Uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/027
Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2021/027
DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 26 november 2020 diende xxx (hierna: verzoeker), een verzoek in bij de Intercommunale ILvA (hierna: ILvA) tot het verkrijgen van een afschrift van: 1) De aangifte bij de GBA van de camerabewaking op de recyclageparken en een antwoord op de vraag wat de bewaartermijn van de beelden is; 2) Alle documenten met betrekking tot de ontwikkeling van het portaal (zoals (maar niet beperkt tot) risico-analyses, functionele IT analyses, offertes, facturen, project-analyse, etc.); 3) Alle documenten met betrekking tot de technische werking van de gebruikte IT-infrastructuur (chip in de container, encryptie, maatregelen om fraude te voorkomen); 4) Alle documenten met betrekking tot de contracten afgesloten met betalingsverwerkers (zoals bv. Mollie) alsook de concrete motivering om een provisie verplicht te stellen en na facturatie onmogelijk te maken en een antwoord op de vraag of het klopt dat na facturatie een dossierkost van 5 euro wordt aangerekend; 5) Documenten, zoals werkinstructies voor het personeel op het terrein en helpdesk, met betrekking tot gevallen van fraude of gevallen van een technisch probleem bij de ophaling. Tevens vraagt verzoeker in het kader van de AVG om: 6) De noodzaak aan te tonen van de vraag of iemand een tweede verblijf dan wel een hoofdverblijfplaats heeft op het grondgebied; 7) De noodzaak aan te tonen van de vraag naar de samenstelling van het gezin;
www.vlaanderen.be
8) De noodzaak aan te tonen van de vragen naar de akten en beslissingen en naar de vermelding van het register; 9) De noodzaak aan te tonen van de vraag naar het adres van een tweede verblijf; 10) Een antwoord op de vraag of registratie op de ILvA-website ook meteen de acceptatie van de privacy-voorwaarden impliceert of dat bij de registratie de keuze van het formaat van de container ook doorgegeven kan worden zonder akkoord te moeten gaan met de privacy-policy en als ILvA meent dat geen voorafgaand akkoord nodig is, aan te tonen wat de specifieke gronden hiervoor zijn; 11) Een extract van alle gegevens, inclusief de beelden die genomen zijn op het recyclagepark, waarover ILvA beschikt met betrekking tot het rijksregisternummer van de verzoeker en bij elke categorie aan te geven wat de bewaartermijn is en welke stappen ondernomen worden om te garanderen dat verouderde gegevens verwijderd worden. Bijkomend vraagt verzoeker om een digitaal aanvraagformulier in dit kader. Op 14 december 2020 werd het openbaarheidsverzoek gedeeltelijk ingewilligd door ILvA Op 11 januari 2021 diende verzoeker beroep in bij de beroepsinstantie tegen de gedeeltelijke weigeringsbeslissing van ILvA. Dit beroep werd geregistreerd op 11 januari 2021. Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijk verzoek dateert van 26 november 2020. De gedeeltelijke weigeringsbeslissing van ILvA dateert van 14 december 2020. Deze beslissing maakt melding van de beroepsmogelijkheden en -modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, §1, derde lid van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (hierna: Bestuursdecreet). Op 11 januari 2021 diende de verzoeker beroep in tegen voormelde gedeeltelijke weigeringsbeslissing. Het ingediende beroep is bijgevolg tijdig ingediend en is ontvankelijk. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.
1.
Aangevochten beslissing
Op 14 december 2020 bezorgde ILVA volgende documenten en antwoorden aan verzoeker: 1)
Als antwoord op de vraag naar de aangifte bij de GBA van de camerabewaking op de recyclageparken en de bewaartermijn van de beelden: “er is op de recylageparken vooralsnog geen
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/027
pagina 2 van 15
camerabewaking actief. Om de veiligheid van onze personeelsleden te verhogen wordt de camerabewaking wel met een bord aangekondigd, doch deze is er in realiteit nog niet. Dit is geen inbreuk op de privacy-wetgeving. Wij hebben hier dus geen bewaartermijnen te melden en hebben evenmin een aangifte bij de GBA. In het kader van uw inzagerecht (…) kunnen we u dus ook geen camerabeelden laten inzien, omdat deze niet bestaan en niet hebben bestaan.”;
2) Als antwoord op de vraag naar alle documenten met betrekking tot de ontwikkeling van het portaal (zoals (maar niet beperkt tot) risico-analyses, functionele IT analyses, offertes, facturen, projectanalyse, etc): - het deel uit de offerte van INOVIM (voorheen D&C nv) aangaande de ontwikkeling van het portaal; - het deel uit de offerte van INOVIM aangaande de beveiliging van persoonsgegevens; - de oude en actuele verwerkersovereenkomst met INOVIM; - en voor de overige documenten verwees ILvA naar de documenten met betrekking tot de ontwikkeling van het portaal: “Wat ‘alle documenten met betrekking tot de ontwikkeling van het
portaal’ betreft, dienen we u te melden dat een deel van de functionele analyses nog niet af is, omdat het portaal nog verder ontwikkeld wordt. De overheidsopdracht die aan de basis ligt van het portaal wordt nog verder uitgevoerd. Pas op 01/04/2021 verwachten wij dat dit portaal geheel operationeel zal zijn.”;
3) Als antwoord op de vraag naar alle documenten met betrekking tot de technische werking van de gebruikte IT-infrastructuur (chip in de container, encryptie, maatregelen om fraude te voorkomen): - de opdrachtdocumenten voor het leveren en plaatsen van kunststofafvalcontainers met chip & sticker; - de productiefiche van de gebruikte chips; - de oude en de actuele verwerkersovereenkomst met INOVIM; - de opdrachtdocumenten voor het leveren en plaatsen van identificatie-, weeg- en registratiesystemen voor DIFTAR-inzameling; - het deel van de offerte van SULO Belgium met de beschrijving van de beveiliging tegen dataverlies van het identificatie- en weegsysteem; - de recente ijkingsattesten van de voertuigen die met een weeg- en identificatiesysteem worden uitgerust; 4) Als antwoord op de vraag naar alle documenten met betrekking tot de contracten afgesloten met betalingsverwerkers (zoals bv. Mollie) alsook naar de concrete motivering om een provisie verplicht te stellen en na facturatie onmogelijk te maken en als antwoord op de vraag of het klopt dat na facturatie een dossierkost van 5 euro wordt aangerekend: “Wat betreft facturen en contracten met
