Skip to main content

AMS_FOCUS_landbouwrekeningen_0.pdf

Page 1

AMS FOCUS 2012

PRODUCTIEREKENING VAN DE VLAAMSE LAND- EN TUINBOUW 2012 Vlaamse overheid | Departement Landbouw en Visserij

1. Blik op de productierekeningen

2. Productiewaarde

3. Intermediair verbruik

4. Netto toegevoegde waarde

1.

BLIK OP DE PRODUCTIEREKENINGEN

De Vlaamse land- en tuinbouw tekent in 2012 een sterke stijging op van de productiewaarde. De kosten nemen ook toe, maar in mindere mate. Daardoor verbetert het globale inkomen sterk na het extreem lage cijfer van 2011. De netto toegevoegde waarde per arbeidseenheid is 47% hoger dan in het crisisjaar 2011 en bereikt hiermee bijna het niveau van 2010.

2.

PRODUCTIEWAARDE

De eindproductiewaarde van de Vlaamse land- en tuinbouwsector in 2012 wordt geraamd op 5,69 miljard euro of een sterke stijging t.o.v. 2010 (+12%) (figuur 1). De toename is merkbaar bij de drie deelsectoren. Figuur 1: Evolutie van de eindproductiewaarde, miljoen euro, 2000-2012

5. Meer informatie

6.000 5.000 4.000 3.000 2.000 1.000 0

akkerbouw

tuinbouw

veeteelt

totaal

(*): voorlopige cijfers Bron: Departement Landbouw en Visserij

Meer info vindt u op www.vlaanderen.be/landbouw/studies Vermenigvuldiging en/of overname van gegevens zijn toegestaan mits de bron expliciet vermeld wordt: Bernaerts E. (2012) Productierekening van de Vlaamse land- en tuinbouw 2012, Departement Landbouw en Visserij, afdeling Monitoring en Studie, Brussel. Depotnummer: D/2012/3241/384

www.vlaanderen.be/landbouw

1


FOCUS: Productierekening van de Vlaamse land- en tuinbouw 2012

Veeteelt De veeteelt is in Vlaanderen de belangrijkste sector (60,4% van de totale eindproductiewaarde), met als drie voornaamste producten varkens- en rundvlees en melk (figuur 2). In 2012 bedraagt de globale waarde van de veeteeltproducten 3,43 miljard euro of een stijging van 7% ten opzichte van 2011. Met uitzondering van de zuivelsector, evolueren alle subsectoren in positieve zin. Figuur 2: Verdeling van de productiewaarde van de veeteeltproducten, 2012

eieren 5%

andere 1%

runderen 20%

melk 18%

gevogelte 9% varkens 47% Bron: Departement Landbouw en Visserij

De varkenssector neemt veruit het grootste aandeel voor zijn rekening (47% van de productiewaarde van de veeteelt) en tekende een omzetstijging van 14% op ten opzichte van 2011. Die toename is vooral te danken aan de hogere prijzen. De slachtingen blijven nagenoeg op het niveau van 2011. In de rundvleessector wordt het kleinere productievolume gecompenseerd door de globale prijsstijging, zodat de omzet stijgt met 5%. Vooral vlees van de lagere kwaliteitscategorieĂŤn is in prijs gestegen door een goede exportvraag. De pluimveevleessector prijsverhoging.

noteert

een

waardestijging

(+5%)

door

een

productie-

en

een

Na het slechte cijfer van 2011, vertoont de omzetwaarde van de eiersector een grote opwaartse beweging (+52%). Dat is vooral te danken aan de sterke prijshausse. Als gevolg van het verbod op legbatterijen in de Europese Unie, liep de Europese eierproductie terug, wat een positief effect had op de prijsvorming. In tegenstelling tot de andere veeteeltsectoren, wordt de productiewaarde van de zuivelsector sterk neerwaarts bijgesteld (-9%). De sector heeft te kampen met een prijsvermindering door de zwakkere prijsvorming van zuivelproducten op de internationale markten. Tuinbouw De productiewaarde van de tuinbouwproducten wordt geschat op 1,55 miljard euro of een stijging met 13%. De tuinbouw neemt 27,2% van de totale productiewaarde voor zijn rekening, met groenten als grootste sector (figuur 3). De waardestijging manifesteert zich bij de 3 deelsectoren (groenten +22%, fruit +15% en sierteelt +2%). Voor een aantal producten zijn er echter nog weinig cijfers beschikbaar zodat de raming met de nodige omzichtigheid dient te worden geĂŻnterpreteerd.

