FOCUS 2016
DE VLAAMSE LANDBOUWCONJUNCTUURINDEX RESULTATEN ENQUÊTE VOORJAAR 2016 INHOUD
1. VLAAMSE CONJUNCTUURINDEX
1. Vlaamse conjunctuurindex
De Vlaamse landbouwconjunctuurindex zakt in het voorjaar van 2016 naar een nieuw dieptepunt. De tevredenheid over de afgelopen zes maanden en het optimisme over de komende zes maanden nemen af, zodat de index strandt op 62. Bij een waarde van 100 zijn er evenveel negatieve als positieve antwoorden. Alle deelsectoren doen het minder goed (figuur 1). De resultaten zijn gebaseerd op een extrapolatie van 580 ingevulde enquêtes.
Figuur 1: Evolutie van de Vlaamse landbouwconjunctuurindex 130 Landbouwconjunctuurindex Economische situatie afgelopen 6 maanden Economische situatie komende 6 maanden
110 100
100 98
96
95
90
85
80
94
87 74
85
88
92
94
96
91
75
77
75
70 60
2007
2008
2009
2010
2011
2012
2013
2014
2015
najaar
voorjaar
najaar
voorjaar
najaar
voorjaar
najaar
voorjaar
najaar
voorjaar
najaar
58 voorjaar
50
75 67 68 62 55 voorjaar
120
najaar
7. Meer informatie
voorjaar
6. Financiële problemen
najaar
5. Investeringen
Door de aanhoudende lage verkoopprijzen staat het landbouwinkomen nog steeds onder druk. Door het Russisch invoerverbod van 2014 zijn landbouwers nog altijd opzoek naar nieuwe exportkanalen. Eind 2015 ontving de Vlaamse vleesvee- en varkenshouderij een eenmalige rechtstreekse steun van Europa en via het ketenoverleg werd beslist om een crisistoeslag te verlenen aan de melkvee- en varkenshouderij.
voorjaar
4. Belemmeringen
najaar
3. Tuinbouw
voorjaar
2. Landbouw
2016
Bron: Departement Landbouw en Visserij www.vlaanderen.be/landbouw/studies
Bron: Departement Landbouw en Visserij
2. LANDBOUW De index voor de vier landbouwdeelsectoren wordt weergegeven in figuur 2. Alle landbouwsectoren zien hun index verder afnemen. De deelsectoren melkvee en varkens staan er het slechtst voor. De index van de akkerbouw zakt van 65 naar 56. De akkerbouwers zijn minder tevreden over de afgelopen zes maanden en ook hun toekomstverwachtingen voor de komende zes maanden verslechteren. Iets meer dan 90% gaf aan dat de verkoopprijs de afgelopen zes maanden was gedaald, voor de komende zes maanden verwacht bijna 50% nog lagere prijzen. Vanaf november 2015 zijn de graanprijzen in dalende lijn. Dat is slecht nieuws voor de akkerbouwers maar een opsteker voor de veehouders. Ook de suikerbietenprijs is ondermaats. De aardappelprijs is beter dan in 2015. Volgens 63% van de akkerbouwers zijn de prijzen voor gewasbescherming licht gestegen. 58% verwacht dat de meststoffen wat duurder gaan worden. Bij melkvee zakt de index verder van 49 naar 45, de laagste Vlaamse index ooit. De ontevredenheid over de voorbije periode (35) en de onzekerheid over de toekomst (55) waren nog nooit zo groot. De melkprijs zakte in februari 2016 naar 25,8 eurocent per kg melk (exclusief toeslag). Dat is 5 eurocent hoger dan het dieptepunt van 2009. Door de hogere productiekosten melkt men echter met verlies. Een structurele verbetering ligt nog niet in het verschiet. 78% van de melkveehouders gelooft dat de melkprijs de komende zes maanden verder zal afnemen. 