WEGWIJS
in de Vlaamse personenbelasting voor uw vastgoed
DEPARTEMENT FINANCIËN & BEGROTING p
WEGWIJS
in de Vlaamse personenbelasting voor uw vastgoed COLOFON Brochure Wegwijs in de Vlaamse personenbelasting voor uw vastgoed Wettelijk Depot D/2016/3241/053 VU Birgitt Van Nerum, wnd. Secretaris-generaal Adres Koning Albert II-laan 19 bus 6, 1210 Brussel Opmaak Studio Salens
Inhoudsopgave
Voorwoord 5
1 Inleiding a) Welke bevoegdheden heeft Vlaanderen inzake personenbelasting? b) Wat is de eigen woning?
6 7
2 Belastingvermindering voor de eigen woning, van toepassing op hypothecaire leningen aangegaan uiterlijk 31 december 2015 a) De Vlaamse Woonbonus 8 b) Het Vlaamse lange termijnsparen 21 c) De Vlaamse belastingvermindering voor gewone interesten (voorheen “gewone interestaftrek”) 23 3 De belastingvermindering voor de eigen woning, van toepassing op hypothecaire leningen aangegaan vanaf 1 januari 2016: de geïntegreerde woonbonus a) Wat zijn de voorwaarden voor de geïntegreerde woonbonus? b) Hoeveel bedraagt uw belastingvoordeel? c) Specifieke gevallen d) Algemeen overzicht voor en na 1 januari 2016 4 Overige belastingverminderingen van toepassing in het Vlaamse Gewest a) De Vlaamse belastingvermindering voor uitgaven voor de beveiliging van woningen tegen inbraak of brand b) De Vlaamse belastingvermindering voor uitgaven voor de vernieuwing van woningen gelegen in een zone voor positief grootstedelijk beleid c) De Vlaamse belastingvermindering voor uitgaven voor onderhoud en restauratie van beschermde monumenten en landschappen d) De Vlaamse belastingvermindering voor uitgaven voor de vernieuwing van een woning die verhuurd wordt via een sociaal verhuurkantoor (SVK) e) De Vlaamse belastingvermindering voor uitgaven voor dakisolatie 5 De bevoegdheidsverdeling in een notedop a) Algemeen b) Welk gewest is bevoegd? c) Wat is de bevoegdheid van de FOD Financiën en bij wie kunt u dan terecht?
24 25 28 29
30 30 30 31 32 34 34 35
Verklarende woordenlijst 36
p
Voorwoord In Vlaanderen is vandaag meer dan zeventig procent huiseigenaar. Iets om trots op te zijn, en zeker iets om in stand te houden en bijkomend te stimuleren. Het verwerven van een woning biedt een stevige zekerheid voor de toekomst. Het is en blijft een bijzonder goeie investering, en ook aanpassingen aan die woning zijn en blijven interessant. De Vlaamse overheid kent reeds verschillende renovatie- en isolatiepremies, en biedt nu ook meer fiscale mogelijkheden om dit te stimuleren. Via de woonbonus, evenals via tal van andere belastingverminderingen: voor dakisolatie, renovatie met het oog op verhuur via een sociaal verhuurkantoor ‌ Deze brochure biedt u een overzicht van de Vlaamse belastingverminderingen voor vastgoed in de personenbelasting. De inning van die personenbelasting blijft evenwel een federale bevoegdheid. Een combinatie van deze belastingvoordelen en de lage rente maakt het vandaag extra interessant om te investeren in een eigen woning, voor u en uw gezin.
Annemie Turtelboom Viceminister-president van de Vlaamse Regering en Vlaams Minister van Begroting, FinanciĂŤn en Energie
5
1
Inleiding
Deze brochure wil u een beeld geven van de verschillende Vlaamse belastingverminderingen voor vastgoed binnen de personenbelasting. Daarbij komen zowel de Vlaamse voordelen aan bod voor de woning die u zelf betrekt als voor andere woningen. Deze brochure legt vooral de nadruk op de regelgeving zoals deze van toepassing is vanaf 1 januari 2015. Twijfelt u of u wel onder de Vlaamse personenbelasting valt? Of wil u meer precies weten of u bij de federale overheid dan wel de Vlaamse overheid terecht kunt? Ook dat kan u in deze brochure lezen. Meer duiding bij de in deze brochure gebruikte begrippen, kan u vinden in de verklarende woordenlijst. a) Welke bevoegdheden heeft Vlaanderen inzake personenbelasting? Als de personenbelasting in het Vlaamse Gewest gelokaliseerd is, heeft het Vlaamse Gewest diverse bevoegdheden. Voor een korte schets van de bevoegdheidsverdeling tussen de federale overheid en het Vlaamse Gewest, en tussen het Vlaamse Gewest en de andere gewesten, kan worden verwezen naar het laatste onderdeel van deze brochure (“de bevoegdheidsverdeling in een notedop”).
6
Het Vlaamse Gewest bepaalt voortaan de Vlaamse belastingverminderingen en belastingkredieten voor de uitgaven voor het verwerven of behouden van de ‘eigen woning’, waaronder de Vlaamse woonbonus. Daarnaast is het ook bevoegd voor Vlaamse belastingkredieten- en verminderingen voor onder meer: • uitgaven ter beveiliging van woningen tegen inbraak of brand; • uitgaven voor onderhoud en restauratie van beschermde monumenten en landschappen; • energiebesparende uitgaven in een woning (met uitzondering van de interesten van groene leningen); • uitgaven voor vernieuwing van woningen gelegen in een zone voor positief grootstedelijk beleid; • uitgaven gedaan voor vernieuwing van tegen een redelijke huurprijs in huur gegeven woningen. Die belastingvoordelen zijn niet verbonden aan het verwerven of behouden van de eigen woning.
Inleiding
b) Wat is de eigen woning? Een belangrijk begrip in de bevoegdheidsverdeling is de eigen woning. Dit is de woning die u als eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder of vruchtgebruiker tijdens het belastbare tijdperk: 1. ofwel zelf betrekt; 2. ofwel niet zelf betrekt om één van volgende redenen: a) beroepsredenen; b) redenen van sociale aard; c) wettelijke of contractuele belemmeringen die het u onmogelijk maken om de woning zelf te betrekken; d) de stand van de bouwwerkzaamheden of van de verbouwingswerkzaamheden die het u niet toelaten de woning daadwerkelijk te betrekken. Gebruikt u of een van uw gezinsleden een deel van de woning voor het uitoefenen van een beroepswerkzaamheid, dan valt dit deel niet onder “de eigen woning”. Wanneer (een deel van) de woning wordt betrokken door personen die geen deel uitmaken van het gezin, dan wordt die woning (of het deel ervan) evenmin als de eigen woning beschouwd. Betrekt u meerdere woningen, dan wordt de woning waar u uw fiscale woonplaats heeft, beschouwd als uw eigen woning. Bezit u zowel een woning die u zelf betrekt als een woning die u om een van voormelde redenen niet betrekt, dan is de woning die u zelf betrekt de eigen woning.
Bezit u meerdere woningen die u niet zelf betrekt om een van bovenstaande redenen, en heeft u daarnaast geen woning die u zelf betrekt, dan mag u kiezen welke woning u als eigen woning beschouwt. Die keuze is onherroepelijk tot op het moment dat u ofwel een woning zelf betrekt (die wordt dan uw eigen woning) ofwel niet langer het bezit van de aangeduide woning heeft. Voor gehuwde belastingplichtigen of wettelijk samenwonenden, die samen worden belast, kan slechts één woning als de eigen woning worden beschouwd. Voorbeeld Jan en Sophie zijn net gehuwd. Momenteel huren ze een woning in Gent maar ze zijn tevens een woning aan het bouwen in Lovendegem. Vermits die woning nog in aanbouw is, kunnen ze de woning nog niet zelf betrekken. De woning zal wel al kunnen worden aangemerkt als hun eigen woning omdat ze deze niet betrekken wegens de stand van de bouwwerkzaamheden. Paul en Martine zijn eigenaar van het appartement in Gent waar ze in wonen. Ze zijn ook een woning aan het bouwen in Lovendegem, waar ze naar willen verhuizen zodra die woning klaar is. Zolang Paul en Martine de woning in Lovendegem niet zelf betrekken, is het appartement in Gent hun eigen woning.
7
2
Belastingvermindering voor de eigen woning, van toepassing op hypothecaire leningen aangegaan uiterlijk 31 december 2015
a) De Vlaamse woonbonus a.1. Wat zijn de voorwaarden voor de Vlaamse woonbonus? Om voor de Vlaamse woonbonus in aanmerking te komen moet de lening: • afgesloten zijn tussen 1 januari 2005 en 31 december 2015; • gewaarborgd zijn door een hypothecaire inschrijving; • afgesloten zijn bij een instelling die gevestigd is in de Europese Economische Ruimte; • afgesloten zijn voor een looptijd van minstens tien jaar; • dienen om de ‘enige zelf betrokken woning, gelegen in een land van de Europese Economische Ruimte (EER), te verwerven of te behouden. Dit kan betekenen: - het aankopen van de woning - het bouwen van de woning - het vernieuwen van de woning (bv. nieuwe badkamer, nieuwe keuken, schilderen,…) - het betalen van de successierechten voor die woning - het betalen van schenkingsrechten voor die woning. De datum van de authentieke leningsakte bepaalt wanneer de lening werd aangegaan. Wanneer er geen authentieke akte verleden wordt (bv. bij een heropname), zal de datum van aanvaarding van het kredietaanbod als datum van de lening in aanmerking worden genomen. Om te kunnen genieten van de Vlaamse woon-
8
bonus, moeten de uitgaven gedaan zijn voor het verwerven of behouden van de eigen woning. Wanneer u een belastingvermindering voor de eigen woning vraagt, is het aangewezen het door de kredietverstrekker uitgereikte attest ter beschikking te houden van de FOD Financiën. De FOD Financiën zal zich baseren op de feitelijke omstandigheden om deze voorwaarde te beoordelen. Het hebben van een domicilie is geen formele voorwaarde. Het bewijs dat de woning wordt betrokken kan worden geleverd door alle middelen van recht, met uitzondering van de eed. Op het zelf betrekken en het enige karakter van de woning werden een aantal uitzonderingen voorzien. In de onderstaande opsomming worden een aantal voorbeelden meegegeven. Uitzonderingen op het zelf betrekken van de woning op 31 december van het jaar van de lening Op de verplichting om de woning zelf te betrekken op 31 december van het jaar van de lening bestaan een aantal uitzonderingen. Men voldoet aan de basisvoorwaarden voor de Vlaamse woonbonus wanneer men de betreffende woning niet zelf bewoont op 31 december van het jaar van de lening omwille van: a) beroepsredenen; bv. een te grote afstand tussen de woonplaats en de plaats waar men tewerkgesteld is,… b) redenen van sociale aard; bv. een te grote afstand tussen de woonplaats en de plaats waar de kinderen studeren of de vrouw werkt, ouderdom, ziekte,…
De Vlaamse woonbonus
c) wettelijke of contractuele belemmeringen die het u onmogelijk maken om de woning zelf te betrekken; De Vlaamse woonbonus is in dit geval niet meer van toepassing vanaf het tweede jaar volgend op het jaar waarin het leningscontract is gesloten, als de woning niet uiterlijk op 31 december van dat jaar betrokken wordt. Mogelijks komt u wel in aanmerking voor het Vlaamse lange termijnsparen (zie onder 3. Het Vlaamse lange termijnsparen). De Vlaamse woonbonus kan evenwel opnieuw van toepassing worden vanaf het jaar waarin de contractuele of wettelijke belemmeringen zijn weggevallen, voor zover u de woning op 31 december van dat jaar zelf betrekt. Voorbeeld U bezit momenteel geen woning en u sluit eind november 2015 een hypothecaire lening af voor de aankoop van uw enige woning die u zelf wil betrekken. Het huurcontract van de woning die u heeft aangekocht kan pas eind mei 2016 worden beĂŤindigd. U blijft in uw huurappartement wonen en plant een verhuis in op 1 juni 2016. U voldoet aan de basisvoorwaarden voor de Vlaamse woonbonus en kan hier reeds vanaf aanslagjaar 2016 (inkomstenjaar 2015) gebruik van maken.