www.vlaanderen.be/landbouw

2


FOCUS: Productierekening van de Vlaamse land- en tuinbouw 2012

Figuur 3: Verdeling van de productiewaarde van de tuinbouwproducten, 2012

niet-eetbare tuinbouwproducten 34%

groenten 43%

fruit 23% Bron: Departement Landbouw en Visserij

De sterke omzetstijging bij de groenten komt er na de extreem lage waarde van 2011. In 2011 werd de groentesector immers zwaar getroffen door de EHEC-crisis. De evolutie is sterk productafhankelijk, maar gemiddeld noteren de groenten onder beschutting een grotere herstelbeweging (+43%) dan de groenten in openlucht (+4%). De groenten onder beschutting daalden vorig jaar ook sterker dan de groenten in openlucht. Volgens de eerste cijfers voor de fruitsector, is er een omzetstijging van ongeveer 15%. Volgens de laatste oogstramingen is de productie van appelen en peren kleiner dan het voorgaande seizoen. De prijzen liggen momenteel echter beduidend hoger dan het voorgaande seizoen. De stijging bij de sierteelt is vooral toe te schrijven aan de betere prijsvorming. Het areaal daalt in 2012. Akkerbouw De waarde van de akkerbouwproducten bedraagt in 2012 naar schatting 704 miljoen euro of een groei met 44% ten opzichte van 2011. De akkerbouw is, met een aandeel van 12,4% in de totale eindproductiewaarde, een kleinere sector. Granen, aardappelen en suikerbieten zijn de voornaamste akkerbouwproducten. Zij nemen in 2012 samen 82% voor hun rekening (figuur 4). Figuur 4: Verdeling van de productiewaarde van de akkerbouwproducten, 2012

overige 18%

granen 22%

suikerbieten 8%

aardappelen 52% Bron: Departement Landbouw en Visserij

www.vlaanderen.be/landbouw

3


FOCUS: Productierekening van de Vlaamse land- en tuinbouw 2012

Bij de graangewassen en de aardappelen wordt een sterke waardestijging opgetekend, terwijl de suikerbieten in waarde verminderen. De productiewaarde van graan wordt voor 2012 geraamd op 158 miljoen euro of een stijging met 52% ten opzichte van 2011. De Vlaamse graanoogst was beduidend hoger dan de uitzonderlijk kleine oogst van 2011. De oppervlakte wintergranen is opnieuw genormaliseerd. In 2011 was dat areaal immers uitzonderlijk klein door het natte najaar van 2010. Door een krappe wereldgraanbalans zit ook de prijs in de lift. Bij de aardappelen is de waardevermeerdering (+77%) te danken aan de sterke prijsstijging ten opzichte van de zeer lage prijs van het voorgaande seizoen. De productie is duidelijk afgenomen, zowel in Vlaanderen als in andere Europese landen, wat de vrije marktprijs positief beĂŻnvloedt. De suikerbietenteelt noteert een lagere waarde (-17%), vooral door de lagere suikerproductie ten opzichte van de recordopbrengst van 2011.

3.

INTERMEDIAIR VERBRUIK

Het jaar 2012 wordt gekenmerkt door verder stijgende kosten. Volgens een eerste raming zou de waarde van het intermediair verbruik stijgen met 5% en 4,22 miljard euro bedragen. Het intermediair verbruik is de laatste jaren sterk gestegen (figuur 5). Vooral de kosten voor veevoeders (+8%), meststoffen (+4%) en energie (+4%) lopen op. De veevoeders maken in 2012 52% uit van het intermediair verbruik. Alhoewel de veevoederprijzen in het begin van 2012 nog lager waren dan in 2011, is de gemiddelde jaarprijs duidelijk hoger dan in 2011. Ook de energieprijzen zetten de stijgende trend van 2011 verder door. Figuur 5: Evolutie van het intermediair verbruik, miljoen euro, 2000-2012

5.000 4.000 3.000 2.000 1.000 0 2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012(*) veevoeders

meststoffen

energie

andere

(*): voorlopig cijfer Bron: Departement Landbouw en Visserij

4.

