Skip to main content

Jaarrapport_natuurenbos_2010.pdf

Page 1

>

Jaarrapport

ANB - 2010

>


Inleiding 1. Jaarrapport…. ….rapportering over de uitvoering van het Ondernemingsplan ANB 2010

Als sluitstuk van de plan-do-check-act-cyclus voor de werking van het Agentschap voor Natuur en Bos in 2010, presenteert ANB hierbij het Jaarrapport ANB 2010. Geheel volgens de door ANB gehanteerde logica inzake planning, sturing en opvolging, is het Jaarrapport ANB 2010 op een zelfde wijze gestructureerd als het ondernemingsplan ANB 2010. Per strategische en operationele organisatiedoelstellingen vindt u in het Jaarrapport ANB 2010 een overzicht van de resultaten die werden geboekt in 2010. Om snel een overzicht te verkrijgen van de structuur en inhoud van het Jaarrapport ANB 2010, kan u gebruik maken van de hiernavolgende inhoudsopgave. Voor elk onderdeel van het Jaarrapport ANB 2010 wordt in voorliggend jaarrapport volgende informatie gerapporteerd: Opzet Output of indicator opgenomen in de Beheersovereenkomst Door het opnemen van de Output of Indicator zoals vermeld in de beheersovereenkomst, kan de link worden gelegd tussen het jaarrapport en de specifieke verwachting/ambitie die voor de respectievelijke organisatiedoelstelling is opgenomen in de Beheersovereenkomst.

Duiding specifieke opzet werkjaar 2010. De output of indicator opgenomen in de beheersovereenkomst betreft een verwachting/ambitie die dient gerealiseerd te worden gedurende de looptijd van de beheersovereenkomst. Omdat deze verwachting/ambitie niet noodzakelijk samenvalt met de verwachting/ambitie voor één werkjaar, i.c. 2008, wordt in dit onderdeel ruimte gelaten voor een specifieke duiding.

Middelen Via het ANB budgetopvolgingssysteem werden de uitgaven per proces (kostendrager) gemonitored. Dit laat toe om voor elk van de onderdelen van het jaarrapport een overzicht te geven van de ingezette financiële middelen. De inzet VTE werd voor 2010 gemonitored op een geaggregeerd niveau en niet op niveau van de individuele processen. Dit impliceert dat de cijfers niet kunnen hertaald worden naar de structuur van dit jaarrapport. De inzet VTE dient derhalve afzonderlijk gerapporteerd te worden.

Resultaten Indicatoren De indicatoren hebben een dubbel doel: 1. zij zijn de vertaling op jaarbasis van de indicatoren of output opgenomen in de beheersovereenkomst. 2. zij vormen de meest kernachtige samenvatting van de resultaten voor het werkjaar 2008.


Toelichting resultaten Aanvullend op bovenstaande indicatoren worden de resultaten geboekt in het werkjaar 2010 toegelicht en onderbouwd. In een aantal gevallen zijn de indicatoren op zich dermate sprekend, dat er geen verdere toelichting werd gegeven.

Knelpunten & oplossingen Als laatste onderdeel van de rapportage wordt gefocust op de knelpunten en oplossingen. Dit onderdeel laat toe om nuances aan te brengen bij het behaalde resultaat of het uitblijven van bepaalde resultaten. Belangrijk is echter dat niet enkel door oorzaak voor niet halen van de ambitie wordt gerapporteerd maar dat ook meteen wordt aangegeven welke de mogelijke oplossingen zijn. Op deze wijze fungeert dit onderdeel als stokwissel tussen het werkjaar 2010 en het werkjaar 2011.

2. Jaarrapport‌. ‌.rapportering over de uitvoering van de Beheersovereenkomst ANB

Het ANB heeft er voor geopteerd om kern van zijn planning, opvolging en rapportering te leggen bij het ondernemingsplan. Door het ondernemingsplan op niveau van de doelstellingen, zeer strikt af te stemmen op de beheersovereenkomst, wordt via de opvolging van dit ondernemingsplan, de opvolging van de beheersovereenkomst verzekerd. Wat de rapporteringssystematiek met betrekking tot de beheersovereenkomst betreft, houdt het ANB zich aan de afspraken opgenomen in artikel 22 §1 van de beheersovereenkomst: Het agentschap zal over de uitvoering van de beheersovereenkomst aan de minister en het departement rapporteren door middel van een jaarrapportering en een afsluitend eindrapport over de beheersovereenkomst. De rapporten verwijzen duidelijk naar de strategische en operationele organisatiedoelstellingen en geven een gestructureerd overzicht van de realisatie van de engagementen uit de beheersovereenkomst. Ze bevatten: een beschrijving van de mate waarin aan de strategische organisatiedoelstellingen van artikel 9 werd tegemoetgekomen gedurende de afgelopen periode; een overzicht van de resultaten, uitgedrukt aan de hand van de indicatoren, prestatienormen of outputs; een opsomming van de budgettaire afwijkingen die zich hebben voorgedaan ten opzichte van de bepaalde begrotingen en de nodige bijsturing daarvan. Voorliggend jaarrapport geeft uitvoering aan bovenstaande.

Gegeven de hierboven toegelichte structuur van het jaarrapport, wordt de link tussen jaarrapport en ondernemingsplan zeer expliciet gemaakt. Immers, voor elk onderdeel van het jaarrapport wordt heel expliciet vermeld welke verwachtingen/ambities ter zake in de beheersovereenkomst zijn opgenomen. In het onderdeel resultaten wordt aan de hand van indicatoren en een toelichting aangegeven hoe in 2010 aan deze verwachtingen/ambities werd tegemoetgekomen.


3. Handig…. ….voor wie de weg verliest in de nummering van de basisallocaties. Samen met de invoering van ORAFIN 2010, werd ook de nummering van de basisallocaties gewijzigd. Bij wijze van hulp, vind je hierna een overzicht van oude en nieuwe nummering, alsook de libellés van de verschillende basisallocaties.

Nieuwe BA

Oude BA

Libellé

LD1207BC

Algemene werkingskosten (vergoed aan andere sectoren dan de overheidssector) - studies, projecten en beheersovereenkomsten in het kader van het natuurbehoud, -beheer en -ontwikkeling (decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu)

Entiteit - Programma - ESR

LBC000 3LD00100 1211

LBC000 3LD00200 1211

LD1208BC

LBC000 3LD00300 1211

LD1232BC

LBC000 3LD00500 1211

LD1261BC

LBC000 3LD00600 1211

LD1270BC

LBC000 3LD00700 1211

LD1273BC

LBC000 3LD00800 1211

LD1277BC

LBC000 3LD00900 1211

LD1278BC

LBC000 3LD01000 3200

LD3002BC

LBC000 3LD01100 3300

LD3303BC

LBC000 3LD01200 3300

LD3306BC

LBC000 3LD01300 3300

LD3307BC

LBC000 3LD01400 3300

LD3308BC

LBC000 3LD01500 3300

LD3310BC

Algemene werkingskosten (vergoed aan andere sectoren dan de overheidssector) - studies en projecten in het kader van het bosbeheer, natuurbehoud, - beheer en -ontwikkeling, de groenvoorziening, de visserij, de jacht en de vogelbescherming (inclusief uitgaven met EUcofinanciering) Algemene werkingskosten (vergoed aan andere sectoren dan de overheidssector) - patrimonium onder het beheer van het agentschap voor natuur en bos (eu cofinanciering) Algemene werkingskosten (vergoed aan andere sectoren dan de overheidssector) - organisatie van het jachtexamen Algemene werkingskosten (vergoed aan andere sectoren dan de overheidssector) - vlaams impulsprogramma natuurontwikkeling (besluit van de vlaamse regering van 8 februari 1995) Algemene werkingskosten (vergoed aan andere sectoren dan de overheidssector) - informatie, educatie, sensibilisering en internationale samenwerking Algemene werkingskosten (vergoed aan andere sectoren dan de overheidssector) - Vlaams fonds tropisch bos Algemene werkingskosten (vergoed aan andere sectoren dan de overheidssector) - terugbetalingen ikv artikel 90 bis van het bosdecreet van 1990 en terugbetalingen ikv het jachtdecreet van 24 juli 1991 Inkomensoverdrachten, die geen exploitatiesubsidies zijn, aan bedrijven en financiële instellingen - uiteenlopende actoren voor het natuur-, bos- en groenbeheer via groene, duurzame jobs toegankelijk voor kansengroepen Inkomensoverdrachten aan vzw's ten behoeve van de gezinnen verbetering en instandhouding van de natuurkwaliteit in de open ruimten (decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu) Inkomensoverdrachten aan vzw's ten behoeve van de gezinnen Vlaams fonds tropisch bos Inkomensoverdrachten aan vzw's ten behoeve van de gezinnen bosbeheer, de groenvoorziening, de visserij, de jacht en de vogelbescherming en aan wildbeheereenheden Inkomensoverdrachten aan vzw's ten behoeve van de gezinnen – vzw fair timber voor de ondersteuning aan lokale overheden op vlak van duurzaam geexploiteerd hout in het kader van de samenwerkingsovereenkomst (2008 - 2013) Inkomensoverdrachten aan vzw's ten behoeve van de gezinnen groen in de stad : ondersteuning van voorbeeldstellende projecten van particulieren en verenigingen ter vergroening van de stad


Nieuwe BA

Oude BA

Libellé

Entiteit - Programma - ESR Inkomensoverdrachten aan vzw's ten behoeve van de gezinnen – vzw natuurvereniging den bunt voor het organiseren van bosklassen in het boshuis te ravels Inkomensoverdrachten binnen eenzelfde institutionele groep – aan andere eenheden van de overheid - aan oc-anb ten behoeve van vormingsopdrachten van het agentschap voor natuur en bos Overige uitkeringen aan gezinnen als verbruikers – geldelijke uitkeringen - schadevergoedingen in het kader van artikel 25 van het jachtdecreet Overige uitkeringen aan gezinnen als verbruikers - uitkeringen in natura - schaderegeling in uitvoering van het duinendecreet van 14 juli 1993 Inkomensoverdrachten aan het buitenland - aan eu-instellingen supra- en internationaal natuur- en bosbeleid

