VOOR MEER INFORMATIE, BEL NAAR
015/284.284
OF E-MAIL: INFO@OVAM.BE
JAARVERSLAG
OPENBARE AFVALSTOFFENMAATSCHAPPIJ VOOR HET VLAAMSE GEWEST STATIONSSTRAAT 110 B-2800 MECHELEN TEL. 015/284 284 Fax 015/203 275 http://WWW.OVAM.BE
v.u. ir. Frank Parent, OVAM, Stationsstraat 110, 2800 Mechelen / 2003
2002
OVAM, uw beleidspartner in afval en bodem OPENBARE AFVALSTOFFENMAATSCHAPPIJ VOOR HET VLAAMSE GEWEST
JaarvErslag 2002
1
OVAM, uw beleidspartner in afval en bodem
TEN GELEIDE
2
In 2002 vierden we een belangrijke verjaardag: de OVAM bestaat 20 jaar, en is daarmee de oudste en ook de eerste Vlaamse Openbare Instelling. De jarige koos ervoor om zich niet aan borstklopperij te bezondigen, maar integendeel juist naar de uitdagingen van de volgende twintig jaar te kijken. Want dinosauriërs waren weliswaar een markante soort, ze zijn uiteindelijk uitgestorven omdat ze zich niet konden aanpassen aan de gewijzigde omstandigheden. Die fout is de OVAM niet van plan te maken. De OVAM wil wel een antwoord kunnen bieden aan een veranderende en veranderlijke maatschappij. Een belangrijk instrument blijft daarbij onze communicatie, altijd al een sterke pijler van het slagen van het afvalstoffen- en bodemsaneringsbeleid geweest. Wij zijn ervan overtuigd dat één van de uitdagingen voor een toekomstig gedragen beleid het verder uitbouwen is van onze overlegcultuur tot een cultuur van open en rechtstreekse dialoog met onze verschillende doelgroepen/partners. In dit jaarverslag hebben we deze oefening al toegepast, door de OVAM-activiteiten te bundelen volgens onze belangrijkste doelgroepen: bedrijven, burgers en overheid. En dus niet meer volgens de administratieve, organisatorische indelingen.
Niet alleen voor ons, maar ook voor u als lezer is deze nieuwe aanpak een aanpassing. Daarom kort wat uitleg. De drie eerste hoofdstukken van dit jaarverslag bundelen de activiteiten van het afvalstoffen- en bodemsaneringsbeleid per doelgroep. Zo vindt u als bedrijf, burger of overheid onmiddellijk alle voor u relevante activiteiten gebundeld. Er zijn ook een aantal activiteiten die niet echt gericht zijn op een bepaalde doelgroep. Die hebben we samengebracht in het (vierde) hoofdstuk 'OVAM algemeen'. Daar zit ook de interne werking van de OVAM bij. Natuurlijk zijn er ook activiteiten die verschillende doelgroepen aanbelangen, en dus onder verschillende hoofdstukken thuishoren. Om overlapping te vermijden, hebben we gekozen voor een systeem van icoontjes. Elke activiteit wordt zo slechts eenmaal in haar geheel opgenomen. Bij de andere doelgroep(en) wordt alleen de titel vermeld met een icoontje, dat verwijst naar de 'hoofddoelgroep'. De voorbije 20 jaar zijn we erin geslaagd om van de OVAM het aanspreekpunt in Vlaanderen te maken als het gaat om de aanpak van de afvalberg en de sanering van de verontreinigde bodems. Openheid, creativiteit en bereidheid tot dialoog zijn eigenschappen waarmee we met z'n allen, als team, de OVAM hebben gemaakt tot wat het vandaag echt is. De gezamenlijke overtuiging over de juistheid van onze ultieme doelstelling - een leefbaar Vlaanderen - zal ons ongetwijfeld ook gidsen door de enorme uitdagingen waar we voor staan in de volgende 20 jaar.
Met dank,
ir. Frank Parent administrateur-generaal
3
BEDRIJVEN BODEM SANERING REGISTER VAN VERONTREINIGDE GRONDEN EN BODEMATTESTEN Lopende rekeningen Voor de bedrijven of personen die regelmatig bodemattestaanvragen indienen, is er een systeem van lopende rekeningen van kracht. Vooral notarissen en immobiliënkantoren maken hiervan gebruik. Sinds de invoering van het on-line-systeem is het aantal lopende rekeninghouders sterk gestegen. Ongeveer 75% van de lopende rekeninghouders heeft al gebruik gemaakt van het on line aanvragen van bodemattesten. On-line-aanvraagprocedure voor bodemattesten 4
Bodemattesten op aanvraag Bodemattesten bij opname in register Info Schadegevallen
BODEMONDERZOEK Naar aanleiding van een overdracht, sluiting of stopzetting, of periodieke plicht dient een oriënterend bodemonderzoek te worden uitgevoerd en bezorgd aan de OVAM. Ook bij de onteigening van risicogronden is een oriënterend bodemonderzoek verplicht. De onteigenende overheid kan de OVAM verzoeken dit bodemonderzoek uit te voeren. Indien uit het oriënterend bodemonderzoek ernstige aanwijzingen blijken voor een verontreiniging van de bodem en/of het grondwater, dan kan de OVAM aanmanen tot het uitvoeren van een beschrijvend bodemonderzoek. Enkel indien de saneringsplichtige zijn verplichtingen niet of onvolledig nakomt of indien de saneringsplichtige zich kan vrijstellen, gaat de OVAM over tot een ambtshalve optreden.
Algemeen In nevenstaande tabel wordt een beknopt overzicht gegeven van het aantal bodemonderzoeken dat in 2002 werd ontvangen en verwerkt. Ter vergelijking werden eveneens de gegevens voor de vorige drie jaren opgenomen.
Overzicht bodemonderzoeken
Oriënterend bodemonderzoek Aanmaningen Beschrijvend bodemonderzoek Aanmaning tot project
1999
2000
2001
2002
3.319
4.182
4.868
5.001
487
540
985
1.099
1.024
1.077
1.261
1.283
275
277
351
449
De OVAM had eind 2002 ongeveer 20 200 dossiers in behandeling. Door de decretale onderzoeksplicht (bij overdracht van gronden, stopzetting van activiteiten en sluiting van inrichtingen, alsook periodiciteit) kwamen er in 2002 ongeveer 5000 bijkomende oriënterende bodemonderzoeken binnen voor beoordeling. In 55% van de gevallen ging het om een overdracht van gronden. Dit percentage lag iets lager dan de vorige jaren. Dat komt door de dossiers die eind 2001 en begin 2002 werden ingediend in het kader van de eerste periodieke verplichting tot oriënterend bodemonderzoek voor bedrijven van categorie B. Op basis van de geëvalueerde dossiers verstuurden we bijna 1100 aanmaningen tot bodemsanering (te starten met beschrijvend bodemonderzoek). Ongeveer twee derde van deze aanmaningen vloeit voort uit de plichten ten gevolge van overdrachten, sluiting en/of stopzetting. De overige aanmaningen (ongeveer 400) werden verstuurd om de saneringsplichtige met een ernstige verontreiniging aan te sporen tot bodemsanering. In 2002 beoordeelde de OVAM meer dan 1250 beschrijvende bodemonderzoeken. Ruim 30% werd aangemaand een bodemsaneringsproject op te stellen.
Onteigeningen en controles In het kader van de onteigening van risicogronden gaf de OVAM ongeveer 60 opdrachten. Het betreft hier zowel oriënterende bodemonderzoeken als ramingen van de kostprijs voor een mogelijke sanering. Tevens voerden we controles uit op de kwaliteit van de bodemonderzoeken. In totaal werden 38 opdrachten gegeven om de controle uit te breiden met veldwerkzaamheden. In die gevallen werden bijkomende stalen en analysen uitgevoerd na het bodemonderzoek door de erkende deskundige.
Ingebrekestellingen-Versnelling ambtshalve procedure bodemsanering Naast een eventuele saneringsplicht die ontstaat naar aanleiding van een overdracht, sluiting of stopzetting, is de aanpak van nieuwe en historische bodemverontreiniging decretaal geregeld via de toepassing van de bepalingen van artikel 10 en artikel 31. In het kader van het strategisch project 'ambtshalve versnelling' werd hiervoor een extra inspanning geleverd.
5
In 2002 selecteerde de OVAM ongeveer 900 bijkomende gronden waar, onafhankelijk van de overdrachtsprocedure, een bodemsanering noodzakelijk is. Die gegevens zijn afkomstig uit onder meer meldingen van nieuwe bodemverontreiniging, periodieke bodemonderzoeken of dossiers waar de overdrachtsprocedure is stilgevallen en waar een bodemsanering (of verder onderzoek) toch dringend nodig is. In ongeveer de helft van de gevallen betreft het nieuwe en/of gemengde bodemverontreiniging. In de andere gevallen dient de OVAM deze gronden eerst te laten opnemen in de zogenaamde lijst van artikel 30. Via een ministerieel besluit worden deze gronden dan aangewezen als historisch verontreinigde gronden waar bodemsanering moet plaatsvinden. Na de selectie van de meest ernstige verontreinigingen werden ruim 400 aanmaningen verstuurd, met name iets meer dan 230 voor historische verontreiniging en 180 voor nieuwe/gemengde. Heel wat saneringsplichtigen volgden de aanmaning op en startten een beschrijvend bodemonderzoek. Daarnaast beriepen meerdere plichtigen zich op de zogenaamde 'onschuldigheid'. In 123 dossiers werd geen vooruitgang geboekt of haakten de saneringsplichtigen vrij snel af. Dat resulteerde dan ook in 123 ingebrekestellingen. In de dossiers waar ook deze maatregel zonder gevolg bleef, stelde de OVAM een besluit tot ambtshalve bodemsanering op. Zo werden vorig jaar 26 6
besluiten opgesteld voor 39 percelen. De OVAM startte in 2002 dan ook 20 ambtshalve beschrijvende bodemonderzoeken op om ernstige bodemverontreinigingen in beeld te brengen. Twaalf van deze onderzoeken zijn momenteel lopende. Daarna kunnen de bodemsaneringswerken effectief worden opgestart.
Vrijstellingen saneringsplicht In Vlaanderen zijn er verschillende burgers en bedrijven die te maken hebben met een verontreinigde grond, maar die dit niet hebben veroorzaakt of die bij de verwerving van het terrein niet wisten of behoorden te weten dat er een verontreiniging aanwezig was. Zij hebben het statuut van 'onschuldige eigenaar'. De OVAM voerde in 2002 ongeveer 50 beschrijvende bodemonderzoeken uit bij de meest prioritaire dossiers met ‘onschuld’. In eerste instantie worden vooral de ernstige verontreinigingen aangepakt. De uitvoering van deze beschrijvende bodemonderzoeken gebeurt binnen de perken van het beschikbare budget.
Complexe verontreinigingen Complexe verontreinigingen zijn terreinen waarop over een grote oppervlakte bodem- en/of grondwaterverontreinigingen voorkomen, waarbij meerdere potentieel saneringsplichtige exploitanten en/of eigenaars aanwezig zijn. Typisch zijn de grote industrieterreinen waarbij meerdere bedrijven hebben bijgedragen tot de verontreiniging (vooral dan grondwaterverontreiniging) of bedrijventerreinen die voorkomen op een voormalige stortplaats. Behalve de initiatieven in verband met brownfields en woonzones voerde de OVAM ook 18 inventarisatiestudies uit om de stand van zaken in verband met complexe verontreinigingen in Vlaanderen in beeld te brengen. In 2003 zullen de saneringsplichtigen en/of -aansprakelijken op deze terreinen aangezet worden om gemeenschappelijk de bodemverontreiniging aan te pakken.
VRIJWILLIGE EN VERPLICHTE BODEMSANERINGEN Zoals voorzien in het bodemsaneringsdecreet verloopt de aanpak van de bodemverontreiniging in Vlaanderen in verschillende fases. Na de onderzoeksfase dient te worden overgegaan tot het opstellen van een bodemsaneringsproject. De OVAM beoordeelt de bodemsaneringsprojecten en controleert de bodemsaneringswerken. De OVAM stelt tevens een conformiteitsattest of een vraag tot aanvulling en/of wijziging op. Het conformiteitsattest geldt ook als vergunning voor de uit te voeren werken. Zijn er na de bodemsaneringswerken nog maatregelen voor bewaking en controle nodig, dan worden die ook opgevolgd. Achteraf levert de OVAM een verklaring af over de resultaten van de werkzaamheden. In 2002 werden bij de OVAM 377 bodemsaneringsprojecten ingediend. Voor 315 projecten kenden we een conformiteitsattest toe, dat kan gelden als milieuvergunning, bouwvergunning en vergunning voor grondwaterwinning voor de uit te voeren bodemsaneringsprojecten. Voor 76 bodemsaneringsprojecten formuleerde de OVAM voorstellen tot wijziging of aanvulling. Op 177 locaties met een conformiteitsattest werden de bodemsaneringswerken aangevat of bevinden ze zich in de fase van de nazorg. De OVAM leverde bovendien 52 verklaringen af na de uitvoering van de bodemsaneringswerken. Zo'n verklaring bevestigt de resultaten van de bodemsaneringswerken.
7
Onderstaande tabel bevat een overzicht van de ramingen van de totale kostprijs voor de bodemsaneringswerken. Het betreft de bodemsaneringsprojecten waarvoor al een conformiteitsattest werd toegekend en de in uitvoering zijnde bodemsaneringswerken. Gefaseerde kostprijsraming voor de bodemsaneringswerken Bodemsaneringsprojecten
Bedrag (miljoen EUR) 1997
1998
1999
2000
2001
2002
Conformiteitsattesten
54,5
17,0
72,0
80,7
96,5
122
In uitvoering (werk/nazorg)
49,8
21,0
57,3
42,4
45,0
69,2
Uit bovenstaande tabel blijkt dat voor de bodemsaneringsprojecten waarvoor de OVAM in 2002 een conformiteitsattest afleverde, de kostprijs van de werken wordt geraamd op 122 miljoen euro. Het totale bedrag voor de periode 1997-2002 bedraagt circa 443 miljoen euro.
STRATEGISCH PROJECT BODEMSANERING De minister van Leefmilieu legde aan de OVAM de uitwerking van het strategisch project Bodemsanering op. Dit project bestaat uit vier deelprojecten: • Geïntegreerde aanpak van brownfields en woonzones • Verfijning wetgeving bodemsanering • Alternatieve financiering bodemsanering • Versnelling ambtshalve procedure bodemsanering (Cf. 'Bedrijven / Bodemonderzoek')
Brownfields Met het strategisch project Brownfieldontwikkeling, dat de OVAM in 2001 opstartte op verzoek van haar voogdijminister, wordt getracht om het bodembeleid een nieuwe wending te geven en bodemsanering 8
vanuit andere invalshoeken te benaderen dan vanuit de loutere milieutechnische invalshoek. Diverse factoren, waaronder bodemsanering, belemmeren in vele gevallen de herontwikkeling van verlaten oude industriële sites, de zogenaamde brownfields. De verschillende factoren afzonderlijk behandelen heeft dus weining zin. Alleen een geïntegreerde aanpak kan hier oplossingen bieden. De activiteiten die de OVAM in 2002 heeft ondernomen, stonden dan ook volledig in het teken van deze integrale benadering: - als voorzitter van de stuurgroep brownfieldontwikkeling werkte de OVAM mee aan het uitstippelen van het toekomstige brownfieldbeleid waarbij beleidsintegratie essentieel is; - als lid van diverse werkgroepen heeft de OVAM, samen met andere overheden en betrokkenen, gewerkt aan het formuleren van adviezen omtrent de inventarisatie van brownfields in Vlaanderen, de financiering van brownfieldontwikkeling, en diverse maatregelen die brownfieldontwikkeling kunnen stimuleren. Zowel de werkgroep Inventarisatie, de werkgroep Financiering als de werkgroep Actoren hebben een eindadvies geformuleerd dat aan de stuurgroep werd voorgelegd. In 2002 werden de 13 proef-projecten die vorig jaar al werden opgestart, verder begeleid. In enkele van deze projecten, namelijk Balmatt in Mol, Willebroek Noord en Schotte in Aalst werden ook bodemonderzoeken uitgevoerd in opdracht van de OVAM.
Uit de activiteiten binnen de diverse werkgroepen en uit de proefprojecten is gebleken dat informatieverspreiding en communicatie essentieel zijn voor een goede samenwerking. De OVAM besteedde daar in 2002 dan ook de nodige aandacht aan. In het voorjaar van 2002 werd de website www.brownfields.be operationeel waar geĂŻnterresseerden terechtkunnen voor algemene informatie over het strategisch project en andere relevante initiatieven. In 2002 werd in samenwerking met de werkgroep Actoren intensief gewerkt aan een leidraad voor brownfieldontwikkeling. Deze leidraad heeft als doelstelling de initiatiefnemer (of brownfieldmanager) voor de herontwikkeling van een brownfield te informeren over de verschillende aspecten rond brownfieldontwikkeling: welke procedures moeten worden doorlopen, welke actoren kunnen worden betrokken en hoe verschillende aspecten op elkaar kunnen worden afgestemd. Begin 2003 zal de leidraad klaar zijn voor verspreiding. Om in 2003 een meer doelgerichte informatiecampagne naar gemeenten en steden op te zetten, hebben we een nauwer overleg opgestart met de VVSG. Ook binnen de Europese context is informatieverspreiding en uitwisseling van ervaringen belangrijk. Vandaar dat de OVAM intensief meewerkt als teamleider van de werkgroep Overheden binnen het Europese Netwerk CABERNET (Concerted Action on Brownfield and Economic Regeneration Network). In dit verband organiseerde OVAM een bijeenkomst van de werkgroepen Overheden en Landeigenaars in Mechelen op 27 en 28 juni 2002.
Alternatieve financiering bodemsanering Binnen het deelproject 'Alternatieve financiering bodemsanering' onderscheiden we twee fasen. In eerste instantie is er het inschatten van de financieringsbehoeften. Deze studie werd in 2001 afgerond. In een tweede fase willen we alternatieve financieringsmiddelen uitwerken. De OVAM heeft opdracht gegeven om alle mogelijke relevante middelen voor financiering van bodemsanering in kaart te brengen. Een eerste rapport was al beschikbaar begin 2001. De belangrijkste opties werden na overleg met de relevante actoren verder uitgewerkt in een tweede rapport. Dit rapport werd begin 2002 voorgesteld tijdens een werksessie met parlementairen en maatschappelijke actoren in het Vlaams Parlement. Op basis van deze discussie werden vorig jaar voorstellen voor relevante wijzigingen aan het bodemsaneringsdecreet geformuleerd en zullen gepaste instrumenten verder inhoudelijk worden ingevuld. In het kader van het deelproject 'Alternatieve financiering bodemsanering' passen eveneens drie meer specifieke initiatieven: de oprichting van een fonds bodemsanering benzinestations, het Premaz-project met het fonds bodemsanering stookolietanks en het fonds bodemsanering stomerijen. Fonds bodemsanering benzinestations De voorbije jaren werden heel wat nieuwe milieureglementeringen uitgewerkt die voor de uitbaters van benzinestations belangrijke financiĂŤle gevolgen zullen hebben. Enerzijds dienen zij hun benzinestation aan te passen aan de strenge(re) milieunormen. Anderzijds moeten zij de bodem van hun benzinestation
9
saneren indien uit onderzoek blijkt dat die verontreinigd is. Dat blijkt vaak het geval. Samen met de drie gewesten, de federale overheid en de betrokken sector zijn al diverse jaren besprekingen lopende om een fonds op te richten dat de bodemsanering moet helpen realiseren van tankstations die toegankelijk zijn voor het grote publiek. In 2002 keurde de Vlaamse regering de hiervoor noodzakelijke teksten goed. Definitieve goedkeuring in het Vlaams Parlement is voorzien voor 2003. Het Premaz-project Een specifiek voorbeeld van alternatieve financiering is het uitwerken van financieringsinstrumenten voor de solidarisering van de kosten die verbonden zijn aan de milieurisico’s van lekkende of risicovolle stookolietanks. Hierover onderhandelen we met de stookoliesector. De aanzet voor deze discussie werd gegeven in het Premaz-project, waarbij op grote schaal gepoogd werd om tanks te controleren en desgevallend te saneren. Een van de doelstellingen van dit project was nagaan of een grootschalige aanpak van dit probleem haalbaar was. Het eindrapport van Premaz is beschikbaar op de website van Premaz: www.premaz.be. In 2000 werd met de stookoliesector een MBO afgesloten, waarin die zich er onder meer toe engageert om financieringsinstrumenten van de milieurisico’s uit te werken. De eerste grote lijnen voor een concrete invulling van deze MBO werden uitgetekend in 2001. In 2002 werkte de sector intensief aan de verdere invulling van het instrument. Deze voorstellen zullen in 2003 voorgelegd 10
worden aan de diverse parlementen. Stomerijen In de sector van de stomerijen leidt het jarenlange gebruik van verontreinigende stoffen in zeer veel gevallen tot bodemverontreiniging. Een specifiek nadeel in deze sector is dat de stoffen in kwestie (gechloreerde oplosmiddelen) relatief slecht oplosbaar zijn in water en zwaarder zijn dan water. Dat betekent dat ze zich nogal gemakkelijk tot op grote diepte verspreiden, waardoor zowel bodemonderzoek als bodemsanering complex en duur zijn. Het voorbije jaar heeft de sector contact opgenomen met de OVAM om te proberen een fonds op te richten om de financieringslast op de individuele bedrijven draaglijker te maken.
ERKENNING BODEMSANERINGSDESKUNDIGEN FINANCIËLE ZEKERHEDEN In 2002 werden in het kader van een overdracht 120 eenzijdige verbintenissen tot bodemsanering aangegaan en voor een totaalbedrag van 64 miljoen euro financiële zekerheden gesteld. Van dit bedrag werden respectievelijk 35% en 65% gesteld binnen het kader van artikel 48 van het bodemsaneringsdecreet en de gewone procedure. In 1997 en ook in 1998 werden financiële zekerheden gesteld voor een bedrag van ongeveer 25 miljoen euro. In 1999 was dit ongeveer 50 miljoen euro, in 2000 ongeveer 42 miljoen euro en 2001 ongeveer 66 miljoen euro. Een gedeelte van deze bedragen werd al vrijgegeven. Op 1 januari 2003 waren er bij de OVAM in totaal 550 eenzijdige verbintenissen tot bodemsanering in beheer, die een totaalbedrag van 267 miljoen euro aan financiële zekerheden vertegenwoordigen.
AMBTSHALVE BODEMSANERINGSWERKEN Ninove, Moens Op het terrein van de voormalige stomerij 'New Ideal Shop' kwam in 1998 een bodemverontreiniging met vluchtige organische chloorverbindingen aan het licht. Deze producten zijn afkomstig van de activiteiten van de voormalige stomerij. Rekening houdend met het type verontreiniging, de ligging in de bebouwde kom, de volledige bebouwing van de site en de aard van de ondergrond werd in juni 2001 een proef gedaan om na te gaan welke saneringstechniek kon worden gebruikt. Na afloop van de proef werd het bodemsaneringsproject opgesteld waarin de gekozen techniek werd toegelicht. In september 2002 gingen de eigenlijke bodemsaneringswerken van start. In het najaar werden een 130-tal filters geplaatst, die het mogelijk maken om de verontreinigde lucht en het vervuilde grondwater te onttrekken. Die werden daarna in een ter plaatse geassembleerde zuiveringsinstallatie gezuiverd. In een latere fase zal nog een persluchtinjectie worden opgestart om de verontreiniging verder 'los te weken'. De werken zullen vermoedelijk 5 jaar duren en de saneringskost wordt geraamd op 400 000 euro. Mechelen, Ghandara Eind jaren ’90 ging Ghandara bvba in Mechelen failliet. Tijdens het oriÍnterend en beschrijvend bodemonderzoek werd een ernstige verontreiniging met BTEX, minerale olie en PAK’s vastgesteld in zowel bodem als grondwater. De ambtshalve sanering van deze terreinen gebeurde in twee fasen: de uitvoering van de grondwerkzaamheden (fase 1) en de tijdelijke exploitatie en monitoring van een grondwaterzuiveringsinstallatie, bodemluchtextractie en air-sparging. Aangezien er ondertussen in de opstallen een kledingszaak was gevestigd, opteerden we voor een combinatie van schuine en horizontale boringen onder de gebouwen. Zo konden we de filters, die nodig zijn voor de grondwatersanering en de bodemluchtextractie, met minimale hinder installeren, waardoor de kledingszaak tijdens de werkzaamheden toegankelijk bleef. Fase 1 van de sanering werd medio november afgerond en verliep vlekkeloos zodat de hinder voor de
11
commerciële activiteiten tot een minimum beperkt bleef. Aansluitend werd gestart met de grondwaterzuivering, bodemluchtextractie en air-sparging om de restverontreiniging te verwijderen. Vermoedelijk dienen deze installaties gedurende 2 jaar draaiende gehouden te worden. De saneringskost wordt geraamd op 510 000 euro.
BOUW- EN GRONDBEHEER GRONDVERZET 2002 was een belangrijk jaar op het gebied van de reglementering van het grondverzet. Op 2 februari 2002 werd het definitieve uitvoeringsbesluit van het VLAREBO gepubliceerd en op 7 augustus 2002 verscheen de eerste wijziging hiervan in het Belgisch Staatsblad. De Vlaamse regering heeft op 17 januari 2003 beslist om, in het kader van hoofdstuk X, het bodembeheerrapport verplicht te stellen vanaf 1 januari 2004. Ook werd beslist dat de voorbereidingen hiervoor nu al getroffen moeten worden. Deze beslissing is verschenen in het Belgisch Staatsblad van 31 januari 2003. 12
De Vlaamse regering heeft namelijk voor de grondverzetsregeling een testfase voorzien, met als doel de kinderziekten van het nieuwe reglement op te sporen en te verhelpen. De grondverzetsregeling is immers toepasselijk op een aanzienlijk jaarlijks volume van 30 miljoen m3 grond, waarvan ca. 9 miljoen m3 niet eenvoudig milieu- of bouwtechnisch toepasbaar is. De regering heeft de opdracht gegeven om alle werken waarvoor het departement Leefmilieu en Infrastructuur (LIN) de bouwheer is te betrekken bij het uittesten van deze reglementering. Naast deze ontwikkelingen stelde de OVAM een reeks van codes van goede praktijk voor. Hoofdstuk X van het VLAREBO voorziet immers een zevental codes van goede praktijk met betrekking tot het uitvoeren van onderzoeken en monsternames. Deze codes waren het onderwerp van een brede overlegronde met andere geledingen van het Vlaamse ministerie en de bouwsector. Ze werden ook ter becommentariëring op de OVAM-website geplaatst. Na verwerking van de commentaren zullen deze codes in 2003 worden uitgetest in het proefproject LIN-Grondbank.
CENTRUM DUURZAAM BOUWEN De officiële opening had plaats in april 2002. Het voorbije jaar werden productfiches opgemaakt in verband met de duurzaamheid van de geëxposeerde producten. Ook werd meegewerkt aan de tentoonstelling 'Non stop living'.
