Vlaanderen is milieu
Jaarverslag Water 2018 syntheserapport
VLAAMSE MILIEUMAATSCHAPPIJ
www.vmm.be
DOCUMENTBESCHRIJVING Titel Jaarverslag water 2018 Samenstellers Afdeling Rapportering Water, VMM Inhoud Dit rapport geeft een algemeen overzicht van de oppervlaktewaterkwaliteit, de bronnen van waterverontreiniging en de zwemwaterkwaliteit in Vlaanderen op basis van de cijfers van de Vlaamse Milieumaatschappij in 2018, zoals deze in de thematische rapporten over de waterkwaliteit zijn behandeld. Wijze van refereren Vlaamse Milieumaatschappij (2020), Jaarverslag water 2018 Verantwoordelijke uitgever Bernard De Potter, Vlaamse Milieumaatschappij Vragen in verband met dit rapport Vlaamse Milieumaatschappij Dokter De Moorstraat 24-26 9300 Aalst Tel: 053 72 62 10 info@vmm.be Depotnummer D/2020/6871/002
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 2
Jaarverslag water 2018
JAARVERSLAG WATER 2018 Hoe evolueert de waterkwaliteit in Vlaanderen? Wat zijn de bronnen van waterverontreiniging? In dit rapport worden de resultaten van 2018 besproken. Waterverontreiniging in Vlaanderen Aan de hand van de parameters biochemisch zuurstofverbruik (BZV), chemisch zuurstofverbruik (CZV), totaal fosfor (P t) en totaal stikstof (N t) is de totale belasting van het oppervlaktewater geëvalueerd. Voor alle 4 parameters is de belasting gedaald met 18 % (BZV), 15 % (CZV), 12 % (N t) en 16 % (P t). De belangrijkste bronnen van verontreiniging in 2018 zijn: - de niet-gekoppelde en niet-gerioleerde gezinnen voor BZV (71 %), CZV (43 %) en P t (30 %); - de landbouwsector voor de nutriënten N t (58 %) en P t (33 %). Om de kwaliteit van het beheer van de saneringsinfrastructuur objectief en gestructureerd in kaart te brengen, werkte de VMM een kader van ecologische performantie-indicatoren (= EPI) uit voor het bovengemeentelijke en het gemeentelijke niveau. In 2018 voldeden 310 van de 314 geëvalueerde RWZI’s aan alle voorwaarden van hun individuele vergunning. In 2018 behaalden 40 van de 314 geëvalueerde RWZI’s de algemene VLAREM-doelstellingen niet. Het belangrijkste knelpunt is de werking van de overstorten. Het verontreinigde overstortwater kan in extreme omstandigheden resulteren in vissterfte, overmatige algengroei, verdwijnen van bepaalde watergebonden fauna. De VMM zet daarom sterk in op de aanpak van deze problematiek. In 2018 is de gemiddelde overstortduur (voortschrijdend over 5 jaar) gedaald naar 1,89 %. Huishoudelijk afvalwater wordt nog niet overal gezuiverd. Om tot een goede waterkwaliteit te komen zijn de verdere uitbouw en de optimalisatie van het rioleringsstelsel essentieel. De uitbouw van de saneringsinfrastructuur wordt gerealiseerd door het gemeentelijk en het bovengemeentelijk investeringsprogramma. In 2018 voerde de nv Aquafin 132 bovengemeentelijke investeringsprojecten uit op 92 werven. In 12 gevallen ging het om werken aan nieuwe of bestaande zuiveringsinstallaties. Sinds 2010 zijn er 87 RWZI’s bijgekomen, waarvan 85 met een capaciteit kleiner dan 10.000 IE. Eind 2018 waren er 318 RWZI’s in werking. Dat zijn er 7 meer dan in 2017, waardoor er zuiveringscapaciteit voor 10.235 IE is bijgekomen. 75 werven zorgden voor de verdere uitbouw of de optimalisatie van het collectorennetwerk dat het ingezamelde afvalwater naar de zuiveringsinstallaties afvoert. Op 34 werven legde de nv Aquafin tegelijkertijd ook gemeentelijke dienstrioleringen aan. Hierdoor steeg de zuiveringsgraad voor Vlaanderen eind 2018 tot ca. 84 %. De rioleringsgraad en de zuiveringsgraad stijgen de laatste jaren gestaag. De grote toenames, door het opnemen van grote lozingspunten van niet-gekoppelde rioolstrengen, liggen ondertussen al enkele jaren achter ons. De sanering voor 42 van de 46 lozingspunten met een vuilvracht groter dan 500 IE is al voorzien. Naast de gekende bronnen van waterverontreiniging hebben ook incidentele verontreinigingen een belangrijke impact op de kwaliteit van het oppervlaktewater. In 2018 verwerkte de milieuincidentenwerking van VMM 973 meldingen. Daarbij waren 254 incidenten het gevolg van falende zuiveringsinfrastructuur, 282 overstorten, 81 mestlozingen, 85 incidenten met olie, 39 incidenten met siloen/of erfsappen, 47 vissterftes en 52 sluikstorten.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Jaarverslag water 2018