ondernemingen, beroepen wij ons op het economisch, financieel of commercieel belang van de overheid en op de vertrouwelijke commerciële en industriële gegevens die aan de overheid zijn meegedeeld. Contracten bevatten per definitie financiële en commerciële informatie die de positie van ILvA, maar ook de positie van de contracterende partij, kan verzwakken, indien deze publiek wordt gemaakt. (…) Prefacturatie is niet verplicht. Burgers die geen krediet op de ILvA-rekening storten ontvangen na elke dienstverlening (wanneer het saldo negatief wordt) een betalingsverzoek per post, waarbij zij gevraagd worden het verschuldigde bedrag binnen de toegestane betalingstermijn te betalen. Dit kan zelfs aan de betalingszuilen van het recyclagepark giraal betaald worden.” Aanvullend bezorgde ILvA verzoeker het retributiereglement van de stad Geraardsbergen
met bepalingen inzake administratiekosten; 5) Als antwoord op de vraag naar documenten, zoals werkinstructies voor het personeel op het terrein en helpdesk, met betrekking tot gevallen van fraude of gevallen van een technisch probleem bij de ophaling: “Wat de maatregelen om fraude te voorkomen betreft, beroepen wij ons op de openbare
orde en veiligheid en het geheim van de beraadslaging van overheidsdiensten. Indien alle genomen maatregelen bekend gemaakt zouden worden, zou dat u kennis kunnen verschaffen die u kan aanwenden voor het omzeilen van deze maatregelen. Er wordt u daarom een beperkt inzagerecht
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/027
pagina 3 van 15
6)
7)
8)
9)
10)
verschaft.”. ILvA bezorgt verzoeker wel een voorbeeld van een blacklist met nummers van geblokkeerde containers; Als antwoord op de vraag wat de noodzaak is van de vraag of iemand een tweede verblijf dan wel een hoofdverblijfplaats heeft op het grondgebied, verwijst ILvA naar de privacyverklaring op haar website en bezorgt ze: - de door de Raad van Bestuur opgestelde gegevensbeschermingseffectbeoordeling; - het reglement inzake gewichtsgebonden ophaling zoals goedgekeurd door de Raad van Bestuur; - de algemene machtiging 003/2020 en de aansluiting daarbij van ILvA (rijksregister, gezinssamenstelling en hoofdverblijfplaats); - de protocollen die met het oog op de invoering van gewogen DIFTAR nu reeds zijn afgesloten tussen ILvA en deelnemende gemeentebesturen; Als antwoord op de vraag wat de noodzaak is van de vraag naar de samenstelling van het gezin, verwijst ILvA naar de privacyverklaring op haar website en bezorgt ze: - de door de Raad van Bestuur opgestelde gegevensbeschermingseffectbeoordeling; - het reglement inzake gewichtsgebonden ophaling zoals goedgekeurd door de Raad van Bestuur; - de algemene machtiging 003/2020 en de aansluiting daarbij van ILvA (rijksregister, gezinssamenstelling en hoofdverblijfplaats); - de protocollen die met het oog op de invoering van gewogen DIFTAR nu reeds zijn afgesloten tussen ILvA en deelnemende gemeentebesturen; Als antwoord op de vraag wat de noodzaak is van de vragen naar de akten en beslissingen en naar de vermelding van het register, stelt ILvA dat de privacyverklaring verkeerdelijk vermeldde dat de akten en beslissingen betreffende de rechtsbekwaamheid en de beslissingen tot bewind over de goederen en personen werden geconsulteerd, maar dat dit nooit het geval is geweest en de privacyverklaring ondertussen aangepast is; Als antwoord op de vraag wat de noodzaak is van de vraag naar het adres van een tweede verblijf, verwijst ILvA naar de privacyverklaring op haar website en bezorgt ze: - de door de Raad van Bestuur opgestelde gegevensbeschermingseffectbeoordeling; - het reglement inzake gewichtsgebonden ophaling zoals goedgekeurd door de Raad van Bestuur; - de algemene machtiging 003/2020 en de aansluiting daarbij van ILvA (rijksregister, gezinssamenstelling en hoofdverblijfplaats); - de protocollen die met het oog op de invoering van gewogen DIFTAR nu reeds zijn afgesloten tussen ILvA en deelnemende gemeentebesturen; Als antwoord op de vraag of registratie op de ILvA-website ook meteen de acceptatie van de privacy-voorwaarden impliceert of dat bij de registratie de keuze van het formaat van de container ook doorgegeven kan worden zonder akkoord te moeten gaan met de privacy-policy en als ILvA meent dat geen voorafgaand akkoord nodig is, aan te tonen wat de specifieke gronden hiervoor zijn: “Het gebruik van het portaal is op geen enkele wijze verplicht. Alle dienstverlening (storten van krediet, aanpassen volume van container, consulteren van betaalgeschiedenis, …) die via het portaal kan besteld of gevraagd worden kan tevens telefonisch, per brief of per bankoverschrijving voldaan worden.”;
11) Als antwoord op de vraag naar een extract van alle gegevens, inclusief de beelden die genomen zijn op het recyclagepark, waarover ILvA beschikt met betrekking tot het rijksregisternummer van de verzoeker en bij elke categorie aan te geven wat de bewaartermijn is en welke stappen ondernomen worden om te garanderen dat verouderde gegevens verwijderd worden en de bijkomende vraag naar een digitaal aanvraagformulier in dit kader, stelt ILvA allereerst dat er op de recylageparken geen camera-bewaking actief is (zie antwoord op vraag 1)), dat loggings van e-mails automatisch na een maand verwijderd worden en dat normaal gezien de persoonsgegevens naar aanleiding van een webinar niet bewaard worden (maar nu wel nog aanwezig waren omdat het verzoek tot inzage dateert van enkele dagen voor het plaatsvinden van het online evenement) en bezorgt ze volgende documenten :
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/027
pagina 4 van 15
- de persoonsgegevens van de verzoeker, waarover ILvA beschikt, naar aanleiding van het bezoek van het recylagepark en de huis-aan-huis-afvalophaling; - de loggings van de e-mails die verzoeker ILvA de laatste maand (voor 07/12/2020) heeft verstuurd; - de persoonsgegevens van de verzoeker naar aanleiding van zijn deelname aan de webinars in Geraardsbergen. Tot slot haalt IlvA aan dat het verzoek op een veel te algemene wijze geformuleerd is, wat ILvA niet toestaat de bestuursdocumenten te identificeren die verzoeker wenst te ontvangen. ILvA herinnert verzoeker eraan dat hij, conform artikel II.42 van het Bestuursdecreet het recht heeft het verzoek te herformuleren en dat ze, zodra dit gebeurd is, de aanvraag verder zal behandelen.