NETTO TOEGEVOEGDE WAARDE

Uit de respectieve ontwikkelingen van de waarde van de eindproductie en van het intermediair verbruik en rekening houdend met de afschrijvingen en de netto subsidies wordt de netto toegevoegde waarde, als indicator voor het globale inkomen van de land- en tuinbouwactiviteit, geraamd op 1.252 miljoen euro of een stijging met 46% ten opzichte van het crisisjaar 2011 (figuur 6).

www.vlaanderen.be/landbouw

4


FOCUS: Productierekening van de Vlaamse land- en tuinbouw 2012

Het aantal arbeidseenheden, uitgedrukt in aantal personen van 20 tot 65 jaar die voltijds op een landbouwbedrijf werkzaam zijn, is licht gedaald (-0,5%), zodat de netto toegevoegde waarde per arbeidseenheid met 47% stijgt tot 31.819 euro. Het globale inkomen per arbeidseenheid tekent hiermee een herstelbeweging op tot bijna het niveau van 2010. Er dient wel opgemerkt te worden dat het een globaal gemiddeld inkomen betreft, dat een grote variatie tussen de sectoren en tussen de bedrijven onderling maskeert.

2.000

40.000

1.500

30.000

1.000

20.000

500

10.000

0

NTW/AE (euro)

NTW (miljoen euro)

Figuur 6: Evolutie van de netto toegevoegde waarde (NTW) en de netto toegevoegde waarde per arbeidseenheid (NTW/AE), 2000-2012

0

NTW

NTW/AE

(*): voorlopige cijfers Bron: Departement Landbouw en Visserij

5.

MEER INFORMATIE

Een samenvattend overzicht met de cijfers van de afgelopen jaren is terug te vinden in tabel 1 op de volgende pagina. Er moet uitdrukkelijk gewezen worden op het zeer voorlopige karakter van de voorgestelde cijfers van 2012. Voor meer details in verband met de berekeningswijze wordt verwezen naar de jaarlijkse publicatie ‘Economische resultaten van de Vlaamse land- en tuinbouw’, die terug te vinden is op de website (www.vlaanderen.be/landbouw/studies). In het voorjaar 2013 zal een geactualiseerde versie van dit rapport beschikbaar zijn.

www.vlaanderen.be/landbouw

5


FOCUS: Productierekening van de Vlaamse land- en tuinbouw 2012

Tabel 1: Productierekening van de Vlaamse land- en tuinbouw, miljoen euro, 2007-2012

EINDPRODUCTIE • AKKERBOUWPRODUCTEN Granen Aardappelen Suikerbieten • TUINBOUWPRODUCTEN -GROENTEN : Beschutte teelt In openlucht -FRUIT : Appelen Peren -NIET-EETBARE PRODUCTEN • VEETEELTPRODUCTEN -DIEREN : Runderen Varkens Gevogelte -DIERLIJKE PRODUCTEN : Melk en melkderivaten Eieren INTERMEDIAIRE CONSUMPTIE : Veevoeders Meststoffen-Grondverbeteringsmiddelen Energie en smeermiddelen BRUTO TOEGEVOEGDE WAARDE TEGEN MARKTPRIJZEN Afschrijvingen Subsidies -taksen NETTO TOEGEVOEGDE WAARDE TEGEN FACTORKOSTEN Aantal arbeidseenheden NETTO TOEGEVOEGDE WAARDE PER ARBEIDSEENHEID (euro)

2007 4.951 505 138 209 66 1.571 620 350 270 419 142 153 532 2.875 2.073 586 1.216 248 802 658 144 3.322 1.597 160 402 1.629 475 300 1.454 44.537 32.639

2008 4.945 437 97 218 46 1.510 641 349 292 357 105 135 512 2.998 2.240 569 1.386 263 758 624 134 3.779 1.863 212 483 1.165 498 323 991 43.845 22.592

2009 4.560 385 83 181 48 1.455 606 289 317 329 89 133 520 2.720 2.121 583 1.289 230 599 459 139 3.395 1.592 159 393 1.166 509 317 973 42.536 22.884

2010 5.153 591 146 309 48 1.612 717 374 343 370 112 140 524 2.950 2.195 612 1.310 258 754 632 122 3.611 1.705 141 470 1.542 500 302 1.345 42.024 31.997

2011 5.055 488 104 206 70 1.372 547 257 290 303 85 97 523 3.195 2.381 655 1.410 299 815 695 119 4.001 2.018 161 504 1.055 503 303 855 39.548 21.613

2012(*) 5.685 704 158 365 58 1.548 670 368 301 347 102 130 531 3.434 2.621 687 1.604 314 812 631 182 4.219 2.185 167 526 1.466 513 299 1.252 39.353 31.819

(*): voorlopige cijfers Bron: Departement Landbouw en Visserij

www.vlaanderen.be/landbouw

6


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
AMS_FOCUS_landbouwrekeningen_0.pdf by Vlaanderen-be - Issuu