Advies Naar een Vlaamse landbouw ‘fit for 55’: inzichten en aanbevelingen
Brussel, 14 oktober 2021
SALV_20211014_ADV_Fitfor55_def Strategische Adviesraad voor Landbouw en Visserij Wetstraat 34-36, 1040 Brussel info@salv.be www.salv.be
T +32 2 209 01 11
Naar een Vlaamse landbouw ‘fit for 55’: inzichten en aanbevelingen
De Strategische Adviesraad voor Landbouw en Visserij adviseert de beleidsmakers, in hoofdzaak de Vlaamse Regering en het Vlaams Parlement, over landbouw en visserij in de brede zin van het woord. De adviezen, zoals vastgesteld door de belanghebbenden vertegenwoordigd in de adviesraad, passen in een gedragen politieke besluitvorming.
Adviesvraag: Bijkomende klimaatmaatregelen in het licht van het ‘Fit for 55’-pakket. Adviesvrager: Zuhal Demir, Vlaams minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme Kopie aan: Hilde Crevits - Vlaams minister van Economie, Innovatie, Werk, Sociale economie en Landbouw; David Clarinval – federaal minister van Middenstand, Zelfstandigen, KMO’s en Landbouw, Institutionele Hervormingen en Democratische Vernieuwing; Zakia Khattabi – federaal minister van Klimaat, Leefmilieu, Duurzame Ontwikkeling en Green Deal; Patricia De Clercq – secretarisgeneraal van het Departement Landbouw en Visserij; Bart Dochy – voorzitter van de Commissie voor Landbouw, Visserij en Plattelandsbeleid van het Vlaams Parlement; Joris Relaes – administrateur-generaal van het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO); Filip Fontaine – algemeen directeur van het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing (VLAM). Ontvangst adviesvraag: 26 juli 2021 Adviestermijn: 62 dagen Decretale opdracht: SALV-decreet van 6 juli 2007, art. 4 (SAR-functie) Goedkeuring raad: 14 oktober 2021 Adviesnummer: 2021-16 Dossierhouder: Wouter Vanacker – wvanacker@serv.be Contactpersoon: Koen Carels – kcarels@serv.be
2
Naar een Vlaamse landbouw ‘fit for 55’: inzichten en aanbevelingen
Inhoud Inhoud ................................................................................................................................ 3 Inleiding ............................................................................................................................... 4 Krachtlijnen ......................................................................................................................... 5 Situering............................................................................................................................... 6 1
Fit for 55 ................................................................................................................. 6
2
Actuele emissietrends in de Vlaamse landbouw ................................................. 8
2.1
Aandeel in het geheel van de Vlaamse emissies ..................................................... 8
2.2
Emissietrends in de Vlaamse landbouw 1990-2020 ................................................. 8
IPCC 2021, AR6: de berekeningswijze voor de klimaatimpact van methaan herbekeken ............................................................................................. 11 Advies ................................................................................................................................ 13 3
Algemene aanbevelingen ...................................................................................... 13
4
Maatregelspecifieke aanbevelingen ..................................................................... 19
Bibliografie .......................................................................................................................... 22 Lijst met figuren en tabellen ............................................................................................... 24
3
Naar een Vlaamse landbouw ‘fit for 55’: inzichten en aanbevelingen
Inleiding De SALV ontving op 22 juli 2021 de vraag van Zuhal Demir, Vlaams minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme om in het licht van het nieuwe Europese Fitfor55doelstellingenkader tegen 15 oktober advies uit te brengen over potentiële bijkomende maatregelen die op een kostenefficiënte wijze bijkomende broeikasgasreducties kunnen opleveren. Daarbij wenst de Vlaamse Regering inzicht te verwerven in de additionele impact van bijkomende maatregelen op de Vlaamse niet-ETS broeikasgasemissies (ten opzichte van de reeds opgenomen WAM-prognoses uit het VEKP). Daarnaast wenst zij ook zicht te krijgen op de kosten en opbrengsten van dergelijke bijkomende maatregelen. De SALV kwam via digitale en fysieke werkcommissievergaderingen samen op 6/9, 21/9, 28/9 en 6/10. Daarbij kon de adviesraad een beroep doen op de kennis van het Expertisecentrum Landbouw en Klimaat van het Instituut voor Landbouw en Visserij. De SALV dankt het ILVO voor haar bijdrage aan de wetenschappelijke onderbouwing.1 Natuurpunt vzw / Bond Beter Leefmilieu onthouden zich bij dit advies.
1
In het bijzonder Sam De Campeneere, Nico Peiren en Els Lemeire, met wie de SALV in contact stond. 4
Naar een Vlaamse landbouw ‘fit for 55’: inzichten en aanbevelingen
Krachtlijnen Zorg ervoor dat tegen 2050 de Vlaamse landbouwsector koploper blijft op het vlak van klimaatexcellente producten en diensten. In die hoedanigheid zal de sector een waardevolle bijdrage leveren aan het voedselsysteem en de klimaatbehoeften van de klimaatneutrale en adaptatiegerichte samenleving. Die aanpassing naar een klimaatslimme landbouw moet verlopen via een realistisch, proportioneel en effectief traject, gebaseerd op een correcte berekening van de impact van de verschillende broeikasgassen, waaronder methaan. Een focus op specifieke technische maatregelen binnen de (sub)sector(en) van de land- en tuinbouw is onvoldoende: de ontwikkeling van een klimaatslimme landbouw volgens het aangescherpte reductiepad van Fitfor55 tegen 2030 en 2050 vereist nu in de eerste plaats ook samenhangende strategische beleidskeuzes op het vlak van (landbouw)economie en voeding, innovatie, en handel. De SALV waardeert dat via een bottom-up benadering bij belanghebbenden proactief naar potentierijke maatregelen wordt gezocht die de ambitieuze Fitfor55-doelstellingen kunnen realiseren. Vermijd een versnipperde aanpak maar kies voor een totale systeembenadering. Breng zo snel mogelijk duidelijkheid over de financiering van nieuwe maatregelen. Versnel en versterk het onderzoek naar beloftevolle mitigerende maatregelen in de landbouw. Neem knelpunten in de productie van hernieuwbare energie door de land- en tuinbouwsector weg. Stimuleer de vraag naar klimaatexcellente agrovoedingsproducten. Geef vorm aan een goed werkende koolstofmarkt.