3
De nv Aquafin is verplicht een gebeurtenis of een verstoring in de normale werking van de bovengemeentelijke saneringsinfrastructuur als incident te melden aan het Vlaams Gewest. In 2018 meldde Aquafin 452 dergelijke incidenten. Daarvan was 44 % van de incidenten het gevolg van een interne storing in de bedrijfsvoering op de RWZI. De andere incidenten hadden een externe oorzaak, zoals bv. inspoeling van grote hoeveelheden leem in het influent of een externe spanningsonderbreking. In 2018 heeft 63,5 % van de gemelde incidenten een ernstige of zeer ernstige milieu-impact . Het gevoerde beleid werpt zijn vruchten af. De emissies van o.a. bedrijven zijn sinds 1992 sterk gedaald. Ook de systematische verhoging van het aantal aangesloten gezinnen op riool en vervolgens de zuivering op RWZI heeft geleid tot een duidelijk meetbare kwaliteitsverbetering van onze oppervlaktewateren in Vlaanderen. De uitbouw zit zichtbaar op het goede spoor, maar naast de uitbouw wordt ook een goed beheer van de bestaande infrastructuur steeds belangrijker. De laatste jaren zien we een verdere gestage daling van de emissies. Er blijven inspanningen nodig om het ongezuiverd huishoudelijk afvalwater in niet-gerioleerd gebied of dat via niet gekoppelde riolen geloosd wordt aan te sluiten op een individuele of collectieve waterzuivering. Bovendien richten incidentele lozingen van bedrijven en overstorten in het rioolstelsel schade aan op lokaal niveau, veroorzaken de landbouwpercelen via drainage en grondwater een overschrijding van de drempelwaarde nitraat in 28 % van de oppervlaktewatermeetplaatsen. 1 Rechtstreekse maatregelen alleen, zoals de heffing op de lozing van bedrijfsafvalwater in oppervlaktewater en de optimalisatie van de saneringsinfrastructuur huishoudelijk afvalwater, volstaan niet om de sprong te maken naar een goede waterkwaliteit in Vlaanderen. De nodige acties om dit doel toch te bereiken staan beschreven in de maatregelenprogramma’s van de stroomgebiedbeheerplannen.
Algemene waterkwaliteit Globaal gezien vertonen de resultaten voor de algemene fysisch-chemische parameters in 2018 een duidelijke kwaliteitsverbetering. Dit zien we voor bijna alle onderzochte parameters. Voor geleidbaarheid is de situatie er wel op achteruitgegaan, maar dit is te verklaren door de twee opeenvolgende droge jaren. In 2018 voldoen meer waterlichamen aan de type-specifieke norm voor de parameters opgeloste zuurstof, chemisch zuurstofverbruik, totaal fosfor, orthofosfaat, totaal stikstof en nitraat, terwijl er minder waterlichamen voldoen voor de parameters geleidbaarheid en zuurtegraad in vergelijking met de vorige jaren. Over de periode 2007-2018 werd het beste resultaat vastgesteld voor opgeloste zuurstof, chemisch zuurstofverbruik, totaal fosfor, orthofosfaat en totaal stikstof. De gemiddelde zuurstofconcentratie bedraagt 8,4 mg/l en is quasi gelijk aan die van 2017 (8,5 mg/l). De gemiddelde concentratie over de laatste 12 jaar is gestegen van 7,5 mg/l tot 8,4 mg/l. Het percentage van de waterlichamen dat voldoet aan de type-specifieke norm voor opgeloste zuurstof stijgt van 38 % in 2007 naar 62,6 % in 2018. Hiermee wordt het beste resultaat gehaald over de periode 2007-2018. De gemiddelde geleidbaarheid in 2018 bedraagt 1.249 ÂľS/cm. Dit is het hoogste en dus slechtste resultaat van de afgelopen 12 jaar en te verklaren door de twee opeenvolgende droge jaren 2017 en 2018. Het
1
