Skip to main content

Bijlage_onderzoek_financiële_steun_economisch_adviesmaatregelen.pdf

Page 1

BIJLAGE - 13 juni 2020 Onderzoek naar de financiĂŤle steun- en economisch adviesmaatregelen m.b.t. arbeid, liquiditeit en het groeipotentieel van de reĂŤle economie in Vlaanderen Duidingsnota investeringen, financiering en arbeid

The better the question. The better the answer. The better the world works.


Inhoudstafel INTRODUCTIE ......................................................................................................................... 3 SYNTHESE ............................................................................................................................. 4 I. II. III. IV. V.

ALGEMEEN .................................................................................................................. 4 TAKE-AWAYS VANUIT DE EY ATTRACTIVITEITSSTUDIE .............................................................. 4 INZICHTEN EN UITGELICHTE INVESTERINGSMAATREGELEN .......................................................... 6 ARBEIDSMARKT ........................................................................................................... 12 AANVULLENDE IDEEËN .................................................................................................. 17

STIMULUS PLANNEN IN FOCUSLANDEN................................................................................ 20 I. II. III. IV. V. VI. VII. VIII. IX.

GLOBAAL .................................................................................................................. EUROPESE UNIE .......................................................................................................... NEDERLAND ............................................................................................................... DUITSLAND ................................................................................................................ FRANKRIJK ................................................................................................................ DENEMARKEN ............................................................................................................. ZWEDEN ................................................................................................................... OOSTENRIJK .............................................................................................................. FINLAND ...................................................................................................................

20 23 30 37 48 55 61 68 77

ANDERE LANDEN ................................................................................................................. 84

Alle rechten voorbehouden – EY Consulting Services SRL

Pagina |

2


Introductie Deze studie richt zich tot het analyseren van de genomen maatregelen in een 8-tal landen met betrekking tot het ondersteunen van het bedrijfseconomisch weefsel ten gevolge van de Covid-19 pandemie. Dit onderzoek beperkt zich tot de maatregelen van financiële aard. Bijgevolg komen enkel de nieuwe investeringsprogramma’s, de fiscale maatregelen en financieringslijnen aan bod die genomen zijn in het kader van het stutten en stimuleren van de economie tijdens en na de Covid-19 pandemie. Deze tijdspanne kan getoetst worden aan het ‘NOW’, ‘NEXT’ en ‘BEYOND’ Enterprise Resilience framework van EY. Deze duidingsnota kan het best gelezen worden in nauwe samenhang met de Excel inventarisatie oefening: ‘Overzicht maatregelen’. Het relance plan dat het experten comité van de Vlaamse overheid voor ogen heeft, beslaat de laatste twee fasen van het framework. Het beoogt een antwoord te bieden op de vraag hoe het economisch weefsel in Vlaanderen duurzaam ondersteund kan worden zodat acute problemen spoedig kunnen worden verholpen en hernieuwd toegevoegde waarde kan gecreëerd worden voor de socio-economische samenleving in Vlaanderen. De herstelacties voor de economie worden getekend door verschillende investerings- en financiële noden. Er is eerst en vooral nood aan heropbouw van eigen vermogen, deze zijn sterk geconcentreerd in de volgende sectoren: huisvesting en foodservice, kunst, amusement en recreatie, en in mindere mate groot- en detailhandel, vervoer, en productie. Daarnaast is er nood aan stimulus van de investeringsbehoeften. Door de crisis zijn deze getroffen als gevolg van lagere vraagniveaus, grotere onzekerheid, aanbodbeperkingen voor investeringen (gebrek aan beschikbaarheid van grondstoffen, kapitaalgoederen, arbeid) en verslechterende financiële omstandigheden (voornamelijk als gevolg van verlies aan eigen vermogen van bedrijven en gevolgen voor de banksector) leencapaciteit. Het ondersteunen van de arbeidsmarkt is een ander belangrijk focuspunt. De bijsturing van de arbeidsmarkt is een continu gegeven en vereist voortdurende beleidsbeslissingen ingegeven door steeds wijzigende omstandigheden (economische omstandigheden, onderwijs & competenties, welzijn, internationalisering, etc.). In de nasleep van deze COVID19 pandemie zijn nieuwe doelstellingen nodig om een herstel van de arbeidsmarkt op korte termijn te bewerkstelligen. De gezondheidscrisis transformeert naar een economische crisis met een vooruitzicht op een groeiend aantal werklozen en verkorting van de loopbanen. Het faciliteren van een efficiënte en dynamische arbeidsmarkt is primordiaal voor de organisaties en voor de burgers. Naast het uitwerken van de meest passende financiële steun- en relancemaatregelen is er een praktische aanpak nodig wat betreft het activeren, implementeren en promoten om deze een succes te maken.

Alle rechten voorbehouden – EY Consulting Services SRL

Pagina |

3


Synthese I.

Algemeen

Deze synthese heeft als doel maatregelen c.q. financieringstopics in een breder kader te schetsen, en de voornaamste observaties te bundelen. Enerzijds doen we dit vanuit een breed economisch kader (vanuit ‘lesson’s learned’ uit de EY-attractiviteitsstudie1), en anderzijds vanuit een financieringsbenadering op (middel)lange termijn die bijdragen tot het groeipotentieel van de reële economie in Vlaanderen. We wensen ons tevens niet te focussen op de maatregelen an sich in de enge zin maar vooral de idee en/of methodologie erachter naar voor te brengen. Aansluitend nemen we de maatregelen waarmee men de arbeidsmarkt wil ondersteunen specifiek onder de loep. Voor een meer diepgaande analyse van de maatregelen in andere landen, verwijzen we naar de rapportering in Excel. Tot slot brengen we ook nog enkele andere ideeën en maatregelen inzichtelijk die de analyse aanvullend kunnen stofferen.

II.

Take-aways vanuit de EY-attractiviteitsstudie

In het kader van relance maatregelen, willen we tevens een extra dimensie meegeven vanuit de EY-attractiviteitsstudie. Immers als open economie zijn buitenlandse, directe investeringen (FDI’s) belangrijke drivers voor onze economie. Zowel wat buitenlandse investeerders hebben gerealiseerd als hoe zij kijken naar ons land en regio’s, kan in het kader van onze studie een waardevolle invalshoek zijn. FDI’s in Europa zijn voor een belangrijk deel een intra-Europees verhaal, 52% van buitenlandse investeringen gebeuren door Europese bedrijven (US-investeerders 21%). Vorig jaar was een topjaar qua investeringen maar van de aangekondigde investeringen zijn door Covid-19 reeds 35% geaffecteerd waarvan zelfs 10% volledig geannuleerd. Ook vanuit onze samenwerking met de Vlerick Business School kregen we gelijkaardige signalen qua C19 impact (31% zien omzet met 15-20% dalen en 36% zien een omzetdaling van meer dan 20%). Uit ons onderzoek bleek dat 49% van de geïnterviewden gelooft dat Europa minder aantrekkelijk zal zijn en dat sterkere stimuleringspakketten en stimulansen cruciaal zullen zijn om de aantrekkelijkheid te behouden of te verhogen. Investeren om talent, kapitaal en research in technologie, gezondheid en milieu-gerelateerde industrieën aan te trekken, alsmede een gezond evenwicht tussen overheidssteun en concurrentievermogen van bedrijven, is de voornaamste feedback. Als we verder inzoomen op België en vnl. Vlaanderen, blijft Vlaanderen de meest attractieve regio, met bijna de helft van de buitenlandse investeringen. Opvallend is dat Vlaanderen vnl. nieuwe investeringen heeft aangetrokken (bijna 80%). De meeste investeringen situeren zich in zakelijke dienstverlening, transport & logistiek, agri-food, digital. Qua jobcreatie zien we 1

https://www.ey.com/nl_be/government-public-sector/6-inzichten-uit-de-barometer-van-de-belgischeattractiviteit-201

Alle rechten voorbehouden – EY Consulting Services SRL

Pagina |

4


dezelfde sectoren maar vervoegen ook de chemische en farmaceutische sectoren de top 5, naast transport & logistiek, agri-food, en R&D. Wat betreft de risico’s worden voornamelijk arbeidskosten, politieke instabiliteit en belastingen (niveau en complexiteit) vernoemd. Deze vormen trouwens, aangevuld met de kwaliteit van de arbeidskrachten en de transport- en logistieke infrastructuur, de belangrijkste investeringscriteria. Belangrijkste lessen die we ook kunnen trekken uit de studie zijn: •

•

•

• •

•

55% van de gevestigde bedrijven vinden dat mobiliteit & infrastructuur een negatieve invloed heeft op hun investeringsbeslissingen (niet onbelangrijk als centraal gelegen land en met logistiek & supply chain in Vlaanderen als belangrijke troef); Businessmodellen worden herdacht, inclusief de supply-chain, wat een opportuniteit laat om inclusieve mobiliteitsplannen te ontwikkelen en op de opportuniteit in te steken dat bedrijven hun risico’s op vlak van hun toelevering zullen aanpassen c.q. verminderen. Merendeel van de kansen voor België en Vlaanderen ziet men in het ganse ecosysteem (opleiding, infrastructuur, technologie) rond groene technologie en digitalisering. De steun voor groene technologieën is een sleutelelement geworden voor de buitenlandse investeerders: twee derden geeft aan dat dit een belangrijke rol speelt bij investeringsbeslissingen. 36% van de geïnterviewden adviseert om in onze regio in te zetten op high-tech industrieën en innovatie. Bijna een kwart tot de helft van de ondervraagden ziet op het vlak van digitale vaardigheden een (groeiende) leemte op vlak van AI/robotica, cybersecurity en digitale marketing. 83% van de gevestigde bedrijven markeert het niveau van de vennootschapsbelasting als minimale tot significante parameter binnen hun investeringsbeslissingen (vorig jaar slechts 66% na aankondiging van de vennB verlaging tot 25%).

Kortom, vanuit de studie kunnen we opmaken dat als we als open economie investeringen willen blijven aantrekken dat we dienen te focussen op mobiliteit, digitale vaardigheden en infrastructuur, belastingregime en groene technologieën. De analyses uit onze studie kunnen bijdragen om belemmeringen van groei weg te werken, en kunnen als inspiratie dienen voor ons economisch ecosysteem en de drijvende krachten erachter.

Alle rechten voorbehouden – EY Consulting Services SRL

Pagina |

5


III.

Inzichten en uitgelichte investeringsmaatregelen

In het kerndocument hebben we de maatregelen per land in kaart gebracht, en vervolgens de verschillende maatregelen ontleed. Door het identificeren van verschillen en gelijkenissen tussen de maatregelen die beleidsmakers van verschillende landen genomen hebben, hebben we de maatregelen opgedeeld volgens volgende beleidsthema’s: • • • • • • • • •

Europa biedt kansen Stimulering van overheids-/infrastructuur investeringen Verbreding van het financieringsecosysteem Vermijden van herfinancieringsrisico op korte termijn Ondersteuning van het werkkapitaal Innovatie en technologieën als motor voor toekomstige groei Strategische investeringen inclusief exportkrediet faciliteiten Support van de micro-economie Keep it simple en leverage

Europa biedt kansen Europa heeft de laatste jaren verschillende initiatieven gelanceerd ter bevordering van investeringen o.a. op vlak van transport, energie, breedband, die nu vnl. gebundeld worden onder Invest EU (duurzame infrastructuur, R&D en digitalisering, KMO en sociale investeringen). Gezien onze open economie, het kmo-landschap en ook input vanuit de FDI’s liggen kansen voor het grijpen, te meer daar er programma’s zijn voor opgezet (CEF, EFSI...) en fondsen ter beschikking staan. De recente Green Deal creëert in deze nog verdere kansen voor hernieuwbare energie, trans & multimodaal vervoer en inclusief mobiliteitsplan, het energieefficiënt maken van gebouwen, We hebben reeds deels gebruik gemaakt van sommige EU-programma’s, maar zouden dit nog meer inclusief deel kunnen laten uitmaken van een herstelplan. Kansen kunnen zeker ook liggen op CEF energy vlak met onze toekomstige uitdagingen op vlak van transport cf. elektromobiliteit, binnenvaart, spoorwegen (inclusief ook ERTMS), alternatieve brandstoffen c.q. waterstof (zeker voor zwaarder vervoer) en aardgas (vloeibaar en gecomprimeerd). Het intensiever en bredere gebruik van EIB en EIF-initiatieven zouden kunnen worden onderzocht. Voor grotere infrastructuurprojecten vindt men veelal wel de weg naar Europa (bv EFSI en Innovfin voor havens, hernieuwbare energie, etc.). Echter ondanks we hier al vrij goed scoren versus andere Europese landen, lijken de initiatieven naar kmo’s mogelijks nog een te onontgonnen terrein. Ook initiatieven met EIF zoals in Duitsland (Corona Matching Facility) lijken opportuun om te bekijken binnen een groter inclusief herstelplan. Onze ervaring leert ons dat de weg naar deze initiatieven ongekend is, en indien gekend, de kosten en tijd voor een subsidieaanvraag in te dienen, te groot en omslachtig zijn. En ook op een microniveau kan dit wenselijk zijn. Bijvoorbeeld net als het Green Recovery Plan van Polen, zou Vlaanderen, via vrijgekomen Europese fondsen, geld kunnen distribueren aan de lokale overheden om samen met het publiek in te stappen in kleinschalige energie infrastructuur zoals performantere zonnepanelen, windparken, batterij-arrays etc.

Alle rechten voorbehouden – EY Consulting Services SRL

Pagina |

6


Kortom: kleinschalige energiewinning/beheer. Zodoende kunnen particulieren die bv. een huis huren of in een appartement wonen, toch investeren in het verlagen van hun energiefactuur. Enkele Vzw’s in Vlaanderen zijn hier reeds mee bezig2: er is vraag naar. Deze coöperatieve vorm kan worden doorgetrokken naar bijvoorbeeld investeringen in laadpalen en stations voor elektrische voertuigen. Return wordt bekomen door dividendbetalingen en de Tax-shelter

Stimulering van overheids-/infrastructuur investeringen Het is maar een kleine sprong van het bovenstaande naar het stimuleren van overheidsinvesteringen. We zien hier verschillende initiatieven zoals: A. In Duitsland met een alomvattend €130 mld. programma en WSF-garantieregelingen. B. In Frankrijk met ‘Banque des Territoires’ op vlak van eigen en vreemd vermogen in zowel vastgoed als infrastructuur, inclusief instap in het kapitaal van bedrijven actief in deze sector. C. In dit kader ondersteunt Denemarken aanbod (voorschotten aan projectontwikkelaars) als vraagzijde (stimuleren investeringen door gemeenten en regio’s) met focus op groene investeringen (o.a. energetisch renoveren, gezondheidssector). D. Oostenrijk lanceert een investeringsprogramma voor openbaar vervoer (€300m) o.a. spoorinfra, en tevens trekt federale overheid €1mld. uit in vorm van speciale subsidies voor bouw scholen, bejaardentehuizen, hernieuwbare energie, etc. Orderboeken lopen leeg door de economische crisis: de initieel negatieve aanbodschok wordt ingeruild voor een lagere vraag. Steunmaatregelen kunnen bestaan uit een (hogere) Vlaamse tegemoetkoming voor renovatie en constructie van sociale woningen, meer subsidies voor de opwaardering schoolgebouwen, opwaarderen van de transportinfrastructuur. Ook kan er meer fiscale steun gegeven worden voor renovatiewerken die tot toenemende energie-efficiëntie leiden. Echter moet goed afgewogen en onderzocht worden of dit niet te veel druk legt op het budget. Hiervoor dienen we de verbreding van het financiële ecosysteem verder te onderzoeken (zie volgende punt).

Verbreding van het financieringsecosysteem In beginsel is er voldoende liquiditeit in de markt, maar is er ook een groot deel ‘slapende’ liquiditeiten of kapitaal. Op dat vlak proberen enkele landen dit toch te verbreden, zoals: A. In Duitsland waar het Economic Stabilisation Fund (WSF) een herkapitalisatie instrument pijler heeft (direct eigen vermogen, convertibles, mezzanine) om te investeren in bedrijven of te stabiliseren. En vnl. het Corona Matching Facility initiatief om private VC-investeringsfondsen te ondersteunen bij nieuwe kapitaalrondes (ISM, KFW en EIF)

2

Bv. Druifkracht: Energiecoöperatie in de Druivenstreek (https://www.druifkracht.be/wat-is-druifkracht/)

Alle rechten voorbehouden – EY Consulting Services SRL

Pagina |

7


B. Het ‘French Tech bridge’ (€80m) ondersteunt startups bij hun fundraising (via converteerbare obligaties). Met co-financieringstranches voor particuliere investeerders Via ‘Prêt garantie par l’Etat’ verstrekt Frankrijk lening in contanten via crowd-lening of via banken. C. Overheidsfondsen in Zweden worden aangesterkt om risicokapitaal te verlenen aan kleine ondernemingen via o.a. kapitaalinjectie aan ALMI Invest, de belangrijkste VC speler in Zweden. D. In Oostenrijk worden door het AWS (Austria Wirtschaftsservice) binnen het VClandschap financierings- en liquiditeitsproblemen van start-ups ingedekt. Het Covid19 fonds is een 1 op 1 regeling (federaal subsidie en particuliere investeerder) dat startende ondernemingen nieuw kapitaal of equity equivalente deposito’s aanreikt. Ook worden de AWS-kapitaalgaranties gebruikt om extra risicokapitaal te mobiliseren d.m.v. call op één of meerdere particuliere fondsbeheerders die VC-fondsen opzetten. E. In Litouwen wordt een blending fonds van €1Bn opgezet gefinancierd door €100m van de overheid, €400 m obligatie-uitgifte en €500m uit een institutionele tranche. F. Tevens zijn er ook verschillende initiatieven onder de vorm van werkkapitaal (zie verder in de tekst). Ook Europa heeft hier ambities, namelijk met de ‘blending Facilities’-instrumenten en het leverage effect van EFSI en het vroegere ‘Juncker plan’ door het betrekken van institutionele investeerders en publieke gelden. Verschillende noordelijke landen zijn reeds kapitaalrondes gestart bij de EIB, institutionele en private investeerders voor nieuwe ontwikkelingsprojecten rond energie, telecominfrastructuur en innovatie. Zo’n fonds kan extern beheerd worden door een private investeringsmaatschappij of zou ondergebracht kunnen worden in het luik van PMV. Investeringen worden gedaan in kapitaalbehoeftige innovatieve start-ups en kmo’s, in lijn met de Europese doelstellingen. Publiek kan ook betrokken worden met Class B aandelen zonder stemrecht. Zo’n fonds kan bijvoorbeeld fungeren voor het publiek als een pensioenfonds dat kapitaalaflossingen biedt aan het publiek na 5 jaar ten belope van de volgende 5 jaar. Zodoende kan de overheid of andere institutionele investeerders deze aandelen overkopen, om dan pas bij de uiteindelijke liquidatie van het fonds het regime stop te zetten. Het resultaat is dat het publiek spaar tegoed wordt aangesproken en zo de belasting op het overheidsbudget gespreid wordt over de jaren, met uiteindelijk een positieve return bij liquidatie. Deze return kan dan gebruikt worden in hoogconjunctuur om de staatsschuld af te bouwen en klaar te stomen voor een volgende berenmarkt. Tot slot is het zinvol te analyseren of sommige bestaande initiatieven niet kunnen opengetrokken worden of sommige gebruiken ook niet op macro-economisch niveau kunnen opengetrokken worden: -

Systeem van coöperatieven, wat op microniveau succesvol kan zijn (betrokkenheid). Gebruik van ‘hurdle rates’ ter bescherming bv van publiek geld zonder het budget te verzwaren met garantieregelingen, maar toch een bescherming te bieden. Cumulatieve preferente aandelenstructuren. Loslaten van caps op financiële stimuli. Etc.

Alle rechten voorbehouden – EY Consulting Services SRL

Pagina |

8


Vermijden van herfinancieringsrisico op korte termijn Kredietverlening of initiatieven op korte termijn in België hebben soms als nadeel dat ze een te kort termijn hebben (bv 6 maanden moratorium). Dit maakt dat er een herfinancieringsrisico ontstaat terwijl de bedrijven te weinig tijd hebben gehad om op die termijn hun veerkracht terug te vinden. We bekijken daarom nader hoe de verschillende landen hiermee omgaan. A. In Nederland is er de COL regeling, waar eerder een meer duurzame oplossing werd geïnitieerd (2j grace period), en waar men ondernemingsfinancieringen vergemakkelijkt (GO-C met looptijden tot 6 jaar). Door langere termijnen te hanteren vermijdt men op te korte termijn herfinancieringsrisico’s. B. In Duitsland merken we bv het KfW Schnellkredit voor aankoop machines en apparatuur evenals initiatieven om lopende kosten op te vangen (grace period van 2j en 100% afdekking bankrisico door KfW). C. Ook in andere landen merken we toch eerder een neiging om grace periods in te stellen van om en bij de 2j teneinde realistisch de Covid-19 periode te overbruggen en geen herfinancieringsissue te creëren.

Ondersteuning van het werkkapitaal Op dit domein vinden we enkele interessante initiatieven terug in Nederland (COL faciliteit voor innovatieve kmo’s) en in Duitsland met de ERP-Gründerkredit-Universell (beperkt tot werkkapitaalleningen van max €1mld., looptijd van 10 j en grace period van 2j). Ook Frankrijk komt tussen (Bonds-to-stock warranten) in financiering voor werkkapitaalvereisten en versterking van de ondernemingsbalans. Een van de voornaamste Oostenrijkse stimuli pakketten ‘Corona Aid Package’ betreft federaal gedekte leningen voor werkkapitaal.

Innovatie en technologieën als motor voor toekomstige groei Zoals eerder vermeld zien we vanuit Europa hier initiatieven, zeker op vlak van ‘green economy’ en digitalisering, maar ook op landeniveau zien we verschillende initiatieven. A. In Nederland merken we GOC, garantie ondernemingsfinanciering voor start-ups, scale-ups en innovatieve kmo’s. B. Duitsland heeft zijn ‘Zukunftspaket’ (€50 mld.) waar vnl. wordt ingezet op toekomstsectoren zoals waterstof, kwantumtechnologie en AI), inclusief efficiënt transport infra, CO2-renovatieprogramma, digitalisering, etc. Een apart aanvullend fonds van €11 mld. is opgezet voor AI, en €7 mld. voor waterstoftechnologie. Dit zijn o.i. interessante initiatieven en belangrijke signalen wat betreft hun economische groei ambities. C. Frankrijk biedt steun via leningsgarantie aan start-ups bij het vergaren van kapitaal. En het ‘French Tech bridge’ van €80m is er om startups te ondersteunen bij hun fundraising (via converteerbare obligaties). D. Kleine innovatieve bedrijven, o.a. in de biowetenschappensector, kunnen in Zweden leningen krijgen via ALMI wiens kapitaal daarvoor wordt versterkt. E. Zoals eerder vermeldt zal Oostenrijk binnen haar €1 mld. investeringsprogramma voor openbaar vervoer (€300m) ook focussen op hernieuwbare energie en breedband.

Alle rechten voorbehouden – EY Consulting Services SRL

Pagina |

9


F. Landen zoals Estland (breedband), Polen (Green recovery plan) en Litouwen (digitalisering, biotech, groene economie) trekken ook de kaart van de toekomst en spitsen zich vnl. toe op investeringen in technologie, al dan niet met hulp van de EU/EIB. Gezien de analyses uit onze attractiviteitsstudie zijn enkele bovenstaande initiatieven zeker als interessant te beschouwen.

Strategische investeringen inclusief exportkrediet faciliteiten Een economie als Vlaanderen is zeer export gedreven. Naast innovatieve sectoren op vlak van digitalisering, AI en groene economie kunnen we ondersteuning van de export o.a. ook als strategisch beschouwen. Dit zien we ook in landen zoals: A. In Nederland met de kredietverzekeringen (Supply-chain credit). B. In Frankrijk via herverzekering van kortlopende exportkredieten, maar vnl. voorziet men door middel van kapitaalinjecties of nationaliseringen, een kredietlijn (€20 mld.) voor strategische, industriële bedrijven ter versterking van eigen vermogen, mezzanine en schuldbewijzen. C. In Denemarken zijn er gelijkaardige initiatieven via een nieuwe liquiditeitsgarantie van het EKF (Deense exportkredietinstelling). D. De uitbreiding van het kredietgarantiekader van het Zweedse exportkredietagentschap. E. In Oostenrijk met jet Covid-19 KKR programma teneinde liquiditeiten van exportbedrijven te verzekeren en banen veilig te stellen, meer concreet via een raamlening op basis van een wissel. F. Finland ondersteunt de export via garantie en aanvullende financiering door Finnvera. G. Tot slot hebben Italië en Portugal ook initiatieven ter herverzekering van exportfinancieringen.

Support van de micro-economie Belangrijke veerkracht bij economie komt vnl. ook uit de ondernemingsgedrevenheid en de aanmoediging hiervan. Niettegenstaande dat het eerder korte termijn initiatieven zijn of een oplossing voor tijdelijke illiquiditeiten, willen we ze toch kort vermelden. A. In Nederland vinden we ToZo voor de zelfstandigen, initiatieven naar regionale infrastructuur en sectoren (cultuur, sierteelt en voedingstuinbouw), Qredits in de gezondheidszorg en een KKC regeling. Ook de COL en TVL tegemoetkoming in vaste materiële kosten B. Duitsland heeft een €50 mld. programma voor steun aan kleine bedrijven en zelfstandigen met vrij beroep. Ook specifieke initiatieven in de landbouw met garantiestellingen tot 90% KMO en tot 80% voor grotere bedrijven. Studenten kunnen beroep doen op renteloze leningen. C. Frankrijk heeft ‘le Fonds de solidarité’, bedoeld voor micro-ondernemers, freelancers en vrije beroepen. Ook andere sectoren zoals toerisme (zelfs tussenkomst via eigen/vreemd vermogen en mezzanine) worden ondersteund.

Alle rechten voorbehouden – EY Consulting Services SRL

Pagina |

10


D. Denemarken kent een regeling voor freelancers, Oostenrijk een comeback-bonus binnen het Hardship Fund, dat ook specifiek land- en bosbouw ondersteunt. Finland heeft zijn programma voor ‘yksinyrittäjä’ en heeft tevens een ‘Business Cost Support’ pakket voor sectoren met significante impact op omzet.

Keep it simple en leverage In sommige landen zien we een veelheid van initiatieven. Scandinavische landen kiezen toch eerder voor rechttoe rechtaan transparante initiatieven, wat o.i. ook voor Vlaanderen een betrachting zou moeten zijn. Europa heeft enkele jaren terug hier ook mee geworsteld door vanuit elke DG unilateraal initiatieven te lanceren. Ervaring leert dat dit bedrijven soms heeft afgeschrikt daar ze het bos door de bomen niet meer zagen.

Alle rechten voorbehouden – EY Consulting Services SRL

Pagina |

11


IV.

Arbeidsmarkt Uitgelicht: nieuwe arbeidsregimes

Aantrekkelijk maken van het leercontract Het leercontract is een middel om de toegang tot de arbeidsmarkt te versoepelen. Het verbreden van de populatie die in aanmerking komt voor het leercontract wordt gezien als een positieve factor. Frankrijk heeft in de afgelopen jaren maatregelen genomen om het leercontract (“l’apprentissage”) aantrekkelijker te maken voor jongeren en werkgevers. Het gevolg van de hervormingen is dat er veel meer personen worden aangetrokken tot het leercontract. Het aantal personen met een leercontract is enorm gestegen in Frankrijk als gevolg van de hervormingen in 2018, 2019 en 2020 en dit heeft ook geleid tot een verlaging van de werkloosheid voor de coronacrisis uitbrak. Meer specifiek heeft Frankrijk ingezet op een toegankelijker en aantrekkelijker systeem voor werkgevers en werknemers, dat ook meer flexibiliteit biedt dan vroeger. Zo werd de maximumleeftijd verhoogd naar 29 jaar. Zo kunnen leerlingen in Frankrijk nu op elk moment aan een opleiding onder leercontract beginnen (en niet enkel in september). Het aantal uren dat deze jongeren per week en per dag mogen werken werd opgetrokken en gelijkgesteld met de uren die normale werknemers werken. Er wordt een financiële steun gegeven aan jongeren die geen rijbewijs hebben, maar die een auto nodig hebben om naar het werk of naar het opleidingscentrum te gaan, om hun rijbewijs te behalen. Daarnaast wordt samen met de sociale partners het opleidingsaanbod herbekeken en wordt het aangepast aan de noden van vandaag. Het moet ook gemakkelijk worden voor opleidingscentra om nieuwe opleidingen te creëren als zij vaststellen dat er in bepaalde beroepen een tekort is aan geschoolde werknemers. Er is ook een grootschalige campagne opgezet in Frankrijk om jongeren te interesseren voor het leercontract ("Avec l’apprentissage, #DémarreTaStory").

