Skip to main content

dossier 2021-428.pdf

Page 1

Uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/428

Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2021/428

DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 12 november 2021 diende xxx een verzoek in bij de Vlaamse overheid, departement Omgeving, afdeling Handhaving – Omgevingsinspectie Antwerpen om een afschrift te verlenen van de bestuurlijke maatregel die werd opgelegd op 13 oktober 2021 aan het bedrijf 3M, waarin gesteld wordt dat tegen 1 februari 2022 alle grondhopen moeten verwijderd worden. Op 22 november 2021 weigerde de afdeling Handhaving een afschrift van de gevraagde documenten. Op 22 november 2021 diende xxx beroep in bij de beroepsinstantie tegen deze weigeringsbeslissing d.d. 22 november 2021. Dit beroep werd geregistreerd op 23 november 2021. Ontvankelijkheid van het beroep Op 12 november 2021 diende xxx een openbaarheidsverzoek in bij de afdeling Handhaving. De afdeling Handhaving heeft dit openbaarheidsverzoek beantwoord op 22 november 2021. Deze beslissing maakt melding van de beroepsmogelijkheden en -modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, §1, derde lid van het Bestuur decreet van 7 december 2018. Op 22 november 2021 diende xxx beroep in tegen de voormelde weigeringsbeslissing. Het ingediende beroep is bijgevolg tijdig ingediend en is ontvankelijk.

www.vlaanderen.be


Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.

1.

Bestreden beslissing

Verzoekster verwijst in haar oorspronkelijk verzoek naar de onderzoekscommissie PFOS/PFAS waar de Omgevingsinspectie heeft gemeld dat 3M alle grondhopen moest verwijderen. Er werd op 14 oktober 2021 een bestuurlijke maatregel getroffen, waarin gesteld wordt dat tegen 1 februari 2022 alle grondhopen moeten verwijderd worden. Zij vraagt in het kader van de openbaarheid van het bestuur een afschrift van de getroffen bestuurlijke maatregel en de motivatie hiervoor. Het verzoek werd door de afdeling Handhaving afgewezen omwille van de volgende redenen: “De bestuurlijke maatregel werd opgelegd nadat we vastgesteld hadden dat de grondhopen die op het terrein van 3M lagen, moeten beschouwd worden als afval waarvoor geen omgevingsvergunning is afgeleverd. Hiervoor is ook proces-verbaal opgesteld en aan het parket bezorgd. Momenteel is dit pv daar nog in behandeling. Aangezien de bestuurlijke maatregel ook deel uitmaakt van het gerechtelijk dossier, kunnen wij dit niet openbaar maken. De concrete uitzonderingsgronden zijn vermeld in mijn eerste antwoord: • artikel 27, §1, 4° van de Wet van 5 augustus 2006 betreffende de toegang van het publiek. Deze documenten worden gebruikt voor opsporing of vervolging van sanctioneerbare feiten en maken deel uit van een strafdossier dat in handen is van de procureur des Konings te Antwerpen parket. Om het geheim van het onderzoek en rechten van verdediging niet te schenden, kunnen wij niet ingaan op uw verzoek. Als u inzage wenst in dit strafdossier, moet u hiervoor rechtstreeks een machtiging vragen aan de bevoegde procureur des Konings. • artikel II.36, §1, 8° van het Bestuursdecreet. De bestuursdocumenten waar u inzage/afschrift van wenst, maken het voorwerp uit van een burgerlijk of administratief rechtsgeding, waarvan de rechtspleging en het recht op een eerlijk proces niet van in het gedrang mag komen. Indien u inzage wenst, dient u zich te richten tot de rechterlijke instanties.”

2. Inhoud van het beroepschrift Nadat de afdeling Handhaving volgend op de genomen beslissing aan de verzoekster bevestigde dat ze nog twee mogelijkheden heeft om de gevraagde info op te vragen, namelijk door beroep aan te tekenen bij de beroepsinstantie of door de bestuurlijke maatregel op te vragen via de parlementaire onderzoekscommissie PFOS/PFAS (waarvan verzoekster deel uitmaakt), tekende de verzoekster beroep aan.

3. Toelichting door de afdeling Handhaving De beroepsinstantie contacteerde op 24 november 2021 de afdeling Handhaving voor toelichting bij de bestreden beslissing. Diezelfde dag herhaalde de afdeling Handhaving tegenover de beroepsinstantie de ingeroepen uitzonderingsgronden om het verzoek tot openbaarmaking van de bestuurlijke maatregel te weigeren. Daaraan wordt echter toegevoegd dat de afdeling Handhaving via de parlementaire

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/428

pagina 2 van 4


onderzoekscommissie PFOS/PFAS intussen een zelfde vraag gekregen heeft en dat men daar ondertussen op ingegaan is. De beroeper kan via deze weg dus ook aan dit document geraken aangezien zij lid is van deze onderzoekscommissie, aldus de afdeling Handhaving.