5
Naar een Vlaamse landbouw ‘fit for 55’: inzichten en aanbevelingen
Situering 1
Fit for 55
"Fit for 55" verwijst naar de nieuwe ambitie van de Europese Commissie om de emissies van alle lidstaten samen tegen 2030 met minstens 55% terug te brengen ten opzichte van 1990 en om tegen 2050 klimaatneutraal te zijn (cf. reductiepad Figuur 1). Ter vergelijking: de huidige Europese doelstelling omvat een daling van 40% van de broeikasgasemissies ten opzichte van 1990 en een reductie van 80% in 2050. De aanscherping van de ambitie maakt deel uit van de Green Deal van de Europese Commissie, en is opgenomen in haar voorstel van de Europese Klimaatwet.2 De doelstelling van -55% tegen 2030 werd aangenomen in de Europese Klimaatwet, weliswaar met inbegrip van een verrekening van koolstofverwijdering van 2,2% (netto doelstelling 52,8%).3 De globale aanscherping zou ook een verhoogde inspanning impliceren om de ESR-emissies, i.e. de emissies die niet onder het emissierechtensysteem vallen, te verlagen met 40% ten opzichte van het niveau van 2005. Momenteel is de huidige, globale doelstelling op -30% vastgesteld. Binnen de huidige beleidskaders zal naar verwachting de emissie van broeikasgassen tegen 2050 met 60 % verminderen. “Fit for 55” omvat dan ook een pakket herzieningen van klimaaten energiewetgeving van de EU om die beter in overeenstemming te brengen met de klimaatambitie, waaronder een herziening van de verordening inzake de verdeling van de inspanningen tussen de lidstaten wat betreft de reductiedoelstellingen in sectoren die niet onder de EU-ETS vallen, een mechanisme voor koolstofcorrectie aan de grens, en een EUbosstrategie. Verder voorziet de Europese Commissie ook wijzingen aan de LULUCFVerordening. Ze acht die wijziging relevant om tegen 2050 de overblijvende emissies – onder meer in de landbouwsector omwille van de biologische processen – via opslag door landgebruik te compenseren, en zo de maatschappelijke klimaatneutraliteit te bereiken (cf. Figuur 1). In het geval van de landbouwsector wordt in het bijzonder gekeken naar niet-CO2-emissies. De Europese Commissie geeft aan dat deze emissies met de bestaande technologie- en beheersopties nooit volledig kunnen worden geëlimineerd. Toch kunnen zij, met waarborging van de voedselzekerheid in de EU, volgens de Commissie aanzienlijk worden verminderd. “Voorbeelden van bestaande technologieën zijn het efficiënt gebruik van meststoffen, de toepassing van precisielandbouw, een gezondere veestapel en het gebruik van anaerobe vergisting om biogas te produceren en organisch afval te valoriseren. Alternatieven voor een
2
EC, 11 december 2019, De Europese Green Deal, COM/2019/640 final, https://eurlex.europa.eu/resource.html?uri=cellar:b828d165-1c22-11ea-8c1f01aa75ed71a1.0005.02/DOC_1&format=PDF. EC, 4 maart 2020, Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een kader voor de totstandbrenging van klimaatneutraliteit en tot wijziging van Verordening (EU) 2018/1999 (Europese klimaatwet), COM(2020) 80 final, art. 2, https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:52020PC0080&from=NL
3
Verordening (EU) 2021/1119 van het Europees Parlement en de Raad van 30 juni 2021 tot vaststelling van een kader voor de verwezenlijking van klimaatneutraliteit, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 401/2009 en Verordening (EU) 2018/1999 (“Europese klimaatwet”), art. 4, 1. https://eurlex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:32021R1119&from=NL
6
Naar een Vlaamse landbouw ‘fit for 55’: inzichten en aanbevelingen
snellere groei van de duurzame productie van schelp- en schaaldieren en algen kunnen zorgen voor een eiwitproductie met een kleine broeikasgasemissievoetafdruk.”4
Figuur 1 Het traject van de EU naar duurzame economische welvaart en klimaatneutraliteit, 1990-2050. Bron: COM(2020) 562 final, p. 7
Wat voedsel en landbouw betreft, geeft de Europese Commissie aan dat emissiereducties als gevolg van de keuze van consumenten om op gezonde voedingspatronen over te stappen, tegen 2030 van dezelfde orde van grootte zouden kunnen zijn als de emissiereducties die met de beschikbare technische instrumenten in de sector worden bereikt. De “van boer tot bord”strategie van de Green Deal5 wil consumenten aanmoedigen duurzame en gezonde voeding en voedingspatronen te kiezen. Dit zou volgens de Europese Commissie niet alleen de landbouwen levensmiddelensector helpen de emissies te verminderen, maar ook de gezondheid van de consument verbeteren, de gezondheidsgerelateerde kosten voor de samenleving verminderen en voedselverspilling tegengaan.
4
EC, 17 september 2020, Een ambitieuzere klimaatdoelstelling voor Europa voor 2030: investeren in een klimaatneutrale toekomst voor ons allemaal, COM(2020) 562 final, p. 12, https://eur-lex.europa.eu/legalcontent/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:52020DC0562&from=EN
5
EC, 20 mei 2020, Een "van boer tot bord"-strategie voor een eerlijk, gezond en milieuvriendelijk voedselsysteem, COM/2020/381 final.
7
Naar een Vlaamse landbouw ‘fit for 55’: inzichten en aanbevelingen
2
Actuele emissietrends in de Vlaamse landbouw
2.1
Aandeel in het geheel van de Vlaamse emissies
Anno 2019 heeft de sector industrie met 37% het grootste aandeel in de totale broeikasgasuitstoot in Vlaanderen (cf. Figuur 2) gevolgd door de sector transport met een aandeel van 21%. De sectoren Energie en Gebouwen omvatten respectievelijk 14% en 16% van alle Vlaamse emissies. De landbouwsector neemt 10% van de emissies voor haar rekening.
Figuur 2 Sectorale aandelen in de totale broeikasgasemissies in Vlaanderen in 2019 (bron: VR, VORA 16/07/2021)
2.2
Emissietrends in de Vlaamse landbouw 1990-2020
In Vlaanderen bedraagt de uitstoot van de landbouwsector in 2019 7,3 Mton CO2-eq of omgerekend 16% van de niet-ETS emissies. De belangrijkste energetische bronnen van broeikasgassen in de landbouw zijn fossiele brandstoffen (bv. voor verwarming van serres en stallen) en offroad voertuigen. Niet-energetische emissiebronnen hebben betrekking op lachgas, dat vrijkomt in de atmosfeer door opslag en aanwending van (dierlijke) mest of door indirecte processen (bv. atmosferische depositie en uitloging). Daarnaast vormt ureum- en kalkgebruik een zeer beperkte bron van CO2. Ten slotte wordt er op heden een sterke rol toebedeeld aan de emissies die voornamelijk afkomstig zijn van spijsverteringsprocessen in herkauwers (vooral runderen) en mestmanagement. De actuele berekeningswijze van de
8
Naar een Vlaamse landbouw ‘fit for 55’: inzichten en aanbevelingen
impact van die methaanemissies staat sinds het recentste rapport van het IPCC ter discussie (zie Intermezzo p. 11). De meest recente broeikasgasinventaris met cijfers tot en met 2019 en de eerste voorlopige inschatting voor 2020 worden samengevat in Figuur 3. Ten opzichte van 2005 blijken de totale broeikasgasemissies in de landbouwsector niet gedaald. In de sector landbouw wordt in de periode 2005-2019 integendeel een lichte toename van de emissies vastgesteld met 1%. Eerder, in de periode 1990-2005, daalden de emissies met ca. 22%.6 De lichte daling in de periode 2005-2008 werd gevolgd door een stagnering in de periode 2009-2014 en door een lichte toename de laatste jaren. Die toename vanaf 2015 wordt voornamelijk verklaard door een stijging van de energetische emissies in de glastuinbouw – doordat er steeds meer warmtekrachtkoppeling (WKK)-eenheden in eigen gebruik worden opgestart, waarbij het aardgasverbruik niet langer bij de elektriciteitsproducent en dus de elektriciteits- en warmtesector wordt gerekend – en door de toename van methaanemissies in de geliberaliseerde en hoogproductieve melkveehouderij.7
Figuur 3 Niet-ETS broeikasgassen in Vlaanderen per sector 2005-2020 (Mton CO2-eq) (bron: VR, VORA 16/07/2021)
6
Opgelet: in de landbouwsector werd in het recentste monitoringsrapport (16/07/2021) een belangrijke aanpassing doorgevoerd aan de emissies van CH4 voor de volledige tijdsreeks. De gewichtstoename-factor werd geoptimaliseerd bij het rundvee (melkvee, zoogkoeien, runderen ouder dan 2 jaar). Dit resulteerde in een daling van de emissies en dit zowel van de spijsverteringsemissies als van deze van mestopslag. Het gaat over totale dalingen van emissies in de landbouwsector over de volledige tijdsreeks van -330 tot -430 kton CO2-eq.