https://www.vmm.be/publicaties/nutrienten-in-oppervlaktewater-in-landbouwgebied-resultaten-map-meetnet-2017-2018
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 4
Jaarverslag water 2018
percentage van de waterlichamen dat voldoet aan de norm voor geleidbaarheid bedraagt 40,5 % en behoort hierbij tot de slechtere scores sinds 2007. De gemiddelde zuurtegraad blijft over de jaren ongeveer gelijk. Ongeveer 70 % van de waterlichamen voldoen aan de norm. De gemiddelde concentratie totaal fosfor in 2018 bedraagt 0,48 mg P/l en daalt sedert 2007 voor het eerst onder de 0,5 mg P/l. In 2018 bedraagt het percentage waterlichamen dat voldoet aan de norm 8,2 % en scoort daarmee het best van de laatste 12 jaar. De gemiddelde concentratie aan orthofosfaat daalt tot 0,28 mg P/l en is daarmee – net zoals in 2012 – de laagst gemeten gemiddelde concentratie in de periode 20072018. Het percentage van de waterlichamen dat voldoet aan de norm stijgt verder tot ca. 27 %. Ook dit is het beste resultaat sinds 2007. Al voldoen meer waterlichamen aan de norm voor deze twee parameters, toch blijven totaal fosfor en orthofosfaat nog steeds problematisch voor de meeste Vlaamse waterlichamen. De gemiddelde concentratie aan totaal stikstof is in 2018 verder gedaald en bedraagt ongeveer 4,5 mg N/l. Het percentage waterlichamen dat voldoet aan de norm, neemt toe van 14 % in 2007 tot ca. 37 % in 2018. Dit is het beste resultaat van de laatste 12 jaar. In 2018 bedraagt de gemiddelde concentratie aan nitraat 3,37 mg N/l en ligt in lijn met het gemiddelde van 2017. In 2016 was de gemiddelde concentratie hoger met 3,7 mg N/l. Het percentage waterlichamen dat in 2018 voldoet aan de norm bedraagt 64,6 % en is van dezelfde grootteorde als in 2017. NutriÍnten in oppervlaktewater in landbouwgebied Het MAP-meetnet is een meetnet van specifieke punten voor de landbouw. Het aantal meetpunten met overschrijding van de drempelwaarde voor nitraat evolueert niet gunstig. Al vijf winterjaren op rij is er geen dalende evolutie in het percentage meetpunten met overschrijdingen. Sinds het winterjaar 2017-2018 is er een stijging van het percentage meetpunten met overschrijdingen, tot 38 % in het winterjaar 2018-2019. Daarmee wordt de doelstelling voor 2018, maximum 5 % meetplaatsen die de drempelwaarde overschrijden, niet gehaald en zijn ingrijpende maatregelen nodig ter verbetering van de waterkwaliteit. Deze maatregelen moeten ook rekening houden met de effecten van klimaatverandering op de waterkwaliteit. De langetermijndoelstelling voor de gemiddelde nitraatconcentratie per afstroomzone is in MAP6 ingesteld op 18 mg nitraat/l. In het winterjaar 2018-2019 wordt dit doel in 97 van de 176 beoordeelde afstroomzones behaald. Dat is een kleine verbetering ten opzichte van de referentieperiode MAP6, maar de doelafstand in de afstroomzones boven de 18 mg nitraat/l wordt groter. In 34 afstroomzones ligt de gemiddelde nitraatconcentratie boven de 32 mg nitraat/l en is de doelafstand tot 18 mg nitraat/l nog zeer groot. Ook voor orthofosfaat zijn de resultaten ongunstig. Slechts 40 % van de meetpunten voldoet aan de milieukwaliteitsnorm en in 83 % van de meetpunten wordt er ofwel geen trend ofwel een stijgende trend gedetecteerd. We concluderen dat het fosfaatprobleem veel wijder verspreid is dan het nitraatprobleem. De fosfaatproblematiek moet dan ook meer aandacht krijgen in de maatregelen voor de verbetering van de waterkwaliteit in het kader van het mestbeleid.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Jaarverslag water 2018
5
