijn aangestort. De schoorsteen was immers niet voorzien op het opvangen van zulke last. Naar verluidt dienden deze openingen om ventilatiekanalen op aan te sluiten. Deze kanalen waren afkomstig van de werkhuizen die waren opgetrokken op de plaats van het eerste ketelhuis. Dit zou betekenen dat de schoorsteen vanaf de ingebruikname van het nieuwe ketelhuis in 1950 niet meer gebruikt werd om rookgassen af te voeren. Dit wordt bevestigd door archieffoto's waarop te zien is dat het nieuwe ketelhuis over vijf eigen schoorstenen beschikte. Op een niet gedateerde archieffoto van de Monnoyerschoor-
steen zijn de aangebouwde kanalen goed te zien, maar uit die foto zou men toch eerder geneigd zijn aan te nemen dat het ook dan afvoer van rookgassen betrof, er komt immers een duidelijk zichtbare rookpluim uit de schoorsteen. Hoe het ook zij, later werden deze rechthoekige openingen weer opgevuld met baksteenmetselwerk dat aan de buitenkant afgedekt is met een cementmortelbezetting. Wellicht tegelijk met het aanstorten van de rechthoekige kolommen tegen de schacht werd de aanvankelijk getrapte betonnen ringbalk aan de basis van de schoorsteen aan de buitenzijde recht gemaakt. Hiertoe werden respectievelijk op halve hoogte en bovenaan 10 en 20 cm beton bijgestort aan de buitenkant, de stortvoeg is zichtbaar. Er werden in het archief geen plannen aangetroffen van deze ingreep, zodat we niet weten of hierbij bijkomende structurele wapening voorzien werd om een eventuele tekortkoming in de bestaande ringbalk op te vangen. Minder opvallend zijn de stalen spanbanden, die in het begin van de jaren 1970 door de firma Eyckmans uit Antwerpen rond de schoorsteen aangebracht. In die tijd werd de schoorsteen omgeven door werkhuizen, waardoor beveiliging tegen neervallende brokstukken wellicht een rol zal gespeeld hebben (6). Het lijkt aannemelijk dat er toen reeds structurele problemen waren met de schoorsteen. De aan de buitenzijde goed zichtbare verticale scheuren langs de ribben lopen immers door tot aan de binnenkant van de schoorsteenwand. Hierdoor zijn de verschillende vlakken gedeeltelijk van elkaar los komen te staan en bestaat de schoorsteen plaatselijk niet meer uit één
samenhangende schacht, maar uit een aantal vlakke segmenten die tegen elkaar aanleunen. De dunne horizontale wapening is in de barsten, zo niet doorgeroest, zeker verzwakt. Het valt zelfs niet uit te sluiten dat het breken van deze wapening deels de oorzaak van de verticale barsten is, zoals gesuggereerd in het rapport uit 1930 (5). De spanbanden waren en zijn dan nodig om alles bijeen te houden en om uitknikken van de schoorsteenwand te verhinderen. Ondertussen zijn al twee van de drieëndertig spanbanden gebroken en naar beneden gevallen, waardoor deze banden niet alleen zelf een risico zijn gaan vormen, maar bovendien hun structurele rol niet meer kunnen opnemen. Een derde, beperkte toevoeging wordt gevormd door de betonnen ringbalk, bovenop de bestaande schoorsteenbekroning, waar zich oorspronkelijk de gietijzeren stukken bevonden. Deze ringbalk kwam er hoogstwaarschijnlijk om de oorspronkelijke kop te verstevigen en/of bijeen te houden. Bij de aanleg van het Marktplein ten slotte werd rond de schoorsteen een cirkelvormige verdiepte zone aangelegd. Aanvankelijk was voorzien om dit bekken onder water te zetten, en zo tegelijk de schoorsteen onbereikbaar te maken, en eventueel loskomende brokken beton in het water op te vangen. Deze put staat evenwel leeg, waardoor de betonnen fundering, die zich oorspronkelijk onder het maaiveld bevond, nu volledig zichtbaar is.
Stabiliteitsproblematiek In 2007 werd in opdracht van nv Mijnen (7) een verkennend onderzoek uitgevoerd om een raming te maken van de kosten voor de restauratie van het monument. Uit dat onderzoek bleek dat er meer aan de hand was dan de zichtbare oppervlakkige aantasting van het beton. Los van het feit dat betonconstructies uit het begin van de 20 s,e eeuw per definitie niet voldoen aan de recente normering, was er door significante afname van de betondikte en door corrosie van de hoofdwapening een reëel gevaar voor de stabiliteit van het geheel bij hoge windbelasting. In tegenstelling tot wat het geval is bij traditionele gemetselde schoorstenen, volstaat het eigen gewicht van de relatief dunne betonschaal immers niet om de stabiliteit van het geheel te verzekeren, maar is elk afzonderlijk onderdeel noodzakelijk. De schoorsteen bevindt zich midden op het Marktplein en bijgevolg is veiligheid in dit dossier een primordiaal aandachtspunt. De eigenaar van de schoorsteen, nv Mijnen, werd door het gemeentebestuur in gebreke gesteld en aangemaand om de nodige maatregelen te treffen om de veiligheid op het plein te waarborgen. Uit voorzorg werd
tegelijkertijd beslist om, in afwachting van een eventuele restauratie, het Marktplein af te sluiten voor het publiek bij voorspelde windsnelheden van 80 km/uur of meer. Op basis van waarnemingen in de afgelopen tien jaar leek dit werkbaar, maar omdat bij weersvoorspellingen steeds een veiligheidsmarge gehanteerd wordt, diende het Marktplein om de haverklap afgesloten te worden. Dit was uiteraard niet vol te houden, een alternatieve oplossing drong zich op. Eerst werd overwogen om de schoorsteen af te toppen of zelfs volledig af te breken in afwachting van een reconstructie. Vermits de schoorsteen tot in de details overeenkomstig de archiefplannen uitgevoerd was, was reconstructie technisch mogelijk. De gebruikte materialen en technieken zijn ook vandaag nog gangbaar, zodat ook daar geen problemen te verwachten waren. Uit een eerste raming van de werken bleek bovendien dat reconstructie minder duur zou uitvallen dan restauratie. Nogal wat argumenten pleitten dus in het voordeel van die optie, die de voorkeur genoot van de eigenaar. Toch wenste Onroerend Erfgoed hier niet op in te gaan. Enerzijds gebeurde dit uit principiële overwegingen. Het afbreken van een in slechte bouwfysische toestand verkerende schouw en de exacte reconstructie volgens de oorspronkelijke plannen met het weglaten van latere aanpassingen en verbouwingen of zelfs met het namaken van deze mutaties, waren vanuit restauratief standpunt onaanvaardbaar. Hierbij zou 'de ziel' van het monument fundamenteel worden aangetast. Bovendien vervulde de schouw geen enkele technische functie en is ze enkel baken en belangrijk bouwhistorisch relict in het sterk gewijzigde mijnlandschap. Onroerend Erfgoed vond het behoud van het oorspronkelijk gegeven zeer belangrijk. De minder positieve ervaringen met de reconstructie van een schachtbok in Eisden, waren hier zeker niet vreemd aan. Onroerend Erfgoed opteerde voor een 'gecontroleerd verval', met andere woorden stabilisatie, conservatie en regelmatige controle van een industrieel en derhalve misschien sterker bedreigd monument (8). Anderzijds leefde de misschien niet geheel onterechte vrees dat na afbraak een reconstructie wel eens erg lang op zich zou kunnen laten wachten. Er zou dan immers geen enkele dwingende reden meer zijn om de werken uit te voeren.
