Advies Over het voorontwerp van decreet tot wijziging van het decreet van 27 april 2018 tot regeling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid, wat betreft de invoering van de ondersteuningstoeslag Brussel, 17 september 2021
VlaamseRaadWVG_KGJW_20210917_Decreet ondersteuningstoeslag_ADV DEF.docx Vlaamse Raad voor Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Wetstraat 34-36, 1040 Brussel T +32 2 209 01 11 info@vlaamseraadwvg.be www.vlaamseraadwvg.be
Voorontwerpdecreet van de Vlaamse Regering over de ondersteuningstoeslag
Adviesvraag: Voorontwerp van decreet tot wijziging van het decreet van 27 april 2018 tot regeling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid, wat betreft de invoering van de ondersteuningstoeslag Adviesvrager: Wouter Beke - Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en Armoedebestrijding Ontvangst adviesvraag: 19 juli 2021 Adviestermijn: tot 20 september 2021 Decretale opdracht: adviesfunctie Goedkeuring kamer: Sectorale kamer Gezin en Jongerenwelzijn – 17/09/2021 Contactpersoon: Annemie Nys – anys@serv.be Gunter Naets – gnaets@serv.be
2
Voorontwerpdecreet van de Vlaamse Regering over de ondersteuningstoeslag
3
Voorontwerpdecreet van de Vlaamse Regering over de ondersteuningstoeslag
Inhoud Inhoud .................................................................................................................................. 4 Advies .................................................................................................................................. 5 1
Voorafgaandelijke beschouwingen ...................................................................... 5
2
Integratie in het Groeipakket................................................................................. 6
3
Concrete opmerkingen en vragen bij het voorontwerpdecreet .......................... 7
3.1
Artikelsgewijze opmerkingen................................................................................ 7
3.2
Impact voor de Vlaamse overheid ........................................................................ 8
3.3
Punctuele opmerkingen ........................................................................................ 8
4
Voorontwerpdecreet van de Vlaamse Regering over de ondersteuningstoeslag
Advies Situering De Vlaamse Raad voor Welzijn, Volksgezondheid en Gezin (hierna: de raad) is om advies gevraagd over het voorontwerp van decreet tot wijziging van het decreet van 27 april 2018 tot regeling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid, wat de invoering van de ondersteuningstoeslag betreft. Deze adviesvraag is binnen de raad behandeld door de Kamer Gezin en Jongerenwelzijn, die het advies in consensus goedkeurde op 17 september 2021. Met dit voorontwerp van decreet wordt de derde pijler van het huidige Groeipakket uitgebreid met een ondersteuningstoeslag. Deze ondersteuningstoeslag is een overname van het basisondersteuningsbudget (hierna: BOB) dat momenteel door de Vlaamse sociale bescherming (hierna: VSB) wordt uitbetaald en een onderdeel vormt van de persoonsvolgende financiering.
1
Voorafgaandelijke beschouwingen
In het kader van de eenmaking van de drie vormen van zorgbudget (voor zwaar zorgbehoevenden, voor ouderen met een zorgnood en voor personen met een handicap) tot één type zorgbudget wijzigde de Vlaamse Regering het BOB voor personen met een handicap. Met deze wijziging verdwijnt het concept van het BOB behalve voor kinderen die recht hebben op dit budget ten gevolge van de zwaarste inschaling in de zorgtoeslag uit het Groeipakket en voor personen die vrijwillig van niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning overstappen naar BOB. De raad verwijst naar zijn advies van 30 oktober 20201 waar fundamentele opmerkingen werden geformuleerd bij het bevriezen en stelselmatig verder afbouwen van het BOB. Het is tot op heden onduidelijk hoe het geïntegreerde zorgbudget zal worden vormgegeven. De raad herneemt zijn standpunt dat goed beleid betekent dat eerst het nieuwe zorgbudget uitgewerkt wordt, vooraleer bestaande instrumenten worden ingeperkt. De raad stelt nu vast dat de Vlaamse Regering toch doorzet met de wijziging van het BOB. Omdat het bredere kader van deze wijziging ontbreekt, zal de raad in wat volgt de integratie van het BOB in het Groeipakket als een geïsoleerde beleidsmaatregel beoordelen. De raad wenst dat het geïntegreerde zorgbudget goed wordt vormgegeven, en roept de Vlaamse Regering daarom opnieuw op om vaart te zetten achter de blauwdruk van het ééngemaakte zorgbudget en de stakeholders daarbij te betrekken.