LBC000 3LD01600 3300

LD3313BC

LBC000 3LD01700 4170

LD3346BC

LBC000 3LD01800 3441

LD3401BC

LBC000 3LD01900 3442

LD3001BC

LBC000 3LD02000 3510

LD3502BC

LBC000 3LD02100 5210

LD5214BC

Investeringsbijdragen aan vzw's ten behoeve van de gezinnen natuurverenigingen voor de verwerving van natuurgebieden

LBC000 3LD02200 5210

LD5221BC

Investeringsbijdragen aan vzw's ten behoeve van de gezinnen verbetering van de natuurkwaliteit in de open ruimten (decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu)

LBC000 3LD02300 5310

LD5321BC

LBC000 3LD02400 5320

LD5320BC

LBC000 3LD02500 6141

LD6140BC

LBC000 3LD02600 7111

LD7003BC

LBC000 3LD02900 6141

Nieuw

LDC000 3LD03000 7100

Nieuw

LDC000 3LD00400 1211

Nieuw

Investeringsbijdragen aan gezinnen - bosbeheer, de groenvoorziening, de visserij, de jacht en de vogelbescherming (o.a. subsidies voor de bebossing van landbouwgronden) Overige kapitaaloverdrachten aan gezinnen - verwerving van kustduinen en aangrenzende gebieden (duinendecreet van 14 juli 1993) Kapitaaloverdrachten binnen eenzelfde institutionele groep investeringsbijdragen aan administratieve openbare instellingen (AOI) - verwerving van het patrimonium onder de bevoegdheid van het agentschap voor natuur en bos door voorkooprecht in uitvoering Kapitaaloverdrachten binnen eenzelfde institutionele groep investeringsbijdragen aan administratieve openbare instellingen (aoi) - de verwerving en het beheer van patrimonium onder de bevoegdheid van het agentschap voor natuur en bos, miv van de investeringsuitgaven mbt de bijhorende inrichtingen en constructies (eu cofinanciering) evenals de verwerving van kustduinen en aangrenzende gebieden (duinendecreet van 14 juli 1993) Kapitaaloverdrachten binnen eenzelfde institutionele groep investeringsbijdragen aan administratieve openbare instellingen (AOI) - overdracht vanuit het agentschap voor natuur en bos aan de VLM voor de werking van de grondenbank Aankoop van gronden en gebouwen in het binnenland - niet verdeeld - de verwerving en het beheer van patrimonium onder de bevoegdheid van het Agentschap voor Natuur en Bos miv de investeringsuitgaven met betrekking tot de bijhorende inrichtingen en constructies (EU cofinanciering) - uitgaven vereffenaar kort aan te rekenen door ANB Algemene werkingskosten (vergoed aan andere sectoren dan de overheidssector) - patrimonium onder het beheer van het Agentschap voor Natuur en Bos (EU cofinanciering) - uitgaven vereffenaar kort aan te rekenen door ANB


Nieuwe BA

Oude BA

LibellĂŠ

Entiteit - Programma - ESR

LD0000 1LD30000 1100

LD1108D

LD0000 1LD30100 1211

LD 1220 D

LD0000 1LD30200 1211

LD 1241D

Lonen en sociale lasten - niet verdeeld - groenarbeiders en van personeel ander dan vast en stagedoend personeel (EU Cofinanciering) (Pro Memorie) Algemene werkingskosten (vergoed aan andere sectoren dan de overheidssector) - binnenlandse en buitenlandse communicatie en sensibilisering (EU-cofinanciering) Algemene werkingskosten (vergoed aan andere sectoren dan de overheidssector) - natuurbehoud, bosbouw, jacht, rivierviserij en groenvoorziening andere dan deze bedoeld in de overige basisallocaties alsmede allerhande uitgaven i.v.m. de verwerking en de ond

LD0000 1LD30300 1211

LD 1263 D

Algemene werkingskosten (vergoed aan andere sectoren dan de overheidssector) - Boskartering, bosinventarisatie en uitgaven alle aard ivm beleidsgerichte studies en modelprojecten, op het gebied van bosbouw, groenvoorziening, jacht, vogelbescherming en riv

LD0000 1LD30400 1211

LD 1270 D

Algemene werkingskosten (vergoed aan andere sectoren dan de overheidssector) - Uniformkosten en specifieke dienstuitrusting tbv de aangeslotenen bij het kledingfonds

LD0000 1LD30500 1211

LD 1291 D

Algemene werkingskosten (vergoed aan andere sectoren dan de overheidssector) - visserijfonds

LD0000 1LD30600 1211

LD 1292 D

Algemene werkingskosten (vergoed aan andere sectoren dan de overheidssector) - Beheerskosten Bossencompensatiefonds

LD0000 1LD30700 1211

LD1293D

LD0000 1LD30800 3300

LD 3303 D

LD0000 1LD30900 3300

LD 3380 D

LD0000 1LD31000 3300

LD 3381 D

LD0000 1LD31100 4143

LD 4141 D

LD0000 1LD31200 5210

LD 5280 D

LD0000 1LD31300 5320

LD 5320 D

LD0000 1LD31400 6142

LD0000 1LD31500 6331

Algemene werkingskosten (vergoed aan andere sectoren dan de overheidssector) - door de EU gecofinancierde Lifeprojecten Inkomensoverdrachten aan vzw's ten behoeve van de gezinnen maatschappijen en verenigingen ivm bevordering bosbouw, groenvoorziening, jacht, visserij en vinkenkweek; platform natuurgebruik & natuurrecreatie in het buitengebied enz. Inkomensoverdrachten aan vzw's ten behoeve van de gezinnen Netto-opbrengst van de winst van de nationale loterij voor dierenwelzijn Inkomensoverdrachten aan vzw's ten behoeve van de gezinnen Netto-opbrengst van de winst van de nationale loterij voor ondersteuning van bosgroepen en projecten beheerseenheden en de promotie van de vinkenkweek Inkomensoverdrachten binnen eenzelfde institutionele groep - overige kapitaaloverdrachten aan administratieve openbare instellingen (AOI) - Voorwaardelijke projectdotaties - natuurinrichting aan het E.V.A. Vlaamse Landmaatschappij Investeringsbijdragen aan vzw's ten behoeve van de gezinnen - netto opbrengst van de winst van de nationale loterij voor de aankoop en beheer/inrichting van natuurgebieden Overige kapitaaloverdrachten aan gezinnen - PrivĂŠ-boseigenaars voor de uitvoering van boswerkzaamheden in bos en groendomeinen en andere initiatieven in uitvoering van het Bosdecreet (art. 13, 85 en 87 van het Bosdecreet van 13 juni 1990)

LD 6140 D

Kapitaaloverdrachten binnen eenzelfde institutionele groep - overige kapitaaloverdrachten aan administratieve openbare instellingen (AOI) - natuurinrichting aan het EVA Vlaamse Landmaatschappij, met inbegrip van voorschotten (EU cofinanciering)

LD 6361 D

Investeringsbijdragen aan provincies en gemeenten - niet verdeeld lagere overheden en aan verenigingen openbaar belang voor werkzaamheden in bos- en groendomeinen en andere initiatieven i.u.v. Bosdecreet, initiatieven ikv Harmonisch Park- en Groenbeheer


LD0000 1LD31600 6332

LD 6362 D

Overige Kapitaaloverdrachten aan provincies en gemeenten - niet verdeeld - terreinen voor bosaanleg, waarvan de financiële middelen werden gegenereerd via het betalen van een bosbehoudsbijdr. als compensatiemaatregel, door de aanvrager van een sted.vergun Aankopen van gronden in andere sectoren dan de overheidssector Bossencompens.fonds: kapitaalsuitg. financieren nieuwe bebossingsproj., waarvan fin middelen gegenereerd via betalen bosbehoudsbijdr. als compensatiemaatregel, door aanvrager sted.bouwk.verg Waterbouwkunidge werken - Kapitaaluitgaven ter uitvoering van het visserijfonds Overige werken ivm wegen en waterbouwkunidge werken - EU gecofinancierde Lifeprojecten

LD0000 1LD31700 7112

LD 7190 D

LD0000 1LD31800 7320

LD 7391 D

LD0000 1LD31900 7340

LD 7090 D

LD0000 1LD32000 7422

LD 7405 D

Verwerving van overig materieel - Machines, meubilair, materieel en vervoermiddelen (EU Cofinanciering)

LD0000 1LD32100 7422

LD 7406 D

Verwerving van overig materieel - ICT in het kader van ontwikkeling en beheer van het informatiesysteem

Oude BA

Libellé

LD0000 1LA30000 1100

LA 1172 D

LD0000 1LA30100 1211

LA 1272 D

LD0000 1LA30200 1211

LA 1277 D

Lonen en sociale lasten - niet verdeeld Algemene werkingskosten (vergoed aan andere sectoren dan de overheidssector) Algemene werkingskosten (vergoed aan andere sectoren dan de overheidssector) – Informatica

Nieuwe BA Entiteit - Programma - ESR

LD0000 1LA30300 3441

LA 3472 D

LD0000 1LA30400 7422

LA 7472 D

LD0000 1LA30500 7422

LA 7476 D

Overige uitkeringen aan gezinnen als verbruikers - geldelijke uitkeringen - schadevergoedingen aan derden waarvoor de vlaamse gemeenschap of het vlaams gewest op grond van de art 1382, 1383 en 1384, lid 3 van het B.W. aansprakelijk zijn krachtens een vonn Verwerving van overig materieel - overige investeringsgoederen Verwerving van overig materieel - Aankopen en investeringen informatica


Inhoudsopgave 1

1.1

1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 1.7

1.8 1.9

2

2.1 2.2 2.3 2.4

2.5 2.6 2.7

3

3.1 3.2 3.3

4

4.1

4.2 4.3

4.4

4.5

ANB onderbouwt en bereidt het beleid voor op vlak van meer en betere natuur, bos en groen.

