Skip to main content

In_beraad_juni_2017.pdf

Page 1

Afgiftekantoor Brussel X | In Beraad — juni 2017 Verschijnt driemaandelijks | P 309789 v.u. Mia Douterlungne, Koning Albert II-laan 37 | 1030 Brussel overname mag mits bronvermelding

bpost PB- PP

BELGIE(N) - BELGIQUE

Advies en overleg voor het onderwijsbeleid

2016-2017 Het werkjaar 2016-2017 was een scharnierjaar. Halfweg de legislatuur moesten enkele dossiers in hun definitieve plooi vallen zodat ze kunnen uitrollen tegen het einde van de legislatuur. Naar aanleiding van de beleidsbrief van de minister voor dit werkjaar vroeg de Vlor dat de onderwijsinstellingen op korte termijn meer duidelijkheid krijgen. De scholen moeten zich kunnen voorbereiden om de nieuwe beleidsinitiatieven op een kwaliteitsvolle manier te implementeren.

Strategisch denkwerk op langere termijn De Vlor keek ook verder vooruit. Hij zette een strategische verkenning op over vluchtelingen en onderwijs en bereidde op vraag van de Vlaamse Regering een ronde tafel voor over de transitieprioriteit ‘Levenslang leren en de dynamische levensloopbaan’ van de langetermijnstrategie 2050.

Strategische lijnen scherper stellen De Vlor werkte afgelopen werkjaar dan ook vooral in de richting van enkele decreten en stelde de strategische lijnen scherper in verschillende van die dossiers: het toekomstplan voor het basisonderwijs, de modernisering van het secundair onderwijs, het eerste niveaudecreet voor het deeltijds kunstonderwijs, het ondersteuningsmodel en de leerlingenbegeleiding. Voor het hoger onderwijs trok de raad vooral de kaart van een betere participatie door op eigen initiatief adviezen te formuleren over taalbeleid, internationalisering en studentenparticipatie. De Vlor toonde zijn bezorgdheid over de hertekening van het volwassenonderwijs. Levenslang leren voor volwassenen blijft een zwakke schakel in het beleid. In plaats van een globale hervorming wordt het volwassenonderwijs gefragmenteerd hervormd.

3

Participatie als democratisch goed De Vlor dacht ook na over zijn eigen rol als strategische adviesraad. De overheid werkte een groenboek uit voor de vernieuwing van de werking en taken van de Vlaamse overheid. In dat kader pleitte de raad voor een evenwicht tussen de structurele dialoog met het middenveld en de kansen van nieuwe methodes van burgerparticipatie.

De raad organiseerde ook voor de eerste maal een Zenitdialoog. Die behandelt vanuit een helikopterperspectief – ‘vanuit het zenit’ – een thema dat de onderwijsniveaus overstijgt. Door de discussie wat breder open te trekken, wordt het Vlorwerk gevoed en gestoffeerd. De eerste Zenitdialoog met Ive Marx over de positie van kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt leverde alvast heel wat interessante input voor de ronde tafel die de Vlor op vraag van de Vlaamse Regering orga-

Begin 2017 verhuisde de Vlor naar het Zenithgebouw. Vanop de negentiende verdieping werkt en vergadert de raad voortaan eigentijdser, compacter en meer in de nabijheid van heel wat stakeholders. De Vlor hoopt zijn ‘helikopterlocatie’ ook te vertalen in een breed en vooruitkijkend perspectief, of hoe een besparingsoperatie kan uitmonden in een toekomstgericht verhaal… Een wijs beleid door overleg Harry Martens, algemeen voorzitter Mia Douterlungne, administrateur-generaal

welke adviezen bracht de Vlor uit? waarover werd overlegd? wie zat er aan tafel in de Vlor? het volledige overzicht van het werkjaar aan de hand van de strategische doelen van de beleidsnota Onderwijs

www.vlor.be/jaarverslag

3

3 In Beraad juni 2017 – Jaarverslagnummer p1

niseerde over de transitieprioriteit ‘Levenslang leren en de dynamische levensloopbaan’ van de langetermijnstrategie 2050.

