STUDIE 32 BEROEPSPROFIEL Verpleegkundige (m/v)
BEROEPSPROFIEL verpleegkundige (m/v)
sector studiegebied opleiding optie
: : : :
gezondheidszorg gezondheidszorg verpleegkunde verpleegkundige
Werkgroep beroepsprofielen van de Vlaamse Hogescholen in opdracht van de Vlaamse Onderwijsraad D/1997/6356/21 De leden van de werkgroep beroepsprofielen zijn inhoudelijk verantwoordelijk voor het beroepsprofiel. De Vlor heeft enkel ingestaan voor een uniforme en toegankelijke lay-out.
INHOUD BEROEPSPROFIEL VERPLEEGKUNDIGE
I N H O U D
1
2
3
IDENTIFICATIE
1
1.1
1 1 2 2
Identificatiegegevens 1.1.1 EEG richtlijnen 1.1.2 Wetgeving 1.1.3 Officiële raden en commissies van de federale overheid 1.1.4 Officiële vertegenwoordigers op niveau Vlaamse Gemeenschap 1.1.5 Beroepsverenigingen
3 3
1.2
Opdracht 1.2.1 Opdrachtgever 1.2.2 Doelstellingen
4 4 4
1.3
Procedure
4
1.4
Methode
4
BEROEPSPROFIEL
5
2.1
5
Vooronderzoek maatschappelijke relevantie 2.1.1 Socio-economische aspecten van de welzijns- en gezondheidszorg 2.1.2 Analyse van de arbeidsmarkt
5 7
2.2
Verpleegkunde binnen de gezondheidssector
18
2.3
Hogescholen die de opleiding verpleegkunde organiseren
18
HET EIGENLIJKE BEROEPSPROFIEL
20
3.1
De benaming en de toegang tot het beroep
20
3.2
De globale beschrijving van het beroep
20
3.3
De specifieke beschrijving in de beroepsactiviteiten 3.3.1 Onthaal 3.3.2 Gegevens verzamelen rond de functionele gezondheidspatronen 3.3.3 Verpleegkundige diagnose 3.3.4 Voorstudie 3.3.5 Organisatie en coördinatie 3.3.6 Voorbereiding 3.3.7 Analyse 3.3.8 Accommodatie 3.3.9 Verzorging 3.3.10 Hulpverlening 3.3.11 Educatie/onderwijs 3.3.12 Animatie 3.3.13 Interventie 3.3.14 Informatieverstrekking 3.3.15 Advies 3.3.16 Productieve informatieverstrekking 3.3.17 Onderhoud
21 21 21 23 23 24 24 24 24 24 26 26 26 27 27 27 27 27
INHOUD BEROEPSPROFIEL VERPLEEGKUNDIGE
3.3.18 3.3.19 3.3.20 3.3.21 3.3.22 3.3.23 3.4
3.5
4
5
6
7
Goederenbehandeling Controle Communicatie Samenwerking Medewerking aan ziekenhuis-organisatiebeleid Medewerking aan overheidsbeleid
27 28 28 28 28 28
De ondersteunende kennis 3.4.1 Kennis hebben van het functioneren van de mens 3.4.2 Kennis hebben van het disfunctioneren van de mens 3.4.3 Kennis hebben van de zorgvraag en de zorgbehoeften 3.4.4 Kennis hebben van de ethiek van de gezondheidsverlening 3.4.5 Kennis hebben van de verpleegkundige modellen 3.4.6 Kennis hebben van de bronnen van de verpleegkundige wetenschap 3.4.7 Kennis hebben van communicatie en registratie i.f.v. het verpleegkundig proces 3.4.8 Kennis hebben van diagnostische en therapeutische technieken/methoden/interventies 3.4.9 Kennis hebben van farmacologie 3.4.10 Kennis hebben van hulpmiddelen, apparatuur en materialen gebruikt in de zorgverlening, verpleegkunde & geneeskunde 3.4.11 Kennis hebben van de structuren en de werking van de gezondheidszorg en de welzijnszorg op micro-, mesoen macroniveau
29 29 29 29 29 29
De beroepshoudingen 3.5.1 Beroepshoudingen voor verpleegkundigen 3.5.2 Concretiseren van houdingen
31 31 31
30 30 30 30 30 30
NIVEAUBEPALING
36
4.1
Omschrijving van het niveau
36
4.2
Criteria
36
4.3
Niveaubepaling
36
BIBLIOGRAFIE
37
5.1
Inventaris beroepsprofielen
37
5.2
Bibliografie
38
MEDEWERKERS
40
6.1
40
Samenstelling van de werkgroep
BIJLAGEN
43
Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3
43 44 45
BEROEPSPROFIEL VERPLEEGKUNDIGE
1
1
IDENTIFICATIE
Inleiding Steeds zullen mensen gezondheidszorg behoeven en in hulpvragende situaties verkeren omdat hun leven acuut in gevaar is, omdat zij het moeilijk hebben om zich als zelfstandige persoon te handhaven, omdat zij niet zelfstandig in staat zijn de kwaliteit van het leven op peil te houden of te verbeteren. Het doel van de gezondheidszorg kan omschreven worden als het optimaliseren van het lichamelijk, psychisch, sociaal en existentieel welbevinden van een persoon maar ook de familie en de bredere omgeving waarin de patiënt leeft. ♦ Bron Beroepsprofiel en functieomschrijving van de polyvalente verpleegkundige Karel de Grote-Hogeschool, Departement Gezondheidszorg, Antwerpen 1995
1.1
Identificatiegegevens
1.1.1
EEG richtlijnen ♦ 77/452/EEG Richtlijn van de Raad van 27 juni 1977 inzake de onderlinge erkenning van de diploma’s, certificaten en andere titels van verantwoordelijk algemeen ziekenverpleger, tevens houdende maatregelen tot vergemakkelijking van de daadwerkelijke uitoefening van het recht van vestiging en vrij verrichten van diensten.... ♦ 77/453/EEG Richtlijn van de Raad van 27 juni 1977 inzake de coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de werkzaamheden van verantwoordelijk algemeen ziekenverpleger.... ♦ 77/454/EEG Besluit van de Raad van 27 juni 1977 houdende instelling van een Raadgevend Comité voor de opleiding op het gebied van de verpleegkunde.... ♦ 77/455/EEG Besluit van de Raad van 27 juni 1977 houdende wijziging van Besluit 75/365/EEG tot instelling van een Comité van hooggeplaatste ambtenaren van volksgezondheid evenals de amendementen van 10.10.1989 en 30.10.1989.
2
1.1.2
BEROEPSPROFIEL VERPLEEGKUNDIGE
Wetgeving Koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de geneeskunst, de verpleegkunde, de paramedische beroepen en de geneeskundige commissies. (B.S. van 14 november 1967, errata B.S. van 12 juni 1968, gewijzigd door de wetten van 26 april 1973, 17 december 1973, 20 december 1974, 13 december 1976 en 30 december 1977, het K.B. van 8 juni 1983, de wetten van 14 mei 1985 en 26 december 1985, het K.B. van 26 december 1985, de wetten van 19 december 1990, 22 augustus 1991 en 26 juni 1992, het K.B. van 9 november 1992, de wetten van 6 augustus 1993, 22 februari 1994 en 6 april 1995). Koninklijk besluit van 18 juni 1990 houdende vaststelling van de lijst van de technische verpleegkundige prestaties en de lijst van de handelingen die door een geneesheer aan beoefenaars van de verpleegkunde kunnen worden toevertrouwd, alsmede de wijze van uitvoering van die prestaties en handelingen en de kwalificatievereisten waaraan de beoefenaars van de verpleegkunde moeten voldoen (B.S. van 26 juli 1990), met wijziging in het KB van 4 september 1990 (B.S. van 13 september 1990), in het KB van 25 november 1991 (B.S. van 21 februari 1992, in het KB van 27 december 1994 (B.S. van 26 januari 1995). Koninklijk besluit van 8 september 1993 tot uitvoering van artikel 54bis van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de geneeskunst, de verpleegkunde, de paramedische beroepen en de geneeskundige commissies (B.S. van 26 okotber 1993) + Erratum KB van 8 september 1993 (B.S. van 5 januari 1994) met wijziging in het KB van 9 januari 1995 (B.S. van 11 februari 1995). Koninklijk besluit van 18 januari 1994 houdende de lijst van bijzondere beroepstitels en bijzondere beroepsbekwamingen voor de beoefenaars van de verpleegkunde (B.S. van 9 maart 1994). Koninklijk besluit van 20 mei 1994 tot vaststelling van de erkenningsprocedure waarbij beoefenaars van de verpleegkunde ertoe gemachtigd worden een bijzondere beroepstitel te dragen of zich op een bijzondere beroepsbekwaming te beroepen (B.S. van 19 juli 1994).
1.1.3
Officiele raden en commissies van de federale overheid − − − − − − −
Nationale Raad voor Verpleegkundigen (NR... Technische Commissie van Verpleegkunde Provinciale Geneeskundige Commissie Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (RIZIV) Nationale Raad voor Ziekenhuisvoorzieningen (NRZV) Nationale Raad Paramedische Beroepen Commissie voor toezicht op en evaluatie van statistische gegevens i.v.m. de medische activiteiten in de ziekenhuizen − Nationale Raad dringende geneeskundige hulpverlening (KB 5.7.1994)
BEROEPSPROFIEL VERPLEEGKUNDIGE
1.1.4
3
Officiële vertegenwoordiging op niveau Vlaamse Gemeenschap − Vlaamse Adviescommissie van Ziekenhuizen en andere vormen van medische verzorging en begeleiding (VAZA) − Gemengde Commissie Rustoorden - Rust- en verzorgingstehuizen − Vlaamse Adviescommissie voor Perinatale zorg (VAPZ) − Hoge Raad voor Thuisverzorging − Kind en Gezin
1.1.5
Beroepsverenigingen Ontwikkelingen en behartiging van het beroep worden waargenomen door beroepsorganisaties.
1 Algemene Unie der Verpleegsters van België (AUVB) de Nederlandstalige: − Nationaal Verbond der Katholieke Verpleegkundigen en Vroedvrouwen (NVKVV); Brussel − Nationale Neutrale Beroepsorganisatie voor Vlaamse Verpleegkundigen (NNBVV) Brussel de Franstalige: − Association Nationale Catholique de Nursing (ACN) − Fédération Nationale Neutre des Infirmières de Belgique (FNNIB) de Duitstalige: − Krankenpflegevereinigung in der Deutsche Gemeinschaft Belgiens
2 Beroepsorganisaties verenigd in de Vlaamse Unie voor Verpleegkundigen − − − − − − − − − −
Vlaamse Vereniging van Verpleegkundigen Spoedgevallenzorg( VVVS), Gent Vereniging Verpleegkundigen Radiotherapie en Oncologie (VVRO), Leuven Vlaamse Vereniging Intensieve Zorgen Verpleegkundigen (VVIZV), Wijnegem Vlaamse Vereniging voor Sociaal Verpleegkundigen( VVSV), Temse Vlaamse Beroepsvereniging voor Verpleegkundig Kaderpersoneel (VBVK), Bree Vereniging van Vlaamse Operatiezaalverpleegkundigen (VVOV), Mechelen Belgische Vereniging van Neurochirurgische Verpleegkundigen, Genk Vlaamse Vereniging van Verpleegkundigen en Paramedici Dialyse- en Transplantatiecentra Wachtdienst van Zelfstandige Verpleegkundigen en Vroedvrouwen (VZVV) Syndicale Kamer der Zelfstandige Verpleegkundigen (SKZV), Turnhout
3 Andere Beroepsorganisaties voor Verpleegkundigen − − − − − − −
Vereniging van Endoscopie-verpleegkundigen, Lennik Vlaamse Vereniging voor Zelfstandige Verpleegkundigen, Deurne Vereniging Medische Röntgenlaboranten, Roksem Belgische Vereniging voor Intensieve Zorgen; SIZ-Nursing Vlaamse Vereniging van Verpleegkundigen in de Bedrijfsgezondheidszorg (VVVB), Ruiselede Vlaamse Vereniging van Verpleegkundigen en Spoedgevallen, Gent Syndicale Kamer der Zelfstandige Verpleegkundigen van de Provincies Antwerpen, Limburg, Oost-Vlaanderen, West-Vlaanderen en Vlaams Brabant, Brugge (St.Kruis)
4 Belgische Confederatie van Verpleegkundigen vzw −
Bron: Verpleegkunde - zakboekje 1997 - Kluwer Editorial
4
BEROEPSPROFIEL VERPLEEGKUNDIGE
1.2
Opdracht
1.2.1
Opdrachtgever Op vraag van de Vlaams Minister van Onderwijs en Ambtenarenzaken heeft de Vlaamse Onderwijsraad (VlOR) de organisatie op zich genomen beroepsprofielen voor het hoger onderwijs te laten uitschrijven waarop opleidingsprogramma’s en basiscompetenties zullen kunnen geënt worden.
1.2.2
Doelstellingen Artikel 36 van het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap stelt duidelijk dat het hogeschoolbestuur zelf per opleiding een opleidingsprogramma bepaalt. Dit opleidingsprogramma bestaat uit een samenhangend geheel van onderwijs- en andere studieactiviteiten die gericht zijn op de verwezenlijking van welomschreven doelstellingen inzake kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes, waarover degene die de opleiding voltooit, dient te beschikken. De hogescholen hebben een maatschappelijke opdracht te vervullen en zijn het de maatschappij dan ook verschuldigd “kwaliteit” te waarborgen. Dit impliceert ook overeenstemming over de basiscompetenties. De hogescholen moeten overleg plegen aangaande hun opleidingsprogramma’s die moeten instaan op grond van de beroepsprofielen en de daaruit vloeiende basiscompetenties.
1.3
Procedure - 1.4 Methode De Vlaams minister van Onderwijs en Ambtenarenzaken heeft werkgroepen geïnstalleerd en de voorzitters van de werkgroepen aangeduid. Onder het voorzitterschap van mevrouw Béatrice Toté werd de werkgroep samengesteld uit afgevaardigden van de verschillende werkvelden van de gezondheidssector, van de beroepsverenigingen en de hogescholen die de opleiding verpleegkunde aanbieden. De werkgroep schrijft in de mate van het mogelijke het ‘Beroepsprofiel van de Verpleegkundige’ uit aan de hand van de voorgestelde procedure van de Dienst van Onderwijsontwikkeling. De bevoorrechte getuigen vertrouwd met de beroepspraktijk van de verpleegkundigen en die diverse functies bekleden binnen de gezondheidssector, hebben actief deelgenomen aan de besprekingen binnen de werkgroep. De werkgroep vergaderde plenair op: − 30 januari 1996 − 06 maart 1996 − 23 april 1996 − 09 juli 1996 − 25 november 1996 De logistieke ondersteuning werd hoofdzakelijk waargenomen door mevrouw Christiane De Boeck van het secretariaat van het Vlaams Verbond van het Katholiek Hoger Onderwijs.