Hulp bij het opstarten van start-ups Om werkloosheid te vermijden, proberen vele mensen een eigen bedrijf op te starten. Startups mislukken vaak niet omwille van een gebrek aan technische kennis of skills, maar eerder door onvoldoende zakelijke competenties en financieringsproblemen. Duitsland en Zweden proberen hieraan het hoofd te bieden door bijzondere financiële steun aan te bieden. In Zweden bestaan er twee soorten bijstand voor personen die een onderneming willen oprichten. Deze bijstand is voornamelijk gericht op werklozen en personen met een handicap. Duitsland heeft een gelijkaardig regime ingevoerd om een boost te geven aan start-ups, namelijk het Einstiegsgeld. Zweden en Duitsland willen d.m.v. financiële steun voor startende bedrijfsactiviteiten werklozen aanmoedigen tot het oprichten van een bedrijf door hen voor en bepaalde periode financiële zekerheid te geven. In Zweden krijgen starters, gedurende de eerste zes maanden, een uitkering uitbetaald die minstens gelijk is aan de werkloosheidsuitkering. Bijkomend wordt in Zweden begeleiding aangeboden bij de opstart van het nieuwe bedrijf om zo ervoor

Alle rechten voorbehouden – EY Consulting Services SRL

Pagina |

12


te zorgen dat de onderneming een grotere kans op slagen heeft. In Duitsland, kan deze startsubsidie worden toegekend voor een maximumperiode van twee jaar. Het exacte bedrag en de duurtijd van de subsidie worden discretionair bepaald door het Duits Federaal Arbeidsagentschap, maar deze subsidie houdt eigenlijk in dat een startende zelfstandige voor een maximale periode van twee jaar zijn voormalige werkloosheidsuitkering kan blijven ontvangen, die eventueel voor een beperkte tijd nog wordt aangevuld met een bedrag voor de sociale zekerheid. Deze Zweedse en Duitse financiële steun kan echter niet zomaar verkregen worden. De levensvatbaarheid van het ondernemingsplan zal in beide landen gevalideerd moeten worden en bovendien zal aangetoond moeten worden dat de betrokken persoon over de kennis en vaardigheden beschikt die vereist zijn voor de uitoefening van een zelfstandige activiteit. Daarnaast heeft Zweden ook een maatregel ingevoerd die zich focust op personen met een handicap die hierdoor deels arbeidsongeschikt zijn. Het doel van de maatregel is ook hier om hen aan te sporen om een onderneming op te richten en ervoor te zorgen dat deze onderneming op een langere termijn rendabel en winstgevend is. Deze maatregel is meer gericht op het verlichten van de kosten van een beginnende onderneming, terwijl de andere Zweedse financiële steunmaatregel voor start-ups een persoonlijke uitkering is. Indien de persoon met een handicap echter ook werkloos was op het moment van de opstart van zijn onderneming, dan kan hij daarenboven ook de steun voor startende bedrijfsactiviteiten aanvragen. Dankzij deze Zweedse en Duitse maatregelen, is het aantrekkelijker voor werklozen om afstand te doen van hun comfortabele werkloosheidsuitkering en een sprong te nemen in het onzekere ondernemingsleven. Deze maatregel zou ook in Vlaanderen ervoor kunnen zorgen dat werklozen hun comfortabele positie opgeven en opnieuw investeren in de economie door een bedrijf op te richten. Indien zij de juiste ondersteuning krijgen heeft het bedrijf een grotere slaagkans op succes en kan het ook werkgelegenheid bieden voor anderen.

Levenslang leren Vele landen werken naar een cultuur van levenslang leren (Finland, Zweden, Oostenrijk, Nederland…), net als veel organisaties trouwens. Het idee is duidelijk: de wereld verandert, de uitdagingen zijn nieuw, en vragen nieuwe kennis en competenties. Burgers hebben makkelijke toegang (digitaal, snel, …) tot relevant trainingsmateriaal. Overheden en organisaties bepalen een strategisch kader zodat de opleidingen in relatie tot een duidelijk objectief staan, terwijl het individu binnen dat kader vrijheid heeft over welke concrete opleidingen het opneemt. Een individueel opleidings- of ontwikkelbudget maakt de autonomie, en bijhorende verantwoordelijkheid, nog groter. De opleidingen spelen in op concrete noden en geven snel resultaat. Een snelle oplevering van een effectieve oplossing is een sleutelelement. We zien dat het cruciaal is om een cultuur van levenslang leren te installeren. Indien die cultuur nog niet aanwezig is, vraagt dat een strategisch overkoepelend plan.

Alle rechten voorbehouden – EY Consulting Services SRL

Pagina |

13


Welzijn Een goed werkende arbeidsmarkt heeft nood aan arbeidskrachten die de kennis en kunde hebben zoals gevraagd door organisaties. Dat impliceert ook dat die arbeidskrachten hun arbeid aanbieden, en niet omwille van allerhande redenen niet actief deelnemen. Het welzijn is één van de determinerende factoren voor een mogelijke actieve deelname aan de arbeidsmarkt. Overheden kunnen ingrijpen op preventief en curatief vlak. Fiscale, financiële, gezondheidsmaatregelen kunnen organisaties en burgers aanmoedigen om meer aandacht te hebben voor het welzijn. Burn-out en psychische ziektes in het bijzonder leiden tot langdurige afwezigheden op de arbeidsmarkt. Een “welzijnsindex” wordt geopperd als objectieve maatstaf en manier om het welzijn, en bijgevolg ook de productiviteit, te verhogen. Ook een cultuurverandering bij de burgers kan helpen om het engagement sneller (terug) op te nemen. We zien in bv. Nederland aandacht voor de afwezigheidsperiode die ten laste valt van de werkgever. Dergelijke ingrepen leiden vaak tot ingrepen in het breder bestel, wat een coherente visie en aanpak vraagt.

Alle rechten voorbehouden – EY Consulting Services SRL

Pagina |

14


Inzichten rond de arbeidsmaatregelen Wat de maatregelen inzake de arbeidsmarkt betreft, stellen we vast dat deze uiteenvallen in twee categorieën, enerzijds maatregelen om in te spelen op de huidige coronacrisis en om getroffen ondernemingen te steunen. Anderzijds zijn er ook maatregelen van onbepaalde duur die erop gericht zijn om het percentage werklozen te beperken en de economie te ondersteunen. De maatregelen die genomen zijn in het kader van de huidige crisis en die veelal van beperkte duur zijn vallen uiteen in de volgende categorieën: • •

•

Een tussenkomst van de overheid in de loonkosten van de werknemers van ondernemingen die getroffen worden door de coronacrisis; Mogelijkheden voor werkgevers om de wekelijkse arbeidstijd van hun werknemers te verminderen, waarbij de werknemers ofwel deeltijds werkloos worden ofwel een steun ontvangen in andere vorm van de overheid voor het gederfde loon; Het verlengen van gunstige tewerkstellingsregimes in het kader waarvan ondernemingen steun krijgen indien zij werknemers aanwerven die behoren tot bepaalde kwetsbare groepen of langdurige werklozen aanwerven.

De maatregelen van onbepaalde duur, die niet specifiek gericht zijn op de coronacrisis, vallen uiteen in de volgende categorieën: • • • • •

Steunmaatregelen bij de aanwerving van langdurige werklozen of werklozen die behoren tot een kwetsbare groep (jongeren, ouderen, mensen met een handicap); Ondersteuning aan werklozen die een startup wensen op te starten; Opleiding en trainingen; Promotiecampagnes gericht aan bepaalde groepen van werklozen; Maatregelen om de instroom van jongeren in de arbeidsmarkt te vergemakkelijken (zoals de hervorming van het leercontract in Frankrijk);

Maatregelen die gericht zijn op een flexibilisering van het arbeidsrecht en het aanwerven/ontslaan van werknemers. Opleiding is een middel om de arbeidsmarkt mismatch te verkleinen en het aanbod van competenties/kennis en de vraag naar deze te verkleinen. Hoewel dit middel niet nieuw is, blijft het nadrukkelijk aanwezig in zowel de adviezen van de EC als in nieuwe initiatieven in diverse landen. Enkele tendensen die opvallen: •

Inhoud van de opleiding - Competenties: sommige landen (bv. Nederland) focussen op bepaalde competenties als sleutel tot succes. Het bepalen van de focus competenties past in de leidende visie van dat land. Een competentie uit zich in het stellen van gedrag, in diverse situaties en onafhankelijk van de context. Een nieuw complex gedrag, zoals veerkrachtigheid, ontwikkelen vraagt bijgevolg een algemenere aanpassing of verandering. We zien dat de competentiegerichte opleidingen passen in een breder kader. - Kennis: er is een algemene sterke nadruk op digitale kennisverwerving. De adviezen van de EC vermelden expliciet deze materie. Dit kennisdomein ligt

Alle rechten voorbehouden – EY Consulting Services SRL

Pagina |

15


•

•

•

•

•

3

in het verlengde van de STEM richtingen die ook in het Vlaams onderwijsveld benadrukt worden. De opleidingen spelen in op een concrete nood. We merken tevens dat wordt ingespeeld op de nieuwe maakindustrie. (Nederland) Duurtijd van de opleiding - Starters: In Vlaanderen loont het om verder te sturen. Het VDAB schoolverlatersrapport3 toont dit aan en buitenlands onderzoek heeft geen ander resultaat. - Werkenden en werklozen: er is een duidelijke tendens naar korter, specifiekere opleidingen die inspelen op een concrete vraag van werkgevers. Het idee dat een opleiding heel breed moet gaan en veel kennis moet geven is niet steeds meer van toepassing. De agile denkwijze indachtig wordt meer en meer gefocust op snelle oplevertermijn om een eerste behoefte te beantwoorden. Vervolgopleidingen kunnen nadien andere kennistekorten vullen. Het opleidingstraject wordt flexibeler. Wijze van oplevering van de opleiding - Arbeidsplaats : er is een vergrootte aandacht voor ervaring op het werk als deel van de opleiding. We zien versterkte aandacht voor het 70:20:10 principe, waarbij 10% wordt geleerd door middel van een gestructureerd cursusprogramma, 20% van anderen en 70% van het leren vindt plaats door de ervaring (Zweden, Nederland). Stages en leercontracten worden gestimuleerd (Zweden, Finland). - Digitaal: het afstandsonderwijs, geleverd op digitale wijze wordt uitgebouw en nieuwe inhoudelijke pakketten worden gebouwd (Zweden). - Continue leren: leren wordt duidelijk niet aanschouwd als een weinig frequente activiteit. Leren wordt gezien als een continue activiteit die inherent deel uitmaakt van het leven. Snelle oplevering - Agile: het idee om snel waarde te creëren en op te leveren op basis van feiten is aanwezig. Evidence-based worden kleine piloot of labo projecten opgestart en geëvalueerd alvorens deze op grotere schaal worden uitgerold (Zweden) Financiering - Verschillende landen zoeken naar alternatieve financieringsmogelijkheden (subsidies, transitiefonds, …) om de kost voor het individu te verlagen. Er wordt tevens nagedacht over een individueel leer- en ontwikkelbudget voor iedereen (Nederland, Zweden). Autonomie - Er is een tendens naar individuele autonomie (in tegenstelling tot sturing vanuit de organisatie of de overheid), weliswaar binnen een kader gedefinieerd door de overheid. - Burgers, zowel werkenden als werklozen, ouderen en jongeren, worden gestimuleerd continu bij te leren door een cultuur uit te dragen waarin continu opleiding volgen logisch en noodzakelijk is. (Oostenrijk)

https://www.vdab.be/trends/schoolverlatersrapport

Alle rechten voorbehouden – EY Consulting Services SRL

Pagina |

16


V.

Aanvullende ideeën Euro-matching • •

•

Wat: Overheid investeert 1 euro per private investering van 1 euro. Voor wie: Voor kmo’s met ‘proven trackrecord’. Uitgifte van nieuwe aandelen aan maximaal 3 keer (bv.) de boekwaarde en maximaal voor 50 % van het eigen vermogen. Uitkoop kan plaatsvinden tot maximum 5 jaar na kapitaalsverhoging. Pro’s: - Simpel. - Snelheid: overheid hoeft geen doorlichting te doen inzake levensvatbaarheid. - Efficiënte investering. - In beginsel wordt de investering terugbetaald. - Feedback loop via de vennootschapsbelasting en dividendbetalingen. - Geen controle op de uiteindelijke investeringssom. - Etc.

Kan gebeuren via PMV en LRM of door de oprichting van een nieuw fonds

Helikoptergeld Deze maatregel werd reeds in de VS genomen mits enkele beperkingen. Kritiek luidt dat het geld niet op meest efficiënte weg toekomt aan de Vlaamse bedrijven en zodoende weglekt via buitenlandse aankopen of simpelweg niet geactiveerd wordt en naar spaardeposito’s gaat. Deze kritiek lijkt steeds meer en meer tractie te krijgen nu de eerste conclusies getrokken kunnen worden uit de VS. De Bureau of Economic Analysis publiceerde recent nieuwe cijfers die te kennen geven dat ondanks de verhoging van het beschikbare inkomen door allerhande stimuli en dus ook helikoptergeld, de Amerikanen massaal aan het sparen sloegen. Men stelt dat dit te wijten is aan de sluiten van winkels en de stay-at-home maatregel, maar ook uit voorzorg of reeds uit noodzaak door job verlies. Samuel Coffin van UBS merkt handig op dat consumptie eerder volgt op tewerkstelling dan op inkomen, althans voor middenstanders en lage inkomens. VS spaarratio, % van het beschikbare inkomen 35,0 30,0

Ratio (%)

25,0 20,0 15,0 10,0 5,0 ,0 1990

1995

2000

Alle rechten voorbehouden – EY Consulting Services SRL

2005

2010

2015

2020

Pagina |

17


Investeringen doen in het digitaliseren van de overheid Meer investeren in de scholing van ICT-personeel. Bv. beurzen voor studenten in de informatica. Aansluitend informatica personeel aanwerven die de omwenteling naar egovernance kunnen realiseren (Voorbeeldland: Estland (5,9% mensen tewerkgesteld in ICT)). Voordelen van zulke omwenteling: •

• •

•

Volledig digitaal opstarten van een onderneming; toegankelijker voor internationale burgers en bedrijven die minder afgeschrikt worden door vereenvoudiging. (Zie bv. het succes van Revolut en N26 e-banken: 5 keer minder klikken om een rekening te openen, gratis financiële data-analyse etc.). Coherent databasesysteem voor alle publieke instanties waar proces automatisatie kan plaatsvinden (X-road). Aansluitend: eengemaakt dataplatform voor de gezondheidszorg (eHealth) met blockchain beveiliging. AI en procesautomatisatie kunnen sterftecijfers doen dalen en misbruik van de gezondheidszorg tegengaan. Etc.

Stimuleren van investeringen in de aandelenmarkt (Cooreman – Declerck 2.0) IPO’s (beursintroducties) zijn wat uit trek bij jonge, innovatieve en toekomstgerichte ondernemingen die nu juist een boost kunnen gebruiken en Vlaanderens toekomst moeten garanderen. Zij gaan vandaag de dag eerder fondsen werven op de private investeringsmarkt. Ook vallen hiermee de kmo’s uit de boot en is het een dure maatregel. Anderzijds kan dit een valide maatregel zijn om de Belgische large-cap bedrijven een duwtje in de rug te geven met nieuwe fiscaal gestimuleerde kapitaalsverhogingen op de aandelenmarkt.

Clickfondsen van weleer en ETF De clickfondsen waren populair eind jaren ‘90, daar deze beleggingsfondsen een grote mate van zekerheid boden. Het voordeel was dat bij een bepaalde (van tevoren vastgestelde) stijging de winst wordt vastgelegd. Wie uit het fonds stapt, krijgt die winst altijd, ook als de beurs daarna flink gaat dalen. Dit vastleggen van de winst (het ‘clicken’) doen de fondsbeheerders via achterliggende optiestructuren. Dit kan helpen om de Vlaamse ”risicoloze maatschappij” een duwtje naar de aandelenmarkt te geven. Het grote voordeel van een clickfonds is dat behaalde koerswinst nooit meer verdwijnt. Nadeel waren de kosten en de obscure, achterliggende structuren, de kost voor het tussentijds uitstappen, en het missen van de ‘click’ door het net niet halen van de vastgestelde clickdrempel. Particuliere beleggers waren over het algemeen positief daar de meeste clickfondsen het terugbetalen van de inleg garandeerden. De eerste ‘click’ lag op 0%. De clickfondsen waren dus een redelijk veilige belegging bieden met een goede kans op koerswinst. Momenteel zijn de buffer-ETF’s in opmars, een soort tracker, waarbij zowel het neerwaarts risico als het opwaartse potentieel beperkt is. Ze lijken daarmee veel op de vroegere populaire clickfondsen. Maar er zijn ook verschillen; op een buffer-ETF’s zitten zowel naar

Alle rechten voorbehouden – EY Consulting Services SRL

Pagina |

18


beneden als naar boven limieten. De keuze is aan de belegger. Gelijkaardige financiële instrumenten zou men kunnen ontwikkelen voor bv grote infrastructuur investeringen om zo publieke gelden te mobiliseren, inclusief fiscale stimuli.

Aandacht voor mobiliteit op de arbeidsmarkt Mobiliteit is tevens een facilitator voor een efficiënte arbeidsmarkt. Verschillende mogelijkheden ondersteunen dat: • • • •

Stimuleren van zelfstandige statuut (de zogenaamde “gig-economie”). Makkelijke in- en uitstroom van werknemers : lage drempels (bv. opzegtermijn, financiële impact). Fiscale gelijkschakeling van de verschillende statuten. Investering in strategische groeisectoren (start ups, bouwsector, technologie, …).

Alle rechten voorbehouden – EY Consulting Services SRL

Pagina |

19


Stimulus plannen in focuslanden I.

Globaal

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de geraamde budgettaire consequenties van de getroffen fiscale- en investeringsmaatregelen in 2020 (situatie op 4 juni 2020) als een percentage van de BBP van 2019 %.4 De maatregelen worden opgesplitst in 3 categorieën: -

-

-

Onmiddellijke fiscale impulsen: extra overheidsuitgaven (zoals medische middelen, personeel aan het werk, subsidiëring van kmo's, overheidsinvesteringen) en gederfde inkomsten (zoals het schrappen van bepaalde belastingen en sociale zekerheidsbijdragen). Dit soort maatregelen leidt onmiddellijk tot een verslechtering van het begrotingssaldo zonder enige directe compensatie later. Belastinguitstel: verschillende regeringen hebben besloten bepaalde betalingen uit te stellen, waaronder belastingen en sociale bijdragen, die in principe later moeten worden terugbetaald. Deze maatregelen verbeteren de liquiditeitsposities van individuen en bedrijven, maar schorten hun verplichtingen niet op. Deze maatregelen zorgen er daarom voor dat het begrotingssaldo in 2020 verslechtert, maar verbeteren later. Overige liquiditeitsbepalingen en -garanties: deze maatregelen omvatten exportgaranties, liquiditeitssteun, kredietlijnen via nationale ontwikkelingsbanken. Sommige van deze maatregelen verbeteren de liquiditeitspositie van de particuliere sector, maar in tegenstelling tot uitstel van betaling dat automatisch is en in het algemeen van toepassing is op de doelgroepen, vereisen kredietlijnen actie van de getroffen bedrijven. Kredietlijnen en garanties verzwakken het begrotingssaldo in 2020 mogelijk niet, maar creëren voorwaardelijke verplichtingen die in 2020 of later in werkelijke uitgaven kunnen veranderen.

De fiscale maatregelen die tot hiertoe genomen werden en die in onderstaande cijfers gereflecteerd zijn, zijn hierbij telkens de directe, tijdelijke en kortetermijnmaatregelen die door alle overheden werden genomen om de bedrijven zuurstof te geven en cash vrij te maken of te doen behouden. De langere termijn en structurele fiscale maatregelen zijn hierin nog niet vervat. Navraag bij de verschillende landen leert ons dat lange termijn fiscale maatregelen (in het ‘BEYOND’ stadium) nog slechts zeer conceptueel worden onderzocht (bv. gekoppeld aan klimaatmaatregelen, sectorincentives, tewerkstellingsstimuli etc.). Uit onderstaande tabel kan men afleiden dat België zich in de achterhoede bevindt op vlak van steunmaatregelen ten aanzien van de corona pandemie. In het bijzonder is nog een relatief stevige inspanning vereist m.b.t directe overheidsuitgaven oftewel fiscale stimulus. Aangezien Vlaanderen deel uitmaakt van de Europese Unie, zijn we bovendien vrij afhankelijk van wat er zich afspeelt op supranationaal niveau. Aangezien België deel uitmaakt van de Eurozone, zijn we volledig afhankelijk van de Europese Centrale Bank wat betreft het monetair beleid en de stimulus die het voor ogen heeft.

4

https://www.bruegel.org/publications/datasets/covid-national-dataset/

Alle rechten voorbehouden – EY Consulting Services SRL

Pagina |

20


Fiscale impuls5

Belastinguitstel6

Andere: liquiditeit/garantie7 % BBP Nominaal 2019 (miljard)

Totaal

% BBP 2019

Nominaal (miljard)

% BBP 2019

Nominaal (miljard)

Nominaal (miljard)

België

1,40%

€ 3,10

4,80%

€ 13,00

21,90%

€ 50,00

€ 66,10

Denemarken

2,10%

€ 7,49

7,20%

€ 22,10

2,90%

€ 8,84

€ 38,43

Frankrijk

2,40%

€ 56,70

9,40%

€ 228,00

14,00%

€ 337,90

€ 622,60

Duitsland

13,30%

€ 456,50

7,30%

€ 251,00

27,20%

€ 932,50

€ 1.640,00

Griekenland

1,10%

€ 2,10

2,00%

€ 3,70

0,50%

€ 1,00

€ 6,80

Hongarije

0,40%

€ 0,62

8,30%

€ 1,15

0,00%

Italië

0,90%

€ 16,0

13,20%

€ 235,50

29,80%

€ 530,00

€ 781,50

Nederland

3,70%

€ 29,70

7,90%

€ 64,00

3,40%

€ 26,60

€ 120,30

Portugal

2,50%

€ 5,20

11,10%

€ 23,30

5,50%

€ 11,70

€ 40,20

Spanje

2,30%

€ 28,60

0,90%

€ 10,70

9,20%

€ 114,40

€ 153,70

Verenigd Koninkrijk

4,80%

€ 119,73

1,90%

€ 46,75

14,90%

€ 376,29

€ 542,77

VS

9,10%

€ 1754,29

2,60%

€ 507,30

2,60%

€ 506,39

€ 2.767,98

€ 1,77

Tabel 1 - Geraamde budgettaire impact van de getroffen fiscale- en investeringsmaatregelen in 2020 (situatie op 3 juni 2020), % of 2019 BBP, FX koersen op 9 jun 2020 via S&P CAPIQ

De Wereldwijde economische terugval heeft verder specifieke repercussies voor de arbeidsmarkt. De ‘International Labour Organization’ schat dat het tweede kwartaal van 2020 10,7% minder werkuren zal tellen dan het laatste kwartaal van 2019. Het equivalent van 305 miljoen jobs. Landen hebben massaal gereageerd met tijdelijke maatregelen om zowel organisaties als gezinnen financieel te ondersteunen. Landen trachten de schok op de arbeidsmarkt op te vangen. Voorstellen om de arbeidsmark te stimuleren dateren voornamelijk van voor de COVID pandemie. Het objectief van een effectieve arbeidsmarkt-strategie is om meer mensen toegang te geven tot de arbeidsmarkt en met jobs te verbinden. Dit vraagt acties op drie niveaus: 1. Motivatie en prikkels om werk te zoeken vergroten. 2. Gereedheid voor een job verbeteren en helpen bij het vinden van een geschikte baan. 3. Werk opportuniteiten (aanbodszijde) uitbreiden.8

5

Aanvullende overheidsuitgaven en/of gederfde inkomsten Uitgestelde belastinginkomsten; heeft in principe geen LT-effect op het overheidsbudget 7 Bestaan uit exportgaranties, bankgaranties, liquiditeitsassistentie; kan leiden tot reële uitgaven op de LT (einde 2020 of eerder later) 8 https://www.oecd.org/employment/activation.htm 6

Alle rechten voorbehouden – EY Consulting Services SRL

Pagina |

21


Wereldwijd hebben landen in meer of mindere mate initiatieven lopen die bovenstaande elementen ondersteunen. Dit geeft een heel breed arsenaal aan maatregelen waarbij de focus op één of meer niveaus kan liggen. In het kader van dit rapport zullen we focussen op maatregelen die de werknemer zijn positie op de arbeidsmarkt verbeteren door zijn gereedheid voor een job te verbeteren. We geven tevens maatregelen of voorstellen die inwerken op de aanbodszijde. Gezien de huidige context is een verdere aandacht voor of uitwerking van de prikkels om werk te zoeken minder relevant geacht. In wat volgt, focussen we ons zoals afgesproken met de voorzitter van het relancecomité op zeven landen: Nederland, Frankrijk, Duitsland, Zweden, Denemarken, Finland en Oostenrijk. Voor wat betreft de reeds genomen directe fiscale maatregelen en belastinguitstellen, kunnen de inhoudelijke maatregelen als volgt worden voorgesteld:

Figuur 1 - Fiscale maatregelen: een onderscheid

Alle rechten voorbehouden – EY Consulting Services SRL

Pagina |

22


II.

Europese Unie Europese Commissie

Op het niveau van de Europese Unie zijn er reeds enkele maatregelen getroffen om de impact van de pandemie te verminderen. De maatregelen gaan uit van verschillende pilaren, waaronder: •

•

Steun aan de lidstaten voor investeringen en hervormingen om de crisis aan te pakken: - Nieuwe voorziening voor herstel en veerkracht (560 miljard EUR). - REACT-EAU, aanvulling voor cohesieondersteuning voor lidstaten. - Extra financiering voor het ‘Just Transition Fund’ en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling. Een boost geven aan de EU-economie door private investeringen te stimuleren aan de hand van: - Nieuw instrument ter ondersteuning van de solvabiliteit. - Het upgraden van InvestEU.

Het herziene meerjarig financieel kader (MFK) voor 2021-2027 wordt versterkt door middel van een herstelinstrument dat lacunes in de sectorale en regionale financiering kan opvullen, ongeacht het land waaruit ze afkomstig zijn. Naast de additionele maatregelen vanuit de Europese Commissie zijn er nog steeds de bestaande financiële investering instrumenten waar gebruik kan van gemaakt worden, en waar, naar de toekomst toe meer gebruik kan van gemaakt worden door de Vlaanderen. Onder het bewind van President von der Leyen werden de financieringsmogelijkheden gecentraliseerd onder InvestEU, wat voor een eenvoudigere en efficiëntere aanpak moet zorgen. Het InvestEU-fonds ondersteunt vier belangrijke beleidsterreinen: duurzame infrastructuur; onderzoek, innovatie en digitalisering; kleine en middelgrote bedrijven; en sociale investeringen en vaardigheden. De ‘Connecting Europe Facility (CEF)’ is een EU-financieringsinstrument om groei, banen en concurrentievermogen te bevorderen door gerichte investeringen in infrastructuur op Europees niveau. Het ondersteunt de ontwikkeling van hoog presterende, duurzame en efficiënt met elkaar verbonden trans-Europese netwerken op het gebied van vervoer, energie en digitale diensten (telecom). Deze gerichte investeringen zijn in lijn met de focus van de Vlaamse overheid op zowel arbeid, duurzaamheid en digitalisering.

Alle rechten voorbehouden – EY Consulting Services SRL

Pagina |

23


Figuur 2 - Subsidies per land onder CEF9

België verkreeg reeds EUR 651,5 miljoen aan financiering via CEF. Waar België op vlak van zowel Transport (EUR 636,9 mln.), Telecom (EUR 13,3 mln.) en ‘synergie’ (EUR 1,3 mln.) in het verleden gebruik maakte van de CEF mogelijkheden, werd er tot op heden (2014-2020) nog geen gebruik gemaakt van CEF Energy, en dit in tegenstelling tot onze buurlanden. Nochtans is dit een aantrekkelijke financieringsmogelijkheid voor de sectoren aanwezig in Vlaanderen, zowel op vlak van elektriciteit, gas, CO2 en smart grids. Zo maakte Rotterdam al gebruik van deze CEF Energy funding voor een studie in de haven.

Land

BBP 2019 (€m)10

Totale CEF funding (€m) Nom. Value (€m)

Transport

Energie

Telecom

Synergie

% BBP 2019

Nom. Value (€m)

% BBP 2019

Nom. Value (€m)

% BBP 2019

Nom. Value (€m)

% BBP 2019

Nom. Value (€m)

% BBP 2019

België

473.085,1

651,3

0,14%

636,9

0,13%

0

0,00%

13,3

0,00%

1,3

0,00%

Denemarken

310.937,1

866,6

0,28%

824,6

0,27%

35,2

0,01%

6,8

0,00%

0

0,00%

Duitsland

3.435.210,0

2.433,8

0,07%

2284,1

0,07%

119,8

0,00%

28,9

0,00%

1

0,00%

Finland

240.078,0

284,2

0,12%

179,6

0,07%

95,5

0,04%

9

0,00%

0

0,00%

Frankrijk

245.708,0

2.393,2

0,97%

1947,2

0,79%

368,1

0,15%

23,9

0,01%

0

0,00%

Nederland

812.051,0

539,0

0,07%

508,1

0,06%

6,5

0,00%

17,8

0,00%

6,6

0,00%

Oostenrijk

398.682,4

900,3

0,23%

884,3

0,22%

0,01

0,00%

11,8

0,00%

4,2

0,00%

Zweden

474.148,2

359,3

0,08% 348,5 0,07% 2,8 0,00% Tabel 2 - Subsidies per land onder CEF

6,2

0,00%

1,8

0,00%

Indien de totale CEF financiering vergeleken wordt met de BBP per land in 2019 maken Frankrijk, Denemarken en Oostenrijk het meeste gebruik van dit financieel instrument. De totale CEF funding verkregen voor België bedraagt 0,14% van de totale BBP in 2019, wat het voor de respectievelijke landen de vierde grootste gebruiker maakt. De grootste focus ligt, net zoals bij de andere landen, op de CEF voor transport en de financieren zijn zowel voor onderzoek als effectieve werken.

9

https://ec.europa.eu/inea/sites/inea/files/cefpub/cef_implementation_brochure_web_final.pdf https://ec.europa.eu/eurostat/databrowser/view/tec00001/default/table?lang=en

10

Alle rechten voorbehouden – EY Consulting Services SRL

Pagina |

24


Uit een overzicht van INEA blijkt dat de meeste CEF transport financieringen in betrekking hadden tot de inlandse waterwegen (± 76% van CEF Transport financiering in België.). Deze financieringen waren onder andere voor het verhogen van de bruggen op het Albert Kanaal, het implementeren van RiS (River Information Services), een nieuwe sluis in Terneuzen etc. Ongeveer 17% van de CEF Transport financiering werd gebruikt voor projecten voor het spoor, voor onder andere onderzoek naar de implementatie van ERTMS.

