Skip to main content

lokaal_materialenplan_adv_minaraad.pdf

Page 1

Advies

Advies Lokaal Materialenplan 2023 - 2030

Advies over het Lokaal Materialenplan, het uitvoeringsplan voor huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval voor de periode 2023‐2030 Datum van goedkeuring

15/07/2022

Volgnummer

2022|011

Coördinator + e-mailadres

Wim Van Gils, wim.van.gils@minaraad.be

Co-auteur + e-mailadres

Jan Verheeke, jan.verheeke@minaraad.be


Inhoudstafel Inhoudstafel.................................................................................................................................................................................. 2 Krachtlijnen .................................................................................................................................................................................. 3 Procesbeschrijving .................................................................................................................................................................... 4 1 Proces ......................................................................................................................................................................... 5 2 Globale appreciatie van de inhoud van het plan .............................................................................. 5 3 Maatschappelijke context ............................................................................................................................... 6 4 Beleidskader ............................................................................................................................................................ 6 5 Doelstellingen en indicatoren ....................................................................................................................... 6 6 De plaats van UPV systemen in het beleid ........................................................................................... 9 7 Preventie................................................................................................................................................................. 10 7.1 Specifieke opmerkingen op acties: ...................................................................................... 11 7.2 Mogelijke extra maatregelen ................................................................................................. 13 8 Selectieve inzameling van huishoudelijk afval ................................................................................... 13 8.1 Beheer organisch afval (selectieve inzameling en verwerkingscapaciteit) .. 14 8.2 LUIERS ................................................................................................................................................ 15 9 Selectieve inzameling van bedrijfsafval ................................................................................................. 16 10 Recyclage ................................................................................................................................................................. 17 11 Eindverwerking .................................................................................................................................................... 17 11.1 Strategie ............................................................................................................................................ 17 11.2 Aanbod ............................................................................................................................................... 18 11.3 Verbranden ...................................................................................................................................... 18 11.4 Storten................................................................................................................................................ 19 12 Opvolging ................................................................................................................................................................ 19 13 Zwerfvuil en ontwijkgedrag........................................................................................................................ 20 14 Financiering ........................................................................................................................................................... 21 15 Opvolging van het plan.................................................................................................................................. 22

Minaraad, advies Lokaal Materialenplan 2023 - 2030, 15/07/2022

2


Advies

Krachtlijnen De Minaraad ondersteunt de prioriteiten in het ontwerpplan en de daarin gemaakte linken tussen het lokale afvalbeleid, het klimaatbeleid en de transitie naar een circulaire economie. De Raad heeft echter twijfels bij de haalbaarheid van een aantal doelstellingen en vraagt daarom om het doelbereik expliciet in te schatten en mee te nemen naar de geplande evaluatie van het Vlaams energie- en klimaatbeleidsplan. Ze vragen ook om een langetermijnvisie rond de verbrandingsheffingen uit te werken die ermee rekening houdt dat afvalverbranding in de toekomst onder het ETS zou kunnen vallen. De Raad vraagt om een aantal doelstellingen, definities en acties verder te verduidelijken, beveelt aan om voor zoveel mogelijk acties gekwantificeerde doelstellingen op te maken en doet aanbevelingen over een sterkere responsabilisering van de kringloopcentra en de gemeenten en een sterkere handhaving. De Raad doet aanbevelingen om de verbanden met de Green Deals, Vlaanderen Circulair en het actieplan voedselverlies te versterken en vraagt om in overleg vorm te geven aan een visie op de kwaliteit van recyclage en een visie op de chemische recyclage. De Raad schuift ook een aantal onderzoeksvragen naar voren over de plaats van systemen van Uitgebreide Producenten Verantwoordelijkheid (UPV) in het bredere materialenbeleid, omdat de relatie tussen de voorstellen inzake de UPV systemen en de doelstellingen inzake de circulaire economie, verder uitgewerkt moet worden. De Raad meent dat sterker moet ingezet worden op hergebruik en preventie van afval rekening houdend met randvoorwaarden zoals functionaliteit verpakkingen, de totale milieu-impact, haalbaarheid enz. De Raad vraagt om de ambitie inzake preventie van verpakkingen te onderbouwen en waar mogelijk te kwantificeren, als een voorbereiding van de Vlaamse inbreng in de gesprekken over de vernieuwing van het interregionale samenwerkingsakkoord. De Raad meent dat ook hergebruikdoelstellingen explicieter aan bod kunnen komen, rekening houdend met gelijkaardige randvoorwaarden. De Raad vraagt daarnaast om actiever deel- en herstelinitiatieven te ondersteunen en om de ontwikkeling en opschaling van hergebruikssystemen ook financieel te ondersteunen. Inzake de governance-aspecten van het plan, hecht de Raad veel belang aan de tussentijdse evaluatie. De Raad vraagt om meer duidelijkheid te geven over mogelijke acties in de tweede planperiode en die te koppelen aan een aantal onderzoeken, zoals de sorteeranalyses. De Raad vraagt om minstens tot dan ook meer ruimte te laten voor maatwerk voor lokale besturen en private actoren in een aantal acties. De Raad vindt het plan erg optimistisch over het potentieel voor selectieve ophaling van organisch afval, wijst op de krappe timing om de gescheiden ophaling overal te organiseren en vraagt om de aannames inzake de verwerking ervan te onderbouwen. Inzake luiers is er binnen de Raad een gedeelde zorg over de tijdige beschikbaarheid van de verwerkingscapaciteit, maar koppelen de raadsorganisaties daar uiteenlopende conclusies aan.


Procesbeschrijving Datum adviesvraag

25 mei 2022

Naam adviesvrager + functie

Zuhal Demir, Vlaams minister van Omgeving

Rechtsgrond van de adviesvraag

Materialendecreet, art. 17, §4 en 18 § 8

Adviestermijn

31 juli 2022

Samenwerking

Niet van toepassing.

Overlegcommissie

Werkgroep circulair en materialen

Betrokken experten

Niet van toepassing.

Vergaderingen: soort + datum

02/06: toelichting door OVAM; werkgroepvergaderingen op 09/06; 23/06; 29/06; 05/07

Minaraad, advies Lokaal Materialenplan 2023 - 2030, 15/07/2022

4


1 [1]

Verschillende appreciatie van de betrokkenheid bij de voorbereiding van het plan. De Raadsleden hebben onderling verschillende appreciaties over hun betrokkenheid bij de voorbereiding van het voorliggende plan. De Minaraad vraagt daarom om een evaluatie op te maken van het proces en de structuren daarin (zie ook [81]).

[2]

Terugkoppeling Vlaams energie- en klimaatbeleidsplan. Zoals verder wordt aangegeven, heeft de Minaraad twijfels bij de haalbaarheid van een aantal doelstellingen van dit plan, gegeven de maatregelen die nu voorzien zijn. Dit zou ertoe kunnen leiden dat de bijdrage aan de klimaatdoelstellingen kleiner uitvalt dan gehoopt. De Minaraad vraagt om deze evaluatie expliciet te maken en mee te nemen naar de geplande evaluatie van het Vlaams energie- en klimaatbeleidsplan.

2

1

Proces

Globale appreciatie van de inhoud van het plan

[3]

Positieve appreciatie van de visie in het ontwerpplan: het plan zet duidelijk in op de juiste prioriteiten, heeft een heldere visie en bevat (meestal) duidelijke doelstellingen. Het ontwerp legt een expliciete link tussen het lokale afvalbeleid en de maatschappelijke transities zoals klimaat en circulaire economie.

[4]

Zorg voor duidelijke doelstellingen voor zoveel mogelijk acties. Een reeks acties die de gemeenten moeten uitvoeren in functie van de selectieve inzameling zijn precies en waar mogelijk gekwantificeerd. Een reeks andere acties zijn veel vager omdat de precieze scope, doelstelling of aanpak (nog) niet éénduidig zijn. éénduidig. Het gevolg is dat de vraag rijst of het plan wel voldoende en afdoende krachtige maatregelen bevat om de gestelde doelen te behalen. De Minaraad vraagt dan ook om voor zoveel mogelijk acties de doelstellingen te expliciteren en waar mogelijk te koppelen aan kwantitatieve gegevens.

[5]

Neem het overzicht van acties op in het plan zelf. Daarnaast vraagt de Raad om het overzicht van acties, dat nu enigszins verscholen zit in bijlage 6, een prominentere plaats te geven in het plan zelf, zodat de nadruk meer op de maatregelen komt te liggen.