De keuze voor behoud hield wel in dat op korte termijn weinig kon ondernomen worden. Waar een afbraak op een paar weken tijd kan georganiseerd worden, dient de termijn voor een volledige restauratie eerder in jaren berekend te worden.
Uitvoeringsdetail plateau : vertikale snede uitgevoerd tijdens tijdelijke versteviging nieuwe kroonstructuur in pretabbe
warm verz nkt profiel geboorde openingen 0160 HEA100, I ingte 600 bekisting verankerd aan HEA draadanker in huls. uitschrbefbaar
Uitvoeringsdetail plateau : horizontale snede uitgevoerd tijdens tijdelijke versteviging ibeschermen van de opspan - anl op alle plateau's 3de plateau uitgevoerd in tijdelijke verstevigin
verwijderen van tijdelijke ankerpl 2de plateau uitgevoerd in tijdelijke verstevign verwijderen van tijdelijke ankerpl
. herstel ronde ribben 1 + betonherstel aangestorte nb
uitspari 200x10Öxh=350
verwijderen van tijdelijke ankerpl 1 ste plateau uitgevoerd in tijdelijke verstevigi
naspanstreng + klemmechanisme
*=h* plaatsen van metalen roostervlo
Detail voetanker voor strengen uitgevoerd tijdens tijdelijke versteviging BOUWHEER ; ONTWERP LIGGING
8500
ribben niet aangeduid strengen schematisch aangegeven opstort op vloer, 1.5 % helling naar afvoer, min dikte : 60 mm tussen steunconsoles 1,5 % weg van de schoorsteen
Aanzicht van aangebrachte tijdelijke versteviging
Mijnen, Kempische SleenweQ 555, 3500 HASSELT RBStauralie van Monnoyer tcnouw HarViBle.n 3 5 » ZOLDER
ARCHITECTENKANTOOR
B. Lambert & G. Vancoppenolle Roeselare
Bumfi) LsmMn Gimh; •
Restauratie STABILITEIT : NV ONTWERPBUREAU IR. ERIK BODDIN Roeselare
Restauratie, • FDP Schaal
Voorlopige ingrepen om de schoorsteen te stabiliseren (plannen architectenbureau KOPLAMP)
54 I M l L
1/20
Tel i-ioOEma-
061260 363 treOertapboódto C
algemeen [KiSSII ÜMIi
B7947
12d
Inleg van een betonnen
Ankering met stalen kabels aan
vloerplaat
fundering
(foto B. Lambert)
(foto B. Lambert)
Nog steeds in overleg met Onroerend Erfgoed werd daarom beslist om, in afwachting van deze restauratie, de stabiliteit van de schoorsteen door middel van een beperkte ingreep te verbeteren. Hiervoor werd een onderhoudspremie aangevraagd, die zou toelaten om binnen een redelijke termijn de veiligheid rond de schoorsteen gevoelig te verbeteren. Om de schoorsteen te stabiliseren werden aan de binnenkant drie betonnen vloerplaten ingebouwd, die elk met vier spankabels aan de bestaande fundering verankerd werden. Door deze na te spannen wordt de schacht samengedrukt, waardoor drukspanningen ontstaan, op de plaatsen waar ten gevolge van de belastingen trekspanningen te verwachten zijn. Deze worden dus als het ware gecompenseerd en het gevolg hiervan is dat de kritische windsnelheid opschuift. Hoewel de kabels dit toelieten, konden de trekspanningen niet volledig opgevangen worden. De beperkte sectie en de plaatselijk bedenkelijke staat van het beton, lieten immers niet toe om de druk onbeperkt op te voeren. Niettemin kon de toelaatbare windsnelheid zo verhoogd worden tot 112 km/u. Dit voldoet nog steeds niet aan de huidige normering voor schoorstenen, maar stemt al overeen met een zware storm (windkracht 10). Bij dergelijke windsnelheden moet het Marktplein nog altijd ontruimd worden, al dient gezegd dat daar op deze dagen sowieso weinig volk zal rondlopen. De definitie van windkracht 10 is niet voor niets "Volwassenen waaien om".