Figuur 3 - Overzicht van CEF financiering in België (2014-2019)11

Ook op multimodaal vlak maakte Vlaanderen reeds gebruik van CEF financiering. De Vlaamse overheid was project coördinator van het BENEFIC project, grensoverschrijdende uitrol van infrastructuur voor alternatieve brandstoffen in België (regio's Vlaanderen en Brussel Hoofdstad) en in Nederland e subsidieregeling zal betrekking hebben op verschillende prioriteiten op het gebied van innovatie en de inzet van alternatieve brandstoffen, met name: elektromobiliteit (laadstations voor normaal vermogen en hoogvermogen), elektromobiliteit voor openbaar en collectief vervoer, vloeibaar en gecomprimeerd aardgas (L-CNG en CNG) tankstation), tankstations voor waterstof en stroomvoorziening op land voor de binnenvaart. Alleen werken voor de uitrol van de infrastructuur voor alternatieve brandstof komen in aanmerking.1213 Ook gezamenlijke initiatieven van de European Investment Bank Group in samenwerking met de Europese Commissie zorgen voor financieringsmogelijkheden binnen Vlaanderen onder de vorm van zowel EFSI als Innovfin. Financiering gebeurt ofwel rechtstreeks ofwel via een financiële tussenpersoon, meestal een bank of een fonds, met als doel de toegang tot financiering en advies om groei en banen in kleine bedrijven, innovatie te stimuleren. Tot op heden werden al verschillende projecten in Vlaanderen gerealiseerd, zoals de uitbreiding van de Antwerpse haven, een groene energiecentrale in Harelbeke en de installatie van tientallen windturbines voor de Belgische kust.

11

https://ec.europa.eu/inea/sites/inea/files/cefpub/eu_investment_in_transport_in_belgium.pdf https://ec.europa.eu/inea/sites/inea/files/2016-eu-0277-s_fiche.pdf 13 https://ec.europa.eu/inea/en/connecting-europe-facility/cef-transport/2016-eu-tm-0277-s 12

Alle rechten voorbehouden – EY Consulting Services SRL

Pagina |

25


Figuur 4 - Overzicht van samenwerking tussen België en de EIB14

Vergelijken we het aantal investeringen van de EIB Group in België met de andere landen in scope op basis van het percentage van de investeringen in vergelijking met het BBP, dan scoort België relatief goed. Zo ontvingen enkel Finland, Zweden en Oostenrijk procentueel meer. EIB Group investeringen Land Nom. Value (€ miljard)

% BBP

België

1,86

0,39%

Denemarken

1,05

0,34%

Duitsland

6,15

0,18%

Finland

1,87

0,78%

Frankrijk

8,50

0,35%

Nederland

2,82

0,35%

Oostenrijk

1,72

0,43%

Zweden

2,03

0,43%

Tabel 3 - Overzicht van samenwerkingen tussen de EIB Groep en de verschillende landen 15

Zoals reeds aangegeven liggen de prioriteiten van Vlaanderen in lijn met deze van de Europese Commissie en hun Green Deal, waardoor verschillende projecten binnen Vlaanderen kunnen gefinancierd worden via de instrumenten van de Europese Unie. De Europese Commissie is de mogelijkheden aan het analyseren voor een vrijwillige, nietwetgevende EU-norm voor duurzame financiering, wat algemeen verwijst naar het proces waarbij bij het nemen van investeringsbeslissingen naar behoren rekening wordt gehouden met milieu- en sociale overwegingen. Dit resulteert in meer duurzame investeringen en duurzame activiteiten. Alle drie de componenten - milieu, sociaal en bestuur (ESG) - zijn integrale onderdelen van duurzame economische ontwikkeling en financiën. De Europese Commissie hiervoor een EU-norm creëren om de effectiviteit, transparantie, vergelijkbaarheid en geloofwaardigheid van de markt voor groene obligaties te vergroten, en de marktdeelnemers aan te moedigen om EU-groene obligaties uit te geven en erin te beleggen.16

14

https://www.eib.org/en/projects/regions/european-union/belgium/index.htm https://www.eib.org/attachments/general/reports/eib_activity_report_2019_en.pdf 16 https://ec.europa.eu/info/business-economy-euro/banking-and-finance/sustainable-finance_en 15

Alle rechten voorbehouden – EY Consulting Services SRL

Pagina |

26


De eerste uitgifte van groene obligaties werd in 2007 uitgegeven door de Europese Investeringsbank om fondsen te werven voor klimaat gerelateerde projecten. Europa is een hoeksteen gebleven op de wereldwijde markt voor groene obligaties, met een cumulatieve uitgifte van in totaal EUR 122 miljard, wat de grootste regionale markt vertegenwoordigt.17 De eerste beurzen die speciale groene obligatielijsten creëerden, waren Oslo, Stockholm en Londen. Luxemburg is de thuisbasis van de eerste groene beurs. Europese banken zijn actieve verzekeraars. Europese vermogensbeheerders hebben speciale groene obligatiefondsen gecreëerd. Door de overheid gesteunde entiteiten, lokale overheden en overheden zijn goed voor ongeveer 40% van de cumulatieve uitgifte.

Europese Centrale Bank Aangezien België deel uitmaakt van de Eurozone is het monetair beleid afhankelijk van de maatregelen getroffen door de Europese Centrale Bank (ECB). De ECB kondigde een versoepeling van het monetair beleid aan, omwille van de negatieve impact van de coronapandemie op de inflatievooruitzichten. De ECB verhoogt haar nieuw programma van obligatieaankopen (PEPP) met 600 miljard euro tot 1.350 miljard euro. De PEPP is een tijdelijk aankoopprogramma van activa van particuliere en openbare effecten. De bijkomende aankopen van obligaties hebben als doel de langetermijnrente laag te houden, waardoor overheden, gezinnen en bedrijven ‘goedkoper’ geld kunnen blijven lenen.18

Arbeidsmarkt Werkgelegenheid en sociaal beleid is in de eerste plaats een bevoegdheid van de lidstaten en niet van de Europese Unie. Echter, de Europese Unie coördineert het beleid van de lidstaten wel en moedigt de lidstaten aan om hun ervaringen en optimale werkwijzen met elkaar te delen en op elkaar af te stemmen. Ook in de verdragen van de Europese Unie kunnen we enkele doelstellingen omtrent de Europese arbeidsmarkt terugvinden. Werkloosheid is een bevoegdheid van de lidstaten en de Europese Unie heeft geen concrete maatregelen uitgevaardigd om (langdurige) werkloosheid tegen te gaan. De Europese Unie doet wel onderzoek naar maatregelen die werkloosheid kunnen tegengaan en stelt strategieën voor waarin verschillende aanbevelingen, leidraden en doelstellingen staan opgenomen op Europees niveau. De Europese Unie heeft een 2014-2020 strategie voorgesteld om werkloosheid te verminderen binnen Europa. In dit rapport heeft de Europese Unie verschillende leidraden aangenomen. Zo zouden de lidstaten de vraag naar arbeidskrachten moeten stimuleren door bijvoorbeeld de oprichting en groei van kleine bedrijven te ondersteunen. De lidstaten worden ook aangespoord om het arbeidsaanbod te vergroten, alsook de toegang tot werkgelegenheid en vaardigheden te verbeteren door te investeren in het onderwijs en opleidingen voor werknemers. Het is ook

17

Climate Bonds Initiative – The Green bond market in Europe 2018 https://www.climatebonds.net/files/files/The%20Green%20Bond%20Market%20in%20Europe.pdf 18 https://www.tijd.be/markten-live/nieuws-algemeen/ECB-pompt-600-miljard-extra-ineconomie/10231030?utm_campaign=BREAKING_NEWS&utm_medium=email&utm_source=SIM

Alle rechten voorbehouden – EY Consulting Services SRL

Pagina |

27


belangrijk volgens de Europese Unie om de sociale dialoog te verbeteren, alsook de werking van de arbeidsmarkten te optimaliseren. Een ander belangrijk aspect dat de Europese Unie promoot is de tewerkstelling van jongeren onder de 25 jaar. De Europese Unie raadt lidstaten aan om voldoende maatregelen te nemen om jongeren aan een job te helpen en hen te begeleiden naar de arbeidsmarkt. De maatregelen die zij aanbeveelt zijn onder andere de volgende: 1) de mogelijkheid bieden aan vroege schoolverlaters of personen met een laag opleidingsniveau om terug scholing te volgen of om trainingen te volgen; 2) “tweede kans leerprogramma’s” te voorzien voor vroege schoolverlaters of personen met een laag opleidingsniveau die speciaal aangepast zijn aan hun noden; 3) loon en aanwervingssubsidies voor werkgevers zodat zij nieuwe opportuniteiten kunnen creëren voor jongeren. De Europese Unie zet zich ook in om de langdurige werkloosheid terug te dringen. Hieromtrent heeft zij in 2016 het Juncker plan voorgesteld, waar zij aan de lidstaten aanbeveelt om een plan op te stellen voor personen die al langer dan 18 maanden werkloos zijn en ook om partnerschappen tussen werkgevers en sociale partners te ontwikkelen om langdurig werklozen terug naar de arbeidsmarkt te begeleiden. De Europese Unie zal ook gelden vrijmaken om lidstaten te steunen met het oog op het beschermen van de arbeidsmarkt en het behouden van banen tijdens de Covid-19 pandemie. Specifiek rond arbeidsmarkt heeft de Europese Unie richtlijnen voor vier focusdomeinen die als volgt gestructureerd zijn: 1. Het stimuleren van de vraag naar arbeid, en met name begeleiding bij het scheppen van banen, belasting op arbeid en loonvorming. 2. Verbetering van het arbeids- en vaardigheidsaanbod, door structurele tekortkomingen in onderwijs- en opleidingsstelsels aan te pakken, en door jeugd- en langdurige werkloosheid op te nemen. 3. Beter functioneren van de arbeidsmarkten, met bijzondere aandacht voor het verminderen van de segmentering van de arbeidsmarkt en het verbeteren van actieve arbeidsmarktmaatregelen en arbeidsmarktmobiliteit. 4. Eerlijkheid, armoedebestrijding en bevordering van gelijke kansen voor iedereen.19

Impact na Covid-19 Voor deelstaten die financiële steun nodig hebben om de negatieve economische en sociale impact van COVID 19 tegen te gaan, heeft de Europese commissie een tijdelijk instrument opgericht om de werkloosheid in noodsituaties te beperken (SURE). Daarboven heeft de Europese Commissie een herstelplan (Recovery Plan) opgesteld. In dit plan wordt als antwoord op de impact van COVID 19 verwezen naar het toenemend belang van het verwerven van de juiste kennis en vaardigheden voor een groenere en meer digitale economie. Hierbij worden twee specifieke bestaande initiatieven van de Europese Commissie aangehaald, namelijk de “Skill Agenda” en het “Digital Education Action Plan”. In 2016 bracht de Europese Commissie de nieuwe vaardigheden agenda voor Europa uit (Skill Agenda) waarin 10 concrete acties zijn opgenomen om de juiste training, vaardigheden en ondersteuning beschikbaar te maken voor leden van de EU. Het doel is om de kwaliteit 19

https://ec.europa.eu/social/main.jsp?catId=101&intPageId=3427

Alle rechten voorbehouden – EY Consulting Services SRL

Pagina |

28


en relevatie van trainingen te verbeteren, vaardigheden zichtbaar en vergelijkbaar op te stellen en de informatie omtrent de vraag naar bepaalde vaardigheden en jobs te verbeteren zodat werknemers een betere carrière keuze kunnen maken, kwaliteitsbanen vinden en hun levenskansen verbeteren. De tien acties opgelijst in de nieuwe Skill Agenda zijn de volgende: 1. Upskilling-wegen: nieuwe opportuniteiten voor volwassenen. 2. Europees kwalificatieraamwerk (EQF): - Het Europees kwalificatieraamwerk staat toe om opleidingskwalificaties in verschillende landen en systemen te begrijpen en vergelijken. Het functioneert als een brug tussen nationale kwalificatie referentiekaders. - Het EFQ bestaat uit acht niveaus die telkens worden beschreven in leeruitkomsten: kennis, vaardigheden en competenties. Deelnemende landen ontwikkelen een nationaal kwalificatieraamwerk (NFQ) op basis van het Europees kwalificatieraamwerk. 3. Digitale vaardigheden en banencoalitie. 4. Blauwdruk voor sectorale samenwerking op het gebied van vaardigheden. 5. Beroepsonderwijs en –opleiding (VET). 6. EU-vaardigeden Profiel overzicht (EU Skills Profile Tool Kit) voor inwoners van buiten de EU (Third-Country Nationals). 7. Sleutelcompetenties. 8. Europass: - Het vernieuwde Europass-kader biedt vijf documenten om vaardigheden duidelijk te kunnen uitleggen in Europa: Een Curriculum vitae, een Taalpaspoort, een Europass Mobiliteit, een Certificaatsupplement en een Diplomasupplement. Voor individuen is vooral behulpzaam bij het maken van loopbaan-en leerkeuzes. Voor werkgevers kan het dienen als een online jobplatform om internationaal te rekruteren. 9. Opvolging van afgestudeerden. 10. Analyseren en delen van optimale werkwijzen (Best practices) omtrent de stroom van kennis. Het actieplan voor digitaal onderwijs heeft drie prioriteiten die telkens maatregelen bevatten om tegemoet te komen aan de kansen en uitdagingen van het onderwijs in het digitale tijdperk. De opgenomen prioriteiten zijn: 1. Beter gebruik maken van digitale technologie voor onderwijs en lezen. 2. Het ontwikkelen van digitale competenties en vaardigheden. 3. Verbetering van het onderwijs door data-analyse en vooruitziendheid. Aangezien deze richtlijnen gefocust zijn op onderwijs, zullen ze hier niet verder toegelicht worden.

Alle rechten voorbehouden – EY Consulting Services SRL

Pagina |

29


III.

Nederland

Nederland maakte reeds een budget van ruim EUR 120 miljard vrij voor fiscale- en investeringsmaatregelen in 2020. Fiscale- en investeringsmaatregelen in 2020 Budget (% of BBP 2019) Fiscale stimulus 3,70% Belastinguitstel 7,90% Andere liquiditeit/garantie 3,40%

Budget (EUR) EUR 29,7 miljard EUR 64 miljard EUR 26,6 miljard

Directe fiscale stimulus De fiscale stimulus voorzien in 2020 in Nederland omvat verschillende sectoren en stakeholders. De grootste directe fiscale maatregelen worden getroffen met betrekking tot het beschermen van de banen en inkomsten in Nederland onder de vorm van een tijdelijke noodmaatregel geldig tot 1 oktober 2020. Target Banen en inkomsten bescherming

Zelfstandigen

Compensatie eigen kinderopvang

Wat Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW) • Max 90% van loonkosten vergoeden (i.e. 90% van het % geleden verlies) • Minstens 20% verlies in omzet over 3 maanden door Covid-19 • Geldig tot 1 oktober 2020 ToZo (Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers): • Aanvullende uitkering indien inkomen door coronacrisis onder het sociaal minimum daalt • Bij liquiditeitsproblemen: o Lening voorbedrijfskapitaal o Lening voor bedrijfskrediet (max EUR 10.157) • Geldig tot 1 oktober 2020 In Nederland wordt de eigen bijdrage door ouders bij het betalen van de kinderopvangorganisaties door de overheid gecompenseerd. Het bedrag van 175 miljoen euro heeft betrekking op de periode van 16 maart tot en met 28 april, de periode dat de kinderopvang gesloten was.22

Budget EUR 20 miljard2021

EUR 2,75 miljard

EUR 0,175 miljard

20

https://www.rijksoverheid.nl/ministeries/ministerie-van-economische-zaken-enklimaat/nieuws/2020/03/17/coronavirus-kabinet-neemt-pakket-nieuwe-maatregelen-voor-banen-en-economie 21 https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2020Z09133&did=2020D19626 22 Tweede Kamer der Staten-Generaal – Voorjaarsnota 2020 – 35 450 nr. 1

Alle rechten voorbehouden – EY Consulting Services SRL

Pagina |

30


Getroffen sectoren COVID-19

Cultuur

Landbouw en tuinbouw

TOGS (Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren COVID-19) • Specifieke sectoren (SBI-code); • Eenmalige tegemoetkoming van EUR 4.000 • Voor betaling vaste lasten (e.g. pacht) • Geldig tot 1 oktober 2020 • Aanvullende subsidie aan meerjarig door het Rijk gesubsidieerde producerende instellingen (EUR 153 mln.) • Opengestelde Monumenten Lening (EUR 50 mln.) • Investeren in de vitale regionale infrastructuur voor regionale musea, (pop)podia en filmtheaters (EUR 48,5 mln.) • Cultuur Opstart Lening (EUR 30 mln.) • Rijkscultuurfondsen voor makers (EUR 11,8 mln.) • Steunfonds Rechtensector (EUR 5 mln.) • Uitvoeringskosten (EUR 1,7 mln.) Voor sierteelt en voedingstuinbouw: • Omzetderving > 30% t.o.v. de voorgaande 3 jaar van 12/03 tot 11/06 • Van de omzetderving komt 30% voor risico van de ondernemers • Overige 70% wordt voor maximaal 70% gecompenseerd23 Voor fritesaardappeltelers: • Ondernemers die fritesaardappelen hebben geteeld in het afgelopen seizoen en die nog niet verwerkt zijn of kunnen worden tot fritesaardappelen • Vergoeding zal 40% bedragen van de gemiddelde marktwaarde van deze fritesaardappelen over de periode september 2019 t/m februari 2020 • Max EUR0,06 per kilo24

EUR 2,67 miljard

EUR 0,3 miljard

EUR 0,65 miljard

23

https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/coronavirus-financiele-regelingen/overzicht-financieleregelingen/overzicht-specifieke-regelingen-landbouw--tuinbouw--en-visserijsector/aanvullendetegemoetkoming-sierteelt-en-onderdelen-voedingstuinbouw 24 https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/coronavirus-financiele-regelingen/overzicht-financieleregelingen/overzicht-specifieke-regelingen-landbouw--tuinbouw--en-visserijsector/aanvullendetegemoetkoming-fritesaardappeltelers

Alle rechten voorbehouden – EY Consulting Services SRL

Pagina |

31


Voor akkerbouw en veeteelt: • Borgstelling MKBLandbouwkredieten voor coronaoverbruggingsfinanciering (BL-C) Gezondheidszorg Kredieten, coaching trainingen

Algemene fiscale kosten en verliezen

Qredits: • Kleine ondernemingen & zelfstandigen • 6 maanden betalingsuitstel • Verlaging interestvoet tot 2% Gerelateerd aan: • Garantie Ondernemersfinanciering (GO-C) • Borgstelling MKB-kredieten (BMKB) • COL-regeling voor start-ups en scale-ups - Tussen EUR 50.000 en EUR 2 mln. - 3% rente (indien leningen > EUR 500.000 premium van 2% per jaar) - Looptijd 3 jaar - Eerste jaar aflossingsvrij, daarna in 2 jaar per lineair per kwartaal • Klein Krediet Corona • Belastingmaatregelen • Tegemoetkoming Vaste Lasten kmo (TVL) - Voor kmo’s (max 250 werknemers) - Minimum 30% omzetderving - Tegemoetkoming vaste materiële kosten - Maximum EUR 50.000 per kwartaal - Geldig tot 1 oktober 2020 - Specifieke sectoren (SBIcode)

EUR 0,8 miljard EUR 0,031 miljard

EUR 2,334 miljard25

Nederland voorziet, met behulp van de Corona-OverbruggingsLening (COL-faciliteit) een noodkrediet voor innovatieve ondernemers en kmo’s zonder bancaire kredietrelatie die in financiële problemen zijn gekomen door Covid19. Deze regeling is tot stand gekomen in intensieve samenwerking tussen het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK), de gezamenlijke Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROM’s) en TechLeap.nl met ook nauwe betrokkenheid van Invest-NL. Corona overbruggingslening is voor start-ups, scaleups en innovatieve kmo’s die overwegend met extern eigen vermogen zijn gefinancierd. Op 25

https://fd.nl/economie-politiek/1338517/hoekstra-trekt-15-6-mrd-uit-voor-eerste-steunbedrijven?utm_medium=social&utm_source=twitter&utm_campaign=SHR_ARTT_20200318&utm_content=Ec onomie

Alle rechten voorbehouden – EY Consulting Services SRL

Pagina |

32


verzoek van EZK verstrekken de ROM’s overbruggingsleningen tussen de €50.000,- en €2 miljoen, tegen een rente van 3% (indien de lening meer dan EUR 500.000 bedraagt dient er een premium van 2% per jaar betaald worden).26 De looptijd van de lening is 3 jaar. Het eerste jaar is aflossingsvrij, daarna in 2 jaar lineair per kwartaal aflossen inclusief rentebetalingen. Bedrijven mogen boetevrij vervroegd aflossen. Via het platform ‘Tegemoetkomen vaste lasten mkb (TVL)’ voorziet Nederland een tegemoetkoming bovenop de loonkosten (NOW) van de vaste materiële kosten, indien de omzetderving minimum 30% bedraagt door de coronacrisis. De tegemoetkoming bedraagt een maximum van EUR 50.000 voor de periode van 1 juni tot 1 oktober 2020. Deze extra maatregel heeft betrekking op ondernemingen met een SBI-code geregistreerd voor een tegemoetkoming schade COVID-19, zoals onder andere Cultuur, sport en recreatie, informatie en communicatie etc. 27

Belastinguitstel Dit betreft extra gederfde inkomsten die in 2020 tot een begrotingstekort zal leiden, maar in principe later gerecupereerd kan worden. De maatregelen bestaan uit een tijdelijk belastinguitstel van 3 maanden (op verzoek) voor de personenbelasting, vennootschapsbelasting, BTW en de sociale zekerheid en een verlaging van de invorderingsrente van 8% of 4% naar 0,01%.

Andere liquiditeits- en garantieregimes Naast de directe fiscale steunmaatregelen en de maatregelen met betrekking tot het uitstellen van de belastingen, zijn maakte Nederland reeds een budget vrij voor andere liquiditeit en garantieregimes. De grootste maatregelen hier werden getroffen voor het vergemakkelijken van ondernemingsfinancieringen. Dit zowel onder de vorm van Garantie Ondernemingsfinanciering (GO-C) als onder de vorm van Borgstelling MKB-kredieten (BMKB). Beiden hebben als doel de mogelijkheden om financiering voor elkaar te krijgen te vergemakkelijken. Via de module Garantie Ondernemingsfinanciering (GO-C), kunnen banken krediet verstrekken aan ondernemingen in verband met liquiditeitstekorten als gevolg van het coronavirus. Het zijn leningen met een maximum looptijd van 6 jaar tussen EUR 1,5 en EUR 150 miljoen per onderneming, waarbij de Staat voor 80% (grootbedrijf) en 90% (kmo) garant staat. Daardoor kunnen banken makkelijker en sneller krediet verruimen en hebben bedrijven de mogelijkheid om eerder en meer geld te lenen.28 Om cashflow te kort op te vangen bij de bedrijven, is er een budget uitgetrokken om de herverzekering van kortlopende kredietverzekeringen (leverancierskrediet) te bekostigen.

26

https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/coronavirus-financiele-regelingen/overzicht-financieleregelingen/col-regeling-voor-start-ups-en-scale-ups 27 https://www.rvo.nl/subsidie-en-financieringswijzer/togs/vastgestelde-sbi-codes-0 28 https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/coronavirus-financiele-regelingen/overzicht-financieleregelingen/bmkb

Alle rechten voorbehouden – EY Consulting Services SRL

Pagina |

33


Dit met als doel het vertrouwen te behouden in de verschaffing van leverancierskrediet en blijven bedrijven bevoorraad. Target Ondernemers Ondernemers

Ondernemers

Ondernemers Kleine ondernemingen

Overzeese gebiedsdelen

Wat Leningen met gesubsidieerde interest voor kapitaalbehoud voor zelfstandige ondernemers (onder ToZo) Garantie Ondernemingsfinanciering (GO-C) behoud kredietstromen: • Max. 6 jaar • Tussen EUR 1,5 en EUR 150 mln. • Garantie door de Staat voor: - 80% voor grote ondernemingen - 90% voor kmo’s

Budget EUR 2,7 miljard

Borgstelling MKB-kredieten (BMKB) m.b.t het optrekken van de garantie van 50% tot 75%: • Garantie door de Staat voor: - 80% voor grote ondernemingen - 90% voor kmo’s • Max. 2 jaar • Premie verlaagd van 3,9% naar 2% Herverzekering van kortlopende kredietverzekeringen (supply-chain credit) Klein Krediet Corona garanties (voor kleine ondernemingen met een relatief kleine financieringsbehoefte) • Ondernemingen met een omzet ≥ EUR 50.000Max. 5 jaar • Garantie van 95% • Financiering tussen EUR 10.000 en EUR 50.000 • Max rente 4% • Eenmalige premie van 2% te betalen aan de Staat Noodfinanciering Curaçao, Sint-Maarten en Aruba

EUR 1,388 miljard

EUR 15 miljard

EUR 12 miljard EUR 0,75 miljard

EUR 0,135 miljard

Nederland staat, onder de vorm van Klein Krediet Corona (KKC-regeling), voor 95% garant voor € 750 miljoen aan overbruggingskredieten voor kleine ondernemingen met een relatief kleine financieringsbehoefte (van € 10.000 tot 50.000). De lening staat open voor ondernemers met een omzet vanaf € 50.000 die voor de coronacrisis voldoende winstgevend waren en die zijn ingeschreven in de KvK voor 1 januari 2019. Onder de KKCregeling kunnen ondernemers een lening aanvragen van minimaal € 10.000 tot maximaal EUR 50.000. De looptijd is maximaal 5 jaar, en de rente bedraagt maximaal 4%. Daarnaast betalen ondernemers aan de staat een eenmalige premie van 2% als vergoeding. Het feit dat de financiers nog steeds 5% van het risico dragen, zorgt voor een zorgvuldige

Alle rechten voorbehouden – EY Consulting Services SRL

Pagina |

34


risicobeoordeling, zodat de leningen worden verstrekt aan in de kerngezonde bedrijven met voldoende terugbetaalcapaciteit.29

Arbeidsmarkt Er werd in Nederland de “Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid” ingevoerd (afgekort als “NOW”). Het betreft een tijdelijke maatregel in het kader van de coronacrisis, waarbij werkgevers een deel van de loonkosten van hun werknemers vergoed krijgen als de onderneming omzetverlies lijdt. Ondernemingen krijgen gedurende maximaal 4 maanden een percentage van de lonen van hun werknemers betaald. Dit wordt als voorschot betaald aan de ondernemingen, zodat zij hun werknemers kunnen blijven doorbetalen. Hoe hoog dit percentage is hangt af van het verwachte omzetverlies. Hoe hoger het verwachte omzetverlies, hoe hoger het percentage van de loonkosten die ze terugbetaald krijgen. Bij een 100% omzetverlies, krijgen ze 90% van het loon terugbetaald. Dit is het maximumbedrag. De ondernemingen moeten een substantieel omzetverlies verwachten van ten minste 20% over 4 maanden, om een beroep te kunnen doen op deze regeling. Nederland werkt naar een arbeidsmarkt waar Mensen werkend en gezond hun pensioenleeftijd halen. Die visie vertaalt zich in maatregelen die reeds voor het uitbreken van de COVID pandemie in voege waren, en wordt versterkt door aanvullende maatregelen. Een belangrijke schakel in de werking is het zichtbaar maken van de competenties die aanwezig zijn in de potentiële werknemerspopulatie. Nederland werkt dit onder andere uit aan de hand van het gekende concept “eerder verworven competenties” (EVC). Het formele en officieel vertalen van ervaring (kennis en kunde) naar een certificaat in een centrale databank biedt een kwaliteitsgarantie. Het leidt vervolgens tot meer loopbaanmogelijkheden voor het betrokken individu en een flexibelere arbeidsmarkt. De wijze waarop opleidingen worden aangeboden ondergaat een transformatie. Enerzijds worden de klassieke lange termijn trajecten verlaten voor sneller beschikbare en korter durende trajecten. Bovendien wordt een omslag gemaakt van incidenteel leren naar continu leren op het werk. Om de drempel te verlagen denkt men na over kortere leerwerktrajecten, waarbij meteen geld kan verdiend worden. Nederland focust op het verhogen van de veerkracht van de werknemers. Competenties die veerkrachtverhogend werken krijgen meer aandacht, bv.: probleemoplossend vermogen, emotionele lenigheid, nieuwsgierigheid, communicatie en aanpassingsvermogen.

Impact van COVID-19 Ten gevolge van de COVID pandemie zal Nederland nog meer inzetten op het “herscholen” van medewerkers. Dit kunnen korte opleidingstrajecten zijn, gericht op het aanbrengen van specifieke kennis of op het ontwikkelen van specifieke competenties. De impact voor de laaggeschoolden en jongeren wordt grootst ingeschat, deze groep zal prioritair aandacht krijgen.

29

https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/coronavirus-financiele-regelingen/overzicht-financieleregelingen/kkc-klein-krediet-corona-garantieregeling

Alle rechten voorbehouden – EY Consulting Services SRL

Pagina |

35


De nood van de aanbodszijde verandert van aard: er is een grotere nood aan personeel in de zorg, landbouw en distributiecentra. Deze sectoren en jobs hebben specifieke vereisten, onder andere taal. In Nederland is er een stijging merkbaar van het aantal cursisten Nederlands. Als direct gevolg van de COVID pandemie en de moeilijkheden om kritische producten (mondkapjes, beademingsapparatuur, testen, …) in voldoende mate te verkrijgen, zet Nederland in op de maakindustrie, wat bijgevolg (deels) een nieuwe vraag zal genereren. Nederland onderzoekt de mogelijkheid om een individueel leer- en ontwikkelbudget voor iedereen te voorzien. Dat is een suggestie die momenteel nog niet verder uitgewerkt werd. De verantwoordelijkheid ligt in Nederland momenteel eerder bij het individu die bijvoorbeeld vaak zelf dient te betalen voor omscholing. Het idee is dat dit belemmerend werkt. Nederland verlegt nu de focus naar een werk-naar-werkarrangement (zoals ook in Finland en Zweden te zien is). Er wordt onderzocht hoe bedrijven transitiefondsen kunnen financieren en zo gemakkelijker transities naar andere sectoren / functies toelaten om de drempel te verlagen. Nederland denkt na om minder steun te geven aan alle zelfstandigen en meer te focussen op de ‘echte’ ondernemers. Het achterliggende idee is het beschikbare budget, vanuit een banengroei optiek, efficiënter inzetten.

