Gezamenlijk advies
Advies Wijziging 8 VLAREMA
Advies betreffende het ontwerpbesluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen Datum van goedkeuring
28/01/2021
Datum goedkeuring SERV
1/02/2021
Volgnummer
21| 005
Coördinator + e-mailadres
Pieter Noens, pieter.noens@minaraad.be
Co-auteur + e-mailadres
Annick Lamote, alamote@serv.be
Inhoudstafel Krachtlijnen ........................................................................................................................................ 3 Procesbeschrijving.............................................................................................................................. 5 Dossierbeschrijving ............................................................................................................................ 6 Aanbevelingen.................................................................................................................................... 7 1 Algemeen ........................................................................................................................... 7 2 Wijziging van een aantal definities .................................................................................... 7 3 Selectieve inzameling van bedrijfsafval ............................................................................. 7 4 Verplichte sloopopvolging grote werven........................................................................... 8 5 Uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV) ................................................... 15 5.1 Afgedankte matrassen.................................................................................... 15 5.2 Vrijwillige terugname ..................................................................................... 18 6 Implementatie asbestinventarisatie ................................................................................ 19 7 Digitale tracering afvaltransport en verwerking.............................................................. 19 8 Zelfbeoordeling ................................................................................................................ 20
Minaraad, advies Wijziging 8 VLAREMA, 28/01/2021
2
Krachtlijnen Minaraad en SERV zijn om advies gevraagd over “VLAREMA 8”. De Raden stellen vast dat het ontwerpbesluit een regeling bevat die reeds in werking is getreden, met name de aanvaardingsplicht voor matrassen. Zij vragen erover te waken dat zij bij toekomstige ontwerpregelgeving tijdig kunnen inspreken. Om te komen tot een betere scheiding van bedrijfsafval voert het ontwerpbesluit een aantal regels in. Zonder hiermee afbreuk te doen aan de beleidskeuze om zoveel mogelijk in te zetten op bronsortering, vragen de Raden om, samen met de sector, na te denken over de mogelijkheden om gebruik te maken van de in het VLAREMA opgenomen afwijkingsbepaling, meer bepaald de samenvoeging van verschillende afvalfracties in hetzelfde recipiënt mits voldaan wordt aan diverse voorwaarden. Met het oog op het beter sluiten van materiaalkringlopen in de bouwsector, herhalen de Raden het belang van een goede kwaliteitsborging doorheen de volledige gebouwlevenscyclus. Vanuit dit oogpunt begrijpen de Raden dat de invoering van de verplichte sloopopvolging voor grote werven een belangrijke volgende stap is. Aanpassing van het Eenheidsreglement en toezicht op de aparte verwerking van HMRP- en LMRP-puin zijn belangrijke aandachtspunten. Op een meer algemeen niveau pleiten de Raden, samen met de sector, voor een meer verantwoord afval- en materialenbeheer op alle bouw- en sloopwerven. Zij vragen om in overleg met alle betrokken actoren te onderzoeken hoe er vorm kan worden gegeven aan een werkbaar traject voor het toepassen van sloopopvolging op alle werven en met hierbij aandacht voor alle belangrijke (gevaarlijke en niet-gevaarlijke) materiaalstromen. Omdat idealiter reeds in de ontwerp- en bouwfase de nodige informatiebasis wordt gelegd voor een veilig sloopbeheer, en bij uitbreiding voor het duurzaam materialenbeheer gedurende de gehele gebouwlevenscyclus, vragen zij om met alle betrokken actoren te onderzoeken hoe er eveneens vorm kan worden gegeven aan een werkbaar traject voor het invoeren van het materialenpaspoort. Belangrijk is dat dit geleidelijk gebeurt, aan de hand van proefprojecten met aandacht voor tussentijdse evaluaties, en dat dit tijdig gebeurt, zodat de volgende stappen en bouwstenen duidelijk zijn voordat de beoogde grootschalige renovatiegolf op kruissnelheid komt. Een algemeen aandachtspunt bij het verder vormgegeven van een adequaat informatiebeheer ter ondersteuning van de circulaire bouweconomie is ook het streven naar een administratieve vereenvoudiging voor de verschillende bouwpartners, onder meer door in te zetten op een efficiënte/geïntegreerde data-inwinning en -ontsluiting. De Raden vragen om in het nieuw aangekondigde preventieprogramma voor de bouw zicht te bieden op de volgende stappen die in bovenstaand verband gezet zullen worden. Wat de aanvaardingsplicht voor matrassen betreft, stellen de Raden vast dat er verschillende visies bestaan omtrent de aangewezen invulling. Enerzijds zijn er raadsorganisaties die geen gegronde redenen zien voor een algemene afwijking op de ‘1 voor 1’-regeling. Anderzijds zijn er raadsorganisaties die de afgesproken regeling wel ondersteunen. Ook over het ambitieniveau van de inzameldoelstellingen liggen de meningen enigszins uit elkaar.
Minaraad, advies Wijziging 8 VLAREMA, 28/01/2021
3
De Raden appreciëren dat er voorzien wordt in een wettelijk kader dat verduidelijkt wanneer de vrijwillige terugname van bepaalde huishoudelijke afvalstoffen via eindverkopers, naast de gemeentelijke inzameling in het kader van de zorgplicht, kan bestaan. Om ervoor te zorgen dat dit kader voldoende stimulerend werkt, stellen de Raden voor om voor de initiatiefnemers te voorzien in een testperiode. De Raden verwelkomen tenslotte dat er verduidelijkingen worden aangebracht over de toepassing van de zelfbeoordelingsprocedure (door bedrijven) voor het bepalen wanneer een (afval)materiaal een grondstof is. De Raden vragen om in het voorstel aan de betrokkenen meer houvast te bieden, om nodeloze dubbele inspanningen te voorkomen en m.h.o. op administratieve vereenvoudiging. Ook vragen de Raden om het overleg omtrent de nadere invulling van deze procedure te starten.
Minaraad, advies Wijziging 8 VLAREMA, 28/01/2021
4
Procesbeschrijving Datum adviesvraag
21 december 2020
Naam adviesvrager + functie
Mevr. Zuhal DEMIR, de Vlaamse minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme
Rechtsgrond van de adviesvraag
D.A.B.M., art.112.1. §2, 2°
Adviestermijn
30 dagen na ontvangst
Samenwerking
SERV
Overlegcommissie
WCMH
Vergaderingen: soort + datum
7 januari (WCMH), 20 januari (WCMH), 28 januari (Raad)
De Minaraad en SERV ontvingen de adviesvraag op 21 december 2020. De adviestermijn bedraagt dertig dagen. Gelet op de timing van de adviesvraag (net voor het kerstverlof) en de omvang van het dossier was deze termijn voor de Raden niet haalbaar. Zij vroegen en verkregen een verlenging van de adviestermijn tot eind januari 2021. Voorafgaand aan de adviesvraag organiseerde het secretariaat van de Minaraad op 29 oktober 2020 een online-werkgroepssessie om gezamenlijk reeds kennis te nemen van het beleidsvoorstel inzake het invoeren van een verplichte sloopopvolging voor grote werven in de bouwsector.