Schadebeeld Naar aanleiding van deze dringende stabiliteitswerken werden een aantal onderzoeken en proef-
restauraties uitgevoerd ter voorbereiding van een volwaardige restauratie. Meer bepaald werd nagezien in welke mate het beton gecarbonateerd was en of er tekenen waren van aantasting door sulfaten. Carbonatatie van beton is een normaal verschijnsel, waarbij het aanvankelijk erg alkalisch beton door inwerking van C0 2 uit de omgevingslucht verzuurt. Voor het materiaal beton zelf is het fenomeen onschadelijk, maar wanneer ten gevolge van de carbonatatie de pH (10) daalt tot minder dan 9, wordt de passivering van het staal opgeheven. Wat wordt hiermee bedoeld? In een alkalisch milieu, wat beton normaal is, kan staal in principe niet roesten. Dit ligt aan het feit dat het waterige milieu dat het staal omgeeft, namelijk het poriënwater, een andere, hogere pH heeft dan het vocht (water, regen) dat in andere gevallen voor corrosie zorgt. Deze hogere pH van het poriënwater ontstaat gedurende het verharden van het beton door de hydratatie van C2S en C S (9), de hoofdbestanddelen van cement. Bij deze reacties wordt naast CSH (10) veel calciumhydroxide gevormd. Dit laatste is goed oplosbaar in water, waarbij hydroxylionen in het water terechtkomen. Het zijn deze ionen die de pH tijdens het verharden doen stijgen tot waarden tussen 12,6 en 13,5. Door de aanwezigheid van de hydroxylionen in het poriënwater zal het door corrosie gevormde ijzerhydroxide (roest) onmiddellijk neerslaan op het staal en het verder in oplossing gaan van nog meer ijzer bemoeilijken of zelfs geheel verhinderen. Men zegt dat het staal gepassiveerd is. Deze passiveringslaag zal uiteindelijk, na oxidatie, uit ijzeroxide bestaan. Deze passivatie treedt op bij
M&LI 55
Aangetaste wapening in gevolg corrosie (foto B. Lambert)
een pH tussen 14 en 9. Is de pH van het poriënwater lager, dan blijft de neerslag van ijzerhydroxide poreus en doorlatend en wordt het corrosieproces niet gestopt. Dat het staal in het beton na verloop van tijd soms toch corrodeert, ligt aan externe invloeden die de samenstelling van het poriënwater wijzigen. Dit kan veroorzaakt worden door het binnendringen van CO uit de lucht of door chloriden uit zeewater 2
Loskomende gipskorst {foto B. Lambert)
of dooizouten. In het eerste geval wordt gesproken van carbonatatie geïnitieerde corrosie, in het tweede geval van chloride geïnitieerde corrosie. Beton waarvan de ph lager ligt dan 9, heet gecarbonateerd beton (12).
De snelheid waarmee de carbonatatie plaatsvindt is afhankelijk van de toegankelijkheid van het beton voor C0 2 uit de lucht. De belangrijkste factor die de snelheid van het binnendringen van C0 2 in het beton bepaalt, is het al dan niet aanwezig zijn van water in de poriën. De diffusie van C0 2 gaat namelijk ongeveer 10.000 keer sneller in lucht dan in water. Beton dat voortdurend onder water staat zal dan ook nauwelijks carbonateren en bijgevolg zal het wapeningsstaal niet roesten. Beton dat continu aan drogende omstandigheden is blootgesteld zal erg snel carbonateren. In dat geval zal het wapeningsstaal bij gebrek aan water echter ook niet roesten, de corrosiereacties kunnen immers enkel in waterig milieu plaatsvinden. De gevaarlijkste situatie ontstaat bij een relatieve vochtigheid van ongeveer 50% tot 70%. In de praktijk zal corrosie zich voordoen bij beton dat afwisselend nat en droog is. Daarnaast is ook de samenstelling van het beton zelf van belang. Hoe poreuzer het beton, des te sneller zal de carbonatatie plaatsvinden, omdat C0 2 gemakkelijker diep in het beton kan binnendringen.
Het carbonatatiefront, dit is de grens tussen gecarbonateerd en niet gecarbonateerd beton, verplaatst zich met de tijd dus steeds dieper in het beton. Als het carbonatatiefront de wapening bereikt, dan gaat de wapening roesten. Door de relatief grote ouderdom van de schoorsteen en door de vele grindnesten en barsten, mag aangenomen worden dat een groot deel van de wapeningen zich nu in gecarbonateerd beton bevindt en een begin van corrosie ondervindt. De betonschade die met corrosie van het wapeningsstaal gepaard gaat, is een gevolg van de toename van het staalvolume door corrosie waardoor de betondeklagen afgedrukt worden (13). Tijdens het vooronderzoek werden verschillende boorkernen genomen. Uit de analyse hiervan blijkt dat de wanddikte van de schoorsteen, vooral bovenaan, duidelijk is afgenomen. Van de oorspronkelijke 10 cm blijft slechts 6 cm over. Het beton aan de binnenkant van de schoorsteen is vooral bovenaan bedekt met een nauwelijks hechtende, centimeters dikke, ongebonden gipskorst. Dit is het gevolg van scheikundige aantasting van het beton door sulfaten en zuren. De cementsteen wordt hierdoor aangetast aan het oppervlak en er wordt gips gevormd. (14) In een waterige sulfaatoplossing worden naast gips ook de zouten ettringiet en thaumasiet gevormd. Dit is vooral het geval bij gecarbonateerd beton en/of bij gebruik van kalkgranulaten. Beide zijn bij de Monnoyerschoorsteen het geval. Terwijl een gipskorst in de regel grijs tot donkergrijs is, vallen de expansieve zouten op door
56 I M
L
hun lichte kleur. Er werden in de schoorsteenwand inderdaad opvallende verkleuringen vastgesteld onder de gipskorst. Kenmerkend voor al deze reacties is dat ze tegelijk de cementsteen afbreken en sterk expansief zijn. Vandaar de afname van de wanddikte en de afgedrukte gipskorst op het betonoppervlak.