d) de stand van de bouwwerkzaamheden of van de verbouwingswerkzaamheden die het u niet toelaten de woning daadwer- kelijk te betrekken. Indien men de woning niet kan betrekken omdat de stand van de bouwwerkzaamheden of van de verbouwingswerkzaamheden het de kredietnemer nog niet toelaten de woning daadwerkelijk te betrekken op diezelfde datum, volstaat het dat op 31 december van het jaar van het aangaan van de lening: - ofwel een bouwaanvraag werd ingediend; - ofwel een overeenkomst met een architect werd afgesloten; - ofwel materialen voor de werken werden besteld. De drie vermelde gevallen zijn slechts niet-limitatieve voorbeelden, ook andere gegevens kunnen wijzen op de vereiste bouw- of verbouwingswerkzaamheden. Bepalend criterium is of uit de aangeleverde bewijzen voldoende de intentie blijkt om de werken aan te vatten. De Vlaamse woonbonus is echter niet meer van toepassing vanaf het tweede jaar volgend op het jaar waarin het leningscontract is gesloten, als u de woning op 31 december van dat jaar niet zelf betrekt, tenzij omwille van redenen van sociale aard of beroepsredenen. De belastingvermindering voor enige en eigen woning kan opnieuw van toepassing zijn vanaf het jaar waarin de bouwwerkzaamheden of verbouwingswerkzaamheden zijn afgerond, voor zover u die woning op 31 december van dat jaar zelf betrekt.
9
De Vlaamse woonbonus
Voorbeeld U heeft in september 2014 een hypothecaire lening afgesloten voor de bouw van uw enige woning die u zelf wil betrekken. De bouwvergunning is afgeleverd en de bouwwerkzaamheden worden in februari 2015 aangevangen. Door een juridisch dispuut en problemen met een belangrijke aannemer, blijven de bouwwerkzaamheden aanslepen, zodat de woning pas in maart 2018 klaar is. U verhuist op dat moment van uw huurwoning naar uw nieuwe woning. De Vlaamse woonbonus is van toepassing voor de aanslagjaren 2015 en 2016. Aangezien u de woning niet uiterlijk 31 december 2016 zelf betrekt, is de Vlaamse woonbonus niet meer van toepassing vanaf aanslagjaar 2017 (inkomstenjaar 2016). De Vlaamse woonbonus is opnieuw van toepassing vanaf aanslagjaar 2019 (inkomstenjaar 2018) vermits de woning in 2018 is afgewerkt en u ze uiterlijk op 31 december 2018 zelf betrekt. Uitzondering voor een zorgwoning De woonbonus is in principe enkel van toepassing op de eigen woning. Dit is het gedeelte van de woning die u en uw gezin zelf betrekken. Als u uw woning omvormt tot een zorgwoning om in een deel ervan bijvoorbeeld uw bejaarde ouders te huisvesten, zou u, wanneer zij geen deel uitmaken van uw gezin, voor het gedeelte dat zij betrekken niet voor de woonbonus in aanmerking komen. Als er evenwel voldaan is aan alle
10
voorwaarden van het zorgwonen, zal u, ook voor het gedeelte dat niet door leden van uw gezin wordt betrokken, toch kunnen genieten de woonbonus. Uiteraard moet ook steeds voldaan zijn aan de andere voorwaarden van de woonbonus. Uitzonderingen op de “enige” woning op 31 december van het jaar van de lening a) Andere woning wordt te koop aangeboden De woning moet op 31 december van het jaar waarin de leningsovereenkomst gesloten is, de enige woning zijn die u zelf betrekt. Heeft u tevens een andere woning, die op die datum op de vastgoedmarkt te koop is aangeboden, dan is dat echter geen probleem voor de beoordeling van de “enige” woning voorwaarde. Voorbeeld U wenst over te gaan tot de aankoop van een nieuwe woning en besluit uw huidige woning te verkopen. Op het moment van de aankoop (september 2014) is uw huidige woning echter nog niet verkocht. U voldoet in beginsel aan de basisvoorwaarde voor de toepassing van de Vlaamse woonbonus wanneer op 31 december 2014 uw huidige woning op de vastgoedmarkt is aangeboden. Dit kan u aantonen door bijvoorbeeld het bewijs dat u beroep gedaan heeft op een vastgoedmakelaar of het bewijs dat u een advertentie geplaatst heeft. Uw huidige woning moet ten laatste op 31 december 2015 verkocht zijn. Wanneer dat niet het geval is vervalt uw recht op de Vlaamse woonbonus definitief vanaf aanslagjaar 2016 (inkomstenjaar 2015).
De Vlaamse woonbonus
De Vlaamse woonbonus kan wel slechts worden verleend voor de uitgaven die u doet voor de woning die op het tijdstip van die uitgaven de eigen woning is. Zolang u uw in 2014 aangekochte woning niet zelf betrekt of uw huidige woning niet heeft verkocht (zonder de nieuwe woning te betrekken), kan de woning die u in 2014 heeft aangekocht, niet worden beschouwd als de eigen woning en komen de uitgaven voor de hypothecaire lening voor die woning niet in aanmerking voor de Vlaamse woonbonus. Deze uitgaven komen eventueel wel in aanmerking voor een federale belastingvermindering. b) Andere woning is geĂŤrfde woning Om te bepalen of de woning op 31 december van het jaar waarin de leningsovereenkomst gesloten is, de enige woning is die u zelf betrekt, wordt geen rekening gehouden met andere woningen waarvan u, ingevolge erfenis: - mede-eigenaar - naakte eigenaar of - vruchtgebruiker bent.
Voorbeeld U gaat in maart 2015 een hypothecaire lening aan voor de aankoop van de woning die u op 31 december 2015 zelf betrekt. Op 31 december 2015 bent u ingevolge erfenis tevens naakte eigenaar van een andere woning. In dit geval kan u gebruik maken van de uitzonderingsbepaling en komt u in aanmerking voor de Vlaamse woonbonus. Voorbeeld U gaat in maart 2015 een hypothecaire lening aan voor de aankoop van een woning die u zelf betrekt. Op 31 december 2015 bent u ingevolge erfenis enige volle eigenaar van een andere woning. In dit geval speelt de uitzonderingsbepaling niet. Uw nieuwe woning zal niet uw enige woning zijn op 31 december van het jaar van de lening, waardoor u geen aanspraak kan maken op de Vlaamse woonbonus.
Opgelet: Indien u ingevolge erfenis enige volle eigenaar wordt, dan geldt deze uitzonderingsbepaling niet en voldoet u niet aan de voorwaarde voor de woonbonus Deze uitzondering is eveneens niet van toepassing indien u op een andere manier dan ingevolge erfenis (bv. schenking, aankoop, ‌) (mede-) eigenaar, naakte eigenaar of vruchtgebruiker wordt.
11
De Vlaamse woonbonus
a.2. Algemeen overzicht voor en na 1 januari 2015 Leningen gesloten voor 1/1/2015
Leningen gesloten vanaf 1/1/2015
Basisbedrag
2.280 euro
1.520 euro
Verhoging eerste 10 jaar indien het de ENIGE woning blijft
+ 760 euro
+ 760 euro
Verhoging bovenop verhoging eerste 10 jaar voor kinderlast (vanaf 3 kinderen ten laste hebt u recht op 1 verhoging voor kinderlast)
+ 80 euro
+ 80 euro
Basisbedragen NIET meer geïndexeerd
Basisbedragen NIET meer geïndexeerd
Tegen het “marginaal tarief” (dit is het belastingpercentage dat u betaalt op de hoogste schijf van uw inkomsten (tussen 30% en 50%))
40%
Indexatie Hoeveel bedraagt mijn belastingvermindering effectief? M.a.w. welk percentage wordt toegepast op de uitgaven die in aanmerking komen voor de belastingvermindering?
Als u voldoet aan alle voorwaarden om van de Vlaamse woonbonus te genieten, mag u uitgaven die u heeft gemaakt voor uw hypothecaire lening in rekening brengen voor een bepaald bedrag, dit is het “basisbedrag”. Als de Vlaamse woonbonus wordt toegepast omdat u aan de voorwaarden ervan voldoet, dan heeft u recht op de verhoging voor de eerste 10 jaar vanaf het jaar van het aangaan van de lening. De verhoging voor kinderen ten laste, bovenop de verhoging voor de eerste 10 jaar, wordt toegekend wanneer u op 1 januari van het jaar volgend op het jaar waarin de lening werd afgesloten ten minste 3 kinderen ten laste heeft.. Een wijziging nadien aan het aantal kinderen ten laste heeft geen impact op het toekennen van deze verho-
12
ging. In omgekeerde zin geldt dat indien u geen 3 kinderen ten laste had op 1 januari van het jaar volgend op het jaar waarin de lening werd afgesloten, u nadien geen recht meer heeft op deze verhoging indien u op dat latere ogenblik alsnog 3 kinderen ten laste zou hebben. Beide verhogingen worden niet meer toegepast vanaf het eerste belastbaar tijdperk waarin u eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder of vruchtgebruiker wordt van een tweede woning. Deze toestand wordt beoordeeld op 31 december van dat belastbaar tijdperk. Op dat moment heeft u enkel nog recht op het basisbedrag. Het verlies van de verhogingen is definitief, ook als u achteraf deze tweede woning terug verkoopt. Bij het verstrijken van de eerste 10 jaar vervallen beide verhogingen voor die lening steeds.
De Vlaamse woonbonus
De belastingvermindering wordt berekend op basis van de gedane uitgaven: - voor hypothecaire leningen afgesloten vanaf 1 januari 2015: aan een tarief van 40%; - voor hypothecaire leningen aangegaan vóór 1 januari 2015: aan het marginaal tarief. Het marginaal tarief is het belastingpercentage dat u betaalt op de hoogste schijf van uw inkomsten en zal voor de toepassing van de woonbonus niet lager zijn dan 30%; bijgevolg is dit tarief afhankelijk van uw persoonlijke situatie. In de voorbeelden zal uitgegaan worden van een marginaal tarief van 45%. Hou er rekening mee dat dit tarief in uw persoonlijke situatie anders kan zijn. Voorbeeld U heeft een hypothecaire lening afgesloten voor uw enige door uzelf betrokken woning in 2010. U had 2 kinderen ten laste op 1 januari 2011. Op dit moment heeft u 3 kinderen ten laste. Uw jaarlijkse uitgaven voor deze hypothecaire lening bedragen 8.000 euro. U heeft recht op het basisbedrag van 2.280 euro (omdat het bedrag van uw werkelijke uitgaven dit maximum overschrijdt) en op de verhoging van 760 euro (enkel gedurende de eerste 10 jaar). Omdat u op 1 januari 2011 slechts 2 kinderen ten laste had, heeft u geen recht op de bijkomende verhoging van 80 euro. In 2015 wordt u eigenaar van een tweede woning. Vanaf dit belastbaar tijdperk (aanslagjaar 2016-inkomsten 2015) heeft u geen recht meer op de verhoging van 760 euro, tenzij u die woning uiterlijk 31 december 2015 terug zou verkopen. U blijft wel recht hebben op het basisbedrag van 2.280 euro. De Vlaamse woonbonus bedraagt voor 2015 2.280 euro berekend aan een marginaal tarief van 45% (afhankelijk van uw persoonlijke situatie), zijnde 1.026 euro.
