RESEARCH SUMMARY
ONDERZOEK I.K.V.
VIONA STEUNPUNT WSE
Capita Selecta Recent Arbeidsmarktonderzoek in Vlaanderen
Richtlijnen voor auteurs -
De hoofdindeling ligt vast en bestaat uit volgende rubrieken: abstract, doelen, methoden en data, bevindingen, conclusies en beleidsimplicaties. Binnen elk tekstveld ben je vrij om eigen indelingen en tussentitels aan te brengen, op basis van de inhoud van het onderzoek. Ook gebruik van illustraties, figuren en tabellen is mogelijk. Gelieve deze in een afzonderlijk document bij te voegen. Vermijd voetnoten.
-
Voor de referentie(s) van het samengevatte onderzoek is ruimte voorzien in de laatste rubriek van het document : daar kan je ook verwijzen naar je eigen publicaties (NL of anderstalig) die bij dit onderzoek horen.
-
Voor bepaalde rubrieken zal meer of minder plaats nodig zijn, afhankelijk van het onderzoek. Naast de voorziene tekstvelden zijn er ook twee grijs gearceerde kaderstukken : een eerste voor de verduidelijking van begrippen en structuren en een tweede voor de methodologische toelichting. Deze ruimte kan je gebruiken als extra tekstvelden.
-
Maak de tekst vlot leesbaar en begrijpelijk voor niet-ingewijden in de materie en discipline.
-
Schrijf de tekst ook met het oog op het internationale doelpubliek, dus begrijpelijk voor nietingewijden in de binnenlandse context van beleid en arbeidsmarkt.
RESEARCH SUMMARY
ONDERZOEK I.K.V.
VIONA STEUNPUNT WSE
TITEL: THE CONSEQUENCES OF FLEXIBLE JOB SEARCH BEHAVIOR: FROM UNEMPLOYMENT TO UNDEREMPLOYMENT? Auteur(s): Vansteenkiste, S., Verbruggen, M. & Sels, L.
1.
Korte samenvatting van het onderzoek (abstract)
In deze studie trachten we meer inzicht te verwerven in de link tussen flexibel zoekgedrag van werklozen en de kwaliteit van hertewerkstelling. Flexibel zoekgedrag wordt zowel door beleidsmakers als door academici veelal als iets positiefs gezien. Beiden vermoeden dat flexibel zoeken werklozen kan helpen om sneller een job te vinden. Wie flexibel zoekt, neemt immers meer jobs in overweging, waardoor de kans op het vinden van een job kan verhogen. Beleidsmakers gaan er bovendien van uit dat het stimuleren van flexibel zoekgedrag bij werklozen kan helpen om de toenemende kwalitatieve mismatch op de arbeidsmarkt te verminderen. Ondanks de positieve verwachtingen t.a.v. flexibel zoekgedrag, hebben studies nog amper de effecten ervan bestudeerd. Deze studie komt tegemoet aan deze gap. Meer specifiek bestuderen we een potentieel risico van flexibel zoekgedrag, namelijk de verhoogde kans op ondertewerkstelling en bijgevolg op mindere kwaliteit van hertewerkstelling.
Key words: flexibel zoekgedrag, job attitudes, kwaliteit van hertewerkstelling, ondertewerkstelling, werkloosheid
1
2.
Doelen van het onderzoek
Onvrijwillige werkloosheid is één van de meest ingrijpende en stresserende gebeurtenissen die mensen kunnen meemaken in hun loopbaan. Mensen die met werkloosheid geconfronteerd worden, ervaren immers vaak negatieve gevolgen, zoals een lagere levensstandaard (door het inkomensverlies), een verlies aan status en erkenning, een slechtere mentale en/of fysieke gezondheid en een verlies aan identiteit. Sommige werklozen proberen daarom soms zo snel mogelijk aan deze situatie te ontsnappen door ‘om het even welke job’ te aanvaarden. Hierdoor dreigen ze in jobs van lagere kwaliteit terecht te komen, met minder kans op duurzame tewerkstelling. Duurzame, kwaliteitsvolle tewerkstelling wordt echter steeds vaker als een indicator van ‘zoeksucces’ beschouwd. Vandaar dat heel wat onderzoekers de laatste jaren bestudeerd hebben of verschillen in zoekgedrag verschillen in kwaliteit van hertewerkstelling kunnen verklaren. De modellen die tot nu toe bestudeerd werden, bleken echter weinig verklarende kracht te hebben. Deze studie tracht meer inzicht te verwerven in de link tussen zoekgedrag en kwaliteit van hertewerkstelling door: (1) te focussen op hoe flexibel werklozen zoeken (nl. in welke mate ze ook ingaan op jobs die afwijken van hun vroegere jobs en/of opleiding) eerder dan op hoe intensief men zoekt, (2) een mediator te introduceren, namelijk ondertewerkstelling (i.e. een job hebben die, bv. qua loon, inhoud of geografische locatie, afwijkt van de vorige job en/of van de opleiding die men gevolgd heeft), en (3) te bestuderen of de relatie tussen zoekgedrag en kwaliteit van hertewerkstelling verschilt naargelang de werkloosheidsduur. We hanteerden hierbij een multidimensionele invulling van het construct ‘flexibel zoekgedrag’ gebaseerd op de flexibiliteitseisen die beleidsmakers in OECD-landen veelal stellen aan werklozen. Meer specifiek maakten we een onderscheid tussen flexibiliteit op het vlak van inhoud, loon/hiërarchisch niveau en pendeltijd.
3.
Methoden en data (voor meer methodologische toelichting kan je het kaderstuk gebruiken)
We verzamelden data op drie meetmomenten bij recente werklozen die voordien gewerkt hadden. Dit gebeurde in samenwerking met de VDAB. Werklozen werden een eerste keer bevraagd na maximum 4 maanden werkloosheid. Een tweede bevraging volgde 3 maand later en een 3de bevraging opnieuw drie maand later. Van de 1474 respondenten op T1, 1159 namen deel aan de 2de wave en 965 aan de 3de wave. Voor deze studie maken we gebruik van de gegevens van de 304 respondenten die werk vonden tijdens de bestudeerde periode. Analyses gebeurden via structural equation modeling.
2
4.
Bevindingen
In het algemeen werden onze hypothesen bevestigd. We vonden dat flexibel zoekgedrag leidt tot een lagere kwaliteit van hertewerkstelling omdat mensen die flexibel zoeken vaker terecht komen in ondertewerkstelling. Verder stelden we vast dat werkloosheidsduur in sommige gevallen de relatie tussen ondertewerkstelling en kwaliteit van hertewerkstelling modereert. Meer specifiek bleek de relatie sterker (i.e. meer negatief) naarmate mensen langer werkloos waren.
3
5.
Conclusies en beleidsimplicaties
Deze studie toont aan dat er gevaren zijn aan flexibel zoeken. Hoewel meer inzicht in de effecten van flexibel zoekgedrag nodig zijn, wijst deze studie er toch op dat het aanmoedigen van werklozen om flexibel te zoeken best gepaard kan gaan met ondersteunende maatregelen om werklozen voor te bereiden op de mogelijke negatieve effecten, zoals lagere kwaliteit van hertewerkstelling, en/of om hen te helpen deze effecten te counteren.
4
5