Uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/108
Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2022/108
DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 18 februari 2022 diende xxx (hierna vermeld als: verzoeker), een verzoek in bij het Agentschap Opgroeien om een afschrift te verlenen van de volgende documenten met betrekking tot het kinderdagverblijf xxx: - alle schorsingsbeslissingen die genomen zijn betreffende de bovenvermelde kinderopvang te starten vanaf 2012 tot op heden; - alle klachten die ingediend zijn bij Kind en Gezin met betrekking tot de bovenvermelde kinderopvang te starten vanaf 2012 tot op heden; - de documentatie met betrekking tot de opvolging van de, in het punt hierboven, vermelde klachten te starten vanaf 2012 tot op heden; - de briefwisseling tussen Kind en Gezin en de hierboven vermelde kinderopvang te starten vanaf 2012 tot op heden. Op 9 maart 2022 werd voormeld openbaarheidsverzoek afgewezen door het agentschap Opgroeien. Op 6 april 2022 diende verzoeker beroep in bij de beroepsinstantie tegen de weigeringsbeslissing vanwege het agentschap Opgroeien. Dit beroep werd geregistreerd op 7 april 2022.
Ontvankelijkheid van het beroep
www.vlaanderen.be
De weigeringsbeslissing van het agentschap Opgroeien dateert van 9 maart 2022. Deze beslissing maakt melding van de beroepsmogelijkheden en -modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, §1, derde lid van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (verder ‘Bestuursdecreet’). Op 6 april 2022 diende verzoeker beroep in tegen voormelde weigeringsbeslissing. Het ingediende beroep is bijgevolg tijdig ingediend en is ontvankelijk. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.
1.
Bestreden beslissing
Het agentschap Opgroeien heeft het openbaarheidsverzoek afgewezen op 9 maart 2022 en argumenteert haar beslissing als volgt : “ De onderzoeksrechter die het onderzoek leidt heeft het volledige dossier van xxx opgevraagd en dus maken alle documenten deel uit van het lopend strafonderzoek. Daarom kunnen we u op dit moment geen stukken meer uit het dossier bezorgen. We baseren ons hiervoor op artikel 6, §1, 5° van de wet van 11 april 1994 over de openbaarheid van bestuur. Dat stelt dat een federale of een niet-federale administratieve overheid de vraag om inzage, uitleg of mededeling van een afschrift van een bestuursdocument kan afwijzen als het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen de bescherming van de opsporing of vervolging van strafbare feiten. Het belang van de sereniteit van het gerechtelijk onderzoek, het vermoeden van onschuld en de rechten van verdediging van alle partijen wegen op tegen het belang van openbaarheid.”
2. Inhoud van het beroepschrift Verzoeker tekent beroep aan tegen de voormelde weigeringsbeslissing van het agentschap Opgroeien en argumenteert dat als volgt: “Kind & Gezin weigert wegens ongemotiveerde redenen. Zij handelt eveneens tegenstrijdig. Per mail geven ze aan dat ze bepaalde documenten niet willen ter beschikking stellen, terwijl andere personen van Kind & Gezien delen van de opgevraagde documenten enkele dagen eerdere (sic) ter beschikking stellen. Ook gebruiken ze als motivatie een voorval dat gebeurt is na datum van de opgevraagde documenten.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/108
pagina 2 van 4
Daarnaast moeten ze ook de weigering ook per documenten apart motiveren wat ze gemakkelijkheid halve niet gedaan hebben. Bijgevolg is hun weigering ongegrond en onrechtmatig.”