28% geeft aan de komende zes maanden meer melk te produceren, terwijl 13% zijn productie wil afbouwen. Via het ketenoverleg heeft de distributie van september 2015 tot februari 2016 een eenmalige rechtstreekse toeslag uitbetaald van ongeveer 2,7 eurocent per geproduceerde liter melk. De prijs van nuchtere kalveren is al sinds 2014 bijzonder laag. Vleesvee zakt verder naar 70, maar blijft de hoogste index onder de landbouwsectoren. Zowel het nabije verleden als de nabije toekomst wordt minder goed beoordeeld dan vorig najaar. De meerderheid zegt dat de verkoopprijs is gezakt (83%) en verder gaat zakken (62%). Bijna evenveel veetelers geven aan dat ze hun productie gaan inkrimpen (19%) als gaan uitbreiden (18%). De veetelers ontvingen vorig jaar een crisistoeslag van Europa. Ook de varkenssector zakt van dieptepunt (60) naar dieptepunt (56). De varkenshouders zijn heel erg ontevreden over de afgelopen periode (37) en ook de toekomst zien ze niet rooskleurig in (76). Bijna iedereen (92%) zegt dat de verkoopprijs is gedaald, 36% denkt dat de neerwaartse trend zal aanhouden en evenveel geeft aan dat de verkoopprijs gaat stijgen. In februari zakte de varkensprijs onder de euro per kilogram, de laagste notering van het afgelopen decennium. De biggenprijs, die de 2de helft van 2015 onder de 30 euro lag, herstelt in februari 2016 lichtjes naar 39,5 euro. Door deze historisch lage prijzen en de licht dalende maar relatief hoge krachtvoederprijzen blijft de rentabiliteit een groot probleem. Figuur 2: Evolutie van de Vlaamse conjunctuurindex voor de vier landbouwsectoren 130 120
Akkerbouw Melkvee Vleesvee Varkenssector
Deelsectoren Landbouw
110 100 90
80
80 70
65
60
60 49
50
70 56 56 45
40 voorjaar
najaar
2007
voorjaar
najaar
2008
voorjaar
najaar
2009
voorjaar
najaar
2010
voorjaar
najaar
2011
voorjaar
najaar
voorjaar
2012
najaar
2013
voorjaar
najaar
2014
voorjaar
najaar
2015
voorjaar 2016
Bron: Departement Landbouw en Visserij
FOCUS: De Vlaamse landbouwconjunctuurindex voorjaar 2016
pagina 2 van 7
3. TUINBOUW Alle tuinbouwsectoren gaan erop achteruit (figuur 3). Ook tuinbouwers zijn, door de Russische boycot, nog altijd op zoek naar nieuwe afzetmarkten, ook binnen Europa. Telers van groenten in openlucht zien hun index lichtjes afnemen naar 73. Ze zijn iets meer tevreden over de afgelopen zes maanden en iets minder optimistisch voor de nabije toekomst. Bijna 66% zegt dat de verkoopprijs is gezakt en volgens 50% zal die evolutie zich doorzetten. Door het warme winterweer was er minder vraag naar typische wintergroenten zoals spruiten, prei, witloof, enz. Volgens 63% zijn de prijzen voor gewasbescherming gestegen en 70% verwacht dat ze in de toekomst nog duurder worden. De index van de sector groenten onder glas zakt verder van 94 naar 90, maar blijft nog steeds de beste van alle deelsectoren. Beide deelindexen verslechteren. Bijna 62% van de respondenten geeft aan dat de prijs van glasgroenten de voorbije zes maanden is gedaald, voor de komende zes maanden denkt 32% dat deze verder zal afnemen. Energie is volgens 61% van de respondenten goedkoper geworden, maar voor de komende zes maanden denkt 43% dat de energieprijs opnieuw zal stijgen. Sierteelt onder glas daalt, door de slechtere toekomstverwachtingen, verder naar 76. 