AFVAL PREVENTIE-ACTIES De AEP-campagne In het kader van het project Afvalpreventie in bedrijven, een deelproject van het Strategisch Project Afvalpreventie (SPAP) dat de OVAM medio 2001 in opdracht van de minister van Leefmilieu en Landbouw opstartte, werkten de OVAM en STIP (Steunpunt en Informatiecentrum voor Preventie van afval en emissies) samen aan een campagne om bedrijven te stimuleren tot afval- en emissiepreventie (AEP-campagne). De centrale boodschap van de campagne: afval en emissies voorkomen is niet alleen goed voor het milieu, maar werkt ook kostenbesparend voor het bedrijf. Een overzicht van de acties binnen de campagne: Een nieuw PRESTI 4-boek De PREventie STImulerende programma’s (PRESTI) zijn subsidieprogramma’s van het Vlaamse Gewest om preventie van afval en emissies bij bedrijven te stimuleren. Het PRESTI 4programma, dat sinds 1998 loopt, subsidieert bedrijfsgerichte intermediaire organisaties om systemen op te zetten die bedrijven aansporen tot milieuzorg. In het kader van SPAP werd een aanvulling geschreven op het boek ‘Bedrijvig in Milieuzorg’. Het nieuwe boek beschrijft de AEP-maatregelen die in een 20-tal bedrijven namen in het kader van hun deelname aan PRESTI 4. De start van een nieuw PRESTI-programma Op 13 december 2002 keurde de Vlaamse regering het vijfde preventiestimulerend subsidieprogramma, PRESTI 5, goed. Net zoals in de vorige programma’s staat ook in PRESTI 5 de preventie van afval en emissies bij de Vlaamse KMO centraal. Nieuw is dat nu ook doelgroepen als socioculturele verenigingen, onderwijs- en onderzoeksinstellingen en milieuverenigingen betrokken worden in preventiestimulerende projecten. Jaarlijks zullen andere accenten gelegd worden, o.a. op het vlak van projectthema’s en -types en wat betreft de prioritaire doelgroep. Zo wil PRESTI 5 niet alleen een nieuwe dynamiek scheppen, maar ook jaarlijks inspelen op de beleidsprioriteiten en de noden bij de doelgroep. De OVAM lanceert PRESTI 5 in 2003. MAMBO Begin 2002 gaf de OVAM de opdracht om de verspreidingsstrategie van het softwarepakket MAMBO (ter berekening van de werkelijke afvalkosten van bedrijven) te evalueren. Daaruit bleek dat MAMBO voldoende potentieel bezit om bedrijven aan te zetten tot afvalpreventie, maar dat de doelgroep tot op heden niet voldoende werd bereikt. Samen met een extern bureau ontwikkelde de OVAM een nieuwe marketingstrategie. Dankzij deze strategie moet MAMBO vanaf 2003 in de Vlaamse bedrijfswereld de plaats krijgen die het verdient.
13
Milieu & Winst Op de website www.milieuwinst.be vinden bedrijven maatregelen voor afval- en emissiepreventie in hun bedrijfstak, en tal van praktijkgevallen. In 2002 werd de website aangevuld met informatie over de grafische en papierverwerkende sector en over de sector van verf-, lak- en drukinktproducenten. Op de site kwam er ook een elektronisch forum dat studenten en bedrijven die geïnteresseerd zijn in een stage of eindwerk rond AEP, met elkaar in contact brengt. Om dit forum verder te promoten, werden ook de voorbereidingen getroffen voor de uitreiking van de eerste AEPstudieprijs in 2003. Sensibilisering van bedrijfsgerichte intermediaire organisaties 14
Een belangrijk deel van de AEP-campagne was gebaseerd op de samenwerking met bedrijfsgerichte intermediaire organisaties. Deze organisaties hebben immers een bevoorrecht contact met de bedrijven en kunnen de algemene AEP-boodschap vertalen naar de noden van hun doelgroep. In 2002 werd via infosessies, gesprekken en infomappen, gefocust op beroepsfederaties, milieuambtenaren, docenten, afvalverwerkers, studiebureaus en andere niet-sectorspecifieke bedrijfsgerichte intermediaire organisaties zoals GOM’s, Kamers van Koophandel, Unizo en VEV. Mediacampagne en IFEST 2002 in het teken van AEP Naast de werking via bedrijfsgerichte intermediaire organisaties, was er ook directe communicatie naar de bedrijven. Dat gebeurde via een advertentiecampagne over AEP in de tweede helft van 2002 en op de milieubeurs IFEST. Deze beurs stond dankzij een gezamenlijke inspanning van de OVAM, STIP, Flanders Expo, GOM West-Vlaanderen en Ecotips in 2002 in het teken van AEP. Concreet betekende dat onder meer de uitreiking van de eerste AEP-award en de aanwezigheid van drie standen op de beurs waar geïnteresseerden voorbeelden vonden van bedrijven die met succes preventiemaatregelen hadden ingevoerd.
Overige preventie-acties Behalve de acties in het kader van het Strategisch Project Afvalpreventie, vermelden we ook nog volgende acties inzake 'afvalpreventie in bedrijven': - STIP organiseerde een studiedag rond het thema ‘Milieuvriendelijk consumeren en produceren’. Voor een verslag verwijzen we naar www.stip.ovam.be.
- Voor het PRESTI 2-programma - waarvan de projecten al in 2001 werden afgerond - werd in het voorjaar van 2002 een effectmeting uitgevoerd. Voor de conclusies verwijzen we naar de website www.presti.be. - De laatste projecten bij bedrijven van het PRESTI 3-programma werden in 2002 beëindigd. In het voorjaar van 2003 zal het PRESTI-team een beperkte evaluatie van het programma uitwerken. - PRESTI 4 draaide in 2002 op volle toeren. Bovendien werken sinds 2002 alle Vlaamse provincies met een gemeenschappelijk logo. Onder andere door deze herkenbaarheid krijgen bedrijven steeds meer waardering voor hun prestaties rond milieuzorg - 'Bezint eer je print', dat is de hoofdgedachte van de papierpreventiecampagne. Deze campagne vestigt de aandacht op onze papierverslindende gewoonten op kantoor en school en liep in maart en april van 2002. De campagne past in de milieubeleids-overeenkomst tussen het Vlaamse Gewest en de uitgeversfederaties en liep dan ook uitsluitend in de geschreven pers. Acht verschillende beelden toonden telkens een computerscherm met een papierbesparende boodschap. Aansluitend bood de OVAM gratis posters aan bedrijven, kantoren, administraties, scholen, en andere papierverslinders. Er waren twee versies: één met besparingstips bij het printen en één met besparingstips bij het kopiëren. Dat de posters massaal werden opgehangen bij printers en kopieermachines, bleek uit de bestelde oplage van bijna 2500 stuks. - Een onderzoek naar fiscale stimuli voor preventie van afvalstoffen werd uitgevoerd. Het resultaat van de studie draagt bij tot het opstellen van concrete voorstellen van aanpassingen van fiscale maatregelen die het preventiebeleid kunnen ondersteunen. Vijf specifieke maatregelen worden verder bekeken naar geschiktheid en haalbaarheid.
STUDIE PREVENTIE-INDICATOREN In 2002 werd een eerste set van indicatoren bepaald voor het meten van de preventie van bedrijfsafvalstoffen. Er werd gestart met een aanvullend proefproject: op basis van een enquête bij bedrijven wordt nagegaan in hoeverre preventie daadwerkelijk wordt toegepast.
15
EUROPESE REGELGEVING De OVAM streeft naar een maximale impact van de Vlaamse standpunten op het Europese afvalstoffenbeleid. In 2002 werd onderhandeld over de regelgeving rond elektronische en elektrische apparatuur, werd een akkoord bereikt over de herziening van de Verpakkingsrichtlijn en werden de aanvaardingscriteria en -procedures voor het storten van afvalstoffen goedgekeurd. De OVAM zet ook de Europese afvalstoffenwetgeving in de Vlaamse regelgeving om. Zo werd begin 2002 de nieuwe Europese Afvalstoffenlijst (EURAL) en het identificatieformulier voor het vervoer van afvalstoffen van kracht in het Vlaamse Gewest. Verder werd werk geleverd voor de omzetting van de Verbrandingsrichtlijn en de richtlijn Havenontvangstfaciliteiten.
INVOER VAN AFVALSTOFFEN EVEN BELANGRIJK ALS UITVOER, BEIDE STERK STIJGEND De verordening 259/93 regelt de in- en uitvoer van een reeks afvalstoffen, voornamelijk gevaarlijke of voor verwijdering bestemde afvalstoffen. Bij de invoering van deze verordening bleek Vlaanderen 16
volgens de beschikbare gegevens netto meer afval in te voeren dan uit te voeren. Halfweg 1998 trad echter een trendbreuk op en werd Vlaanderen duidelijk een grotere uitvoerder van afvalstoffen. 2002 lijkt echter opnieuw een trendzettend jaar te worden. In- en uitvoer worden even belangrijk, op een niveau dat in gewicht uitgedrukt vier keer groter is dan zes jaar geleden. De stijgende trend blijft uitgesproken.
BESTENDIGE GROEI VAN HET AANTAL DOSSIERS IN- EN UITVOER AFVALSTOFFEN EXPLOSIE VAN HET AANTAL DOSSIERS VOOR DE JAARLIJKSE MELDINGSPLICHT
VERSCHUIVINGEN IN DE PRODUCTIE EN DE VERWERKING VAN BEDRIJFSAFVALSTOFFEN
17
In 2002 werden de gegevens over de bedrijfsafvalstoffenproductie van 2001 ingezameld. Deze gegevens worden individueel bekeken en via statistische methoden worden er relevante indicatoren uitgepuurd. Dat proces duurt tot februari 2003. Begin 2002 kwamen via hetzelfde proces de cijfers ter beschikking voor het jaar 2000. Ze werden gerapporteerd in de gemeenschappelijke OESO/EUROSTAT-questionnaire en aan andere internationale of Europese instellingen. Uit de cijfers blijkt een stabilisering van de totale productie van bedrijfsafvalstoffen rond de 25 miljoen ton, en een opmerkelijke toename van het belang van de voorbehandeling. Afvalstoffen ondergaan meer en meer voorbehandelingen om een kwaliteitsvolle recyclage of verwerking mogelijk te maken. Verbranden is en blijft vrij marginaal voor bedrijfsafvalstoffen. In 2002 beschikte de OVAM voor de eerste keer over voldoende materiaal om ook de kleinhandel en de dienstensector ten volle te betrekken in de gegevensinzameling. Vanaf nu zullen ze systematisch in de statistieken betrokken blijven.
AFVAL OVERSCHRIJDT DE GEWESTGRENZEN In december rondde de OVAM, samen met de collega’s uit de Brusselse en Waalse administratie, het eindrapport af van het onderzoek naar afvaltransporten die de gewestgrenzen overschrijden.
307 000 ton gemengd bedrijfsafval, of 10% van de totale productie, wordt afgevoerd naar Wallonië, 3% naar Brussel en 1% naar het buitenland. De hoofdbestemming is voorbehandeling ter voorbereiding van verdere verwerking of verwijdering.
INTERNATIONAAL E-GOVERNMENT VOOR IN- EN UITVOER VAN AFVALSTOFFEN De OVAM leverde aanzienlijke inspanningen voor het EUDIN-project. Dat is een systeem om via een webtoepassing voormeldingen en nameldingen in het kader van in- en uitvoer van afvalstoffen te realiseren. Samen met Nederland, Duitsland en Oostenrijk werd aan het systeem gewerkt, waarbij de OVAM de technische analyse op zich nam. In 2003 start het proefdraaien.
PCB-VERNIETIGINGSBELEID In 2002 werd werk gemaakt van de opvolging en controle van het besluit van de Vlaamse regering van 17 maart 2000 voor vaststelling van het verwijderingsplan voor PCB-houdende apparaten en de daarin 18
aanwezige PCB's (BS 17.05.00). Dat gebeurde op basis van de inventaris van PCB-houdende apparaten, die de voorbije jaren werd vervolledigd. Houders van apparaten die overeenkomstig artikelen 2 en 3 van het verwijderingsplan al in het verleden gereinigd en/of verwijderd hadden moeten zijn, hebben we aangesproken en gemotiveerd om hun verantwoordelijkheid op te nemen. In het uiterste geval werden hardleerse houders aangepakt door middel van een proces-verbaal en werd de procedure voor ambtshalve verwijdering ingezet. Eind 2002 was al 53% van de geïnventariseerde apparaten verwijderd. Van een groot aantal andere apparaten hebben we bewijzen ontvangen van de geplande afvoer ervan in de eerste maanden van 2003.
VERBRANDINGSBELEID De OVAM blijft dienst doen als informatiesteunpunt voor externen voor alles wat te maken heeft met afvalverbranding. Openbare besturen, exploitanten, omwonenden en actiegroepen kunnen er terecht voor informatie zoals bestaande en nieuwe wetgeving, huidig en gepland beleid, en technische informatie omtrent installaties of technieken. In de loop van 2002 werd de Europese richtlijn betreffende de verbranding van afvalstoffen omgezet in de Vlaamse wetgeving. Van deze gelegenheid werd gebruik gemaakt om de volledige Vlaamse wetgeving omtrent afvalverbranding te herzien. Het uiteindelijke voorstel tot wijziging van Vlarem II is opgebouwd uit 4 grote delen: één omtrent de verbranding en meeverbranding van afval, één omtrent de experimentele verbrandingsinstallaties, één omtrent de dierencrematoria en één omtrent de verbranding en meeverbranding van biomassa-afval. De OVAM stelde het ontwerpvoorstel op in een samenwerking met AMI, AMV, AMINABEL, VMM en VLM. Dit voorstel werd achteraf ter consultatie voorgelegd aan de bedrijfswereld. Op 18 december 2002 keurde de Vlaamse regering het voorstel principieel goed. De definitieve goedkeuring wordt verwacht in de eerste helft van 2003.
Door het Elektriciteitsdecreet van 17 juli 2000 en het uitvoeringsbesluit van 28 september 2001 wordt een systeem van groenestroomcertificaten ingesteld en worden nadere regels vastgesteld voor het toekennen van de certificaten ter bevordering van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen. Ook de elektriciteitsopwekking uit welbepaalde afvalstoffen, hetzij door vergisting, hetzij door valorisatie van stortgas of hetzij door verbranding, komt in aanmerking voor het verkrijgen van groene stroomcertifacaten. De OVAM behandelt de aanvraagdossiers voor het verkrijgen van groenestroomcertificaten voor de elektriciteit die wordt opgewekt uit de verbranding van selectief organisch-biologische afvalstoffen. In de loop van 2002 werden er 4 dergelijke dossiers behandeld. Het betrof de meeverbranding van olijvenpitten, houtafval en slibpellets.
MILIEUBELEIDSOVEREENKOMSTEN (MBO) Het VLAREA bepaalt dat de producenten van elektrische en elektronische apparatuur, banden, drukwerk, loodaccu’s, batterijen en voertuigen verantwoordelijk zijn voor hun producten tot en met de afvalfase. De OVAM probeert met de betrokken sectoren milieubeleidsovereenkomsten af te sluiten voor de diverse stromen, en staat daarna in voor de opvolging. Sinds oktober 2001 voeren in dat verband negen controleurs van de OVAM controles uit op de naleving van de bepalingen voor elektrische en elektronische toestellen, banden, drukwerk, batterijen en afgedankte voertuigen.
Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA) In de loop van 2002 werd de uitvoering van de bestaande MBO voor AEEA verder geoptimaliseerd in samenwerking met het beheersorganisme Recupel. Dat leidde tot een uitbreiding van de productenlijst. Ook werd de doelstelling van de Europese richtlijn inzake inzameling in het Vlaamse landgedeelte bereikt, met name 4 kg/inwoner. Sinds oktober 2001 voert de OVAM intensief controles uit op de naleving van de MBO voor AEEA. In 2002 werden hiervoor ruim 409 bedrijfscontroles uitgevoerd. Met deze controles wil de OVAM nagaan of producenten en invoerders voor een doelmatige inzameling en verwerking zorgen van de door hen in BelgiĂŤ verkochte goederen die afval zijn geworden. Dat kunnen ze aantonen door zich aan te sluiten bij het beheersorganisme Recupel, aan wie ze een recyclagebijdrage per toestel betalen, of door het indienen van een afvalbeheersplan bij de OVAM. Tijdens de controles gingen we ook na of voor elk verkocht toestel een bijdrage aan de klant werd aangerekend en of deze bijdrage werd doorgestort aan Recupel. Het niet aanrekenen en/of
19
doorstorten van deze bijdrage zou immers leiden tot een financieel voordeel t.o.v. concurrenten. De OVAM stelde vast dat in 2002 een kwart van de bedrijven niet aangesloten was bij Recupel, noch een afvalbeheersplan had ingediend bij de OVAM, en dat 8% van de bedrijven de afgedankte toestellen meegeeft met onbekende ophalers. 45% procent van de gecontroleerde bedrijven was niet in regel met de VLAREA-voorschriften.
Afvalbanden Uit de evaluatie van de MBO afvalbanden blijkt dat er nood is aan een centrale sturing voor de inzameling en de verwerking van afvalbanden. Nog heel wat afvalbanden gaan namelijk naar een onbekende bestemming. Met de betrokken beroepsorganisaties werd een akkoord bereikt over een nieuwe MBO afvalbanden. Hieraan zou definitief uitvoering worden gegeven vanaf de tweede helft van 2003. Concreet zullen eindverkopers hierdoor een beroep kunnen doen op een gratis inzamelsysteem voor de aanvaarde afvalbanden. De sector gaat ook samenwerken met gemeenten en intergemeentelijke samenwerkingsverbanden voor de inzameling van afvalbanden op containerparken. Het hele systeem zal worden gefinancierd via een bijdrage die wordt aangerekend bij 20
de verkoop van een nieuwe band. Het bestaande systeem werd in 2002 gecontroleerd bij ruim 291 bedrijven. We controleerden bij de eind-verkopers, ophalers, verwerkers en groothandelaars van banden. Op basis van de vastgestelde overtredingen verstuurden we in totaal 228 aanmaningsbrieven en maakten we 16 processen-verbaal op. De meest voorkomende overtredingen waren het niet naleven van de meldingsplicht, het niet bijhouden van een afvalstoffenregister, de afvoer van afvalbanden via landbouwers en onbekenden en de afvoer van afval-loodaccu's door niet-erkende ophalers.
Afgedankte voertuigen Sinds 29 juni 2000 is, in uitvoering van de Europese richtlijn en de MBO terzake, een nieuwe regelgeving voor afgedankte voertuigen van kracht in Vlaanderen. Deze regelgeving legt een verplichte inlevering van afgedankte voertuigen op bij erkende centra binnen welbepaalde termijnen. Deze erkende centra zorgen voor de depollutie, ontmanteling en vernietiging van alle afgedankte voertuigen en maken een certificaat van vernietiging op basis waarvan een voertuig uitgeschreven wordt bij de Dienst Ingebruikname Voertuigen (D.I.V).
Omdat de regelgeving in de praktijk niet werd nageleefd, ging de OVAM in 2001 over tot een sensibiliseringsactie, die enige tijd later gevolgd werd door contoleacties. Daaruit bleek dat 86% van de gecontroleerde bedrijven de regelgeving niet of onvoldoende naleefde. Ook na het opleggen van maatregelen door de OVAM kwam nog 16% van de gecontroleerde bedrijven de regelgeving niet na, waardoor een proces-verbaal volgde. De controleacties hadden ook een positief effect: de aanvoer van afgedankte voertuigen bij erkende centra steeg in 2002 en een aantal bijkomende bedrijven nam in 2002 de stap om erkend centrum te worden. Toch stelden we midden 2002 vast dat de aanvoer van afgedankte voertuigen bij erkende centra maar beperkt toenam en dat depollutie voornamelijk bij niet-erkende centra plaatsvond. Het systeem werkte dus nog steeds niet zoals voorzien. Daarom ging de OVAM in het najaar van 2002 over tot meerdere, scherpere en onaangekondigde controles op de naleving van de regelgeving op afgedankte voertuigen bij alle soorten betrokken bedrijven. In totaal controleerden 21 ambtenaren van de OVAM in een periode van twee maanden bij ongeveer 100 bedrijven 2030 afgedankte voertuigen. De voorlopige resultaten van de actie geven in eerste instantie aan dat ten opzichte van 2001 een lichte verbetering merkbaar is. Maar in tweede instantie werd vastgesteld dat handhaving alleen het systeem van erkende centra niet kan doen draaien. Het huidige systeem van erkende centra dient beter afgestemd te worden op de praktijk en verder uitgediept om de huidige achterpoortjes te sluiten. Er moet dringend een financiĂŤle stimulans komen om afgedankte voertuigen bij erkende centra in te leveren. In 2003 zal de OVAM zich over de huidige wettelijke bepalingen buigen en aanpassingen op maat voorstellen aan de Vlaamse regering. Daarnaast zullen regelmatig controles worden uitgevoerd.
21
Drukwerk De OVAM maakte voor haar campagnes in 2002 gebruik van de gratis advertentieruimte die in het kader van de MBO met de uitgevers van tijdschriften, dagbladen en regionale pers ter beschikking werd gesteld. Via de technische werkgroep werd de uitvoering van de MBO reclamedrukwerk opgevolgd. Concreet dient een bedrijf dat meer dan 3 ton papier uitgeeft onder de vorm van reclamefolders, zich aan te sluiten bij het Interventiefonds Oud Papier. Dit fonds verdeelt de ingezamelde ledenbijdragen opnieuw onder de gemeenten, die instaan voor de inzameling van oud papier. In 2002 werden veertien overtredingen op de bepalingen vastgesteld. De gemeenten zullen 22
de bijdragen van de sector in het kader van de MBO reclamedrukwerk begin 2003 ontvangen. Batterijen en loodstartbatterijen Er werd al een prinicpieel akkoord bereikt voor de milieubeleidsovereenkomsten voor
Deze advertentie verscheen in het kader van de MBO
batterijen en loodstartbatterijen. Na de
reclamedrukwerk
wettelijke goedkeuringsprocedure zullen deze overeenkomsten vanaf midden 2003 van kracht zijn. De OVAM maakt al deel uit van de begeleidingscommissie van BEBAT. Qua inzamelresultaten scoort BEBAT in vergelijking met de rest van Europa zeer hoog. Nieuwe stromen die onderworpen worden aan de aanvaardingsplicht De bestaande milieubeleidsovereenkomsten, maar ook de nieuwe aanvaardingsplichten, voorzien in het ontwerp-VLAREA, hebben uitgewezen dat er nood is aan een grotere uniformisering van deze milieubeleidsovereenkomsten. In 2002 werd hiertoe een werkgroep opgericht met de betrokken federaties en intermediaire organisaties. Concreet zal deze werkgroep een visiedocument inzake aanvaardingsplichten opmaken zodat er een leidraad is voor de toekomstige milieubeleidsovereenkomsten, onder meer inzake de afbakening van de verantwoordelijkheden, vergoedingen, enz. Voor een aantal nieuwe stromen waarvoor de producenten verantwoordelijk zullen worden gesteld, werd een inventarisatie gemaakt van alle basisgegevens die nodig zijn voor het starten van de onderhandelingen rond nieuwe milieubeleidsovereenkomsten. Het gaat om fietsbanden, fotochemicaliĂŤn, matrassen, speelgoed, meet- en controle-instrumenten, houtafval en vloerbedekking.
HALON Sinds 29 juni 2000 is de EG Verordening 2037/2000 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de ozonlaag afbrekende stoffen van toepassing. Deze wetgeving heeft onder andere betrekking op halonbevattende installaties en apparaten. Tot 31 december 2002 was het op de markt brengen en het gebruik van teruggewonnen, gerecycleerde of geregenereerde halon toegestaan. Met ingang van 2003 is het op de markt brengen en het gebruik van halon alleen nog maar toegelaten voor kritische en essentiële toepassingen, die in bijlage van de hierboven vermelde verordening werden opgenomen. In alle andere gevallen dienen halonbevattende brandbeveiligingssystemen en blusapparaten vóór 1 januari 2004 buiten gebruik te worden gesteld. Om de wetgeving praktisch uitvoerbaar te maken, heeft de OVAM in 2002 overlegvergaderingen met de sector gepleegd, om een inventarisatie van het halon, verspreid over de Vlaamse en Belgische markt, te bekomen zodat de verwerkingscapaciteit en financiering ingeschat konden worden. Via de Vlaremwijzigingen werd de Europese wetgeving vertaald naar een Vlaamse wetgeving. Ook strafbepalingen voor het niet naleven van de wetgeving werden via aanpassingen van de gewestelijke milieuregelgeving geïmplementeerd. Begin 2003 zal de OVAM, in samenwerking met AMINABEL, de naleving van de wetgeving aan de hand van een halonverwijderingsplan nagaan.
CONTROLE OP DE EXPORT VAN AFGEDANKTE ELEKTRISCHE EN ELEKTRONISCHE APPARATUUR (AEEA) De OVAM voerde in 2002, in samenwerking met de scheepvaartpolitie van Antwerpen en de douane, frequente en intensieve inspecties uit op de export vanuit de haven van Antwerpen. Tijdens de acties - ongeveer vijf per maand - werden ladingen van zeeschepen met bestemming Verre Oosten of Afrika gecontroleerd. Hierbij werden alle uitklaringspapieren doorgelicht en werden verdachte aangiftes of bestemmingen uitgeselecteerd voor een fysieke inspectie. De douane van Antwerpen scande ongeveer 40 containers met een verdachte lading met behulp van een mobiele scanner. Een print van dergelijke scans brengt bewust verborgen AEEA aan het licht.
Print van een scanning van een zeecontainer met 'personal goods' op een vrachtwagen: vooraan motoronderdelen en televisietoestellen, achteraan verborgen koelkasten, zelfs hier en daar geladen met een televisietoestel.
23
Illegale transporten werden teruggestuurd naar de afzender onder toezicht van de bevoegde ambtenaren. De afzenders op het Vlaams grondgebied werden geverbaliseerd. Voor buitenlandse afzenders werden de bevoegde instanties in het buitenland ingelicht. Volgens artikel 11 van de Europese Verordening 2037/2000 is de export van CFK’s en CFK-houdende apparatuur uit Europa verboden. Voor de toepassing van dit verbod trad de OVAM in 2002 in overleg met de andere gewesten en maakten wij afspraken met de douane. Daarnaast werd de definitie van AEEA verstrengd op basis van criteria die de Vlaamse kringloopcentra hanteren.
SCHEEPSAFVALSTOFFEN In het kader van de ontwikkeling van passende plannen voor de ontvangst en de verwerking van scheepsafvalstoffen, zoals opgelegd door Richtlijn 2000/59/EG, hebben we overleg gepleegd met de visserijsector en de jachthavens. De visserij heeft in de eerste plaats behoefte aan toereikende inzamelfaciliteiten voor scheepsafval, bij voorkeur gestoeld op een regionale basis. De mogelijkheden om dit te verwezenlijken zullen eerst 24
worden onderzocht. Nadien zal worden bekeken op welke manier het principe 'de vervuiler betaalt' het best ingepast wordt in een en op Vlaams niveau georiĂŤnteerd financieringssysteem, specifiek voor de visserij. Ook dienen voor de visserijsector specifieke plannen voor de ontvangst en de verwerking van scheepsafvalstoffen uitgewerkt te worden. De eerste gesprekken hiervoor werden al gehouden. Ook de jachthavens dienen aan de verplichtingen van de richtlijn te voldoen. In dat kader heeft de OVAM al uitgebreid overleg gepleegd met de sector: in de eerste plaats om na te gaan in welke mate de jachthavens hun infrastructuur nog moeten aanpassen; in de tweede plaats om een specifiek plan voor de ontvangst en de verwerking van scheepsafvalstoffen uit te werken. Ook hier wordt getracht om een regionaal afvalbeheersplan op te stellen, dat daarna indien nodig nog op individueel niveau voor elke jachthaven afzonderlijk verder kan worden verfijnd.
