Skip to main content

dossier 2021-210.pdf

Page 1

Uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/210

Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2021/210

DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 15 april 2021 diende xxx (hierna vermeld als: verzoeker), een verzoek in bij de VREG (de onafhankelijke autoriteit van de Vlaamse energiemarkt) en Fluvius, waarbij werd verzocht om een afschrift te verlenen van de volgende documenten: * In het kader van de consultaties wijziging tariefmethodologie 2021 - 2024 en van het technisch reglement voor distributie van elektriciteit in het Vlaams gewest: - waarin de formules / handelswijze terug te vinden zijn hoe het prosumenten tarief moet berekend worden in het specifieke geval van een overproductie, bewezen door dalende meterstand, waarbij een deel van het geïnstalleerd vermogen van de omvormer aangewend wordt om deze overproductie te genereren en waarbij die overproductie het net maar in 1 richting gebruikt m.n. voor injectie alleen (dus niet de wetgeving m.b.t. de facturatie van overproductie). - waarin de grootte van de overproductie en de netverliezen terug te vinden zijn en waaruit blijkt dat de overproductie effectief gelijk zijn aan de netverliezen - de wetgeving waaruit blijkt dat er geen vergoeding verschuldigd is in het geval van overproductie waar de terugdraaiende teller als een zuivere injectiemeter gewerkt heeft (dus niet de wetgeving m.b.t. de facturatie van overproductie) - de wetgeving waarin bepaald wordt dat de overproductie aan energie geen eigendom is / blijft van de prosument, en wie er in dat geval wel eigenaar van is en hoe deze derde dan in het bezit gekomen is van deze hoeveelheid energie (dus niet de wetgeving m.b.t. de facturatie van overproductie)

www.vlaanderen.be


- de wetgeving waarin bepaald wordt dat de overproductie aan energie niet als een tegoed behouden wordt voor een toekomstige periode (dus niet de wetgeving m.b.t. de facturatie van overproductie) - de wetgeving waaruit blijkt dat er geen garantie op oorsprong is afkomstig uit overproductie geproduceerd door decentrale PV-installaties. - de wetgeving/documenten waaruit blijkt waar de overproductie uit PV-installaties ingevolge de wet van behoud van energie naartoe gaat (het elektriciteitsnet is immers geen batterij). - de wetgeving/documenten waaruit blijkt dat de overproductie niet geleverd wordt aan andere netgebruikers en waar deze dan naar toe gaat (het elektriciteitsnet is immers geen batterij) - Alle gegevens en de berekeningen, waaruit het bedrag van de vastgestelde, aangerekende en geïnde prosumententarieven per kWh mee bekomen werd. - de stralingswaarde van de digitale meter S211 op 20 cm afstand van de meter gemeten in de goed afgeschermde ruimte. - het stralingsonderzoek voor de driefasige digitale meter T211 (enkel deze van de S211 heb ik kunnen terug vinden) - de grafieken van de gemeten straling geproduceerd door de digitale meters S211 - T 211 in functie van de afstand tot de meter. - de ruimtelijke stralingsverdeling van de beide digitale meters S211 en T211 - de conformiteit van elk van de S211 - T211 meters met de europese wetgeving voor wat betreft de aanwezige afschakelfunctie en de stroombeperking - de conformiteit van elk van de S211 - T211 meters met de europese stralingswetgeving voor wat betreft het op afstand uitlezen van de digitale meter, hierbij gebruik makend van LTE-NBE communicatie - de ijkingsrapporten dat de digitale meters correct meten in het bereik van 0A - 40 A / 63A (monofasige) en van 0 - 100A (driefasige) (dus dat deze meters correct werken voor de kleine sluimer verbruiken tot aan de stroomwaarde waarop een woning afgezekerd werd) - de documenten te bezorgen waaruit blijkt welke parameters van de digitale meter S211 - T211 op afstand door de distributienetbeheerder gewijzigd kunnen worden - De documenten waaruit blijkt op welke wijze de klok van de digitale meters S211 - T2111 gesynchroniseerd worden - De documenten met betrekking tot de versleuteling van de gegevens verstuurd door de digitale meter aan de distributienetbeheerder - De documenten waaruit blijkt dat alle ontvangen gegevens uit de digitale meter voldoen aan de GDPR wetgeving - Het stralingsonderzoek tussen de digitale meters S211 - T211 en de gasmeter - De documenten met betrekking tot de versleuteling van de gegevens tussen de gas- en de elektriciteitsmeters S211 -T211 * Met betrekking tot de nieuwe generatie digitale meters S211 - T211: - het stralingsonderzoek voor de tweede generatie monofasige S211 en driefasige T211 digitale meters - de grafieken van de gemeten straling geproduceerd door de tweede generatie digitale meters S211 - T 211 in functie van de afstand tot de meter. - de ruimtelijke stralingsverdeling van de tweede generatie digitale meters S211 en T211 - de conformiteit van elk van de S211 - T211 digitale meters van de tweede generatie met de europese wetgeving voor wat betreft de aanwezige afschakelfunctie en de stroombeperking - de conformiteit van elk van de S211 - T211 digitale meters van de tweede generatie met de europese stralingswetgeving voor wat betreft de mogelijkheid om de digitale meter op afstand uit te lezen, hierbij gebruik makend van LTE-NBE communicatie - de ijkingsrapporten dat de digitale meters correct meten in het bereik van 0A - 40 A / 63A (monofasige) en van 0 - 100A (driefasige) (dus dat deze meters correct werken voor de kleine sluimer verbruiken tot aan de stroomwaarde waarop een woning afgezekerd werd)

