Uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/426
Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2021/426
DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Per brief van 2 oktober 2021, aangetekend verstuurd, diende xxx (verder: verzoekster) een verzoek in bij de stad Borgloon om een afschrift te verlenen van alle ondertekende documenten en inlichtingen die verband houden met de situatie (anomalie) van de gewijzigde gezinssamenstelling van verzoekster, alsook om de naam mee te delen van de betrokken diensten en ambtenaren. Zij wenste eveneens de namen en functies te kennen van de ambtenaren die de brieven, toegevoegd bij haar schrijven, hebben behandeld en de naam van de ambtenaar die haar aanvraag behandelt. Per brief van 8 oktober 2021, aangetekend verstuurd, deelde de stad Borgloon verzoekster mee dat zij via diverse kanalen bij de stad Borgloon steeds haar gezinssamenstelling kan opvragen, en bezorgde het attest gezinssamenstelling ook als bijlage bij die brief. Op 21 november 2021 diende verzoekster bij de beroepsinstantie beroep in tegen dit schrijven van de stad Borgloon. Het beroepschrift werd geregistreerd op 23 november 2021. Ontvankelijkheid van het beroep Zoals verzoekster ook opwerpt in het beroepschrift werd de beslissing van de stad Borgloon van 8 oktober 2021 genomen door een personeelslid van de dienst Burgerzaken. De beroepsinstantie heeft bij de stad Borgloon nagevraagd of de algemeen directeur haar beslissingsbevoegdheid delegeerde in het kader van de beoordeling van openbaarheidsverzoeken. De beroepsinstantie stelt vast dat er op het ogenblik van
www.vlaanderen.be
voornoemde beslissing geen delegatiebesluit door de algemeen directeur was genomen. De vraag rijst of de beroepsinstantie wel mag rekening houden met een beslissing die werd genomen door een persoon die daartoe niet bevoegd is. Artikel II.29 1° van het Bestuursdecreet draagt de beslissingsbevoegdheid over een bij de gemeente ingediende aanvraag tot openbaarmaking immers op aan de algemeen directeur. De beroepsinstantie kan niet anders dan oordelen dat de beslissing van 8 oktober 2021 in eerste aanleg strikt genomen uitging van een daartoe onbevoegd persoon. Wat de beoordeling van de ontvankelijkheid betreft, moet de beslissing genomen door een onbevoegd persoon worden gelijkgesteld met de afwezigheid van een beslissing. In de huidige zaak moet dan ook worden geoordeeld dat het bevoegde orgaan, dat wil zeggen de algemeen directeur, geen beslissing heeft genomen. Op grond van artikel II.48 vierde lid van het Bestuursdecreet neemt de beroepstermijn bij een ontstentenis van een beslissing geen aanvang. Het beroepschrift van 21 november 2021 werd dan ook tijdig ingediend. In haar oorspronkelijke aanvraag bij de stad Borgloon kaart verzoekster aan dat, ondanks een schrijven van de stad Borgloon in dit verband, haar gezinssituatie ongewijzigd is gebleven. Zij verzoekt de stad Borgloon onder meer: “Indien er een anomalie plaatsvond en mijn actieve geregistreerde situatie anders luidt dan
‘alleenstaande’ wil u de toestand dan onverwijld verbeteren, terug naar alleenstaande, tot op de datum van de desgevallende anomalie?”
In haar beroepschrift stelt verzoekster: “Ook wordt de uitvoering van de gevraagde verbetering in de
bevolking/rijks -registers verzocht, indien de beroepscommissie gevat kan worden, voor eveneens deze door de stad Borgloon, stilzwijgend niet-uitgevoerde (?) materie. Bestuurde vermoedt dat het ambt burgerzaken bevoegd is om onmiddellijk de rechtzetting te maken, maar stilzwijgende verzaakt.”
De beroepsinstantie kan ter zake enkel haar onbevoegdheid vaststellen. Artikel II.48 §1 Bestuursdecreet bepaalt dat een aanvrager een beroep kan instellen tegen een beslissing of het uitblijven van een beslissing van een overheidsinstantie als vermeld in artikel II.28, § 1, over een aanvraag die betrekking heeft op de aanvulling of verbetering van bestuursdocumenten. Artikel II. 47 Bestuursdecreet bepaalt wat onder de aanvulling of verbetering van bestuursdocumenten moet worden begrepen: “Onverminderd de toepassing van de regelgeving over de bescherming van natuurlijke
personen bij de verwerking van persoonsgegevens kan elke burger die vaststelt dat een bestuursdocument onjuiste of onvolledige persoonsgegevens over hem bevat, de bevoegde overheidsinstantie verplichten de informatie te verbeteren of aan te vullen, op voorwaarde dat hij de nodige bewijsstukken kan voorleggen.”