Voorbeeld U gaat een hypothecaire lening aan voor uw enige door uzelf betrokken woning in 2015. Op 1 januari 2016 heeft u 3 kinderen ten laste. Door de verhuis van een van uw kinderen in 2016 heeft u vanaf aanslagjaar 2017 nog slechts 2 kinderen ten laste. Uw jaarlijkse uitgaven voor deze hypothecaire lening bedragen 6.000 euro. U heeft recht op het maximum basisbedrag van 1.520 euro en op de verhoging van 760 euro. Door het feit dat u 3 kinderen ten laste had op 1 januari 2016 heeft u ook recht op de bijkomende verhoging van 80 euro. U blijft deze bijkomende verhoging behouden, ook wanneer u op een later tijdstip geen 3 kinderen ten laste meer heeft. De belastingvermindering bedraagt voor 2015 2.360 euro (1.520 + 760 + 80) berekend aan het tarief van 40% (vast voor leningen vanaf 2015), zijnde 944 euro.
13
De Vlaamse woonbonus
Voorbeeld U heeft een hypothecaire lening afgesloten in 2005. Op 1 januari 2006 had u geen kinderen ten laste. Uw jaarlijkse uitgaven voor deze hypothecaire lening bedragen 3.000 euro. Voor 2015 kan u het bedrag van uw werkelijke uitgaven slechts gedeeltelijk in rekening brengen. Het maximum van 2.280 euro wordt immers overschreden. U heeft geen recht meer op de verhoging van 760 euro aangezien de eerste 10 jaar verstreken zijn. Indien u ook recht zou gehad hebben op de verhoging voor kinderen ten laste, dan vervalt ook deze verhoging na de termijn van 10 jaar aangezien deze gekoppeld is aan de verhoging van 760 euro. De belastingvermindering bedraagt vanaf 2015 2.280 euro berekend aan het marginaal tarief van 45%, zijnde 1.026 euro. Echtgenoten en wettelijk samenwonenden Echtgenoten en wettelijk samenwonenden kunnen beide van de Vlaamse woonbonus gebruik maken. De voorwaarden voor de Vlaamse woonbonus worden wel per persoon afzonderlijk beoordeeld. Voorbeeld U bent gehuwd en heeft samen met uw echtgenoot een hypothecaire lening afgesloten voor de aankoop van uw enige door uzelf betrokken woning in 2008. U had op 1 januari 2009 3 kinderen ten laste. Uw jaarlijkse uitgaven voor deze hypothecaire lening bedragen samen 12.000 euro. U heeft beide recht op het basisbedrag van 2.280 euro, alsook op de verhoging van 760 euro en 80 euro.
14
Opgelet: Ten gevolge van de bevoegdheidsverdeling kan er voor echtgenoten en wettelijk samenwonenden, die samen worden belast, slechts ĂŠĂŠn eigen woning zijn.
Feitelijk samenwonenden Wanneer feitelijk samenwonenden in onverdeeldheid een enige door henzelf betrokken woning bouwen of aankopen waarvoor zij een gezamenlijke hypothecaire lening afsluiten, dan zullen de voorwaarden voor de Vlaamse woonbonus apart per persoon worden beoordeeld. De uitgaven zullen echter voor de belastingvermindering in aanmerking komen ten belope van het eigendomsaandeel. Voorbeeld U woont feitelijk samen en koopt samen met uw partner in maart 2015 een enige door uzelf betrokken woning en gaat hiervoor een gezamenlijke hypothecaire lening aan. Op 1 januari 2016 heeft u 3 kinderen ten laste, uw partner heeft geen kinderen ten laste. Uw jaarlijkse uitgaven voor deze hypothecaire lening bedragen samen 10.000 euro. U bent eigenaar van de woning ten belope van 60%, uw partner is eigenaar ten belope van 40%. U heeft beide recht op het basisbedrag van 1.520 euro, alsook op de verhoging van 760 euro. Vermits u de kinderen ten laste heeft, krijgt u op die verhoging een toeslag van 80 euro. Het totaal van de uitgaven wordt per partner verdeeld a rato van het eigendomspercentage.
De Vlaamse woonbonus
U mag de uitgaven ten belope van 6.000 euro (60% van 10.000 euro) inbrengen (met een maximum van 2.360 euro, zijnde het basisbedrag (1.520 euro) en de verhogingen (760 en 80 euro)). Uw partner mag de uitgaven ten belope van 4.000 euro (40% van 10.000 euro) inbrengen (met een maximum van 2.280 euro, zijnde het basisbedrag (1.520 euro) en de verhoging (760 euro)). Voor feitelijk samenwonenden bestaat er geen mogelijkheid om de uitgaven in de aangifte vrij te verdelen tussen beide om de belastingvermindering te optimaliseren.
Samenloop van leningen voor de enige door uzelf betrokken woning, aangegaan v贸贸r en vanaf 1 januari 2015 Wanneer u zowel een hypothecaire lening heeft voor uw enige door uzelf betrokken woning die is afgesloten v贸贸r 1 januari 2015 als een hypothecaire lening die is afgesloten vanaf 1 januari 2015 (bv. bij een heropname voor een verbouwing), dan kan u beide systemen samen toepassen. U dient hierbij wel rekening te houden met de plafonds in beide systemen. In de berekening zal eerst worden aangerekend op de korf voor de leningen aangegaan voor 1 januari 2015 (oude korf) en dan op de korf voor de leningen aangegaan vanaf 1 januari 2015 (nieuwe korf).
Voor de basisbedragen komt dit neer op het volgende: Uitgaven oude lening die in aanmerking komen voor de belastingvermindering
Aangepast maximum basisbedrag voor de uitgaven van de nieuwe lening
Minstens 2.280 euro
0 euro
Minstens 760 euro en minder dan 2.280 euro
2.280 euro verminderd met het bedrag van de werkelijke uitgaven van de oude lening
Minder dan 760 euro
1.520 euro
Wanneer u recht heeft op de verhoging van 760 euro en/of 80 euro voor de uitgaven voor uw nieuwe lening, dan worden de hierboven vermelde grensbedragen voor de uitgaven in het kader van de nieuwe lening verhoogd met het verschil tussen die 760 euro en/of 80 euro en het bedrag van de uitgaven in het kader van de oude lening boven de 2.280 euro, die in aanmerking werden genomen voor de belastingvermindering onder het oude systeem.
15
De Vlaamse woonbonus
Onderstaande voorbeelden geven meer duiding bij de toepassing van de plafonds bij de oude en de nieuwe korven
de oude lening geen recht meer had op de verhogingen voor 2015, mag u deze verhogingen inbrengen voor de nieuwe lening.
Oude korf wordt gedeeltelijk opgevuld ten belope van het basisbedrag
De belastingvermindering bedraagt vanaf 2015:
Voorbeeld
2.000 euro voor de oude lening berekend aan het marginaal tarief van 45%, zijnde 900 euro
U heeft een hypothecaire lening afgesloten voor uw enige en zelf betrokken woning in 2005. U had op 1 januari 2006 geen kinderen ten laste. Op 1 maart 2015 gaat u een bijkomende hypothecaire lening aan voor diezelfde woning in het kader van renovatiewerken. Op 1 januari 2016 heeft u 3 kinderen ten laste. Uw jaarlijkse uitgaven voor uw oude hypothecaire lening bedragen 2.000 euro. Uw jaarlijkse uitgaven voor uw nieuwe hypothecaire lening bedragen 8.000 euro. Uitgaven voor uw oude hypothecaire lening Voor deze lening kan u uw werkelijke uitgaven volledig in rekening brengen (2.000 euro) omdat het maximum van 2.280 euro niet overschreden is. Vanaf 2015 heeft u geen recht meer op de verhoging van 760 euro, aangezien de eerste 10 jaar verstreken zijn. Uitgaven voor uw nieuwe hypothecaire lening Voor deze lening heeft u recht op het basisbedrag van 1.520 euro. Dit basisbedrag wordt evenwel verminderd tot 280 euro, aangezien u voor de oude lening reeds een bedrag van 2.000 euro heeft kunnen inbrengen en het plafond van 2.280 euro niet mag overschreden worden. U heeft voor deze nieuwe lening tevens recht op de verhoging van 760 euro en de verhoging van 80 euro. Aangezien u voor
16
1.120 euro (280 + 760 + 80) voor de nieuwe lening berekend aan het nieuwe tarief van 40%, zijnde 448 euro Voorbeeld U heeft een hypothecaire lening afgesloten voor uw enige en eigen woning in 2005. U had op 1 januari 2006 geen kinderen ten laste. Op 1 maart 2015 gaat u een bijkomende hypothecaire lening aan voor diezelfde woning in het kader van renovatiewerken. Op 1 januari 2016 heeft u 3 kinderen ten laste. Uw jaarlijkse uitgaven voor uw oude hypothecaire lening bedragen 500 euro. Uw jaarlijkse uitgaven voor uw nieuwe hypothecaire lening bedragen 8.000 euro. Uitgaven voor uw oude hypothecaire lening Voor deze lening kan u uw werkelijke uitgaven volledig in rekening brengen (500 euro) omdat het maximum van 2.280 euro niet is overschreden. Vanaf 2015 heeft u geen recht meer op de verhoging van 760 euro, aangezien de eerste 10 jaar verstreken zijn. Uitgaven voor uw nieuwe hypothecaire lening Voor deze lening heeft u recht op het basisbedrag van 1.520 euro. U heeft tevens recht op de verhoging van 760 euro en de verhoging van 80 euro. Aangezien u voor
De Vlaamse woonbonus
de oude lening geen recht meer had op de verhogingen vanaf 2015, mag u deze verhogingen volledig inbrengen voor de nieuwe lening.
Uitgaven voor uw nieuwe hypothecaire lening
De belastingvermindering bedraagt vanaf 2015:
Voor de nieuwe lening kan u geen uitgaven meer inbrengen aangezien u reeds de maximum plafonds bereikt heeft met uw uitgaven van de oude lening.
500 euro voor de oude lening berekend aan het marginaal tarief van 45%, zijnde 225 euro
De belastingvermindering bedraagt voor 2015 3.120 euro berekend aan het marginaal tarief van 45%, zijnde 1.404 euro.