Minaraad, advies Wijziging 8 VLAREMA, 28/01/2021
5
Dossierbeschrijving Het dossier bestaat uit: −
Nota aan de Vlaamse regering; [8 pagina’s]
−
Ontwerp van besluit van de Vlaamse regering[1]; [60 pagina’s]
−
Verslag aan de Vlaamse regering: [42 pagina’s]
−
Diverse bijlagen; [6 in aantal]
−
Advies inspectie van financiën;
−
Begrotingsakkoord Vlaams minister van Financiën en Begroting, Wonen en Onroerend Erfgoed;
Het ontwerp van besluit strekt er toe het VLAREMA en bijlage VIII van het besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van titel XVI van het DABM te wijzigen, om de Vlaamse wetgeving conform te maken met de kaderrichtlijn afvalstoffen, de richtlijn havenontvangstvoorzieningen voor afvalafgifte van schepen en de IMO-richtsnoeren1 gekoppeld aan de gewijzigde MARPOL Annex V2. Aldus wil men met deze besluitwijziging ook bijdragen aan de doelstelling van het Vlaamse regeerakkoord (p. 146), i.e. om de gescheiden inzameling met het oog op recyclage te verhogen tot 77,5 % tegen 2030. Het besluit snijdt tal van topics aan, waaronder de volgende: Verplichte sloopopvolging van grote werven om de kwaliteit van gerecycleerde puingranulaten te verbeteren (cf. art. 4,3°, 40, 42 en 70).
Maatregelen die nodig zijn voor de asbestinventarisatie in uitvoering van het actieplan asbestafbouw (cf. art. 53 en 62) Nieuwe bepalingen die de digitalisering van afvaltransportdocumenten mogelijk maken zodat de tracering van transport en verwerking van afval wordt bevorderd (cf. art. 60)
Hoofdtopics VLAREMA 8
Duidelijkere spelregels voor de ophaling van bedrijfsrestafval m.h.o. op gescheiden inzameling van recycleerbare fracties bij bedrijven en het garanderen van een gelijk speelveld in de inzamelsector (cf. art. 54 e.a.);
1
IMO Resolutie MEPC.219(63).
2
IMO Resolutie MEPC.201(62) en IMO Resolutie MEPC.277(70).
Minaraad, advies Wijziging 8 VLAREMA, 28/01/2021
Verplichting om vanaf eind 2023 bioafval uit het restafval te weren bij alle huishoudens en bedrijven (cf. art. 38 en 69).
Verruiming van de pmd-definitie zodat vanaf april 2021 de gescheiden inzameling van alle huishoudelijke plastic verpakkingen verplicht is (cf. art. 4, 8° en 68) UPV Inzamel- en recyclagedoelstellingen voor matrassen (aanvaardingsplicht);verhoging recyclagedoelstellingen voor afvalbanden; nieuwe afspraken voor batterijen en accu s rond het stellen van waarborgen voor de financiering van inzameling en recyclage; duidelijkere regels bij verkoop op afstand; (diverse artikelen)
6
Aanbevelingen 1 [1]
2
Algemeen Aandacht voor een tijdige adviesvraag. De Raden stellen vast dat het ontwerpbesluit een regeling bevat die reeds in werking is getreden, meer bepaald de aanvaardingsplicht voor matrassen. De Raden vragen erover te waken dat zij bij toekomstige ontwerpregelgeving tijdig kunnen inspreken.
Wijziging van een aantal definities
[2]
Inleiding. Het ontwerpbesluit voegt diverse nieuwe definities in (o.a. beheerder van een onlinemarktplaats, bouw- en sloopafval, huishoudelijk restafval, in hoofdzaak residentiële gebouwen, …) en wijzigt of vervangt diverse bestaande definities (o.a. matrassen, pmd-afval, producent, …).
[3]
Nieuwe definitie voor pmd-afval – al of niet volledige uitsluiting van EPS-verpakking. Art. 4, 8° van het ontwerpbesluit vervangt de huidige definitie van pmd-afval door de volgende definitie: “67° pmd-afval: afval van alle plastic verpakkingen, metalen verpakkingen en drankkartons bestemd voor gebruik door huishoudens of vergelijkbaar bedrijfsmatig gebruik, met uitzondering van afval afkomstig van klein gevaarlijk afval en geëxpandeerd polystyreen verpakkingen;”. Deze nieuwe definitie, die overeenkomstig art. 68 van het ontwerpbesluit in voege zou treden op 1 juli 2021, wordt ingevoerd m.h.o. op de uitrol van de nieuwe (uitgebreide) pmd-inzameling. De Raden stellen vast dat deze definitie, voor wat de plastic-fractie betreft, verschilt van de volgende definitie, die in art. 2, §2, d, van de erkenning van de Fost Plus is opgenomen: "alle plastics van huishoudelijke verpakkingen, met uitzondering van KGAafval en EPS (non food)”. Bij deze laatste worden alleen EPS-verpakkingen voor non-food toepassingen uitgesloten van het toepassingsgebied, en dus niet, in tegenstelling tot wat nu voorligt, EPS in het algemeen. Om mogelijke verwarring bij de implementatie te voorkomen, vragen de Raden om de VLAREMA-definitie volledig te laten aansluiten bij deze uit de erkenning van Fost Plus.
3 [4]
Selectieve inzameling van bedrijfsafval Regels voor het beheer van bedrijfsrestafval. Om bij bedrijven het scheiden van de recycleerbare fracties en het restafval aan de bron te verbeteren, voegt art. 54 van het ontwerpbesluit een nieuwe afdeling 5.5 toe aan het VLAREMA, met bepalingen over het beheer van bedrijfsrestafval. Ook beogen deze regels een gelijk speelveld te garanderen binnen de inzamelsector. Er was aanvankelijk voorzien om deze regels per ministerieel besluit in te voeren als een code van goede praktijk. Op advies van de Raad van State worden deze regels nu opgenomen in het VLAREMA.
Minaraad, advies Wijziging 8 VLAREMA, 28/01/2021
7
Zonder hiermee afbreuk te willen doen aan de beleidskeuze om zoveel mogelijk in te zetten op bronsortering, vragen de Raden om, eveneens samen met de sector, na te denken over de mogelijkheden om gebruik te maken van de in art. 4.3.2 van het VLAREMA opgenomen afwijkingsbepaling alsook om administratieve vereenvoudigingen hieromtrent uit te werken en te implementeren. Deze bepaling stelt dat de afvalstoffenproducent verschillende afvalfracties die in aanmerking komen voor hoogwaardige materiaalrecyclage, alsook houtafval, kan samenvoegen in hetzelfde recipiënt, onder een aantal cumulatieve voorwaarden3. Dat zou dus met andere woorden een deel van de oplossing kunnen zijn om het aantal sorteerfouten te doen dalen alsook het bedrijfsrestafval.