BEROEPSPROFIEL VERPLEEGKUNDIGE
2
5
BEROEPSPROFIEL
2.1
Vooronderzoek Maatschappelijke relevantie
2.1.1
Socio-economische aspecten van de welzijns- en gezondheidszorg Welzijns- en gezondheidszorg en raken het wezen en het bestaan van de mensen. Welzijn en gezondheid in hun brede betekenis zijn basisbehoeften van elk individu en zijn onmisbare bouwstenen voor een gezonde samenleving. Het algemeen welzijn en de persoonlijke gezondheidstoestand is bepalend voor de kansen op integratie in de arbeidsmarkt, in de sociale omgeving en in het maatschappelijk gebeuren. Kortom, een goede gezondheid is een belangrijke voorwaarde om als individu een hoger niveau van welzijn te bereiken. Het behoud of het herstel van een goede gezondheid is één van de hoofdbekommernissen van elk individu én van de overheid. (1) De doelstellingen van gezondheidszorg zijn dan ook : − het bevorderen en instandhouden van gezondheid − het voorkomen van ziekte en handicap − het bijdragen aan genezing en herstel van ziekte en − het verlichten van lijden en ongemak − het begeleiden bij het sterven 2.1.1.1De macro-economische situering van de gezondheidszorg De macro-economische situering van de gezondheidszorg wordt meestal uitgedrukt in de procentuele besteding van het Bruto Binnenlands Produkt aan gezondheidszorg. In 1993 bedroegen de overheidsuitgaven voor gezondheidszorg in totaal 500 miljard BF. In dit bedrag zijn de uitgaven voor preventieve gezondheidszorg en voor de niet erkende alternatieve geneeskunde niet inbegrepen. België besteedde in 1992 8,2 % van het B.B.P. voor gezondheidszorg; dit is 26,8 BF/inwoner/dag. Dit is iets meer dan het gemiddelde van de toenmalige E.G. (13,4 % van het B.B.P. in 1991). Niettegenstaande er verschillen zijn in gezondheidsuitgaven, voeren bijna alle EGlidstaten een beleid van kostenbeheersing omwille van de stijging van het percentage van het B.N.P. dat aan gezondheidszorg besteed wordt .Verschillende factoren zijn verantwoordelijk voor de groeiende vraag naar gezondheidszorg : de vergrijzing van de bevolking, de ontwikkeling van de medische technologie, veranderingen in pathologieën en in consumentenverwachtingen. De stijgende vraag naar gezondheidszorg heeft de sterke toename van het aantal tewerkgestelde verpleegkundigen mee beïnvloed.
6
BEROEPSPROFIEL VERPLEEGKUNDIGE
2.1.1.2De huidige en verwachte ontwikkeling in de Gezondheidssector De welzijns- en gezondheidssector is een zeer arbeidsintensieve sector. Begrippen als continuïteit, integratie en kwaliteit zijn essentiële kenmerken van de sector. De karakteristieken van het arbeidsveld in de gezondheidszorg zijn door Jordens als volgt in schema gebracht : ♦ De hulpvrager Patient /client
Een individu − − −
lid van groepen : gezin, familie, werk, dorp, samenleving, ..... actief verantwoordelijk voor eigen leven en gezondheid vraagt hulp i.v.m. somatische, psychische, relationele, existentiële, .... problemen
♦ Doet beroep op Kader : gezondheidszorg - welzijnszorg − intra-, trans- en extramurale − eerste-, tweede-, derde- en vierdelijnszorg − acute en chronische zorg − somatische, psychische, sociale en existentiële aspecten − zelfzorg en mantelzorg naast professionele zorg
♦ Wordt geholpen door Hulpverleners: artsen, verpleegkundigen, paramedici, psychologen, sociaal werkers − werken in groepsverbanden − teams van verpleegkundigen − teams van verschillende disciplines
De evolutie in de gezondheidssector en in de verpleegkundige beroepsuitoefening is het gevolg van (de evolutie op een aantal domeinen. Hieronder wordt deze schematisch voorgesteld ♦ Externe factoren − − −
demografische aspecten maatschappelijke aspecten overheidsmaatregelen
♦ Interne factoren − − −
de gezondheidszorg zelf medische en technische aspecten de verpleegkundige beroepsuitoefening
Tegen 2010 zal 27 % van de Belgische bevolking ouder zijn dan 65 jaar en 15 % ouder dan 70 jaar. Dit zal onvermijdelijk leiden tot een groeiende vraag naar zorg. (Bron : beleidsbrief Vlaamse Raad, stuk 181, dec. 1995).
BEROEPSPROFIEL VERPLEEGKUNDIGE
7
Dit heeft implicaties voor de vraag naar en de activiteiten van de verpleegkundigen. De verschuivingen in de gezondheidszorg veroorzaken niet alleen veranderingen in de tewerkstelling van verpleegkundigen, maar ook in de uitoefening van het beroep; het werkterrein van verpleegkundigen evolueert aan de ene kant naar meer basisverpleging en -verzorging (zorg voor ouderen in residentiële voorzieningen en in de thuissituatie) en aan de andere kant, omwille van de ontwikkeling van de medische technologie en het complexer worden van de ziektegevallen, naar gespecialiseerde en meer technische vormen van zorg in algemene of acute ziekenhuizen. Omwille van kostenbeheersing, vnl. in de intramurale sector zal tevens een verschuiving plaats vinden van intra- naar extramurale zorg.
2.1.2
Analyse van de arbeidsmarkt 2.1.2.1Gegevens over de tewerkstellingsdomeinen Volgens de RSZ en RSVZ is de werkgelegenheid in de gezondheidssector op tien jaar tijd met 30 % toegenomen. (Bron: Antwerps Farmaceutisch Tijdschrift, AFT, april 1995). ♦ De tewerkstellingsdomeinen De tewerkstelling van de verpleegkundigen situeert zich hoofdzakelijk in de sector van de gezondheids- en welzijnszorg. De procentuele verdeling van de verpleegkundigen volgens de tewerkstellingsdomeinen ziet er als volgt uit: Tewerkstellingsdomein
%
algemene ziekenhuizen pyschiatrische ziekenhuizen thuisverpleging bejaardenzorg andere (Kind en Gezin, jeugdzorg, bedrijven, scholen)
52,50% 6,80% 16,30% 11,60% 12,80%
De grote tewerkstellingsdomeinen voor de verpleegkundigen bevinden zich dus hoofdzakelijk in de gezondheidszorg. Het zijn: de algemene ziekenhuizen, de psychiatrische ziekenhuizen, de thuisgezondheidszorg, de bejaardenzorg. Daarnaast zijn er nog enkele werkvelden waar verpleegkundigen zeker aan bod komen, zoals bv de arbeidsgeneeskundige diensten, de PMS-centra. Cijfergegevens over het aantal tewerkgestelde verpleegkundigen met hun kwalificatie zijn niet volledig beschikbaar na 1992. Onderstaande tabellen geven echter wel een evolutief beeld per sector van de kwantitatieve tewerkstelling en per niveau. Jaar
A1
A2
Totaal
1985 1986 1987 1988 1989 1990 1991 1992
20 025 21 028 21 941 22 760 23 196 24 146 24 781 14 947
14 593 15 640 17 846 18 894 20 400 21 449 21 414 21 590
34 618 36 668 38 510 40 606 42 090 44 546 46 230 46 361
Bron: Verpleegkundigen in Vlaanderen, Vraag en Aanbod, NVKVV, april ’92, Roseline Debaillie
8
BEROEPSPROFIEL VERPLEEGKUNDIGE
Jaar
Algemeen ziekenhuis
Psychiatrisch ziekenhuis
Thuisverpleging
Bejaardenzorg
Andere
Totaal
1985 1986 1987 1988 1989 1990 1991 1992
18 376 19 361 20 326 20 862 21 854 23 622 24 167 24 321
2 669 2 705 2 722 2 809 2 891 3 160 3 160 3 160
4 580 5 456 6 211 6 968 7 242 7 573 7 862 7 573
2 984 3 132 3 261 3 949 4 113 4 252 5 102 5 368
6 009 6 014 5 990 6 018 5 990 5 939 5 939 5 939
34 618 36 668 38 510 40 606 42 090 44 546 46 230 46 361
Bron: Verpleegkundigen in Vlaanderen, Vraag en Aanbod, NVKVV, april ’92, Roseline Debaillie
Noot A1: Gegradueerde verpleegkundigen opgeleid in het hoger onderwijs A2: Gebrevetteerde/gediplomeerde verpleegkundigen opgeleid in de 4de graad van de secundair beroepsonderwijs. ♦ Intramurale zorg De intramurale gezondheidszorg biedt in Vlaanderen aan ongeveer 33.800 verpleegkundigen een baan. Daarvan zijn 71,8 % tewerkgesteld in de algemene ziekenhuizen. De anderen werken in de psychiatrische ziekenhuizen, de bejaardentehuizen, de rust- en verzorgingstehuizen en de MPI’s. Algemene ziekenhuizen De huidige tewerkstelling van de verpleegkundigen in de algemene ziekenhuizen kan worden verdeeld onder A1 en A2 verpleegkundigen. Uit de evolutie van de tewerkstelling blijkt dat ondanks het dalen van het aantal bedden in de algemene ziekenhuizen het personeelsbestand steeg. Dit is vooral te wijten aan de toename van het aantal medisch-technische prestaties in die ziekenhuizen. Het medisch technisch blok werd sterk uitgebouwd. Daarnaast zijn ook de toename van de deeltijdse arbeid binnen dit werkveld en de kwaliteitsverhoging van de ziekenhuizen mede oorzaak van een grotere tewerkstelling van verpleegkundigen. Hierbij wordt in toenemende mate voorrang gegeven aan gegradueerde verpleegkundigen. Niet gekwalificeerd verzorgend personeel en ziekenhuisassistenten worden stilaan vervangen door gekwalificeerde verpleegkundigen. Onderstaande tabellen tonen de evolutie in de tewerkstelling binnen de algemene ziekenhuizen. A1 A2 Totaal
1985 10 663 7 713 18 376
1986 11 319 8 042 19 361
1987 11 975 8 351 20 326
1988 12 385 8 477 20 862
1989 12 795 9 059 21 854
1990 13 650 9 972 23 622
1991 13 965 10 202 24 167
Bron: Verpleegkundigen in Vlaanderen, Vraag en Aanbod, NVKVV, april ’92, Roseline Debaillie
BEROEPSPROFIEL VERPLEEGKUNDIGE
Kwalificatie A1 A2 ziekenhuisassistenten Andere
9
1984 32,5% 30,6% 14,4% 22,5%
1986 34,1% 31,4% 12,8% 21,7%
1988 37,9% 31,8% 12,7% 17,4%
1990 41,7% 33,2% 8,6% 16,2%
Bron: Verpleegkundigen in Vlaanderen, Vraag en Aanbod, NVKVV, april ’92, Roseline Debaillie
Psychiatrische ziekenhuizen Dit zijn de ziekenhuizen die uitsluitend bestemd zijn voor de opvang en behandeling van psychiatrische patiënten. Net zoals in de algemene ziekenhuizen is er in de psychiatrische ziekenhuizen een vermindering van het aantal bedden vastgesteld. Toch is er een stijging van het aantal tewerkgestelde verpleegkundigen vast te stellen. De redenen daarvoor zijn eveneens gelijklopend met die bij de ziekenhuizen: − verhoging van de deeltijdse arbeid − verhoging van de kwaliteitsnormen voor de verzorging in de psychiatrische ziekenhuizen In de psychiatrische ziekenhuizen stellen we verhoudingsgewijs een toename vast van A1 en A2 verpleegkundigen, tegenover een daling van ziekenhuisassistenten en verzorgend personeel, wel in mindere mate dan in de algemene ziekenhuizen. A1 A2 Totaal
1985 1201 1468 2669
1986 1198 1507 2705
1987 1194 1528 2722
1988 1210 1599 2809
1989 1227 1664 2891
1990 1323 1837 3160
1991 1323 1837 3160
Bron: Verpleegkundigen in Vlaanderen, Vraag en Aanbod, NVKVV, april ’92, Roseline Debaillie
Bejaardenzorg De intramurale bejaardenzorg in Vlaanderen concentreert zich vooral in de rust- en verzorgingstehuizen en de rusthuizen. Rekening houdend met de vergrijzing van de bevolking en de verdere professionalisering van de hulpverlening is dit zeker een tewerkstellingsdomein met toekomst voor een paramedisch beroep, zoals dit van verpleegkundige, met toekomst voor het verpleegkundig beroep. ♦ Extramurale zorg De totale tewerkstelling in de extramurale zorg in Vlaanderen bedraagt ongeveer 15.000 personeelsleden. Dit zijn zowel voltijdse als deeltijdse banen voor verpleegkundigen en vroedvrouwen. De extramurale zorg kan op zich terug worden ingedeeld in de thuiszorg, de gehandicaptenzorg en wat kan samengebracht worden onder andere sectoren zoals de kinder- en jeugdzorg. De thuiszorg De thuisgezondheidszorg is het grootste werkveld in de extramurale hulpverlening. Het betreft een eerstelijnsverzorging waar verpleegkundigen een belangrijke en vaak centrale rol spelen, niet alleen in relatie met de patiënten, maar ook in relatie
10
BEROEPSPROFIEL VERPLEEGKUNDIGE
met de andere gezondheidswerkers op dit veld. De thuiszorgteams zijn daarvan een duidelijk voorbeeld. De thuisverpleging is op twee manieren georganiseerd. Enerzijds bestaat ze uit de groep zelfstandige verpleegkundigen. Anderzijds zijn het de diensten voor thuisverpleging die hoofdzakelijk die markt bepalen. De grootste thuisverplegingsdiensten in Vlaanderen zijn; het Wit-Gele Kruis, Sovervlag en Solidariteit voor het Gezin. Daarnaast zijn kleinere diensten en OCMW-diensten voor thuisverpleging op het veld actief. Samen nemen zij ongeveer 65 % van de tewerkstelling voor hun rekening. Het totaal aantal thuisverpleegkundigen in Vlaanderen ziet er als volgt uit: A1 A2 Totaal
1985 1740 2840 4580
1986 2047 3409 5456
1987 2197 3914 6211
1988 2478 4490 6968
1989 2490 4752 7242
1990 2523 5050 7573
1991 2618 5244 7862
Bron: Verpleegkundigen in Vlaanderen, Vraag en Aanbod, NVKVV, april ’92, Roseline Debaillie
Uit bovenstaande tabel blijkt heel duidelijk dat de tewerkstelling op 5 à 6 jaar tijd bijna verdubbeld is. Opvallend is ook de grote toename van het aantal deeltijdse banen in de thuisgezondheidszorg. Binnen dit thuiszorgkader, waar verpleegkundigen hoofdzakelijk de patiëntendoelgroep van bejaarden, chronisch zieken en gehandicapten verplegen, is er ook nog ruimte voor de kraamzorg. Kinder- en jeugdzorg De tewerkstelling van verpleegkundigen in de kinder- en jeugdzorg situeert zich vooral bij Kind en Gezin, de kinderdagverblijven, het medisch schooltoezicht en de PMS-centra. a
Kind en Gezin Volledig correcte cijfers over de tewerkstelling van verpleegkundigen bij Kind en Gezin zijn niet voorhanden. Het totale personeelsbestand van Kind en Gezin bedraagt in 1992/1993, 1 049 eenheden. Daarvan zijn er 62,8 % sociaal verpleegkundigen. Dit betekent dat ongeveer 660 sociaal verpleegkundigen zijn tewerkgesteld binnen Kind en Gezin. Zij bevinden zich hoofdzakelijk op niveau 2 en hun taken richten zich vooral naar de raadplegingen van het Jonge Kind en het begeleiden van de gezinnen met jonge kinderen. Daarnaast is er nog een beperkte tewerkstelling van verpleegkundigen in de instellingen van Kind en Gezin.