7
Sinds 2012 wordt een toename van het aantal melkkoeien vastgesteld wat kan worden verklaard door de afschaffing van het melkquotum in 2015. De combinatie van de toename van de melkproductie per koe met 37% tussen 2005 en 2019 (en ook een hogere emissie per dier) en de toename van de melkveestapel heeft geleid tot een toename van de emissies van spijsverteringsprocessen van de melkveestapel met 42%.
9
Naar een Vlaamse landbouw ‘fit for 55’: inzichten en aanbevelingen
De emissies afkomstig van mestmanagement zijn tussen 2005 en 2019 met 4% toegenomen, terwijl de bodememissies in deze periode met 12% zijn afgenomen. Figuur 4 vat de voornoemde ontwikkelingen illustratief samen:
Figuur 4 Evolutie emissies sector landbouw 2005-2019 (VR, VORA 16/07/2021)
10
IPCC 2021, AR6: de berekeningswijze voor de klimaatimpact van methaan herbekeken Methaanemissie van de veeteelt komt voort uit verteringsprocessen (ongeveer 70%) en mestopslag (ongeveer 30%). Runderen palmen het gros van de methaanemissie uit verteringsprocessen in. Hun spijsverteringssysteem en verteerbaarheid van het veevoeder dragen daartoe bij. Voor methaanemissie uit mestopslag zijn varkens bij uitstek de grootste bron. Andere diersoorten als paarden, pluimvee, schapen hebben tot beide bronnen eerder een heel beperkte bijdrage. Nieuw onderzoek herbekijkt de berekeningswijze voor de impact van methaan op de klimaatopwarming. Momenteel wordt het aardopwarmingseffect van methaan en koolstofdioxide op dezelfde wijze berekend. Maar de concentratie van beide broeikasgassen in de atmosfeer evolueren niet op dezelfde manier. Daardoor wordt de impact van methaan op korte termijn sterk onderschat, en op lange termijn sterk overschat. Aan de basis van dat onderscheid is het verschil tussen langlevende en kortlevende gassen. Langlevende broeikasgassen zijn gassen die zich opstapelen in de atmosfeer, omdat ze er zeer lang verblijven. Een voorbeeld is CO 2: koolstofdioxide blijft tussen de 50 en de 200 jaar in de atmosfeer. Kortlevende broeikasgassen breken af op relatief korte termijn, zodat, bij een stabiele emissie door een stabiele veestapel en door een stabiele melkproductie per koe, de concentratie dezelfde blijft en de opwarming niet toeneemt. Methaan is zo’n kortlevend broeikasgas, want het blijft slechts 10-12 jaar in de atmosfeer aanwezig (cf. Figuur 5).
Figuur 5 Bij een gelijkblijvende veestapel neemt de concentratie methaan na ca. 10-12 jaar niet langer toe door afbraak in de atmosfeer. In het geval van koolstofdioxide door bv. wagens blijft de concentratie daarentegen toenemen. Bron: ILVO
De huidige berekeningswijze (GWP, oftewel Global Warming Potential) houdt onvoldoende rekening met die snellere afbraak van methaan. Om daar beter aan tegemoet te komen, hebben wetenschappers een andere berekeningswijze voorgesteld: GWP*. Het recentste rapport van het IPCC – van de Verenigde Naties – heeft die methode erkend als wetenschappelijk juister. Toch heeft ze die methode nog niet voor haar eigen berekeningen gebruikt.
11
Figuur 6 toont aan dat een minieme daling van de methaanemissie afkomstig van de landbouwsector op vrij korte termijn zou leiden tot een stabilisering van de opwarming als gevolg van de methaanemissies (tweede lijn: een daling 0,3% per jaar, of 10% over 30 jaar). Een daling van de methaanemissie met 25% over 30 jaar (derde lijn) zou resulteren in een koeling
Figuur 6 Aardopwarmingseffect van methaan volgens GWP en GWP* (bron: Allen et al. 2018)
Bronnen Allen M., Cain M., Lynch J., et al., 2018, Climate metrics for ruminant livestock. Programme briefing. Published by the Oxford Martin Programme on Climate Pollutants, (figuur) https://www.oxfordmartin.ox.ac.uk/downloads/reports/Climate-metrics-for-ruminant-livestock.pdf. ILVO, 6 september 2021, Methaan: feiten, relatieve impact (GWP / GWP*), gevolgen en kanttekeningen voor de VL veehouderij, Hoorzitting SALV-Werkcommissie Fitfor55 ILVO, 23 september 2021, Methaan van herkauwers en klimaatimpact: een verschil tussen GWP en GWP*berekening, persbericht, https://ilvo.vlaanderen.be/nl/nieuws/methaan-van-herkauwers-en-klimaatimpact-eenverschil-tussen-gwp-en-gwp-ster-berekening IPCC, Sixth Assessment Report. Climate Change 2021: the Physical Science Basis, hoofdstuk 7, p. 123, https://www.ipcc.ch/report/ar6/wg1/downloads/report/IPCC_AR6_WGI_Chapter_07.pdf VMM, 2018, Luchtverontreiniging: methaan, https://www.vmm.be/lucht/luchtverontreiniging/Land-entuinbouw/methaan.