Alle rechten voorbehouden – EY Consulting Services SRL

Pagina |

36


IV.

Duitsland

Duitsland maakte reeds een budget van ruim EUR 1.778 miljard vrij voor fiscale- en investeringsmaatregelen in 2020. Fiscale- en investeringsmaatregelen in 2020 Budget (% of BBP 2019) Fiscale stimulus 13,30% Belastinguitstel 7,30% Andere liquiditeit/garantie 27,20%

Budget (EUR) EUR 456,5 miljard EUR 251 miljard EUR 932,5 miljard

Directe fiscale stimulus Federaal Niveau Op federaal niveau wordt het grootste budget vrijgemaakt voor het herkapitaliseren en kopen van aandelen in bedrijven die door corona zijn getroffen via het Fonds voor economische stabilisatie (‘WSF’). Daarnaast maakt het budget voor verdere pandemische controleprojecten en de subsidies voor eenmanszaken en kleine ondernemingen een groot deel uit van de maatregelen. Target Grote organisaties

Wat Economic Stabilsation Fund (WSF) Herkapitaliseer en koop aandelen in bedrijven. Criteria (min 2 van de 3): • Opbrengsten > EUR 50 mln. • Balanstotaal > EUR 46 mln. • Werknemers > 249

Pandemische controleprojecten Eenpersoonszaken en kleine ondernemingen

Belastbare subsidies voor microondernemingen waarvan de economische activiteit bedreigd wordt: • < 5 werknemers: EUR 9.000 voor een periode van 3 maand • < 10 werknemers: EUR 15.000 voor een periode van 3 maand Banen en Uitbreiding van de regeling voor de inkomstenbescherming vergoeding van urenvergoeding (‘Kurzarbeitergeld’)

Budget EUR 100 miljard30

EUR 55 miljard31 EUR 50 miljard32

EUR 10 miljard33

30

https://www.bmwi.de/Redaktion/EN/Pressemitteilungen/2020/20200327-altmaier-unprecedented-supportprogramme-for-employees-and-enterprises.html 31 https://www.bmwi.de/Redaktion/DE/Downloads/E/eckpunkte-coronasoforthilfe.pdf?__blob=publicationFile&v=4 32https://www.bmwi.de/Redaktion/DE/Downloads/E/eckpunkte-coronasoforthilfe.pdf?__blob=publicationFile&v=4 33 https://www.nytimes.com/reuters/2020/03/25/world/europe/25reuters-health-coronavirus-germanymeasures-factbox.html

Alle rechten voorbehouden – EY Consulting Services SRL

Pagina |

37


Sociale uitkeringen Gezondheidszorg Noodmaatregelen Extra investeringen Start-ups, kleine bedrijven en technologiebedrijven Belastingmaatregelen (Binnen) en buitenlandse garanties

Uitbreiden van sociale uitkeringen (kinderbijslag, inkomensondersteuning etc.) Additionele uitgaven voor wettelijke ziektekostenverzekering en langdurige zorgverzekering Aankopen beschermend materiaal, ontwikkelen vaccin, repatriëren vakantiegangers in het buiteland Additionele investeringen in de private sector vanaf 2021 Financieren van venture capital voor startups, nieuwe technologiebedrijven en kleine bedrijven tijdens de coronacrisis

EUR 7,7 miljard34 EUR 5,2 miljard35 EUR 3,7 miljard36 EUR 3,1 miljard37 EUR 2 miljard38 EUR 33,5 miljard EUR 5,9 miljard

Om in aanmerking te komen voor investeringen of garanties via het Economisch Stabiliteitsfonds (WSF – Wirtschaftsstabilisierungsfonds), moeten bedrijven voldoen aan 2 van de 3 criteria (opbrengsten van meer dan EUR 50 mln., balanstotaal van meer dan EUR 46 mln. of werknemers van meer dan 249) of als belangrijk worden aangemerkt voor de economie of veiligheid of als ze actief in bepaalde sectoren. Het fonds bestaat uit 3 verschillende pijlers. De eerste pijler met een volume tot 100 miljard EUR bestaat uit een herkapitalisatie-instrument, dat over eigenvermogensinstrumenten (direct eigen vermogen, convertibles, hybriden, stille deelnemingen) beschikt om te investeren indien en wanneer dat nodig is om een onderneming te stabiliseren. De andere 2 pijlers worden besproken onder ‘andere liquiditeit en garantieregimes’. Private VC-investeringsfondsen kunnen in Duitsland onder de Corona Matching Facility een applicatie indienen bij het KfW Capital voor nieuwe kapitaalrondes ter ondersteuning van deze bedrijven tot 31/12/2020. KfW werkt hiervoor samen met het EIF. Voorwaarden voor de VC-fondsen zijn de volgende: • • • • • • • •

Europese VC-fondsbeheerders Onafhankelijke VC-fondsbeheerders (geen bedrijfs VC-fondsen, family offices) Succesvolle due diligence door KfW Capital of het EIF Succesvolle KYC- en governance controle Fondsvoorwaarden moeten marktconform zijn Gesloten fondsen en fondsvaluta volgens KfW Capital/ EIF-richtlijnen Particuliere investeerders > 50% van het fondsvolume in fondsen die door CMF moeten worden ondersteund Geen enkele meerderheidsaandeelhouder

34

https://www.bundesfinanzministerium.de/Content/EN/Pressemitteilungen/2020/2020-03-23supplementary-budget.html 35 https://www.bundesfinanzministerium.de/Content/DE/FAQ/2020-03-13-Corona-FAQ.html 36 https://www.bundesfinanzministerium.de/Content/DE/FAQ/2020-03-13-Corona-FAQ.html 37 https://www.france24.com/en/20200313-germany-unleashes-biggest-post-war-aid-package-against-virus 38 https://www.bmwi.de/Redaktion/EN/Pressemitteilungen/2020/20200401-customised-support-for-newbusinesses-affected-by-the-coronavirus-crisis.html

Alle rechten voorbehouden – EY Consulting Services SRL

Pagina |

38


• • •

Nieuw SPV Geen andere General Partners/ VC-fondsen als investeerders Conformiteit van staatssteun

Voor de andere start-ups en kleine ondernemingen die geen aanspraak kunnen doen op het vorige is er nog een tweede pijler in Duitsland die bestaat uit het verschaffen van leningen door de regio’s en bevoegde instanties (Landesförderinstitute). Duitsland heeft het systeem van Kurzarbeit. Dat systeem vermindert de algemene arbeidsuren en compenseert voor het verlies aan inkomen. Zodoende wordt de overcapaciteit aan werkkrachten verminderd, wat de tewerkstelling op peil zou moeten houden. Daarnaast voorziet Duitsland een bonus van EUR 300 per kind voor alle families en trekt hiervoor een totaalbudget uit van EUR 4,3 miljard. Kinderen die recht hebben op kinderbijslag worden ondersteund door de gezinnen die met name door de beperkingen worden getroffen. Deze bonus wordt verrekend met de kinderkorting vergelijkbaar met kinderbijslag. Het wordt niet meegeteld voor de basisbeveiliging.39 In Duitsland wordt er EUR 50 miljard beschikbaar gesteld ter ondersteuning van kleine bedrijven en zelfstandigen en mensen met een vrij beroep. Deze fondsen zijn bedoeld als burg voor zelfstandigen, kleine handelaars en kleine bedrijven wier economisch voortbestaan anders in gevaar zouden komen.40 Enkel bedrijven met financiële problemen als gevolg van het coronavirus kunnen aanspraak maken op de steun, bedrijven die voor 20 maart 2020 met financiële problemen te maken hebben komen niet in aanmerking. De onmiddellijke ondersteuning bestaat uit:41 •

•

Onmiddellijke financiële steun (in de vorm van belastbare subsidies) voor microondernemingen uit alle bedrijfstakken en voor eigen rekeningwerkers en freelancers met maximaal 10 medewerkers. - Eenmalige betalingen van maximaal € 9.000 over een periode van 3 maanden voor bedrijven met maximaal 5 werknemers (voltijdse equivalenten); - Eenmalige betalingen tot € 15.000 over een periode van 3 maanden voor bedrijven met maximaal 10 werknemers (voltijdse equivalenten). In gevallen waarin de verhuurder de huur met ten minste 20% verlaagt, kunnen subsidies die niet volledig zijn benut over de periode van 3 maanden worden gespreid over nog eens twee maanden

De Duitse federale regering maakte op 4 juni ‘een alomvattende economische stimulans en een toekomstig pakket’ te lanceren met een volume van 130 miljard euro. Het doel is banen veilig te stellen en de economie weer op de rails te krijgen.42

39

https://www.bundesfinanzministerium.de/Content/DE/Standardartikel/Themen/Schlaglichter/ Konjunkturpaket/2020-06-03-eckpunktepapier.pdf?__blob=publicationFile&v=11 40 https://www.bundesfinanzministerium.de/Content/EN/Pressemitteilungen/2020/2020-03-23supplementary-budget.html 41 https://www.bmwi.de/Redaktion/EN/Downloads/E/eckpunkte-corona-soforthilfen-versionen.pdf?__blob=publicationFile&v=3 42 https://www.deutschland.de/en/news/german-federal-government-informs-about-the-corona-crisis

Alle rechten voorbehouden – EY Consulting Services SRL

Pagina |

39


Wat Btw-verlaging Kinderbonus Versterking gemeenten

Verlaging elektriciteitskosten Pakket voor de toekomst (Zukunftspaket)

Hoe Van 1 juli tot en met 31 december 2020 wordt het btwtarief verlaagd van 19 procent naar 16 procent en voor het verlaagde tarief van 7 procent naar 5 procent. Eenmalige bonus van 300 euro per kind Federale overheid verhoogt haar aandeel in de kosten voor de huisvesting van behoeftige personen, compenseert de helft van het verlies aan inkomstenbelasting voor de gemeenten en versterkt het lokale openbaar vervoer en de gezondheidssector. De EEG-heffing wordt vanaf 2021 verlaagd door subsidies uit de federale begroting. 50 miljard euro naar toekomstige gebieden stromen, zoals de waterstofeconomie, kwantumtechnologieën en artificiële intelligentie. Maatregelen: • Financieringspercentage voor fiscaal onderzoek. Uitkering: EUR 1 miljard, met als doel het prikkelen van bedrijven om te investeren in onderzoek & ontwikkeling. • Ondersteuning van grote, niet-universitaire onderzoeksorganisaties, budget: EUR 1 miljard • Ondersteunen projectmatig onderzoek, focus op omwentelingen in het energiesysteem, budget: EUR 300 mln. • Efficiënte transport- en mobiliteitsinfrastructuur (duurzaamheid en klimaatbescherming). • Waterstoftechnologie & infrastructuur, budget: EUR 7 miljard technologie, EUR 2 miljard voor capaciteit & infrastructuren • Verhoging budget CO2-renovatieprogramma, budget EUR 2 miljard • Digitalisering gehele administratie (federaal, provinciaal, lokaal), budget: EUR 300 mln. • Implementeren van ‘online toegangs-wet’ (OnlineZugangs-Gesetz), budget: EUR 3 miljard • Digitaliseren van de economie (ondersteuning voor kmo’s), budget EUR 1 miljard • Artificiële Intelligentie: EUR 2 miljard • Kwantumtechnologie, budget: EUR 2 miljard • Communicatietechnologieën van de toekomst, budget 2 miljard • Uitbreiding glasvezelbreedband • Uitbreiding 5G-netwerk, budget 5 miljard • Verhogen budget ‘Smart City’, budget EUR 500 mln. • Opzetten van een centrum voor digitalisering en technologieonderzoek, budget EUR 500 mln.

Alle rechten voorbehouden – EY Consulting Services SRL

Pagina |

40


Onder het ‘Zukunftspaket’, zet Duitsland sterk in op verschillende pijlers van de ‘toekomst’, zowel op vlak van digitalisering, als mobiliteit, communicatie en energie. Duitsland zet ook sterk in op technologie en voorziet een fonds van EUR 11 miljoen aanvullende investeringen in Artificiële Intelligence (AI) en om te investeren in kwantum computing en 5G- en 6G-technologieën en -netwerken. Dit met in het achterhoofd een leidende rol te spelen in de toekomstige communicatietechnologieën als technologieleverancier. Met deze technologieën zal het belang van software bij netwerkcontrole domineren, wat de kans biedt om digitale soevereiniteit en tegelijkertijd de innovatiekracht van de Duitse bedrijven te versterken. Op AI wordt ingezet aangezien deze een sleutelrol zal spelen in de komende jaren bij productinnovatie en daarmee economische groei op vrijwel alle gebieden. 43 Daarnaast speelt Duitsland ook sterk in op waterstoftechnologie, en maakt hiervoor een budget van EUR 7 miljard vrij, met als doel wereldleverancier van de moderne waterstoftechnologie te worden. De financieringsmaatregelen zorgen ervoor dat alle regio's van Duitsland profiteren van het nieuwe waard creatie potentieel van de waterstofeconomie. De omschakeling zal plaatsvinden door middel van investeringssubsidies in nieuwe fabrieken en een nieuw proefprogramma ter ondersteuning van de exploitatie van elektrolyseinstallaties op basis van koolstof. Daarnaast wordt er een budget van EUR 2 miljard vrijgemaakt om voor het ontwikkelen van geschikte waterstof opslagprocessen voor het bevorderen van de internationale productiecapaciteiten en infrastructuren.

Op niveau van de deelstaten Wat Subsidies Fiscale maatregelen en andere verlagingen van belastinginkomsten Andere maatregelen

Hoe EUR 18 miljard44 EUR 34.1 miljard EUR 0.4 miljard

Lokale autoriteiten Wat Huisvestings- en verwarmingskosten Fiscale maatregelen en andere verlagingen van belastinginkomsten

Hoe EUR 17 miljard EUR 14,9 miljard

Belastinguitstel Onder de ondersteunende maatregelen kunnen bedrijven, die door de pandemie hun belastingen niet kunnen betalen, een tijdelijk, renteloos uitstel aanvragen. Deze maatregel is van toepassing op inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting en belasting over de toegevoegde waarde.

43

https://www.bundesfinanzministerium.de/Content/DE/Standardartikel/Themen/Schlaglichter/ Konjunkturpaket/2020-06-03-eckpunktepapier.pdf?__blob=publicationFile&v=23 44 https://ec.europa.eu/info/sites/info/files/2020-european-stability-programme-germany_en.pdf

Alle rechten voorbehouden – EY Consulting Services SRL

Pagina |

41


Daarnaast kunnen bedrijven, zelfstandigen en freelancers een aanvraag voor aanpassen van voorbelastingen aanvragen voor zowel de inkomstenbelastingen de 45 vennootschapsbelasting. De impact van de maatregelen met betrekking tot het uitstellen van vennootschapsbelastingen wordt geschat op EUR 246 miljard voor (directe vennootschapsbelasting; indirecte belastingen en sociale premies, uitgaande van 75% belastinguitstel over 6 maanden en 6,3% bbp-verlies in 2020).46

Andere liquiditeits- en garantieregimes Federaal niveau Target Ondernemingen

Ondernemingen & garantiebanken

45 46

Wat Garanties onder WSF (Wirtschaftsstabilisierungsfonds) om liquiditeitsproblemen op te vangen. Criteria (min 2 van de 3): • Opbrengsten > EUR 50 mln. • Balanstotaal > EUR 46 mln. • Werknemers > 249 Looptijd garanties: max 5 jaar Uitbreiden van bestaande federale garanties via KfW en het opzetten van nieuwe: • Versoepelen voorwaarden voor het KfW-Unternehmerkredit (zakelijke lening voor bestaande bedrijven) en de ERP-Gründerkredit-Universell (startlening voor bedrijven die minder dan 5 jaar oud zijn) zullen worden versoepeld • Verhogen omzetdrempel van het ‘KfW Loan for Growth’ programma gericht op grote ondernemingen • Voor garantiebanken: - Verdubbelen garantielimiet van kleine ondernemingen tot EUR 2,5 mln. - Verhogen van risicodeel door de federatie met 10% - Verhogen bovengrens tot 50% van de bedrijfsmiddelen - Vrijheid om zelfstandig en binnen de 3 dagen garantiebesluiten te nemen tot EUR 250.000

Budget EUR 400 miljard

EUR 365,5 miljard

https://www.tax-news.com/news/COVID19_Germany_Allowing_Businesses_To_Defer_Taxes____97596.html https://www.bruegel.org/publications/datasets/covid-national-dataset/#germany

Alle rechten voorbehouden – EY Consulting Services SRL

Pagina |

42


•

Ondernemingen

Openstellen van het ‘grote garantieprogramma’ voor bedrijven in structureel zwakke regio’s voor bedrijven uit andere regio’s. Herfinanciering KfW leningen (onder het WSF)

EUR 100 miljard

In Duitsland werd het volume voor federale garanties niet meer gelimiteerd, wat zorgt voor meer flexibiliteit Meer flexibiliteit wordt aangeboden in de vorm van een hogere percentuele dekking door staatsgaranties, verlenging van looptijden, versoepelde criteria voor het gebruik van fondsen en dergelijke. Hieronder wat meer uitleg over de genomen maatregelen47: •

•

•

•

•

47

Het versoepelen van de voorwaarden voor het KfW-Unternehmerkredit (zakelijke lening voor bestaande bedrijven) en de ERP-Gründerkredit-Universell (startlening voor bedrijven <5 jaar oud) door middel van: - Verhogen van het niveau van risicoveronderstellingen (schadevergoeding) voor operationele leningen. - Het verstrekken van deze instrumenten aan grote ondernemingen met een omzet van maximaal EUR 2 miljard. - Max. Looptijd van 10 jaar (kredietvolume > k€ 800) / 6 jaar (kredietvolume < k€ 800). - ‘Grace period’ van maximum 2 jaar. - Beperkt tot werkkapitaalleningen met een kredietvolume van max. EUR 1 miljard. Het aannemen van hogere risico’s, 80% voor grote ondernemingen en 90% voor kmo’s met een omzet tot EUR 50 mln. en maximum 250. Dit om de bereidheid door de banken om krediet te verstrekken te vergroten. De omzetdrempel van EUR 2 miljard wordt verhoogd naar EUR 5 miljard om gebruik te maken van het programma “KfW Loan for Growth”. Deze leningen zullen worden omgevormd tot gesyndiceerde leningen en niet langer beperkt tot projecten in specifieke gebieden. De risico-aanname wordt verhoogd tot 80%. Dit zal de toegang van grotere bedrijven tot syndicaatsleningen verbeteren. Het minimale kredietvolume is in dit geval EUR 25 miljoen of gelijk aan 50% van de totale schuld (rentedragende verplichtingen). De regelgevingen voor garantiebanken (Bürgschaftsbanken) worden versoepeld: - De garantielimiet voor kleine ondernemingen wordt verdubbeld tot EUR 2,5 mln.. - Duitsland verhoogt haar risicodeel in garantiebanken met 10%. - Optrekken van de bovengrens van het blootstellen van bedrijfsmiddelen van 35% tot 50%. - Vrijheid om zelfstandig en binnen 3 dagen garantiebesluiten tot EUR 250.000 te nemen. Het grote garantieprogramma (pan-German funding system) zal ook worden opengesteld voor bedrijven uit andere regio's (niet enkel structureel zwakke regio’s) en dit momenteel tot 31/12/2020. In dit garantieprogramma dekt de overheid

https://www.kfw.de/inlandsfoerderung/Unternehmen/KfW-Corona-Hilfe/#

Alle rechten voorbehouden – EY Consulting Services SRL

Pagina |

43


operationele leningen en investeringen met een borgstelling van meer dan EUR 50 mln. en een garantietarief van maximum 90%. Naast bovenvermelde maatregelen werden ook nieuwe leningen voorzien zoals het ‘VR Smart flexible promotional loan’, het ‘KfW Special Programme 2020’ en de ‘KfW fast track loan for the mid-sized companies’. Allen met het doel van de staatsbank KfW de liquiditeitslevering op korte termijn aan bedrijven te faciliteren. Zoals reeds aangekaart dient een bedrijf aan minimum 2 van de 3 vooropgestelde criteria te voldoen om in aanmerking te komen voor investeringen of garanties via het Economische Stabiliteits Fonds (WSF – Wirtschaftsstabilisierungsfonds). Naast het creëren van herkapitalisatie-instrumenten voorziet het WSF ook, onder een tweede pijler, garanties die een aanvulling vormen op de KfW-programma's. Het maakt gebruik van een machtiging aan het Fonds voor economische stabilisatie om garanties tot EUR 400 miljard uit te breiden voor schuldeffecten van in aanmerking komende bedrijven, met een flexibele definitie van schuldeffecten. De maximale looptijd van de garanties is 5 jaar. Het doel is bedrijven te helpen hun liquiditeitsknelpunten te herfinancieren op de kapitaalmarkt. Daarnaast voorziet het WSF, onder een derde pijler, indien nodig voor de herfinanciering van de leningsprogramma’s toegewezen aan KfW tot EUR 100 miljard. Verder werd het KfW Schnellkredit 2020 opgezet, wat ondersteuning biedt in de ondernemingsactiviteiten zoals het aankopen van machines en apparatuur (investeringen) en alle lopende kosten zoals huur, salaris of magazijn. Het betreft leningen tot maximum EUR 800,000, terug betaalbaar tot 10 jaar met een debetrentevoet van 3,00% per jaar. Verder bestaat er de mogelijkheid om de eerste 2 jaar geen terugbetalingen te maken, waarmee KfW 100% van het bankrisico voor zich neemt. De lening is bedoeld voor kmo’s met meer dan 10 werknemers. 48 Specifiek voor bedrijven in de landbouw, waaronder wijnbouw en tuinbouw, bosbouw, visserij en aquacultuur, die lijden onder de gevolgen van de corona-pandemie en niet over voldoende onderpand beschikken voorziet het Ministerie van Voedsel en Landbouw (BMEL) in Duitsland in een liquiditeitslening in combinatie met een garantie. Het programma verstrekt leningen tot een bedrag van maximaal EUR 3 mln. Leningen aan kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's) kunnen tot 90% worden gegarandeerd, leningen aan grotere bedrijven tot 80% van het geleende bedrag.49 Naast de verschillende maatregelen voor ondernemingen, maakt Duitsland, via het federale ministerie van Onderwijs en Onderzoek (BMBF), ook een budget vrij om financiële steun te verlenen aan studenten die door banenverlies zijn getroffen. Dit betekent dat studenten vanaf mei een renteloze lening tot EUR 650 kunnen aanvragen bij KfW. Volgens schattingen zullen de leningen een totaalbedrag van maximaal EUR 1 miljard bereiken. Het federale ministerie van Onderwijs zal ook de Duitse Nationale Vereniging voor Studentenzaken (DSW) voorzien van in totaal EUR 100 miljoen voor noodfondsen in lokale studentenvoorzieningen.50

48

https://www.kfw.de/inlandsfoerderung/Unternehmen/Erweitern-Festigen/F%C3%B6rderprodukte/KfWSchnellkredit-(078)/ 49 https://eapb.eu/media-corner/news/239:ministry-of-agriculture-and-rentenbank-launch-guaranteeprogramme.html 50 https://www.studying-in-germany.org/federal-education-ministry-in-germany-is-offering-help-for-financiallyaffected-students/

Alle rechten voorbehouden – EY Consulting Services SRL

Pagina |

44


Niveau van de deelstaten Wat Uitbreiden van garantie framework Leningen en holdings

Hoe EUR 63,2 miljard51 EUR 12,7 miljard

Nieuwe arbeidsregimes Tijdelijke werkloosheid onder “Kurzarbeit” Duitsland kent een systeem van tijdelijke werkloosheid onder “Kurzarbeit” (vermindering van de arbeidstijd). Dit systeem laat werkgevers toe om de arbeidstijd van hun werknemers te verminderen in moeilijke tijden. Bijgevolg zal de werkgever slechts een lager loon verschuldigd zijn aan zijn werknemers. Het inkomensverlies dat werknemers hierdoor lijden, zal gedeeltelijk gecompenseerd worden door een tijdelijke werkloosheidsuitkering van de Duitse “Agentur für Arbeit”. Hierdoor kan een werknemer tot 60% van zijn nettosalaris overhouden, 67% wanneer de betrokken werknemer kinderen heeft. “Kurzarbeitergeld” kan voor maximum 12 maanden worden betaald. Om in aanmerking te komen voor “Kurzarbeitergeld” moet er een gedeeltelijk of volledig gebrek aan werk zijn dat te wijten is aan een onvermijdelijke en tijdelijke gebeurtenis. Bovendien mag het bedrijf niet meer over andere manieren beschikken om zijn werknemers aan de slag te houden. Enkel indien opgebouwde overuren en resterende vakantiedagen werden opgenomen, kan men aanspraak maken op “Kurzarbeitergeld”. Omwille van de coronacrisis heeft de Duitse wetgever de toekenningsvoorwaarden tijdelijk verder versoepeld. Nochtans moet het gebruik van dit systeem niet enkel beperkt worden tot tijden van crisis, het is bijvoorbeeld ook mogelijk om hier een beroep op te doen indien een bedrijf moeilijkheden ondervindt ten gevolge van een verminderde productie die te wijten is aan seizoensgebonden problemen.

Integratie subsidies (“Eingliederungszuchuss”) Werkgevers kunnen in Duitsland gesubsidieerd worden voor de aanwerving van geregistreerde werkzoekenden die doorgaans belemmeringen ondervinden bij het vinden van werk (bijv. voor personen die nog niet voldoende ervaring en kennis hebben). Deze subsidie moet door de werkgever aangevraagd worden voor de werkzoekende wordt aangeworven. Het bedrag en de duur van deze subsidie wordt individueel bepaald, afhankelijk van het profiel van de werkzoekende en de belemmeringen die deze persoon ondervond om werk te vinden, maar deze kan tot 50% van het maandelijks salaris bedragen en kan worden toegekend voor maximaal 12 maanden. Na ontvangst van de subsidie is de werkgever verplicht om de betrokken persoon tewerkgesteld te houden en dit minstens voor de duur van de subsidie, op straffe van terugbetaling van de subsidie. Voor oudere werkzoekenden en werkzoekenden met een handicap worden hogere subsidies voorzien voor een langere duurtijd.

Integratie van langdurig werklozen Werkgevers kunnen twee soorten financiële steun ontvangen indien ze langdurig werklozen aanwerven. Wanneer werkgevers een persoon in dienst nemen die voordien minstens 2 jaar werkloos is geweest, kunnen ze een loonsubsidie ontvangen voor 2 jaar. Deze subsidie bedraagt 75% van het salaris dat betaald wordt gedurende het eerste werkjaar en 50% van 51

https://ec.europa.eu/info/sites/info/files/2020-european-stability-programme-germany_en.pdf

Alle rechten voorbehouden – EY Consulting Services SRL

Pagina |

45


het salaris in het tweede werkjaar. Daarenboven kunnen ze voor twee jaar een tussenkomst krijgen in de kosten die gemaakt worden voor de coaching van langdurig werklozen in de aanpassing naar een normaal werkleven. Verder kunnen opleidingskosten geheel of gedeeltelijk betaald worden door het Duits Federaal Agentschap voor Werkgelegenheid. Indien werkgevers een persoon ouder dan 25 jaar aanwerven, die gedurende vele jaren een werkloosheidsuitkering II heeft ontvangen, kan hij gedurende vijf jaar een loonsubsidie ontvangen. De hoogte van deze subsidie wordt gradueel verminderd naar verloop van tijd. Daarnaast kunnen in dit geval ook de coaching kosten voor vijf jaar gedekt worden en kan er tot 3000 EUR aan bijscholingskosten vergoed worden.

Start-up subsidies for jobseekers (“Einstieggeld”) In Duitsland probeert men werklozen die een zaak opstarten een duwtje in de rug te geven. Deze steun staat bekend als ‘Einstiegsgeld’ en is dus een startsubsidie. Deze startsubsidie kan onder bepaalde voorwaarden worden toegekend aan werklozen – die een werkloosheidsuitkering II ontvangen – wanneer ze een zelfstandige activiteit willen starten. Een Duitse werkloosheidsuitkering II is een behoeftegerichte en inkomensafhankelijke vorm van bijstand. De hoogte van deze uitkering is afhankelijk van een bepaald niveau van sociaal-cultureel levensonderhoud dat men wenst na te streven. Door het opstarten van een succesvol bedrijf zal men immers sneller in dit niveau van levensonderhoud kunnen voorzien en kan de werkloosheidsuitkering II verminderd of ingetrokken worden. Overeenkomstig het Duits Sociaal Wetboek kan deze startsubsidie voor een periode van 6 tot 24 maanden worden toegekend. De hoogte van de subsidie is afhankelijk van enerzijds de duurtijd van de periode van werkloosheid die voorafging aan de start van de zelfstandige activiteiten, anderzijds van de gezinsbehoeften van de betrokken persoon. De al dan niet toekenning en het bepalen van de exacte voorwaarden voor de subsidie is een discretionaire bevoegdheid van het Duits Federaal Arbeidsbureau. Samen met een inburgeringsspecialist van een Personal-Service Agentur – een met een uitzendbureau vergelijkbare instelling binnen het Federaal Arbeidsbureau waar werklozen zich verplicht dienen in te schrijven – zal een individuele integratiestrategie worden uitgestippeld. Tijdens dit proces kan bekeken worden of het opstarten van een zelfstandige activiteit een optie is voor de betrokken werkzoekende. De inburgeringspecialist zal vervolgens nagaan of het starten van een eigen bedrijf een realistisch doel is en of de toekenning van een startsubsidie hiervoor noodzakelijk is. Bij deze beoordeling wordt met verschillende elementen rekening gehouden, zo zal o.a. de persoonlijke geschiktheid als zelfstandig ondernemer van de werkzoekende worden geëvalueerd, de duurzaamheid van het project en of dit project niet bereikt kan worden op een andere manier of met andere middelen. Deze bevindingen worden – samen met een beschrijving van het project – neergeschreven in een integratieovereenkomst. Vervolgens kan er een beroep worden gedaan op deskundige instanties (bijvoorbeeld de kamer van koophandel) om de haalbaarheid van de oprichting en wat is neergeschreven in het rapport te bevestigen. Wanneer men van oordeel is dat er potentieel zit in het voorstel, kan het Federaal Arbeidsbureau een startsubsidie toekennen. Deze subsidie wordt doorgaans in twee fasen verstrekt. Gedurende de eerste zes maanden ontvangen de startende ondernemers een maandelijkse toelage die gelijk is aan het bedrag van hun meest recente werkloosheidsuitkering om in hun levensonderhoud te voorzien, plus 300 EUR voor de sociale zekerheid. Dit bedrag van 300 EUR voor de sociale zekerheid kan nog eens voor

Alle rechten voorbehouden – EY Consulting Services SRL

Pagina |

46


negen extra maanden worden toegekend als er aangetoond kan worden dat de voormalig werkloze een intensieve voltijdse beroepsactiviteit heeft dankzij de opstart van zijn bedrijf.