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/210

pagina 2 van 7


- de MID en RED certificaten van de elk van de S211 - T211 digitale meters - de documenten te bezorgen waaruit blijkt welke parameters van de digitale meter S211 - T211 op afstand door de distributienetbeheerder gewijzigd kunnen worden - De documenten waaruit blijkt op welke wijze de klok van de digitale meters S211 - T2111 gesynchroniseerd worden - De documenten waarin opgave gedaan wordt van de frequenties waar deze meters hun gegevens op versturen/ontvangen naar/van de distributienetgegevens - De documenten met betrekking tot de versleuteling van de gegevens verstuurd door de digitale meter aan de distributienetbeheerder - De documenten waaruit blijkt dat alle ontvangen gegevens uit de digitale meter voldoen aan de GDPR wetgeving - Het stralingsonderzoek tussen de digitale meters S211 - T211 en de gasmeter - De documenten met betrekking tot de versleuteling van de gegevens tussen de gas- en de elektriciteitsmeters van deze tweede generatie Zowel de VREG als Fluvius hebben nagelaten om binnen de decretaal voorgeschreven termijn een beslissing te treffen. Op 20 mei 2021 diende xxx beroep in bij de beroepsinstantie tegen de ontstentenis van beslissing vanwege de VREG en Fluvius met betrekking tot het hiervoor vermelde openbaarheidsverzoek. Dit beroep werd geregistreerd op 20 mei 2021. Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijke openbaarheidsverzoek dateert van 15 april 2021. Op 20 mei 2021, de datum van het beroepschrift, is de decretale termijn voor de beslissing voor de VREG en Fluvius inmiddels verstreken. Bij gebrek aan beslissing heeft de termijn om beroep aan te tekenen geen aanvang genomen. Het ingestelde beroep is tijdig ingediend en bijgevolg ontvankelijk. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.

1.

Inhoud van het beroepschrift

Verzoeker stelt in zijn beroepschrift dat zijn openbaarheidsverzoek zowel door de VREG als door Fluvius tot op heden onbeantwoord is gebleven.

