Uitvoering monitoring van het natuurinrichtingsproject Noordduinen: vastleggen van de biotische uitgangssituatie (jaar -1)
Vlaamse landmaatschappij
07/12509/MC Mei 2008 Vlaamse landmaatschappij Velodroomstraat 28 8200 Brugge
Gert Arijs Mieke Deconinck Pieter Hendrickx Jorg Lambrechts
ARCADIS Inhoud 07/10509/MC - Uitvoering monitoring van het natuurinrichtingsproject Noordduinen: vastleggen van de biotische uitgangssituatie (jaar -1)
INHOUD INHOUD ........................................................................................................................................ I LIJST MET AFKORTINGEN ....................................................................................................... III LIJST MET BIJLAGEN ................................................................................................................V 1
INLEIDING .......................................................................................................................... 1
2
METHODIEK....................................................................................................................... 3
2.1 2.1.1 2.1.2
Vegetatie......................................................................................................................... 3 Inventarisatie .................................................................................................................. 3 Gegevensverwerking ...................................................................................................... 4
2.2
Sprinkhanen.................................................................................................................... 4
2.3
Avifauna.......................................................................................................................... 5
3
RESULTATEN .................................................................................................................... 7
3.1 3.1.1 3.1.2 3.1.3 3.1.4 3.1.5 3.1.6 3.1.7
Vegetatie......................................................................................................................... 7 Algemeen........................................................................................................................ 7 Oppervlakte doelsystemen ............................................................................................. 7 Bespreking van de vegetatietypes per opname.............................................................. 9 Poelen........................................................................................................................... 22 Rode Lijstsoorten.......................................................................................................... 22 Doelsoorten per doelsysteem ....................................................................................... 23 Aandachtssoorten......................................................................................................... 25
3.2 3.2.1 3.2.2 3.2.3 3.2.4
Sprinkhanen.................................................................................................................. 25 Inleiding ........................................................................................................................ 25 Waarnemingen 2007 .................................................................................................... 25 Soortbespreking............................................................................................................ 26 Discussie ...................................................................................................................... 26
3.3
Andere ongewervelden................................................................................................. 27
3.4 3.4.1 3.4.2 3.4.3
Avifauna........................................................................................................................ 28 Algemeen...................................................................................................................... 28 Soortbesprekingen........................................................................................................ 30 Discussie ...................................................................................................................... 32
LITERATUURLIJST ................................................................................................................... 33 BIJLAGEN ................................................................................................................................. 35
i
ARCADIS Lijst met afkortingen 07/10509/MC - Uitvoering monitoring van het natuurinrichtingsproject Noordduinen: vastleggen van de biotische uitgangssituatie (jaar -1)
LIJST MET AFKORTINGEN NIP
Natuurinrichtingsproject
ND
Noordduinen
BWK Biologische waarderingskaart PUP
Projectuitvoeringsplan
PR
Projectrapport
iii
ARCADIS Lijst met bijlagen 07/10509/MC - Uitvoering monitoring van het natuurinrichtingsproject Noordduinen: vastleggen van de biotische uitgangssituatie (jaar -1)
LIJST MET BIJLAGEN Bijlage 1: Overzichtsplan monitoring Noordduinen - 2007 Bijlage 2: Modelfichebladen Bijlage 3: Foto-atlas Bijlage 4: Situering PQ’s Bijlage 5: Visie en streefbeelden (VLM, 2005) Bijlage 6: Gedetailleerde vegetatiekaart (VLM, 2005) Bijlage 7: Veldwaarnemingen ongewervelden in de Noordduinen te Koksijde Bijlage 8: Situering bijzondere broedvogels in de Noordduinen te Koksijde Bijlage 9: Leeswijzer CD-Rom
v
ARCADIS Inleiding 07/10509/MC - Uitvoering monitoring van het natuurinrichtingsproject Noordduinen: vastleggen van de biotische uitgangssituatie (jaar -1)
1
INLEIDING
Monitoring van een natuurinrichtingsproject omvat het in de tijd (op)volgen van de ontwikkelingen van natuurwaarden als gevolg van een eenmaal gedane ingreep (inrichtingsmaatregelen) of een ingezette vorm van beheer. Resultaten van monitoring dienen enerzijds gebruikt te worden om natuurdoelen op projectniveau te toetsen, en anderzijds voor evaluatie van doelstellingen op beleidsniveau. Monitoring moet toelaten te signaleren of er zich andere ontwikkelingen voordoen dan de gewenste, en zo mogelijk ook de oorzaak van het probleem achterhalen. Hierdoor kan het beheer bijgestuurd worden en kunnen er lessen getrokken worden voor nog uit te voeren projecten. De monitoring is modulair samengesteld en loopt tot 10 jaar na uitvoering van de werken. In het kader van voorliggende studieopdracht werd de uitgangssituatie vastgelegd (T-1: één jaar voor de werken) voor het natuurinrichtingsproject Noordduinen. Om de effecten van de uitgevoerde of geplande maatregelen te kunnen inschatten, werden een aantal meetnetten geselecteerd. Een inventarisatie van de vegetatie en van de sprinkhanen en een beschrijving van de avifauna aan de hand van bestaande gegevens werd uitgevoerd. Het veldwerk werd uitgevoerd in de zomer van 2007 door het studiebureau. Voor de broedvogels en wintergasten werden de waarnemingen, verzameld door Natuurpunt vzw, gebruikt. In voorliggend rapport worden alle resultaten voor vegetatie, sprinkhanen en vogels besproken. Voor de ruwe data wordt verwezen naar de bijlagen (modelfiches) en bijgevoegde CD-Rom.
1
ARCADIS Methodiek 07/10509/MC - Uitvoering monitoring van het natuurinrichtingsproject Noordduinen: vastleggen van de biotische uitgangssituatie (jaar -1)
2
METHODIEK
2.1
VEGETATIE
2.1.1
Inventarisatie
2.1.1.1
PQ’s
Er werden in totaal 7 PQ’s uitgezet en 10 PQ’s geïnventariseerd: de drie in 2006 uitgezette PQ’s werden opnieuw opgenomen in 2007. Het bepalen van de exacte locatie van de PQ’s vond plaats in samenspraak met de opdrachtgever. De ligging van de PQ’s was reeds tot op perceelsniveau vastgelegd in het projectuitvoeringsplan. De nummers van de geïnventariseerde PQ’s zijn: PQ 1 PQ 11 (1;2;3;4) PQ 16 PQ 17 PQ 21 PQ 22 PQ 23 PQ 24 PQ 25 PQ 26
Alle hoekpunten van elke PQ werden met een nauwkeurigheid van 1 cm opgemeten met een GPS en uitgezet door middel van piketten en/of fenopalen. Op de plaatsen waar als maatregel een afgraving werd voorzien, werden piketten geplaatst. Op de andere plaatsen werden fenopalen uitgezet. De grootte van de proefvlakken bedroeg 9 m² (3m x 3m). Alle vegetatiekundig beschreven begroeiingen die in de PQ’s voorkwamen, werden gefotografeerd op het moment van de vegetatiekundige beschrijving. In elke hoek van het PQ werd een stok geplaatst. In de distale hoek van de opname werd een meetstok geplaatst (verdeeld in cm), waardoor op de foto een beeld kan gegeven worden van de hoogte van de vegetatie. Het nummer van het PQ en de datum van de vegetatiekundige opname is zichtbaar op de digitale foto, hoewel er bij sommige foto’s moet ingezoomd worden. Alle foto’s zijn achteraan in een foto-atlas in bijlage opgenomen. De ligging van elk PQ afzonderlijk werd tijdens het veldwerk ingetekend op een luchtfoto, waarbij de afstanden tot een aantal referentiepunten (struweel, wandelpad, weg) is weergegeven. De ligging van deze PQ’s is weergegeven in Bijlage 4.
3
ARCADIS Methodiek 07/10509/MC - Uitvoering monitoring van het natuurinrichtingsproject Noordduinen: vastleggen van de biotische uitgangssituatie (jaar -1)
De opnames in de PQ’s werden uitgevoerd met de schaal van Londo. Een aspectmatige beschrijving van het proefvlak werd gedaan op het moment van de opname: deze is opgenomen in de modelfiches. 2.1.1.2
Poelen
De nieuw gegraven poelen werden in hun geheel geïnventariseerd (dus geen proefvlakken). Er werd enkel een opname gemaakt van de flora op de oevers. Waterflora was ten tijde van de opname nog niet aanwezig, hetgeen grondig werd gecontroleerd door het doorlopen van beide poelen in een waadpak. Voor de aflijning van de oevers werd gekozen om alle planten te noteren die zich bevonden in een strook vanaf de waterlijn tot 2m hogerop. De strook werd bewust niet breder gemaakt om te vermijden dat teveel soorten van droge habitats in de opname zouden verzeild geraken, wat de opname te heterogeen zou maken. De abundantie van de soorten werd genoteerd met behulp van de schaal van Tansley. 2.1.2
Gegevensverwerking
Alle vegetatiekundige gegevens zijn ingegeven in Turboveg. Per opname werd met behulp van het programma Associa het vegetatietype bepaald. In combinatie met Associa werd tevens Synbiosis geraadpleegd. De werkwijze en presentatievorm van de resultaten wordt verder toegelicht onder 3.1.1. Voor elk PQ afzonderlijk wordt behalve de typering ook het beheer besproken. Per opname wordt tevens de soortenrijkdom bepaald en wordt een evaluatie uitgevoerd van het voorkomen van doelsoorten, Rode Lijstsoorten en aandachtssoorten. De doelsoorten zijn reeds geselecteerd in het projectrapport. Aandachtssoorten zijn de in het gebied voorkomende soorten die op de globale lijst van aandachtssoorten voor de Belgische kust staan, zoals opgesteld door het INBO. De soortenlijsten per PQ en per perceel werden daarnaast in een model fiche blad ingevuld. Naast de vegetatiekundige gegevens zijn ook gegevens inzake bodem, water, beheer, enz. ingevuld.
2.2
SPRINKHANEN
Op de locatie van 3 bestaande PQ’s in functie van vegetatie (PQ 1, 16 en 17), zijn 3 opnamevlakken van 10 X 10 m uitgezet voor sprinkhanen. Met een klimtouw met lengte 40 m is het opnamevlak afgebakend. Dan werd rond de opnamevlakken gelopen en het aantal zingende mannetjes van sprinkhanen genoteerd, dit ter controle van (door vergelijking met) de nadien gevangen dieren. In een volgende fase werd doorheen het volledige opnamevlak meermaals grondig gesleept, tot er herhaaldelijk geen enkele sprinkhaan meer kon gesleept worden. Het veldwerk is uitgevoerd op 29 augustus 2007, door Jorg Lambrechts en Gert Arijs, beiden experten in de kennis van sprinkhanen. Op die dag was het geschikt weer, namelijk zonnig en ca. 22°C. Het was één der weinige dagen met goed weer in die periode. 4
ARCADIS Methodiek 07/10509/MC - Uitvoering monitoring van het natuurinrichtingsproject Noordduinen: vastleggen van de biotische uitgangssituatie (jaar -1)
2.3
AVIFAUNA
De gegevens van de broedvogelinventarisatie door Diederik D’Hert in 2001 en 2002 zijn ter beschikking gesteld. Deze inventarisatie kaderde in het project Vlaamse broedvogelatlas. Voor de beschrijving van de methodiek verwijzen we dan ook naar Vermeersch et al. (2004).
5
ARCADIS 07/10509/MC - Uitvoering monitoring van het natuurinrichtingsproject Noordduinen: vastleggen van de biotische uitgangssituatie (jaar -1)
3
RESULTATEN
3.1
VEGETATIE
3.1.1
Algemeen
In het natuurinrichtingsproject Noordduinen werd de biologische uitgangssituatie vastgelegd, 1 jaar vóór de werken. Hiertoe werden vegetatieopnames verricht in door de opdrachtgever vastgelegde PQ’s. Verder is er gebruik gemaakt van de in 2001 door de VLM uitgevoerde gedetailleerde vegetatiekartering en soortenkartering van aandachtsoorten. Er werden op 05-07-2007 in totaal 10 PQ’s geïnventariseerd. Voor een algemene situering van de ligging van deze opnames wordt verwezen naar Bijlage 1. Alle vegetatiekundige opnames zijn in het programma TURBOVEG ingegeven waar tevens het programma ASSOCIA werd op toegepast voor een preliminaire toekenning van vegetatietypes. Vervolgens werd een definitief vegetatietype toegekend, waarbij niet alleen de Associa output in rekening is gebracht, maar waarbij ook werd gekeken naar de aanwezigheid van kensoorten over de verschillende syntaxonomische niveaus. De TURBOVEG-datafile heeft als naam NDPQ07. De modelfichebladen voor de opnames zijn weergegeven in Bijlage 2. De foto-atlas van de opnames is opgenomen in Bijlage 3. De ligging van elk van de PQ’s, ingetekend op een luchtfoto en waarbij de afstanden tot een aantal referentiepunten zijn weergegeven, zijn opgenomen in Bijlage 4. In de Noordduinen werden ook de twee poelen (oostelijke poel = poel Fluithoek; westelijke poel = poel Camping) geïnventariseerd. Hierbij werd de totale soortensamenstelling genoteerd (dus niet beperkt tot proefvlakken) op de oevers. Waterflora was ten tijde van de opname nog niet aanwezig. 3.1.2
Oppervlakte doelsystemen
Als uitgangssituatie voor het ganse projectgebied van het natuurinrichtingsproject Noordduinen wordt verwezen naar Bijlage 6, een gebiedsdekkende gedetailleerde vegetatiekaart van het ganse projectgebied (VLM, 2005). Op basis van deze vegetatiekaart (VLM, 2005), kunnen de oppervlaktes van de doelsystemen, gekoppeld aan de natuurstreefbeelden, bepaald worden. Wat de na te streven natuurstreefbeelden voor dit projectgebied betreft, wordt verwezen naar Bijlage 5, de kaart ‘visie en streefbeelden’ uit het projectuitvoeringsplan. De oppervlaktes van de doelsystemen, gekoppeld aan de natuurstreefbeelden, worden weergegeven in Tabel 3.1.
7
ARCADIS 07/10509/MC - Uitvoering monitoring van het natuurinrichtingsproject Noordduinen: vastleggen van de biotische uitgangssituatie (jaar -1)
Resultaten
Tabel 3.1: Oppervlakte doelsystemen gekoppeld aan de natuurstreefbeelden Doelsysteem
Natuurstreefbeeld
Vegetatie-eenheid uit Opmerking gedetailleerde vegetatiekaart
Oppervlakte (T -1)
Duin
Humusarme stuifduinen
Vegetaties van duinen, stuifduinen
5,2 ha
Pioniersvegetatie duinvalleien Grasland
van
vochtige Vegetaties van duinpannen
Dotterbloemhooiland Duinroosvegetaties*
Oligo- tot mesotroof grasland met elementen van kalkrijk duingrasland Droog tot duingraslanden Oligo- tot mesotroof grasland en elzenkanten op voormalige akkertjes Kalkrijke mosduinen pioniersduingraslanden
Aanplant
0,2 ha 0 ha
Droog tot vochtig kalkrijk duingrasland
Struweel
stuivende
4,7 ha mesofiele
In vegetatiekaart geen onderscheid 1,5 ha tss beide types
en Mosduinvegetaties
Struwelen van Duindoorn en/of (Matig) kalkrijke struwelen met duindoorn vlier Gemengd aangeplant bos van dennen en abelen
Loofhoutaanplantingen
Droog tot vochtig abelen-iepenbos op kalkhoudende bodem
1,9 ha 22,3 ha In veg.kaart geen onderscheid tss 25,5 ha beide types
*: sommige duinroosvegetaties behoren ook tot de oligo- en mestrofe graslanden met elementen van kalkrijk duingrasland. Op basis van de vegetatiekaart kan het onderscheid met het droog tot mesotroof tot vochtig kalkrijk duingrasland echter niet gemaakt worden.
8
ARCADIS Resultaten 07/10509/MC - Uitvoering monitoring van het natuurinrichtingsproject Noordduinen: vastleggen van de biotische uitgangssituatie (jaar -1)
3.1.3
Bespreking van de vegetatietypes per opname
Hierna worden de verschillende opnames per natuurstreefbeeld beschreven. Per opname worden hieronder de volgende analyseresultaten weergegeven en besproken: •
Vegetatietype Associa: dit is de output van het identificatieprogramma dewelke rechtstreeks vanuit Turboveg is gekopieerd. -
Syntaxon: hieronder staat de nummer van het syntaxon uit de Vegetatie van Nederland (Schaminée et al, 1996 en andere boekdelen) waarmee de opname wordt vergeleken. De naam van dit syntaxon wordt achteraan vermeld.
-
Index: gecombineerde index die een afstandsmaat weergeeft tussen de opname en het syntaxon waarmee vergeleken wordt. Hoe kleiner dit getal, hoe beter de opname dus kan getypeerd worden. De index baseert zich zowel op aan- en afwezigheid van soorten (Norm. Lh) als op hun bedekking.
-
Norm. Lh.: normalised likelihood: genormaliseerde index op basis van aan- of afwezigheid van soorten. Hoe kleiner, hoe groter de gelijkenis met het syntaxon. Negatieve waarde betekent dat de opname ‘meer dan gemiddeld’ lijkt op het syntaxon
-
Incompleteness: factor die een maat is voor soorten die kenmerkend zijn voor het aangehaalde syntaxon, maar die niet in de opname voorkomen
-
Weirdness: het omgekeerde: factor die een maat is voor soorten die niet kenmerkend zijn (weird) voor het syntaxon, maar die wel in de opname voorkomen.
•
Toegekend vegetatietype: Gezien de onvolmaaktheid van het programma Associa 1 werd op basis van de output van het programma én een handmatige controle van de aanwezigheid van ken- en differentiërende soorten uiteindelijk definitief een syntaxon toegekend dat als meest benaderend kan worden beschouwd. Merk op dat dit syntaxon soms niet eens voorkomt in de output van Associa.
•
Vlaams natuurtype: het meest benaderende type uit de voorlopige Vlaamse natuurtypologie zoals te raadplegen op http://www.inbo.be/content/page.asp?pid=BIO_NT_kustduinen . Merk op dat voor PQ 11 (1,2,3,4) geen natuurtype voorhanden om de vegetatie, die behoort tot het Wormkruid verbond (Dauco-Melilotion) op bevredigende wijze te beschrijven.
•
Huidig beheer: zoals aangeleverd door de opdrachtgever
•
Bespreking vegetatie: bespreking van de identificatie en van de kenmerken van de vegetatie ten tijde van de opname.
•
Bespreking beheer: hier worden voorstellen gedaan voor te nemen maatregelen in functie van het streven naar het doeltype voor de PQ
1
Associa werkt volgens totaalbenadering: het programma zoekt in alle syntaxa van alle niveaus (klasse, orde, verbond, associatie) het meest gelijkende syntaxon op basis van de totale soortensamenstelling van de opname. Een meer logische weg is om op deductieve wijze het type te bepalen, namelijk door eerst de juiste klasse te bepalen, vervolgens orde, verbond en associatie. Hierdoor is het mogelijk dat Associa de opname in een verkeerde klasse of ander hoger syntaxon plaatst. 9
ARCADIS Resultaten 07/10509/MC - Uitvoering monitoring van het natuurinrichtingsproject Noordduinen: vastleggen van de biotische uitgangssituatie (jaar -1)
3.1.3.1
Natuurstreefbeeld kalkrijke mosduinen en pioniergraslanden
PQ
21
Vegetatietype Associa
Syntaxon
Index
Norm Lh
Incompl
Weirdn
14CA01A
25
-3
4
-7
Phleo-Tortuletum typicum
14CA01C
29
-3
5
-6
Phleo-Tortuletum brachythecietosum
Toegekend vegetatietype
14CA01 Phleo-Tortuletum
Vlaams natuurtype
Kalkrijke mosduinen en pionierduingraslanden met Zanddoddegras (Phleum arenarium) en Groot duinsterretje (Tortula ruralis ssp. ruraliformis)
Huidig beheer
Extensieve begrazing vanaf 2008
Bespreking vegetatie
Typische, soortenarme mosduin gedomineerd door Duinsterretje. Zandzegge en Kleverige reigersbek komen nog in een matig grote bedekking voor, de overige soorten zijn zeldzaam binnen de PQ. Opmerkelijk is dat Duinsterretje de enige voorkomende mossoort is. Door de hoge bedekking van deze soort is er mogelijk weinig ruimte voor andere mostaxa. De huidige vegetatie voldoet aan het natuurstreefbeeld.
Bespreking beheer
Het beletten van overbetreding en de konijnenbegrazing lijken de belangrijkste factoren om de mosduin in stand te houden. Enige dynamiek (lichte stuiving) is vereist wil men de successie naar droog duingrasland tegenhouden, maar gezien de ligging van de betreffende mosduin (geëxposeerd en naast open zandvlakte) is er waarschijnlijk sprake van voldoende overstuiving.
10
ARCADIS Resultaten 07/10509/MC - Uitvoering monitoring van het natuurinrichtingsproject Noordduinen: vastleggen van de biotische uitgangssituatie (jaar -1)
3.1.3.2
Natuurstreefbeeld Droog tot vochtig kalkrijk duingrasland
PQ
1
Vegetatietype Associa
Syntaxon
Index
Norm Lh
Incompl
Weirdn
17AA
72
-1
2
-2
Trifolion medii
14BB02
84
7
4
9
Festuco-Galietum veri
Toegekend vegetatietype
14CB Polygalo-Koelerion
Vlaams natuurtype
Duinroosdwergstruweel
Huidig beheer
Gemaaid in okt 2006, zal begraasd worden vanaf 2008
Bespreking vegetatie
Zoals Vandenbussche et al (2002) al aangeven is de Nederlandse opdeling in associaties van de kalkrijke duingraslanden niet van toepassing op Vlaanderen. De vegetatie is hoedanook niet tot op associatieniveau ontwikkeld maar is eerder een verruigingsstadium, dat ook als een rompgemeenschap van Duinroosje kan worden getypeerd. De vegetatie heeft enige overeenkomst met de kalkrijke zomen (17AA) maar de kentaxa hiervan ontbreken volledig, en de vegetatie heeft ook een andere structuur. Associa baseert zich onder andere op Glanshaver en Dauwbraam, maar hun diagnostische waarde is te gering. Door de recente beheermaatregelen is de vegetatie in een overgangsituatie waardoor er meerdere onverzadigde vegetatietypes door elkaar voorkomen, en wordt het natuurstreefbeeld in huidige toestand nog niet bereikt.
Bespreking beheer
Een hogere begrazingsdruk is wenselijk om de dominantie van Glanshaver te doorbreken. Een verlaging van de vegetatiestructuur lijkt nodig om concurrentiegevoeligere soorten meer kans te geven. Eventueel kan nog één of enkele malen gemaaid (en afgevoerd) worden om nutriënten te onttrekken: verscheidene soorten wijzen op een te hoge trofiegraad binnen het PQ. Hoewel maaien nadelig is voor Duinroosje kan deze zich mogelijk naderhand terug in de vegetatie vestigen vanuit de struweelranden.De huidige vegetatie voldoet aan het natuurstreefbeeld, maar de ontwikkelingsgraad kan nog verhogen.
Vergelijking met 2006 (opnames op 07-072006 en 05-07-2007)
Hierna wordt een vergelijkende tabel opgenomen met de vegetatieopnames uit 2006 en 2007. Op basis van deze tabel kan er duidelijk afgeleid worden dat de soortensamenstelling behoorlijk sterk verschoven is: in 2006 werden 16 soorten aangetroffen en in 2007 19 soorten, waarvan slechts 8 soorten gemeenschappelijk. Duinroosje blijft constant als hoge bedekker, maar Glanshaver is sterk toegenomen ten koste van Dauwbraam: een duidelijk maaieffect. Soorten die in 2007 niet meer in de opname werden aangetroffen zijn Bijvoet, Duinriet, Kweek, Kleefkruid, Duindoorn, Wilde liguster, Wilde kamperfoelie en Ruw beemdgras. De maaibeurt eind 2006 zorgde in 2007 voor maar liefst 11 ‘nieuwe’ soorten in de PQ, waaronder echter veel storingsindicators: Gewoon duizendblad, Gewoon pluisdraadmos, Kleine veldkers, Gestreepte witbol, Paarse dovenetel, Akkervergeet-mij-nietje, Straatgras, Gekroesde melkdistel, Paardebloem, Gewone ereprijs en Rondbladig boogsterrenmos. Vooral deze laatste haalt als nieuwkomer een hoge bedekking, van de overige soorten zullen er veel terug verdwijnen als het biotoop zich stabiliseert. De mosflora is in aantal soorten maar vooral ook in totale bedekking fors toegenomen (zie ook vergelijking 2006-2007 bij PQ16).