INTERREGIONALE VERPAKKINGSCOMMISSIE De OVAM heeft via haar vertegenwoordiging in de Interregionale Verpakkingscommissie mee vormgegeven aan het beleid inzake verpakkingsafval. De OVAM heeft ook de noodzakelijke personele en budgettaire middelen ter beschikking gesteld van het permanent secretariaat zodat de uitvoering van het samenwerkingsakkoord inzake de preventie en het beheer van verpakkingsafval van nabij kon worden opgevolgd. De evaluatie van Fost Plus werd afgerond. Naar aanleiding hiervan werd de erkenning van Fost Plus op een aantal punten gewijzigd. Deze wijzigingen moeten onder meer de geografische dekking van het grondgebied met selectieve inzamelingen van verpakkingsafval versnellen en de communicatie naar de burger vergroten.
De uitvoering van VAL-I-PAC werd op het terrein opgevolgd. Een actieplan voor kleine ontpakkers werd goedgekeurd. De uitvoering van dit plan moet de selectieve inzameling van verpakkingsafval bij de kleine ontpakkers bevorderen. Op basis van een beperkte analyse van de wetgeving inzake verpakkingsafval in de verschillende EU-lidstaten werden concrete voorstellen uitgewerkt die de effectiviteit van het beleid inzake de preventie van verpakkingsafval moeten verhogen. De voorstellen worden besproken met de Interregionale VerpakkingsCommissie (IVC).
DIERLIJK AFVAL Commissie Dierlijk Afval In 2002 werd het overleg binnen de bestaande werkgroepen van de Commissie Dierlijk Afval voortgezet. Er werd ook een nieuwe werkgroep opgericht in verband met krengenhuisjes. Door de slechte bereikbaarheid van krengenhuisjes berokkende de ophaler vaak schade op de plaats van ophaling zodat er problemen met de verzekeringsmaatschappijen dreigden te ontstaan. Dat kon een adequate ophaling van de krengen in gevaar brengen. Er werden richtlijnen opgesteld om dit probleem op te lossen. Om deze richtlijnen een wettelijk karakter te geven, werd een voorstel gedaan om het Besluit Dierlijk Afval ook in die zin aan te passen. De Commissie zette ook een vernieuwd financieringssysteem op poten. Deze vernieuwing moest tegemoetkomen aan de klachten van de veehouders over het feit dat de abonnementen voor de krengenophalingen vaak niet voldoende aansluiten bij de reĂŤle situaties van de betrokken bedrijven. Voor de aanpassing van de abonnementen was er nood aan een recente gegevensbank in verband met het aantal dieren dat gehouden wordt per bedrijf. Deze gegevens vonden we bij de VLM-mestbank waarmee een samenwerking werd opgezet die ook in de volgende jaren zal blijven bestaan. Om de landbouwers voldoende informatie te geven over de nieuwe aanpak werd een brochure 'Mestbankinfo' uitgegeven en werd een tijdelijke infolijn opgericht. Opruiming diermeelcrisis 2001 In 2002 werden de uitlopers van de diermeelcrisis van 2001, waarbij diermeel plots van product naar afvalstof herleid werd, verder afgehandeld. De producenten van diermeel kregen begin 2001 de kans om diermeel op te slaan in een loods die, op vraag van de OVAM, werd opgevorderd door het federaal Ministerie van Landbouw. In april 2002 werd gestart met de afvoer van het meel naar een elektriciteitscentrale in Duitsland en de Belgische cementindustrie onder toezicht van de OVAM. Hoewel er oorspronkelijk een afvoertermijn van 2,5 jaar werd voorzien, zal de afvoer worden afgerond in februari 2003 omdat de cementindustrie meer verwerkingscapaciteit vrij had dan verwacht.
25
ORGANISCH-BIOLOGISCH AFVAL Bioland Eind juni 2002 kwam de zaak Bioland aan het licht na het detecteren van onvruchtbaarheid bij varkens in Nederland. Later bleek dat ze gevoederd waren met besmette glucosestroop (met het verboden MPAgroeihormoon), afkomstig van het bedrijf Bioland in Arendonk (Vlaanderen). De MPA-besmetting was afkomstig van een farmaceutisch bedrijf uit Ierland, dat via een tussenpersoon een illegale afzetmarkt vond in Vlaanderen. Het federaal Voedselagentschap deed de eerste vaststellingen en monsternames. De OVAM kreeg van de onderzoeksrechter de opdracht om nog de nodige stalen te nemen uit de overgebleven recipiënten en ze te laten analyseren in een erkend laboratorium. De OVAM ging samen met het federaal Voedselagentschap ter plaatse om na te gaan welke tanks al waren bemonsterd. In een infovergadering onderzocht de OVAM of het bedrijf de nodige kennisgevingen had gedaan voor de invoer van dit soort afvalstoffen in België. Daarna nam de OVAM, in samenwerking met een erkend laboratorium, monsters van de resterende partijen. Een aantal processen-verbaal werden opgesteld en overgemaakt aan de overtreder. De gerechtelijke diensten en ook de andere betrokkenen werden onmiddellijk op de hoogte 26
gebracht van de analyseresultaten. Ondertussen werd er voortdurend overleg gepleegd met het Voedselagentschap om na te gaan of er nog andere pistes aan het licht kwamen. Er werd contact gezocht met de Deense instanties om uit te zoeken of de betrokken firma vanuit Ierland vroeger al soortgelijke transporten op een wettelijke manier naar Denemarken uitvoerde. Momenteel is het dossier afgesloten. Het werd overgemaakt aan het parket. Keukenafval en etensresten Het verbod op het vervoederen van keukenafval en etensresten is definitief geworden in november 2002. De vergunde varkensboeren moeten dus op zoek naar een ander afzetkanaal dan de veevoeding. Door deze verstrenging, maar ook door het belang van een goede traceerbaarheid, trof de OVAM de gepaste maatregelen om de stroom van keukenafval en etensresten in kaart te brengen. Gebruikte frituurvetten en -oliën Met de nasleep van de dioxinecrisis blijft de opvolging van de stroom 'gebruikte frituurvetten en -oliën' van groot belang. Het voorbije jaar werden de ophalers en de smelters van gebruikte frituurvetten en -oliën verder in kaart gebracht en gecontroleerd. Maaisel
NAAR EEN DUURZAAM SLIBBELEID
UITVOERINGSPLAN KMO-AFVAL In het kader van het Uitvoeringsplan 'Gescheiden Inzameling Bedrijfsafval van Kleine Ondernemingen' zijn in 2001 een aantal acties ondernomen. Een van die acties is het onderzoek 'Voorbereiden van het programma Gescheiden Inzameling Stimuleren (GISTI)'. Het is de bedoeling per sector een gescheiden inzameling van bepaalde bedrijfsafvalstoffen bij de kleine ondernemingen op te zetten. Daarbij zijn logistiek en het kostenaspect belangrijke invalshoeken. Uit deze studie is gebleken dat een globale oplossing voor alle sectoren samen onmogelijk is. Er is immers een te grote verscheidenheid in type bedrijf en type afvalstof. Tevens blijkt een aantal essentiële factoren bepalend te zijn voor de KMO voor het al dan niet deelnemen aan een initiatief inzake selectieve inzameling. Een eerste element is de kost die aan de selectieve inzameling verbonden is. KMO’s vinden de meeste GISTI-initiatieven duur. Een kosten-batenanalyse is dus noodzakelijk vooraleer een project m.b.t. selectieve inzameling van afvalstoffen kan worden opgezet. Zolang de gescheiden inzameling van afvalstoffen voor de KMO’s niet meer opbrengt dan het niet gescheiden inzamelen zijn KMO’s weinig of niet geïnteresseerd om aan een dergelijk initiatief mee te werken. In Nederland heeft men in het kader van de wettelijke verplichting voor de selectieve inzameling van bepaalde bedrijfsafvalstoffen een berekening gemaakt van de meerkost die redelijkerwijs aanvaard kan worden voor een bedrijf wanneer het afvalstoffen selectief inzamelt. Het wettelijk verplicht maken van de gescheiden inzameling van afvalstromen, waar in de eerstvolgende wijziging van het VLAREA een aanzet toe gegeven wordt, kan hiervoor een oplossing bieden. Uit de ervaringen in Nederland blijkt evenwel dat heel het systeem staat of valt met de controle die op de naleving van deze verplichting wordt uitgeoefend. Een andere factor die de medewerking aan GISTI kan bevorderen, is het invoeren van financiële stimuli die interessant genoeg zijn om de KMO over de drempel te halen Ook belangrijk is het feit dat het initiatief laagdrempelig is. Indien de KMO’s te veel inspanning moeten leveren om afvalstoffen selectief in te zamelen, haken ze vaak af. De belangrijkste conclusie uit de studie is dat de bestaande initiatieven die succesvol zijn vanuit de sector worden gestuurd. Een sectorgerichte aanpak biedt dan ook de meeste kans op slagen bij het uitwerken van nieuwe initiatieven. Door deze aanpak kan een initiatief immers op grote schaal worden ontwikkeld, waardoor de kosten meer worden gedrukt dan wanneer een bedrijf individueel hetzelfde initiatief neemt. In een eerste fase werden dus een aantal prioritaire sectoren gekozen: rust- en verzorgingshuizen, rubber- en kunststofproducenten, supermarkten, voedingsdetaillisten en groothandel. Deze sectoren hebben ofwel globaal per sector nog heel wat restafval, ofwel is de restafvalproductie per bedrijf nog aanzienlijk. Het is de bedoeling om in een volgende fase per prioritaire sector een begeleidingsgroep samen te stellen met de betrokken federaties en de OVAM en de haalbaarheid van nieuwe initiatieven inzake selectieve inzameling te onderzoeken en ze ook te ontwikkelen.
27
In 2002 keurde de OVAM ook een aantal systemen van gemeenten goed om de hoeveelheid bedrijfsafval in het huisvuil te bepalen (IGEMO, IVIO…).
STORTVERBODEN Sinds 1 juli 2000 zijn er verschillende nieuwe stortverboden voor brandbare afvalstoffen van kracht. Dat betekent dat bijna 90% van de huidige aanvoer naar stortplaatsen van categorie 2 vanaf die datum onder een stortverbod valt. Voor de verwerking en vooral de verbranding van bepaalde afvalstoffen is momenteel nog steeds onvoldoende verbrandingscapaciteit. Daarom bepaalt het VLAREA dat de minister van Leefmilieu, na advies van de OVAM te hebben ingewonnen, aan de exploitanten van stortplaatsen individuele afwijkingen op deze verboden kan toestaan voor welbepaalde afvalstoffen, voor een termijn van maximaal twee jaar. Op 31 december 2002 vervielen de afwijkingen van 2002. Met het oog op nieuwe afwijkingen voor de periode vanaf 1 januari 2003 werd de toestand eind 2002 opnieuw geëvalueerd. 28 Voor huishoudelijk afvalstoffen vroegen zeven stortexploitanten samen een afwijking voor een contingent van 150 500 ton huishoudelijke afvalstoffen op jaarbasis. Voor 2003 werden er afwijkingen verleend voor een hoeveelheid van 131 000 ton, een status quo ten opzichte van de hoeveelheden die in 2002 werden gestort. Voor met huishoudelijk afval vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen op categorie 2-stortplaatsen vroegen 11 stortexploitanten samen een afwijking voor 925 500 ton bedrijfsafvalstoffen op jaarbasis. Voor 2003 werden er afwijkingen verleend voor een hoeveelheid van 638 500 ton, een vermindering met 59 000 ton ten opzichte van 2002. De contingenten werden bepaald met het oog op een maximale benutting van de beschikbare verbrandingscapaciteit. De contingenten werden over de verschillende stortplaatsen verdeeld uitgaande van de bestaande afvalstromen en rekening houdend met de bepalingen van het Uitvoeringsplan Huishoudelijke Afvalstoffen, het nabijheidsbeginsel en de prioritaire afwerking van bepaalde stortplaatsen. De afwijkingen werden verleend voor een periode van één jaar met de bedoeling om eind 2003 de situatie opnieuw te evalueren.
STORTPLAATSENBELEID De implementatie van de nieuwe EG-richtlijn stortplaatsen gaf aanleiding tot het herzien van alle stortvergunningen. Zo werden strengere uitbatingsvoorwaarden opgelegd zoals een verplichte schriftelijke aanvaarding van de afvalstoffen, melding van elke geweigerde vracht aan de afdeling Milieu-inspectie en de verplichte aanduiding van een technisch bekwaam persoon, die verantwoordelijk is voor het beheer van de stortplaats. Ook de inrichtings-, en afwerkingsvoorwaarden werden verstrengd.
Zo wordt voor de stortplaatsen van categorie 1 en 2 gestreefd naar een betere bescherming van bodem en grondwater door een dikkere geologische barrière en een elektronisch lekdetectiesysteem aan te brengen. Vanaf nu dient ook bij de categorie 3-stortplaatsen een geologische barrière aanwezig te zijn. Wat de afwerking betreft, voorziet de richtlijn een dikkere drainage- en bewortelingslaag, respectievelijk 0,5 en 1 meter i.p.v. 0,3 en 0,4 meter voordien, en een uitbreiding van de nazorgperiode van 10 jaar naar 30 jaar voor stortplaatsen van categorie 1 en 2 en van 5 jaar naar 30 jaar voor categorie 3-stortplaatsen.
BOUW- EN SLOOPAFVAL VERSUS ASBESTAFVAL Bouw- en sloopafval verdient bijzonder aandacht. Het is immers met ongeveer 7 miljoen ton per jaar één van de belangrijkste afvalstromen in Vlaanderen. Belangrijke deelstromen van het bouw- en sloopafval kunnen, als secundaire grondstof, opnieuw worden gebruikt. Het betreft in de eerste plaats het steenpuinafval (hergebruik in de bouwsector zelf) en, in mindere mate, het houtafval en het kunststofafval. Om het milieu te beschermen, dienen deze deelstromen bij hergebruik voldoende zuiver te zijn. Vandaar dat het zo belangrijk is om al op de bouwplaats zelf selectief te slopen en om de gevaarlijke afvalstoffen zoals asbestafvalstoffen niet samen met het andere bouwafval af te voeren. Asbestafvalstoffen kunnen een risico vormen wanneer het asbestafval in een toestand is dat de asbestvezels makkelijk vrijkomen en dus ingeademd kunnen worden. Het asbestafval moet naar een daartoe vergunde inrichting. Uitgebreide informatie over bouw- en sloopafval en over asbest en asbestafval staat op de website van de OVAM (www.ovam.be). Studiedag bouw- en sloopafval Op 16 mei 2002 organiseerden de OVAM en de VCB een studiedag rond Bouw- en Sloopafval in het Vlaams Parlement. Naast het bespreken van de knelpunten in verband met hergebruik en verwerking worden ook concrete oplossingen en praktijkvoorbeelden naar voren gebracht. Het hoofdthema van deze studiedag stond in het teken van het selectief slopen.
HASSELT, DUPONT - AMBTSHALVE AFVALVERWIJDERING In oktober 2000 werd de OVAM op de hoogte gebracht van de aanwezigheid van ongeveer 4000 ton cyanidehoudende afvalstoffen op de bedrijfsterreinen van G. Dupont nv in Hasselt. Achtereenvolgens kregen twee studiebureaus de opdracht om de hoop afvalstoffen fysisch en chemisch te kwalificeren. Gezien de hoge concentraties cyanides en de hoge uitloogbaarheid van deze cyanides werden de afvalstoffen gekwalificeerd onder de noemer 'gevaarlijk afval'. Tijdens de hoorzittingen bleek dat geen enkel van de betrokken partijen de intentie had de afvalstoffen verwijderen, zodat de OVAM in juli 2001 de beslissing nam tot ambtshalve verwijdering van de cyanidehoudende afvalstoffen.
29
De OVAM gaf de opdracht de afvalstoffen te verwijderen. Ze opteerde voor een segmentatie van de afvalstoffen, op basis van analyses, in functie van een van de volgende verwerkingstechnieken: storten op stortplaats categorie I onder zoutcelcondities; fysisch-chemische reiniging van de afvalstoffen en storten van de restfractie op stortplaats categorie I onder zoutcelcondities; verbranding. De OVAM rondde de afvoer van uiteindelijk 6500 ton afvalstoffen in december 2002 af. In 2003 worden de afvalstoffen verwerkt. De kosten kunnen pas na de verwerking van de afvalstoffen definitief worden ingeschat.
MILIEUHEFFINGEN Naast de traditionele controles van de aangiften inzake de milieuheffingen, werd er in 2002 extra aandacht besteed aan de toepassing van het verlaagd tarief voor het storten en verbranden van recyclageresidu’s. In het verleden konden bedrijven die afvalstoffen sorteerden of als grondstof gebruikten, de restfractie van deze handelingen storten of verbranden tegen een verlaagd milieuheffingstarief. 30
De voorbije jaren is het tonnage recyclageresidu’s enorm gestegen. Sinds 1 januari 2002 is de wetgeving omtrent recyclageresidu’s gewijzigd: enkel selectief ingezamelde afvalstromen komen nog in aanmerking. Bijkomend gegeven is ook dat er per selectief ingezamelde afvalstroom een percentage wordt vermeld in de wetgeving. In 2002 was er een verscherpte controle op de toepassing van dit verlaagde tarief. In dat kader werden alle exploitanten van sorteercentra of bedrijven die nieuwe producten aanmaken en die het verlaagde tarief laten toepassen, bezocht. Bij deze bezoeken zijn de controleurs nagegaan of de exploitanten de wetgeving rond de recyclageresidu’s juist interpreteren en toepassen. Zo werden alle sorteercentra en recuperatiebedrijven doorgelicht en bekwamen we een gedetailleerd beeld van de problemen in de verschillende sectoren. Deze problematiek zal nog verder worden besproken bij het uitwerken van de nieuwe wetgeving inzake milieuheffingen.
COMPENDIUM VOOR MONSTERNEMING EN ANALYSE (CMA) Het Compendium voor Monsterneming en Analyse (CMA) is het resultaat van de lange samenwerking tussen de Vito en de OVAM. Jaarlijks leggen ze een programma vast waarbij ze een aantal nieuwe analysemethoden vaststellen. In werkgroepen worden de bestaande monsternemings- en analysemethoden besproken en waar nodig geactualiseerd. Het CMA bevat een lijst van monsternemingstechnieken en gevalideerde analysemethoden voor de bepaling van zeer diverse parameters in verschillende matrixen. Het is de leidraad voor de erkende laboratoria bij de uitvoering van hun bemonsterings- en analyseopdrachten.
Het CMA werd goedgekeurd bij ministerieel besluit van 10 september 2002 en vervangt het afvalstoffenanalysecompendium (AAC), versie juni 1996. Het CMA bevat ten opzichte van het AAC 28 nieuwe en 34 herwerkte procedures. Het CMA is evenwel geen statisch geheel en zal in de toekomst vaker worden aangepast. Voor de alternatieve methodes, die afwijken van de referentiemethodes, zal de Vito in opdracht van de OVAM nagaan of er al dan niet een gelijkwaardigheidsonderzoek noodzakelijk is. In voorkomend geval zal de OVAM de Vito-beoordeling gebruiken om de alternatieve methode al dan niet toe te laten. De methodes kunnen al worden geraadpleegd op de website van de Vito www.vito.be/milieu/milieumetingen8.htm en binnenkort ook op de website van de OVAM.
31
BURGERS BODEM SANERING REGISTER VAN VERONTREINIGDE GRONDEN EN BODEMATTESTEN On-line-aanvraagprocedure voor bodemattesten Sinds 1996 moet iedereen die een overeenkomst over de overdracht van gronden wil sluiten, eerst bij de OVAM een bodemattest aanvragen. De wettelijke afleveringstermijn voor een blanco bodemattest is beperkt tot maximum één maand. Voor een niet-blanco bodemattest werd de afleveringstermijn van twee maanden behouden. De aanvraagprocedure voor bodemattesten werd vastgelegd in het Vlaams reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO). Met de wijziging van VLAREBO (BS 02.02.2002) werd deze procedure zodanig vereenvoudigd dat het niet meer noodzakelijk is om een origineel uittreksel van de kadastrale legger samen met het aanvraagformulier voor bodemattesten en het betalingsbewijs aan de OVAM over te maken. Het volstaat om de kadastrale gegevens op een eenduidige manier, volgens het model op het standaardaanvraagformulier, aan de OVAM mee te delen. Zo staat de weg open om via het internet bodemattesten aan te vragen. 32 Om de tijd tussen een aanvraag en het afleveren van bodemattesten te minimaliseren, is er een nieuw, gebruiksvriendelijk computerprogramma ontwikkeld, waarmee bodemattesten on line kunnen worden aangevraagd. Via deze on-line-toepassing vullen de aanvragers de noodzakelijke kadastrale gegevens en aanvragergegevens zelf in. De aanvragen komen na bevestiging in een wachttabel terecht, worden ’s nachts in een batchprocedure verwerkt en in principe de volgende dag afgedrukt en opgestuurd naar de aanvrager. Voor attestaanvragen waarvoor bij de OVAM al onderzoeksgegevens aanwezig zijn, is de afleveringstermijn iets langer, omdat een dossierbeoordeling moet worden verricht. Aangezien het betalingsbewijs nog altijd noodzakelijk is, wordt voorlopig alleen gewerkt met houders van lopende rekeningen bij de OVAM, waarbij het voorschot geldt als betalingsbewijs. Op vraag van de federatie van notarissen is deze toepassing met de hulp van de OVAM ook geïntegreerd is het intranetsysteem van de notarissen, het zogenaamde e-notariaat.
Bodemattesten op aanvraag Het totale aantal bodemattestaanvragen is gestegen ten opzichte van 2001. Dagelijks worden gemiddeld 740 bodemattesten op aanvraag afgeleverd.
De gegevens in de grafiek hebben betrekking op bodemattesten afgeleverd op basis van een aanvraag (retributie 25 euro per kadastraal perceelnummer). Er werd hier geen rekening gehouden met bodemattesten afgeleverd bij opname van een grond in het register, respectievelijk aan eigenaar, gebruiker en gemeente van de betreffende grond.
33 Bodemattesten bij opname in register Eind 2002 waren er ongeveer 26 400 percelen opgenomen in het register van verontreinigde gronden. Een deel hiervan wacht nog op de technische eindbeoordeling. Daarnaast is er ook nog een databank met informatie over bodembedreigende activiteiten. Deze inventaris omvat bijna 22 000 percelen. Er is ook een koppeling gemaakt met de bodemattestaanvragen waardoor de aanvrager in voorkomend geval een begeleidende brief krijgt met informatie over de bodembedreigende activiteiten. Dit systeem wordt op termijn vervangen door de gemeentelijke inventaris. Om een vlotte uitwisseling van gegevens mogelijk te maken werden onder andere al contacten gelegd met de Vlaamse Vereniging van Steden en Gemeenten (VVSG) en met een aantal firma’s waarop de helft van de gemeenten een beroep doet voor het verwerken van hun milieuvergunningen. Een deel van de activiteiten waarvoor een milieuvergunning nodig is, is immers bodembedreigend en kan zo de basis vormen voor de gemeentelijke inventaris. Momenteel loopt een testfase om deze gegevens op een gestandaardiseerde en geïnformatiseerde manier te kunnen uitwisselen met de OVAM.
Info Het aanvraagformulier voor een bodemattest is downloadbaar op de OVAM-website. U vindt er ook meer info over de afleveringstermijn van de bodemattesten, en een uitgebreide lijst met veelgestelde vragen en antwoorden over de aanvraag van een bodemattest. Voor specifieke vragen over een bodemattestaanvraag kunt u ook terecht bij de infolijnen, 015 284 458 en 015 284 459, of op het emailadres bodemattest@ovam.be.
Schadegevallen BODEMONDERZOEK VRIJWILLIGE EN VERPLICHTE BODEMSANERINGEN STRATEGISCH PROJECT BODEMSANERING De minister van Leefmilieu legde aan de OVAM de uitwerking van het strategisch project Bodemsanering op. Dit project bestaat uit vier deelprojecten: • Geïntegreerde aanpak van brownfields en woonzones • Verfijning wetgeving bodemsanering • Alternatieve financiering bodemsanering
34
• Versnelling ambtshalve procedure bodemsanering
Woonzones Op basis van de decreetswijziging (18 mei 2001) in verband met de sitegebonden aanpak van bodemverontreiniging, en op basis van de systematiek voor prioriteitsbepaling bij de aanpak van woonzones werd het proefproject 'Schuurveld' in Scherpenheuvel-Zichem verder uitgewerkt. Het is nu in de afsluitingsfase. Dit kleinschalige project heeft interessante gegevens opgeleverd, die ook relevant zijn voor grotere projecten, enerzijds op het vlak van onderzoeksmethoden, anderzijds op het vlak van communicatie naar bewoners en gemeente. Deze gegevens werden mee opgenomen in het project 'opmaak draaiboek woonzones'. Een groter proefproject ging van start, met name de site 'Kesseldal' in Kessel-Lo bij Leuven. Het betreft een historische verontreiniging (oud stort) die wordt bewoond door een vijfhonderdtal gezinnen. Voor dit project werd een inventarisatiestudie opgemaakt, en werden de opdracht communicatie en de opdracht bodemonderzoek gegund. De start van het onderzoek in situ is voorzien voor het voorjaar 2003. Daarnaast werd een grootschalig proefproject opgestart voor de integrale aanpak van een stadskern, waarin de clustermatige aanpak zal worden uitgetest. Hiervoor is het inventariserende onderzoek vrijwel afgerond. De onderzoeken in situ zijn voorzien voor het najaar 2003. De Vlaamse regering heeft twee steden als prioritair aangeduid, Antwerpen en Gent. Voor beide werd een inventariserend vooronderzoek opgestart. Een samenwerkingsovereenkomst met Antwerpen en Gent wordt in de loop van 2003 voorzien. De projecten worden dan ook in 2003 opgestart. Ondertussen voert de OVAM verder intensief prospectie naar potentieel verontreinigde woonzones.
Daarbij worden verschillende invalshoeken bestudeerd, zoals een streekgerichte thematische benadering. Op basis van deze voorbereidende gesprekken proberen we in 2003 nieuwe projecten op te starten.
AMBTSHALVE BODEMSANERING Schelle, stortplaats Van den Bosch - ambtshalve bodemsaneringswerken De sanering van de stortplaats Van den Bosch bestaat in hoofdzaak uit het aanbrengen van een ondoordringbare kleilaag, het oppompen en zuiveren van het percolaat en het verbranden van het stortgas in een fakkelinstallatie. Uit 17 onttrekkingsputten werd 41 000 m3 percolaat onttrokken en er werd 537 760 m3 stortgas afgefakkeld. Begin 2002 werd gestart met de afdichting met klei en folie en het aanbrengen van de eindafdek die, conform de gewijzigde VLAREM, bestaat uit een pakket van een halve meter drainagemateriaal en een meter teelaarde. Deze werken vergen veel grondverzet en zijn zeer weersgevoelig. De eindafwerking was voorzien om klaar te zijn in 2002. Door een afschuiving van een talud en een najaar met veel neerslag, is de bovenafdichting en de eindafdek niet 100% gerealiseerd. De waterhuishouding zal nog verdere inspanningen vergen. Eind 2002 was de saneringskost 7,5 miljoen euro. Sint-Amands, Kouterwijk - ambtshalve bodemsaneringsproject Met het oog op de eigenlijke bodemsaneringswerken werden in 2002 verdere voorbereidingen getroffen. Naast het verkrijgen van een conformverklaring voor het bodemsaneringsproject, werd de werking met de bewonersdeskundige bestendigd en werden bijkomende opdrachten gelanceerd: - bijkomende gedetailleerde afperking van de verontreiniging; - waardeschatting en tegensprekelijke opmeting van de percelen; - in stock leggen van propere aanvulgrond en teelaarde, te gebruiken na de sanering; - aanduiden van een universitaire instelling voor het uitvoeren van een sociologische studie naar de impact van de bodemsanering in een woonwijk. Daarnaast werd de goedkeuring bekomen om na de sanering de gesaneerde percelen opnieuw aan te leggen. Om de bodemsanering te ondersteunen, wordt momenteel een geografisch informatiesysteem (GIS) opgezet om alle beschikbare gegevens te visualiseren. Er is overleg met de gemeente Sint-Amands om afstemming te bekomen van de overheidsacties met het oog op het verminderen van de last voor de bewoners.