3. Standpunt van de beroepsinstantie De beroepsinstantie heeft contact opgenomen met het agentschap Opgroeien om wat bijkomende toelichting te geven bij dit openbaarheidsverzoek. Uit de door de beroepsinstantie ingewonnen informatie blijkt dat op 24 februari 2022 door de gerechtelijke politie een huiszoeking werd uitgevoerd in de kantoren van het agentschap Opgroeien (voorheen Kind en Gezin) en daarbij werd het volledige dossier m.b.t xxx in beslag genomen (van 2012 tot heden), dit in het kader van een onderzoek naar de dood van een kindje in de opvangvoorziening. Het onderzoek is momenteel in handen van de onderzoeksrechter in Gent. De beroepsinstantie is om voormelde reden van oordeel dat de door verzoeker opgevraagde documenten niet voor openbaarmaking in aanmerking komen in toepassing van artikel II.39, tweede lid van het Bestuursdecreet, waarin is bepaald dat de in het Bestuursdecreet bepaalde uitzonderingen gelden, onverminderd de andere bij de wet, het decreet of ordonnantie bepaalde uitzonderingen op de gronden die te maken hebben met de uitoefening van de bevoegdheden van de federale overheid, de gemeenschap of het gewest. In casu verwijst de beroepsinstantie naar de toepassing van artikel 6, §1, 5° van de federale wet van 11 april 1994 inzake de openbaarheid van bestuur. De voormelde wetsbepaling uit de federale openbaarheidswet voorziet dat een verzoek om openbaarmaking wordt afgewezen als het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen de bescherming van de opsporing of vervolging van strafbare feiten. Het is immers zo dat de bescherming van het opsporingsonderzoek een exclusieve federale bevoegdheid (geregeld in het Wetboek van Strafvordering) is en betrekking heeft op het geheel van handelingen die ertoe strekken de misdrijven, hun daders en de bewijzen ervan op te sporen en de gegevens te verzamelen die dienstig zijn voor de uitoefening van de strafvordering. Onder voormelde federale uitzonderingsgrond vallen ook die bestuursdocumenten die niet uitsluitend werden opgesteld ten behoeve van de strafvordering, maar die eventueel wel in een strafrechtelijk onderzoek kunnen gebruikt worden. In dat geval dient er een belangenafweging te gebeuren tegenover het belang van de openbaarheid van de opgevraagde documenten. De beroepsinstantie moet nu vaststellen dat er momenteel een strafrechtelijk onderzoek loopt vanuit het Parket te Gent, dit in het kader van een gerechtelijk onderzoek naar het toebrengen van opzettelijke slagen en/of verwondingen aan een minderjarige, met de omstandigheid dat de slagen of verwondingen werden toegebracht zonder het oogmerk om te doden, en toch de dood hebben veroorzaakt, door enige andere persoon die gezag had over de minderjarige. De beroepsinstantie is, verwijzende naar het feit dat er momenteel een gerechtelijk onderzoek hangende is naar mogelijke strafrechtelijke feiten ten aanzien van een minderjarige, daarom de mening toegedaan dat de openbaarmaking van de opgevraagde documenten aan verzoeker, onmogelijk kan toegestaan worden. Er loopt immers nog volop een strafonderzoek momenteel, waarbij alle mogelijke documenten (sinds 2012 tot op heden) die verband houden met de kinderopvang xxx in beslag werden genomen bij het agentschap Opgroeien door de gerechtelijke diensten. Een elektronische kopie van de klachtendossiers met alle
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/108
pagina 3 van 4
documenten van de desbetreffende kinderopvang, waaronder ook de correspondentie tussen de klachtendienst en de opvangvoorziening, werd eveneens in beslag genomen. De beroepsinstantie moet dan ook vaststellen dat alle door verzoeker opgevraagde documenten momenteel deel uitmaken van een hangend gerechtelijk onderzoek door de diensten van het Parket te Gent. De beroepsinstantie concludeert daarom dat de opgevraagde documenten m.b.t. de kinderopvang xxx aan de openbaarmaking moeten worden onttrokken omdat het belang van de openbaarmaking van die documenten in casu niet opweegt tegen het belang van de bescherming van de opsporing en de mogelijke vervolging van strafbare feiten, zoals voorzien in artikel 6, §1, 5° van de federale wet van 11 april 1994 inzake de openbaarheid van bestuur. Het is van het allergrootste belang dat dergelijk gerechtelijk onderzoek in alle sereniteit kan worden gevoerd, met respect voor het vermoeden van onschuld van de betrokken partijen en hun rechten op verdediging in een hangend strafrechtelijk onderzoek. De openbaarmaking van de opgevraagde documenten kan dus niet worden toegestaan. Het ingestelde beroep wordt om voormelde reden dan ook als ongegrond beschouwd. Na beraadslaging,
BESLUIT: Het beroepschrift van xxx d.d. 6 april 2022 tegen de weigeringsbeslissing van het agentschap Opgroeien wordt als ontvankelijk doch ongegrond beschouwd. Brussel, 4 mei 2022 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, sl Bruno ASSCHERICKX Voorzitter
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/108
pagina 4 van 4