Barsten langsheen de verticale ribben {foto B. Lambert)
De oorzaak van deze aantasting ligt in de steenkool die op de mijn gebruikt werd. Deze was minderwaardig en sterk zwavelhoudend. De rookgassen zullen bijgevolg relatief veel zwaveldioxide (SOJ en sulfaten bevat hebben. Er was dus een continue aanvoer van reagentia, waardoor de schade zich steeds verder kon propageren (15). Samenvattend kan men stellen dat het beton van de schoorsteen aan de buitenzijde verzwakt is door carbonatatie en aan de binnenkant fel aangetast is door zwavelverbindingen. Het eerste is niet te vermijden, enkel te vertragen door een goed verdicht beton te gebruiken en eventueel door gepaste beschermingslagen op het beton aan te brengen. Het tweede zal, vermits de schoorsteen niet meer in bedrijfis, niet meer optreden. Aantasting van het beton door rookgassen komt in moderne schoorstenen niet meer voor. Een betonnen schoorsteen wordt thans aan de binnenkant steeds van onder tot boven voorzien van een beschermende deklaag. In de Monnoyerschoorsteen was enkel een bekleding uit vuurvaste steen voorzien tot op een hoogte ca 10 meter. Men hield duidelijk wel rekening met bescherming van het beton tegen oververhitting, maar in 1913 had men nog geen kennis van de hierboven vermelde scheikundige reacties en de ermee gepaard gaande degradatie. Naast deze betondegradatie, vormen de barsten langs de ribben een ander opvallend schadepatroon. Toen de schoorsteen in bedrijf was werd de schacht blootgesteld aan spanningen door thermische verschillen tussen de binnen- en buitenzijde van de schoorsteen. Deze invloed werd over de onderste 10 m van de schoorsteen gereduceerd door de aanwezige vuurvaste bekleding. Men wist al dat verticale barsten langs de ribben ontstaan door toename van de diameter van de schoorsteen bij opwarming (5). Maar ook andere factoren kunnen een rol gespeeld hebben. Doordat de ribben zich aan de buitenkant van de romp van de schoorsteen bevinden en een groter afkoelingsoppervlak hebben, zullen deze, bij opwarming van de schoorsteen, minder uitzetten dan de romp zelf. Hierdoor ontstaan trekspanningen in de ribben met verspreide scheurvorming tot gevolg, in het bijzonder ter plekke van de bestaande verticale voegen. Deze barsten veroorzaken op hun beurt waterindringing met corrosie en vorstschade tot
gevolg, waardoor de schade steeds vlugger en verder optreedt. De situatie is dermate ernstig dat een groot deel van de ribben volledig los staan van de schoorsteen zelf. Ze worden enkel nog op hun plaats gehouden door de ijzeren banden.
Restauratie De toegevoegde naspanwapening biedt tijdelijk soelaas, maar is geen oplossing op lange termijn. Enerzijds laat de verzwakte schoorsteen niet toe om de drukspanning voldoende op te voeren, zodat de weerstand tegen windlasten nog steeds niet optimaal is. Anderzijds zal het beton onvermijdelijk verder aftakelen door blootstelling aan de weersinvloeden, waardoor op lange termijn de schoorsteenwand nog meer zal verzwakken, en de naspanwapeningen zelfs opnieuw zouden moeten 'ontspannen' worden. Vermits de toestand van de oorspronkelijke wapening, zoals vastgesteld bij de proefrestauratie, in het algemeen slecht is, mag aangenomen worden dat de wand minstens over een deel van de schacht dient opgevat te worden als een louter stapeling van betonblokken. Van een muur in metselwerk wordt aangenomen dat hij stabiel is tot een verhouding breedte / hoogte van 1/25. De spanbanden bevinden zich op ongeveer 125 cm van elkaar, dit is meteen de kniklengte van de wand. Rekening houdend met een wanddikte van 6 cm, geeft dit een verhouding van 6/125, of 1/21, dus nog net aan de veilige kant. Een aantal bijkomende aspecten veroorzaken nochtans nog een verdere verzwakking van de constructie.
1V1&LI 57
Plaatselijk bedraagt de dikte van de wand, door afdrukken van beton ten gevolge van corrosie van de horizontale wapening, ter hoogte van de horizontale voeg tussen twee vulblokken, nog minder dan 6 cm, zodat daar de verhouding 1/25 nu al niet meer gehaald wordt. Dit proces is niet stilgelegd, het wapeningsstaal zal steeds verder roesten en steeds meer beton afdrukken. Door de verspreide schade aan het buitenoppervlak van het beton kan water insijpelen, wat bij vorst-dooi cycli eveneens aanleiding geeft tot afdrukken van de buitenste schil. Dit proces is evenmin stilgelegd, zal integendeel alleen maar versnellen, met verdere afname van de wanddikte tot gevolg. Aan de binnenkant van de schoorsteen werd op het scheidingsvlak tussen de gipskorst en het beton een lichtgele verkleuring waargenomen. Indien op die plaats nog sulfaten aanwezig zijn, zal een verdere aantasting van het beton optreden, met bijkomend verlies aan dikte tot gevolg. Vermits er geen aanvoer van zwavel meer is nu de schoorsteen niet meer in gebruik is, mag verwacht worden dat deze aantasting eerder beperkt zal blijven. Een volledige restauratie dringt zich dus op. Hierbij moet het verdwenen beton aan de binnenzijde minstens weer aangevuld worden, moet de verzwakte en hierdoor onbetrouwbare oorspronkelijke wapening vervangen worden en moeten de buitenoppervlakken gerestaureerd worden om verdere waterinfiltratie in de constructie te vermijden. Omdat restauratie van het bestaande beton onvermijdelijk de weerstand van de schouw nog verder zal verzwakken, moet eerst het stabiliteitsprobleem ten gronde opgelost worden. Vermits aan de binnenzijde het oorspronkelijke beton deels verdwenen is, soms tot op de wapening van de blokken, bestaat de enige oplossing er in een nieuwe stabiele kern te bouwen binnenin de schoorsteen. Dit zal gefaseerd dienen te gebeuren. Eerst zullen alle gedegradeerde lagen aan de binnenkant (gips en andere) verwijderd worden. Deze dragen nu al niet meer bij tot de stabiliteit van de schoorsteen en kunnen dus zonder gevaar weggenomen worden. Vervolgens zal het vrijgekomen oppervlak van de schoorsteen zuiver gemaakt worden door grit- of waterstralen. Aansluitend zal een nieuwe wapening bevestigd worden op de binnenwand van de schoorsteen. Deze omvat zowel horizontale staven, om de twaalf segmenten weer met elkaar te verbinden, als verticale staven om de weerstand tegen windlasten van de verzwakte staven in de ribben over te nemen. Over deze wapening zal dan een laag spuitbeton aangebracht worden. Dit zal gefaseerd van beneden naar boven uitgevoerd worden om de bestaande verzwakte constructie niet overmatig te belasten. Het onderaan toegevoegde beton zal het