VEILIGHEIDSMAATREGELEN Temse, Gosselin Dit dossier, dat zijn oorsprong heeft in 1994 en door zijn ligging in een dichtbevolkt gebied moeilijk startte, raakte in 2002 in een stroomversnelling. Zo werd in 2002, op basis van het evaluatierapport van de vroegere grondwatersanering, een dimensionering voor een nieuwe grondwateronttrekking opgemaakt. Aan de hand van deze dimensionering werd eind 2002 een opdracht voor de uitvoering van
35
de veiligheidsmaatregelen gelanceerd. Deze opdracht zal in het voorjaar van 2003 aanvatten. Ook werd eind 2002 het beschrijvend bodemonderzoek opgemaakt en conform verklaard. Zo kan de opmaak van het bodemsaneringsproject beginnen, dat uiteindelijk moet leiden tot de sanering van de historisch verontreinigde gronden. Om de bewoners zo goed mogelijk te informeren bij de veiligheidsmaatregelen en de bodemsanering namen we eind 2002 contact op met de provincie Oost-Vlaanderen voor het aanstellen van een bewonersdeskundige. De kosten van de veiligheidsmaatregelen zijn geraamd op 200 000 euro.
Vilvoorde, Astral en Machelen, Biolux Bij bodemonderzoeken op de terreinen van het voormalige Astral in Vilvoorde en Biolux Machelen, werden hoge concentraties verfverdunners en olieoplossers aangetroffen in de bodem en het grondwater. De concentraties van deze vluchtige producten zijn dermate hoog dat ze via uitdamping zelfs waarneembaar zijn in de kelders van sommige woningen. Metingen van binnenlucht in ondergrondse ruimtes bevestigen deze veronderstellingen. De OVAM gaf daarom in het kader van veiligheidsmaatregelen het advies om deze ruimtes beter te gaan ventileren in afwachting van een aanpak van de bodemverontreiniging. Ondertussen worden verdere maatregelen voorbereid, waaronder het luchtdicht 36
maken van kelders en/of het mechanisch ventileren. Een ander probleem is de infiltratie van verontreiniging in het plaatselijke rioleringsstelsel, dat dus als verspreidingskanaal fungeert. De OVAM bereidde voorzorgsmaatregelen voor om hier een oplossing aan te bieden. Belangrijk is dat de plaatselijke school, na metingen, niet in de buurt met de grootste problemen blijkt te liggen.
BOUW- EN GRONDBEHEER
AFVAL HANDBOEK 'MILIEUVRIENDELIJK CONSUMEREN – 10 PRODUCTGROEPEN KRITISCH BEKEKEN' Midden 2002 lanceerden we het handboek 'milieuvriendelijk consumeren'. Aan de hand van uitgebreide informatie over de milieu-impact van tien concrete productklassen, krijgt de consument een leidraad die hem moet helpen bij meer milieuverantwoorde productkeuzes.
SELECTIEVE INZAMELING OUDE EN VERVALLEN GENEESMIDDELEN Het nieuwe VLAREA, waarvan de definitieve goedkeuring in de loop van 2003 wordt verwacht, voorziet in een aanvaardingsplicht voor oude en vervallen geneesmiddelen. Die zal onder de vorm van een
nieuwe MBO met de farmaceutische sector worden uitgevoerd en behoudt het bestaande inzamel-systeem van oude en vervallen geneesmiddelen via de apotheken. Om dat systeem ondertussen verder te kunnen zetten, sloot de OVAM met de geneesmiddelensector, in afwachting van het nieuwe VLAREA, een voorlopige overeenkomst. Net zoals voorheen volgt een begeleidingscommissie de uitvoering van deze overeenkomst op. Nog altijd belandt een beperkte hoeveelheid geneesmiddelen in de huisvuilzak, de milieubox of de gootsteen. Daarom opteerde de begeleidingscommissie 'oude en vervallen geneesmiddelen' om in 2002 opnieuw een intensieve sensibiliseringscampagne te voeren. Omdat het voor de consument vaak niet duidelijk is welke producten al dan niet naar de apotheek moeten worden teruggebracht, werd een sorteerwijzer ontworpen die bij de apotheker te verkrijgen is. Daarnaast werden ook affiches verspreid via de gemeenten en intercommunales. Mede dankzij deze actie werd in 2002 329 ton oude en vervallen geneesmiddelen ingezameld en milieuverantwoord verwerkt. Dat is 4% meer dan in 2001.
ONDERZOEK LUIER- EN INCONTINENTIEAFVAL Recentelijk werden nieuwe technieken ontwikkeld voor de verwerking van luier- en incontinentieafval. Daarom liet de OVAM een onderzoek uitvoeren naar de Vlaamse situatie inzake productie, inzameling en verwerking van luier- en incontinentieafval. Naast een doorlichting van de producenten en invoerders van deze producten, onderzochten we hoeveel luiers huishoudens, kinderopvang en de verzorgingssector produceren. In 2001 produceerden de huishoudens en kinderopvang ca. 70 000 ton luier- en incontinentieafval. De bedrijfswereld, die bestaat uit de verzorgingssector, kinderdagverblijven en opvanginstellingen, produceerde 34 073 ton. Vooral bij de huishoudens nam, door de stijgende selectieve inzameling van verschillende afvalfracties, het procentueel aandeel van luiers in de afvalzak toe, ondanks een daling van het gewicht van de luierfractie. De totale hoeveelheid die door de huishoudens wordt geproduceerd, zal in de toekomst echter dalen door de daling van het geboortecijfer. Daarnaast zorgt de toenemende vergrijzing voor een lichte stijging van de hoeveelheid incontinentieafval die de verzorgingssector produceert. De OVAM onderzocht de toepasbaarheid van verschillende verwerkingstechnieken: mechanischbiologische behandeling in combinatie met energetische valorisatie, vergisting, compostering en mechanische recyclage. Op basis van deze gegevens werden verschillende scenario’s inzake
37
afvalbeheer uitgeschreven. Voorlopig kunnen we de volgende conclusies trekken: - Het specifieke karakter van luier- en incontinentieafval vereist een andere aanpak dan voor de meeste afvalstromen. - Op korte termijn lijkt de beste oplossing het scenario voor de verwerking van huishoudelijk en vergelijkbaar restafval (klassieke verbranding in combinatie met mechanisch-biologische behandeling en energetische valorisatie). - Op langere termijn zijn er perspectieven voor incontinentieafval van verzorgingsinstellingen, aangezien deze fractie het makkelijkst gescheiden kan worden ingezameld en naar specifieke verwerking kan worden afgevoerd. Op die manier zou tot 25% van de totale hoeveelheid luier- en incontinentieafval uit het verwijderingscircuit blijven. Er zijn momenteel nog te veel vraagtekens over bepaalde verwerkingstechnieken (kostenvergelijking, afzet gerecycleerde materialen) om onvoorwaardelijk de voorkeur te geven aan ĂŠĂŠn verwerkingstechniek. - In ziekenhuizen is de hoeveelheid luier- en incontinentieafval te klein, en zijn de inspanningen (financieel en organisatorisch) te groot om het apart in te zamelen en op te halen. De resultaten van deze studie zullen worden aangewend voor de verdere ontwikkeling van het specifieke beleid ten aanzien van deze afvalfractie. 38 AFGEDANKTE ELEKTRISCHE EN ELEKTRONISCHE APPARATUUR (AEEA) Sinds 1 juli 2001 kan de burger zijn AEEA gratis afgeven, hetzij bij de detailhandelaar bij aankoop van een nieuw toestel, hetzij op het gemeentelijk containerpark. De vzw Recupel staat in voor de inzameling en verwerking van de afgedankte toestellen. De burger betaalt hiervoor een milieubijdrage bij de aankoop van een nieuw toestel en vertrouwt erop dat de verwerking op een milieuverantwoorde manier gebeurt. Ondanks het feit dat Recupel de ophaling en verwerking van de afgedankte toestellen gratis aanbiedt, verdwijnt een groot deel nog altijd illegaal. Dat wordt zowel op het niveau van de detailhandelaar vast-gesteld door de OVAMcontroleurs, als bij inspectie van douaneaangiftes voor export naar niet-OESO landen. Een groot deel AEEA dat niet ontdaan is van zijn gevaarlijke componenten, is volgens de Eural-lijst gevaarlijk afval. De export van deze
afvalstoffen naar niet-OESO landen is verboden. Inspecties van zeecontainers met als bestemming nietOESO landen, tonen aan dat veel AEEA uitgeklaard wordt onder de noemer tweedehands-toestellen, terwijl het in werkelijkheid afval is.
AFGEDANKTE VOERTUIGEN Sinds 1 juli 1999 kan de consument afgedankte voertuigen gratis inleveren bij de eindverkoper bij de aankoop van een nieuw voertuig. Ook moet er aan een aantal bijkomende voorwaarden worden voldaan: - het afgedankte voertuig moet alle onderdelen bevatten die noodzakelijk zijn voor het functioneren van een voertuig; - het afgedankte voertuig moet minstens sinds 6 maanden ingeschreven zijn in BelgiĂŤ door de laatste eigenaar; - het afgedankte voertuig dient vergezeld te zijn van het gelijkvormigheidsattest, het inschrijvingsbewijs D.I.V. en het keuringsbewijs; - het afgedankte voertuig mag geen vreemde afvalstoffen bevatten; - het voertuig moet worden aangeleverd op de plaats die de eindverkoper aanduidt. Wanneer niet voldaan is aan deze bijkomende voorwaarden, kan een prijs bedwongen worden in verhouding tot het gebrek. In de toekomst zal de consument afgedankte voertuigen ook gratis kunnen inleveren bij de eindverkoper zonder de aanschaf van een nieuw voertuig. De bijkomende voorwaarden zoals hierboven uiteengezet, zullen ook daarbij van toepassing blijven.
DIERLIJK AFVAL In 2002 leverde de OVAM 26 nieuwe toelatingen voor het vervoederen van dierlijk afval aan dieren die niet voor menselijke consumptie worden gehouden. Het aantal toelatingen neemt jaarlijks toe, zodat de controle op de stromen van dierlijk afval steeds efficiĂŤnter kan worden georganiseerd. In dat kader legden we ook contacten met twee verenigingen van valkeniers, om een nieuw systeem op te zetten van algemene toelating voor alle leden voor het vervoederen van kuikens. Zo leerden we veel nieuwe eindgebruikers kennen. Bij het uitschrijven van de toelatingen worden een aantal voorwaarden opgelegd die een veilig gebruik van dierlijk afval garanderen. Op die manier wordt milieuhinder vermeden.
INVENTARISATIE HUISHOUDELIJKE AFVALSTOFFEN 2001 Jaarlijks worden bij de gemeenten en intercommunales de gegevens opgevraagd over de productie, inzameling en verwerking van de huishoudelijke afvalstoffen. Onderstaande figuur geeft de evolutie weer voor de periode 1991-2001. Ze laat zien dat er vanaf 1997 meer huishoudelijke afvalstoffen selectief worden ingezameld dan dat er worden ingezameld voor terminale verwerking, met name storten en verbranden.
39
Evolutie van de totale, de selectief ingezamelde en de terminaal te verwijderen hoeveelheid huishoudelijke afvalstoffen, uitgedrukt in kilogram per inwoner voor de periode 1991-2001.
kg per inwoner
600 500 400
406
423
331
330
450 334
480
492
335
325
300 200
93
74
100
116
146
167
492
528
280 270 211
258
531
315
544
343
561
564
370
380
terminaal te verwijderen selectief ingezameld
216
202
totaal huishoudelijke afvalstoffen
191
185
0
1991 1992 1993 1994 1995 1996 1997 1998 1999 2000 2001
In 2001 werd van de huishoudelijke afvalstoffen 67% selectief ingezameld en 33% ingezameld voor 40
terminale verwijdering. De volgende figuur geeft de samenstelling weer van de selectief ingezamelde huishoudelijke afvalstoffen in 2001. 379,6 kg/inwoner selectief ingezamelde huishoudelijke afvalstoffen in 2001
Bouw- en sloopafval 22,7%
Overige 2,2% Papier en karton 19,1 %
Houtafval 5,6%
Textiel 1,0 %
Glas 7,4 % Metalen 3,4 %
Groenafval 20,6 % Drankkartons 0,4 %
GFT 15,7 %
Kunststoffen 1,9 %
Procentuele verdeling van de selectief ingezamelde hoeveelheid huishoudelijke afvalstoffen in Vlaanderen in 2000. Met 'overige' wordt bedoeld: autobanden, vlakglas, afgedankte elektrische en elektronische apparaten, dierlijk afval, geneesmiddelen, Klein Gevaarlijk Afval en herbruikbaar afval ingezameld door kringloopcentra.
DIFTAR IN VLAANDEREN Het Vlaamse afvalstoffenbeleid is altijd volop in evolutie. Om de steeds verdergaande doelstellingen van een duurzaam afvalbeleid te bereiken, worden diverse instrumenten ingezet: maximale preventiemaatregelen en een optimale selectieve inzameling, sensibilisering en communicatie, regelgeving en handhaving en de toepassing van het principe 'de vervuiler betaalt', vertaald in het begrip ‘diftar'. Diftar wordt vaak omschreven als een responsabilisering van de burger en de KMO voor zijn afvalstoffen door de invoering van een gedifferentieerde tarifering (dif-tar) die gebaseerd is op volgend principe: de kost van restafval wordt volledig doorgerekend aan de burger, vermijdbare selectieve afvalfracties worden geheel of gedeeltelijk aangerekend. De instapdrempel voor preventie wordt zo laag mogelijk gehouden. In samenwerking met de MINA-Raad Vlaanderen startte de OVAM eind 2002 een project op waarbij enerzijds de lokale MINA-raden meer bij het beleidsproces betrokken worden en waarbij ze anderzijds hun mening kunnen formuleren omtrent de invulling van het principe 'de vervuiler betaalt'. Campagnes 'Geachte zakkenvullers', zo luidde de aanspreking in de krantenadvertentie van de OVAM-campagne over het Vlaamse afvalbeleid en over huisvuilbelastingen (diftar-systeem). Aan de hand van tekst-advertenties kon heel wat meer informatie gegeven worden dan via een klassieke beeldadvertentie. Bij de campagne hoorde de brochure 'Spring verantwoord om met afval dankzij diftar'. Daarin wordt uitgelegd hoeveel het afvalbeheer kost en hoe de individuele burger zijn afvalfactuur zelf kan verminderen door afvalpreventie en selectieve inzameling. Deze brochure werd in 25 000 exemplaren verspreid via de Vlaamse infozuilen en via de Vlaamse Infolijn. Daarnaast verleende de OVAM veelvuldig ondersteuning aan debatavonden in gemeenteraden, MINA-raden, politieke of socioculturele bijeen-komsten waarop het instrument diftar en het principe 'de vervuiler betaalt' werd besproken.
Invloed van diftar op de samenstelling van huisvuil in Lokeren en Lochristi De samenstelling van de huisvuilzak of -container wordt voornamelijk bepaald door de toegepaste tarieven, het stimuleren van afvalpreventie en een optimale selectieve inzameling. Hoe meer aan preventie wordt gedaan en hoe meer selectief wordt ingezameld, hoe kleiner de hoeveelheid restafval in de huisvuilzakken. Een studie, uitgevoerd in 2001 in opdracht van de OVAM, toonde aan dat de prijs van de huisvuilzak een belangrijke impact heeft op de hoeveelheid huisvuil die de burgers aanbieden. De gemeenten Lokeren en Lochristi voerden sorteeranalyses uit om het effect te meten van de overschakeling van contantbelasting via een dure huisvuilzak naar een containersysteem met weging per kilogram. Deze omschakeling vond plaats op 1 juli 2002. Bij 300 gezinnen - verspreid over
41
appartementsgebouwen, landelijke en stedelijke wijken - werd de invloed van het nieuwe systeem getest. In de huisvuilcontainer werd een grote afname vastgesteld: 55 kilogram per inwoner op jaarbasis of 60% t.o.v. 2002. Er werd nog maar 81 kilogram huisvuil per inwoner op jaarbasis ingezameld. Vooral organisch afval (15 kilogram), verpakkingsafval (10 kilogram), papierafval (5 kilogram), inert afval (10 kilogram) en textiel (3 kilogram) werden minder met het huisvuil meegegeven. Deze afnames worden vastgesteld in de drie stedelijke typologieën (appartementen, stedelijke en landelijke gebieden). Daartegenover staat geen gelijkmatige stijging van de selectief ingezamelde afvalfracties. Het selectief ingezamelde GFT-afval is afgenomen met 41 tot 54% onder invloed van de contantbelasting. Ook het glasafval werd beduidend minder selectief ingezameld. Er werd meer PMD-afval ingezameld, maar niet in vergelijking met de afname in het huisvuil. Waar is het afval dan wel naartoe? Uit eerste beperkte analyses bij de bevolking blijkt dat veel gezinnen gestart zijn met thuiscomposteren of dat intensiever doen dan voorheen. Verder geven de bedrijven niet meer of aanzienlijk minder dan vroeger hun bedrijfsafval illegaal mee met de huisvuilophaling, maar wel met privé-ophalers. Ten slotte blijkt dat de bevolking een ander aankoopgedrag vertoont, voornamelijk met betrekking tot verpakkingsafval. Grondig onderzoek moet deze tendenzen bevestigen. De conclusie is dat de bevolking een diftarsysteem op basis van gewicht als het meest eerlijke 42
aanvaardt. Met zo'n systeem weet de burger bovendien het best wat elke kilogram afval kost die hij produceert en niet sorteert.
HERBRUIKBARE LUIERS OP DE KRAAMAFDELING Op 15 januari 2002 startte de OVAM het project 'Herbruikbare luiers op de kraamafdeling' in het regionaal ziekenhuis H.Hart in Leuven. Alle moeders die tijdens de projectperiode op de kraamafdeling verblijven, krijgen de kans herbruikbare luiers te gebruiken. Na één jaar projectwerking staat het ziekenhuis positief tegenover de herbruikbare luiers. Ook de moeders staan globaal positief tegenover het project. Een derde van de moeders gebruikte de herbruikbare luiers op de kraamafdeling, 62% wenste dit gebruik thuis verder te zetten. Nog 5% van de moeders blijkt zes maanden na de geboorte de herbruikbare luiers te gebruiken. Deze voorlopige resultaten moeten nog verder worden bevestigd. Tijdens het project wordt de herbruikbare luier ook verder geoptimaliseerd.
RETOUR IS TERUG Eind 2001 startte in Zonhoven het project 'Retour is Terug'. Met behulp van een elektronische spaarkaart kunnen de inwoners punten verzamelen door drank in herbruikbare verpakkingen te kopen en dus door afval te vermijden. De gemeente zet deze punten om in geld. Meer en meer gezinnen maken gebruik van de 'Retour is Terug'-spaarkaart. Nog elke maand stijgt het aantal kaartgebruikers. Eind 2002 deden meer dan 2400 gezinnen mee met 'Retour is Terug'. Dat is meer dan een derde van alle gezinnen van Zonhoven. Samen spaarden deze gezinnen in 2002 maar liefst 3 218 566 punten. Omgezet in een premie komt dit neer op meer dan 15 000 euro. Wie afval vermijdt, wordt dus beloond.
Ook de deelnemende winkeliers zijn tevreden. Sinds de start van 'Retour is Terug' voorzien zij meer schapruimte voor drank in hervulbare verpakkingen en merken ze ook een stijging van de omzetcijfers voor deze dranken. Sommigen spreken van een vertienvoudiging van de verkoop van cola en limonades en een vervijfvoudiging van melk in retourverpakking. Een huis-aan-huisleverancier heeft sinds de start van het project zelfs een extra leveringsronde moeten inlassen. De positieve trend zet zich intussen verder: in 2003 zullen twee extra winkels, waaronder ĂŠĂŠn grootwarenhuis, deelnemen aan 'Retour is Terug'. Duidelijke significante effecten op de hoeveelheid wegwerpverpakkingsafval werden bij de eerste analyses van de huisvuilzak en de selectief ingezamelde fracties nog niet vastgesteld.
KRINGLOOPCENTRA Ook in 2002 heeft de OVAM in samenwerking met de KVK (Koepel van Vlaamse Kringloopcentra) en Hefboom een verslag over de kringloopsector in het Vlaamse Gewest laten opstellen. Het betreft hier het verslag over het jaar 2001. De inzamelingen in 1999, 2000 en 2001 zijn respectievelijk 14 469 ton, 17 469 ton en 20 002 ton. De inzamelingen per bediende inwoner in 1999, 2000 en 2001 zijn respectievelijk 2,51 kg, 2,96 kg en 3,36 kg. Zowat driekwart hiervan wordt effectief hergebruikt. Vanaf 2002 worden alle gemeenten in Vlaanderen officieel bediend door een van de 39 operationele kringloopcentra. Hiermee is het gebiedsdekkend netwerk van erkende kringloopcentra in Vlaanderen voltooid. Elke inwoner van Vlaanderen kan vandaag dus een beroep doen op een kringloopwinkel in de buurt. In het kader van de opvolging van de erkenningen werden alle erkende kringloopcentra financieel doorgelicht met het oog op een verbetering van het management en financieel beheer. Ook werd gecontroleerd of ze voldoen aan de criteria en doelstellingen van het VLAREA. De OVAM sloot een nieuwe vijfjarige samenwerkingsovereenkomst Cyclus 2 af met de KVK, waardoor de verankering van deze sector in het afvalstoffenbeleid verder kan worden uitgebouwd.
Kringwinkels Om de klant nog meer service en kwaliteit te bieden, hebben een aantal kringloopwinkels hun krachten gebundeld. Ze werkten in 2002 aan een nieuw systeem dat de kringloopwinkels een gezamenlijke sterke kwalitatieve uitstraling en een uniforme communicatie moet geven. De deelnemende kringloopwinkels hanteren dezelfde huisstijl, gebruiken hetzelfde logo, en dragen ook dezelfde naam: de Kringwinkels.
43
Dag van de kringloopwinkel Op zaterdag 26 oktober openden de kringloopwinkels voor de derde keer hun deuren voor het grote publiek. Radiospotjes en een mediacampagne in kranten en tijdschriften toonden aan dat 'kring-dingen' in allerhande vormen bestaan en niet duur hoeven te zijn. En ze kondigden meteen ook het bestaan van de nieuwe Kringwinkels aan. Per provincie brachten vijf gidsjes de praktische informatie over de kring(loop)winkels samen. Zij werden via de Vlaamse Infolijn en de kring(loop)winkels verspreid. Affiches ondersteunden de campagne op gemeentelijk niveau.
Aanvaardingsplicht elektrische en elektronische apparaten In 2002 werd veel aandacht besteed aan het inbedden van de kringloopsector in de uitvoering van de aanvaardingsplicht en milieubeleidsovereenkomst betreffende elektrische en elektronische apparaten (AEEA). De AEEA verplicht de verkoper van een nieuw apparaat om het oude toestel van de koper terug te nemen. Volgens de Vlaamse wetgeving moet eerst gecontroleerd worden of de teruggenomen toestellen nog herbruikbaar zijn. Hiervoor kunnen winkeliers een beroep doen op de erkende kringloopcentra. Of de consument kan zelf zijn afgedankt elektrisch of elektronisch toestel naar de kringloopwinkel brengen, of het gratis laten ophalen. 44 ZWERFVUIL Midden 2001 heeft de OVAM samen met het kabinet van minister van Leefmilieu en Landbouw een project opgestart waarin de zwerfvuilproblematiek integraal onder de loep wordt genomen. Verscheidene belangengroepen – o.a. LIN, Aminabel, Fedis, FOST Plus, Fevia, VEV, Unizo, VVP, VVSG, Interafval… – waren onmiddellijk geïnteresseerd in een samenwerking. In de loop van 2002 werd een actieprogramma opgesteld. Als eerste actiepunt zal de OVAM een zwerfvuilanalyseonderzoek in Vlaanderen laten uitvoeren om beter inzicht te krijgen in de hoeveelheden, samenstelling van het zwerfvuil en zwerfvuilgevoelige locaties. Aan de hand van deze resultaten kunnen dan gericht nieuwe acties worden uitgewerkt. Verder zullen een aantal proefprojecten worden opgezet om het zwerfvuilprobleem lokaal aan te pakken. De gekozen locaties zijn de binnenstad van Aalst en de stationsbuurt (Sint-Pieters) in Gent.
SAMENWERKINGSAKKOORD PREVENTIE EN BEHEER VERPAKKINGSAFVAL: PROEFPROJECTEN Diverse gemeenten en intergemeentelijke samenwerkingsverbanden dienden bij de Interregionale Verpakkingscommissie (IVC) een proefproject in voor de selectieve inzameling van verpakkingsafval op basis van de gewijzigde erkenning van FOST Plus. In deze proefprojecten zullen inzamelscenario’s die afwijken van het inzamelscenario van FOST Plus, getest worden op hun rendement en kosten. Het betreft voornamelijk de inzameling van PMD-afval via containerparken, een PMD-zak van meer dan 0,25 euro/zak en de inzameling van de hele kunststoffractie. Worden deze proefprojecten, die een duurtijd van maximaal 3 jaar hebben, positief geëvalueerd, dan worden ze als volwaardige inzamelscenario’s voor verpakkingsafval beschouwd. Volgende proefprojecten werden geselecteerd: IGEAN (7 gemeenten), Regionale Milieuzorg (16 gemeenten), Aalst en Dilbeek. De proefprojecten van
Londerzeel en Hasselt zijn nog in onderhandeling. Merchtem, Zwalm en Sint-Genesius-Rode zijn de enige resterende gemeenten die nog geen beslissing hebben genomen tot definitieve samenwerking met FOST Plus. De OVAM nam ook deel aan een werkgroep rond de problematiek van de referentiekosten en aan de Task Force PMD-residu waarin ook FOST Plus, de IVC en INTERAFVAL vertegenwoordigd zijn. Het bepalen van de totale en reĂŤle kost en het terugbrengen van het residu in de PMD-zak tot een aanvaardbaar niveau zijn belangrijke knelpunten.