1
Advies "Voorontwerp van besluit basisondersteuningsbudget"
van
de
Vlaamse
Regering
wat
betreft
de
wijziging
van
het
5
Voorontwerpdecreet van de Vlaamse Regering over de ondersteuningstoeslag
2
Integratie in het Groeipakket
De raad ziet de integratie van het BOB in het Groeipakket als een positief initiatief gezien de beperkte en samenvallende doelgroep. Het biedt bovendien de opportuniteit om het BOB maximaal automatisch toe te kennen op basis van de info waarover het Agentschap Opgroeien, het Vlaams Agentschap voor de Uitbetaling van Toelagen in het kader van het Gezinsbeleid (VUTG) en de uitbetalers momenteel beschikken via de toekenningscriteria van de zorgtoeslag voor kinderen met een extra ondersteuningsbehoefte (handicap of beperking). De raad hoopt dat dit – net zoals bij de inkanteling van de schooltoelagen kleuter-, lager en secundair onderwijs in het Groeipakket via de schooltoeslag – de non-take-up sterk zal verlagen.
Een meerwaarde voor iedereen De integratie moet wel een meerwaarde betekenen voor alle kinderen uit de beoogde doelgroep, dus zowel voor kinderen woonachtig in Vlaanderen als voor kinderen woonachtig in Brussel. Kinderen die recht hebben op een ondersteuningstoeslag zullen in Brussel bij twee verschillende kinderbijslagfondsen moeten aankloppen, namelijk bij een Brussels kinderbijslagfonds voor een verhoogde kinderbijslag én bij een Vlaamse uitbetaler van het Groeipakket voor een ondersteuningstoeslag. Voor de Brusselse doelgroep betekent dit dat er een uitdrukkelijke aanvraag zal moeten worden ingediend bij een uitbetalingsactor naar keuze of er vanuit het VUTG een ambtshalve onderzoek zal worden opgestart. Voor kinderen die woonachtig zijn in Vlaanderen kan dit geautomatiseerd gaan. De raad vreest dat deze bijkomende tussenstap voor de Brusselse kinderen en jongeren drempelverhogend zal zijn, en op die manier het niet bereikte aandeel van de doelgroep kan/zal toenemen. De raad pleit er dan ook voor om voldoende begeleidende en proactieve maatregelen uit te werken zodat de effectiviteit en efficiëntie van de beschermingsmaatregel én ook de keuzevrijheid van de gezinnen gegarandeerd kan worden.
Geen besparing op de financiële ondersteuning De inkanteling van het BOB in het Groeipakket mag bovendien geen besparing betekenen op de financiële ondersteuning van kinderen met een specifieke zorgnood. We lezen in de nota dat “bij hogere inschalingen op de medisch-sociale schaal een toeslag louter voor de opvoedingskosten (m.a.w. de zorgtoeslag) niet afdoende is”. De raad onderschrijft deze stelling en is dan ook tevreden dat de ondersteuningstoeslag naast de zorgtoeslag wordt behouden. Hoewel beide toeslagen de autonomie van het kind met een handicap verhogen, moeten kinderen met een hogere zorgnood (i.e. hogere inschalingen op de medisch-sociale schaal) ook in de toekomst op het budget van beide toeslagen kunnen rekenen. Een eventuele samenvoeging zou misschien een administratieve en inhoudelijke vereenvoudiging zijn, maar mag geenszins tot een besparing op de financiële ondersteuning leiden. Bovendien hebben de zorgtoeslag en de ondersteuningstoeslag verschillende doelstellingen: de zorgtoeslag is een tegemoetkoming voor de inspanningen die ouders leveren op het vlak van participatie en integratie van hun kind, terwijl de ondersteuningstoeslag tegemoet komt in de extra niet-medische kosten als gevolg van de handicap/beperking.
Wat met de continuïteit? Tot slot blijven er onduidelijkheden overeind over de continuïteit van de ondersteuning bij kinderen en jongeren eens er geen recht meer is op het Groeipakket. De raad betreurt het dat jongeren wiens Integratie- of Inkomensvervangende tegemoetkoming (IT/IVT) aanvraag 6
Voorontwerpdecreet van de Vlaamse Regering over de ondersteuningstoeslag
goedgekeurd wordt wanneer ze 18 jaar oud worden, geen recht meer zullen hebben op een BOBbudget/ondersteuningstoeslag terwijl ze op de wachtlijst staan voor een persoonsvolgend budget (PVB). Dit zijn immers twee verschillende instrumenten, met verschillende doelstellingen.