niveau 1 niveau 2 niveau 3 niveau 4 Totaal
Personeelsformat ie voorzien 56 841 (715) 142 105 1144
bestand 31.12.91 statutair
bestand 31.12.91 niet-statutair
Totaal
33 735 (612) 105 78 951
11 62 (47) 15 10 98
44 797 (659) 120 88 1049
Bron: Verpleegkundigen in Vlaanderen, Vraag en Aanbod, NVKVV, april ’92, Roseline Debaillie
BEROEPSPROFIEL VERPLEEGKUNDIGE
b
11
Kinderdagverblijven De kinderdagverblijven en de particuliere opvanginstellingen (dagopvang) geven ongeveer aan 150 verpleegkundigen werk. De erkenning en de subsidiëring van de kinderdagverblijven vallen eveneens onder de bevoegdheid van Kind en Gezin.
c
PMS-centra en Medisch School Toezicht De PMS-centra en de MST’s in Vlaanderen stellen ongeveer 565 verpleegkundigen tewerk. Er mag worden aangenomen dat dit vrijwel allemaal A1 (gegradueerden) zijn. Die tewerkstelling kan verder worden ingedeeld als volgt − de vrije PMS-centra ongeveer 150 verpleegkundigen − de vrije gezondheidscentra die als MST functioneren ongeveer 240 − de PMS-centra van het gemeenschapsonderwijs stellen ook ongeveer 160 A1 verpleegkundigen tewerk. Hierbij moet vermeld worden dat zij ook instaan voor het Medisch Schooltoezicht − de overige PMS-centra zijn samen goed voor ongeveer 15 betrekkingen
Bedrijfsgeneeskundige diensten In het bedrijfs- en interbedrijfsgeneeskundige diensten worden verpleegkundigen tewerkgesteld. Het aantal mag voor Vlaanderen geschat worden op ongeveer 450 betrekkingen. Het zijn hoofdzakeliljk gegradueerden in de sociale verpleegkunde die in dit werkveld een betrekking aangaan. Maatschappelijke gezondheidszorg Voor verpleegkundigen is het tot nu toe nog een beperkt werkveld. Het gaat vooral om een tewerkstelling van sociaal verpleegkundigen die naast de maatschappelijk werker actief zijn in de Centra voor Maatschappelijk Welzijn. Ditzelfde geldt voor de centra geestelijke gezondheidszorg en de centra voor gezins- en levensvragen. Nauw aansluitend bij de maatschappelijke gezondheidszorg zitten de dagcentra voor opvang van gehandicapten (meestal mentaal gehandicapten). Ook hier is een tewerkstelling van verpleegkundigen aanwezig. Dagverzorgingscentra voor bejaarden Sinds 1991 wordt een nieuwe vorm van voorziening voor bejaarden, de dagverzorgingscentra, opgenomen in de bestaande reglementering ter erkenning en subsidiëring van voorzieningen voor bejaarden (Besluiten van de Vlaamse Regering, BS van 8 juni 1991, op het decreet van 4 maart 1985). Zo werden ook erkenningsnormen en programmatiecijfers inzake personeelsomkadering vastgelegd. De tewerkstelling hiervan wordt geschat op 50 à 70 arbeidsplaatsen. In parallelle voorzieningen met name vormen van dagopvang, dienstencentra (dit laatste eveneens gereglementeerd), zouden eenzelfde aantal tewerkstellingsplaatsen genereren.
12
BEROEPSPROFIEL VERPLEEGKUNDIGE
♦ Andere tewerkstellingsmogelijkheden Onderwijs Volgens het Centrum voor Informatieverwerking van het Ministerie van Volksgezondheid bedroeg het aantal Nederlandstalige A1 verpleegkundigen tewerkgesteld in het onderwijs in 1990, 1 667 personen. Voor de gebrevetteerden was dat 198 verpleegkundigen. Krijgsmacht Het aantal verpleegkundigen tewerkgesteld bij de medische dienst voor de krijgsmacht bedroeg op 15 januari 1991, 80 A1 verpleegkundigen en 33 A2 verpleegkundigen. Ontwikkelingshulp De verpleegkundigen actief in de ontwikkelingshulp zijn allen gegradueerden. Vooral bij organisaties als Artsen zonder Grenzen kan men terecht als verpleegkundige. Belangrijk is hierbij wel vooraf heel concrete en volledige informatie in te winnen over de tewerkstellingsplaats, de sociale zekerheid en de taken die moeten worden opgenomen. Vandaag hebben een 100-tal verpleegkundigen een baan in de ontwikkelingshulp. Diversen Naast de hierboven opgenoemde tewerkstellingsvelden vinden we verpleegkundigen terug bij het Belgisch Rode Kruis en de Vlaamse Dienst voor het Bloed alsook in ministeries, ziekenfondsen, kabinetten van geneesheren en tandartsen, poliklinieken en ambulante verzorging. Een beperkt aantal situeert zich in de bedrijfswereld; bv. als medische vertegenwoordiger in de farmaceutische sector. Samen zijn zij goed voor een tewerkstelling van ongeveer 600 A1 en 180 A2 verpleegkundigen. Bron: Verpleegkunde Zakboekje 1997 (p. 167-176) - Kluwer Editorial De tewerkstelling wordt ook beïnvloedt door de instroom-uitstroom van personeel in de gezondheidssector. In een studie van Spinnewyn en Pacolet (1993) wordt die arbeidsmarkt van dichterbij bekeken. Het aantal eerstejaars in verpleegkundige beroepen daalt langzaam. In het jaar 1982-1983 was dat nog 7 895, in 1990-1991 was dit aantal reeds gedaald tot 5 058. Deze trend geldt zowel voor Vlaanderen als voor Wallonië. De daling van het aantal studenten was tot 1989 hoofdzakelijk te wijten aan demografische factoren, terwijl na 1989 vooral de dalende populariteit van de verpleegkundige sector de oorzaak was van het dalend aantal studenten. Als redenen voor die dalende populariteit ziet men een combinatie van volgende factoren: − de verpleging kent de typische nadelen van de publieke sector: de lonen; algemene loonmatiging en besparingsdruk zal dit nog versterken − stresserende voorwaarden tengevolge van de psychische en fysische werklast, die in de private sector waarschijnlijk financieel gecompenseerd wordt en de achteruitgang voor de keuze voor deze beroepen kadert ook in de algemene verminderde belangstelling voor de tewerkstelling in de publieke sector. In de verpleegkundige sector is er een opgang van de zelfstandige verpleegsters in de thuiszorg
BEROEPSPROFIEL VERPLEEGKUNDIGE
13
− het feit dat in de sector veel vrouwen werken en dat vervroegde uittreding uit de job vaak voorkomt, beïnvloedt het rendement van voortgezette studies negatief. In 1990 schatte men de gemiddelde carrière in de verpleegkundige sector voor mannen op 32,7 jaar en voor vrouwen op 19,9 jaar (Colla en Carpeau). Het feit dat men meer voor langere studies kiest, zou het gevolg kunnen hebben dat men een langere loopbaan plant in de sector De jongste jaren ziet men echter opnieuw een toename van het aanbod van verpleegkundigen, die zich de komende jaren waarschijnlijk zal doorzetten door volgende factoren: − de verpleegkundige populatie is nog jong − de nieuwe generatie heeft een grotere arbeidsmarktparticipatie dan de vroegere generaties − in de nieuwe generatie zal er een lagere uitstroom zijn op jonge leeftijd dan vroegere generaties − het aantal studenten verpleegkunde stijgt sedert 1991 opnieuw Tabel SFPZ/96/315/VL/01 DAGONDERWIJS VERPLEEGKUNDE EN VROEDKUNDE: EVOLUTIE Opmaak; FPZ/Cel 305
STUDENTENAANTALLEN VAN 80/81 TOT 95/96 Aantallen, indexen en % tav bevolking
VLAAMSE GEMEENSCHAP
ASBO-4de graad niveau Leerjaar
1
2
Datum: 7.6.1996
HOKT
TOTAAL
3
Tot.
1
2
3
4
Tot.
1
2
3
4
Tot.
1456 1550 1591 1791 1612 1486 1483 1361 1255 1220 1032 907 874 902 1033 1115
5622 6074 6128 6172 5652 5218 4666 4390 4045 3783 3275 3066 3187 3652 3910 3901
2545 2790 2602 2468 2264 2141 2061 2248 2321 1885 1790 1959 1950 2253 2372 2398
1765 1785 1830 1794 1679 1484 1449 1419 1564 1577 1365 1227 1437 1475 1642 1682
1775 1802 1868 1933 1928 1897 1689 1646 1615 1733 1757 1574 1439 1676 1632 1789
153 168 145 144 159 157 144 155 158 141 180 196 155 123 145 126
6238 6545 6445 6339 6030 5679 5343 5468 5658 5336 5092 4956 4981 5527 5791 5995
4881 5332 5072 4858 4447 4124 3689 3873 3755 3233 2989 3197 3290 3781 4049 3903
3595 3767 3897 3785 3536 3233 3004 2823 2920 2792 2409 2148 2410 2607 2842 2963
3231 3352 3459 3724 3540 3383 3172 3007 2870 2953 2789 2481 2313 2578 2665 2904
153 168 145 144 159 157 144 155 158 141 180 196 155 123 145 126
11860 12619 12573 12511 11682 10897 10009 9858 9703 9119 8367 8022 8168 9089 9701 9896
1 Aantallen studenten (1) 80/81 81/82 82/83 83/84 84/85 85/86 86/87 87/88 88/89 89/90 90/91 91/92 92/93 93/94 94/95 95/96 (3)
2336 2542 2470 2390 2183 1983 1628 1625 1434 1348 1199 1238 1340 1528 1677 1505
1830 1982 2067 1991 1857 1749 1555 1404 1356 1215 1044 921 973 1132 1200 1281
Verpleegkundigen worden niet enkel tewerkgesteld in de sector van de gezondheids- en welzijnszorg. Men vindt ze terug in tal van andere sectoren naar hun professionaliteit en deskundigheid. Samenvattend vinden we verpleegkundigen terug in deze niet limitatieve lijst : − de ziekenhuizen : algemene en psychiatrische − de bejaardenzorg : ROB, RVT, Dagverzorgingscentra − de thuisgezondheidszorg − palliatieve verzorging
14
BEROEPSPROFIEL VERPLEEGKUNDIGE
− − − − − − − − − − − − − − − −
revalidatiecentra de gehandicaptensector PMS-centra en MST de arbeidsgeneeskunde Kind & Gezin & kinderdagverblijven binnen ontwikkelingshulp leger Rode Kruis en anderen het onderwijs ziekenhuisfondsen bedrijven commerciële sector verzekeringssector administratie overheidsdiensten toerisme
Gegevens vanuit het Sociaal Fonds voor de Privé-ziekenhuizen, waarbij gebruik werd gemaakt van opgevraagde RVA-listings, tonen de evolutie van de uitkeringsgerechtigde volledige werklozen met paramedische, verpleegkundige of verzorgende kwalificatie over de periode 1986 - 1995 in Vlaanderen. Met de 700 à 800 uitkeringsgerechtigde verpleegkundigen in België mogen we niet spreken van een werkloosheidsgraad, gezien ze niet 1 % van de verpleegkundigen vertegenwoordigen voor de periode van 1987-1991. Sindsdien is er weinig evolutie opgetreden. Het blijft een markant beleidsgegeven dat er geen structurele arbeidsreserve is. Met betrekking tot het aanbod ziet men dat er in Vlaanderen rond het jaar 2000 ongeveer 51.500 beroepsactieve verpleegkundigen zullen zijn. Ook wat de vraag betreft, ziet men dat geleidelijk aan een toename verondersteld mag worden, alleen al omwille van de demografische ontwikkeling. Naar de toekomst toe dreigt er dus een reëel tekort aan verpleegkundigen te ontstaan. Een aantrekkelijk onderwijs en een correct beroepsprofiel zullen in een toekomstgericht beleid een essentiële rol te vervullen hebben. 2.1.2.2Gegevens over de beroepen : beroepenstructuur van de Gezondheidssector a
Classificatie van het beroep Het KB nr. 78 van 11 november 1967 beschrijft en regelt volgende beroepen binnen de gezondheidssector. − Hoofdstuk I: de uitoefening van de geneeskunde en van de artsenijbereidkunde. − Hoofdstuk Ibis: de uitoefening van de kinesitherapie . − Hoofdstuk Iter: de uitoefening van de verpleegkunde. − Hoofdstuk II: de uitoefening van de paramedische beroepen. Daarnaast werken verpleegkundigen doorgaans samen met een zeer groot aantal andere beroepsbeoefenaars die in opleidingskwalificatie zeer sterk verschillen. Besprekingen betreffende de gekwalificeerde verzorgende en de logistieke hulp in de gezondheidssector worden nu op verschillende niveaus gevoerd.