11
ARCADIS Resultaten 07/10509/MC - Uitvoering monitoring van het natuurinrichtingsproject Noordduinen: vastleggen van de biotische uitgangssituatie (jaar -1)
Kruidlaag:
2006 2007
Achillea millefolium Arrhenatherum elatius Artemisia vulgaris Calamagrostis epigejos Cardamine hirsuta Dactylis glomerata Elymus repens Galeopsis speciosa Galium aparine Galium verum Hippophae rhamnoides Holcus lanatus Lamium purpureum var purpureum Ligustrum vulgare Lonicera periclymenum Myosotis arvensis Poa annua Poa trivialis Rosa pimpinellifolia Rubus caesius Sonchus asper Taraxacum species Urtica dioica Veronica chamaedrys
Gewoon duizendblad Glanshaver Bijvoet Duinriet Kleine veldkers Kropaar Kweek Dauwnetel Kleefkruid Geel walstro Duindoorn Gestreepte witbol Paarse dovenetel ss Wilde liguster Wilde kamperfoelie Akkervergeet-mij-nietje Straatgras Ruw beemdgras Duinroosje Dauwbraam Gekroesde melkdistel Paardebloem (G) Grote brandnetel Gewone ereprijs
1+ r1 a1 a2 p1
r1 5
r1 p4 m4
p1 p2 r2 p1 p1 r1 p1 p1 a1 r1 4 3
1-
4 p4 r1 r1 p1 r1
Moslaag: Amblystegium serpens Homalothecium lutescens Plagiomnium affine Pseudoscleropodium purum
12
Gewoon pluisdraadmos Smaragdmos Rond boogsterremos Groot laddermos
1a1
a1 2 3 3
ARCADIS Resultaten 07/10509/MC - Uitvoering monitoring van het natuurinrichtingsproject Noordduinen: vastleggen van de biotische uitgangssituatie (jaar -1)
PQ
16
Vegetatietype Associa
Syntaxon
Index
Norm Lh
Incompl
Weirdn
17AA
63
-2
1
-4
Trifolion medii
31
81
1
1
1
Artemisietea vulgaris
14B
82
2
3
2
Trifolio-Festucetalia ovinae
Toegekend vegetatietype
14CB Polygalo-Koelerion (rompgemeenschap Glanshaver)
Vlaams natuurtype
Droog tot vochtig kalkrijk duingrasland met Liggend bergvlas (Thesium humifosum) en Geel walstro (Galium verum)
Huidig beheer
Gemaaid in okt 2006, sinds mei 2007 extensieve begrazing
Bespreking vegetatie
Vandenbussche et al (2002) geven aan dat binnen het Polygalo-Koelerion in de Vlaamse duingebieden rompgemeenschappen gedomineerd door o.a. Glanshaver en Duinroosje kunnen ontstaan. Behalve deze soorten halen de algemene bladmossen Gewoon dikkopmos en Groot laddermos een hoge bedekking. De associa-typering houdt weinig steek omdat de kenmerkende soorten van het aangehaalde vegetatietype (Ruig viooltje, Donderkruid, Borstelkrans, ..) niet werden aangetroffen. De aanwezigheid van soorten als Rood zwenkgras en Geel walstro enerzijds en Grote brandnetel, Kropaar en Fluitenkruid anderzijds, geeft aan dat het onderliggend vegetatietype een Polygalo-Koelerion grasland is waarin de voedselrijkdom (in dit geval vooral stikstof) te hoog is.
Bespreking beheer
Ook op deze locatie is het de vraag of er een voldoende ontwikkelingsstadium van het doeltype zal kunnen worden bereikt door in dit stadium al louter met begrazing te werken. Eventueel moet overwogen worden om de eerste jaren bijkomend nutriënten af te voeren door nogmaals te maaien met afvoer. In eerste instantie zal Glanshaver hier mogelijk dankbaar gebruik van maken maar zodra het voedselaanbod verder daalt zal de soort aan terrein moeten inwinnen. Bovendien is Glanshaver erg begrazingsgevoelig. De huidige vegetatie voldoet aan het natuurstreefbeeld, maar de ontwikkelingsgraad kan nog verhogen. In het PQ heeft een brand plaatsgevonden in 2007, vermoedelijk na de opnamedatum want er werden tijdens de opname geen brandsporen aangetroffen.
Vergelijking met 2006 (opnames op 07-072006 en 05-07-2007)
Hierna wordt een vergelijkende tabel opgenomen met de vegetatieopnames uit 2006 en 2007.
De hieronder beschreven wijzigingen in de vegetatie hebben ongetwijfeld deels hiermee te maken. Het soortenaantal is afgenomen van 21 soorten in 2006 naar 17 in 2007. De meest opmerkelijke verschuiving doet zich voor bij de dominerende grassen: Duinriet had een bedekking 3 en verdwijnt nu volledig, terwijl Glanshaver toeneemt van a2 naar 6. De struweelsoorten Duinroosje en Dauwbraam blijven constant, maar Duindoorn neemt af. Verdwenen soorten zijn Kraailook, Duinriet, Scherpe zegge, Zandzegge, Geel zonneroosje en Schermhavikskruid. Nieuwkomers zijn Gewoon pluisdraadmos en Rood zwenkgras. Ook hier valt de hogere presentie en abundantie van mossoorten op, hetgeen ongetwijfeld mee door de weersomstandigheden is bepaald: heet en droog in 2006 en vochtig in 2007.
13
ARCADIS Resultaten 07/10509/MC - Uitvoering monitoring van het natuurinrichtingsproject Noordduinen: vastleggen van de biotische uitgangssituatie (jaar -1)
Kruidlaag: Allium vineale
Kraailook
Anthriscus sylvestris Arrhenatherum elatius Calamagrostis epigejos Carex acuta Carex arenaria Centaurea jacea Convolvulus arvensis Dactylis glomerata Festuca arundinacea Festuca rubra Galium verum Helianthemum nummularium Hieracium umbellatum Hippophae rhamnoides Rosa pimpinellifolia Rubus caesius Salix species Salix repens Urtica dioica
Fluitekruid Glanshaver Duinriet Scherpe zegge Zandzegge Knoopkruid Akkerwinde Kropaar Rietzwenkgras Rood zwenkgras Geel walstro Geel zonneroosje Schermhavikskruid Duindoorn Duinroosje Dauwbraam Wilg (G) Kruipwilg Grote brandnetel
2006 2007 p1 p2 a2 3 r1 p1 p1 p1 p1 a2 1+ p1 r1 2 3 2 p2 a2
p4 6
p1 p1 r1 1 m2 a2
r1 3 2 r1 p1
Moslaag: Amblystegium serpens Brachythecium species Brachythecium rutabulum Plagiomnium affine Pseudoscleropodium purum
14
Gewoon pluisdraadmos Dikkopmos (G) Gewoon dikkopmos Rond boogsterremos Groot laddermos
m4 11 2
3 1 3
ARCADIS Resultaten 07/10509/MC - Uitvoering monitoring van het natuurinrichtingsproject Noordduinen: vastleggen van de biotische uitgangssituatie (jaar -1)
PQ
17
Vegetatietype Associa
Syntaxon
Index
Norm Lh
Incompl
Weirdn
14RG04
87
10
5
13
RG Euphorbia cyparissias-[KoelerioCorynephoretea]
14BB02
92
4
2
6
Festuco-Galietum veri
Toegekend vegetatietype
14CB Polygalo-Koelerion
Vlaams natuurtype
Droog tot vochtig kalkrijk duingrasland met Liggend bergvlas (Thesium humifosum) en Geel walstro (Galium verum)
Huidig beheer
Gemaaid in okt 2006, sinds mei 2007 extensieve begrazing
Bespreking vegetatie
De vegetatie is vergelijkbaar met deze in de naburige PQ16, maar is hier een stuk beter ontwikkeld. De ruigtesoorten uit PQ16 ontbreken en de PQ is ook soortenrijker dan PQ16 (22 soorten tov 17). Hoofdbedekkers zijn Glanshaver, Duinroosje maar ook Geel walstro. In de moslaag haalt Rond boogsterrenmos nu een hogere bedekking dan Gewoon dikkopmos en Groot laddermos. De affiniteit met het Polygalo-Koelerion is hier al een stuk groter, getuige de aanwezigheid van Zachte haver, veel Geel walstro, Zandzegge, Geel zonneroosje, Gewone veldbies en Kleine bevernel. Net buiten de PQ stond overigens Grote tijm.
Bespreking beheer
Een voldoende hoge begrazingsdruk is nodig om te beletten dat de vergrassing met Glanshaver de overhand neemt. Indien er te veel struweel ontstaat kan men ook hier ingrijpen door stukken struweel te kappen en zo de successie terug te dringen tot grasland. De openheid van de vegetatie is van belang voor de meer gevoelige soorten, vandaar dat enige menselijke betreding zeker geen kwaad kan, zolang die niet gepaard gaat met eutrofiëring (bvb hondepoep). De huidige vegetatie voldoet aan het natuurstreefbeeld.
Vergelijking met 2006 (opnames op 07-072006 en 05-07-2007)
Hierna wordt een vergelijkende tabel opgenomen met de vegetatieopnames uit 2006 en 2007. De inhoud van de opname is globaal sterk vergelijkbaar: telkens 22 soorten waarvan 17 gemeenschappelijk en deze meestal in sterk vergelijkbare bedekking. Net zoals in PQ1 en PQ16 valt ook hier de bedekkingstoename van Glanshaver wel op. Vijf soorten verdwijnen en vijf nieuwe staan er in de plaats. Verdwijners zijn Knoopkruid, Geplooid snavelmos, Slipbladige ooievaarsbek, Veldlathyrus en Vogelwikke. Nieuwkomers zijn Zachte haver (bedekking 1), Rood zwenkgras, Sint Janskruid, Heggeduizendknoop en Ringelwikke. De vervanging van Veelbloemige door Gewone veldbies berust vermoedelijk op een determinatie/ingave fout. Gezien de standplaats betreft het waarschijnlijk Gewone veldbies. Een toename van mossen zoals waargenomen in PQ1 en PQ16 werd niet waargenomen voor PQ17.
15
ARCADIS Resultaten 07/10509/MC - Uitvoering monitoring van het natuurinrichtingsproject Noordduinen: vastleggen van de biotische uitgangssituatie (jaar -1)
Kruidlaag: Achillea millefolium Anthoxanthum odoratum Arrhenatherum elatius Avenula pubescens Calamagrostis epigejos Carex arenaria Centaurea jacea Cerastium fontanum Festuca arundinacea Festuca rubra Galium verum Geranium dissectum Helianthemum nummularium Hypericum perforatum Lathyrus pratensis Luzula campestris Luzula multiflora Pimpinella saxifraga Poa pratensis Polygonum dumetorum Rosa pimpinellifolia Salix repens Vicia cracca Vicia hirsuta
Gewoon duizendblad Gewoon reukgras Glanshaver Zachte haver Duinriet Zandzegge Knoopkruid Gewone hoornbloem Rietzwenkgras Rood zwenkgras sl Geel walstro Slipbladige ooievaarsbek Geel zonneroosje Sint-Janskruid Veldlathyrus Gewone veldbies Veelbloemige veldbies s.l Kleine bevernel Veldbeemdgras Heggeduizendknoop Duinroosje Kruipwilg Vogelwikke Ringelwikke
Moslaag: Brachythecium species Brachythecium rutabulum Eurhynchium striatum Plagiomnium affine Pseudoscleropodium purum
Dikkopmos (G) Gewoon dikkopmos Geplooid snavelmos Rond boogsterremos Groot laddermos
16
2006 2007 a2 a2 p1 p4 2 5 1 1+ p1 a1 p1 p1 p1 r1 p1 p1 m4 3 2 r1 p1 p1 p1 p1 p1 p1 a2 a2 a1 p2 r1 5+ 4 p2 r1 p1 r1
a1 m2 a1 5+ a1
4 a1
ARCADIS Resultaten 07/10509/MC - Uitvoering monitoring van het natuurinrichtingsproject Noordduinen: vastleggen van de biotische uitgangssituatie (jaar -1)
PQ
22
Vegetatietype Associa
Syntaxon
Index
Norm Lh
Incompl
Weirdn
17AA02
66
0
6
-3
Polygonato-Lithospermetum
14RG11
66
9
10
9
RG Rosa pimpinellifolia-[PolygaloKoelerion]
33AA01
66
2
3
1
Claytonio-Anthriscetum caucalidis
14C
67
0
2
-2
Cladonio-Koelerietalia
Toegekend vegetatietype
RG Calamagrostis epigejos – [Cladonio-Koelerietalia]
Vlaams natuurtype
Droog tot vochtig kalkrijk duingrasland met Liggend bergvlas (Thesium humifosum) en Geel walstro (Galium verum)
Huidig beheer
Extensieve begrazing vanaf 2008
Bespreking vegetatie
De verschillende uitkomsten van Associa geven al aan dat de vegetatie een overgangssituatie is. De meeste kruiden zijn fors van formaat en staan als schaarse tussengroei tussen hoofdbedekkers Gestreepte witbol, Dauwbraam en vooral Duinriet. Geel walstro getuigt van voormalig duingrasland maar dit komt nu diep verscholen tussen de hogere kruiden voor. De door associa aangeven associatie van de Marjoleinklasse kan weliswaar als verruigingsstadium van het droge duingrasland optreden, maar ook hier is geen enkele van de kenmerkende soorten van dit syntaxon (en de hogere syntaxa) aanwezig. De huidige vegetatie voldoet nog niet aan het natuurstreefbeeld, maar is er een afgeleide vorm van.
Bespreking beheer
Begrazing met paarden geeft vaak de beste resultaten in met Duinriet overgroeide terreinen, omdat deze dieren een groot deel van het strooisel mee opeten. Eens de vegetatie kort is kunnen konijnen terug gemakkelijker ‘vat’ krijgen op het graasbeheer (Weeda et al., 1994). Er kan overwogen worden om éénmaal of enkele malen te maaien met afvoer ter verwijdering van nutriënten. Het te hoge nutriëntenaanbod komt tot uiting in het voorkomen van Grote brandnetel en Kleefkruid in de huidige vegetatie.
17
ARCADIS Resultaten 07/10509/MC - Uitvoering monitoring van het natuurinrichtingsproject Noordduinen: vastleggen van de biotische uitgangssituatie (jaar -1)
PQ
23
Vegetatietype Associa
Syntaxon
Index
Norm Lh
Incompl
Weirdn
33AA
62
0
0
0
Claytonio-Anthriscetum caucalidis
33AA01
69
8
0
0
Galio-Alliarion
31BA01B
69
0
2
0
Echio-Verbascetum typicum
17AA02
70
4
5
Polygonato-Lithospermetum
Toegekend vegetatietype
33AA Galio-Alliarion, hierbinnen meest verwant aan 33AA1 ClaytonioAnthriscetum maar kensoorten ontbreken
Vlaams natuurtype
Nitrofiele zomen en ruigten van het verbond van Look-zonder-look (GalioAlliarion)
Huidig beheer
Extensieve begrazing vanaf 2008
Bespreking vegetatie
Gezien de vegetatie in de PQ het midden houdt tussen struweel (van Duindoorn, Eenstijlige meidoorn, Duinroosje) en grasland is het het meest logisch om de vegetatie als ruigte te bestempelen. Kenmerkend voor het Gallio-Alliarion hierin is de combinatie van Grote brandnetel, Kleefkruid, Fluitenkruid en Dauwbraam. De aanwezigheid van Duindoorn en Duinriet geeft de link naar de hogergenoemde associatie binnen het Galio-Alliarion. Er wordt echter geopteerd voor een determinatie tot op verbondsniveau omdat kensoorten van de associatie totaal ontbreken in de PQ. De huidige vegetatie voldoet aan het natuurstreefbeeld, maar is een overgang naar het streefbeeld “kalkrijke struwelen met Duindoorn”
Bespreking beheer
Begrazing zal ontoereikend zijn om de vegetatiesuccessie terug te dringen naar schraal duingrasland. Het is misschien niet wenselijk om alle struweel te verwijderen, maar plaatselijk zal dit nodig zijn om (terug) duingrasland te krijgen, dat dan via begrazing kan worden in stand gehouden.
18
ARCADIS Resultaten 07/10509/MC - Uitvoering monitoring van het natuurinrichtingsproject Noordduinen: vastleggen van de biotische uitgangssituatie (jaar -1)
PQ
24
Vegetatietype Associa
Syntaxon
Index
Norm Lh
Incompl
Weirdn
17AA
62
-3
2
-6
Trifolion medii
14RG04
62
6
8
5
Euphorbia cyparissias-[KoelerioCorynephoretea]
33AA02
76
3
7
2
Torilidetum japonicae
Toegekend vegetatietype
14CB Polygalo-Koelerion
Vlaams natuurtype
Duinroosdwergstruweel
Huidig beheer
Te maaien in 2008 , dan seizoenale begrazing
Bespreking vegetatie
De vegetatie is een verruigingsstadium van duingrasland, waarvan Duinroosje en Geel walstro nog aanwezige soorten zijn. Hoofdbedekkers zijn Dauwbraam, Glanshaver en Duinroosje. Door de hogere bedekking van Glanshaver heeft de vegetatie in dit PQ nog meer een graslandaspect dan in de PQ 23, die meer een ruigte/laag struweelaspect vertoont. De vegetatie is verder arm aan soorten en bevat oa de typische nitrofiele elementen Grote brandnetel en Kleefkruid. De huidige vegetatie voldoet aan het natuurstreefbeeld, maar de ontwikkelingsgraad kan nog verhogen.
Bespreking beheer
De vegetatie heeft nood aan openingen zodat kleinere soorten meer kans krijgen. Alvorens in te grijpen in de vegetatiestructuur (door begrazing) zal echter het nutriëntengehalte moeten omlaag gebracht worden. Gedurende enkele jaren wordt er daarom best gemaaid met afvoer van het maaisel. Selectief worden opgaande struiken in de omgeving gespaard, en daarrond ook enige ruigte. Hierdoor is er globaal meer variatie in vegetatiestructuur in dit deel van het gebied.
PQ
25
Vegetatietype Associa
Syntaxon
Index
Norm Lh
Incompl
Weirdn
17AA
83
0
2
-1
Trifolion medii
14B
91
2
2
2
Trifolio-Festucetalia ovinae
14RG04
93
18
7
25
RG Euphorbia Corynephoretea]
31
95
2
1
2
Artemisietea vulgaris
cyparissias-[Koelerio-
Toegekend vegetatietype
RG Rosa pimpinellifolia – [Polygalo-Koelerion]
Vlaams natuurtype
Duinroosdwergstruweel
Huidig beheer
Extensieve begrazing sinds mei 2007
Bespreking vegetatie
De kruidlaag wordt tegen de bodem aan gedomineerd door Duinroosje; de opgaande kruidlaag bestaat vooral uit Glanshaver. Zandzegge en Geel walstro komen vrij veel voor; dit zijn kensoorten van droog grasland (klasse 14). De verdere soortensamenstelling verraadt een relatief hoge voedselrijkdom. De soorten Grote brandnetel en Fluitenkruid zijn hiervoor het meest indicatief. Deze soorten komen nu in lage bedekking voor, en hun afname/uitbreiding zal in een volgende opnameronde een goede evaluatie mogelijk maken van het al of niet welslagen van de genomen beheermaatregelen. De huidige vegetatie voldoet aan het natuurstreefbeeld, maar de ontwikkelingsgraad kan nog verhogen.
Bespreking beheer
Zoals elders is er ook hier een te hoge trofiegraad. De begrazing is net opgestart en zal zeker een negatieve invloed hebben op Glanshaver, waardoor er ruimte zal onstaan voor andere, meer vraatbestendige soorten. De evolutie die de vegetatie zal doormaken moet bepalen of er ook nood is aan meer drastische verschraling, bijvoorbeeld door maaien met afvoer gedurende één of enkele jaren. 19
ARCADIS Resultaten 07/10509/MC - Uitvoering monitoring van het natuurinrichtingsproject Noordduinen: vastleggen van de biotische uitgangssituatie (jaar -1)
PQ
26
Vegetatietype Associa
Syntaxon
Index
Norm Lh
Incompl
Weirdn
31AB03B
65
3
3
3
Balloto-Arctietum diplotaxietosum
14
69
-1
1
-2
Koelerio-Corynephoretea
Toegekend vegetatietype
14CB Polygalo-Koelerion
Vlaams natuurtype
Droog tot vochtig kalkrijk duingrasland met Liggend bergvlas (Thesium humifosum) en Geel walstro (Galium verum)
Huidig beheer
Extensieve begrazing sinds mei 2007
Bespreking vegetatie
De Associa typering illustreert de mankementen aan dit programma: soorten die kenmerkend zijn voor de subassociatie 31AB03B zijn goed vertegenwoordigd, maar de kensoorten van hogere syntaxa ontbreken volledig. De vegetatie hoort dus niet thuis in de klasse der ruderale gemeenschappen maar is veeleer een overgang tussen duingrasland en duindoornstruweel. Ruimtelijk gezien bevindt de PQ zich ook tussen deze twee vegetatietypen. Duinriet overheerst ruim de helft van de bedekking, maar ook verschillende Duindoornstruiken die afkomstig zijn vanuit het aangrenzend struweel koloniseren de PQ. Tussenin groeit er veel Zachte haver, die op het moment van de opname echter nergens bloeide. De ‘ondergroei’ bestaat verder uit Geel walstro, de grassen Rood zwenkgras, Reukgras, Glanshaver en Gestreepte witbol. In de moslaag werd enkel Duinsnavelmos aangetroffen. De huidige vegetatie voldoet aan het natuurstreefbeeld, maar de ontwikkelingsgraad kan nog verhogen.
Bespreking beheer
In het geval van niets doen zal het Duindoornstruweel verder oprukken ten koste van de graslandsoorten. Binnen het natuurstreefbeeld als duingrasland is het wenselijk om minstens éénmaal te maaien, zodat de aanwezige struikjes worden verwijderd en zodat het mogelijk wordt voor grazers om controle te krijgen over de vegetatie.
20
ARCADIS Literatuurlijst 07/10509/MC - Uitvoering monitoring van het natuurinrichtingsproject Noordduinen: vastleggen van de biotische uitgangssituatie (jaar -1)
3.1.3.3
Pioniervegetatie van vochtige duinvalleien
PQ
11 (1.2.3.4)
Vegetatietype Associa
Syntaxon
Index
Norm Lh
Incompl
Weirdn
31CA01B
44
-2
2
-4
Echio-Melilotetum typicum
31CA02
44
-2
3
-5
Bromo campestris
inermis-Eryngietum
Toegekend vegetatietype
31CA Dauco-Melilotion
Vlaams natuurtype
?
Huidig beheer
Afgraving met ongeveer 100 cm, dan extensieve begrazing
Bespreking vegetatie
Verruigingsvorm van grasland waarin de algemene grassen Kweek, Hoog struisgras en Ruw beemdgras samen de bodem toedekken. Dit rijtje wordt aangevuld met Kropaar, Kruipende boterbloem, Engels raaigras en Grote brandnetel. Het onderliggend graslandtype is een schrale vorm van Glanshaverhooiland of eerder, een duingrasland uit de CladonioKoelerietalia. Onder andere Zachte ooievaarsbek wijst eerder in de richting van droog grasland. De trofiegraad is in de huidige toestand echter veel te hoog. De huidige vegetatie voldoet nog niet aan het natuurstreefbeeld, slechts na de in 2008 geplande afgraving is evolutie in die richting mogelijk (zie ook bespreking beheer)
Bespreking beheer
Gegeven de huidige omstandigheden (anno 2007) kan een maaibeheer met afvoer instaan voor de voornaamste beheerdoelstelling: het doorbreken van de grassendominantie dewelke dan gepaard gaat met een verlaging van de trofiegraad en daarmee ook van de vegetatiehoogte. Afgraven van de toplaag is een alternatieve, meer ingrijpende maar ook snellere manier om nutrienten uit het gebied te verwijderen. In 2008 zal er hier echter afgegraven worden voor het herstel van een pannevegetatie. Er wordt dan in feite gestart vanuit een nieuwe nulsituatie waardoor in dat stadium de beheervisie dient te worden herzien
21
ARCADIS Literatuurlijst 07/10509/MC - Uitvoering monitoring van het natuurinrichtingsproject Noordduinen: vastleggen van de biotische uitgangssituatie (jaar -1)
3.1.4
Poelen
Doordat de poelen recent zijn aangelegd is de vegetatieontwikkeling op de oevers schaars. In het water zelf werden vooralsnog geen hogere planten (noch kranswieren) aangetroffen. De voorkomende vegetatie wordt per poel besproken. 3.1.4.1
Poel Camping (westelijke poel) / (NODM001)
De vegetatie heeft een typisch pionierkarakter: open van structuur en met een heterogene soortensamenstelling (soorten van verschillende vegetatietypes), hetgeen meestal het geval is na graafwerken. Een hoge bedekking wordt enkel gehaald door kiemplanten van wilg (uit de groep Boswilg/Grauwe wilg) en door Greppelrus. Ook kiemplanten van Teunisbloem zijn regelmatig aanwezig. Verder zijn er pioniersoorten van nat milieu (naast Greppelrus ook Liggende vetmuur en Blaartrekkende boterbloem), soorten van nat (en enigszins voedselrijk) milieu (kiemplant van Grote/Kleine Lisdodde, Wolfspoot, Zwarte els en Gewone waterbies), soorten van Zilverschoongrasland en aanverwante types (Grote weegbree, Straatgras, Varkensgras, Fioringras, Krulzuring, Hopklaver, Gewone hoornbloem en Witte klaver), soorten van zandgrond (Zandhoornbloem en Zandmuur) en storingsindicators (Klein kruiskruid, Veldereprijs, Klein hoefblad, Rood guichelheil en Bleke klaproos) aanwezig. Eén vegetatieve plant van een ongedetermineerde Waterranonkel werd eveneens aangetroffen. 3.1.4.2
Poel Fluithoek (oostelijke poel) / (NODM002)
De vegetatie is zowel qua soortensamenstelling als qua structuur sterk vergelijkbaar met deze aan poel Camping. Precies dezelfde taxa, Greppelrus en Wilg species, halen een hoge bedekking. Alle andere soorten werden in de laagste bedekkingscodes genoteerd (rare of sporadic). Als aanvullende pioniersoorten van nat milieu werden Spiesmelde en Zomprus aangetroffen. De enige overige echt aan nat milieu gebonden soort is Lisdodde species (kiemplanten). Soorten van Zilverschoongrasland en/of tredvegetaties zijn Grote weegbree, Straatgras, Fioringras, Witte klaver en Gewone hoornbloem. Soorten van zandgrond zijn dezelfde als rond de andere poel: Zandmuur, Zandhoornbloem en kiemplanten van Grote teunisbloem. Deze komen vooral in de buitenrand van de geïnventariseerde strook voor. Ook de voorkomende storingsindicators -die nog getuigen van de graafwerken en op termijn zullen afnemen- zijn vergelijkbaar met deze aan de poel Camping: Klein kruiskruid, Veldereprijs, Gekroesde melkdistel, Klein hoefblad, Rood guichelheil en Kleine veldkers. Aan deze poel werd ook één rozetje van één mossoort aangetroffen: het betrof het niet algemene Sponswatervorkje (of Kristalwatervorkje, Riccia cavernosa). Deze soort pioniert typisch op tijdelijk droogvallende plekken zoals de oevers van poelen. 3.1.5
Rode Lijstsoorten
Over de 10 PQ’s en de 2 poelen werd slechts één soort aangetroffen die op de meest recente Vlaamse Rode Lijst (Van Landuyt et al., 2006) zijn opgenomen. Het betreft Geel zonneroosje (Helianthemum nummularium), een soort die in Vlaanderen vooral kenmerkend is voor oudere duingraslanden en die in de rode lijst is opgenomen in de categorie ‘zeldzaam’. Geel zonneroosje werd in 2007 enkel in PQ 17 aangetroffen, in lage bedekking (Londo code p1: 3-20 individuen in een bedekking van 0-1%). Een andere soort die voorkomt tot op 30cm van de PQ 17 is Grote tijm (Thymus pulegioides), die ook geldt als soort van goed ontwikkeld duingrasland van het Polygalo-Koelerion. 22
ARCADIS Literatuurlijst 07/10509/MC - Uitvoering monitoring van het natuurinrichtingsproject Noordduinen: vastleggen van de biotische uitgangssituatie (jaar -1)
Verscheidene andere rode lijstsoorten komen/kwamen voor in de Noordduinen (verschillende bronnen) maar hiervan werden er geen in de opnames aangetroffen. 3.1.6
Doelsoorten per doelsysteem
De doelsoorten die geselecteerd zijn voor het natuurinrichtingsproject Noordduinen zijn bepaald per doelsysteem en beschreven in het projectuitvoeringsplan. Hieronder wordt aangegeven welke doelsoorten werden aangetroffen binnen de PQ’s op 05-07-2007. 3.1.6.1
Humusarme stuifduinen met Helm (Ammophila arenaria) en Duinzwenkgras (Festuca juncifolia)
Doelsoorten: Helm, Duinzwenkgras De doelsoorten werden niet waargenomen; geen van de PQ’s bevindt zich in dit natuurtype. 3.1.6.2
Kalkrijke mosduinen en pionierduingraslanden met Zanddoddegras (Phleum arenarium) en Groot duinsterretje (Tortula ruralis ssp. ruraliformis)
Doelsoorten: Duinviooltje
Muurpeper,
Groot
duinsterretje,
Kleverige
reigersbek,
Zanddoddegras,
Het vegetatietype is enkel aangetroffen in 2007 in PQ 21; hierin zijn drie van de doelsoorten aanwezig: Groot duinsterretje (massaal), Muurpeper en Kleverige reigersbek. 3.1.6.3
Droog tot vochtig kalkrijk duingrasland met Liggend bergvlas (Thesium humifosum) en Geel walstro (Galium verum)
Doelsoorten: Liggend bergvlas, Kalkbedstro, Geel zonneroosje, Voorjaarsganzerik, Gewone vleugeltjesbloem (Wondklaver, Kegelsilene voor zeedorpentype) Van deze soorten werd enkel Geel zonneroosje zowel tijdens de opname in 2006 als in 2007 aangetroffen in lage bedekking in PQ 17. 3.1.6.4
Pioniervegetaties van vochtige duinvalleien met Parnassia (Parnassia palustris)
Doelsoorten: Drienervige zegge, Rond wintergroen, Moeraswespenorchis, Parnassia Geen van de PQ’s lag in dit vegetatietype; de doelsoorten zijn niet aangetroffen. 3.1.6.5
(Vochtig) kruipwilgstruweel (Salix repens) met Rond wintergroen (Pyrola rotundifolia)
Doelsoorten: Kruipwilg, Rond wintergroen Geen van de PQ’s lag in dit vegetatietype; de doelsoorten zijn niet aangetroffen.