gewicht van de restauratie op een hoger niveau telkens moeten kunnen opvangen. De naspanstrengen van de voorlopige stabiliteitswerken zullen dan ook verder kunnen opgespannen worden, vermits de vloeren waaraan ze bevestigd zijn niet meer zullen steunen op de zwakke bestaande wand maar op de volledige omtrek van het nieuw aangebrachte beton. Op die manier zal de schoorsteen (eindelijk) voldoen aan de huidige normering op vlak van windweerstand en stabiliteit in het algemeen. Pas wanneer deze stabiliteitswerken achter de rug zullen zijn, zal kunnen begonnen worden met de restauratie van de buitenkant van de schoorsteen. De fundering van de schoorsteen is slechts in beperkte mate aangetast, wellicht omdat zij zich tot voor kort onder de grond bevond, en dus buiten het bereik van zowel C0 2 als rookgassen. Er zijn slechts plaatselijk sporen van roestende wapening of van afschilferend beton. Ze zijn steeds het gevolg van ofwel mechanische schade, ofwel ontoereikende betondekking op de wapening. De cementmortelbepleistering op de ringbalk vertoont weinig opvallende barsten en hecht nog goed op de structuur. Aan de fundering zullen dus slechts beperkte herstellingen nodig zijn. Een traditionele afwerking met reparatiemortels is hier aangewezen. Om corrosie van de wapening in de toekomst te beperken, zal het beton afgewerkt worden met hydrofoberende en corrosieinhiberende deklagen. Veel wapeningsstaven bevinden zich momenteel immers 'nog net niet' aan het carbonatatiefront, en zouden dus zonder bijkomende bescherming op korte termijn gaan corroderen. Het betonnen raamwerk rond de opening van het voormalig rookkanaal verkeert aan de buitenkant in redelijke staat, maar is aan de binnenkant fel aangetast. Waarschijnlijk waren er aan de overgang tussen het horizontale kanaal en de schoorsteen barsten of andere lekken in de vuurvaste binnenbekleding, waardoor hete rookgassen in contact konden komen met het beton, zodat dit zowel thermisch als chemisch belast werd. Plaatselijk wijst een rode verkleuring van het beton inderdaad op een overmatige verhitting. De omlijsting is evenwel niet cruciaal voor de stabiliteit van het geheel, en het zal volstaan om de blootgelegde wapeningsstaven weer te beschermen met behulp van klassieke reparatiemortels of spuitbeton. De tegen de schoorsteen aangestorte betonnen raamwerken zijn, ondanks eerdere restauraties, sterk verweerd. Hoewel de kolommen niet bijdragen tot de algemene stabiliteit van de schoorsteen, zal het beton moeten gerestaureerd worden om voortschrijdend verval te voorkomen.
Vermits de kanalen die op de kolommen afsteunden niet meer aanwezig zijn, hoeven ontbrekende of verzwakte wapeningen hierbij niet vervangen te worden. De bovenop de schoorsteen gestorte ringbalk verkeert nog in goede staat. De onderliggende oorspronkelijke bekroning daarentegen verkeert in zodanig slechte staat dat ze volledig moet worden vervangen. Veel voegen staan volledig open en het beton is oppervlakkig bijzonder ruw. De later toegevoegde ringbalk zal bij restauratie in zijn oorspronkelijke staat hersteld worden. Het wapeningsstaal in de geprefabriceerde blokken is nauwelijks gecorrodeerd. Aantasting door carbonatatie werd beperkt door zowel de betere betonkwaliteit als door een grotere dekking. Waar nodig zal het beton hersteld worden door ontbrekende delen aan te vullen met reparatiemortel. Het behandelen van alle wapeningen die een intitiatie van corrosie vertonen, zou veronderstellen dat een groot deel van het oppervlak van de schoorsteen verwijderd wordt. Bij reparatie zou het typische aspect van op elkaar gestapelde blokken verloren gaan. Dit kan uiteraard niet de bedoeling zijn. Daarom wordt geopteerd voor het nabehandelen met een corrosie-inhibitor. Tijdens de restauratie zullen alle losse ribben met inbegrip van het vulbeton verwijderd worden tot aan de binnenkant van de schoorsteen, dat is tot op de nieuwe betonkern. Na het zuiver maken van alle contactvlakken en wapeningen zullen ze gereconstrueerd worden. Voor deze reconstructie werden een aantal proefrestauraties uitgevoerd. Deze werden beoordeeld op uitzicht, degelijkheid en kostprijs. Bij een eerste proefrestauratie werden drie beschadigde ringen voorzichtig verwijderd en hersteld door alle barsten in het beton op te gieten met epoxyhars. Daarna werden ze weer op de romp van de schoorsteen bevestigd met een krimpvrije ïietmortel. Vooraf werden roestvast stalen erankeringsspelden zowel in de ribben als in de i van de schoorsteen aangebracht. In de ttijk zullen echter slechts een beperkt aantal . in aanmerking komen voor hergebruik en rtie op de kwaliteit van de herstelling blijkt laalbaar. Bovendien is het bereiken van iverticale uitlijning van de schalen en de imming van de horizontale voegen van ie schalen en de bestaande blokken van liet vanzelfsprekend, omdat de ringen faren heen soms fel vervormd zijn. veede proefrestauratie werden naar het ïn de bestaande schalen drie nieuwe
geprefabriceerd. Deze werden op dezelfde wijze als bij de eerste proefrestauratie op de romp van de schoorsteen bevestigd. Deze oplossing heeft het voordeel van maatvastheid en van een betere betonkwaliteit, maar het nadeel dat er telkens aan weerszijden van de rib een voeg is met de romp, blijft. Dit is niet in overeenstemming met de oorspronkelijke opbouw van de schoorsteen. De talrijke voegen zijn ook nadelig omdat de voorafgaandelijk afdichting ervan, noodzakelijk om bevuiling door de vloeibare vulmortel te vermijden, arbeidsintensief is. Bovendien bleek ook hier de horizontale uitlijning niet vanzelfsprekend te zijn. Bij een derde proefrestauratie werd een halfronde bekisting op de schoorsteen geplaatst en ter plekke
M&L I 59
Op basis van deze drie proefrestauraties en van de hierboven vermelde criteria, zal bij de definitieve restauratie geopteerd worden voor het ter plaatse storten van de ribben. Er zullen vooraf stalen gemaakt worden om het uitzicht van het beton te laten overeenstemmen met het oorspronkelijk beton van de schoorsteen.