[6]

Schep meer duidelijkheid over de 2de helft planperiode. Een grote meerderheid van de acties spitst zich toe op de eerste planperiode tot 2026. De Minaraad vindt dit logisch, maar vraagt om ook meer duidelijkheid te geven over mogelijke acties in de tweede planperiode. De Raad vraagt om daarbij ook de relatie te schetsen met een aantal onderzoeken, evaluaties of momenten waarop het effect van eerder ingeplande maatregelen duidelijker is.

[7]

Verduidelijk de reikwijdte van de acties in verband met textiel. Het plan hanteert een ruime definitie van textiel1. De Raad vraagt om te verduidelijken of deze definitie geldig is voor alle maatregelen waar de term gebruikt wordt en om desgevallend uit

Zie bijlage 1 bij het plan.

Minaraad, advies Lokaal Materialenplan 2023 - 2030, 15/07/2022

5


te leggen welke specifieke textielproducten men voor ogen heeft bij iedere maatregel. De definitie van textiel(afval) dient bovendien ook afgestemd te worden op de definitie die uitgewerkt wordt in het kader van de herziening van de Kaderrichtlijn Afval.

3 [8]

4

Maatschappelijke context Ga uit van een circulaire economie op Europese schaal. In het plan wordt gewezen op de negatieve effecten van import en export van afval en materialen. De Minaraad erkent uiteraard de negatieve ecologische effecten van transport, en is zich terdege bewust van de ongewenste sociale gevolgen van dumping van afvalstoffen in landen zonder de nodige verwerkingscapaciteit. Niettemin vindt de Minaraad de huidige formulering te éénzijdig en meent de Raad dat de noties van (strategische) zelfvoorziening explicieter op Europees niveau moeten worden bekeken.

Beleidskader

[9]

Voorzie een definitie voor gelijkaardig bedrijfsafval. Er is geen wettelijke basis voor het gebruik van de terminologie 'gelijkaardig bedrijfsafval'. Niettemin koppelt het plan hier verplichtingen en doelstellingen aan. De Raad beveelt aan om een definitie van gelijkaardig bedrijfsafval op te nemen in het Materialendecreet of VLAREMA.

[10]

Creëer meer ruimte voor maatwerk voor lokale besturen en private actoren. Het ontwerpplan wil een evenwicht zoeken tussen minimale eisen inzake dienstverlening en ruimte voor maatwerk van lokale besturen (pagina 13 en 21-22). De Minaraad steunt dit uitgangspunt, maar meent dat het plan op een aantal punten té weinig ruimte laat voor lokaal maatwerk. De Raad vraagt dan ook om meer opties open te laten voor onderstaande punten, en te verstrengen indien uit de tussentijdse evaluaties blijkt dat men niet op spoor zit om de doelen te bereiken. Concreet gaat het om:

5 [11]

−

textielcontainers (pagina 68 - tabel 4): in sommige gevallen is het wenselijk om minder containers te plaatsen die regelmatiger geledigd worden;

−

inzameling houtafval (pagina 68 - tabel 4): de verschillende houtsoorten (A en B) zouden samen ingezameld kunnen worden mits nasortering ;

−

alternatieven voor de selectieve inzameling van gft in bakken (pagina 71);

−

de verplichting om de selectieve inzameling van de organische fractie in dezelfde week als het huisvuil te organiseren (pagina. 68 – tabel 4);

−

de inzamelformules bij bedrijven (actie 44, zie ook [53] in dit advies).

Doelstellingen en indicatoren Voeg een doelstelling toe voor het totale restafval. De Raad vraagt om een globale doelstelling aan het plan toe te voegen voor huishoudelijk en bedrijfsrestafval samen, gebaseerd op effectieve rapportage van beide stromen. Door naar het geheel te kijken

Minaraad, advies Lokaal Materialenplan 2023 - 2030, 15/07/2022

6


kan men veel beter de totale beleidseffecten op hun merites beoordelen en rekening houden met bij voorbeeld residu’s uit selectieve stromen of gevallen waarin beide stromen communicerende vaten zijn. [12]

Differentieer het ‘Vlaams aandeel’ in de reductie van huishoudelijk restafval. Het ‘Vlaams’ aandeel in de reductie van het huishoudelijk restafval wordt in het plan vastgelegd op 13 kg. De Raad wijst erop dat de impact van de ‘Vlaamse’ maatregelen in gemeenten met een laag restafvalcijfer mogelijk lager zal uitvallen dan in gemeenten met een hoog restafvalcijfer, afhankelijk van de materiaalstromen waar deze maatregelen op mikken. De Raad meent dat dit cijfer op te vatten is als een gemiddelde voor geheel Vlaanderen en vraagt om dit verder te differentiëren.

[13]

Kwantificeer de ambitie inzake preventie. De product specifieke opvolging van preventie zoals vermeld in § 4.1.3 is volgens de Raad positief. De Minaraad vraagt om de ambitie inzake preventie in het plan te onderbouwen en waar mogelijk te kwantificeren, als een voorbereiding van de Vlaamse inbreng in de gesprekken over de vernieuwing van de interregionale samenwerkingsakkoorden (actie 5). Deze kwantificering is volgens de Raad noodzakelijk in het licht van de ambitieuze, en gekwantificeerde restafvaldoelen voor de gemeenten in het plan. De Raad vraagt om daarbij ook de afstemming met de wijzigingen in de verpakkingsrichtlijn en de reeds bestaande preventieplanverplichtingen voor ogen te houden.

[14]

Beperk de doelstelling inzake de voedselverpakkingen niet tot kunststof. De Minaraad vraagt om bij de voedselverpakkingen niet enkel te kijken naar kunststof voedselverpakkingen. De bedoeling van de maatregel moet een daling van het totaal aantal verpakkingen zijn, een verschuiving van kunststofwegwerpverpakkingen naar wegwerpverpakkingen uit andere materialen is volgens de Raad ongewenst. De preventie- en hergebruikdoelstellingen worden best geformuleerd op basis van gewicht, volume en aantal. Doelstellingen moeten ook altijd rekening houden met de functionaliteit van de verpakkingen o.a. op vlak van voedselveiligheid, nutritionele aspecten en voedselbescherming en met de beschikbaarheid van technische en economische alternatieven.

[15]

Overweeg om doelstellingen inzake hergebruik niet enkel in gewicht uit te drukken. De Raad stelt voor om bij de opvolging van productspecifiek hergebruik (§ 4.1.4) waar mogelijk zowel het gewicht (kilogram) als de aantallen op te volgen/monitoren. Voor meubelen en elektronische apparaten is dat relevant aangezien de producten lichter worden .

[16]

Definieer een doelstelling voor zwerfvuil op stranden en langs waterlopen. In het huidige uitvoeringsplan is er momenteel één cijfermatige doelstelling voor de hoeveelheid zwerfvuil. De ontwerptekst van het volgende uitvoeringsplan bouwt daarop verder (pagina 48). De Minaraad vraagt om specifieke doelstellingen uit te werken op doelplaatsen waar de milieu-impact het grootst is, meer specifiek op stranden en langs waterlopen, omdat het zwerfvuil op die plaatsen een hoog risico heeft om in het water te belanden en via die route vervuiling te veroorzaken in en langs waterlichamen. Bij de opmaak van deze doelstellingen moet rekening gehouden

Minaraad, advies Lokaal Materialenplan 2023 - 2030, 15/07/2022

7


worden met het aanspoelen van afval uit andere landen op stranden; voor waterlopen zal het noodzakelijk blijken om de doelplaats goed af te bakenen2. [17]

De realisatie van de ontkoppeling tussen economische groei en afval vraagt bijzondere aandacht. Het plan streeft een absolute ontkoppeling na tussen de totale afvalberg enerzijds en de economische groei en bevolkingsdruk anderzijds (pagina 28). Het plan schuift dan ook geen link naar voor tussen de doelstellingen in het plan en de consumptieve bestedingen van de huishoudens of de tewerkstelling (pagina 29), in lijn met de beleidsdoelstelling uit VIZIER 20303. Daarbij wordt aangegeven dat dit uitdagend is in het licht van de economische groei. Voor heel wat toepassingen vergt de overschakeling op herbruikbare verpakkingen een echte verandering van businessmodel en dit vergt tijd. Daarbij is het “laaghangend fruit” inzake de gewichtsvermindering van eenmalige verpakkingen al geplukt. De Minaraad betwijfelt of de huidige maatregelen in het plan zullen volstaan om deze doelstellingen te behalen, en vraagt om de nadere onderbouwing en een goede opvolging ervan.