BEROEPSPROFIEL VERPLEEGKUNDIGE
b
Beroepenveld in de gezondheidssector − − − − − −
c
15
geneeskundige beroepen: omnipractici en geneesheren-specialisten, apothekers, tandartsen kinesitherapeuten verpleegkundigen paramedische beroepen: ergotherapeuten, logopedisten, laboratoriumtechnologen, kinesitherapeuten, klinische psychologen, orthopedagogen, ... verzorgende beroepen: kinderverzorgsters, bejaardenhelpers, gezins- en bejaardenhelpsters logistieke ondersteunende beroepen: die de administratieve en organisatorische ondersteuning verzekeren (bv. medisch secretariaat, vervoer, onderhoud, ...)
Beschrijving van het beroep Definitie van de verpleegkunde In de definitie van de wet op de verpleegkunde (art. 21ter van het K.B. nr. 78 van 10.11.1967, gewijzigd door de wet op de verpleegkunde van 20.12.1974) wordt verpleegkunde omschreven als : − enerzijds de observatie en het nauwkeurig vastleggen van de symptomen en reacties van de patiënt, zowel op fysiek als op psychisch vlak, teneinde aan zijn verschillende noden tegemoet te komen en bij te dragen tot het stellen van de diagnose door de geneesheer of het uitvoeren van de geneeskundige behandeling met het oog op de zorgen die zijn toestand vereisen, en anderzijds, het onder zijn hoede nemen van een gezonde of zieke persoon om hem, dankzij een voortdurende bijstand, de handelingen te helpen verrichten die bijdragen tot het behoud, de verbetering of het herstel van de gezondheid of hem bij het sterven te begeleiden : dit alles om een globale verpleegkundige verzorging te verzekeren − de uitvoering van technische verpleegkundige prestaties die verband houden met het stellen van de diagnose door de geneesheer of de uitvoering van een behandeling voorgeschreven door de geneesheer of het nemen van maatregelen van preventieve geneeskunde − de uitvoering van geneeskundige handelingen die door een geneesheer kunnen worden toevertrouwd overeenkomstig art. 5 § 1, 2de en 3de lid Deze definitie geeft zowel de autonome functie van verpleegkundigen weer die bestaat uit het verlenen van hulp bij problemen met fundamentele levensverrichtingen evenals de functie van het assisteren van de arts bij het vaststellen en behandelen van ziekte, handicap en ontwikkelingsstoornissen. Latere definities van verpleegkunde door de American Nurses' Associatio (1980) en de Nationale Raad voor de Volksgezondheid in Nederland (1988) sluiten hierbij aan. Als professionele beoefenaar van de verpleegkunde neemt de verpleegkundige de verantwoordelijkheid op zich individuen, gezinnen, gemeenschappen bij te staan bij feitelijke of potentiële gezondheidsproblemen die betrekking hebben op fundamentele levensverrichtingen. De verpleegkundige richt zich naar de gevolgen van de ziekte van de patiënt terwijl de arts zich richt op de ziekte zelf. Verpleegkunde vertrekt van het wezen van de mens zelf: − vanuit het besef dat mensen voor hun bestaan en hun ontwikkeling essentieel aangewezen zijn op elkaar en hun omgeving − vanuit het ethisch bewustzijn dat ieder mens verantwoordelijk is voor zichzelf én voor het welzijn van zijn medemens − vanuit de wetenschap dat er omstandigheden zijn waarin de mens behoefte heeft aan deskundige hulp voor de bevordering, het behoud of herstel van zijn gezondheid In deze hulpverlening heeft de verpleegkundige een specifieke opdracht: zij richt zich hoofdzakelijk op de mogelijke oorzaken en gevolgen van gezondheidsproblemen, voor zover deze de voortzetting van een zinvol bestaan en een menswaardig levenseinde in
16
BEROEPSPROFIEL VERPLEEGKUNDIGE
de weg staan. Dergelijke omstandigheden worden beschreven in termen van verpleegproblemen. De verpleegkundige functie bestaat erin een positieve invloed uit te oefenen op de beleving, het gedrag en de omgeving, zowel van de hulpvrager als van de personen die willen bijdragen tot zijn welzijn. Concreet komt dit o.a. neer op de ondersteuning van fundamentele levensverrichtingen van de verpleegde, en indien nodig ook de uitvoering en coördinatie van de voorgeschreven geneeskundige verzorging. De verpleegkundige doet dit op een geïntegreerde wijze, met de inzet van de eigen persoon en met de deskundigheid die vereist is om aan de vastgestelde verpleegproblemen het hoofd te bieden. Bron: Sint-Elisabethinstituut voor Verpleegkunde te Leuven Visie op de verpleegkunde, ontwikkeld door de Werkgroep Kerncurriculum
2.1.2.3Gegevens over de functie van de verpleegkundige a
Functies De functies van de verpleegkundige vloeien rechtstreeks voort uit de maatschappelijke rol die wordt vervuld. Deze functies blijven dezelfde, ongeacht de plaats (thuis, werk, school, universiteit, gevangenis, vluchtelingenkamp, ziekenhuis, eerstelijnsinstelling of elders), het tijdstip waarop de verpleegkundige zorg verstrekt wordt, de gezondheidstoestand van het individu of de groep aan wie de zorg verstrekt wordt, of de beschikbare middelen.
b
Beschrijving van de functies − − − − −
de beoordeling van gezondheidsstatus van de cliënt en het verstrekken van verpleegkundige zorg die preventief, curatief, palliatief revaliderend of ondersteunend van aard kan zijn het management van de zorg (zowel aan individuele patiënten in het kader van de interdisciplinaire zorg, als het management van een team, dienst of verzorgingsinstelling) de opleiding, vorming en training van studenten verpleegkunde, pas afgestudeerde verpleegkundigen, collega's en andere gezondheidswerkers het verlenen van advies aan verpleegkundigen, andere gezondheidswerkers en hulpvragers het onderzoek naar de meest effectieve en efficiënte wijze van verpleegkundige zorgverlening
2.1.2.4Relateren van de functies aan de beroepen − − − − −
directe patiëntenzorg: klinisch competente verpleegkundige leidinggevende verpleegkundige: in zeer verschillende beleidsposities verpleegkundige consulenten docenten, mentoren en vormingswerkers wetenschappelijke onderzoekers
BEROEPSPROFIEL VERPLEEGKUNDIGE
2.2
17
Verpleegkunde binnen de gezondheidssector Het beroepsprofiel is ontwikkeld ten aanzien van de beoefenaars van de verpleegkunde zoals bedoeld in het KB nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de geneeskunst, de verpleegkunde, de paramedische beroepen en de geneeskundige commissies.
2.3
Hogescholen die de opleiding verpleegkunde organiseren PROVINCIE ANTWERPEN
Karel De Grote Hogeschool Generaal Lemanstraat 27 - 2018 Antwerpen
Vestiging: Mechelsesteenweg 161 2018 Antwerpen vestiging: Van Schoonbekestraat 143 2018 Antwerpen
Vlaamse Autonome Hogeschool Antwerpen Keizersstraat - 2000 Antwerpen
vestiging: Jaak De Boeckstraat 10 2170 Merksem vestiging: Augustijnenstraat 92 2800 Mechelen
Katholieke Hogeschool Kempen Kleinhoefstraat 4 - 2440 Geel
vestiging: Kolverniersstraat 24 2500 Lier vestiging: Herentalsstraat 66 2300 Turnhout
Katholieke Hogeschool Mechelen Zandpoortvest 13 - 2800 Mechelen
vestiging: Rooienberg 23 2570 Duffel
PROVINCIE VLAAMS-BRABANT
Katholieke Hogeschool Brussel Nieuwland 198 - 1000 Brussel Vlaamse Autonome Hogeschool Brussel (Erasmus Hogeschool)
vestiging: Laarbeeklaan 121 1090 Jette
Katholieke Hogeschool Leuven Abdijdreef 7b - 3001 Heverlee
vestiging: Kapucijnenvoer 39 3000 Leuven
PROVINCIE LIMBURG Katholieke Hogeschool Limburg Kunstlaan 20 - 3500 Hasselt
vestiging: Salvatorstraat 20 3500 Hasselt vestiging: Weg naar As 62 3600 Genk
Provinciale Hogeschool Limburg Provinciehuis Limburg Universiteitslaan 1 - 3500 Hasselt
vestiging: Stadsomvaart 94 3500 Hasselt
18
BEROEPSPROFIEL VERPLEEGKUNDIGE
PROVINCIE OOST-VLAANDEREN
Katholieke Hogeschool Sint-Lieven Gebroeders Desmetstraat 1 - 9000 Gent
vestiging: Leopoldlaan 9 9300 Aalst vestiging: Hospitaalstraat 23 9100 Sint-Niklaas
Katholieke Hogeschool voor Gezondheidszorg Oost-Vlaanderen Sint-Lievenspoortstraat 143 - 9000 Gent
vestiging: Moeie 18 9900 Eeklo vestiging: Kortrijksesteenweg 1024 9000 Gent
Hogeschool Gent Jozef Kluyskensstraat 2 - 9000 Gent
vestiging: Keramiekstraat 80 9000 Gent vestiging: Ninovestraat 161 9600 Ronse
Mercator Hogeschool Oost-Vlaanderen Meersstraat 138 - 9000 Gent
vestiging: Nonneneerstraat 21 9000 Gent
WEST-VLAANDEREN
Katholieke Hogeschool Zuid-West- Vlaanderen Doorniksesteenweg 145 - 8500 Kortrijk
vestiging: Wilgenstraat 32 8800 Roeselare
Katholieke Hogeschool Brugge-Oostende Maagdenstraat 9 - 8000 Brugge
vestiging: Oostmeers 27 8000 Brugge
Hogeschool West-Vlaanderen Sint-Maartens-Latemlaan 2A - 8500 Kortrijk
vestiging: Leffingestraat 1 8400 Oostende
BEROEPSPROFIEL VERPLEEGKUNDIGE
3
3.1
19
HET EIGENLIJKE BEROEPSPROFIEL
De benaming en de toegang tot het beroep Het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de geneeskunst, de kinesitherapie, de verpleegkunde, de paramedische beroepen en de geneeskundige commissies benoemt de beoefenaars van de verpleegkunde met de erkende titel van verpleger /verpleegster. ♦ Opleidingsvereisten en de beroepservaring Art 21 quater van het KB nr. 78 van 10 november 1967 vermeldt:
§1 Niemand mag de verpleegkunde zoals ze is bepaald “in artikel 21quinquies” (18) uitoefenen die niet in het bezit is van het diploma of de titel van gegradueerde verpleger of verpleegster, van het brevet of de titel van verpleger of verpleegster, van het brevet of de titel van verpleegassistent of -assistente, en die bovendien de voorwaarden gesteld “in artikel 21sexies” (18) niet vervult. §2 Voor de uitoefening van de verpleegkunde wordt de persoon die in het bezit is van een diploma van vroedvrouw gelijkgesteld met de gegradueerde verpleger of verpleegster. §3 De diploma’s, brevetten of gelijkwaardige titels worden overeenkomstig de door de Koning vastgestelde bepalingen.
afgeleverd
KB nr. 78 van 11 november 1967 (als bijlage).
3.2
De globale beschrijving van het beroep Verpleegkunde is de zorg voor de kwaliteit van het leven van de zieke persoon voor zover die door de gezondheidstoestand, ziekte, behandeling of hospitalisatie beïnvloed wordt en omvat de diagnose en behandeling van menselijke reacties op actuele of potentiële gezondheidsproblemen. Deze menselijke reacties worden geformuleerd, aangepakt en ondersteund vanuit de belevingsingesteldheid van de patiënt (American Nurse Association, 1980). Deze omschrijving van verpleegkunde geldt voor alle domeinen van de gezondheidszorg waarin verpleegkundigen werkzaam zijn.
20
BEROEPSPROFIEL VERPLEEGKUNDIGE
Artikel 21 quinquies van het KB nr 78 van 10 november 1967 vermeldt wat onder Verpleegkunde in België mag verstaan worden. Art. 21quinquies (18)
§1 Onder verpleegkunde wordt verstaan het uitoefenen door de in artikel “21quater” (18) bedoelde personen van nagenoemde activiteiten: a
enerzijds de observatie en het nauwkeurig vastleggen van de symptomen en reacties van de patiënt, zowel op fysisch als op psychisch vlak, ten einde zijn verschillende noden tegemoet te komen en bij te dragen tot het stellen van de diagnose door de geneesheer of het uitvoeren van de geneeskundige behandeling met het oog op de zorgen die zijn toestand vereisen, en anderzijds, het onder zijn hoede nemen van een gezonde of zieke persoon om hem, dankzij een voortdurende bijstand, de handelingen te helpen verrichten die bijdragen tot het behoud, de verbetering of het herstel van de gezondheid of hem bij het sterven te begeleiden; dit alles om een globale verpleegkundige verzorging te verzekeren
b
de uitvoering van technische verpleegkundige prestaties die verband houden met het stellen van de diagnose door de geneesheer of met het uitvoeren van een behandeling voorgeschreven door de geneesheer of het nemen van maatregelen van preventieve geneeskunde
c
de uitvoering van geneeskundige handelingen die door een geneesheer kunnen worden toevertrouwd overeenkomstig artikel 5, § 1, tweede en derde lid
Het wezen van de Verpleegkunde zit duidelijk vervat in de a-functie. De b en c-functies zijn specifiek verpleeg-technische en medische handelingen die meestal te situeren zijn in het kader van medische diagnosestelling en behandeling. KB 18 juni 1990 - Bijlage III (als bijlage).