Gereconstrueerd deel van rib (foto B. Lambert)
opgestort met beton over de hoogte van drie blokken. Kort na het ontkisten werd het beton gewassen om eenzelfde uitzicht te bekomen als het verweerde oppervlak van het oorspronkelijke beton. Tijdens een eerste proef werden schijnvoegen in de bekisting voorzien. Bij het ontkisten bleken de randen van deze voegen af te brokkelen waardoor de voeg te breed werd. Bij een tweede proef werden de voegen achteraf ingeslepen met beter resultaat als gevolg. Dit bleek ook veruit de beste uitvoeringswijze om de nieuwe voegen te laten aansluiten op de bestaande voegen. Structureel geniet deze oplossing trouwens ook de voorkeur: in plaats van twee materiaalovergangen betongietmortel met rvs-spelden, ontstaat er een monolithische kolom, die stevig in de nieuwe delen van de schoorsteenromp kan verankerd worden.
De betonnen kuip rondom de fundering, gemaakt bij de aanleg van het Marktplein, zorgt ook voor problemen. Het bekken zelf verkeert nog in goede staat, maar de bodem van de kuip ligt hoger dan de funderingsplaat binnenin de schoorsteen, waardoor er permanent water in de schoorsteen staat. Doordat er organisch afval oplost in dit water kan het op termijn verzuren en het beton aantasten. Om dit te vermijden zal over de bestaande fundering en de bodem van het bekken een nieuwe betonplaat aangebracht worden, met afschot naar een bestaande afvoer.
Besluit Deze restauratie toont duidelijk de kwetsbaarheid aan van dunne betonnen structuren, die aan wisselende klimaatomstandigheden blootgesteld zijn. De schade heeft diverse oorzaken, die zowel eigen zijn aan het materiaal, aan de detaillering als aan de oorspronkelijke bedrijfsactiviteit. Dit is zeker het geval bij betonconstructies uit het begin van de 20 ste eeuw, omdat men toen de degradatie van beton nog niet kon inschatten. Zo zijn
recentere betonnen schoorstenen aan de binnenzijde steeds over de volledige hoogte beschermd tegen agressieve rookgassen. Ook na restauratie zal het monument regelmatig moeten geïnspecteerd worden. Het valt immers te verwachten dat een aantal wapeningsstaven die nu nog geen zichtbare schade veroorzaken, op termijn toch zullen beginnen corroderen. Preventief alle wapeningen visueel onderzoeken is geen optie omdat dit zou neerkomen op afbraak van het monument.
Restauratiefiche instandhouding en proefrestauraties
Opdrachtgever: Mijnen nv Onderzoek en ontwerp: Koplamp Architecten Roeselare Stabiliteit: Ontwerpbureau ir. Erik Boddin, Roeselare Advisering: Onroerend Erfgoed Limburg (Jos Gyselinck); Cel Industrieel Erfgoed (Jo De Schepper, Kathleen Moermans); Stabiliteit (Dieter Nuytten) Onderhoudspremie: Vlaamse Overheid, Onroerend Erfgoed Restauratie: maart-oktober 2013 Kostprijs: € 429.527,61; premie 80%
Eindnoten (1) www.deverdieping.be (2) Plannenarchief nv Mijnen. Alle plannen zijn eentalig Frans. De vertaling van de bouwtermen zijn van de auteur, de oorspronkelijk Franse benaming wordt steeds na de (eerste) vertaling vermeld. Het plannenarchief bevindt zich in het Mijnmuseum te Beringen. De oorspronkelijke plannen (calques en blauwdrukken) zijn erg fragiel en kunnen niet geraadpleegd worden. Een deel van het archief werd gekopieerd. Deze duplicaten bevinden zich bij nv Mijnen te Hasselt en kunnen enkel op afspraak geraadpleegd of uitgeleend worden. Digitale versies zijn (nog) niet beschikbaar. (3) VAN DOORSLAER B.. Koolputterserfgocd. een bovengrondse toekomst voor een ondergronds verleden. Provincie Limburg. 2002. (4) BRAIVE ).. Aide-memoire de l'ingénieur-constructeur de béton armé, Parijs, 1922. (5) Les Constructions en Elements Fahriqués d l'Avance, Memorial pour Ie Centenaire de l'Indépendance de la Belgique, Crandes Industries. Historique et Situation actuelle, dl. 2. Société Beige des Ingénieurs et des Industries, 1930. p. 686-691. (6) Mondelinge mededling van ingenieur Mathieu Claessens (7) Nv Mijnen is een dochteronderneming van de Limburgse Reconversie Maatschappij en heeft tot taak de voormalige Limburgse mijnsites te saneren en te herbestemmen.. (8) Jos Gyselinck namens Onroerend Erfgoed (9) In de cementchemie is het gebruikelijk om de symbolen voor chemische verbindingen af te korten. CaO wordt aangeduid met C, SiO met S, Al O met A, Fe O met F. C S en &
(10)
(11)
(12)
(13)
(14)
Bernard Lambert is architect bij Koplamp Architecten (vroeger Architectenkantoor LambertVancoppenolle) in Roeselare. Jos Gyselinck volgde dit dossier op als erfgoedconsulent en celhoofd Onroerend Erfgoed Limburg tot 2010.
62 I M L
(15)
2
2
}
'
2
J
2
C S zijn verkorte notaties voor 2CAO.S10 2 (dicalciumsulfaat) en 3CaO.Si0 2 (tricalciumsulfaat). CSH: calciumsilicaathydraat of cementsteen. De scheikundige formule van cementsteen is 3Ca0.2Si0 2 .3H 2 0, of afgekort CSH. De pH. letterlijk Potcntia hydrogenii, of de macht van de concentratie aan waterstofionen, is een maat voor de zuurgraad (ook wel zuurtegraad) van een waterige oplossing. De pH van een neutrale waterige oplossing ligt bij kamertemperatuur rond de waarde 7. Zure oplossingen hebben een pH lager dan 7. basische oplossingen hebben een p H hoger dan 7 (bron: wikipedia.org/wiki/PH). AUDENAERT K.. Transportmechanismen in zeljverdichtend beton in relatie met carhonatatie en chloridenpenetratie (onuitg. doc.verh.), UGent, 2 0 0 6 . p. 195 e.v. De dikte van de roestkorst op gecorrodeerd wapeningsstaal bedraagt, afhankelijk van omgevingsfactoren, vier tot tien keer het oorspronkelijk volume van het metaal. MATTHYS S., Schadediagnose en herstelling van beton, module 1; schadefenomenen (onuitg. studie), UGent, 2011. Veel voorkomende reacties waarbij gips (CaSO ) gevormd worden zijn: afbraak van cementsteen door zwavelzuur (CSH + H 2 SO -> CaSO + SiO uitloging van calciumhydroxide door zwavelzuur (Ca(OH) 2 + SO CaSO + H O) of meer algemeen sulfaataantasting waarnij di-hydraat (uitgehard gips) gevormd wordt (bijvoorbeeld Na2SO + Ca(OH) 2 = 2 H 2 0 -> CaS0 4 .2H 2 0 + 2 NaOH). DE SCHUTTER G.. Schadediagnose en herstelling van beton, module 1: schadefenomenen (onuitg. studie), UGent, 2011.