12
Naar een Vlaamse landbouw ‘fit for 55’: inzichten en aanbevelingen
Advies 3
Algemene aanbevelingen
[1]
Zorg ervoor dat tegen 2050 de Vlaamse landbouwsector koploper blijft op het vlak van klimaatexcellente producten en diensten. In die hoedanigheid zal de sector een waardevolle bijdrage leveren aan het voedselsysteem en de klimaatbehoeften van de klimaatneutrale en adaptatiegerichte samenleving. Die aanpassing naar een klimaatslimme landbouw moet verlopen via een realistisch, proportioneel en effectief traject, gebaseerd op een correcte berekening van de impact van de verschillende broeikasgassen, waaronder methaan (cf. [7]). De SALV heeft de klimaatverandering erkend als een belangrijk onderdeel van de uitdagingen voor een duurzame toekomst voor de Vlaamse land- en tuinbouw.8 Uit het recente voortgangsrapport blijkt dat de trend op het vlak van broeikasgasemissies in de Vlaamse landbouw de laatste jaren niet langer in de gewenste richting evolueert, en dat ondanks de inspanningen in de sector. Het rapport onderlijnt de rol van de liberalisering van de melkveehouderij – een landbouweconomische beleidskeuze – als belangrijke oorzaak.9
[2]
De SALV waardeert dat via een bottom-up benadering bij belanghebbenden proactief naar potentierijke maatregelen wordt gezocht die de ambitieuze Fitfor55doelstellingen kunnen realiseren. Het huidige Vlaams Klimaat- en Energiebeleidsplan 2021-2030 omvat ambitieuze doelstellingen, waarvoor diverse beloftevolle maatregelen in ontwikkeling zijn of geïmplementeerd worden. In de voorliggende adviesvraag wordt gepeild naar potentiële bijkomende maatregelen die op een kostenefficiënte wijze bijkomende broeikasgasreducties kunnen opleveren. De land- en tuinbouwsector heeft tussen 1990 en 2018 de broeikasgasemissies al met 18% gereduceerd. Dat is meer dan het gemiddelde over gans Vlaanderen, dat in diezelfde periode zijn emissies met slechts 10% heeft gereduceerd. Een groot deel van die reducties vond evenwel plaats voor 2005 – wat nu het referentiejaar is voor de niet-ETS. Eenvoudige maatregelen om broeikasgasemissies te reduceren zijn er dus niet. Toch reikt de SALV verderop in dit advies daartoe enkele beloftevolle voorstellen aan. Voor de precieze berekening van hun reductiepotentieel, kosten en baten op het vlak van reducties is het raadzaam de voorstellen voor te leggen aan de relevante overheidsadministraties en instellingen, die daartoe over de nodige capaciteit beschikken. Naar verwachting zullen nieuwe mitigerende technologieën en praktijken ook in de toekomst ontwikkeld worden. Door ook
8
SALV, 31 mei 2017, Verkennende nota. Uitdagingen voor een duurzame toekomst voor de landbouw in Vlaanderen, https://www.salv.be/sites/default/files/documenten/SALV_ADV_20170531_notaduurzametoekomstlandbouw_ DEF.pdf
9
Cijfers op basis van: VR, 16 juli 2021, VEKP Voortgangsrapport 2021 over de evolutie van de Vlaamse broeikasgasemissies, en de voortgang van doelstellingen en maatregelen, p. 26. https://beslissingenvlaamseregering.vlaanderen.be/document-view/60F04F14364ED900080015BF. Zie ook: “Net als bij de andere landbouwsectoren is er bij de melkveehouderij al decennialang een proces van schaalvergroting aan de gang. Met het verdwijnen van de melkquota op 1 april 2015 is dat nog versterkt. Departement Landbouw en Visserij, 2021, Landbouwcijfers Melkvee, https://landbouwcijfers.vlaanderen.be/landbouw/melkvee. Dezelfde trend doet zich ook elders voor in de Europese Unie, cf. de Vries M., Hoving I., van Middelkoop J., et al., 2018, Klimaatslimme melkveehouderij. Een routekaart voor implementatie van mitigatie- en adaptatiemaatregelen, p.52, https://edepot.wur.nl/463803.
13
Naar een Vlaamse landbouw ‘fit for 55’: inzichten en aanbevelingen
in de toekomst proactief en met inbreng van de belanghebbenden van de SALV het maatregelenpakket te evalueren en zo nodig te actualiseren, kunnen die kansen tijdig worden benut. [3]
Een focus op specifieke technische maatregelen binnen de (sub)sector(en) is echter onvoldoende: de ontwikkeling van een klimaatslimme landbouw volgens het aangescherpte reductiepad van Fitfor55 tegen 2030 en 2050 vereist nu in de eerste plaats ook samenhangende strategische beleidskeuzes op het vlak van (landbouw)economie en voeding, innovatie, en handel: a. De Vlaamse landbouw- en voedingssector kan niet los gezien worden van het internationale voedselsysteem waarin ze opereert en waaraan ze door (landbouw)economische beleidskeuzes wordt blootgesteld. Zo is de recente stijging van de melkveestapel en de daarmee gepaard gaande stijging van enterische emissies onlosmakelijk verbonden met de liberalisering van de markt. Het handelsbeleid moet ervoor zorgen dat klimaatexcellentie beloond wordt, zodat de in Vlaanderen geproduceerde en verwerkte voedingsproducten competitief zijn tegenover gelijksoortige producten met lagere klimaatkwaliteiten uit andere gebieden.10 Dat vereist onder meer een strenge opvolging van de implementatie van multilateraal afgesproken klimaatdoelstellingen en bindende duurzaamheidsclausules in handelsverdragen. De klimaatboekhouding houdt bovendien enkel rekening met datgene wat in het land zelf wordt uitgestoten. Maatregelen die een gunstige impact hebben in de keten, maar in een ander land, worden daardoor benadeeld. En omgekeerd worden maatregelen die een ongunstige impact hebben in de keten (maar in een ander land) worden daardoor onterecht bevoordeeld. b. Het voedselbeleid moet ertoe bijdragen dat de vraag om voeding uit duurzame voedingssystemen11 toeneemt en dat voor het stijgende Vlaamse aanbod van klimaatvriendelijkere producten een correcte prijs wordt betaald doorheen de keten en door de consument, waarbij de margeverdeling een eerlijke weerspiegeling behelst van de geleverde (klimaat)inspanningen door elke betrokken ketenschakel.12 Het voedselbeleid moet er ook toe leiden dat de productie adequaat kan inspelen op wijzigende voedingspatronen bij de consument.13 c. Ofschoon door de aard van de biologische processen een nuluitstoot onmogelijk is14, kan de sector volgens een transparant en onderbouwd reductiepad zijn
10
Zie ook eerdere aanbevelingen in: SALV, 26 februari 2021, EU-Mercosur handelsakkoord, https://www.salv.be/sites/default/files/documenten/SALV_20210226_BRADV_2021-02_Mercosur.pdf.
11
De SALV begrijpt duurzame voedingssystemen als omschreven in: FRDO, 26 maart 2010, Advies Duurzaam voedingssysteem, p. 9f.: https://www.frdo-cfdd.be/sites/default/files/content/download/files/2010a03n.pdf.
12
Cf. SALV, 17 mei 2021, Advies Oneerlijke handelspraktijken aanpakken voor een betere werking van de markten van primaire producenten in de land- en tuinbouw, visserij en aquacultuur, https://www.salv.be/sites/default/files/documenten/SALV_20210517_ADV_OneerlijkeHandelspraktijken.pdf.
13
De raad herhaalt daarmee zijn aanbevelingen uit zijn eerder advies: SALV, 26 juni 2020, Advies Hapklare inzichten voor een Vlaams voedselbeleid, https://www.salv.be/sites/default/files/documenten/SALV_20200626_ADV_202008_Voedselbeleid_HapklareInzichten_wv6_DEF.pdf.
14
Zoals erkend in VR, 20 december 2019, Vlaamse Klimaatstrategie 2050, p. 27, https://omgeving.vlaanderen.be/sites/default/files/atoms/files/2019-12-20_VlaamseKlimaatstrategie2050.pdf. 14
Naar een Vlaamse landbouw ‘fit for 55’: inzichten en aanbevelingen
emissies sterk terugdringen. Het innovatiebeleid van de Vlaamse Regering – dat veel meer programma’s en instrumenten omvat dan deze die in het landbouwbeleid zijn vervat – moet voldoende middelen voorzien om ervoor te zorgen dat de klimaatmaatregelen geen economische bottleneck vormen voor vele landbouwbedrijven en de bedrijven verderop in de agrovoedingsketen. De aanwezigheid van voldoende middelen is ook nodig om, met het oog op de effectieve realisatie van de vermindering van het geheel van de broeikasgasemissies, een absolute ontkoppeling van milieudruk en activiteitsniveau te kunnen realiseren. De raad vindt dat de publieke ondersteuning, net als de doelstellingen, proportioneel moet afgestemd zijn op de socio-economische situatie waarin diverse (sub)sectoren zich bevinden.15
[4]
Hou bij de opmaak van nieuwe doelstellingen rekening met reeds gepresteerde reducties bij de opmaak van Vlaamse doelstellingen, met de socio-economische draagkracht van de subsectoren alsook met de inspanningen in de sector die volgens de formele klimaatboekhouding niet aan de sector worden toegekend. Eerder in het advies werd reeds gewezen op de significante omvang van de reducties die de sector tussen 1990 en 2005 heeft gerealiseerd (cf. par. [2]). De klimaatboekhouding verloopt bovendien volgens regels die zijn vastgesteld door het IPCC. Dat heeft als gevolg dat bepaalde inspanningen niet beloond worden. De emissiereducties komen immers op het conto van andere sectoren. Zo worden de emissies van aardgas die in WKK´s verbrand wordt aan de landbouwsector toegeschreven, terwijl de elektriciteit die met deze WKK´s wordt geproduceerd en op het elektriciteitsnet wordt gezet niet in de landbouwsector wordt gebruikt. De hernieuwbare energie die de land- en tuinbouwsector produceert, komt volgens de klimaatboekhouding niet volledig ten goede van de landbouwsector: het gedeelte dat op het elektriciteitsnet wordt gezet, wordt toegeschreven aan de elektriciteitssector. Ten slotte vraagt de SALV bij de opmaak van nieuwe doelstellingen voldoende rekening te houden met de socio-economische draagkracht van de verschillende subsectoren.