Een nieuwe locatie, een nieuw perspectief

De Vlaamse Onderwijsraad is de strategische adviesraad voor het beleidsdomein Onderwijs en Vorming. Vertegenwoordigers uit het hele onderwijslandschap en van de sociaal-economische en sociaal-culturele organisaties overleggen in de Vlor over het onderwijs- en vormingsbeleid. Op basis daarvan geeft de Vlor adviezen aan de Vlaamse minister bevoegd voor Onderwijs en Vorming en aan het Vlaams Parlement.

www.vlor.be

jaar v e rs l a-g


jaar verslag

Een greep uit het werkjaar 2016-2017 Uitkijken naar een toekomstplan basisonderwijs De Vlor vraagt al langer naar een toekomstgerichte en legislatuuroverschrijdende visie voor het basisonderwijs. Afgelopen werkjaar ging de minister in op die vraag met de aankondiging van een strategisch plan voor een sterk basisonderwijs tegen 2025. De raad gaf alvast zijn input voor de opmaak van dat actieplan en formuleerde voorstellen van concrete maatregelen. Het toekomstige beleid moet zeker de huidige sterktes van het basisonderwijs die nu onder druk staan, behouden: de ruime differentiatiemogelijkheden, klas- of groepsleraren (en geen vakleraren), de eindtermen die enkel op het einde van het basisonderwijs worden voorzien, de mogelijkheid voor kinderen om dicht bij hun woonplaats naar de basisschool van hun keuze te gaan, gespecialiseerde settings binnen een continuüm van zorg en de omkadering op basis van leerlingenkenmerken. Om het basisonderwijs te versterken, zijn volgens de Vlor volgende maatregelen nodig: – Meer tijd creëren voor leraren voor overleg en voor permanente professionele groei door o.a. minder kindgebonden uren; – De opportuniteit en de meerwaarde onderzoeken van een specifieke masteropleiding voor het basisonderwijs; – Instrumenten onderzoeken voor kleinere leerlingengroepen; – Het beleidsvoerend vermogen van scholen versterken door bijkomende omkadering op leidinggevend, beleids- en ondersteunend vlak, een directeur zonder onderwijsopdracht in elke basisschool en de nodige middelen voor directieopleidingen; – Een nieuwe vorm van attestering op het einde van het basisonderwijs invoeren waarbij alle leerlingen hetzelfde getuigschrift krijgen met een nietbindend gemotiveerd advies; – Zorgen voor een structureel, budgettair kader in de evolutie naar een inclusief basisonderwijs dat leerlingen ondersteunt, maar ook het onderwijspersoneel en de school als organisatie; – Het aantal uren kinderverzorging uitbreiden in het kleuteronderwijs en het inzetten van kinderverzorgers in het lager onderwijs onderzoeken; – Het basisonderwijs financieel versterken opdat de jarenlange onderfinanciering opgeheven wordt; – De werkingsmiddelen van de kleuterschool optrekken tot minstens het huidige niveau van het lager onderwijs. Om het basisonderwijs echt kosteloos te maken, is het ook nodig dat de werkingsmiddelen van het gehele basisonderwijs verhoogd worden. De Vlor stelde ook maatregelen voor die niet te maken hebben met de kernopdracht van het basisonderwijs, maar die het wel raken. Ze vragen vaak ook een investering van andere beleidsdomeinen.

3 juni 2017 – Jaarverslagnummer p2

Het gaat dan om betaalbare en kwalitatieve opvang, een sterke samenwerking met het clb en met de pedagogische begeleidingsdiensten, extra stimuli om de gevolgen van armoede op het schoolgebeuren concreet aan te pakken en het versterken van het educatief partnerschap op school.

