Uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/138
Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2022/138
DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 17 maart 2022 diende xxx (verder: verzoeker), een verzoek in bij de Vlaamse Belastingdienst (verder: Vlabel) om een afschrift te verlenen van alle e-mailcorrespondentie en papieren correspondentie die xxx met xxx van de Vlaamse Belastingdienst en/of omgekeerd heeft gevoerd sedert 1 januari 2019 waarin de naam van verzoeker wordt vermeld. Vlabel heeft het openbaarheidsverzoek afgewezen op 24 maart 2022. Op 23 april 2022 diende verzoeker beroep in tegen de voormelde weigeringsbeslissing vanwege Vlabel. Het beroepschrift werd op 26 april 2022 geregistreerd. Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijke verzoek dateert van 17 maart 2022. De in beroep aangevochten beslissing van Vlabel van 24 maart 2022 maakt melding van de beroepsmogelijkheden en -modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, §1, derde lid van het Bestuursdecreet. Het ingediende beroep van verzoeker d.d. 23 april 2022 is ingesteld binnen de decretaal voorgeschreven termijn, conform artikel II.48, §1, derde lid van het Bestuursdecreet en is bijgevolg ontvankelijk. www.vlaanderen.be
Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.
1.
De weigeringsbeslissing van Vlabel
Op 24 maart 2022 heeft Vlabel het openbaarheidsverzoek afgewezen in de volgende bewoordingen: “ Ik verwijs naar artikel II.33 ,3° van het Bestuursdecreet. Ik wijs jouw verzoek tot openbaarheid dan ook af omdat deze betrekking heeft op “interne communicatie”. Het gaat hier over interne uitwisseling van berichten tussen personeelsleden, werkzaam binnen de organisatie. Bovendien kan hier op geen enkele manier worden aangetoond dat het email verkeer waarnaar je verwijst, een inhoud heeft die voor de maatschappij in zijn globaliteit enig belang heeft. Hoogstens kan hier sprake zijn van een persoonlijk belang in hoofde van jou als aanvrager.”
2. Inhoud van het beroepschrift Verzoeker is niet akkoord met de weigeringsbeslissing van Vlabel en stelt daarbij het volgende : “Via huidig bericht wens ik beroep in te stellen tegen de beslissing van xxx (de HR-contactpersoon Welzijn bij VLABEL) van 24 maart 2022 waarin mijn verzoek wordt afgewezen om mij een elektronische versie te bezorgen van alle e-mailcorrespondentie en papieren correspondentie die xxx met xxx en/of omgekeerd heeft gevoerd sedert 1 januari 2019 waarin mijn naam wordt vermeld. Er zijn immers precedenten van het verspreiden van flagrante onwaarden door xxx achter mijn rug + geschreven neerslag van vooroordelen die afbreuk doen aan de menselijke waardigheid, waartegen ik mij niet kan verdedigen aangezien deze achter mijn rug worden verspreid. xxx beroept zich op de nieuwe uitzonderingsgrond “interne communicatie” die in werking is getreden op 18 juli 2021, volgens de berichtgeving op de website van de Vlaamse overheid. Mijns inziens doet xxx dit ten onrechte. In de door xxx toegestuurde documenten ontbreekt alvast de e-mailcorrespondentie die ik van xxx heb verkregen (zie bijlage) en waar kan worden vastgesteld dat xxx met xxx correspondentie heeft gevoerd over mijn persoon. Het gaat om het verspreiden van flagrante onwaarden door xxx achter mijn rug + geschreven neerslag van vooroordelen die afbreuk doen aan de menselijke waardigheid, waartegen ik mij niet kan verdedigen aangezien deze achter mijn rug worden verspreid. Het bijkomende argument aangehaald door xxx in haar afwijzingsbeslissing is als volgt: “Bovendien kan hier op geen enkele manier worden aangetoond dat het email verkeer waarnaar
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/138
pagina 2 van 5
je verwijst, een inhoud heeft die voor de maatschappij in zijn globaliteit enig belang heeft. Hoogstens kan hier sprake zijn van een persoonlijk belang in hoofde van jou als aanvrager.” Indien xxx flagrante onwaarden verspreidt over mijn persoon bij mijn werkgever en deze richt aan diverse collega’s, zonder dat ik deze onwaarden mag zien, dan heeft de werkgever alsook de ganse samenleving er belang bij dat hiervan inzage wordt gegeven, afschrift wordt verstrekt en dat vervolgens deze onwaarden worden rechtgezet en desgevallend verwijderd uit de datasystemen van de Vlaamse overheid, mijn werkgever. De door xxx te maken belangenafweging bij de behandeling van mijn verzoek heeft niet en al zeker niet correct plaatsgevonden. De door xxx toegestuurde afwijzingsbeslissing is onvoldoende en onjuist gemotiveerd.”