[5]
Dring aan op een correcte berekening van het aardopwarmingseffect van het kortlevende broeikasgas methaan in de klimaatboekhouding. Het IPCC-rapport AR6 stelt dat de impact van methaan niet te vergelijken is met de impact van CO 2 uit de verbranding van fossiele brandstoffen.16 Onder de voorwaarde van gelijkblijvend aantal en gelijkblijvende productie/productiviteit verdwijnt de geëmitteerde methaan uit de atmosfeer. Daardoor is er geen impact van een voortdurende opstapeling, in tegenstelling tot CO2. AR6 van het IPCC geeft aan dat in het geval van kortlevende broeikasgassen nieuwe berekeningswijzen dit onderscheid accurater kunnen kwantificeren.17 De SALV
15
De SALV wees eerder op de pijnpunten in de landbouwinkomensvorming: SALV, 2017, Rapport Landbouwinkomen – deel 1 Aspecten van landbouwinkomensvorming, https://www.salv.be/sites/default/files/documenten/SALV_20171115_Rapport%201%20Inkomensvorming_JB. pdf.
16
IPCC, Sixth Assessment Report. Climate Change 2021: the Physical Science Basis, hoofdstuk 6, p. 7: https://www.ipcc.ch/report/ar6/wg1/downloads/report/IPCC_AR6_WGI_Chapter_06.pdf.
17
“In summary, new emission metric approaches such as GWP* and CGTP are designed to relate emission 3 changes in short-lived greenhouse gases to emissions of CO2 as they better account for the different physical 15
Naar een Vlaamse landbouw ‘fit for 55’: inzichten en aanbevelingen
vraagt om op Europees en mondiaal beleidsniveau aan te dringen dat toekomstige klimaatbeleidsontwikkeling en -rapportering gebruik maakt van de meest accurate berekeningswijze voor het aardopwarmingseffect van methaan. Indien dit zou leiden tot een wetenschappelijk onderbouwde aanpassing van de te volgen reductiepaden voor methaanemissies richting maatschappelijke klimaatneutraliteit, dan moeten de Vlaamse reductiedoelstellingen voor methaan bijgesteld kunnen worden. Hoe dan ook erkent de raad dat een significante reductie van methaanemissies in alle sectoren op relatief korte termijn, tegen 2030, nodig zal zijn om de klimaatdoelstelling van het Verdrag van Parijs te halen.18 De raad vraagt om daartoe het onderzoek te versterken en te versnellen, en praktijkrijpe, haalbare maatregelen zo snel mogelijk en met de nodige ondersteuning en beloning te implementeren (zie ook par.[10]). Er moet daarbij voldoende aandacht uitgaan naar concrete maatregelen die ook toepasbaar zijn op biobedrijven en in extensievere landbouwpraktijken. De SALV herinnert eraan dat de veehouderij naast de productie van voedsel ook andere belangrijke functies uitoefent, zowel in het voedselproductiesysteem als in het ecologisch kader. Herkauwers hebben een belangrijke rol in het omzetten van niet humaan eetbare nevenstromen en gewassen naar humaan eetbare producten. Dit kunnen ze dankzij hun mogelijkheid om te fermenteren in de maag. Anderzijds zijn zij leveranciers van dierlijke mest die broodnodig is om de kwaliteit van onze landbouwgronden te waarborgen. Ze zorgen ook voor het vastleggen van koolstof in de graslanden waarop ze grazen, maar ook ecosysteemdiensten zoals biodiversiteit, opvang van regenwater op de graasweides, onderhoud natuurgebieden… De adviesraad pleit er dan ook voor om een louter gesegmenteerde aanpak te vermijden en mogelijke trade-offs door een gebrek aan systeembenadering in beschouwing te nemen. [6]
Zorg ervoor dat de LULUCF-boekhouding niet alleen koolstofemissies maar ook koolstofopslag binnen de verschillende landgebruikscategorieën accuraat meeneemt en verrekent. In 2018 werd via de Europese LULUCF-verordening 841/2018 een reeks boekhoudregels vastgesteld voor de afrekening van de klimaatprestaties voor de sector Landgebruik, Landgebruiksverandering en Bosbouw voor de periode 2021-2025 en 2026-2030.19 De raad meent dat alle netto veranderingen op het vlak van koolstofopslag in bouwland en grasland dat respectievelijk bouwland en grasland blijft,
behaviours of short and long-lived gases. (…) Using either these new approaches, or treating short and longlived GHG emission pathways separately, can improve the quantification of the contribution of emissions to global warming within a cumulative emission framework, compared to approaches that aggregate emissions of GHGs using standard CO2 equivalent emission metrics.”, Ibid., hoofdstuk 7, p. 123: https://www.ipcc.ch/report/ar6/wg1/downloads/report/IPCC_AR6_WGI_Chapter_07.pdf. 18
In december 2015 verbonden 195 partijen in Parijs zich ertoe om de globale temperatuurstijging te beperken tot ver onder 2°C en om een maximumstijging van 1,5°C na te streven. Hiertoe moet de globale uitstoot van broeikasgasemissies zo snel mogelijk afgebouwd worden, en moet er tegen de tweede helft van deze eeuw een evenwicht bereikt worden tussen de antropogene uitstoot en de opname van broeikasgasemissies (=klimaatneutraliteit). Deze globale langetermijndoelstelling heeft zich op Vlaams niveau vertaald in een reductiedoelstelling van 3,5 Mton voor de Vlaamse landbouwsector tegen 2050, cf. VR, 20 december 2019, Vlaamse Klimaatstrategie 2050, p. 27.