basisonderwijs – 08/03/2017

6 Advies over het toekomstplan

(Hoe) kan het actieplan kleuterparticipatie verschil maken? De Vlor vestigde dit jaar ook nog eens de aandacht op het belang van kwaliteitsvol kleuteronderwijs. Op basis van het eindrapport kleuterparticipatie werkte de minister het actieplan ‘Elke dag kleuteronderwijs telt’ uit. Dat moet nieuwe impulsen creëren om kleuters meer naar de kleuterschool te krijgen. Het plan zet in op maximale participatie, zowel voor inschrijving als voor aanwezigheid. De Vlor formuleert in zijn advies aandachtspunten en inzichten waarmee de minister rekening kan houden bij de uitrol van haar actieplan. Hierbij merkt de Vlor op dat het actieplan voornamelijk een kwantitatieve insteek heeft. Dit is een beperking. Om meer kleuters te laten participeren, moet tegelijk worden ingezet op kwaliteitsvol kleuteronderwijs. Maximale aanwezigheid van kleuters mag geen doel op zich zijn.

kleuterparticipatie – 08/02/2017

6 Advies over het eindrapport en het actieplan

Modernisering secundair onderwijs Vorig werkjaar trok de Vlor nog aan de alarmbel over het uitblijven van de plannen voor de modernisering van het secundair onderwijs. De raad was dan ook tevreden dat de Vlaamse Regering op het einde van vorig schooljaar een conceptnota uitbracht met concrete maatregelen voor het basisonderwijs en voor de eerste graad van het secundair onderwijs.

Basisonderwijs Het is positief dat er maatregelen worden genomen om leerlingen vlot de overgang te laten maken van het basisonderwijs naar het secundair onderwijs. Maar die zorg mag niet leiden tot een hervorming van het basisonderwijs of ingrijpen op de geïntegreerde werking die er eigen aan is. De Vlor pleit voor een nieuwe vorm van attestering op het einde van het basisonderwijs: alle kinderen krijgen hetzelfde getuigschrift met een niet-bindend advies over het vervolg van hun onderwijsloopbaan. Het getuigschrift kan niet worden gekoppeld aan de resultaten van gevalideerde toetsen. Een ver-

plichting voor scholen om in het kader van hun kwaliteitszorg voor minstens een leergebied gevalideerde toetsen af te nemen, is bovendien enkel aanvaardbaar wanneer de scholen zelf kunnen kiezen welke gevalideerde toets ze hanteren en voor welke vakken ze die inzetten. Vakleraren die alleen in de bassischool komen om hun vak te geven, passen niet in de geïntegreerde aanpak van het basisonderwijs. Specialisatie in bepaalde leergebieden of in andere aspecten zoals zorg, didactiek en differentiatie, kan wel zinvol zijn. De Vlor vroeg ook om de opportuniteit en de meerwaarde te onderzoeken van een educatieve master voor het basisonderwijs. De raad vroeg ook om de mogelijkheden voor vreemde talen in het basisonderwijs voorlopig niet uit te breiden, maar eerst de evaluatie af te wachten van wat vandaag al mogelijk is in het basisonderwijs.

Eerste graad: geen garanties voor vermijden te vroege keuze In de hertekening blijven scholen de mogelijkheid behouden om hun eerste graad zo te organiseren dat leerlingen daar al keuzes moeten maken die bepalend kunnen zijn voor de rest van hun schoolloopbaan. De Vlor betreurt dat: het gebrek aan gelijke onderwijskansen was net een belangrijk motief voor de modernisering van het secundair onderwijs. Bovendien bestaat de kans dat daardoor de verschillen tussen scholen nog groter worden.

secundair onderwijs: maatregelen basisonderwijs

6 Advies over de conceptnota modernisering en eerste graad – 15/09/2016

Modernisering aanbod: pijnpunten wegwerken voor 1/9/18 niet realistisch Op 13 januari 2017 keurde de Vlaamse Regering de conceptnota goed die het toekomstig studieaanbod van het gemoderniseerde secundair onderwijs vastlegt en ordent: de basisopties in de eerste graad en de matrix voor de tweede en derde graad. De Vlor vindt dat daarmee een aantal stappen zijn gezet in de richting van een transparanter en rationeler studieaanbod, een herwaardering van het technisch georiënteerd onderwijs, de getrapte studiekeuze, het tegengaan van de waterval en voldoende ruimte voor scholen voor de invulling van het studieaanbod. Er blijven echter belangrijke pijnpunten die niet zijn weggewerkt. In zijn advies over de conceptnota pleitte de Vlor er dan ook voor dat: – leerlingen zowel in de A- als in de B-stroom kunnen kiezen voor verschillende en voldoende brede basisopties om te garanderen dat de eerste graad echt oriënteert en voorbereidt op een meer bewuste en gerichte studiekeuze in de tweede graad; – de studierichtingen in de tweede graad breder worden ingericht en dat de coherentie met de fijnmazigere studierichtingen in de derde graad beter wordt bewaakt;