Biologie De Europese kaderrichtlijn Water voorziet in een beoordeling van de volgende biologische kwaliteitselementen: fytoplankton, overige waterflora (fytobenthos en macrofyten), macro-invertebraten en vissen. In de meetcyclus 2016-2018 behaalt 36 % van de beoordeelde Vlaamse waterlichamen de doelstelling zeer goed of goed voor macro-invertebraten. Voor macrofyten is dit 20 %, voor fytoplankton 42 % en voor fytobenthos 31 %. Het percentage waterlichamen in de kwaliteitsklasse slecht varieert tussen de 9 % voor macro-invertebraten en 25 % voor macrofyten. Voor elk van deze kwaliteitselementen, behalve voor fytoplankton, is er wel een verbetering zichtbaar in de kwaliteitstoestand, met een toename van het percentage als goed beoordeelde waterlichamen en een daling van het aandeel als ontoereikend of slecht beoordeelde waterlichamen. De kaderrichtlijn Water schrijft wel voor dat het slechtst beoordeelde kwaliteitselement doorslaggevend is wanneer een beoordeling op waterlichaamniveau wordt gemaakt (het ‘one out, all out’-principe). Uit deze evaluatie blijkt dat maar 4 % van de Vlaamse waterlichamen een beoordeling beter dan matig krijgt. Maar 28 % van de waterlichamen scoort matig, 44% ontoereikend en 24% heeft voor minstens één biologisch kwaliteitselement nog de slechte beoordeling. Dit is wel een duidelijke verbetering t.o.v. de vorige beoordelingscyclus toen nog 37 % slecht scoorde en maar 1 % goed. Het behalen van de doelstelling voor de goede toestand voor de biologische kwaliteitselementen is wel nog heel veraf. Er zijn verdere inspanningen nodig om de biologische kwaliteit van de waterlichamen te verbeteren. Kwaliteit van het zwemwater Op basis van de Europese Zwemwaterrichtlijn wordt het zwemwater ingedeeld in 4 verschillende klassen: uitstekend, goed, aanvaardbaar of slecht. Deze indeling gebeurt op basis van alle bacteriologische resultaten van de afgelopen 4 badseizoenen en geeft dus de gemiddelde zwemwaterkwaliteit weer. In 2018 behoorden 82 zwemwateren tot de klasse uitstekend, 5 tot de klasse goed en 2 tot de klasse aanvaardbaar. Het aantal uitstekende zwemwateren is het hoogste ooit, vooral door de blijvende verbetering van de zwemwaterkwaliteit aan de kust. Besluit De belasting van het oppervlaktewater door bedrijven en huishoudens neemt nog altijd geleidelijk af voor de algemene parameters BZV, CZV en totaal fosfor. De metingen van nutriënten in landbouwgebied geven aan dat de belasting van het oppervlaktewater met nitraat en orthofosfaat de laatste jaren opnieuw toenam. Globaal gezien vertonen de resultaten voor de algemene fysisch-chemische parameters in 2018 een duidelijke kwaliteitsverbetering. Ook de biologische kwaliteit verbetert, al scoort nog altijd maar 4 % van de Vlaamse waterlichamen een beoordeling beter dan matig. Het behalen van de doelstelling voor de goede toestand voor de biologische kwaliteitselementen is dus nog heel veraf. \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 6
Jaarverslag water 2018
Verdere inspanningen om de normen te behalen, zoals vastgesteld in de stroomgebiedbeheerplannen, zijn noodzakelijk voor het bereiken van een goede ecologische en chemische toestand in de Vlaamse waterlichamen. Rechtstreekse maatregelen alleen, zoals de heffing op de lozing van bedrijfsafvalwater in oppervlaktewater en de optimalisatie van de saneringsinfrastructuur huishoudelijk afvalwater, volstaan niet.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Jaarverslag water 2018
7
REFERENTIES Vlaamse Milieumaatschappij (2019), Fysisch-chemische kwaliteit oppervlaktewater 2018. http://www.vmm.be/publicaties Vlaamse Milieumaatschappij (2019), Waterverontreiniging in Vlaanderen in 2018. http://www.vmm.be/publicaties Vlaamse Milieumaatschappij (2019), Kwaliteit van het zwemwater in 2018. http://www.vmm.be/publicaties Vlaamse Milieumaatschappij (2019), NutriĂŤnten in oppervlaktewater in landbouwgebied, resultaten MAPmeetnet 2018-2019. http://www.vmm.be/publicaties Vlaamse Milieumaatschappij (2019), Biologische kwaliteit van de Vlaamse oppervlaktewateren 2016-2018 http://www.vmm.be/publicaties
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 8
Jaarverslag water 2018
Vlaamse Milieumaatschappij Dokter De Moorstraat 24-26 9300 Aalst www.vmm.be