[18]

Zorg voor continuïteit in de statistieken. OVAM stelt voor om een aantal stromen uit de statistieken te halen. Voor een aantal stromen wordt voorgesteld om ze uit de statistieken te halen. De Minaraad vraagt om, in functie van de vergelijkbaarheid van cijfers over de planperiodes heen, de statistieken op te stellen mét en zonder de betrokken stroom, zodat de evolutie en evaluatie mogelijk is. Concreet gaat het om:

[19]

−

het weren van bouw- en sloopaval uit de cijfers voor huishoudelijk afval (pagina 28);

−

het weren van bouw- en sloopafval, groenafval én metaalafval uit het gelijkaardig bedrijfsafval (pagina 209);

−

het weren van elektrische en elektronische apparaten hergebruiksdoelstellingen voor kringloopcentra (pagina 30).

uit

de

Geef in overleg vorm aan de visie op de kwaliteit van recyclage. De recyclagedoelstellingen van het plan zijn kwantitatief. Daarnaast heeft recyclage ook een kwalitatief aspect en kondigt het plan aan dat de focus meer komt te liggen “op de verbetering van de recyclage zelf” (pagina 35). Ook de voorgestelde VLAREMA aanpassingen bevorderen bepaalde recyclagestromen. De raadspartijen hebben hun visies hierover eerder al geuit4. Ze menen dat de keuze voor het stimuleren of afdwingen van bepaalde recyclagestromen moet passen in de ambitie om te komen tot een circulaire economie. Daarbij dient men rekening te houden met de concrete gevolgen op andere vlakken zoals energiegebruik, watergebruik, uitloging van gevaarlijke stoffen, marktomstandigheden, de impact op innovatiepotentieel en de afstemming met het productbeleid. De Minaraad vraagt om een proces van

2

De Minaraad verwijst naar de discussie over de afbakening van de waterlichamen (zie onder andere [35] in Advies 2021-023 over de bufferstroken langs waterlopen; en op het gegeven dat de relevante stukken waterloop degenen zijn die bereikbaar zijn vanop land of waar recreatiemogelijkheden zijn.

3

VIZIER 2030, doelstelling 23: Tegen 2030 is de groei van het BBP per capita in Vlaanderen minstens in stand gehouden en is

daarbij een verdere ontkoppeling gerealiseerd tussen de economische groei enerzijds en het grondstoffenverbruik en de milieuimpact anderzijds.

4

Advies 2019/004 over het Samenwerkingsakkoord verpakkingsafval, §46

Minaraad, advies Lokaal Materialenplan 2023 - 2030, 15/07/2022

8


visievorming rond de gewenste recyclage in overleg op te zetten, om zo beter onderbouwde beleidskeuzes te kunnen maken die de vorm aannemen van technologie neutrale en resultaat gebonden doelstellingen. Het bereik van deze visie zou breder moeten zijn dan de afvalstoffen waarover dit plan handelt. [20]

6

Verduidelijk de doelstelling voor eindverwerking. De Raad vraagt om te verduidelijken hoe de doelstelling kan beoordeeld worden dat Vlaanderen ook voor afvalstoffen die niet onder het zelfvoorzieningsprincipe vallen, voldoende eigen capaciteit moet behouden en niet te afhankelijk mag worden van capaciteit buiten Vlaanderen (pagina 178).

De plaats van UPV systemen in het beleid

[21]

Om de doelstellingen van het voorliggend plan te bereiken, wordt beroep gedaan op Uitgebreide Producenten Verantwoordelijkheid systemen (UPV) voor de verduurzaming van productketens. Het plan stelt aanpassingen aan bestaande UPV’s in het vooruitzicht, en nieuwe worden aangekondigd (luiers) of in overweging genomen (textiel, meubels). De huidige UPV-systemen kennen hun juridische oorsprong in artikel 8 van de Kaderrichtlijn Afvalstoffen5 en hebben als belangrijkste doel het inzamelen en recyclen van afvalstromen. Ze hebben over het algemeen de inzamelingspercentages verhoogd, recycling bevorderd en de financiële verantwoordelijkheid geheel of gedeeltelijk verschoven van gemeenten naar producenten6.

[22]

In eerdere discussies over de UPV’s7, ging er veel aandacht naar de financiële vraagstukken (wie betaalt wat?) en in tweede orde naar de governance (waar en hoe worden de afspraken rond UPV’s geregeld). Recente onderzoeksrapporten uit Nederland die de sterktes en zwaktes van het instrument in beeld brengen, hanteren een breder kader om aanbevelingen te formuleren voor de inzet van UPV’s in de instrumentenmix8.

[23]

Onderzoek de plaats van UPVs in het bredere materialenbeleid. De Minaraad meent dat zo’n insteek ook in Vlaamse of interregionale context nuttig kan zijn en vraagt daarom om een onderzoek uit te voeren naar de inzet van UPV’s in het bredere materialenbeleid, zonder de specificiteit van iedere materialenstroom uit het oog te verliezen. Daarin zouden volgende vragen aan bod moeten komen:

5

Richtlijn 2008/98/EG VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen

6

Partners for innovation (2022), Quickscan: optimalisatie van ketensamenwerking en het voorkomen van lekverliezen in UPVsystemen.

7

Zie bij voorbeeld Advies 2021-005 over VLAREMA wijziging 8 of advies 2020-012 over het Materialendecreet

8

Zie bij voorbeeld : https://www.pbl.nl/publicaties/uitgebreide-producentenverantwoordelijkheid-ontwerp-werking-en-effecten https://www.tweedekamer.nl/downloads/document?id=7b034abe-f686-4dd6-ae652acc768bb63e&title=Quickscan%20naar%20de%20mogelijkheden%20tot%20bredere%20optimalisatie%20van%20ketensamenw erking%20en%20het%20voorkomen%20van%20weglekeffecten.doc

Op te merken valt dat de scope van deze UPV’s breder gaat dan de scope van dit plan, en dat de situatie in Nederland niet volledig gelijklopend is met die in Vlaanderen.

Minaraad, advies Lokaal Materialenplan 2023 - 2030, 15/07/2022

9


[24]

7 [25]

[26]

[27]

9

−

Hoe kunnen UPV’s de totale kosten voor de maatschappij voor het afvalbeheer doen dalen en bijdragen tot een efficiënter afvalbeheer ?

−

Hoe kunnen UPV’s best bijdragen aan het bereiken van de doelstellingen inzake de uitbouw van de circulaire economie ?

−

Hoe verhouden ze zich tot andere instrumenten in het beleid zoals productbeleid, of fondsen voor groene innovatie en zijn ze voor de geselecteerde stromen wel een geschikt instrument ?

−

Welke instrumentenmix binnen de UPV draagt het best bij tot deze doelstellingen rekening houdend met de specificiteit van elke afvalstroom ?

−

Welke governance is aangewezen bij de opmaak en opvolging van de UPV ?

−

Hoe kan verzekerd worden dat alle spelers in het veld bijdragen aan de doelstellingen (problemen met free riders, samenwerking in de keten,...)?

−

Hoe kan vermeden worden dat de UPV systemen ten koste zouden gaan van de competitiviteit van de bedrijven ten opzichte van de buurlanden ?

−

Hoe kan de administratieve last voor bedrijven beperkt worden?

Verduidelijk de keuzes in het plan. De Minaraad stelt vast dat een aantal voorstellen uit het plan impliciet of expliciet ingaan op een bovenstaande vragen. De Raad mist echter een duiding van de relatie tussen de voorstellen inzake de UPV systemen in het plan en de globale doelstellingen9 van het beleid om te komen tot een circulaire economie en vraagt om deze verder uit te werken in het plan.