– de studiedomeinen uit de matrix evenwaardiger aan bod komen en de band tussen de studierichtingen derde graad en de onderliggende brede studierichtingen in de tweede graad wordt verstevigd. Om die pijnpunten weg te werken, is een strakke timing van 1 september 2018 voor de modernisering volgens de Vlor niet realistisch.

het secundair onderwijs – 21/02/2017

6 Advies over de modernisering van het aanbod in

Opportuniteiten vrijstelling van beschikbaarheid De Vlor ziet wel kansen in het besluit van de Vlaamse Regering dat onder meer de vrijstelling regelt van de beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt voor werkzoekenden om een studie, opleiding of stage te volgen. Door de overheveling van die bevoegdheid kan de Vlaamse overheid nu zelf regelen wie in aanmerking komt voor de vrijstelling en voor welke opleidingen en kan dat vrijstellingenbeleid worden ingepast in het onderwijsbeleid. Bovendien is het erg belangrijk voor de opleidingskansen en de kansen op de arbeidsmarkt van werkzoekenden.

een opleiding – 22/11/2016

Hertekening volwassenenonderwijs

6 Advies over de vrijstelling van beschikbaarheid voor

Maatregelen spoeddecreet

Hervorming dko

De overheid heeft de ambitie om het volwassenenonderwijs te versterken en duidelijk te positioneren binnen het onderwijslandschap door middel van een nieuw decreet. Als eerste stap in de uitrol van een conceptnota (maart 2016), regelde een spoeddecreet in december 2016 enkele bewarende en faciliterende maatregelen. In zijn advies over het voorontwerp van dat spoeddecreet toonde de Vlor zich alvast sceptisch. De hervorming van het volwassenenonderwijs wordt stapsgewijs en gefragmenteerd doorgevoerd, terwijl de sector uitkeek naar een globale en coherente hervorming via de actualisering van het niveaudecreet betreffende het volwassenenonderwijs. Enerzijds vraagt de overheveling van het hoger beroepsonderwijs en de lerarenopleiding een aanpassing van het aanbod, anderzijds blijft de onduidelijkheid over de uitrol van de conceptnota NT2 (maart 2016) aanhouden. Via het onderwijsdecreet XXVII plant de overheid een schaalvergroting van de centra voor volwassenenonderwijs en daarnaast wordt ook een nieuw financieringssysteem voor het ganse volwassenenonderwijs – de centra voor volwassenenonderwijs en de centra voor basiseducatie – voorbereid. De sector blijft vragende partij voor een samenhangende en omvattende overheidsvisie op de toekomst van het volwassenenonderwijs.

geving volwassenenonderwijs en hbo5 – 29/09/2016

6 Advies over het spoeddecreet tot wijziging van regel-

Stimuleren deelname Niet waargemaakt via opleidingsincentives De sociale partners bereikten een akkoord over de hervorming van de opleidingsincentives voor werknemers: het betaald educatief verlof, de opleidingscheques en de aanmoedigingspremies voor een opleiding. De Vlaamse Regering antwoordde op dat akkoord met een aantal maatregelen voor het hervormen van de opleidingsincentives. De Vlor bekeek de mogelijke effecten van deze voorstellen op het opleidingsaanbod in het volwassenenonderwijs en stelde vast dat de ambitie om de deelname aan opleiding en vorming van alle werknemers te verhogen, niet wordt waargemaakt. De raad vroeg daarbij meer aandacht voor kansengroepen, de levensbrede dimensie en de brede toegang.