3. Standpunt van de beroepsinstantie De beroepsinstantie merkt vooreerst op dat verzoeker in zijn openbaarheidsverzoek als motivering van zijn verzoek verwijst naar artikel 15 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming . De beroepsinstantie wijst erop dat een vraag om toegang tot bestuursdocumenten dient te worden beoordeeld in het licht van de toepasselijke openbaarheidsregels en niet in het licht van de AVG. Beide reguleringskaders zijn algemeen van aard en beogen andere doelstellingen. Ze hebben hun eigen organen die bevoegd zijn binnen een eigen regelgevend kader. Wanneer de beroepsinstantie zich dient uit te spreken over een vraag om de toegang tot een bestuursdocument, dient zij die aanvraag te beoordelen in het licht van de uitzonderingsgronden die opgenomen zijn in de toepasselijke openbaarheidswetgeving en niet op grond van een wetgeving die hieraan vreemd is. De AVG heeft dus geen impact op de voorliggende zaak die een vraag naar openbaarheid betreft. De beroepsinstantie heeft contact opgenomen met Vlabel om wat meer informatie en duiding te geven bij dit openbaarheidsverzoek en aan te geven over welke documenten Vlabel beschikt die verband houden met correspondentie die xxx met xxx van de Vlaamse Belastingdienst en/of omgekeerd heeft gevoerd. Uit de ingewonnen informatie door de beroepsinstantie is gebleken dat er enkel twee mails zijn teruggevonden die werden uitgewisseld tussen xxx (de leidinggevende van verzoeker) met xxx van de Vlaamse Belastingdienst. De beroepsinstantie verwijst naar de toepassing van artikel II.33, 3° van het Bestuursdecreet om de beide mails niet openbaar te maken. Op basis van de voormelde uitzondering op het openbaarheidsprincipe, mogen overheidsinstanties een aanvraag tot openbaarmaking van bestuursdocumenten afwijzen wanneer deze betrekking heeft op interne communicatie, tenzij het belang van de openbaarheid zou primeren:
“Tenzij het belang van de openbaarheid primeert, mogen de overheidsinstanties, vermeld in artikel II.28, § 1, een aanvraag afwijzen: (…) 3° als de aanvraag betrekking heeft op interne communicatie.”
De Memorie van Toelichting bij art. II.33, 3° van het Bestuursdecreet (Parl.St., Vl.Parl. 2020-2021, nr. 780/1, 90-93) verduidelijkt dat deze uitzondering betrekking heeft op de interne uitwisseling van berichten, communicatie en mailwisseling tussen kabinetten en administratie, en administratie en kabinetten onderling.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/138
pagina 3 van 5
Daarbij zijn er geen beperkingen wat de inhoud van “communicatie” betreft: het kan zowel gaan om persoonlijke beleidsopvattingen als feitelijke informatie of loutere data, zolang die informatie kadert in de voorbereiding van een beslissing of in het zoeken naar een oplossing van een specifiek probleem. Het doel van deze uitzondering wordt als volgt beschreven in de Memorie van Toelichting:
“Een effectieve besluitvorming door de overheid veronderstelt dat voorstellen, ideeën of opvattingen over inhoudelijke, procesmatige, organisatorische of politieke aangelegenheden vrij kunnen uitgewisseld worden tussen personeelsleden van de overheid, en dat die uitwisseling ook schriftelijk kan zonder dat die voorstellen, ideeën of opvattingen op verzoek publiek moeten gemaakt worden. Een te rigide openbaarheidsregeling op dit punt heeft het ongewenste effect dat binnen de overheid niet meer vrijelijk van gedachten kan gewisseld worden over een dossier, beleidsproces, advies of ontwerpregelgeving. (…) Een zeker mate van ‘beleidsintimiteit’ en vertrouwelijkheid is noodzakelijk om te komen tot een effectieve besluitvorming. (…) “Interne mededelingen bereiden een administratieve beslissing voor; een administratie moet de verschillende argumenten voor of tegen een beslissing over een specifiek probleem schriftelijk kunnen vastleggen, zonder dat deze interne beraadslagingen openbaar worden gemaakt. Het essentiële element is immers de administratieve beslissing en de eventuele rechtvaardiging daarvan, niet de manier waarop die beslissing tot stand is gekomen.””