Alle rechten voorbehouden â&#x20AC;&#x201C; EY Consulting Services SRL

Pagina |

47


V.

Frankrijk

Frankrijk maakte reeds een budget van ruim EUR 622,63 miljard vrij voor fiscale- en investeringsmaatregelen in 2020. Fiscale- en investeringsmaatregelen in 2020 Budget (% of BBP 2019) Fiscale stimulus 2,40% Belastinguitstel 9,40% Andere liquiditeit/garantie 14,00%

Budget (EUR) EUR 56,7 miljard EUR 228 miljard EUR 337,93 miljard

Directe fiscale stimulus Het grootste budget in Frankrijk werd vrijgemaakt voor het aan het werk houden van mensen voor 2 maanden (chômage partiel) onder ‘le Fonds de solidarité’. Via deze maatregelen worden bedrijven vergoedt door de staat voor alle betaalde salarissen van hun werknemers (70% van de brutosalarissen of 100% indien er sprake is van een minimumloon)52. Het fonds is opgericht door de staat en de regio's om de stopzetting van de activiteiten van zeer kleine bedrijven, micro-ondernemers, freelancers en vrije beroepen met maximaal 10 werknemers, een jaarlijkse omzet, te voorkomen. Minder dan 1 miljoen euro en een jaarlijkse belastbare winst van minder dan 60.000 euro, vooral beïnvloed door de economische gevolgen van covid-19. Het fonds bestaat uit twee componenten: • •

Met het eerste deel kan de onderneming steun genieten die gelijk is aan het gemelde omzetverlies in maart, april en mei 2020, tot een maximum van 1.500 euro. Het tweede onderdeel stelt bedrijven die profiteren van het eerste onderdeel in staat om tussen 2.000 en 5.000 euro extra hulp te krijgen wanneer: - Hun beschikbare activa stellen hen niet in staat hun schulden te betalen op dertig dagen en het bedrag van hun vaste lasten, inclusief commerciële of professionele huur, verschuldigd voor de maanden maart, april en mei 2020; - Hun bank hen een redelijke contante lening heeft geweigerd. - Ze hebben ten minste één werknemer of ze zijn tussen 1 maart 2020 en 11 mei 2020 onderworpen aan een verbod op openbare opvang en hebben een omzet geregistreerd die in het afgelopen boekjaar is behaald, groter dan of gelijk aan 8.000 euro.

Target Nationale gezondheidszorg Loonbehoud Kleine bedrijven

Wat Aankoop beschermingsmateriaal en compensatie voor mensen actief in de zorgsector De staat vergoedt bedrijven die werknemers 2 maand uitbetaalden (chômage partiel) Subsidies via het ‘solidariteitsfonds’ foor kleine ondernemingen (omzet < EUR 1 miljoen), met een verlies van 50% of meer in Maart 2020

Budget EUR 8 miljard53 EUR 24 miljard54 EUR 7 miljard

52

https://www.economie.gouv.fr/files/files/PDF/2020/Coronavirus-MINEFI-10032020.pdf http://www.senat.fr/rap/l19-385/l19-3851.pdf 54 https://www.economie.gouv.fr/files/files/PDF/2020/Coronavirus-MINEFI-10032020.pdf 53

Alle rechten voorbehouden – EY Consulting Services SRL

Pagina |

48


Intrekken belastingen

Start-ups

Intrekking van belastingen en sociale zekerheidsbijdragen voor bedrijven en onafhankelijke werknemers die in moeilijkheden verkeren Terugbetaling van staatsbelastingkredieten aan start-ups te versnellen, steun voor innovatie via de PIA, steun aan innoverende bedrijven en het financieren tussen twee fonds en wervingscampagnes

EUR 16 miljard55

EUR 2 miljard

Om start-ups te ondersteunen bij het vergaren van kapitaal, garandeert de staat ook contante leningen tot tweemaal de Franse loonlijst van 2019 of, indien hoger, 25% van de jaaromzet. Deze leningen worden verstrekt door particuliere banken en Bpifrance, en zouden bijna EUR 2 miljard moeten vertegenwoordigen. Daarbij komt nog de versnelde terugbetaling door de staat van terug te betalen vennootschapsbelastingkortingen in 2020, inclusief het belastingkorting onderzoek (CIR) voor het jaar 2019 en btw-heffingen. De staat versnelt ook de betalingen, in dit geval die voor PIA-innovatiesteun die al zijn toegewezen maar nog niet zijn betaald, voor een totaalbedrag van naar schatting 250 miljoen euro. Via Bpifrance behoudt de regering ook haar steun aan innovatieve bedrijven met bijna 1,3 miljard euro aan innovatiesteun gepland voor 2020.56 Naast de hulp aan start-ups ondersteunt de staat ook kmo’s. Het FRPME (het MKBversterkingsfonds), onderschreven door Bpifrance Participations en het ‘Investments for the Future’ programma, heeft tot doel in te grijpen in kmo's of kleine midcap-bedrijven, industriële of diensten, met een omzet van minimaal 5 miljoen euro. De FRPME zal tussen EUR 0,5 en EUR 5 mln. tussenkomen in ontwikkelingskapitaal, voornamelijk in de vorm van Bonds to Stock Subscription Warrants (OBSA) in financieringsverrichtingen voor werkkapitaalvereisten (BFR) en versterking of herstructurering van de balans. Specifiek voor de toeristische sector, werden enkele maatregelen genomen in samenwerken van enerzijds Bpifrance en anderzijds la Banque des Territoires. 57 De Banque des Territoires houdt zich bezig met eigen vermogen en aanvullende langlopende schulden in zowel vastgoed- als infrastructuurprojecten maar ook, geval per geval, in het kapitaal van bedrijven in de sector, inclusief operators, met een sterk territoriaal en/of openbaar karakter. Hiervoor wordt EUR 1,7 miljard gemobiliseerd voor treasury-actie, eigen vermogen en schulden om de ontwikkeling en versterking van de toeristische sector te ondersteunen tegen de tijd dat de Wereldkampioenschap rugby in 2023 en de Olympische Spelen in 2024. Bpifrance komt tussen in de financiering van de sector enerzijds, en in eigen vermogen en quasi-eigen vermogen anderzijds met toeristische operatoren (bedrijven, operators), VSE's aan grote beursgenoteerde bedrijven. Maatregelen van Bpifrance voor de toeristische sector58: 55

In totaal is € 32 miljard bestemd voor uitstel en intrekking van belastingen en sociale zekerheid bijdragen, hier is de assumptie 50-50 gemaakt 56 https://www.bpifrance.fr/A-la-une/Actualites/Coronavirus-4-milliards-d-euros-pour-soutenir-les-start-ups49193 57 https://www.plan-tourisme.fr/ 58 https://www.bpifrance.fr/A-la-une/Actualites/Plan-Relance-Tourisme-un-guichet-unique-pour-lesentreprises-du-secteur-49518

Alle rechten voorbehouden – EY Consulting Services SRL

Pagina |

49


• • • • •

Verhoging totale capaciteit van de toeristische lening op EUR 1 miljard. Verhoging maximumbedrag van toeristische leningen tot EUR 2 mln. Uitstel van 12 maanden door Bpifrance verstrekte leningen aan bedrijven in de sector (kost EUR 400 mln.). Investeren van EUR 500 mln. Door Bpifrance in eigen vermogen en quasi-eigen vermogen in bedrijven in de sector. Specifieke ondersteuning van Bpifrance (door middel van advies, training en accelaratie-programma’s) voor 1.500 bedrijfsleiders.

Belastinguitstel Wat Uitstel van energiekosten (gas, elektriciteit en water) en huur, voor kleine bedrijven met een omzet van minder dan € 1 miljoen, die in maart 2020 70% of meer van hun inkomsten hebben verloren in vergelijking met maart 2019. Uitstel van betaling van schulden: de terugbetaling van bedrijfsleningen wordt met zes maanden uitgesteld Intrekking van belastingen en sociale zekerheid bijdragen voor bedrijven en onafhankelijke werknemers die in moeilijkheden verkeren

Budget EUR 3 miljard59

EUR 180 miljard60 EUR 16 miljard

Andere liquiditeits- en garantieregimes Wat Overheidsgarantie voor leningen verstrekt tussen 16 en 30 maart Overheidsgarantie voor leningen specifiek voor start-ups, kunnen tot 90% van de lening dekken Garanties door interne herverdelingen binnen Bpifrance en/ of budgetallocaties Kredieten aan ‘strategische economische actoren’ om hun kapitaal of schuldbewijzen te versterken Verhoging van de financieringscapaciteit van het Fonds voor economische en sociale ontwikkeling (FASD), specifiek voor bedrijven in economische moeilijkheden

Budget EUR 315 miljard61 EUR 2 miljard62 EUR 0,5 miljard EUR 20 miljard63 EUR 925

De ‘Hoger Raad voor Financiële Stabiliteit’ in Frankrijk, de France autoriteit verantwoordelijk voor het uitoefenen van toezicht op het financiële systeem als geheel, heeft beslist het tarief van anticyclische kapitaalbuffer van de banken volledig te versoepelen en te verlagen naar

59

https://minefi.hosting.augure.com/Augure_Minefi/r/ContenuEnLigne/Download?id=234D488E-6EBB-4ACE95F9-D189DB74C22E&filename=2079%20-%20Discours%20Bruno%20LE%20MAIRE%20%20Pre%CC%81sentation%20PLFR%20-%20Assemble%CC%81e%20nationale.pdf 60 https://www.economie.gouv.fr/files/files/PDF/2020/Coronavirus-MINEFI-10032020.pdf 61 https://www.economie.gouv.fr/files/files/PDF/2020/Coronavirus-MINEFI-10032020.pdf 62 https://www.economie.gouv.fr/coronavirus-start-up-mesures-de-soutien-economique 63 http://www.assemblee-nationale.fr/dyn/15/textes/l15b2820_projet-loi

Alle rechten voorbehouden – EY Consulting Services SRL

Pagina |

50


0%, met inwerkingtreding op 2 april 2020. Deze maatregel moet helpen krediet te verlenen aan kleine en middelgrote ondernemingen, die sterk afhankelijk zijn van bankfinanciering. 64 Via het programma ‘French Tech Bridge’ van EUR 80 mln., gefinancierd door het Investments for the Future-programma (PIA) en beheerd door Bpifrance, zal bruggen financieren tussen twee fondsenwervers. Dit met doel om start-ups te ondersteunen die bezig waren met fondsenwerving of die er de komende maanden een gepland hadden. Deze financiering, die kan variëren van 100.000 euro tot 5 miljoen euro, heeft de vorm van converteerbare obligaties (CB's), met mogelijke toegang tot kapitaal, en moet worden geco-financiert door particuliere investeerders. In totaal zal de French Tech Bridge met hefboomwerking 160 miljoen euro eigen vermogen mobiliseren voor Franse start-ups. Frankrijk voorziet, door middel van kapitaalinjecties of nationaliseringen, in een kredietlijn ten bedrage ven EUR 20 miljard voor strategische, industriële bedrijven en dit ter versterking van het eigen vermogen, het quasi-eigen vermogen en de schuldbewijzen van bedrijven.65 In Frankrijk werd de herverzekering van kortlopende exportkredieten in het kader van een breder rampenplan verhoogd van 1 miljard EUR tot 5 miljard EUR. Dit heeft als doel het plafond voor kortlopende exportkredietverzekeringen te verhogen om bedrijven, met name kmo's en kleine en middelgrote ondernemingen, te beschermen tegen het risico van wanbetaling in een complexe internationale context. 66 Om de cashflow van sommige ondernemingen te verbeteren, voorziet Frankrijk in een opschortingen van het plafond inzake voorschotten betaald door de overheid i.v.m. openbare aanbestedingen alsook de eliminatie van sancties bij het verstrijken van deadlines. Bpifrance heeft, onder het Covid-19 Bpifrance Emergency plan, nieuwe maatregelen ingevoerd voor zeer kleine bedrijven, kmo's en mid-caps om de cashflowmoeilijkheden van bedrijven van wie de activiteit wordt beïnvloed door de Coronavirus-epidemie te verlichten.67 Enkele van deze maatregelen zijn: •

•

•

Verhogen van de Bpifrance-garantie tot 90%, in samenwerking met de banken en de France Regio’s: - Door particuliere banken verstrekte leningen voor 3 tot 7 jaar. - Voor rekening-courantkredieten goedgekeurd door de bank van het bedrijf, voor periodes van 12 tot 18 maanden. - De Bpifrance-garantie is beschikbaar voor midcap-bedrijven. Directe ondersteuning op de cashflow van bedrijven te vergroten via ongedekte 3 tot 5-jarige leningen van: - EUR 10.000 tot EUR 5 mln. voor kmo’s. - Tot EUR 30 mln. voor grote ondernemingen. Opschorting van de betaling van looptijden voor leningen van Bpifrance per 16 maart.

64

https://www.economie.gouv.fr/hcsf/coussin-fonds-propres-contra-cyclique https://ec.europa.eu/info/sites/info/files/coronovirus_policy_measures_28_may_0.pdf 66 https://ec.europa.eu/info/sites/info/files/coronovirus_policy_measures_28_may_0.pdf 67 https://www.bpifrance.com/News-Insights/Covid-19-Bpifrance-emergency-plan 65

Alle rechten voorbehouden – EY Consulting Services SRL

Pagina |

51


•

Mobilisatie van alle kredietvorderingen, vergezeld van een kredietlijn op de lopende rekening die overeenkomt met 30% van de gemobiliseerde volumes.

Daarnaast lanceerde de overheid, samen met het bankennetwerk en door de staat gegarandeerde lening (PGE – Prêt garanti par l’Etat), specifiek opgezet om de cashflow te verlichten van bedrijven die sterk zijn getroffen door de Covid-19 pandemie.68 Het betreft een lening in contanten verstrekt oor een bankinstelling of een ‘crowd-lending’ platform, waarbij het bedrag tot 3 maanden van de omzet van 2019 vertegenwoordigd, of 2 jaar loonlijst voor innovatieve bedrijven of bedrijven opgericht sinds 1 januari 2019. Er is een uitgestelde terugbetaling van 1 jaar en een maximale terugbetaling op 5 jaar.

Nieuwe arbeidsregimes De hervorming van het leercontract Het leercontract werd grondig hervormd in Frankrijk in de jaren 2018, 2019 en 2020. Dit leidde tot een enorme stijging van het aantal personen met een leercontract. Deze personen werden nadien ook vaak aangeworven in de ondernemingen waar zij op leercontract werkten. Het leercontract is enerzijds flexibeler geworden en ook meer toegankelijk voor jongeren. Dit zijn onder andere de belangrijkste maatregelen die genomen werden: 1. De leeftijdsgrens werd opgetrokken van 25 naar 29 jaar. Een persoon die een leercontract wil afsluiten in Frankrijk mag niet meer dan 29 jaar zijn op het moment dat het leercontract ingaat. 2. Tijdens de hervorming werd ook bevestigd in de wetgeving dat de opleiding gratis moet zijn voor de leerlingen. 3. De minimumduur van het leercontract werd aangepast naar 6 maanden. Voor de hervorming moest een leercontract voor ten minste 1 jaar worden gesloten. Nu kan de duur van een leercontract tussen de 6 maanden en de 3 jaar bedragen in Frankrijk. 4. Ook kan de duur van het leercontract aangepast worden om rekening te houden met de competenties/kennis die de jongere al heeft. 5. Personen kunnen nu starten met een leercontract op elk moment van het kalenderjaar. Vroeger kon dit enkel aan het begin van het schooljaar. 6. Voor de jongeren met een leercontract tussen de 16 en 20 jaar werd het loon met 30 EUR per maand verhoogd. 7. In Frankrijk worden de opleidingen gegeven door zogenaamde “opleidingscentra voor leercontracters” (« centres de formation pour apprentis »). Deze opleidingscentra worden nu wettelijk verplicht om de jongeren die een opleiding via een leercontract willen beginnen, bij te staan bij hun zoektocht naar een werkgever waar zij kunnen werken onder leercontract tijdens hun opleiding. In het verleden stonden sommige opleidingscentra hun kandidaat-leerlingen reeds bij, bij het zoeken naar een werkgever, maar anderen deden dat niet. 8. Als een jongere een opleiding wilt beginnen maar nog geen werkgever heeft gevonden waarbij hij deeltijds kan werken tijdens zijn opleiding, dan kan hij toch al

68

https://bpifrance-creation.fr/encyclopedie/covid-19-mesures-exceptionnelles/aides-financieres-liees-a-crisecovid-19/pret-garanti

Alle rechten voorbehouden – EY Consulting Services SRL

Pagina |

52


gedurende maximaal 3 maanden de opleiding aanvatten, terwijl hij met de hulp van het opleidingscentra zoekt naar een werkgever. 9. Jongeren die hun auto moeten gebruiken om naar het opleidingscentra of naar de werkgever te gaan en die geen rijbewijs hebben, krijgen een bedrag van 500 EUR om hun rijbewijs te halen. 10. Het is nu mogelijk voor jongeren om van werkgever te veranderen lopende hun leercontract. Zij kunnen hun ontslag geven en tekenen bij een nieuwe werkgever en tegelijkertijd onder leercontract blijven en hun opleiding blijven verderzetten. Voor de hervorming was dit niet mogelijk in Frankrijk en was enkel een beëindiging in onderling akkoord mogelijk voor de leercontracters. 11. Ook hebben jongeren onder leercontract als zij worden ontslaan 6 maanden de tijd om een nieuwe werkgever te zoeken, en kunnen zij ondertussen hun opleiding verderzetten. Vooraleer de hervorming was dit niet mogelijk en konden jongeren als zij werden ontslaan vlak voor hun examens deze examens niet mee doen en hun opleiding onder leercontract niet afwerken. Ook voor werkgevers werd het aanwerven van jongeren via een leercontract aantrekkelijker gemaakt. Zoals hoger reeds aangehaald, is het nu mogelijk om jongeren aan te werven onder leercontract op elk moment van het jaar (ook lopende het schooljaar). Ook kunnen werkgevers jongeren onder leercontract ontslaan in bepaalde gevallen (onder andere bij een zware fout van de jongere, ingeval van overmacht, ingeval van medische ongeschiktheid van de jongere, …). Daarnaast zijn er nog de volgende nieuwe maatregelen die het leercontract aantrekkelijk maken voor werkgevers: 1. De uren die jongeren onder een leercontract mogen werken (per dag en per week) werden verhoogd en gelijkgetrokken met de uren van normale werknemers, zodat de leercontracters beter kunnen worden ingeschakeld in de ondernemingen. 2. De sociale partners gaan samen met de staat bekijken welke opleidingen moeten worden aangeboden en in welke sectoren er een tekort is aan opgeleide arbeidskrachten. 3. Het moet eenvoudiger worden voor de opleidingscentra om nieuwe opleidingen te creëren, als er een nood is aan arbeidskrachten in bepaalde beroepen. 4. De procedure voor de registratie van het leercontract werd vereenvoudigd. 5. De werkgevers met minder dan 250 werknemers die jongeren aanwerven via een leercontract ontvangen ook een financiële steun bij aanwerving. Dit systeem werd vereenvoudigd. 6. Werkgevers die jongeren aanwerven onder leercontract dienen een deel van de werkgevers sociale bijdragen niet te betalen. Dit werd uitgebreid naar de zogenaamde « werkgeversbijdragen inzake het aanvullend pensioen » (« cotisations patronales de retraite complémentaire légalement obligatoires ») en de « werkgeversbijdragen inzake de werkloosheidsverzekering » («contribution patronale d’assurance chômage»). Er werd ook een campagne opgezet om jongeren te interesseren voor het leercontract ("Avec l’apprentissage, #DémarreTaStory"). Ook kunnen de opleidingscentra een voorbereidend leertraject creëren («prépaapprentissage»). Dit dient om jongeren die aan een leercontract willen beginnen, maar die

Alle rechten voorbehouden – EY Consulting Services SRL

Pagina |

53


nog niet voldoende voorafgaande kennis of vaardigheden hebben om zo’n opleiding met succes af te leggen, op te leiden zodat ze daarna een opleiding met leercontract kunnen aanvangen. Het gevolg van de hervormingen was dat er veel meer personen werden aangetrokken tot het leercontract. Het aantal personen met een leercontract is enorm gestegen in Frankrijk als gevolg van de hervormingen in 2018, 2019 en 2020 en dit heeft ook geleid tot een verlaging van de werkloosheid voor de coronacrisis uitbrak.

Flexibilisering van het arbeidsrecht In Frankrijk werd het arbeidsrecht hervormd in 2017, teneinde het arbeidsrecht flexibeler te maken. Deze modernisering en flexibilisering van het arbeidsrecht worden aangehaald als één van de redenen dat het werkloosheidsniveau in de navolgende jaren is gedaald. •

• •

•

De regels rond nachtarbeid werden versoepeld. - In Frankrijk dient nachtarbeid exceptioneel te zijn en is nachtarbeid enkel mogelijk wanneer het nodig is om de continuïteit te garanderen van de economische activiteit of voor nuttige dienstverlening t.a.v. het publiek. Dit kan worden ingevoerd door een ondernemings-CAO. Sinds 2017 genieten de CAO’s die worden afgesloten het vermoeden dat ze wettig zijn. Telewerk werd wettelijk voorzien en er werd een wettelijk kader gecreëerd met regels rond telewerk. De sociale dialoog werd vergemakkelijkt in ondernemingen, doordat de 3 verschillende werknemers vertegenwoordigende organen die bestonden in Frankrijk binnen ondernemingen, herleid werden naar 1 orgaan. - Vertaald naar België zou dit erop neer komen dat de ondernemingsraad, het CPBW en de vakbondsafvaardiging éen orgaan zouden worden. Er werd ook een voorstel gedaan om de ervaring die werknemers opdoen als zij een mandaat uitoefenen als werknemersvertegenwoordiger te valoriseren en te erkennen, door werkgevers een evaluatiegesprek te laten houden met de werknemersvertegenwoordigers aan het einde van hun mandaat.

Alle rechten voorbehouden – EY Consulting Services SRL

Pagina |

54


VI.

Denemarken

Denemarken maakte tot dusver EUR 38,24 miljard vrij voor compensatie- en herstelpakketten naar aanleiding van de crisis. Een relatief omvangrijk pakket tot dusver, dat zelfzeker werd genomen aangezien de Deense overheidsfinanciën zich daartoe verlenen: slechts 33,2% van het BBP in 2019 Fiscale- en investeringsmaatregelen in 2020 Budget (% of BBP 2019) Fiscale stimulus 2,10% Belastinguitstel 7,20% Andere liquiditeit/garantie 2,90%

Budget (EUR) EUR 7,49 miljard EUR 22,10 miljard EUR 8,84 miljard

Directe fiscale stimulus Federaal niveau De Deense regering stemde er vervolgens mee in de kosten van de salarissen van werknemers bij particuliere bedrijven te dekken, zolang die bedrijven geen mensen ontslaan. Dit ondersteuningspakket (het tripartiete akkoord) treedt in werking wanneer een bedrijf melding maakt dat het ofwel 30 procent van zijn werknemers moet ontslaan of minstens 50 mensen moet ontslaan. De Deense staat heeft ermee ingestemd om 75 procent van de salarissen van werknemers op zich te nemen, tot $ 3.288 per maand – dit zou het inkomen behouden voor alle werknemers die tot $ 52.400 per jaar verdienen –. De filosofie is in sé dat de overheid bedrijven aanmoedigt om hun relatie met de werknemers te behouden. Er wordt namelijk gesteld dat een sterk economisch herstel moeilijker zal blijken als bedrijven tijd moeten besteden aan het inhuren van ontslagen werknemers. Het plan had oorspronkelijk een looptijd van drie maanden, maar werd verlengd tot 29 Augustus. Voor diegene die omzetverlies leiden en die niet rechtstreeks vallen onder het tripartiete akkoord over looncompensatie is er ook een stimulus voorzien. De Deense regering maakt tijdelijk een budget van DKK 10 miljard vrij ter compensatie van zelfstandigen en freelancers. Zelfstandigen komen in aanmerking wanneer aan volgende voorwaarden is voldaan: • • • • • •

Verwachte omzetdaling van minimum 30% n.a.v. Covid-19. Gemiddelde maandelijkse omzet van ten minste DKK 15.000. Maximum 10 voltijdse werknemers. Geregistreerd in het Deense CVR-register. Eigenaar moet ten minste 25% van het bedrijf bezitten en er tewerkgesteld zijn. Persoonlijk inkomen van de eigenaar mag niet meer dan DKK 800.000 in het boekjaar 2020 bedragen.

De regeling voor freelancers is bedoeld voor zelfstandigen zonder Deens CVR-nummer en die ook een derving van hun inkomsten van minimaal 30% verwachten als gevolg van COVID19 (verlies van B-inkomen). Om een vergoeding te ontvangen, moet het B-inkomen van de persoon in 2019 ten minste 180.000 DKK zijn, wat overeenkomt met een maandelijks gemiddelde van ten minste 15.000 DKK. Voorwaarde voor het ontvangen van een vergoeding is ook dat het persoonlijk inkomen van de zelfstandige in 2020 niet hoger is dan 800.000 DKK. Er wordt een administratiemodel opgesteld voor personen die in 2019 niet als freelancer hebben gewerkt en daardoor in 2019 geen B-inkomen van minimaal DKK

Alle rechten voorbehouden – EY Consulting Services SRL

Pagina |

55


180.000 kunnen documenteren. Als aan de voorwaarden is voldaan, kan de zelfstandige in de periode van 9 maart tot en met 9 juni 2020 75% van het verwachte B-inkomensverlies dekken, maar maximaal 23.000 DKK voor een maand. Tenslotte is er een compensatie voorzien in het dekken van vaste kosten door de overheid. Bedrijven die worden getroffen door het tijdelijke verbod op zakendoen van de Deense regering om de verspreiding van COVID-19 in te dammen, en die daarom volledig gesloten zijn, hoeven hun vaste kosten geheel niet te betalen (zolang het verbod van kracht is). Voor andere bedrijven hangt de vergoeding af van de omzetdaling van het bedrijf in de periode van 9 maart tot 9 juni 2020: • • • •

Omzetdaling van 80-100%: Compensatie van 80% van de vaste kosten; Omzetdaling van 60-80%: Compensatie van 50% van de vaste kosten; Omzetdaling van 40-60%: Compensatie van 25% van de vaste kosten; Omzetdaling van 40% of lager: Geen vergoeding.

Target Loonbehoud en werkzekerheid Kleine zelfstandigen & freelancers Behoud van jobs Compensatie ziekteuitkering

Wat Tijdelijke compensatie voor vaste kosten

Budget69 EUR 5,36 miljard

Tijdelijke compensatie voor inkomensverlies Ondersteuning van bedrijven die ontslagen plannen Compensatie voor bedrijven die ziekteuitkeringen moeten betalen aan werknemers

EUR 1,34 miljard EUR 0,51 miljard EUR 0,23 miljard

Op niveau van de deelstaten Tenslotte voorziet Denemarken in een versoepeling en stimulans voor investeringen van regio’s en gemeenten. Praktisch is er tussen de overheid, het KL en de Deense regio’s afgesproken om het civiel plafond te verhogen (tot DKK 21,6 miljard in 2021). Tevens is er afgesproken om meer voorschotten te geven aan projectontwikkelaars, wat op 5 miljard DKK wordt geraamd. Dit betekent dat de gemeenten en regio's vrije ruimte krijgen om voluit investeringen te doen die snel moeten kunnen opgestart worden. Het uitgangspunt is dat deze investeringen in 2020 worden afgerond. Hierdoor tracht de regering de liquiditeitsproblemen voor bedrijven die leveren aan de publieke sector (voornamelijk bouwbedrijven) te verzachten. Voor de gemeenten ligt de focus op het energetisch renoveren van het gemeentelijk gebouwenpark of andere investeringen inzake groene energie. De regio's anderzijds, die bevoegd zijn voor de gezondheidszorg en ziekenhuizen in Denemarken, moeten blijven focussen op het beheersen van de gezondheidscrisis. In de regio's zullen dus mogelijks investeringen worden uitgesteld om de veilige en stabiele werking van de ziekenhuizen te ondersteunen. In plaats daarvan, moeten de regio's andere investeringsprojecten proberen voort te zetten die geen gevolgen hebben voor de werking van het ziekenhuizen en die de komende jaren toch moeten worden uitgevoerd. Bovendien zijn de regering, KL en de Deense regio's 69

https://e-markets.nordea.com/#!/article/56456/denmark-economic-measures-to-tackle-the-corona-crisis

Alle rechten voorbehouden – EY Consulting Services SRL

Pagina |

56


overeengekomen om de mogelijkheid te bieden om tot 31 oktober 2020 een aantal kredietregels die belangrijk zijn voor openbare aanbestedingen te verlichten: • •

Voor leveringen die plaatsvinden tot 1 juli 2020 met een waarde van maximaal DKK 1 miljoen zal het mogelijk zijn voorschotten te verlenen; Publieke instanties mogen zich onthouden van het in gebreke stellen van aannemers (bijv. Vorderingen tot betaling van boetes voor de vertraging van werkzaamheden), indien de wanbetaling kan worden toegeschreven aan COVID-19.