6 Advies over de hervorming van de opleidingsincentives voor werknemers – 28/03/2017

3 juni 2017 – Jaarverslagnummer p3

De hervorming die het deeltijds kunstonderwijs (dko) moet ‘verankeren, vereenvoudigen en verbinden’ is al langer aangekondigd in de vorige legislaturen. Met een voorontwerp van niveaudecreet werd op het einde van het werkjaar 2016-17 hier definitief werk van gemaakt. Het dko wordt zo expliciet en volwaardig onderdeel van het Vlaamse onderwijs, krijgt een transparante en geactualiseerde regelgeving en kan via de opheffing van de programmatiestop werken aan een toekomstgericht aanbod. De invoering van het niveaudecreet is voorzien voor 1 september 2018. De sector vraag voldoende aandacht voor communicatie en voorbereiding gezien de beperkte tijd tussen goedkeuring en invoering van de nieuwe regelgeving.

het deeltijds kunstonderwijs – 27/06/2017

6 Advies over het voorontwerp van decreet betreffende

Nieuw ondersteuningsmodel inclusief onderwijs Het nieuwe ondersteuningsmodel moet ervoor zorgen dat er beter kan ingespeeld worden op de specifieke onderwijsbehoeften van leerlingen en de daarmee samenhangende ondersteuningsbehoeften van hun leraren.

Voorzichtige stap voorwaarts In de nota van de minister zag de Vlor alvast enkele elementen om daar beter op in te spelen: het bundelen van de middelen voor GON/ION en de waarborgregeling, ondersteuning op basis van de ondersteuningsbehoeften van leerlingen in plaats van het medisch model, leraargerichte en meer handicapspecifieke ondersteuning en flexibiliteit voor de lokale actoren om zelf de duur, intensiteit en focus van de ondersteuning bepalen. Maar de Vlor acht de uitrol van het nieuw ondersteuningsmodel in een budgetneutraal kader onhaalbaar. Bovendien is het niet realistisch om een volledig operationeel ondersteuningsmodel te laten ingaan op 1 september 2017. Er moeten eerst nog te veel elementen opgehelderd en geregeld worden, alsook in verwante dossiers zoals leerlingenbegeleiding, bestuurlijke optimalisatie en het loopbaandebat. Bovendien is er tijd nodig om samenwerkings-

verbanden en ondersteuningsteams te laten groeien en operationeel te maken. Ook moeten ouders en leerlingen tijdig kunnen geïnformeerd worden over de veranderingen. In zijn advies over het ondersteuningsmodel gaf de Vlor enkele krijtlijnen mee waarbinnen de discussie over de verdere operationalisering gevoerd kan worden. De raad vroeg ook om een apart model voor het hoger onderwijs omwille van de specifieke context die sterk verschilt van het leerplichtonderwijs. Dat voorstel van de Vlor werd gevolgd en verder uitgewerkt als amendement bij het onderwijsdecreet XXVII.

6 Advies over het ondersteuningsmodel – 23/02/2017

Meertaligheid als realiteit op school Naar aanleiding van het OBPWO-onderzoek over meertaligheid als realiteit op school vroeg de minister de Vlor om een breed kader te ontwikkelen voor een actief taalbeleid. In zijn advies pleit de raad voor onderwijs dat thuistalen positief benadert én dat alle talige competenties van leerlingen inzet om het leerproces te versterken. Om positief aan de slag te gaan met die dynamische meertalige identiteit en competenties van leerlingen, is zowel bereidheid als expertise nodig bij alle schoolactoren. De overheid kan dat stimuleren door in het Referentiekader Onderwijskwaliteit (ROK) duidelijke kwaliteitscriteria op te nemen die peilen naar positief omgaan met de aanwezige (talige) diversiteit. Ook moet de open dialoog tussen school en ouders over dit thema aangemoedigd worden. In zijn advies pleit de Vlor ervoor dat scholen meer tolken(uren) kunnen inzetten voor gesprekken met ouders.

op school – 28/10/2016

6 Advies over meertaligheid als realiteit

Meer begeleiding voor jongeren die willen doorstromen naar arbeidsmarkt Afgelopen schooljaar werd in de derde graad van het secundair onderwijs Columbus geïntroduceerd, het exploratie-instrument voor leerlingen die willen doorstromen naar het hoger onderwijs. Op vraag van de minister ging de Vlor ook na in welke mate dit instrument een rol kan spelen bij jongeren die een overgang naar de arbeidsmarkt beogen. Daarbij deed de raad een aantal aanbevelingen voor het bredere traject van onderwijsloopbaanbegeleiding voor deze jongeren, dat hen beter moet voorbereiden op de arbeidsmarkt van de 21ste eeuw.