Preventie Maak een apart hoofdstuk voor hergebruik. De afval hiërarchie in de Europese Kaderrichtlijn Afvalstoffen10 maakt een duidelijk onderscheid tussen preventie en hergebruik. De Minaraad vraagt om dit onderscheid consequent door te trekken in dit plan door de doelstellingen en maatregelen voor hergebruik en preventie te scheiden. Heb aandacht voor de trade-off tussen voedselverlies en verpakkingsreductie. Het plan benadrukt terecht het belang van preventiestrategieën zoals levensduurverlening, gedeeld gebruik, hergebruik, herstel en het vermijden van overconsumptie (p 53) en noemt ook voedselverlies tegengaan daarin als een belangrijke strategie. De Minaraad vraagt om de rol van verpakkingen in functie van het voorkomen en eventueel ontstaan van voedselverlies niet uit het oog te verliezen. Onderbouw en kwantificeer de ambities inzake preventie (actie 5). In het plan wordt aangegeven dat de Vlaamse Regering streeft naar een aanpassing van het interregionaal samenwerkingsakkoord verpakkingsafval om te komen tot expliciete preventiedoelstellingen, die de verpakkingsproducenten van zowel huishoudelijke als bedrijfsmatige verpakkingen moeten behalen. De Raad vraagt om de ambitie inzake

zie bv de doelstellingen uit Visie 2050

10

RICHTLIJN 2008/98/EG VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen, artikel 4

Minaraad, advies Lokaal Materialenplan 2023 - 2030, 15/07/2022

10


preventie in het plan af te stemmen met aankomende Europese wetgeving, te onderbouwen door middel van een impact assessment en ze waar mogelijk te kwantificeren, als een voorbereiding van de Vlaamse inbreng in de gesprekken over de vernieuwing van de interregionale samenwerkingsakkoorden. De Raad meent dat ook hergebruikdoelstellingen explicieter aan bod kunnen komen. Een verankering van de doelstellingen in het interregionaal samenwerkingsakkoord zorgt ervoor dat deze niet alleen zullen doorwerken naar de erkenning van de beheersorganismen. (zie actie 42), deze wettelijke onderbouwing, vermijdt ook free-rider gedrag van bedrijven die geen lid zijn van de beheersorganisaties. 7.1

Specifieke opmerkingen op acties:

[28]

Heb aandacht voor de marktwaarde bij het initiatief rond inboedels (actie 7). In het plan wordt een apart wettelijk kader voor inboedelservices aangekondigd. Daarin wordt gesteld dat “alle goederen die in aanmerking komen naar hergebruik geleid worden, ook als de marktwaarde beperkt is.” De Minaraad vraagt om bij de uitwerking van dit kader, rekening te houden met de leefbaarheid van het economische model van deze inboedelservices. Het is immers onduidelijk wat er zou moeten gebeuren met die goederen die naar hergebruik worden geleid op het moment dat de marktvraag en dus de prijs laag is.

[29]

Verduidelijk de focus inzake gebruiksverboden (actie 8). Het plan kondigt aan dat er de komende planperiode nieuwe gebruiksverboden worden ingesteld voor een aantal eenmalige producten. De Minaraad vraagt om de actie te verduidelijken. Het plan geeft aan dat de Europese SUP-richtlijn een kwantificeerbare consumptievermindering oplegt van voedingsverpakkingen en wegwerpbekers, maar bevat volgens de Raad onvoldoende concrete maatregelen om hier invulling aan te geven. De Raad adviseert daarom om in deze actie aan te geven dat de actie zal focussen op de maatregelen die aan bod komen in de MER11. Bij de verdere uitwerking vraagt de Raad om afdoende invulling te geven aan de bepalingen uit de SUP richtlijn die stellen dat de acties inzake consumptievermindering “proportioneel en niet-discriminerend“12 horen te zijn. De Raad dringt ook aan op een impactanalyse en op voldoende afstemming met de betrokken sectoren en met de Federale overheid die immers bevoegd is voor het productbeleid .

[30]

Integreer de evaluatie van de Green Deals in die van het plan (actie 9). De Minaraad drukt haar steun uit voor de lopende initiatieven inzake preventie en hergebruik in de Green Deals. De Raad vraagt om de voorziene evaluatie te laten samen sporen met

11

Strategisch MER Lokaal Materialenplan - Uitvoeringsplan HAGBA, pagina 13 en 26: “Een uitbreiding van het reeds bestaande gebruiksverbod op wegwerpcateringmateriaal in de eigen werking van Vlaamse overheden en lokale besturen naar andere actoren met een voorbeeldfunctie, zoals scholen en mogelijk ook bedrijven. Een uitbreiding van het bestaande verbod op het aanbieden van bereide voedingsmiddelen in cateringmateriaal voor eenmalig gebruik naar alle evenementen (vandaag enkel indien door de overheid georganiseerd). Een verbod op het uitdelen van reclamemateriaal en gadgets op openbare plaatsen en publieke wegen. Een gebruiksverbod op wegwerpcateringmateriaal in restaurants waar ter plekke wordt geconsumeerd. Een gebruiksverbod op serpentines, confetti en andere wegwerp-feestprojectielen op openbare plaatsen en publieke wegen. Verbod op plastic wikkels rond drukwerk, inclusief composteerbare wikkels.”

12

RICHTLIJN (EU) 2019/904 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 5 juni 2019 betreffende de vermindering van de effecten van bepaalde kunststofproducten op het milieu; artikel 4.1, vierde lid

Minaraad, advies Lokaal Materialenplan 2023 - 2030, 15/07/2022

11


de evaluatie van het plan en ervoor te zorgen dat de lessen die eruit getrokken kunnen worden, doorwerken in het beleid.

13

[31]

Stem de verbeterde toegang tot drinkwater af met de watersector (actie 10). In het plan wordt een actie voorzien om het aantal locaties te vergroten met toegang tot drinkwater (via bijvoorbeeld drinkwaterfonteintjes). De Minaraad steunt deze actie, maar vindt het merkwaardig dat deze actie getrokken zou worden vanuit OVAM en VVSG. De Raad wijst erop dat deze actie invulling geeft aan de vernieuwde drinkwaterrichtlijn13, waarvan de VMM de implementatie momenteel voorbereidt in samenwerking met de drinkwatermaatschappijen. De Raad vraagt aan OVAM en VMM om te komen tot één aanpak met één trekker.

[32]

Verduidelijk het verbod op vernietiging (actie 13). De Minaraad steunt de actie in het plan om via wetgevende initiatieven de vernietiging van bruikbare goederen te vermijden. Het is immers vandaag soms goedkoper om nieuwe spullen te vernietigen dan er meer duurzame herbestemmingen voor te vinden. De Raad benadrukt dat de juridische onderbouwing ervan correct moet zijn en dus in lijn met de in opmaak zijnde Europese verordening over Ecodesign and Sustainable Products14. Parallel zou er ook moeten ingezet worden op stimulerende acties om zo weinig mogelijk producten te vernietigen, bijvoorbeeld door het stimuleren van tweedehands verkoop.

[33]

Responsabiliseer de kringloopcentra (actie 14 en 15). Het plan voorziet heldere acties in samenwerking met de kringloopcentra, en voorziet om ook het ondersteunend en financierend beleid voor de kringloopcentra verder te zetten. De Minaraad steunt dit, maar meent dat responsabilisering dit ondersteunend beleid moet aanvullen, zodat er sterkere garanties zijn dan nu dat de doelstellingen ook daadwerkelijk zullen gerealiseerd worden. De Raad vraagt om ook VVSG en Denuo te betrekken bij deze actie.

[34]

Objectiveer de criteria voor de aanpassingen aan de innovatiesteun in overleg (actie 17). De Minaraad steunt de doelstelling om de aandacht voor circulariteit beter te integreren in het innovatiebeleid. De Raad vraagt om overleg op te zetten om op korte termijn een gedeeld beeld te creëren van meetbare criteria hiervoor, en om de relevante actoren15 daarbij te betrekken.

[35]

Stimuleer actiever deel- en herstelinitiatieven (actie 19). Het plan beschrijft de grote impact van een reeks andere actoren inzake preventie en hergebruik, (pagina 64) maar koppelt daar als maatregel enkel de opmaak van een inventaris aan, met het oog op

RICHTLIJN (EU) 2020/2184 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 16 december 2020 betreffende de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water (herschikking) , artikel 16.2: Teneinde het gebruik van voor menselijke consumptie

bestemd kraanwater te bevorderen, zorgen de lidstaten ervoor dat tappunten buiten en binnen in openbare ruimten worden geplaatst, voor zover dat technisch mogelijk is, op een wijze die in verhouding staat tot de noodzaak van dergelijke maatregelen en rekening houdend met de specifieke plaatselijke omstandigheden, zoals de klimatologische en geografische omstandigheden. De lidstaten kunnen eveneens de volgende maatregelen nemen ter bevordering van het gebruik van voor menselijke consumptie bestemd kraanwater: … c) de verstrekking van dergelijk water in openbare en overheidsgebouwen aanmoedigen; 14

15

https://ec.europa.eu/info/energy-climate-change-environment/standards-tools-and-labels/products-labelling-rules-andrequirements/sustainable-products/ecodesign-sustainable-products_en Alvast Bond Beter Leefmilieu, UNIZO en VOKA dringen aan op betrokkenheid.

