Skip to main content

Cijferrapport_actielijst_arbeidsbeperking_2030.pdf

Page 1

RAPPORT CIJFERRAPPORT BIJ ACTIELIJST A R B E I D S B E P E R K I N G 2 0 3 0


Eigen initiatief Kennisname Contactpersonen

Brussel, 22 november 2021 Deciree Zhang Liselotte Hedebouw Nele Vanheeswijck

lhedebouw@serv.be nvanheeswijck@serv.be


Inhoud 1 Inleiding

4

2

5

Arbeidsbeperking in Vlaanderen

2.1 Beroepsactieve bevolking telt 600.000 personen met een arbeidshandicap 5 2.2 Oververtegenwoordiging van 55-plussers en kortgeschoolden

5

2.3 Stijgend aandeel personen met een arbeidshandicap bij actieve werknemers 6 2.4 Grote verschillen naar sectoren en beroepsgroepen

3

8

2.5 Stijgend aandeel personen met een arbeidshandicap bij zelfstandige ondernemers

10

Arbeidsparticipatie van personen met een arbeidsbeperking

11

3.1 Grote en structurele handicapkloof inzake werkzaamheidsgraad 11 3.2 Uitgesproken lagere deelname aan opleiding bij zware hinder

20

3.3 Nog een belangrijke groeimarge door oververtegenwoordiging in potentiële arbeidsreserve 21 4

Werkbaarheidssituatie van personen met een arbeidsbeperking

23

4.1 Lagere en dalende werkbaarheidsgraad

23

4.2 Meer geconfronteerd met werkbaarheidsknelpunten

24

4.3 Cumulatie van meerdere werkbaarheidsrisico’s

25

4.4 Vaker slachtoffer van grensoverschrijdend gedrag

26

-3-


1 Inleiding Dit informatiedossier hoort bij het advies Actielijst arbeidsbeperking 2030 van de Commissie Diversiteit. De commissie streeft naar inclusie op de arbeidsmarkt van de diverse groep van personen met een arbeidsbeperking. Met de actielijst wil de Commissie Diversiteit de doelstelling om de werkzaamheidsgraad van personen met een arbeidsbeperking duurzaam te verhogen verder concretiseren in acties. Dit bijhorend informatiedossier bevat voornamelijk cijfermateriaal. Het doel is om cijfermatig een overzicht te bieden van de arbeidsmarktpositie van personen met een arbeidsbeperking in Vlaanderen. Dit informatiedossier gaat achtereenvolgens in op: • Het aandeel en de kenmerken van personen met een arbeidsbeperking in de bevolking, onder werknemers en zelfstandige ondernemers, • De positie van personen met een arbeidsbeperking op de Vlaamse arbeidsmarkt (werkzaamheidsgraad, werkloosheidsgraad, de potentiële arbeidsreserve etc.), inclusief de impact van Covid-19, • De werkbaarheidssituatie van personen met een arbeidsbeperking. Voor de cijfers in dit informatiedossier doen we beroep op verschillende databronnen, die ‘arbeidshandicap’ op volgende manieren operationaliseren: • Het Steunpunt Werk, het Departement WSE, Statistiek Vlaanderen en Statbel doen voor hun gegevens beroep op de EAK-enquête: Ervaart u bij het uitoefenen van uw dagelijkse bezigheden op het werk of daarbuiten, hinder door een handicap, een aandoening of ziekte (al dan niet werkgerelateerd)?1(Antwoordcategorieën: Ja, in erge mate - Ja, in zekere mate - Neen. Gecombineerd met: Duurt deze hinder bij het uitoefenen van uw dagelijkse bezigheden al meer dan 6 maanden? (Antwoordcategorieën: Ja - Nee - Weet niet). • Werkbaarheidsmonitor van de Stichting Innovatie & Arbeid: Ervaart u in uw dagelijkse bezigheden (huis, op uw werkplek, in uw vrije tijd ) hinder door een handicap, een langdurige lichamelijke aandoening of een langdurige lichamelijke ziekte? (Antwoordcategorieën: Ja, erg - Ja, in zeker mate - Nee). • VDAB – Arvastat: Een Werkzoekenden zonder werk heeft een arbeidsbeperking wanneer deze een indicatie van arbeidshandicap en/of multipele problematiek heeft2. • Burgers met een arbeidshandicap hebben een psychische of lichamelijke aandoening van langdurige aard (bv. autisme, slechthorendheid, rugklachten, …) waardoor ze het moeilijker hebben om werk te vinden of om een job uit te voeren. Een burger kan deze indicatie 1 EAK (Module 13): CAPI volledige versie NL FR EN DE versie gebruikt voor NL.xlsx (fgov.be) 2 Sinds juli 2021 werd een nieuwe werkzoekendenindeling ingevoerd door de VDAB en werd het concept arbeidshandicap uitgebreid naar het concept arbeidsbeperking. Meer info: https://arvastat.vdab.be/brochure_ nieuwe_wzindeling_en_Arvastat.pdf

-4-


automatisch krijgen wanneer hij/zij over de nodige bewijzen beschikt (bv. medische attesten, bewijs van studie, recht op integratie-uitkering), of na onderzoek door VDAB of een partner. De indicatie kan van bepaalde of onbepaalde duur zijn. • Personen met een multipele problematiek (PMP) hebben een psychosociale problematiek (bv. verslavingsverleden, zware financiële problemen, ) of zijn uiterst kwetsbaar omwille van een werkloosheidsduur van 2 jaar of langer en een begeleidingsnood. Deze problematieken maken het voor de burger moeilijk om werk te vinden of een job goed uit te voeren. Burgers kunnen deze indicatie krijgen na onderzoek door VDAB of een partner op basis van een ICF-verslag (International Classification of Functioning, Disability and Health). De indicatie PMP heeft altijd een geldigheidsperiode van 5 jaar, na 5 jaar moet er een herevaluatie gebeuren. We maakten ook dankbaar gebruik van het recente overzicht (september 2021) Mensen met een beperking op de arbeidsmarkt aan de vooravond van de Coronacrisis dat door Erik Samoy werd opgemaakt.

-5-


2 Arbeidsbeperking in Vlaanderen 2.1 Beroepsactieve bevolking telt 600.000 personen met een arbeidshandicap In 2020 gaf 14,3 %3 van de bevolking tussen 15 en 64 jaar aan enige of ernstige hinder tijdens de dagelijkse bezigheden te ervaren door een handicap, een langdurige lichamelijke aandoening of een langdurige lichamelijke ziekte.4 Dat zijn 600.000 personen, waarvan 48,4% in zekere mate hinder ervaart en 51,6% in erge mate.5 Dit aandeel is sinds 2018 ongeveer stabiel gebleven. In 2015 ging het om 13,7% van de bevolking op beroepsactieve leeftijd of ongeveer 520.000 personen.

2.2 Oververtegenwoordiging van 55-plussers en kortgeschoolden Naar geslacht, leeftijd en scholingsniveau zijn er bij personen met een arbeidshandicap meer vrouwen (51,7%), mensen tussen de leeftijd van 25 en 54 jaar (56,1%) en middengeschoolden (40,5%). In de groep van personen met een arbeidshandicap is er een oververtegenwoordiging van 55-plussers in vergelijking met de totale bevolking op beroepsactieve leeftijd in Vlaanderen (zie Tabel 1). Van de bevolking op beroepsactieve leeftijd is 18,9% van de personen zonder arbeidshanidcap 55-plusser, terwijl dat percentage voor personen met arbeidshandicap op 38,2% ligt. Bij personen met een arbeidshandicap met een erge mate van hinder is zelfs 40,9% 55-plusser. De groep van personen met arbeidshandicap telt ook meer kortgeschoolden in vergelijking met de groep zonder arbeidshandicap op beroepsactieve leeftijd: 37,6% van de personen met arbeidshandicap is kortgeschoold ten aanzien van 17,1% van de personen zonder arbeidshandicap (zie Tabel 1). Het aandeel hooggeschoolden ligt opvallend lager bij personen met arbeidshanidcap (21,9%) ten aanzien van personen zonder arbeidshandicap (43,1%).