3
Concrete opmerkingen en vragen bij het voorontwerpdecreet
3.1
Artikelsgewijze opmerkingen
Artikel 5: De voorwaarden om recht te kunnen geven Het nieuwe artikel 56/1 dat dit decreet toevoegt aan het decreet van 22 maart 2019 bevat de voorwaarden waaraan een kind moet voldoen om recht te hebben op een ondersteuningstoeslag. •
•
•
De voorwaarde dat het kind minstens 12 punten moet scoren op de medisch-sociale schaal voor de zorgtoeslag ontbreekt in deze opsomming. Gezien de andere voorwaarden expliciet worden opgesomd in het nieuwe artikel 59/1, zou het duidelijker zijn dat ook de minimumscore van 12 punten in dit artikel wordt opgenomen. Uit artikel 5 blijkt niet dat het een voorwaarde is om zich aan te sluiten bij de Vlaamse sociale bescherming alvorens een ondersteuningstoeslag te kunnen ontvangen. Echter, in de memorie van toelichting wordt gesteld dat: “de resterende voorwaarden [] ook vandaag [worden] gesteld door de Vlaamse sociale bescherming.” Door de expliciete verwijzing naar de VSB, is het voor de raad niet duidelijk of de aansluiting bij de Vlaamse sociale bescherming, meer bepaald de aansluiting bij een Zorgkas en in regel zijn met de bijdragebetaling, een voorwaarde is. Enkel als de ‘verzekeringsvoorwaarde’ via de VSB komt te vervallen, werkt de nieuwe regelgeving ten aanzien van bestaande regeling drempelverlagend. De raad vraagt dan ook om hier duidelijkheid over te verschaffen. De raad gaat ervan uit dat de ondersteuningstoelage zich toespitst op kinderen die gelinkt zijn aan de Vlaamse Gemeenschap. Het is echter niet duidelijk hoe – specifiek dan voor de Brusselse kinderen – die link zal worden gemaakt. De raad vraagt om dit te verhelderen.
Artikel 6: De regels voor de aanwijzing van de begunstigden van de gezinsbijslagen Door de toevoeging van het nieuwe 2e lid aan artikel 63 van het decreet van 22 maart 2019 zal voor de ondersteuningstoeslag niet het rechtgevend kind aangewezen worden als begunstigde, maar zullen de regels voor de aanwijzing van de begunstigden van de gezinsbijslagen gevolgd worden. De raad vindt dat er de mogelijkheid moet bestaan dat gescheiden ouders kunnen overeenkomen om de ondersteuningstoeslag onderling te verdelen, bijvoorbeeld op basis van de verblijfsregeling of volgens een andere verdeelsleutel (bijvoorbeeld elk de helft bij een gelijkmatig verdeelde huisvesting). Zo een onderlinge verdeling van de ondersteuningstoeslag moet wel steeds een vrije keuze van de ouders blijven en mag geen automatische verplichte verdeling inhouden.
7
Voorontwerpdecreet van de Vlaamse Regering over de ondersteuningstoeslag
Artikel 8: De geschillencommissie Artikel 8 vervangt de zinssnede ‘Bij een geschil over de kwalificatie van de ernst van de ondersteuningsbehoefte’ door de zinsnede ‘Bij een geschil over de beslissing tot toekenning of weigering van de zorgtoeslag voor kinderen met een specifieke ondersteuningsbehoefte of de ondersteuningstoeslag’ Met deze wijziging worden de beroepsmogelijkheden van de ouders sterk beperkt omdat ze niet langer beroep zouden kunnen aantekenen tegen de score die een controlearts na het controleonderzoek van het kind toekent op basis van de medisch-sociale schaal, maar alleen tegen de beslissing of toekenning van de toeslagen op basis van de toegekende score. Deze aanpassing belet de beroepsmogelijkheden van ouders die niet akkoord gaan met de score toegekend door de controlearts, die daardoor als ‘onfeilbaar’ overkomt. Tenzij ouders nog via een andere weg in beroep kunnen gaan tegen deze medische beslissing, betreurt de raad deze aanpassing ten zeerste.
3.2
Impact voor de Vlaamse overheid
Over de budgettaire impact De raad vraagt zich af of de Vlaamse regering jaarlijks een vast budget overhevelt (van 30,2 miljoen) van de VSB naar het Groeipakket of het budget jaarlijks aan de reële behoeften wordt aangepast? De raad leest verder dat de werkingstoelage aan de zorgkassen voor de totaliteit van het BOB bij BA2021 409.000€ bedraagt. Wordt het aandeel van het BOB voor kinderen in deze werkingstoelage overgeheveld naar het Agentschap Opgroeien, het VUTG en de uitbetalers aangezien zij voortaan de ondersteuningstoeslag zullen toekennen en uitbetalen? De partiele overheveling van deze werkingskosten vinden we nergens terug in de bezorgde teksten.
3.3 • •
•
Punctuele opmerkingen
Artikel 5, 2e lijn van het 1e punt: Taalcorrectie: ‘hij’ vervangen door ‘het’ omdat een kind ‘onzijdig’ is en niet ‘mannelijk’. Artikel 5, onder het 4e punt in de lijn die begint met “Een ondersteuningstoeslag”: achter ‘300 euro’ de woorden ‘per maand’ toevoegen. In de huidige ontwerptekst ontbreekt de periodiciteit van deze toeslag. Artikel 8, 4e regel van de 2e alinea op p. 4 van de nota aan de Vlaamse regering: Taalcorrectie: ‘naar’ voor de woorden ‘te leggen’ vervangen door ‘neer’.
8