23
ARCADIS Literatuurlijst 07/10509/MC - Uitvoering monitoring van het natuurinrichtingsproject Noordduinen: vastleggen van de biotische uitgangssituatie (jaar -1)
3.1.6.6
(Matig) kalkrijke struwelen met duindoorn (Hippophae rhamnoides) en Wilde liguster (Ligustrum vulgare)
Doelsoorten: Duindoorn, Wilde liguster, Hondsroos, Sleedoorn Tijdens de vegetatieopname van PQ1 in 2006 werd Duindoorn in heel geringe mate waargenomen. In 2007 werd deze soort, na het gestarte maai- en graasbeheer in oktober 2006, er niet meer waargenomen. In 2006 was Duindoorn goed vertegenwoordigd in PQ16. Tijdens de vegetatieopname in 2007 werd Duindoorn slechts met een heel geringe bedekking waargenomen. De vermindering aan bedekking van Duindoorn zal waarschijnlijk het gevolg zijn van het gevoerde maaibeheer eind 2006 (oktober 2006). Duindoorn komt in geringe bedekking voor in PQ23 (opname 2007). Deze PQ staat in verruigend en verstruwelend Duingrasland, waarin de soort langzaam voet aan de grond krijgt. In PQ26 haalt Duindoorn in 2007 een aanzienlijke bedekking; deze PQ is gelegen in een met Duinriet verruigend droog duingrasland op de rand van een goed ontwikkeld Duindoornstruweel. Van Sleedoorn werd tijdens de inventarisatie die in 2007 werd uitgevoerd een jong plantje aangetroffen in PQ25. Sleedoornstruiken zijn op geen van de geïnventariseerde plaatsen aanwezig. 3.1.6.7
Gemeenschappen van zoet, open water en periodiek droogvallende bodem
Doelsoorten: Kranswieren (Chara vulgaris, C. globularis), Waterranonkels (Ranunculus sp.) en fonteinkruiden Omdat de poelen nog maar zeer recent gegraven zijn, heeft zich nog geen waterflora kunnen ontwikkelen. Enkel aan poel Camping werd in 2007 één plant van een Waterranonkel waargenomen. De plant bloeide niet waardoor hij slechts tot op genus niveau kon worden gedetermineerd. Een foto hiervan is opgenomen in de foto-bijlage (Bijlage 3). 3.1.6.8
Droog tot vochtig Abelen - Iepenbos op kalkhoudende bodem
Doelsoorten: Maarts viooltje, Gewone vogelmelk, Groot glaskruid Het vegetatietype noch de soorten zijn aanwezig in de PQ’s. 3.1.6.9
Oligo- tot mesotroof grasland en elzenkanten op voormalige akkertjes en wallen: Hp/Hd + Khw(a)
Voor dit type zijn geen doelsoorten afgebakend; de cultuurhistorische waarde weegt hier sterker door dan de natuurwaarde. 3.1.6.10
Oligo- tot mesotroof grasland met elementen van kalkrijk duingrasland: Hp/Hd
Voor dit type zijn geen doelsoorten afgebakend; de cultuurhistorische waarde weegt hier sterker door dan de natuurwaarde. 24
ARCADIS Literatuurlijst 07/10509/MC - Uitvoering monitoring van het natuurinrichtingsproject Noordduinen: vastleggen van de biotische uitgangssituatie (jaar -1)
3.1.7
Aandachtssoorten
Door het INBO is een lijst opgesteld waarin van alle aan de kust voorkomende plantensoorten een reeks zeldzame en/of sterk indicatieve soorten is weerhouden onder de noemer ‘aandachtsoorten’. Binnen de vegetatieopnames die zijn verricht in voorliggende monitoringsronde werden uit deze lijst enkel Geel zonneroosje (Helianthemum nummularium) aangetroffen. Grote tijm werd net buiten PQ17 aangetroffen. Gezien beide soorten Rode Lijstsoorten zijn wordt verwezen naar 3.1.5.
3.2
SPRINKHANEN
3.2.1
Inleiding
De sprinkhanen van de duinen kunnen als volgt ingedeeld worden. Rode-Lijstsoorten worden in vet aangegeven: •
Stuivende duinen (dus los zand): Blauwvleugelsprinkhaan, Duinsabelsprinkhaan, Knopsprietje;
•
Mosduinen en droge, korte graslanden: Knopsprietje, Ratelaar, Schavertje, Snortikker en Kustsprinkhaan;
•
Droge en natte, hogere graslanden: Kustsprinkhaan, Gouden sprinkhaan, Krasser;
•
Natte duinpannes: Zanddoorntje;
•
Struwelen/bosranden: Duinsabelsprinkhaan, Struiksprinkhaan en Boomsprinkhaan;
•
Droge en natte ruigte: Gewoon spitskopje, Zuidelijk spitskopje, Grote groene sabelsprinkhaan;
Vermits de drie topsoorten voor de Belgische kustduinen zonder twijfel Blauwvleugelsprinkhaan, Duinsabelsprinkhaan en Schavertje zijn, is het meteen duidelijk waarom de ecotopen stuifduin, mosduin en schraal duingrasland zo belangrijk zijn. Ruigere delen zijn gewenst, hebben hun betekenis voor bepaalde soorten, maar dienen steeds in veel beperktere mate aanwezig te zijn dan de schrale delen. 3.2.2
Waarnemingen 2007
Alle waarnemingen van sprinkhanen en andere ongewervelden zijn opgenomen in Bijlage 7. Het onderzoek resulteerde in 6 soorten sprinkhanen. Zowel de aantallen als de diversiteit aan sprinkhanen was laag binnen de proefvlakken. Enkel Zuidelijk spitskopje, Krasser en Ratelaar zijn waargenomen. Samengevat kwamen we tot volgende vangstaantallen: •
PQ1: Ratelaar: 1 mannetje; Zuidelijk spitskopje: 4 adulte en 1 subadult mannetje, 1 wijfje;
•
PQ16: Krasser: 2 mannetjes en 2 wijfjes; Zuidelijk spitskopje: 4 adulte mannetjes, 2 adulte en 2 subadulte wijfjes;
•
PQ17: Ratelaar / Bruine sprinkhaan: 1 wijfje; Zuidelijk spitskopje: 4 wijfjes;
25
ARCADIS Literatuurlijst 07/10509/MC - Uitvoering monitoring van het natuurinrichtingsproject Noordduinen: vastleggen van de biotische uitgangssituatie (jaar -1)
3.2.3
Soortbespreking
Van de waargenomen sprinkhanen kan enkel Duinsabelsprinkhaan als een faunistisch interessante soort beschouwd worden. De Duinsabelsprinkhaan (Platycleis albopunctata) is bedreigd in Vlaanderen. Er zijn enkel nog populaties aan de Westkust en Oostkust bekend, maar daar is de soort wel zeer wijd verspreid. In de Kempen zijn geen waarnemingen van na 1950. De soort is al relatief vroeg op het jaar actief. Ze zou in juli al haar piekaantallen bereiken maar is wel tot oktober aan te treffen (Decleer et al., 2000). Ook in Nederland is dit de enige sprinkhaan die alleen in de duinen te vinden is! Maar ze is daar dan ook bijna overal te vinden, tot in de jongste duinen, met een voorkeur voor enigszins verstoorde plekken. De mannetjes zitten meestal in Duinriet, Helm of Duinroos te zingen. Zo lang grotere oppervlakten met gevarieerde duinvegetaties behouden blijven, behoeft de soort geen speciale bescherming (Kleukers et al., 1997). Volgens De Knijf et al. (in Provoost & Bonte, 2004) is de soort voor haar juveniele ontwikkeling gebonden aan warme microhabitats zoals mosduinen en stuifduintjes. Als adult prefereert ze hoger opgeschoten vegetaties (ook in pollen Helm). We namen de soort net buiten PQ1 waar (2 zangposten). 3.2.4
Discussie
Het monitoren van sprinkhanen binnen vaste proefvlakken is een tijdrovende methode, maar wel de meest betrouwbare en ‘objectieve’ om verschuivingen in soortensamenstelling en densiteiten van sprinkhanen op te volgen. We onderzochten reeds tal van duingebieden op sprinkhanen (cfr. Lambrechts, 2005, 2006, 2007). Hierbij gingen we steeds gebiedsdekkend te werk, waarbij we per ‘perceel’ of deelgebied een soortenlijst opmaakten met een inschatting van de aantallen sprinkhanen. Dit is de basisinventarisatie die noodzakelijk is om een goede indruk te hebben van de sprinkhanenfauna van een bepaald gebied. Het monitoren in proefvlakken is een goede methode specifiek gericht op de evaluatie van verschuivingen in vegetatiestructuur ten gevolge van beheer of natuurlijke successie. Deze methode wordt doorgaans aanvullend gebruikt op de vorige. Ons inziens zijn er 2 redenen voor de zwakke resultaten binnen de 3 onderzochte proefvlakken: Het jaar 2007 was over het algemeen een vrij zwak jaar voor sprinkhanen. Het was meestal eerder fris en vochtig, zodat de aantallen wellicht eerder laag waren (hogere mortaliteit juvenielen). Het was zelfs zoeken naar een enkele geschikte dag om terreinwerk uit te voeren. Als hetzelfde onderzoek in het zeer warme jaar 2006 was uitgevoerd, waren de aantallen zeker veel hoger geweest! De onderzochte vegetaties zijn ruige hoge vegetaties gedomineerd door voornamelijk Glanshaver. In dit type vegetatie is de soortendiversiteit aan sprinkhanen doorgaans laag. Ratelaar is een zeer algemene soort in Vlaanderen. De soort bereikt in schrale graslanden hoge dichtheden. Indien er ook wat kale zandige plekjes zijn, zal ook Knopsprietje talrijk zijn. Het feit
26
ARCADIS Literatuurlijst 07/10509/MC - Uitvoering monitoring van het natuurinrichtingsproject Noordduinen: vastleggen van de biotische uitgangssituatie (jaar -1)
dat deze soorten nauwelijks respectievelijk niet zijn aangetroffen, is een duidelijk teken dat de 3 onderzochte graslanden erg ruig zijn. Het is duidelijk dat er nog een flinke weg te gaan is tot de doeltypes hier bereikt zijn. De visie voor een flink deel van de Noordduinen is namelijk humusarme stuifduinen en schrale duingraslanden in mozaïek met elkaar en met duinstruweel. Momenteel domineren de ruige Glanshavervegetaties nog sterk. Door het maaien is Glanshaver een dominante soort geworden, ter vervanging van Duinriet. Deze dichte en eerder hoge vegetaties met Duinriet of met Glanshaver hebben weinig betekenis voor sprinkhanen. Recent toonden we meermaals overtuigend aan dat stuifduinen, mosduinen en droge, schrale duingraslanden daarentegen een bijzondere rijke ongewerveldenfauna kennen (Lambrechts et al., 2004; Lambrechts & Janssen, 2007; Lambrechts et al., in voorbereiding). De meeste kenmerkende duinsoorten vinden we enkel in deze ecotypen en nauwelijks in ruige graslanden (met Glanshaver of Duinriet), struwelen en (duin)bossen (Bonte, 2006; Provoost & Bonte, 2004;…), logisch als men het natuurlijke, dynamische duinsysteem beschouwt.
3.3
ANDERE ONGEWERVELDEN
Tijdens de inventarisatie van de sprinkhanen werden tevens alle andere ongewervelden, die binnen de proefvlakken voorkwamen, genoteerd (Bijlage 7). Samengevat resulteerde het onderzoek in volgende vangsten: •
Lieveheersbeesten: 3 soorten
•
Spinnen: 8 soorten
•
Dagvlinders: 2 soorten
•
Wantsen: 1 soort
De faunistisch interessante soorten die zijn waargenomen, worden hierna kort besproken: Het Wilgenlieveheersbeestje (Chilocorus renipustulatus) leeft op diverse bomen en struiken. De soort komt verspreid over Vlaanderen voor, maar slechts her en der en meestal in lage aantallen (Adriaens & Maes, 2004). We sleepten 1 exemplaar in PQ1. De Helm-marpissa (Marpissa nivoyi) is een fraai springspinnetje (familie Salticidae) die in de Benelux vrijwel geheel tot de kustduinen beperkt is, alwaar ze tussen Helm leeft. Ook wordt de soort in moerassen gevonden, soms in het binnenland (Roberts, 1998). De soort is bedreigd in Vlaanderen (Maelfait et al., 1998). We sleepten 1 wijfje in PQ16. De Tijgerspin (Argiope bruennichi) is van oorsprong een meer zuidelijke soort. De eerste waarneming in Vlaanderen vond plaats in Zutendaal in 1984, maar vooral de laatste 10 jaar is ze zeer sterk toegenomen. De toename is het sterkst in Limburg, maar recent zijn er ook veel waarnemingen in de overige Vlaamse provincies inclusief West-Vlaanderen. De Tijgerspin verkiest droge, schrale graslanden en is een geduchte predator van sprinkhanen ! We namen 3 wijfjes waar in en net buiten PQ1.
27
ARCADIS Literatuurlijst 07/10509/MC - Uitvoering monitoring van het natuurinrichtingsproject Noordduinen: vastleggen van de biotische uitgangssituatie (jaar -1)
3.4
AVIFAUNA
3.4.1
Algemeen
Uit het projectrapport Noordduinen van de VLM haalden we de gegevens van de broedvogels van 2 inventarisaties. In 1998 zijn alle broedvogels van de kustduinen tussen Bray-Dunes en Lombardsijde gekarteerd (Bonte et al., 2001) en in 2001 en 2002 is het studiegebied onderzocht door Diederik D’Hert. In Tabel 1 worden de broedvogelsoorten weergegeven, evenals de meest recente Rodelijstcategorie volgens Devos et al. (in Vermeersch et al., 2004). Er werd in deze periode geen enkele Bijlage I soort waargenomen. De twee periodes van onderzoek vergelijken heeft weinig zin gezien het verschil in methodiek en tijdsbesteding. In 1998 hebben 30 vogelsoorten gebroed en er waren in totaal 214 broedgevallen. In 2001 werden 4 bijkomende broedvogelsoorten waargenomen (Zwartkop, Tjijftjaf, Vink en Spotvogel). Deze 4 soorten zijn gebonden aan struweel met bomen en bos. De situering van territoria van bijzondere broedvogels is op kaart weergegeven in Bijlage 8. Het gaat daarbij niet altijd om alle territoria van een bepaald jaar. Soms is het zelfs een combinatie van territoria van meerdere jaren (mededeling Klaas Desmet, VLM). De Grasmus en Sprinkhaanzanger broeden evenveel in het westelijk gedeelte als in het oostelijk gedeelte. De Braamsluiper en vooral de Nachtegaal hebben een sterke voorkeur voor het oostelijk gedeelte. Dit komt waarschijnlijk door het groter aandeel gemengd hoog struweel met soorten zoals Meidoorn en Vlier. Naast de molen en naast een woning in deelgebied 4 broedt de Gekraagde roodstaart. In deelgebied 1, naast de Leopold III laan, heeft een Fluiter gebroed. In deelgebied 2 waar vooral nog vitaal duindoornstruweel aanwezig is, hebben een Cetti’s zanger, een Kleine Karekiet en een Bosrietzanger gebroed. Tabel 3.2: Broedvogelsoorten en aantallen van de Noordduinen in 1998, 2001, 2002 Broedvogel
Rode Lijst
1998
2001
2002
Boomkruiper (Certhia brachydactyla)
1
2-3
2-3
Bosrietzanger (Acrocephalus palustris)
1
Braamsluiper (Sylvia curruca)
2
Cetti’s zanger (Cettia cetti)
1 +/- 10
Zeldzaam
5 1
Ekster (Pica pica)
10
zeker
zeker
Fazant (Phasianus colchicus)
16
zeker
5
Fitis (Phylloscopus trochilus)
16
talrijk
10
Fluiter (Phylloscopus sibilatrix) Gekraagde phoenicurus)
roodstaart
1 (Phoenicurus Kwetsbaar
2
Grasmus (Sylvia communis)
15
Groene specht (Picus viridis)
2
2
Grote bonte specht (Dendrocops major)
3
2
28
+/- 30
> 10
ARCADIS Literatuurlijst 07/10509/MC - Uitvoering monitoring van het natuurinrichtingsproject Noordduinen: vastleggen van de biotische uitgangssituatie (jaar -1)
Broedvogel
Rode Lijst
1998
2001
Grote lijster (Turdus viscivorus),
1
1-2
Heggenmus (Prunella modularis)
14
talrijk
Talrijk
Houtduif (Columba palumbus)
27
zeker
Zeker
Kleine karekiet (Acrocephalus scirpaceus)
2002
1
Kneu (Carduelis cannabina)
Achteruitgaand
4
Koekoek (Cuculus canorus)
Achteruitgaand
3
zeker
Zeker
Koolmees (Parus major)
13
zeker
Talrijk
Merel (Turdus merula)
18
zeker
Zeker
14
20-30
20-25
Pimpelmees (Parus caerulus)
4
zeker
Talrijk
Ransuil (Asio otus)
2
zeker
Roodborst (Erithacus rubecula)
3
zeker
Nachtegaal (Luscinia megarhynchos)
Kwetsbaar
Spotvogel (Hippolais icterina)
Zeker
1-2
Sprinkhaanzanger (Locustella naevia)
1
3-4
3
Steenuil (Athene noctua)
1
Staartmees (Aegithalos caudatus)
Zeker
Tjiftjaf (Phylloscopus collybita.)
talrijk
30
7
10
6
Tuinfluiter (Sylvia borin)
3
zeker
5
Turkse tortel (Streptopelia decaocto)
1
Zomertortel (Streptopelia turtur)
Bedreigd
Vink (Fringilla coelebs) Wielewaal (Oriolus oriolus)
zeker Bedreigd
1
Winterkoning (Troglodytes troglodytes)
16
Talrijk
Zanglijster (Turdus philomelos)
1
zeker
Zwarte kraai (Corvus corone)
3
zeker
Zwarte roodstaart (Phoenicurus ochruros)
1
Zwartkop (Sylvia atricapilla)
11
zeker
Zeker
10
Over de hele periode beschouwd, zijn er 7 Rode-lijstsoorten waargenomen, verdeeld over de volgende categorieën. Er werd in deze periode geen enkele Bijlage I soort waargenomen. •
Bedreigd: Zomertortel en Wielewaal;
•
Kwetsbaar: Gekraagde roodstaart en Nachtegaal;
•
Zeldzaam: Cetti’s zanger;
•
Achteruitgaand: Kneu en Koekoek;
Voor zover we uitspraken kunnen doen, is er een toename van Nachtegaal, Grasmus en Braamsluiper en in mindere mate ook van Sprinkhaanzanger en Boomkruiper. Cetti’s zanger en
29
ARCADIS Literatuurlijst 07/10509/MC - Uitvoering monitoring van het natuurinrichtingsproject Noordduinen: vastleggen van de biotische uitgangssituatie (jaar -1)
Gekraagde roodstaart zijn nieuw verschenen t.o.v.1998. Wielewaal en Kneu daarentegen lijken verdwenen uit het studiegebied. In de Nederlandse duinen is tijdens de periode 1975-2000 een toename van Nachtegaal (X5) en Grasmus vastgesteld (Nobel en Sierdsema, 2001). 3.4.2
Soortbesprekingen
Hierna worden de meest bijzondere soorten besproken. Het zijn allen Rode Lijstsoorten. De Zomertortel neemt sterk af in heel Vlaanderen. In de duinen zou de afname nog relatief meevallen, maar voor de Oostkust toch 50% bedragen. In 1993 werden 125 broedparen geteld voor de duingebieden langs de Oostkust. Tijdens de atlasperiode 2000-2002 was de Zomertortel aan de Oostkust opvallend goed vertegenwoordigd (49-58 paren). Zomertortels nestelen graag in lage dichte bosjes. Eens het bos veroudert, verdwijnt de soort (Vermeersch et al., 2004). In de periode 1998 – 2002 lijkt de populatie Zomertortel in de Noordduinen min of meer stabiel. De Wielewaal vertoont een voorkeur voor bossen met een groot bladvolume en een gesloten bladerdek. Oorspronkelijk wellicht vooral in Eiken-Essenbossen in riviervalleien en andere broekbossen, ook in Eiken-Haagbeukenbossen en zelfs Eiken-Berkenbossen. De soort heeft zich goed aangepast aan populierenaanplanten en broedt soms in parken en boomgaarden. De Wielewaal is zeldzaam in het westen van Vlaanderen. Aan de Westkust zijn wel heel wat gebieden bezet. Er is geen eenduidige verklaring voor de sterke afname in Vlaanderen (Herremans in Vermeersch et al., 2004). In tegenstelling tot de Zomertortel zou de Wielewaal in theorie wél van het ouder worden van het bos in het studiegebied moeten kunnen profiteren. Het ene territorium van 1998 bleek echter niet meer bezet in 2001 noch in 2002. De Gekraagde roodstaart (Phoenicurus phoenicurus) is in grote delen van Vlaanderen sterk afgenomen. De soort komt vooral voor in de Kempen (ca. 70% van de populatie) en zandig Vlaanderen (ca. 20%). Ook in de beboste delen van de Duinen ontbreekt ze niet maar dit vertegenwoordigt slechts ca. 4 % van de Vlaamse populatie (Vermeersch et al., 2004). De soort is in 2002 nieuw verschenen in de Noordduinen ten opzichte van de referentieperiode 1998. Ook de Nachtegaal (Luscinia megarhynchos) gaat sterk achteruit in Vlaanderen. De tweede belangrijkste concentratie in Vlaanderen situeert zich in de duinen, vooral langs de Westkust en in het Vlaams natuurreservaat de Zwinduinen en -polders. De dieren houden van een dichte struiklaag, maar verruiging van de kruidlaag (van struwelen en bossen) is nefast, aangezien de dieren graag op kale bodem foerageren (Vermeersch et al., 2004). De Nachtegaal lijkt een positieve trend te kennen in het studiegebied. De Cetti’s zanger (Cettia cetti) is een zuidelijke soort die recent (sterk) in opmars is in Vlaanderen, in het bijzonder aan de Westkust. Het verschijnen van de soort in het studiegebied (1 terr.) tussen 1998 en 2002 kadert in die trend.