3 Departement WSE (20 september 2021). Cijfers over personen met en zonder beperking op de arbeidsmarkt. 4 Bron: Steunpunt Werk – Trendrapport 2020 Kwetsbare groepen op de Vlaamse arbeidsmarkt. Departement Werk en Sociale Economie. 5 Idem, cijfers voor 2019

-6-


Tabel 1

Aandeel (%) personen met hinder door handicap, langdurige aandoening of ziekte naar geslacht, leeftijd en scholingsniveau6, 15-64 jaar, 20197 In erge mate

In zekere mate Totaal hinder

Totaal zonder hinder

Totale bevolking

Man

49,3

47,3

48,3

50,7

50,4

Vrouw Leeftijd

50,7

52,7

51,7

49,3

49,6

15-24 jaar

4,4

7,1

5,7

19,0

17,1

25-54 jaar

54,7

57,6

56,1

62,1

61,2

55-64 jaar Scholingsniveau8

40,9

35,3

38,2

18,9

21,7

Kortgeschoold

46,3

28,1

37,6

17,1

20,4

Middengeschoold

37,5

43,8

40,5

39,8

39,9

Hooggeschoold

16,3

28,1

21,9

43,1

39,7

Geslacht

2.3 Stijgend aandeel personen met een arbeidshandicap bij actieve werknemers De Werkbaarheidsmonitor9 geeft een beeld van het aandeel actieve werknemers op de arbeidsmarkt die hinder ervaren door een handicap, een langdurige lichamelijke aandoening of een langdurige lichamelijke ziekte. In 2019 ging het om 18,9% of ongeveer 450.000 werknemers met een arbeidshandicap. Het aandeel actieve werknemers met een arbeidshandicap is tussen 2007 en 2019 gestegen van 15,9% naar 18,9%. Naar ernst van de ervaren hinder ging het in 2019 om 16,2% werknemers met een beperkte arbeidshandicap en 2,7% met een zware arbeidshandicap (zie Figuur 1).

6 Voor de opsplitsing naar scholingsniveau wordt de bevolking van 25 tot 64 jaar bekeken omdat jongeren (15-24jaar) hun studies doorgaans nog niet hebben afgerond. Voor alle andere groepen gaat het om de 15- tot 64-jarigen. 7 Bron: Steunpunt Werk – Trendrapport 2020 Kwetsbare groepen op de Vlaamse arbeidsmarkt. Departement Werk en Sociale Economie. 8 Voor de opsplitsing naar onderwijsniveau wordt de bevolking van 25 tot 64 jaar bekeken omdat jongeren (15-24 jaar) hun studies doorgaans nog niet hebben afgerond. Voor alle andere groepen gaat het om de 15- tot 64-jarigen. 9 https://www.serv.be/stichting/thema/werkbaar-werk-en-langere-loopbanen

-7-


Figuur 1

Aandeel (%) werknemers met een beperkte of zware arbeidshandicap (20072019)10 15,1

15 %

15,7

15,5

2,2

2,3

16,2

14,0 10 %

5% 1,8

1,6

2007

2010

2,7 beperkte arbeidshandicap zware arbeidshandicap

0% 2013

2016

2019

Op basis van de Werkbaarheidsmonitor zijn er voor actieve werknemers ook meer gegevens over een aantal kenmerken van deze groep. In verhouding tot mannelijke werknemers (17,8%) lag het percentage personen met een arbeidshandicap iets hoger bij de vrouwelijke werknemers (19,8%) (zie Tabel 2).11 Wat betreft leeftijdsgroepen van werknemers met een arbeidshandicap, heeft bijna een kwart (24,3%) van de vijftigplussers een arbeidshandicap. Bij de leeftijdsgroep 30 tot 49 jaar bedraagt het aandeel 17,0% en dit neemt af tot 9,9% bij de groep jonger dan 30 jaar. Ook bij werkenden is er een duidelijke link tussen leeftijd en het ervaren van hinder door een arbeidshandicap. Tabel 2

Aandeel werknemers met een arbeidshandicap naar geslacht, leeftijd en scholingsniveau, 201912 zware beperkte geen arbeidshandicap arbeidshandicap arbeidshandicap %

%

%

%

N

Man

2,4

15,3

82,2

100,0

5759

Vrouw

2,9

16,9

80,2

100,0

7307

15-24 jaar

1,2

8,8

90,1

100,0

1840

25-54 jaar

2,4

14,6

83,0

100,0

6101

55-64 jaar

3,6

20,7

75,7

100,0

5134

Kortgeschoold

5,2

26,1

68,6

100,0

1813

Middengeschoold

3,2

19,8

77,3

100,0

4043

Hooggeschoold

1,7

11,8

86,5

100,0

7137

Geslacht

Leeftijd

Scholingsniveau

10 Bourdeaud’hui, R., Janssens, F. & Vanderhaeghe, S. (maart 2021). Rapport Arbeidshandicap en werkbaar werk bij werknemers Analyse op de Vlaamse werkbaarheidsmonitor werknemers 2007-2019. SERV-StIA,Brussel. 11 Idem 12 Idem

-8-


Naar onderwijsniveau blijkt dat 13,5% van de hooggeschoolde werknemers hinder ervaart door een arbeidshandicap, terwijl dat voor 31,4% van de kortgeschoolde werknemers zo is (zie Tabel 2).

2.4 Grote verschillen naar sectoren en beroepsgroepen Bij de werkbaarheidsmetingen 2019 werden gegevens verzameld over het aandeel werknemers met een arbeidshandicap binnen verschillende sectoren en beroepsgroepen. De voedingssector heeft het grootste aandeel (24,7%) werknemers met een arbeidshandicap. Ook in de sectoren gezondheids- en welzijnszorg (22,7%), horeca (21,7%), bouw (21,3%) en textiel en confectie (20,6%) heeft meer dan één op de vijf werknemers een arbeidshandicap. Figuur 2

Aandeel (%) werknemers met een arbeidshandicap naar sector, 201913 voeding 24,7

75,3

gezondheids- en welzijnszorg 22,7

77,3

horeca 21,7

78,3

bouw 21,3

78,7

textiel, confectie 20,6

79,4

groot- en kleinhandel 19,9

80,1

metaal 18,8

81,2

openbare diensten 18,4

81,6

transport 18,4

81,6

post- en telecommunicatie 17,4

82,6

onderwijs 16,2

83,8

chemie 14,8

85,2

zakelijke dienstverlening 12,3

87,7

financiële sector 11,7

88,3 arbeidshandicap geen arbeidshandicap

Onder de beroepsgroepen ligt het percentage werknemers met een arbeidshandicap hoger dan gemiddeld (18,9%) bij kortgeschoolde arbeiders (31,5%), geschoolde arbeiders/technici (24,1%) en zorgmedewerkers (24,5%). Bij de beroepsgroepen onderwijsfuncties (15,5%), middenkader of professional (11,6%) en kader of directie (9,0%) zijn werknemers met een arbeidshandicap lager vertegenwoordigd dan gemiddeld (18,9%).14 13 Bourdeaud’hui, R., Janssens, F. & Vanderhaeghe, S. (maart 2021). Rapport Arbeidshandicap en werkbaar werk bij werknemers Analyse op de Vlaamse werkbaarheidsmonitor werknemers 2007-2019. SERV-StIA,Brussel. 14 Idem

-9-


Figuur 3

Aandeel (%) werknemers met een arbeidshandicap naar beroepsgroep, 201915 kortgeschoolde arbeider 31,5