4 [5]
Verplichte sloopopvolging grote werven Beleidsvoorstel verplichte sloopopvolging4. Art. 40 voert een verplichte sloopopvolging in voor grote werven. De verschillende componenten van het voorstel laten zich als volgt kort weergeven: Art. 4, 3° legt een nieuwe definitie vast voor bouw- en sloopafval, conform de Europese kaderrichtlijn. Art. 4, 4° verduidelijkt de definitie voor in hoofdzaak residentiële gebouwen om duidelijker te maken wie wel en niet een sloopopvolgingsplan moet opstellen.
Verplichte sloopopvolging
Definities
Beleidsvoorstel
Memorie van Toelichting
Art. 40 maakt de sloopopvolging (d.i. de opmaak van een sloopopvolgingsplan volgens de standaardprocedure en de toepassing van het traceerbaarheidssysteem) verplicht voor grote werven
Toepassingsgebied grote werven (ingevoerd via VLAREMA 6) niet-residentiële gebouwen > 1000 m³
in hoofdzaak residentiële gebouwen > 5000 m³ infrastructuur(onderhouds)werken > 250 m³
Het voorstel is ingegeven vanuit een streven naar een verbeterde en gegarandeerde kwaliteit van gerecycleerde granulaten. −
Men wil ten eerste de milieurisico’s bij de navolgende inzet van gerecycleerde granulaten zoveel mogelijk beperken, door te vermijden dat er gevaarlijke stoffen (bv. asbest) of andere stoorstoffen in terechtkomen. Op die manier kunnen de VLAREMA/milieunormen, die gelden voor het gebruik van de granulaten in een nieuwe toepassing, worden gehaald.
−
Ten tweede wil men een voldoende afzet kunnen garanderen. Nu worden granulaten, als ze van mindere kwaliteit zijn, vooral in “downcycling” toepassingen gebruikt, bv. wegfunderingen. Deze markten geraken verzadigd. Daarom moet er
3
Het moet gaan om droge, niet-gevaarlijke afvalfracties waarbij de samenvoeging van de fracties het uitsorteren en de hoogwaardige verwerking van de afzonderlijke afvalfracties niet verhindert, het recipiënt moet overgebracht worden naar een vergunde sorteerinrichting waar de fracties volledig worden uitgesorteerd en de afvalstoffenproducent moet daarover een contract afgesloten hebben met een inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar, waarin de samengevoegde fracties worden gespecificeerd. (Bron: VLAREMA, art. 4.3.2, alsook het Verslag aan de Vlaamse Regering, p. 28-29).
4
Toelichting op basis van de hoorzitting dd. 29 oktober 2020.
Minaraad, advies Wijziging 8 VLAREMA, 28/01/2021
8
gezocht worden naar nieuwe toepassingen die soms hogere kwaliteitseisen met zich meebrengen. −
Een belangrijk contextelement dat speelt is de verwachting dat de hoeveelheid bouw- en sloopafval de komende jaren zal toenemen onder impuls van de beoogde grootschalige renovatiegolf.
Sloopopvolging betreft het toepassen van een kwaliteitszorgsysteem en omvat diverse processtappen5. Puin waarop sloopopvolging werd toegepast, krijgt een laagmilieurisicoprofiel LMRP (d.i. puin met garantie over herkomst en milieuhygiënische kwaliteit). Dit puin kan gemakkelijker voor verwerking worden afgevoerd naar een breker omdat hierop minder strenge keuringseisen6 van toepassing zijn dan bij HMRP-puin (d.i. puin waarvan het voortraject niet gekend is). Het geheel van de sloopvolging wordt verzorgd door een sloopbeheerorganisatie. Vandaag gebeurt sloopopvolging op vrijwillige basis. In de praktijk wordt dit bijna niet toegepast, waardoor het aanbod van LMRP-puin bij de breker beperkt is. Het weinige LMRP-puin dat wordt aangeboden wordt dan ook in de praktijk vaak samen verwerkt met het HMRP-puin. Hiermee biedt de breker op zijn beurt geen stimulans aan de aannemer om LMRP-puin aan te bieden, want de lagere uitkeuringseisen die verbonden zijn aan LMRP-puin resulteren vandaag niet, gezien de gezamenlijke verwerking, in een lagere verwerkingsprijs. Een bijkomend probleem is dat de kwaliteit van de sloopopvolgingsplannen soms laag is omdat er geen controle op gebeurt. Een en ander resulteert in een aanhoudend groot volume aan HMRP-puin. Dit zet de keuringsvoorwaarden voor gerecycleerde granulaten (die uit dit type puin voortvloeien) onder druk, want om te vermijden dat het systeem blokkeert, mogen deze nl. niet al te streng zijn. Hierdoor ontstaat er een bepaald risico dat er toch gerecycleerde granulaten op de markt komen die niet voldoen aan de geldende VLAREMA-gebruiksnormen. Door sloopopvolging uiterlijk op 1 juli 2022 voor grote werven verplicht te maken, beoogt men een belangrijke stap te zetten in het doorbreken van deze vicieuze cirkel. [6]
Een belangrijke volgende stap ... In het kader van VLAREMA wijziging 6 waren twee beleidsvoorstellen m.b.t. ‘selectieve sloop’ aan de orde. Ten eerste was er het voorstel tot verplichte opmaak van een sloopopvolgingsplan (d.i. zonder verplichtingen i.v.m. de daaropvolgende sloopopvolging) bij grote werven. Ten tweede was er het voorstel om een verplicht kwaliteitsborgingssysteem voor sorteerinrichtingen voor bouw- en sloopafval in te voeren. Beide voorstellen dienden samen te worden gelezen.
5
Het opmaken van een sloopopvolgingsplan (door de bouwheer); het controleren van dit plan en afleveren van een conformiteitsverklaring, het uitvoeren van een controlebezoek op de werf en opstellen van een controleverslag, het afleveren van een toelating voor verwerking als LMRP-puin, het afleveren van een sloopattest aan de bouwheer na de verwerking (door de sloopbeheerorganisatie).
6
De breker verwerkt puin en brengt, na keuring door een certificeringsinstantie (Certipro/Copro), gerecycleerde granulaten op de markt die door een bouwmaterialenproducent terug ingezet worden in een nieuwe toepassing.