6 www.vlor.be/studiekeuzeSOHO

Lees verder op p4

3


3

jaar verslag

Geen decreet duaal leren zonder evaluatie tijdelijke projecten Naar aanleiding van de advisering van het tijdelijke project ‘Schoolbank op de werkplek’ herhaalde de Vlor zijn standpunt over duaal leren. De raad kant zich resoluut tegen de timing die de Vlaamse Regering voorop stelt voor een decreet. De tijdelijke projecten in de leertijd en het secundair onderwijs starten pas op in het schooljaar 2016-2017 en lopen drie schooljaren. Het is dan ook onmogelijk om beleidsconclusies te trekken over een aantal items.

leren – 06/09/2016 en 09/05/2017

6 Adviezen over de tijdelijke projecten duaal

Aansluiting onderwijsarbeidsmarkt De Vlaamse Regering breidde de regelgeving voor beroepskwalificaties uit met een procedure voor het actualiseren of schrappen van reeds erkende beroepskwalificaties. De Vlor vindt dat broodnodig voor een performante kwalificatiestructuur.

schrapping van beroepskwalificaties – 30/03/2017

Hoger onderwijs Stimuli voor studentenparticipatie De laatste jaren klinkt het steeds meer dat studentenparticipatie moeizamer loopt. Mandaten raken op Vlaams en lokaal niveau moeilijker ingevuld en studentenvertegenwoordigers geven aan dat het moeilijker wordt om hun engagement met hun studies te combineren. De Vlor bracht daarom een advies uit waarin hij ingaat op een aantal drempels voor die participatie en waarin hij een aantal oplossingen voorstelt: een afdwingbaar statuut voor studentenvertegenwoordigers, faciliteiten voor activiteiten gerelateerd aan het mandaat, infrastructurele, financiële en administratieve ondersteuning en een participatiecoach die studenten wegwijs maakt in studentenvertegenwoordiging. Studentenparticipatie moet voor instellingen echter meer zijn dan enkel het verlenen van het studentenstatuut. Elke instelling moet nadenken over de visie, ondersteuning, specifieke acties en middelen die zij hiertegenover zet. In dat beleid(-splan) zijn visie, middelen en ondersteuning belangrijk.

studentenparticipatie – 09/05/2017

6 Advies over het stimuleren van

6 Advies over de procedure voor de actualisering en

De nieuwe lichting sectorconvenants 2018-2019 wordt in de steigers gezet. Omdat een van de decretale kapstokken van de sectorconvenants de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt is, volgde de Vlor dit afgelopen werkjaar van nabij op, o.m. door de inhoudelijke prioriteiten voor de nieuwe sectorconvenants te bekijken. De aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt was op 7 juni 2017 het onderwerp van de eerste Zenitdialoog, een nieuw Vlor-concept dat de thema’s op de agenda van de raad inhoudelijk wil stofferen door ze vanuit een bredere hoek en meer in de diepte te bekijken en te bespreken. Ive Marx (Universiteit Antwerpen) ging er in dialoog over de gewijzigde posities in de arbeidsmarkt voor o.a. kwetsbare groepen en hoe het beleid daarin een verschil kan maken.