De beroepsinstantie is daarom van oordeel dat de 2 betrokken mails tussen de leidinggevende van de verzoeker en de afdeling HR van Vlabel te beschouwen zijn als ‘interne communicatie’ in de zin van artikel II.33, 3° van het Bestuursdecreet: het gaat immers om interne mails tussen een leidinggevend personeelslid en de afdeling HR binnen Vlabel. Uit de beide mails vloeit geen enkele rechtshandeling voort en zijn daarom volledig te beschouwen als interne communicatie, zoals bedoeld door de decreetgever in artikel II.33, 3° Bestuursdecreet. Het begrip “intern” houdt in dat het gaat om informatie die niet buiten de muren van de overheidsinstantie terechtkomt, in het bijzonder wanneer zij niet is bekendgemaakt aan een derde of niet beschikbaar is gesteld aan het publiek. Het mailverkeer waarvan in casu de openbaarmaking wordt gevraagd betreft overduidelijk interne communicatie, namelijk interne mails tussen de leidinggevende van verzoeker en de afdeling HR binnen Vlabel. Deze documenten worden als intern beschouwd worden “mits zij vóór de verzending en ontvangst ervan door de betrokken instantie niet beschikbaar waren of hadden moeten worden gesteld aan het publiek en zij niet buiten de muren van die instantie terechtkomen nadat zij deze informatie heeft ontvangen.” (arrest HvJ EU, 20 januari 2021, randnummer 43 – C-619/19). De beroepsinstantie is daarom in casu van oordeel dat de beide mails tussen de leidinggevende van verzoeker en de afdeling HR binnen Vlabel te beschouwen zijn als dergelijke ‘interne communicatie’ in de zin van artikel II.33, 3° van het Bestuursdecreet. De interne communicatie die het voorwerp van deze uitzonderingsgrond vormt betreft de vrije gedachtewisseling binnen de overheid over een dossier, beleidsproces, advies of (ontwerp)regelgeving. Ook de persoonlijke inzichten of de afgelegde verklaringen van ambtenaren/personeelsleden in het kader van de voorbereiding van een beslissing of in het zoeken naar een oplossing van een specifiek probleem vormen het voorwerp van de vermelde uitzonderinggrond, nu de openbaarmaking daarvan tot gevolg zou kunnen hebben dat ze zeer terughoudend worden in hun interne schriftelijke communicatie of notulering, waardoor een vlotte besluitvorming gehinderd wordt. De beroepsinstantie is de mening toegedaan dat zowel binnen een afdeling HR van een instantie als tussen personeelsleden (leidinggevenden en andere personeelseden) en HR in een
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/138
pagina 4 van 5
vertrouwelijke sfeer intern moet kunnen gecommuniceerd worden. Personeelsleden sturen soms mails aan een HR-afdeling om bepaald problemen of situaties aan te kaarten die zich voordoen op de werkvloer. Dergelijke mails houden absoluut geen enkele beslissing of rechtshandeling in. Door dergelijke interne mails openbaar te maken, zou er onmiskenbaar worden ingegaan tegen de rol die een HR-afdeling toch heeft als vertrouwelijke raadgever binnen zijn organisatie. De beroepsinstantie is van mening dat er in casu geen openbaar belang, zoals geduid in de parlementaire voorbereiding, gemoeid is met de openbaarmaking van de betrokken documenten (interne mails). De memorie van toelichting stelt immers m.b.t. de belangenafweging het volgende: “De uitzonderingen worden alleen ingeroepen als het belang van de openbaarheid niet primeert. Daarmee wordt bedoeld: een met de openbaarmaking gediend openbaar belang. Deze bepaling betekent dus niet dat de private belangen van de aanvrager moeten afgewogen worden tegenover de belangen die met de uitzonderingen beschermd worden. Het gaat om het belang van de gemeenschap: de openbare orde, de veiligheid van de bevolking, grote maatschappelijke issues, globale bescherming van het leefmilieu enzovoort..” (Parl.St. Vl.Parl. 2017-18, 1656/1, 56). In voorliggend geval primeert dan ook de bescherming van de vrije uitwisseling van gedachten door de betrokken ambtenaren binnen de afdeling HR van Vlabel via interen mailcommunicatie. De afweging van de beroepsinstantie leidt dan ook tot de conclusie dat het belang dat beschermd wordt door de uitzonderingsgrond van artikel II.33, 3° van het Bestuursdecreet primeert op het belang van de openbaarheid. Het ingestelde beroep wordt om voormelde reden dan ook als ongegrond beschouwd. Na beraadslaging,
BESLUIT: Het beroepschrift van xxx d.d. 23 april 2022 tegen de weigeringsbeslissing van Vlabel is ontvankelijk doch ongegrond. Brussel, 25 mei 2022 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/138
pagina 5 van 5