3.3
De specifieke beschrijving in de beroepsactiviteiten Typefuncties, deelfuncties, taken
3.3.1
Onthaal − verwelkomen − wegwijs maken
3.3.2
Gegevens verzamelen rond de functionele gezondheidspatronen via − het observeren − het bevragen − het onderzoeken
BEROEPSPROFIEL VERPLEEGKUNDIGE
21
Gezondheidsperceptie/gezondheidsgedrag − − − − − −
recente ziekten hospitalisatie, operaties algemene verschijning specifieke gewoonten gebruik van tabak, alcohol, medicatie, genotsmiddelen allergie
Voedings- en stofwisselingspatroon − − − − − −
dagelijkse voedsel- en vochtopname, speciaal dieet eetlust, misselijkheid, braken, gewichtsverlies, gastro-intestinale pijn toestand mondslijmvlies, gebitstoestand, gebitsprothese huidtemperatuur, huidvochtigheid, turgor, kleur, oedeem wonden, drains, verbanden, huidproblemen intraveneuze lijnen
Uitscheidingspatroon − − − −
gevoelig, defensief, opgezet abdomen, peristaltiek stoma hemorrhoïden, onvrijwillige ontlasting gebruikelijk ontlastingspatroon, frequentie, aard, consistentie, datum laatste ontlasting − gebruik van laxativa en andere hulpmiddelen − gebruikelijk urinepatroon, frequentie, aard, hoeveelheid − incontinentie, nocturie, tijdstip laatste lozing Activiteiten en rustpatroon − Cardiovasculaire status
perifere pulsaties, capillaire refill, pijn op de borst, toestand vena jugularis, pacemaker monitor, ritmestoornissen, hemodynamische bewaking
− Respiratoire status
ademhalingspatroon, dyspnoe, gebruik hulpademhalingsspieren, hoesten, secretie, zuurstoftoediening, endotracheale tube, tracheostomie, thoraxdrain, beademing, ...
− Mobiliteit en ADL
bedgebonden, (rol)stoelgebonden, loopproblemen, handgebruik (li/re),afhankelijkheid bij eten, baden, aan- en uitkleden, verzorging uiterlijk, toiletbezoek, maaltijden bereiden, poetsen, boodschappen doen, de was doen, hulpmiddelen nodig, hulp bij transport
Perceptie en cognitie − van functioneren
in samenlevingsverband in relatie tot de anderen in relatie met de omgeving
− van bewustzijnsniveau, oriëntatie (persoon, tijd, plaats), epileptische insulten, reflexen, pupilreactie, handgreep, slikreflex, gevoel extremiteiten, zien, horen, ruiken, smaak, tastzin, tintelingen, duizeligheid − pijn: plaats, aard, intensiteit, start, duur, pijnbeheersingsmethode, omstandigheden moedertaal, spraakgebrek, hulpmiddelen, leermoeilijkheden − inschatten/beoordelen van risicogedrag van psychisch onevenwicht tot suïcide
22
BEROEPSPROFIEL VERPLEEGKUNDIGE
Slaap en rustpatroon, levensritme − gebruikelijk slaapslaapstoornissen
waakpatroon,
slaaprituelen,
hinderlijke
factoren,
Zelfbeeld en lichaamsverschijning − andere gevoelens over zichzelf door ziekte, opname Rol- en relatiepatroon − alleenstaand, kinderen, gevoelens van familie over opname, meest behulpzame persoon, consequenties van ziekte, opname voor werk, financiële consequenties van ziekte en hospitalisatie Seksualiteit en reproduktie − vrouwen: menstruatiepatroon, datum laatste menstruatie, menopauze, mogelijke zwangerschap, zwangerschapsproblemen, pilgebruik, anticonceptiva, borstzelfonderzoek, vaginale afscheiding, bloeding − mannen: prostaatproblemen, afscheiding, bloeding Copingspatroon − stress ervaren door ziekte, hospitalisatie, gebruikelijke methode van stressmanagement, gebruikelijke ontspanning, vroegere deelname bijeenkomsten van zelfhulpgroepen Waardenpatroon − consequenties ziekte en hospitalisatie voor levensbeschouwelijke activiteiten, tradities of gewoonten − geestelijke bijstand
3.3.3
Verpleegkundige diagnose − Formuleren van de verpleegkundige diagnose met betrekking tot de 11 hierboven aangegeven functionele gezondheidspatronen.
3.3.4
Voorstudie − − − − − −
Opstellen van procedures, protocollen, standaardverpleegplannen Gebruiken van procedures, protocollen, standaardverpleegplannen Opstellen van een individueel verpleegplan Evalueren van plannen, protocollen, procedures Consultatie literatuur Kunnen gebruik maken van de verschillende zoeksystemen
BEROEPSPROFIEL VERPLEEGKUNDIGE
3.3.5
Organisatie en coördinatie − − − − − − − −
3.3.6
Plannen van de verpleegactiviteit per individuele patiënt Afspreken van onderzoeken en consulten in functie van patiënt en dienst Opdrachten geven aan medewerkers Delegeren van zorg Opstellen van eigen werkplan Toewijzen van patiënten aan leden van het verpleegkundig team Coördinatie van de multidisciplinaire zorgplanning Realiseren en bewaken van de continuïteit in de zorg : case management
Voorbereiding − − − − −
3.3.7
23
Selecteren en aankopen van materiaal voor de verzorging Gericht verzamelen van materiaal voor de verzorging Voorlichten en installeren van de zieke Berekenen van doseringen van medicatie en oplossingen Voorbereiding en assistentie bij invasieve ingrepen ter diagnosestelling
Analyse − Meten en beoordelen van −
− − − − −
3.3.8
−
parameters van de verschillende biologische functiestelsels pols, temperatuur, bloeddruk, ademhalingsfrequentie, bewustzijn, pijn, centraal veneuze druk, vochtbalans van functionele gezondheidsstatus
Bedienen van apparaten voor observatie van de verschillende functiestelsels Afnemen en collecteren van secreties en excreties Bloedafname: veneus, capillair, aanwezige arteriële catheter Uitvoeren en aflezen van cutane en intradermotests Kwalitatief en semi-kwantitatief onderzoeken van vol bloed en urine door middel van eenvoudige technieken
Accomodatie − Zorg dragen voor de omgeving van de patiënt − −
verbeteren en aanpassen van de omgeving geluid aanpassen + prikkelcontrole
− Oproepen beantwoorden
3.3.9
Verzorging − Zorgen gericht op de ondersteuning van de functionele gezondheidsstatus −
verlenen van bijstand ten aanzien van lichaamshygiëne het wassen mondverzorging, oog- en neusverzorging nagel-, haar- en huidverzorging
24
BEROEPSPROFIEL VERPLEEGKUNDIGE
−
−
− − −
verlenen van bijstand bij de uitscheiding urineren defaeceren menstrueren transpireren opgeven van sputum en braaksel verlenen van bijstand ten aanzien van lichaamshouding en beweging veranderen van ligging en houding met aangepaste tiltechniek zich aan- en uitkleden gebruik maken van technische hulpmiddelen in functionele houding brengen verlenen van bijstand bij voedsel- en vochtinname zorgen voor veilige en hygiënische en therapeutische omgeving zelfzorg ondersteunen ten aanzien van ADL en IADL
− Verpleegkundige zorgen gericht op de ondersteuning van het homeostatisch proces −
−
− − − −
−
− −
management van de electrolietenhuishouding en zuur-base-evenwicht, het in evenwicht houden van de vochtbalans voorbereiding en toezicht houden op haemodialyse, haemoperfusie, plasmaforese, peritoneale dialyse voorbereiden en toedienen van medicatie: oraal, inhalatie, rectaal, vaginaal, subcutaan, intramusculair, intraveneus, via lucht-weg, hypodermoclyse, via gastro-intestinale catheter, via drain oog- en oorindruppeling, percutane weg, medicamenteuse onderhoudsdosis via door de arts geplaatste catheter met als doel een langdurige analgesie, voorbereiden en toedienen van chemotherapeutische middelen, isotopen en radioactieve materialen management van de uro-genitale functie vaginale spoeling, aseptische vulvazorgen, plaatsen en verwijderen van blaassonde, blaasinstillatie en drainage van de urinaire tractus management van de darmfunctie voorbereiden en uitvoeren van maagspoeling, darmspoeling, lavement, gastrointestinale drainage en tubage, manueel verwijderen van faecalomen peri-operatieve zorgen (pre- en post) voorbereiden van de patiënt op de anesthesie en de chirurgische ingreep management van de ademhalingsfunctie aspireren en draineren van luchtwegen, zuurstoftoediening gebruik en toezicht op thoraxdrainage, toezicht en verzorging van patiënten met kunstmatige luchtweg, gebruik van toestellen voor gecontroleerde beademing, cardio-pulmonaire resuscitatie management van huid en wonden voorbereiden en uitvoeren en toezicht op de aseptische en antiseptische wondverzorging, verzorgen van stomata, wonden met wieken en drains verwijderen van losse vreemde voorwerpen uit de ogen, verwijderen van cutaan hechtingsmateriaal, wieken en drains spoeling van neus, ogen en oren, warmte en koude-therapie therapeutisch baden, revulsiemiddelen technieken van decubituspreventie, aanleggen van gipsverbanden na reductie van een eventuele fractuur door de arts toezicht op de thermoregulering management van bloedsomloop en weefseldoorbloeding plaatsen van catheters in perifere venen aanbrengen van verbanden en kousen ter preventie en/of behandeling van veneuze aandoeningen plaatsen en toezicht op intraveneuze perfusies en transfusies en het gebruik van technische hulpmiddelen voor debietcontrole enterale voedsel- en vochttoediening
BEROEPSPROFIEL VERPLEEGKUNDIGE
− −
25
parenterale voeding maatregelen ter voorkoming van lichamelijke letsels fixatiemiddelen, isolatie, beveiling, toezicht, beschermende omgeving ter preventie vallen, suïcide, automutilatie maatregelen ter preventie van infecties
3.3.10 Hulpverlening − Gericht op de ondersteuning van het psychologisch functioneren, aanpassing van levensstijl, de zorg voor het leefmilieu en het creëren van een therapeutisch milieu en gericht op de sociale integratie met inachtname van − − − − −
interventies gericht op het versterken van gewenst gedrag en het wijzigen van ongewenst gezondheidsgedrag verlenen van psychologisch comfort, relaxatietechnieken, aanwezigheid, ontspanning, troost en emotionele ondersteuning, tonen van respect, empathie, medeleven interventies gericht op het verbeteren van de communicatie bij patiënten met problemen met verbale en/of niet verbale communicatiemoeilijkheden aanleren van nieuw gedrag hulp bij coping en stressverwerking, ziekte-inzicht
− Gericht op de ondersteuning van de familie − −
bezoekregeling, informatie verstrekken aan familie rooming-in, inschakelen familie in de verzorging ontwikkelen van mantelzorg, hanteren van familieconflicten, rouwverwerking en loslating
− Gericht op het effectief gebruik maken van het gezondheidszorgsysteem − −
interventies voor het opgang brengen van ondersteunende dienstverlening, contacten leggen met thuisverpleging, poetsdienst, maaltijden, thuisvervangend milieu, financiële tussenkomsten intermediëren tussen patiënt en familie enerzijds en gezondheidszorg anderzijds, wanneer de patiënt en familie hiertoe niet in staat zijn in verband met thuisvervangend milieu, financiële tussenkomsten
3.3.11 Educatie/onderwijs − Geven van gezondheidsvoorlichting en -opvoeding aan de patiënt, een groep van patiënten en aanverwanten − Aanleren van praktische vaardigheden, zelfzorg activiteiten, trainen en opvolgen van bv. automedicatie − Interventies gericht op het realiseren van een adequaat cognitief functioneren − − −
helpen te komen tot inzicht in en oplossingen van zijn/haar problemen helpen bij verwoorden van ..... helpen bij keuzes maken van ....
− −
geven van opleiding aan nieuwe verpleegkundigen supervisie/intervisie/adviezen geven aan nieuwe en student-verpleegkundigen
− Geven van opleiding aan student-verpleegkundigen
− Zichzelf bijscholen over het diagnosticeren/verzorgen/begeleiden/rapporteren/ evalueren van nieuwe verzorgingsaspecten
3.3.12 Animatie − Organiseren, begeleiden en continueren van culturele activiteiten, bezigheid, ontspanning en spel en zinvolle tijdsbesteding − Continueren van activiteiten opgezet door de ergotherapeut − Passiviteiten zinvol invullen
26
BEROEPSPROFIEL VERPLEEGKUNDIGE
− Creëren van omgevingssfeer − Inbouwen van humorinterventie
3.3.13 Interventie − Spoedinterventie − Crisisinterventie
3.3.14 Informatieverstrekking − Verschaffen van informatie aan individu of groep over de uitvoering van onderzoeken, behandeling, medicatie, verblijf in de instelling, rechten en plichten van de patiënt
3.3.15 Advies − Adviseren in verband met zelfzorggedrag, gezondheidsgedrag, lichaamshygiëne, voeding.... − Adviseren in verband met technische hulpmiddelen
3.3.16 Productieve informatieverstrekking − Rapporteren van observaties en feiten betreffende de gezondheidstoestand van de patiënt vanuit het verpleegkundig team ten behoeve van diagnosestelling behandeling of opvolging van het individueel behandelingsplan − Het nauwkeurig registreren van feiten en afspraken betreffende de verplegingsbehoeften van de patiënt, de verpleegactiviteiten en de evaluatie ervan in het patiëntendossier − Registreren van patiënten- en verpleegkundige gegevens ten behoeve van het beleid
3.3.17 Onderhoud − Supervisie op reinigen en onderhouden van hulpmiddelen en apparatuur voor verzorging en behandeling
3.3.18 Goederenbehandeling − Voorraadbeheer − Maatregelen bij gebruik van radioactieve producten − Afvalbeheer scheiden van materialen organisch/niet organisch besmet/niet besmet
− Maatregelen bij aanwending van belastende gassen: O2, NO, lachgas − Maatregelen ter preventie van prikaccidenten
BEROEPSPROFIEL VERPLEEGKUNDIGE
27
3.3.19 Controle − Nagaan van bereikt resultaat van de verpleegkundige zorg
evaluatie van fysiologische gegevens: pols, temperatuur, bloeddruk, genezing van wonden Er wordt geëvalueerd in welke mate deze tekens hun normale of te verwachte waarden hebben bereikt. kennis : bv. over dieet, medicatie, ziekte, behandeling psychologische gegevens en/of gedrag zoals gedragspatronen, communicatiemogelijkheden, zelfconcept, therapietrouw, toepassen van nieuwe kennis functionele status zoals de mate van bereikte zelfzorg, mobiliteit hanteren en bewaken van symptoomongemak zoals pijn, comfort, vermoeidheid, misselijkheid, obstipatie, diarree, incontinentie functioneren in gezin/samenlevingsverband zoals de belasting van de familie, leefpatronen, onderlinge steun welzijn of kwaliteit van leven tevredenheid van patiënten veiligheid zoals het meten van valaccidenten, ongevallen, near-accidents, medicatiefouten, infecties, complicaties
− Nagaan of gegeven opdrachten aan medewerkers zijn uitgevoerd
3.3.20 Communicatie − Rapporteren van observaties en feiten betreffende de gezondheidstoestand van de patiënt naar het verpleegkundig team of aan diegene die de zorgverlening overnemen of verderzetten − Deelnemen aan verpleegkundige of multidisciplinaire patiëntenbesprekingen − Deelnemen aan patiëntenbezoek met de arts
3.3.21 Samenwerking − Consulteren van/en verwijzen naar andere hulpverleners en collega’s − Samenwerking in interdisciplinair teamverband − Transmurale samenwerking in functie van de continuïteit van de zorg
3.3.22 Medewerking aan ziekenhuis-organisatiebeleid Meewerken aan het beheer en de organisatie van de afdeling op verpleegkundig, administratief, technisch en huishoudelijk vlak.