19
Verordening (EU) 2018/841 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018, inzake de opname van broeikasgasemissies en -verwijderingen door landgebruik, verandering in landgebruik en bosbouw in het klimaat- en energiekader 2030, en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 525/2013 en Besluit nr. 529/2013/EU
16
Naar een Vlaamse landbouw ‘fit for 55’: inzichten en aanbevelingen
moeten worden meegenomen in de LULUCF-boekhouding. Een eenzijdige focus op emissies is niet acceptabel. [7]
Dring aan op de ontwikkeling van een klimaatboekhouding die toelaat kansen te grijpen door middel van sectoroverschrijdende samenwerking. De raad stelt dat vast dat flexibiliteit tussen de niet-ETS-sectoren (landbouw, transport, niet-ETS-industrie) en tussen de niet-ETS- en LULUCF-categorieën in de klimaatboekhouding momenteel heel beperkt is. Intersectorale samenwerking kan nochtans kansen bieden om op kostenefficiënte wijze de koolstofvoetafdruk van de Vlaamse voedselproductie te reduceren. De Vlaamse en federale beleidsmakers moeten aandringen op de ontwikkeling van een klimaatboekhouding die deze kansen niet onbenut laat. Tegelijk mogen dergelijke hefbomen de haalbaarheid van sectorale doelstellingen niet fnuiken, en moet de klimaatboekhouding de baten van sectoroverschrijdende inspanningen correct verdelen (cf. par. [4]). De Europese Commissie wijst erop dat een grotere flexibiliteit tussen de verordening inzake landgebruik, verandering in landgebruik en bosbouw en de verordening inzake de verdeling van de inspanningen een manier kan zijn om de stimulansen voor verwijderingen in de sector landgebruik zelf te versterken.20 De Europese Commissie stelt ook voor om niet-CO2-broeikasgasemissies in de landbouw op te nemen in de sector landgebruik, verandering in landgebruik en bosbouw, en tegen 2035 een nieuwe gereguleerde sector te creëren die landbouw, bosbouw en landgebruik omvat.21 Het is raadzaam de impact van die beleidsambitie tijdig en grondig voor te bereiden op Vlaams niveau.
[8]
Breng zo snel mogelijk duidelijkheid over de financiering van nieuwe maatregelen. Eerder gaf de SALV, samen met SERV en Minaraad, met betrekking tot het ontwerp van het huidige Klimaat- en Energiebeleidsplan reeds aan dat de financiering weinig belicht en sterk onderschat werd.22 De SALV vindt het dan ook een goede zaak dat in het kader van deze adviesvraag inzake nieuwe maatregelen meteen ook om een kostenberekening wordt gevraagd, ook al beschikt ze zelf daartoe niet over de nodige capaciteit om dat te doen. De raad vraagt om met medewerking van de daartoe geschikte administraties gestalte te geven aan die financiële dimensie bij de opmaak en voorstelling van de uiteindelijke beleidsvoorstellen in het kader van het aangescherpte emissiereductiepad.
[9]
Bied ondernemingen voldoende ruimte om nieuwe technologieën uit te testen in een regelluw kader.23
[10] Versnel en versterk het onderzoek naar beloftevolle mitigerende maatregelen in de landbouw. Een correcte inschatting van de effectiviteit van besliste en toekomstige mitigerende maatregelen is vanzelfsprekend. Daartoe moet het reductiepotentieel van de
20
EC, 17 september 2020, Een ambitieuzere klimaatdoelstelling voor Europa voor 2030: investeren in een klimaatneutrale toekomst voor ons allemaal, COM(2020) 562 final, p. 19, https://eur-lex.europa.eu/legalcontent/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:52020DC0562&from=EN
21
Ibid. p. 20.
22
SALV, SERV, en Minaraad, 5 oktober 2018, Sporen naar een krachtiger klimaat- en energieplan 2030, p. 18, https://www.salv.be/sites/default/files/documenten/SERV_Minaraad_SALV_20181008_VKEP_ADV.pdf. Zie ook: SERV, 24 juni 2019, Elementen voor een gesublimeerd klimaat- en energiebeleid 2019-2024, p. 14 https://www.serv.be/sites/default/files/documenten/SERV_20190624_gesublimeerd_klimaaten_energiebeleid_ADV.pdf.
23
Cf. eerder advies: SALV, 28 oktober 2016, Advies Betere regelgeving, p. 17-20, SALV_ADV_20161028_betereregelgeving_DEF.pdf
17
Naar een Vlaamse landbouw ‘fit for 55’: inzichten en aanbevelingen
maatregelen op een wetenschappelijke wijze vastgesteld worden. Naast de technische effectiviteit van de maatregelen moet het onderzoek ook voldoende aandacht besteden aan de praktische uitvoering, de kosten en de aantoonbaarheid van de maatregelen. Om het onderzoek te versnellen, zijn voldoende middelen voor klimaatonderzoek voor de landbouwsector noodzakelijk. [11] Zorg ervoor dat er voldoende expertise uit het landbouwonderzoek aanwezig is in wetenschappelijke klimaatadviesorganen. Artikel 3 van de Europese Klimaatwet schrijft voor om op nationaal niveau een wetenschappelijk klimaatadviesorgaan op ter richten, met het oog op het verstrekken van deskundig wetenschappelijk advies over klimaatbeleid aan de bevoegde nationale autoriteiten. IJver voor een adequate aanwezigheid van expertise uit het landbouwonderzoek in dergelijke adviesorganen.24 Zo kunnen die bogen op de recentste inzichten inzake klimaatrisico’s en klimaatmitigatie en adaptatie in de land- en tuinbouwsector.25 [12] Geef vorm aan een structurele klimaat- en energiedialoog met de belanghebbenden, en engageer daartoe bestaande participatie- en overlegstructuren. De Europese Klimaatwet schrijft voor dat elke lidstaat een klimaat- en energiedialoog voert, waarin lokale overheden, maatschappelijke organisaties, de bedrijfswereld, investeerders en andere betrokken partijen en het brede publiek actief kunnen participeren, de klimaatdoelstellingen kunnen bespreken, en hun realisatie beoordelen.26 De SALV wil als adviesraad deze rol (blijven) opnemen, zoals de Europese regelgeving ook voorziet ten aanzien van bestaande structuren. [13] Zet versterkt in op sensibilisering en advies door middel van bijvoorbeeld klimaatscans. De adoptie van klimaatmaatregelen is niet eenvoudig door de intrinsieke specificiteit van de sector: een zeer groot aantal bedrijven met op elk bedrijf een resem aan (vaak verspreide) emissiebronnen die elk een andere aanpak vergen (bv dieremissies, veldemissies, mestemissies,…) en waarvan de relatieve klimaatimpact ook sterk verschilt tussen bedrijven. Instrumenten zoals klimaatscans kunnen bedrijven helpen om de juiste mitigatiemaatregel te nemen.
24
Op Vlaams beleidsniveau is een wetenschappelijk opvolgpanel actief. Recent heeft de federale overheid de oprichting van een klimaatcentrum en een “OCAD voor het klimaat” aangekondigd.
25
Verordening (Eu) 2021/1119 van het Europees Parlement en de Raad van 30 juni 2021 tot vaststelling van een kader voor de verwezenlijking van klimaatneutraliteit, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 401/2009 en Verordening (EU) 2018/1999 (“Europese klimaatwet”), art. 3, 4. https://eur-lex.europa.eu/legalcontent/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:32021R1119&from=NL.
26
Ibid. art. 13 tot wijziging van art. 11 van de Verordening (EU) 2018/1999 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 inzake de governance van de energie-unie en van de klimaatactie, https://eurlex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:32021R1119&from=NL.