1

Het projectmatig en gefaseerd afstemmen van de verschillende regelgevingen binnen het beleidsveld Natuur, overlegd en rekening houdend met de regelgeving binnen het beleidsdomein Leefmilieu, Natuur en Energie en de regelgevingen van andere beleidsdomeinen > Project 2009.22 Integratie wetgeving Ontwikkelen van concepten met het oog op meer en betere natuur, bos en groen. Een effectievere wetgeving en efficiĂŤntere procedures Onderbouwend wetenschappelijk onderzoek. Een actieve bijdrage tot milieubeleidsplanning en -rapportering. Kwaliteitsvolle ondersteuning van permanente technische werkgroepen van de Strategische Adviesraad Leefmilieu. ANB ondersteunt de Vlaamse en/of Belgische positionering in internationale dossiers en processen met betrekking tot biodiversiteit, natuur- en bosbeleid en het duurzame beheer van bossen. Actief opvolgen van internationale processen, instrumenten en instellingen met betrekking tot natuur, bos en groen op basis van een prioriteitenlijst. Voorstellen tot implementatie van acties ter uitvoering van internationale akkoorden en engagementen

1

ANB streeft naar de interne integratie van zijn doelstellingen in het beleid van andere entiteiten, zowel binnen als buiten het beleidsdomein Leefmilieu, Natuur en Energie, en beoogt tegelijk de integratie van afgewogen doelstellingen van andere entiteiten in het eigen beleid Kwaliteitsvolle adviesverlening. Actieve bijdrage tot integraal waterbeleid. Streven naar samenwerking met andere entiteiten, bestuursniveaus en (georganiseerde) burgers. Vertegenwoordiging in strategische overlegorganen. > Project 2010.02 Nationaal Park Hoge Kempen > Project 2009.23 Bosland Actieve bijdrage tot afbakeningsprocessen buitengebied. Actieve bijdrage tot afbakeningsprocessen stedelijke gebieden Ondersteuning natuurverbindingsgebieden.

ANB ontwikkelt een visie op de duurzame inrichting van ecologisch waardevolle gebieden. Ontwikkeling instandhoudingsdoelstellingen. > Project 2009.5 Opmaak instandhoudingsdoelstellingen Uitwerking natuurrichtplannen. Samenwerking met partners met het oog op ontwikkeling gemeenschappelijke gebiedsvisies. > Project 2009.25 Zwinproject

ANB zorgt voor meer en betere natuur, bos en groen via het duurzaam beheren van ecologisch waardevolle gebieden. Een wezenlijke bijdrage leveren aan de uitvoering van Ontwikkelingsschets 2010, Scheldeestuarium > Project 2009.6 Sigma Een wezenlijke bijdrage aan het realiseren van een consistente netwerkstructuur van natuur en bos door uitbreiding areaal natuur- en bosterreinen in beheer bij het agentschap. Planning, uitvoering en monitoring van duurzaam beheer door ANB. > Project 2009.16 Pilootprojecten kuddebeheer > Project 2009.13 Monitoringplan IHD en beheer eigen domeinen > Project 2009.12 ADAGIO Maximaliseren van co-financiering voor meer en betere natuur, bos en groen. > Project 2010.7 Opzetten van de billion tree campaign in Vlaanderen deel 2 > Project 2010.5 Life+ Triple E > Project 2009.4 DANAH Uitvoering technische aspecten van het beheer openbare bossen. > Project 2009.14 Ontwikkelen van een visie m.b.t. het technisch beheer van openbare bossen

1 3 4 5 6 7 10

10 10

13

13 16 18 18 18 19 22 22 22

24

24 25 27 28 28

30

30 30 33 37 37 38 39 47 47 49 50 53 53


5

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11 5.12 5.13 5.14

6 6.1 6.2

6.3

7

7.1 7.2 7.3 7.4 7.5 7.6

8

8.1 8.2 8.3 8.4 8.5 8.6 8.7

9

9.1 9.2 9.3 9.4

10

10.1

ANB ondersteunt en werkt samen met lokale overheden, private partners, doelgroepen en particulieren in functie van meer en betere natuur, bos en groen.

54

Bevorderen duurzaam beheer terreinen van derden. > Project 2010.6 Harmonisch Park en Groenbeheer Alden Biesen Realisatie natuurinrichting Ondersteuning bosgroepen. Ondersteuning erkende natuurreservaten. Ondersteuning erkende bosreservaten. Ondersteuning regionale landschappen. Ondersteuning wildbeheereenheden. Ondersteuning provinciale visserijcommissies. Opvolging beheersovereenkomsten voor landbouwers in samenwerking met de Vlaamse Landmaatschappij. Opvolging samenwerkingsovereenkomst Milieu als opstap naar duurzame ontwikkeling. Projectmatige samenwerking met derden. Projectwerking in internationaal verband. Faciliterend optreden voor andere entiteiten Bijdrage aan beleid en beheer van Inverde vzw.

54 54 58 60 62 66 67 69 70 72

ANB draagt bij tot meer en betere natuur, bos en groen in (rand)stedelijke context

82

Stadsbossen > Project 2010.4 Groenpool Gent vliegveld Lochristi Actieve bijdrage aan de realisatie van het NatuurCultuurproject vermeld in het regeerakkoord 2004 – 2009, vertrekkend van het Bruegelproject. > Project 2009.24 Van Basiliek tot Basiliek (Breugelproject) Verfijning, verdieping en promotie van de toepassing van HPG.

ANB draagt bij tot het stopzetten van het verlies aan biodiversiteit door het bestendigen en bevorderen van de soortendiversiteit, aanvullend op de instandhouding, ontwikkeling en herstel van de natuur en het natuurlijk milieu.

73 75 76 79 81

82 82 84 85 86

88

Stroomlijning van het soortenbeleid, in overeenstemming met het Europese beleid. Opmaak, uitvoering en monitoring van soortenbeschermingsprogramma’s. Planmatig visstandsbeheer Aanpak invasieve soorten. Promotie autochtone bomen en struiken. Het ontwikkelen van een beheersvisie voor collecties en arboreta, gebaseerd op de principes van HPG.

88 90 92 94 95 96

ANB streeft een optimale ecologische inpasbaarheid van menselijke activiteiten na in functie van meer en betere natuur, bos en groen > Project 2009.8 Gentse Kanaalzone Sturing en ontwikkeling recreatief medegebruik. Planmatig duurzaam faunabeheer voor jacht en visserij Verlenen ontheffingen. Erkenningsregeling bosexploitanten. Rivierherstel Leie. > Project 2009.7 Seine-Schelde / Rivierherstel Leie en Seine-Schelde West Ontwikkeling ecologisch kader zeehavens. > Project 2009.10 Ecologische infrastructuur havens Geïntegreerd kustzonebeheer.

97

ANB zet handhaving in tot het bekomen van een respectvolle houding tegenover natuur, bos en groen. Vaststelling planning handhaving Uitvoering en coördinatie toezicht, preventie, controle en politioneel optreden. Vervolging op basis van een visienota. Samenwerken met partners voor handhaving.

97 99 100 103 105 106 106 107 107 108

109

109 111 114 115

Om een efficiënte werking te garanderen, wil ANB beschikken over instrumenten die toelaten de verkregen middelen zo rationeel mogelijk in te zetten.

117

Functionele en optimale integratie van de voormalige afdelingen Natuur en Bos en Groen.

117


10.2

10.3

11

11.1 11.2 11.3

12

12.1

13

13.1

Continu werken aan verbetering van de performantie van administratieve, financiĂŤle en logistieke ondersteuning in nauwe samenwerking met de managementondersteunende diensten van het departement LNE. DEEL Interne communicatie DEEL Financieel Beheer DEEL Overheidsopdrachten DEEL Juridische Ondersteuning DEEL Personeel DEEL IT Deel Logistiek Gepland en gericht extern communicatiebeleid.

Om een effectieve werking te garanderen, wil ANB beschikken over instrumenten die toelaten dat de gestelde doelen kunnen gerealiseerd worden. Actieve opvolging van de ondernemingsplannen. Een zo geĂŻntegreerd mogelijke aanpak voor het doelstellingenproces. Uitbouw van een gestructureerd en onderbouwd belanghebbendenmanagement

Om een integere werking te garanderen, wil ANB beschikken over instrumenten die toelaten de integriteit van de organisatie als geheel en het integer handelen van de individuele personeelsleden te bevorderen. Het opstellen van een deontologische code.

119

119 120 122 123 124 127 131 134

136

137 139 140

142

143

Om een kwaliteitsvolle werking die streeft naar voortdurende verbetering te garanderen, wil het agentschap beschikken over instrumenten die toelaten na te gaan of wordt voldaan aan de verwachtingen van interne en externe belanghebbenden.

144

> Project 2010.1 Actualiseren methodiek tevredenheidsenquĂŞtes bij bezoekers > Project 2009.2 Onderzoek bij belanghebbenden ANB Een kwalitatieve dienstverlening door een borging en verankering van de kwaliteitszorg binnen ANB. > Project 2010.3 Interne organisatie + van beheer > Project 2009.1 Procesmanagement

144 145 146 147 148


Jaarrapport ANB 2010

1. ANB onderbouwt en bereidt het beleid voor op vlak van meer en betere natuur, bos en groen. Output opgenomen in Beheersovereenkomst: Beleidsvoorbereiding en –onderbouwing gebaseerd op • Know-how inzake natuur, bos en groen • Terreinkennis inzake natuur, bos en groen • Directe relaties en contacten met doelgropen inzake natuur, bos en groen Inzake het internationale beleid: • Actief opvolgen en inhoudelijk meesturen • Een passend antwoord bieden op het toenemende belang dat internationaal wordt gehecht aan biodiversiteit en bossen.

1.1 Het projectmatig en gefaseerd afstemmen van de verschillende regelgevingen binnen het beleidsveld Natuur, overlegd en rekening houdend met de regelgeving binnen het beleidsdomein Leefmilieu, Natuur en Energie en de regelgevingen van andere beleidsdomeinen Output opgenomen in Beheersovereenkomst: Een meer afgestemde, vereenvoudigde, duidelijkere, effectievere en beter toepasbare regelgeving (met inbegrip van instrumenten) inzake natuur, bos, groen en landschappen

> Specifieke werking: projecten Wouter Faveyts Project 09.22

Integratieproject wetgeving met betrekking tot natuur, bos en groen

Projectsponsor: Jos Rutten Projectleider: Wouter Faveyts

Opzet Situering Het Project Wetsintegratie is ontstaan uit de nood tot afstemming van de diverse ANB-gerelateerde regelgevingen, met name inzake natuur, bos, groen, jacht en visserij. In hun huidige vorm kennen deze regelgevingen heel wat overlappingen, onduidelijkheden, zijn ze niet volledig op elkaar afgestemd enz. Dit heeft gevolgen op het vlak van de rechtszekerheid, de duidelijkheid en de effectiviteit van de regelgeving. Deze situatie is niet optimaal voor de betrokken partijen, niet in het minst voor de betrokken burger die als rechtsonderhorige met deze regelgeving te maken krijgt. De sectorregelgeving waarvan het ANB voor de uitvoering moet instaan is aan een verdere grondige afstemming toe. Korte omschrijving Doel van het project is het stapsgewijs afstemmen van de verschillende regelgevingen op elkaar en het uiteindelijk integreren tot één coherent geheel.

1


Jaarrapport ANB 2010

Middelen Naast de personeelsinzet worden geen middelen voorzien.

Resultaten Op 23 februari 2010 gaf minister Schauvliege haar akkoord met betrekking tot dit project. Op 23 april 2010 verklaarde het MC ANB zich akkoord met het stappenplan voor de verdere uitvoering van het project. Er werd een themawerkgroep opgericht voor elk van de acht prioritair geachte knelpuntenmodules (d.i. een groepering van knelpunten omtrent eenzelfde thema). In de loop van het jaar kwam nog een negende knelpuntenmodule naar boven ten gevolge van overleg in de overleggroep Visserij. Voor elk van deze werkgroepen werd een trekker aangeduid. In de loop van het jaar kwam hier een negende en een tiende themawerkgroep bij, terwijl één van de acht originele themawerkgroepen tijdelijk op non-actief werd gezet omwille van externe factoren (m.n. potentiële overlap met een studie uitgevoerd op niveau van het departement LNE). Door middel van meerdere overlegmomenten, zowel binnen het kernteam van het project als tussen de trekkers van de verschillende themawerkgroepen, werd het project meermaals besproken, geëvalueerd en waar nodig werd de werkwijze licht bijgestuurd. In zes van deze themawerkgroepen hebben de werkzaamheden geleid tot resultaten die in de eerste helft van 2011 tot uitgewerkte conceptvoorstellen inzake integratie van de betrokken regelgeving zullen leiden. Er werd een kader voorbereid dat moet leiden tot beter geïntegreerde en efficiëntere regelgeving voor de volgende knelpuntenmodules:

Knelpuntenmodule Het ontbreken van concepten voor multifunctioneel natuurbeheer in de zin van het concept multifunctioneel bosbeheer Stroomlijning jachtregelgeving Functionaliteit domeinen

van

ANB-

Uitwerken mogelijkheid tot onteigening ten behoeve van bos Evaluatie delegatieregelgeving ANB Integratie groenjobs mina-werkers

en

Integratie uitvoerings-BVR riviervisserij

Winst Het voorzien van een concept waarmee particulier natuurbeheer sterk wordt gefaciliteerd.

Totstandkoming van een efficiëntere en meer geïntegreerde jachtregelgeving. Creëren van duidelijkheid en integratie inzake de statuten van ANB-domeinen. Totstandkoming van een eenvoudiger mogelijkheid tot het onteigenen ten behoeve van bos. Totstandkoming van een duidelijker en efficiëntere interne delegatieregelgeving. Totstandkoming van een efficiëntere werking inzake groenjobs en mina-werkers. Een vereenvoudigde regelgeving inzake de uitvoering van de wet op de riviervisserij.

In de overige twee themawerkgroepen liepen de werkzaamheden door omstandigheden vertraging op en werden nog geen voldoende resultaten geboekt om op korte termijn tot concrete voorstellen te kunnen komen. Het verzekeren van een voldoende sterk politiek en maatschappelijk draagvlak vormt een belangrijke randvoorwaarde voor de uitvoering van dit project. Het politieke draagvlak is verzekerd gelet op het feit dat het project is opgenomen in zowel het regeerakkoord 2009-2013 van de Vlaamse Regering, als in de beleidsnota van minister Schauvliege, Vlaams Minister voor Leefmilieu, Natuur en Cultuur. Bovendien gaf minister Schauvliege ook haar formeel akkoord aan het projectvoorstel (zie bespreking van de resultaten hierboven). Wat het maatschappelijke draagvlak betreft is het van belang dat met de standpunten van de belangengroepen rekening wordt gehouden. Overleg en participatie met de betrokken belangengroepen is voorzien in de opzet van het project. In het kader van diverse bestaande overlegstructuren tussen het Agentschap voor Natuur en Bos en de diverse belangengroepen wordt bovendien rekening gehouden met eventuele knelpunten die aan het licht komen met betrekking tot de regelgeving. Deze informatie wordt meegenomen in het kader van het project Wetsintegratie, waardoor in aanzienlijke mate kan worden geanticipeerd op het voorzien van voldoende maatschappelijk draagvlak voor de uiteindelijke voorstellen tot integratie van de regelgeving waartoe dit project moet leiden.

Knelpunten en oplossingen /

2


Jaarrapport ANB 2010

1.2 Ontwikkelen van concepten met het oog op meer en betere natuur, bos en groen. Output / Indicator opgenomen in Beheersovereenkomst: De uitwerking van vernieuwende, innovatieve en geïntegreerde concepten (met inbegrip van groenstructuurplannen, multifunctioneel natuurbeheer), rekening houdend met nieuwe en gewijzigde maatschappelijke noden en wijzigende omstandigheden. Aanzet tot evaluatie van de globale instrumentenmix op het vlak van efficiëntie en effectiviteit.

> Reguliere werking: processen Els Martens/Hilde Naesens AVES1.1

Omzetten van nieuwe concepten naar beleidsinitiatieven.

CO1.1

Coördineren en opvolgen van de omzetting van nieuwe concepten naar beleidsinitiatieven

FF1.1

Omzetten van nieuwe concepten naar beleidsinitiatieven

GGB1.1

Omzetten van nieuwe concepten naar beleidsinitiatieven

GGB4.4

Opbouwen en opvolgen van beleid rond landgoederen

Opzet Het natuur, bos –en groenbeleid is continu in beweging. Ingegeven door nieuwe maatschappelijke tendensen en behoeften, alsook door wetenschappelijke inzichten, worden aanpassingen aan het beleidskader voorbereid. Het ondersteunend onderzoek geeft richting aan de ontwikkeling van nieuwe beleidsconcepten en -visies.

Middelen Naast de personeelsinzet werden geen middelen voorzien.

Resultaten Aandacht ging naar de begeleiding van de verdere uitwerking van volgende beleidsinitiatieven: − Het verder ontwikkelen van de opmaak van de voortoets voor passende beoordeling door middel van een effectenindicator en screeningsfiches (zie ook 2.1 Kwaliteitsvolle adviesverlening). − Het verder uitwerken van beleidsopties rond agrarisch natuurbeheer op basis van de ervaring opgedaan in het ECO2-project, nader toegelicht onder 5.9 opvolging beheersovereenkomsten voor landbouwers in samenwerking met de Vlaamse Landmaatschappij. − De opmaak van een visie voor everzwijn ihkv de ontwikkeling van een beleidsvisie aangaande grofwild, nader toegelicht onder 8.2 planmatig duurzaam faunabeheer voor jacht en visserij. − De toepassing van het toetsingskader voor recreatief medegebruik in natuur- en bosgebieden (compatibiliteit recreatie- natuur- en boswaarden), nader toegelicht onder 8.1 sturing en ontwikkeling recreatief medegebruik. − De uitwerking van een beleidskader van de bebossing van landbouwgronden; resullterend in een voorstel van bijstelling van de Omzendbrief terzake. − De opmaak van een visie inzake de rol, werking en ondersteuning vnan de bosgroepen door partners van ANB in het natuur-en bosbeheer. − Het ontwerp van een projectgroep voor bosuitbreiding − De analyse van de problematiek van de ruimtelijke bedreigde bossen en de ontwikkeling van denkpistes voor aanpak. In 2011 wordt dit verder gezet. − De eerste conceptvorming voor de meer universele toepassing van het beleidsconcept tijdelijke natuur, verder bouwend op de ervaringen van samenwerking binnen de Vlaamse Zeehavens en ontgunningsgebied. De visie mbt het compagnonschap werd verder vertaald in de reguliere processen en via uitgebreid overleg met andere besturen, administraties, het middenveld en de burger en via opzetten van partnerschappen.

Knelpunten en oplossingen /

3


Jaarrapport ANB 2010

1.3 Een effectievere wetgeving en efficiëntere procedures Output / Indicator opgenomen in Beheersovereenkomst: Aangepaste instructies en dienstorders met het oog op efficiëntere procedures voor een eenduidige toepassing. Voorstellen voor meer afgestemde, vereenvoudigde, duidelijkere en beter toepasbare regelgeving.

> Reguliere werking: processen Wouter Faveyts AVES1.2 AVES1.4 FF1.2 GGB1.2 STAF3.2

Voorbereiden van nieuwe regelgeving en aanpassing van bestaande regelgeving inzake beleidsintegratie Opvolgen van het plattelandsbeleid Voorbereiden van nieuwe regelgeving en aanpassing van bestaande regelgeving inzake fauna- en florabeleid Voorbereiden van nieuwe regelgeving en aanpassing van bestaande regelgeving inzake gebiedsgericht beleid Coördineren, bewaken en opvolgen interne regelgeving

Opzet Stapsgewijs aanpassen procedures en regelgevingsdossiers teneinde de efficiëntie en effectiviteit voor burger en overheid te verbeteren.

Middelen Naast de personeelsinzet werden geen middelen voorzien.

Resultaten De realisaties met betrekking tot deze operationele doelstelling worden gevat door het project wetsintegratie (project 09.22). Binnen de reguliere werking werden de hieronder vermelde resultaten geboekt. Indicator Overzicht interne regelgevingsinitiatieven

Maat aantal

Status ANB: 19

Bovenstaande aantal heeft betrekking op zowel afgeronde regelgevingsinitiatieven (3) als nog niet afgeronde regelgevingsinitiatieven (16), in diverse stadia van voorbereiding (van conceptuele oefeningen tot uitgewerkte voorstellen). De instructie regelgevingsinitiatieven werd toegepast bij het uitvoeren van initiatieven inzake nieuwe regelgeving vanuit het ANB. De opvolging van de instructie en de bijdrage van de instructie tot de verbetering van het regelgevingsproces is evenwel aan evaluatie toe te zijn. Er werd voorzien in een nauwe ondersteuning vanwege één van de ANB-juristen bij elk initiatief inzake regelgeving. Nieuwe initiatieven inzake regelgeving werden daarenboven maximaal geïntegreerd in het project wetsintegratie (proj. 9.22). Dit is evident aangezien een efficiëntere regelgeving perfect past binnen de doelstellingen van dit project. In het kader van de maandelijkse verplichting om het ANB-onderdeel van de LNE-regelgevingsagenda up to date gehouden werd de stand van zaken van de verschillende ANB-regelgevingsinitiatieven van nabij bijgehouden.

Knelpunten en oplossingen In het kader van een nog betere opvolging van de instructie regelgevingsintiatieven staat een evaluatie van deze instructie op het programma in de loop van 2011.

4


Jaarrapport ANB 2010

1.4 Onderbouwend wetenschappelijk onderzoek. Output / Indicator opgenomen in Beheersovereenkomst: Vastleggen van onderzoeksprioriteiten over meerdere jaren (onder andere TWOL). Doelmatig aangewende en gerealiseerde studieopdrachten. Afgestemd beleidsondersteunend wetenschappelijk onderzoek. Protocol met INBO.

> Reguliere werking: processen Els Martens AVES1.3

Beheren van onderzoeksopdrachten en projecten inzake beleidsintegratie.

CO3.1

Coördineren van beleidsvoorbereidende studies

CO3.2

Coördineren van het beleidsondersteunend wetenschappelijk onderzoek, incl. overleg en samenwerking met INBO

COB1.3

Coördinatie adviesverlening INBO

FF1.3

Beheren van onderzoek inzake inventarisatie en monitoring van fauna en flora

FF1.4

Beheren van onderzoeksopdrachten en projecten inzake fauna & flora-aspecten

GGB1.3

Beheren van onderzoeksopdrachten en projecten inzake gebiedsspecifieke aspecten

Opzet De beleidsvoorbereiding en uitvoering vereisen een wetenschappelijke onderbouwing. Wetenschappelijk onderzoek dat aansluit bij de ANB-taken wordt verricht door INBO en bij verschillende instellingen en organisaties.

Middelen Naast de personeelsinzet worden volgende middelen voorzien: Basisallocatie LD0000_1LD30700_1211 LBC000_3LD00200_1211

Bedrag vastgelegd 59.000,21 € 154.348,29 €

Resultaten Indicator Overzicht van beleidsvoorbereidende studies beschikbaar

Status ANB: Op schema

Ter onderbouwing van de eigen werking besteedt het ANB ook ondersteunend wetenschappelijk onderzoek uit, zoals inzake de ecosysteemdiensten in Vlaanderen, voorbereiding van natuurontwikkeling in specifieke gebieden, haalbaarheid van natuurinrichtingsprojecten, afbakeningsprocessen, monitoring van projectuitvoeringen,…. De meeste onderzoeken gebeuren ihkv een specifiek project en boepassingsgericht in functie van een specifiek proces en worden daaronder vermeld. Bovenstaande middelen zijn dan ook maar een selectie van het onderzoek dat door ANB wordt uitbesteeed. De belangrijkste onderzoeksprojecten die werden opgestart voor de onderbouwing van processen inzake beleidsvoorbereiding of beleidsuitvoering betreffen: de ontwikkeling van een online modulair screeningssysteem voor de passende beoordeling module 1 verbetervoorstellen voor het instrumentarium voor recreatieve ontsluiting van groene ruimte in Vlaanderen in relatie tot de ecologische draagkracht en de maatschappelijke vraagzijde draagvlakverbreding voor natuur bij landbouwers voor soortspecifieke progamma’s gebeuren inventarisaties, opmaak van beschermingsplannen of aanvullingen van wetenschappelijke informatie: voor dagvlinders, genetische onderzoek van adder, satellite tracking van ooievaars ondersteuning aangaande bewaking van ziekten bij in het wild levende dieren opmaak van gebiedsspecifieke IHD en begeleiding en ondersteuning van het overlegproces IHD.

5


Jaarrapport ANB 2010

-

-

met betrekking tot waterbeleid: opmaak van een technisch-wetenschappelijk toepassingskader voor bufferzones langs oppervlaktewaterlichamen, relatie tussen structuurkwaliteit van waterlopen en de goede ecologische toestand of goed ecologisch potentieel, afwegingskader voor ecologische effectanalyse van overstromingen met betrekking tot het groenbeleid: ontwikkelen van een toekomstvisie groen, opmaak van een Technisch Vadecum voor recreatieve infrastructuur in bossen, parken en natuurgebieden opmaak van beheerplan voor verschillende domeinen

De studie over de ecosysteemdiensten werd afgerond. Deze studie geeft een eerste inventarisatie van de belangrijkste ecosysteemdiensten in Vlaanderen. Voor 13 ecosysteemdiensten wordt een beschrijving gegeven, de belangrijkste locaties in kaart gebracht en de potentiële winsten aangegeven, zoals natuurlijke pestregulatie, pollinatie, fijnstof, koolstof-opslag, waterberging, kraamkamerfuntie voor vispopulaties,…. Met 5 voorbeeldprojecten wordt het concept ecosysteemdiensten concreter toegelicht. In het project monitoring is een visie uitgewerkt voor de stroomlijning van monitoringsactiviteiten voor de monitoring van Natura 2000 en voor de monitoring van beheer in eigen domeinen.

Knelpunten en oplossingen /

1.5 Een actieve bijdrage tot milieubeleidsplanning en rapportering. Output / Indicator opgenomen in Beheersovereenkomst: Actieve bijdrage en expertbijdrage.

> Reguliere werking: processen Els Martens CO1.2 COB2.4

Coördineren van beleidsplanning en rapportering (incl. MBP) Coördineren van de bijdragen aan rapportering m.b.t. beheer

Opzet Het Agentschap voor Natuur en Bos wil op een constructieve, effectieve en efficiënte wijze bijdragen tot de milieubeleidsplanning en –rapportering.

Middelen Naast de personeelsinzet werden geen middelen voorzien.

Resultaten De ontwerptekst van het thema Natuur en Biodiversiteit voor MINA 4 werd verder afgestemd met de doelstellingen opgenomen onder Pact 2020. Het ontwerpplan werd in publieke consultatie gebracht. Op basis van de opmerkingen die hieruit voortkwamen was slechts een beperkt aantal aanvullingen nodig voor het thema Natuur en Biodiversiteit. Definitieve goedkeuring van het plan wordt verwacht in het voorjaar 2011.

Knelpunten en oplossingen /

6


Jaarrapport ANB 2010

1.6 Kwaliteitsvolle ondersteuning van permanente technische werkgroepen van de Strategische Adviesraad Leefmilieu. Output / Indicator opgenomen in Beheersovereenkomst: Uitvoering protocol met de sectoren (zoals vermeld in artikel 27).

> Reguliere werking: processen Viviane Panné CO2.3

Ondersteunen van de Hoge Raden en coördineren van werkgroepen in het kader van het Overkoepelend Overleg

Opzet Het overleg tussen ANB en de sectoren bos, natuur, jacht, riviervisserij en landbouw krijgt een structureel karakter via een overlegorgaan per sector. Minstens éénmaal per jaar wordt een gezamenlijk overleg georganiseerd met alle voornoemde sectoren (= koepel). Dit wordt geregeld door het protocol dd. 11/02/08.

Middelen Naast de personeelsinzet werden geen middelen voorzien.

Resultaten Indicator Aantal thema's extern overleg

Maat aantal

Status ANB: 119

Overkoepelend Overleg: 3 vergaderingen (30/03 – 01/07 – 13/12) Onderwerpen: Pact Natura: verwachtingen doelgroepen, uitvoering proces (3x besproken) IHD overlegproces: globale schets, inzet instrumenten, stand van zaken (2x besproken) Wilde dierenziekten Toegankelijkheid privébos Standaardisatie houtverkopen Vlaamse bosgroepen Signaalfunctie bosgroepen Budget bosgroepen Europees Voorzitterschap Doodhout – IHD – terreinbeheer BO 2011 – 2015: nieuwe doelstellingen Budgetten doelgroepen 2011 handhavingsrapport 2009 Houtduivenproblematiek ~ jacht als opportuniteit Focus 2011 Bestrijding Amerikaanse Vogelkers IUGB Bever Everzwijn studie‘Onderzoek naar en uitwerking van verbetervoorstellen voor: 1. Het wettelijk kader recreatieve ontsluiting groene ruimte 2. De afstemming tussen ecologie en recreatie 3. De subsidies voor bosbeheerders, bebossing van landbouwgrond en voor beheerders van natuurreservaten’ 2011: internationaal jaar in het teken van het bos 20 items Overleg ANB – Landbouw: 2 vergaderingen (03/05 – 29/11) Onderwerpen: soortenbesluit: praktische toepassing domeinconcessies: nieuwe procedures aankoopperimeters

7


Jaarrapport ANB 2010

IHD: planning Meitellingen Wildschadebesluit: voorstellen aanpassing regelgeving Soortenbesluit: voorstellen aanpassing regelgeving Jachtdecreet: voorstellen aanpassing regelgeving Jachtopeningstijdenbesluit: voorstellen aanpassing regelgeving Jachtvoorwaardenbesluit: voorstellen aanpassing regelgeving Onteigeningsplan Gooik ~IHD Toelichtingen voor Inverde Samenstelling overleggroepen 13 items Overleg ANB – Bos: 3 vergaderingen (05/03 – 15/06 – 05/11) Onderwerpen: houtstromen hout als grondstof voor biomassa ontwerp richtlijn kapmachtigingen en bosbeheerplannen – handleiding controle kapmachtigingen ADLO: bebossing in agrarisch gebied ProBos rapport “gecertificeerd hout op de Belgische markt in 2008” Handhaving (gevolgen toegankelijkheidsbesluit) Bosgroepen: signaalfunctie Bosgroepen: budget, subsidies Erkenningssecretariaat Populier Klimaatboek Fedustria Kapmachtigingen: communicatie bij controlemeldingen Toegankelijkheid privébos: erfdienstbaarheden Onteigening bospercelen Duivelsnest, Snellegem Groenboek bosbescherming PEFC certificering Richtlijn schoontijd Bosbarometer 2010 Niet herbebossing ~ handhaving Kapmachtigingen: beroepsmogelijkheid Evaluatie bossubsidies ~ IHD Plaats houtkolom in Vlaamse bosbouwgebeuren PWC Bos: stand van zaken; samenstelling Studies bosbeheer (problematiek trage wegen) OC ANB: beheerscommissie: samenstelling Samenstelling overleggroepen Infoavonden Bosschap Nederland: calamiteiten in bos en natuur 28 items Overleg ANB – Visserij: 3 vergaderingen (12/01 – 01/06 – 07/09) Onderwerpen: voorstel nieuwe vereenvoudigde visserijregelgeving digitaal visverlof statistieken visverloven 2009 S-IHD statistieken controles milieuhandhavingsdecreet gebruik trekwegen 7 items Overleg ANB – Jacht: 3 vergaderingen (9/2 – 8/6 – 13/10) Onderwerpen: zondagjacht, samenwerking HVV ~ arrondissementscommissarissen (digitaliseren jachtplannen) aanpassing wetgeving jachtvoorwaardenbesluit aanpassing wetgeving soortenbesluit wildziekten visie everzwijnbeheer wildbeheerdatabank ~ uitbouw e-loket ondersteuning Kenniscentrum subsidies projectsubsidies sneeuwregeling ~ langdurige vorst wildbeheer bejaging op overheidsgronden ~ licentiejacht

8


Jaarrapport ANB 2010

jacht in vogelrijke gebieden erkenning Oostenrijks jachtexamen beneluxvergaderingen Jacht & Vogels wijziging art. 13 kb 28/02/77: jachtvergunning buitenlandse gastjagers plaatsing hoogzitten administratieve boete voor jachtrechthouder bij gebrek aan schuldige evaluatie soortenbesluit: plaatjes trechtervallen afschot everzwijnen op overheidsdomeinen opening jacht op reewild: communicatie bestrijding houtduiven GIS data Aanpassingen De Vlaamse Jager en IJO cursus Jachtexamen 2010 Opleidingscursus boswachters Duits jachtverlof Workshop kleine rietgans Upgrade wildbeheerplannen Maaien na zonsondergang 30 items Overleg ANB – Natuur: 3 vergaderingen (28/01 – 24/06 – 18/11) Onderwerpen: éénmalige inrichtingswerken in erkende natuurreservaten problematiek duivencarrousels ~ aanpassing jachtvoorwaardenbesluit duivenschietweekend werking natuurinspectie ~ aantallen natuurinspecteurs vrijlating van in beslag genomen vogels invoer vogels burgerlijke partijstellingen samenwerkingsovereenkomst Natuurpunt – ANB – INBO afschotplan ree milieuhandhavingsrapport gruttoweide St – Laureins luchthaven Melsbroek aanpassingen soortenbesluit tewerkstelling DAC erkenning natuurreservaten roofvogeldemonstratie slothappening week van het bos debatnamiddag vos Oostkamp lokpatrijs Neerijse begroting bezoekerscentra Samenstelling overleggroepen 21 items

Knelpunten en oplossingen /

9


Jaarrapport ANB 2010

1.7 ANB ondersteunt de Vlaamse en/of Belgische positionering in internationale dossiers en processen met betrekking tot biodiversiteit, natuur- en bosbeleid en het duurzame beheer van bossen. 1.8 Actief opvolgen van internationale processen, instrumenten en instellingen met betrekking tot natuur, bos en groen op basis van een prioriteitenlijst. 1.9 Voorstellen tot implementatie van acties ter uitvoering van internationale akkoorden en engagementen Output / Indicator opgenomen in Beheersovereenkomst: ANB zorgt er mee voor dat de Vlaamse en/of Belgische positie bij naleving van het VNBiodiversiteitsverdrag en het VN-Bossenforum steunt op de specifieke Vlaamse beleids- en beheerscontext rond natuur, bos en groen. Samen met het departement, in zijn coördinerende rol, zal het agentschap: • een prioriteitenlijst opmaken • deelnemen aan internationale meetings • verslag uitbrengen binnen de week na de vergadering; • input leveren voor de Belgische coördinatie; • Het Vlaamse en/of Belgische standpunt in de teksten laten doorwerken Rapporten, verslagen en nota’s tijdig bezorgen.

> Reguliere werking: processen Els Martens CO4.1 CO4.2

Opvolgen van internationale processen en coördineren van bijdragen van ANB en participatie van ANB in intergewestelijke, nationale en internationale processen Coördineren van bijdragen aan internationale rapportering (uitvoering, wetgeving, afwijkingen, monitoring)

Opzet Het Agentschap voor Natuur en Bos wil op constructieve en effectieve wijze bijdragen aan het voorbereiden, opvolgen en implementeren van de Vlaamse bijdrage aan het internationale beleid op vlak van Biodiverisiteit en Bossen.

Middelen Naast de personeelsinzet worden volgende middelen voorzien: Basisallocatie LBC000_3LD02000_3510

Bedrag vastgelegd 30.000,00 €

Resultaten Indicator Aantal thema's waarvoor i.k.v. bovengewestelijke participatie gecoördineerde bijdrage geleverd Aantal thema's waarvoor gecoördineerde bijdrage i.k.v. internationale rapportering geleverd

10

Maat aantal

Status ANB: 4

aantal

ANB: 5


Jaarrapport ANB 2010

Als Internationaal Jaar van de Biodiversiteit was 2010 een belangrijke mijlpaal voor biodiversiteit op nationaal, EU en mondiaal niveau. De rapporteringen over de realisatie van de 2010-doelstelling om tegen 2010 het verlies van biodiversiteit te stoppen en op mondiaal niveau de snelheid van verlies van biodiversiteit sterk te minderen hebben aangetoond dat er nog heel wat dient te gebeuren om deze doelstelling te verwezenlijken. De goedkeuring van een nieuwe mondiale en EU visie en strategie voor biodiversiteit na 2010 vraagt ook voor een versterkt beleid. In het kader van dit internationaal jaar werd ook uitgebreide communicatie gevoerd over de rol en het belang van biodiversiteit en over de diensten die ecosystemen leveren die interesse heeft opgewekt bij andere sectoren, wat zeker positief is voor de verdere implementatie voor het biodiversiteitsbehoud. In 2010 ging de aandacht op intergewestelijk en op EU-niveau naar de voorbereiding en uitvoering van het Belgisch voorzitterschap van de EU voor de ontwikkeling van standpunten voor het EU en mondiaal biodiversiteitsbeleid na 2010. Biodiversiteit o Op de ministeriële vergadering van 15 maart 2010 heeft de EU Raad Milieu conclusies goedgekeurd met betrekking tot de EU visie en doelstelling voor biodiversiteit na 2010: o Lange termijn visie - tegen 2050: Biodiversiteit en de ecosysteemdiensten – het natuurlijk kapitaal - worden in stand gehouden, de waarde ervan vastgesteld en, voor zover mogelijk, hersteld voor hun intrinsieke waarde en opdat zij economische welvaart en menselijk welzijn verder kunnen ondersteunen alsook rampzalige gevolgen door biodiversiteitsverlies voorkomen. o Hoofddoelstelling - tegen 2020: Stopzetten van de achteruitgang van biodiversiteit en de degradatie van ecosysteemdiensten, en deze voor zover mogelijk te herstellen, en de bijdrage van de EU verhogen om het wereldwijde verlies aan biodiversiteit tegen te gaan. o 8-9 September 2010 - Conferentie mbt het mondiaal biodiversiteitsbeleid onder het Belgisch voorzitterschap in Gent “Biodiversity in a changing world” - initiatief van Vlaanderen. De conclusies van de conferentie werden weergegeven in de zgn. ‘Message from Ghent” waarin 6 beleidsprioriteiten voor biodiversiteit op EU en mondiaal niveau zijn aangegeven. Deze conclusies vormden ook een belangrijke basis voor de negotiëring van het Strategisch Plan Biodiversiteit op de 10de Conferentie der Partijen van de Conventie Biodiversiteit (COP 10 CBD). Parallel werd een informeel high level overleg georganiseerd om een gezamenlijk standpunt van de EU te formuleren over de mobilisering van middelen voor de uitvoering van de Conventie Biodiversiteit. o Op de ministeriële vergadering van 14 oktober 2010 heeft de EU Raad Milieu conclusies goedgekeurd met betrekking tot de EU standpunten voor COP 10 van de Conventie Biodiversiteit, Nagoya 18-29 oktober 2010 voor het biodiversiteitsbeleid na 2010. Hierbij is de noodzaak aangestipt om een versterkte inspanning te leveren om de trends van het biodiversiteitsverlies om te buigen, meer in bijzonder door aandacht te geven aan integratie van biodiversiteitsoverwegingen in andere beleidsdomeinen, synergieën met klimaatprocessen versterken om mutuele bijdragen en winsten te maximaliseren, de kennis uit te breiden inzake economische waardering van ecosysteemdiensten, en een effectievere en gerichte communicatie op te bouwen. o Op de ministeriële vergadering van 20 december 2010 heeft de EU Raad Milieu conclusies goedgekeurd voor de uitvoering van de beslissingen die op COP 10 werden goedgekeurd. Aandachtspunten hierbij zijn: verdere ontwikkeling van de EU Strategie voor Biodiversiteit met specifieke aandacht voor de integratie van biodiversiteit in nationaal en EU beleid voor het duurzaam beheer van natuurlijke hulpbronnen in landbouw, bosbouw, visserij, energie, ruimtelijke planning, transport, toerisme, handel en ontwikkelingssamenwerking; operationalisering van het Protocol voor Access and Benefit Sharing (ABS); uitvoering van de strategie voor mobilisering van middelen, ondersteuning voor de processen inzake het ‘Intergovernmental Pannel Biodiversity & Ecosystem Services’ (IPBES) o Activiteiten op EU-niveau: Rapportering 2010 van de uitvoering van het EU Biodiversiteit Actieplan Rapportering van de afwijkingen op soortenbescherming onder Vogel- en Habitatrichtlijn EU-werkgroepen inzake Biodiversiteit en Natuur – er werden thematische werkgroepen opgezet voor opmaak van richtlijnen voor implementatie en uitwisseling van expertise, vnl. met betrekking tot Natura 2000: jacht en wildbeheer, waterlopenbeheer, estuaria en havengebieden, Natura 2000 en windenergieprojecten, extractie-industrie (grind/zandwinning) in Natura 2000, invasieve soorten, financiering van Natura 2000, biodiversiteit en klimaatverandering, beheer van Natura 2000, rapportering van EU natuurrichtlijnen – een aantal richtlijnen werden reeds gepubliceerd. o 10de Conferentie der Partijen van de Conventie Biodiversiteit (COP 10 CBD), Nagoya: Na intense onderhandelingen werden met succes drie onderling verbonden strategische overeenkomsten, het zgn. Nagoya-pakket, goedgekeurd: 1. Goedkeuring van het “ABS Nagoya Protocol” betreffende toegang tot genetische hulpbronnen en de eerlijke en billijke verdeling van de voordelen die voortvloeien uit het gebruik ervan 2. Goedkeuring van een nieuw Strategisch Plan 2011-2020 als kader voor het internationale en nationale beleid en maatregelen voor biodiversiteit om invulling te geven aan de doelstellingen van Conventie Biodiversiteit

11


Jaarrapport ANB 2010

3.

o

Een strategie voor de mobilisatie van middelen (financiële, personele en technische) voor een substantiële verhoging van de huidige middelen uit alle bronnen (dus ook nationale) ter ondersteuning van het herstel en behoud van biodiversiteit Tevens werden beslissingen aangenomen voor actieplannen inzake beschermde gebieden, kust- en mariene biodiversiteit, invasieve soorten, biobrandstoffen, bossen, inlandse watergebieden, biodiversiteit en klimaatverandering en de bevestiging van de rol van de CBD inzake REDD + (Reducontie van ontbossing en degradatie van bossen + ondersteuning van bosbeheer), stappen om de samenwerking tussen de Rio-verdragen te versterken in aanloop naar de Rio +20 top in 2012. Daarnaast werden ook standpunten genomen voor een de facto moratorium op de geo-engineering, en inzake de synthetische biologie. Een uitgebreid verslag van de Belgische Delegatie zal de aandachtspunten van elk dossier weergeven. 5de vergadering der partijen van EUROBATS – overeenkomst onder het Verdrag voor migrerende diersoorten. ANB heeft als Nationaal Focal Point de standpunten en de rapportering op Belgisch niveau gecoördineerd en deelgenomen aan de vergadering.

Bossen o Nieuwe wetgeving: tijdens het BE-voorzitterschap werd de zogenaamde ‘Due diligence’ verordening afgewerkt. Deze nieuwe Europese wetgeving past in de uitvoering van het EU Actieplan inzake strijd tegen handel in illegaal gekapt hout en heeft ook betrekking op het hout dat 'geproduceerd' wordt binnen de EU. De verordening is een kaderakkoord dat nog dmv 'gedelegeerde besluiten' dient geactiveerd te worden. De regeling wordt van kracht op 03/03/2013. Voor die datum zal de Commissie de nodige uitvoeringsbepalingen nog moeten treffen. Tegelijk werd de procedure verder gezet voor het laten ondertekenen en goedkeuren van nieuw partnerschapsakkoorden in uitvoering van het FLEGT-vergunningensysteem voor de invoer van hout in de Europese Gemeenschap. o Uitvoering van EU Actieplan rond Bossen: in uitvoering van de EU-Bosbouwstrategie komt het permanent bosbouwcomité van de EU een 5-tal keer per jaar bijeen. Tijdens het voorbije half jaar werd vooral aandacht besteed aan de opgezette werkgroep rond promotie van duurzaam en legaal geproduceerd hout dat een rapport heeft voorbereid omtrent aanbevelingen inzake groen aanbestedingsbeleid voor wat betreft de productgroep 'bosproducten', o EU-voorzitterschap: het ANB was de actieve motor binnen het Belgische team dat instond voor het werkprogramma van de werkgroep 'bosbouw' binnen de Europese raad. Aandacht ging vooral uit naar een aantal multilaterale dossiers (COFO van FAO; voorbereiding UNFF9; voorbereiding COP10 CBD; voorbereiding COP16 van UNFCCC), de afwerking van de due diligence verordening, het opvolgen van de uitvoering van het EU Actieplan inzake strijd tegen illegaal gekapt hout (opvolging onderhandelingen van vrijwillige partnerschapsakkoorden, verslaggeving omtrent publieke consultatie ivm Groenboek Bosbescherming

Knelpunten en oplossingen /

12


Jaarrapport ANB 2010

2. ANB streeft naar de interne integratie van zijn doelstellingen in het beleid van andere entiteiten, zowel binnen als buiten het beleidsdomein Leefmilieu, Natuur en Energie, en beoogt tegelijk de integratie van afgewogen doelstellingen van andere entiteiten in het eigen beleid Output opgenomen in Beheersovereenkomst: Mederealisatie van de doelstellingen van het natuurbeleid (met inbegrip van. bos en groen) en van het agentschap door andere entiteiten, bestuursniveaus, en burgers. Mederealisatie van de afgewogen en geïntegreerde doelstellingen van andere entiteiten, bestuursniveaus en burgers door het agentschap. Een actieve, overlegde en onderbouwde bijdrage aan de realisatie van het Integraal Waterbeleid. Een actieve, overlegde en onderbouwde bijdrage aan de realisatie van de bindende bepalingen van het buitengebied uit het RSV 1997 – 2007.

2.1 Kwaliteitsvolle adviesverlening. Output / Indicator opgenomen in Beheersovereenkomst: Eenduidige en onderbouwde adviezen.

> Reguliere werking: processen Carl De Schepper AVES2.5 AVES2.6 AVES3.1 AVES3.2 AVES3.3 AVES3.4 AVES3.5 AVES3.6 AVES3.7 AVES3.8 AVES4.2 AVES4.6 AVES4.7 AVES4.8 AVES4.9

Leveren van technisch advies aan andere besturen (bv streefbeeldstudies wegen, schadebepaling bomen) Adviseren inzake ligging van percelen in VEN of bos Adviseren van ruimtelijke planningsprocessen (BPA's, RUPS en planologische attesten) Adviseren van R.O. vergunningsaanvragen incl. beroepsdossiers (stedenbouwkundige- en verkavelingsvergunningen, incl. boscompensatie) Adviseren in het kader van de milieueffectrapportage Adviseren in materies in de wetgeving voorzien (niet vermeld in andere processen in deze lijst) Adviseren van milieuvergunningen incl. beroepsdossiers Adviseren van beheerplannen geïnitieerd door andere beleidsdomeinen Adviseren in wetgeving voorzien inzake natuurvergunningen, inclusief beroepen Adviseren mbt toegankelijkheid en recreatief medegebruik Beheren van compensaties in het kader van ontbossingen op administratief en financieel vlak Afleveren, goedkeuren en opvolgen van diverse machtigingen mbt bos andere dan domeinbossen Behandelen van dossiers in Comité van Beroep bosbeheerplannen Beheren van machtigingen ivm acuut gevaarlijke bomen Beheren van passende beoordelingen

Opzet Het ANB geeft op basis van haar bevoegdheden en de eigen expertise adviezen aan tal van instanties, zowel binnen overheid (binnen eigen beleidsdomein LNE, andere beleidsdomeinen, provincies, gemeenten, federale overheid, andere gewesten) als buiten de overheid (tal van doelgroepen). Vaak is deze

13


Jaarrapport ANB 2010

adviesfunctie verankerd in sectorale wetgeving rond natuur en bos, milieu, ruimtelijke ordening, onroerend erfgoed en natuurlijke rijkdommen. Op die manier werkt het ANB aan de invulling van belangrijke principes van het milieu- en natuurbeleid, zoals het integratuebeginsel. Het ANB heeft als ambitie deze adviesverlening op een efficiĂŤnte, effectieve en kwaliteitsvolle manier te doen. Door dit te doen, raagt het ANB ook bij aan de capaciteitsopbouw van andere beleidsdomeinen en andere bestuursniveau.