43% zegt dat de verkoopprijs de afgelopen zes maanden is gedaald. Voor de toekomst zakt dat naar 32%. Ook hier waren de lagere energieprijzen in de afgelopen periode kostenbesparend, maar 46% denkt dat de energieprijzen de komende zes maanden opnieuw zullen stijgen. Fruitteelt, de enige deelsector die vorige ronde beter deed, zakt nu naar 63. Alleen in het najaar van 2014 kwam de index lager uit. De fruittelers zijn minder tevreden over de afgelopen zes maanden en zijn vooral minder optimistisch over de toekomst. De verkoopprijs is volgens 68% gedaald en 22% denkt dat deze trend zich zal voortzetten. Door een goede oogst lag de prijs van appelen en peren in het najaar beduidend lager dan in het voorjaar van 2015. De frigo’s zitten momenteel wel voller dan in normale omstandigheden. Figuur 3: Evolutie van de Vlaamse conjunctuurindex voor de vier tuinbouwsectoren 130 120
Deelsectoren Tuinbouw
Groenten in openlucht Groenten onder glas Sierteelt onder glas Fruitteelt
110 100
94
90
80 78
80
74
70
90
76 73 63
60 50 40 voorjaar
najaar
2007
voorjaar
najaar
2008
voorjaar
najaar
2009
voorjaar
najaar
2010
voorjaar
najaar
2011
voorjaar
najaar
voorjaar
2012
najaar
2013
voorjaar
najaar
2014
voorjaar
najaar
2015
voorjaar 2016
Bron: Departement Landbouw en Visserij
FOCUS: De Vlaamse landbouwconjunctuurindex voorjaar 2016
pagina 3 van 7
4. BELEMMERINGEN Ondanks de laagconjunctuur ondervonden in de afgelopen zes maanden iets minder land- en tuinbouwers belemmeringen. Het aandeel zakt van 73% naar 70%. Het aandeel met financiële problemen daalt lichtjes naar 33% en beperkingen van overheidswege zakt naar 25%. Verder had 31% moeilijkheden met de afzet. Door de zachte winter gaf slechts 13% aan dat het weer een spelbreker was. 7% had problemen met dier- of plantenziektes. De deelsector fruit heeft het meest te kampen met afzetproblemen (61%). Financiële problemen zijn terug te vinden in de melkvee- en varkenssector (48% en 42%). De akkerbouwsector voelt zich het meest belemmerd door de overheid (41%). Figuur 4: Evolutie van het aandeel Vlaamse land- en tuinbouwers dat in de afgelopen zes maanden belemmeringen ondervond 50% Geen belemmeringen Financiële problemen Beperkingen van overheidswege
45% 40% 35%
35%
30%
32%
25%
27%
33% 30% 25%
20% 15% voorjaar
najaar
2007
voorjaar
najaar
voorjaar
2008
najaar
2009
voorjaar
najaar
2010
voorjaar
najaar
2011
voorjaar
najaar
voorjaar
2012
najaar
2013
voorjaar
najaar
2014
voorjaar
najaar
voorjaar
2015
2016
Bron: Departement Landbouw en Visserij
5. INVESTERINGEN Bijna 30% van de respondenten plant het komende jaar investeringen (tabel 1). Dat is 5% minder dan vorig jaar. Land- en tuinbouwers willen voornamelijk investeren in gebouwen en installaties (20%) en het machinepark (15%). Ongeveer 7% wil grond aankopen. Het aandeel voor investeringen in productieen/of leveringsrechten schommelt rond de 4%. De deelsector sierteelt onder glas staat aan de top met 51% en de varkenssector staat onderaan met 16%. Binnen de twee à drie jaar zakt het aandeel investeringen naar 25%. Uitgezonderd voor grond plant men binnen 2 à 3 jaar minder investeringen dan op korte termijn. Tabel 1: Aandeel Vlaamse land- en tuinbouwers dat de komende 3 jaar investeringen plant Investeringen Gebouwen en/of installaties:
Binnen het jaar
Binnen 2 à 3 jaar
20,4%
14,2%
Ter vervanging Ter uitbreiding Om te voldoen aan wettelijke voorschriften (milieu, dierenwelzijn, enz.)
8,5% 7,0% 6,2%
8,0% 5,7% 3,9%
Ter verbreding en diversificatie (thuisverwerking, thuisverkoop, hoevetoerisme, enz.)