4. Standpunt van de beroepsinstantie De beroepsinstantie confronteerde op 10 december 2021 de beroeper met vraag of zij haar beroep wenste te handhaven, nu zij de bestuurlijke maatregel ook kan raadplegen in haar hoedanigheid als lid van de vermelde parlementaire onderzoekscommissie. Op 10 december 2021 deelde de beroeper mee dat zij geen afstand doet van het ingestelde beroep. De beroepsinstantie nam kennis van het bericht d.d. 24 november 2021 waarmee de afdeling Handhaving aan de parlementaire onderzoekscommissie PFOS/PFAS een afschrift overmaakte van de bestuurlijke maatregel die op 14/10/2021 werd opgelegd aan 3M. Daarbij wordt gemeld dat de maatregel ook onderdeel is van een proces-verbaal van overtreding dat aan het parket werd bezorgd en dat deze dus deel uitmaakt van een mogelijk gerechtelijk onderzoek en dat de maatregel momenteel het voorwerp uitmaakt van een juridische en administratieve procedure. De beroeper kan in haar hoedanigheid als lid van parlementaire onderzoekscommissie PFOS/PFAS intussen de gevraagde bestuurlijke maatregel raadplegen. Op 20 december 2021 verduidelijkte de beroeper dat zij als lid van de onderzoekscommissie dit document kan inkijken op een beveiligde SharePoint, waar men er geen afschrift kan van maken. Nu de beroeper in haar oorspronkelijk verzoek vroeg om een afschrift van de bestuurlijke maatregel en niet om een inzage, dient de beroepsinstantie alsnog de bestuurlijke maatregel te toetsen aan de door de afdeling Handhaving ingeroepen of eventuele andere toepasselijke uitzonderingsgronden. De afdeling Handhaving stelde dat de bestuurlijke maatregel onderdeel is van een proces-verbaal van overtreding dat aan het parket werd bezorgd. Deze documenten worden gebruikt voor opsporing of vervolging van sanctioneerbare feiten en maken deel uit van een strafdossier dat in handen is van de procureur des Konings van het parket te Antwerpen. Om het geheim van het onderzoek en rechten van verdediging niet te schenden, weigerde de afdeling Handhaving om in te gaan op het verzoek. Als beroeper inzage zou wensen in dit strafdossier, dient zij volgens de bestuursinstantie een machtiging te vragen aan de bevoegde procureur des Konings. Voor bestuursdocumenten die niet uitsluitend werden opgesteld ten behoeve van de strafvordering of de vordering van een administratieve sanctie, maar eventueel wel in een opsporingsonderzoek gebruikt worden, dient in casu naar artikel 27, §1, 4° van de wet van 5 augustus 2006 betreffende de toegang van het publiek tot milieu-informatie verwezen te worden. Deze bepaling voorziet dat een vraag tot openbaarmaking afgewezen wordt als het publiek belang van de openbaarheid niet opweegt tegen de bescherming van de opsporing of vervolging van sanctioneerbare feiten. Deze uitzondering geldt ook voor de niet-federale overheden omdat zij verband houdt met de strafvervolging, die met uitzondering van de bevoegdheden die artikel 11 en 11bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 aan de Gemeenschappen en de Gewesten hebben toegekend, een federale bevoegdheid blijft. In de bovenvermelde wet worden met “sanctioneerbare feiten” de strafrechtelijk beteugelde feiten bedoeld, evenals de feiten die onderworpen zijn aan een administratieve sanctie. Onder deze uitzonderingsgrond kunnen bijvoorbeeld ook de documenten vallen die nog niet gelinkt zijn aan een lopend gerechtelijk onderzoek, maar waarvan de openbaarmaking het onderzoek eventueel kan schaden (Parl.St. Kamer 2005-2006, nr. 51, 2511/001, 36). De beroepsinstantie is van oordeel dat een openbaarmaking van de betreffende bestuurlijke maatregel d.d. 13 oktober 2021 van die aard is dat ze afbreuk zou doen aan de “opsporing of vervolging van sanctioneerbare

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/428

pagina 3 van 4


feiten”, zeker nu de betrokken maatregel, samen met een proces-verbaal met daarin vastgestelde milieuinbreuken die werden begaan door 3M, werd overgemaakt aan de procureur des Konings te Antwerpen. In de bestreden beslissing van 22 november 2021 stelt de afdeling Handhaving – Omgevingsinspectie, uitdrukkelijk dat de gevraagde bestuursdocumenten deel uitmaken van het strafdossier dat momenteel in handen is van de procureur des Konings te Antwerpen. In een dergelijke fase voorafgaand aan een beslissing van het parket over het al dan niet instellen van de strafvervolging ten aanzien van 3M, dient het belang van de openbaarmaking van de bestuurlijke maatregel geacht te worden niet op te wegen tegen het belang van de opsporing of vervolging van sanctioneerbare feiten. De beroepsinstantie is van oordeel dat de belangenafweging waartoe bovenvermeld artikel verplicht, in casu niet tot een oordeel in het voordeel van verzoekster leidt: de openbaarmaking mag maar ten koste van het beschermde belang worden bevolen als het belang van de openbaarmaking zwaarder weegt dan het beschermde belang, wat in casu naar het oordeel van de beroepsinstantie niet het geval is. Het parket dient eerst te kunnen uitmaken of zij het instellen van de eventuele strafvervolging aangewezen acht. Bijgevolg dient de betrokken bestuurlijke maatregel eveneens aan de openbaarmaking te worden onttrokken met toepassing van artikel 27, §1, 4° van de wet van 5 augustus 2006 betreffende de toegang van het publiek tot milieu-informatie. Deze vaststelling volstaat om het ingediende beroep als ongegrond te beschouwen. Na beraadslaging,

BESLUIT: Het beroepschrift van xxx d.d. 22 november 2021 tegen de weigeringsbeslissing van de afdeling Handhaving om een afschrift te bezorgen van de bestuurlijke maatregel d.d. 14 oktober 2021 opgelegd aan 3M wordt als ontvankelijk en ongegrond beschouwd. Brussel, 22 december 2021 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/428

pagina 4 van 4


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
dossier 2021-428.pdf by Vlaanderen-be - Issuu