68,5

zorgfunctie 24,5

75,5

geschoolde arbeider of technicus 24,1

75,9

uitvoerende bediende 17,3

82,7

onderwijsfunctie 15,5

84,5

middenkader of professional 11,6

88,4

kader of directie 9,0

91,0 arbeidshandicap geen arbeidshandicap

Hoewel het aandeel werknemers met een arbeidshandicap voor vrouwen (19,8%) en mannen (17,8%) weinig verschillen, is dat niet zo voor de jobs die ze uitoefenen. Zo zijn bij mannen met een arbeidshandicap vooral de arbeiders (kortgeschoold en geschoold) oververtegenwoordigd, terwijl dat bij vrouwen met een arbeidshandicap vooral kortgeschoolde arbeiders en zorgfuncties zijn.16

2.5 Stijgend aandeel personen met een arbeidshandicap bij zelfstandige ondernemers Er zijn geen exacte cijfers over de groep van zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap in Vlaanderen beschikbaar.17 Uit cijfers op basis van de EAK-enquête komt een gelijkaardige stijgende trend van het aantal personen met een arbeidshandicap bij zelfstandige ondernemers als bij werknemers naar voor (Zie Figuur 4). Zo waren er in 2020 op basis van de EAK-enquête naar schatting 30.329 zelfstandige ondernemers die aangeven hinder te ervaren door een handicap, een langdurige aandoening of langdurige ziekte (al dan niet werkgerelateerd). In 2009 lag dat aantal nog op 16.193 en in 2017 (na hervorming van de EAK-enquête) op 28.398. De verhouding tussen zelfstandige ondernemers en werknemers met een arbeidshandicap of langdurige ziekte blijft daarbij stabiel: per tien werkenden met een arbeidshandicap of langdurige ziekte zijn er negen werknemers en één zelfstandige ondernemer.18

15 Idem 16 Idem 17 Zie ook: Van Rampelberg, L. (oktober 2018). Rapport Ondernemen met een arbeidshandicap. SERV-tichting Innovatie & Arbeid, Brussel. 18 Idem

- 10 -


Figuur 4

Figuur 4 Aantal zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap in Vlaanderen (2009-2020)19,20 35.000 30.353

28.398

30.000

20.000

25.751

25.535

25.000

30.329

28.373

24.120 16.193

15.000

14.906

16.574 19.616 16.910 10.722

10.000

5.627

4.601

5.000

7.999

10.715 11.828

11.248

6.160 5.772

4.838

0 2009

‘10

‘11

‘12

‘13

‘14

arbeidshandicap

‘15

‘16

‘17

‘18

‘19

‘20

erkende arbeidshandicap

19 Bron: Algemene Directie Statistiek - Statistics Belgium, Enquête naar de arbeidskrachten, via Stichting Innovatie & Arbeid. 20 In 2017 werd de EAK grondig hervormd, wat zorgt voor een breuk in de resultaten en de nodige voorzichtigheid vraagt bij een interpretatie van de evolutie.

- 11 -


3 Arbeidsparticipatie van personen met een arbeidsbeperking 3.1 Grote en structurele handicapkloof inzake werkzaamheidsgraad De werkzaamheidsgraad is het aandeel werkenden in de totale bevolking op arbeidsleeftijd.21 In het Vlaamse gewest werkte 80,2% van de mensen zonder arbeidshandicap op beroepsactieve leeftijd (20-64 jaar), tegenover 46,0% met een arbeidshandicap in 2020. Daarmee is de werkzaamheidskloof tussen beide groepen op de Vlaamse arbeidsmarkt niet alleen aanzienlijk (34,2 ppt) maar blijft ook al jaren bijna onveranderd (zie Figuur 5). Ook is er een fors verschil in werkzaamheidsgraad tussen personen die ‘in zekere mate’ (61,6%) en ‘in erge mate’ (30,8%) hinder ondervinden van hun beperking.22 Figuur 5

Werkzaamheidsgraad (%) van personen met en zonder hinder door handicap, langdurige aandoening of ziekte, 20-64 jaar (2009-2020)23,24 80,2 %

80 % 76,0 77,3

77,0 76,7 77,0 76,8 77,0

77,6 78,6

80,1

81,2

80,2 61,6 %

60 % 46,0 % 40 % 37,5

33,5

38,6 38,7 40,4

42,7

43,1

41,0

‘14

‘15

‘16

45,8 45,6 46,0 43,3

30,8 %

20 %

0% 2009

‘10

‘11

‘12

‘13

geen arbeidshandicap

‘17

‘18

‘19

arbeidshandicap

‘20

geen arbeidsarbeids- handicap handicap

beperkte zware arbeidsarbeidshandicap handicap

Positief is dat de werkzaamheidsgraad van personen met een arbeidshandicap steeg van 37,5% in 2009 tot 46,0% in 2020.25 Dit heeft bijgedragen aan de werkzaamheidsgroei van de totale populatie op de Vlaamse arbeidsmarkt. Het Departement WSE (2021) berekende dat ongeveer 6.000

21 Arbeidsmarkbegrippen – indicatoren. Correct gebruik van arbeidsmarkt cijfers. Bron: VDAB (voorjaar 2020) 22 Departement WSE (20 september 2021). Cijfers over personen met en zonder beperking op de arbeidsmarkt. 23 Statbel, EAK (Bewerking Steunpunt Werk/Departement WSE) - Bron: Departement WSE (20 september 2021). Cijfers over personen met en zonder beperking op de arbeidsmarkt. 24 In 2017 werd de EAK grondig hervormd, wat zorgt voor een breuk in de resultaten en de nodige voorzichtigheid vraagt bij een interpretatie van de evolutie. 25 De stijging is voornamelijk toe te schrijven aan personen die in zekere mate hinder ondervinden in de dagelijkse bezigheden of op het werk.

- 12 -


extra personen met een arbeidshandicap aan het werk moeten om de werkzaamheidsgraad van deze groep met 1 procentpunt te laten stijgen.26

3.1.1 Werkzaamheidsgraad het laagst bij combinatie met migratieachtergrond Bij een verdere opdeling naar geslacht, leeftijd, opleidingsniveau en migratieachtergrond blijkt dat de werkzaamheidsgraad voor personen met een arbeidshandicap steeds lager ligt. Voor deze kenmerken ligt de werkzaamheidsgraad het laagst voor personen met een arbeidshandicap die geboren zijn in een land buiten de EU28 (24,1%) (zie Figuur 6). Figuur 6

84,0

Werkzaamheidsgraad (%) van personen met en zonder arbeidshandicap, 20-64 jaar (Vlaamse Gewest, 2020)27,28 83,8

76,1

83,5 65,2

62,1 47,4

46,4

44,8 27,7 29,3

n Ma

w ou Vr

24 15-

-54 25

81,6

81,3 66,9

65,4 50,8

36,4

90,1

47,8

55,7

29,4

24,1

ië ië) 28 old old old elg EU elg ho ho ho B c c c B n s s n es ite uz ge ge ni rtg bu (m en og ore n o d 8 Ko b e 2 d H r Ge Mi EU bo in Ge n e r bo Ge

-64 55

personen met arbeidshandicap

personen zonder arbeidshandicap

De handicapkloof inzake werkzaamheidsgraad is voor de genoemde kenmerken het grootst bij volgende groepen: mannen (52,6 ppt), personen geboren buiten de EU28 (42,8 ppt), 25-54 jarigen (37,4 ppt) en kortgeschoolden (35,8 ppt). Naar geslacht valt op dat er voor personen met een arbeidshandicap haast geen verschil is in werkzaamheidsgraad tussen mannen en vrouwen (2,9 ppt).

3.1.2 Een belangrijk aandeel werkt deeltijds Personen met een arbeidshandicap (42,6%) werken vaker deeltijds dan personen zonder arbeidshandicap (23,3%). Het aandeel personen dat deeltijds werkt ligt hoger wanneer personen in erge mate (50,9%) hinder ervaren door een handicap, langdurige aandoening of ziekte, dan wanneer men in zeker mate hinder ervaart (38,4%).

26 Departement WSE (20 september 2021). Cijfers over personen met en zonder beperking op de arbeidsmarkt. 27 Statbel, EAK (Bewerking Steunpunt Werk/Departement WSE) - Bron: Departement WSE (20 september 2021). Cijfers over personen met en zonder beperking op de arbeidsmarkt. 28 In 2017 werd de EAK grondig hervormd, wat zorgt voor een breuk in de resultaten en de nodige voorzichtigheid vraagt bij een interpretatie van de evolutie.