Minaraad, advies Wijziging 8 VLAREMA, 28/01/2021
9
Met het oog op het beter sluiten van materiaalkringlopen in de bouwsector, onderstreepten de Raden in hun gezamenlijke advies het belang van een goede kwaliteitsborging doorheen de volledige gebouwlevenscyclus. Vanuit dit oogpunt apprecieerden zij het voorstel tot een verplichte opmaak van een sloopopvolgingsplan als een “positieve eerste stap”. Vanuit ditzelfde oogpunt, en gelet op de hierboven geschetste probleemstelling, begrijpen de Raden dat de invoering van de verplichte sloopopvolging voor grote werven een belangrijke volgende stap is. [7]
… maar nog geen laatste. Op basis van de hoorzitting die over het voorliggende beleidsvoorstel op 29 november 2020 werd georganiseerd, alsook o.b.v. het Verslag aan de Vlaamse Regering, stellen de Raden vast dat er nog diverse werk- en/of aandachtspunten openblijven. In wat volgt gaan zij op enkele hiervan in.
[8]
Aanpassing van het eenheidsreglement. De Raden stellen vast dat een aanpassing van het eenheidsreglement, opdat deze zou voorzien in een significant verschil in uitkeuring tussen HMRP- en LMRP-puin (wat op zijn beurt zou moeten resulteren in een significant prijsverschil), als een randvoorwaarde wordt beschouwd voor het welslagen van dit beleidsvoorstel.7 Zij vragen derhalve om hier tijdig werk van te maken (d.i. tegen de inwerkingtreding van de verplichte sloopopvolging) en hierover het nodige overleg te plegen met de betrokken actoren. Het is voor de Raden belangrijk dat partijen die de vereiste inspanningen leveren om LMRP-puin aan te bieden, hiertoe de nodige stimulansen ontvangen en dat hun inspanningen niet tevergeefs zijn.
[9]
Zie toe op een aparte verwerking van HMRP- en LMRP-puin. De Raden stellen vast dat één van de centraal beoogde effecten van dit beleidsvoorstel, met inbegrip van het verstrengen van de uitkeuringseisen voor HMRP-puin via de bovenvermelde aanpassing, is dat het als LMRP-puin aangeboden puin niet meer samen met het HMRP-puin wordt verwerkt. Hiermee wil men invulling geven aan het mengverbod dat reeds vastgelegd is in het Eenheidsreglement gerecycleerde granulaten8 en waarvan de startdatum (voorlopig) op 1 januari 2022 is ingesteld. De startdatum van het mengverbod valt volgens de Raden het beste samen met deze van de inwerkingtreding van de verplichte sloopopvolging (met overgangstermijn). De Raden vragen om erop toe te zien dat dit beoogde effect wordt gerealiseerd. Meer specifiek, doch hiermee verwant, vragen de Raden om een oplossing te voorzien zodat niet-asbesthoudende golfplaten na sloopopvolging als een niet-asbesthoudende afvalstroom kunnen worden verwerkt aan een tarief voor niet-asbesthoudend afval.
[10]
Nood aan een meer verantwoord sloopbeheer voor alle werven. Het voorgestelde toepassingsgebied (in de zin van volumegrenzen) voor de verplichte sloopopvolging is de grote werven, zoals dit werd bepaald i.k.v. VLAREMA 6 voor de verplichte opmaak van het sloopopvolgingsplan: > 5000 m³ voor in hoofdzaak residentiële gebouwen, > 1000 m³ voor niet-residentiële gebouwen, en > 250 m³ voor infrastructuurwerken. “Naar 7
Toelichting door OVAM tijdens de hoorzitting op 29 oktober 2020; Verslag aan de Vlaamse Regering, p. 3.
8
Art. 7.6.1.1. van de bijlage bij het ministerieel besluit van 25 juli 2011 houdende de goedkeuring van het eenheidsreglement gerecycleerde granulaten.
Minaraad, advies Wijziging 8 VLAREMA, 28/01/2021
10
schatting komt meer dan 50% van het bouw- en sloopafval vrij bij de grote sloopwerven. Het aantal werven waarvoor sloopopvolging wordt ingevoerd is relatief beperkt maar vertegenwoordigen naar verhouding grote hoeveelheden afvalstromen.”, aldus pagina 3 van het Verslag aan de Vlaamse Regering. Tijdens de infosessie werd evenwel aangegeven dat ook uit het puin van de werven die nog niet gevat worden door het beleidsvoorstel (i.c. de kleine en middelgrote werven) milieurisico’s kunnen voortkomen. Zoals zij hierboven, in paragraaf [6], reeds aangaven, beoordelen de Raden het beleidsvoorstel als een belangrijke volgende stap. Een en ander leidt evenwel nog niet tot de “informatiebasis” die nodig is voor het kunnen verzekeren van een asbestveilig en sloopbeheer en voor het veilig sluiten van materiaalkringlopen in het algemeen:
Vanaf de inwerkingtreding van het voorliggend beleidsvoorstel met als toepassingsgebied de ‘grote werven’, kunnen de volgende, in graad van detail afnemende, “informatie-situaties” optreden: -
9
Situatie 1: Er is geen gedetailleerde materialeninventaris (materialenpaspoort) van de nieuwbouw beschikbaar (zie verder) en het betreft een grote werf zoals bepaald in het VLAREMA. Als onderdeel van de verplicht toe te passen sloopopvolging dient een sloopopvolgingsplan (SOP) te worden opgemaakt. Dit plan biedt een overzicht van de afvalstoffen (gevaarlijke9 en niet-gevaarlijke) die tijdens het sloopproces zullen vrijkomen (benaming afvalstof, vermoedelijke hoeveelheid, situering in het gebouw, verschijningsvorm) en bevat ook een aanduiding van de meest optimale verwerkingswijze voor de verschillende afval- en materialenstromen.
De sectie gevaarlijke afvalstoffen omvat een asbestluik dat wordt vormgegeven o.b.v. een “destructieve inspectievariant”.
Minaraad, advies Wijziging 8 VLAREMA, 28/01/2021
11
-
Situatie 2: Er is geen materialenpaspoort beschikbaar en het betreft geen grote werf zoals bepaald in het VLAREMA. Er is geen verplichting tot sloopopvolging, evenmin moet een sloopopvolgingsplan worden opgemaakt. Wel werd er intussen een asbestinventaris(attest) opgesteld in het kader van het streven naar een asbestveilig Vlaanderen (zie hoofdstuk 6 Implementatie asbestinventarisatie).
-
Situatie 3: Er is noch een materialenpaspoort, noch een sloopopvolgingsplan, noch een asbestinventarisattest beschikbaar. Indien er ook geen asbestinventaris (destructieve variant) wordt of hoeft te worden opgemaakt in uitvoering van de federale wetgeving inzake Welzijn op het werk, is er mogelijks geen informatiedocument aanwezig ter ondersteuning van een veilig en duurzaam sloopbeheer.
Na de inwerkingtreding van het voorliggende beleidsvoorstel kan informatiesituatie 3 zich nog geregeld voordoen. Bij de uitrol van het asbestinventarisatiebeleid (20222032)10 zullen we ons steeds meer begeven in situatie 2. Deze biedt volgens de Raden reeds een goede, doch nog onvoldoende basis11 voor een asbestveilig sloopbeheer, dit in tegenstelling tot de asbestinventaris als onderdeel van het sloopopvolgingsplan: Asbestinventaris i.k.v. het streven naar een Asbestveilig Vlaanderen
Asbestinventaris i.k.v. sloop(opvolgingsplan)
Doel: asbesthoudende materialen inventariseren die bij een normaal gebruik van het gebouw een risico kunnen vormen. (asbestveilig doelstelling)
Doel: alle asbesthoudende materialen inventariseren die bij de sloop zullen vrijkomen (doelstelling asbestvrij voorafgaand aan sloop)
Methode: visuele/niet-destructieve inspectie; ingesloten en ondergrondse structuren worden niet geïnspecteerd.
Methode: destructieve inspectie; tussen- en onderliggende gebouwstructuren worden opengebroken om ingesloten asbesttoepassingen te inventariseren
Toepassing(sgebied): voorwerp van verkoop (decretale verplichting bij overdracht) of eigenaarschap (decretale mijlpaal 2032). Dit omvat alle risicoconstructies aanwezig op de percelen (mits de voorgestelde uitzondering van constructies < 20 m²)
Toepassing(sgebied): voorwerp van de sloop (omgevingsvergunning12). Dit omvat meestal enkel een te slopen gebouw(deel).
De Raden pleiten, samen met de sector13, voor een meer verantwoord afval- en materialenbeheer op alle bouw- en sloopwerven, en dit niet alleen voor de puin- maar
10
Op p. 6 van de nota aan de Vlaamse Regering staat aangegeven dat over de beleidsperiode 2022 tot 2040 het jaarlijkse aantal asbestinventarisattesten (uniek en actualisaties) gemiddeld ongeveer 210 000 zal zijn.
11
Zie ook: MINARAAD, SERV & SALV, Advies van 20 september 2018 inzake het asbestafbouwbeleid, paragraaf [13] ‘Zorg voor een asbestveilig sloopbeheer’, p. 13.
12
Afwijkingen van de vergunningsplicht zijn mogelijk; zie https://www.omgevingsloketvlaanderen.be/slopen.
13
Cfr. de hoorzitting van 29 oktober 2020.
Minaraad, advies Wijziging 8 VLAREMA, 28/01/2021
12
ook voor de andere fracties14. De Raden vragen dan ook om in overleg met alle betrokken actoren te onderzoeken hoe er vorm kan worden gegeven aan een werkbaar traject voor het toepassen van sloopopvolging op alle werven en hierbij aandacht te hebben voor alle belangrijke (gevaarlijke en niet-gevaarlijke) materiaalstromen. En bij dit alles mag natuurlijk ook de particuliere verbouwer niet uit het oog verloren worden. ‘Proefprojecten’, ‘beleidsevaluatie’, ‘geleidelijkheid’ doch ‘tijdigheid’ (zie verder) vormen hierbij voor de Raden belangrijke ordewoorden. [11]
Onderzoek een haalbaar traject voor het materialenpaspoort. Idealiter wordt reeds in de ontwerp- en bouwfase de basis gelegd voor een veilig sloopbeheer, en bij uitbreiding voor het duurzaam materialenbeheer gedurende de gehele gebouwlevenscyclus. Verwijzend naar hun adviezen over VLAREMA 6 en het asbestafbouwbeleid, vragen de Raden om in overleg met alle betrokken actoren vorm te geven aan het in het Vlaams Klimaat- en Energiebeleidsplan 2021-2030 aangekondigde instrument ‘materialenpaspoort’. Omdat dit een materialeninventaris van de gebouwde situatie ‘as built’ betreft (niet te verwarren met het centrale ontsluitingsinstrument ‘gebouwenpas/woningpas’15), kan deze voor elk gebouwonderdeel een gedetailleerd overzicht bieden van alle gebruikte materialen (type, exacte plaats van voorkomen, precieze hoeveelheid, specifieke kenmerken, …). Dit betreft informatie die reeds aanwezig kan zijn omwille van de betrokkenheid van een architect. Indien dit paspoort ook de nodige instructies voor onderhoud en ontmanteling/selectieve sloop alsook info over hergebruik- en recyclagemogelijkheden bevat, kan dit worden ingezet als een algemeen “opvolgings- of beheersplan” voor de volledige gebouwlevenscyclus.
Figuur 1: Schematische weergave van de informatierijkdom van diverse instrumenten
14
In uitvoering van art. 11.6 van de Kaderrichtlijn Afval overweegt de Commissie uiterlijk tegen 31 december 2024 de vaststelling van doelstellingen voor voorbereiding voor hergebruik en recycling voor bouw- en sloopafval en de materiaalspecifieke fracties daarvan [...] en dient zij hiertoe een verslag, indien nodig vergezeld van een wetgevingsvoorstel, in bij het Europees Parlement en de Raad.
15
Voor een toelichting bij deze onderscheiden instrumenten verwijzen de Raden naar het verslag van het event dat op 18 maart 2019 georganiseerd werd over onder meer de gebouwenpas.
Minaraad, advies Wijziging 8 VLAREMA, 28/01/2021
13
Figuur 2 Illustratie van het concept materialenpaspoort, overgenomen uit een presentatie van Hubert Reisinger (Umweltbundesamt), EIONET Workshop Waste, 12.03.2015, Kopenhagen
De Raden vragen om met alle betrokken actoren (lokale besturen, OVAM, VKEP, architecten, bouwmateriaalproducenten, aannemers, kennisinstellingen, …) te onderzoeken hoe er vorm kan worden gegeven aan een werkbaar traject voor het invoeren van het materialenpaspoort bij het opleveren van het werk. Ze vragen om dit geleidelijk in te voeren aan de hand van proefprojecten met aandacht voor tussentijdse evaluaties. [12]
Belang van een tijdige aanpak. Naast het belang van een stapsgewijze aanpak, wijzen de Raden ook op het belang van een tijdige aanpak. Zo is het belangrijk om de volgende stappen en bouwstenen duidelijk te hebben voordat de beoogde grootschalige renovatiegolf op kruissnelheid komt. Afstemming met het klimaat- en energiebeleid (renovatie), en zodoende ook met het relance- en asbestafbouwbeleid16 is nodig.
[13]
Een efficiënte/geïntegreerde data-inwinning en -ontsluiting. Bijzondere aandacht vragen de Raden voor het streven naar een overzichtelijke en waar mogelijk geïntegreerde gebruikersomgeving (logische koppelingen, …) voor de informatietoepassingen ter ondersteuning van het beleid (energieprestatie, materialenprestatie, asbestinventaris, data uit de sloopopvolgingsplannen, …), dit zowel op het vlak van data-inwinning (EPC-tool, TOTEM, asbestinventarisatietool, …) als ontsluiting (bv. via de woningpas/gebouwenpas). Dit instrument moet aldus leiden tot een administratieve vereenvoudiging voor de verschillende bouwpartners. Vanuit dit oogpunt vragen zij het informatieprincipe van de Vlaamse overheid ‘eenmalige inwinning, maximaal gebruik’ toe te passen.
16
In hun gezamenlijk advies over het asbestafbouwbeleid wezen de Raden op het potentieel van het Vlaams klimaat-, energie- en renovatiebeleid om een belangrijke aandrijver te vormen voor het asbestafbouwbeleid.
Minaraad, advies Wijziging 8 VLAREMA, 28/01/2021
14
[14]
Bied zicht op de volgende stappen. De transitie naar een circulair materialenbeheer betreft niet in het minst een logistieke uitdaging: diverse nieuwe logistieke processen, gericht op onderhoud, (functie)verandering, hergebruik, recyclage, … dienen, al dan niet als onderdeel van een circulair businessmodel, vorm te krijgen en te worden opgeschaald. Dit geldt in het bijzonder voor de bouwsector, waarin grote hoeveelheden materialen omgaan. Een adequaat informatiebeheer, dat gebruikmaakt van de nieuwe digitale mogelijkheden, vormt hierbij volgens de Raden een belangrijke randvoorwaarde. De Raden menen dat er reeds belangrijke stappen worden gezet (zo ook met dit beleidsvoorstel). Ter ondersteuning van de nog te zetten stappen zijn reeds belangrijke bouwstenen ontwikkeld en/of in ontwikkeling (cfr. TOTEM, het ontsluitingsinstrument van de woningpas/gebouwenpas, het gebouwenregister, het Digitaal Hoogtemodel Vlaanderen en de Beeldverwerkingsketen, gebruik van data uit de sloopopvolgingsplannen ter ondersteuning van urban mining, …). De Raden vragen om in het nieuw aangekondigde preventieprogramma voor de bouw17 zicht te bieden op de volgende stappen die gezet of onderzocht zullen worden ter ondersteuning van de transitie naar een circulaire bouweconomie. Zij hopen met hun bovenstaande aanbevelingen hiertoe een bijdrage te leveren.
5 5.1
Uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV) Afgedankte matrassen
5.1.1
Totstandkoming
[15]
Situering. Zoals vooropgesteld in het Uitvoeringsplan Huishoudelijk Afval en Gelijkaardig Bedrijfsafval en in uitvoering van het (bestaande) art. 3.4.8.1 van het VLAREMA, wordt voor afgedankte matrassen de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid ingevuld door middel van de aanvaardingsplicht. Na een eerder verleend uitstel (cf. VLAREMA wijziging 6) trad deze aanvaardingsplicht in op 1 januari 2021. De onderhandelingen over de nieuwe aanvaardingsplichtconvent in verband met afgedankte matrassen (toen nog “milieubeleidsovereenkomst”) namen een aanvang in het najaar van 2016, op basis van een startnota. Op 21 december 2020 sloten de OVAM (voor het Vlaamse Gewest), de betrokken sectorfederaties en Valumat vzw (d.i. het nieuw opgerichte beheersorganisme), “in uitvoering van onderafdeling 3.2.1 en 3.2.2 van het VLAREMA”, de aanvaardingsplichtconvenant afgedankte matrassen, met daarin opgenomen de nadere werkafspraken.
[16]
Positieve appreciatie. Niettegenstaande een verschil in visie omtrent de aangewezen invulling (zie hierna), menen de Raden dat deze UPV-regeling, omwille van de volumineuze afval/materialenstroom die matrassen vormen, een welgekomen bijdrage
17
Beleids- en begrotingstoelichting: Omgeving en Natuur – Begrotingsjaar 2021, p. 80.
Minaraad, advies Wijziging 8 VLAREMA, 28/01/2021
15
zal leveren tot de in het Uitvoeringsplan HAGBA en het Vlaamse Regeerakkoord vooropgestelde vermindering van de hoeveelheid restafval. 5.1.2
Afwijking op de verplichte inzameling bij de distributie
[17]
Beleidsvoorstel. Art. 31 van het ontwerpbesluit voegt aan art. 3.4.8.1 van het VLAREMA een paragraaf 2, paragraaf 3 en paragraaf 4 toe, die luiden als volgt: −
“§2. De verplichtingen uit artikel 3.2.1.1, §1/1 en §2, gelden niet voor afgedankte matrassen.
−
§3. Het individuele aanvaardingsplichtplan en de aanvaardingsplichtconvenant, vermeld in artikel 3.2.1.2, §1, regelen in het bijzonder de wijze van inontvangstneming, zodat de afgedankte matrassen die vrijkomen in het kader van de aanvaardingsplicht maximaal worden ingezameld en verwerkt. De afgifte van afgedankte matrassen is gratis voor de particuliere huishoudens, behoudens eventuele retributie voor transport. Voor de inzameling en de verwerking van afgedankte matrassen afkomstig van eindverkopers, bedrijven en instellingen, worden stimulerende maatregelen genomen door de producenten.”.
De nieuwe §2 komt erop neer dat men voorziet in een vrijstelling van de verplichte inzameling/aanvaarding door eindverkopers. De voorziene afwijking is, aldus het Verslag aan de Vlaamse Regering, nodig omdat tijdens de onderhandelingen met de sector18 een alternatief systeem voor inzameling werd afgesproken “waarbij eindverkopers niet verplicht zijn om afgedankte matrassen te aanvaarden en waarbij afgedankte matrassen die zijn ingezameld via andere kanalen dan de recyclageparken niet noodzakelijk gratis moeten worden aanvaard door de producenten”. Verwijzing naar deze regeling is opgenomen in de hierboven vermelde §3. De bepalingen van het bestaande artikel 3.2.1.1, §3, blijven echter wel geldig. Dit betekent dat burgers matrassen gratis moeten kunnen afgeven in de recyclageparken. De gemeenten worden daarbij vergoed door de producenten voor de nettokosten. Gemeenten die op afroep matrassen selectief inzamelen huis aan huis kunnen hiervoor een vergoeding aanrekenen aan de burger, op voorwaarde dat die enkel dient voor het dekken van de transportkosten. Deze vergoeding mag, aldus het Verslag aan de Vlaamse Regering, niet dermate hoog zijn dat ze de burger ontraadt een matras gescheiden aan te bieden. [18]
Verschil in visie. De Raden stellen vast dat er in hun middens verschillende visies zijn omtrent de aangewezen invulling van deze aanvaardingsplicht. Dit vormt op zich geen nieuw gegeven19. Enerzijds zijn er raadsorganisaties die geen gegronde redenen zien om voor alle eindverkopers (i.e. gespecialiseerde en niet-gespecialiseerde verkoop) af te wijken van een eenvoudige aanvaardingsplicht in de zin van een ‘1 voor 1’-regeling. Zij vrezen dat door het afwijken van deze basisregel van de aanvaardingsplicht, die zij als 18
19
De Aanvaardingsplichtconvenant afgedankte matrassen werd gesloten op 21 december 2020 tussen de volgende partijen: de OPENBARE VLAAMSE AFVALSTOFFEN MAATSCHAPPIJ (OVAM), de vzw Belgische federatie van de textiel-, hout- en meubelindustrie (Fedustria), de vzw Belgische Federatie voor de handel en de diensten (Comeos), de vzw Nationale Vereniging van Belgische Meubelhandelaars (Navem), de vzw Valumat, beheersorganisme voor afgedankte matrassen in België. Verwijzing op te nemen naar eerdere advisering over de startnota MBO afgedankte matrassen en VLAREMA wijziging 6.
Minaraad, advies Wijziging 8 VLAREMA, 28/01/2021
16
een logische toepassing beschouwen van de producentenverantwoordelijkheid en omgekeerde logistiek, een precedent wordt geschapen voor andere afvalstromen. Tenslotte wijzen zij op het belang van een volledige financiering door de producenten van de kosten voor de inzameling van matrassen aan huis via de grofvuil-fractie. Anderzijds zijn er raadsorganisaties die de afgesproken regeling wel ondersteunen. Zij wijzen erop dat het niet voor elke eindverkoper mogelijk is om de terugname van afgedankte matrassen logistiek georganiseerd te krijgen. Ook het hygiënische aspect speelt hierbij een rol. Ter verzekering van het level playing field vragen zij om ernaar te streven dat er een uniform kader tot stand komt tussen de gewesten en dat er wordt over gewaakt dat er geen discriminatie optreedt tussen online- en offline-handel. [19]
Streef een verduidelijking na van het financieringskader voor UPV-regelingen. Recent werden in het Materialendecreet de nieuwe UPV-minimumvereisten overgenomen van de gewijzigde Kaderrichtlijn Afvalstoffen. Onder meer moeten de financiële bijdragen van producenten alle kosten (dus: 100%) dekken die nodig zijn voor het halen van de inzamel- en recyclagedoelstellingen (de specifieke kostensoorten worden zowel in de richtlijn als het Materialendecreet opgesomd). Gebruikmakend van de formulering uit de Kaderrichtlijn voorziet het Materialendecreet hierbij ook in de mogelijkheid om van deze verdeling van de financiële verantwoordelijkheid af te wijken, indien dat met name kan worden gerechtvaardigd door de noodzaak om een adequaat afvalbeheer en de economische levensvatbaarheid van de UPV-regeling te waarborgen. Hieraan werd in het Materialendecreet de voorwaarde gekoppeld “dat de producenten (in voorkomend geval) ten minste 80% van de noodzakelijke kosten dragen en mits de overige kosten worden gedragen door de afvalstoffenproducent of de distributeur van het product waaruit het afval is voortgekomen”. Deze voorwaarden brengen volgens de Raden een specifieke motivatieplicht met zich mee. Op basis van art. 11 van de aanvaardingsplichtconvenant20 en het voorgelegde ontwerpbesluit stellen de Raden vast dat er voor de UPV-regeling voor afgedankte matrassen gebruik wordt gemaakt van deze afwijkingsmogelijkheid. Noch in de aanvaardingsplichtconvenant, noch in het voorliggende dossier, zien zij hiervoor een motivering opgenomen. Zij vragen om deze op te nemen aan het Verslag aan de Vlaamse Regering. Vragen die zich hierbij evenwel stellen, zijn wat er begrepen moet worden onder een “adequaat afvalbeheer” en wat de criteria zijn om de “economische levensvatbaarheid” van een UPV-regeling op te beoordelen. Noch de Kaderrichtlijn, noch het Materialendecreet bieden hiervoor de houvast die wellicht nodig is om toekomstige besprekingen omtrent UPV-financieringsvraagstukken te vergemakkelijken.
20
Hierin staat opgenomen: “Bij aanvang van deze aanvaardingsplichtconvenant wordt het forfaitair bedrag vastgelegd op € 330 per ton. Het forfaitair bedrag wordt door het beheersorganisme jaarlijks vastgelegd in functie van de hoeveelheid afgedankte matrassen, het type, de marktvoorwaarden voor afgedankte matrassen en de inzamelmethode. Bij de bepaling van het forfaitair bedrag moet rekening gehouden worden met de voorwaarde dat het beheersorganisme een minimale kostendekking van 80% moet garanderen.”
Minaraad, advies Wijziging 8 VLAREMA, 28/01/2021
17
Mogelijks zullen de guidelines over de minimumvereisten voor UPV-regelingen, die de Europese Commissie nog zal uitvaardigen, hierover meer duidelijkheid brengen. 5.1.3
Inzamel- en recyclagedoelstellingen
[20]
Beleidsvoorstel. Art. 32. van het ontwerpbesluit schrijft in het VLAREMA volgend doelstellingentraject in, zoals dit werd besproken i.k.v. de aanvaardingsplichtconvenant: Vanaf …
1/1/2021
1/1/2023
1/1/2025
1/1/2030
21
Inzamelpercentage afgedankte matrassen
30%
50%
65%
80%
Totale % hergebruik en recyclage van de ingezamelde afgedankte matrassen De rest van de ingezamelde afgedankte matrassen wordt nuttig toegepast
10%
35%
50%
75%
…
…
…
…
De ingezamelde afgedankte matrassen dienen te worden verwerkt met toepassing van de beste beschikbare technieken. De verwijdering van afgedankte matrassen is niet toegestaan. [21]
Verschillende meningen. Ook over het ambitieniveau en het bereik van dit doelstellingentraject liggen de meningen enigszins uit elkaar. Enerzijds zijn er raadsleden die voorstellen om meer ambitie te tonen op het vlak van de inzameling. Op basis van de resultaten van de Innomat-studie leiden zij af dat afvalintercommunales, die vandaag reeds matrassen selectief inzamelen, voor België een inzamelpercentage van ongeveer 67% behalen. Vanuit deze optiek vinden zij het ambitieniveau van inzameldoelstelling tot 2023 te laag uitvallen. Anderzijds zijn er raadsleden die het doelstellingentraject, met de in de tijd vrij snel oplopende streefcijfers, wel degelijk vinden getuigen van de nodige ambitie. Zij vinden het niet opportuun om het met de betrokken producenten afgesproken traject nu nog in vraag te stellen. Zij wijzen er ook op dat de UPV-regelgeving op dit moment enkel nog maar van toepassing is in Vlaanderen en dat het een nieuwe stroom betreft, waar er nog wat onzekerheden rond bestaan. De gegevens zullen jaarlijks worden geëvalueerd. Valumat streeft naar een ambitieus, maar tevens ook een realistisch systeem.
5.2 [22]
Vrijwillige terugname Beleidsvoorstel. Art. 34 van het ontwerpbesluit voegt in het derde hoofdstuk van het VLAREMA een nieuwe afdeling 3.5 “Vrijwillige terugname van huishoudelijke afvalstoffen en met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen” in. Hiermee wil men een juridische basis vormen waarbinnen inzamelkanalen via eindverkopers, naast de gemeentelijke inzameling in het kader van de zorgplicht, kunnen bestaan. Een wettelijk kader met een aantal voorwaarden is volgens het Verslag aan de Vlaamse Regering aangewezen om de meerwaarde van deze inzamelkanalen
21
Onder inzamelpercentage wordt het percentage verstaan dat wordt verkregen door het gewicht van de afgedankte matrassen die zijn ingezameld te delen door het gewicht van de matrassen die de producenten op de markt gebracht hebben gedurende dat kalenderjaar.
Minaraad, advies Wijziging 8 VLAREMA, 28/01/2021
18
voor het Vlaamse afval- en materialenbeleid te realiseren en te garanderen dat dit op een correcte wijze verloopt. [23]
6 [24]
7 [25]
Positieve appreciatie, maar voorzie testperiode. De raden appreciëren het dat er een wettelijke basis wordt gelegd voor vrijwillige terugname. Ze begrijpen tevens dat om enige continuïteit te waarborgen er voorwaarden worden opgesteld bij het invoeren van een vrijwillige terugname. Om er voor te zorgen dat het voorgestelde wettelijke kader voldoende stimulerend is voor initiatiefnemers stellen de Raden voor om met behulp van een testjaar, de organisatoren het eerste jaar vrij te stellen van de verplichting om de twee opeenvolgende jaren na het eerste inzamelinitiatief de inzameling verder te zetten. Vanaf het moment dat er tweede initiatief wordt georganiseerd, verbindt de organisatie zich eraan het jaar daarop ook een initiatief op te stellen.
Implementatie asbestinventarisatie Beleidsvoorstel. In uitvoering van het Actieplan Asbestafbouw werd het Materialendecreet aangevuld met nieuwe bepalingen. Via deze wijziging van Vlarema, wordt aan diverse hiervan nadere invulling gegeven. Zo bevat art. 53 van het ontwerpbesluit de nadere regels voor het operationaliseren van de asbestinventarisatieverplichting22. Naar toepassingsgebied toe wordt voorgesteld om een uitzondering op deze verplichting te voorzien voor kleine constructies. Hiervoor wordt een ondergrens van 20 m² naar voor geschoven. “De afbakening op 20 vierkante meter is enerzijds billijk maar wil anderzijds ook de typische alleenstaande constructies vatten met een functie als opslag of als onderdak voor dieren, bijvoorbeeld op weilanden. Deze constructies bezitten vaak asbestcementen onderdelen.”23 De Raden merken op dat in voorgaande passage alleen constructies op weilanden als voorbeeld wordt genomen. Hierdoor kan de indruk ontstaan dat de asbestinventarisatieverplichting alleen zou gelden voor landbouwers en niet voor bv. particulieren. Om het risico op een verkeerde lezing te beperken, vragen zij om in het verslag meer diverse voorbeelden te geven.
Digitale tracering afvaltransport en verwerking Zorg voor de nodige continuïteit. Om de tracering van afvalstoffen (transport en wijze van verwerking) te verbeteren schrijft art. 55 van het ontwerpbesluit in art. 6.1.1.2 van het VLAREMA de verplichting in om vanaf 1 januari 2023 een digitaal identificatieformulier te gebruiken dat werd afgeleverd door een systeem dat door de OVAM werd goedgekeurd. De Raden verwelkomen deze stap die volgens hen het belang 22
23
In uitvoering van het Materialendecreet moet een eigenaar van een constructie met risicobouwjaar (< 2001) bij overdracht of tegen de mijlpaal 2032 over een asbestinventarisattest beschikken. Het tijdstip van inwerkingtreding van deze verplichting wordt geregeld in art. 75 van het voorliggende ontwerpbesluit, met name “vijf maanden na de dag van de afgifte van de eerste erkenning als certificatie-instelling asbest, vermeld in artikel 5.4.3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen en ten vroegste op 1 maart 2022, voor alle onderhandse aktes of overeenkomsten tot overdracht van een toegankelijke constructie met risicobouwjaar die gesloten zijn vanaf die datum.” Verslag aan de Vlaamse regering, p. 25.
Minaraad, advies Wijziging 8 VLAREMA, 28/01/2021
19
van de digitalisering als hefboom voor de transitie naar circulaire economie illustreert. Zij vragen om bij deze werkwijze te zorgen voor de nodige continuïteit, waarbij de betrokken actoren niet worden geconfronteerd met onnodige aanpassingen.
8
Zelfbeoordeling
[26]
Beleidsvoorstel. Voor materialen waarvoor geen Europese criteria of geen specifieke criteria in het VLAREMA bestaan voor de beoordeling of een materiaal kan worden aangemerkt als grondstof, valt de houder terug op de voorwaarden uit artikel 36 of 37 van het Materialendecreet (i.e. de zelfbeoordeling). Art. 14 van het ontwerpbesluit voegt een nieuwe Afdeling 2.6 in het VLAREMA in, met een verduidelijking wanneer en hoe deze zelfbeoordeling kan gebeuren. Zo zal de zelfbeoordeling moeten gebeuren op basis van de handleiding die de OVAM publiceert op haar website en moet er ook een kopie van de zelfbeoordeling ter beschikking worden gehouden van de OVAM en de toezichthoudende overheid.
[27]
Meer verduidelijking is nodig. De Raden verwelkomen dat er verduidelijkingen worden aangebracht over de toepassing van de zelfbeoordeling. Hiermee wordt tegemoetgekomen aan een vraag die reeds langer leeft bij de betrokken partijen. De Raden stellen vast dat volgens het nieuwe art. 2.6.5 het aanvragen van een grondstofverklaring kan geëist worden door de OVAM of de toezichthoudende overheid. De Raden vragen om in het voorstel meer houvast te bieden omtrent de voorwaarden/omstandigheden wanneer dit kan, dit om nodeloze dubbele inspanningen (i.e. het opstellen van een zelfbeoordeling én aanvragen van een grondstofverklaring) te voorkomen en dit met het oog op administratieve vereenvoudiging. Tot slot vragen de Raden om het overleg omtrent de nadere invulling van deze zelfbeoordelingsprocedure te starten.
Minaraad, advies Wijziging 8 VLAREMA, 28/01/2021
20