Uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/029
Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2022/029
DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 17 december 2021 diende xxx (hierna vermeld als: verzoekster), een verzoek in bij de stad Leuven om een afschrift te verlenen van het besluit van het College van Burgemeester en Schepenen van 12 maart 2021 met referte 2021_CBS_01477 inzake de verkeersstudie - opmaak riolerings- en wegenisdossier en rooilijnplan voor de Celestijnenlaan, inclusief de bijlagen. Op 22 december 2021 werd het openbaarheidsverzoek gedeeltelijk ingewilligd dor de stad Leuven. Op 27 januari 2022 diende verzoekster beroep in tegen de voormelde gedeeltelijke weigeringsbeslissing van de stad Leuven. Dit beroep werd geregistreerd op 27 januari 2022. Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijke verzoek van verzoekster dateert van 17 december 2021. De gedeeltelijke weigeringsbeslissing van de stad Leuven dateert van 22 december 2021 (datum ondertekening), doch deze beslissing werd pas via mail d.d. 28 december 2021 aan verzoekster bezorgd. De mail d.d. 28 december 2021, waarmee de gedeeltelijke weigeringsbeslissing werd toegestuurd aan verzoekster, maakt melding van de beroepsmogelijkheden en -modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, §1, derde lid van het Bestuursdecreet.
www.vlaanderen.be
Het ingediende beroep van verzoekster d.d. 27 januari 2022 is tijdig ingesteld binnen de decretaal voorgeschreven termijn, conform artikel II.48, §1, derde lid van het Bestuursdecreet. Het beroepschrift d.d. 27 januari 2022 is bijgevolg ontvankelijk. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.
1.
De beslissing van de stad Leuven
De stad Leuven heeft met haar gedeeltelijke weigeringsbeslissing d.d. 28 december 2021 een afschrift toegestuurd van het eigenlijke Collegebesluit d.d. 12 maart 2021 inzake de verkeersstudie - opmaak riolerings- en wegenisdossier en rooilijnplan voor de Celestijnenlaan. De bijlagen bij die collegebeslissing werden evenwel niet bezorgd aan verzoekster, met verwijzing naar de toepassing van artikel II.34, 6° Bestuursdecreet.
2. Inhoud van het beroepschrift Verzoekster stelt beroep in tegen de gedeeltelijke weigeringsbeslissing van de stad Leuven en stelt daarbij dat de door haar gevraagde 2 bijlagen bij het Collegebesluit in het collegebesluit zelf uitdrukkelijk worden vermeld. Verzoekster stelt dat de uitzonderingsgrond die werd ingeroepen door de stad Leuven (artikel II 34, 6° Bestuursdecreet) in casu niet van toepassing is omwille van de volgende vaststellingen: - het gaat niet om informatie die door een derde is verstrekt zonder dat hij daartoe verplicht is: het gaat om een verkeersstudie die door de Stad Leuven besteld is (openbaar aanbesteed, onder de referentie : RO_SWW/19.044/802.3 - goedgekeurd op de Gemeenteraad van 30/3/2020) , en dus met overheidsmiddelen is gefinancierd: een opdracht van de Stad Leuven aan een derde partij. - Het gaat ook niet om vertrouwelijke informatie, maar de resultaten en conclusies van (objectieve) tellingen en (op-)metingen, en een onderzoek van meerdere scenario's. De verkeersstudie kadert in plannen voor de heraanleg van de straat waar verzoekster woonachtig is en bijgevolg heeft ze er belang bij om van deze documenten een afschrift te bekomen. Verzoekster drukt de wens uit om via het ingestelde beroepschrift alsnog een afschrift te kunnen verkrijgen van de verkeersstudie (onderzoek en synthese scenario's, de beide bijlagen bij het Collegebesluit).