30
ARCADIS Literatuurlijst 07/10509/MC - Uitvoering monitoring van het natuurinrichtingsproject Noordduinen: vastleggen van de biotische uitgangssituatie (jaar -1)
De Kneu (Carduelis cannabina) is nog steeds een talrijke broedvogel in Vlaanderen. Hij kent zijn hoogste dichtheden in de duinen en de polders en het zuiden van Vlaanderen. Toch vond er een enorme afname plaats, net als in de rest van NW-Europa, vooral in landbouwgebieden. De soort broedt vaak in een los kolonieverband (Vermeersch et al., 2004). In de Noordduinen verdween de soort als broedvogel, terwijl er in 1998 nog 4 territoria geregistreerd werden.
31
ARCADIS Literatuurlijst 07/10509/MC - Uitvoering monitoring van het natuurinrichtingsproject Noordduinen: vastleggen van de biotische uitgangssituatie (jaar -1)
3.4.3
Discussie
De broedvogelgemeenschappen in de duinen worden voornamelijk gestructureerd door de aanwezige successiegradiënt en de structuurvariatie van de vegetatie (Bonte et al., 2001). Zowel in bossen als in struwelen en in open ecotopen komen bijzondere soorten voor. Vele bossoorten zijn sterk toegenomen in de duinen, maar de meeste van die soorten zijn algemeen in heel Vlaanderen en momenteel niet bedreigd (vb. Zwartkop, Houtduif, Holenduif, …). Toch liggen er ook belangrijke natuurwaarden. Soorten als Wielewaal, Gekraagde roodstaart, Draaihals en andere spechten, roofvogels, … broeden in oude bomen. We dienen niet naar omvangrijke oude bossen te streven in de duinen en allerminst naar dichte bossen, dat resulteert vooral in toename van die algemene soorten. Maar een flink aantal verspreide of in groep voorkomende oude bomen (vooral vrijstaande eiken) draagt wel sterk bij tot vestiging van bijzondere broedvogels, want een groot deel van die bijzondere soorten verkiest de combinatie van bos en open terrein (zogenaamde ‘bosrandsoorten’). Struweelsoorten zijn toegenomen in de duinen, logisch gezien de sterke verstruweling van het hele duingebied vergeleken met enige decennia geleden. Het is niet opportuun deze situatie radicaal te keren via natuurbeheer (vb. door massaal ontstruwelen). De rijke avifauna van de struwelen omvat meerdere soorten die in de rest van Vlaanderen achteruitgaan en in de duinen nog in belangrijke dichtheden voorkomen. We denken aan Nachtegaal, Zomertortel, Kneu, Braamsluiper en Sprinkhaanzanger. Vogels die binnen de duinen van open terrein houden (open kaal stuivend zand en duingraslanden) geraken sterk in de verdrukking, hier en in heel Vlaanderen. De Tapuit en de Kuifleeuwerik, beide met uitsterven bedreigd op Vlaams niveau, zijn goede voorbeelden. Ook Graspieper en Veldleeuwerik behoren tot die reeks, hoewel voor die soorten de polders belangrijker zijn. Roodborsttapuit en eventueel Grauwe klauwier (Lanius collurio) zijn dan weer soorten die de combinatie van grasland en struweel vereisen. Voor deze groep van soorten is een sterke recreatiedruk negatief. Een begrazingsbeheer helpt om de noodzakelijke variatie te behouden, in combinatie met gerichte maatregelen. Wat het effect van het kappen van aangeplante populierenbossen op de bestaande bijzondere vogelpopulaties betreft, kan er gesteld worden dat dit met betrekking tot Rode lijstsoorten vooral een effect zal hebben op Wielewaal. Aangezien er kan gesteld worden dat de populatie Wielewaal in de Noordduinen weinig betekenisvol is voor Vlaanderen, kan deze impact enigszins gerelativeerd worden.
32
ARCADIS Literatuurlijst 07/10509/MC - Uitvoering monitoring van het natuurinrichtingsproject Noordduinen: vastleggen van de biotische uitgangssituatie (jaar -1)
LITERATUURLIJST ADRIAENS, T. & D. MAES (2004). Voorlopige verspreidingsatlas van lieveheersbeestjes in Vlaanderen. Resultaten van het lieveheersbeestjesproject van de jeugdbonden. Bertram 2 (1bis), 72 pp. Adriaens, T. & F. Vanderhaeghe (xx). Sprinkhanenmonitoring op de Schobbejakshoogte: hoeveel en waar ? Adriaens, T., Vanderhaeghe, F., Vercruysse, W. & A. Zwaenepoel (xx). Vijfendertig honderdste Schavertje per vierkante meter, dat moet je verdienen, elke dag! Verslag sprinkhanenmonitoring op 24 augustus 2002. BONTE, D. (1996). Habitatpreferenties van Stenobothrus stigmaticus in de Oostvoorduinen te Oostduinkerke (Koksijde). Nieuwsbrief Saltabel 16: 28-29. BONTE, D. (2006). De Harkwesp in de kustduinen. Bedreigd door begrazing en recreatie ? Natuur.focus 5 (3): 87-90. Bonte, D., Baert, L. & J.P. Maelfait (2004). Spinnen. In : Provoost, S. & Bonte, D. (red.). Levende duinen: een overzicht van de biodiversiteit aan de Vlaamse kust. Mededelingen van het Instituut voor Natuurbehoud 22, Brussel: 320-343. Bonte, D., Provoost, S., Hoffman, M., Anselin, A., Beyen, B., Billiau, R., Deseaver, R., Wackenier, W., & Warreyn, G., 2001. Broedvogels van de kustduinen tussen Bray-Dunes (F) en Lombardsijde (B). Soortensamenstelling, ruimtelijke spreiding en implicaties voor het natuurbeheer. Oriolus, 67 (1), 3-18. DECLEER, K., DEVRIESE, H., HOFMANS, K., LOCK, K. BARENBURG, B. & D. MAES (2000). Voorlopige atlas en ‘rode lijst’ van de sprinkhanen en krekels van België. Saltabel i.s.m. IN en KBIN, rapport IN2000/10. KLEUKERS, R.M J.C., E.J. VAN NIEUKERKEN, B. ODE, L.P.M. WILLEMSE & W.K.R.E. VAN WINGERDEN, (1997). De sprinkhanen en krekels van Nederland (Orthoptera). Nederlandse fauna l. Nationaal Natuurhistorisch Museum, KNNV Uitgeverij & EIS-Nederland, Leiden. 416 blz., 16 platen. Lambrechts, J. (2005, 2006 en 2007). Wetenschappelijke monitoring van de natuurherstelmaatregelen uitgevoerd in het kader van het LIFE-project FEYDRA. Deel 2: fauna. Opdrachtgever: AMINAL afdeling Natuur (West-Vlaanderen). Universiteit Gent ism WVI & Aeolus. Lambrechts, J. (2006). Integrale gebiedsvisie voor het Vlaams natuurreservaat ‘De Zwinduinen en – polders’ te Knokke-Heist. Deel 2: fauna. Opdrachtgever: AMINAL afdeling Natuur (West-Vlaanderen). WVI ism Aeolus & Universiteit Gent. Lambrechts, J. (2007). Gebiedsvisie voor de fossiele duinen van Adinkerke. Deel 3: fauna. WVI ism Aeolus & Universiteit Gent, in opdracht van AMINAL, afd. Natuur, buitendienst West-Vlaanderen, cel Kustzone. LAMBRECHTS, J., JANSSEN, M. & A. ZWAENEPOEL (2004). Geen typische bos-spinnenfauna in het Calmeynbos (De Panne, West-Vlaanderen). Nieuwsbrief Belg. Arachnol. Ver. 19 (3): 64-77. LAMBRECHTS, J., JANSSEN, M. & A. ZWAENEPOEL (2008). De spinnenfauna van de fossiele duinen van Adinkerke. Nieuwsbrief Belg. Arachnol. Ver. 23: in voorbereiding. 33
ARCADIS Literatuurlijst 07/10509/MC - Uitvoering monitoring van het natuurinrichtingsproject Noordduinen: vastleggen van de biotische uitgangssituatie (jaar -1)
Lambrechts, J., M. Janssen & A. Zwaenepoel (2007). De spinnenfauna van het Vlaams natuurreservaat Zwinduinen en –polders (Knokke, West-Vlaanderen). Het is 5 voor 12 voor de duingraslandsoorten. Nwsbr. Belg. Arachn. Ver. 22 (2): 65-82. MAELFAIT, J.P., BAERT, L., JANSSEN, M. & M. ALDERWEIRELDT (1998). A Red list for the spiders of Flanders. Bulletin van het K.B.I.N. 68 :131-142. Nobel, P. & Sierdsma, H., 2001. Broedvogels en duinstruweel: trends en een biotoopgericht meetnet voor beheerders. Themadag: Duinstruwelen 2 Oktober 2001. Gemeentewaterleidingen Amsterdam. PROVOOST, S. & D. BONTE (red.) (2004). Levende duinen: een overzicht van de biodiversiteit aan de Vlaamse kust. Mededelingen van het Instituut voor Natuurbehoud 22, Brussel, 420 p. ROBERTS, M. J. (1998). Tirion spinnengids. Tirion, Baarn. 397 blz. SCHAMINÉE, J.H.J.; A.H.F. STORTELDER; E.J. WEEDA. 1996. De vegetatie van Nederland. Deel 3: Plantengemeenschappen van graslanden, zomen en droge heiden. Opolus Press, Uppsala-Leiden.
Van Landuyt W., Hoste I., Vanhecke L., Van den Bremt P., Vercruysse W. & De Beer D. (red.), 2006. Atlas van de Flora van Vlaanderen en het Brussels gewest. Nationale Plantentuin en het Instituut voor Natuuren Bosonderzoek i.s.m. Flo.Wer vzw., 1007p. Van Veen, M. & T. Zeegers (XX). Insekten basis boek. VLM (2005). Projectuitvoeringsplan Project Noordduinen.
34
ARCADIS Bijlagen 07/10509/MC - Uitvoering monitoring van het natuurinrichtingsproject Noordduinen: vastleggen van de biotische uitgangssituatie (jaar -1)
BIJLAGEN
35
ARCADIS Bijlagen 07/10509/MC - Uitvoering monitoring van het natuurinrichtingsproject Noordduinen: vastleggen van de biotische uitgangssituatie (jaar -1)
Bijlage 1: Overzichtsplan monitoring Noordduinen - 2007
Noordduinen Provincie : West-Vlaanderen
1:5000
Gemeenten : Koksijde
KAART: 1 Overzichtsplan monitoring
NODP015A
#
NODP001X
# PQ1 NODP014X
#
NODP002X
PQ23
NODP009X
# ! PQ26
# ! PQ22
NODP012X
# PQ25
PQ16
PQ24 NODP008X
#
PQ20
PQ17 NODP006X
#
NODP007X
#
PQ21
@"
Legende perimeter Noordduinen
# # !
@"
peilbuis peilbuis met grondwaterkwaliteit
NODP010A
#
@"
poel, oppervlaktewaterkwaliteit permanent kwadraat (PQ) (3 op 3m), LONDO
NODP004X NODP005X#
permanent kwadraat (PQ) (3 op 3m), LONDO met bodemonderzoek permanent kwadraat sprinkhanen (10 op 10m), wegvangsmethode
PQ115
@" NODP011X # !
PQ111
Bron : - Digitale versie van Orthofoto's, middenschalig, kleur, provincie West-Vlaanderen, AGIV en de Provincie West-Vlaanderen, opname 2002 (GIS-Vlaanderen) aangemaakt op 9/11/2007 door BV
NODP003X
#
NODP013X
#
Monitoring Abiotiek
Noordduinen
BIJLAGE 2: MODELFICHEBLADEN NATUURINRICHTINGSPROJECT NOORDDUINEN (TOESTAND T -1)
De modelfichebladen werden ontworpen door de VLM. De abiotische gegevens en de T -1 gegevens voor de vegetatie voor PQ 1, 16 en 17 werden verzameld en verwerkt door de VLM.
Inrichtingsproject Noordduinen
1 VLM West-Vlaanderen
M o n i t o r i n g Noordduinen
INHOUD DEEL 1
Inleiding............................................................................................................. 6
DEEL 2
Algemene gegevens ......................................................................................... 7
2.1 2.2 2.3 2.4
Juridische gegevens .................................................................................................. 7 Ontstaansgeschiedenis.............................................................................................. 7 Bodemgebruik en beheer ........................................................................................... 7 Factoren bodemvorming ............................................................................................ 7
DEEL 3
Methodologie .................................................................................................... 8
3.1
Bodem ......................................................................................................................... 8 3.1.1 3.1.2
3.2
Hydrologie ................................................................................................................... 8 3.2.1 3.2.2
DEEL 4 4.1
Doel van de bemonstering en bodemanalysen ..................................................................8 Methode ..............................................................................................................................8 Opvolgen van de grondwaterstanden ................................................................................8 Opvolgen van de waterkwaliteit ..........................................................................................9
Resultaten van de pq-opnames .................................................................... 11 Permanent kwadrant ND1 ........................................................................................ 11 Permanent kwadrant ND1 ...............................................................................................................11 4.1.1 Situering van de pq ...........................................................................................................11 4.1.2 Bodem ..............................................................................................................................11 4.1.3 Vegetatie...........................................................................................................................13 4.1.4 Fauna : ongewervelden ....................................................................................................15
4.2
Permanent kwadrant 16............................................................................................ 15 4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.2.4
4.3
Permanent kwadrant 17............................................................................................ 20 4.3.1 4.3.2 4.3.3 4.3.4
4.4
Situering van de pq ...........................................................................................................25 Vegetatie...........................................................................................................................25 Hydrologie : Peilbuis NODP011X .....................................................................................26
Permanent kwadrant 11-5 ........................................................................................ 27 4.5.1 4.5.2 4.5.3
4.6
Situering van de pq ...........................................................................................................20 Bodem ..............................................................................................................................20 Vegetatie...........................................................................................................................22 Fauna : ongewervelden ....................................................................................................24
Permanent kwadrant 11-1 ........................................................................................ 25 4.4.1 4.4.2 4.4.3
4.5
Situering van de pq ...........................................................................................................15 Bodem ..............................................................................................................................16 Vegetatie...........................................................................................................................17 Fauna : ongewervelden ....................................................................................................19
Situering van de pq ...........................................................................................................27 Bodem ..............................................................................................................................28 Vegetatie...........................................................................................................................29
Permanent kwadrant 20............................................................................................ 30 4.6.1
Situering van de pq ...........................................................................................................30
Inrichtingsproject Noordduinen
2 VLM West-Vlaanderen
M o n i t o r i n g Noordduinen 4.6.2
4.7
Permanent kwadrant 21............................................................................................ 31 4.7.1 4.7.2
4.8
Situering van de pq ...........................................................................................................31 Vegetatie...........................................................................................................................31
Permanent kwadrant 22............................................................................................ 32 4.8.1 4.8.2
4.9
Vegetatie...........................................................................................................................30
Situering van de pq ...........................................................................................................32 Vegetatie...........................................................................................................................33
Permanent kwadrant 23............................................................................................ 34 4.9.1 4.9.2
Situering van de pq ...........................................................................................................34 Vegetatie...........................................................................................................................35
4.10 Permanent kwadrant 24............................................................................................ 36 4.10.1 4.10.2
Situering van de pq ...........................................................................................................36 Vegetatie...........................................................................................................................37
4.11 Permanent kwadrant 25............................................................................................ 38 4.11.1 4.11.2
Situering van de pq ...........................................................................................................38 Vegetatie...........................................................................................................................39
4.12 Permanent kwadrant 26............................................................................................ 40 4.12.1 4.12.2
Situering van de pq ...........................................................................................................40 Vegetatie...........................................................................................................................41
4.13 Poel Fluithoek (NODM002) ....................................................................................... 42 4.13.1 4.13.2
Situering van de poel ........................................................................................................42 Vegetatie...........................................................................................................................43
4.14 Poel Camping (NODM001) ........................................................................................ 43 4.14.1 4.14.2
Situering van de poel ........................................................................................................43 Vegetatie...........................................................................................................................44
DEEL 5
Hydrologische gegevens ............................................................................... 45
5.1
Grondwaterpeilen ..................................................................................................... 45 5.1.1 5.1.2 5.1.3 5.1.4 5.1.5 5.1.6 5.1.7 5.1.8 5.1.9 5.1.10 5.1.11 5.1.12 5.1.13 5.1.14
Peilbuis NODP001X .........................................................................................................45 Peilbuis NODP002X .........................................................................................................45 Peilbuis NODP003X .........................................................................................................46 Peilbuizen NODP004X en NODP005X ............................................................................46 Peilbuis NODP006X .........................................................................................................47 Peilbuis NODP007X .........................................................................................................47 Peilbuis NODP008X .........................................................................................................48 Peilbuis NODP009X .........................................................................................................48 Peilbuis NOD010X - NOD010A ........................................................................................49 Peilbuis NOD012X ............................................................................................................49 Peilbuis NOD013X ............................................................................................................49 Peilbuis NOD014X ............................................................................................................50 Peilbuis NOD015A ............................................................................................................50 Korte bespreking ..............................................................................................................50
5.2
Grondwatertypering ................................................................................................. 53
DEEL 6
Bijlagen ........................................................................................................... 54
6.1
Bodem ....................................................................................................................... 54 6.1.1
Profielbeschrijvingen pq’s Noordduinen ...........................................................................54
Inrichtingsproject Noordduinen
3 VLM West-Vlaanderen
M o n i t o r i n g Noordduinen 6.1.2
6.2
Bodemanalysen ................................................................................................................56
Grondwateranalysen ................................................................................................ 57 staalname : 6/6/2007 ......................................................................................................................57
6.3
Literatuur................................................................................................................... 57
Inrichtingsproject Noordduinen
4 VLM West-Vlaanderen
M o n i t o r i n g Noordduinen
KAARTEN Kaart 1:
Overzichtsplan monitoring
BIJLAGEN Bijlage 1:
Bodem
Bijlage 2 :
Grondwatertypering
Bijlage 3 :
Literatuur
Inrichtingsproject Noordduinen
5 VLM West-Vlaanderen
M o n i t o r i n g Noordduinen NOORDDUINEN
DEEL 1
INLEIDING Op grond van het Decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, gewijzigd bij het decreet van 19 juli 2002 en het uitvoeringsbesluit van 23 juli 1998 kan de Vlaamse Regering natuurinrichtingsprojecten instellen. Zo is het natuurinrichtingsproject Noordduinen ingesteld op 2 december 2002 nadat voor het projectgebied een onderzoek naar de haalbaarheid is uitgevoerd. Het projectrapport dat werd opgemaakt heeft een openbaar onderzoek ondergaan van 10 mei 2003 tot en met 9 juni 2003. De Vlaamse regering heeft de maatregelen en uitvoeringsmodaliteiten vastgelegd op 12 juli 2004. In het projectuitvoeringsplan heeft het comité de uitvoering van het natuurinrichtingsproject voorbereid. De uitvoering van de werken vindt plaats in 2 fasen. De eerste fase is reeds uitgevoerd en liep vanaf het voorjaar 2006 tot en met het voorjaar 2007. Deze fase situeerde zich in het deel van de Noordduinen gelegen ten noorden van de R. Van Dammestraat. De belangrijkste inrichtingswerken zijn het verwijderen van bomen (populieren, esdoorn grauwe abeel), heraanplant van bos, terugzetten van struweel, maaien, instellen van graasbeheer, graven van enkele pannes en drinkpoelen. De tweede fase is gepland voor de periode voorjaar en najaar 2008. Deze werken situeren zich voornamelijk in de Fluithoek, de zone ten zuiden van de R. Van Dammestraat. In het westelijk deel van de Fluithoek wordt een panne met drinkpoel gegraven. In het centraal deel worden uitheemse planten van een voormalige kwekerij verwijderd en heraangeplant met autochtone soorten, in het noordoostelijk deel worden esdoorn en grauwe abeel verwijderd. Op het meest oostelijke deel wordt het paraboolduin gedeeltelijk hersteld. Monitoring van een natuurinrichtingsproject omvat het in de tijd (op)volgen van de ontwikkelingen van natuurwaarden die plaatsvinden naar aanleiding van een eenmaal gedane ingreep (inrichtingsmaatregelen) of een ingezette vorm van beheer. Resultaten van monitoring dienen enerzijds gebruikt te worden om natuurdoelen op projectniveau te kunnen toetsen, en anderzijds voor evaluatie van doelstellingen op beleidsniveau. Monitoring moet toelaten te signaleren of er zich andere ontwikkelingen voordoen dan de gewenste, en zo mogelijk ook de oorzaak van het probleem te achterhalen zodat er lessen kunnen getrokken worden voor nog uit te voeren projecten. De monitoringsstudies uitgevoerd in het kader van het NI project Noordduinen heeft tot doelstelling een selectie van de uitgevoerde maatregelen op te volgen. In dit rapport komen volgende maatregelen aan bod : 1) Creëren van een voedselarmere situatie dan de huidige toestand De maatregelen die hieronder vallen zijn plaggen (verwijderen van de voedselrijke toplaag), instellen maaibeheer, instellen begrazing. 2) Verbetering ecologisch functioneren van oppervlaktewateren Binnen de Noordduinen worden 3 poelen gegraven om als drinkpoel voor de grazers te kunnen dienen. 3) Vernatting en herstel van kwelmilieu’s Op een voormalig akkertje onder een populierenbos, een voormalige uitzandingsput, een verstruweelde panne (achter de militairen) en de intensief begraasde weide van de Fluithoek wordt een nattere situatie gecreëerd door verlaging van het maaiveld. Een deel van de bodem wordt hiertoe afgegraven.
Inrichtingsproject Noordduinen
6 VLM West-Vlaanderen
M o n i t o r i n g Noordduinen
DEEL 2 2.1
ALGEMENE GEGEVENS Juridische gegevens • gewestplanbestemming : natuurgebied (toestand 31/1/98) • andere beschermingen : vogelrichtlijngebied, habitatrichtlijngebied (PUP1) • eigendom van het Vlaams Gewest sedert 23-11-2004
2.2
Ontstaansgeschiedenis • wadsedimenten : mariene sedimenten afgezet tot rond 4de eeuw na Christus, gebied evolueerde tot een schorrengebied • jonge duinafzettingen : een eerste loopduinfase vanaf 9de/10de eeuw tot einde 11de eeuw, tweede loopduinfase 13de eeuw maar minder belangrijk ter hoogte van Koksijde, paraboolduinfase van de 14de tot de 16de eeuw, verstuivingen van o.a. Hoge Blekker en Galloperduin (De Ceuninck, 1992)
2.3
Bodemgebruik en beheer Voormalig bodemgebruik en beheer : • Ferraris (1771-1777) : moerassige weide en duinen (projectrapport - PR2) • Topografische kaart (1876) in Termote (1992, p. 90) : akkertjes, verspreide bewoning, duinen • 1911 : akkertjes, verspreide bewoning en duinen (Termote, 1992, p. 114); • luchtfoto’s WOI (31-7- 1918): akkertjes en duinen, barakken van het leger • 1948 : akkertjes (al dan niet in gebruik?), duinen (PR) • 1963 : Leopold III laan is doorgetrokken, duinen en weide? (PR) • 1971 : duinen, bosaanplant, weide (PR) • voor start NI : duinengebied Inrichtingswerken : kappen van bomen, verwijderen agressieve plantensoorten, graven van pannen en poelen, initieel maaien Bodemgebruik en beheer na inrichting : extensief begrazen
2.4
Factoren bodemvorming moedermateriaal : eolisch aangevoerd zand substraat : wadsedimenten (klei, silt, silthoudend fijn zand) geomorfologie : paraboolduinlandschap, doorsneden door wegen, aangetast door bewoning, lokaal afgegraven hydrologie : • basis van het grondwaterreservoir wordt gevormd door Formatie van Kortrijk (Ieperse klei) op -27m TAW • Het quartair grondwaterreservoir bestaat uit 5 lagen : drie doorlatende lagen gescheiden door twee slecht doorlatende lagen (PR). klimaat : Normale klimatologische gegevens voor Koksijde voor neerslag (P) en temperatuur (Tmax, Tmin). J
F
M
A
M
J
J
A
S
O
N
D
jaar
P
53
42
44
44
50
53
60
66
69
74
69
63
687
Tmax
5.6
6.5
9.0
12.2
15.8
18.8
20.4
20.8
18.9
14.6
9.4
6.2
13.2
Tmin
0.2
0.4
1.4
4.3
6.9
9.8
11.9
11.8
9.7
6.5
3.5
1.1
5.6
*P : Maandelijkse neerslag in mm (Dupriez & Sneyers, 1982) **Tmax, Tmin : Gemiddelde maandelijkse minimum en maximumtemperatuur in °C (Sneyers & Vandiepenbeeck, 1985)
1 2
PUP : projectuitvoeringsplan, Noordduinen. VLM West-Vlaanderen PR : projectrapport, Noordduinen, VLM West-Vlaanderen
Inrichtingsproject Noordduinen
7 VLM West-Vlaanderen
M o n i t o r i n g Noordduinen
DEEL 3 3.1 3.1.1
METHODOLOGIE Bodem Doel van de bemonstering en bodemanalysen 1. Karakterisatie (beschrijvend) van het humusprofiel 2. Karakterisatie (beschrijvend en bodemchemisch) van de oppervlaktehorizonten (0-10 cm, of dikte aangepast aan de horizonatie)
3.1.2
Methode
3.1.2.1
Procedure bemonstering Het humusprofiel en de bovenste horizonten worden beschreven aan de hand van een miniprofiel, een kleine put van ongeveer 30 cm x 30 cm en 30 cm diep. De diepere horizonten worden beschreven aan de hand van een boring tot 1.25 m diepte. Na inspectie van het profiel wordt, afhankelijk van de horizonatie, een monster genomen van de oppervlaktehorizont, meestal tussen 0-10 cm diepte. bemonstering : afhankelijk van wat het meest praktisch uitvoerbaar is onder de terreinomstandigheden wordt er ofwel met een graszodemonsterboor ofwel met de spade bemonsterd. Met de graszodemonsterboor wordt er rond de PQ op 10 plaatsen een monster genomen tussen 0-10 cm diepte. In het geval van de bemonstering met de spade worden er per PQ 3 tot 4 blokjes uitgestoken waarop telkens een monster genomen wordt. In een bakje worden de bodemstalen goed vermengd om tot een homogeen bodemstaal te komen. gebruikte terminologie: FAO (1990), Green et al. (1993), Van Delft (2004)
3.1.2.2
Analysemethoden De chemische analysen werden uitgevoerd door Bodemkundige Dienst van België (3 stalen), Laboratorium voor Bodemkunde, vakgroep Geologie en Bodemkunde, Ugent (1 staal) pH H2O (1:2.5) pH KCl (1:2.5) OM branden (gewichtsverlies na branden op 500°C, na 4 uur) N (Kjeldahl) Ptotaal, Porg, Panorg (extractie met H2SO4, bepaling colorimetrisch met ammoniummolybdaat) P opneembaar (extractie met ammoniumlactaat) CEC (extractie met ammoniumacetaat) uitwisselbare Ca, Mg, K, Na (extractie met ammoniumacetaat) uitwisselbaar Al (indien relevant)(extractie met KCl) Bij de analysen door de Bodemkundige Dienst van België ontbreken de anorganische, organische en beschikbare P.