3.3.23 Medewerking aan overheidsbeleid Meewerken aan de door de instelling of door de overheid opgelegde taken (cfr. registratie van werkbelastingmetingen, MVG, MPG, ...).
28
BEROEPSPROFIEL VERPLEEGKUNDIGE
3.4
De ondersteunende kennis
3.4.1
Kennis hebben van het functioneren van de mens Kennis hebben van: − de ontwikkeling en het functioneren van de mens als socio-psychosomatische en levensbeschouwelijke eenheid − gezond functioneren van de mens in relatie tot de fysische en sociale omgeving ook vanuit multicultureel oogpunt − gezond gedrag/leefwijze − eigen functioneren/bestaansgerichte kennis
3.4.2
Kennis hebben van het disfunctioneren van de mens Kennis hebben van: − de factoren in het interne en externe milieu van de mens die rechtstreeks van invloed zijn op het ontstaan en verloop van gezondheidsproblemen − de met leefwijze samenhangende risicofactoren voor het ontstaan van gezondheidsproblemen Kennis hebben van: − de frequentie van voorkomen van veel voorkomende ziekten en hun impact op de fundamentele levensverrichtingen van de mens Kennis hebben van: − het ontstaan, het verloop en de behandeling van de veel voorkomende ziekten, ontwikkelingsstoornissen en handicaps Kennis hebben van: − het gedrag bij het ziek zijn en de behandeling van ziekte en handicap
3.4.3
Kennis hebben van de zorgvraag en de zorgbehoeften Kennis hebben van: − verpleegkundige diagnostiek − verpleegproblemen en de daarbij behorende verpleegkundige interventies − het opstellen van een zorgplan
3.4.4
Kennis hebben van de ethiek van de gezondheidsverlening
3.4.5
Kennis hebben van de verpleegkundige modellen Kennis hebben van: − modellen en theorieën, ontwikkeld met betrekking tot het verplegen
BEROEPSPROFIEL VERPLEEGKUNDIGE
3.4.6
29
Kennis hebben van de bronnen van de verpleegkundige wetenschap Kennis hebben van: − vakliteratuur − interpretatie van cijfermateriaal en statistieken
3.4.7
Kennis hebben van communicatie en registratie in functie van het verpleeg-kundig proces
3.4.8
Kennis hebben van diagnostische technieken/methoden/ interventies
en
therapeutisch
Kennis hebben van: − het verloop, de gewaarwordingen, risico, potentiële complicaties van veel voorkomende diagnostische en therapeutische ingrepen en onderzoeken
3.4.9
Kennis hebben van farmacologie Kennis hebben van: − farmacologie en farmacodynamiek
3.4.10 Kennis hebben van hulpmiddelen, apparatuur en materialen gebruikt in de zorgverlening, in de verpleegkunde, in de geneeskunde Kennis hebben van: − de werking van veel voorkomende technische apparaten en hulpmiddelen (beademingsapparatuur, infuuspompen, glucometer, drainagesystemen, monitoringsystemen, implantaten, ...)
3.4.11 Kennis hebben van de structuren en de werking van de gezondheidszorg en de welzijnszorg op micro, meso en macro niveau Kennis hebben van: − de structuur, geschiedenis en ontwikkeling van de gezondheidszorg en welzijnszorg, de sociale kaart in het algemeen en de verpleegkundige dienstverlening in het bijzonder − de structuur van de gezondheidszorg en welzijnszorg en de verpleegkundige dienstverlening in het bijzonder − de maatschappelijke ontwikkelingen, die van invloed zijn op de structuur en het functioneren van de gezondheidszorg en welzijnszorg in het algemeen en de verpleegkundige dienstverlening in het bijzonder − de taken, deskundigheden, bevoegdheden van andere zorgverleners in het kader van interdisciplinaire samenwerking − de kosten van de zorgverlening (in het algemeen en verpleging in het bijzonder) − de wetgeving op het terrein van de gezondheidszorg en welzijnszorg, het sociale verzekeringsstelsel en de wetgeving op het terrein van de verpleging
30
BEROEPSPROFIEL VERPLEEGKUNDIGE
3.5
De beroepshoudingen
3.5.1
Beroepshoudingen voor verpleegkundigen 4 Aandacht voor competentie Accuratesse (nauwkeurigheid) Assertiviteit Beslissingsvermogen Contactbereidheid Dienstverlenende ingesteldheid Doorzettingsvermogen Empathie Flexibiliteit Imagobewustzijn Kritische ingesteldheid Leergierigheid Loyauteit Omgaan met stress Organisatievermogen Resultaatgerichtheid Veiligheidsbewustzijn Milieubewustzijn Zelfstandigheid Zin voor esthetiek Zin voor initiatief Zin voor samenwerking Respect Erkenning autonomie vd patiënt hanteren ethisch referentiekader Respect deontologische code Verantwoordelijkheidsgevoel Omgaan met de integrale mens
3.5.2
3 ✘ ✘ ✘
2
1
Nvt
✘ ✘ ✘ ✘ ✘ ✘ ✘ ✘ ✘ ✘ ✘ ✘ ✘ ✘ ✘ ✘ ✘ ✘ ✘ ✘ ✘ ✘ ✘ ✘ ✘
Concretiseren van houdingen 3.5.2.1 Aandacht voor competentie − bijdragen tot professionele ontwikkeling van studenten verpleegkunde en nieuwe verpleegkundigen − doorgeven van professionele ervaringen aan medewerkers − zelfredzaamheid en zelfstandigheid van de patiënt bevorderen (GVO) 3.5.2.2 Accuratesse − − − − −
werken volgens de voorgeschreven procedures correct uitvoeren van technieken juist hanteren van instrumenten en apparaten nauwkeurig en doelgericht observeren en meten stipt uitvoeren van verpleegkundige en medisch toevertrouwde handelingen
BEROEPSPROFIEL VERPLEEGKUNDIGE
31
3.5.2.3 Assertiviteit − − − −
pleitbezorger van de patiënt zijn hoffelijk opkomen voor eigen waarden en normen respectvol durven in vraag stellen van toegewezen handelingen en opdrachten als verpleegkundige uw positie bepalen binnen de gezondheidszorg
3.5.2.4 Beslissingsvermogen − permanent behartigen van de follow-up van de uitgevoerde zorgen (continuïteit) − continu verzekeren van zorgverlening, ongeacht de diverse omstandigheden (niveau gezondheidszorg, verpleegsysteem, cultuur, ...) − eigen inbreng bij beleidsbeslissingen op niveau van de gezondheidszorg (overheidsniveau patiënt) − genomen beslissingen binnen het verpleegkundig beleid zijn getoetst aan eigen waarden en normen en gesteld binnen het bevoegdheidsterrein − doelgericht handelen i.f.v. de gestelde verpleegproblemen − waarnemen i.v.m. bewaren continuïteit en het functioneren van de afdeling 3.5.2.5 Contactbereidheid − leggen van contacten, ook in acute situaties, ongeacht de levensbeschouwelijke opvattingen en het ras − contact leggen met alle disciplines − onderhouden en follow-up van de aangegane contacten 3.5.2.6 Dienstverlenende ingesteldheid − hulp verlenen bij nood zonder dat er een expliciete vraag is, zonder de autonomie van de patiënt te schaden − doeltreffende hulp zoeken, eventueel bij derden, die beantwoordt aan de noden (signaalfunctie) − ingaan op de “hulpvraag” zonder de autonomie van de patiënt te schaden 3.5.2.7 Doorzettingsvermogen − met bestaande middelen doeltreffend handelen − probleemgericht: voor elk probleem de gepaste oplossing zoeken − in alle omstandigheden gericht werken 3.5.2.8 Empathie − − − − −
luisterbereidheid: een luisterend oor hebben inleven in de situatie van mensen en kunnen verwoorden exact verwoorden van de gevoelstoestand van mensen begrip opbrengen voor elke situatie tactvol kunnen omgaan met de verkregen informatie
3.5.2.9 Flexibiliteit − zich in alle omstandigheden kunnen aanpassen aan een nieuwe situatie − vernieuwingen toelaten en deelnemen aan de implementatie ervan
32
BEROEPSPROFIEL VERPLEEGKUNDIGE
3.5.2.10 Imagobewustzijn − openstaan voor opmerkingen i.v.m. eigen gedrag − eigen gedrag durven in vraag stellen − houdingen en handelingen aan zelfkritiek onderwerpen 3.5.2.11 Kritische ingesteldheid − omgevingsfactoren toetsen op hun doelgerichtheid en haalbaarheid − veranderingen en de huidige situatie voortdurend toetsen aan vooropgestelde waarden en normen − bewaken en verbeteren van de kwaliteit van de verpleegkundige zorg 3.5.2.12 Leergierigheid − openstaan voor en participeren aan permanente vormingsactiviteiten/werkgroepen − persoonlijk verantwoordelijkheid opnemen voor eigen permanente vorming − zoeken naar een verklaring voor ongekende problemen 3.5.2.13 Loyauteit − de competentie van elke hulpverlener erkennen − werken volgens de gestelde procedures − nakomen van de gemaakte afspraken en regels 3.5.2.14 Omgaan met stress − − − − − − − −
kan omgaan met ingrijpende en schokkende ervaringen is emotioneel stabiel gaat ook in stress-situaties accuraat te werk blijft correct en tactvol tegen medewerkers en patiënten op momenten van stress kunnen omgaan met verlies, sterven, rouw, angst, onzekerheid, agressie, ... goed organiseren van uw werk om stress te voorkomen omgaan met eigen onmacht, grenzen en beperkingen kan meewerken aan een daartoe gestructureerd, emotioneel werkklimaat
3.5.2.15 Organisatievermogen − gestructureerd verpleegdossier inkijken alvorens acties te ondernemen − interventies en handelingen plannen en voorbereiden − plannen, coördineren en delegeren om het beoogde doel op een efficiënte manier te bereiken − rapporteren aan medewerkers, zowel mondeling als schriftelijk 3.5.2.16 Resultaatgerichtheid − − − −
te bereiken doelen noteren in de verpleegplannen evalueren van de te bereiken doelen verpleegplannen worden doelgericht bijgestuurd op vastgesteld tijdstip is de patiënt voorbereid op een gepland onderzoek
BEROEPSPROFIEL VERPLEEGKUNDIGE
33
3.5.2.17 Veiligheidsbewustzijn − past consequent verpleegprincipes toe zoals hygiëne/aseptie in alle handelingen en houdingen zoals de preventie van de medicatiefouten zoals het voorkomen en anticiperen van complicaties t.g.v. verpleegkundige handelingen, t.g.v. de ziekte en haar gevolgen − volgt procedure ter voorkoming van prikaccidenten, valpreventie − volgt de vastgelegde controleprocedures op − volgt de procedures voor de veiligheid van de patiënt, de andere medewerkers en zichzelf op 3.5.2.18 Zelfstandigheid − onafhankelijk en zelfstandig doelgerichte keuzes maken (zonder de hulp van anderen) − de totaalzorg van de patiënt kunnen waarborgen − eigen gedrag kunnen sturen 3.5.2.19 Zin voor initiatief − neemt bijkomende taken waar zonder expliciete opdracht of vraag 3.5.2.20 Zin voor samenwerking − − − − −
kan aan een gemeenschappelijke taak werken kan interdisciplinair werken kan binnen een verpleegteam werken kan met anderen aan een gemeenschappelijke taak werken zin voor communicatie en overleg met anderen
3.5.2.21 Respect t.o.v. de patiënt − patiënt beschouwen als iemand die over de mogelijkheden beschikt om zelf zijn leven in handen te nemen en hem respecteren in zijn ziekteproces − de patiënt aanvaarden en benaderen als persoon ongeacht ras, geslacht, cultuur, levensopvatting, opleiding, sociale en economische status, aard en duur van ziekte of handicap − de culturele en ideologische opvattingen van de patiënt eerbiedigen − de patiënt waarderen en belangstelling tonen 3.5.2.22 Erkenning van de autonomie van de patiënt − bevorderen van de autonomie van de patiënt door het geven van de juiste informatie − de patiënt helpen om de noodzakelijke verzorgings- en behandelingsactiviteiten zo zelfstandig mogelijk uit te voeren − de eigen verantwoordelijkheid van de patiënt erkennen 3.5.2.23 Hanteren van een ethisch referentiekader − de eigen en gangbare waarden, normen en opvattingen bewust hanteren en verwerken − kunnen omgaan met en toetsen van eigen waarden en normen
34
BEROEPSPROFIEL VERPLEEGKUNDIGE
3.5.2.24 Respect voor de deontologische code − bewaren van het beroepsgeheim − hanteren en naleven van de wettelijke voorschriften m.b.t. uitoefening van het beroep 3.5.2.25 Verantwoordelijkheidsgevoel − voortdurend verantwoordelijk zijn voor houdingen en handelingen (wegens afhankelijkheidspositie van de patiënt) 3.5.2.26 Omgaan met de integrale mens − hanteren van de integrerende verpleegkunde − vertrekken vanuit de belevingswereld van de patiënt − de totaalbenadering van de patiënt bewaken
BEROEPSPROFIEL VERPLEEGKUNDIGE
4
4.1
35
NIVEAUBEPALING
Omschrijving van het niveau Op basis van de niveaubeschrijving/bepaling beschreven in het Europees SEDOCsysteem( Système Européen de diffusion des offres et des demandes d’emploi en compensation internationale (Art. 2, Besluit van de Raad dd 16 juli 1985) sluit de uitoefening van het beroep van verpleegkundige aan bij / met het niveau 4.