Minaraad, advies Lokaal Materialenplan 2023 - 2030, 15/07/2022

12


stimulering in de toekomst (actie 19). De Minaraad vind dit een gemiste kans en vraagt om sterker en sneller in te zetten op dit potentieel, door na de opmaak van de inventaris, ook een actieplan op te maken dat in samenwerking met lokale besturen inzet op een breder bereik van de deel- en herstelinitiatieven. 7.2

Mogelijke extra maatregelen

[36]

Ondersteun de ontwikkeling en opschaling van hergebruikssystemen financieel. In actie 50 wordt een steunmechanisme voor de recyclagehub voorgesteld, maar een soortgelijk instrument ontbreekt voor de ontwikkeling en opschaling van hergebruiksystemen. De Minaraad vraagt dan ook om een bijkomende actie te definiëren die daarop inzet. Hierdoor zouden bijvoorbeeld hergebruikssystemen die binnen een Green Deal worden onderzocht en uitgetest en die hun waarde hebben bewezen, financiële steun kunnen ontvangen om de opschaling ervan te realiseren.

[37]

Verbeter de afstemming met Vlaanderen Circulair. De Minaraad vraagt om de afstemming tussen het voorliggend plan en de initiatieven binnen Vlaanderen circulair te verbeteren. Specifiek vraagt de Raad om te bekijken welke acties uit het plan Vlaanderen Circulair mee kan ondersteunen en welke initiatieven daar de materiaalstromen binnen en tussen bedrijven beter in beeld kunnen brengen..

[38]

Verduidelijk en versterk de relatie met het actieplan voedselverlies. Het voorliggend plan verwijst herhaaldelijk naar het actieplan Voedselverlies en Biomassa(rest)stromen Circulair 2021-2025. Dit plan bevat doelstellingen en acties die relevant zijn voor het voorliggend plan, maar slechts doorlopen tot 2025. Ook lijkt het actieplan een minder sterk statuut te kennen dan het voorliggend uitvoeringsplan. De Minaraad vraagt dan ook om te verduidelijken hoe de opvolging van het actieplan voedselverlies zal doorwerken in de evaluatie van dit plan. De Raad vraagt ook om een doorkijk in het plan op te nemen voor de periode na 2025.

8

Selectieve inzameling van huishoudelijk afval

[39]

Verduidelijk de voorwaarden voor inzameling huishoudelijk afval (actie 24). Het plan kondigt aan dat een set voorwaarden zal uitgewerkt worden waaraan de inzameling van huishoudelijk restafval moet voldoen, in het kader van het verbrandingsverbod. De Minaraad meent dat dit een stap vooruit is en vraagt om te verhelderen of deze voorwaarden enkel de tarieven en inzamelingmogelijkheden zouden omvatten, of ook aspecten inzake bij voorbeeld handhaving.

[40]

Steun voor actie die mikt op daling veiligheidsrisico's (actie 26). De Minaraad steunt uitdrukkelijk actie 26 uit het plan, waarbinnen de verschillende partners samenwerken om de risico’s op bij voorbeeld branden terug te dringen.

[41]

Werk de responsabilisering van de gemeenten verder uit (actie 32). De Minaraad vraagt om actie 32 uit het plan te concretiseren. Met name vraagt de Raad om dieper in te gaan in de manier van visiteren en welk type aanbevelingen daaruit kan komen. De Raad dringt ook aan op de opname in het plan van een frequentie of richtcijfer (zoals

Minaraad, advies Lokaal Materialenplan 2023 - 2030, 15/07/2022

13


bij actie 45) en vraagt om te verduidelijken hoe de communicatie over deze visitaties zal verlopen. Wordt er een verslag gemaakt? Zal dit publiek zijn? Hoe kunnen de actoren de evolutie opvolgen ? [42]

8.1

Herzie de timing voor de sorteeranalyses (actie 35). Acties 35 kondigt sorteeranalyse aan voor huisvuil (2025-2026) en grofvuil (2027). De Minaraad vraagt om deze analyses vroeger uit te voeren, om de resultaten ervan te kunnen gebruiken bij de tussentijdse evaluatie van het plan, die ten laatste tegen eind 2026 afgerond zal worden (actie 71).

Beheer organisch afval (selectieve inzameling en verwerkingscapaciteit)

[43]

Het plan is erg optimistisch over het potentieel voor selectieve ophaling. Voor de potentie van maatregelen inzake organisch afval, werd voorafgaand aan het plan een studie16 uitgevoerd. De uitkomst van die studie (een reductie van het restafval van 8,2 kg/inw/jaar) wordt in het plan aanzien als een minimaal potentieel (pagin 70). Het maximaal potentieel is volgens het plan 75% van het totaal aanwezige organisch afval, of 35 kg/inw/jaar. De onderbouwing daarvan komt niet uit een studie, maar is afgeleid uit de ambitie van het Vlaams klimaatplan om een reductie te realiseren van 75% van de recycleerbare fractie van huishoudelijk restafval tegen 2030. In het plan maken de auteurs zich sterk dat dit mogelijk zal zijn door “flankerende maatregelen elders in het plan”, zonder echter duidelijk te maken welke dat zijn. De Raad mist aldus een ernstige onderbouwing dat deze 75% reductie voor deze fractie haalbaar is. De Raad vraagt om die onderbouwing te verbeteren en om voor dit aspect specifiek aandacht te hebben bij de tussentijdse evaluatie van het plan.

[44]

Erken de kost voor de gemeenten van het gekozen scenario. Het ontwerpplan stelt op pagina 71 dat de veralgemeende inzameling van gft in containers het grootste reductiepotentieel biedt voor het huisvuil, en dat dit scenario ook de grootste milieubaat kent als bij verwerking gekozen wordt voor voorvergisting in combinatie met nacompostering. De Raad vraagt in het plan toe te voegen dat dit scenario impliceert dat een aantal lokale besturen, en dus hun belastingbetalers, de grootste economische kosten moeten dragen17.

[45]

Hou rekening met de krappe timing voor de aparte inzameling van organisch afval (actie 22). Het plan verplicht om tegen 1 januari 2024 overal in Vlaanderen een aparte inzameling van organisch afval aan te bieden. Deze bepaling is een gevolg van de verplichting uit de Europese Kaderrichtlijn Afvalstoffen18 die stelt dat de lidstaten ervoor moeten zorgen dat “bioafval, uiterlijk 31 december 2023 …ofwel aan de bron

wordt gescheiden en gerecycleerd, ofwel gescheiden wordt ingezameld en niet gemengd wordt met andere soorten afval.” Deze tekst van de richtlijn werd in 2021

16

RDC (2021), Milieu-economische analyse van inzamel- en verwerkingsscenario’s voor huishoudelijk bioafval en vergelijkbaar bioafval van bedrijven in Vlaanderen

17

RDC (2021), Milieu-economische analyse van inzamel- en verwerkingsscenario’s voor huishoudelijk bioafval en vergelijkbaar bioafval van bedrijven in Vlaanderen

18RICHTLIJN

2008/98/EG VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen, artikel 22

Minaraad, advies Lokaal Materialenplan 2023 - 2030, 15/07/2022

14


quasi letterlijk omgezet in de Vlaamse wetgeving19, zonder toen uitdrukkelijk in te gaan op de implementatie. Om daar een doordachte keuze in te maken, werd een studie20 opgemaakt over de inzamel- en verwerkingsscenario’s voor bioafval, waarvan de resultaten in maart 2022 werden bekend gemaakt. Op basis van die resultaten werd dan in dit ontwerpplan uitdrukkelijk de verplichting opgenomen voor gemeenten om een aparte inzameling van alle bioafval aan burgers aan te bieden tegen begin 2024. De meeste gemeenten organiseren reeds zo’n inzameling, maar voor de degene die dat nog niet doen lijkt deze timing erg scherp omwille van een aantal uitdagingen bij de implementatie21. De Minaraad vraagt om, met respect voor de verplichtingen uit de richtlijn, te bekijken hoe er rekening kan gehouden worden met deze problemen. [46]

Onderbouw de aanname inzake de verwerkingscapaciteit voor GFT. In het plan wordt gesteld (pagina105) dat enkele bestaande gft-verwerkers hun capaciteit in de periode 2022-2024 gevoelig zullen opschalen. De Raad vraagt om deze stelling te onderbouwen door een tabel op te nemen in het plan die de huidige beschikbare verwerkingscapaciteit voor bioafval in Vlaanderen beschrijft, aangevuld met de gekende plannen voor de toekomstige capaciteit.