Summar ST LUKE GOTHIC REVIVAL IN NORTHERN CHINA. ALPHONSE DE MOERLOOSE, MISSIONARY AND ARCHITECT In 2012, the Belgian Congregation of the Immaculate Heart of Mary, also known as the Scheut Fathers, or Scheutists (CICM), celebrated its 150th anniversary. The Ferdinand Verbiest Foundation (Leuven) organised several commemorations of the missionary work of the Scheut fathers in China and Mongolia. The present article is dedicated to Father Alphonse De Moerloose, who stayed 44 years in China, from 1985 to 1929, and built many churches in the Flemish Gothic revival style he had learned during his architectural education in Belgium. This biographic article is based on both archival research {the archives of CICM are conserved at KADOC in Leuven) and fleldwork in China. The main questions are how, why and when Flemish Gothic revival churches were built in China. The reasons of the contestation of this style and its replacement by a 'Sino-Christian' style in the 1920s will also be evoked. Alphonse Frederic De Moerloose, born in Gentbrugge (near Ghent) in 1856, belonged to a family of contractors and studied architecture during five years at the St. Luke School of Ghent before entering the Scheutist congregation in 1881. His artistic education was strongly catholic, gothic and national: it was based on the True Principles of A.W.N. Pugin which had been adapted to the Belgian context by Baron Jean-Baptiste Bethune and Auguste Van Assche. The churches built by De Moerloose in China are conforming to the architectural canon and ideology of the school: they look like Flemish churches from the second half of the nineteenth century and refer to thirteenth-century churches of the Scheldt area. The article divides de Moerloose's 44 years in China into four periods. During the first one, from 1885 to 1899, he stayed in the Gansu Province and did evangelisation work as a young missionary, without relevant building activity. In 1899, bishop Jeroom Van Aertselaer attracted him to his diocese of Central Mongolia and commissioned him with the design of a seminary and residence with a chapel at Xiwanzi. This was the start of a remarkable architectural career that greatly benefitted from the Boxer Upraising of 1900. During this xenophobic popular revolt, the Boxers killed thousand Christians and destroyed many churches. From 1901, the Chinese state was obliged to pay high indemnities for rebuilding the churches. During the second period of his life in China, from 1899 to 1910, De Moerloose designed many churches for the CICM congregation in Central Mongolia (present Inner Mongolia and Hebei provinces). The churches are of all types and sizes, but are all in the Flemish Gothic revival style of the St Luke Schools (Sint-Lucasneogotiek). Amongst the few of his churches still remaining, the best preserved undoubtedly is the cathedral of Xuanhua, built in 1903-1905. In 1910, Father De Moerloose left the Congregation of the Immaculate Heartof Mary and became a priest of the diocese of Beijing. From 1910 to 1929, he lived in a house annexed to
1
his workshop within the precinct of the Trappist abbey of Yangjiaping. He knew this contemplative community from 1903 when he designed their abbey church. In Yangjiaping, De Moerloose enjoyed a peaceful life, totally dedicated to his art. He designed churches and cathedrals for several missionary congregations, including the Jesuits, the Lazarists, the Trappists and the Scheut Fathers. However, he did not keep up with the times and did not realize the changing world following the birth of the Republic of China in 1912 and the First World War. He still remained faithful to his traditional catholic worldview and the Eurocentric missionary model, to the moral and aesthetic theory of Pugin, and to the Gothic Revival of St Luke and the so-called "Bruges style". In 1924, his first design for the great basilica of Our Lady of Sheshan in the outskirts of Shanghai was rejected because of its style. This was the first serious critic on his work and his second project was less Gothic and mixed elements from different mediaeval origins. From the mid 1920s, critic came from two different sides. First from the missionaries themselves, who found the St Luke Gothic churches beautiful but not adapted at all to the rigorous climate of Mongolia. The second critic came from Rome and was a consequence of the new missionary policy of inculturation (indigenization) of the Holy Seat. In 1919, Pope Benedict XV condemned the colonial behaviour of superposing a Western model to any other and insisted amongst other on the necessity to integrate all aspects of local culture and develop a local clergy. In 1922, archbishop Celso Costantini was sent as first Apostolic Delegate to China and he implemented the new Roman missionary policy at the first synod of the Chinese Catholic Church in Shanghai in 1924. As a promoter of inculturation, Costantini was convinced of the importance of art. He, therefore, encouraged the development of a distinctive Sino-Christian art and architecture, and fought against Gothic Revival architecture. As most nineteenth-century missionaries De Moerloose was convinced that his western and Christian culture was superior to all the other cultures; as an ultramontane, he was intimately convinced that St. Luke's Gothic was the only convenient paradigm for church architecture everywhere in the world. Nevertheless, from the mid-i920s the mediaeval paradigm of Pugin and the St. Luke's schools would definitely belong to the past, as well in Belgium as in China. De Moerloose was sent back to Belgium in 1929, aged 73, and died in Schilde (near Antwerp) in 1932.