3,5%
1,1%
Werktuigen en/of machines
14,7%
13,5%
Grond
7,1%
9,2%
Productie- en/of leveringsrechten
4,0%
2,5%
Andere
1,1%
1,3%
29,7%
25,0%
Totaal Bron: Departement Landbouw en Visserij
FOCUS: De Vlaamse landbouwconjunctuurindex voorjaar 2016
pagina 4 van 7
6. FINANCIËLE PROBLEMEN Gezien de huidige landbouwcrisis, werd er gepolst naar de extra acties die de afgelopen 12 maanden ondernomen zijn om aan de betalingsverplichtingen te voldoen. Als er openstaande facturen met verstreken vervaldatum zijn, werd gevraagd bij wie het hoogste bedrag openstaat en voor hoeveel maanden. Tot slot vroegen we naar het totale bedrag van alle openstaande facturen met verstreken vervaldatum. De antwoorden zijn, gelet op de andere vraagstelling, niet vergelijkbaar met de financiële belemmeringen uit punt 4. De volledige resultaten zullen binnenkort verschijnen in een apart focusrapport, maar hier alvast de highlights. Van de 580 respondenten hebben 317 of 55% in totaal 726 extra acties ondernomen om aan de betalingsverplichtingen te voldoen (tabel 2). Gemiddeld zijn dat 2,3 acties per bedrijf. Het vaakst werden privé- en bedrijfsspaargelden aangewend (52% en 45%). Dan volgen het besparen op gezinsbestedingen (40%) en het uitstellen van bedrijfsinvesteringen (34%). Soms was een krediet op korte termijn (13%) of een uitstel van betaling van toeleveranciers (12%) of van aflossing van de lening (4%) noodzakelijk. Verder is 10% een familiale lening of iets dergelijks aangegaan. 7% is buitenshuis gaan werken, een heel ingrijpende actie. Tabel 2: Acties die de LMN-respondenten de afgelopen 12 maanden extra hebben ondernomen om aan hun betalingsverplichtingen te voldoen (buiten de normale inkomsten van het bedrijf), gesorteerd op aandeel Volgende extra acties werden de afgelopen 12 maanden ondernomen om aan de betalingsverplichtingen te voldoen
Aandeel acties
Privéspaargeld gebruikt
52%
Bedrijfsspaargeld gebruikt
45%
Bespaard op de privébestedingen van het gezin
40%
Investeringen uitgesteld
34%
Krediet op korte termijn (aflossing binnen het jaar) aangegaan bij mijn bank om mijn betalingsverplichtingen te kunnen uitvoeren (bv. verhoogd plafond om in het rood te gaan op mijn zichtrekening, seizoenslening, kaskrediet, ...)
13%
Uitstel van betaling verkregen van mijn toeleveranciers
12%
Familiale lening, schenking, erfenis gekregen
10%
Een lid van het gezin is buitenshuis gaan werken
7%
Een deel van mijn activa verkocht (machines, dieren, ...)
6%
Uitstel verkregen van aflossing van mijn leningen
4%
Een andere bijkomende actie ondernomen
4%
Totaal aantal acties
726
Gemiddeld aantal acties per landbouwer die een actie ondernam Bron: Departement Landbouw en Visserij
2,3
Ondanks de bovenstaande extra inspanningen om aan de betalingsverplichtingen te voldoen, gaven 144 van de respondenten (25%) aan in maart 2016 toch openstaande facturen te hebben met verstreken vervaldatum (figuur 5). Hierin zijn alle deelsectoren, alle leeftijden en alle bedrijfsgroottes vervat. Meestal is de grootste openstaande facturen verschuldigd aan de veevoederfabrikant (49%) of de loonwerker (18%). Meststoffen, fyto- en zaadhandelaars hebben een aandeel van 10% en de dierenarts 6%. De bank en de RSZ werden slechts enkele keren vermeld. De duur van de achterstand bedraagt meestal minder dan drie maanden (53%). Een kwart heeft schulden tussen de 3-5 maanden. 22% heeft een achterstand van zes maanden of meer, waarvan 6% een betalingsachterstand van meer dan 12 maanden.
FOCUS: De Vlaamse landbouwconjunctuurindex voorjaar 2016
pagina 5 van 7
Figuur 5: Bij wie stond het hoogste bedrag aan openstaande facturen met verstreken vervaldatum en voor hoeveel maanden?