[47]

Ga verontreiniging in het bio-afval ook tegen via productbeleid (actie 28). Het plan voorziet een aantal acties die moeten leiden tot minder verontreinigingen in het bioafval. De Raad heeft vragen bij de efficiëntie van de aanpak waarbij OVAM zou onderhandelen met producenten van koffiepads, -capsules en theebuiltjes. De Raad vraagt om in de plaats in te zetten op de piste van productbeleid, door een samenwerking met de federale overheid of binnen de EU.

[48]

Zorg voor een gelijk speelveld bij steun uit het klimaatfonds. Het plan kondigt (pagina 105) dat er ondersteuning uit het klimaatfonds zou kunnen gevonden worden om de capaciteit voor verwerking van bio-afval uit te breiden. De Minaraad vraagt om daarbij zowel publieke als private kandidaten op een gelijke manier te behandelen.

8.2 [49]

19

20 21

LUIERS Zorg voor een tijdige realisatie van de verwerkingscapaciteit van luiers (actie 23). De UPV regeling voor luiers is een cruciaal onderdeel om de doelstellingen van het voorliggend plan te realiseren. Binnen de Minaraad is er een gedeelde zorg over het tijdig beschikbaar worden van verwerkingscapaciteit voor recyclage van luiers. Indien deze capaciteit er niet op tijd zou komen, dan zullen de positieve milieueffecten immers niet gerealiseerd worden. Ook het motiveren van de burgers voor aparte inzameling wordt dan moeilijker.

Art. 47.uit VLAREMA 8: Aan artikel 4.3.1 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 23 september 2016 en 22 december 2017, wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt: “Bioafval wordt ofwel aan de bron gescheiden en gerecycleerd, ofwel gescheiden ingezameld. Het wordt niet gemengd met andere soorten afval.” https://ovam.vlaanderen.be/nl/w/selectieve-inzameling-bioafval-rendeert VVSG vernoemt onder andere capaciteitstekort in de verwerking, herzien van lopende contracten door de gemeenten, aanpassen van de gemeentelijke begrotingen, investeringen in bijkomend rollend materiaal, met langere leveringstermijnen (16 tot 18 maanden volgens de VVSG) en nood aan een voldoende uitgewerkt voorafgaand sensibilisatie - en informatietraject naar de burger

Minaraad, advies Lokaal Materialenplan 2023 - 2030, 15/07/2022

15


Standpunt VOKA en UNIZO: Op vandaag zijn er geen vergunde installaties op industriële schaal. Ga voor een streefdoel, maar leg geen inwerkingtreding vast vooraleer zeker is dat ingezamelde stromen effectief zullen gerecycleerd worden. Anders zal afval selectief ingezameld worden om het vervolgens te verbranden. Daarmee zal ook het draagvlak meteen in rook opgaan. Eens de recyclagecapaciteit gekend is, is het nodig de socio-economische impact van UPV te onderzoeken en hier doelstellingen aan te koppelen. Standpunt VVSG en Bond Beter Leefmilieu: Om zoveel mogelijk materialenkringlopen te sluiten, is bijkomende selectieve inzameling wenselijk van afvalsoorten die nu nog quasi integraal bij het restafval belanden. Een voorbeeld daarvan is wegwerpluiers/hygiënische fractie. Volgens VVSG is een selectieve inzameling van wegwerpluiers enkel nuttig wanneer er garantie is op een voldoende recyclagepercentage en er voldoende afzetmogelijkheden zijn. Deze afzetmogelijkheden moeten aangetoond of op korte termijn realiseerbaar zijn. Bovendien dient een eventuele verplichting tot selectieve inzameling bij huishoudens, georganiseerd door lokale besturen, gefinancierd te worden door de producenten.

9

Selectieve inzameling van bedrijfsafval

[50]

Maak een KPI voor communicatie en sensibilisatie (actie 38). Het plan voorziet een aantal initiatieven inzake communicatie en sensibilisatie vanuit OVAM. De Minaraad vraagt om deze actie concreter te maken door er een KPI voor te ontwikkelen.

[51]

Versterk de link tussen de sorteeranalyse voor bedrijfsafval en de evaluatie van dit plan (actie 41). Net als bij actie 35 vraagt de Minaraad om deze sorteeranalyses naar voor te schuiven, om de resultaten te kunnen gebruiken bij de tussentijdse evaluatie van het plan, die ten laatste tegen eind 2026 afgerond zal worden (actie 71). Hierbij merkt de Minaraad op dat de gebrekkige representativiteit van de huidige analyses een probleem is.

[52]

Heroverweeg ingrijpen op de inzamelformules (actie 44). In het plan wordt aangekondigd dat de tariefformules voor bedrijfsafval wettelijk zullen geregeld worden. De Minaraad apprecieert dat alle opties werden verkend om het bedrijfsafval te verminderen en steunt het uitgangspunt dat het “de vervuiler betaalt” principe ook op het bedrijven wordt toegepast. Toch vraagt de Raad om deze actie te heroverwegen, omdat de actie te weinig ruimte laat voor ondernemerschap. Zie ook [10].

[53]

Heb specifiek aandacht voor de verbetering van sortering in bedrijven (actie 38,39,40,42,44,45). Het plan voorziet een streefdoel, maar geen verplichting, voor gemeenten om jaarlijks controles te doen bij bedrijven op de selectieve inzameling (actie 45). In totaal zou op die manier 10% van de bedrijven gecontroleerd worden tegen 2030. Die ambitie lijkt laag, vanuit de doelstelling om voldoende impact te hebben op het sorteergedrag in bedrijven. Tegelijk is duidelijk dat in veel gemeenten het gebrek aan capaciteit een knelpunt is om deze doelstelling waar te maken. Het

Minaraad, advies Lokaal Materialenplan 2023 - 2030, 15/07/2022

16


doel van deze actie is om het sorteergedrag in bedrijven te verbeteren, en het plan bevat nog een reeks maatregelen die bijdragen aan dezelfde doelstelling (acties 38, 39, 40, 42, 44). De Minaraad vraagt bijzondere aandacht voor de opvolging van de doelstelling en de werkzaamheid van de acties bij de tussentijdse evaluatie. [54]

Steun voor het systeem van kwaliteitsborging (actie 49). De Minaraad steunt de actie om te werken aan kwaliteitsverbetering voor inzameling en verwerking van bedrijfsafval.

[55]

Verscherp de handhaving (bijkomende actie). De Minaraad vraagt om een actie toe te voegen die mikt op het verbeteren van de handhaving. De Raad denkt daarbij aan het terugdringen van niet geregistreerde actoren en het doortastender optreden tegen geregistreerde actoren die zich niet aan de voorwaarden houden door bijvoorbeeld gebruik te maken van de meldingen in het non-conformiteitenregister.

10 [56]

11

Recyclage Neem het eerder advies ter harte bij de evaluatie van de recyclagehub (actie 50): Het plan voorziet een evaluatie van het steunmechanisme ‘recyclagehub’. De Minaraad vraagt om bij die evaluatie de elementen mee te nemen die aangebracht werden in het advies over de “Ondernemingssteun om materiaalkringlopen te sluiten (recyclagehub)22.

Eindverwerking

11.1

Strategie

[57]

De Minaraad steunt de visie op eindverwerking. De voorbije planperiode is veel energie gegaan naar het uitwerken van een langetermijnvisie op eindverwerking in Vlaanderen. De Raad steunt de filosofie en benadering van deze visie, en is tevreden dat deze behouden blijft in de ontwerptekst van het volgende uitvoeringsplan. Het opzet van het beleid moet zijn om het niet-recycleerbaar afval verder te laten dalen door preventie en kwalitatieve recyclage tot hoogwaardige materialen. Het omzetten naar brandstoffen behoort daar niet toe.