3.2 3.2.1 3.2.1.1
Hydrologie Opvolgen van de grondwaterstanden Doel Het opvolgen van de grondwaterstanden geeft informatie omtrent de diepte van het grondwater ten opzichte van het maaiveld en de hoogte van het grondwater ten opzichte van een referentieniveau (TAW) waaruit grondwaterstromingen kunnen afgeleid worden. Het regelmatig opvolgen van de grondwaterstanden toont de seizoenale en jaarlijkse schommelingen.
Inrichtingsproject Noordduinen
8 VLM West-Vlaanderen
M o n i t o r i n g Noordduinen 3.2.1.2
Methode De grondwaterstanden worden elke 2 weken opgemeten in de peilbuizen aanwezig in het studiegebied. Deze peilbuizen werden geplaatst in het kader van het natuurinrichtingsproject De Noordduinen. De initiële plaatsing van de peilbuizen gebeurde in de periode maart 2002. De lokalisatie van de peilbuizen is ingemeten met GPS (zie kaart 1). Definities van de peilbuizen in de Noordduinen
3.2.2
Nr peilbuis
TAW MV
Lambert Oost
NODP001X
9.15
28595.697
NODP002X
8.48
NODP003X
Lambert Noord
Filter Top tov MV
Filter Basis tov MV
201274.800 21/03/2002
1.28
2.28
28707.177
201026.128 21/03/2002
1.15
2.15
6.83
28933.886
200518.087 21/03/2002
1.25
2.25
NODP004X
6.00
28636.331
200385.672 21/03/2002
1.73
2.73
NODP005X
6.04
28635.740
200385.545 21/03/2002
2.74
3.74
NODP006X
9.99
27875.049
200717.381 21/03/2002
1.83
2.83
NODP007X
9.10
28110.752
200707.153 21/03/2002
1.47
2.47
NODP008X
10.26
27643.727
200695.480 21/03/2002
2.43
3.43
NODP009X
9.54
28467.218
200980.431 21/03/2002
2.13
3.13
NODP010X
7.12
vervangen
21/03/2002
1.93
2.93
NODP010A
7.12
28499.669
200513.471 26/10/2004
1.45
2.45
NODP011X
5.42
28485.364
200230.191 21/03/2002
2.34
3.34
NODP012X
11.31
28077.989
200879.666 21/03/2002
4.25
5.25
NODP013X
6.36
29237.309
200547.696 21/03/2002
3.65
4.65
NODP014X
11.12
28111.647
201127.730 21/03/2002
3.00
4.00
NODP015X
8.56
vervangen
21/03/2002
3.27
4.27
NODP015A
8.56
28931.846
201392.691 26/10/2004
1.52
2.52
Opvolgen van de waterkwaliteit
3.2.2.1
Doel van de bemonstering en wateranalysen 1. bepalen van de oppervlaktewaterkwaliteit 2. bepalen van de ionenbalans van het grondwater
3.2.2.2
Methode
3.2.2.2.1
Start
Bemonstering Oppervlaktewaterkwaliteit De oppervlaktewaterkwaliteit wordt opgevolgd in 3 nieuw gegraven poelen : poel nabij de Camping, poel in Fluithoek-west en poel in Fluithoek-oost (zie kaart). Watermonsters worden genomen op een diepte van 25-30 cm indien het water voldoende diep is. Het waterstaal wordt gefilterd en gefixeerd.
Inrichtingsproject Noordduinen
9 VLM West-Vlaanderen
M o n i t o r i n g Noordduinen
Grondwatertypering De grondwaterkwaliteit wordt opgevolgd in 3 peilbuizen : NODP002X, NODP009X en NODP11X (zie kaart). De peilbuizen worden uitgepompt daags voor de bemonstering, de waterstalen worden gefilterd en gefixeerd.
3.2.2.2.2
Analysemethoden Oppervlaktewaterkwaliteit In 2007 werd nog geen oppervlaktewaterkwaliteit bepaald. Terrein : pH, EC Laboratorium : pH, EC, BOD, COD, zwevende stoffen, NO2-, NO3-, NH4+, ortho-fosfaat, Grondwatertypering De analysen werden uitgevoerd door Labo Van Vooren. Terrein : pH, EC Laboratorium : pH, EC, Ca2+, K+, Mg2+, Mn2+, Na+, NO2-, NO3-, NH4+, TAM, TAP, OH-, carbonaat, bicarbonaat, ortho-fosfaat, sulfaat, chloride, fluoride, Fe2+, Fe3+
Inrichtingsproject Noordduinen
10 VLM West-Vlaanderen
M o n i t o r i n g Noordduinen
DEEL 4 4.1
RESULTATEN VAN DE PQ-OPNAMES Permanent kwadrant ND1 Permanent kwadrant ND1
4.1.1
Situering van de pq Locatie West-Vlaanderen, natuurinrichtingsproject Noordduinen, Koksijde, ten zuiden van de Middenlaan, ten oosten van het Vanneuvillehuis Coördinaten PQ (Lambert 72) hoekpunt
X
Y
Z
ND11
28523.39
201234.18
9.96
ND12
28525.44
201236.09
9.98
ND13
28523.81
201238.48
10.03
ND14
28523.71
201238.48
10.03
Landschap Duinen Belgische bodemkaart : B1 : droge duingronden (Oostduinkerke 35,E, M.G.I., 1950, De Panne 35,W, M.G.I., 1961) Microreliëf : licht golvend van ruggetjes en depressies, PQ in vlak stukje in depressie Hydrologie De hydrologische parameters zijn berekend voor de periode oktober 2003 tot en met oktober 2006. GHG (gemiddeld over 3 jaar, 3 hoogste waterstanden per hydrologisch jaar) : 8.05 m TAW GLG (gemiddeld over 3 jaar, 3 laagste waterstanden per hydrologisch jaar) : 7.51 m TAW GVG (gemiddeld over 3 jaar, waterstand rond begin april) : 8.00 m TAW Ter hoogte van de pq is de vegetatie grondwateronafhankelijk. Eigendom Gemeente Koksijde Inrichting & beheer Beheer voor NI project : geen Inrichting: gemaaid, oktober 2006; introductie van grazers : Beheer : extensieve begrazing Natuurstreefbeeld Droog tot vochtig kalkrijk duingrasland 4.1.2 4.1.2.1
Bodem Algemene informatie over het terreinwerk Bodembeschrijving: 2006/8/4 Bodembemonstering: 2006/9/13, mengmonster van 3 blokjes 0-8, 0-8 en 0-9 cm diepte met A1 en A2 materiaal Duur terreinwerk : 2 uur, zwaar bewolkt
Inrichtingsproject Noordduinen
11 VLM West-Vlaanderen
M o n i t o r i n g Noordduinen Kartering VLM : B1 : droge duingronden Hydrologie : GWT > 125 cm MV Fauna : mieren in het profiel 4.1.2.2
Humusprofiel (beschrijving zie bijlage 5.1) Zandmull
4.1.2.3
Profielopbouw (beschrijving zie bijlage 5.1) horizont
diepte
textuur
(cm MV*)
OM
wortels*
%
roest
kalk
%
A1/H+E
0-4/6
zand
zv zf, v f
-
A2/H+E
4/6-8/9
zand
zv zf, mv f
-
mengstaal
0-8
zand
B.c
9-9/11
zand
v zf, mv f
-/+
BC
11-15/17
zand
mv zf
++
C
15/17120
zand
mv zf, mv f tot 35 cm
++
5.9
* zv zf : zeer veel zeer fijn, v f : veel fijn, mv f : matig veel fijn (putje tot 35 cm, boring tot 125 cm)
ND1 0 20 40 60 80 100 120 140
A
B.c
BC
Inrichtingsproject Noordduinen
C
12 VLM West-Vlaanderen
M o n i t o r i n g Noordduinen Prikboor : De indringingsdiepte met de prikboor met de vlakke hand bedraagt gemiddeld 24 cm, met de volle hand 26 cm en met de 2 handen 33 cm. De bewortelingsdiepte van dit profiel is dus beperkt. 4.1.2.4
Analyseresultaten 0-10 cm (labo BDB)(zie bijlage 5.1) pH water : 6.7 pH KCl : 6.5 OM : 5.9 % N : 0.167 % (DS) P : 198 g/kg DS CEC : 6.6 meq/100g, baseverzadiging > 100%
4.1.2.5
Evaluatie De bodem bestaat volledig uit zand. Het profiel vertoont een dunne horizont tussen 9 en 11 cm diepte met een lichte verbruining. Het profiel is te sterk gedraineerd (geen roestvlekken en geen reductie binnen boorbereik) en vertoont een dunne licht verbruinde discontinue horizont tussen 9-11 cm diepte. In de bovenste 9 cm is de pH zwak zuur, de base verzadiging bedraagt meer dan 100%. Alle horizonten bevatten vrije kalk met uitzondering van de A1 en A2 horizont. Het N- en P-gehalte zijn laag.
4.1.3 4.1.3.1
Vegetatie Opname 2006
PQ (Joy Laquière, 2006) Datum (jaar/maand/dag): 2006/07/07 Oppervlakte: 3 x 3 m² Totale bedekking: ca. 120% Bedekking kruidlaag :100% Bedekking struiklaag: 1% Bedekking moslaag: 6% Strooisel (dood): 15% Hoogte kruidlaag (cm): grassen van 1m30 met uitschieters tot 1m60; duinroosje-dauwbraamvegetatie: gemiddeld 60 cm Beschrijving vegetatie: Ruig duingrasland; ondergroei bestaat vnl. uit duinroosje (van een ijle tot dichte bedekking over het volledige proefvlak) en dauwbraam met ijle bijmenging van geel walstro. Bovenste kruidlaag wordt vnl. gevormd door gewone glanshaver(gelijkmatig over proefvlak verspreid)met bijmenging van kropaar en in mindere mate duinriet. Rond de grassen ook een tiental windende wilde kamperfoelie. Ook frequent voorkomen van grote brandnetel. In PQ ook 1 overhangend duindoornstruikje (stam staat buiten PQ). In PQ ook een strooisellaag van dode grassen met daartussen ook mossen zoals Homalothecium lutescens en Pseudoscleropodium purum.
Typering vegetatie3: Claytonio-Anthriscetum caucalidis ( associatie van fijne kervel en winterpostelein)
3
Turboveg for windows 2;58, synsystematic system Pg-01.35
Inrichtingsproject Noordduinen
13 VLM West-Vlaanderen
M o n i t o r i n g Noordduinen
(Voorlopige) Systematiek van natuurtypen voor Vlaanderen4: nog te bepalen Opname (Londo): Latijnse naam Arrhenatherum elatius ssp. elatius Artemisia vulgaris Calamagrostis epigejos Dactylis glomerata Elymus repens Galium aparine Galium verum Hippophae rhamnoides Homalothecium lutescens Ligustrum vulgare Lonicera periclymenum Poa trivialis Pseudoscleropodium purum Rosa pimpinellifolia Rubus caesius Urtica dioica
4.1.3.2
Nederlandse naam Gewone glanshaver Bijvoet Duinriet Kropaar Kweek Kleefkruid Geel walstro Duindoorn Smaragdmos Wilde liguster Wilde kamperfoelie Ruw beemdgras Groot laddermos Duinroosje Dauwbraam Grote brandnetel
bedekking 1+ r1 a1 a2 p1 p1 p2 r2 1r1 p1 r1 a1 4 3 1-
Opname 2007
PQ Datum (jaar/maand/dag): 2007/07/05 Oppervlakte: 3 x 3 m² Bedekking kruidlaag : 100% Hoogte kruidlaag (cm): 20 Beschrijving vegetatie: Duingrasland met veel Glanshaver en Duinroosje. Lage structuur, gemiddeld ongeveer 20cm, maximum 1m vegetatiehoogte. In gevarieerde omgeving met ruiger braamstruweel, duindoornstruweel en zandpad. Typering vegetatie5: Polygalo-Koelerion (Voorlopige) Systematiek van natuurtypen voor Vlaanderen6: Duinroosdwergstruweel
4
best judgement Turboveg for windows 2;58, synsystematic system Pg-01.35 6 best judgement 5
Inrichtingsproject Noordduinen
14 VLM West-Vlaanderen
M o n i t o r i n g Noordduinen Opname (Londo): Kruidlaag: Achillea millefolium
Gewoon duizendblad
r1
Arrhenatherum elatius
Glanshaver
5
Cardamine hirsuta
Kleine veldkers
r1
Dactylis glomerata
Kropaar
p4
Galeopsis speciosa
Dauwnetel
m4
Holcus lanatus
Gestreepte witbol
p1
Lamium purpureum var purpureum
Paarse dovenetel ss
p1
Myosotis arvensis
Akkervergeet-mij-nietje
p1
Poa annua
Straatgras
a1
Rosa pimpinellifolia
Duinroosje
4
Rubus caesius
Dauwbraam
p4
Sonchus asper
Gekroesde melkdistel
r1
Taraxacum species
Paardebloem (G)
r1
Urtica dioica
Grote brandnetel
p1
Veronica chamaedrys
Gewone ereprijs
r1
Amblystegium serpens
Gewoon pluisdraadmos
a1
Homalothecium lutescens
Smaragdmos
2
Plagiomnium affine
Rond boogsterremos
3
Pseudoscleropodium purum
Groot laddermos
3
Moslaag:
4.1.4
Fauna : ongewervelden Sprinkhanen: Ratelaar: 1 mannetje; Zuidelijk spitskopje: 4 adulte en 1 subadult mannetje, 1 wijfje Lieveheersbeestjes: Wilgenlieveheersbeestje (1 ex.) Spinnen: Tijgerspin: 3 wijfjes
4.2
Permanent kwadrant 16 Permanent kwadrant 16
4.2.1
Situering van de pq Locatie West-Vlaanderen, natuurinrichtingsproject Noordduinen, Koksijde, westelijk deel van de Noordduinen thv Prins Van Luiklaan Coördinaten PQ (Lambert 72) hoekpunt
X
Y
Z
ND161
27815.64
200830.55
11.04
ND162
27812.82
200829.71
11.06
ND163
27812.03
200832.53
11.01
ND164
27814.80
200833.48
10.95
Inrichtingsproject Noordduinen
15 VLM West-Vlaanderen
M o n i t o r i n g Noordduinen Landschap Duinen Belgische bodemkaart : B1 : droge duingronden (Oostduinkerke 35,E, M.G.I., 1950, De Panne 35,W, M.G.I., 1961) Microreliëf : licht golvend van ruggetjes en depressies Hydrologie De hydrologische parameters zijn berekend voor de periode oktober 2003 tot en met oktober 2006. GHG (gemiddeld over 3 jaar, 3 hoogste waterstanden per hydrologisch jaar) : 7.98 m TAW GLG (gemiddeld over 3 jaar, 3 laagste waterstanden per hydrologisch jaar) : 7.43 m TAW GVG (gemiddeld over 3 jaar, waterstand rond begin april) : 7.94 m TAW Ter hoogte van de pq is de vegetatie grondwateronafhankelijk. Eigendom ANB Inrichting & beheer Beheer voor NI project : geen Inrichting: gemaaid, oktober 2006; introductie van grazers (ezels) : mei 2007 Beheer : extensieve begrazing Natuurstreefbeeld Droog tot vochtig kalkrijk duingrasland 4.2.2
Bodem
4.2.2.1
Algemene informatie over het terreinwerk Bodembeschrijving : 2006/8/4 Bodembemonstering : 2006/9/13, mengmonster van 10 steken (0 -10 cm) (potje) Duur terreinwerk : 2 uur, zwaar bewolkt Kartering VLM : B1 : droge duingronden Hydrologie : GWT > 125 cm MV Fauna : mieren
4.2.2.2
Humusprofiel (beschrijving zie bijlage 5.1) Zandmull
4.2.2.3
Profielopbouw (beschrijving zie bijlage 5.1) horizont
diepte
textuur
(cm MV*)
OM
wortels*
%
roest
kalk
%
S/L
1/3-0
A
0-4/9
zand
zv zf, v f
-
AE
4/9-9/11
zand
zv zf, v f
-
mengstaal
0-10
zand
BC
9/11-10/21
zand
C
10/21-70
zand
(2A)
70-80
zand
++
C
80-125
zand
++
Inrichtingsproject Noordduinen
13 + mv zf, w f
+ → ++
16 VLM West-Vlaanderen
M o n i t o r i n g Noordduinen * zv zf : zeer veel zeer fijn, v f : veel fijn, mv zf : matig veel zeer fijn, w f : weinig fijn (putje tot 40 cm, boring tot 125 cm)
-20
ND16
0 20 40 60 80 100 120 140
S/L
A
AE
BC
C
4.2.2.4
Analyseresultaten 0-10 cm (labo BDB) pH water : 6.5 pH KCl : 6.1 OM : 13.0 % N : 0.231 % (DS) P : 173 g/kg DS CEC : 10.3 meq/100g, baseverzadiging > 100%
4.2.2.5
Evaluatie De bodem bestaat volledig uit zand. Het profiel is te sterk gedraineerd (geen roestvlekken en geen reductie binnen boorbereik) en vertoont een dunne A en een iets grijzere AE tot 11 cm diepte. In de bovenste 10 cm is de pH zwak zuur, de baseverzadiging bedraagt meer dan 100%. Alle horizonten bevatten vrije kalk met uitzondering van de A en AE horizont. Het N-gehalte is medium, het P-gehalte is laag.
4.2.3 4.2.3.1
Vegetatie Opname 2006
PQ 16 (Joy Laquière, 2006) Datum (jaar/maand/dag): 2006/07/07 Oppervlakte: 3 x 3 m²
Inrichtingsproject Noordduinen
17 VLM West-Vlaanderen
M o n i t o r i n g Noordduinen Totale bedekking: ca. 132% Bedekking kruidlaag : 85% Bedekking struiklaag: 17% Bedekking moslaag: 30% Hoogte kruidlaag (cm): grassen van 1m25 met uitschieters tot 1m40; duinroosje- dauwbraamvegetatie gemiddeld 60 cm; duindoornvegetatie ca. 1m20 met uitschieters tot 1m50. Beschrijving vegetatie: Verstruwelend duingrasland. Struiklaag bestaande uit één duindoorn centraal in het PQ, die meer dan 15% bedekt en wat kruipwilgvlekken in één helft van het PQ. De kruidlaag bestaat uit een sterke vertegenwoordiging van grassen gedomineerd door duinriet met bijmenging van gewone glanshaver en rietzwenkgras (lokaal). Ondergroei bestaat uit duinroosje en dauwbraam met veel bijmenging van geel walstro en verspreid grote brandnetel. Als zeldzaamheden lokaal een 6 tal geel zonneroosje. Mostapijt bestaat uit Pseudoscleropodium purum en Brachytecium species, met een weinig bijmening van Plagiomnium affine. Typering vegetatie7: Taraxaco-Galietum veri (duin-paardebloem-associatie) (Voorlopige) Systematiek van natuurtypen voor Vlaanderen8: nog te bepalen Opname (Londo): Latijnse naam Allium vineale Anthriscus sylvestris Arrhenatherum elatius ssp. elatius Brachythecium species Calamagrostis epigejos Carex acuta Carex arenaria Centaurea jacea Convolvulus arvensis Dactylis glomerata Festuca arundinacea Galium verum Helianthemum nummularium Hieracium umbellatum Hippophae rhamnoides Plagiomnium affine Pseudoscleropodium purum Rosa pimpinellifolia Rubus caesius Salix repens Urtica dioica
4.2.3.2
Nederlandse naam Kraailook Fluitekruid Gewone glanshaver Dikkopmos (G) Duinriet Scherpe zegge Zandzegge Knoopkruid Akkerwinde Kropaar Rietzwenkgras Geel walstro Geel zonneroosje Schermhavikskruid Duindoorn Rondbladig boogsterremos Groot laddermos Duinroosje Dauwbraam Kruipwilg Grote brandnetel
bedekking p1 p2 a2 13 r1 p1 p1 p1 p1 a2 1+ p1 r1 2 a1 2 3 2 p2 a2
Opname 2007
PQ 16 Datum (jaar/maand/dag) : 2007/07/05 Oppervlakte : 3 x 3 m² Bedekking kruidlaag : 100%
7 8
Turboveg for windows 2;58, synsystematic system Pg-01.35 best judgement
Inrichtingsproject Noordduinen
18 VLM West-Vlaanderen
M o n i t o r i n g Noordduinen Hoogte kruidlaag (cm) : 20cm Beschrijving vegetatie : Duingrasland met Glanshaver en Duinroosje, ruiger dan de vegetatie in de naburige PQ17 met oa Grote brandnetel en bramen.
Typering vegetatie : Polygalo-Koelerion (rompgemeenschap Glanshaver) (Voorlopige) Systematiek van natuurtypen voor Vlaanderen9 : Droog tot vochtig kalkrijk duingrasland met Liggend bergvlas (Thesium humifosum) en Geel walstro (Galium verum) Opname (Londo): Kruidlaag: Anthriscus sylvestris
Fluitekruid
p4
Arrhenatherum elatius
Glanshaver
6
Centaurea jacea
Knoopkruid
p1
Convolvulus arvensis
Akkerwinde
p1
Dactylis glomerata
Kropaar
r1
Festuca arundinacea
Rietzwenkgras
1
Festuca rubra
Rood zwenkgras
m2
Galium verum
Geel walstro
a2
Hippophae rhamnoides
Duindoorn
r1
Rosa pimpinellifolia
Duinroosje
3
Rubus caesius
Dauwbraam
2
Salix species
Wilg (G)
r1
Urtica dioica
Grote brandnetel
p1
Amblystegium serpens
Gewoon pluisdraadmos
m4
Brachythecium rutabulum
Gewoon dikkopmos
3
Plagiomnium affine
Rond boogsterremos
1
Pseudoscleropodium purum
Groot laddermos
3
Moslaag:
4.2.4
Fauna : ongewervelden Sprinkhanen: Krasser: 2 mannetjes en 2 wijfjes; Zuidelijk spitskopje: 4 adulte mannetjes, 2 adulte en 2 subadulte wijfjes; Spinnen: Helm-marpissa: 1 wijfje
9
best judgement
Inrichtingsproject Noordduinen
19 VLM West-Vlaanderen
M o n i t o r i n g Noordduinen
4.3
Permanent kwadrant 17 Permanent kwadrant 17
4.3.1
Situering van de pq Locatie West-Vlaanderen, natuurinrichtingsproject Noordduinen, Koksijde, westelijk deel van de Noordduinen, centraal deel Coördinaten PQ (Lambert 72) hoekpunt
X
Y
Z
ND171
27918.92
200806.76
10.51
ND172
27917.20
200804.35
10.37
ND173
27914.78
200806.02
10.64
ND174
27916.45
200808.50
10.63
Landschap Duinen Belgische bodemkaart : B1 : droge duingronden (Oostduinkerke 35,E, M.G.I., 1950, De Panne 35,W, M.G.I., 1961) Microreliëf : licht golvend van ruggetjes en depressies, PQ op bovenste deel kopje Hydrologie De hydrologische parameters zijn berekend voor de periode oktober 2003 tot en met oktober 2006. GHG (gemiddeld over 3 jaar, 3 hoogste waterstanden per hydrologisch jaar) : 7.97 m TAW GLG (gemiddeld over 3 jaar, 3 laagste waterstanden per hydrologisch jaar) : 7.41 m TAW GVG (gemiddeld over 3 jaar, waterstand rond begin april) : 7.93 m TAW Ter hoogte van de pq is de vegetatie grondwateronafhankelijk zijn. Eigendom ANB Inrichting & beheer Beheer voor NI project : geen Inrichting: gemaaid, oktober 2006; introductie van grazers (ezels) : mei 2007 Beheer : extensieve begrazing Natuurstreefbeeld Droog tot vochtig kalkrijk duingrasland 4.3.2 4.3.2.1
Bodem Algemene informatie over het terreinwerk Bodembeschrijving: 2006/8/4 Bodembemonstering: 2006/9/13, mengmonster van 10 steken (0 -10 cm) (potje) Duur terreinwerk : 2 uur, zwaar bewolkt Kartering VLM : B1 : droge duingronden Hydrologie : GWT > 125 cm MV
Inrichtingsproject Noordduinen
20 VLM West-Vlaanderen
M o n i t o r i n g Noordduinen Fauna : mieren 4.3.2.2
Humusprofiel (beschrijving zie bijlage 5.1) Zandmull
4.3.2.3
Profielopbouw (beschrijving zie bijlage 5.1) horizont
diepte
textuur
(cm MV*)
OM
wortels*
%
roest
kalk
%
S/L
2/3-0
A
0-4
zand
zv zf, v f
-
AE
4-8/9
zand
zv zf, w f
-
mengstaal
0-10
zand
B.hs
8/9-13/16
zand
zv zf, w f
-
2A
13/16-17/18
zand
mv zf
+
2AC
17/18-22/23
zand
w zf
++
3A
22/23-27/29
zand
mv zf
++
3C
27/29-125
zand
w → zw zf
++
10.0
* zv zf : zeer veel zeer fijn, v f : veel fijn, mc zf : matig veel zeer fijn, w zf : weinig zeer fijn (putje tot 40 cm, boring tot 125 cm diepte)
-20
ND17
0 20 40 60 80 100 120 140
S/L 2A
A 2AC
AE 3A
Inrichtingsproject Noordduinen
B.hs 3C
21 VLM West-Vlaanderen
M o n i t o r i n g Noordduinen 4.3.2.4
Analyseresultaten 0-10 cm (labo BDB)(zie bijlage 5.1) pH water : 6.3 pH KCl : 5.8 OM : 10.0 % N : 0.264 % (DS) P : 220 g/kg DS CEC : 8.4 meq/100g, baseverzadiging > 100%
4.3.2.5
Evaluatie De bodem bestaat volledig uit zand. Het profiel is te sterk gedraineerd (geen roestvlekken en geen reductie binnen boorbereik) en vertoont een zwakke uitlogingshorizont (AE) en een zwakke verbruinde horizont (B.hs). Twee begraven grijze humeuze horizonten komen voor tussen 13/16-17/18 en 22/2327/29 cm diepte. In de bovenste 10 cm is de pH zwak zuur, de baseverzadiging bedraagt meer dan 100%. Alle horizonten bevatten vrije kalk met uitzondering van de A, E en B.hs horizont. Het N-gehalte is medium, het P-gehalte is laag.