4.2
Criteria “Een kwalificatie die het mogelijk maakt op autonome of onafhankelijke manier verantwoordelijkheid op te nemen voor planning en/of leiding en/of beheer. De beroepsbeoefenaar is verantwoordelijk voor de uitvoering van het eigen takenpakket en moet zich daarvoor ook tegenover de collega’s kunnen verantwoorden (niet hiërarchisch). Daarnaast draagt hij/zij uitdrukkelijk een hiërarchische verantwoordelijkheid; die verantwoordelijkheid betreft planning en/of administratie en/of beheer en/of ontwikkeling van de gehele produktiecyclus.
4.3
Niveaubepaling Niveau 4
36
BEROEPSPROFIEL VERPLEEGKUNDIGE
5
5.1
BIBLIOGRAFIE
Inventaris beroepsprofielen − Beroepsprofiel kinderverpleegkundige. NVKVV, december 1992. − Beroepsprofiel van de psychiatrisch verpleegkundige of de verpleegkundige in de geestelijke gezondheidszorg. Ad hoc werkgroep Psychiatrisch Beroepsprofiel, NVKVV, januari 1991, pp. 28. − Beroepsprofiel van de sociaal verpleegkundige. Beroepsprofiel, september 1993, pp. 19.
NVKVV,
Werkgroep
− Functieprofiel kinderverpleegkundige. Vereniging van Kinderverpleegkundigen, Landelijk Centrum Verpleging en Verzorging, Utrecht, oktober 1994. − Functieprofiel operatiezaal verpleegkundige. NVKVV, juni 1993. − JORENS A., VAN HEMEL L. Beroepsprofiel en functieomschrijving van de polyvalente verpleegkundige in “Leerplan verpleegkunde”, Hoofdstuk 2. Karel de Grote Hogeschool Antwerpen, september 1995, p. 14-18. − Profielomschrijving verpleegkundige medische beeldvorming. NVKVV, 1992. − Profiel intensieve zorgen verpleegkunde. NVKVV, Vlaamse Vereniging Intensieve Zorgen Verpleegkundigen en Belgische Vereniging voor Intensieve Geneeskunde en Urgentie Geneeskunde-S.I.Z.Nursing. − Profiel van de spoedgevallenverpleegkundige. NVKVV en Vlaamse Vereniging van Verpleegkundigen Spoedgevallenzorg. − RONCADA Cl. Profiel en taken van een operatiezaal-verpleegkundige. − SERMEUS W. e.a. Het beroepsprofiel van verpleegkundigen en vroedvrouwen . september 1995, pp. 19. − SMETS G. Het profiel van een oncologieverpleegkundige. VVRO-tijdschrift, december 1995, nr.4, p.43-46. − VANDEVELDE G. Profiel van de radiotherapie-verpleegkundige (RT). VVROtijdschrift, december 1995, nr. 4, p. 47. − VAN HEMEL L., VAN RIET C., VAN POUCKE A. Beroepsprofiel in “Curriculumontwerp Opleiding verpleegkundige, algemeen verpleegkundige”. Deel 1, hoofdstuk 3, VVKHO, Dienst Onderwijsverzorging, 1992, pp. 29. − AENDEKERK L. Nieuw profiel van een operatiezaal verpleegkundige
BEROEPSPROFIEL VERPLEEGKUNDIGE
37
− BAKKER J.H., M.J.M. le Grand-van den Bogaard (Red.). Verpleegkundig beroepsprofiel, Nationale Raad voor de Volksgezondheid, Zoetermeer, november 1988, pp. 55.
5.2
Bibliografie − De meester, W., Beleidsbrief gezondheidsbeleid : Kwaliteit als hefboom voor een Vlaams gezondheidsbeleid, November 1995. − Evers, G.C.M., Verpleegkundig beroepsprofiel, Nationale raad voor de volksgezondheid, − Versieck, K., e.a., Personeelsproblemen voor verpleegkundigen in België en de E.G., H.I.V. Leuven, 1995 − Jordens, F., Verpleegkundige opleiding in ontwikkeling, Brussel, V.V.T., sept. 89. − Demeyere, F., Vlerick, P., Arbeids- en levensomstandigheden van de beoefenaars van de verpleegkunde. Symposium 20 jaar wet op de verpleegkunde, Ministerie van Volksgezondheid en Leefmilieu, 7 febr. 1995 − Sermeus, W., e.a. Het beroepsprofiel van verpleegkundigen en vroedvrouwen, Ontwerptekst september 1995. − Delesie L., e.a. Minimale psychiatrische gegevens. KUL, CZW, 1992, pp. 109. − Demeester W. Beleidsbrief Gezondheidsbeleid: kwaliteit als hefboom voor een Vlaams Gezondheidsbeleid. Vlaamse Raad, Stuk 181, nr. 1, 7 december 1995, pp. 59 − Pacolet, Bouten & Versieck. Personeelsproblemen voor verpleegkundigen in België en de EG. Uitg. ACCO − Verpleegkunde Zakboekje, 1997 - Kluwer Editorial − Katholieke Hogeschool voor Gezondheidszorg Oost-Vlaanderen document subopleidingscommissie - optie psychiatrie - 1996 − Callebert L.,Gos E. , Van de Voorde C. Prospectief arbeidsmarktmodel (1994-1998) ten behoeve van het Belgisch plan. Hoger Instituut van de Arbeid - Leuven,1995 − Bouten R., Versieck K., Pacolet J. Personeelsproblemen voor verpleegkundigen in de EG. Hoger Instituut van de Arbeid - Leuven, 1995 − Bouten R., Versieck K., Pacolet J. Personeelsproblemen voor verpleegkundigen in België en de EG. Hoger Instituut van de Arbeid - Leuven, 1995 − Callebert L. De ontwikkeling van de dienstverlening in de directe omgeving in Vlaanderen.
38
BEROEPSPROFIEL VERPLEEGKUNDIGE
Hoger Instituut van de Arbeid - Leuven, 1995 − Henderson V. Grondbeginselen van de verpleegkunde. De Tijdstroom - Lochem 1971 − Orem D.E. Nursing Concepts of Practice. Mosbt St. Louis 1991 Verpleegkunde: ondersteuning van zelfzorg. De Tijdstroom - Lochem.Gent 1986 − Adam E. Wat verplegen inhoudt. De Tijdstroom - Poperinge 1981 − De Jong J.J.J. en Kerstens J.A.M. Bouwstenen voor verpleegkundig onderwijs. (Reeks) Bohn/Stafleu/Van Loghum Houten/Zaventem 1992 − Van Der Peet R. Inleiding in de verpleegkunde. De Tijdstroom - Lochem 1990 − Koene G., Grypdonck M., Rodenbach M. Th., Windey T. Integrerende verpleegkunde: wetenschap in praktijk. De Tijdstroom - 1980
BEROEPSPROFIEL VERPLEEGKUNDIGE
6
6.1
MEDEWERKERS
Samenstelling van de werkgroep − De heer William Balliauw • • • • •
gegradueerde ziekenhuisverpleegkundige getuigschrift ziekenhuisbeleid KUL voorzitter van de Vlaamse Beroepsvereniging voor Verpleegkundig Kaderpersoneel UZA - Antwerpen verpleegkundig dienstoverste van de interne geneeskunde
− De heer Filip Demeyere • • •
gegradueerde verpleegkundige licentiaat Medisch Sociale Wetenschappen adjunct-directeur verpleging aan het UZ-Gent
− De heer Bernard Derycke • • • •
gegradueerde verpleegkundige licentiaat Gezondheidswetenschappen voorzitter van de Beroepsfederatie docent Hogeschool Gent, departement Vesalius
− Mevrouw Rita Eggermont • • • •
gegradueerde sociaal verpleegkundige licentiaat in Medische Sociale Wetenschappen en Ziekenhuisbeleid lid van de Vlaamse Vereniging voor Sociale Verpleegkundigen stafmedewerker Kind en Gezin
− De heer Ludo Geys • • •
gegradueerde verpleegkundige licentiaat Medisch-Sociale Wetenschappen en Ziekenhuisbeleid verantwoordelijke Departement verpleegkunde van het Wit-Gele Kruis
− De heer Eduard Heylen • • •
gegradueerde verpleegkundige licentiaat Medisch Sociale Wetenschappen en ziekenhuisbeleid departementshoofd Gezondheidszorg in de Katholieke Hogeschool Brussel
− Mevrouw Bie Lambrechts • • •
gegradueerde ziekenhuisverpleegkundige licentiaat Medisch Sociale Wetenschappen en Ziekenhuisbeleid stafmedewerker Beroepsvereniging NVKVV
− Mevrouw Suzanne Lambrechts • •
gegradueerde ziekenhuisverpleegkundige docent aan de Erasmushogeschool - Jette/Brussel, departement Gezondheidszorg
− De heer Claudio Roncada
39
40
BEROEPSPROFIEL VERPLEEGKUNDIGE
• • • •
gegradueerde ziekenhuisverpleegkundige kaderopleiding voorzitter Vereniging Vlaamse operatiezaal verpleegkundigen hoofdverpleegkundige operatiekwartier ziekenhuis Oost-Limburg, Genk
− De heer Walter Sermeus • • • • • •
gegradueerde verpleegkundige licenciaat Medisch-Sociale Wetenschappen en Ziekenhuisbeleid licenciaat in de Biostatistiek doctor in de Maatschappelijke Gezondheidszorg hoofddocent Centrum voor Ziekenhuis- en Verplegingswetenschap (faculteit geneeskunde) stafcoördinator Algemene coördinatie Universitair Ziekenhuis - Leuven
− De heer Peter Thijs • • •
gegradueerde ziekenhuisverpleegkundige licentiaat Medisch Sociale Wetenschappen en Ziekenhuisbeleid lector aan de Provinciale Hogeschool - Hasselt, departement Gezondheidszorg
− Mevrouw Béatrice Toté • • • •
gegradueerde ziekenhuisverpleegkundige licentiaat Handels- en Financiële Wetenschappen stafmedewerker VVKHO - dienst onderwijsverzorging: studiegebied Gezondheidszorg (praktijk)lector Katholieke Hogeschool Sint-Lieven, Gent
− De heer André Vandeperre • • •
gegradueerde ziekenhuisverpleegkundige licentiaat Medisch-Sociale Wetenschappen en Ziekenhuisbeleid directie verpleging aan het H. Hart ziekenhuis - Lier
− Mevrouw Imelda Van de Sijpe • •
gegradueerde ziekenhuisverpleegkundige praktijk(lector) aan de Mercator Hogeschool - Gent, departement Gezondheidszorg
− De heer Guy Vandevelde • • •
gegradueerde verpleegkundige verantwoordelijke opleiding in de Oncologie verantwoordelijke opleiding in de Radiotherapie
− De heer Stefaan Van Eeckhout • • •
gegradueerde Ziekenhuisverpleegkundige licentiaat Medisch Sociale Wetenschappen en Ziekenhuisbeleid directie verpleging RVT Sint-Anna - Berchem
− Mevrouw Nancy Van Genechten • • • • •
gegradueerde verpleegkundige kaderopleiding kwalitietscoördinator UZA - Antwerpen voorzitter verpleegkundige commissie palliatieve hulpverlening lid van de ethische commissie UZA - Antwerpen
− De heer Piet Van Meel •
gegradueerde ziekenhuisverpleegkundige
BEROEPSPROFIEL VERPLEEGKUNDIGE
• •
licentiaat Medisch Sociale Wetenschappen en Ziekenhuisbeleid (praktijk)lector Vlaamse Autonome Hogeschool Antwerpen, departement Gezondheidszorg
− Mevrouw Magda Vanopdenbosch • • •
gegradueerde ziekenhuisverpleegkundige secretaris Vlaamse Vereniging Intensieve Zorgen verpleegkunde Intensieve Zorgen UZA - Antwerpen
− De heer Jos Vanoppen • •
gegradueerde psychiatrische verpleegkundige dienstoverste patiëntenzorg - ziekenhuis Oost-Limburg, Genk
− De heer Tarsi Windey • • • •
gegradueerde verpleegkundige licentiaat Medisch-SocialeWetenschappen en ziekenhuisbeleid stafmedewerker VVI coördinator Bejaardensector
41
42
BEROEPSPROFIEL VERPLEEGKUNDIGE
BIJLAGE 1
Hoofdstuk I (ter) “De uitoefening van de verpleegkundige van het KB nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de geneeskunst, de kinesitherapie, de verpleegkunde, de paramedische beroepen en de geneeskundige commissies. Een kopie van deze bijlage kan opgevraagd worden op de Vlaamse Onderwijsraad.
BEROEPSPROFIEL VERPLEEGKUNDIGE
43
BIJLAGE 2
KB van 18 juni 1990 houdende vaststelling van de lijst van de technische verpleegkundige prestaties en de lijst van de handelingen die door een geneesheer aan beoefenaars van de verpleegkunde kunnen worden toevertrouwd, alsmede de wijze van uitvoering van die prestaties en handelingen en de kwalificatievereisten waaraan de beoefenaars van de verpleegkunde moeten voldoen. Een kopie van deze bijlage kan opgevraagd worden op de Vlaamse Onderwijsraad.