SENSIBILISERINGSCAMPAGNES Injectienaalden De aanwezigheid van gebruikte injectienaalden in huisvuil en PMD is al langer een probleem. Het personeel van ophaal- en sorteerbedrijven kwetst zich regelmatig aan dergelijke voorwerpen, met infectiegevaar als gevolg. Daarom startten we in september 2002 een intensieve sensibiliseringscampagne op rond de organisatie van een inzamelsysteem voor injectienaalden van particulieren. Op korte termijn zal dit in het VLAREA worden opgenomen. De sensibiliseringscampagne werd voorbereid in nauwe samenwerking met de Vlaamse Diabetesvereniging, de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten, UNAMEC (producenten van medisch materiaal zoals injectienaalden), de Algemene Pharmaceutische Bond , OPHACO en producenten/verdelers van insuline. PatiĂŤnten die spuiten e.d. aankopen bij de apotheker zullen een folder krijgen waarin duidelijk vermeld staat dat het naaldenafval moet worden verwijderd via de KGA-inzameling en op welke manier ze het moeten verpakken, met name in een naaldcontainer. Deze naaldcontainer kan men aankopen bij de apotheker, de Vlaamse Diabetesvereniging of de medische speciaalzaak. De gevulde naaldcontainers zullen in gespecialiseerde verbrandingsinstallaties worden vernietigd. Sluikverbranden Sluikverbranden is wettelijk verboden, maar heel wat mensen denken dat het nog kan. Particuliere afvalverbranding is niet alleen hinderlijk, maar ook gevaarlijk voor het milieu en de volksgezondheid. Aminal, de OVAM en VMM sloegen daarom de handen in elkaar voor een Vlaamse sensibiliseringscampagne tegen sluikverbranden. De campagne steunde op vier pijlers. Ze maakte in de eerste plaats duidelijk dat sluikverbranden wel degelijk verboden is. Daarnaast belichtte ze de kwalijke gevolgen ervan op de volksgezondheid en op ons milieu. De campagne schonk ook aandacht aan de alternatieven, en deed aanbevelingen om afval te voorkomen
45
of toch minstens goed te sorteren. In laatste instantie ging de campagne in op het feit dat de burger voor sluikbranden bestraft kan worden. Voor deze campagne werkten we samen met VVSG, de Vlaamse Jeugdraad, de politiediensten en diverse andere instanties. De campagneboodschap was te zien tijdens de zomermaanden op 400 grote affichageborden van 20 m2. Elke gemeente kreeg campagneposters en folders. De folder werd ook verspreid via de Vlaamse infozuilen en de Vlaamse Infolijn. De compostmeesters kregen een speciale editie van 'De Compostmeester' met vragen en antwoorden over sluikverbranden.
Weekend van de Compostmeester Dat compostmeesters het dichtst bij de burger staan om het thuiscomposteren ingang te doen vinden, behoeft geen twijfel meer. Naar jaarlijkse gewoonte ondersteunde de OVAM het evenement 'Weekend van de Compostmeester' op 8 en 9 juni met een mediacampagne. Radiospots en advertenties vestigden de aandacht op 'grasmaaisel', dat voor vele thuiscomposteerders een probleem vormt. Voor het eerst werd met een thema gewerkt om het Weekend aan te kondigen. Deze aanpak bleek nuttig. Tijdens het 'Weekend van de Compostmeester' doken opvallend meer vragen op over problemen met composteren. Naast radiospots en advertenties in kranten en tijdschriften, bezorgden we de gemeenten 46
campagneposters en informatiebrochures. De lokale activiteiten maakten we bekend via de Vlaamse Infolijn en www.vlaco.be.
In 2002 ontwikkelde de OVAM drie nieuwe brochures i.v.m. composteren: 'Waarheen met je grasmaaisel?', 'Composteren in een wormenbak' en 'Composteren in vaten en bakken'. In 2003 wordt deze reeks van zes vervolledigd.
Winkel verstandig, koop minder afval Afval voorkomen gebeurt niet wanneer je het in de vuilnisbak werpt. Al bij het winkelen moet je rekening houden met het afval dat je samen met je aankopen mee naar huis neemt. In het kader van het SPAP (Strategisch Project Afvalpreventie) stopten we deze boodschap in de campagne 'Winkel verstandig,
koop minder afval'. De campagne liep via advertenties in de Vlaamse tijdschriften, tv-spots en in de winkelpunten via publiflaps op de winkelkarretjes. Ondersteunend bezorgden we de gemeentenbesturen affiches met het campagnebeeld.
De OVAM werkt samen met Gezinsbond, KVLV en KWB aan afvalpreventie In het kader van SPAP (Strategisch Project Afvalpreventie) werd in 2002 extra aandacht gegeven aan de samenwerking met socioculturele verenigingen. Door hun voeling met de ‘basis’ zijn zij immers een waardevolle partner in onze strijd tegen afval. Want ook socioculturele verenigingen zoals de Gezins-bond, het KVLV en de KWB dragen preventie hoog in het vaandel. Alledrie hadden ze het zelfs als expliciet thema voor 2002 opgenomen. De OVAM was bereid om mee gestalte te geven aan de concrete invulling ervan: vormingspakketten uitwerken, inhoudelijke adviezen geven, folders en brochures ter beschikking stellen... Ook de leden van Interafval verklaarden zich akkoord om gratis documentatie-materiaal ter beschikking te stellen.
Milieuvriendelijk schoolgerief Deze campagne liep in 2002 al voor de derde keer, met nog steeds als doel de leerlingen aan te sporen om milieuvriendelijk schoolgerief te kopen bij het begin van het nieuwe schooljaar. Dit jaar werd er 'achter de schermen' samengewerkt met enkele grootwarenhuisketens, aankoopcentrales en vakorganisaties van papierhandelaars. Ook waren we aanwezig op Papershow, een vakbeurs voor papieren schoolbenodigheden. Het doel was om meer milieuvriendelijk schoolgerief in de winkelrekken te krijgen. Het Waalse en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest waren opnieuw betrokken als partner. BAS (de Bewuste Aankoper van Schoolgerief), was nog steeds de mascotte van de campagne en in 2002 hield hij een drinkbus in zijn hand.
47
AFVAL OP EVENEMENTEN Afvalbeheer en -preventie kan ook op evenementen. Vooral de organisator speelt daarin een belangrijke rol. Zo kan hij op het terrein afvaleilandjes opzetten, waar de afvalfracties selectief worden ingezameld. Een nog beter initiatief is de herbruikbare beker: uw pintje of cola smaakt er veel lekkerder in dan in een
48
slappe wegwerpbeker. Ook in 2002 was de OVAM aanwezig op verschillende evenementen, waaronder de Gordel en de Libelle Picknick. Tijdens de Gentse Feesten werd zelfs het volledige Sint-Baafsplein tot 'wegwerpbeker-vrije zone' uitgeroepen: in plaats van in wegwerbekers werd er drank geschonken in glas of herbruikbare bekers.
VERSLAG OVER HET KLACHTENMANAGEMENT VAN DE OVAM VOOR 2002 Conform artikel 12 van het decreet van 1 juni 2001 houdende toekenning van een klachtrecht ten aanzien van bestuursinstellingen, het klachtendecreet, moet de OVAM jaarlijks vóór 1 maart schriftelijk verslag uitbrengen bij de Vlaamse ombudsman over de ingekomen klachten en de bevindingen van de behandeling van deze klachten.
Kwantitatieve gegevens In de loop van 2002 registreerde de OVAM in totaal 15 klachten, waarvan er 6 ontvankelijk werden bevonden en 9 onontvankelijk (4 kennelijk ongegrond en 5 betreffende beleid en regelgeving). Elf klachten werden overgemaakt per brief, 3 klachten per mail en 1 klacht per faxbericht. De OVAM ontving 8 klachten rechtstreeks van de burger en 7 klachten via de Vlaamse Ombudsdienst. De termijn in dagen tussen de ontvangstdatum van de klacht en de verzendingsdatum van de ontvangstmelding bedraagt gemiddeld 8 dagen (evenals de mediaan). Voor 12 klachten bedraagt deze termijn niet meer dan 10 dagen, voor 2 klachten bedraagt deze termijn wel meer dan 10 dagen. De termijn in dagen tussen de ontvangstdatum van de klacht en de mededelingsdatum van de beslissing bedraagt gemiddeld 21 dagen (mediaan is 19 dagen). Voor 8 klachten bedraagt deze termijn niet meer dan 20 dagen, voor 6 klachten bevindt deze termijn zich tussen 21 en 45 dagen. Er werden 6 ongegronde en 3 deels gegronde klachten geregistreerd. Van de deels gegronde klachten werden er 2 opgelost en 1 deels opgelost. Bij de deels gegronde klachten betrof het eenmaal een nietcorrecte beslissing en tweemaal ontoereikende informatieverstrekking (indeling van de klachten volgens de vereenvoudigde ombudsnormen).
Inhoud van de klachten per inhoudelijke categorie - Klachten over de afdeling algemene diensten: Er werden 6 klachten geregistreerd, waarvan 3 ongegrond en 2 deels gegrond. De 2 deels gegronde klachten werden beide opgelost. De toegepaste ombudsnorm bij deze deels gegronde klachten is ontroereikende informatieverstrekking. - Klachten over de afdeling bodemonderzoek en attestering: Er werden 7 klachten geregistreerd, waarvan 2 onontvankelijk werden verklaard, 4 ongegrond en 1 deels gegrond. De deels gegronde klacht werd deels opgelost. De toegepaste ombudsnorm bij deze deels gegronde klacht is een niet-correcte beslissing. - Klachten over de afdeling afvalstoffenbeheer: Met betrekking tot deze afdeling werden er geen klachten geregistreerd. Wel werd er ten minste 1 klacht rechtstreeks aan deze afdeling overgemaakt en ook door deze afdeling afgehandeld. Deze klacht werd dus niet in het klachtenregister opgenomen en dus ook niet volgens de procedure van klachtenbehandeling afgehandeld.
49
Korte beschrijving van de procedure van de klachtenbehandeling De klachtenbehandeling bij de Vlaamse overheid gaat uit van een drietrapsbenadering : - de nulde lijn wordt gevormd door de Vlaamse Infolijn, als oriëntatie-en doorverwijzingspunt; - het klachtendecreet regelt de eerstelijnszorg: de interne klachtenbehandeling door de bestuursinstelling (in casu de OVAM); - de tweede lijn is de externe klachtenbehandeling door de Vlaamse Ombudsdienst. In uitvoering van het klachtendecreet heeft de OVAM een klachtenmanagement opgezet. Een klachtencoördinator en vier juristen-klachtenbehandelaars werden aangeduid. De behandeling van een klacht is aan strikte termijnen gebonden. Binnen de tien dagen moet de OVAM melden dat zij de klacht heeft ontvangen en binnen de 45 dagen moet de beslissing worden meegedeeld. Jaarlijks zal over de klachtenbehandeling worden gerapporteerd aan de Vlaamse Ombudsdienst en zal het verslag worden opgenomen in het jaarverslag van de OVAM. 50
Het klachtenbeeld in 2002 In 2002 hadden de meeste klachten betrekking op de afdeling algemene diensten en op de afdeling bodemonderzoek en attestering (beleid en regelgeving). De eerstgenoemde klachten waren meestal een uiting van ongenoegen met de OVAM-reclamecampagnes, eerder dan echte klachten in de zin van het klachtendecreet. Er is geen duidelijke evolutie merkbaar in het klachtenbeeld tijdens het afgelopen jaar. Wat wel opvalt is dat de burger steeds mondiger wordt en op de hoogte is van het klachtenrecht dat hij heeft ten aanzien van de bestuursinstelling. In een aantal gevallen maakt de burger daar ook onterecht gebruik van, zodat het merendeel van de klachten onontvankelijk werd verklaard omdat het geen klachten waren in de zin van het klachtendecreet. Het is ook voorgevallen dat een andere administratie een klacht uitte tegen de OVAM. Dat is niet de bedoeling: het klachtendecreet is bedoeld voor de burger.
Concrete realisaties in 2002 ten gevolge van de klachtenbehandeling Alle klachten, behalve één, werden behandeld conform het klachtendecreet. De onontvankelijke en (deels) ongegronde klachten werden ofwel voorzien van een antwoord (meestal klachten betreffende communicatie), ofwel behandeld als adviesvragen (klachten met betrekking tot het bodemsaneringsdecreet) ofwel werd de betrokkene doorverwezen naar de juiste contactpersoon of instantie (OVAM geen betrokken partij). Op vrijdag 21 juni 2002 werden het klachtendecreet en de omzendbrief toegelicht aan de klachtencoördinator en de klachtenbehandelaars van de OVAM. Tijdens deze toelichting deelde de Vlaamse ombudsman mee dat een aantal van de behandelde klachten die onontvankelijk werden verklaard, wel ontvankelijk waren volgens de ombudsnormen (cf. omzendbrief), maar ongegrond. De klachtenbehandelaars hebben door deze toelichting dus meer inzicht gekregen in de klachtenbehandeling.
Concrete voorstellen tot verbetering op basis van de behandelde klachten Het merendeel van de klachten werd onontvankelijk verklaard omdat zij geen klachten zijn in de zin van het klachtendecreet. De klachten die via de Vlaamse Ombudsdienst aan de OVAM worden overgemaakt, worden bij voorkeur aan de klachtencoรถrdinator gericht en niet aan de administrateur-generaal van de OVAM, aangezien in het verleden ten minste 1 klacht rechtstreeks aan de betrokken afdeling (afvalstoffenbeheer) werd overgemaakt en ook door deze afdeling werd afgehandeld. Deze klacht werd daardoor niet in het klachtenregister opgenomen en dus ook niet volgens de procedure van klachtenbehandeling afgehandeld. In een aantal gevallen lijkt de klachtenprocedure vrij omslachtig en tijdrovend, aangezien een groot aantal van de bemerkingen en/of vragen van de burger veel vlotter zouden kunnen worden behandeld als adviesvragen. In dat geval zijn de klachtenbehandelaars ook niet gebonden zijn aan de termijn van de ontvangstmelding.
51
OVERHEID BODEM SANERING REGISTER VAN VERONTREINIGDE GRONDEN EN BODEMATTESTEN
Schadegevallen In januari 2002 werd de nieuwe databank 'schade' operationeel. Deze databank werd opgestart om de informatie met betrekking tot meldingen en vaststellingen van bodemverontreiniging nauwgezet te kunnen opvolgen. Aansluitend hierbij werden aangepaste bodemattesten voorzien om de kopers van een terrein te kunnen informeren over de vastgestelde bodemverontreiniging. Deze werkwijze werd mogelijk door de wijziging van het VLAREBO op 12 oktober 2001 (B.S. 2.2.2002). Indien zich een acute bodemverontreiniging voordoet, moeten op korte termijn de nodige maatregelen 52
worden genomen om verdere verspreiding van de verontreiniging te voorkomen. De ontwerpprocedure hiervoor werd uitgetest in 2002. Dat resulteerde onder meer in extra informatie die op de OVAM-website terug te vinden is. In het kader van de voormelde procedure stelt de OVAM een algemeen meldingsformulier ‘Vaststelling schadegevallen en bodemverontreiniging’ ter beschikking van particulieren en diverse instanties. Op die manier worden de noodzakelijke en correcte gegevens aan de OVAM overgemaakt zodat ze op een snelle manier de nodige maatregelen kan nemen. Indien via het meldingsformulier te weinig informatie gekend is, kan de OVAM een erkend bodemsaneringsdeskundige ter plaatse sturen om de nodige vaststellingen te verrichten en na te gaan welke maatregelen binnen welke termijn dienen te worden genomen. In 2002 verleende de OVAM 40 gunningen om een dergelijk verkennend bodemonderzoek uit te voeren. Verder werden 276 nieuwe meldingen behandeld. In 2002 werden eveneens 69 dossiers omgezet in een decretaal bodemonderzoek, waarvan 30 betrekking hebben op de nieuwe meldingen die in 2002 behandeld werden. Verder werd 8% van de nieuwe meldingen afgesloten op basis van een verkennend bodemonderzoek en werd 6% geklasseerd op basis van de beschikbare gegevens. Ten opzichte van 2001 stellen we een daling vast van het aantal nieuwe meldingen en gunningen. Dat komt wellicht doordat de gemeenten de nieuwe samenwerkingsovereenkomst voor de periode 2002-2007 'cluster hinder' kunnen ondertekenen. 136 gemeenten (61% van het totaal aantal inschrijvingen) hebben de cluster hinder niveau 1 ondertekend. Tot nog toe hebben 39 gemeenten (17% van het totaal aantal inschrijvingen) het gedeelte van de samenwerkingsovereenkomst ondertekend dat de mogelijkheid geeft om met erkende bodemsaneringsdeskundigen overeenkomsten af te sluiten om een verkennend bodemonderzoek uit te voeren indien zich een schadegeval voordoet. De gemeenten kunnen via de samenwerkingsovereenkomst de gemaakte kosten terugvorderen.
Het afgelopen jaar werd eveneens een project opgestart om bij een vaststelling van een bodemverontreiniging waarbij de bron van de verontreiniging niet gekend was, een bronbepaling te laten uitvoeren door een erkend bodemsaneringsdeskundige. Voor dergelijk bodemonderzoek verleende de OVAM 22 gunningen in 2002. On-line-aanvraagprocedure voor bodemattesten Bodemattesten op aanvraag Bodemattesten bij opname in register Info Lopende rekeningen GIS - geografisch informatiesysteem BODEMONDERZOEK VRIJWILLIGE EN VERPLICHTE BODEMSANERINGEN
STRATEGISCH PROJECT BODEMSANERING De minister van Leefmilieu legde aan de OVAM de uitwerking van het strategisch project Bodemsanering op. Dit project bestaat uit vier deelprojecten: • Geïntegreerde aanpak van brownfields en woonzones • Verfijning wetgeving bodemsanering • Alternatieve financiering bodemsanering • Versnelling ambtshalve procedure bodemsanering
ERKENNING BODEMSANERINGSDESKUNDIGEN SAMENWERKING NEDERLAND-VLAANDEREN OP HET VLAK VAN BODEMSANERING Nederland heeft al een jarenlange ervaring met bodemsanering. In Vlaanderen zijn we nog niet zo lang bezig, maar we hebben met veel beperktere middelen toch al wat gerealiseerd en internationaal worden we al als volwaardige gesprekspartners beschouwd. In 2002 werd de samenwerking met Nederland verder uitgediept.
53
- Actief Bodembeheer De Kempen is een Nederlands overlegplatform tussen de verschillende betrokkenen om een oplossing uit te werken voor de diffuse, grootschalige verontreiniging met zware metalen in Nederlands Limburg en Noord-Brabant. De TCB, het officiĂŤle technische adviesorgaan voor de Nederlandse overheid, had vooraf een studie gedaan naar de diverse randvoorwaarden en had de minister van VROM geadviseerd om Vlaanderen bij het project te betrekken, wegens onze ervaring. Er is regelmatig overleg over de problematiek tussen de OVAM en Nederland. Dat heeft vorig jaar geleid tot een gezamenlijke ondertekening van een intentieverklaring door onze minister van Leefmilieu en de Nederlandse staatssecretaris bevoegd voor leefmilieu rond een intense samenwerking om oplossingen te zoeken voor het probleem. - De SKB (Stichting Kennisontwikkeling en Kennisoverdracht Bodem) werd door de Nederlandse overheid opgericht om de beschikbare kennis rond bodembeheer en bodemsanering te verzamelen en te verspreiden, en om het onderzoek inzake bodemsaneringstechnieken en bodembeheersconcepten te coĂśrdineren en aan te sturen. In 2002 werd dit verder uitgediept. De onderzoeksprogrammaties werden uitgewisseld en vier gezamenlijke onderzoeksprojecten die in 2001 werden opgestart, werden gezamenlijk opgevolgd. De samenwerking heeft vorig jaar ook geleid tot twee studiedagen die door de Vito en TNO werden georganiseerd rond enkele lopende projecten. - Het Overleg Lage Landen, opgestart door de SBNS (Stichting Bodemsanering Nederlandse 54
Spoorwegen), is een informeel overleg tussen enkele relevante actoren uit Vlaanderen en Nederland. Dit overleg heeft als doel elkaar jaarlijks informeel te ontmoeten en ervaringen (hoofdzakelijk op het vlak van beleidsevoluties) uit te wisselen. - Het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) doet onderzoek in het kader van de ondersteuning van de beleidsontwikkeling en de uitoefening van toezicht op het terrein van de volksgezondheid, het milieu en de natuur. Het RIVM is in Nederland onder meer verantwoordelijk voor het onderzoek inzake risico-evaluatie van bodemverontreiniging. In 2002 werd de samenwerking tussen het RIVM, de OVAM en de Vito verder geconcretiseerd. Dat resulteert nu al in een uitgebreidere uitwisseling van onderzoeksresultaten.
GENT, LA FLORIDIENNE - AMBTSHALVE BODEMSANERINGSWERKEN Na siteverklaring door de Vlaamse regering op 26 oktober 2001 werden de onderhandelingen met de stad Gent afgerond om dit dossier, dat 1 van de 13 brownfieldproefprojecten is, op te starten. De voorbereidingen voor de offerteaanvraag werden eind januari 2003 afgerond. Na de gunning van de opdracht kunnen de saneringswerken starten (tweede helft 2003). De werken zullen ongeveer anderhalf jaar in beslag nemen en zullen een belangrijke bijdrage leveren aan de uitbouw van het Kluizendok. De saneringskost wordt geraamd op 13,5 miljoen euro.
BOUW- EN GRONDBEHEER
AFVAL STIP-ACTIES STIP, het Steunpunt en Informatiecentrum voor Preventie van afval en emissies, ondersteunt overheden zowel bij het vervullen van hun voorbeeldfunctie inzake milieuzorg als bij hun taak om de burger te sensibiliseren voor afval- en emissiepreventie. Dat gebeurt via een loketfunctie, maar ook via acties rond bepaalde thema’s. Om tegemoet te komen aan de vraag van overheden naar gebruiksklare informatie over milieuvriendelijke producten, werden infofiches opgesteld voor kantoorartikelen, catering en schoonmaakmiddelen. Deze fiches werden samen met een algemene uitleg over procedures inzake milieuvriendelijke overheidsaankopen voorgesteld in provinciale infosessies en zijn ook consulteerbaar op www.stip.ovam.be. Deze acties passen in het project 'Afvalpreventie in de overheid', een deelproject van het Strategisch Project Afvalpreventie (SPAP) dat de OVAM medio 2001 in opdracht van de minister van Leefmilieu en Landbouw opstartte. 55 Naast deze actie over interne milieuzorg in overheden, ondersteunde STIP via workshops en studie-dagen overheden en verenigingen bij het bewust maken van hun doelgroepen. De thema’s in 2002 waren 'verbranding van huishoudelijk afval door particulieren’, ‘milieuzorg op evenementen’, ‘afvalarm winkelen’ en ‘milieuvriendelijk consumeren en produceren’. In de tweede helft van 2002 werd STIP, na een werking van twee jaar, ook grondig geëvalueerd. Dat leidde tot aanbevelingen die in 2003 zullen worden toegepast. De evaluatie van de werking van STIP naar overheden toe, was positief. De bestaande manier van werken blijft dus in grote lijnen dezelfde in 2003. Een van de gevolgen van de evaluatie is ook dat STIP vanaf 2003 volledig wordt geïntegreerd in de OVAM, en niet langer een steunpunt van de volledige Vlaamse overheid is. Daardoor komt de nadruk inhoudelijk meer op afval en minder op emissies te liggen.
EUROPEES EN INTERNATIONAAL De OVAM is zowel actief op Europees als op internationaal niveau. Op Europees vlak participeert de OVAM in verschillende expertengroepen en technische comités die door de Europese Commissie worden voorgezeten. In 2002 werden in deze groepen en comités onder andere initiatieven besproken rond de herziening van de Verordening in- en uitvoer van afvalstoffen en mijnbouwafval. Daarnaast zorgt de OVAM er ook voor dat tijdig en correct wordt voldaan aan alle rapportageverplichtingen. Op OESOniveau is de OVAM actief in de Working Group on Waste Prevention and Recycling. Als Belgisch Focal Point voor het Verdrag van Bazel heeft de OVAM in 2002 deelgenomen aan de verschillende werkgroepen onder het verdrag en aan de zesde Conferentie der Partijen.
AFVAL OVERSCHRIJDT DE GEWESTGRENZEN
DE OVAM HELPT HONGARIJE ZICH VOOR TE BEREIDEN OP EU-LIDMAATSCHAP Hongarije stoelt de hervorming van zijn afvalstatistiek grotendeels op de expertise van de OVAM. Dankzij een intensief twinningprogramma zal Hongarije in 2004 kunnen voldoen aan de veeleisende Europese rapportageplichten. Hongarije is een van de 10 landen van Centraal-Europa dat het toetredingsverdrag met de Europese Unie tekende. Deze toetreding vergt van de kandidaat-landen tal van voorbereidingen, ook op het vlak van leefmilieu. De uitbreiding van de Europese Unie is tevens een uitbreiding van het beschermen van het leefmilieu. In juli-augustus 2001 werd de OVAM tussen ander gelijkaardige instellingen in Frankrijk, Duitsland en Oostenrijk, door het Hongaarse ministerie van Leefmilieu uitgekozen om hen in het kader van de toetreding van Hongarije tot de Europese Unie bij te staan bij het uitbouwen van een EU conform 56
afvalstoffen-informatiesysteem en bij het opstellen van richtlijnen voor het opmaken van regionale afvalstoffenplannen. Het project startte op 27 augustus 2001 en duurt 18 maanden. Een vijftiental personen van de OVAM werken als deskundige rond verschillende aspecten van het project. Eén persoon, de zogenaamde pretoetredingsadviseur (PAA), werkt permanent in het Hongaarse ministerie van Leefmilieu om het project te begeleiden en te coördineren. Het voorbije jaar werden volgende concrete resultaten bereikt: • Een plan werd gemaakt, waarin beschreven wordt welke informatie omtrent afvalstoffen verzameld moet worden, wie deze informatie in de toekomst zal moeten aanleveren en beheren en op welke manier het hele informatiebeheer moet worden georganiseerd. De concrete uitvoering van voornoemd plan werd gestart. De OVAM verleende ondersteuning
bij het ontwikkelen van de nodige wetgeving rond afvalstoffenplanning en afvalinformatiebeheer in Hongarije en hielp mee aan de voorbereiding van de aankoop van software en hardware. • In overleg met de Hongaarse Regionale Milieu-inspectoraten werd een richtlijnenboek uitgewerkt om de regionale afvalstoffenplanning te begeleiden en te coördineren. De OVAM-experts gaven training om het planningsproces te sturen. • Twee studiereizen naar Vlaanderen werden georganiseerd, waarbij telkens een tiental mensen uit Hongarije konden kennismaken met de Vlaamse praktijk en aanpak inzake afvalstoffenbeheer en het inzamelen, beheren en verwerken van afvalgegevens. De eerste studiereis concentreerde zich in hoofdzaak op afvalstoffen-informatiebeheer, de tweede op afvalstoffenplanning. • Begin juli bezochten de OVAM-experts samen met de PAA en de Hongaarse projectleider de zeven Milieu-inspectoraten. Het was de bedoeling om samen met respectievelijke planningsverantwoordelijken ter plaatse van gedachten te wisselen omtrent de afvalstoffenplanning en de samenstelling van het planningsteam rekening houdend met de specifieke eigenschappen van elk Milieu-inspectoraat. Door ter plaatse te gaan, werd een openheid gecreëerd naar de respectievelijke planningsverantwoordelijken en hun team. Daardoor kwam een hele vlotte en spontane uitwisseling van informatie en ervaring tot stand. In 2001 is heel wat informatie, ervaring en kennis uitgewisseld tussen de OVAM en het Hongaarse ministerie. Dit leidde tot tevredenheid bij het Hongaarse ministerie van Leefmilieu. De Vlaamse regering keurde op 31 oktober 2002 een uitbreiding en verlenging van het lopende project goed voor de knelpunten omtrent de in- en uitvoer van afval, de verwerking van dierlijk afval en voor alle aspecten van verpakkingsafval. Voor de OVAM-experts is het verrijkend te kunnen meewerken aan een dergelijk project: de kennismaking met een land dat binnenkort in Europa mee rond de tafel zal zitten, het opentrekken van de dagdagelijkse activiteiten binnen de OVAM naar een ruimer Europees perspectief en het verkrijgen van inzicht omtrent wat er precies gebeurt in een kandidaat-lidstaat als Hongarije.