Gezondheidsbeleid op school De Vlor vindt het positief dat de overheid een prioriteit maakt van gezondheidsbevordering in onderwijs. Eind 2016 lanceerde minister Crevits het plan ‘Hoog tijd voor geZONtijd’ dat jongeren op weg moeten helpen naar een gezonde levensstijl via beweging, voeding, EHBO en reanimatie en schoolsportinfrastructuur. In zijn advies over het ontwerpplan formuleerde de Vlor enkele suggesties voor bijsturing, met de bedoeling het actieplan krachtiger te maken.

geZONtijd’ – 23/02/2017

6 Advies over het actieplan ‘Hoog tijd voor

3 juni 2017 – Jaarverslagnummer p4

hoger onderwijs – 11/10/2016

6 Advies over studiekosten in het

Bestuurlijke optimalisatie Een conceptnota gaf het onderwijsveld aan het einde van het vorige werkjaar een zicht op drie modellen voor bestuurlijke optimalisatie: het individueel schoolbestuur, de vereniging van schoolbesturen (VVS) en het schoolbestuur met bijzondere kenmerken (SBK). Omwille van de grote impact op het onderwijslandschap zijn alle gevolgen nu nog niet eenvoudig in te schatten, zeker niet binnen het korte tijdsbestek van het Vlor-advies. Daarom gaf de raad een aantal krijtlijnen mee waarbinnen de overheid de conceptnota verder kan uitwerken. Om bestuurlijke optimalisatie te doen slagen, moet elke school over voldoende basisomkadering beschikken, moeten schoolbesturen vrij kunnen kiezen in welke bestuurlijke figuur ze stappen en moeten ze die keuze kunnen bijsturen. Een inwerkingtreding van de bestuurlijke optimalisatie in 2018 vindt de Vlor te snel.

Optimalisatie – 15/09/2016

6 Advies over de conceptnota Bestuurlijke

Nieuw elan voor internationaliseringsstrategie De raad bracht ook een advies uit waarin hij pleitte voor een sterkere internationalisering in het hoger onderwijs. Als Vlaamse hogeronderwijsinstellingen een voorlopersrol willen blijven spelen in het ontwikkelen van kennis en als ze hun studenten willen voorbereiden op hun professioneel en persoonlijk functioneren in een steeds meer globale en multiculturele samenleving, moeten zij verder blijven internationaliseren. De Vlor pleit voor een nieuw elan en een nieuwe stimulans waarbij de overheid samen met de instellingen een internationaliseringsstrategie voor het Vlaamse hoger onderwijs opstelt. Die moet instellingsoverschrijdend tot stand komen en de instellingen moeten hierbij de leidende actoren zijn. De overheid heeft een coördinerende rol en zorgt voor de invulling van de randvoorwaarden (zoals middelen en regelgeving). Op dit moment is er te veel versnippering van het aanbod en is er geen gezamenlijke aanpak. Internationalisering wordt zowel door de overheid als de instellingen vaak herleid tot mobiliteit. Het Vlaamse hoger onderwijs heeft nood aan een visieontwikkeling over internationalisering.

Patrice Caremans met pensioen Sinds 1 juli 2017 geniet een bekend ‘Vlorgezicht’ van haar welverdiende pensioen. Patrice Caremans was er van bij het begin in 1992 bij en heeft in belangrijke mate mee vorm gegeven aan de Vlor. Ze was de sterktehouder van het Vlor-secretariaat op vlak van gelijke onderwijskansen, met als voorlopers het onderwijsvoorrangsbeleid en de non-discriminatieverklaring en was zeer nauw betrokken bij het inschrijvingsrecht. De laatste jaren volgde zij vooral de modernisering van het secundair onderwijs op.

voor het Vlaamse hoger onderwijs – 14/03/2017

6 Advies over een internationaliseringsstrategie

Extra studiekosten De Vlor bracht advies uit over het rapport van de regeringscommissarissen hoger onderwijs over de facturatie van extra studiekosten in het hoger onderwijs. Die vallen buiten het studiegeld en kunnen voor sommige studierichtingen oplopen tot enkele honderden euro’s. Die bijkomende financiële drempel komt de verdere democratisering van het hoger onderwijs niet ten goede. De raad pleit daarom voor

op de hoogte van recente adviezen 3 3 Blijf Schrijf je in op de maandelijkse nieuwsbrief van de Vlor op www.vlor.be

transparantie over de totale opleidingskost en voor een inschatting vooraf op basis van modeltraject.

Volg de Vlor @Vlor1

Vlaamse Onderwijsraad

Vlaamse Onderwijsraad


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
In_beraad_juni_2017.pdf by Vlaanderen-be - Issuu