2. Inhoud van het beroepschrift Verzoeker stelt beroep in voor alle geweigerde documenten. Daarnaast verzet hij zich specifiek tegen de argumenten van ILvA om de openbaarmaking van alle documenten aangaande de ontwikkeling van het portaal te weigeren: “Het portaal is reeds in gebruik en
burgers hebben de mogelijkheid om erop in te loggen. Een functionele analyse wordt vooraf uitgevoerd om een dienstverlener in staat te stellen een opdracht uit te voeren. Het niet af zijn van het portaal is dus geen reden om de functionele analyses als “niet af” te beschouwen.” Hij verzet zich eveneens tegen de argumenten van ILvA om de openbaarmaking van de facturen en contracten met ondernemingen te weigeren: “Gezien het hier gaat over software ontwikkeling van een
relatief grote partij lijkt me dat het belang van openbaring zwaarder weegt.”
Hij verzet zich tot slot ook tegen de argumenten van ILvA om de openbaarmaking van de maatregelen om fraude te voorkomen te weigeren: “Indien in de ontwikkelde software toepassing mogelijkheden zitten om
de beveiliging te omzeilen moeten deze mogelijkheden ASAP gecorrigeerd worden. In de media is meer dan voldoende terug te vinden over onvoldoende beveiligde toepassingen en de schade waartoe deze aanleiding kunnen geven. Indien het volstaat om over “inside information” te beschikken om veiligheidsmaatregelen te omzeilen is de toepassing inherent onveilig gezien het feit dat het personeelsbestand van het betrokken bedrijf en/of deze van ILvA over deze informatie beschikken. Wat het geheim van de beraadslaging betreft: de betrokken informatie werd meegedeeld aan een private onderneming en is dus per definitie beschikbaar buiten de overheid.”. 3. Standpunt van ILvA en beoordeling door de beroepsinstantie
Om met kennis van zaken over het beroep te kunnen oordelen, heeft de beroepsinstantie op 12 en 25 januari 2021 contact opgenomen met ILvA, om haar de gevraagde documenten te bezorgen en wat meer uitleg te krijgen over dit dossier.
Functionele analyses portaal ILvA weigerde in haar beslissing van 14 december 2020 de openbaarmaking van de functionele analyses met betrekking tot het portaal omdat een deel van deze analyses nog niet af is en nog verder ontwikkeld wordt.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/027
pagina 5 van 15
“De overheidsopdracht die aan de basis ligt van het portaal wordt nog verder uitgevoerd. Pas op 01/04/2021 verwachten wij dat dit portaal geheel operationeel zal zijn.”. Verzoeker meent dat het niet af zijn van het portaal niet hetzelfde is als het niet af zijn van de functionele analyses en dat dit bijgevolg geen goede reden is om de openbaarmaking te weigeren. Ondanks het feit dat verzoeker nooit is ingegaan op de vraag van ILvA tot herformulering van zijn verzoek, stuurde ILvA op 29 januari 2021 alsnog volgende documenten door aan de beroepsinstantie: - Simulatieflows van het portaal; - Het deel van de offerte van D&C dat de ontwikkeling van de website beschrijft, draft van de producten en dotaties die in het portaal zitten; - Powerpoints die het portaal voor de eigenlijke ontwikkeling ervan uitbeelden en door ILvA werden goedgekeurd; - Verslagen van intern overleg aangaande de ontwikkeling van dit portaal. ILvA blijft wel van oordeel dat “deze bestuursdocumenten niet openbaar kunnen gemaakt worden, omdat
ze betrekking hebben op een procedure die nog niet is afgerond en omdat ze financiële en commerciële informatie bevatten: de technische opbouw van een dergelijk portaal is van grote waarde en de bekendmaking ervan zou zowel ILvA als D&C nv schaden.”. Bestuursinstanties kunnen op grond van artikel II.33, 2° van het Bestuursdecreet een aanvraag afwijzen als die betrekking heeft op documenten die niet volledig of niet af zijn. ILvA voegde in dit kader op 20 januari 2021 hierover nog het volgende toe:
“Inwoners kunnen nu reeds hun gewenst formaat van GFT-container of restfractiecontainer digitaal melden, maar van nu tot april 2021 wordt het portaal verder uitgebreid, o.a. met de mogelijkheid om afvalpassen te bestellen, containers aan te kopen, krediet op de provisierekening te storten, … Analyses zijn dus niet af en worden voortdurend bijgesteld.”. De memorie van toelichting bij artikel II.33, 2° van het Bestuursdecreet stelt het volgende: “Het ogenblik waarop een document als "af" kan beschouwd worden, verschilt van document tot document. Zo moet een onderscheid gemaakt worden tussen documenten die worden gemaakt in het kader van een besluitvormingsprocedure en andere documenten. Documenten ter voorbereiding van een besluitvormingsprocedure zijn pas af indien ze een definitieve status hebben verkregen, dit wil zeggen indien ze ondertekend zijn door de persoon die in het kader van deze procedure bevoegd is. Dit betekent geenszins dat er een eindbeslissing in de procedure zou moeten genomen zijn. Ook tussentijdse rapporten, adviezen en nota's zijn openbaar, nog voor de eindbeslissing is gevallen, voor zover ze definitief af zijn, dit wil zeggen ondertekend door de bevoegde persoon, zelfs al zijn deze documenten vatbaar voor wijziging of herziening ten gevolge van nieuwe factoren en elementen. Andere documenten, die niet kaderen in een besluitvormingsprocedure worden door de opsteller(s) zelf van het document gekwalificeerd als zijnde af of niet af. Zo zal een document dat wordt opgesteld door een groep personen, slechts af zijn wanneer de groep besluit dat het document af is, dit wil zeggen dat er niets meer aan het document dient veranderd te worden, wat niet uitsluit dat wijzigingen achteraf mogelijk zijn ten gevolge van nieuwe omstandigheden.” (Parl.St. Vl.Parl. 2017-18, nr. 1656/1, 56-57).”. De simulatieflows, drafts van producten en dotaties die in het portaal zitten en de powerpoints zijn producten van een privaat bedrijf en kaderen niet in een besluitvormingsprocedure. Nergens in de simulatieflows of drafts van producten en dotaties zijn er aanwijzingen dat dit privaat bedrijf deze documenten als af beschouwt, wat aannemelijk lijkt, nu de voorziene datum voor de finalisering van het
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/027
pagina 6 van 15