Aansluitend bevat het Deens regionaal corona akkoord een clausule om de publiekprivate samenwerking te bevorderen. Er wordt zo een vrijstelling van leningen en deposito’s ten belope van 400 miljoen DKK ingesteld. Target

Wat

Gezondheidssector

Op lokaal niveau: investeringen in meer zorgpersoneel, tegemoetkoming medicatie, ouderenzorg, etc. Welvaart-compenserend pakket om de behandelingskosten van Covid-19 weg te werken Activiteit en werkgelegenheid te verhogen door een buitengewone verhoging van het geplafonneerde installatieniveau Energetisch renoveren van het gemeentelijk gebouwenpark of andere investeringen inzake groene energie Ter bevordering van PPS structuren

Compensatie voor Covid-19 kosten Bouwsector Extra versterking regio’s en gemeenten Vrijstelling van leningen en deposito’s

Budget (niet in federaal budget) EUR 0,17 miljard70 EUR 0,42 miljard71 EUR 0,13 miljard72 EUR 0,34 miljard73 EUR 0,05 miljard74

Belastinguitstel De Deense overheid verleent 30 dagen uitstel voor het betalen van de BTW en 4 maanden uitstel voor de bedrijfsvoorheffing. Wat BTW en inkomstenbelasting

Budget75 EUR 22,1 miljard

70

https://fm.dk/nyheder/nyhedsarkiv/2020/maj/oekonomiaftale-med-kl-daekker-coronaregning-og-kansparke-gang-i-vaeksten/ 71 https://fm.dk/nyheder/nyhedsarkiv/2020/maj/oekonomiaftale-med-danske-regioner-daekkercoronaregning-i-2020-og-giver-1-3-mia-mere-til-velfaerd-i-2021/ 72 https://fm.dk/nyheder/nyhedsarkiv/2020/maj/oekonomiaftale-med-danske-regioner-daekkercoronaregning-i-2020-og-giver-1-3-mia-mere-til-velfaerd-i-2021/ 73 https://fm.dk/nyheder/nyhedsarkiv/2020/marts/regeringen-indgaar-aftaler-med-kl-og-danske-regioner-omtiltag-som-skal-understoette-dansk-oekonomi/ 74 https://fm.dk/nyheder/nyhedsarkiv/2020/maj/oekonomiaftale-med-kl-daekker-coronaregning-og-kansparke-gang-i-vaeksten/ 75 https://e-markets.nordea.com/#!/article/56456/denmark-economic-measures-to-tackle-the-corona-crisis

Alle rechten voorbehouden – EY Consulting Services SRL

Pagina |

57


Andere liquiditeits- en garantieregimes De Deense overheid verleent met in deze uitzonderlijke economische omstandigheden staatsgaranties die toegankelijk zijn voor kmo's en large cap bedrijven. Ook wordt de limiet voor deze staatsgegarandeerde kredietregelingen voor kmo’s verhoogd: • •

Tot een totaal van 25 miljard DKK voor grote bedrijven; Tot een totaal van DKK 17,5 miljard voor kmo’s met een verlieslimiet van ongeveer 5 miljard DKK, waardoor leningen tot 25 miljard DKK worden vergemakkelijkt.

Verder zijn er initiatieven om kleine en middelgrote Deense exportbedrijven te helpen. Een nieuwe liquiditeitsgarantie van het EKF, de Deense exportkredietinstelling, wordt vrijgemaakt. Ook is er aandacht voor de liquiditeitspositie van studenten. Studenten en leerlingen in het hoger secundair onderwijs hebben het recht om naast de beschikbare beurzen en SU-lening opties extra studieleningen (zogenaamde SU-leningen) van maximaal DKK 6.388 per maand aan te gaan. Tenslotte meent de Deense overheid reisbureaus door deze buitengewone crisis heen te helpen: het Deense reisgarantiefonds te versterken door middel van een staatsgarantie van DKK 1,5 miljard. Wat Overheidsgaranties voor kmo’s en grote ondernemingen Exportgaranties via het EKF Garanties voor luchtvaartmaatschappij SAS Voordelige studentenleningen Voorschotten aan projectontwikkelaars Staatsgaranties voor het Danish Travel Guarantee Fund

Budget76 EUR 8,13 miljard EUR 0,17 miljard EUR 0,13 miljard EUR 0,20 miljard EUR 0,67 miljard EUR 0,20 miljard

Nieuwe arbeidsregimes Premies voor de inschakeling van werklozen bij jobrotatie Een Deense werkgever kan in aanmerking komen voor ‘jobrotatie-uitkeringen’ van het arbeidsbureau indien de werkgever tijdelijk een werkloze in dienst neemt ter vervanging van een andere werknemer die een bijscholing volgt. Deze vervanging mag maximaal zes maanden duren. Om in aanmerking te komen voor dergelijke uitkering moet de tijdelijke werknemer minstens zes maanden werkloos geweest zijn.

Salarissubsidie voor opleidingsovereenkomst Een Deense werkgever die een opleidingsovereenkomst (stage) sluit met een volwassene die aan de start van de opleiding 25 jaar is geworden, kan in aanmerking komen voor een subsidie voor de betaling van het salaris dat de werknemer tijdens deze opleiding ontvangt.

76

https://e-markets.nordea.com/#!/article/56456/denmark-economic-measures-to-tackle-the-corona-crisis

Alle rechten voorbehouden – EY Consulting Services SRL

Pagina |

58


Premie voor het verbeteren van werkvaardigheden Een Deense werkgever kan subsidies ontvangen voor de kosten die hij maakt om de vaardigheden van een in dienst genomen werknemer te verbeteren. Omdat er aanspraak gemaakt kan worden op deze premie is het dat de werknemer gedurende twaalf maanden werkloos was. Indien de werknemer jonger is dan 30 jaar of het risico loopt om langdurig werkloos te worden, kan de werkgever al na zes maanden werkloosheid in aanmerking komen voor deze premie. Verder moet er sprake zijn van een werkelijke verbetering van de werknemer zijn of haar vaardigheden.

Bevorderen van tewerkstelling van gehandicapten Een werkgever kan in Denemarken subsidies ontvangen voor de betaling van het salaris van een persoonlijke assistent die hij heeft aangeworven voor werknemers met een fysieke of mentale handicap. De rol van deze persoonlijke assistent is het bijstaan van de gehandicapte werknemer bij arbeidsgerelateerde taken wanneer deze daar behoefte aan heeft vanwege zijn of haar functiebeperking. Daarnaast kan een werkgever loonsubsidies ontvangen voor de aanwerving van een gehandicapte die een onderwijsprogramma van ten minste 18 maanden heeft voltooid dat recht geeft op aansluiting bij het werkloosheidsverzekeringsfonds. Deze subsidie kan tot twee jaar na de voltooiing van de opleiding worden toegekend. De toekenning vindt slechts plaats voor zover de betrokkene er niet in geslaagd zou zijn om een baan te vinden die hem of haar dezelfde ervaring in het vakgebied zou hebben opgeleverd als de verworven kennis door het volgen van de opleiding. Deze subsidie kan slechts toegekend worden voor een maximale periode van één jaar.

Andere maatregelen In Denemarken is het concept van levenslang leren sterk ingeburgerd in de visie en missie van het land. Men gaat ervan uit dat zowel kinderen, jongeren als volwassenen gedurende hun hele leven zullen leren. Op die manier hopen ze een hooggekwalificeerd personeelsbestand te bereiken dat kan slagen in een wereldwijde kenniseconomie. Men wil daarbij een sterk concurrentievermogen ontwikkelen dat toch gericht is op cohesie binnen het land. Concreet zal Denemarken het onderwijs aanpassen aan de noden van de arbeidsmarkt, zullen ze 8000 tot 10 000 extra banen creëren en willen ze dat 30% van de jonge mensen een beroepsopleiding gevolgd heeft tegen 2025. Er is een focus op onderwijs, levenslange verbetering van vaardigheden, onderzoek en innovatie en er zijn daarbij 9 doelstellingen: • • • • • • • •

Een coherent en flexibel onderwijssysteem Gelijke kansen Onderwijs van wereldklasse Volwassenonderwijs en permanente opleiding Systematische competentieontwikkeling Sterke interactie Een mondiaal perspectief Sterke onderwijsomgevingen

De opleidingsprogramma’s zullen zeer gestructureerd opgebouwd worden zodat ze makkelijk te vergelijken vallen met het reguliere onderwijssysteem. Daarbij zal de output van een opleiding wel aangepast worden aan de ervaring en interesse van volwassenen.

Alle rechten voorbehouden – EY Consulting Services SRL

Pagina |

59


EĂŠn derde van de Denen tussen de 25-64 jaar volgde een extra opleiding die betaald werd door hun werkgever. Ze hebben ook een klassiek programma voor werklozen dat hen zo goed mogelijk probeert voor te bereiden op het terugkeren naar de arbeidsmarkt.

Alle rechten voorbehouden â&#x20AC;&#x201C; EY Consulting Services SRL

Pagina |

60


VII.

Zweden

De Zweedse regering heeft sinds midden maart een aantal maatregelen gepresenteerd in vijf aanvullende gewijzigde 86 begrotingen en in de "Voorjaarswijziging voor 2020". De maatregelen omvatten zowel specifieke maatregelen gericht op werknemers en het behoud van jobs, het steunen van specifieke COVID-19 acties, het verschaffen van sociale voordelen etc. Hieronder een kort overzicht van uitgelichte maatregelen, voor de wisselkoers werd de koers van 1 Juni 2020 gebruikt zoals aangegeven door de ECB.77

Directe fiscale stimulus Target Culturele sector, sportbewegingen en lokale journalistiek Bedrijven uit specifieke branches (bv. horeca)

Gemeenten

Ondernemingen

Regionaal openbaar vervoer

Wat Specifieke steun aan de culturele sector, sportbewegingen en lokale journalistiek. Door de staat gefinancierde culturele instellingen ontvangen extra financiering om inkomstenverliezen te compenseren.78 Tijdelijke korting op huurkosten voor bedrijven in branches met aanzienlijke moeilijkheden als gevolg van COVID-19. Dekking van 50 procent van de korting op de vaste huur, dus de daadwerkelijke korting, maar maximaal 25 procent van de oorspronkelijke vaste huur.79 In 2020 ontvangen gemeenten en regio's 21 miljard SEK aan hogere algemene subsidies, waarvan 12,5 miljard SEK een permanente verhoging van de kredieten is. Zweedse bedrijven (rechtspersonen en natuurlijke personen) met een omzetverlies van minimum 30% door de pandemie, in maart en april 2020 (i.v.m. dezelfde periode in 2019), waarvan het jaarlijkse netto-omzet minimum SEK 250.000 (EUR 23.995) bedraagt, kunnen steun aanvragen van 75% van de geleden verliezen op basis van vaste kosten.80 Regionaal openbaar krijgt tijdelijke staatssteun, de steun wordt over de regio's verdeeld onder de bevoegde autoriteiten op basis van de omvang van de ticketinkomsten in elke regio.

Budget SEK 2,338 miljard (EUR 229 miljard)

SEK 5 miljard (EUR 479 mln.)

SEK 21 miljard (EUR 2 miljard) SEK 39 miljard (EUR 3,74 miljard)

SEK 3 miljard (EUR 288 mln.)

77

(FX: EUR 1 = SEK 10,4188); https://www.ecb.europa.eu/stats/policy_and_exchange_rates/euro_reference_exchange_rates/html/eurofxref -graph-sek.en.html 78 https://www.government.se/press-releases/2020/03/sek-1-billion-to-culture-and-sport-as-a-result-of-theimpact-of-the-covid-19-virus/ 79 https://www.government.se/articles/2020/04/the-government-has-decided-on-a-temporary-discount-forfixed-rental-costs-in-vulnerable-sectors/ 80 https://www.government.se/press-releases/2020/04/businesses-to-receive-support-based-on-loss-ofturnover/

Alle rechten voorbehouden â&#x20AC;&#x201C; EY Consulting Services SRL

Pagina |

61


Belastinguitstel Wat Versterking van de liquiditeit via belastingrekeningen: Max 3 maand uitstel voor betaling van WG-bijdragen voor sociale zekerheid, voorbelasting op salarissen en BTW Ter ondersteuning van kmo’s wordt het toegestaan de jaarlijks gerapporteerde belasting over de toegevoegde waarde uit te stellen. Daarom kunnen bedrijven de betaling van de verschuldigde btw van vorig jaar uitstellen. Kmo’s kunnen de in 2019 betaalde voorbelasting terugvorderen en deze later betalen of verrekenen met toekomstige verliezen

Budget SEK 27 miljard - SEK 315 miljard (EUR 2 – 30 miljard) Max SEK 7 miljard (EUR 671 mln.) Max SEK 13 miljard (EUR 1,24 miljard)

Andere liquiditeits- en garantieregimes Dit betreft zowel nieuwe fondsen voor de publieke als de private investeringsinstrumenten. Wat Staatskredietgaranties voor Zweedse luchtvaarmaatschappijen Verlenging van krediet en kredietgaranties via de Zweedse exportkredietagentschap (EKN) en uitbreiding van de Zweedse exportkredietmaatschappij (SEK) Dekking van EKN Lening garantie van de centrale overheid81: - Voornamelijk voor kmo’s - Max SEK 75 mln. (EUR 7,2 mln.) - Risico verdeeld tussen overheid en banken (70/30); In 2020 kunnen garanties worden gegeven voor een totaal van maximaal SEK 100 miljard (EUR 9,6 miljard)

Budget Max SEK 5 miljard (EUR 479 mln.) SEK 130 miljard (EUR 12,48 miljard)

Overheidsfondsen in Zweden worden aangesterkt om vooral risicokapitaal te verlenen aan kleine ondernemingen. ALMI (het Zweedse kmo en Ondernemersagentschap) ontvangt een kapitaalinjectie van SEK 3 miljard (EUR 288 mln.) om de kredietverlening aan kmo’s te verhogen. De aanvullende financiering is bedoeld om de crisis in kleine innovatieve bedrijven te overbruggen en het verlies van structureel kapitaal en immateriële activa in de biowetenschappensector en andere te voorkomen.82 Finansinspektionen, de Zweedse overheidsinstantie verantwoordelijke voor financiële regulering in Zweden nam, ook maatregelen om de impact van de pandemie zoveel mogelijk te beperken. Deze houden onder andere in: •

Verlagen van de contra cyclische kapitaalbuffer van 2,5% naar 0%, wat een verlaging van de kapitaalvereisten impliceert van ongeveer SEK 45 miljard (EUR 4,32 miljard);83

81

https://www.government.se/articles/2020/03/proposed-central-government-loan-guarantee-programmefor-small-and-medium-sized-enterprises/ 82 https://www.government.se/press-releases/2020/05/government-boosts-almi-invests-investment-powerto-bridge-crisis-in-small-innovative-businesses/ 83 https://www.fi.se/en/published/press-releases/2020/fi-lowers-the-countercyclical-capital-buffer-tozero/#:~:text=The%20spread%20of%20the%20coronavirus,the%20world%20and%20in%20Sweden.&text=Finan sinspektionen%20(FI)%20will%20therefore%20lower,cent%20to%200%20per%20cent.

Alle rechten voorbehouden – EY Consulting Services SRL

Pagina |

62


•

•

•

•

Tijdelijk toestaan van het vallen van banken onder de liquiditeitsdekkingsratiovereisten voor individuele en totale valuta’s, wat de liquiditeitsbeperkingen verlicht;84 Inkomstenderving als gevolg van Covid-19 zullen in aanmerking komen als speciale gronden die banken in staat stellen de afschrijvingseisen van hypotheken te verminderen of op te heffen voor een (verlengbare) periode van 3 tot 12 maanden. Banken zullen de mogelijkheid hebben om alle nieuwe en bestaande hypotheekgevers een vrijstelling van de afschrijvingsvereisten te bieden als gevolg van de verspreiding van het coronavirus en de effecten ervan op de Zweedse economie. De vrijstelling geldt tot eind juni 2021. 85 Verwachtingen gezet dat kredietinstellingen de dividendbetalingen van dit jaar stopzetten en de winst gebruiken om hun kapitaalpositie verder te versterken;86

Daarnaast nam ook de centrale bank van Zweden verschillende maatregelen, dit is voor de Vlaamse Overheid minder relevant. Zweden kondigde een uitbreiding van het kredietgarantiekader van het Zweedse exportkredietagentschap aan ter ondersteuning van de luchtvaart, Zweedse exportbedrijven en, bij uitbreiding, de scheepsvaartsector. Om het voor luchtvaartmaatschappijen gemakkelijker te maken om leningen op de kapitaalmarkt aan te gaan, moet de staat leningen kunnen garanderen die zijn gewaarborgd bij commerciële banken gedurende de periode dat luchtvaartmaatschappijen worden getroffen door de pandemie. Daarom heeft de regering besloten dat Riksdag kredietgaranties kan verstrekken. De aanhoudende crisis heeft ook een bredere impact op de kritieke infrastructuur. Vergelijkbare kredietgaranties voor de scheepvaartsector kunnen worden beheerd via de Zweedse Export Credit Agency. Om het Agentschap in staat te stellen onverwijld de Zweedse export te bevorderen en, bij uitbreiding, de Zweedse scheepvaartsector.87

Nieuwe arbeidsregimes New start job/ “nystartjobb” De new start job is een reactiveringsmaatregel om mensen die al gedurende lange tijd werkloos zijn opnieuw te lanceren in de arbeidsmarkt en om hen sneller aan een nieuwe job te helpen. Bij deze maatregel krijgt de werkgever die een persoon aanneemt die lange tijd afwezig was op de arbeidsmarkt door werkloosheid of ziekte een financiële tussenkomst van de Zweedse overheid. De werkgever ontvangt een bepaald bedrag op basis van hoe lang de werknemer werkloos, in loondienst, op proef of werknemer voor een bepaalde tijd is geweest. Deze vergoeding dekt tenminste de werkgeversbijdrage. De werkloze moet zelf op zoek gaan naar een job en moet samen met de werkgever een aanvraag tot een financiële vergoeding indienen bij de “Arbetsformedlingen”. De new start job kan aangevraagd worden voor een functie van onbepaalde tijd, voor een werk van 84

https://www.fi.se/en/published/press-releases/2020/fi-on-liquidity-coverage-ratios-lcr-for-swedish-banks/ https://www.fi.se/en/published/press-releases/2020/banks-may-grant-all-mortgagors-amortisationexemption/ 86 https://www.fi.se/en/published/press-releases/2020/fi-expects-banks-and-credit-market-companies-tostop-dividend-payments/ 87 https://www.government.se/press-releases/2020/03/state-credit-guarantees-to-airlines-and-expandedcredit-guarantee-framework-for-the-swedish-export-credit-agency-to-mitigate-the-effects-of-sars-cov-2/ 85

Alle rechten voorbehouden – EY Consulting Services SRL

Pagina |

63


bepaalde tijd en ook voor deeltijds werk. De premie voor de new start job is beperkt tot 12 maanden voor werknemers tussen de 21-25 jaar en maximaal vijf jaar voor de andere leeftijdscategorieën. Om aanspraak te maken op een new start job moet de persoon enige tijd werkloos zijn en ingeschreven zijn bij de “Arbetsformedlingen”. Deze periode is korter voor jongeren tussen de 21-25 jaar. Ook personen die nieuw zijn in Zweden en recent een verblijfsvergunning hebben verkregen kunnen aanspraak maken op de new start job.

Introductory job/ “Introduktionsjobb” An introductory job is een job bij een private of publieke werkgever die personen de kans geeft om de arbeidsmarkt te ontdekken. Een introductory job is voorbehouden voor personen die een tijd niet hebben gewerkt of nog nooit in Zweden hebben gewerkt. De bedoeling van de introductory job is dat de persoon opnieuw voeling krijgt met de arbeidsmarkt of nieuwe vaardigheden aanleert en zo later sneller toegang krijgt tot een nieuwe job. De werkgever die een persoon aanneemt met een introductory job krijgt hiervoor een premie. De vergoeding kan maximaal 80% van de salariskosten van een maandsalaris (het maandsalaris wordt begrensd tot SEK 20.000) bedragen. Bijkomend kan de werkgever ook nog in de eerste zes maanden een vergoeding krijgen voor begeleiding of verbetering van de vaardigheden van de werknemer. Een introductory job kan betrekking hebben op een functie van onbepaalde duur of van bepaalde duur, voltijds of deeltijds. De werknemer kan een introductory job hebben voor maximaal 12 maanden. Er kan een bijkomende verlenging worden gevraagd aan de “Arbetsformedlingen” tot maximaal 36 maanden. De “Arbetsformedlingen” gaat samen met de werknemer en de werkgever na of de functie en de taken geschikt zijn voor een introductory job. Er wordt een overeenkomst opgemaakt met de werknemer en de werkgever, die bepaalt welke taken de werknemer dient te vervullen en hoe de werkgever de werknemer zal ondersteunen en leiden tijdens zijn introductory job.

Support starting a business In Zweden kunnen bepaalde doelgroepen die een onderneming wensen op te starten bijstand vragen aan de overheid. Er bestaan twee verschillende soorten bijstand. Enerzijds is er de bijstand “Starta eget, stöd till start av näringsverksamhet” die voornamelijk gericht is op werklozen en anderzijds is er de bijstand “Bidrag till uppstartskostnader vid start av näringsverksamhet” die gericht is op personen met een handicap. Hieronder wordt elk van deze maatregelen verder besproken. Steun voor startende bedrijfsactiviteiten/ “Starta eget, stöd till start av näringsverksamhet” Een werkloze die zijn eigen onderneming wil opstarten (alleen of met anderen) kan bijstand krijgen om een nieuwe onderneming op te starten indien het ondernemingsconcept winstgevend is en rendabel kan zijn op lange termijn. Het doel van deze bijstand is om werklozen aan te zetten om hun eigen onderneming op te richten en er ook voor te zorgen dat deze onderneming op een langere termijn rendabel en winstgevend wordt. Om deze bijstand aan te vragen moet men aan volgende voorwaarden voldoen:

Alle rechten voorbehouden – EY Consulting Services SRL

Pagina |

64


• • • •

Men moet tenminste 18 jaar oud zijn. Men moet ingeschreven zijn als werkzoekende bij de “Arbetsformedlingen” (Zweedse dienst voor Arbeidsvoorziening). Men moet werkloos zijn of het risico lopen om werkloos te worden. Van deze voorwaarde kan worden afgeweken in steungebieden in dunbevolkte gemeenten. Men heeft een bedrijfsconcept dat er op termijn toe kan leiden dat men van het bedrijf kan leven.

De “Arbetsformedlingen” gaat het bedrijfsconcept en het business plan nakijken en nagaan of de persoon geschikt is om zijn eigen onderneming op te starten. Ze kijken hiervoor naar de ervaring van de persoon en welke vaardigheden en omstandigheden deze heeft voor het runnen van een onderneming. Er wordt ook rekening gehouden met de omstandigheden op de arbeidsmarkt en de concurrentie in de sector. De “Arbetsformedlingen” kan de starter dan begeleiding geven bij het opstarten van zijn zaak. Zo kan de persoon een stage volgen om zijn ervaring te vergroten in de sector waarin hij een onderneming wil starten. Indien men nog niet eerder een bedrijf heeft opgestart of geleid, dan kan de “Arbetsformedlingen” ook informatiebijeenkomsten, advies en cursussen voor nieuwe ondernemers aanbieden. De starter krijgt ook financiële steun en heeft recht op een uitkering. De financiële ondersteuning kan in de vorm van een activiteitsondersteuning, ontwikkelingstoelage of vestigingsuitkering zijn. Afhankelijk van de leeftijdscategorie en de voorwaarden die men vervult, zal men recht hebben op een van deze drie uitkeringen. Het bedrag van de uitkering is minstens gelijk aan de werkloosheidsuitkering. Deze uitkering wordt toegekend voor een periode van maximaal zes maanden, maar kan in uitzonderlijke gevallen worden verlengd, zoals bijvoorbeeld bij ziekte of een overheidsvergunning die vertraagd is. Deze uitkering is een persoonlijke uitkering en is geen ondersteuning van het bedrijf zelf. Bijdrage voor de opstartkosten van een onderneming/ Bidrag till uppstartskostnader vid start av näringsverksamhet De bijdrage voor de opstartkosten van een onderneming is een bijdrage ten gunste van personen met een handicap, die ten gevolge van hun handicap een verminderde arbeidsgeschiktheid hebben en die een onderneming willen opstarten. Het doel van deze bijdrage is om het makkelijker te maken om een onderneming op te starten, alsook de overlevingskansen en de opportuniteiten van de onderneming in de arbeidsmarkt te verbeteren en versterken. Men kan de bijdrage aanvragen voor het aanschaffen van apparatuur of andere kosten die gerelateerd zijn aan de start van de onderneming. Om recht te hebben op deze bijdrage moet men aan de volgende voorwaarden voldoen: • • • • •

Men moet geregistreerd zijn als een werkzoekende bij de “Arbetsformedlingen”. Men moet een handicap hebben die een verminderde arbeidsgeschiktheid veroorzaakt. Men moet geschikt zijn voor het opstarten en leiden van een bedrijf. Men moet een goed bedrijfsconcept hebben dat winstgevend kan zijn en die kan voorzien in een groot deel van het levensonderhoud van de persoon. Men moet van plan zijn om de onderneming ten minste drie jaar te runnen.

Men moet de bijdrage aanvragen bij de “Arbetsformedlingen” en men moet de opstartkosten kunnen staven, alsook moet men het financieel plan van de onderneming voorleggen.

Alle rechten voorbehouden – EY Consulting Services SRL

Pagina |

65


Bijkomend moet men kunnen aantonen waarom de bijdrage de werkgelegenheid kan verbeteren. Indien de bijdrage wordt toegekend, dan krijgt men een éénmalige bijdrage van maximaal SEK 60.000 (dit stemt ongeveer overeen met 5.700 EUR). Deze bijdrage is in bepaalde gevallen belastbaar. Indien men de onderneming verkoopt of liquideert binnen een periode van drie jaar, dan is het mogelijk dat men de bijdrage gedeeltelijk of volledig dient terug te betalen. Deze bijdrage kan ook gecombineerd worden met de “Starta eget, stöd till start av näringsverksamhet”. Indien men samen met anderen een bedrijf wil opstarten, dan kan men ook aanspraak maken op deze bijdrage als de aanvrager de voorwaarden vervult.

Labour market policy programmes/ “Projekt med arbetsmarknadspolitisk inriktning” De overheid organiseert samen met andere organisaties, werkgevers of gemeentes projecten voor werklozen om hun nieuwe vaardigheden aan te leren. Het doel van deze programma’s is om de kansen op het vinden van een nieuwe job te verhogen. Er zijn verschillende soorten projecten die zich focussen op een bepaalde doelgroep, bijvoorbeeld jongeren, ouderen of immigranten. Personen moeten eerst een aanvraag indienen om te participeren aan het project. Indien ze binnen de doelgroep vallen en aan de voorwaarden voldoen, dan worden ze toegelaten tot het project. Men kan voor maximaal zes maanden deelnemen aan zo’n project, met de mogelijkheid om dit te verlengen indien dit de kansen verhoogt op het vinden van een nieuwe job. Tijdens het volgen van deze programma’s ontvangt de werkloze een activiteitsuitkering of een ontwikkelingsuitkering bovenop de standaard werkloosheidsuitkering.

Andere maatregelen In Zweden wordt het individu binnen levenslang leren centraal gezet. Zo wordt er vooral gekeken naar individueel potentieel, eigen motivatie, persoonlijke noden en opportuniteiten (= vrij volwassenonderwijs). Ze focussen daarbij sterk op de kwaliteit van de opleiding. Zo goed als iedereen heeft recht op subsidies voor levenslang leren (tot de leeftijd van 56 jaar), al zijn deze subsidies wel degelijk afhankelijk van leeftijd, aantal kinderen en opleidingsachtergrond. Ze proberen de mensen met een lagere scholingsachtergrond meer steun te geven. Ze zetten in op een klassieke ‘Arbeidsmarkt training’ om ervoor te zorgen dat mensen die ofwel langer werkloos zijn, ofwel een grote afstand tot de arbeidsmarkt vertonen, toch hun weg naar tewerkstelling vinden. Zweden heeft analoog aan het Europese model een nationaal kwalificatieraamwerk wat de vergelijking van kwalificaties, die door middel van studies en werkervaring verkregen zijn, vergemakkelijkt. Impact van Covid-19 Door de impact van Covid-19 heeft Zweden beslist om een nog sterker actief beleid te voeren inzake arbeidsmarkt. Zo zullen er enerzijds meer subsidies en anderzijds meer programma’s

Alle rechten voorbehouden – EY Consulting Services SRL

Pagina |

66


beschikbaar worden gesteld om de werkloosheid tegen te gaan. Een specifiek voorbeeld is de beschikbaarheid van subsidies voor een beroepsopleiding. Er zal daarbij gezorgd worden voor meer plaatsen om deel te nemen, het implementeren van kortere trajecten (bij voorkeur van op afstand) en cursus pakketten en er zullen eveneens pilootprojecten opgezet worden in nieuwe thematieken/werkvormen. De steun voor nieuwe opstartende zaken zal verlengd worden van 6 naar 12 maanden om ervoor te zorgen dat deze niet onnodig in faling moeten gaan. Gemeentes zullen meer subsidies krijgen wanneer ze vakantiejobs ter beschikking stellen voor jongeren of meer groene banen creëren. Werklozen zullen ook actiever gelinkt worden aan groene industrieën om te compenseren voor het tekort aan seizoenarbeiders. Wanneer iemand zijn opzeg gekregen heeft, zal deze veel sneller beroep kunnen doen op afstandsleren of digitale cursussen (Massive Open Online Courses – MOOC’s) omdat hij/zij zelfs gedurende de opzegperiode aan up- of re-skilling kan doen om sneller opnieuw aan de slag te kunnen.

Alle rechten voorbehouden – EY Consulting Services SRL

Pagina |

67


VIII.