- 13 -


Voor een deel van deze groep kunnen deze deeltijdse arbeidsprestaties ook een vorm van redelijke aanpassingen zijn. Tegelijkertijd blijkt dat de oververtegenwoordiging van deze groep in deeltijdse jobs hen ook kwetsbaarder kan maken voor permanent jobverlies in tijden van crisis29. Figuur 7

Aandeel (%) van personen met en zonder arbeidshandicap dat deeltijds werkt, 20-64 jaar (Vlaamse Gewest, 2020)30 geen arbeidshandicap 23,3 % arbeidshandicap 42,6 % in erge mate arbeidshandicap 50,9 % in zekere mate arbeidshandicap 38,4 %

Een bijkomende opdeling naar geslacht leert dat de kloof tussen mannen en vrouwen op het vlak van deeltijds werk groter is bij personen met een arbeidshandicap (37,0 ppt) dan bij personen zonder arbeidshandicap (29,7 ppt). Daarbij ligt het aandeel deeltijds werk het hoogst bij vrouwen met een arbeidshandicap (60,5%) en het laagst bij mannen zonder arbeidshandicap (9,4%) (zie Figuur 8). Figuur 8

Aandeel (%) deeltijds werk naar arbeidshandicap en geslacht, 20-64 jaar (Vlaamse Gewest, 2020)31 geen arbeidshandicap

arbeidshandicap

mannen 9,4 % vrouwen 39,1 % mannen 23,8 % vrouwen 60,5 %

3.1.3 Beperkte uitstroom naar werk In 2020 bedroeg de werkloosheidsgraad van personen met een arbeidshandicap in Vlaanderen 5,4%. Dat betekent dat van de personen met een arbeidshandicap die zich actief op de arbeidsmarkt aanbieden 5,4% werkloos is.32 Voor personen zonder arbeidshandicap lag de werkloosheidsgraad in 2020 op 3,3%. Sinds 2009 is de werkloosheidsgraad van zowel personen zonder als met een arbeidshandicap gedaald. Dat gebeurde in sterkere mate voor personen met arbeidshandicap (11,4% in 2009) dan

29 Zie nota corona 30 Statbel, EAK (Bewerking Steunpunt Werk/Departement WSE) - Bron: Departement WSE (20 september 2021). Cijfers over personen met en zonder beperking op de arbeidsmarkt. 31 Idem 32 Terwijl de werkzaamheidsgraad wordt berekend als het aandeel personen dat aan het werk is ten aanzien van de totale bevolking op bereopsactieve leeftijd, is dat voor de werkloosheidsgraad anders. Bij de werkloosheidsgraad dat het om het aantal werkzoekenden ten aanzien van de som van het aantal werkzoekenden en werkenden. Inactieven worden hierbij buiten beschouwing gelaten.

- 14 -


personen zonder arbeidshandicap (4,5% in 2009). Hierdoor is ook de handicapkloof in werkloosheidsgraad gedaald van 6,9 ppt in 2009 tot 2,1 ppt in 2020. Figuur 9

Werkloosheidsgraad (%) van personen met en zonder hinder door handicap, langdurige aandoening of ziekte, 15-64 jaar (2009-2020)33,34 15 % 14,8

12 %

10

11,4 9%

9,6

10

8,7

9,1

8,3

7,4

6% 3%

4,5

4,5

3,9

4,2

4,6

2012

2013

4,6

4,8

4,5

4,1

5,5

5,7

5,4

3,2

3,0

3,3

2018

2019 2020

0% 2009

2010

2011

2014

arbeidshandicap

2015

2016

2017

geen arbeidshandicap

In 2020 waren er over het hele jaar gemiddeld 42.109 werkzoekenden zonder werk met een arbeidsbeperking. Dat is slechts 0,4% meer dan in 2019 (41.923 werkzoekenden zonder werk met een arbeidsbeperking). Tegelijkertijd ligt het aandeel ‘niet inzetbaar op lange termijn’ met 29,4% in 2020 een stuk hoger dan in 2019 (26,9%) (zie Tabel 3). Tabel 3

Werkzoekenden zonder werk met een arbeidsbeperking, Vlaams Gewest, jaargemiddelden.35

Werkzoekenden zonder Werk

2019

2020

23 118

22 800

7 524

6 913

niet inzetbaar op lange termijn

11 281

12 395

Totaal

41 923

42 109

in bemiddeling in opleiding of voortraject

Terwijl de handicapkloof inzake werkloosheid de afgelopen jaren daalde, blijft er een grote kloof inzake uitstroom naar werk van niet-werkende werkzoekenden met en zonder arbeidshandicap. In 2019 lag de uitstroom naar werk van niet-werkende werkzoekenden zonder arbeidshandicap op 11,6%, terwijl dat voor niet-werkende werkzoekenden met arbeidshandicap slechts 4,0% was. Sinds 2013 is er wel een lichte stijging in de uitstroom naar werk, ook voor personen met een arbeidshandicap.

33 Statbel, EAK (Bewerking Steunpunt Werk/Departement WSE) - Departement WSE (20 september 2021). Cijfers over personen met en zonder beperking op de arbeidsmarkt. 34 In 2017 werd de EAK grondig hervormd, wat zorgt voor een breuk in de resultaten en de nodige voorzichtigheid vraagt bij een interpretatie van de evolutie. 35 VDAB, Arvastat – Samoy Erik (september 2021). Mensen met een beperking op de arbeidsmarkt aan de vooravond van de Corona-crisis.

- 15 -


Figuur 10 Gemiddelde maandelijkse uitstroom naar werk van niet-werkende werkzoekenden met en zonder arbeidshandicap (2009-2019)36,37 12 %

11,8

12,2

10,7

10,5

11,5

11,6

4,0

4,2

4,0

2017

2018

2019

10,8

11,0

3,5

3,8

2015

2016

10,0

10,1

10,2

3,4

3,3

3,4

2012

2013

2014

9% 6% 3,7

4,4

4,4

3% 0% 2009

2010

2011

arbeidshandicap

geen arbeidshandicap

3.1.4 Ongelijke impact van coronapandemie en genomen maatregelen Uit beschikbare cijfers en studies over de impact van de coronapandemie en de genomen maatregelen op de Vlaamse arbeidsmarkt blijkt dat vooral groepen die zich al langer in een meer kwetsbare arbeidsmarktpositie bevinden harder worden getroffen.38 Dat geldt ook voor personen met een arbeidshandicap. Op dit moment - oktober 2021 - ligt de krapte op de arbeidsmarkt terug op het niveau van 201939. Dat zou een belangrijk momentum kunnen vormen om sterker in te zetten op het duurzaam verhogen van de tewerkstelling van personen met een arbeidshandicap. Tegelijkertijd is het nog afwachten hoe sterk de impact van de coronapandemie op de werkzaamheidsgraad van personen met een arbeidsbeperking op de langere termijn zal zijn. Zo leert de crisis van 2008 dat de werkzaamheidsgraad van personen met een arbeidshandicap als gevolg van die crisis sterk daalde, met een dieptepunt in 2010 (33,5%). Pas in 2014 - 6 jaar later - lag de werkzaamheidsgraad van personen met een arbeidshandicap (42,7%) terug op het niveau van voor de crisis terwijl de werkzaamheidsgraad van personen zonder arbeidshandicap als gevolg van de crisis in 2008 zo goed als stabiel bleef (zie Figuur 5). Sinds april 2021 tonen de beschikbare cijfers van het aantal werkzoekenden zonder werk een daling, ook voor personen met een arbeidshandicap40. Deze daling is echter veel minder 36 VDAB (Bewerking Steunpunt Werk/Departement WSE) – Bron: Steunpunt Werk – Trendrapport 2020 Kwetsbare groepen op de Vlaamse arbeidsmarkt. Departement Werk en Sociale Economie. 37 In 2017 werd de EAK grondig hervormd, wat zorgt voor een breuk in de resultaten en de nodige voorzichtigheid vraagt bij een interpretatie van de evolutie. 38 O.a. Commissie diversiteit (30 januari 2021). Nota impact corona op personen met een migratieachtergrond en personen met een beperking. SERV, Brussel.; Lens, D. , Marx, I. & Mussche, N. (december 2020). De initiële effecten van de COVID-19 pandemie op de Belgische arbeidsmarkt – opkomende ongelijkheden. COVIVAT-paper, Leuven/Antwerpen.; Statbel, … 39 Op basis van de spanningsindicator of het aantal niet-werkende werkzoekenden per openstaande VDAB-vacature. De spanningsindicator lag in 2019 op 3,2 en steeg tijdens de coronapandemie tot 5,0 in 2020 maar ligt in 2021 (periode januari – mei) terug op 3,2. Bron: https://www.steunpuntwerk.be/node/3959 40 https://arvastat.vdab.be/burgers_basisstatistieken.html

- 16 -


sterk bij personen met dan zonder arbeidshandicap. Zo waren er in september 2021 38.606 werkzoekenden zonder werk met een arbeidshandicap of een daling van 7,7% ten opzichte van een jaar eerder (september 2020). Voor personen zonder arbeidshandicap (153.718 personen) was de daling ten aanzien van september 2020 met 16,2% veel sterker. Figuur 11 Daling of stijging van het aantal werkzoekenden zonder werk en met of zonder arbeidshandicap ten aanzien van een jaar eerder (2021 t.a.v. 2020).41 10 %

6,5

5,9

0,8

0,9

5% 0%

-0,5 -1,5

-5 %

-4,5

-6,1

-7,1

-7,4

-7,7

-14,7

-14,8

-15,6

-16,2

jun

jul

aug

sep

-10,1

-10 %

-13,5

-15 % -20 %

-6,8

jan

feb

maa

apr

mei

arbeidshandicap

geen arbeidshandicap

Tot slot, verwachten zowel de VDAB als gezondheidsexperts een stijging van het aantal arbeidsongeschikten als gevolg van de coronapandemie.42 Dat heeft onder meer te maken met een grotere kwetsbaarheid voor de gevolgen van Covid-19 bij personen met een arbeidshandicap door een groter aandeel 50-plussers en personen met onderliggende gezondheidsproblemen bij deze groep. Daarnaast ook het verergeren van gezondheidsproblemen door uitgestelde zorg en niet-gestelde diagnoses tijdens de coronapandemie, mogelijke gevolgen van het post-intensive care syndroom als gevolg van corona en het ontstaan van psychosociale problemen omwille van de quarantainemaatregelen en jobverlies.

3.1.5 Meest nood aan aanpassingen van soort taken en hoeveelheid De EAK-enquête polst naar de ondersteuning van personen met een arbeidshandicap bij werk. Bij niet-werkenden43 ligt het accent op welke vorm van ondersteuning ze nodig hebben om te kunnen werken. Bij werkenden wordt gekeken naar welke vorm van ondersteuning ze op dit moment krijgen. 41 Arvastat VDAB 42 Opinie en Webinar (2020). ‘Na V(irus) komt W(erk)’. Brussel.; De Standaard (2020) ‘Uitgestelde zorg veroorzaakt mogelijk tweede crisis’.; De Wereld Morgen (2020). ‘Terug naar werk maar niet terug naar vroeger’.Commissie Diversiteit (30 november 2020). Advies re-integratie van arbeidsongeschikten met een RIZIV-uitkering. SERV, Brussel … 43 De niet-werkenden omvatten zowel de werklozen als de niet-beroepsactieven die aangeven hinder te ondervinden. Personen die aangeven dat ze geen betaalde arbeid meer kunnen verrichten worden uitgesloten. Bij personen met erge mate van hinder gaat het om 84,7%, bij personen met beperkte mate van hinder is dat 39,9%. Bron: Steunpunt Werk – Trendrapport 2020 Kwetsbare groepen op de Vlaamse arbeidsmarkt. Departement Werk en Sociale Economie.

- 17 -


Tabel 4

Ondersteuning van personen met een arbeidshandicap opgesplitst naar statuut, 15-64 jaar (Vlaams Gewest 2019)44 werkend

niet-werkend

Geen ondersteuning nodig

44,4

31,6

Minstens één vorm van ondersteuning nodig

55,6

68,4

Aanpassing van het soort taken

32,5

55,1

Aanpassing van de hoeveelheid werk

30,3

44,4

Aanpassing voor verplaatsingen

2,4

7,2

Aangepaste uitrusting

6,5

5,7

Hulp van collega’s

9,0

11,9

Benodigde vormen van steun

Bij de niet-werkenden met een arbeidshandicap heeft 68,4% nood aan minstens één vorm van ondersteuning om de arbeidsmarkt te kunnen betreden. Bij de werkenden met een arbeidshandicap geeft 55,6% aan dat er een bepaalde vorm van ondersteuning aanwezig is. De voornaamste vormen van ondersteuning zijn voor werkenden en niet-werkenden met een arbeidshandicap gelijk: aanpassing van het soort taken (32,5% bij werkenden, 55,1% bij niet-werkenden) en de hoeveelheid werk (30,3% bij werkenden, 44,4% bij niet-werkenden). De VDAB kan bijzondere tewerkstellingsondersteunende maatregelen (BTOM’s) toekennen aan zowel werkzoekenden, werknemers of studenten als aan zelfstandigen in hoofd- of bijberoep die te maken hebben met een arbeidsbeperking of een gezondheidsprobleem dat een invloed heeft op hun functioneren op de werkvloer. Deze maatregelen bestaan uit een gratis tolk voor doven of slechthorenden, terugbetaling van arbeidsgereedschap en -kleding, terugbetaling van vervoerskosten en een Vlaamse ondersteuningspremie (VOP)45. Tabellen 5 tot 8 geven een overzicht van beschikbare cijfers voor 2019-2020 van het aantal BTOM’s (Tabel 5), het aantal goedgekeurde en uitbetaalde (apart voor onderwijs) VOP’s voor werknemers (Tabel 6) en het aantal aangevraagde, goedgekeurde en uitbetaalde VOP’s voor zelfstandigen (Tabellen 7 en 8).

44 Statbel, EAK (Bewerking Steunpunt Werk/Departement WSE) – Bron: Steunpunt Werk – Trendrapport 2020 Kwetsbare groepen op de Vlaamse arbeidsmarkt. Departement Werk en Sociale Economie. 45 https://www.vdab.be/arbeidshandicap/ondersteunende-maatregelen

- 18 -


Tabel 5

Aantal goedgekeurde BTOM’s voor personen met een arbeidsbeperking in 2019 en 202046

Arbeidsgereeschap en werkkledij (AG) Arbeidspostaanpassingen (AP) Schrijf-, oraal- en gebarentolken voor doven en slechthorenden – uren Schrijf-, oraal- en gebarentolken voor doven en slechthorenden – unieke gebruikers Vervoers- en verblijfskosten

Tabel 6

2020

529

442

91

61

27.501

22.245

472

402

1.060

839

Aantal VOP’s voor personen met een arbeidsbeperking in 2019 en 202047

Uitbetaalde VOP48 Goedgekeurde VOP Uitbetaalde VOP in het onderwijs

Tabel 7

2019

2019

2020

12.604

11.915

1.403

931

843

911

Aantal VOP’s voor zelfstandigen met een arbeidsbeperking in 2019 en 2020 (aangevraagde dossiers en goedgekeurde VOP’s)49