portaal 1 april 2021 is. Enkel de powerpoints kan men als ‘af’ beschouwen, nu deze door ILvA werden goedgekeurd. ILvA verwijst ook naar de uitzonderingsgrond zoals bepaald in artikel II.35, 1° van het Bestuursdecreet voor het weigeren van deze documenten. Voormeld artikel bepaalt dan een aanvraag om openbaarmaking afgewezen moet worden indien het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen de bescherming van het economisch, financieel of commercieel belang van een overheidsinstantie. Deze bepaling heeft tot doel de economische, financiële en commerciële belangen van instanties te beschermen tegen het risico van speculatieve daden die voorkennis van informatie kan meebrengen. Daarom moet er worden nagegaan of de eventuele openbaarmaking van de simulatieflows, drafts van producten en dotaties die in het portaal zitten en de powerpoints mogelijk voorkennis van informatie zou kunnen inhouden met risico van speculatieve daden. ILvA zelf maakt dit argument niet verder hard. De beroepsinstantie ziet niet in op welke wijze het voormeld belang van ILvA geschonden zou kunnen worden door de openbaarmaking. De beroepsinstantie treedt bijgevolg het standpunt van ILvA om de weigering van de gevraagde documenten te steunen op artikel II, 35, 1° van het Bestuursdecreet niet bij. Tot slot haalt ILvA artikel II, 35, 3° van het Bestuursdecreet aan om de openbaarmaking van de documenten te weigeren. Dit artikel stipuleert dat een verzoek tot openbaarmaking wordt afgewezen indien het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen de bescherming van het vertrouwelijk karakter van commerciële en industriële informatie, wanneer deze informatie beschermd wordt om een gelegitimeerd economisch belang te vrijwaren, tenzij degene van wie de informatie afkomstig is met de openbaarheid instemt. Het betreft een relatieve uitzonderingsgrond die verplicht tot een belangenafweging, waarbij het belang van de openbaarheid moet worden afgewogen tegen het belang dat door de uitzonderingsgrond wordt beschermd. Voormeld artikel beoogt de bescherming van de vertrouwelijke, aan een instantie meegedeelde, commerciële en industriële gegevens, die in globo als ondernemingsgegevens kunnen worden beschouwd. Het moet gaan om gegevens die voor de onderneming van belang zijn en waarvan de openbaarmaking van aard is haar nadeel te berokkenen. De overheid kan de openbaarmaking van deze gegevens afwijzen als ze een vertrouwelijk karakter hebben, d.w.z. als na afweging blijkt dat het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen de bescherming van het ondernemingsbelang (Parl.St, Vl.Parl, 2017-18, nr. 1656/1, 62). Het is de bedoeling van het decreet om de eigenlijke ondernemingsgegevens en de handelsgeheimen van firma’s te beschermen, met het oog op een eerlijke mededinging bij toekomstig te gunnen opdrachten. Met de bescherming van het vertrouwelijk karakter van de commerciële bedrijfsgegevens wordt een gelegitimeerd economisch belang gevrijwaard, namelijk voorkomen dat er significante schade zou toegebracht worden aan bepaalde firma’s door het openbaar maken van strikt vertrouwelijke en bedrijfseigen informatie, waardoor tevens de mogelijkheid gecreëerd zou worden dat aan concurrenten een competitief voordeel zou worden gegeven. De beroepsinstantie is van oordeel dat met het vrijgeven van de functionele analyses afbreuk wordt gedaan aan de bescherming van vertrouwelijke commerciële en industriële informatie van de betrokken firma en schade wordt berokkend aan de betrokken firma. Het legt immers het plan van aanpak van de firma bloot. Binnen de sector van website-ontwikkelaars zijn er immers ongetwijfeld veel concurrenten actief en de kennis van de aanpak via de functionele analyses kan worden aangewend door concurrerende firma’s. Deze informatie betreft immers bedrijfseigen informatie waarvan het vertrouwelijk karakter moet worden beschermd. De afweging tussen voormeld belang en het algemeen belang dat gebaat is met de openbaarmaking leidt niet tot een ander oordeel. Conform artikel II.46, derde lid en artikel II.50, §1, derde lid Bestuursdecreet dient de betrokken instantie of de beroepsinstantie normaliter contact op te nemen met de betrokken firma met de vraag of de aanvrager toestemming krijgt om alsnog toegang te krijgen tot de gevraagde informatie. In casu heeft verzoeker zelf
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/027
pagina 7 van 15
reeds meerdere malen de firma gecontacteerd met het oog op het bekomen van allerlei documenten. De firma liet ILvA duidelijk weten niet akkoord te gaan met het overhandigen van deze informatie aan de verzoeker. De beroepsinstantie is bijgevolg van oordeel dat het beroepschrift voor dit onderdeel ongegrond is.
Facturen en contracten afgesloten met betalingsverwerkers Wat de vraag (vraag 4) betreft naar alle documenten met betrekking tot de contracten afgesloten met betalingsverwerkers (zoals bv. Mollie), stelde ILvA in haar beslissing van 14 december 2020 zich te beroepen op het economisch, financieel of commercieel belang van de overheid en op de vertrouwelijke commerciële en industriële gegevens die aan de overheid zijn meegedeeld en voegde hier aan toe dat contracten per definitie financiële en commerciële informatie bevatten die de positie van ILvA, maar ook de positie van de contracterende partij, kan verzwakken, indien deze publiek wordt gemaakt. Ondanks het feit dat verzoeker nooit is ingegaan op de vraag van ILvA tot herformulering van zijn verzoek, stuurde ILvA op 29 januari 2021 alsnog volgende documenten door aan de beroepsinstantie: a) De offerte van INOVIM ‘ILVA POM functionaliteit in CI-WEB’; b) De gunningsbeslissing waarmee de betaalmogelijkheden op het portaal uitgebreid worden; c) De verwerkersovereenkomst met BUCKAROO; d) Het contract met CCV Bancontact voor wat betaalverkeer op de recyclageparken betreft. a) De offerte van INOVIM Wat de offerte van INOVIM ‘ILVA POM functionaliteit in CI-WEB’ betreft, stelt de beroepsinstantie vast dat het overgrote deel van deze offerte algemene informatie bevat over de POM-functionaliteit, informatie die ook gevonden kan worden op de website van POM (https://www.pom.be/nl/betaald-worden). De beroepsinstantie ziet dan ook geen bezwaren om dit deel van de offerte openbaar te maken. De beroepsinstantie is bijgevolg van oordeel dat het beroepschrift voor dit onderdeel gegrond is. De pagina’s 12 tot en met 14 anderzijds bevatten tabellen met eenheidsprijzen. ILvA verwijst allereerst naar de uitzonderingsgrond zoals bepaald in artikel II.35, 1° van het Bestuursdecreet voor het weigeren van deze documenten. Voormeld artikel bepaalt dan een aanvraag om openbaarmaking afgewezen moet worden indien het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen de bescherming van het economisch, financieel of commercieel belang van een overheidsinstantie. Deze bepaling heeft tot doel de economische, financiële en commerciële belangen van instanties te beschermen tegen het risico van speculatieve daden die voorkennis van informatie kan meebrengen. Daarom moet er worden nagegaan of de eventuele openbaarmaking van de offerte mogelijk voorkennis van informatie zou kunnen inhouden met risico van speculatieve daden. ILvA zelf maakt dit argument niet verder hard. Voor wat het algemene deel betreft ziet de beroepsinstantie niet in op welke wijze het voormeld belang van ILvA geschonden zou kunnen worden door de openbaarmaking. De beroepsinstantie treedt bijgevolg het standpunt van ILvA voor dit deel om de weigering van de gevraagde documenten te steunen op artikel II, 35, 1° van het Bestuursdecreet niet bij. De pagina’s 12 tot en met 14 van dit document, met de eenheidsprijzen, kan wel voorkennis verschaffen aan concurrenten op de markt van de websiteontwikkelaars en zo de onderhandelingspositie van ILvA of andere bestuursinstanties bij mogelijke gelijkaardige projecten in de toekomst ondermijnen.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/027