Oostenrijk

Oostenrijk kreeg als een van de eerste landen te maken met de uitbraak van het coronavirus. Zo werd de overheid al snel gedwongen om maatregelen te nemen zonder dat het kon terugvallen op voorbeelden uit het buitenland. Een luxe die België bv. wel had. Naarmate de crisis vorderde, kunnen we steeds meer gelijkenissen treffen met maatregelen uit Duitsland. Oostenrijk is een belangrijke vergelijkingspost voor Vlaanderen aangezien het ook een klein land is met een vergelijkbaar aantal inwoners, overheidsschuld (74% (2018)), en politiek landschap.

Directe fiscale stimulus De vrijwel belangrijkste economische maatregel die Oostenrijk heeft getroffen is het subsidiëren van de vaste kosten voor bedrijven die getroffen werden door de pandemie. De maatregel wordt aanzien als een directe fiscale impuls aangezien ze 1-op-1 strookt met de begroting; een duur regime dus. De betaling van de vaste kostensubsidie kan in drie tranches worden aangevraagd: • •

•

De eerste tranche omvat maximaal 50% van de verwachte vaste kostensubsidie en kan vanaf 20 mei 2020 worden aangevraagd De tweede tranche omvat ook maximaal 25%, d.w.z. in totaal maximaal 75% van de verwachte vaste kostensubsidie en kan vanaf 19 augustus 2020 worden aangevraagd. De derde tranche kan vanaf 19 november 2020 worden aangevraagd.

Indien op het moment van aanvraag voor de tweede tranche (vanaf 19 augustus 2020) reeds gegevens uit de boekhouding beschikbaar zijn, kan de volledige vaste kostensubsidie van de derde tranche bij de tweede tranche worden aangevraagd. Voor een aanvraag moet de vaste kostensubsidie minimaal 500 euro zijn. De subsidie is variabele naargelang het volgende: • • •

40-60% omzetverlies: 25% vervanging voor gemaakte vaste kosten; 60-80% omzetverlies: 50% vervanging voor gemaakte vaste kosten; 80-100% omzetverlies: 75% vervanging voor gemaakte vaste kosten.

De Oostenrijkse regering koppelt wel enkele voorwaarden aan de compensatie vast: • • • •

•

De onderneming heeft haar hoofdkantoor of een vaste inrichting in Oostenrijk; Het bedrijf heeft een operationele activiteit in Oostenrijk die leidt tot inkomsten uit land- en bosbouw, zelfstandige of zakelijke activiteiten; Het bedrijf lijdt omzetverlies door de verspreiding van COVID-19; De onderneming moet redelijke maatregelen hebben genomen om de vaste kosten die door de vaste kostensubsidie moeten worden gedekt (schadebeperkingsverplichting door middel van een voorafgaande vergoeding) te verminderen; Bedrijven die een agressief belastingbeleid voeren en / of gevestigd zijn in een laag belastingland. In de afgelopen vijf jaar vóór de aanvraag mag de onderneming niet zijn onderworpen aan een wettelijke financiële sanctie (met uitzondering van financiële overtredingen) of een overeenkomstige associatieboete op basis van opzet.

Alle rechten voorbehouden – EY Consulting Services SRL

Pagina |

68


•

• • • •

Op 31 december 2019 niet meer dan 250 werknemers (FTE) tewerkgesteld en niet meer dan 3% van de werknemers te hebben ontslagen in de verslagperiode. Een uitzondering op deze algemene regel kan alleen op aanvraag worden verleend. In de aanvraag moet het bedrijf in detail uitleggen en motiveren waarom de algemene regels het voortbestaan van het bedrijf of de locatie van het bedrijf in hoge mate in gevaar brengen en waarom het voor het bedrijf nadelig zou zijn om te profiteren van de ‘Kurzarbeit’. Een vertegenwoordiger van de Oostenrijkse Kamer van Koophandel en de Oostenrijkse Federatie van Vakbonden beslist bij consensus over deze aanvraag. De beslissing moet onmiddellijk naar COFAG worden gestuurd. Geen betalingen ontvangen van het ondersteuningsfonds voor nonprofitorganisaties; Voor 16 maart 2020 omzet hebben; De onderneming mag niet tot de financiële en verzekeringssector behoren; Op 31 december 2019 mag de onderneming niet in moeilijkheden zijn geweest in de zin van artikel 2, punt 18, van Verordening (EU) 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 (algemene groepsvrijstellingsverordening), of op het moment van de aanvraag was er geen insolventieprocedure tegen de onderneming geopend en was er evenmin voldaan aan de vereisten van het nationale recht voor het openen van een insolventieprocedure op verzoek van haar schuldeisers.

In deze gevallen kan een vaste kostensubsidie worden verleend op basis van Verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 (de minimis-verordening). In totaal mag de steun aan bedrijven of bedrijven in dezelfde groep van ondernemingen in de afgelopen drie belastingjaren of verkoopseizoenen niet meer bedragen dan 200.000 euro. Verder heeft de Oostenrijkse regering steunmaatregelen gelanceerd die bestaan uit een vergoeding voor het verlies van netto-inkomen en een comeback-bonus. Deze maatregelen kaderen in het zogeheten Hardship Fund. Het maximumbedrag van de vergoeding voor het netto-inkomstenverlies per waarnemingsperiode (6 maanden) is € 2.000 (dus in totaal maximaal € 12.000) en minimaal € 500 als aan de toelatingsvoorwaarden is voldaan. De beoordelingsbasis steunt op de vergelijking met vorig jaar op maandbasis. De financiering bedraagt 80% (90% voor laagverdieners) van het verschil met de referentieperiode. Naast de vergoeding voor het verlies aan netto-inkomen, wordt er per observatieperiode ook een comeback-bonus van € 500 toegekend (dus een maximale comeback-bonus van € 3.000). De maximale totale financiering (netto inkomensverlies en comeback-bonus) bedraagt dus € 15.000. De berekening van deze toelagen wordt gemaakt met gegevens afkomstig van de aangifte van de personenbelasting. Enkel die gegevens die relevant zijn voor de berekening worden bekendgemaakt aan het WKÖ. Deze vergoedingen zijn cumuleerbaar met de steunmaatregen inzake de vaste kostensubsidie besproken in de vorige paragraaf. Verder is het Hardship fonds enkel toegankelijk voor eenmanszaken (inclusief zelfstandige zorgverleners), kleine bedrijven met maximaal 9 werknemers, nieuwe zelfstandigen en freelancers. Er zijn onafhankelijke steunmaatregelen in het leven geroepen voor non-profitorganisaties, landbouwbedrijven en verhuurders van privékamers en vakantieappartementen (particuliere kamerhuurders) die door de Corona-crisis zijn getroffen. Het Hardship fonds ondersteunt de land- en bosbouwsector anders. Zowel landbouw als nevenactiviteit en fulltime boerderijen worden ondersteunt. Deze mogen maximaal negen

Alle rechten voorbehouden – EY Consulting Services SRL

Pagina |

69


werknemers tewerkstellen en minder dan € 2 miljoen omzet genereren. Deze specifieke steun zal in twee fasen verlopen, en verleend worden aan bedrijven die: • • • •

Getroffen zijn door het officieel inreisverbod; Een omzetdaling van ten minste 50% ervaren ten opzichte van een vergelijkbare periode vorig jaar; In een vergelijkbare periode van het voorgaande jaar een stijging van de kosten voor buitenlandse werknemers hebben ervaren; Een prijsverlies van minimaal 50% hebben geleden door het kwaliteitsverlies van zaagstammen;

De vergoeding is in lijn met de generieke maatregel van het Hardship fonds: voor alle in aanmerking komende bedrijven is er een min. financieringsbedrag van € 500 en een maximum financieringsbedrag van € 2.000. De financiering bedraagt 80% en niet-agrarisch secundair inkomen wordt gecompenseerd. Verder heeft de overheid speciale aandacht voor cultuur. De maatregelenbundel voor deze branche bestaat uit de verhoging van het kunstenaarsfonds voor sociale verzekeringen met 5 miljoen euro, de aanpassing van het Hardship fonds met een verlenging van de aanvraagperiode van 3 naar 6 maanden en de verhoging van het minimumbetalingsbedrag en de comeback-bonus met 500 euro per maand. Er komt dus m.a.w. 1.000 euro extra per maand vrij voor de betrokken partijen, dewelke hier maximaal 6 maanden van gebruik kunnen maken. Er is verder ook beslist om 150 miljoen euro subsidies te geven aan Austrian Airlines. In ruil daarvoor zal de eigenaar, Lufthansa, hetzelfde bedrag toedienen. Een bankconsortium zorgt voor extra liquiditeit ten belope van 300 miljoen euro aan vreemd vermogen. De staat garandeert bovendien 90% van deze lening. Als deze lening niet kan worden terugbetaald, treden er clausules in werking die AUA de facto overhevelen naar de Oostenrijkse staat. Als tegenprestatie ontvangt Oostenrijk ook uitgebreide locatiegaranties en investeringsverplichtingen voor tien jaar: Beveiliging van de locatie en verzekeren van de hub voor 10 jaar als belangrijkste factoren en 150 miljoen euro aan investeringsverplichtingen tot 2030. Deze zouden vooral focussen op klimaatefficiënte technologieën – met name inzake de vloot –, de proportionele groei van de hub van Wenen in vergelijking met de andere Lufthansa-hubs en de zogenaamde ramp-up, d.w.z. herhalingsvluchten zullen ook evenredig zijn met de andere hubs. Aansluitend, zijn er ook andere fondsen beschikbaar gesteld voor de transportsector. Een nieuw investeringsprogramma voor openbaar vervoer zal worden gelanceerd voor een bedrag van 300 miljoen euro. Naast de 300 miljoen euro bevat de huidige ontwerpbegroting, tal van punten voor versterking van het openbaar vervoer en de regionale infrastructuur. De RUG 41 'Mobiliteit' wordt met 100 miljoen euro verhoogd ten opzichte van 2019 en het nieuwe financiële kader zal zich richten op 'openbaar vervoer', waarbij in 2023 circa 4,5 miljard euro zal worden geïnvesteerd. Dit bevordert de komende jaren investeringen in spoorinfrastructuur, maatregelen ter bescherming tegen geluidshinder en modernisering van stads- en regionale spoorwegen. Verder trekt de federale overheid 1 miljard euro uit voor de gemeenten in de vorm van speciale subsidies: investeringen op lokaal niveau worden ondersteund met een federaal financieringspercentage tot 50%. Oostenrijk doelt hier op de bouw en renovatie van

Alle rechten voorbehouden – EY Consulting Services SRL

Pagina |

70


kleuterscholen, secundaire scholen, bejaardentehuizen en sportfaciliteiten, evenals investeringen in openbaar vervoer, energiebesparende maatregelen, de bouw van installaties voor de productie van hernieuwbare energie en de uitbreiding van het breedbandnetwerk. In het VC-landschap zijn er ook nieuwe initiatieven ondernomen door het AWS (Austria Wirtschaftsservice) voor de innovatieve kleine en micro-ondernemingen. Het betreft voornamelijk initiatieven ter ondersteuning van start-ups die met financierings- en liquiditeitsproblemen worden geconfronteerd. Dit Covid-fonds biedt innovatieve start-ups een subsidie voor particuliere investeringen die zijn uitgevoerd sinds het uitbreken van de COVID-crisis. Dit betekent dat een startende onderneming nieuw kapitaal of equity-equivalente deposito's ontvangt van investeerders van minimaal EUR 10.000, dewelke dan worden nagebootst door een federale subsidie. Bij succes moet deze subsidie wel degelijk worden terugbetaald. Het toekenningsvolume van het AWS bedraagt 50 miljoen EUR. Samen met particulier kapitaal kan dus zo voor maximaal 100 miljoen EUR aan kapitaalinjecties worden gedaan. Dit proces, inclusief de interactie overheid – privaat spaarwezen, wordt in goede banen geleid d.m.v. een online platform. Tenslotte heeft de Oostenrijkse overheid, net als Duitsland, een kurzarbeit regime ingesteld. De zogeheten Corona-arbeidstijdverkorting verlaagt de normale werktijden (gemiddeld tot 10 procent over de gehele periode) en lonen om bedrijfswereld financiële ademruimte te verlenen. Het doel is om de arbeidskosten voor de bedrijven tijdelijk te verlagen en tegelijkertijd de werknemers te behouden. Specifiek krijgen werknemers de volgende verloning van de werkgever, ongeacht de werktijden tijdens het kurzarbeit regime: • • • •

Bij bruto maandloon voor kortdurende arbeid van minder dan 1.700 euro: 90% van het nettoloon ontvangen; Voor brutoloon tussen 1.700 euro en 2.685 euro: 85%; Voor brutolonen boven 2.685 euro: 80% (ook boven de maximale premiebasis!); Stagiairs ontvangen 100% van hun vorige nettoloon.

De AMS vergoedt de werkgever ruwweg voor de extra kosten die ontstaan zijn ten aanzien van de werkelijke arbeidsduur. Dit geldt voor bruto-inkomsten tot 5.370 euro (maximale premiebasis). Voor bovenstaande delen van het inkomen is geen vervanging verschuldigd. Target Kmo’s en ondernemers Freelancers en kleine ondernemingen Landbouw Cultuur Luchtvaart

Wat Subsidies voor vaste kosten aan kmo’s. Hardship Fund: fonds ter voorziening van levensonderhoud aan kleine, getroffen zelfstandigen. Hardship Fund: specifiek geval voor de landbouw. Hardship Fund: specifiek geval voor de culturele sector. Steun voor Austrian Airlines (onderdeel van Lufthansa)

Budget EUR 8 miljard88

EUR 2 miljard89

EUR 0,15 miljard

88

https://www.fixkostenzuschuss.at/#faqs https://ktn.lko.at/aktuelle-%C3%BCbersicht-%C3%BCber-covid-h%C3%A4rtefallfonds-undhilfsfonds+2500+3213009 89

Alle rechten voorbehouden – EY Consulting Services SRL

Pagina |

71


Openbaar vervoer Steun aan gemeenten Covid-Start-upHilfsfonds

Corona-Kurzarbeit

Investering in Openbaar vervoer Federale steun voor gemeenten Nieuw fonds voor risicokapitaal dat uitgaat van het AWS en waarvoor de overheid subsidies biedt. De modus operandi: per euro privaat spaargeld, investeert de overheid 1 euro mee. Regeling zoals in Duitsland: het werkschema wordt tijdelijk verkort zodat er meer mensen tewerkgesteld kunnen blijven ondanks de grote vraag- en aanbodschok

EUR 0,3 miljard EUR 1 miljard EUR 0,05 miljard

EUR 5 miljard90

Belastinguitstel Wat •

Verminderen van het eisen van voorschotten op de inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting voor 2020 (tot geen enkel zelfs); • Betalingsverlichting (uitstel of betaling op termijn); • Geen standaardboetes meer; • Geen vaststelling van late toeslagen; • Termijnverlenging voor het indienen van de jaarlijkse belastingaangifte voor 2019 op 31 augustus 2020; • Bezwaartermijnen, oppositietermijnen, indieningstermijnen voor aanvragen en de termijnen voor klachten die nog open stonden op 16 maart 2020 of waarvan de deadline begon tussen 16 maart en 30 april, worden onderbroken tot 1 mei 2020; • Bonusbetalingen en voordelen voor diensten zijn vrijgesteld van belasting; • Geen vergoedingen en administratieve heffingen voor het aanvragen van ondersteunende diensten; • Geen transactiekosten voor legale transacties die nodig zijn om de maatregelen uit te voeren inzake de COVID 19-crisissituatie. • Vrijstelling van douanerechten en invoerbelasting voor slachtoffers van rampen; • Belastingvrije productie van desinfectiemiddelen. Wirtshaus-Paket: • BTW verlaging op niet-alcoholische dranken van 20% naar 10% • Verhogen van de forfaitaire belastingslimiet in de horeca (forfaitaire limiet is 255.000 euro aan jaarlijkse verkopen en wordt nu verhoogd tot 400.000 euro. Het vaste basistarief wordt verhoogd van 10% tot 15% en het minimale vaste tarief van 3.000 EUR tot 6.000 EUR) • Belastingvermindering voor dorpsherbergen • Hogere maaltijdcheques

Budget EUR 10 miljard91

90

https://industriemagazin.at/a/regierung-stockt-gelder-fuer-corona-kurzarbeit-auf-5-milliarden-euro-auf https://ktn.lko.at/aktuelle-%C3%BCbersicht-%C3%BCber-covid-h%C3%A4rtefallfonds-undhilfsfonds+2500+3213009 91

Alle rechten voorbehouden – EY Consulting Services SRL

Pagina |

72


Andere liquiditeits- en garantieregimes Het voornaamste stimuluspakket dat de Oostenrijkse regering heeft voorgesteld inzake financieringsgaranties heet het ‘Corona Aid Package’. Dit pakket is ondergebracht onder de nieuw opgerichte COFAG - Covid-19 financieringsinstantie van de Federal GmbH (COFAG). Dit instrument bestaat uit federaal gedekte leningen voor werkkapitaal die verstrekt worden om de liquiditeitsbehoeften op korte termijn in te dekken. Aanvragen voor de Corona Aid Package aan te spreken worden ingediend bij de huisbank, die vervolgens worden geactiveerd door de AWS ingeval van kmo’s of de OeKB (Oesterreichische Kontrollbank) in geval van large-cap bedrijven. Het aanvraagbesluit wordt finaal genomen door COFAG. Concreet bestaat dit regime normaliter uit 2 luiken: •

•

Het 90% garantieproduct, met volgende eigenschappen: - Bedrijf mag op 31 december 2019 niet in moeilijkheden zijn geweest (definitie staatssteun); - De maximale garantietermijn is 5 jaar, verlenging op aanvraag mogelijk; - Maximale rentelimiet is 1% per jaar vast, garantievergoeding 0,25-2% / jaar (staatssteunwet); - Het leningsbedrag mag niet hoger zijn dan: o Tweemaal het jaarloon en salarissen; o 25% van de totale omzet; of In redelijk gerechtvaardigde gevallen, de liquiditeitsbehoeften voor de kmo voor de komende 18 maanden. Het 100% garantieproduct, met volgende eigenschappen: - Bedrijf mag op 31 december 2019 niet in moeilijkheden zijn geweest (definitie staatssteun); - Aansprakelijkheidsperiode: 5 jaar; - Plafond van 0% pa vastgesteld in de eerste twee jaar, daarna driemaands Euribor plus 75 basispunten; - Kredietlimiet: max. € 500.000; - De aflossing start niet eerder dan 1.1.2021; - Geen garantiekosten.

Vervolgens zijn er binnen dit regime specifieke maatregelen voor land- en bosbouwbedrijven. In dit geval, en afhankelijk van de kredietlimiet, zijn er drie garantieopties beschikbaar. •

•

•

De 80% Minimis garantie: - Voor een maximale kredietlijn van € 1,5 miljoen; - Het rentepercentage is variabel. De 90% garantie: - Voor een kredietlijn tot € 27,7 miljoen. De concrete bovengrens is gebaseerd op het liquiditeitsvereiste of verdubbeling van de lonen en salarissen of 25% van de jaaromzet in 2019; - De bovengrens van rente is vastgesteld op 1% p.a. De 100% garantie: - Voor primaire landbouwproductie met een maximale kredietlimiet van € 100.000;

Alle rechten voorbehouden – EY Consulting Services SRL

Pagina |

73


-

Voor bedrijven in de visserij- en aquacultuursector met een maximale kredietlimiet van € 120.000; Voor andere kmo's met een maximale kredietlijn van € 500.000; Plafond van 0% pa vastgesteld in de eerste twee jaar, daarna driemaands Euribor plus 75 basispunten; De aflossing start niet eerder dan 1.1.2021;

Tenslotte zijn er binnen dit regime specifieke bepalingen voor de toeristische sector. In dit geval kadert het Corona Aid Fund binnen een overbruggingsfinanciering van de huisbanken met schulden van de ÖHT (Oostenrijkse Hotel- en Toerismebank). Deze biedt opnieuw de drie garantiemodellen aan (80%, 90% of 100%). Voorwaarden zijn in lijn met het generieke regime. De overheid heeft zo een budget van 1,625 miljard euro vrijgemaakt voor kmo’s in deze sector. Bovendien biedt de ÖHT haar klanten een opschorting van terugbetaling van de TOP-toerisme leningen voor het hele jaar 2020 aan, naast de maatregelen van de federale overheid. Ter samenvatting van de ‘Corona Aid Package’ is het belangrijk te melden dat het AWS verantwoordelijk is voor de start-ups en kmo’s, de ÖHT voor bedrijven werkzaam in de toeristische sector en de OeKB voor grote bedrijven. Om het over een andere boeg te gooien, heeft de Oostenrijkse regering verder een programma ter ondersteuning van de exportindustrie in het leven geroepen: het Covid-19 KRR (control bank herfinancieringskader). Dit programma is ontwikkeld door de BMF samen met de OeKB. De primaire doelen zijn het verzekeren van de liquiditeit van exportbedrijven en het veiligstellen van banen. Daarom zijn er maatregelen getroffen binnen het herfinancieringskader voor het behoud van eigen vermogen (zoals bv. limieten voor dividenduitkeringen), die blijven gelden gedurende de gehele looptijd (momenteel 2 jaar). Concreet is het nieuwe product een raamlening op basis van een wissel. Bestaande raamfinanciering met het OeKB (KRR of exportfondslening) zijn geen beperking op dit nieuwe product. De federale overheid staat garant voor deze lening en bedraagt, afhankelijk van de kredietwaardigheid, tussen 50 en 70 procent van de kredietlijn. De voorwaarden voor de garanties worden in individuele gevallen in overleg met de huisbank bepaald. Kosten i.v.m. deze wisselgarantie bedragen jaarlijks 0,3% ten belope van het bedrag waarvoor de huisbank garant staat en 0,6% voor het deel waarvoor de federale overheid het risico draagt. Het bedrag van de lening is beperkt tot 10 procent (grote bedrijven) of 15 procent (kmo's) van de exportomzet van uw vorig jaar. Voor de individuele lening geldt een maximum absoluut plafond van € 60 miljoen - dit plafond geldt voor de geconsolideerde groep bedrijven, niet voor de individuele onderneming. Tenslotte zijn er ook kapitaalsgarantieregimes in werking gesteld voor microondernemingen en start-ups. Deze AWS-kapitaalgarantie wordt gebruikt om extra risicokapitaal te mobiliseren. Door middel van een Ausschreibung (call) worden een of meerdere particuliere fondsbeheerders geselecteerd, die VC-fondsen opzetten met als investeringsfocus: Oostenrijkse start-ups. Om investeerders te mobiliseren die sinds het uitbreken van de COVID-crisis vers geld beschikbaar hebben gesteld voor deze fondsen, biedt AWS een kapitaalgarantie tot 50% van het fondsvolume. Het totale bedrag van de kapitaalgaranties is vastgesteld op EUR 25 miljoen. Deze investeringen dienen om start-ups ruimte te bieden om hun vertraagde implementatie van bedrijfsmodellen als gevolg van de

Alle rechten voorbehouden – EY Consulting Services SRL

Pagina |

74


crisis beter mogelijk te maken. Voor elke start-up is een investeringsbedrag van 200.000 tot 1 miljoen euro voorzien. Later worden meer details bekendgemaakt. Wat Corona Aid Fund: Allesomvattend staatsgarantiepakket Corona Aid Fund: Extra maatregelen voor de landbouwsector (vervolg) Corona Aid Fund: Extra maatregelen voor de toeristische sector Herfinanciering voor exportbedrijven Garanties voor VC-fondsen Steun voor Austrian Airlines (onderdeel van Lufthansa) (vervolg) Nieuw banenplatform

Budget EUR 15 miljard waarvan EUR 1,62 miljard voor toerisme EUR 2 miljard EUR 0,03 miljard EUR 0,27 miljard

Nieuwe arbeidsregimes Maatregelen gericht op het tewerkstellen van werklozen Er bestaan in Oostenrijk een aantal maatregelen die erop gericht zijn om werkloze personen aan het werk te krijgen. Zo bestaan er staatssubsidies die betaald worden aan bedrijven die personen die gedurende een bepaalde tijd werkloos waren, aanwerven (“Eingliederungsbeihife”). Er zijn ook maatregelen die gericht zijn op de tewerkstelling van oudere personen. Zo kan de werkgever een gedeeltelijke terugbetaling ontvangen van het loon van de oudere werknemer, indien de werkgever en werknemer overeenkomen dat de werknemer op semipensioen zal gaan (“Altersteilzeitgeld”). Het is ook gunstig voor oudere werknemers om niet op pensioen te gaan in Oostenrijk als ze de pensioenleeftijd bereiken, aangezien verder blijven werken het bedrag van hun pensioen zal verhogen. Ook moeten ze na hun pensioenleeftijd wanneer ze verder werken minder bijdragen betalen voor de opbouw van hun pensioen.

Het tijdelijk deeltijds contract Een tijdelijke maatregel die is ingevoerd omwille van de coronacrisis, is dat ondernemingen met economische moeilijkheden hun voltijdse werknemers tijdelijk een deeltijds contract kunnen aanbieden. Tijdens dit tijdelijke deeltijdse contract ontvangen de werknemers bovenop hun deeltijds loon een subsidie van de overheid voor de uren die zij normaal (in het kader van een voltijdse tewerkstelling) doen en die nu gecanceld zijn. Een voltijdse werknemer krijgt dus tijdelijk een nieuw contract, waarbij hij tijdelijk deeltijds werkt en een overheidssteun krijgt voor de uren die hij nu niet werkt. Deze steun betreft een percentage van het loon. De hoogte van het percentage hangt af van de hoogte van het loon.

Alle rechten voorbehouden – EY Consulting Services SRL

Pagina |

75


Andere maatregelen In Oostenrijk wordt een hoge levensstandaard en sociale samenhang toegeschreven aan hoge kwalificatieniveaus van burgers en het betrekken van minder goed opgeleide mensen in de moderne kennismaatschappij. Algemeen In 2011 heeft Oostenrijk de Levenslang Leren (LLL) 2020 strategie opgesteld. Als gevolg van de toenemende differentiatie van vaardigheden en de globalisering erkent Oostenrijk dat het noodzakelijk geworden is om kennis en competenties voortdurend te ontwikkelen en actualiseren. Levenslang leren (‘lebensbegleitendes Lernen’) is noodzakelijk om te kunnen inspelen op de snelle veranderingen in zowel de economie als de maatschappij. Het creëert kansen om in te spelen op veranderende omgevingsfactoren in werk-, sociale en culturele context. De strategie voor levenslang leren is gebaseerd op vijf kernideeën: oriëntatie op de verschillende levensfase (alle leeftijden), de leerling centraal stellen door middel van flexibiliteit, levenslange begeleiding om het leerproces te vergemakkelijken, oriëntatie op competenties om informeel leren te erkennen de deelname aan levenslang leren bevorderen door de motivatie omtrent leren te vergroten. Gebaseerd op de resultaten van de huidige Levelslang Leren strategie (LLL) 2020, heeft de OECD enkele recommandaties gemaakt in 2019 om de programma’s te kwantitatief zowel als kwalitatief te verbeteren. Zo wordt aangeraden om de werknemers meer te betrekken in het ontwerpen en de administratie omtrent de Levenslang Leren programma’s, vooral rond het thema digitale technologie. Ook het aanleren en beheersen van de Duitse taal zou meer dominant aanwezig moeten zijn, om de inzetbaarheid op de arbeidsmarkt te vergroten (OECD, 2019). Impact van Covid-19 Tijdens de COVID 19 zijn er meerdere tijdelijke maatregelen genomen om de werkgever meer financiële ademruimte te geven en de werknemer meer flexibiliteit maar tegelijkertijd de huidige jobs te beschermen. Zo kunnen belastingplichtigen die een inkomensverlies ervaren als gevolg van het COVID 19 virus voor het kalenderjaar 2020 een vermindering aanvragen in de voorafbetaling van personeelsbelasting. Het voorschot kan zelfs volledig kwijtgescholden worden in geval er een direct verband is tussen COVID 19 en het liquiditeitstekort. Daarnaast worden de sociale zekerheidsbijdragen van februari, maart en april 2020 uitgesteld zonder achterstalligheidsrente voor bedrijven die officieel gesloten zijn vanwege COVID 19. Ook voor sociale zekerheid kan een aanvraag ingediend worden om de bijdrage te verminderen, de betalingen uit te stellen of in termijnen te betalen (maximum 3 maanden, of in geval van betaling in termijnen, maximum 18 maanden). Ter ondersteuning van werklozen zijn er momenteel besprekingen gaande omtrent het verhogen van de werkeloosheidsuitkering. Deze bedraagt momenteel 55% van het laatste (of voorlaatste) jaarlijkse netto-inkomen.

Alle rechten voorbehouden – EY Consulting Services SRL

Pagina |

76


IX.

Finland

Finland kreeg al vrij vroeg, op 29 januari, te maken met het Coronavirus door een reiziger uit Wuhan. Het land is echter relatief gespaard gebleven waardoor de overheid vrij snel de restrictieve maatregelen kon versoepelen. Toch zijn de negatieve economische gevolgen niet uitgebleven aangezien ontwikkelde landen enorm afhankelijk geworden zijn van elkaar, zeker in het geval van Europa. Dit leidde ertoe dat ook Finland stevig moest ingrijpen met economische maatregelen. Hiervoor heeft ze ook ruimte met haar relatief lage staatschuld van 59% van het BBP (2018).