De mogelijkheid om een aanvulling of verbetering aan te vragen van bestuursdocumenten in het kader van de toegang tot bestuursdocumenten, zoals geregeld in het Bestuursdecreet, heeft bijgevolg enkel maar betrekking op de aanvulling of verbetering van persoonsgegevens in een bestuursdocument. Voormelde bepaling heeft geenszins tot doel om beslissingen of vaststellingen, in casu betreffende een gewijzigde gezinstoestand, aan te vullen of te verbeteren. Een beroepschrift in dit verband dient dan ook als onontvankelijk te worden beschouwd, aangezien de beroepsinstantie geen uitspraken kan doen over domeinen en procedures waaromtrent zij geen enkele bevoegdheid heeft. Voorts merkt de beroepsinstantie op dat de vraag van verzoekster om in kennis te worden gesteld van de diensten die betrokken waren bij de doorgevoerde wijziging van haar gezinssamenstelling, een louter informatieve vraag betreft die geen betrekking heeft een concreet bestuursdocument. Voor wat betreft voormelde beroepsonderdelen dient het beroep bijgevolg als onontvankelijk te worden beschouwd.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/426
pagina 2 van 5
Betreffende de overige beroepsonderdelen wordt het beroep als ontvankelijk beschouwd. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.
1.
Bestreden beslissing
In haar schrijven van 8 oktober 2021 deelde de stad Borgloon verzoekster mee dat zij via diverse kanalen bij de stad Borgloon steeds haar gezinssamenstelling kan opvragen, en bezorgde het attest gezinssamenstelling ook als bijlage bij die brief.
2. Inhoud van het beroepschrift Verzoekster gaat hiermee niet akkoord, aangezien “de bekendmaking van alle andere (daadwerkelijk
bestaande) thans nog niet-bekend gemaakte informatie gevorderd wordt, zoals ‘uitleg en stukken’ als voorheen duidelijk opgevraagd.” 3. Toelichting door de stad Borgloon
Om voldoende geïnformeerd te kunnen oordelen, heeft de beroepsinstantie de stad Borgloon om een reactie gevraagd. Op 3 december 2021 bezorgde de stad Borgloon de beroepsinstantie een afschrift van een aantal documenten, waarvan zij uitdrukkelijk aangaf dat zij hebben geleid tot een wijziging in de gezinssamenstelling van verzoekster.
4. Beoordeling door de beroepsinstantie De beroepsinstantie stelt vast dat voornoemde documenten betrekking hebben op de ambtshalve inschrijving van een persoon op het adres van verzoekster. Deze documenten hebben zonder enige twijfel betrekking op de (vaststelling van de) woonplaats van de betreffende persoon. De beroepsinstantie oordeelt dat informatie omtrent domiciliegegevens van natuurlijke personen niet openbaar kan worden gemaakt in toepassing van artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet. Voormelde decreetbepaling bevat de verplichting om, behoudens toestemming van de betrokkene, een aanvraag af te wijzen als de openbaarmaking afbreuk doet aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Deze bepaling laat niet toe dat gegevens worden verstrekt omtrent domicilieinformatie, in de mate dat daarmee afbreuk zou worden gedaan aan de bescherming van hun persoonlijke levenssfeer. Hoewel het hier om een absolute uitzonderingsgrond gaat waardoor er geen belangenafweging moet plaatsvinden tussen het door de uitzonderingsgrond beschermde belang met het belang van de openbaarheid, vertoont de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet voorziene uitzonderingsgrond
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/426
pagina 3 van 5
niettemin een relatief aspect. De decreetgever was weliswaar van oordeel dat er geen afweging vereist is met het openbaar belang dat met de openbaarheid is gediend, maar wijst er desondanks op dat telkens en in concreto geoordeeld moet worden of er al dan niet een inbreuk is gepleegd op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer (Vlaams Parlement, Parl. St. 2017-2018, nr. 1656/1, blz. 58). Artikel 22 van de Grondwet waarborgt uitdrukkelijk het recht op eerbiediging van het privéleven, net zoals artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens dit doet. De bedoeling en het fundamentele uitgangspunt van de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet bedoelde uitzonderingsgrond bestaat er precies in om het aan iedereen toegekende grondwettelijke recht op de eerbiediging van zijn privéleven te beschermen. De beroepsinstantie merkt op dat bij het onderzoek naar de uitzonderingsgrond met betrekking tot de persoonlijke levenssfeer moet worden nagegaan of er al dan niet sprake is van informatie in een bestuursdocument die op de persoonlijke levenssfeer betrekking heeft. In casu stelt de beroepsinstantie vast dat de documenten in kwestie betrekking hebben op de (vaststelling van de) woonplaats van een aantal natuurlijke persoon. (De