3. Standpunt van de beroepsinstantie
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/029
pagina 2 van 4
De beroepsinstantie heeft contact opgenomen met de stad Leuven om wat toelichting te vernemen bij dit dossier en een afschrift te krijgen van de door verzoekster gevraagde bijlagen bij het Collegebesluit d.d. 12 maart 2021. De beroepsinstantie verkreeg ook een afschrift van de beide bijlagen bij het Collegebesluit d.d. 12 maart 2021 inzake de verkeersstudie - opmaak riolerings- en wegenisdossier en rooilijnplan voor de Celestijnenlaan: - Verkeersstudie Celestijnenlaan Leuven: verkeersonderzoeken 17 november 2020 - Verkeersstudie Celestijnenlaan Leuven: scenario’s Celestijnenlaan 7 december 2020 De stad Leuven verwees naar de toepassing van artikel II.34, 6° Bestuursdecreet om de voormelde beide bijlagen niet te bezorgen aan verzoekster. De stad argumenteerde aan de beroepsinstantie dat de bijlagen bij het collegebesluit de resultaten betreffen van een verkeersstudie inzake de Celestijnenlaan. Deze verkeersstudie werd uitgevoerd door het studiebureau Suunta en het bestek betreffende deze verkeersstudie vermeldt uitdrukkelijk dat de resultaten van de opdracht een vertrouwelijk karakter hebben. Om die reden werd de aanvraag om een kopie te bezorgen van de bijlagen bij het collegebesluit dan ook geweigerd omdat deze documenten informatie bevatten die door een derde verstrekt werd en die uitdrukkelijk als vertrouwelijk werd bestempeld. De beroepsinstantie kan in casu niet akkoord gaan met de redenering van de stad Leuven, daar het hier een studie betreft in het kader van een overheidsopdracht. Artikel II.34, 6° van het Bestuursdecreet bepaalt dat een overheidsinstantie een aanvraag tot openbaarmaking afwijst indien het om bestuursdocumenten gaat die informatie bevatten die door een derde is verstrekt zonder dat hij daartoe verplicht is en die hij uitdrukkelijk als vertrouwelijk heeft bestempeld, tenzij die persoon met de openbaarmaking instemt. Uit de lezing van voormeld artikel uit het Bestuursdecreet blijkt dat deze uitzonderingsgrond slechts kan worden ingeroepen, voor zover voldaan is aan twee cumulatieve voorwaarden: ten eerste moet het gaan om informatie die een derde vrijwillig heeft verstrekt aan de overheid, zonder dat hij daartoe wettelijk, decretaal of anderszins verplicht was, en ten tweede moet die derde die vrijwillig meegedeelde informatie uitdrukkelijk als vertrouwelijk hebben bestempeld. Het gaat hier om een cumulatieve voorwaarde, zo blijkt voldoende uit het gebruik van het woord “en” in voormeld artikel van het Bestuursdecreet. De beroepsinstantie stelt vast dat aan de eerste vereiste, namelijk dat het gaat om informatie die een derde vrijwillig heeft verstrekt aan de bestuursinstantie, zonder dat hij daartoe wettelijk, decretaal of anderszins verplicht was, in casu niet is voldaan. Het betreft hier immers een overheidsopdracht voor diensten (openbare procedure), met als voorwerp: “Verkeersstudie, opmaak riolerings- en wegenisdossier & rooilijnplan voor de Celestijnenlaan te 3001 Leuven”, waarvoor een bestek met nummer RO/SWW/19.044/802.3 werd opgemaakt en kenbaar gemaakt aan de mogelijke inschrijvers (cfr. beslissing gemeenteraad van de stad Leuven d.d. 30 maart 2020). De studie die door de opdrachtnemer werd opgemaakt is dus geen document dat op vrijwillige basis werd overgemaakt aan de stad Leuven, daar het een studie betreft die werd opgesteld naar aanleiding van een gegunde overheidsopdracht en de betrokken firma dus de verplichting had om de desbetreffende studie uit te voeren. De beroepsinstantie stelt dan ook vast dat er in casu niet is voldaan aan de eerste voorwaarde om toepassing te kunnen maken van de uitzonderingsgrond, zoals voorzien in artikel II.34, 6° Bestuursdecreet en deze uitzonderingsgrond werd bijgevolg in casu onterecht ingeroepen door de stad Leuven. Uit het onderzoek door de beroepsinstantie is voorts gebleken dat op 21 februari 2022 vanuit de stad Leuven een mail werd gestuurd naar verzoekster, met als bijlage een afschrift van de twee bijlagen bij het Collegebesluit d.d. 12 maart 2021 inzake de verkeersstudie - opmaak riolerings- en wegenisdossier en rooilijnplan voor de Celestijnenlaan:
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/029
pagina 3 van 4
- Verkeersstudie Celestijnenlaan Leuven: verkeersonderzoeken 17 november 2020 - Verkeersstudie Celestijnenlaan Leuven: scenario’s Celestijnenlaan 7 december 2020 De beroepsinstantie ontving een afschrift van voornoemde mail d.d. 21 februari 2022 vanuit de stad Leuven aan verzoekster. Bijgevolg moet de beroepsinstantie vaststellen dat met de toezending van de beide gevraagde bijlagen bij het Collegebesluit d.d. 12 maart 2021 aan verzoekster alsnog is tegemoet gekomen aan de verzuchtingen van verzoekster op dat vlak. Het ingestelde beroep wordt daarom als zonder voorwerp beschouwd. Na beraadslaging,
BESLUIT: Het beroepschrift van xxx d.d. 27 januari 2022 tegen de gedeeltelijke weigeringsbeslissing van de stad Leuven wordt als ontvankelijk doch zonder voorwerp beschouwd. Brussel, 24 februari 2022 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/029
pagina 4 van 4