Directe fiscale stimulus Verder voorziet de Finse overheid in steun voor de horecasector. Deze steun zal enkel verleend worden aan bedrijven in de horecasector die hun binnen- en buitenterreinen gesloten moesten houden tussen 4 april en 31 mei 2020 ingevolge artikel 3a, eerste lid, van de Wet op de logies en horeca (308/2006). Er wordt zo bijvoorbeeld geen vergoeding verleend aan personeelskantines waarvan de activiteiten niet beperkt waren. Uitzonderlijk kunnen deze laatste recht hebben op ondersteuning als ze ook externe klanten hebben bediend en hun activiteiten daardoor beperkt zien. Concreet bestaat dit pakket voor de horeca uit twee complementaire elementen: steun inzake payroll met als doel om ontslagen te voorkomen en compensatie voor de beperking van activiteiten. Een bedrijf kan zo onder het eerste regime ondersteuning krijgen voor het opnieuw in dienst nemen van werknemers zodra het bedrijf zijn activiteiten hervat. De steun bedraagt 1.000 euro per medewerker. Om de ondersteuning te ontvangen, moet het bedrijf tussen 1 juni en 31 augustus 2020 in totaal minimaal EUR 2.500 salaris aan de werknemer betalen. Dezelfde EUR 1.000 aan steun kan ook worden toegekend voor de tewerkstelling van uitzendkrachten of via onderaannemers ingehuurde werknemers. Er zal steun worden betaald voor de werknemers voor wie zij in de periode van 1 juni tot en met 31 augustus 2020 in totaal ten minste 4.500 euro zonder btw per werknemer zullen betalen aan een uitzendbureau of onderaannemer. Het maximale aantal werknemers dat voor ondersteuning in aanmerking komt, is het aantal werknemers dat in februari 2020 fulltime in dienst was bij de onderneming. Het tweede deel van het ondersteuningspakket vergoed een bedrijf in de horecasector voor gederfde inkomsten ten aanzien van de gemiddelde verkoop op maandbasis. Deze maandelijkse vergoeding hangt af van het volgende: • •

Indien de gemiddelde verkoop minder dan of gelijk aan één miljoen euro was, komt het compensatiebedrag overeen met 15 procent van de omzetdaling; Indien de gemiddelde verkoop meer dan één miljoen euro bedraagt komt het compensatiebedrag overeen met vijf procent van het bedrag dat meer dan één miljoen euro bedraagt. De maximale vergoeding is 500.000 euro.

Het totale bedrag van de vergoeding onder het tweede regime voor de periode waarin de binnen- en buitenruimten van restaurants moesten worden gesloten, wordt verkregen door de maandelijkse vergoeding te delen door 30 en deze dan te vermenigvuldigen met 58 (het aantal kalenderdagen in de sluitingsperiode). Tenslotte heeft de staat op 5 juni een omvangrijk ‘Business Cost Support’ pakket ondertekend dat steun zal verlenen aan die sectoren waar de omzet in april 2020 met ten minste 10% is gedaald ten opzichte van maart-juni 2019. Deze sectoren worden pas

Alle rechten voorbehouden – EY Consulting Services SRL

Pagina |

77


bekendgemaakt op 15 juni. Als een bedrijf tot een dergelijke sector behoort, is een bijkomende voorwaarde dat de omzet van het bedrijf in april- mei 2020 met meer dan 30% is gedaald in vergelijking met de omzet van maart-juni 2019. Een bedrijf kan binnen dit regime compensatie verkrijgen voor diens vaste kosten. In uitzonderlijke gevallen kan een onderneming die niet binnen de sector beperking valt ook beroep doen op dit ondersteuningspakket. Dit kan wanneer de omzet van het bedrijf met meer dan 30% is gedaald door de pandemie. In dergelijk geval moet de onderneming aanvullende bewijzen leveren dat het wel degelijk voldoet aan de voorwaarden. De vergoedingen m.b.t. deze ‘Business Cost Support’ bedragen maximaal 500.000 euro voor de twee maanden waarop het pakket van toepassing is (april- mei). De bedragen zijn afhankelijk van de omvang van de vaste kosten en arbeidskosten van de onderneming in kwestie. Steun van minder dan 2000 EUR wordt niet uitbetaald, aangezien men stelt dat een dergelijk bedrag niet relevant is om faillissementen te voorkomen. Vaste kosten die recht geven op compensatie kunnen tijdens de desbetreffende periode niet meer dan 50% van de gemiddelde omzet bedragen. Bedrijven die op 31 december 2019 in financiële moeilijkheden zijn gekomen in het kader van de EU-staatssteunregels, komen niet in aanmerking voor deze kostenondersteuning. Evenmin komen bedrijven in aanmerking die in gebreke zijn gebleven met hun belastingverplichtingen of die zich in een faillissementsprocedure bevinden. Dit nieuw ‘Business Cost Support’ pakket dient als vervanging voor de extra maatregelen die getroffen werden door de ELY Centra (Centra voor economische ontwikkeling, vervoer en milieu) en Business Finland. Deze entiteiten opereren vanaf heden weer onder hun normale regimes waardoor we hun maatregelen niet verder bespreken.

Op niveau van de deelstaten Finland lanceerde ook een pakket ter ondersteuning van de kleine zelfstandige en freelancers. Dit pakket valt onder de bevoegdheid van de deelstaten en gemeenten. Ondernemers hebben zo tijdelijk recht op een arbeidsmarktondersteuning om de plotselinge en onvoorziene vraaguitval als gevolg van de coronavirusepidemie op te vangen. Deze steun is van toepassing op alle ondernemers of zelfstandigen zonder werknemers ('yksinyrittäjä'), ongeacht het type bedrijf. Tot deze categorie van alleenstaande zelfstandigen behoren ook degenen die onder de Finse categorieën 'yrittäjä' en 'ammatinharjoittaja' (beide 'zelfstandigen') vallen die geen werknemers op hun loonlijst hebben staan, en ook freelancers (zonder werknemers). Men dient de aanvragen in te dienen bij de gemeente waar het bedrijf gevestigd is. De steun die beschikbaar wordt gesteld, is een forfaitaire betaling van 2.000 EUR. Men kan hiervoor een aanvraag indienen bij de gemeente tot 30 september 2020 waar het bedrijf gevestigd is, mits aan enkel voorwaarden is voldaan: •

De ondernemer moet kunnen aantonen dat zijn financiële situatie en omzet na 16 maart 2020 is verslechterd als gevolg van de uitbraak van het coronavirus ten belope van meer dan 30%. De financiële gegevens worden geschat op basis van de maandelijkse boekhouding of bankafschriften voor 2020 en wanneer de betrokken activiteiten seizoensgebonden zijn, wordt er vergeleken met het voorgaande seizoen i.p.v. de situatie van voor 16 maart;

Alle rechten voorbehouden – EY Consulting Services SRL

Pagina |

78


•

• • • •

De ondernemer moet bewijs geven van zijn winstgevendheid. Zaken worden in de regel als winstgevend beschouwd als uit de jaarrekening of de belastingaangifte over 2019 blijkt dat het resultaat van het boekjaar positief was. Als het resultaat negatief was omdat de afschrijving het normniveau overschreed, of omdat de ondernemer zichzelf salaris betaalde, wordt het resultaat als positief beschouwd. Daarnaast wordt als extra beoordeling nagegaan of de onderneming een uitstaande belastingschuld heeft; Tenminste voor EUR 20.000 belastbaar inkomen genereren per jaar; De activiteiten moeten ook potentieel winstgevend zijn in de toekomst; De ondernemer moet voltijds in Finland werkzaam zijn in een of andere vorm van economische activiteit; De ondernemer mag gedurende de laatste drie belastingjaren geen steun gekregen hebben van de overheid die een bedrag van 200.000 EUR overschrijden (Verordening (EU) nr. 1407/2013).

De ondersteuning door gemeenten is tenslotte discretionair. De steun-verlenende instantie, i.e. de gemeente, bepaalt of aan de ondersteuningscriteria wordt voldaan.

Target Getroffen sectoren

Horeca

Freelancers Gezinnen

Wat ‘Business Cost Support’ pakket ter compensatie voor vaste kosten en payroll voor sectoren die specifiek hard getroffen zijn door de crisis. Deze sectoren worden pas bekendgemaakt op 15 juni. Steun voor de horeca inzake payroll met als doel om ontslagen te voorkomen en compensatie voor de beperking van activiteiten. Een bedrijf kan zo onder het eerste regime ondersteuning krijgen voor het opnieuw in dienst nemen van werknemers zodra het bedrijf zijn activiteiten hervat. Pakket ter ondersteuning van de kleine zelfstandige en freelancers ter bewaring van het levensonderhoud. 723 euro forfait voor de gezinnen waarvan de ouders moeten thuisblijven voor de kinderen

Budget92 EUR 0,3 miljard

EUR 0,12 miljard

EUR 0,15 miljard

Belastinguitstel Wat Geen maatregelen, enkel ter info van gederfde inkomsten

92 93

Budget93 EUR 4,7 miljard

https://tem.fi/en/frequently-asked-questions https://www.barrons.com/news/finland-unveils-4-1-billion-euro-coronavirus-bailout-01586352605

Alle rechten voorbehouden – EY Consulting Services SRL

Pagina |

79


Andere liquiditeits- en garantieregimes Garanties en aanvullende financiering tijdens deze crisis wordt voornamelijk mogelijk gemaakt door Finnvera, een door de staat beheerde financieringsinstelling die is opgericht om de export te ondersteunen. De regering maakt het mogelijk om via Finnvera aanvullende financiering van 10 miljard EUR aan bedrijven te verstrekken door haar maximale binnenlandse financiering te verhogen. Bovendien zal de staat de dekking van Finnvera's kredieten vergroten en verliezen garanderen van 50% tot 80%, waardoor Finnvera grotere risico's kan nemen in de huidige omstandigheden. Normaliter bestaat de Finnvera financiering voornamelijk uit garanties voor commerciële faciliteiten, maar directe leningen worden ook soms gebruikt. De instelling verstrekt ook financiering aan kmo’s en willigt soms werkkapitaalbehoeften van grotere bedrijven in. Finnvera is de belangrijkste instantie ter ondersteuning van door COVID-19 getroffen bedrijven inzake garanties en financiering: het heeft namelijk momenteel een totale financieringscapaciteit van 12 miljard euro. Finnvera heeft drie nieuwe garantieinstrumenten in het leven geroepen naar aanleiding van de crisis. Bovendien worden momenteel geen andere instrumenten aangeboden om de door COVID-19 veroorzaakte piek te beheersen. Deze drie instrumenten die momenteel van kracht zijn, zijn de volgende: •

•

•

Startgarantiepakket - € 12.000 - € 100.000 banklening (€ 10.000 - € 80.000 garantie): - Voor ondernemingen met beperkte aansprakelijkheid die minder dan drie jaar actief zijn. Niet van toepassing op landbouw, M&A of de bouwsector; - Het eerste contact is met de belangrijkste commerciële bank van de onderneming, die Finnvera om garantie vraagt; - De garantie is max. 80% van de faciliteit. Finnvera vereist geen eigen financiering, maar vereist wel dat de aanvrager en de hoofdeigenaren kredietwaardig zijn; - De hoofdeigenaren van de aanvragers moeten persoonlijk 25% (min. € 3.000) van het risico van Finnvera garanderen. SMA-garantie - max. € 150.000 commerciële banklening (max. € 120.000 garantie) - Voor bedrijven met beperkte aansprakelijkheid die meer dan drie jaar actief zijn. Niet van toepassing op landbouw, M&A, de bouwsector, vastgoedfondsen of om voertuigen mee te kopen; - Was oorspronkelijk bedoeld om verschillende behoeften aan R&D, investeringsuitgaven en werkkapitaal te financieren, maar is nu uitgebreid met de financiering van door COVID-19 veroorzaakte onmiddellijke kasbehoeften; - De garantie is steeds 80% van de faciliteit; - Het eerste contact is met de belangrijkste commerciële bank van de onderneming, die Finnvera om garantie vraagt; - Vereist geen garanties. De aanvrager en hoofdverantwoordelijke moeten van kredietwaardig zijn (het bereik van de garantiebepaling is 0,95% -3,00% per jaar, afhankelijk van rating A - AAA, min. Rating A). Finnvera-garantie - max. € 1.000.000 werkkapitaallening (max. € 800.000 garantie) - Oorspronkelijk bedoeld als zekerheid voor diverse kmo's en in bepaalde gevallen voor financiering van grote ondernemingen. Dergelijke behoeften omvatten capex, export, werkkapitaal en M&A. In tegenstelling tot het de

Alle rechten voorbehouden – EY Consulting Services SRL

Pagina |

80


-

-

twee vorige instrumenten, kan de Finnvera-garantie ook kredietlimieten, RCFs, bankgaranties en factoringfinanciering garanderen. Bosbouw, landbouw en vastgoedontwikkeling zijn uitgesloten; Vanwege COVID-19 is de Finnvera-garantie verhoogd tot 80% en wordt er afgezien van de behoefte aan onderpand. Er is ook een "fast-track" procedure vastgesteld voor werkkapitaalleningen tussen de € 150.000 - € 1.000.000. Het is essentieel dat de faciliteit in eerste instantie wordt onderhandeld met de bank, die voor de garantie contact opneemt met Finnvera. De "fast-track" procedure vereist minstens een A-rating en de onderneming moet winstgevend zijn voor de crisis. Verder vereist het dat de lening een promesse is, variërend van € 150.000 tot € 1.000.000 duizend, maximaal over vijf jaar en waarbij de eerste twee jaren vrij zijn van afbetalingen; De prijs van de garantie is een jaarlijkse commissie van 2,5%; Het tijdschema voor een "fast-track" procedure is niet bekend, maar afhankelijk van de omvang van de faciliteit zal het enkele dagen tot een paar weken duren.

Het Finnish Industry Investment Ltd. (Tesi) heeft verder een financieringsprogramma gelanceerd om ervoor te zorgen dat middelgrote ondernemingen die door de coronavirusepidemie tijdelijk in moeilijkheden zijn geraakt, te ondersteunen. In het programma verstrekt Tesi financiering aan middelgrote ondernemingen, die in Finland ook als motor worden beschouwd van de welvaart en de werkgelegenheid. Deze bedrijven moeten de volgende eigenschappen hebben: • • •

Omzet genereren van tenminste 10 miljoen EUR; Meer dan 50 werknemers tewerkgesteld hebben; Winstgevend zijn vóór de crisis en beschikken over een positief toekomstperspectief.

De investeringen variëren tussen 1 miljoen en 10 miljoen euro. Dit programma om de liquiditeitsproblemen waarmee bedrijven worden geconfronteerd aan te pakken, vormt een aanvulling op de vervolgfinanciering die Tesi eerder aankondigde. Wat Finnvera staatsgarantiepakket Tesi Programma ter ondersteuning van middelgrote ondernemingen. Staatsgarantie voor Finnair Overheidsgarantie regime voor de scheepvaart voor het voldoen aan vereisten inzake liquiditeit en werkkapitaal

Budget94 EUR 2 miljard95 EUR 0,5 miljard EUR 0,6 miljard EUR 0,6 miljard

Nieuwe arbeidsregimes Doorbetaling werkloosheidsuitkeringen tijdens opleidingen Werklozen hebben verschillende alternatieven om hun kansen te verhogen om opnieuw een job te vinden. De volgende trainingen kunnen gevolgd worden:

94 95

https://tem.fi/en/frequently-asked-questions https://ec.europa.eu/commission/presscorner/detail/en/ip_20_692

Alle rechten voorbehouden – EY Consulting Services SRL

Pagina |

81


•

• • • •

Zelf gemotiveerde studie: de werkloze kan bijvoorbeeld een onafgewerkte studie hervatten. Tijdens deze studie kan de werkloze dan financiële bijstand aanvragen voor een maximumperiode van 24 maanden. Arbeidsmarktopleiding Loopbaanbegeleiding of begeleiding bij het zoeken naar werk Stages “Entrepreneur training”: trainingen voor personen die een onderneming willen starten.

Deze opleidingen worden allemaal gratis aangeboden. Tijdens deze opleidingen worden de werkloosheidsuitkeringen doorbetaald, zolang dat men blijft zoeken naar een job en zal de werkloosheidsuitkering zelfs hoger zijn dan de gewone werkloosheidsuitkering. Bijkomend kan men - indien men een hoger beschreven opleiding volgt - het recht openen op een werkloosheidsuitkering, ook als men hier normaalgezien geen recht op zou hebben. Indien men kosten maakt om zich naar de trainingen te begeven, dan kan men ook aanspraak maken op een onkostenvergoeding. Deze onkostenvergoeding bedraagt 9 euro per dag of 18 euro per dag indien de opleiding zich bevindt buiten de arbeidsmarkt regio van de persoon.

Opvangen van snelle structurele veranderingen De overheid heeft de mogelijkheid om bepaalde regio’s of industriesectoren de status van “structural change” te geven. Dit wil zeggen dat een bepaalde regio/sector onderhevig is aan een grote structurele verandering, zoals bijvoorbeeld een grote vermindering in het aantal jobs of het sluiten van verschillende ondernemingen. Gebaseerd op verschillende criteria (aantal verloren gegane arbeidsplaatsen, vooruitzichten op het creëren van nieuwe werkgelegenheid en de industriële structuur van de regio’s) stellen de regio’s een crisis management plan op in samenspraak met de gemeenten/industrie/overheid. Dit plan bevat acties om nieuwe jobs te creëren en om de huidige jobs verder te ontwikkelen. Er kan ook voorzien worden in een financiële tegemoetkoming van de staat ten einde nieuwe investeringen te doen en opleidingen te voorzien.

Proactief beleid bij ontslagen Een andere proactieve maatregel is het “change security model”. Dit is een samenwerkingsmodel tussen de sociale partners en het ministerie van arbeid. Dit samenwerkingsmodel managet de ontslagen en helpt de werknemer met het vinden van een nieuwe job. Het doel is om de ontslagen werknemer zo snel mogelijk aan een nieuwe job te helpen, zelfs al tijdens de opzegperiode. Werkgevers moeten daarom op voorhand het TE kantoor (bevoegd voor werkloosheid in Finland) verwittigen omtrent geplande ontslagen. De werkgever dient ook een gezamenlijk plan met de werknemer en het TE kantoor op te stellen om snel nieuw werk te vinden.

Alle rechten voorbehouden – EY Consulting Services SRL

Pagina |

82


Andere maatregelen In Finland wordt een sterke focus gelegd op sociale cohesie en gelijkheid in het uittekenen van het opleidingsbeleid. Men wil daarbij de beschikbaarheid en competenties van de beroepsbevolking garanderen door een heel aantal opleidingsmogelijkheden aan te reiken. Algemeen In de arbeidsmarkttraining wordt vooral gefocust op werklozen, mensen die hun job dreigen te verliezen en mensen die hun studies niet afgemaakt hebben. Men wil hen een zo flexibel mogelijk regime aanbieden waarbij de combinatie tussen werk en opleiding mogelijk wordt gemaakt. Naast een beroepsopleiding biedt men ook nog vrij volwassen onderwijs aan waarbij vooral gefocust wordt op persoonlijke ontwikkeling, welzijn en gezondheid. Voor startende ondernemers is er specifieke ondersteuning voorzien die perfect te combineren valt met de feitelijke opstart. Het kwalificatiemodel is vooral gericht op het flexibel kunnen definiëren van competenties. Je kan ervaring aantonen, vernieuwen of snel gekwalificeerd geraken wanneer de jobinhoud wijzigt. Een belangrijke nieuwe invoering (2020) is de continue leerhervorming. Deze brengt in rekenschap dat aan de ene kant vaardigheden snel wijzigen en aan de andere kant bepaalde sectoren kampen met personeelstekort. Deze leerhervorming zoekt oplossingen om werken en leren te combineren, biedt meer mogelijkheden om te re-skillen, zet in op continue professionele ontwikkeling door het aanbieden van gespecialiseerde opleidingen en stages, voorziet educatief verlof en biedt financiële steun en maakt het mogelijk om te studeren tijdens de zoektocht naar werk. Als laatste algemene maatregel kunnen mensen ook inschrijven om cursussen te volgen in de zomer aan de universiteit. Deze maatregel wordt voornamelijk benut door hoger opgeleiden. Impact van Covid-19 Finland biedt ondertussen meer steun aan éénmanszaken die leiden onder de huidige crisis om te voorkomen dat ze failliet gaan. Een werkloosheidsuitkering is daarbij ook beschikbaar voor mensen die nog studeren of toch nog enige beroepsactiviteit uitvoeren. Men wil naar de toekomst meer inzetten op het verlengen van bepaalde uitzonderingen tot het einde van dit jaar. Verder ziet Finland de noodzaak om de toegang tot verschillende online leerpakketten te verbeteren waarbij gefocust wordt op werklozen en tijdelijke werklozen. Ook zij willen inzetten op kortere trajecten, vooral in sectoren die getroffen worden door personeelstekort. Ze willen heel specifiek digitale skills versterken en voorzien daarvoor een Competence Card voor de inwoners van Finland. Een andere trend is het inzetten op ervaringsgericht leren waarbij ze mensen reeds willen laten opstarten nog voor de competenties officieel bereikt werden door middel van opleiding. Kortom: online, kort en ervaringsgericht leren blijken de belangrijkste trends te zijn binnen de toch wel belangrijke speler binnen Europa op vlak van leren.

Alle rechten voorbehouden – EY Consulting Services SRL

Pagina |

83


Andere landen Subsidiëren van leningen en overheidsgaranties voor Kmo’s In Italië heeft SACE S.p.A. een budget van EUR 30 miljard uitgetrokken voor garanties voor leningen van kmo’s tot eind 2020. SACE garandeert tussen 90% en 70% van het bedrag van de verstrekte leningen; het bedrag van de garanties is afhankelijk van het aantal werknemers van bedrijven in Italië en van de relatieve jaarlijkse omzet. Daarnaast moeten aan bepaalde voorwaarden (zoals geen uitkeringen van dividenden etc.) voldaan worden.96 Ook het Centraal Fonds (Fondo centrale di garanzia) verstrekt tot eind 2020 gratis Centraal Fonds gratis garanties aan bedrijven met minder dan 499 werknemers en met betrekking tot leningen met een bedrag tot EUR 5 miljoen.97

Herverzekering van kredietgarantiekader

exportverzekeringen

en

een

breder

Italië heeft een specifiek ‘SACE Garantee Scheme’, waarbij SACE S.p.A., de Italiaanse exportkredietfinancieringsmaatschappij tot eind 2020 een budget van EUR 200 miljard aan lening garanties verstrekt. Leners kunnen een SACE-garantie aanvragen met betrekking tot financieringen in welke vorm dan ook, verstrekt door banken, nationale en internationale financiële instellingen en andere entiteiten die in Italië mogen lenen. Dit moet dus zowel obligaties als leningen omvatten en is van toepassing voor ondernemingen met een statutaire zetel in Italië op 31/12/2019 en die niet geclassificeerd staat als een onderneming in moeilijkheden. Het doel van een SACE-garantie is het dekken van financieren na de inwerkingtreding van het Restore Liquidity Decreet, met als ultieme doel het dekken van personeelskosten, investeringen en werkkapitaal met betrekking tot operaties in Italië.98 Portugal heeft bij de Commissie in het kader van het tijdelijke kader vier garantieregelingen aangemeld voor kmo's en mid-caps die door de uitbraak van het coronavirus zijn getroffen en die actief zijn in vier verschillende sectoren: (i) toerisme; (ii) restaurants (en andere soortgelijke activiteiten); (iii) winnings- en productie-industrie; en (iv) activiteiten van reisbureaus, toeristische animatie, organisatie van evenementen (en soortgelijke activiteiten). De vier regelingen hebben een totaalbudget van 3 miljard euro.99

Extra geld voor investeringsfondsen In Litouwen wordt een nieuw fonds opgericht met een budget van EUR 1 miljard, waarvan EUR 100 miljoen overheidscontributie, EUR 400 miljoen uit een nieuwe obligatie-uitgifte en het resterende deel denkt men te bekomen uit internationale institutionele investeerders. De fondsen zullen aangewend worden voor directe leningen of kapitaalsinjecties aan mid- en large-cap bedrijven; investeringen zouden voltrokken moeten zijn ten laatste tegen eind 96 https://www.whitecase.com/publications/alert/cure-italy-and-restore-liquidity-decrees-keeping-italian-

companies-alive 97 https://www.fondidigaranzia.it/dl-liquidita-le-misure-per-il-fondo-di-garanzia/ 98 https://www.whitecase.com/publications/alert/cure-italy-and-restore-liquidity-decrees-keeping-italiancompanies-alive 99 https://ec.europa.eu/commission/presscorner/detail/en/IP_20_506

Alle rechten voorbehouden – EY Consulting Services SRL

Pagina |

84


2020. Een lange termijn investeringsplan werd ook uit de doeken gedaan: het Long-Term Investment Plan for Economic Stimulus. Dit plan (EUR 6,3 miljard oftewel 13% van het 2019 BBP) bestaat erin om geplande investeringen te vervroegen alsook nieuwe investeringen aan te gaan. Nieuwe investeringen zouden EUR 1,8 miljard bedragen. Investeringen zullen gericht worden op de digitalisering en de heroriëntatie van de industrie, herscholing van werknemers in sectoren met een hoge toegevoegde waarde zoals biotechnologie, medische diensten en de ontwikkeling van groene technologie. Sleutelwoorden zijn dan ook de volgende: human capital, digitale economie en bedrijfsleven, innovatie en onderzoek, economische infrastructuur, klimaatverandering en energie. 100

Nieuwe Covid fondsen In Hongarije werden twee nieuwe fondsen opgericht: Anti-Epidemic Protection Fund en de Economy Protection Fund. Het doel is: • •

Het behoud van jobs door subsidiëring van de lonen van arbeiders die parttime worden ingezet; Creatie van jobs door middel van ondersteunende investeringen, investeringen in toerisme, gezondheidszorg, voeding, landbouw, logistiek en constructie sectoren. 101

In Ierland werd een ‘Pandemic Stabilisation and Recovery Fund’ opgericht ten belope van EUR 2 miljard. Deze heeft als opdracht kapitaalinjecties door te voeren in midden-en groteondernemingen.102 De focus ligt op investeringen in grote en middelgrote ondernemingen met meer dan 250 werknemers of met een jaaromzet van meer dan EUR 50 miljoen, een afwijking is mogelijk indien van aanzienlijke omvang en van aanzienlijk belang op nationaal of regionaal niveau. Ook Litouwen richtte een nieuw COVID-19 fonds op, met een budget van EUR 1 miljard. Het fonds zou bestaan uit EUR 100 miljoen overheidscontributie, EUR 400 miljoen uit een nieuwe obligatie-uitgifte en het resterende deel denkt men te bekomen uit internationale institutionele investeerders. De fondsen zullen aangewend worden voor directe leningen of kapitaalsinjecties aan middel en grote ondernemingen. Investeringen zouden voltrokken moeten zijn ten laatste tegen eind 2020.103

Uitzonderlijke toespitsing op investeringen in technologie Estland investeert in een passief fiber netwerk voor telecommunicatie met behulp van de EIB. Het netwerk biedt breedbanddiensten met een zeer hoge capaciteit (VHC) met downloadsnelheden van 1 Gbps aan ongeveer 266.000 huishoudens. 47 000 van deze huishoudens bevinden zich in gebieden met onvoldoende breedbandconnectiviteit (witte gebieden) en ongeveer 219 000 in gebieden met een beperkt aanbod van breedbanddiensten. Het netwerk wordt open access aangeboden aan elke retail aanbieder van breedbanddiensten.104 100

http://finmin.lrv.lt/en/news/lithuania-following-covid-19-investment-that-will-change-economic-dna https://www.imf.org/en/Topics/imf-and-covid19/Policy-Responses-to-COVID-19#EuroArea 102 https://isif.ie/pandemic-stabilisation-and-recovery-fund 103 https://www.imf.org/en/Topics/imf-and-covid19/Policy-Responses-to-COVID-19#EuroArea 104 https://www.eib.org/en/press/all/2020-135-eib-supports-estonian-broadband-with-eesti-energia 101

Alle rechten voorbehouden – EY Consulting Services SRL

Pagina |

85


Ook Polen kondigde investeringen in groene energy aan, onder de vorm van een ‘Green recovery Plan’, waarbij een investering gemaakt wordt in 66 kleinschalige zonneenergieprojecten met zonnepanelen. Met een gecombineerde capaciteit van maximaal 66 MW, goed voor het equivalent van 19.000 huishoudens, zullen de fabrieken elk jaar 47.000 ton kooldioxide helpen verminderen. Het project wordt gegarandeerd door het Europees Fonds voor strategische investeringen (EFSI) en zal bijdragen aan de ontwikkeling van hernieuwbare energiebronnen in Polen.105 Onder de vorm van een ‘Long-Term Investment Plan for Economic Stimulus’ brengt Litouwen een plan (EUR 6,3 miljard oftewel 13% van het 2019 BBP) dat bestaat om geplande investeringen te vervroegen alsook nieuwe investeringen aan te gaan. Nieuwe investeringen zouden EUR 1,8 miljard bedragen. Investeringen zullen gericht worden op de digitalisering en de heroriëntatie van de industrie, herscholing van werknemers in sectoren met een hoge toegevoegde waarde zoals biotechnologie, medische diensten en de ontwikkeling van groene technologie. Sleutelwoorden zijn dan ook de volgende: human capital, menselijk kapitaal, digitale economie en bedrijfsleven, innovatie en onderzoek, economische infrastructuur, klimaatverandering en energie.106

105 106

https://www.eib.org/en/press/all/2020-127-first-eib-support-for-solar-energy-project-in-poland http://finmin.lrv.lt/en/news/lithuania-following-covid-19-investment-that-will-change-economic-dna

Alle rechten voorbehouden – EY Consulting Services SRL

Pagina |

86


EY | Assurance | Tax | Transactions | Advisory

Over EY EY is wereldwijd toonaangevend op het gebied van audit, tax, transacties en advisory-diensten. Met de inzichten en de kwaliteitsvolle diensten die wij bieden, dragen wij bij aan het versterken van het vertrouwen in de kapitaalmarkten en economieën overal ter wereld. Wij leiden toonaangevende managers op, die door samen te werken onze beloften aan al onze stakeholders waarmaken. Daarmee spelen wij een cruciale rol bij het creëren van een beter werkende wereld voor onze medewerkers, onze cliënten en de maatschappij.

© 2020 EYGM Limited. Alle rechten voorbehouden. De aanduiding 'EY' verwijst naar de wereldwijde organisatie en mogelijk naar een of meer lidfirma's van Ernst & Young Global Limited, die elk een afzonderlijke rechtspersoon zijn. EYG is een UK company limited by guarantee en verleent zelf geen diensten aan cliënten. Voor meer informatie over onze organisatie, kijk op ey.com.

ey.com/be


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook