Uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/135
Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2021/135
DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 27 februari 2021 diende xxx (verder: verzoekster), een verzoek in bij Sociaal Verhuurkantoor Webra (verder: Webra) om een afschrift te krijgen van alle klachten die Webra tussen augustus 2020 en vandaag ontving met betrekking tot het appartement dat zij bewoont. Op 1 maart 2021 werd het openbaarheidsverzoek afgewezen door Webra. Op 24 maart 2021 diende verzoekster beroep in bij de beroepsinstantie tegen de voormelde weigeringsbeslissing d.d. 1 maart 2021. Het beroep werd geregistreerd bij de beroepsinstantie op 25 maart 2021. Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijke verzoek tot openbaarmaking dateert van 27 februari 2021. De bestreden beslissing van 1 maart 2021 van Webra maakt geen melding van de beroepsmogelijkheden en -modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, §1, derde lid van het Bestuursdecreet. Conform artikel II.48 Bestuursdecreet start de termijn om een beroep in te dienen bijgevolg slechts vier maanden na de kennisgeving.
www.vlaanderen.be
Verzoekster vraagt afschrift van de klachten die Webra ontving vanaf augustus 2020 met betrekking tot het appartement dat zij bewoont. De beroepsinstantie stelt vast dat deze documenten informatie van persoonlijke aard, in de zin van artikel II.40, §3, 3e lid van het Bestuursdecreet, bevatten over verzoekster en over andere bewoners (buren). Het gaat hierbij om een beschrijving van het gedrag van natuurlijke personen, die identificeerbaar zijn. Overeenkomstig artikel II.40, §3, 2e lid van het Bestuursdecreet moet voor de openbaarmaking van dergelijke informatie het vereiste belang worden aangetoond. Voor zover het beroepschrift betrekking heeft op de informatie van persoonlijke aard over verzoekster, moet overeenkomstig artikel II.40, §3, in fine van het Bestuursdecreet, geen belang worden aangetoond, en is het ontvankelijk. Voor wat betreft de informatie van persoonlijke aard over de andere bewoners (buren), stelt de beroepsinstantie vast dat verzoekster niet persoonlijk en rechtstreeks in haar rechtssituatie wordt geraakt door deze informatie. Verzoekster kan derhalve het vereiste belang niet aantonen om de openbaarmaking van deze informatie van persoonlijke aard te vragen. Het beroepschrift is dan ook onontvankelijk voor wat deze informatie betreft. Het beroepschrift van 24 maart 2021 is tijdig ingediend en deels ontvankelijk, deels onontvankelijk. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.
1.
Bestreden beslissing
In haar beslissing van 1 maart 2021 stelt Webra dat zij de vraag van verzoekster niet kan inwilligen. 2. Inhoud van het beroepschrift Verzoekster dient beroep in tegen deze weigering. Volgens haar hebben de klachten enkel betrekking op haar ex die er intussen niet meer woont, en zijn ze racistisch.
3. Standpunt van Webra De beroepsinstantie heeft contact opgenomen met Webra om de gevraagde documenten en wat meer toelichting te verstrekken. Die gevraagde informatie werd ontvangen op 26 en 29 maart 2021. Er werden 12 klachten bezorgd, waarvan 5 dateren vanaf augustus 2020. Ook werden er twee geluidsopnames bezorgd, waarvan het niet duidelijk is van wanneer deze dateren.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/135
pagina 2 van 5
Webra stelt dat zij de betrokken mails niet heeft overgemaakt aan xxx om de privacy van de klagers te beschermen en de gespannen situatie ter plaatse niet verder te doen escaleren. 4. Standpunt van de beroepsinstantie De klachten en geluidsfragmenten zijn bestuursdocumenten die in principe voor openbaarmaking in aanmerking komen. Webra verwijst evenwel naar de privacy van de klagers om deze niet aan verzoekster te bezorgen. De beroepsinstantie stelt vast dat in de klachten inderdaad namen en mailadressen voorkomen van klagers en andere bewoners. Dit zijn persoonsgegevens waarvan de openbaarmaking inderdaad de persoonlijke levenssfeer van deze personen zou aantasten. Artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet bevat de verplichting om, behoudens toestemming van de betrokkene, een aanvraag af te wijzen als de openbaarmaking afbreuk doet aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Artikel 22 van de Grondwet waarborgt uitdrukkelijk het recht op eerbiediging van het privéleven, net zoals artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens dit doet. De bedoeling en het fundamentele uitgangspunt van de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet bedoelde uitzonderingsgrond bestaat er precies in om het aan iedereen toegekende grondwettelijke recht op de eerbiediging van zijn privéleven te beschermen. Artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet stelt weliswaar dat een verzoek tot openbaarmaking moet worden afgewezen indien de openbaarmaking afbreuk zou doen aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, maar niettemin is hier, hoewel het om een absolute uitzonderingsgrond gaat waardoor er geen belangenafweging moet plaatsvinden tussen het door de uitzonderingsgrond beschermde belang met het belang van de openbaarheid (wat nogmaals uitdrukkelijk werd bevestigd in een recent arrest van de Raad van State, RvS, arrest nr. 243.607 van 7 februari 2019, TBP 2019/6, 339: “Zoals reeds overwogen, moet er geen belangenafweging plaatsvinden tussen het door de uitzonderingsgrond beschermde belang met het belang van de openbaarheid, en de weigering tot openbaarmaking moet niet door deze belangenafweging worden gemotiveerd.”), tevens een relatief aspect aanwezig. De decreetgever was weliswaar van oordeel dat er geen afweging vereist is met het openbaar belang dat met de openbaarheid is gediend, maar wijst er desondanks op dat telkens en in concreto geoordeeld moet worden of er al dan niet een inbreuk is gepleegd op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer (Parl.St. Vl.Parl. 2017-18, nr. 1656/1, 58). De beroepsinstantie merkt op dat bij onderzoek naar de uitzonderingsgrond met betrekking tot de persoonlijke levenssfeer moet worden nagegaan of er al dan niet sprake is van informatie in een bestuursdocument die op de persoonlijke levenssfeer betrekking heeft, zoals bijvoorbeeld namen en mailadressen, welke behoren tot het privéleven van de betrokkenen. De beroepsinstantie is van oordeel dat het vrijgeven van deze gegevens wel degelijk een inbreuk zou uitmaken op de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van die personen. Het privéleven vormt de kern van de persoonlijke levenssfeer (F. SCHRAM, Het decreet openbaarheid van bestuur. Een juridische analyse in historisch perspectief, Brugge, Vanden Broele, 247; Concl. Adv.Gen. bij HvJ 8 april 2014, nr. C-293/12, Digital Rights Ireland Ltd, nr. 61). Het openbaar maken van deze gegevens heeft aldus betrekking op de kern van een belang – het door artikel 22 van de Grondwet en het door artikel 8 EVRM aan eenieder toegekende recht op eerbiediging van zijn privéleven – dat de uitzonderingsgrond uit artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet wenst te beschermen tegen de openbaarheid van bestuur (RvS, nr. 234.609 dd. 2 mei 2016).
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/135
pagina 3 van 5
Voor de toepassing van de uitzonderingsgrond uit artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet is een bijkomende afweging van het belang van de openbaarheid en het belang van de persoonlijke levenssfeer niet vereist, daar het hier een absolute uitzonderingsgrond betreft. De openbaarmaking dient inderdaad te worden afgewezen van zodra wordt vastgesteld dat het beschermde belang door de openbaarmaking zou worden aangetast (RvS nr. 234.609 dd. 2 mei 2016). De beroepsinstantie kon vaststellen dat dit hier het geval is en bijgevolg is de beroepsinstantie dan ook van oordeel dat de mededeling van de hiervoor vermelde gegevens (namen en mailadressen) afbreuk zou doen aan het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen. Deze gegevens moeten dan ook worden afgeschermd in toepassing van artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet. Artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet laat echter wel de mogelijkheid dat dergelijke gegevens toch openbaar worden gemaakt, mits toestemming van de betrokken personen. Volgens artikel II.50, §1, derde lid van het Bestuursdecreet dient de beroepsinstantie in de regel alsnog de betrokken natuurlijke personen om toestemming aan te schrijven voor het overhandigen van een volledig afschrift. De beroepsinstantie heeft per mail van 30 maart 2021 de betrokken personen hiervoor om toestemming gevraagd, doch alle betrokkenen hebben uitdrukkelijk aangegeven dat ze die toestemming niet geven. Conform artikel II.34 2° Bestuursdecreet mag deze informatie bijgevolg niet openbaar gemaakt worden. Artikel II.45 §2 Bestuursdecreet bepaalt dat een bestuursdocument gedeeltelijk openbaar gemaakt wordt als informatie waarop een uitzondering van toepassing is als vermeld in afdeling 3 of waarvoor de verplichting geldt inzake het aantonen van het belang, vermeld in artikel II.40, § 3, tweede lid, samen met andere informatie in een bestuursdocument opgenomen is, en het mogelijk is om de informatie die niet openbaar kan gemaakt worden, te scheiden van de andere informatie. De beroepsinstantie stelt vast dat dit in casu mogelijk is: de klachten kunnen openbaar gemaakt worden, met weglating van de gegevens van de klagers en van de informatie over de andere buren. De beroepsinstantie ziet verder geen andere uitzonderingsgronden die van toepassing zouden zijn op de gevraagde bestuursdocumenten. Het beroepschrift d.d. 24 maart 2021 wordt op grond van de hierboven uiteengezette overwegingen als gegrond beschouwd, met uitzondering van de namen, e-mailadressen en andere informatie die tot identificatie van natuurlijke personen, andere dan verzoekster, kan leiden. Na beraadslaging,
BESLUIT: Het beroepschrift van xxx d.d. 24 maart 2021 tegen de weigeringsbeslissing van Webra wordt als deels onontvankelijk, deels ontvankelijk en deels gegrond, deels ongegrond beschouwd. Bijgevolg dient Webra een afschrift te verlenen van de volgende bestuursdocumenten: - De vijf klachten die dateren vanaf augustus 2020, met weglating van de informatie die tot identificatie van natuurlijke personen, andere dan verzoekster, kan leiden (namen, e-mail adressen…) - De twee geluidsopnames indien zij dateren vanaf augustus 2020.
Geen toestemming tot hergebruik van bestuursdocumenten
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/135
pagina 4 van 5
In zoverre dit beroep gegrond werd verklaard, geldt dat deze inwilliging van de aanvraag tot openbaarmaking GEEN toestemming inhoudt om de gevraagde bestuursdocumenten te hergebruiken, als vermeld in titel II, hoofdstuk 4 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (zie artikel II.44, §3, van het Bestuursdecreet). Brussel, 2 april 2021 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/135
pagina 5 van 5