pagina 8 van 15
Daarnaast is het van belang dit deel te toetsen aan de uitzonderingsgrond van artikel II.35, 3°, die ILvA eveneens inroept en die dient om het vertrouwelijke karakter van commerciële en industriële informatie te beschermen om een gelegitimeerd economisch belang te vrijwaren. Eenheidsprijzen worden inderdaad als commerciële informatie met een vertrouwelijk karakter beschouwd, waarvan de vertrouwelijkheid beschermd wordt om een gelegitimeerd economisch belang van de firma in kwestie te vrijwaren. Indien de door INOVIM gehanteerde eenheidsprijzen openbaar zouden worden gemaakt, kan dit immers haar concurrentiepositie aantasten bij het deelnemen aan nieuwe overheidsopdrachten doordat concurrentiële firma’s hun geboden prijzen hierop zouden kunnen afstemmen en daardoor meer kans zouden kunnen maken om die opdrachten binnen te halen. Eenheidsprijzen (gekoppeld aan vermelde hoeveelheden) moeten dus beschouwd worden als gevoelige commerciële informatie in hoofde van INOVIM. Het belang van de openbaarheid van de voormelde eenheidsprijzen weegt in casu dan ook niet op tegen de bescherming van het belang dat gepaard gaat met het hiervoor geciteerde vertrouwelijke karakter van de commerciële informatie die voorkomt in dit deel van de offerte. De beroepsinstantie is van oordeel dat de pagina’s 12 tot en met 14 van de offerte, met de vermelde eenheidsprijzen en hoeveelheden, aan de openbaarmaking moeten worden onttrokken, verwijzende naar de toepassing van artikel II.35, 3° van het Bestuursdecreet. Conform artikel II.46, derde lid en artikel II.50, §1, derde lid Bestuursdecreet dient de betrokken instantie of de beroepsinstantie normaliter contact op te nemen met de betrokken firma met de vraag of de aanvrager toestemming krijgt om alsnog toegang te krijgen tot de gevraagde informatie. In casu heeft verzoeker zelf reeds meerdere malen de firma gecontacteerd met het oog op het bekomen van allerlei documenten. De firma liet ILvA duidelijk weten niet akkoord te gaan met het overhandigen van deze informatie aan de verzoeker. De beroepsinstantie is bijgevolg van oordeel dat het beroepschrift voor dit onderdeel ongegrond is. b) De gunningsbeslissing, waarmee de betaalmogelijkheden op het portaal worden uitgebreid Deze beslissing bevat allereerst algemene informatie over de nieuwe functionaliteit van het portaal en een beschrijving van de procedure. De beroepsinstantie ziet geen gronden om de openbaarmaking van dit deel te weigeren. Ook het eindbesluit van de Raad van Bestuur blijft zeer algemeen en kan openbaar gemaakt worden. De beroepsinstantie is bijgevolg van oordeel dat het beroepschrift voor dit onderdeel gegrond is. Een uitzondering hierop moet gemaakt worden voor alinea 4 van de beslissing die totaalprijzen, gekoppeld aan hoeveelheden bevat. Dit laat bijgevolg toe probleemloos de eenheidsprijs te berekenen. ILvA verwijst allereerst naar de uitzonderingsgrond zoals bepaald in artikel II.35, 1° van het Bestuursdecreet voor het weigeren van deze documenten. Voormeld artikel bepaalt dan een aanvraag om openbaarmaking afgewezen moet worden indien het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen de bescherming van het economisch, financieel of commercieel belang van een overheidsinstantie. Deze bepaling heeft tot doel de economische, financiële en commerciële belangen van instanties te beschermen tegen het risico van speculatieve daden die voorkennis van informatie kan meebrengen. Daarom moet er worden nagegaan of de eventuele openbaarmaking van de offerte mogelijk voorkennis van informatie zou kunnen inhouden met risico van speculatieve daden. ILvA zelf maakt dit argument niet verder hard. Voor wat het algemene deel betreft ziet de beroepsinstantie niet in op welke wijze het voormeld belang van ILvA geschonden zou kunnen worden door de openbaarmaking. De beroepsinstantie treedt bijgevolg het standpunt van ILvA voor dit deel om de weigering van de gevraagde documenten te steunen op artikel II, 35, 1° van het
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/027
pagina 9 van 15
Bestuursdecreet niet bij. De pagina’s 12 tot en met 14 van dit document, met de eenheidsprijzen, kan wel voorkennis verschaffen aan concurrenten op de markt van de websiteontwikkelaars en zo de onderhandelingspositie van ILvA bij mogelijke gelijkaardige projecten in de toekomst ondermijnen. Daarnaast is het van belang dit deel te toetsen aan de uitzonderingsgrond van artikel II.35, 3°, die ILvA inroept en die dient om het vertrouwelijke karakter van commerciële en industriële informatie te beschermen om een gelegitimeerd economisch belang te vrijwaren. Eenheidsprijzen worden inderdaad als commerciële informatie met een vertrouwelijk karakter beschouwd, waarvan de vertrouwelijkheid beschermd wordt om een gelegitimeerd economisch belang van de firma in kwestie te vrijwaren. Indien de door D&C nv gehanteerde eenheidsprijzen openbaar zouden worden gemaakt, kan dit immers haar concurrentiepositie aantasten bij het deelnemen aan nieuwe overheidsopdrachten doordat concurrentiële firma’s hun geboden prijzen hierop zouden kunnen afstemmen en daardoor meer kans zouden kunnen maken om die opdrachten binnen te halen. Eenheidsprijzen (gekoppeld aan vermelde hoeveelheden) moeten dus beschouwd worden als gevoelige commerciële informatie in hoofde van D&C nv. Het belang van de openbaarheid van de voormelde eenheidsprijzen weegt in casu dan ook niet op tegen de bescherming van het belang dat gepaard gaat met het hiervoor geciteerde vertrouwelijke karakter van de commerciële informatie die voorkomt in dit deel van de gunningsbeslissing. De beroepsinstantie is van oordeel dat alinea 4 van de gunningsbeslissing aan de openbaarmaking moeten worden onttrokken, verwijzende naar de toepassing van artikel II.35, 3° van het Bestuursdecreet. Conform artikel II.46, derde lid en artikel II.50, §1, derde lid Bestuursdecreet dient