THE UNDERDRAWING OF WALL-PAINTINGS. A CASE STUDY OF SAINT JOHN'S CHURCH IN MECHELEN During the preparation of a wall painting, the painter usually makes a more or less detailed drawing on the wall. The Italian sinopia, the red underdrawings on frescos, are well-known, but also on wall-paintings in our region the
M&L I 63
underdrawing is an interesting subject. As these are afterwards covered with the actual painting, they are not usually visible. With the natural wear of the layers of paint or by using specific research methods, the underdrawing can be partially - exposed. There has until now never been a specific study regarding underdrawings of wall-paintings. At best they are casually mentioned in restoration reports or publications. They are nevertheless important evidence of the creation process of mediaeval wall-paintings and meticulous documentation is therefore crucial. Besides a few other examples, mainly the recently discovered wall-paintings from around 1400 in Saint John's church in Mechelen are being treated in this article. On the tall depictions of Saint Christopher as well as Saint George fighting the dragon, the underdrawings are indeed very clearly visible. In order to position the scene on a large or irregularly shaped surface like a vault, the painter could fall back on simple methods like dividing the surface by means of a number of lines or scratches. A pair of compasses could prove useful for circles, mostly for nimbi or medallions. With strings drenched in paint one could apply horizontal or vertical lines on the wall. Underdrawings were done in carbonaceous material like charcoal styles, black chalk, bone char or coal tar. The drawing could be made with a stylus {dry medium) as well as with a brush (watery medium). As the underdrawing was always made by the painter it provides lots of information on the master's hand. Most of the underdrawings for wall paintings are rather linear, without any hatching for shades or folds. In most cases only the main figures were being sketched, not the details of the environment. As far as concerns underdrawings, the wall paintings from around 1400 in the tower of Saint-John's church in Mechelen, are quite interesting. On the northern wall is a monumental Saint Christopher, over 4 meters tall, depicted while wading through the river carrying on his shoulderthechild Jesus with banner of the Cross and a globe. To the left is a hermit coming out of a small chapel. On the south wall we can see Saint George in his heroic battle with the dragon. Seated on his white horse he pierces the dragon's neck. Top left is the young princess all dressed up and with her little lamb, trustfully awaiting the outcome of the battle. As the paint has been wearing off, the underdrawings can be distinguished with the naked eye. The material-technical research, and particularly the results of the lab analyses by the Royal Institute for Art Heritage, have revealed, besides the use of traditional earth pigments, coal black and vermillion, the use of rather rare pigments, colouring and metal like lead-tin yellow type I, indigo and tin. Tin was used for Saint George's grey armour. The green pigment is verdigris. For his remarkably deep red cloak, a mixture of vermillion, red earth and minium was used. Underdrawings were only done for the figures and larger animals, not for the landscape with rocks and trees. The number of pentimenti is striking, i.e. changes to the composition during the painting process. These aren't substantive but only regard positioning and shifting of heads and mainly hands. Some major pentimenti can be noticed on Saint George's curved dorsal shield.
64 I M L
In order to thoroughly document underdrawings, we wish t point out the crucial role of the conservator-restorer, as h often spends months, even years, eye to eye with the wal painting. It is important that, from his privileged and Ion; term interaction with the murals, the restorer puts his wel documented observations in writing. This can never b replaced, not even by the most sophisticated equipment.
THE MONNOYER CHIMNEY IN HEUSDEN-ZOLDER. THE GRADUAL APPROACH OF A STABILITY PROBLEM The industrial chimney on the Zolder mining site is a tri. beacon in the Campines mining landscape, referring to th industrial history of the region. The chimney was built 1 1913-1914, originally as part of a power station, later with function on the mining site. It is an early example of concre1 construction following the prefab system by Entreprises Léc Monnoyeretftts. The system combines stacking prefabricate components with reinforced ribs cast on site. This buildin method was often applied in the Limburg coal basin durir the first half of the 20th century. The chimney in Zolder is th only specimen left in the mining region. The chimney construction consists of components, twelv per ring, except for the cast foundation which consists of a'i eleven-sided ring beam measuring 20 cm and broadening a' the top to 60 cm. The thickness of the wall varies from 18 cm at the bottom to 10cm at the top. Reinforcement bars are placed in rings pending at the blocks; by means of bracket they're connected in every joint with the horizont, reinforcement between the blocks. During a pilot study in 2007 a significant loss in concre thickness was recorded as well as corrosion of the ma. reinforcement, thus threatening the general stability. At fir it was decided to demolish and reconstruct. The Flande Heritage Agency was opposed and opted for stabilizatioi conservation and regular check-ups. Awaiting the fin restoration, the stability was in the meantime improved wit three concrete floor slabs, each anchored with four cables 1 the foundation. Quite a bit of preliminary research and trial restorations we done. It appeared from this that massive concrete degr dation had taken place due to carbonatation, damage I sulphate and acid resulting in the formation of gypsum ar steel corrosion. Cracks had appeared on the exterior of tf chimney along the ribs, resulting in water seepage, fro damage and detachment of ribs. The complete restoration which is actually going on consis of the following interventions: filling up the missing concre on the inside, obviously after removal of the gypsum ar thorough cleaning of the surface, subsequently the origin reinforcement was renewed and the exterior surface restore and treated against water infiltration. In the foundations tlrusty reinforcement and scaling concrete were containe The major intervention is the application of hydrophob layers and the inhibition of corrosion.
remmers
STREVEN NAAR PERFECTIE BOUWAFDICHTING • BOUWONDERHOUD • BINNENWANDAFWERKINGEN • BETONREPARATIE BETONCONSERVERING • INDUSTRIËLE HOUTCOATINGS • DAKBESGHERMINGSPRODUCTEN GEVELREINIGING • GEVELBESCHERMING • VLOERSYSTEMEN
Bouwelven 19
2280 Grobbendonk
tel +32 (0) 14 84 80 80
www.ftbremmers.com
fax +32 (0) 14 84 80 81
restoration works
I
In eigen huis / Restauratie is meer dan nostalgie. Meer dan angstvallig bewaren wat ooit was. Restauratie blaast de pracht van ons erfgoed nieuw leven in en integreert het met de kracht van het hier en het nu. Daarom zijn restauratiewerken ons op het lijf geschreven. We slaan de brug tussen traditie en hightech. We hanteren de meest innovatieve bouwtechnieken, maar we hebben het grootste respect voor het oorspronkelijke karakter van ons erfgoed. Bij Denys beheersen we alle restauratietechnieken en voeren we ze uit met eigen mensen en materieel. Dat is de beste garantie op feilloze kwaliteit binnen de gestelde stricte deadlines. Foto I De koepel van de monumentale Sint Pieterskerk in Gent tBE) schittert in zijn oorspronkelijke glorie. Denys restau reerde het interieur van de barokke koepel.
www.denys.com
OENVS __I____^_^_________
TUNNELLING WORKS / CIVIL WORKS / WATER WORKS / RESTORATION WORKS / BUILDING WORKS / PIPELINE WORKS / DREAM WORKS