SCHEEPSAFVALSTOFFEN Op 27 november 2000 keurde het Europees Parlement en de Europese Raad Richtlijn 2000/59/EG betreffende de havenontvangstvoorzieningen voor scheepsafval en ladingresiduen goed. De bepalingen van deze richtlijn dienden uiterlijk op 28 december 2002 geïmplementeerd te zijn in Vlaamse wetgeving. Wij hebben uitvoerige besprekingen gehouden met de andere administraties die bij deze richtlijn betrokken zijn, meer bepaald de Administratie Waterwegen en Zeewezen (AWZ) en AMINAL. Ook de havenbesturen zelf werden bij de besprekingen betrokken. Er werd een consensus bereikt en de procedure tot wijziging van het VLAREA werd opgestart. Daarnaast hebben wij in het kader van de ontwikkeling van passende plannen voor de ontvangst en de verwerking van scheepsafvalstoffen en ladingresiduen, verder overlegd met de zeehavenbesturen. Het is onze bedoeling om een zo groot mogelijke uniformiteit te bereiken tussen de Vlaamse zeehavens op het
57
vlak van de inzameling van scheepsafvalstoffen en de methodiek die daarbij gevolgd wordt. De OVAM werkt op dit vlak al geruime tijd samen met de zeehavens, zodat er een regionaal afvalbeheersplan kan worden opgesteld, dat daarna nog op individueel niveau voor elke haven afzonderlijk verder kan worden verfijnd.
AFGEDANKTE VOERTUIGEN Sinds 29 juni 2000 is, in uitvoering van de Europese richtlijn en de milieubeleidsovereenkomst terzake, een nieuwe regelgeving voor afgedankte voertuigen van kracht in Vlaanderen. Deze regelgeving legt een verplichte inlevering van afgedankte voertuigen op bij erkende centra binnen welbepaalde termijnen. Omdat de regelgeving onvoldoende werd nageleefd, ging de OVAM al in 2001 over tot scherpere controleacties in de sector. Uit de resultaten van de controles bleek dat de efficiëntie kon verhoogd worden door op het terrein samen te werken met de andere toezichthoudende overheden. De OVAM stelde zich dan ook op als vragende partij. Dat leidde tot gezamenlijke acties met een aantal lokale politiediensten in 2002 en een basis om deze samenwerking verder uit te breiden met andere inspectiediensten in 2003. 58 Ook met de andere gewestelijke overheden werd overleg gepleegd om tot een uniforme aanpak te komen zowel op het vlak van implementatie van de richtlijn afgedankte voertuigen als op het vlak van de handhaving ervan.
DIERLIJK AFVAL Europese inspectie In mei 2002 kreeg België een week lang een Europees inspectieteam op bezoek, dat de vleesverwerkende sector en de sector van de dierlijke afvalstoffen kwam doorlichten. Dit bezoek kwam er naar aanleiding van een aantal tekorten die werden vastgesteld tijdens een vorig inspectiebezoek. Wat betreft de bevoegdheden van de OVAM was het eindrapport, door de inspanningen die we in tussentijd leverden, merkelijk positiever dan bij de vorige inspectie.
Protocol OVAM–FAVV: dierlijk afval in slachthuizen en slagerijen Om de tracering van dierlijk afval en de veiligheid van de voedselketen te kunnen garanderen, werd in 2002 een protocol getekend dat opgesteld werd door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV - het voormalige Ministerie van Landbouw (DG4 en DG5), het voormalige Instituut voor Veterinaire Keuring en de voormalige Algemene Eetwareninspectie), het Office Wallon des Déchets, het Brussels Instituut voor Milieubeheer en de OVAM. Deze overeenkomst behelst het dierlijk afval dat vrijkomt in slachthuizen en slagerijen. De praktische uitwerking en de omzetting in de regionale en federale wetgeving zullen nog doorlopen tot in 2003.
Europese verordening 1774/2002 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten Op 10 oktober 2002 verscheen de Europese verordening 1774/2002 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten. Centraal in de verordening staat de veilige en definitieve verwijdering van risicovolle dierlijke materialen uit de voedselketen. Al in september 2002 werd een juridische studie uitgevoerd in opdracht van de OVAM om de huidige wettelijke situatie van dierlijk afval in België in kaart te brengen, om na te gaan in hoeverre de nieuwe verordening hieraan zou raken. Ook werd nagegaan in welke mate de bevoegheidsverdeling binnen België zou kunnen verschuiven. Deze studie werd als basis gezien voor de voorbereiding van de implementatie van de verordening. In het najaar werd er een werkgroep opgestart waarin o.a. het FAVV en de OVAM zetelden. Deze werkgroep lichtte de verordening volledig door en legde de vragen die deze analyse opriepen voor aan de Europese Commissie. Er werd een werkdocument opgesteld dat de bevoegde overheden moet helpen bij de interpretatie van de tekst. In een volgende fase wordt er een gelijkaardig document opgesteld voor de industrie.
Vlaanderen, BSE - ambtshalve afvalverwijdering Naar aanleiding van de BSE-crisis besliste de Vlaamse regering eind 2000 om het diermeel tijdelijk op te slaan en te laten verwijderen. Daarbij kreeg de OVAM de opdracht om het afval te laten verwerken. Het diermeel wordt verbrand in installaties die het definitief vernietigen zodat niets meer in de voedselketen terechtkomt. Deze installaties zijn: - wervelbedovens waar elektriciteit en productiestroom wordt geproduceerd; - cementbedrijven die het diermeel gebruiken als brandstof om klinkers te branden. De ambtshalve afvalverwijdering zal in het voorjaar van 2003 afgerond worden. De kostprijs wordt geraamd op 8,5 miljoen euro.
ORGANISCH-BIOLOGISCH AFVAL
Bioland
Maaisel In Vlaanderen worden we al jarenlang geconfronteerd met de bermmaaiselproblematiek. Zo worden de geldende wetgevingen niet altijd strikt nageleefd, vaak omdat er geen pasklare oplossing voorhanden is en omdat de wetgeving niet altijd praktisch haalbaar is. Daarom riep de OVAM de Werkgroep Bermmaaisel in het leven. Momenteel wordt er nog verder gewerkt aan een Actieplan Maaisel dat de problemen in kaart brengt en zoekt naar geïntegreerde oplossingen.
59
Een groot probleem voor de bermbeheerders (vaak overheden) en aannemers is het vinden van een geschikte, wettelijk toegelaten en betaalbare verwerking voor het maaisel. In de periode dat het maaisel vrijkomt, is er namelijk een capaciteitstekort van de bestaande verwerkingsinstallaties. Naast het (vrijwillig) opstellen van beheersplannen en het beheren van o.a. bermen dienen de beheerders de burgers ook te informeren over het soort beheer. Het kan een goede ecologische keuze zijn om bepaalde terreinen minder te maaien, maar dat wordt niet altijd gewaardeerd door burgers.
NAAR EEN DUURZAAM SLIBBELEID Met de vaststelling van het Uitvoeringsplan Slib op 6 december 2002 wenst de Vlaamse regering tegemoet te komen aan de dringende behoefte aan een duurzaam slibbeleid. Parallel met de inspanningen om de waterzuiveringsinfrastructuur (zowel privĂŠ als overheid) uit te bouwen en te optimaliseren, is er de uitdaging om duurzame oplossingen te vinden voor de groeiende slibberg. Voor slibs die geen afzet kennen via recyclage en niet kunnen worden vermeden, zijn voorzieningen gepland. Hierbij is samen met de betrokken sectoren gezocht naar structurele oplossingen in Vlaanderen waarbij preventiemaatregelen en de 60
uitbouw van eindverwerkingscapaciteit hand in hand kunnen gaan. Het Uitvoeringsplan Slib omvat doelstellingen, acties en instrumenten voor een aantal slibsoorten. Op het niveau van de openbare sector zijn dat slib en andere afvalstoffen afkomstig van rioolwater-zuiveringsinstallaties, slib van drinkwaterproducenten (drinkwaterslib) en gemeentelijk rioolen riool-kolkenslib. Daarnaast is in het slibplan ook slib van de privĂŠ-sector opgenomen, met name slib van de voedings-, papier- en textielindustrie. Het Uitvoeringsplan vormt voor de volgende vijf jaar (of langer, zolang het niet wordt vervangen) het kader waarin de overheid haar slibbeleid uitvoert. Een overlegplatform Slib vertegenwoordigt alle betrokkenen en volgt de uitvoering van het slibplan op. Het Uitvoeringsplan Slib vindt zijn basis in actie 57 van het Uitvoeringsplan Organisch-Biologisch Afval. Daarin is opgenomen dat een sectoraal plan zal worden opgesteld voor slibs die om kwaliteitsredenen niet in het Uitvoeringsplan Organisch-Biologisch Afval aan bod komen, omdat ze niet aan de VLAREAnormen beantwoorden voor verwerking of gebruik als meststof of bodemverbeterend middel. Onder meer baggerslib en slib uit de chemische industrie komen niet in het slibplan aan bod. Wegens hun specifieke karakter worden ze apart aangepakt.
BAGGERPROBLEMATIEK In het kader van de voorbereiding van een sectoraal Uitvoeringsplan Bagger- en Ruimingsspecie werd in opdracht van OVAM een studie uitgevoerd naar de beschikbare verwerkingstechnieken voor bagger- en
ruimingsspecie. Dat resulteerde in een handboek met een beschrijving van de verschillende technieken, hun voor- en nadelen, hun toepassingsmogelijkheden en kostprijs. De resultaten van de studie zullen ook worden gebruikt voor het uitwerken van een sectoraal uitvoeringsplan, onder meer om ervoor te zorgen dat de vrijgekomen bagger zoveel mogelijk nuttig wordt aangewend.
SAMENWERKINGSOVEREENKOMST MET LOKALE BESTUREN In december 2001 keurde de Vlaamse regering de nieuwe samenwerkingsovereenkomst met gemeenten en provincies goed. In 2002 ondertekenden 227 gemeenten (159 op niveau 1 en 68 op niveau 2) en de 5 Vlaamse provincies (4 op niveau 2 en Antwerpen op niveau 1) deze overeenkomst met het Vlaams Gewest inzake duurzaam milieu- en natuurbeleid. In de nieuwe samenwerkingsovereenkomst is 'afval' een vast onderdeel van de verplichte cluster vaste stoffen, naast 'milieuverantwoord productgebruik'. In totaal 187 gemeenten dienden een goed planningsdossier in en kunnen definitief van start gaan met de cluster vaste stoffen. Tien gemeenten moesten een stapje terugzetten en konden slechts van start gaan op niveau 1 in plaats van op niveau 2. Twaalf gemeenten (1 op niveau 2 en 11 op niveau 1) werden ‘gedelibereerd’ door een Arbitragecommisie en kunnen eveneens van start gaan. De overige 18 gemeenten moeten extra inspanningen leveren en krijgen in 2003 een nieuwe kans, samen met de overige gemeenten die de samenwerkingsovereenkomst nog niet ondertekenden. Knelpunten voor deze gemeenten situeerden zich op het vlak van afvalpreventie en een gebrekkige selectieve inzameling. De 5 provincies kunnen op basis van hun goedgekeurd planningsdocument starten met de uitvoering van de samenwerkingovereenkomst. In het samenwerkingsakkoord met de gemeenten werden nog twee facultatieve betoelagingsmogelijkheden opgenomen die verband houden met enerzijds het afvalstoffenaspect en anderzijds de bodemsanering. De eerste facultatieve mogelijkheid omvat de terugbetaling van de kosten die verbonden zijn aan het opruimen van kleine partijen achtergelaten gevaarlijke afvalstoffen waarbij een proces-verbaal verwijzend naar artikel 12 van het Afvalstoffendecreet lastens onbekenden beschikbaar moet zijn. De tweede mogelijkheid is het inschakelen van een bodemsaneringsdeskundige in het kader van een acute bodemverontreiniging. Deze twee mogelijkheden werden niet opgenomen in de cluster vaste stoffen, maar in de cluster hinder. Respectievelijk 29 (eerste mogelijkheid) en 39 gemeenten (tweede mogelijkheid) hebben voor deze activiteiten een goedkeuring verkregen op basis van hun planningsdossier.
HUISHOUDELIJKE AFVALSTOFFEN
Nieuw Uitvoeringsplan Huishoudelijke Afvalstoffen 2003-2007 Op 18 december 2002 keurde de Vlaamse regering het nieuwe Uitvoeringsplan Huishoudelijke Afval-stoffen 2003-2007 goed. Dit plan omschrijft in ruime mate wat er de komende jaren zal
61
gebeuren op het gebied van huishoudelijk afval en legt een duidelijke klemtoon op afvalvoorkoming. Tegen 2007 zou elke Vlaming nog hooguit 150 kg restafval (huisvuil en grofvuil) aan de deur mogen zetten. In 2000 was dat nog 191 kilogram. Wanneer de Vlamingen kiezen voor afvalpreventie en hergebruik, wacht de gemeenten alvast een goedkopere afvalfactuur. Een gemakkelijke opgave wordt het echter niet, zeker gezien de vele inspanningen die de lokale besturen de voorbije jaren al hebben geleverd. Zowel wat betreft de selectieve ophaling van huisvuil als wat betreft recyclage zijn de Vlaamse gemeenten absolute koplopers in Europa. Met het nieuwe plan verwacht men dat de gemeenten met dat elan voortgaan en van afvalvoorkoming een prioriteit maken. Keuze voor duurzaam consumeren en preventief afvalbeheer De Vlaamse regering stippelt in het nieuwe plan haar doelstellingen uit op basis van het zogenaamde duurzaamheidsscenario. Dat benadrukt een verdere uitbouw van de selectieve ophaling en een sterker doorgedreven afvalpreventie. Tegen 2007 moet liefst 69% van alle huishoudelijk afval selectief worden ingezameld. De hoeveelheid huishoudelijk restafval die verbrand of gestort moet worden, verkleint dan van 1 138 000 ton (2000) naar 936 000 ton in 2007. Uit het restafval zal een maximum aan energie gehaald worden, niet alleen via geoptimaliseerde huisvuilverbrandingsinstallaties, maar ook door alternatieven in te zetten (voorbehandeling plus wervelbedverbranding). Het storten van afval wordt 62
afgebouwd tegen 2005. Van de bedrijven verwacht men dat ze even goed gaan sorteren als de bevolking. Toch legt het plan de nadruk op een verder doorgedreven afvalpreventie en hergebruik. Dat is meteen ook de milieuvriendelijkste maatregel. Beter voorkomen Het plan bevat een aantal doelstellingen en acties om de afvalberg te verkleinen. Zo verwachten we onder meer dat tegen 2007 vier op de tien Vlamingen groente-, fruit- en tuinafval niet langer meegeven aan de ophaaldiensten maar zelf thuis verwerken. Daarnaast is het de bedoeling dat één op vijf wegwerpdrankverpakkingen tegen 2007 is vervangen door herbruikbare verpakkingen. Acties zoals afvalarmer tuinieren, verdere ondersteuning van de compostmeesterwerking, overeenkomsten tussen de gemeenten en een kringloopcentrum, bewust winkelen en afvalarmere evenementen, helpen de doelstellingen in de praktijk te brengen. Specifieke aandacht gaat naar bepaalde doelgroepen zoals scholen, jongeren van 15 tot 18 jaar of allochtonen via een aangepaste doelgroepenwerking. Sommige gemeenten voldoen nu al voor bepaalde fracties (bijna) aan de taakstellingen. Zij zullen zich moeten inzetten om die resultaten te bestendigen, wat helemaal niet voor de hand ligt. Blijvende inspanningen zullen hiervoor nodig zijn. De gemeenten met ‘achterstand’ hebben duidelijke doelstellingen om naartoe te werken. De afvalscheiding in flatgebouwen, (groot)stedelijk gebied en de kustgemeenten wint de komende jaren nog extra aan belang. Met een aantal maatregelen komen we al een heel eind: geen huisvuilkokers meer, afspraken met de eigenaarsverenigingen van flatgebouwen in verband met bedeling van huisvuilzakken, scheiding papier, glas en PMD, enzovoort. Ook de kostprijs van het afvalbeheer krijgt veel aandacht. Het principe ‘de vervuiler betaalt’ blijft daarbij centraal staan. Wie veel afval produceert, moet hiervoor betalen, bijvoorbeeld via een huisvuilzak van 1,25 euro of een intelligente afvalcontainer, of via een retributie op het containerpark bij aanvoer van grote hoeveelheden. Tegelijk kiest de overheid ervoor de kostprijs voor de burger binnen aanvaardbare
perken te houden. Tenslotte is het beteugelen van ongewenst gedrag zoals thuisverbranden, sluikstorten en afvalmigratie belangrijk. Afvalverwerkingsinstallaties blijven noodzaak Voor 2003 is het streefcijfer 180 kg huishoudelijk restafval per inwoner. Voor de kustgemeenten, studentensteden en voor de grote steden Antwerpen, Brugge en Gent wordt nog een correctie toegepast. Wat na selectieve inzameling nog aan afval overblijft, kan op drie manieren verwerkt worden: - voorbehandeling, gevolgd door verbranding met energierecuperatie in bijvoorbeeld een wervelbedverbrandingsinstallatie; - verbranding met energierecuperatie in roosterverbrandingsinstallaties; - storten (wordt afgebouwd tegen 2005). Vlaanderen blijft het Europese uitgangspunt volgen dat elke lidstaat in staat moet zijn het eigen afval te verwerken. Momenteel is er hiervoor te weinig thermische verwerkingscapaciteit. Daarom zal er bijkomend geĂŻnvesteerd moeten worden in nieuwe installaties. Reacties op ontwerpplan 63 Tijdens de openbare inspraakprocedure bij het nieuwe uitvoeringsplan liepen er in totaal bijna vierhonderd reacties binnen. Uit de aard ervan bleek dat vele gemeenten, intergemeentelijke samen-werkingsverbanden, bedrijfsfederaties, milieuverenigingen en burgers belang hechten aan het afvalstoffenbeleid. Zoveel mogelijk werd rekening gehouden met de bezorgdheden. Een groot deel van de reacties was terug te brengen tot een aantal specifieke acties zoals de rol van de provincie, de preventie van verpakkingsafval, het totale kostenplaatje... Een overzicht en bespreking van de reacties is terug te vinden in het Verslag Inspraak- en Adviesreacties.
Milieuvergunningen De OVAM staat in voor het advies van de milieuvergunningsaanvragen voor de containerparken. In totaal brachten we respectievelijk 45 en 4 adviezen uit voor containerparken en overslagstations voor huishoudelijke afvalstoffen, waarvoor in 2002 een nieuwe milieuvergunning of een verandering van de bestaande milieuvergunning werd aangevraagd. Daarnaast werden ook nog 8 adviezen verzorgd met betrekking tot textielverwerking, 1 in verband met glasverwering en 1 betreffende een mechanisch-biologische verwerkingsinstallatie.
In- en uitvoer De in- en uitvoer van huishoudelijke afvalstoffen behoort eveneens tot het werkterrein van de OVAM. In 2002 behandelden we 7 kennisgevingen in dat kader (6 voor invoer en 1 voor uitvoer).
Een nieuw subsidiebesluit voor lagere besturen De Vlaamse regering keurde op 29 maart 2002 een nieuw subsidiebesluit voor lagere besturen goed. Het vervangt de oude regeling uit 1981. Vlaams minister van Leefmilieu en Landbouw ondertekende ter uitvoering hiervan een ministerieel besluit op 3 mei 2002. De lokale besturen kunnen subsidies bekomen voor volgende items: compostvaten, wormenbakken, demonstratieplaatsen voor thuiscomposteren, wijkcomposteringen, groencomposteringsinstallaties, anaërobe GFT-composteringsinstallaties, brooddozen, drinkwaterfonteinen, herbruikbare bekers en drinkbussen, herbruikbare luiers, duurzaam verpakkingsmateriaal, containerparken, ondergrondse inzamelsystemen, diftarsystemen voor container-parken en huis-aan-huisophalingen. Voor diftar-systemen worden enkel systemen gesubsidieerd die voldoen aan de beleidsprincipes van gedifferentieerde tarifering. Het subsidiepercentage bedraagt 35, 50 of 70% van het netto 64
investeringsbedrag, naar gelang de materie. De OVAM onderzoekt de aanvragen die ondergeschikte besturen indienen voor de subsidiëring van recipiënten en infrastructuur die ze willen gebruiken voor de preventie, selectieve inzameling en verwerking van huishoudelijke afvalstoffen. In 2002 waren in totaal de budgetten van 5 949 000 euro en 620 000 euro beschikbaar voor investeringssubsidies en voor preventie-items, waarvan respectievelijk 5 794 033,04 euro en 610 615 euro werden aangewend. De volgende tabel geeft een beknopt overzicht van de bij de OVAM ingediende en behandelde ontwerpdossiers van 2002 ingevolge het nieuwe subsidiebesluit.
aard project Compostvaten en wormenbakken Brooddozen en drinkbussen Herbruikbare bekers Herbruikbare luiers
3
4
Drinkwaterfonteinen GFT-compostering
2
5
6
Groencompostering
7
Diftar huis-aan-huis
8
1
aantal
geraamde kostprijs
subsidie
13
1 077 773 EUR
484 820 EUR
3
71 596 EUR
50 110 EUR
1
64 000 EUR
21 000 EUR
1
71 894 EUR
23 100 EUR
3
97 050 EUR
31 585 EUR
4
51 790 EUR
195 836 EUR
1
226 600 EUR
85 647 EUR
2
7 014 308 EUR
2 201 660 EUR
27
1 714 418 EUR
1 192 260 EUR
Containerparken
20
3 801 749 EUR
1 608 930 EUR
Uitrusting voor containerpark
14
756 906 EUR
327 900 EUR
1
409 750 EUR
10 875 EUR
Diftar op containerparken
Ondergrondse containers
1 2 3 4 5 6 7 8
27 400 compostvaten en 1100 wormenbakken, 760 grotere compostopstellingen in kunststof en hout 24 655 brooddozen en 12 000 drinkbussen bij IMOG, IVVVA en Zonhoven 100 000 herbruikbare bekers bij Intercompost 5500 luiers en 500 overbroekjes bij Interleuven 115 drankfonteinen bij IGEAN, IMOG en Zonhoven bouw van installatie van IVVO installatie van Igemo het betreft 84 167 aansluitpunten bij IVVO
De uitvoering van de meeste projecten is gespreid over een aantal (begrotings)jaren. Dat heeft te maken met de nodige vergunningen die moeten worden verkregen van de verschillende instanties, de geschikte terreinen die moeten worden verworven, of de bestellingen die moeten worden geplaatst in functie van de vraag. Bovendien kunnen de middelen pas worden vastgelegd nadat de minister van Leefmilieu voor elke fase van het dossier haar goedkeuring heeft gegeven. Pas dan kan de gemeente of het intergemeentelijk samenwerkingsverband de aannemer de opdracht geven met de werken te beginnen. De volgende tabel geeft een overzicht van de projecten die in 2002 de gunningfase bereikten. Het zijn er maar een paar omdat de meeste gemeenten startten met nieuwe ontwerpdossiers ingevolge het nieuwe 65
subsidiebesluit.
aard project
aantal
Containerpark
1
Uitrusting containerpark GFT-compostering1
1 2 3
kostprijs 151 967 EUR
13
1 421 556 EUR
7
1 084 911 EUR
Groencompostering2
2
668 770 EUR
Diftar huis-aan-huis 3
1
4 491 452 EUR
installatie van IVVO installatie van IBOGEM, IGEMO IVVO
Ook in 2002 bereikten een aantal projecten hun eindfase, zodat de subsidie daadwerkelijk kon worden uitbetaald. Voor de grotere projecten kunnen de subsidieaanvragers voorschotten ontvangen, die uitbetaald worden naarmate de werken vorderen (als bewijs dienen vorderingsstaten).
aard project Containerpark
1
Groencompostering Sorteerinstallatie 1 2 3
3
2
aantal eindafrekeningen
subsidiebedrag
16
1 008 056 EUR
2
544 347 EUR
1
30 333 EUR
zowel de volledige containerparken als de verder uitrusting van bestaande containerparken IMOG installatie van IMOG
Indicatoren voor de preventie van huishoudelijke afvalstoffen Al jaren is afvalpreventie een prioriteit voor de overheid. Er zijn dan ook reeds vele preventieacties op het terrein ondernomen, met verschillende draagwijdte en voor verschillende doelgroepen. Toch ontbrak er een goed uitgebouwde monitoring om de effecten van deze acties te meten. In een eerste poging om de situatie op het gebied van afvalpreventie in Vlaanderen in beeld te brengen, heeft de OVAM in 2002 indicatoren voor de preventie van huishoudelijke afvalstoffen ontwikkeld. Deze indicatoren laten toe om vrij globale conclusies te trekken over de manier waarop burgers, gemeentebesturen, producenten en distributie inspelen op de beleidsimpulsen. Het is een set van 8 indicatoren geworden. Deze indicatoren zijn gekoppeld aan beleidsdoelstellingen zoals die onder meer zijn opgenomen in het Uitvoeringsplan Huishoudelijke Afvalstoffen 2003-2007. De indicatoren zijn: - afval per inwoner; - afval per geconsumeerde eenheid (huishoudelijke afvalstoffen per geconsumeerde euro in Vlaanderen); - antireclamestickers in Vlaanderen (verdeeld door gemeentebesturen); 66
- verkochte kringloopgoederen (kg verkocht per bewoner uit het bediende gebied); - gebruikte compostvaten (aantal verdeelde compostvaten); - eenmalige drankverpakkingen per geconsumeerde liter inhoud (in BelgiĂŤ); - eenmalige verpakking per geconsumeerde eenheid (in BelgiĂŤ: gewichtshoeveelheid verpakkingen per geconsumeerde euro); - oplage reclamedrukwerk (gratis huis-aan-huis verdeeld reclamedrukwerk). Per indicator werden gegevens verzameld over de voorbije jaren. Voor alle indicatoren zijn cijfers vanaf 1998 tot en met 2000 beschikbaar; voor sommigen start de reeks vroeger of hebben we cijfers van 2001. Een overzicht aan de hand van een 'radar'-voorstelling maakt duidelijk in welke mate preventie toe- of afneemt. Per jaar is de waarde van de indicator uitgezet volgens een assenschaal. Deze waarde drukt uit welk deel van de afstand (in %) tot de doelstellingen (100%) is afgelegd sinds 1998 (0%). De verbinding tussen de jaarlijkse posities vormt een vlak. Op deze manier kan de evolutie in de richting van doelstellingen gevolgd worden en wordt zichtbaar welke kloof er nog rest tussen de huidige situatie en de te bereiken doelstelling voor 2007.
Het totaalbeeld :
afval / inwoner 100
afval / consumptie
oplage reclamedrukwerk
eenmalige verpakkingen / consumptie
antireclamestickers
eenmalige drankverpakkingen / liter
kringloopgoederen compostvaten
2000
1999
1998
Globaal kan worden gesteld dat er aanwijzingen zijn dat Vlamingen sinds 1997 steeds meer preventieinspanningen leveren. Toch blijft de totale hoeveelheid van de huishoudelijke afvalstoffen stijgen. Dat komt doordat de vermindering als resultaat van de vele inspanningen, overgecompenseerd wordt door de toename van welbepaalde fracties (met als belangrijkste: bouw- en sloopafval, houtafval, groenafval). Hierbij dient wel de vraag gesteld of deze toename niet eerder een verschuiving is van bv. eigen verwerking of van bedrijfsafval naar huishoudelijk afval, dan een reële groei. In 2002 hebben we deze set een eerste keer toegepast. We blijven voortdurend deze indicatorenset verfijnen en bijsturen. Het is de bedoeling om de indicatoren jaarlijks te berekenen, telkens met de verbeterde set. Het document ‘Indicatoren voor de preventie van huishoudelijke afvalstoffen’ met de berekening van 2002 is downloadbaar op de OVAM-website.
67
OVAM ALGEMEEN De OVAM is binnen het Vlaamse Gewest verantwoordelijk voor het afval- en bodemsaneringsbeleid. Het afvalstoffen- en bodemsaneringsdecreet vormen de wettelijke basis voor de activiteiten van de OVAM op dat vlak.
BODEM SANERING REGISTER VAN VERONTREINIGDE GRONDEN EN BODEMATTESTEN Databanktoepassingen De informaticatoepassing bodemsanering is sinds 1996 in werking en in 2002 werd de overgang naar de euro vlot doorgevoerd. Naast de basisfuncties werden een aantal randapplicaties toegevoegd (on line 68
aanvragen van bodemattesten, opvolging van dossiergebonden aanvragen). Vooral de mogelijkheid om via een internettoepassing bodemattesten aan te vragen werd erg geapprecieerd. In 2003 zal vooral verder gewerkt worden rond de uitwisseling van gegevens met betrekking tot de gemeentelijke inventaris. Er zal getracht worden dit voor de gemeenten zo efficiënt mogelijk te organiseren. Voor een aantal gemeenten zal dit gebeuren via de milieuvergunningendatabank, voor anderen via het IVA-programma (Inventaris Verontreinigende Activiteiten) en voor een derde groep via een webtoepassing. Een tweede project is de voorbereiding van de nieuwe informaticatoepassing voor bodemsanering in zijn totaliteit. Een behoeftenstudie en een gedeelte van de analyse zouden eind 2003 klaar moeten zijn. Daarnaast zullen de bestaande toepassingen nog verder worden geoptimaliseerd en indien nodig worden aangepast.
GIS - geografisch informatiesysteem In samenwerking met het studiebureau Geographic Information Management (GIM) en het bedrijf Intergraph hebben we in juni 2002 het project 'Implementatie van een geografisch informatiesysteem bij de OVAM' afgerond. Intergraph ontwikkelde een GIS-dossierhouderstoepassing die toelaat om de gegevens van het geïmplementeerde geografische informatiesysteem te ontsluiten. Om een maximaal gebruik van het GIS mogelijk te maken, installeerden we de GIS-toepassing op acht afzonderlijke werkplekken. Naar behoefte kunnen nu bijkomende werkplekken geïnstalleerd worden, of kan een persoonlijke installatie worden uitgevoerd. De verschillende thematische datalagen werden overgebracht naar de informaticatoepassing bodemsanering. Bijgewerkte datalagen werden aangekocht en toegevoegd aan de databank. De percelen uit het register van verontreinigde gronden die ondubbelzinnig terug te vinden waren op de gegeorefereerde
kadasterkaarten van 1998 en 1999 werden gedigitaliseerd. In de tweede helft van 2002 werden perceelwijzigingen op basis van de mutatieschetsen gedigitaliseerd. Ongeveer 75% van alle percelen die geclassificeerd zijn als R, Y of X konden dus gedigitaliseerd worden. classificatie
percelen getekend
percelen met attest
percentage %
R
11 554
14 836
78
Y
11 173
14 622
76
X
6 964
9 888
70
S
3
6
50
De percelen in de derde kolom bestaan uit de som van de percelen in aankondiging, de huidige percelen en de percelen in mutatie. Sommige percelen kunnen meerdere classificaties hebben en dus meerdere malen opgenomen zijn in de telling. Er werd enkel rekening gehouden met de percelen waarvoor een attest afgeleverd werd. Een procedure voor de generatie van boorprofielen werd uitgeschreven op basis van de bestaande analysegegevens. De eerste stappen van deze procedure werden uitgevoerd. De voltooiing van de generatie van profielrecords is voorzien voor 2003. De procedure voor de digitalisatie van de verontreinigingscontouren en -kernen zal in 2003 worden afgewerkt. Na de installatie van de werkplekken organiseerde de GIS-cel opfrissingscursussen Geomedia en dossierhouderstoepassing ten behoeve van de dossierhouders. Sindsdien staat de GIS-cel in voor de ondersteuning van dossierhouders bij het gebruik van de GIS-dossierhouderstoepassing. In 2003 zullen tools ontwikkeld worden die het gebruik van de dossierhouderstoepassing nog vergemakkelijken. Het betreft hier extra functionaliteiten die in het oorspronkelijk ontwerp niet waren opgenomen, maar door het dagdagelijkse gebruik van de GIS-dossierhouderstoepassing nuttig blijken. Verder stond de GIS-cel in 2002 in voor de ruimtelijke weergave van statistische bevragingen, of voor bevragingen die het lokale niveau overschrijden. In de eerste helft van 2002 werd een nieuw concept ontwikkeld voor de uitwisseling van de gegevens tussen de bodemsaneringsdeskundigen en de OVAM. Hieruit ontstond het nieuwe uitwisselingsformaat op basis van XML. Als overgangsmaatregel werd een aangepast invoerprogramma ontwikkeld dat de gegevens conform het uitwisselingsformaat produceert. In de tweede helft van de 2002 ondersteunde de GIS-cel de erkende bodemsaneringsdeskundigen bij het gebruik van het invoerprogramma en het verzamelen van de fouten. Externe bedrijven werden gemotiveerd om dit formaat op te nemen in hun databeheerssystemen. De VEB ontwikkelde al een variante op het invoerprogramma op basis van de vrijgegeven broncode van de OVAM. In de toekomst is het de bedoeling dat de erkende bodemsaneringsdeskundigen alle ruimtelijke informatie van een bodemonderzoek digitaal uitwisselen met de OVAM met behulp van dit uitwisselingsformaat. Er werd al een richtlijn opgesteld om de ruimtelijke informatie op een gestandaardiseerde manier aan te leveren. Deze richtlijn wordt nu gebruikt voor de aanlevering van digitale ruimtelijke gegevens bij inventarisatieprojecten.
69
Ten behoeve van de erkende bodemsaneringsdeskundigen worden op het web datalagen ter beschikking gesteld met het middelpunt van de dossiers waarvoor al een attest werd afgeleverd. De bodemsaneringsdeskundigen gebruiken deze datalagen vaak als voorbereiding. On-line-aanvraagprocedure voor bodemattesten Bodemattesten op aanvraag Bodemattesten bij opname in register Info Schadegevallen
BODEMONDERZOEK
70
VRIJWILLIGE EN VERPLICHTE BODEMSANERINGEN
STRATEGISCH PROJECT BODEMSANERING De minister van Leefmilieu legde aan de OVAM de uitwerking van het strategisch project Bodemsanering op. Dit project bestaat uit vier deelprojecten: • Geïntegreerde aanpak van brownfields en woonzones • Verfijning wetgeving bodemsanering • Alternatieve financiering bodemsanering • Versnelling ambtshalve procedure bodemsanering
Verfijning wetgeving bodemsanering In 2002 kregen de wijzigingen aan het VLAREBO die waren voorbereid in de voorbije jaren meer en meer vorm. Zo werd een eerste wijzigingsbesluit gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 2 februari en werd een bijkomend wijzigingsbesluit dat in 2001 al principieel was goedgekeurd door de regering, in 2002 definitief goedgekeurd en gepubliceerd in het Staatsblad op 7 augustus. In 2002 werd ook gewerkt aan de voorbereiding van de wijziging van het bodemsaneringsdecreet. Op basis van de vroeger besproken knelpuntennota werd een volledig tekstvoorstel uitgewerkt. Dat voorstel werd een eerste keer informeel voorgelegd aan de diverse actoren. Die konden opmerkingen formuleren, die werden verwerkt in een nieuw tekstvoorstel. Dit voorstel zal gefinaliseerd worden in 2003, waarna de formele adviesrondes en parlementaire besprekingen zullen volgen.
ONDERSTEUNING
Erkenning bodemsaneringsdeskundigen Het decreet betreffende de bodemsanering stelt dat alle bodemonderzoeken en bodemsaneringsprojecten alsook de opvolging van de bodemsaneringswerken dienen te gebeuren door of onder toezicht van een erkend bodemsaneringsdeskundige. Een erkenning als bodemsaneringsdeskundige wordt verleend voor maximaal 5 jaar. Eind 2002 waren er in totaal 80 erkende bodemsaneringsdeskundigen. In de loop van het jaar 2002 werden 4 nieuwe erkenningen verleend, 19 bestaande erkenningen vernieuwd, 5 bestaande erkenningen opgeheven en 1 erkende bodemsaneringsdeskundige werd voor een periode van 1 maand geschorst. FinanciĂŤle zekerheden
Informatievoorziening Naast de uitvoerende taken gedefinieerd door het bodemsaneringsdecreet is informatievoorziening naar het publiek een heel belangrijke taak. Deze informatie is drieledig: mondelinge adviezen, schriftelijke adviezen en infosessies. In 1996 werd gestart met een infolijn voor bodemattesten. In de praktijk werden hier twee telefoonlijnen voor gereserveerd. Ook in 2002 werd deze infolijn druk gebruikt. Daarnaast komen nog steeds vele brieven binnen met vragen omtrent de toepassing van het bodemsaneringsdecreet. Regelmatig wordt aan de OVAM gevraagd om mee te werken aan informatiesessies over het bodemsaneringsdecreet. In de loop van dit jaar werd weer aan talrijke sessies deelgenomen waarbij de diverse doelgroepen betrokken waren: provincies, milieu-administraties, gemeentes, bedrijfsfederaties, alsook het brede publiek.
Beleidsondersteuning Technisch-wetenschappelijke beleidsondersteuning De technisch-wetenschappelijke beleidsondersteuning omvat twee hoofdthema’s: enerzijds normering en risico-evaluatie, anderzijds de evaluatie van de best beschikbare technieken voor bodemsanering. Voor het opstellen van wetenschappelijk onderbouwde bodemsaneringsnormen doen we een beroep op de Vito, die voor sommige aspecten hiervoor samenwerkt met universitaire onderzoeksgroepen. Door de snelle evolutie in wetenschappelijke data is een regelmatige herziening van normen noodzakelijk. In 2002 werd de herziening van de normen voor de vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xyleen en styreen) afgerond. Met het Waals en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest werden in 2002 besprekingen gevoerd om de normen voor grondwater te harmoniseren.
71
Voor de volgende bodemsaneringstechnieken werden richtlijnen opgesteld: bodemluchtextractie en persluchtinjectie, natuurlijke attenuatie, ‘pump & treat’. Voor de evaluatie van nieuwe saneringstechnieken ligt de nadruk op de aanpak van diffuse verontreinigingen, zoals de zware metalen-verontreiniging in de Antwerpse en Limburgse Kempen. Vorig jaar werd een haalbaarheidsstudie uitgevoerd naar actieve beheersmaatregelen voor met zware metalen verontreinigde landbouwgronden. Alternatieve teelten zoals koolzaad, of de aanleg van een energiebos werden aangeduid als mogelijke oplossingen. Internationaal Ook internationaal zijn we zeer actief rond bodemverontreiniging. Dat blijkt onder meer uit onze deelname aan Europese netwerken zoals het Common Forum on Contaminated Land, een netwerk van administraties uit de diverse Europese lidstaten rond bodemverontreiniging en -sanering. Tijdens het 7de Common Forum, dat de OVAM in 2001 in Antwerpen onrganiseerde, werd het Forum nieuw leven ingeblazen. In 2002 werden dan ook nieuwe vergaderingen georganiseerd in Parijs en Berlijn. Daar werd veel aandacht besteed aan de ontwerpteksten van de Europese Commissie rond een komende Grondwaterrichtlijn en rond een Mededeling van de Commissie aan de Raad omtrent bodembescherming. 72
Vertegenwoordigers van de Europese Commissie werden uitgenodigd op de vergadering en zij aanvaardden het Common Forum als een groep experts met wie ze verder contacten willen uitbouwen om een constructieve discussie rond deze teksten te voeren. De OVAM heeft deze dossiers van zeer nabij opgevolgd en heeft diverse voorstellen gedaan om de ontwerpteksten meer af te stemmen op de praktijkervaringen. Samenwerking Nederland-Vlaanderen op het vlak van bodemsanering
BOUW- EN GRONDBEHEER
AFVAL BESTENDIGE GROEI VAN HET AANTAL DOSSIERS IN- EN UITVOER AFVALSTOFFEN Ook in 2002 steeg het aantal aanvraagdossiers voor de in- of uitvoer van afvalstoffen. Deze trend blijft ongewijzigd sinds het van kracht worden van de Europese verordening rond het grensoverschrijdend afvaltransport in 1994. Ten opzichte van het eerste volledige jaar waarvoor cijfers bekend zijn (1995) is het aantal dossiers meer dan verdubbeld. De OVAM levert bijzondere inspanningen om door middel van automatisering en efficiëntieverhoging deze opvallende toename aan dossiers bij te benen.
Aantal dossiers in- en uitvoer
1200 1000 800 600
683
706
687
1996
1997
1998
887
935
967
2000
2001
2002
756
465
400 200 0 1995
1999
INVOER VAN AFVALSTOFFEN EVEN BELANGRIJK ALS UITVOER, BEIDE STERK STIJGEND EXPLOSIE VAN HET AANTAL DOSSIERS VOOR DE JAARLIJKSE MELDINGSPLICHT 73 Het aantal meldingsdossiers - rapporten over de hoeveelheid bedrijfsafvalstoffen geproduceerd in het vorige jaar - neemt logaritmisch toe. Waar het aantal dossiers voorheen lineair toenam, kende de OVAM in 2001 en 2002 een ware explosie in het aantal te behandelen dossiers. De reden daarvoor is een betere kennisoverdracht over de meldingsplicht, doordat de grote ophalers van afvalstoffen vooringevulde formulieren aan hun klanten aanbieden. Door efficiëntieverhoging, automatisering en een outsourcingsbeleid blijft de OVAM ook deze toevloed meester.
Aantal meldende bedrijven
35.000 30.000 25.000 20.000 15.000 10.000 5.000 1983 1984 1985 1986 1987 1988 1989 1990 1991 1992 1993 1994 1995 1996 1997 1998 1999 2000 2001 2002
0
VERSCHUIVINGEN IN DE PRODUCTIE EN DE VERWERKING VAN BEDRIJFSAFVALSTOFFEN
AMBTSHALVE VERWIJDERINGEN EN BODEMSANERINGEN Indien de betrokkenen hun afvalstoffen niet willen of niet kunnen beheren en/of hun bodem niet willen of niet kunnen saneren, is de OVAM gemachtigd om op te treden om erger te voorkomen. Het is de bedoeling om de milieuschade door bodemverontreiniging en/of door het achterlaten van afvalstoffen te herstellen en/of te beheren. De praktische uitvoering wordt uitbesteed aan derden. Over het hele jaar beschikten we over een budget van ca. 30 miljoen euro dat besteed werd aan lopende en nieuwe projecten (artikel 361B6147 van het MINA-fonds). In 2002 behandelden we, naast de lopende dossiers, 85 nieuwe dossiers met volgende verdeling: ambtshalve afvalverwijdering (12), ambtshalve bodemsaneringswerken (11), ambtshalve bodemsaneringsprojecten (8), veiligheidsmaatregelen (4), vrijwillige afvalverwijderingen (41), voorzorgsmaatregelen (1) en meldingen (8). Ook werden in het kader van het PCB-verwijderingsplan 30 dossiers aan de OVAM doorgegeven die aanleiding geven tot een procedure ambtshalve verwijdering. Het gaat 74
om 65 toestellen. Ondanks het feit dat ambtshalve tussenkomsten gepaard gaan met een prefinanciering door de Vlaamse overheid werden de aansprakelijken in 43 dossiers zo ver gebracht dat zij zelf de verwijdering op zich namen. Deze verwijderingen werden gecontroleerd op hun correcte uitvoering. De kosten die daarmee werden uitgespaard, bedroegen in totaal ca. 500 000 euro. In dat verband kan ook worden vermeld dat van de 30 dossiers inzake de ambtshalve PCB-verwijdering, er geen enkel dossier aanleiding heeft gegeven tot uitgaven, met uitzondering van de administratieve tussenkomsten. In 2002 werd in 19 van de 30 PCB-dossiers vrijwillig opgetreden, wat een besparing betekent van 124 000 euro. In de overige 11 dossiers gebeurt de effectieve uitvoering in 2003.
INTERNE ONDERSTEUNING Naast de medewerkers die zich met de inhoudelijke domeinen van afvalstoffen- en bodembeheer bezighouden, beschikt de OVAM ook over een aantal medewerkers die zich niet onmiddellijk inhoudelijk met de verschillende dossiers bezighouden, maar die onmisbaar zijn voor de goede werking van de organisatie.
ADMINISTRATIE-GENERAAL De staf van de Administratie-Generaal heeft ook in 2002 heel wat tijd en energie besteed aan het geĂŻntegreerde overheidsbeleid enerzijds en de beleidscyclus anderzijds.
- Een geĂŻntegreerd overheidsbeleid Voor de OVAM is de interne samenwerking binnen de milieusector belangrijk, maar ook de samenwerking met andere beleidsdomeinen en bestuursniveaus (lokale overheden, federaal, internationaal). Om die samenwerking te verbeteren, verleent de OVAM volop zijn medewerking. We werkten ook in 2002 verder mee aan de reorganisatie van het Vlaamse overheidsapparaat in het kader van Beter Bestuurlijk Beleid. Vanuit de OVAM waren er twee belangrijke aandachtspunten, namelijk de samenhang tussen de twee kernmateries afvalstoffen en bodemsanering enerzijds en de rechtspersoonlijkheid anderzijds. In het door de Vlaamse regering goedgekeurde voorstel van 8 februari 2002 wordt het afval- en bodemsaneringsbeleid verder ondergebracht bij de OVAM. Daarnaast wordt voorzien dat de verdere ontwikkeling, integratie en het beheer i.v.m. de beperking en het gebruik van natuurlijke grondstoffen (voorraadbeheer) vanuit de OVAM zullen gebeuren. Het afvalstoffenbeleid wordt verruimd tot materialenbeleid. De initiatieven rond externe integratie zijn in Vlaanderen nog relatief beperkt en gebeuren dikwijls ad hoc (bv. rond groene stroom voor hernieuwbare energie, duurzaam ondernemen en preventiebeleid, brownfieldontwikkeling en het beleid inzake ruimtelijke ordening en economie, problematiek van bagger- en ruimingspecie, stimuleren vervoer over water en het mobiliteitsbeleid...) .Toch ligt hier een belangrijke uitdaging voor de OVAM in de toekomst. - De beleidscyclus Rond de beleidscyclus kan vooral de samenwerking binnen de milieuadministratie inzake planning en onderzoek naar voren worden gebracht. Vanuit de staf bij de Administratie-Generaal gebeurt zowel de interne als externe coĂśrdinatie van planning en onderzoek. In de eerste plaats werd er binnen de milieuadministratie samengewerkt bij de afronding van het Ontwerp Milieubeleidsplan 2003-2007. Vanuit de OVAM werden de themastukken 'Verontreiniging door afvalstoffen' en 'Verontreiniging en aantasting van de bodem' verder opgevolgd. Na het openbaar onderzoek werd het ontwerpplan aangepast. Daarbij werd meer nadruk gelegd op meetbare plandoelstellingen, gekoppeld aan indicatoren. Het milieubeleidsplan is nog niet definitief goedgekeurd door de Vlaamse regering. Het planningsproces inzake het afval- en bodemsaneringsbeleid werd binnen de OVAM opgevolgd zowel op het strategische als het operationele niveau. Zo keurde de Vlaamse regering eind 2002 het Uitvoeringsplan Huishoudelijke Afvalstoffen 2003-2007 en het Uitvoeringsplan Slib goed. Zowel de voorbereiding als de uitvoering en de evaluatie van het beleid hebben baat bij een ver doorgedreven wetenschappelijke onderbouwing. Om het geplande wetenschappelijke onderzoek systematisch bijeen te brengen werd een programma opgesteld en goedgekeurd: het programma Toegepast Wetenschappelijk Onderzoek (TWOL). Vanuit de staf wordt deelgenomen aan de overkoepelende stuurgroep en aan het thematisch overleg 'afval en bodem'. Vanuit de stuurgroep gebeurt ook de opvolging en evaluatie van het steunpunt milieubeleidswetenschappen.
75
Interne Dienst voor Preventie en Bescherming op het Werk (IDPBW) Conform de vigerende wetgeving ter zake (o.a. KB van 27.03.1998 – Welzijnswet) werd op 01.02.2001 de installatie bekrachtigd van een preventieadviseur, niveau 1 in de OVAM. Het jaar 2002 werd gekenmerkt door een stroom van klachten (meestal subjectieve) van voorbijgaande aard. Het is de taak van een preventieadviseur om deze klachten te onderzoeken en indien nodig hiervoor een oplossing te bieden (57 klachten werden genoteerd). In overleg met de bouwheer en de preventieadviseur werden airco-problemen doelmatig behandeld. Ook in 2002 organiseerde de preventieadviseur opnieuw een doorgevoerde medische screening. De OVAM beschikt immers over een medisch kabinet met een arbeidsgeneesheer. Het beleid bij het verlenen van PBM’s (persoonlijke beschermingsmiddelen) werd aangepast. Dat gebeurt in nauw overleg met de dienst aankoop/logistiek. Ieder personeelslid krijgt - als hij/zij erom verzoekt - de nodige PBM’s in functie tot de uit te voeren werkzaamheden. Het Brand- en het Interventieteam werden geoptimaliseerd en aangepast in overleg met de plaatselijke 76
brandweer. Extra brandbestrijdingsmiddelen werden aangekocht. In 2003 wordt het EHBO-team geüpdatet. De opmaak van de nodige evacuatieplannen wordt ieder jaar verder geoptimaliseerd in functie van de jaarlijkse evacuatieoefening. Voor bepaalde risicovolle afdelingen (waaronder Interventies, Verwijderingen en Saneringen) werd een opleiding 'conflictbeheersing' in elkaar gestoken. De training vindt plaats in 2003 en wordt gratis verzorgd door de federale politie. Ook in 2002 werden 118 schriftelijke vragen beantwoord i.v.m veiligheid en welzijn op het werk. De preventieadviseur paste de wet en het KB i.v.m. geweld, pesten en OSGW (KB van 11.07.02) strikt toe. Tot eind 2002 noteerde de preventieadviseur klachten i.v.m voorgaande. Waar nodig werd een afdoende oplossing (bemiddeling) voorgesteld tussen pester en gepeste. De OVAM was in 2002 meerdere malen het slachtoffer van vandalisme en diefstallen. Ook hier werd naar een oplossing gezorgd waaronder het plaatsen van extra infrarooddetectoren, optimalisatie van het OVAM-alarm en vooral het kenbaar maken aan het personeel van voormelde niet-getolereerde handelingen. Het OVAM-personeel werd verzocht zeer waakzaam te zijn en iedere verdachte beweging/ handeling onmiddellijk te melden aan de preventieadviseur (security-officer). Openheid: de troef in de OVAM-dienstverlening Om invulling te geven aan de missie van de OVAM, met name 'het beheersen van de afvalstoffen- en bodemsaneringsproblematiek in Vlaanderen', zet het personeel zich elke dag ten volle in. Door haar grote maatschappelijke gevoeligheid komt de afvalstoffen- en bodemproblematiek regelmatig in de
actualiteit. Daarom is het noodzakelijk om via een (pro)actief informatiebeleid naar de pers een correcte, evenwichtige benadering in de hand te werken die een objectieve profilering van de OVAM bevordert. Het is de opdracht van de woordvoerster en de PR-verantwoordelijke om dit beleid te helpen realiseren. Het snel en accuraat inspelen op vragen vanwege de pers is een sleutelactiviteit van het woordvoerder-schap. Daarnaast werden in 2002 regelmatig persconferenties georganiseerd of persberichten verspreid omtrent beleidsrelevante thema's, zoals de inventarisatie van de huishoudelijke afvalstoffen, de bekendmaking van het openbaar onderzoek van het Ontwerpplan Huishoudelijke Afvalstoffen 2003-2007, en de administratieve vereenvoudiging voor het aanvragen van bodemattesten. Ook hebben we geparticipeerd in de lancering van verschillende sensibiliseringscampagnes en studieresultaten onder de aandacht gebracht. Enkele voorbeelden hiervan zijn: de inzamelresultaten van en de nieuwe campagne rond oude en vervallen geneesmiddelen, de campagnes 'Winkel verstandig, koop minder afval' en 'Ik kleur mijn schooljaar groen', de campagne rond het verwijderen van injectienaalden via KGA-inzameling, de resultaten van het project 'Herbruikbare luiers op de kraamafdeling', de campagne afval- en emissiepreventie (AEP-campagne), het bekendmaken van afvalindicatoren om reĂŤle afval-preventie te meten door actief mee te werken. Aan het PR-beleid werd in 2002 voornamelijk invulling gegeven door actief te participeren in interne en externe projecten waarbij communicatie en informatie centraal staan. De bevolking komt, ondanks haar gevoeligheid voor de afvalstoffen- en bodemproblematiek, zelden rechtstreeks in contact met de OVAM. Dat is anders in dossiers van (ambtshalve) afvalstoffenverwijdering en bodemverontreiniging en de sanering ervan. Van bij het begin hechtte de OVAM in deze dossiers veel belang aan een goede communicatie met alle betrokkenen. Dit beleid werpt stilaan vruchten af. We zijn er namelijk in geslaagd een negatief imago om te zetten in een situatie waarbij de OVAM steeds meer ervaren wordt als een betrouwbare gesprekspartner. De woordvoerster adviseert daarbij intern en extern over de aanpak en organisatie van informatievergaderingen voor omwonenden. Belangrijke bewonersvergaderingen waren er in 2002 bijvoorbeeld in Sint-Amands (het bodemsaneringsproject Kouterwijk), en in Olen (UMICORE). Ook had de woordvoerster zitting in diverse commissies inzake communicatie (MOVI-overleg woordvoerder, KORTOM, Stichting Leefmilieu, VOICE, VOCA). Zoals elk jaar zitten ook de driemaandelijkse nieuwsbrief 'OpgeruimD' en dit jaarverslag in het takenpakket. De OVAM hecht veel belang aan internationale uitwisseling. in 2002 ontvingen we buitenlandse delegaties uit China, Zuid-Afrika, Japan en Rusland. De woordvoerster begeleidde het luik 'communicatie' in het twinningprogramma met Hongarije.
77
In 2002 vierde de OVAM haar 20-jarige bestaan. Om dat te vieren, organiseerden de woordvoerster, in samenwerking met een werkgroep ad hoc, op 31 mei 2002 een origineel personeelsfeest, waarbij het versterken van de teamspirit de leidraad vormde van alle activiteiten. In de voormiddag konden de personeelsleden kennismaken met hun werkstad Mechelen. In de namiddag werd in aanwezigheid van onze voogdijminister, teruggeblikt op 20 jaar OVAM. In het verlengde daarvan startte zij in 2002 ook met de voorbereiding van het colloquium 20+1. Dit colloquium werd georganiseerd voor alle niet-OVAMmers ter gelegenheid van het 20-jarige bestaan van de OVAM. Het vond plaats op 1 april 2003.