de betrokken instantie of de beroepsinstantie normaliter contact op te nemen met de betrokken firma met de vraag of de aanvrager toestemming krijgt om alsnog toegang te krijgen tot de gevraagde informatie. In casu heeft verzoeker zelf reeds meerdere malen de firma gecontacteerd met het oog op het bekomen van allerlei documenten. De firma liet ILvA duidelijk weten niet akkoord te gaan met het overhandigen van deze informatie aan de verzoeker. De beroepsinstantie is bijgevolg van oordeel dat het beroepschrift voor dit onderdeel ongegrond is. c) De verwerkersovereenkomst met BUCKAROO De doorgestuurde verwerkersovereenkomst met BUCKAROO blijft heel algemeen en is niet veel meer dan een herhaling van de verplichtingen uit de Algemene Verordening Gegevensbescherming. De beroepsinstantie ziet dan ook niet in hoe de openbaarmaking van deze overeenkomst het economisch, financieel of commercieel belang van ILvA of de vertrouwelijkheid van commerciële en industriële gegevens van BUCKAROO zou schenden. Hierom gevraagd door de beroepsinstantie op 2 februari 2021, uitte ILvA geen bezwaar om deze overeenkomst openbaar te maken. De beroepsinstantie is bijgevolg van oordeel dat het beroepschrift voor dit onderdeel gegrond is. d) Het contract met CCV Bancontact voor wat betaalverkeer op de recyclageparken betreft De pagina’s 1 en 4 van dit contract bevatten algemene informatie over de klant, de diensten en de locatie, die ook elders consulteerbaar zijn. Ook pagina 5 met geschatte hoeveelheden transacties via de betaalautomaat, lijkt geen gevoelige informatie te bevatten, die niet voor openbaarmaking in aanmerking kan komen. Pagina 6 bevat een overzicht van locaties met een betaalterminal. Dit is iets dat ter plaatse ook kan geconstateerd worden. De beroepsinstantie ziet geen gronden om de openbaarmaking van dit deel te weigeren.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/027
pagina 10 van 15
De beroepsinstantie is bijgevolg van oordeel dat het beroepschrift voor dit onderdeel gegrond is. Pagina’s 2 en 3 bevatten informatie van ILvA in het UBO-register. Dit UBO-register is voor particulieren enkel consulteerbaar tegen betaling. Het kan niet de bedoeling zijn deze betalingsplicht te omzeilen via het indienen van een openbaarheidsverzoek. De beroepsinstantie meent dan ook dat openbaarmaking van deze pagina’s geweigerd moet worden. De beroepsinstantie is bijgevolg van oordeel dat het beroepschrift voor dit onderdeel ongegrond is.
Documenten m.b.t. maatregelen om fraude te voorkomen Wat de vraag naar de documenten m.b.t. fraudemaatregelen betreft, beriep ILvA zich bij de weigering van de openbaarmaking in haar beslissing van 14 december 2020 op de openbare orde en veiligheid en het geheim van de beraadslaging van overheidsdiensten. Ze stelde: “Indien alle genomen maatregelen bekend
gemaakt zouden worden, zou dat u kennis kunnen verschaffen die u kan aanwenden voor het omzeilen … van deze maatregelen.”
Verzoeker meent dat deze weigering onterecht is omdat mogelijkheden om de beveiliging te omzeilen in de ontwikkelde software ASAP gecorrigeerd moeten worden en omdat de toepassing inherent onveilig is als het volstaat om over inside informatie te beschikken om de veiligheidsmaatregelen te omzeilen, zoals het geval is voor het personeel van het betrokken bedrijf of dat van ILvA. Het argument van het geheim van de beraadslaging gaat volgens hem evenmin op omdat de informatie wel werd meegedeeld aan een private onderneming, wat betekent dat het per definitie beschikbaar is buiten de overheid. Hiernaar gevraagd door de beroepsinstantie op 25 januari 2021, stuurde ILvA op 29 januari 2021 alsnog volgende documenten door aan de beroepsinstantie: e) Een email van de verantwoordelijke operaties van 30 november 2020, dat de handelingen van operationele personeelsleden beschrijft; f) Een mail van 2 december 2020 met een beschrijving van de dienstverlener over de manier waarop de zogenaamde blacklist wordt opgesteld. Artikel II.35, 6° van het Bestuursdecreet stelt inderdaad dat overheidsinstanties, vermeld in artikel II.28, §1, een aanvraag tot openbaarmaking moeten afwijzen, indien ze van oordeel zijn dat het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen de bescherming van de openbare orde en de veiligheid. Dit moet telkens in concreto beoordeeld worden. In casu ziet de beroepsinstantie in de 2 mails geen informatie aan de hand waarvan verzoeker kennis verkrijgt om de maatregelen te omzeilen, gezien hun algemeenheid. ILvA haalt ook de uitzonderingsgrond aan die voorzien is in artikel II, 34, 3° van het Bestuursdecreet. Dit artikel bepaalt dat een aanvraag tot openbaarmaking kan worden afgewezen als de openbaarmaking afbreuk doet aan het geheim van de beraadslagingen van de organen van de Vlaamse overheid, van de organen van de lokale overheden, van de organen van de instellingen met een publieke taak en van de organen van de milieu-instanties. De uitzonderingsgrond, voorzien in dit artikel, heeft tot doel om te vermijden dat een bepaalde discussie zou worden lamgelegd. In de memorie van toelichting bij het Bestuursdecreet is daaromtrent gestipuleerd dat een document of een deel ervan aan de openbaarheid moet onttrokken worden wanneer, na afweging blijkt dat de lectuur ervan, de inhoud van de discussie tijdens een beraadslaging kenbaar maakt, terwijl het een vertrouwelijke discussie betrof. Deze uitzondering werd niet in het leven geroepen om de documenten die ten grondslag liggen aan of het gevolg zijn van een beraadslaging van een orgaan van een bestuursinstantie aan de openbaarmaking te onttrekken, doch wel om de eigenlijke beraadslaging zelf geheim te houden. Er mag
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/027
pagina 11 van 15
niet achterhaald kunnen worden, via de openbaarmaking van een document, wie nu precies welk standpunt heeft ingenomen bij de bespreking van een agendapunt binnen dat orgaan. De beroepsinstantie stelt vast dat het in casu over documenten gaat, waar dit niet aan de orde is. Daarenboven zijn de documenten niet opgesteld door organen die vallen onder het toepassingsgebied ratione personae van deze uitzonderingsgrond. De Memorie van Toelichting bij dit artikel verduidelijkt:
“Ratione personae betreft de uitzondering alle collegiale organen van de instanties die onder het toepassingsgebied vallen: dat zijn uiteraard de Vlaamse Regering, het Vlaams Parlement, lokale politieke organen, maar ook de raden van bestuur van de agentschappen en van instellingen met een publieke taak, commissies met beslissingsbevoegdheid enzovoort.”. De beroepsinstantie is bijgevolg van oordeel dat het beroepschrift voor dit onderdeel gegrond is.