vaststelling van) domiciliegegevens behoren tot de persoonlijke levenssfeer van de betrokken persoon. Het vrijgeven van deze persoonsgegevens maakt bijgevolg een inbreuk uit op de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van die personen. De beroepsinstantie is bijgevolg van oordeel dat de openbaarmaking van voormelde documenten afbreuk doet aan het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene en dat deze dan ook moeten worden afgeschermd in toepassing van artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet. Artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet laat echter wel de mogelijkheid dat dergelijke gegevens toch openbaar worden gemaakt, mits toestemming van de betrokken persoon. De betrokkene heeft evenwel aan de beroepsinstantie laten weten deze toestemming niet te geven. Ook voor wat betreft de namen en functies van de betreffende ambtenaren die verzoekster wenst te kennen, is de beroepsinstantie van oordeel dat het hier gaat om persoonsgegevens die vallen onder artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet Voormelde decreetbepaling bevat de verplichting om, behoudens toestemming van de betrokkene, een aanvraag af te wijzen als de openbaarmaking afbreuk doet aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Deze bepaling laat niet toe dat gegevens worden verstrekt die de identificatie van derden mogelijk maken, in de mate dat daarmee afbreuk zou worden gedaan aan de bescherming van hun persoonlijke levenssfeer. Hoewel het hier om een absolute uitzonderingsgrond gaat waardoor er geen belangenafweging moet plaatsvinden tussen het door de uitzonderingsgrond beschermde belang met het belang van de openbaarheid, vertoont de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet voorziene uitzonderingsgrond niettemin een relatief aspect. De decreetgever was weliswaar van oordeel dat er geen afweging vereist is met het openbaar belang dat met de openbaarheid is gediend, maar wijst er desondanks op dat telkens en in concreto geoordeeld moet worden of er al dan niet een inbreuk is gepleegd op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer (Vlaams Parlement, Parl. St. 2017-2018, nr. 1656/1, blz. 58). Artikel 22 van de Grondwet waarborgt uitdrukkelijk het recht op eerbiediging van het privéleven, net zoals artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens dit doet. De bedoeling en het fundamentele uitgangspunt van de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet bedoelde uitzonderingsgrond bestaat er precies in om het aan iedereen toegekende grondwettelijke recht op de eerbiediging van zijn privéleven te beschermen. De beroepsinstantie merkt op dat bij het onderzoek naar de uitzonderingsgrond met betrekking tot de persoonlijke levenssfeer moet worden nagegaan of er al dan niet sprake is van informatie in een bestuursdocument die op de persoonlijke levenssfeer betrekking heeft. In casu stelt de beroepsinstantie vast dat het gaat om de namen en functies van natuurlijke personen. Dergelijke gegevens behoren ontegensprekelijk tot de persoonlijke levenssfeer en het privéleven van de betrokkenen. Het vrijgeven van
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/426
pagina 4 van 5
al deze gegevens zou wel degelijk een inbreuk uitmaken op de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van die personen. Het privéleven vormt de kern van de persoonlijke levenssfeer (F. SCHRAM, Het decreet openbaarheid van bestuur. Een juridische analyse in historisch perspectief, Brugge, Vanden Broele, 247; Concl. Adv.Gen. bij HvJ 8 april 2014, nr. C-293/12, Digital Rights Ireland Ltd, nr. 61). Het openbaar maken van deze gegevens heeft aldus betrekking op de kern van een belang – het door artikel 22 van de Grondwet en het door artikel 8 EVRM aan eenieder toegekende recht op eerbiediging van zijn privéleven – dat de uitzonderingsgrond uit artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet wenst te beschermen tegen de openbaarheid van bestuur (RvS, nr. 234.609 dd. 2 mei 2016). Artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet laat echter wel de mogelijkheid dat dergelijke gegevens toch openbaar worden gemaakt, mits toestemming van de betrokken personen. De stad Borgloon liet echter aan de beroepsinstantie weten dat het die toestemming van alle betrokken ambtenaren heeft gevraagd, maar niet heeft verkregen. Deze beroepsonderdelen dienen bijgevolg als ongegrond te worden beschouwd. Na beraadslaging,
BESLUIT: Het beroepschrift van xxx d.d. 21 november 2021 tegen de beslissing van de stad Borgloon d.d. 8 oktober 2021 wordt als deels onontvankelijk en deels ontvankelijk doch als ongegrond beschouwd. Brussel, 10 december 2021 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/426
pagina 5 van 5