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/210

pagina 3 van 7


2. Standpunt van de beroepsinstantie De beroepsinstantie heeft contact opgenomen zowel met de VREG als met Fluvius, om wat meer toelichting te geven bij dit dossier. Uit de ingewonnen informatie is gebleken dat de vragen zoals geformuleerd door verzoeker geen betrekking hebben op concreet omschreven bestuursdocumenten die in het bezit zijn van de VREG of Fluvius. Het antwoord op de diverse vragen van verzoeker is niet gelegen in welbepaalde, bestaande bestuursdocumenten. Het betreffen immers allemaal zeer ruim geformuleerde vragen om informatie die niet met een concreet en specifiek bestuursdocument samenhangen. Een volledige beantwoording van alle gestelde en complex geformuleerde informatieve en technische vragen zou een verdere en grondige verwerking/analyse vergen vanwege de VREG of Fluvius. Daartoe is een overheidsinstantie op grond van de regelgeving inzake openbaarheid van bestuur niet verplicht, gezien art. II.31, laatste lid van het Bestuursdecreet bepaalt dat er geen verplichting is om bestuursdocumenten te gaan verwerken of te analyseren. Het ingestelde beroep is daarom als ongegrond te beschouwen. Vanuit Fluvius werd voorts aan de beroepsinstantie meegedeeld dat de openbaarheidsverzoeken van xxx met de regelmaat van de klok blijven terugkomen. Bij Fluvius is men ondertussen gestart met het bundelen van de verschillende verzoeken van xxx, waarop dan vervolgens periodiek wordt geantwoord dat de verzoeken worden afgewezen op grond van de kennelijke onredelijkheid ervan wegens misbruik van het recht op toegang tot bestuursdocumenten. Fluvius stelt vast dat verzoeker blijkbaar een nieuw offensief is begonnen waarbij alle mogelijke informatie die zou kunnen bestaan m.b.t zijn aansluiting op het elektriciteitsnet, zijn meterstanden en de plaatsing van een digitale meter wordt opgevraagd. Met betrekking tot dit openbaarheidsverzoek d.d. 15 april 2021 werd vanuit Fluvius alsnog op 26 mei 2021 een mail gestuurd aan verzoeker, waarbij opnieuw werd beslist om het openbaarheidsverzoek af te wijzen omwille van de kennelijke onredelijkheid ervan (misbruik van recht). Vanuit de VREG werd eveneens aangegeven aan de beroepsinstantie dat dit openbaarheidsverzoek van xxx past in de context van een hele reeks openbaarheidsverzoeken van dezelfde verzoeker die door de VREG werden ontvangen. De VREG ontving trouwens tijdens de looptijd van zijn twee recentste consultaties (CONS-2021-02 en CONS-2021-03, waarvan de consultatietermijn liep vanaf 18 maart 2021 tot en met zondag 2 mei 2021.) honderden e-mails van particulieren. Deze e-mails houden eigenlijk geen verband met de eigenlijke voorstellen die ter consultatie worden voorgelegd, maar het zijn volgens de VREG eerder pseudojuridische teksten van personen die zich tegen van alles uitspreken (o.a. tegen prosumententarief, tegen capaciteitstarief, tegen digitale meter, …). Al deze e-mails vinden hun grondslag duidelijk in een gecoördineerde actie, waarbij wordt vastgesteld dat er een viertal standaardteksten worden gebruikt die telkens terugkomen en bij de Word-teksten staat bijna altijd xxx vermeld als eerste auteur, waarna de afzender van de e-mail die teksten overneemt en zelf enkel zijn naam en adres aan toevoegt. Er werden intussen door de VREG liefst 474 dergelijke e-mails ontvangen als reactie op CONS-2021-02, en ongeveer een zelfde aantal e-mails werden ontvangen door de VREG als reactie op CONS-2021-03. Deze emails betreffen veelal geen rechtstreekse verzoeken om toegang tot documenten. Toch wou men vanuit de VREG dit onder de aandacht brengen, gelet op het gecoördineerd karakter ervan en de betrokkenheid van xxx hierbij.