4.3.3 4.3.3.1
Vegetatie Opname 2006
PQ 17 (Joy Laquière, 2006) Datum (jaar/maand/dag): 2006/07/07 Oppervlakte: 3 x 3 m² Totale bedekking: ca. 161% Bedekking kruidlaag :110% Bedekking struiklaag: 1% Bedekking moslaag: 1% Hoogte kruidlaag (cm): grassen van 1m30 met uitschieters tot 1m45; duinroosjevegetatie met geel walstro: gemiddeld 40 cm. Beschrijving vegetatie: Duingrasland waarvan bovenste laag vnl. uit hoog opschietende grassen bestaat. De grassenmix wordt gedomineerd door gewone glanshaver met veel bijmenging duinriet, occasioneel ook veldbeemdgras. Ondergroei bestaat vnl. uit duinroosje met zeer veel bijmenging geel walstro. Daarnaast ook veel bijmenging zandzegge, gewoon duizendblad en kleine bevernel. Als zeldzaamheden lokaal een 15 tal bloeiende geel zonneroosje. Onder de ondergroei van duinroosje bevindt zich een moslaag van vnl. Plagiomnium affine met wat bijmenging van Brachythecium species. Typering vegetatie10: Phleo-Tortuletum brachythecietosum (duinsterretjes associatie) (Voorlopige) Systematiek van natuurtypen voor Vlaanderen11: nog te bepalen
10 11
Turboveg for windows 2;58, synsystematic system Pg-01.35 best judgement
Inrichtingsproject Noordduinen
22 VLM West-Vlaanderen
M o n i t o r i n g Noordduinen Opname (Londo): Latijnse naam Achillea millefolium Anthoxanthum odoratum Arrhenatherum elatius ssp. elatius Brachythecium species Calamagrostis epigejos Carex arenaria Centaurea jacea Cerastium fontanum ssp. vulgare Eurhynchium striatum Festuca arundinacea Galium verum Geranium dissectum Helianthemum nummularium Lathyrus pratensis Luzula multiflora Pimpinella saxifraga Plagiomnium affine Poa pratensis Pseudoscleropodium purum Rosa pimpinellifolia Salix repens Vicia cracca
4.3.3.2
Nederlandse naam Gewoon duizendblad Gewoon reukgras Gewone glanshaver Dikkopmos (G) Duinriet Zandzegge Knoopkruid Gewone hoornbloem Geplooid snavelmos Rietzwenkgras Geel walstro Slipbladige ooievaarsbek Geel zonneroosje Veldlathyrus Veelbloemige veldbies s.l Kleine bevernel Rondbladig boogsterremos Veldbeemdgras Groot laddermos Duinroosje Kruipwilg Vogelwikke
Bedekking a2 p1 2 a1 1+ a1 p1 p1 a1 p1 3 r1 p1 p1 p1 a2 5+ a1 a1 5+ p2 p1
Opname 2007
PQ 17 Datum (jaar/maand/dag): 2007/07/05 Oppervlakte: 3 x 3 m² Bedekking kruidlaag : 100% Hoogte kruidlaag (cm): 15cm Beschrijving vegetatie: Droog duingrasland met aspect van Glanshaver en Duinroosje. Duinroosje blijft laag; de gemiddelde vegetatiehoogte bedraagt ongeveer 15cm, maar Glanshaver haalt 1m. Ook Geel zonneroosje is aanwezig maar het bloeiaspect wordt vooral gevormd door Geel walstro. Grote tijm is aanwezig tot op 30cm van de PQ aan de noordoostzijde.
Typering vegetatie12: Polygalo-Koelerion (Voorlopige) Systematiek van natuurtypen voor Vlaanderen13: Droog tot vochtig kalkrijk duingrasland met Liggend bergvlas (Thesium humifosum) en Geel walstro (Galium verum)
12 13
Turboveg for windows 2;58, synsystematic system Pg-01.35 best judgement
Inrichtingsproject Noordduinen
23 VLM West-Vlaanderen
M o n i t o r i n g Noordduinen Opname (Londo): Kruidlaag: Achillea millefolium
Gewoon duizendblad
a2
Anthoxanthum odoratum
Gewoon reukgras
p4
Arrhenatherum elatius
Glanshaver
5
Avenula pubescens
Zachte haver
1
Calamagrostis epigejos
Duinriet
p1
Carex arenaria
Zandzegge
p1
Cerastium fontanum
Gewone hoornbloem
r1
Festuca arundinacea
Rietzwenkgras
p1
Festuca rubra
Rood zwenkgras sl
m4
Galium verum
Geel walstro
2
Helianthemum nummularium
Geel zonneroosje
p1
Hypericum perforatum
Sint-Janskruid
p1
Luzula campestris
Gewone veldbies
p1
Pimpinella saxifraga
Kleine bevernel
a2
Poa pratensis
Veldbeemdgras
p2
Polygonum dumetorum
Heggeduizendknoop
r1
Rosa pimpinellifolia
Duinroosje
4
Salix repens
Kruipwilg
r1
Vicia hirsuta
Ringelwikke
r1
Brachythecium rutabulum
Gewoon dikkopmos
m2
Plagiomnium affine
Rond boogsterremos
4
Pseudoscleropodium purum
Groot laddermos
a1
Moslaag:
4.3.4
Fauna : ongewervelden Sprinkhanen: Ratelaar / Bruine sprinkhaan: 1 wijfje; Zuidelijk spitskopje: 4 wijfjes.
Inrichtingsproject Noordduinen
24 VLM West-Vlaanderen
M o n i t o r i n g Noordduinen
4.4
Permanent kwadrant 11-1 Permanent kwadrant 11-1
4.4.1
Situering van de pq Locatie West-Vlaanderen, natuurinrichtingsproject Noordduinen, Koksijde, westelijk deel van de Fluithoek, zone ten zuiden van de Robert Van Dammestraat tegenaan sloot (polderwaterloop 2de categorie) coördinaten PQ (Lambert 72) hoekpunt
X
Y
Z
ND111
28461.08
200234.92
5.42
ND112
28463.96
200235.67
5.44
ND113
28464.66
200232.81
5.45
Landschap Duinen Belgische bodemkaart : C2 : middelmatig vochtige geëgaliseerde duingronden (Oostduinkerke 35,E, M.G.I., 1950, De Panne 35,W, M.G.I., 1961) Microreliëf : vlak Hydrologie De hydrologische parameters zijn berekend voor de periode oktober 2003 tot en met oktober 2006. GHG (gemiddeld over 3 jaar, 3 hoogste waterstanden per hydrologisch jaar) : 4.52 m TAW GLG (gemiddeld over 3 jaar, 3 laagste waterstanden per hydrologisch jaar) : 3.93 m TAW GVG (gemiddeld over 3 jaar, waterstand rond begin april) : 4.38 m TAW Ter hoogte van de pq is de vegetatie grondwateronafhankelijk zijn. Eigendom ANB Inrichting & beheer Inrichting: afgraven met ongeveer 100 cm Beheer : extensieve begrazing Natuurstreefbeeld Pioniersvegetatie van vochtige duinvalleien 4.4.2
Vegetatie PQ Datum (jaar/maand/dag ): 2007/07/05 Oppervlakte : 3 x 3 m² Bedekking kruidlaag : 100% Hoogte kruidlaag (cm) : 40 Beschrijving vegetatie : Aspect van ruig grasland; aangrenzend tot op 2m ten N de PQ is er een door Grote brandnetel gedomineerde vegetatie. In de PQ vormen grassen een hoge bedekking en een dicht bladerenpakket op de bodem (waardoor er geen moslaag is). Ten tijde van de opname zijn de
Inrichtingsproject Noordduinen
25 VLM West-Vlaanderen
M o n i t o r i n g Noordduinen grassen neergeslagen door de wind, wat het inschatten van de bedekkingen bemoeilijkt. Verschralend beheer nodig !! Naburig aan de PQ een enkele plant van Dubbelkelk en meerdere van Jacobskruiskruid. Typering vegetatie14 : Dauco-Melilotion (Voorlopige) Systematiek van natuurtypen voor Vlaanderen15 : geen overeenkomstig type voorhanden Opname (Londo): Kruidlaag
4.4.3
Agrostis gigantea
Hoog struisgras
3
Alopecurus pratensis
Grote vossestaart
p2
Dactylis glomerata
Kropaar
a4
Elymus repens
Kweek
3
Geranium molle
Zachte ooievaarsbek
p1
Geranium pusillum
Kleine ooievaarsbek
p1
Lolium perenne
Engels raaigras
m4
Poa trivialis
Ruw beemdgras
3
Ranunculus repens
Kruipende boterbloem
a4
Silene latifolia (subsp alba)
Avondkoekoeksbloem
p1
Taraxacum species
Paardebloem (G)
p1
Trifolium repens
Witte klaver
a2
Urtica dioica
Grote brandnetel
a4
Hydrologie : Peilbuis NODP011X Peilbuis NODP011X is gelegen op geëgaliseerde duingronden in het westelijk deel van de Fluithoek. De hoogte van het maaiveld van de peilbuis ligt op 5.42 m TAW.
14 15
Turboveg for windows 2;58, synsystematic system Pg-01.35 best judgement
Inrichtingsproject Noordduinen
26 VLM West-Vlaanderen
M o n i t o r i n g Noordduinen
NODP011X
peil (m TAW) 'j
5.5
5
4.5
4
4.5
24/05/07
16/02/07
20/10/06
14/07/06
7/04/06
5/01/06
23/09/05
16/06/05
14/03/05
7/12/04
26/08/04
19/05/04
13/02/04
7/11/03
24/07/03
17/04/03
9/01/03
3/10/02
27/06/02
datum
21/03/02
3.5
Permanent kwadrant 11-5 Permanent kwadrant 11-5
4.5.1
Situering van de pq Locatie West-Vlaanderen, natuurinrichtingsproject Noordduinen, Koksijde, westelijk deel van de Fluithoek, zone ten zuiden van de Robert Van Dammestraat, 22m ten zuiden van de straat, iets ten noorden van waterput coördinaten PQ (Lambert 72) hoekpunt
X
Y
Z
ND115
28503.02
200317.84
5.86
ND116
28504.02
200315.09
5.87
ND117
28501.21
200314.05
5.88
ND118
28500.16
200316.81
5.92
Landschap Duinen Belgische bodemkaart : C2 : middelmatig vochtige geëgaliseerde duingronden (Oostduinkerke 35,E, M.G.I., 1950, De Panne 35,W, M.G.I., 1961) Microreliëf : vlak Hydrologie De hydrologische parameters zijn berekend voor de periode oktober 2003 tot en met oktober 2006. GHG (gemiddeld over 3 jaar, 3 hoogste waterstanden per hydrologisch jaar) : 4.88 m TAW GLG (gemiddeld over 3 jaar, 3 laagste waterstanden per hydrologisch jaar) : 4.26 m TAW GVG (gemiddeld over 3 jaar, waterstand rond begin april) : 4.75 m TAW Ter hoogte van de pq is de vegetatie grondwateronafhankelijk zijn.
Inrichtingsproject Noordduinen
27 VLM West-Vlaanderen
M o n i t o r i n g Noordduinen Eigendom ANB Inrichting & beheer Beheer voor NI project : intensieve graasweide, bemest Inrichting: afgraven met ongeveer 25 cm (2008) Beheer : extensieve begrazing Natuurstreefbeeld Droog tot vochtig kalkrijk duingrasland 4.5.2
Bodem
4.5.2.1
Algemene informatie over het terreinwerk Bodembeschrijving: 2006/8/30 Bodembemonstering: 2006/8/30, mengmonster van 10 steken (0 -10 cm) (potje) Duur terreinwerk : 2 uur, zon met bewolking Kartering VLM : C2 : middelmatig vochtige geëgaliseerde duingronden Hydrologie : GWT op 93 cm MV
4.5.2.2
Humusprofiel (beschrijving zie bijlage 5.1) Zandmull
4.5.2.3
Profielopbouw (beschrijving zie bijlage 5.1) horizont
diepte
textuur
(cm MV*)
OM
wortels*
% zand
roest
kalk
%
A
0-7/9
zv zf
(+)/+
mengstaal
0-10
Ap
7/9-44
zand
mv zf → zw zf
++
2AC
44-50
zand
-/(+)
2C
50-90
zand
++
3A/2C
90-110
zand
++
3A
110-120
zand
++
4.0
* zv zf : zeer veel zeer fijn, mv zf : matig veel zeer fijn, zw zf : zeer weinig zeer fijn (putje tot 50 cm, boring tot 125 cm diepte)
Inrichtingsproject Noordduinen
28 VLM West-Vlaanderen
M o n i t o r i n g Noordduinen
ND115 0 20 40 60 80 100 120 140
A 2C
A.p 3A/3C
2AC 3A
4.5.2.4
Analyseresultaten 0-10 cm (labo UGent, Vakgroep Geologie en Bodemkunde, Bodemkunde)(bijlage 5.1) pH water : 6.9 pH KCl : 6.4 OM : 4.0% N : 0.24% P : Ptotaal : 1.120 g/kg, Panorg : 0.975 mg/kg, Porg : 0.145 mg/kg; P beschikbaar : 0.746 mg/kg CEC : 12.7 meq/100g, baseverzadiging >100%
4.5.2.5
Evaluatie De bodem bestaat volledig uit zand. Het profiel is matig tot onvoldoende gedraineerd. Het profiel bestaat uit een zwak ontwikkelde A horizont in een dikke voormalige bewerkingslaag (A.p). Aan de onderzijde van de A.p komt een overgangshorizont voor die ontkalkt is, wat kan wijzen op een ouder begraven oppervlak. Tussen 110 tot 120 cm komt opnieuw een begraven horizont voor. In de bovenste 10 cm is de pH zwak zuur, de baseverzadiging bedraagt meer dan 100%. Alle horizonten bevatten vrije kalk met uitzondering van 2AC die ontkalkt of zeer weinig vrije kalk bevat. Het N-gehalte is medium, het P-gehalte is zeer hoog en wijst op het intensieve bodemgebruik (bemesting en intensieve begrazing).
4.5.3
Vegetatie Deze PQ werd in 2007 niet geïnventariseerd.
Inrichtingsproject Noordduinen
29 VLM West-Vlaanderen
M o n i t o r i n g Noordduinen
4.6
Permanent kwadrant 20 Permanent kwadrant 20
4.6.1
Situering van de pq Locatie West-Vlaanderen, natuurinrichtingsproject Noordduinen, Koksijde, deel ten oosten van Leopold III laan, “panne van Sam” coördinaten PQ (Lambert 72) hoekpunt
X
Y
Z
ND201
28400.42
200850.19
7.85
ND202
28400.35
200853.12
7.78
ND203
28403.42
200853.19
7.79
ND204
28403.50
200850.19
7.83
Landschap Duinen Belgische bodemkaart : A0 : hoge duinen (Oostduinkerke 35,E, M.G.I., 1950, De Panne 35,W, M.G.I., 1961) Microreliëf : vlak, voormalig akkertje? Hydrologie De hydrologische parameters zijn berekend voor de periode oktober 2003 tot en met oktober 2006. GHG (gemiddeld over 3 jaar, 3 hoogste waterstanden per hydrologisch jaar) : 7.30 m TAW GLG (gemiddeld over 3 jaar, 3 laagste waterstanden per hydrologisch jaar) : 6.74 m TAW GVG (gemiddeld over 3 jaar, waterstand rond begin april) : 7.25 m TAW Ter hoogte van de pq is de vegetatie grondwateronafhankelijk zijn. Eigendom ANB Inrichting & beheer Inrichting: kappen van bos, herinrichting als panne door afgraven op de diepste plaatsen met ongeveer 90 cm Beheer : extensieve begrazing Natuurstreefbeeld Pioniersvegetatie van vochtige duinvalleien 4.6.2
Vegetatie Nota: Dit PQ werd in 2007 niet geïnventariseerd.
Inrichtingsproject Noordduinen
30 VLM West-Vlaanderen
M o n i t o r i n g Noordduinen
4.7
Permanent kwadrant 21 Permanent kwadrant 21
4.7.1
Situering van de pq Locatie West-Vlaanderen, natuurinrichtingsproject Noordduinen, Koksijde, deel ten oosten van Leopold III laan, mosduin tegenaan de zuidelijke ingang oostelijk begrazingsblok (nabij akkertjes “Laurent”) coördinaten PQ (Lambert 72) hoekpunt
X
Y
Z
ND211
28406.50
200755.28
10.90
ND212
28409.47
200755.23
10.83
ND213
28409.36
200752.26
10.68
ND214
28406.40
200752.29
10.60
Landschap Duinen Belgische bodemkaart : A0 : geëgaliseerde duingronden (Oostduinkerke 35,E, M.G.I., 1950, De Panne 35,W, M.G.I., 1961) Microreliëf : zwak hellend, helling naar het westen Hydrologie De hydrologische parameters zijn berekend voor de periode oktober 2003 tot en met oktober 2006. GHG (gemiddeld over 3 jaar, 3 hoogste waterstanden per hydrologisch jaar) : 6.97 m TAW GLG (gemiddeld over 3 jaar, 3 laagste waterstanden per hydrologisch jaar) : 6.38 m TAW GVG (gemiddeld over 3 jaar, waterstand rond begin april) : 9.91 m TAW Ter hoogte van de pq is de vegetatie grondwateronafhankelijk zijn. Eigendom ANB Inrichting & beheer Inrichting: opgenomen in begrazingsblok Beheer : extensieve begrazing Natuurstreefbeeld Droog tot vochtig kalkrijk duingrasland 4.7.2
Vegetatie PQ Datum (jaar/maand/dag) : 2007/07/05 Oppervlakte : 3 x 3 m² Bedekking kruidlaag : 20% Hoogte kruidlaag (cm) : 5cm
Inrichtingsproject Noordduinen
31 VLM West-Vlaanderen
M o n i t o r i n g Noordduinen Beschrijving vegetatie : Open vegetatie op mosduin van Gewoon duinsterretje met oa Kleverige reigersbek en Zandzegge. Circa 8% van de bodem binnen de PQ bestaat uit onbegroeid zand. De omgeving van de PQ bestaat uit open zand en duindoornstruweel. Typering vegetatie16 : Phleo-Tortuletum (Voorlopige) Systematiek van natuurtypen voor Vlaanderen17: Kalkrijke mosduinen en pionierduingraslanden met Zanddoddegras (Phleum arenarium) en Groot duinsterretje (Tortula ruralis ssp. ruraliformis) Opname (Londo): Kruidlaag: Arenaria serpyllifolia
Zandmuur
r1
Carex arenaria
Zandzegge
m4
Crepis capillaris
Klein streepzaad
p1
Erodium glutinosum
Kleverige reigersbek
1
Sedum acre
Muurpeper
p1
Senecio jacobaea
Jakobskruiskruid sl
p1
Groot duinsterretje
8
Moslaag: Tortula ruralis var ruraliformis
4.8
Permanent kwadrant 22 Permanent kwadrant 22
4.8.1
Situering van de pq Locatie West-Vlaanderen, natuurinrichtingsproject Noordduinen, Koksijde, deel ten oosten van Leopold III laan, depressie ten oosten van “Helman” coördinaten PQ (Lambert 72) hoekpunt
X
Y
Z
ND221
28585.74
200982.28
9.44
ND222
28588.62
200981.24
9.45
ND223
28587.66
200978.52
9.34
ND224
28584.91
200979.31
9.43
Landschap Duinen Belgische bodemkaart : A0 geëgaliseerde duingronden (Oostduinkerke 35,E, M.G.I., 1950, De Panne 35,W, M.G.I., 1961) Microreliëf : depressie tussen duinruggen, PQ is vlak
16 17
Turboveg for windows 2;58, synsystematic system Pg-01.35 best judgement
Inrichtingsproject Noordduinen
32 VLM West-Vlaanderen
M o n i t o r i n g Noordduinen Hydrologie De hydrologische parameters zijn berekend voor de periode oktober 2003 tot en met oktober 2006. GHG (gemiddeld over 3 jaar, 3 hoogste waterstanden per hydrologisch jaar) : 7.35 m TAW GLG (gemiddeld over 3 jaar, 3 laagste waterstanden per hydrologisch jaar) : 6.83 m TAW GVG (gemiddeld over 3 jaar, waterstand rond begin april) : 7.29 m TAW Ter hoogte van de pq is de vegetatie grondwateronafhankelijk zijn. Eigendom ANB Inrichting & beheer Inrichting: opgenomen in begrazingsblok Beheer : extensieve begrazing Natuurstreefbeeld Droog tot vochtig kalkrijk duingrasland 4.8.2
Vegetatie PQ Datum (jaar/maand/dag) : 2007/07/05 Oppervlakte : 3 x 3 m² Bedekking kruidlaag : 100% Hoogte kruidlaag (cm) : 90cm Beschrijving vegetatie : Duinriet-Gestreepte witbolvegetatie met tussengroei van braam. Geen bloeiaspect. Enige opzichtige bloei in de omgeving is van Grote teunisbloem en op plekken met lagere vegetatie van Reigersbek, Klein streepzaad en Akkervergeet-mij-nietje. In de PQ is tamelijk veel ‘verscholen’ Geel walstro aanwezig. Vlak naast de PQ twee pollen van Rietzwenkgras en één rozet van Gulden sleutelbloem. Typering vegetatie18: RG Calamagrostis epigejos – [Cladonio-Koelerietalia] (Voorlopige) Systematiek van natuurtypen voor Vlaanderen19: Droog tot vochtig kalkrijk duingrasland met Liggend bergvlas (Thesium humifosum) en Geel walstro (Galium verum)
18 19
Turboveg for windows 2;58, synsystematic system Pg-01.35 best judgement
Inrichtingsproject Noordduinen
33 VLM West-Vlaanderen
M o n i t o r i n g Noordduinen Opname (Londo): Kruidlaag: Acer pseudoplatanus
Gewone esdoorn
r1
Arrhenatherum elatius
Glanshaver
p2
Calamagrostis epigejos
Duinriet
6
Galium aparine
Kleefkruid
r1
Galium verum
Geel walstro
m4
Glechoma hederacea
Hondsdraf
r1
Holcus lanatus
Gestreepte witbol
3
Myosotis arvensis
Akkervergeet-mij-nietje
p1
Rubus caesius
Dauwbraam
1
Senecio jacobaea
Jakobskruiskruid sl
p1
Urtica dioica
Grote brandnetel
r1
Veronica arvensis
Veldereprijs
r1
Duin-snavelmos
5
Moslaag: Rhynchostegium megapolitanum
4.9
Permanent kwadrant 23 Permanent kwadrant 23
4.9.1
Situering van de pq Locatie West-Vlaanderen, natuurinrichtingsproject Noordduinen, Koksijde, deel ten oosten van de Leopold III laan, vervilt duingrasland met wat duindoornstruweel in zone ten noorden van “Dekeyser” coördinaten PQ (Lambert 72) hoekpunt
X
Y
Z
ND231
28312.83
201056.67
9.71
ND232
28309.99
201055.88
9.84
ND233
28309.08
201058.66
9.86
ND234
28311.94
201059.58
9.86
Landschap Duinen Belgische bodemkaart : B1 : droge duingronden (Oostduinkerke 35,E, M.G.I., 1950, De Panne 35,W, M.G.I., 1961) Microreliëf :
Inrichtingsproject Noordduinen
34 VLM West-Vlaanderen
M o n i t o r i n g Noordduinen Hydrologie De hydrologische parameters zijn berekend voor de periode oktober 2003 tot en met oktober 2006. GHG (gemiddeld over 3 jaar, 3 hoogste waterstanden per hydrologisch jaar) : 7.58 m TAW GLG (gemiddeld over 3 jaar, 3 laagste waterstanden per hydrologisch jaar) : 7.04 m TAW GVG (gemiddeld over 3 jaar, waterstand rond begin april) : 7.53 m TAW Ter hoogte van de pq is de vegetatie grondwateronafhankelijk zijn. Eigendom ANB Inrichting & beheer Inrichting: opgenomen in begrazingsblok Beheer : extensieve begrazing Natuurstreefbeeld Droog tot vochtig kalkrijk duingrasland 4.9.2