18
Naar een Vlaamse landbouw ‘fit for 55’: inzichten en aanbevelingen
4
Maatregelspecifieke aanbevelingen
[14] Het potentieel voor de productie van hernieuwbare energie in de sector is groot, maar het verdienmodel is voor veel landbouwondernemingen onvoldoende aantrekkelijk. Om hieraan tegemoet te komen, dient de overheid onder meer werk te maken van het wegnemen van de volgende knelpunten: Investeer in elektriciteitsinfrastructuur op het platteland. Installaties voor hernieuwbare energie vereisen vaak een verzwaring van het net. Die verzwaring, die volledig op eigen kosten moet gebeuren, ontmoedigt de landbouwer om in hernieuwbare energie te investeren. Verlaag de investeringskost voor de land- of tuinbouwer die investeert in een verzwaring van het net ten behoeve van een project voor hernieuwbare energie door de kosten eerlijk te verdelen onder derden die nadien ook van de aansluiting gebruikmaken. Land- en tuinbouwers moeten nu zelf de kabel en cabine betalen als zij een nieuwe of zwaardere aansluiting op het elektriciteitsnet vragen. Landbouwers krijgen geen enkele vergoeding als er vervolgens nieuwe gebruikers worden aangesloten op de door hen betaalde kabel. Informatie over de capaciteit van het distributienet moet eenvoudig raadpleegbaar zijn. Land- en tuinbouwers moeten tijdig een indicatie hebben of het net zwaar genoeg zal zijn om bepaalde categorieën van zonnepaneelinstallaties toe te laten. Zorg voor een aantrekkelijke tarifering van middenspanning. Landbouwers die een middenspanningscabine laten plaatsen, moeten bijkomend een hogere energieheffing betalen, waardoor de rendabiliteit van de investering in bijvoorbeeld zonnepanelen verlaagt. Door middel van de afbakening van een groep kleinverbruikers op middenspanning die een eigen cabine (hebben) laten plaatsen zou het niet-residentiële laagspanningstarief moeten gelden in plaats van het middenspanningstarief.27 Bied lokale en provinciale overheden een richtinggevend kader voor kleine en middelgrote windturbines door middel van een nieuwe omzendbrief.28 Gemeentes en provincies kunnen nu zelf bepalen volgens welke criteria ze vergunningen afleveren. In de praktijk blijkt echter dat er zeer weinig vergunningen worden afgeleverd omdat het gemeentes en provincies ontbreekt aan een leidend kader hiervoor. Een nieuwe omzendbrief moet onder meer duidelijkheid scheppen over de mate waarin een project een voor de bedrijfsvoering noodzakelijke constructie moet vormen, en de mate waarin de ruimtelijke impact in verhouding staat tot de genereerde energieopbrengst. [15] Sluit sectorfederatieovereenkomsten af met relevante actoren in de agrovoedingssector. In het kader van de versterkte wetgeving voor niet-energieintensieve ondernemingen wil de Vlaamse overheid het systeem van de mini-EBO’s omvormen en sectorfederatieovereenkomsten (SFO’s) afsluiten met sectorfederaties. 27
28
Dit aandachtspunt werd ook in een eerder advies van de SERV opgenomen: SERV, 4 december 2017, Advies Een lift naar genoeg groene energie?, https://www.serv.be/sites/default/files/documenten/SERV_ADV_20171204_energieheffing.pdf. Dit is ook één van de aandachtspunten die is opgenomen in de resolutie betreffende het stimuleren van kleinschalige windturbines, die werd goedgekeurd in het Vlaamse parlement op 3 april 2019, https://docs.vlaamsparlement.be/pfile?id=1475660. 19
Naar een Vlaamse landbouw ‘fit for 55’: inzichten en aanbevelingen
Deze SFO’s zullen een sectoraal ontzorgingstraject inhouden om de niet energieintensieve ondernemingen uit de betrokken sector aan te zetten verder te gaan dan de versterkte wetgeving.29 [16] Stimuleer de vraag naar klimaatexcellente voedingsproducten. Ontwikkel instrumenten die de vraag naar duurzame voedingsproducten uit de Vlaamse land- en tuinbouw stimuleert, en dat voor een correcte prijs. Onderzoek of het systeem van de ecocheques voor voedingsproducten kan worden uitgebreid, onder meer ten gunste van land- en tuinbouwers die maatregelen aantoonbaar implementeren die emissies van broeikasgassen zoals methaan verminderen, zonder daarbij trade-offs te creëren, noch elders in de keten, noch op vlak van andere uitstoot. Zet daartoe ook in op sensibilisering van de burger omtrent het belang van een correcte prijs voor die producten. De recente verrijking van de voedingsdriehoek bijvoorbeeld biedt daartoe een kans als in de communicatie ook het belang van een correcte vergoeding als hefboom voor milieu- en klimaatinspanningen bij de producent wordt meegenomen. Voeg het concept van socioeconomische duurzaamheid toe aan de voedingsdriehoek, zodat de burger die essentiële waarde ook opneemt in zijn referentiekader als bewuste consument. Ook in de Vlaamse voedselstrategie moet dat concept grondig uitgewerkt worden. [17] De markt moet de klimaatinspanningen adequaat vergoeden. Daarnaast kunnen alternatieve structurele vergoedingen voor langdurige klimaatmaatregelen via het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid en het Klimaatfonds ontwikkeld worden.30 [18] Geef vorm aan een goed werkende koolstofmarkt conform het VKEP, die een verdienmodel genereert voor landbouwers die koolstof opslaan in de bodem en voor die inspanningen correct beloond worden. In het VKEP kondigt de Vlaamse Regering de uitbouw van een koolstofmarkt aan.31 De SALV vraagt met aandrang om werk te maken van die beleidsintentie, gelet op de groeiende vraag naar systemen voor broeikasgascompensatie bij particulieren, organisaties en bedrijven. Een transparante en goed functionerende markt en coherent subsidiekader moet kansen creëren om beloftevolle additionele mitigerende maatregelen in de landbouw (zoals koolstofopslag via aangepaste bodempraktijken, boslandbouw, enz.) ingang te doen vinden. Een passende vergoeding is daarbij essentieel. [19] Onderzoek het potentieel van aanzuren van mengmest om de methaanemissies door mestopslag te reduceren. De methaanemissie door mestopslag is maximaal bij pH7. Aanzuren van mengmest (bijvoorbeeld met zwavelzuur) geeft aanleiding tot een daling van de methaanemissie met 87%. Die daling is toe te schrijven aan de afremming van de methaanvorming door de zure omstandigheden en de hoge sulfideconcentraties. Het aanzuren van mest kent op dit moment geen toepassing in Vlaanderen omwille van onzekerheden over de effecten van bemesting met aangezuurde mest (bijvoorbeeld op
29
VR, 6 april 2021, Bis-conceptnota Versterkte wetgeving voor niet energie-intensieve ondernemingen https://beslissingenvlaamseregering.vlaanderen.be/document-view/60B871BF364ED9000800064E.
30
Zie ook: SALV, 27 april 2018, De toekomst van voeding en landbouw (GLB post 2020), par. 10, SALV_ADV_20180427_GLB_post_2020.pdf
31
Vlaamse Regering, 9 december 2019, Vlaams Klimaat- en Energiebeleidsplan, https://omgeving.vlaanderen.be/sites/default/files/atoms/files/2019-12-09_VEKP.pdf.
p.