[58]

Werk het nabijheidsprincipe in overleg verder uit. De Minaraad vraagt om nader overleg te voeren over de invoering van het nabijheidsprincipe op het gemengd stedelijk afval van bedrijfsmatige oorsprong (pagina 107). De Raad ziet immers een risico dat een afvalproducent/houder in de problemen komt indien er theoretisch wel 'voldoende' lokale capaciteit is, maar dat die in de praktijk niet tijdig/onbetaalbaar is.

[59]

Leg de definitie van een ‘wezenlijke verandering' wettelijk vast (pagina 109). De Minaraad vraagt om de definitie die bepaalt wanneer een afvalstof wezenlijk verandert, wettelijk vast te leggen in een decreet of besluit. Deze definitie heeft

22Advies

2021-014 Ondernemingssteun om materiaalkringlopen te sluiten (recyclagehub)

Minaraad, advies Lokaal Materialenplan 2023 - 2030, 15/07/2022

17


immers veel juridische en commerciële gevolgen, het is niet wenselijk ze enkel in het plan op te nemen. [60]

Werk een visie uit inzake chemische recyclage. Volgens de Minaraad is er nood aan de opmaak van een visie over de rol van chemische recyclage in het materialenbeleid. De Raad vraagt om hiertoe een actie op te nemen in het plan en om bij de opmaak van deze visie de relevante maatschappelijke actoren te betrekken. Het bereik van deze visie zou breder moeten zijn dan de afvalstoffen waarover dit plan handelt.

11.2

Aanbod

[61]

Verfijn de monitoring van de capaciteitsplanning. De Minaraad verzoekt om de methodiek beschreven in paragraaf 9.2 van het plan verder te verfijnen, om in de jaarlijkse analyse beter rekening te houden met de praktische gevolgen van bij voorbeeld calamiteiten of onverwachte shutdowns die kunnen leiden tot kortstondige tekorten.

11.3

Verbranden

[62]

Akkoord met uitgangspunt capaciteitsplanning afvalverbranding. De Minaraad gaat akkoord met de voorgestelde aanpak uit het plan (§ 9.3.1) om de capaciteit in balans te houden het aanbod, door eerst te focussen op een structurele daling van het aanbod.

[63]

Gebruik VITO studie bij ontwikkeling verder beleid rond afvalverbranding (actie 52,53,54) Het plan kondigt aan dat OVAM een prognose zal maken voor het aanbod aan brandbaar afval (actie 52), een set criteria voor het evalueren van de vergunningen (actie 53) en een faciliterend instrument voor de vrijwillige afbouw van verbrandingscapaciteit (actie 54). De Minaraad wijst op de lopende studie bij het VITO over de “Ruimtelijke optimalisatie van Vlaamse afvalverbrandingsinstallaties”. De Raad beveelt aan om de informatie uit deze studie door te spreken met de betrokken stakeholders en eventueel te gebruiken als een element in de onderbouwing en uitwerking van deze acties.

[64]

Herbekijk de verbrandingsheffing samen met de evoluties inzake de ETS. Sinds 2022 is er een verschillend tarief voor de verbranding van huishoudelijk afval en het tarief voor bedrijfsafval. Op het moment van schrijven van dit advies, loopt er op Europees niveau een debat over de vraag of afvalverbranding onder het ETS systeem dient te vallen. 23. Indien dit voorstel gerealiseerd wordt, zou er naast de Vlaamse heffing, een vorm van koolstofheffing op EU niveau worden ingevoerd. De Raad beveelt aan om in overleg met de actoren tot een doordacht en voorspelbaar traject voor de evolutie van de verbrandingsheffingen uit te tekenen, rekening houdend met: −

23

de wenselijkheid om een voldoende groot verschil in kostprijs te realiseren tussen verbrandbare stromen en recycleerbare stromen;

https://www.europarl.europa.eu/doceo/document/TA-9-2022-0246_EN.pdf

Minaraad, advies Lokaal Materialenplan 2023 - 2030, 15/07/2022

18


25

de onwenselijkheid om onvermijdbare afvalstromen hoog te belasten, omwille van sociale en economische redenen;

−

het verhoogd risico op sluikstorten in geval van te hoge tarieven;

−

de impact van de verschillende instrumenten op de daling van de hoeveelheid te verbranden afval in Vlaanderen;

−

de gevolgen van de regelgeving inzake ETS;

−

de gevolgen voor de inkomsten van de Vlaamse overheid.

[65]

Breng de grijze zone tussen bedrijfsafval en huishoudelijk afval beter in kaart. Volgens het plan kunnen Kmo’s, voor beperkte hoeveelheden afval, beroep doen op de inzamelkanalen voor het huishoudelijk afval (p. 24). Omgekeerd zijn er gevallen waarin ophalers van bedrijfsafval huishoudelijk afval inzamelen en verwerken24. Voor beide scenario’s zijn valabele argumenten, maar de monitoring op deze stromen is onvoldoende sluitend en een zekere ‘grijze zone’ lijkt nooit volledig uit te sluiten. Toch vraagt de Raad aandacht voor dit fenomeen, zowel omwille van en het gelijk speelveld, als in functie van de doelen inzake restafval van dit plan25. De Raad vraagt in eerste instantie om een inschatting te maken van de omvang van deze stromen.

11.4

Storten

[66]

Voer nader overleg over de aanpassingen in de capaciteitsplanning. De Minaraad steunt het uitgangspunt van het plan dat de stortcapaciteit dient afgestemd te blijven op het aanbod (pagina121). De Raad vraagt wel om verder overleg over de concrete voorstellen inzake de uitwerking ervan (pagina122).

12

24

−

Opvolging

[67]

Versterk de tussentijdse evaluatie (actie 71). Gezien de koppeling met de (bindende) klimaatdoelstelling is er weinig marge voor mislukkingen in dit plan. De Minaraad beveelt dan ook aan om de voorziene evaluatie een sterker karakter te geven, om tijdig te detecteren of een aantal maatregelen het voorziene effect bereiken en desgevallend bij te sturen.

[68]

Maak bij de tussentijdse evaluatie een onderscheid tussen Vlaamse en gemeentelijke inspanningen. De Vlaamse overheid en de gemeenten dienen voldoende maatregelen te nemen om het afvalprobleem aan de bron aan te pakken. De Raad ondersteunt dat het ontwerpplan in hoofdstuk 4.3.3 duidelijk aangeeft welke hefbomen er op Vlaams niveau zijn om de hoeveelheid huishoudelijk restafval te doen dalen, en dat ook kwantificeert. De Raad vraagt om bij de tussentijdse evaluatie van het uitvoeringsplan ook een helder onderscheid te maken tussen de realisatie van de Vlaamse hefbomen en deze van de lokale besturen.

Dit kan enkel mits toelating door de gemeente . In die gevallen waarin bv. huishoudelijk afval onwettelijk via private (rol)containers wordt afgevoerd, zal de impuls om goed te scheiden, lager liggen.

Minaraad, advies Lokaal Materialenplan 2023 - 2030, 15/07/2022

19


[69]

Hou bij de evaluatie rekening met de verschillende uitgangspositie van gemeenten. Het ‘Vlaams aandeel’ in de reductie van huishoudelijk restafval wordt vastgelegd op 13 kilogram. De Minaraad wijst erop dat de impact van de ‘Vlaamse’ maatregelen in gemeenten met een laag restafvalcijfer mogelijk lager zal uitvallen dan in gemeenten met een hoog restafvalcijfer. De Raad vraagt om bij de tussentijdse evaluatie hiermee rekening te houden en om bij die evaluatie niet alleen rekening te houden met de cijfers, maar ook met de door de gemeenten geleverde inspanningen.

[70]

Zorg voor een passend handhavingsinstrumentarium. Rekening houdend met de vorige aanbeveling, meent de Minaraad dat OVAM de mogelijkheid moet hebben om effectief op te treden tegen gemeenten die bewust onvoldoende initiatieven nemen om de Vlaamse doelstellingen te bereiken. De Raad meent immers dat er, net zoals in het rioleringsbeleid26, tegenover de gemeentelijke bevoegdheden ook verantwoordelijkheden staan.