Vegetatie PQ Datum (jaar/maand/dag) : 2007/07/05 Oppervlakte : 3 x 3 m² Bedekking kruidlaag : 100% Hoogte kruidlaag (cm) : 50cm Beschrijving vegetatie : Verstruwelend duingrasland met veel Duinroosje en Grote brandnetel en met enkele meidoorns. Vegetatie is te ruig, met veel braam en Glanshaver. Gemiddelde vegetatiehoogte 50cm, maximaal 1.7m (meidoorn). De vegetatie is meerlagig: hoogste laag = jonge struiklaag en ruigtesoorten; dan laag met lagere kruidlaag en onderin moslaag. In de twee bovenste lagen is telkens veel Duinroosje aanwezig. Typering vegetatie20 : 33AA Galio-Alliarion (Voorlopige) Systematiek van natuurtypen voor Vlaanderen21: Nitrofiele zomen en ruigten van het verbond van Look-zonder-look (Galio-Alliarion)
20 21
Turboveg for windows 2;58, synsystematic system Pg-01.35 best judgement
Inrichtingsproject Noordduinen
35 VLM West-Vlaanderen
M o n i t o r i n g Noordduinen Opname (Londo): Struiklaag: Crataegus monogyna
Eenstijlige meidoorn
1
Anthriscus sylvestris
Fluitekruid
a4
Arrhenatherum elatius
Glanshaver
1
Calamagrostis epigejos
Duinriet
1
Dactylis glomerata
Kropaar
r1
Galium aparine
Kleefkruid
p1
Hippophae rhamnoides
Duindoorn
r4
Lamium album
Witte dovenetel
p1
Pimpinella saxifraga
Kleine bevernel
p1
Polygonum dumetorum
Heggeduizendknoop
p1
Potentilla reptans
Vijfvingerkruid
r1
Rosa pimpinellifolia
Duinroosje
4
Rubus caesius
Dauwbraam
2
Urtica dioica
Grote brandnetel
1
Vicia cracca
Vogelwikke
r1
Brachythecium rutabulum
Gewoon dikkopmos
4
Plagiomnium affine
Rond boogsterremos
m1
Kruidlaag:
Moslaag
4.10
Permanent kwadrant 24 Permanent kwadrant 24
4.10.1
Situering van de pq Locatie West-Vlaanderen, natuurinrichtingsproject Noordduinen, Koksijde, meest westelijke deel van de Noordduinen coördinaten PQ (Lambert 72) hoekpunt
X
Y
Z
ND241
27583.09
200821.32
10.47
ND242
27584.06
200824.11
10.58
ND243
27580.36
200822.28
10.53
ND244
27583.11
200821.34
10.47
Inrichtingsproject Noordduinen
36 VLM West-Vlaanderen
M o n i t o r i n g Noordduinen Landschap Duinen Belgische bodemkaart : B1 : droge duingronden (Oostduinkerke 35,E, M.G.I., 1950, De Panne 35,W, M.G.I., 1961) Microreliëf : Hydrologie De hydrologische parameters zijn berekend voor de periode oktober 2003 tot en met oktober 2006. GHG (gemiddeld over 3 jaar, 3 hoogste waterstanden per hydrologisch jaar) : 8.05 m TAW GLG (gemiddeld over 3 jaar, 3 laagste waterstanden per hydrologisch jaar) : 7.51 m TAW GVG (gemiddeld over 3 jaar, waterstand rond begin april) : 8.00 m TAW Ter hoogte van de pq is de vegetatie grondwateronafhankelijk zijn. Eigendom ANB Inrichting & beheer Inrichting: zal gemaaid worden in 2008, introductie van grazers (ezels) Beheer : seizoenale extensieve begrazing Natuurstreefbeeld Droog tot vochtig kalkrijk duingrasland 4.10.2
Vegetatie PQ Datum (jaar/maand/dag) : 2007/07/05 Oppervlakte : 3 x 3 m² Bedekking kruidlaag : 100% Hoogte kruidlaag (cm) : 90cm Beschrijving vegetatie : Grazige ruigte met bramen, Glanshaver, Fluitenkruid en andere ruigtesoorten. Vegetatiehoogte gemiddeld 90cm, maximaal 1,5m. Tussenin vrij veel Duinroosje. Typering vegetatie22: Polygalo-Koelerion (Voorlopige) Systematiek van natuurtypen voor Vlaanderen23: Duinroosdwergstruweel
22 23
Turboveg for windows 2;58, synsystematic system Pg-01.35 best judgement
Inrichtingsproject Noordduinen
37 VLM West-Vlaanderen
M o n i t o r i n g Noordduinen Opname (Londo): Kruidlaag: Anthriscus sylvestris
Gewoon fluitenkruid
p4
Arrhenatherum elatius
Glanshaver
4
Calamagrostis epigejos
Duinriet
a2
Elymus repens
Kweek
p1
Galium aparine
Kleefkruid
p1
Galium verum
Geel walstro
p1
Phalaris arundinacea
Rietgras
r1
Rosa pimpinellifolia
Duinroosje
3
Rubus caesius
Dauwbraam
4
Urtica dioica
Grote brandnetel
a2
Vicia cracca
Vogelwikke
p1
Amblystegium serpens
Gewoon pluisdraadmos
1
Brachythecium rutabulum
Gewoon dikkopmos
1
Plagiomnium affine
Rond boogsterremos
7
Moslaag:
4.11
Permanent kwadrant 25 Permanent kwadrant 25
4.11.1
Situering van de pq Locatie West-Vlaanderen, natuurinrichtingsproject Noordduinen, Koksijde, deel ten westen van de Leopold III laan, duingraslandje ten zuiden van “slurf” coördinaten PQ (Lambert 72) hoekpunt
X
Y
Z
ND251
27938.09
200859.74
11.17
ND252
27936.87
200862.48
11.03
ND253
27939.41
200863.65
11.15
ND254
27940.70
200861.05
11.34
Landschap Duinen Belgische bodemkaart : B1 : droge duingronden (Oostduinkerke 35,E, M.G.I., 1950, De Panne 35,W, M.G.I., 1961) Microreliëf :
Inrichtingsproject Noordduinen
38 VLM West-Vlaanderen
M o n i t o r i n g Noordduinen Hydrologie De hydrologische parameters zijn berekend voor de periode oktober 2003 tot en met oktober 2006. GHG (gemiddeld over 3 jaar, 3 hoogste waterstanden per hydrologisch jaar) : 7.87 m TAW GLG (gemiddeld over 3 jaar, 3 laagste waterstanden per hydrologisch jaar) : 7.31 m TAW GVG (gemiddeld over 3 jaar, waterstand rond begin april) : 7.83 m TAW Ter hoogte van de pq is de vegetatie grondwateronafhankelijk zijn. Eigendom ANB Inrichting & beheer Inrichting: introductie van grazers (ezels) : mei 2007 Beheer : extensieve begrazing Natuurstreefbeeld Droog tot vochtig kalkrijk duingrasland 4.11.2
Vegetatie PQ Datum (jaar/maand/dag) : 2007/07/05 Oppervlakte : 3 x 3 m² Bedekking kruidlaag : 100% Hoogte kruidlaag (cm) : 70cm Beschrijving vegetatie : Ruig grasland met dominantie van Glanshaver en Duinroosje. Bloei van Vogelwikke, Geel walstro en Avondkoekoeksbloem. Gemiddelde vegetatiehoogte 70cm, hoogte van Glanshaver 1,2m. Typering vegetatie24: RG Rosa pimpinellifolia – [Polygalo-Koelerion] (Voorlopige) Systematiek van natuurtypen voor Vlaanderen25: Duinroosdwergstruweel
24 25
Turboveg for windows 2;58, synsystematic system Pg-01.35 best judgement
Inrichtingsproject Noordduinen
39 VLM West-Vlaanderen
M o n i t o r i n g Noordduinen Opname (Londo): Kruidlaag: Achillea millefolium
Gewoon duizendblad
p1
Anthriscus sylvestris
Fluitekruid
r1
Arrhenatherum elatius
Glanshaver
5
Calamagrostis epigejos
Duinriet
a2
Carex arenaria
Zandzegge
1
Centaurea jacea
Knoopkruid
p2
Cerastium fontanum
Gewone hoornbloem
r1
Festuca arundinacea
Rietzwenkgras
p2
Festuca rubra
Rood zwenkgras sl
m2
Galium verum
Geel walstro
a4
Holcus lanatus
Gestreepte witbol
p1
Prunus spinosa
Sleedoorn
r1
Rosa pimpinellifolia
Duinroosje
7
Rumex crispus
Krulzuring
r1
Senecio sylvaticus
Boskruiskruid
r1
Silene latifolia (subsp alba)
Avondkoekoeksbloem
p1
Urtica dioica
Grote brandnetel
p1
Vicia cracca
Vogelwikke
p1
Vicia sativa ssp. segetalis
Vergeten wikke
p1
Brachythecium rutabulum
Gewoon dikkopmos
4
Plagiomnium affine
Rond boogsterremos
4
Moslaag:
4.12
Permanent kwadrant 26 Permanent kwadrant 26
4.12.1
Situering van de pq Locatie West-Vlaanderen, natuurinrichtingsproject Noordduinen, Koksijde, deel ten westen van de Leopold III laan, overgangszone duindoornstruweel/duingrasland ten noorden van de “slurf” coördinaten PQ (Lambert 72) hoekpunt
X
Y
Z
ND261
27992.23
200943.70
9.98
ND262
27992.15
200940.72
9.91
ND263
27989.22
200940.81
9.88
ND264
27989.26
200943.71
9.91
Inrichtingsproject Noordduinen
40 VLM West-Vlaanderen
M o n i t o r i n g Noordduinen
Landschap Duinen Belgische bodemkaart : C2 : middelmatig vochtige geëgaliseerde duingronden (Oostduinkerke 35,E, M.G.I., 1950, De Panne 35,W, M.G.I., 1961) Microreliëf : vlak Hydrologie De hydrologische parameters zijn berekend voor de periode oktober 2003 tot en met oktober 2006. GHG (gemiddeld over 3 jaar, 3 hoogste waterstanden per hydrologisch jaar) : 7.84 m TAW GLG (gemiddeld over 3 jaar, 3 laagste waterstanden per hydrologisch jaar) : 7.28 m TAW GVG (gemiddeld over 3 jaar, waterstand rond begin april) : 7.80 m TAW Ter hoogte van de pq is de vegetatie grondwateronafhankelijk zijn. Eigendom ANB Inrichting & beheer Inrichting: introductie van grazers (ezels) : mei 2007 Beheer : extensieve begrazing Natuurstreefbeeld Droog tot vochtig kalkrijk duingrasland 4.12.2
Vegetatie PQ Datum (jaar/maand/dag) : 2007/07/05 Oppervlakte : 3 x 3 m² Bedekking kruidlaag : 100% Hoogte kruidlaag (cm) : 70cm Beschrijving vegetatie : De PQ ligt op de rand van duingrasland (met oa Geel zonneroosje) en Duindoornstruweel. Het aspect wordt gevormd door Duinriet en Duindoorn; het bloeiaspect enkel door Geel walstro. De PQ ligt gunstig om eventuele verstruweling op te volgen. Gemiddelde vegetatiehoogte is 80cm. Er blijkt veel Zachte haver aanwezig in de PQ, tijdens de opname werd echter geen bloei waargenomen waardoor de bedekking van deze soort vrij moeilijk in te schatten was. De som van de bedekkingen overschrijdt ruim de 100% wat duidt op een meerlagige vegetatie. Typering vegetatie26 : Polygalo-Koelerion (Voorlopige) Systematiek van natuurtypen voor Vlaanderen27 : Droog tot vochtig kalkrijk duingrasland met Liggend bergvlas (Thesium humifosum) en Geel walstro (Galium verum)
26 27
Turboveg for windows 2;58, synsystematic system Pg-01.35 best judgement
Inrichtingsproject Noordduinen
41 VLM West-Vlaanderen
M o n i t o r i n g Noordduinen Opname (Londo): Kruidlaag: Achillea millefolium
Gewoon duizendblad
p2
Anthoxanthum odoratum
Gewoon reukgras
a4
Arrhenatherum elatius
Glanshaver
a4
Avenula pubescens
Zachte haver
2
Calamagrostis epigejos
Duinriet
5
Cerastium arvense
Akkerhoornbloem
a2
Equisetum arvense
Heermoes
p1
Festuca rubra
Rood zwenkgras sl
m4
Galium verum
Geel walstro
1
Geranium molle
Zachte ooievaarsbek
r1
Hippophae rhamnoides
Duindoorn
3
Holcus lanatus
Gestreepte witbol
p2
Plantago lanceolata
Smalle weegbree
p1
Rosa pimpinellifolia
Duinroosje
r1
Rumex crispus
Krulzuring
r1
Taraxacum species
Paardebloem (G)
r1
Vicia hirsuta
Ringelwikke
r1
Duin-snavelmos
m4
Moslaag: Rhynchostegium megapolita
4.13 4.13.1
Poel Fluithoek (NODM002) Situering van de poel Locatie West-Vlaanderen, natuurinrichtingsproject Noordduinen, Koksijde, deel ten zuiden van R. Van Dammestraat, thv van militaire basis Koksijde Landschap Duinen Belgische bodemkaart : C2 : middelmatig vochtige geëgaliseerde duingronden (Oostduinkerke 35,E, M.G.I., 1950, De Panne 35,W, M.G.I., 1961) Microreliëf : vlak Eigendom ANB Inrichting & beheer Inrichting: graven van poel : voorjaar 2006 Beheer : extensieve begrazing Natuurstreefbeeld Gemeenschappen van zoet, open water en periodiek droogvallende bodem
Inrichtingsproject Noordduinen
42 VLM West-Vlaanderen
M o n i t o r i n g Noordduinen 4.13.2
Vegetatie Datum (jaar/maand/dag): 2007/07/05 Soort
4.14 4.14.1
Agrostis stolonifera
Fioringras
r
Anagallis arvensis ssp. arvensis
Rood guichelheil
r
Arenaria serpyllifolia
Zandmuur
r
Atriplex prostrata
Spiesmelde
s
Cardamine hirsuta
Kleine veldkers
r
Cerastium fontanum s.l.
Gewone en Glanzige hoornbloem
s
Cerastium semidecandrum
Zandhoornbloem
s
Juncus articulatus
Zomprus
r
Juncus bufonius
Greppelrus
f
Oenothera erythrosepala
Grote teunisbloem
s
Plantago major
Grote weegbree s.l.
s
Poa annua
Straatgras
r
Riccia cavernosa
Kristalwatervorkje
r
Salix species
Wilg (G)
f
Senecio vulgaris
Klein kruiskruid
r
Sonchus asper
Gekroesde melkdistel
s
Trifolium repens
Witte klaver
r
Tussilago farfara
Klein hoefblad
s
Typha species
Lisdodde (G)
s
Veronica arvensis
Veldereprijs
r
Poel Camping (NODM001) Situering van de poel Locatie West-Vlaanderen, natuurinrichtingsproject Noordduinen, Koksijde, deel ten westen van de Leopold III laan, ten westen van de Camping Landschap Duinen Belgische bodemkaart : C2 : middelmatig vochtige geëgaliseerde duingronden (Oostduinkerke 35,E, M.G.I., 1950, De Panne 35,W, M.G.I., 1961) Microreliëf : vlak Eigendom ANB Inrichting & beheer Inrichting : gegraven voorjaar 2006 Beheer : extensieve begrazing, introductie van de grazers (ezels) : mei 2007
Inrichtingsproject Noordduinen
43 VLM West-Vlaanderen
M o n i t o r i n g Noordduinen
Natuurstreefbeeld Gemeenschappen van zoet, open water en periodiek droogvallende bodem 4.14.2
Vegetatie Datum (jaar/maand/dag): 2007/07/05) Soort Senecio vulgaris
Klein kruiskruid
r
Veronica arvensis
Veldereprijs
s
Tussilago farfara
Klein hoefblad
s
Anagallis arvensis ssp. arvensis
Rood guichelheil
r
Papaver dubium
Bleke klaproos
r
Alnus glutinosa
Zwarte els
s
Plantago major
Grote weegbree s.l.
lo
Poa annua
Straatgras
r
Polygonum aviculare
Varkensgras
lo
Agrostis stolonifera
Fioringras
r
Rumex crispus
Krulzuring
s
Cerastium semidecandrum
Zandhoornbloem
s
Medicago lupulina
Hopklaver
r
Cerastium fontanum s.l.
Gewone en Glanzige hoornb
r
Trifolium repens
Witte klaver
r
Eleocharis palustris ssp. palustris
Gewone waterbies
r
Arenaria serpyllifolia
Zandmuur
r
Juncus bufonius
Greppelrus
f
Sagina procumbens
Liggende vetmuur
r
Ranunculus sceleratus
Blaartrekkende boterbloem
s
Lycopus europaeus
Wolfspoot
r
Oenothera species
Teunisbloem (G)
o
Ranunculus (Batrachium) species
s
Salix species
Wilg (G)
a
Typha species
Lisdodde (G)
r
Inrichtingsproject Noordduinen
44 VLM West-Vlaanderen
M o n i t o r i n g Noordduinen
DEEL 5 5.1 5.1.1
HYDROLOGISCHE GEGEVENS Grondwaterpeilen Peilbuis NODP001X Peilbuis ligt in het oostelijk deel van de Noordduinen, tegenaan de Middenlaan. De hoogte van het maaiveld bij de peilbuis ligt op 9.15 m TAW.
NODP001X 9
peil (m TAW) 'j
8.5 8 7.5 7
24/05/07
16/02/07
20/10/06
14/07/06
7/04/06
5/01/06
23/09/05
16/06/05
14/03/05
7/12/04
26/08/04
19/05/04
13/02/04
7/11/03
24/07/03
17/04/03
9/01/03
Peilbuis NODP002X Peilbuis NODP002X bevindt zich in de panne ten noorden van het militair domein. De hoogte van het maaiveld bij de peilbuis ligt op 8.48 m TAW.
NODP002X 9 8.5
peil (m TAW) 'j
8
7.5 7
Inrichtingsproject Noordduinen
24/05/07
16/02/07
20/10/06
14/07/06
7/04/06
5/01/06
23/09/05
16/06/05
14/03/05
7/12/04
26/08/04
19/05/04
13/02/04
7/11/03
24/07/03
17/04/03
9/01/03
3/10/02
datum
27/06/02
6.5
21/03/02
5.1.2
3/10/02
datum
27/06/02
21/03/02
6.5
45 VLM West-Vlaanderen
M o n i t o r i n g Noordduinen
5.1.3
Peilbuis NODP003X Peilbuis NODP003X bevindt zich op een geëgaliseerde akker in de Fluithoek. De hoogte van het maaiveld bij de peilbuis ligt op 6.83 m TAW.
NODP003X 6.5
peil (m TAW) 'j
6 5.5 5 4.5
24/05/07
16/02/07
20/10/06
14/07/06
7/04/06
5/01/06
23/09/05
16/06/05
14/03/05
7/12/04
26/08/04
19/05/04
13/02/04
7/11/03
24/07/03
17/04/03
9/01/03
3/10/02
Peilbuizen NODP004X en NODP005X Peilbuizen NODP004X (ondiepe peilbuis) en NODP005X (diepe peilbuis) bevinden zich op een geegaliseerde akker in de Fluithoek. De hoogte van het maaiveld bij de peilbuis ligt op 6.00 en 6.04 m TAW.
NODP004X en NODP005X 6.5 NODP004X NODP005X
6
peil (m TAW) 'j
5.5 5 4.5
Inrichtingsproject Noordduinen
24/05/07
16/02/07
20/10/06
14/07/06
7/04/06
5/01/06
23/09/05
16/06/05
14/03/05
7/12/04
26/08/04
19/05/04
13/02/04
7/11/03
24/07/03
17/04/03
9/01/03
3/10/02
datum
27/06/02
4
21/03/02
5.1.4
27/06/02
datum
21/03/02
4
46 VLM West-Vlaanderen
M o n i t o r i n g Noordduinen 5.1.5
Peilbuis NODP006X Peilbuis NODP006X is gelegen in het westelijk deel van de Noordduinen. De hoogte van het maaiveld bij de peilbuis ligt op 9.99 m TAW.
NODP006X 10
peil (m TAW) 'j
9.5 9 8.5 8 7.5
24/05/07
16/02/07
20/10/06
14/07/06
7/04/06
5/01/06
23/09/05
16/06/05
14/03/05
7/12/04
26/08/04
19/05/04
13/02/04
7/11/03
24/07/03
17/04/03
9/01/03
3/10/02
Peilbuis NODP007X Peilbuis NODP007X is gelegen in het westelijk deel van de Noordduinen. De hoogte van het maaiveld bij de peilbuis ligt op 9.10 m TAW.
NODP007X 9.5
9
peil (m TAW) 'j
8.5 8
7.5
Inrichtingsproject Noordduinen
24/05/07
16/02/07
20/10/06
14/07/06
7/04/06
5/01/06
23/09/05
16/06/05
14/03/05
7/12/04
26/08/04
19/05/04
13/02/04
7/11/03
24/07/03
17/04/03
9/01/03
3/10/02
datum
27/06/02
7
21/03/02
5.1.6
27/06/02
datum
21/03/02
7
47 VLM West-Vlaanderen
M o n i t o r i n g Noordduinen 5.1.7
Peilbuis NODP008X Peilbuis NODP008X is gelegen in het westelijk deel van de Noordduinen. De hoogte van het maaiveld bij de peilbuis ligt op een hoogte van 10.26 m TAW.
NODP008X 10
peil (m TAW) 'j
9.5 9 8.5 8 7.5
24/05/07
16/02/07
20/10/06
14/07/06
7/04/06
5/01/06
23/09/05
16/06/05
14/03/05
7/12/04
26/08/04
19/05/04
13/02/04
7/11/03
24/07/03
17/04/03
9/01/03
3/10/02
Peilbuis NODP009X Peilbuis NODP009X ligt in het centraal deel van de oostelijke Noordduinen. De hoogte van het maaiveld bij de peilbuis ligt op een hoogte van 9.54 m TAW.
NODP009X 9.5 9
peil (m TAW) 'j
8.5 8 7.5 7
Inrichtingsproject Noordduinen
24/05/07
16/02/07
20/10/06
14/07/06
7/04/06
5/01/06
23/09/05
16/06/05
14/03/05
7/12/04
26/08/04
19/05/04
13/02/04
7/11/03
24/07/03
17/04/03
9/01/03
3/10/02
datum
27/06/02
6.5
21/03/02
5.1.8
27/06/02
datum
21/03/02
7
48 VLM West-Vlaanderen
M o n i t o r i n g Noordduinen 5.1.9
Peilbuis NOD010X - NOD010A Onvolledige meetreeks
5.1.10
Peilbuis NOD012X Peilbuis NODP012X ligt in het centraal deel van de westelijke Noordduinen. De top van de peilbuis ligt op een hoogte van 11.31 m TAW.
NODP012X 9.5
peil (m TAW) 'j
9
8.5
8
7.5
24/05/07
16/02/07
20/10/06
14/07/06
7/04/06
5/01/06
23/09/05
16/06/05
14/03/05
7/12/04
26/08/04
19/05/04
13/02/04
7/11/03
24/07/03
17/04/03
9/01/03
3/10/02
Peilbuis NOD013X Peilbuis NODP013X ligt in het uiterste oosten van het afgegraven perceel in de Fluithoek. De top van de peilbuis ligt op een hoogte van 6.36 m TAW.
NODP013X 5
peil (m TAW) 'j
4.5
4
3.5
Inrichtingsproject Noordduinen
24/05/07
16/02/07
20/10/06
14/07/06
7/04/06
5/01/06
23/09/05
16/06/05
14/03/05
7/12/04
26/08/04
19/05/04
13/02/04
7/11/03
24/07/03
17/04/03
9/01/03
3/10/02
datum
27/06/02
3
21/03/02
5.1.11
27/06/02
datum
21/03/02
7
49 VLM West-Vlaanderen
M o n i t o r i n g Noordduinen 5.1.12
Peilbuis NOD014X Peilbuis NODP014X ligt in tegenaan het perceel van de gemeente in het NO van het westelijk deel van de Noordduinen. De top van de peilbuis ligt op een hoogte van 11.12 m TAW.
NODP014X 9.5
peil (m TAW) 'j
9
8.5 8
7.5
5.1.13
24/05/07
16/02/07
20/10/06
14/07/06
7/04/06
5/01/06
23/09/05
16/06/05
14/03/05
7/12/04
26/08/04
19/05/04
13/02/04
7/11/03
24/07/03
17/04/03
9/01/03
3/10/02
27/06/02
datum
21/03/02
7
Peilbuis NOD015A onvolledige meetreeks
5.1.14
Korte bespreking De hoogste waterstanden werden gemeten bij de start van de meetreeks, maart 2002. Sedertdien is er een dalende trend tot 2006. Vanaf het najaar van 2006 zijn de waterpeilen opnieuw beginnen te stijgen. De seizoenale schommelingen zijn duidelijk. In de zomer is de evapotranspiratie het hoogst, het surplus op de waterbalans is gering of ontbreekt, wat resulteert in lagere grondwaterstanden. Gedurende de winter is de evapotranspiratie zeer laag, het surplus op de waterbalans hoog wat resulteert in hogere waterstanden. De trends in de jaarlijkse waterpeilen worden beïnvloed door de neerslag. Neerslaghoeveelheden daalden gestaag tussen de jaren okt 2001- sept 2002 (892.0 mm) tot okt 2004 – sept 2005 (393.2 mm), nadien namen de neerslaghoeveelheden terug toe (800.7 mm in het jaar okt 2005 - sept 2006). Deze neerslaghoeveelheden hebben gevolgen voor de surplussen en deficieten op de waterbalans.
Inrichtingsproject Noordduinen
50 VLM West-Vlaanderen
M o n i t o r i n g Noordduinen Gemiddelden gaan over 3 jaar (vanaf maart 2003 tot en met 2006) (m TAW) PB1 PB2 PB3 PB4 PB5 PB6 PB7 PB8 PB9 PB11 PB12 PB13 PB14
Z 9,15 8,48 6,83 6,00 6,04 9,99 9,10 10,26 9,54 5,42 11,31 6,36 11,12
GHG(3j) 7,33 7,35 5,30 5,04 4,78 8,19 7,76 8,28 7,58 4,50 7,93 4,12 8,01
Inrichtingsproject Noordduinen
GVG(3j) 7,29 7,30 5,22 4,91 4,64 8,15 7,72 8,23 7,53 4,35 7,89 3,99 7,99
GLG(3j) 6,97 6,91 4,64 4,29 4,13 7,64 7,12 7,74 7,03 3,90 7,38 3,61 7,49
51 VLM West-Vlaanderen
M o n i t o r i n g Noordduinen
Inrichtingsproject Noordduinen
52 VLM West-Vlaanderen
M o n i t o r i n g Noordduinen
5.2
Grondwatertypering Staalname : 6/6/2007 Grondwaterclassificatie van Stuyfzand (1986) interpretatie
NODP002X
NODP009X
NODP011X
hoofdtype
F : zoet
F
F
F
hardheid
1 = matig hard, 2 : hard
1
2
2
Ca, Mg, HCO3-
Ca, Mg, HCO3-
Ca, Mg, HCO3-
ø
ø
+
type kationen
Na+ + K+ + Mg2+ : - : tekort, ø : evenwicht, + : overschot
De peilbuizen worden alle drie gekenmerkt door zoet water, het chloride-gehalte is minder dan 150 mg/l. Het water is voor de 3 peilbuizen van het Ca, Mg bicarbonaat-type en is matig hard tot hard. Peilbuis NODP009X vertoont relatief hoge gehaltes aan sulfaten en nitraten.
Inrichtingsproject Noordduinen
53 VLM West-Vlaanderen
M o n i t o r i n g Noordduinen
DEEL 6 6.1 6.1.1
BIJLAGEN Bodem Profielbeschrijvingen pq’s Noordduinen Permanent kwadrant : ND1 humusprofiel : S/L : <2mm, vochtig, mos en enkele bladeren van grassen, mossy, relisient, weinig spinnen en pissebedden profiel (putje tot 35 cm, boring tot 125 cm): A1 : 0-4/6 : licht vochtig, donkergrijs28 humeus zand, vlakke begrenzing 1 cm breed, structuurloos, zacht, geen roestvlekken, zeer veel zeer fijne en veel fijne horizontale wortels, wortels 3-4 mm dik van liguster en duinroos, miljoenpoot, Ca-, HF A2 : 4/6-8/9 : licht vochtig, grijs humeus zand, vlakke begrenzing 2 cm breed, structuurloos, zacht, geen roestvlekken, zeer veel zeer fijne en matig veel fijne horizontale wortels, Ca-, HF Bc : 9-9/11 : licht vochtig, bruin zand, vlakke begrenzing 2 cm breed, los, geen roestvlekken, veel zeer fijne en matig veel fijne subhorizontale wortels, Ca-/+, HF BC : 11-15/17 : droog, bleekgeel zand, golvende begrenzing 2 cm breed, los, geen roestvlekken, matig veel zeer fijne subhorizontale wortels, Ca++, HF C : 15/17-120 : droog, bleekgeel zand, los, matig veel zeer fijne subhorizontale en matig veel fijne verticale wortels van braam en duinroos tot 35 cm diep, Ca++, HF Prikboor : indringingsweerstand met vlakke hand (VL), volle hand (VH) en 2 handen (2H) VL : 24 – 26 – 22 cm VH : 24 – 26 – 29 cm 2H : 30 – 36 – 34 cm
Permanent kwadrant : 16 humusprofiel : S/L : 1/3 cm : licht vochtig, mos, takjes van duindoorn 3mm diam., takken van kruipwilg 1.2 cm diam., bladeren van grassen, duindoorn, mossy, leafy, slakje, weinig spinnen en pissebedden profiel (putje tot 40cm, boring tot 125cm): A : 0-4/9 : licht vochtig, donkergrijs humeus zand, vlakke begrenzing 1 cm breed, los, zeer veel zeer fijne willekeurig georiënteerde (grassen) en veel fijne subhorizontale (duinroos) wortels, Ca-, NHF AE : 4/9-9/11 : licht vochtig, grijs humeus zand, licht golvende begrenzing 2 cm breed, los, zeer veel zeer fijne willekeurig georiënteerde wortels van grassen en veel fijne (duinroos) subhorizontale wortels, Ca-, NHF BC : 9/11-10/21 : lokaal discontinue horizont, licht vochtig, licht bruingeel zand, los, Ca+, HF C : 10/21-125 : droog met enkele vochtige plekken, lichtgeel zand, los, matig veel zeer fijne subhorizontale wortels van grassen tot 14/17 cm, weinig fijne wortels vanaf 14/17 cm (subhorizontaal van dauwbraam, duinroos, verticaal van wilg), zeer weinig verticale wortels van dauwbraam 3-4 mm dik op 17 en 40 cm diepte, Ca+ tot ++, HF tot NHF Tussen 70-80 cm iets humeuzer bandje
28
Kleur appreciatie volgens terreinwaarneming
Inrichtingsproject Noordduinen
54 VLM West-Vlaanderen
M o n i t o r i n g Noordduinen Prikboor : VL : 26 – 23 VH : 29 – 23 2H :
Permanent kwadrant : 17 humusprofiel : S/L : 2/3 cm : licht vochtig, bladeren van grassen, mossen, duinroos, mossy, resilient, zwak tenaceous, weinig pissebedden profiel A : 0-4 : licht vochtig, donkergrijs humeus zand, vlakke begrenzing 0.5 cm breed, los, zeer veel zeer fijne willekeurig georiënteerde wortels, Ca-, HF AE : 4-8/9 : droog, grijs humeus zand, peper en zout, vlakke begrenzing 1 cm breed, los, zeer veel zeer fijne willekeurig georiënteerde wortels, enkele fijne horizontale wortels van duinroos, Ca-, HF Bhs : 8/9-13/16 : licht vochtig, grijsbruin zand, golvende begrenzing 1 cm breed, los, zeer veel zeer fijne verticale wortels, enkele fijne horizontale wortels van duinroos, Ca-, NHF 2A : 13/16-17/18 : vochtig, donkerbruin zand, golvende begrenzing 0.5 cm breed, los, matig veel zeer fijne willekeurig georiënteerde wortels, Ca+, NHF 2AC : 17/18-22/23 : licht vochtig grijs zand, golvende begrenzing 0.5 cm breed, los, weinig zeer fijne willekeurig georiënteerde wortels, Ca++, HF 3A : 22/23-27/29 : vochtig donkerbruin zand, vlakke begrenzing 0.5 cm breed, los, matig veel zeer fijne horizontale wortels, Ca++, NHF, drogere vlekken zijn HF 3C : 27/29-125 : licht vochtig, bleekgeel zand, los, weinig tot zeer weinig (braam) zeer fijne verticale wortels, Ca++, HF/NHF Prikboor : VL : 34 – 41 – 33 VH : 35 – 46 – 36 2H : 46 – 51 - 51
Permanent kwadrant 11-5 Humusprofiel : A1 : 0-7 : vochtig humeus zand, friable, zeer zwak ontwikkeld granular structure 2 mm, regenworm, zeer veel zeer fijne willekeurig georiënteerde wortels Geen L,F, H
Profielbeschrijving : A : 0-7/9 : vochtig, donkergrijs tot zwart zeer humeus zand, golvende begrenzing 2 cm breed, sterk openwrijfbaar, zeer veel zeer fijne willekeurig georiënteerde wortels, NHF, Ca(+)/+ Ap : 7/9-44 : vochtig, donkergrijs humeus zand, 10YR 3/1 29, golvende begrenzing 0.5 cm breed, sterk openwrijfbaar, matig veel zeer fijne wortels bovenaan vooral schuine, dieper lopen ze verticaal, vanaf 28 cm slechts zeer weinig zeer fijne wortels, NHF, Ca++, potscherven, houtskool, baksteen 2AC : 44-50 : vochtig, bruin zand, 10YR 4/2, vlakke begrenzing, NHF, Ca-/(+), galerijen vanuit de Ap gevuld met Ap materiaal 2C : 50-90 : vochtig tot zeer vochtig bruingeel zand, 10YR 6/4, NHF, Ca++
29
Verwijzing naar de Munsell colour chart
Inrichtingsproject Noordduinen
55 VLM West-Vlaanderen
M o n i t o r i n g Noordduinen 3A/2C : 90-110 : zeer vochtig afwisselende banden van bruingrijs 10YR 5/3 en bruingeel 10YR 6/3 zand, NHF, Ca++ 3A : 110-120 : nat bruingrijs zand, 10YR 4/2, NHF, Ca++ 6.1.2
Bodemanalysen Resultaten van de chemische bodemanalysen
pH H2O
pH KCl
OM
N tot
C/N
Ptot mg/kg DS
Panorg
Pbeschikb
1:2.5
1:2.5
%
% (DS)
ND1
6,7
6,5
5,9
0,167
20
198
ND16
6,5
6,1
13,0
0,231
33
173
ND17
6,3
5,8
10,4
0,264
23
220
%
%
mg/kg
mg/kg
mg/kg
4,0
0,240
1120
975
746
Bodemkundige Dienst België
Laboratorium voor Bodemkunde, Ugent ND11-5
6,9
CEC
6,4
Ca
Mg
K
Na
10
uitwissel baar Al
som basen
cmol(+)kg-
V %
Bodemkundige Dienst België ND1
6,6
7,3
0,93
0,29
0,06
ND16
10,3
10,7
1,32
0,26
0,07
ND17
9,6
8,4
1,28
0,26
0,07
130
0,03
12,4
120
0,02
10,0
104
14,7
116
cmol(+)kg-
Laboratorium voor Bodemkunde, Ugent ND11-5
8,6
% 12,7
Inrichtingsproject Noordduinen
13,5
1,0
0,1
0,1
56 VLM West-Vlaanderen
M o n i t o r i n g Noordduinen
6.2
Grondwateranalysen staalname : 6/6/2007 Resultaten van de wateranalyses peilbuis zuurtegraad
ND 11
ND 2
ND 9
7,30
7,17
7,18
temperatuur
°C
17,0
17,2
17,4
geleidbaarheid
µS/cm
656
590
764
ND 11
ND 9
alcaliniteit t.o.v. fenolftaleïne °Fr alcaliniteit t.o.v. methyloranje °Fr
0
0
0
28,6
23,3
21,2
calcium
mg/l
91,1
73,5
133
meq/l
4,55
3,67
natrium
mg/l
11,3
25,3
16,7
meq/l
0,49
1,10
magnesium
mg/l
8,30
1,71
4,24
meq/l
0,68
0,14
kalium
mg/l
15,3
3,76
2,67
meq/l
0,39
0,10
mangaan
mg/l
0,147
0,044
0,035
meq/l
0,01
0,00
6,64 0,73 0,35 0,07 0,00
ijzer
2+
mg/l
0,111
0,213
0,080
meq/l
0,00
0,01
0,00
ijzer
3+
mg/l
27,1
11,8
5,74
meq/l
1,46
0,63
0,31
ammonium
mg/l
0,28
0,36
<0,26
meq/l
0,02
0,02
7,59
5,67
8,09
som kationen
0
0
0
meq/l
0,00
0,00
0,11
<0,10
<0,10
meq/l
0,01
0,00
7,08
6,03
1,55 1,10 0,00 1,07 0,00 4,25 0,00 0,00 7,98
3,5
-3,1
0,7
sulfaten
mg/l
40,5
13,9
74,4
meq/l
0,84
0,29
nitraat
mg/l
11,0
<0,44
68,4
meq/l
0,18
0,00
nitriet
mg/l
0,03
<0,03
0,20
meq/l
0,00
0,00
chloriden
mg/l
12,3
38,5
38,1
meq/l
0,35
1,09
carbonaten
mg/l
0
0
0
meq/l
0,00
0,00
bicarbonaten
mg/l
348
284
259
meq/l
5,70
4,65
hydroxyden
mg/l
orthofosfaten
mg N/l
som anionen fout ionenbalans
6.3
ND 2
%
0,7
Literatuur Dupriez, G.L. & R. Sneyers, 1979. De nieuwe pluviometrische kaarten van België. K.M.I. België, Publikaties, serie A, nr. 103, 17 p. FAO, 1990. Guidelines for soil description, 3rd ed., Rome, 70 p. Green, R.N., R.L. Trowbridge & K. Klinka, 1993. Towards a Taxonomic Classification of Humus Forms. A Publication of the Society of American Foresters. Forest Science, Monograph 29, 49 p. K.M.I, België, 2001 tot 2007. Maandbericht. Klimatologische waarnemingen, deel 2. Sneyers, R. & Vandiepenbeeck, M, 1981, 1985. Les normales du réseau thermométrique belge. K.M.I. België, Publicaties, serie A, nr 106, 23 p. Van Delft, B., 2004. Veldgids humusvormen. Beschrijving en classificatie van humusprofielen voor ecologische toepassingen. Alterra, Wageningen, 77 p. Vlaamse Landmaatschappij, 2003. Projectrapport, Noordduinen, 92 p. + kaarten. Vlaamse Landmaatschappij, 2005 . Projectuitvoeringsplan, Noordduinen, 61 p., bijlagen + kaarten.
Inrichtingsproject Noordduinen
57 VLM West-Vlaanderen
ARCADIS Bijlagen 07/10509/MC - Uitvoering monitoring van het natuurinrichtingsproject Noordduinen: vastleggen van de biotische uitgangssituatie (jaar -1)
Bijlage 3: Foto-atlas
ND PQ 11 (1,2,3,4) – 05/07/07
ND PQ 23 – 05/07/07
ND PQ 21 – 05/07/07
ND PQ 22 – 05/07/07
ND PQ 26 – 05/07/07
ND PQ 25 – 05/07/07
ND PQ 17 – 05/07/07
ND PQ 16 – 05/07/07
ND PQ 24 – 05/07/07
ND PQ 24 – 05/07/07
ND PQ 1 – 05/07/07
ND Tansley westelijke poel – 05/07/07
ND Tansley oostelijke poel – 05/07/07
ND Tansley westelijke poel; Ranunculus (Batrachium) species – 05/07/07
ARCADIS Bijlagen 07/10509/MC - Uitvoering monitoring van het natuurinrichtingsproject Noordduinen: vastleggen van de biotische uitgangssituatie (jaar -1)
Bijlage 4: Situering PQ’s
PQ 11 (1-2-3-4)
15m tot het grachtje 15m tot het rand perceel
foto
grachtje
PQ 23, 1 en 22
foto
foto
foto
PQ 23: neem de afslag Noordduinen 25, 26 en 27 waar enkele huizen staan. Na het veerooster en de bedrading begint een pad met oranje paaltjes. Je moet de duinen in voor het eerste oranje paaltje achter het veerooster. Daarna moet je voor het oranje paaltje tot op het open terrein. Daarna voor de Meidoorn naar links en padje volgen tot PQ. PQ 1: volg het wandelpad en bij het begin van het open duin op uw linkerzijde ligt het PQ PQ 22: neem de afslag Noordduinen 25, 26 en 27 waar enkele huizen staan. Neem dan voor het huis met veerooster het wandelpad met de oranje paaltjes. Je volgt dat pad tot je aan een open stuifduin komt. Op het eind van het stuifduin ga je rechts. Je loopt hier wat omhoog en beneden en ziet beneden een duingraslandje liggen. Daarin ligt het PQ.
PQ 21
foto
PQ 21: Neem de afslag Noordduinen 25, 26 en 27 waar enkele huizen staan. Ter hoogte van het laatste huis met veerooster begint een wandelpad met blauwe paaltjes. Je volgt de wandeling tot je aan een groot stuifduin komt. Het PQ bevindt zich op het mosduin aan de overzijde van het stuifduin. PQ 20: werd in 2007 niet geïnventariseerd
PQ 16, 17, 24, 25 en 26
foto
foto
foto
foto
foto
PQ 16: PQ 16 bevindt zich iets ten zuiden van de ingang tot het gebied op het einde van de Prins van Luiklaan. PQ 17: Neem de ingang tot het gebied op het einde van de Prins van Luiklaan. Bij het binnen gaan passeer je een huis en loopt langsheen een rij populieren. Die blijf je volgen tot je een veerooster passeert. Ga achter het 1e veerooster links en volg de oranje paaltjes. PQ 17 is gelegen langsheen het wandelpad met oranje paaltjes. PQ 24: Neem de ingang tot het gebied op het einde van de Prins van Luiklaan. Bij het binnen gaan passeer je een huis en loopt langsheen een rij populieren. Die blijf je volgen tot je een veerooster passeert. Ga achter het 1e veerooster rechts. Neem daar het pad rechts langs de draad. Daar zie je een andere (gesloten) ingangspoort waar je een straat ziet met huizen. Volg deze straat verder. Aan een meidoorn en waar de draad een loodrechte hoek maakt, ga je rechtdoor en volg je de draad dus niet. Je passeert een stukje open zand en gaat daar rechts. Je kruipt door een boom (meidoorn) met afval eronder. Als je onder de boom door bent geweest ga je rechts richting grasland met glanshaver en duinroosje.. PQ 25: Neem de ingang tot het gebied op het einde van de straat Noordduinen. Passeer de eerste poort van het dubbele poortensysteem en keer PQ 26: Neem de ingang tot het gebied op het einde van de straat Noordduinen. Passeer de dubbele poort die dienst doet als veerooster. Het PQ bevindt zich in een overgang tussen duindoornstruweel en duingrasland.
ARCADIS Bijlagen 07/10509/MC - Uitvoering monitoring van het natuurinrichtingsproject Noordduinen: vastleggen van de biotische uitgangssituatie (jaar -1)
Bijlage 5: Visie en streefbeelden (VLM, 2005)
Noordduinen Projectuitvoeringsplan
Kaart 7: Visie en streefbeelden Legende visie humusarme stuifduinen dotterbloemhooiland droog tot vochtig abelen-iepenbos op kalkhoudende bodem droog tot vochtig kalkrijk duingrasland (matig) kalkrijke struwelen met duindoorn gemengd aangeplant bos van dennen en abelen kalkrijke mosduinen en pioniersduingraslanden oligo- tot mesotroof grasland met elementen van kalkrijk duingrasland oligo-tot mesotroof grasland en elzenkanten op voormalige akkertjes en wallen pioniersvegetatie van vochtige duinvalleien
Bron: Rasterversie Topografische Kaart (NGI) Schaal: 1/10.000 uitgave 1991-2001 (OC-GIS-Vlaanderen)
1:7.000
±
ARCADIS Bijlagen 07/10509/MC - Uitvoering monitoring van het natuurinrichtingsproject Noordduinen: vastleggen van de biotische uitgangssituatie (jaar -1)
Bijlage 6: Gedetailleerde vegetatiekaart (VLM, 2005)
Noordduinen Projectuitvoeringsplan
Kaart 6: Gedetailleerde vegetatiekaart Legende Grensprojectgebied Hoofd vegetatie In bijmenging met Mosduinenvegetaties Droog tot mesofiele duingraslanden Duinroosvegetaties Dauwbraamvegetaties Struwelen van Duindoorn en/of Vlier Kruipwilgstruween Gemengde struwelen
Ligusterstruwelen Nitrofiele en ruigte vegetaties Struweelaanplantingen Loofhoutaanplantingen Spontane bossen Vegetaties van stuivende duinen, Stuifduinen Vervilte graslandvegetaties Urbane oppervlakten Inslagvegetaties van kortlevende soorten Vegetaties van duinpannen Oevervegetatie Cultuurgraslanden Bron: Rasterversie Topografische Kaart (NGI) Schaal: 1/10.000 uitgave 1991-2001 (OC-GIS-Vlaanderen)
1:7.000
±
Bijlage 7: Veldwaarnemingen ongewervelden in de Noordduinen te Koksijde Soort 22-stippelig lieveheersbeest 7-stiplieveheersbeest Wilgenlieveheersbeest Dictyna species Enoplognatha latimana Enoplognatha ovata Kruisspin Marpissa nivoyi spoorspin (Cheiracanthium species) sprietspin (Tibellus species) sprietspin (Tibellus species) sprietspin (Tibellus species) Tijgerspin Tijgerspin Chorthippus 'variabilis' Duinsabelsprinkhaan Grote groene sabelsprinkhaan Grote groene sabelsprinkhaan Krasser Krasser Ratelaar Ratelaar Ratelaar Zuidelijk spitskopje Zuidelijk spitskopje Zuidelijk spitskopje Zuidelijk spitskopje Bruin zandoogje Kleine vuurvlinder Pyamawants
gemeente Koksijde Koksijde Koksijde Koksijde Koksijde Koksijde Koksijde Koksijde Koksijde Koksijde Koksijde Koksijde Koksijde Koksijde Koksijde Koksijde Koksijde Koksijde Koksijde Koksijde Koksijde Koksijde Koksijde Koksijde Koksijde Koksijde Koksijde Koksijde Koksijde Koksijde
Gebied Noordduinen Noordduinen Noordduinen Noordduinen Noordduinen Noordduinen Noordduinen Noordduinen Noordduinen Noordduinen Noordduinen Noordduinen Noordduinen Noordduinen Noordduinen Noordduinen Noordduinen Noordduinen Noordduinen Noordduinen Noordduinen Noordduinen Noordduinen Noordduinen Noordduinen Noordduinen Noordduinen Noordduinen Noordduinen Noordduinen
locatie PQ16 PQ16 PQ1 PQ1 PQ1 PQ1 PQ16 PQ16 PQ1 PQ1 PQ16 PQ17 Net buiten PQ1 PQ1 PQ17 Net buiten PQ1 Net buiten PQ1 Net buiten PQ17 Net buiten PQ17 PQ16 Net buiten PQ1 Net buiten PQ17 PQ1 Net buiten PQ1 PQ1 PQ16 PQ17 Net buiten PQ1 Net buiten PQ1 PQ17
Ind. 1 2 1 juv
juv juv man wijfje man wijfje
1 1 2 1 juv juv 11 juv 2 1 1 2 1 2 4 2 1 2 1 1 4 4 1 2 6
2
1 2 4
1 2
diergroep KE KE KE SPI SPI SPI SPI SPI SPI SPI SPI SPI SPI SPI SPR SPR SPR SPR SPR SPR SPR SPR SPR SPR SPR SPR SPR VLI VLI WA
Datum 29/aug/07 29/aug/07 29/aug/07 29/aug/07 29/aug/07 29/aug/07 29/aug/07 29/aug/07 29/aug/07 29/aug/07 29/aug/07 29/aug/07 29/aug/07 29/aug/07 29/aug/07 29/aug/07 29/aug/07 29/aug/07 29/aug/07 29/aug/07 29/aug/07 29/aug/07 29/aug/07 29/aug/07 29/aug/07 29/aug/07 29/aug/07 29/aug/07 29/aug/07 29/aug/07
UTM DS7361 DS7361 DS7461 DS7461 DS7461 DS7461 DS7361 DS7361 DS7461 DS7461 DS7361 DS7361 DS7461 DS7461 DS7361 DS7461 DS7461 DS7361 DS7361 DS7361 DS7461 DS7361 DS7461 DS7461 DS7461 DS7361 DS7361 DS7461 DS7461 DS7361
opmerkingen
wellicht ratelaar
ARCADIS Bijlagen 07/10509/MC - Uitvoering monitoring van het natuurinrichtingsproject Noordduinen: vastleggen van de biotische uitgangssituatie (jaar -1)
Bijlage 8: Situering bijzondere broedvogels in de Noordduinen te Koksijde
Noordduinen Projectrapport
Kaart 11: Avifauna Verspreiding van enkele typische broedvogelsoorten voor de Noordduinen Legende Bosrietzanger Cetti's zanger-Kleine karekiet Grasmus
Fluiter
Grasmus en Braamsluiper
Gekraagde roodstaart
Sprinkhaanzanger
Nachtegaal
Grens projectgebied
Bron: Rasterversie Topografische Kaart (NGI) Schaal: 1/10.000 uitgave 1991-2001 (OC-GIS-Vlaanderen) 500
250
0
500 Meters
±
ARCADIS Bijlagen 07/10509/MC - Uitvoering monitoring van het natuurinrichtingsproject Noordduinen: vastleggen van de biotische uitgangssituatie (jaar -1)
Bijlage 9: Leeswijzer CD-Rom Op de CD-Rom staan volgende mappen: •
Rapport (zonder bijlagen) in WORD
•
Rapport (zonder bijlagen) in PDF
•
Bijlagen van het rapport
•
-
Bijlage 1: Overzichtsplan monitoring Uitkerkse Polder – 2007
-
Bijlage 2: Modelfichebladen
-
Bijlage 3: Foto-atlas
-
Bijlage 4: Situeringsplan per PQ
-
Bijlage 5: Visie en streefbeelden (VLM, 2005)
-
Bijlage 6: Gedetailleerde vegetatiekaart (VLM, 2005)
-
Bijlage 7: Veldwaarnemingen ongewervelden in de Noordduinen te Koksijde
-
Bijlage 8: Situering bijzondere broedvogels in de Noordduinen te Koksijde
TurboVeg-database