68-70,
20
Naar een Vlaamse landbouw ‘fit for 55’: inzichten en aanbevelingen
het vlak van zwaveldepositie). In Denemarken is de techniek wel goed ingeburgerd en wordt 19% van de mengmest aangezuurd.32
32
Maertens E, Dumez L., Van Gijseghem D., 2016, Klimaatmitigatie in landbouw. Een literatuurstudie, Departement Landbouw en Visserij, p. 48. https://www.vlaanderen.be/publicaties/klimaatmitigatie-inlandbouw-een-literatuurstudie
21
Naar een Vlaamse landbouw ‘fit for 55’: inzichten en aanbevelingen
Bibliografie Allen M., Cain M., Lynch J., et al., 2018, Climate metrics for ruminant livestock. Programme briefing. Published by the Oxford Martin Programme on Climate Pollutants, https://www.oxfordmartin.ox.ac.uk/downloads/reports/Climate-metrics-for-ruminant-livestock.pdf. Departement Landbouw en Visserij, 2021, Landbouwcijfers Melkvee, https://landbouwcijfers.vlaanderen.be/landbouw/melkvee. de Vries M., Hoving I., van Middelkoop J., et al., 2018, Klimaatslimme melkveehouderij. Een routekaart voor implementatie van mitigatie- en adaptatiemaatregelen, https://edepot.wur.nl/463803. EC, 17 september 2020, Een ambitieuzere klimaatdoelstelling voor Europa voor 2030: investeren in een klimaatneutrale toekomst voor ons allemaal, COM(2020) 562 final, https://eur-lex.europa.eu/legalcontent/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:52020DC0562&from=EN. EC, 20 mei 2020, Een "van boer tot bord"-strategie voor een eerlijk, gezond en milieuvriendelijk voedselsysteem, COM/2020/381 final. FRDO, 26 maart 2010, Advies Duurzaam voedingssysteem, https://www.frdocfdd.be/sites/default/files/content/download/files/2010a03n.pdf ILVO, 6 september 2021, Methaan: feiten, relatieve impact (GWP / GWP*), gevolgen en kanttekeningen voor de VL veehouderij, Hoorzitting SALV-Werkcommissie Fitfor55. ILVO, 23 september 2021, Methaan van herkauwers en klimaatimpact: een verschil tussen GWP en GWP*berekening, persbericht, https://ilvo.vlaanderen.be/nl/nieuws/methaan-van-herkauwers-en-klimaatimpact-eenverschil-tussen-gwp-en-gwp-ster-berekening. IPCC, 2021, IPCC, Sixth Assessment Report. Climate Change 2021: the Physical Science Basis. Maertens E, Dumez L., Van Gijseghem D., 2016, Klimaatmitigatie in landbouw. Een literatuurstudie, Departement Landbouw en Visserij, https://www.vlaanderen.be/publicaties/klimaatmitigatie-in-landbouw-eenliteratuurstudie SALV, 28 oktober 2016, Advies Betere regelgeving, SALV_ADV_20161028_betereregelgeving_DEF.pdf SALV, 31 mei 2017, Verkennende nota. Uitdagingen voor een duurzame toekomst voor de landbouw in Vlaanderen, https://www.salv.be/sites/default/files/documenten/SALV_ADV_20170531_notaduurzametoekomstlandbouw_D EF.pdf. SALV, 15 november 2017, Rapport Landbouwinkomen – deel 1 Aspecten van landbouwinkomensvorming, https://www.salv.be/sites/default/files/documenten/SALV_20171115_Rapport%201%20Inkomensvorming_JB.p df. SALV, 27 april 2018, De toekomst van voeding en landbouw (GLB post 2020), SALV_ADV_20180427_GLB_post_2020.pdf SALV, SERV, en Minaraad, 5 oktober 2018, Sporen naar een krachtiger klimaat- en energieplan 2030, https://www.salv.be/sites/default/files/documenten/SERV_Minaraad_SALV_20181008_VKEP_ADV.pdf SALV, 26 juni 2020, Advies Hapklare inzichten voor een Vlaams voedselbeleid, https://www.salv.be/sites/default/files/documenten/SALV_20200626_ADV_202008_Voedselbeleid_HapklareInzichten_wv6_DEF.pdf. SALV, 26 februari 2021, EU-Mercosur handelsakkoord, https://www.salv.be/sites/default/files/documenten/SALV_20210226_BRADV_2021-02_Mercosur.pdf. SALV, 17 mei 2021, Advies Oneerlijke handelspraktijken aanpakken voor een betere werking van de markten van primaire producenten in de land- en tuinbouw, visserij en aquacultuur, https://www.salv.be/sites/default/files/documenten/SALV_20210517_ADV_OneerlijkeHandelspraktijken.pdf. SERV, 4 december 2017, Advies Een lift naar genoeg groene energie?, https://www.serv.be/sites/default/files/documenten/SERV_ADV_20171204_energieheffing.pdf.
22
Naar een Vlaamse landbouw ‘fit for 55’: inzichten en aanbevelingen
SERV, 24 juni 2019, Elementen voor een gesublimeerd klimaat- en energiebeleid 2019-2024, https://www.serv.be/sites/default/files/documenten/SERV_20190624_gesublimeerd_klimaaten_energiebeleid_ADV.pdf. Verordening (EU) 2021/1119 van het Europees Parlement en de Raad van 30 juni 2021 tot vaststelling van een kader voor de verwezenlijking van klimaatneutraliteit, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 401/2009 en Verordening (EU) 2018/1999 (“Europese klimaatwet”), https://eur-lex.europa.eu/legalcontent/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:32021R1119&from=NL. Verordening (EU) 2018/841 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018, inzake de opname van broeikasgasemissies en -verwijderingen door landgebruik, verandering in landgebruik en bosbouw in het klimaat- en energiekader 2030, en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 525/2013 en Besluit nr. 529/2013/EU Vlaams Parlement, 3 april 2019, Resolutie betreffende het stimuleren van kleinschalige windturbines, https://docs.vlaamsparlement.be/pfile?id=1475660 VMM, 2018, Luchtverontreiniging: methaan, https://www.vmm.be/lucht/luchtverontreiniging/Land-entuinbouw/methaan. VR, 9 december 2019, Vlaams Klimaat- en Energiebeleidsplan, https://omgeving.vlaanderen.be/sites/default/files/atoms/files/2019-12-09_VEKP.pdf. VR, 20 december 2019, Vlaamse Klimaatstrategie 2050, https://omgeving.vlaanderen.be/sites/default/files/atoms/files/2019-12-20_VlaamseKlimaatstrategie2050.pdf VR, 6 april 2021, Bis-conceptnota Versterkte wetgeving voor niet energie-intensieve ondernemingen https://beslissingenvlaamseregering.vlaanderen.be/document-view/60B871BF364ED9000800064E. VR, 16 juli 2021, VEKP Voortgangsrapport 2021 over de evolutie van de Vlaamse broeikasgasemissies, en de voortgang van doelstellingen en maatregelen, https://beslissingenvlaamseregering.vlaanderen.be/document-view/60F04F14364ED900080015BF.
23
Naar een Vlaamse landbouw ‘fit for 55’: inzichten en aanbevelingen
Lijst met figuren en tabellen Figuren Figuur 1 Het traject van de EU naar duurzame economische welvaart ....................................... 7 Figuur 2 Sectorale aandelen in de totale broeikasgasemissies in Vlaanderen in 2019 ............... 8 Figuur 3 Niet-ETS broeikasgassen in Vlaanderen per sector 2005-2020 (Mton CO2-eq) ........... 9 Figuur 4 Evolutie emissies sector landbouw 2005-2019 (VR, VORA 16/07/2021) .................... 10 Figuur 5 Bij een gelijkblijvende veestapel neemt de concentratie methaan na ca. 10-12 jaar niet langer toe door afbraak in de atmosfeer. .................................................................................. 11 Figuur 6 Aardopwarmingseffect van methaan volgens GWP en GWP* .................................... 12
24