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/210

pagina 4 van 7


De VREG signaleert nogmaals aan de beroepsinstantie in dit verband dat xxx ook vóór huidig openbaarheidsverzoek al zeer goed gekend was bij de VREG, net als bij Fluvius, de energieleveranciers en de Vlaamse Ombudsdienst. In het verleden heeft verzoeker al deze instanties reeds overstelpt met allerhande vragen en klachten, waarbij hij zich zelf in die mate niet-constructief opstelde, dat de Vlaamse Ombudsdienst in augustus 2020 heeft besloten om niet meer te communiceren met verzoeker, noch door reeds lopende dossiers verder te behandelen, noch door binnenkomende e-mails of post nog langer te registreren. De Vlaamse Ombudsdienst heeft ook de VREG in een e-mail van 9 september 2020 expliciet gevraagd niet meer te communiceren met xxx, en heeft in een recente e-mail van 19 april 2021 nogmaals bevestigd dat de aanpak blijft dat er niet meer gereageerd wordt op vragen en klachten vanwege xxx. De beroepsinstantie brengt daarom hierbij haar standpunt in herinnering dat ze heeft ingenomen naar aanleiding van drie eerdere beroepsdossiers van verzoeker tegen beslissingen van Fluvius, in verband met een dossier rond meterstanden en de afsluiting door Fluvius van de elektriciteit bij verzoeker: de dossiers OVB/2021/011, 2021/013 en 2021/172. De beroepsinstantie nam eerder al vier beslissingen in verband met datzelfde dossier (OVB/2020/274, 2020/284, OVB/2020/333 en OVB/2020/334). De beroepsinstantie verwees daarbij naar de kennelijke onredelijkheid van de verzoeken van xxx. Het betreft hier bijgevolg het achtste beroepsdossier van dezelfde verzoeker in deze materie (allemaal met betrekking tot verzoeken bij Fluvius of de VREG). Ook in casu merkt de beroepsinstantie op dat, zoals artikel II.40, §3 van het Bestuursdecreet bepaalt, een verzoeker in principe geen belang hoeft aan te tonen om de openbaarheid van bestuursdocumenten te verkrijgen. Dit betekent evenwel niet dat er geen redelijk belang aanwezig moet zijn: het uitoefenen van een recht zonder enig aantoonbaar redelijk en voldoende belang zou aldus kennelijk onredelijk kunnen zijn. Het komt een overheidsinstantie of een beroepsinstantie in principe niet toe om de motieven van de aanvragen of van de beroepen te onderzoeken, maar dit kan echter geen vrijgeleide zijn om systematisch tal van documenten aan te vragen of uitleg en bijkomende informatie op te vragen waardoor een onredelijke continue overlast ontstaat voor een instantie, waardoor de normale werking ervan in het gedrang komt. Uit de door de beroepsinstantie ingewonnen informatie is gebleken dat er bij de VREG op enkele weken tijd enkele honderden identieke verzoeken betreffende openbaarheid van bestuur van verschillende personen werden ontvangen, waarin nagenoeg letterlijk dezelfde informatieve vragen werden gesteld, zoals die voorkomen in huidig openbaarheidsverzoek van xxx. Die verzoeken werden bij de VREG ontvangen, zoals hiervoor al vermeld, nadat verzoeker via diverse kanalen op sociale media zijn vragen heeft gedeeld, met de expliciete aansporing deze door te sturen naar het e-mailadres info@vreg.be en de mailadressen van de werknemers van het team Juridische Zaken van de VREG. De beroepsinstantie moet samen met de VREG en Fluvius vaststellen dat het er verzoeker duidelijk om te doen is om de diensten van Fluvius en VREG te bestoken met zoveel mogelijk verzoeken met informatieve vragen, waarbij verzoeker de coördinator is van de protestactie en ernaar streeft om zoveel mogelijk andere personen te overhalen om de door hem opgestelde vragen over te nemen en ook in te dienen bij de VREG of Fluvius. De beroepsinstantie is, verwijzende naar wat hiervoor werd uiteengezet, daarom van oordeel dat de werking van de diensten van de VREG en Fluvius nu onevenredig wordt belast door de aard en de hoeveelheid van de verzoeken/mails met dezelfde informatie vragen die bij hen worden ingediend door verschillende personen, evenwel gecoördineerd door huidig verzoeker. De beroepsinstantie concludeert hieruit dat de grenzen van de kennelijke onredelijkheid hiermee ook bereikt zijn in hoofde van xxx. De beroepsinstantie onderkent uit alle voorgaande vaststellingen en overwegingen een materieel en