Alle overige niet expliciet benoemde documenten Voor het overige wijst ILvA in een aanvullende mail van 20 januari 2021 op het onredelijk karakter van het verzoek en dat elk aangeleverd antwoord leidt tot een hele reeks nieuwe vragen en ermee gepaard gaande beroepen. ILvA verwijst in dit kader niet alleen naar artikel II.33, 1° van het Bestuursdecreet, maar ook naar artikel 12/5 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming. Dit artikel voorziet, net als artikel II.33, 1° van het Bestuursdecreet, in een uitzonderingsgrond voor kennelijk onredelijke verzoeken. Deze uitzonderingsgrond kan ingeroepen worden door de verwerkingsverantwoordelijke, wat in casu niet altijd ILvA zelf zal zijn. Daarenboven hebben niet alle opgevraagde documenten betrekking op de verwerking van persoonsgegevens. Nu het hier in casu een procedure in het kader van de openbaarheid van bestuur betreft en een opvraging in het kader van de verwerking van persoonsgegevens onderhevig is aan andere wetgeving met een eigen procedure, volstaat het dit verzoek te toetsen aan de uitzondering van kennelijke onredelijkheid van het Bestuursdecreet, zeker nu de instantie die deze verzoeken moet behandelen niet noodzakelijk dezelfde is als de verwerkingsverantwoordelijke en conform artikel 86 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming in deze de wetgeving rond openbaarheid van bestuur ten volle blijft gelden. ILvA wijst in haar verweer ook naar de grote omschakeling naar ‘gewogen DIFTAR’ waar ze voorstaat, waardoor quasi alle personeelsleden in dit project ingeschakeld zijn en er weinig tijd rest voor het beantwoorden van dergelijke omvangrijke openbaarheidsverzoeken. Dit project vereist immers: 1) Indienen en opvolgen van subsidiedossiers bij OVAM; 2) Het plaatsen van diverse overheidsopdrachten (samen goed voor meer dan 7 miljoen euro aan investeringen); 3) Het aangaan van verschillende leningen om deze investeringen te kunnen financieren; 4) De quasi doorlopende communicatie met de Raad van Bestuur en de 15 betrokken gemeentebesturen (onder meer mbt retributiereglementen); 5) Het aanpassen van 29 huisvuilwagens; 6) Het uitbouwen van het burgerportaal opdat 350.000 burgers het gewenste containerformaat kunnen kiezen, een provisierekening ter beschikking hebben, extra containers kunnen aankopen, hun saldo kunnen consulteren, …; 7) Het afsluiten van protocollen met gemeentebesturen aangaande de uitwisseling van informatie; 8) Het opzetten van een communicatiecampagne; 9) Het uitwerken van afzonderlijke communicaties naar o.a. syndici, verenigingen, bedrijven, eigenaars van een tweede verblijf;
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/027
pagina 12 van 15
10) 11) 12) 13)
Het uittekenen van nieuwe inzamelrondes; Het uitwerken, laten drukken en tijdig verdelen van nieuwe inzamelkalenders; Het aanschrijven van de inwoners met meer praktische informatie; Het uitschrijven van een reglement aangaande de dienstverlening;
Medewerkers hebben dus weinig tijd voor andere zaken. De vraag van betrokkene naar bv. alle documenten met betrekking tot de ontwikkeling van het portaal of alle documenten met betrekking tot de technische werking van de gebruikte IT-infrastructuur, betekent het doorzenden van alle informatie die sinds de zomer van 2019 op een kantoor of computer van ILvA is gepasseerd. Louter ter ontwikkeling van het portaal gaat het over tientallen vergaderingen tussen ILvA en de betrokken verwerker ILvA voegt hier op 29 januari 2021 nog het volgende aan toe: “Uit een eerste nazicht
blijken er in 2020 ettelijke honderden e-mails te zijn verstuurd, doorgaans met bijlagen, tussen sturende personeelsleden van ILvA en D&C nv, de onderneming die instaat voor de ontwikkeling van het portaal. Het is onredelijk een loutere oplijsting van al deze bestuursdocumenten op te stellen, laat staat dat ILvA voor elk document de uitzonderingsgronden zoals beschreven in de artikelen II.34 en II.35 zou moeten nagaan.”