2.360 euro voor de nieuwe lening berekend aan het nieuwe tarief van 40%, zijnde 944 euro Oude korf wordt volledig opgevuld ten belope van het basisbedrag en de verhogingen Voorbeeld U heeft een hypothecaire lening afgesloten voor uw enige en eigen woning in 2009. U had op 1 januari 2010 3 kinderen ten laste. Op 1 maart 2015 gaat u een bijkomende hypothecaire lening aan voor diezelfde woning in het kader van renovatiewerken. Op 1 januari 2016 heeft u 3 kinderen ten laste. Uw jaarlijkse uitgaven voor uw oude hypothecaire lening bedragen 4.000 euro. Uw jaarlijkse uitgaven voor uw nieuwe hypothecaire lening bedragen 5.000 euro. Uitgaven voor uw oude hypothecaire lening Voor deze lening heeft u recht op het basisbedrag van 2.280 euro. U heeft tevens recht op de verhoging van 760 euro tijdens de eerste 10 jaar alsook op de bijkomende verhoging voor kinderen ten laste van 80 euro.
Oude korf wordt volledig opgevuld ten belope van het basisbedrag en gedeeltelijk ten belope van de verhogingen Voorbeeld U heeft een hypothecaire lening afgesloten voor uw enige en eigen woning in 2009. U had op 1 januari 2010 3 kinderen ten laste. Op 1 maart 2015 gaat u een bijkomende hypothecaire lening aan voor diezelfde woning in het kader van renovatiewerken. Op 1 januari 2016 heeft u 3 kinderen ten laste. Uw jaarlijkse uitgaven voor uw oude hypothecaire lening bedragen 2.500 euro. Uw jaarlijkse uitgaven voor uw nieuwe hypothecaire lening bedragen 5.000 euro. Uitgaven voor uw oude hypothecaire lening Voor deze lening heeft u recht op het basisbedrag van 2.280 euro. U heeft tevens recht op de verhoging tijdens de eerste 10 jaar alsook op de bijkomende verhoging voor kinderen ten laste, zijnde samen 840 euro. Dit laatste bedrag wordt evenwel verminderd tot 220 euro aangezien hiermee het maximum van uw uitgaven voor de oude lening bereikt wordt.
17
De Vlaamse woonbonus
Uitgaven voor uw nieuwe hypothecaire lening Voor de nieuwe lening kan u niets inbrengen ten belope van het basisbedrag aangezien u voor de oude lening reeds 2.280 euro heeft aangerekend. U kan wel nog uitgaven inbrengen ten belope van 620 euro, aangezien er slechts 220 euro van de 840 euro werd aangerekend voor de verhogingen voor de oude lening. De belastingvermindering bedraagt voor 2015: 2.500 euro berekend aan het marginaal tarief van 45%, zijnde 1.125 euro 620 euro berekend aan het nieuwe tarief van 40%, zijnde 248 euro a.3. Welke uitgaven komen in aanmerking voor de woonbonus? Kapitaal en interesten De interesten en de betalingen voor de aflossing of de wedersamenstelling van een hypothecaire lening die specifiek is gesloten om een enige zelf betrokken woning te verwerven of te behouden. Schuldsaldoverzekering Dit zijn de bijdragen van een aanvullende verzekering tegen ouderdom en vroegtijdige dood. U heeft deze bijdragen definitief betaald voor het vestigen van een rente of van een kapitaal bij leven of bij overlijden. Het gaat om bijdragen van een individueel gesloten levensverzekeringscontract die uitsluitend dienen voor het wedersamenstellen of het waarborgen van een hiervoor vermelde hypothecaire lening.
18
a.4. Specifieke gevallen Hypotheekruil (pandwissel) Met een hypotheekruil of pandwissel wordt onder deze titel de situatie bedoeld waarbij een woning wordt vervreemd en de lening die voor de oorspronkelijke woning werd afgesloten blijft bestaan. Voorbeeld U geniet momenteel van de woonbonus voor de uitgaven van een hypothecaire lening die u in 2007 bent aangegaan voor de aankoop van uw eerste woning. U wil nu een andere woning aankopen en uw eerste woning verkopen. U wenst hiervoor, om kosten (onder meer wederbeleggingsvergoeding, registratiebelasting,‌) te besparen, een hypotheekruil te doen. De lening die u in 2007 bent aangegaan, zal blijven verder lopen, maar de hypotheek die gevestigd was op uw eerste woning, zal overgebracht worden naar een ander onroerend goed, wellicht uw nieuw aan te kopen woning. De Zesde Staatshervorming heeft een opdeling gecreÍerd tussen eigen en niet-eigen woningen. Hierdoor kon een hypotheekruil er vanaf 1 januari 2016 toe leiden dat men voor de uitgaven van een hypothecaire lening het recht op de Vlaamse woonbonus verloor. Bovendien kwam men evenmin in aanmerking voor een andere Vlaamse belastingvermindering of de federale woonbonus. Door het ingrijpen van de Vlaamse decreetgever zullen de uitgaven van de lening voortaan toch in aanmerking kunnen komen voor de Vlaamse woonbonus. Daarvoor moeten de volgende voorwaarden vervuld zijn:
De Vlaamse woonbonus
- de hypotheekruil vindt plaats ingevolge de vervreemding (vb. verkoop) van de eerste woning;
Voor de loutere herfinanciering zal de datum van de oorspronkelijke lening in aanmerking genomen worden.
- de eerste woning wordt vervreemd bij authentieke akte verleden vanaf 1 januari 2016;
Voor de herfinanciering van een lening die reeds vóór 1 januari 2015 werd afgesloten, wordt de belastingvermindering dus verder bepaald rekening houdend met de begrenzingen en het tarief dat geldt voor leningen aangegaan vóór 1 januari 2015.
- voor de eerste woning was een hypothe caire lening aangegaan en voor die uitgaven werd de woonbonus genoten; - de uitgaven van voormelde hypothecaire lening hebben, ingevolge de vervreemding van de eerste woning, betrekking op een andere woning; - Er blijft voldaan aan de overige voorwaar- den van de woonbonus. In sommige gevallen komen dezelfde uitgaven zowel in aanmerking voor de Vlaamse woonbonus als voor bepaalde federale belastingverminderingen (bijvoorbeeld de federale belastingvermindering voor het lange termijnsparen). In dat geval zal u een keuze moeten maken. Als u voor de uitgaven een federale belastingvermindering aanvraagt, zal u voor diezelfde uitgaven dus niet van de Vlaamse woonbonus kunnen genieten. Herfinanciering Bij een herfinanciering wordt het nog openstaande kapitaal van een bestaand hypothecair krediet opnieuw gefinancierd via een nieuw hypothecair krediet (met gunstigere voorwaarden). Het openstaande kapitaal wijzigt niet. Een nieuwe hypothecaire inschrijving is bij een loutere herfinanciering bij dezelfde bank niet nodig. Als de herfinanciering bij een andere bank gebeurt, dan is er normaliter een handlichting van de bestaande hypotheek en een inschrijving van een nieuwe hypotheek.
De herfinanciering mag bij om het even welke in de EER gevestigde instelling gebeuren. Wel moet die “overnemende bank” zich, met het oog op het door haar uit te reiken fiscaal attest, informeren over het krediet dat zij herfinanciert. Zij mag immers slechts een fiscaal attest uitreiken, nadat ze heeft vastgesteld dat het geherfinancierde krediet voldeed aan bepaalde fiscale voorwaarden zoals bv. het doel van de lening, de looptijd van de lening, … Heropname Bij een heropname hergebruikt u afgeloste kapitalen van een bestaand hypothecair krediet onder de vorm van een nieuwe tranche binnen uw bestaande kredietopening, zodat deze gedekt blijft door de bestaande hypothecaire inschrijving. Bij elke heropname wordt een nieuwe tranche binnen de bestaande kredietopening toegestaan (met eigen rentevoet, looptijd etc.). Zo blijft de wederopname gedekt door de bestaande hypothecaire inschrijving. Een heropname in het kader van een kredietopening of het aangaan van een bijkomende, nieuwe lening wordt als een afzonderlijk leningscontract beschouwd.
19
De Vlaamse woonbonus
In dit geval zal wel moeten gekeken worden naar het feit of deze dateert van vóór 1 januari 2015 om te bepalen met welke begrenzingen en welk tarief rekening zal worden gehouden om het bedrag van de belastingvermindering te bepalen. Indien deze heropname of een bijkomende, nieuwe lening voldoet aan alle in de wet gestelde voorwaarden voor de Vlaamse woonbonus, en de oorspronkelijke lening eveneens, dan kan u van de Vlaamse woonbonus genieten zowel voor uw oorspronkelijke lening als voor uw heropname of nieuwe lening. Hierbij moet echter rekening gehouden worden met het toepasselijke plafond (zoals besproken onder “Samenloop van leningen voor de enige zelf betrokken woning aangegaan voor en vanaf 1 januari 2015”). Hypothecair mandaat of hypothecaire volmacht Bij een hypothecair mandaat of een hypothecaire volmacht geeft u als ontlener volmacht aan de bank om een hypotheek te nemen op het betreffende onroerend goed wanneer de bank dit nodig acht. Dergelijk mandaat wordt dus niet onmiddellijk ingeschreven in het hypotheekkantoor. Een lening die slechts door een hypothecaire volmacht of een mandaat wordt gewaarborgd, wordt voor de toepassing van de Vlaamse woonbonus niet als een hypothecaire lening beschouwd. Enkel interesten en aflossingen die betrekking hebben op het gedeelte van de lening dat effectief door een hypothecaire inschrijving is gewaarborgd, geven recht op de Vlaamse woonbonus. Intresten die betrekking hebben op het gedeelte van de lening dat wordt gewaarborgd door een hypothecaire volmacht kunnen wel in aanmerking komen voor de Vlaamse belastingvermindering voor gewone interesten.