Werknemer Type

Werkgever Type

Totaal 2019

Totaal 2020

145

199

Onderneming

76

82

Zelfstandige

65

125

134

151

Onderneming

61

62

Zelfstandige

51

72

AANVRAAG (aantal dossiers) Werknemer Zelfstandige

Zelfstandige

GOEDGEKEURD (aantal werknemers) Werknemer Zelfstandige

Zelfstandige

46 Erik Samoy (september 2021) Mensen met een beperking op de arbeidsmarkt aan de vooravond van de Coronacrisis + schriftelijke vraag nr. 583 van 16 maart 2021 47 Erik Samoy (september 2021) Mensen met een beperking op de arbeidsmarkt aan de vooravond van de Coronacrisis + schriftelijke vraag nr. 583 van 16 maart 2021 48 De VOP bij lokale en provinciale besturen zijn hier niet bij opgenomen. 49 Bron: cijfers aangeleverd door het Departement WSE op 20/10/2021

- 19 -


Tabel 8

Aantal uitbetaalde VOP’s voor zelfstandigen met een arbeidsbeperking in 2019 en 202050

BETALING (aantal betaald) Werknemertype

Juridisch Statuut

Werknemer

Natuurlijk Persoon

1 819

1 641

Natuurlijk Persoon

489

657

Rechtspersoon

561

644

Zelfstandige

totaal 2019

totaal 2020

3.1.6 Nog veraf van een evenredige vertegenwoordiging bij overheden en onderwijs De federale, Vlaamse en lokale overheden streven een personeelsbestand na dat een weerspiegeling vormt van de maatschappij en legden daartoe streefcijfers of quota vast.

Vlaamse overheid Eind 2019 lag het aandeel personen met een handicap of chronische ziekte binnen de Vlaamse overheid op 2,0%. Dat is een lichte stijging tegenover 2018 toen het aandeel 1,8% bedroeg. Het streefcijfer van 3,0% tegen 2020 blijft daarmee nog veraf en zal niet worden gerealiseerd.51 Er werden nog geen nieuwe streefcijfers vastgelegd.

Federale overheid In 2020 lag het aandeel medewerkers met een handicap bij de federale overheid op 1,2%. Dat is hetzelfde cijfer als in 2019 en het laagste cijfer sinds 201052. Het wettelijke quotum van 3% wordt daarbij gemiddeld niet behaald en door slechts 2 afzonderlijke organisaties wel behaald.

Lokale besturen De meest recent beschikbare cijfers voor lokale besturen dateren van 201553. Over heel Vlaanderen werkten er in 2015 gemiddeld 2,54% personen met een handicap bij lokale besturen en 2,10% bij de OCMW’s. Maar de 2%-norm wordt niet door alle gemeentebesturen en OCMW’s behaald: 45% van de gemeentebesturen en 30% van de OCMW‘s haalt de 2%-norm. Daarnaast blijkt, op basis van de beschikbare cijfers voor 2015, dat iets meer dan 17% van de gemeentebesturen geen enkele personen met een handicap in dienst heeft, waar dit voor de OCMW ‘s 40% bedraagt. Enkel voor de gemeentebesturen is er een vergelijking mogelijk met 2009 en blijkt dat bijna in elke provincie minder gemeenten de 2%-norm behalen: 54% in 2009 ten aanzien van 45% in 2015. 50 Bron: cijfers aangeleverd door het Departement WSE op 20/10/2021 51 Zie Commissie Diversiteit (12 januari 2021). Advies Strategisch Gelijkekansen- en diversiteitsplan Vlaamse overheid 2021-2025. SERV, Brussel. 52 BCAPH – evaluatieverslag 2020 53 Zie Commissie Diversiteit (6 juni 2017). Advies Tewerkstelling van kansengroepen bij lokale besturen in Vlaanderen. SERV, Brussel.

- 20 -


Leraren met een beperking Het decreet inzake evenredige arbeidsdeelname van 6 mei 2002 stelt dat het Vlaamse werkgelegenheidsbeleid moet worden georganiseerd volgens de principes van de evenredige participatie en de gelijke behandeling. Ook het Vlaams onderwijspersoneel valt onder dit decreet. Op basis van de indicator ‘korting op de bedrijfsvoorheffing’ berekende AGODI dat op 1 maart 2021 0,1% van het onderwijspersoneel uit het basis- en secundair onderwijs een handicap heeft.54

3.1.7 Personen met een arbeidsbeperking in de sociale economie Personen met een arbeidsbeperking vinden moeilijker toegang tot de reguliere arbeidsmarkt. Soms is er sprake van een werkgerelateerd rendementsverlies of is er nood aan specifieke begeleiding en ondersteuning op de werkvloer. In het reguliere arbeidscircuit zijn niet altijd voldoende arbeidskansen voor deze groep, waardoor er nood blijft aan sociale economieondernemingen die hier specifiek op inzetten. Het Jaarrapport Sociale Economie van het Departement Werk en Sociale Economie bevat het meest recent beschikbare overzicht van cijfers over de werkvormen collectief maatwerk, lokale diensteneconomie en arbeidszorg binnen de sociale economie (o.a. ondernemingen, profielkenmerken werknemers, doorstroomcijfers).

3.2 Uitgesproken lagere deelname aan opleiding bij zware hinder Opleidingsparticipatie geeft ook een indicatie van de huidige band met de arbeidsmarkt. Deelname aan levenslang leren en ontwikkelen is cruciaal om te kunnen (blijven) participeren aan de samenleving. Het verschil in opleidingsdeelname tussen personen met en zonder arbeidshandicap is uitgesproken. In een referentieperiode van twaalf maanden, hadden 25- tot 64-jarigen met een arbeidshandicap namelijk 50% minder kans om deel te nemen aan vorming dan personen zonder arbeidshandicap. De opleidingsdeelname bij personen met een arbeidshandicap was 13,7% ten opzicht van 22,5% bij personen zonder arbeidshandicap in 2020. Tegelijkertijd blijkt ook het verschil tussen personen met in zekere mate en erge mate van hinder groot: zo nam 20,0% van de personen met een zekere mate van hinder in 2020 deel aan opleiding tijdens de afgelopen 12 maanden terwijl dat bij personen met erge mate van hinder slechts 7,7% is. Deze verschillen zijn stabiel gebleven sinds 2009 (zie Figuur 12).

54 Zie parlementaire vragen: Commissie voor Onderwijs donderdag 3 juni 2021, 14.00u | Vlaams Parlement en schriftelijke vraag nr. 610 van 6 april 2021

- 21 -


Figuur 12 Aandeel (%) personen met en zonder arbeidshandicap dat tijdens een periode van 12 maanden heeft deelgenomen aan opleiding, 25-64 jaar, Vlaams Gewest (2009-2020) 55,56 25 % 20 %

22,6 21,9 21,6 22,2

21,8

17,1

15 % 13,1

10 %

23,1

14,2 14,2 14,5

24,3 23,8 24,4 21,7 22,2

15,5

14,5

15,7

14,9

22,5 % 20,0 %

22,5

13,7 %

16 13,7

11,8

7,7 %

5% 0% 2009 ‘10

‘11

‘12

‘13

arbeidshandicap

‘14

‘15

‘16

‘17

‘18

‘19

‘20

geen arbeidshandicap

arbeidshandicap

geen arbeidshandicap

zware hinder

beperkte hinder

Ook de Vlaamse Werkbaarheidsmonitor 2019 laat belangrijke verschillen zien op het vlak van opleidingsparticipatie bij werknemers met en zonder arbeidshandicap. Zo heeft 61,3% van de werknemers zonder arbeidshandicap deelgenomen aan een bijscholing of bedrijfstraining57 in het jaar voorafgaand aan de meting, ten opzichte van 55,9% van de werknemers met een beperkte arbeidshandicap en 48,0% van de werkenden met een zware arbeidshandicap.

3.3 Nog een belangrijke groeimarge door oververtegenwoordiging in potentiële arbeidsreserve In 2020 was 52,4% van de personen met een arbeidshandicap niet beroepsactief ten aanzien van 24,0% van de personen zonder arbeidshandicap. Dat is een daling ten aanzien van 2009 (58,6%). Het aandeel niet-beroepsactieven ligt hoger bij personen met erge mate van hinder (68,7%) dan personen met enige mate van hinder (36,0%).

55 Statbel, EAK (Bewerking Steunpunt Werk/Departement WSE) - Departement WSE (20 september 2021). Cijfers over personen met en zonder beperking op de arbeidsmarkt. 56 In 2017 werd de EAK grondig hervormd, wat zorgt voor een breuk in de resultaten en de nodige voorzichtigheid vraagt bij een interpretatie van de evolutie. 57 Arbeidssituatie van werknemers met een arbeidshandicap. Arbeidshandicap en werkbaar werk bij werknemers. Bron: Stichting Innovatie & Arbeid (2021)

- 22 -


Figuur 13 Aandeel (%) niet-beroepsactieve personen ten aanzien van de totale bevolking, met en zonder arbeidshandicap, 15-64 jaar (2009-2020) 58,59 68,7 % 60 %

58,6

61,5

58,3 58,6

56,0

53,8 53,0

56,4

54,4 52,8 52,6 52,4

52,4 %

50 % 40 %

36,0 %

30 % 20 %

24,0 %

27,3 26,1 26,8 26,9 26,3 26,4 26,0 25,7 25,0 24,1 23,0 24,0

10 % 0% 2009 ‘10

‘11

‘12

‘13

arbeidshandicap

‘14

‘15

‘16

‘17

‘18

‘19

‘20

geen arbeidshandicap

personen met hinder

personen zware zonder hinder hinder

beperkte hinder

Het Steunpunt Werk focuste binnen de groep van niet-beroepactieve personen op een aantal groepen van arbeidsreserve waarin mogelijks nog arbeidspotentieel zit.60 Het gaat specifiek over (1) zoekende of beschikbare niet-beroepsactieven, (2) inzetbare niet-beroepsactieven en (3) huisvrouwen of -mannen omwille van andere redenen dan te dure (kinder)opvang. Uit analyses van het Steunpunt Werk blijkt dat personen met een arbeidshandicap sterker vertegenwoordigd zijn bij twee van deze groepen: zoekende of beschikbare niet-beroepsactieven en inzetbare niet-beroepsactieven dan in de totale bevolking. Personen met een arbeidshandicap combineren daardoor een lagere werkzaamheidsgraad dan gemiddeld met een hogere vertegenwoordiging in de potentiële arbeidsreserve. Hierdoor is er nog belangrijke groei in werkzaamheidsgraad mogelijk: het Steunpunt Werk61 berekende dat er een groei in werkzaamheidsgraad mogelijk is bij personen met een arbeidshandicap van 6,7 procentpunt wanneer alle personen uit de potentiële arbeidsreserve aan de slag zouden gaan. Personen die arbeidsongeschikt zijn met een RIZIV-uitkering vormen een deel van de arbeidsreserve. Specifiek over deze groep verzamelde de Commissie Diversiteit de meest recent beschikbare cijfers in het advies over re-integratie van arbeidsongeschikten met een RIZIVuitkering (25 november 2020).

58 Statbel, EAK (Bewerking Steunpunt Werk/Departement WSE) - Departement WSE (20 september 2021). Cijfers over personen met en zonder beperking op de arbeidsmarkt. 59 In 2017 werd de EAK grondig hervormd, wat zorgt voor een breuk in de resultaten en de nodige voorzichtigheid vraagt bij een interpretatie van de evolutie. 60 Steunpunt Werk – Trendrapport 2020 Kwetsbare groepen op de Vlaamse arbeidsmarkt. Departement Werk en Sociale Economie. 61 Idem

- 23 -


4 Werkbaarheidssituatie van personen met een arbeidsbeperking 4.1 Lagere en dalende werkbaarheidsgraad De Vlaamse Werkbaarheidsmonitor van de Stichting Innovatie & Arbeid concretiseert ‘werkbaarheid’ van jobs op basis van vier kwaliteitsaspecten: psychische vermoeidheid, welbevinden in het werk, leermogelijkheden en werk-privébalans62. Werkbaar werk betekent dat werknemers geen knelpunten signaleren op deze vier werkbaarheidsaspecten. De werkbaarheidsgraad is het aandeel werkenden met een kwaliteitsvolle job. De werkbaarheidsgraad ligt significant lager bij de werknemers met een arbeidshandicap: 32,9% van de werknemers met een beperkte arbeidshandicap en 15,2% van de werknemers met een zware arbeidshandicap hadden een werkbare job in 2019 tegenover 54,1% van de werknemers zonder arbeidshandicap. De Werkbaarheidsmonitor wordt om de 3 jaar afgenomen en brengt ook de werkbaarheidsevolutie bij deze groepen in beeld (zie Tabel 7). Sinds de nulmeting in 2007 is er een significante daling van de werkbaarheidsgraad van werknemers met en zonder arbeidshandicap. In 2007 lag de werkbaarheidsgraad voor werknemers zonder arbeidshandicap op 57,8% en voor werknemers met een beperkte en zware arbeidshandicap op respectievelijk 36,2% en 19,2%. Tabel 9

Evolutie van de werkbaarheidsgraad bij werknemers met en zonder een (zware of beperkte) arbeidshandicap op de Vlaamse arbeidsmarkt63

geen arbeidshandicap

beperkte arbeidshandicap

zware arbeidshandicap

N

N

N

2007 %

2010 %

2013 %

2016 %

2019 %

57,8

57,9

58,1

54,7

54,1

7.237

6.586

12.236

8.726

10.074

36,2

38,1

41,3

36,2

32,9

1.185

1.199

2.327

1.623

1.999

19,2

23,9

22,0

21,2

15,2

156

134

322

241

336

62 Bourdeaud’hui, R., Janssens, F. & Vanderhaeghe, S. (maart 2021). Rapport Arbeidshandicap en werkbaar werk bij werknemers Analyse op de Vlaamse werkbaarheidsmonitor werknemers 2007-2019. SERV-StIA,Brussel. 63 Bron: Bourdeaud’hui, R., Janssens, F. & Vanderhaeghe, S. (maart 2021). Rapport Arbeidshandicap en werkbaar werk bij werknemers Analyse op de Vlaamse werkbaarheidsmonitor werknemers 2007-2019. SERV-StIA,Brussel. - Cijfers in het groen/rood wijzen op een significante stijging/daling van de werkbaarheidsgraad ten opzichte van het vorig meetpunt. Cijfers in een groen/rood kader wijzen op een significante stijging/daling van de werkbaarheidsgraad bij een vergelijking van de meetpunten 2007 en 2019.

- 24 -


4.2 Meer geconfronteerd met werkbaarheidsknelpunten De werkbaarheid van een job is afhankelijk van de vier werkbaarheidsindicatoren, met name: 1. 2. 3. 4.

Psychische vermoeidheid – werkstress en burn-out Welbevinden in het werk – motivatie en werkbetrokkenheid leermogelijkheden in de job – kansen op bijblijven en competentie-ontwikkeling Werk-privé-balans – combinatie van arbeid met gezin en sociaal leven

Daarnaast zijn er grenzen vastgesteld voor elk van de werkbaarheidsindicatoren. Als een situatie volgens deze criteria (acuut) problematisch blijkt, gaat het over een (acuut) werkbaarheidsknelpunt. Figuur 14 Overzicht van het aandeel met een (acuut) problematische werkbaarheidsindicator bij werknemers zonder en met een beperkte of zware arbeidshandicap, 2019.64 Werkbaarheidsknelpunten werkstress stressklachten

motivatie motivatieproblemen

32,4 %

18,7 %

52,9 %

29,3 %

73,4 %

43,2 %

symptomen burn-out

ernstige demotivatie

11,3 %

8,3 %

21,6 %

16,5 %

36,4 %

22,2 % leermogelijkheden

onvoldoende

werk-privécombinatie onevenwicht

13,8 %

11,6 %

26,3 %

16,3 %

39,4 % ernstig leerdeficit

27,7 % acuut werk-privéconflict

4,3 %

3,1 %

9,3 %

3,8 %

18,1 %

13,8 %

zonder arbeidshandicap

beperkte arbeidshandicap

zware arbeidshandicap

64 Bourdeaud’hui, R., Janssens, F. & Vanderhaeghe, S. (maart 2021). Rapport Arbeidshandicap en werkbaar werk bij werknemers Analyse op de Vlaamse werkbaarheidsmonitor werknemers 2007-2019. SERV-StIA,Brussel.

- 25 -


In vergelijking met werknemers zonder arbeidshandicap worden meer werknemers met een arbeidshandicap geconfronteerd met werkbaarheidsknelpunten65: • Werkstress en burn-out - Sinds de nulmeting in 2007 is het aandeel werknemers met een arbeidshandicap met werkstressproblemen aanzienlijk toegenomen, net zoals bij werknemers zonder arbeidshandicap. De helft van de subgroep personen met een zware arbeidshandicap met werkstressproblemen vertoont burn-outsymptomen (36,4% t.o.v. 73,4%). Bij de werknemers zonder arbeidshandicap ligt deze verhouding lager, namelijk bijna een derde (11,3% t.o.v. 32,4%). • Motivatie - Het aandeel werknemers met motivatieproblemen en ernstige demotivatie neemt zowel voor personen met als zonder arbeidshandicap toe in de meetperiode 2007-2019. Het contrast tussen beide groepen is wel groot: de percentages op vlak van motivatieproblemen en ernstige demotivatie liggen voor werknemers met een arbeidshandicap, beperkt of zwaar, veel hoger. Zo rapporteert 18,7% van de werknemers zonder arbeidshandicap moeite met zich te motiveren voor hun job, terwijl dat bij werknemers met een beperkte en zware arbeidshandicap respectievelijk 29,3% en 43,2% is. Bij ernstige demotivatie gaat het om 8,3% van de werknemers zonder arbeidshandicap en 16,5% en 22,2% van de werknemers met respectievelijk een beperkte en zware arbeidshandicap. • Leermogelijkheden - Het aandeel werknemers met onvoldoende leermogelijkheden/ernstig leerdeficit lijkt af te nemen, zowel voor werknemers zonder als met arbeidshandicap. Tegelijkertijd blijft er een groot verschil tussen beide groepen. In 2019 heeft 13,8% van de werknemers zonder arbeidshandicap af te rekenen met onvoldoende leermogelijkheden, terwijl dat voor werknemers met een beperkte en zware arbeidshandicap gaat om respectievelijk 26,3% en 39,4%. Bij 4,3% van de werknemers zonder arbeidshandicap is sprake van een ernstig leerdeficit, terwijl dat voor werknemer met een beperkte en zware arbeidshandicap gaat om respectievelijk 9,3% en 18,1%. • Werk-privébalans – Ook het aandeel werknemers met (acute) problemen in de werk-privébalans ligt een stuk hoger voor personen met dan zonder arbeidshandicap. In 2019 hebben 16,3% van de werknemers met een beperkte arbeidshandicap en 27,7% van de werknemers met een zware arbeidshandicap problemen met de werk-privécombinatie. Voor respectievelijk 3,8% en 13,8% zijn die problemen acuut. Voor werknemers zonder arbeidshandicap rapporteert 11,6% problemen met de werk-privébalans en gaat het bij 3,1% om een acuut werk-privé conflict.

4.3 Cumulatie van meerdere werkbaarheidsrisico’s Werkbaarheidsknelpunten gaan ten koste van de kwaliteit van het werk. Voor de werknemers met een arbeidshandicap geldt dit sterker dan voor de werknemers zonder arbeidshandicap (zie onderdeel 4.2). De werkbaarheidsmonitor gaat verder in op de achterliggende oorzaken in de arbeidssituatie en ontwikkelt zes risico-indicatoren: (1) werkdruk, (2) emotionele belasting, (3) 65 Idem

- 26 -


taakvariatie (afwisseling in het werk), (4) autonomie (zelfstandigheid in het werk), (5) ondersteuning door de directe leiding en (6) (belastende fysieke) arbeidsomstandigheden. Op basis van de resultaten van de Werkbaarheidsmonitor werden voor werknemers zonder en met een (beperkte of zware) arbeidshandicap risicoprofielen uitgetekend voor de 4 werkbaarheidsindicatoren (werkstressklachten, motivatieproblemen, onvoldoende leermogelijkheden en een problematische werk-privébalans).66 De resultaten geven aan dat werknemers met een arbeidshandicap meer dan andere werknemers worden geconfronteerd met elk van de zes risico’s. Bovendien cumuleren werknemers met een beperkte en zware arbeidshandicap vaker twee of meer werkbaarheidsrisico’s in de arbeidssituatie. Zo cumuleerde 34,3% van de werknemers zonder arbeidshandicap in 2019 twee of meer werkbaarheidsrisico’s, terwijl dat voor werknemers met een beperkte en zware arbeidshandicap om respectievelijk 51,7% en 65,8% gaat. Figuur 15 Aantal werkbaarheidsrisico’s waarmee werknemers zonder arbeidshandicap en werknemers met een (zware of beperkte) arbeidshandicap geconfronteerd worden (2019).67 geen arbeidshandicap beperkte arbeidshandicap

33,7 % 22,0 %

zware arbeidshandicap 14,7 %

32,0 % 26,3 %

19,5 %

34,3 % 51,7 % 65,8 %

geen werkbaarheidsrisico slechts één werkbaarheidsrisico twee of meer werkbaarheidsrisico’s

4.4 Vaker slachtoffer van grensoverschrijdend gedrag Grensoverschrijdend gedrag op de werkplek betreft verschillende vormen van (verbale) intimidatie of bedreiging, ongewenst seksueel gedrag tot (fysieke) agressie en pestgedrag. De resultaten van de werkbaarheidsenquête 2019 geven aan dat zowel werknemers met als zonder arbeidshandicap slachtoffer kunnen zijn van grensoverschrijdend gedrag. Wat opvalt is dat er opmerkelijk meer werknemers met een arbeidshandicap werden geconfronteerd met één of andere vorm van grensoverschrijdend gedrag: terwijl 23,3% van de personen zonder arbeidshandicap aangeeft sporadisch tot regelmatig met grensoverschrijdend gedrag geconfronteerd te worden is dat bij personen met een beperkte en zware arbeidshandicap 35,8% en 38,8%.

66 Idem 67 Idem

- 27 -


Figuur 16 Aandeel werknemers geconfronteerd met een combinatie van verschillende vormen van grensoverschrijdend gedrag (sporadisch, regelmatig) 201968 38,8 %

35,8 % 23,3 %

zware beperkte geen arbeidshandicap arbeidshandicap arbeidshandicap

Personen met een arbeidshandicap worden daarbij vaker geconfronteerd met elk van de specifieke vormen van grensoverschrijdend gedrag die werden bevraagd: • Pestgedrag - Terwijl 9,3% van de werknemers zonder arbeidshandicap pestgedrag heeft ervaren, werden 17,3% en 23,3% van de werknemers met respectievelijk een beperkte en zware arbeidshandicap geconfronteerd met pestgedrag. • Ongewenst seksueel gedrag - Bij werknemers zonder arbeidshandicap werd 3,3% sporadisch of regelmatig geconfronteerd met ongewenst seksueel gedrag ten aanzien van 5,8% en 7,7% van personen met respectievelijk een beperkte en zware arbeidshandicap. • Lichamelijk geweld - In het algemeen lag ook het aandeel werknemers met een arbeidshandicap die slachtoffers werden van lichamelijk geweld hoger (8,2% ~ 9,1%) t.a.v. werknemers zonder arbeidshandicap (5,8%). • Intimatie of bedreiging – 16,8% van de werknemers zonder arbeidshandicap werd sporadisch of regelmatig slachtoffer van intimidatie of bedreiging tegenover 25,9% en 28,1% van personen met respectievelijk een beperkte en zware arbeidshandicap.

68 Idem

- 28 -


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Cijferrapport_actielijst_arbeidsbeperking_2030.pdf by Vlaanderen-be - Issuu