Bron: Departement Landbouw en Visserij
Volgens tabel 3 is in de varkenssector het aandeel met openstaande facturen het hoogst (41%). Meestal is de veevoederfabrikant (84%) de grootste schuldeiser. De achterstand is vaak kleiner dan drie maanden (41%). Daarnaast heeft 38% een achterstand van zes maanden of meer. Aangezien een varkensronde 4 à 5 maanden duurt, zijn achterstanden langer dan zes maanden verontrustend. Bijna een derde van de siertelers onder glas kampt met betalingsachterstand. De grootste groep ‘andere’ zijn wellicht energieleveranciers. Van de melkveehouders heeft 30% openstaande facturen. Na de veevoederfabrikant (50%), volgt de loonwerker (31%) als grootste schuldeiser. Eveneens 30% van de vleesveehouders heeft openstaande facturen. De grootste schuldeisers zijn hier: de veevoederfabrikant (57%), de loonwerker (21%) en de dierenarts (21%). De groenten in openlucht (10%) en de overige tuinbouwbedrijven (7%) hebben relatief weinig openstaande facturen waarvan de vervaldatum verstreken is. Tabel 3: Aandeel landbouwers met openstaande facturen met verstreken vervaldatum (hoogste bedrag) per deelsector Bij wie Deelsector Totaal Veevoeder- Handelaar Loon- DierenBank RSZ Andere <3 fabrikant * werker arts Akkerbouw 17% 11% 33% 44% 11% 67% Melkvee 30% 50% 4% 31% 8% 8% 58% Vleesvee 30% 57% 21% 21% 43% Varkenssector 41% 84% 3% 6% 3% 3% 41% Groenten openlucht 10% 33% 67% 33% Groenten onder glas 14% 20% 60% 20% 100% Sierteelt onder glas 32% 29% 71% 71% Fruitteelt 12% 33% 17% 17% 33% 67% Overige landbouw 27% 55% 20% 8% 18% 50% Overige tuinbouw 7% 50% 50% 100% 25% 2% 1% 49% 10% 18% 6% 14% 53% Totaal * Meststoffen, fyto- en zaadhandelaar Bron: Departement Landbouw en Visserij
Aantal maanden 3-5
6-9
10-12
>12
22% 27% 21% 22% 33%
11% 7% 19% 33%
12% 7% 6%
4% 21% 13%
29% 17% 33%
17% 10%
5%
3%
25%
10%
6%
6%
Van de openstaande facturen met verstreken vervaldatum zijn er 23% met een totaal bedrag kleiner dan 5.000 euro. Bijna een even groot aandeel ligt tussen de 5.000 en 10.000 euro. De grootte van het bedrag is voor een deel gerelateerd aan de bedrijfsgrootte en het best in verhouding met het bedrijfsinkomen om betaalbaar te zijn. De hoogste bedragen werden in de varkenssector genoteerd.
FOCUS: De Vlaamse landbouwconjunctuurindex voorjaar 2016
pagina 6 van 7
7. MEER INFORMATIE Dit is het rapport van de 19de enquêteronde, afgenomen in maart 2016 bij een 750-tal Vlaamse land- en tuinbouwbedrijven die deel uitmaken van het Vlaamse Landbouwmonitoringsnetwerk (LMN). Voor de berekening van de landbouwconjunctuurindex stelt het Departement Landbouw en Visserij, afdeling Monitoring en Studie, sinds 2007 aan een 750-tal land- en tuinbouwers vragen over hun bedrijfssituatie (productie, prijzen, investeringen en belemmeringen). Hun antwoorden worden geëxtrapoleerd naar de totale Vlaamse landbouwpopulatie. De index kan gaan van nul (alle landbouwers zeer negatief) tot 200 (alle landbouwers zeer positief). Bij een index van 100 zijn er evenveel negatieve als positieve antwoorden. De uitgebreide methodologische beschrijving en de voorgaande zesmaandelijkse rapporten zijn terug te vinden op de website van Landbouw en Visserij: www.vlaanderen.be/landbouw/studies. De landbouwconjunctuurindex is berekend op een 0-200-schaal als het gemiddelde van volgende twee vragen: Hoe beschouwt u de economische situatie van uw bedrijf gedurende de afgelopen 6 maanden? Met als index = (% veel beter dan normaal + 0,5 * % beter dan normaal) - (0,5 * % slechter dan normaal + % veel slechter dan normaal)+100 De antwoorden “normaal” worden niet meegenomen in de berekening van de index. Hoe verwacht u dat de economische situatie van uw bedrijf de komende 6 maanden zal evolueren? Met als index = (% sterk stijgen + 0,5 * % licht stijgen) - (0,5 * % licht dalen + % sterk dalen)+100 De antwoorden “gelijk blijven” worden niet meegenomen in de berekening van de index.
FOCUS: De Vlaamse landbouwconjunctuurindex voorjaar 2016
pagina 7 van 7