Voorbeeld U gaat een lening aan voor de aankoop van uw enige zelf betrokken woning. Voor de helft van deze lening wordt een hypotheek ingeschreven, voor de andere helft wordt een hypothecair mandaat verleend. In dit geval komen slechts de helft van uw uitgaven (enkel de uitgaven die betrekking hebben op de hypotheek) in aanmerking voor de Vlaamse woonbonus. De andere helft (gewaarborgd door een hypothecair mandaat) komt eventueel in aanmerking voor de Vlaamse belastingvermindering voor gewone interesten. Bijkomend lenen voor kosten notaris, wederbeleggingsvergoeding,… Indien er bijkomend geleend wordt om bijvoorbeeld de wederbeleggingsvergoeding of de aktekosten van de notaris te betalen, dan komt dit bijkomend ontleende bedrag niet in aanmerking voor de Vlaamse woonbonus. Cumul Vlaamse belastingvermindering bouwsparen en Vlaamse woonbonus Voor leningen afgesloten vanaf 1 januari 2015 bestaat geen keuzemogelijkheid meer tussen het fiscale voordeel zoals het bestond voor leningcontracten afgesloten voor 1 januari 2005 en het fiscale voordeel zoals het bestaat voor leningcontracten afgesloten vanaf 1 januari 2015. Dit betekent dat wanneer u nog een lening heeft onder het systeem van het vroegere bouwsparen (lening van vóór 1 januari 2005), en u daarnaast een nieuwe, bijkomende lening aangaat voor dezelfde woning vanaf 1 januari 2015, u niet langer de keuzemogelijkheid heeft om: - voor beide leningen het belastingvoordeel te vragen onder het oude systeem van bouwsparen (inclusief de bijkomende en gewone intrestaftrek) - enkel voor de nieuwe lening het belasting- voordeel te vragen voor de woonbonus
20
De Vlaamse woonbonus
U zal voortaan enkel nog het voordeel bekomen voor de uitgaven van de nieuwe lening onder het systeem van de Vlaamse woonbonus. Enkel wanneer u geen uitgaven voor de nieuwe lening aangeeft, kan u eventueel nog genieten van de belastingvermindering voor het bouwsparen voor de uitgaven van uw oude lening. Vervroegde terugbetaling van de hypothecaire lening Uitgaven die dienen voor het vervroegd terugbetalen van de hypothecaire lening komen niet in aanmerking voor de Vlaamse woonbonus wanneer deze vervroegde terugbetaling binnen de eerste 10 jaar gebeurt. Indien er tevens een schuldsaldoverzekering werd afgesloten tot waarborging of wedersamenstelling van deze hypothecaire lening, dan zullen deze uitgaven niet langer in aanmerking komen voor de Vlaamse woonbonus vanaf het belastbaar tijdperk waarin deze verzekering niet meer (uitsluitend) dient voor de waarborging of wedersamenstelling van de hypothecaire lening. Mogelijks komen deze uitgaven wel nog in aanmerking voor het Vlaamse of het federale lange termijnsparen.. De periodieke uitgaven gedaan vóór de datum van de vervroegde terugbetaling blijven wel in aanmerking komen voor de Vlaamse woonbonus in dat jaar. De belastingvermindering die reeds werd toegekend voor uitgaven gedaan in de voorgaande jaren wordt niet teruggevorderd. b) Het Vlaamse lange termijnsparen Opgelet: Deze belastingvermindering is afgeschaft voor uitgaven van hypothecaire leningen aangegaan vanaf 1 januari 2016. Dit betekent dat uitgaven voor die leningen niet langer voor de belastingvermindering in aanmerking komen. Als voldaan is aan alle voorwaarden, komen de uitgaven eventueel in aanmerking voor de geïntegreerde woonbonus.
b.1. Wat is de Vlaamse belastingverminde- ring voor het lange termijnsparen? De Vlaamse belastingvermindering voor het lange termijnsparen is een vermindering voor: - kapitaalaflossingen van een hypothecaire lening en - de bijdragen voor een individuele levensverzekering die dienen voor het wedersamenstellen of waarborgen van een lening. b.2. Welke voorwaarden zijn er voor de toepassing van het Vlaamse lange termijnsparen? De algemene voorwaarden tot het bekomen van deze belastingvermindering zijn: Voor kapitaalaflossingen van een hypothecaire lening: De lening: - is gewaarborgd door een hypothecaire inschrijving; - is afgesloten bij een instelling die gevestigd is in de Europese Economische Ruimte; - is afgesloten voor een looptijd van minstens 10 jaar; - dient om een ‘eigen’ woning te verwerven, te bouwen of te verbouwen; - komt niet in aanmerking voor de Vlaamse woonbonus. Voor wat de individuele levensverzekering betreft, heeft u recht op de belastingvermindering als: - de bijdragen definitief worden betaald voor het vestigen van een rente of kapitaal bij leven of overlijden; - het kapitaal dient voor het wedersamen- stellen of het waarborgen van een lening die specifiek is aangegaan voor het ver- werven of behouden van een in de
21
De Vlaamse woonbonus
Europese Economische Ruimte gelegen woning die op het moment van de betaling van de bijdragen uw eigen woning is; - het levensverzekeringscontract is aangegaan: • • • •
door uzelf, waarbij u alleen zichzelf heeft verzekerd vóór de leeftijd van 65 jaar bij een instelling die in de Europese Economische Ruimte is gevestigd voor een looptijd van minimum 10 jaar indien het in voordelen bij leven voorziet
- het levensverzekeringscontract als begunstigde(n) aanduidt:
De kapitaalaflossingen (eventueel beperkt zoals hieronder) en de bijdragen komen in aanmerking voor de som van 171 euro en 6% van het netto gezamenlijk belastbaar beroepsinkomen, met een maximum van 2.280 euro. De belastingvermindering wordt vervolgens berekend aan een tarief van 30%. Enkel kapitaalaflossingen die betrekking hebben op de eerste schijf van 76.110 euro (voor leningen aangegaan vanaf 2014) van uw leningen kunnen in aanmerking komen voor een Vlaamse belastingvermindering lange termijnsparen.
• bij leven: uzelf, vanaf de leeftijd van 65 jaar • in geval van overlijden:
De schijf die in aanmerking komt voor de belastingvermindering wordt vastgelegd in het jaar van het aangaan van de lening. Voor de aanslagjaren 2015 en verder, wordt dit bedrag vastgeklikt op 76.110 euro.
ten belope van het verzekerde kapitaal dat dient voor het wedersamenstellen of het waarborgen van de lening, ten gunste van de personen die ingevolge uw overlijden de volle eigendom of het vruchtgebruik van het onroerend goed verwerven
Enkel het gedeelte van de lening dat is aangegaan voor het verwerven, bouwen of verbouwen van de woning kan in aanmerking komen voor de belastingvermindering. Het gedeelte van het kapitaal dat betrekking heeft op de kosten voor het aangaan van de lening komt niet in aanmerking voor de belastingvermindering.
ten belope van het verzekerde kapitaal dat niet dient voor het wedersamenstellen of het waarborgen van de lening, ten gunste van uw echtgenoot of van uw partner met wie u wettelijk samenwoont of van uw bloedverwanten tot de tweede graad (kinderen, kleinkinderen, ouders, grootouders, zusters en broers)
Voorbeeld
- de bijdragen niet in aanmerking kunnen komen voor de toepassing van de Vlaamse woonbonus of aftrekbaar zijn als beroepskost.
22
b.3. Hoeveel bedraagt uw belastingvoordeel?
U heeft een hypothecaire lening afgesloten voor de aankoop van een eigen woning in maart 2014. Op het moment van afsluiten van de lening bent u reeds eigenaar van een andere woning die u verhuurt. U bent niet van plan om deze woning te verkopen. U heeft een netto gezamenlijk belastbaar beroepsinkomen van 60.000 euro. De nieuwe woning is niet uw enige woning op 31 december van het jaar van het afsluiten van de lening. De uitgaven voor de hypothecaire lening kunnen dus niet in aanmerking komen voor de Vlaamse woonbonus, maar wel voor de Vlaamse belastingvermindering lange termijnsparen.
De Vlaamse woonbonus
De uitgave die in aanmerking komt voor de Vlaamse belastingvermindering voor lange termijnsparen bedraagt 171 euro + 6% van het netto gezamenlijk belastbaar beroepsinkomen met een maximum van 2.280 euro. 171 euro + (6%* 60.000 euro)= 3.771 euro, met een maximum van 2.280 euro De belastingvermindering bedraagt 2.280 euro vermenigvuldigd met het tarief van 30%, zijnde 684 euro. c)
De Vlaamse belastingvermindering voor gewone interesten (voorheen “gewone interestaftrek”)
Opgelet: Deze belastingvermindering is afgeschaft voor uitgaven van schulden aangegaan vanaf 1 januari 2016. Dit betekent dat uitgaven voor die leningen niet langer voor de belastingvermindering in aanmerking komen. Als voldaan is aan alle voorwaarden, komen de uitgaven eventueel in aanmerking voor de geïntegreerde woonbonus.
Dit is een belastingvermindering voor: • de interesten van schulden die specifiek zijn aangegaan om de woning te verwerven of te behouden; • de termijnen en de waarde van ermee gelijkgestelde lasten met betrekking tot de aanschaffing van een recht van erfpacht of een recht van opstal of een gelijkaardig onroerend recht. Op het ogenblik dat de interesten worden betaald moet de woning uw eigen woning zijn, waarvan het inkomen begrepen is in uw belastbare onroerende inkomsten vóór de toepassing van de vrijstelling voor de eigen woning. De interesten en vergoedingen komen slechts voor deze belastingvermindering in aanmerking in de mate dat ze niet meer bedragen dan het netto-inkomen van uw onroerende goederen. Het is evenwel niet mogelijk van deze belastingvermindering gebruik te maken voor de interesten die in aanmerking komen voor de toepassing van de Vlaamse woonbonus. Voor overeenkomsten aangegaan vóór 1 januari 2015 wordt de belastingvermindering berekend aan het marginaal tarief met een minimum van 30%. Voor overeenkomsten aangegaan vanaf 1 januari 2015 bedraagt het tarief van de belastingvermindering 40%.
23
3
De belastingvermindering voor de eigen woning, van toepassing op hypothecaire leningen aangegaan vanaf 1 januari 2016: de geïntegreerde woonbonus
Voorafgaande opmerking: Wanneer in dit hoofdstuk sprake is van de Vlaamse woonbonus, wordt hiermee de belastingvermindering bedoeld die in hoofdstuk 2 werd toegelicht. a) Wat zijn de voorwaarden voor de geïntegreerde woonbonus? Om voor de geïntegreerde woonbonus in aanmerking te komen moet de lening: • afgesloten zijn vanaf 1 januari 2016 • gewaarborgd zijn door een hypothecaire inschrijving; • afgesloten zijn bij een instelling die gevestigd is in de Europese Economische Ruimte; • afgesloten zijn voor een looptijd van minstens tien jaar; • dienen om de eigen woning, gelegen in een land van de Europese Economische Ruimte (EER), te verwerven of te behouden. Dit kan betekenen: - het aankopen van de woning - het bouwen van de woning - het vernieuwen van de woning (bv. nieuwe badkamer, nieuwe keuken, schilderen,…) - het betalen van erfbelasting of successierechten voor die woning - het betalen van schenkbelasting of schenkingsrechten voor die woning. De woning, waarvoor de lening werd aangegaan, is de eigen woning van de belastingplichtige op het ogenblik dat de uitgaven gemaakt worden. Net zoals dit het geval was bij de Vlaamse woonbonus, bepaalt de datum van de authentieke leningsakte wanneer de lening werd aangegaan. Wanneer er geen authentieke akte verleden wordt (bv. bij een heropname), zal de datum van aanvaarding van het kredietaanbod als datum van de lening in aanmerking worden genomen. 24
Voor wat betreft het attest en de toepassing door de FOD Financiën, kan verwezen worden naar hetgeen werd toegelicht bij de Vlaamse woonbonus onder “a) Wat zijn de voorwaarden voor de Vlaamse woonbonus?”. Om te kunnen genieten van de geïntegreerde woonbonus, moet de woning waarvoor de hypothecaire lening werd aangegaan de eigen woning van de belastingplichtige zijn op het ogenblik dat hij de uitgaven doet. Wat onder de eigen woning moet begrepen worden, werd reeds eerder toegelicht in de inleiding van deze brochure. Ook de uitzondering voor een zorgwoning, toegelicht bij de Vlaamse woonbonus, is van toepassing bij de geïntegreerde woonbonus. b) Hoeveel bedraagt uw belastingvoordeel? Als u voldoet aan alle voorwaarden om van de geïntegreerde woonbonus te genieten, mag u uitgaven die u heeft gemaakt voor uw hypothecaire lening in rekening brengen voor maximaal 1.520 euro. Als de woning waarvoor u de geïntegreerde woonbonus aanvraagt tevens uw enige woning was op 31 december van het belastbaar tijdperk waarin u de hypothecaire lening bent aangegaan, hebt u recht op een verhoging van het basisbedrag. De verhoging bedraagt 760 euro en kan genoten worden gedurende de eerste 10 jaar vanaf het jaar van het aangaan van de lening. Wat onder een enige woning wordt begrepen, werd reeds toegelicht bij de Vlaamse woonbonus. De verhoging ten bedrage van 80 euro voor kinderen ten laste wordt toegekend wanneer u op 1 januari van het jaar volgend op het jaar waarin de lening werd afgesloten ten minste 3 kinderen ten laste heeft. Een wijziging nadien aan het aantal kinderen ten laste heeft geen impact op het toekennen van deze verhoging. In omgekeerde zin geldt dat indien u geen 3 kinderen ten laste had op 1 januari van het jaar volgend op het jaar waarin de lening werd aangegaan, u nadien geen
De geĂŻntegreerde woonbonus
recht meer heeft op deze verhoging indien u op dat latere ogenblik alsnog 3 kinderen ten laste zou hebben. De verhoging voor kinderen ten laste wordt toegekend bovenop de verhoging voor de eerste 10 jaar. Beide verhogingen worden niet meer toegepast vanaf het eerste belastbaar tijdperk waarin u volle eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder of vruchtgebruiker wordt van een tweede woning. Deze toestand wordt beoordeeld op 31 december van dat belastbaar tijdperk. Op dat moment heeft u enkel nog recht op het basisbedrag. Het verlies van de verhogingen is definitief, ook als u achteraf deze tweede woning terug verkoopt. Bij het verstrijken van de eerste 10 jaar vervallen beide verhogingen voor die lening steeds. De belastingvermindering wordt berekend door een tarief van 40% toe te passen op de gedane uitgaven. Zoals reeds eerder aangegeven, mogen die uitgaven het basisbedrag, eventueel vermeerderd met de verhogingen, niet overtreffen. Voorbeeld U bent in 2016 een hypothecaire lening aangegaan voor uw enige woning, die op het ogenblik van de uitgaven tevens uw eigen woning was. Op 1 januari 2017 heeft u 2 kinderen ten laste. Uw jaarlijkse uitgaven voor de hypothecaire lening bedragen 7.600 euro. U heeft recht op het basisbedrag van 1.520 euro en op de verhoging van 760 euro (enkel gedurende de eerste 10 jaar). Hoewel u uitgaven heeft ten bedrage van 7.600 euro, zal hiervan slechts 2.280 euro in aanmerking worden genomen voor de berekening van de geĂŻntegreerde woonbonus. De belastingvermindering bedraagt voor aanslagjaar 2017 (inkomsten 2016) dan ook 912 euro, zijnde 2.280 euro berekend aan een tarief van 40%.
In 2017 wordt u evenwel volle eigenaar van een tweede woning. Vanaf dit belastbaar tijdperk (aanslagjaar 2018-inkomsten 2017) heeft u geen recht meer op de verhoging van 760 euro, tenzij u die woning uiterlijk 31 december 2017 opnieuw zou verkopen. U blijft wel recht hebben op het basisbedrag van 1.520 euro. Als de tweede woning niet tijdig verkocht werd, zal u vanaf aanslagjaar 2018 (inkomsten 2017) genieten van een belastingvermindering ten bedrage van 608 euro, zijnde 1.520 euro berekend aan een tarief van 40%. Voorbeeld U gaat in 2016 een hypothecaire lening aan voor uw enige woning, die op het ogenblik van de uitgaven tevens uw eigen woning is. Op 1 januari 2017 heeft u 3 kinderen ten laste. Uw jaarlijkse uitgaven voor deze hypothecaire lening bedragen 9.200 euro. U heeft recht op het basisbedrag van 1.520 euro en op de verhoging van 760 euro. Door het feit dat u 3 kinderen ten laste had op 1 januari 2017 heeft u ook recht op de bijkomende verhoging van 80 euro. U kan derhalve uitgaven in rekening brengen voor een bedrag van maximaal 2.360 euro, wat lager is dan de werkelijk door u betaalde uitgaven. De belastingvermindering bedraagt voor aanslagjaar 2017 (inkomsten 2016) 944 euro, zijnde 2.360 euro (1.520 + 760 + 80) berekend aan het tarief van 40%.
25
De geïntegreerde woonbonus
Voorbeeld U gaat in 2016 een hypothecaire lening aan voor een woning die uw eigen woning zal zijn op het ogenblik van de uitgaven. U hebt op dat ogenblik reeds een woning, die u zal verhuren. Op 1 januari 2017 hebt u 3 kinderen ten laste. Uw jaarlijkse uitgaven voor de hypothecaire lening bedragen 3.650 euro. Voor aanslagjaar 2017 (inkomsten 2016) kan u slechts een deel van uw uitgaven in rekening brengen. Vermits de lening werd aangegaan voor de niet-enige woning, zal u enkel uitgaven kunnen inbrengen voor een maximum aan 1.520 euro. De verhogingen zijn immers niet van toepassing. Dit betekent dat u kan genieten van een belastingvermindering van 608 euro. Echtgenoten en wettelijk samenwonenden Voor informatie hieromtrent, kan worden verwezen naar de toelichting bij de Vlaamse Woonbonus onder de gelijknamige titels. Samenloop van leningen voor de eigen woning aangegaan vóór en vanaf 1 januari 2016 Als u voor uw eigen woning in eenzelfde belastbaar tijdperk zowel uitgaven maakt voor een hypothecaire lening die aangegaan is vóór 1 januari 2016, als uitgaven maakt voor een hypothecaire lening die aangegaan is vanaf 1 januari 2016, geldt een keuzeregeling. Wil u blijven genieten van een van de Vlaamse belastingverminderingen die van toepassing waren voor hypothecaire leningen aangegaan vóór 1 januari 2016 (woonbonus, belastingvermindering lange termijnsparen, belastingvermindering voor gewone interesten,…), dan mag u enkel de uitgaven aangeven die betrekking hebben op de hypothecaire lening aangegaan vóór
26
1 januari 2016. U mag in dit geval de uitgaven gemaakt voor de lening aangegaan vanaf 1 januari 2016 niet aangeven. Wil u daarentegen genieten van de geïntegreerde woonbonus, die van toepassing is voor hypothecaire leningen aangegaan vanaf 1 januari 2016, dan kunnen enkel de uitgaven die betrekking hebben op de hypothecaire lening aangegaan vanaf 1 januari 2016 in aanmerking komen voor een Vlaams belastingvoordeel. U zal voor de uitgaven gemaakt voor de lening aangegaan vóór 1 januari 2016 niet langer kunnen genieten van een Vlaamse belastingvermindering. De keuze voor de geïntegreerde woonbonus definitief. Dit betekent dat u nadien niet opnieuw kan kiezen voor het andere Vlaamse stelsel. In de voorbeelden hierna zal, voor de toepassing van de Vlaamse woonbonus (zoals van toepassing t.e.m. 31 december 2014) uitgegaan worden van een marginaal tarief van 45%. Hou er rekening mee dat dit tarief in uw persoonlijke situatie anders kan zijn. Voorbeeld U sluit in 2016 een hypothecaire lening af voor de renovatie van uw enige en eigen woning. U hebt op 1 januari 2017 3 kinderen ten laste. Uw jaarlijkse uitgaven voor die hypothecaire lening bedragen 2.500 euro. U betaalt evenwel nog steeds jaarlijks 6.500 euro aan kapitaal en interesten voor de hypothecaire lening die u in 2008 afsloot voor de aankoop van die woning. Op 1 januari 2009 had u geen kinderen ten laste. U genoot tot nu toe voor de uitgaven van die lening van de Vlaamse woonbonus. Gelet op het feit dat u zowel uitgaven heeft voor een hypothecaire lening afgesloten vanaf 1 januari 2016 als voor een hypothecaire lening afgesloten vóór 1 januari 2016, zal u een keuze moeten maken.
De geĂŻntegreerde woonbonus
Aanslagjaar 2017 (inkomsten 2016) Als u wenst te blijven genieten van de Vlaamse woonbonus, zal u enkel de uitgaven voor de lening aangegaan in 2008 mogen aangeven. U heeft recht op het basisbedrag van 2.280 euro en op de verhoging van 760 euro. Gelet op het feit dat u op 1 januari 2009 geen 3 kinderen ten laste had, kan u niet genieten van de bijkomende verhoging van 80 euro. U kan voor die lening derhalve genieten van een belastingvermindering van 1.368 euro, zijnde 3.040 euro berekend aan een marginaal tarief van 45% (afhankelijk van uw persoonlijke situatie). Zoals aangegeven zal u van geen enkel Vlaams voordeel genieten voor de uitgaven gemaakt voor de lening aangegaan in 2016. Als u wenst te genieten van de geĂŻntegreerde woonbonus, zal u enkel de uitgaven voor de lening aangegaan in 2016 mogen aangeven. U heeft recht op een basisbedrag van 1.520 euro, te verhogen met 760 euro. Gelet op het feit dat u op 1 januari 2017 3 kinderen ten laste heeft, geldt ook de verhoging met 80 euro. U kan voor die lening derhalve genieten van een belastingvermindering van 944 euro, zijnde 2.360 euro berekend aan een tarief van 40%. U zal voor de uitgaven gemaakt voor de lening aangegaan in 2008 geen enkel Vlaams voordeel genieten.
De 10-jarige periode om van de verhoging te genieten is immers voorbij. De belastingvermindering zal 1.026 euro bedragen (zijnde 2.280 euro berekend aan een marginaal tarief van 45% (afhankelijk van uw persoonlijke situatie)). Als u wenst te genieten van de geĂŻntegreerde woonbonus, zal u (enkel) uitgaven voor de lening aangegaan in 2016 voor een maximumbedrag van 2.360 euro mogen aangeven (basisbedrag + verhoging 10-jarige periode + verhoging 3 kinderen ten laste). Uw belastingvermindering zal dus nog steeds 944 euro bedragen. Ondanks het feit dat u voor de lening aangegaan in 2008 niet langer kan genieten van de verhoging, kan u in dit voorbeeld nog steeds van een hogere belastingvermindering genieten voor uw oude lening, dan voor uw nieuwe lening.
Voor aanslagjaar 2017 is de belastingvermindering in dit voorbeeld het hoogst als u opteert voor de Vlaamse woonbonus. Aanslagjaar 2019 (inkomsten 2018) Als u wenst te blijven genieten van de Vlaamse woonbonus, zal u (enkel) uitgaven voor de lening aangegaan in 2008 voor een maximumbedrag van 2.280 euro mogen aangeven.
27
De geïntegreerde woonbonus
c) Specifieke gevallen Hypotheekruil Voor informatie met betrekking tot hypotheekruil, kan verwezen worden naar de toelichting die onder de gelijknamige titel reeds gegeven werd bij de Vlaamse woonbonus. Ook hier blijft het van belang dat de belastingplichtige voor dezelfde uitgaven geen beroep doet op een federale belastingvermindering. Herfinanciering Voor informatie met betrekking tot herfinanciering, kan verwezen worden naar de toelichting die onder de gelijknamige titel reeds gegeven werd bij de Vlaamse woonbonus. Wanneer vanaf 2016 een herfinanciering wordt doorgevoerd voor een lening aangegaan vóór 2016, zal, voor zover aan de voorwaarden wordt voldaan, een van de belastingverminderingen van toepassing op hypothecaire leningen aangegaan vóór 1 januari 2016 van toepassing zijn. Wanneer een herfinanciering gebeurt van een lening aangegaan vanaf 1 januari 2016, zal de geïntegreerde woonbonus van toepassing zijn, mits uiteraard aan alle voorwaarden is voldaan. Heropname Voor informatie met betrekking tot heropname, kan worden verwezen naar de toelichting die onder de gelijknamige titel reeds gegeven werd bij de Vlaamse woonbonus. Als een heropname gebeurt vanaf 1 januari 2016, zal voor die heropname enkel de geïntegreerde woonbonus van toepassing kunnen zijn. Om hiervan te kunnen genieten, zal die heropname derhalve aan alle gestelde voorwaarden moeten voldoen. Mocht u op dat ogenblik ook nog uitgaven hebben voor hypothecaire leningen aangegaan vóór 1 januari 2016, dan zal u een keuze moeten maken (zie hiervoor naar wat besproken werd onder “Samenloop van leningen voor de eigen woning aangegaan vóór en vanaf 1 januari 2016”).
28
Hypothecair mandaat of hypothecaire volmacht Voor informatie met betrekking tot hypothecaire mandaten of hypothecaire volmachten, kan verwezen worden naar de toelichting die onder de gelijknamige titel reeds gegeven werd bij de Vlaamse woonbonus. Bijkomend lenen voor kosten notaris, wederbeleggingsvergoeding,… Voor informatie met betrekking tot bijkomende kosten, kan verwezen worden naar de toelichting die onder de gelijknamige titel reeds gegeven werd bij de Vlaamse woonbonus. Cumul Vlaamse belastingvermindering bouwsparen en geïntegreerde woonbonus Zoals uiteengezet werd onder de “Samenloop van leningen voor de eigen woning aangegaan vóór en vanaf 1 januari 2016”, zal u wanneer u gelijktijdig uitgaven hebt voor de Vlaamse belastingvermindering bouwsparen en de geïntegreerde woonbonus een keuze moeten maken tussen een van beide voordelen. Opteert u voor de Vlaamse belastingvermindering bouwsparen, dan mag u enkel de uitgaven aangeven die betrekking hebben op uw oude lening. U kan dus geen enkel Vlaams voordeel genieten voor de uitgaven voor de lening aangegaan vanaf 1 januari 2016. Kiest u daarentegen voor de geïntegreerde woonbonus, dan geldt het omgekeerde. U mag dan enkel de uitgaven aangeven van de lening aangegaan vanaf 1 januari 2016. Voor de uitgaven met betrekking tot uw oude lening zal u dan geen Vlaams belastingvoordeel meer genieten. Vervroegde terugbetaling van de hypothecaire lening Voor informatie met betrekking tot vervroegde terugbetaling, kan verwezen worden naar de toelichting die onder de gelijknamige titel reeds gegeven werd bij de Vlaamse woonbonus.
De geïntegreerde woonbonus
d) Algemeen overzicht voor en na 1 januari 2016
Leningen aangegaan vóór 1/1/2015
Leningen aangegaan vanaf 1/1/2015 tot en met 31/12/2015
Leningen aangegaan vanaf 1/1/2016
Woonbonus
Woonbonus
Geïntegreerde woonbonus
2.280 euro
1.520 euro
1.520 euro
Verhoging eerste 10 jaar indien het de ENIGE woning is en blijft
760 euro
760 euro
760 euro
Verhoging bovenop verhoging eerste 10 jaar vanaf 3 kinderen ten laste
80 euro
80 euro
80 euro
Welk percentage wordt toegepast op het basisbedrag en de verhoging(en)?
Marginaal tarief met een minimum van 30%
40%
40%
Basisbedrag voor de EIGEN woning
Sinds 1 januari 2015 worden het basisbedrag en de verhogingen niet langer geïndexeerd.
29
4
Overige belastingverminderingen van toepassing in het Vlaamse Gewest
a) De Vlaamse belastingvermindering voor uitgaven voor de beveiliging van woningen tegen inbraak of brand
Opgelet: Deze belastingvermindering is afgeschaft voor uitgaven vanaf 1 januari 2015. Dit betekent dat uitgaven die effectief betaald worden in 2015 niet langer voor de belastingvermindering in aanmerking komen.
Tot en met aanslagjaar 2015 kon een belastingvermindering van de personenbelasting worden verleend voor uitgaven gedaan voor de beveiliging van een woning tegen inbraak of brand. Uitgaven die nog in 2014 werkelijk betaald zijn kunnen voor een belastingvermindering voor 30% van de uitgaven met een maximum van 760 euro in aanmerking komen. b) De Vlaamse belastingvermindering voor uitgaven voor de vernieuwing van woningen gelegen in een zone voor positief grootstedelijk beleid Uitgaven gedaan voor de vernieuwing van een woning gelegen in een zone voor positief grootstedelijk beleid kunnen in aanmerking komen voor een belastingvermindering van personenbelasting. Een zone voor positief grootstedelijk beleid is een gemeente of een afgebakend deel van een gemeente waar het woon- en leefklimaat moet worden verbeterd door specifieke maatregelen. Momenteel zijn echter geen zones bepaald waarvoor het voordeel kan worden benut.
c) De Vlaamse belastingvermindering voor uitgaven voor onderhoud en restauratie van beschermde monumenten en landschappen Uitgaven gedaan voor het onderhoud en de restauratie van beschermde monumenten en landschappen kunnen in aanmerking komen voor een belastingvermindering in de personenbelasting. Voorwaarden: - U bent eigenaar - Het gaat om niet verhuurde gebouwde onroerende goederen, delen van onroerende goederen of landschappen - De goederen zijn beschermd overeen- komstig de wetgeving op het behoud van Monumenten en Landschappen of volgens een gelijkaardige wetgeving in een andere lidstaat van de EER - De uitgaven werden in het belastbaar tijdperk werkelijk betaald voor het onderhoud of de restauratie - De betreffende eigendom is voor het publiek toegankelijk. Vooraleer u van de belastingvermindering kan genieten, dient u een attest voor belastingvermindering aan te vragen bij het agentschap onroerend erfgoed. Het bedrag aan uitgaven waarvoor de belastingvermindering wordt verleend, is gelijk aan 50 % van de tijdens het belastbare tijdperk werkelijk betaalde uitgaven en wordt per belastbaar tijdperk begrensd (basisbedrag 25.000 euro1).
1 Ter informatie: het geĂŻndexeerde bedrag bedroeg voor aanslagjaar 2016 38.180 euro en voor aanslagjaar 2017 38.390 euro.
30
Overige belastingverminderingen
De belastingvermindering bedraagt 30% van het maximum in aanmerking te nemen bedrag en wordt enkel verleend voor het niet door subsidies gedekte gedeelte van de werkelijk betaalde uitgaven in dat belastbaar tijdperk. U houdt volgende documenten ter beschikking van de FOD Financiën: • de facturen en de betalingsbewijzen van de onderhouds- of restauratiewerken; • het vereiste attest van het agentschap onroerend erfgoed; • het beschermingsbesluit van het betreffende onroerend goed en de beslissing waarbij de toegankelijkheid ervan is erkend; • een verklaring op eer die vermeldt of voor de onderhouds- of restauratiewerken subsidies zijn toegezegd, toegekend of betaald en, als dat het geval is, het bedrag ervan. De belastingvermindering is niet van toepassing op: • de uitgaven die in aanmerking genomen zijn als werkelijke beroepskosten • de uitgaven die recht geven op investeringsaftrek U kunt vrij kiezen of u voor de gedane uitgaven opteert voor de belastingvermindering voor: • de uitgaven die in aanmerking komen voor de toepassing van de vernieuwing van woningen gelegen in een zone voor positief grootstedelijk beleid; • de uitgaven voor onderhoud en restau ratie van beschermde monumenten en landschappen; • de uitgaven die in aanmerking komen voor de toepassing van de vernieuwing van een woning die verhuurd wordt via een sociaal verhuurkantoor;
• de uitgaven die in aanmerking komen voor de toepassing van de belasting vermindering voor de beveiliging van woningen tegen inbraak of brand; • de uitgaven die in aanmerking komen voor de belastingvermindering voor dakisolatie. U kan voor eenzelfde uitgave maar één keer een voordeel krijgen. d) De Vlaamse belastingvermindering voor uitgaven voor de vernieuwing van een woning die verhuurd wordt via een sociaal verhuurkantoor (SVK) Als onderstaande voorwaarden vervuld zijn, wordt een belastingvermindering toegekend voor de uitgaven voor de vernieuwing van een woning die verhuurd wordt via een SVK.
31
Overige belastingverminderingen
Voorwaarden: - De woning: • is op het ogenblik van de aanvang van de werken minstens 15 jaar in gebruik genomen • is gelegen in België en wordt verhuurd via een sociaal verhuurkantoor gedurende het ganse tijdperk waarop de belasting- vermindering wordt verleend - De werken: • hebben een totale kostprijs (inclusief btw) van minstens 7.500 euro (basisbedrag2) • worden verstrekt en gefactureerd aan de belastingplichtige - U bent eigenaar, bezitter, opstalhouder, of vruchtgebruiker - De uitgaven zijn in het belastbaar tijdperk werkelijk betaald De belastingvermindering wordt toegekend voor een periode van 9 opeenvolgende jaren, telkens voor 5% van de werkelijke uitgaven in dat jaar, met een jaarlijks maximum van 750 euro (basisbedrag3). De belastingvermindering is niet van toepassing op: • de uitgaven die in aanmerking genomen zijn als werkelijke beroepskosten • de uitgaven die recht geven op investeringsaftrek
Ter informatie: het geïndexeerde bedrag bedroeg voor aanslagjaar 2016 11.450 euro en voor aanslagjaar 2017 11.520 euro. 2
Ter informatie: het geïndexeerde bedrag bedroeg voor de aanslagjaren 2016 en 2017 telkens 1.150 euro.
3
32
U kunt vrij kiezen of u voor de gedane uitgaven opteert voor de belastingvermindering voor: • de uitgaven die in aanmerking komen voor de toepassing van de vernieuwing van woningen gelegen in een zone voor positief grootstedelijk beleid; • de uitgaven voor onderhoud en restau ratie van beschermde monumenten en landschappen; • de uitgaven die in aanmerking komen voor de toepassing van de vernieuwing van een woning die verhuurd wordt via een sociaal verhuurkantoor; • de uitgaven die in aanmerking komen voor de toepassing van de belasting vermindering voor de beveiliging van woningen tegen inbraak of brand; • de uitgaven die in aanmerking komen voor de belastingvermindering voor dakisolatie. U kan voor eenzelfde uitgave maar één keer een voordeel krijgen. e) De Vlaamse belastingvermindering voor uitgaven voor dakisolatie Onder bepaalde voorwaarden kan u een belastingvermindering van personenbelasting genieten voor uitgaven die u doet voor dakisolatie. Voorwaarden: - U bent eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder, vruchtgebruiker of huurder van de woning waarvan het dak wordt geïsoleerd - De uitgaven zijn: • voor de isolatie van het dak van een woning • tijdens het belastbaar tijdperk werkelijk betaald
Overige belastingverminderingen
- Op het ogenblik van de aanvang van de werken moet de woning minstens 5 jaar in gebruik genomen zijn
U kunt vrij kiezen of u voor de gedane uitgaven opteert voor de belastingvermindering voor: • de uitgaven die in aanmerking komen voor de toepassing van de vernieuwing van woningen gelegen in een zone voor positief grootstedelijk beleid; • de uitgaven voor onderhoud en restau- ratie van beschermde monumenten en landschappen; • de uitgaven die in aanmerking komen voor de toepassing van de vernieuwing van een woning die verhuurd wordt via een sociaal verhuurkantoor; • de uitgaven die in aanmerking komen voor de toepassing van de belasting vermindering voor de beveiliging van woningen tegen inbraak of brand; • de uitgaven die in aanmerking komen voor de belastingvermindering voor dakisolatie.
- De werken worden aan u verstrekt en gefactureerd - Het isolatiemateriaal heeft een thermische weerstand R groter of gelijk aan 2,5 m2 Kelvin per watt - De factuur moet een aantal vaste bepalingen bevatten waaruit blijkt dat aan bovenstaande voorwaarden voldaan is Als de zolder onbewoonbaar is, dan kan ook het isoleren van de zoldervloer of het plafond van de bovenste verdieping in aanmerking komen voor de vermindering. De belastingvermindering bedraagt 30% van de werkelijk betaalde uitgaven met een maximum van 2.000 euro (basisbedrag4) per belastbaar tijdperk en per woning. U houdt volgende documenten ter beschikking van de FOD Financiën: • de facturen betreffende de werken die aan de basis liggen van de uitgaven; • het betalingsbewijs van de bedragen die voorkomen op die facturen; • de documenten die aantonen dat de woning bij het begin van de werken waarmee de uitgaven verband houden, ten minste vijf jaar in gebruik is genomen als woning.
U kan voor eenzelfde uitgave maar één keer een voordeel krijgen.
Ter informatie: het geïndexeerde bedrag bedroeg voor aanslagjaar 2016 3.050 euro en voor aanslagjaar 2017 3.070 euro. 4
De belastingvermindering is niet van toepassing op: • de uitgaven die in aanmerking genomen zijn als werkelijke beroepskosten • de uitgaven die recht geven op investeringsaftrek
33
5
De bevoegdheidsverdeling in een notedop
a) Algemeen De algemene bevoegdheden van het Vlaamse Gewest inzake de personenbelasting zijn: • opcentiemen heffen op een deel van de personenbelasting; • kortingen toestaan; • belastingverminderingen en -vermeerderingen invoeren; • belastingkredieten toestaan. Daarnaast heeft het Vlaamse Gewest ook een aantal meer specifieke bevoegdheden. Een aantal bevoegdheden inzake personenbelasting vormen zelfs een exclusieve bevoegdheid voor het gewest, als die belasting gelokaliseerd is in Vlaanderen. Dit betekent dat enkel het gewest die belastingverminderingen kan bepalen. Zo is Vlaanderen bevoegd voor belastingverminderingen en belastingkredieten voor de uitgaven voor het verwerven of behouden van de ‘eigen woning’, waaronder de belastingvermindering woonbonus. Daarnaast is het ook bevoegd voor belastingkredieten- en verminderingen voor onder meer: • uitgaven ter beveiliging van woningen tegen inbraak of brand; • uitgaven voor onderhoud en restauratie van beschermde monumenten en landschappen; • energiebesparende uitgaven in een woning (met uitzondering van de interesten van groene leningen); • uitgaven voor vernieuwing van woningen gelegen in een zone voor positief grootstedelijk beleid; • uitgaven gedaan voor vernieuwing van tegen een redelijke huurprijs in huur gegeven woningen.
34
De federale overheid blijft bevoegd voor de vaststelling van de personenbelasting (bepaling van de belastbare grondslag, bepalingen met betrekking tot de roerende voorheffing en de bedrijfsvoorheffing, bepaling van de dienst van de belasting (zie verder onder titel “wat is de bevoegdheid van de FOD Financiën en bij wie kunt u dan terecht?”). b) Welk gewest is bevoegd? Welk gewest bevoegd is, wordt bepaald door de fiscale woonplaats van de belastingplichtige. Dit betekent ook dat de ligging van het onroerend goed daarvoor niet bepalend is. Een belastingplichtige zal slechts onder de Vlaamse personenbelasting vallen als hij zijn fiscale woonplaats heeft in het Vlaamse Gewest op 1 januari van het aanslagjaar. Slechts 1 fiscale woonplaats is mogelijk per belastingplichtige, en per aanslagjaar. Het begrip fiscale woonplaats krijgt hierbij een gelijkaardige invulling als het begrip rijksinwoner. Een belastingplichtige wordt zo geacht zijn fiscale woonplaats te hebben in het gewest waar zijn woonplaats is, of als hij geen woonplaats heeft in België, in het gewest waar zijn zetel van fortuin gevestigd is op 1 januari van het aanslagjaar. De beoordeling van de woonplaats of de zetel van fortuin gebeurt door de FOD Financiën op basis van feitelijke omstandigheden. Voorbeeld Jan verhuist op 12 maart 2015 van Gent naar Luik. Vermits hij op 1 januari 2016 in Luik woont, zal hij voor het aanslagjaar 2016 gelokaliseerd worden in het Waalse Gewest. Een aanslagjaar heeft echter betrekking op de inkomsten van het jaar voordien. De Waalse personenbelasting is dus van toepassing op de inkomsten van het volledige jaar 2015.
De bevoegdheidsverdeling
c) Wat is de bevoegdheid van de FOD Financiën en bij wie kunt u dan terecht? De federale overheid blijft niet alleen inhoudelijk bevoegd voor diverse aspecten van de personenbelasting (bv. de belastbaarheid van inkomsten uit onroerende goederen), maar staat daarnaast ook in voor de vestiging, inning en invordering van die personenbelasting. Dit is de zogenaamde “dienst” van de personenbelasting.
De beoordeling van concrete dossiers gebeurt dan ook nog steeds door de FOD Financiën. Voor algemene vragen en informatie kan u terecht bij het Contactcenter FOD Financiën, via het telefoonnummer: 0257/ 257 57. Voor vragen en informatie aangaande uw persoonlijk dossier neemt u best contact op met uw lokaal belastingkantoor. De contactgegevens hiervan kan u terugvinden op het origineel van uw belastingaangifte, op uw aanslagbiljet of in my.minfin.
35
Verklarende woordenlijst
Aanslagjaar: dit begint op 1 januari en eindigt op de daaropvolgende 31ste december. De voor een aanslagjaar verschuldigde belasting wordt gevestigd op de inkomsten die de belastingplichtige in het belastbare tijdperk heeft verkregen. Basisbedrag: voor belastingverminderingen worden soms bedragen opgenomen in de regelgeving, zoals bijvoorbeeld het jaarlijks maximum aan uitgaven dat mag worden aangegeven, het minimum investeringsbedrag,… Sommige van die bedragen worden gekoppeld aan een jaarlijkse indexering. In dat geval is het in de regelgeving opgenomen bedrag het basisbedrag. In een jaarlijks bericht deelt de FOD Financiën de geïndexeerde bedragen per maatregel mee. Belastbaar tijdperk: in principe valt dit voor de toepassing van de personenbelasting samen met het jaar vóór dat waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd. Belastingkrediet: een fiscaal voordeel dat niet beperkt wordt tot de verschuldigde belasting. Soms wordt ook de term negatieve belasting gebruikt omdat het betrokken fiscale voordeel kan betaald worden aan de belastingplichtige. Bezitter: de bezitter is de persoon die houder is van een onroerend goed (die in het onroerend goed woont) en de opbrengst ervan geniet. Bouwsparen: het bouwsparen is de voorloper van de woonbonus en is een systeem dat van toepassing was voor hypothecaire leningen aangegaan vóór 1 januari 2005.
36
Domicilie: dit is het officiële adres, zoals dat blijkt uit het bevolkingsregister van de gemeente en het Rijksregister. Eigenaar: de eigenaar is diegene aan wie het goed toebehoort (eigendomstitel) en die het recht heeft om er op de meest volstrekte wijze het genot van te hebben en erover te beschikken. Groene lening: dit is een lening die uitsluitend dient voor het financieren van bepaalde energiebesparende maatregelen. Het is een tijdelijke maatregel die deel uitmaakt van de economische herstelwet van 27 maart 2009 en is enkel van toepassing op leningsovereenkomsten gesloten vanaf 1 januari 2009 tot en met 31 december 2011. Hypothecair krediet: dit is een lening waarbij een onroerend goed als onderpand dient. Middelen van recht: hieronder vallen het schriftelijk bewijs, het bewijs door getuigen, de vermoedens, de bekentenis van partijen en de eed. Sociaal verhuurkantoor: een sociaal verhuurkantoor huurt woningen en appartementen van eigenaars om deze op haar beurt (met garanties voor de eigenaar) verder sociaal te verhuren. Onverdeeldheid: wanneer het eigendomsrecht op een onroerend goed verdeeld is tussen verschillende personen spreekt men van onverdeeldheid.
Verklarende woordenlijst
Wedersamenstelling van een hypothecaire lening: via een inpandgeving met wedersamenstelling is het mogelijk een onroerend goed te financieren met het aanvullend pensioen. Dit betekent dat u uw pensioenplan in pand geeft om een hypothecaire lening opnieuw samen te stellen. U zal gedurende de looptijd van de lening enkel intresten betalen en op de vervaldag van uw pensioenplan zal u met het kapitaal dat vrijkomt de volledige hypothecaire lening terugbetalen. Werkelijke beroepskosten: als werknemer, bedrijfsleider of beoefenaar van een vrij kan u ervoor kiezen in plaats van het algemene kostenforfait voor uw beroepskosten toe te passen in uw aangifte in de personenbelasting, uw werkelijke beroepskosten te bewijzen.
Zorgwonen: dit is een vorm van wonen waarbij in een bestaande woning één ondergeschikte wooneenheid gecreëerd wordt, die één fysiek geheel vormt met de hoofdwooneenheid. De ondergeschikte wooneenheid maakt ten hoogste één derde uit van het bouwvolume van de volledige woning en gebeurt met het oog op het huisvesten van ofwel ten hoogste twee personen van 65 jaar of ouder, ofwel ten hoogste twee hulpbehoevende personen, zijnde personen met een handicap, personen die in aanmerking komen voor een tenlasteneming door de Vlaamse zorgverzekering, alsmede personen met een nood aan ondersteuning om zich in het thuismilieu te kunnen handhaven. De eigendom, of ten minste de blote eigendom, op de hoofd- en de ondergeschikte wooneenheid berust bij dezelfde titularis of titularissen.
Woning: een gebouw of een gedeelte van een gebouw, dat door zijn aard bestemd is voor bewoning door een gezin of een alleenstaande, en waar de verschillende gezinsactiviteiten (zoals wonen, slapen, maaltijden bereiden enz.) worden uitgeoefend (bijvoorbeeld een appartement of eengezinswoning). Kamers in gemeenschappelijke gebouwen (kloosters, klinieken, hospitalen, weeshuizen, enz.), of kamers voor studenten of voor seizoenarbeiders, worden niet beschouwd als een woning. Zetel van fortuin: dit is de plaats van waaruit de belastingplichtige zijn vermogen beheert. Dit is niet noodzakelijk dezelfde plaats als diegene waar het onroerend goed gelegen is of waar de belastingplichtige is gedomicilieerd.
33 37
DEPARTEMENT FINANCIEN & BEGROTING Koning Albert II – laan 19 bus 6 1210 Brussel
fin.vlaanderen.be