13

26 27

Zwerfvuil en ontwijkgedrag

[71]

Vertrek van een kritische analyse. De Minaraad mist een (zelf)kritische analyse in hoofdstuk 10. Het aandeel zwerfvuil steeg, terwijl het met 20% zou moeten dalen27. De evaluatie van het lopende plan concludeert dan ook dat “met het huidige beleid de doelstellingen voor zwerfvuil dan ook niet gehaald zullen worden”.28 Niettemin lijkt het plan vooral op dezelfde acties te willen verder bouwen. De Minaraad vraagt dan ook dat dit deel van het plan vertrekt van een kritische analyse van het gevoerde beleid, op basis van de cijfers, en in samenwerking met alle stakeholders.

[72]

Communiceer de zwerfvuilcijfers transparant en op tijd (bijkomende actie). De Minaraad vraagt om een actie toe te voegen om de zwerfvuilcijfers per gemeente proactief en tijdig te communiceren.

[73]

Voer een actie toe in opvolging van de evaluatiestudie over statiegeld of een ander beloningssysteem. Het ontwerpplan behandelt zeer summier de discussie over statiegeld leidt niet tot een actie. In hoofdstuk 10.1.1.2 verwijst het ontwerpplan naar de bepalingen van het verpakkingsplan 2.0 van de Vlaamse Regering en de beslissing om de evaluatie uit dit plan te vervroegen naar eind 2022. Minister Demir stelde in het parlement29 dat er studiewerk en overleg aan de gang is inzake de scope van verschillende systemen, de effectiviteit ervan en de samenwerking met de regio’s. De Minaraad wijst erop dat het al dan niet invoeren van een statiegeldsysteem of een veralgemeend beloningssysteem een bijzonder grote impact heeft op een aantal doelen van het plan, en meent dat hierover in het uiteindelijke plan dan ook best duidelijkheid zou komen indien de timing het toelaat om rekening te houden met de

Zie bv paragraaf [115] in advies 2019-009 over de derde waterbeleidsnota Doelstelling zwerfvuil uit het HAGBA 2016-2022: de totale hoeveelheid zwerfvuil op de grond daalt met 20 gewichtsprocent t.o.v. 2015. Concreet wil dit zeggen dat de totale hoeveelheid zwerfvuil op de grond in 2022 nog maximaal 16.340 ton mag bedragen

28

EVALUATIE VAN HET UITVOERINGSPLAN HUISHOUDELIJK AFVAL EN GELIJKAARDIG BEDRIJFSAFVAL 2016-2022, p. 22

29

https://www.vlaamsparlement.be/nl/parlementair-werk/commissies/commissievergaderingen/1619240/verslag/1620063

Minaraad, advies Lokaal Materialenplan 2023 - 2030, 15/07/2022

20


volledige evaluatie en analyse die tegen eind 2022 zal uitgevoerd worden. Voor de Minaraad is het alvast een belangrijk criterium dat het gekozen systeem een objectief onderbouwde en betekenisvolle impact moet hebben op de hoeveelheid zwerfvuil. [74]

Zet bewustwordingscampagnes in voor promotie herbruikbare alternatieven (actie 57 en 58). Het plan kondigt campagnes aan over de verantwoordelijkheid van consumenten om afval niet op straat te gooien. De Minaraad meent dat, in het licht van de doelstellingen, ook ingezet moet worden op communicatie en sensibilisatie die stuurt naar herbruikbare alternatieven die een structurele oplossing vormen voor zwerfvuilgevoelige producten.

[75]

Verduidelijk hoe effectiviteit en efficiëntie zal worden beoordeeld bij handhaving (actie 65). In het plan is een actie opgenomen die stelt dat lokale en bovenlokale besturen op "een efficiënte en effectieve wijze" zullen handhaven op zwerfvuil en sluikstorten. De Raad vraagt om hier nader invulling aan te geven, in lijn met de aanbeveling in [4].

[76]

Koppel de verplichte acties door gemeenten aan de effectieve beschikbaarheid van de middelen (actie 69). Actie 69 uit het plan bevat een aantal beleidsacties die lokale besturen moeten uitvoeren in het kader van hun lokaal zwerfvuil beleid. Op pagina 129 wordt gesteld dat deze acties gekoppeld zijn aan de vergoeding die gemeenten zouden ontvangen van de producenten voor de zwerfvuilkosten, in uitvoering van de SUP richtlijn. De Raad stelt vast dat er vandaag nog geen zekerheid bestaat over deze vergoedingen, en vraagt om de invoering van deze acties te koppelen aan zekerheid over de effectieve beschikbaarheid van de middelen.

[77]

14 [78]

30

Overweeg een doelstellingen in percentages voor de aanpak van hotspots zwerfvuil. (actie 69, tweede onderdeel). Het plan legt alle gemeenten op om minstens drie locaties aan te pakken die een hotspot vormen voor sluikstorten of zwerfvuil. De Raad vraagt om te overwegen om deze actie uit te drukken in een percentage van het totaal aantal hotspots, om zo beter de verschillen tussen gemeenten in rekening te brengen.

Financiering Voorzie voldoende Vlaamse middelen voor de lokale besturen. Het plan verwacht veel bijkomende inspanningen van de lokale besturen. Tegelijk besliste de Vlaamse Regering in het kader van de begrotingsbesprekingen begroting 2022 om 2.5 miljoen euro te besparen op de subsidies voor lokaal afvalbeleid; vanaf 2023 zou deze besparing 5 miljoen euro worden. De Minaraad heeft eerder al de ambitieuze doelstellingen van de Vlaamse Overheid onderschreven en gevraagd om deze aanpak met kracht te ondersteunen30. De financiële bijdrage van Vlaanderen is belangrijk voor de lokale besturen om de recyclagegraad te verhogen en het restafval te beperken. De Raad vraagt dan ook te verzekeren dat er voldoende middelen ter beschikking worden gesteld.

Advies 2022-006: Gezamenlijk briefadvies over het Besluit subsidiëring lokale besturen voor afval- en materialenbeheer

Minaraad, advies Lokaal Materialenplan 2023 - 2030, 15/07/2022

21


15 [79]

Opvolging van het plan Verduidelijk de relatie met het veranderende EU kader. Het voorliggend plan is opgemaakt in uitvoering van de Europese Kaderrichtlijn afvalstoffen en bevat referenties naar de EU verpakkingsrichtlijn en de SUP-richtlijn. Het plan verwijst daarnaast ook expliciet naar het Europees actieplan circulaire economie, waarin een reeks initiatieven zijn opgenomen die zullen uitgevoerd worden tijdens de (lange) looptijd van dit plan, zoals de herziening van de Afvalrichtlijn, de Verpakkingsrichtlijn en de Ecodesign verordening. De relatie tussen dit plan en deze wijzigingen is tweezijdig: het plan kan een onderbouwing vormen voor de positievorming van Vlaanderen in de lopende discussies op EU niveau; na de EU besluitvorming kan deze aanleiding vormen tot bijstelling van het plan. De wijzigingen in de EU regelgeving kunnen immers impact hebben op de doelen van het plan, of op de mogelijkheden om deze doelen te bereiken. Zie ook [14]. De Minaraad beveelt aan om deze relatie explicieter aan bod te laten komen in het plan. De raad vraagt om te verduidelijken hoe de inhoud van dit plan inhoudelijk doorwerkt of zal doorwerken in de positie van Vlaanderen in de EU discussies. De Raad vraagt daarnaast om de evoluties in de Europese besluitvorming en de effecten ervan op het plan proactief te bespreken, zodat alle stakeholders afdoende betrokken worden bij de besluitvorming.

[80]

31

Verbeter de werking van het overlegplatform (extra actie). De Minaraad apprecieert het feit dat er een evaluatie heeft plaats gevonden van de opvolging van het lopende plan31, en vraagt om in navolging daarvan de werking van het overlegplatform te verbeteren. In het bijzonder vraagt de Raad om de interactie te verbeteren, door meer informatie op voorhand door te sturen, zodat de deelnemers zich beter kunnen voorbereiden op de discussie en door de timing van de vergaderingen zo in te plannen, dat echte input mogelijk is, en niet te laat in het proces komt. De suggestie om de formele structuur aan te vullen met lossere ad hoc overlegmomenten kan daarbij nuttig zijn.

Zie hoofdstuk 8 in EVALUATIE VAN HET UITVOERINGSPLAN HUISHOUDELIJK AFVAL EN GELIJKAARDIG BEDRIJFSAFVAL 2016-2022.

Minaraad, advies Lokaal Materialenplan 2023 - 2030, 15/07/2022

22


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
lokaal_materialenplan_adv_minaraad.pdf by Vlaanderen-be - Issuu