Ook het leveren en plaatsen van de containers met chip wordt sinds de zomer van 2020 wekelijks opgevolgd op een terugkerend overleg en zorgt bijgevolg voor een groot aantal documenten. Het uitrusten van de vrachtwagens met geijkte weegschalen (wat onderdeel is van de maatregelen met betrekking tot fraude) tenslotte is een proces van maanden, met een hele reeks aan documenten in dit verband, gespreid in de tijd. Artikel II.42, eerste lid van het Bestuursdecreet bepaalt dat, als de aanvraag kennelijk onredelijk is of op een te algemene wijze is geformuleerd, de overheidsinstantie, zo spoedig mogelijk, en uiterlijk binnen twintig kalenderdagen, de aanvrager verzoekt om zijn aanvraag te specificeren of te vervolledigen. ILvA stelde die vraag gelijktijdig met haar beslissing van 14 december 2020. Dit is binnen de 20 kalenderdagen, zoals bepaald in artikel II.42, eerste lid Artikel II.33, 1° van het Bestuursdecreet bepaalt dat een overheidsinstantie een openbaarheidsverzoek kan afwijzen wanneer de aanvraag kennelijk onredelijk blijft of op een te algemene wijze geformuleerd blijft, na een verzoek van de betrokken instantie tot herformulering van de eerste aanvraag als vermeld in artikel II.42. Het grondwettelijke recht op openbaarheid van bestuur is een instrument dat de burgers moet toelaten controle uit te oefenen op het handelen van het bestuur. Het moet de burgers in staat stellen de rechtmatigheid van het overheidsoptreden te beoordelen en met kennis van zaken te beslissen of er grond bestaat dat optreden in rechte aan te vechten. De beroepers hebben aldus het volste recht gebruik te maken van de openbaarheid van bestuur om het doen en laten van bepaalde bestuursinstanties betreffende aangelegenheden die ze zich ter harte hebben genomen, na te gaan. Zij zijn er echter niet van ontslagen om hun rechten op redelijke en zorgvuldige wijze uit te oefenen. Het belang dat de beroepers bij de uitoefening van hun rechten hebben, moet in redelijke verhouding staan met de gevolgen voor de werking van de diverse bestuursinstanties. Huidig verzoek op zich vraagt al naar een enorme hoeveelheid aan documenten door bijvoorbeeld te vragen naar alle documenten met betrekking tot de ontwikkeling van het portaal of alle documenten met betrekking tot de technische werking van de gebruikte IT-infrastructuur. Verzoeker is daarenboven niet ingegaan op de vraag om zijn verzoek meer te specificeren, maar herhaalt in tegendeel zijn vage vraag naar de openbaarmaking van “alle” geweigerde documenten.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/027
pagina 13 van 15
ILvA wijst er ook op dat verzoeker nadien nog volgende verzoeken indiende: 1) Op 9/12/2020 diende de betrokken persoon een verzoek in tot openbaarmaking van de lijst van personen die toegang hebben tot informatie ingezameld in DIFTAR en de akkoorden en afspraken die met partijen gemaakt zijn in het kader van de gewogen DIFTAR; 2) Op 11/01/2021 volgde een verzoek, waarin betrokkene vraagt naar “de communicatie tussen de IT afdeling van ILvA met de IT diensten van de ontwikkelaar, de documenten waarin schriftelijke garanties gegeven worden dat de wijziging uitgevoerd werd alsook de datum van uitvoering, de documenten waarin schriftelijke garanties gegeven worden aan ILvA dat naast de personeelsleden van ILvA ook interne personeelsleden van de ontwikkelaar niet langer paswoorden kunnen zien; 3) Op 12/01/2021 volgde een nieuwe email, waarin verzocht werd te melden welke de “Trusted 3d party is waarmee ILvA samenwerkt met het oog op pseudonimisering en anonimisering”; 4) Op 14/01/2021 vroeg betrokkene in een nieuw verzoek, met betrekking tot het gebruik van cookies op de website van ILvA de volgende informatie: alle communicatie afkomstig van/gericht aan/tussen (personeelsleden van) ILvA met betrekking tot het gebruik van cookies en Google Analytics op de website https://www.ilva.be; alle documenten ontvangen/verstuurd aan/door ILvA en de ontwikkelaar van de website (indien deze extern ontwikkeld werd); documenten waarin het gebruik van cookies en Google Analytics aan bod gekomen is, zoals analyses rond de verzamelde persoonsgegevens en eventuele risico’s; interne instructies voor personen die toegang hebben tot de Google Analytics resultaten; juridische grondslag voor de verwerking van de verzamelde persoonsgegevens; interne goedkeuring binnen de hiërarchie van ILvA en akkoord van de hiërarchie over de huidige implementatie op de website; een volledige lijst van alle metrics en gegevens die verzameld worden en voor elke metric: a. het doel van deze verwerkingen, b. de categorieën van date, c. de ontvangers van deze data (intern en/of extern), d. de periode van de opslag, e. het bestaan van mogelijkheden om zich te verzetten tegen eventuele dataverwerkingen, f. het al dan niet bestaan van automatische beslissingsvorming, profiling, of eender welke automatische datamechanismen; de bronnen van data waarover ILvA beschikt. Huidig zeer omvangrijk verzoek, waarbij verzoeker niet ingegaan is op de vraag tot herformulering en het feit dat verzoeker niet ophoudt omvangrijke openbaarheidsverzoeken in te dienen bij ILvA, leidt de beroepsinstantie tot de vaststelling dat het verzoek voor de overige documenten kennelijk onredelijk is, vermits het betrekking heeft op een onschatbaar aantal documenten. De toetsing aan de uitzonderingsgronden van alle documenten, die mogelijk beantwoorden aan de vraag van verzoeker, zou dermate tijdrovend zijn, dat de aanvraag als kennelijk onredelijk moet beschouwd worden. Na billijke afweging van ieders belangen, komt de beroepsinstantie, gelet op wat hiervoor werd uiteengezet, dan ook tot de conclusie dat het openbaarheidsverzoek voor de niet nader gespecificeerde documenten afgewezen moet worden in toepassing van artikel II.33, 1° van het Bestuursdecreet. Het voordeel van de informatie die beroeper bekomt weegt kennelijk niet op tegen de last die deze veel te algemeen geformuleerde aanvraag veroorzaakt voor de betrokken instantie. De beroepsinstantie is bijgevolg van oordeel dat het beroepschrift voor dit onderdeel ongegrond is. Na beraadslaging
BESLUIT: Het beroepschrift van xxx d.d. 11 januari 2021 tegen de gedeeltelijke weigeringsbeslissing van ILvA wordt als ontvankelijk beschouwd en gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond beschouwd.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/027
pagina 14 van 15
Bijgevolg dienen de volgende documenten openbaar te worden gemaakt, door er een afschrift van te bezorgen: - De pagina’s 1 tot en met 11 van de offerte van INOVIM; - De gunningsbeslissing, waarmee de betaalmogelijkheden op het portaal worden uitgebreid, met uitzondering van de vierde alinea; - De verwerkersovereenkomst met BUCKAROO; - Pagina’s 1 en 4 tot en met 6 van het contract met CCV Bancontact, voor wat het betaalverkeer op de recyclageparken betreft; - De e-mail van de verantwoordelijke operaties van 30 september 2020, dat de handelingen van de operationele personeelsleden beschrijft; - De e-mail van 2 december 2020 met een beschrijving van de dienstverlener over de manier waarop de zogenaamde blacklist wordt opgesteld.
Geen toestemming tot hergebruik van bestuursdocumenten In zoverre dit beroep gegrond werd verklaard, geldt dat deze inwilliging van de aanvraag tot openbaarmaking GEEN toestemming inhoudt om de gevraagde bestuursdocumenten te hergebruiken, als vermeld in titel II, hoofdstuk 4 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (zie artikel II.44, §3, van het Bestuursdecreet). Brussel, 4 februari 2021 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/027
pagina 15 van 15