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/210

pagina 5 van 7


intentioneel aspect bij de beroeper dat niet te rijmen valt met de redelijke uitoefening van het recht van openbaarheid van bestuur. Het grondwettelijke recht op openbaarheid van bestuur is een instrument dat de burgers moet toelaten controle uit te oefenen op het handelen van een overheidsinstantie. Het moet de burgers in staat stellen de rechtmatigheid van het overheidsoptreden te beoordelen en met kennis van zaken te beslissen of er grond bestaat dat optreden in rechte aan te vechten. Beroeper heeft aldus het volste recht om gebruik te maken van de openbaarheid van bestuur om het doen en laten van bepaalde bestuursinstanties betreffende aangelegenheden die hij zich ter harte heeft genomen, na te gaan. Hij is er evenwel niet van ontslagen om zijn rechten op redelijke en zorgvuldige wijze uit te oefenen: het belang dat de beroeper heeft bij de uitoefening van zijn rechten, moet in redelijke verhouding staan met de gevolgen voor de werking van de betrokken overheidsinstantie. De vraag wanneer een aanvraag tot openbaarmaking de grens van de kennelijke onredelijkheid overschrijdt is zeer delicaat en moeilijk. Daar moet, het uitgangspunt indachtig dat de uitzonderingsgronden op de openbaarheid restrictief moeten worden geïnterpreteerd en toegepast, heel behoedzaam mee worden omgegaan. Nochtans kan de beroepsinstantie in casu alleen maar besluiten dat de huidige beroeper de perken van de redelijkheid manifest te buiten is gegaan. Zijn handelwijze, gelet op het repetitief karakter van de vragen om informatie die worden gesteld aan de VREG en Fluvius en zijn coördinerende rol die hij vervult om zoveel mogelijk andere personen te overhalen om eveneens dezelfde informatie vragen te stellen aan de VREG of Fluvius, schaadt de normale werking van de betrokken overheidsinstanties. Verwijzende naar de hiervoor uiteengezette bijzondere omstandigheden, is er naar het oordeel van de beroepsinstantie in casu dan ook sprake van rechtsmisbruik. Het verbod van rechtsmisbruik vormt een algemeen rechtsbeginsel. Volgens de rechtspraak en rechtsleer is rechtsmisbruik de uitoefening van een recht, niet alleen met het enkele opzet te schaden, maar ook het uitoefenen van dat recht op een wijze die kennelijk de grenzen te buiten gaat van de normale uitoefening van dit recht door een voorzichtig en bezorgd persoon (ter goeder trouw). De gevolgen van de uitoefening van een recht mogen niet in onevenredigheid zijn met de voordelen voor degene die het recht uitoefent. Het misbruik van recht is een uitzonderingsgrond die onder toepassing van artikel II.33, 1° van het Bestuursdecreet kan worden ingeroepen en die de aanvraag tot openbaarmaking “kennelijk onredelijk” maakt. Dit is in casu het geval, gelet op de omstandigheden zoals hiervoor uiteengezet en na billijke afweging van ieders belangen. Er kan dan ook niet anders geconcludeerd worden dan dat beroeper zijn recht inzake openbaarheid van bestuur misbruikt met het huidige openbaarheidsverzoek met allerhande informatie vragen aan de VREG en Fluvius. Het voordeel van de informatie die beroeper wenst te bekomen weegt kennelijk niet op tegen de last die deze aanvragen (in combinatie met de tientallen andere gelijkaardige verzoeken aan de VREG en Fluvius) veroorzaken binnen de diensten van de VREG en Fluvius. Het ingestelde beroep wordt dan ook als ongegrond beschouwd. Na beraadslaging,

BESLUIT:

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/210

pagina 6 van 7


Het beroepschrift van xxx d.d. 20 mei 2021 tegen de ontstentenis van beslissing vanwege de VREG en Fluvius met betrekking tot zijn openbaarheidsverzoek d.d. 15 april 2021 wordt als ontvankelijk doch ongegrond beschouwd. Brussel, 16 juni 2021 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/210

pagina 7 van 7


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
dossier 2021-210.pdf by Vlaanderen-be - Issuu