BIBLIOTHEEK Na de heroriëntering van de strategie voor interne informatieverspreiding begin 2002, was de OVAM op zoek naar kennispartners. Een zoektocht onder de Vlaamse bibliotheken en universiteiten resulteerde in een partnership tussen de OVAM en de KULeuven. Deze laatste opende immers op 1 oktober 2002 de Campusbibliotheek Arenberg, één van de grootste en modernste bibliotheken voor wetenschappen en ingenieurstechnieken van het Europese vasteland. De Campusbibliotheek Arenberg bundelt één miljoen 78
boeken en naslagwerken onder één dak, in een hoogtechnologische omgeving vol multimediaoplossingen voor studenten. Ook de wetenschappelijke boekencollectie van de OVAM krijgt hier een plaatsje. In ruil hiervoor kan de OVAM een beroep doen op de uitgebreide kenniscollectie van de Arenbergcampus. Kortom: de OVAM-medewerkers zullen in de komende jaren hun wetenschappelijke kennis optimaal op peil kunnen houden.
PERSONEELSBELEID EN -ADMINISTRATIE Het jaar 2002 was een actief en intensief werkjaar, waarbij we, naast de courante opdrachten inzake personeelsadministratie en -beleid, ook meewerkten aan een aantal belangrijke projecten: Ontwikkelen van een Human-Resources-plan De OVAM heeft het initiatief genomen om een Human-Resources-plan (HR-plan) op te maken via een bottom-up aanpak, m.a.w. rekening houdend met de knelpunten/behoeften die op dit vlak leven binnen de afdelingen. Bepaalde samenwerkings- en functioneringsproblemen hebben namelijk niet zozeer te maken met problemen in de structuur, maar wel met gedrag. Het te realiseren HR-plan beoogt in de eerste plaats een gedragsverandering binnen de organisatie en wil daarnaast aandacht hebben voor bepaalde organisatie-ontwikkelingsvraagstukken die binnen afdelingen kunnen leven. De OVAM liet zich bij de ontwikkeling van dit plan begeleiden door ervaren seniorconsulenten. Het uitvoeren van dit Human-Resources-plan is gespreid over twee jaar, met name 2002 en 2003. In 2002 werden dus per afdeling de eerste stappen gezet en acties ondernomen, die hun verdere vervolg kennen in 2003. Vervolgproject Telethuiswerk Nadat de OVAM in 2001 een succesvol proefproject rond telethuiswerk afrondde met 12 telewerkers, besloten we om ook in 2002 een vervolgproject telethuiswerk op te starten, waarin 27 telewerkers actief
waren, van wie 24 personen van niveau A en 3 personeelsleden van niveau B. Het zijn overwegend vrouwen die voor telewerk kiezen (18 vrouwen versus 9 mannen). Algemeen kunnen we stellen dat het telethuiswerkproject ook in 2002 een succes was. Zowel de telewerker als de leidinggevende ervaart het als een win-winsituatie: telethuiswerken blijkt hand in hand te gaan met efficiënt werken en de telewerker kan werktijd en vrije tijd beter op elkaar afstemmen, wat extra motiverend werkt. Telethuiswerken binnen de OVAM zal dan ook in 2003 worden voortgezet.
LOGISTIEK De cel logistiek is verantwoordelijk voor het beheer van het gebouw, de aankoop en het beheer van werkmiddelen, het vervoer van personen en goederen, reprografie, onthaal en telefonie. De centralisatie van alle OVAM-diensten in één gebouw - vroeger in drie gebouwen - heeft de logistieke ondersteuning veel doeltreffender gemaakt. Bovendien hebben de centralisatie in één gebouw en de ligging naast het station een gunstige invloed op de exploitatiekosten, o.a. data- en telefonielijnen, dienstverplaatsingen en dubbele voorzieningen (onthaalruimte, EHBO, berging logistiek, ophaling afval…). We beschikken nu over een auditorium en voldoende polyvalente vergaderzalen zodat vergaderingen buiten het gebouw tot een minimum worden herleid. Dienstverplaatsingen gebeuren nu zoveel mogelijk met de trein. Door deze nieuwe gewoonte en door het feit dat er niet meer constant heen en weer wordt gereden tussen de verschillende gebouwen, is het dienstwagenpark met 20% afgebouwd in de loop van 2002.
JURISTEN De juristen zorgen ervoor dat de OVAM juridisch correct en consistent handelt en optreedt. Hiertoe verlenen zij intern en extern advies en werken zij het vooropgestelde beleid juridisch uit. Wetgeving De OVAM-juristen werkten mee aan het voorbereiden van wijzigingen aan de respectieve uitvoeringsbesluiten op het bodemsaneringsdecreet en het afvalstoffendecreet (VLAREBO en VLAREA). De vooropgestelde wijziging van het bodemsaneringsdecreet werd door hen voorbereid en ondersteund. Zij namen actief deel aan de implementatie van de Euroreglementering in de OVAM decreet- en regelgeving zodat die tijdig werd gefinaliseerd. Gerechtelijke dossiers De juristen volgden de lopende rechtsdossiers over afvalstoffen en bodemsanering op. Advies De juristen verleenden adviezen over de toepassing van het bodemsaneringsdecreet, het afvalstoffendecreet en hun uitvoeringsbesluiten. Deze vragen waren afkomstig van particulieren, notarissen, advocaten, adviesbureaus, gerechtelijke instanties… Ze verleenden ook intern adviezen over de interpretatie van de wetgeving betreffende afval, bodem, overheidsopdrachen, openbaarheid van bestuur, verzekeringen, contracten e.d.
79
Afvalstoffendecreet De juristen gaven permanente ondersteuning aan Afvalstoffenbeheer en juridische ondersteuning in dossiers over de ambtshalve verwijdering van afvalstoffen. Bodemsaneringsdecreet De juristen: - antwoordden op interne vragen over dossiers in verband met het bodemsaneringsdecreet; - zaten in de interne commissie Bodemsanering, die oplossingen zoekt voor structurele problemen bij de toepassing van het decreet en in 2002 de knelpunten onderzocht van het huidige decreet en werkte aan oplossingen die zullen worden vertaald in de vooropgestelde wijziging van het bodemsaneringsdecreet; - behandelden 246 dossiers rond het statuut ‘onschuldige eigenaar/gebruiker’, een procedure om te beslissen of de overdrager al dan niet tot bodemsanering moet overgaan; - waakten over de naleving van de decretale procedures bij voorzorgs- en veiligheidsmaatregelen; ze stelden mee de uitnodigingen voor hoorzittingen op en woonden ze bij; - werkten mee aan het studiesyndicaat voor de sanering van de benzinestations en namen actief deel 80
aan het samenwerkingsakkoord over de uitvoering en financiering van de sanering van de benzinestations. Klachtendecreet Studiedagen Op studiedagen georganiseerd door de OVAM of derden, lichtten de juristen de afvalstoffen- en bodemsaneringswetgeving toe.
DE OVAM SCHRIJFT MEE AAN MIRA-T 2002 De OVAM werkte in belangrijke mate mee aan het MIRA-T indicatorenrapport, meer bepaald aan alle hoofdstukken over afvalstoffen en bodem. De teksten en ook het wetenschappelijk achtergronddocument zijn terug te vinden op de website van de VMM.
PUBLICATIES VERKOOP In 2002 factureerden en verstuurden we in totaal 2583 bestellingen voor te betalen OVAM-publicaties. Meestal ging het om grote orders van meerdere brochures. Enkele opvallende cijfers: • Brochure 'Wie afval vermijdt, moet het niet kwijt': 2100 stuks • Brochure 'Composteren: doe ik het zelf of laat ik het doen? Een wegwijzer': 39 110 stuks
• Leaflet Composteren A4-formaat: 18 910 stuks • Brochure 'Waarheen met je grasmaaisel?': 67 540 stuks • Brochure 'Composteren in een wormenbak': 35 980 stuks PUBLICATIES UITGEGEVEN IN 2002 • Enquête bij de bevolking in verband met afvalvoorkoming en afvalsortering in Vlaanderen in 2000-2001 • Evaluatie van de reductie van de terminaal te verwijderen huishoudelijke afvalstoffen in Vlaanderen – Eindrapport • Oriënterend onderzoek naar de invulling van de begrippen mineralenrijk - mineralenarm, humusrijk • Methodiek voor het bepalen van de structuur en tendensen van de Vlaamse afvalmarkt rekening houdende met de Belgische context • Evaluatierapportage Uitvoeringsplan Huishoudelijke Afvalstoffen 1997-2001 • Voortgangsrapportage 2000-2001 Uitvoeringsplan Gescheiden Inzameling Bedrijfsafval van Kleine Ondernemingen • De kringloopcentra in het Vlaamse Gewest: opvolgingsverslag 2001 • Milieuvriendelijk consumeren: tien productgroepen kritisch bekeken • Achilles. Veiligheid, gezondheid en milieu preventiesysteem voor on-site bodemsaneringswerken • Bedrijvig in milieuzorg. Presti 4 en Milieucharters: praktijkvoorbeelden 2000-2001 • Uitvoeringsplan Slib • Uitvoeringsplan Slib - Verslag Inspraak- en Adviesreacties • Duurzaam bouwen in Vlaanderen: stand van zaken en voorstellen • Uitvoeringsplan Huishoudelijke Afvalstoffen 2003-2007 • Uitvoeringsplan Huishoudelijke Afvalstoffen 2003-2007 - Verslag Inspraak- en Adviesreacties • De kwaliteit van 'thuis'compost(eren) - Resultaten van een verkennend onderzoek
INFO Via de Vlaamse Infolijn (tijdens campagneperiodes), de OVAM-website (www.ovam.be), ofwel rechtstreeks kunnen burgers informatie en sensibiliseringsmateriaal bekomen. In 2002 waren er ongeveer 5700 aanvragen, waarvan 3420 via het internet en de Vlaamse Infolijn.
BEURZEN EN STUDIEDAGEN Wie meer informatie wil over het afval- en bodembeleid, kan daarvoor terecht op beurzen en studiedagen. In 2002 was de OVAM aanwezig op Agribex, Milieu 2002 en de B2B-beurs in Mechelen. Daarnaast hebben wij een permanente stand in het Centrum Duurzaam Bouwen (Heusden-Zolder), dat op 12 april plechtig geopend werd. Zelf organiseerden wij studiedagen rond hoogcalorisch afval, bouw- en sloopafval, brownfields en het uitvoeringsplan Huishoudelijke Afvalstoffen.
81
SYNTHESE De OVAM is binnen het Vlaamse Gewest verantwoordelijk voor het afval- en bodemsaneringsbeleid. De belangrijkste doelgroepen van de OVAM zijn de bedrijven, de burgers en de overheid.
Bedrijven Inzake bodemsanering hebben we in 2002 de nadruk gelegd op de verdere uitwerking van een geïntegreerde aanpak van brownfields en woonzones, en van alternatieve financieringsmiddelen voor bodemsanering. De ambtshalve bodemsanering werd aanzienlijk versneld. Verder werd de reglementering van het grondverzet geïmplementeerd. In 2002 hebben we ook gewerkt aan de voorbereiding van de wijziging van het bodemsaneringsdecreet. In 2002 werden de gegevens over de bedrijfsafvalstoffenproductie van 2001 ingezameld. Verder werd een eerste set van indicatoren bepaald voor het meten van de preventie van bedrijfsafvalstoffen. De OVAM probeert met de betrokken sectoren milieubeleidsovereenkomsten af te sluiten voor de diverse stromen (elektrische en elektronische toestellen, banden, drukwerk, batterijen en afgedankte voertuigen), en staat daarna in voor de opvolging. De OVAM streeft ook naar een maximale impact van 82
de Vlaamse standpunten op het Europese afvalstoffenbeleid. De implementatie van de nieuwe EG-richtlijn stortplaatsen gaf aanleiding tot het herzien van alle stortvergunningen. Uiteraard kunnen niet alleen de burgers helpen om de afvalberg te verminderen. Ook de bedrijven werden in het najaar van 2002 met een originele campagne aangezet tot het voorkomen van afval en emissies (AEP-campagne).
Burgers Het gebiedsdekkend netwerk van erkende kringloopcentra in Vlaanderen werd voltooid. Een actieprogramma werd opgesteld om de zwerfvuilproblematiek onder de loep te nemen. Diverse gemeenten en intergemeentelijke samenwerkingsverbanden dienden bij de Interregionale Verpakkingscommissie (IVC) een proefproject in voor de selectieve inzameling van verpakkingsafval op basis van de gewijzigde erkenning van FOST Plus. In het kader van de ambtshalve bodemsanering van de woonwijk Kouterwijk in Sint-Amands werd het bodemsaneringsproject in 2002 conform verklaard en werden verschillende bijkomende opdrachten gelanceerd om de bodemsaneringswerken in goede banen te leiden. Een efficiënt beleid kan niet zonder een breed maatschappelijk draagvlak, zeker als het gaat om gevoelige thema’s zoals afval en bodemsanering. Een actieve en open communicatie is dan ook heel belangrijk. Het voorkomen van afval staat nog steeds centraal in onze communicatieacties. Zo sprak de OVAM de burgers enigszins gedurfd aan met de titel ‘geachte zakkenvullers’ in een informatiecampagne over het Vlaamse afvalbeleid. Daarnaast stond afvalvriendelijk winkelen centraal in de campagne 'winkel verstandig, koop minder afval'.
Overheid Inzake ambtshalve afvalverwijdering werd naar aanleiding van de BSE-crisis ruim 25 000 ton diermeel verwijderd en verbrand. Een belangrijk project in 2002 was het twinningprogramma met Hongarije. Dankzij de expertise van de OVAM zal Hongarije in 2004 kunnnen voldoen aan de Europese rapportageverplichtingen en afvalstoffenplanning. In 2002 ondertekenden 227 gemeenten en de 5 Vlaamse provincies de nieuwe samenwerkingsovereenkomst met het Vlaamse Gewest inzake duurzaam milieu- en natuurbeleid. De Vlaamse regering keurde ook een nieuw subsidiebesluit voor lagere besturen goed, en het nieuwe Uitvoeringsplan Huishoudelijke Afvalstoffen 2003-2007. In een eerste poging om de situatie op het gebied van afvalpreventie in Vlaanderen in beeld te brengen, heeft de OVAM in 2002 indicatoren voor de preventie van huishoudelijke afvalstoffen ontwikkeld. Ook werkte ze mee aan de voorbereiding van het sectoraal Uitvoeringsplan Bagger- en Ruimingsspecie. Ten slotte wenst de Vlaamse regering tegemoet te komen aan de dringende behoefte aan een duurzaam slibbeleid met de vaststelling van het Uitvoeringsplan Slib.
83
SYNTHESE
L'OVAM est responsable de la politique de gestion des déchets et d'assainissement des sols en Région flamande. Les principaux groupes cibles de l'OVAM sont les entreprises, les citoyens et les pouvoirs publics.
Entreprises En matière d'assainissement des sols, nous avons poursuivi en 2002 le développement d'une approche intégrée des anciens sites industriels (brownfields) et des zones résidentielles, ainsi que la recherche de moyens de financement alternatifs pour l'assainissement des sols. La dépollution officielle des sols s'est considérablement accélérée. Pour le reste, la réglementation en matière d'excavations a été implémentée. En 2002, nous avons également travaillé à la préparation de la modification du décret sur l'assainissement des sols. Les données concernant la production de déchets industriels en 2001 ont été collectées en 2002. En outre, un premier ensemble d'indicateurs a été défini pour quantifier la prévention en matière de 84
déchets industriels. L'OVAM s'efforce de conclure des accords environnementaux avec les secteurs concernés pour les différents flux de déchets (appareils électriques et électroniques, pneus, imprimés, batteries et véhicules déclassés), et se charge ensuite de leur suivi. L'OVAM vise dès lors à obtenir un impact maximal des points de vue flamands sur la politique européenne des déchets. L'implémentation de la nouvelle directive CE sur les décharges a entraîné la révision de toutes les licences d'exploitation de décharges. Il va de soi que les citoyens ne sont pas les seuls à pouvoir contribuer à réduire la montagne des déchets. Les entreprises ont également été sensibilisées à la prévention des déchets et des émissions par le biais d'une campagne originale (campagne PDE) qui s'est déroulée à l'automne 2002.
Citoyens Le réseau régional des centres de recyclage agréés en Flandre est désormais complet. Un programme d'action a été mis sur pied pour étudier la problématique des décharges sauvages. Diverses communes et intercommunales ont introduit un projet pilote auprès de la Commission Interrégionale de l'Emballage (CIE) pour la collecte sélective des déchets d'emballage sur la base de l'agréation modifiée de FOST Plus. Dans le cadre de la dépollution officielle des sols du quartier résidentiel Kouterwijk à Sint-Amands, le projet d'assainissement des sols a été déclaré conforme en 2002 et différentes missions complémentaires ont été lancées dans ce contexte pour mener les travaux d'assainissement à bonne fin. Une politique efficace nécessite un large soutien de l'opinion publique, surtout lorsqu'il s'agit d'enjeux aussi sensibles que les déchets et la dépollution des sols. Une communication active et transparente s'avère donc incontournable. Nos actions de communication s'articulent toujours autour de la
prévention des déchets. Ainsi, l'OVAM est allé jusqu'à s'adresser à la population par un 'Chers remplisseurs de sacs' dans le cadre d'une campagne d'information sur la politique des déchets en Région flamande. Parallèlement à cela, les achats favorisant la prévention des déchets ont été mis à l'honneur par une campagne intitulée 'Achetez intelligent, achetez moins de déchets'.
Pouvoirs publics En matière d'élimination officielle des déchets, plus de 25.000 tonnes de farines animales ont été éliminées et incinérées suite à la crise de l'ESB. Un projet important en 2002 était le programme de jumelage avec la Hongrie. Grâce à l'expérience de l'OVAM, la Hongrie pourra répondre en 2004 aux obligations de compte-rendu et à la planification des déchets édictées par l'Europe. En 2002, 227 communes et les 5 provinces flamandes ont signé le nouvel accord de collaboration avec la Région flamande pour une politique durable en matière de nature et d'environnement. Le gouvernement flamand a également approuvé de nouveaux subsides pour les niveaux inférieurs du pouvoir, ainsi que le Plan d'Application des Déchets Ménagers 2003-2007. Dans une première tentative pour dresser le tableau de la prévention des déchets en Flandre, l'OVAM a développé en 2002 des indicateurs de prévention des déchets ménagers. L'OVAM a en outre collaboré à la préparation du Plan d'Application sectoriel en matière de Boues de Dragage et de Curage. Pour terminer, le gouvernement flamand souhaite répondre au besoin pressant d'une politique durable au niveau des boues par le biais du Plan d'Exécution des Boues.
85
ZUSAMMENFASSUNG OVAM (Openbare Afvalstoffenmaatschappij voor het Vlaamse Gewest) ist für die Abfallwirtschaft und Bodensanierung in der Flämischen Gemeinschaft verantwortlich. Die wichtigsten Zielgruppen für die Arbeit von OVAM sind die Unternehmen, die Privathaushalte und die staatlichen Stellen.
Unternehmen In Sachen Bodensanierung haben wir im Jahr 2002 mit Nachdruck die Entwicklung eines integrierten Ansatzes für die ehemaligen Industriegebiete (brownfields) und die Wohngebiete sowie die Suche nach alternativen Finanzierungsmöglichkeiten für die Altlastensanierung vorangetrieben. Amtliche Maßnahmen zur Bekämpfung der Bodenverseuchung wurden bedeutend beschleunigt. Weiter werden die Bestimmungen über Erdaushub ausgeführt. Im Jahr 2002 haben wir auch an der Vorbereitung der Abänderung des Dekrets über die Bodensanierung gearbeitet. 2002 wurden die Daten des Abfallaufkommens von 2001 bei den Unternehmen gesammelt. Ferner wurde eine erste Reihe von Indikatoren bestimmt, um die Anstrengungen zur Vorbeugung von Industriemüll abschätzen zu können. OVAM ist bestrebt, mit den betroffenen Sektoren Abkommen über 86
die Müllvermeidung abzuschließen, um die verschiedenen Ströme von Abfällen zu kontrollieren zu können (elektrische und elektronische Geräte, Autoreifen, bedrucktes Papier, Batterien und Autos mit Totalschaden), und organisiert anschließend das weitere Vorgehen. Deshalb arbeitet OVAM auch darauf hin, dass der Standpunkt Flanderns bei der europäischen Abfallpolitik so weit wie möglich berücksichtigt wird. Die Umsetzung der neuen EU-Direktive über die Deponien hatte die Revision aller Betriebslizenzen für Deponien zur Folge. Es ist klar, dass die Privathaushalte nicht als einzige zur Verminderung des Müllbergs herangezogen werden können; auch die Unternehmen haben ihren Beitrag dazu zu leisten. Deshalb wurden sie im Herbst 2002 in einer originellen Kampagne (AEP) darauf hingewiesen, wie wichtig die Vermeidung von Müll und schädlichen Emissionen ist.
Privathaushalte Ein flächendeckendes Netz von anerkannten Recyclinganlagen ist jetzt in Flandern vorhanden. Ein Aktionsprogramm wurde ausgearbeitet, um die Problematik der wilden Mülldeponien besser erkennen zu können. Mehrere Kommunen und Müllentsorgungs-Zweckverbände reichten - auf der Basis der abgeänderten Zulassung von FOST plus - bei der Interregionalen Verpackungskommission (IVC/CIE) ein Pilotprojekt für das selektive Einsammeln von Verpackungsmüll ein. Im Rahmen der amtlichen Bekämpfung der Bodenverunreinigung des Wohnviertels Kouterwijk in SintAmands wurde das Bodensanierungsprojekt im Jahr 2002 als konform erklärt; in diesem Zusammenhang wurden verschiedene ergänzende Aufträge erteilt, um die Altlastensanierung zu einem guten Abschluss zu bringen.
Eine erfolgreiche Politik braucht eine breite Unterstützung seitens der gesamten Bevölkerung, ganz besonders, wenn es dabei um so heikle Themen wie Müllentsorgung und Bodenentgiftung geht. Eine aktive und transparente Kommunikation ist dabei von ausschlaggebender Bedeutung. Daher ist Abfallvermeidung nach wie vor das zentrale Thema unserer Kommunikationsstrategie. So wandte sich OVAM bei einer Informationskampagne zur Müllentsorgungspolitik etwas kühn an die Bevölkerung mit den Worten "Liebe Sackfüller". Eine weitere Kampagne hatte die Änderung der Einkaufsgewohnheiten zum Thema: "Intelligent einkaufen, weniger Müll kaufen".
Die öffentliche Hand Als die Rinderseuche wütete, wurden auf amtlichen Beschluss mehr als 25.000 Tonnen Tiermehl entsorgt und verbrannt. Ein wichtiges Projekt im Jahr 2002 war das Partnerschaftsprogramm mit Ungarn. Dank der Erfahrung von OVAM kann Ungarn im Jahr 2004 die von Europa vorgeschriebenen Aufzeichnungsverpflichtungen und die Planungsvorgaben der Abfallwirtschaft erfüllen. 87 2002 unterzeichneten 227 Kommunen und alle fünf flämischen Provinzen die neue Übereinkunft zur Zusammenarbeit mit der Flämischen Region für eine nachhaltige Umweltpolitik. Die flämische Regierung hat auch neue Subsidien für die mittlere Verwaltungsstufe genehmigt sowie den neuen Ausführungsplan zur Entsorgung des Hausmülls 2003-2007 verabschiedet. Beim ersten Versuch, das Thema Müllvermeidung in Flandern genauer zu erfassen, hat OVAM 2002 Indikatoren für die Vermeidung von Hausmüll entwickelt. OVAM hat auch bei der Ausarbeitung des sektoriellen Ausführungsplan für Baggerschlamm und Ausschlämmprodukte mitgewirkt. Zum Abschluss will die Flämische Regierung den dringenden Anforderungen einer nachhaltigen Politik zur Schlammentsorgung über den Ausführungsplan zur Schlammbeseitigung befriedigen.
SYNTHESIS OVAM is responsible for waste-management and soil-decontamination policies within the Flemish Region. The main target groups of OVAM are companies, the public and local authorities.
Companies As regards soil decontamination, in 2002 we stressed the further development of an integrated approach to brown fields and residential zones and of alternative financing for soil decontamination. The statutory soil decontamination was accelerated considerably and the earth moving regulations were implemented. In 2002 we also prepared the amendment to the soil decontamination decree. In 2002 data was collected concerning the industrial waste production for 2001. A first set of indicators allowing to measure the prevention of industrial waste was defined. OVAM is endeavouring to reach environmental policy agreements with the relevant sectors for the various streams (electric and electronic equipment, tyres, printed matter, batteries and end-of-life vehicles), and will subsequently ensure the follow-up. OVAM also aims for a maximum impact of the Flemish opinions on the European waste policy. The implementation of the new EU directive on dumpsites led to the review of all dumping 88
licences. Obviously, it is not only up to the general public to help reduce the waste mountain. In the autumn of 2002 an original campaign was launched to encourage companies to avoid waste and emissions (AEP campaign).
The Public The extensive network of recognized recycling centres in Flanders was completed. An action programme was set up to target the problem of fly-tipping. Various boroughs and intermunicipal cooperatives submitted a pilot project to the Interregional Packaging Commission (IVC) for the selective collection of packaging waste based on the changed recognition of FOST Plus. Within the scope of the statutory soil decontamination of the residential zone Kouterwijk in Sint-Amands the soil decontamination project was granted a conformity certificate in 2002, and a number of additional assignments were started to ensure the success of the soil decontamination works. An efficient policy is impossible without broad support from the general public, certainly when it concerns sensitive issues like waste and soil decontamination. Active and open communication, therefore, is very important. Waste prevention remains at the centre of our communication. In an information campaign on the Flemish waste policy OVAM approached the public quite daringly with the address ‘Dear bin liner fillers’. Environmentally friendly shopping was also a central point in the campaign ‘shop intelligently, buy less waste'.
Local Authorities As concerns statutory waste removal, following the BSE crisis some 25 000 tons of bone meal were removed and incinerated. A major project in 2002 was the twinning programme with Hungary. Hungary will be able to meet the European reporting obligations and waste planning in 2004 thanks to the expertise of OVAM. In 2002 some 227 municipalities and the 5 Flemish provinces signed the new cooperation agreement on sustainable environmental and nature policy with the Flemish Region. The Flemish Government also approved a new subsidy decree for local administrations as well as the new Domestic Waste Implementation Plan 2003-2007. In a first attempt to highlight waste prevention in Flanders OVAM developed indicators for the prevention of domestic waste in 2002. It also collaborated on the preparation of the sectoral Dredging and Drainage Slurry Implementation Plan. Finally, with the Sludge Implementation Plan the Flemish Government wishes to meet the urgent need for a sustainable sludge policy.
89
NOTITIES
90
NOTITIES
91
NOTITIES
92
VOOR MEER INFORMATIE, BEL NAAR
015/284.284
OF E-MAIL: INFO@OVAM.BE
JAARVERSLAG
OPENBARE AFVALSTOFFENMAATSCHAPPIJ VOOR HET VLAAMSE GEWEST STATIONSSTRAAT 110 B-2800 MECHELEN TEL. 015/284 284 Fax 015/203 275 http://WWW.OVAM.BE
v.u. ir. Frank Parent, OVAM, Stationsstraat 110, 2800 Mechelen / 2003
2002
OVAM, uw beleidspartner in afval en bodem OPENBARE AFVALSTOFFENMAATSCHAPPIJ VOOR HET VLAAMSE GEWEST