44
BEROEPSPROFIEL VERPLEEGKUNDIGE
BIJLAGE 3
Op vraag van de Vlaamse Onderwijsraad werd een werkgroep opgericht om het beroepsprofiel van de verpleegkundigen uit te schrijven. Onder het voorzitterschap van Mevrouw Béatrice Toté werd de werkgroep samengesteld uit afgevaardigden vanuit de verschillende werkvelden van de gezondheidssector, van de beroepsverenigingen en de hogescholen die de opleiding verpleegkunde aanbieden. De werkgroep vergaderde plenair op: − 30 januari 1996 − 6 maart 1996 − 23 april 1996 − 9 juli 1996 ♦ In de algemene ziekenhuizen (AZ) zal het aantal bedden dalen door het converteren van bedden naar G-, RVT- en S-bedden. In de AZ zal de tewerkstelling ondanks het dalend aantal bedden stijgen, vanwege een toenemende aandacht voor daghospitalisatie, een dalende verblijfsduur met een stijgende zorgverlening en een stijgende bezettingsgraad van de bedden. We merken ook een kwaliticatieverschuiving van niet- naar hogergekwalificeerd personeel en van verpleegkundigen uit de vierde graad van het secundair beroepsonderwijs naar verpleegkundigen uit het hoger onderwijs. Eveneens een vrij recent fenomeen is de toename van het aantal deeltijds werkenden in het algemeen ziekenhuis. Volgens de gegevens van het Ministerie van Volksgezondheid bedroeg het percentage deeltijds werkenden in 1985 onder de verpleegkundigen 29 %: in 1990 was dit reeds opgelopen tot 39 %. Ook binnen de andere gezondheidszorginstellingen ziet men een stijgende evolutie van het deeltijds werken onder verpleegkundigen. ♦ In de psychiatrie wordt de reconversie voor psychiatrische ziekenhuizen geregeld door een KB van 26 juli 1990. Die reconversie was een gevolg van een beleid, gericht op een selectiever gebruik van de ziekenhuisinfrastructuur. Ziekenhuizen worden daarbij meer voorbehouden voor acute en intensieve verzorging, terwijl er nieuwe voorzieningen worden gecreëerd voor langdurige en gestabiliseerde zieken. De personeelsomkadering moet dan ook worden aangepast. De reconversie had de volgende doelstellingen voor ogen: − oprichten van alternatieve vormen van verzorging, zoals psychiatrische verzorgingstehuizen (PVT) en beschut wonen − reconversie van bedden − optrekken van personeelsnormen van 9 per 30 bedden naar 12, 14 of 16 per 30 bedden, naargelang het type Hierna volgt een overzicht van de tewerkstellingsvooruitzichten volgens een studie van Debaillie, van Devos, e.a. en volgens berekeningen van het HIVA. ♦ Overzicht van de tewerkstellingsvooruitzichten voor de gezondheidssector
BEROEPSPROFIEL VERPLEEGKUNDIGE
45
Devos e.a. (1991) tegen het jaar 2000 voor Vlaanderen: − AZ: stijging − Door de reconversie zal de daling in tewerkstelling in de psychiatrische instellingen opgevangen worden door de stijging in de nieuwe voorzieningen: PVT: + 2400 en Beschut wonen: + 375 Debaillie (1992) van 1990 tot 2030 voor Vlaanderen: − AZ: aanbod van verpleegkundigen van 70 000 naar 120 000 − Psychiatrische: stabilisatie Berekeningen van het HIVA − PVT: Vlaanderen: + 677, België: toename − Beschut wonen: lichte toename − V-dienst: afname: norm niet meer aangepast aan de reconversie Debaillie (1992) verwacht een compensatie van deze regelingen waardoor er een stabilisatie van tewerkstelling zou blijven op het niveau van 1990. Devos e.a. (1991) zien echter een uitbreiding in het personeel, vooral in de Algemene ziekenhuizen en minder in de Psychiatrische. De privé-ziekenhuizen zouden ook een grotere personeelsuitbreiding krijgen dan de openbare. Voor de personeelsleden in de psychiatrische ziekenhuizen onderzoekt men ook de gevolgen van de reconversie van KB van 26 juli 1990. Zo komt men tot het besluit dat er waarschijnlijk geen afvloeiingen zullen zijn, maar eerder een omschakeling naar PVT of beschut wonen. Op basis van het programmatiecriterium en de omkadering werd het verwacht aantal plaatsen en tewerkstelling berekend. Voor de PVT wordt er een toename verwacht. Voor de initiatieven voor beschut wonen wordt de norm reeds bereikt, waardoor er slechts een lichte toename wordt verwacht. De mogelijke toename van personeelsleden in deze nieuwe voorzieningen zullen bijgevolg de afname van het personeel in de V-diensten opvangen en misschien overtreffen. ♦ In de bejaardenzorg is de evolutie in de voorzieningen voor bejaarden sterk afhankelijk van de opgelegde normen voor het aantal plaatsen. Deze normen zijn meestal gebaseerd op het aantal inwoners of bejaarden. Daarom zal de evolutie in het aantal plaatsen afhankelijk zijn van de demografische evolutie, die we weervinden in de bevolkingsvooruitzichten van het NIS. De tewerkstellingsevolutie kunnen we dan berekenen met als hypotheses een constante personeelsomkadering en het realiseren van de huidige norm voor het aantal plaatsen. Wat betreft het aanbod van verpleegkundigen in de toekomst kom de studie van Debaillie (1992) voor Vlaanderen tot de volgende conclusies: enerzijds zullen de verpleegkundigen niet ontsnappen aan vergrijzing en anderzijds zien ze een toename van het aanbod van 70.000 naar 120.000 personen van 1990 tot 2030. De cijfers over de tewerkstelling in de gezondheidszorg worden bepaald door enerzijds statistische opvattingen, zoals een stijging van de tewerkstelling door een stijgend aantal deeltijdsen en het opnemen in de cijfers van het aantal GESCO’s. Daarnaast wordt de effectieve tewerkstelling bepaald door de reglementering, zoals een grote nadruk op daghospitalisatie, reconversie van bedden, aanpassen van normen en ook instroomuitstroom van verpleegkundigen. De laatste jaren is de dalende tendens omgeslagen naar een stijging van het aantal leerlingen en bovendien wordt er een langere loopbaan verwacht van de verpleegkundigen in de toekomst.
46
BEROEPSPROFIEL VERPLEEGKUNDIGE
♦ Overzicht van de tewerkstellingsvooruitzichten in de sociale sector Voorzieningen Intramural
Transmural
G-dienst V-dienst Vp-dienst RVT-dienst PVT-dienst rusthuizen dagverzorgingscentra daghospitalisatie serviceflats en woningen met dienstverlening beschut wonen
Belgifë
Vlaanderen
(1992-2000)
(1993-2000)
+4 105 afname +737 toename toename +7 951 toename toename toename
+1 644 afname +266 +2 759 +677 +5 171 +611 toename toename
toename
+4
DEVOS E.A. (1991) voor Vlaanderen tegen het jaar 2000
Intramuraal
Transmuraal
Extramuraal
V-diensten G-diensten rusthuizen 4% norm 5% norm 4% van 75-plussers RVT serviceflats en woningcomplexen dienstencentra gezins- en bejaardenhulp poetsdiensten thuisverpleging
eerder een daling +2 262 +1 087 +6 464 +929 nog veel plaats toename + max. 100 à 200 +1 139 01 290 653 FTE
Binnen het zorgenbeleid valt een verschuiving van intramurale naar extramurale, en voor de toekomst transmurale zorg te herkennen. Als grote beleidslijn tijdens 1980-1990 geldt dat de bejaarde zo lang mogelijk moet kunnen thuisblijven. Slechts bij een te grote zorgbehoevendheid is een thuisvervangend milieu aangewezen, waardoor in de intramurale voorzieningen vooral sterk zorgbehoevende bejaarden zullen worden opgevangen, die een grotere personeelsomkadering vereisen. De huidige bejaardenzorg steunt bijna volledig op het zogenaamde bejaardendecreet van 5 maart 1985 van mevrouw Steyaert. Dit decreet regelt de programmering, erkenning en subsidiëring van rusthuizen, bejaardenwoningen, serviceflats, wooncomplexen met dienstverlening en dienstencentra. Voor de jaren nadien werden de beleidslijnen uitgetekend in de recente nota: ‘60+ perspectief’ van minister Lenssens. Bejaardenzorg wordt daarin gestipuleerd als meer dan zorgenbeleid. Daardoor moeten de volgende factoren worden bekeken: een flexibele einde loopbaan, voldoende hoge pensioenen, stimuleren van actieve vrijetijdsbesteding,... Verdere uitbouw van intraen transmurale voorzieningen zijn bijgevolg noodzakelijk.
BEROEPSPROFIEL VERPLEEGKUNDIGE
47
♦ In de intramurale zorg werden volgende aanpassingen van kracht door het decreet van 1985: − De V-diensten die bejaarden opvangen in ziekenhuizen voor langdurige zorg en revalidatie worden in 1985 enerzijds naar de G-diensten (voor specifieke acute diensten voor bejaarden) en anderzijds naar de rust- en verzorgingstehuizen (RVT) overgebracht om zo de V-diensten naar hun oorspronkelijke doelstelling terug te brengen. Zoals reeds voor de gezondheidssector werd opgemerkt is deze norm niet meer realistisch met de huidige reconversiebepalingen, waardoor er geen uitbreiding verwacht wordt van het aantal bedden en waardoor de tewerkstelling in het beste geval constant zal blijven, maar eerder nog zal afnemen. − De G-diensten zijn diensten voor bejaarden met acute en nog niet gestabiliseerde toestandsbeelden en voor bejaarden die specialistische zorg nodig hebben. Door de reconversie wordt hier nog een grote toename in de plaatsen en bijgevolg in de tewerkstelling verwacht. − De Vp-diensten zijn diensten voor opname van geriatrische patiënten die een neuropsychiatrische behandeling vergen. Hier wordt een lichte toename verwacht. − De norm voor de rusthuizen werd recent aangepast aan de behoeften van een toenemend aantal demente bejaarden. Voor de tewerkstelling berekenen we een toename van 7 950 personeelsleden tegen het jaar 2000 voor de rusthuizen in België en 5 171 voor Vlaanderen. Hier wordt echter geen rekening gehouden met het feit dat de gemiddelde leeftijd bij opname in het rusthuis in de toekomst mogelijk hoger kan liggen, noch met de invaliditeitsgraad van de bewoners (die stijgt), noch met de toename van het aantal RVT-bedden t.o.v. de rusthuisbedden (12) en er wordt een constante personeels-omkadering verondersteld. − De RVT-bedden in de rust en verzorgingstehuizen zijn voor bejaarden die geen diagnostische onderzoeken meer nodig hebben, noch specialistisch toezicht. Wat zij wel nodig hebben is verpleegkundige en paramedische zorg en hulp bij het verrichten van dagelijkse activiteiten. De norm is recent aangepast aan de behoeften (van 2 bedden per 1 000 inwoners, naar 1,7 % van de 65-plussers), waardoor een toename in tewerkstelling van 2 759 wordt berekend voor Vlaanderen van 1993 tot 2000. − Aangezien de PVT-voorziening relatief nieuw is en de vooropgezette programmatienorm van 6 ‰ van de inwoners nog niet gerealiseerd is, mag een uitbreiding van deze voorziening in het vooruitzicht worden gesteld. ♦ De extramurale zorg wordt door het decreet van 1985 als volgt behandeld: − De vraag naar diensten voor de thuiszorg stijgt enorm door de vergrijzing en de dalende mantelzorg. Het aantal bejaarden en hoogbejaarden zal gevoelig stijgen en binnen deze groep komen er daarenboven meer alleenwonenden. In de thuiszorg zal er zich waarschijnlijk een stijging van tewerkstelling voordoen. Men merkt reeds een toename van zelfstandige verpleegkundigen (vooral A1) in de thuiszorg. Bij het WitGele Kruis merkt men echter een daling van het aandeel van A1-verpleegkundigen, omdat een deel van het werk door lager gekwalificeerden overgenomen kan worden. − Voor de diensten voor gezins- en bejaardenhulp (DBGH) wordt bij een constante mantelzorg, een stijgende behoefte en een constante deeltijdse arbeid volgende schatting gedaan door Devos e.a. voor Vlaanderen; + 1 139 personeelsleden in 2000. − De poetsdiensten verlenen hulp aan bejaarden die het wekelijks onderhoud van hun woning niet meer aankunnen, maar geen andere hulp nodig hebben. Rekening houdend met de bevolkingsvooruitzichten komt men op een toename in de tewerkstelling van 1 290 personen, als hetzelfde hulpverleningspatroon wordt gehandhaafd.
48
BEROEPSPROFIEL VERPLEEGKUNDIGE
− De thuisverpleging staat in voor geneeskundige verpleging en verzorging. Hier schat men een toename van 653 FTE tegen 2000 voor Vlaanderen. Tussen de tradionele intramurale en extramurale voorzieningen ontstaan de laatste jaren een aantal transmurale voorzieningen. Hiertoe behoren onder andere de dagopvang, dagverzorgingscentra, daghospitalisatie, dienstencentra en kortverblijf in rusthuizen. Over de huidige omvang van deze diensten is nog maar zeer weinig informatie beschikbaar, laat staan over de te verwachten evoluties. Wel is het zo dat deze diensten nog maar net aan het ontstaan zijn en dat voor de toekomst zeker een uitbreiding verwacht wordt. In serviceflats en woningcomplexen met dienstverlening beschikken bejaarden over een eigen leefruimte, maar kunnen facultatief beroep doen op een beperkt aanbod van gemeenschappelijke diensten. De omkadering is er bijgevolg beperkter dan in een rusthuis. De norm stelt 2 wooneenheden per 100 60-plussers. In 1993 telde men in Vlaanderen 2 864 wooneenheden en voor 14 730 werd een voorafgaande vergunning afgeleverd. Ondanks de bijzondere inspanningen ligt de huidige capaciteit nog zeer ver van het geprogrammeerde aantal (een verschil van 13 899, inclusief de geplande wooneenheden) en wordt een sterke toename verwacht. Door de vergrijzing van de bevolking zal er een steeds grotere vraag naar bejaardenvoorzieningen zijn. Deze zijn echter afhankelijk van bepaalde normen, die de voorzieningen in bepaalde richtingen stimuleren of afremmen. Zo worden de transmurale en extramurale voorzieningen gestimuleerd om de bejaarde zo lang mogelijk thuis te houden. In deze voorzieningen wordt dan ook een sterke stijging van tewerkstelling verwacht. Dit brengt echter met zich mee dat de bejaarden zwaarder hulpbehoevend zullen zijn als ze in een intramurale voorziening terecht komen, wat een hogere personeelsomkadering zal vereisen. Dit samen met de demografische evolutie waar het aantal hoogbejaarden sterk zal stijgen, zal ook in deze voorzieningen een toename van het aantal personeelsleden nodig zijn.