Middelen Naast de personeelsinzet werden geen middelen voorzien.

Resultaten

14

Indicator Aantal adviezen inzake ligging van percelen in VEN of bos (vb. notarisbrieven Bosdecreet)

Maat aantal

Aantal adviezen inzake ruimtelijke planningsprocessen (BPA's, RUP's en planologische attesten)

aantal

Aantal adviezen inzake dossiers ruimtelijke ordening (incl. beroepsdossiers)

aantal

Aantal adviezen inzake milieueffectenrapportage

aantal

Aantal adviezen inzake andere materies in de wetgeving voorzien

aantal

Aantal adviezen inzake milieuvergunningen

aantal

Aantal adviezen van beheerplannen geĂŻntieerd door andere beleidsdomeinen

aantal

Aantal adviezen inzake natuurvergunningen

aantal

Aantal adviezen mbt toegankelijkheid en recreatief medegebruik

aantal

Status ANB: 729 AN : 97 LI : 130 OV : 112 VB : 281 WV : 109 ANB: 375 AN : 189 LI : 41 OV : 63 VB : 35 WV : 47 AN : 2184 LI : 1526 OV : 1425 VB : 842 WV : 1199 ANB: 550 AN : 183 LI : 75 OV : 118 VB : 72 WV : 102 ANB: 323 AN : 68 LI : 9 OV : 133 VB : 67 WV : 46 ANB: 631 AN : 278 CD : 35 LI : 113 OV : 61 VB : 8 WV : 136 ANB: 21 AN : 14 LI : 5 OV : 2 VB : 0 WV : 0 ANB: 272 AN : 62 CD: 2 LI : 50 OV : 127 VB : 18 WV : 13 ANB: 1274 AN : 153 LI : 324 OV : 202 VB : 126 WV : 268


Jaarrapport ANB 2010

Beschikbaarheid kwartaal update inkomsten en uitgaven boscompensatiefonds Aantal dossiers afgeleverde machtigingen mbt bos andere dan domeinbossen

ANB: Op schema aantal

Aantal dossiers behandeld in Comité van Beroep bosbeheerplannen Aantal afgeleverde adviezen/machtigingen ivm acuut gevaarlijke bomen

aantal

Aantal geadviseerde passende beoordelingen (niet via MER-procedure)

aantal

aantal

ANB: 2533 AN : 972 LI : 685 OV : 392 VB : 424 WV : 60 ANB: 0 ANB: 339 AN : 71 LI : 55 OV : 130 VB : 33 WV : 50 ANB: 153 AN : 30 LI : 10 OV : 42 VB : 14 WV : 77

In het kader van het project ‘procesmanagement’ is binnen de afdeling Beleid gekozen om die processen met een belangrijke impact en een belangrijke personeelsinzet, grondig te screenen in functie van efficiëntie, effectiviteit en kwaliteit. Voor twee processen met een belangrijk werkvolume en tijdsbesteding inzake VTE werd het proces uitgetekend voor de bestaande toestand. Tevens werd een to be situatie voorgesteld en werd een analyse gemaakt van de noodzakelijke randvoorwaarden, werd de mogelijke efficiëntiewinst in beeld gebracht en werden actievoorstellen uitgewerkt. Dit gebeurde voor het proces ‘Kapmachtigingen in privé-bos’ en voor ‘advisering individuele stedenbouwkundige dossiers’. De ANB-handleiding ‘Bosbeheerplannen, kapmachtigingen en andere machtigingen voor beheerwerken in bossen’ werd afgewerkt en goedgekeurd door de afdelingshoofden Beleid en Beheer, en is van toepassing voor zowel privé-bossen als openbare bossen. De handleiding geeft invulling aan volgende krachtlijnen : o o

o o o

o o o o o o o

De richtlijn biedt een algemeen kader dat voor de meeste dossiers toegepast wordt, maar waarvan in individuele dossiers en mits duidelijk motivatie kan afgeweken worden. integratie van regelgeving binnen ANB op korte termijn om zonder wijziging van de regelgeving, procedures uit het Natuurdecreet en het Bosdecreet te integreren naar praktische uitvoering : in alle bosdossiers: zorgplicht ND art.16 inbouwen; in VEN: verscherpte natuurtoets + Beoordeling VEN-ontheffing tegelijk met de goedkeuring; van het bosbeheerplan of het verlenen van de machtiging, dus zonder aparte aanvraag; in SBZ: afspraken over passende beoordeling; beheerplannen: binnen de bestaande regelgeving al zoveel mogelijk streven naar geïntegreerde beheerplannen. Meer flexibiliteit voor de aanvrager, maar in de goedkeuring wordt explicieter aangegeven wat de marges zijn, wat meer rechtszekerheid geeft. Meer klemtoon leggen op opmaak van beheerplannen met als doel individuele kapmachtigingen naar werkvolume af te bouwen. Transparant beleid in overleg met de doelgroepen: het betreft een interne handleiding, maar de inhoud ervan wordt bekend gemaakt bij de vertegenwoordigers van de bos-sector, de studiebureau’s en aanvragers : duidelijker aangeven van de marges waarbinnen beheermaatregelen kunnen uitgevoerd worden; afspraken over procedure voor afwijken en wijzigen van het bosbeheerplan; Bosbouw- en vegetatieopnames in uitgebreid bosbeheerplan: standaardmethodiek voor privé-bossen is niet verplicht; Afspraken ivm boomsoortenkeuze bij heraanplanting. Duidelijk onderscheid tussen bindende voorwaarde en advies ANB. Klachten ivm gebrek aan uniformiteit kunnen getoetst worden aan dit kader. Een duidelijke taakverdeling tussen afdeling Beheer en Beleid. Eerste concrete aanzet tot opmaak geïntegreerde beheerplannen (bij de huidige regelgeving). Afspraken i.v.m. gelijktijdige toepassing van het nieuwe besluit rond toegankelijkheid. Betere juridische kwaliteit van de beslissingen i.v.m. beheerplannen en machtigingen (cfr. modelbesluiten). Aangepaste afspraken i.v.m. controle van de beheerplannen en machtigingen. Voor het eerst duidelijker richtlijnen i.v.m. procedure en inhoud van andere machtigingen dan kapmachtigingen (Bosdecreet art.20, 96,97 of 99 ).

15


Jaarrapport ANB 2010

o

Invoer van een jaarlijkse kwaliteitscontrole i.v.m. uniforme en kwaliteitsvolle behandeling van de dossiers.

Inzake het adviseren van stedenbouwkundige vergunningsdossiers werden 12 knelpunten geïdentificeerd. Deze draaien in hoofdzaak rond het vaststellen van criteria voor prioritaire dossiers en het uitwerken van ondersteunende instrumenten om de adviesverlening efficiënter en homogener te laten verlopen. Hier is het de bedoeling tot een meer uniforme aanpak over de verschillende provinciale diensten van het ANB te komen met het oog op het realiseren van een efficiëntie-omslag. Wat betreft het behandelen van de ontbossingsdossiers werd in uitvoering van de ANB-richtlijn een begin gemaakt van de uitvoering van de kwaliteitscontrole. Gekoppeld aan het project ‘instandhoudingsdoelstellingen’ werd een globale aanpak voorgesteld om ‘de passende beoordeling’ meer op maat en toegankelijker te maken. Deze aanpak veronderstelt het uitwerken van ondersteunende instrumenten om de screening van mogelijke impacten te objectiveren en ruimer beschikbaar te maken. Concepten onder vorm van een ‘effecten indicator’ werden hiervoor in samenwerking met het Instituut voor Natuur- en BosOnderzoek uitgewerkt en getest. De bedoeling van dergelijk instrument is om op basis van activiteiten en ingrepen na te gaan welke mogelijke verstoringsfactoren gepaard gaan met de activiteiten. Deze verstoringsfactoren worden dan geconfronteerd met een gevoeligheidsmatrix voor habitats en soorten, waaruit een inschatting kan volgen of er mogelijk een (significante) impact te verwachten zal zijn. Er werd geoordeeld te evolueren naar een meer getrapt systeem welke gradueel zal uitgebouwd worden met een duidelijke geografische component en vermoedelijk beschikbaar zal kunnen komen in 2012. Er werd ondersteuning gegeven aan de cel MER bij het herwerken van verschillende richtlijnenboeken, waaronder het richtlijnenboek ‘Flora en Fauna’. Ondersteunende werking voor het adviseren rond recreatie en toegankelijkheid wordt beschreven onder doelstelling 8.1.

Knelpunten en oplossingen De opgezette projecten inzake procesmanagement en streven naar voortdurend verbeteren van processen dwingt tot het herschikken en herprioriteren van taken. Voor de beleidswerking, incl. advisering en het verlenen van vergunningen, werd een toekomstvisie voorgesteld welke neerkomt op een bundeling van de aandacht op prioritaire gebieden en zones, en tegelijk een verbreding en responsabiliseren van verschillende actoren. Deze toekomstvisie veronderstelt een duidelijk ‘transitietraject’ op verschillende fronten. De noodzakelijke ‘randvoorwaarden’ gekoppeld aan het realiseren van de toekomstvisie dienen nog beter kunnen in beeld gebracht en ingeschat te worden. Dit veronderstelt een duidelijke sturing vanuit het ANB, maar ook het versterken van bepaalde competenties en desgevallend het herzien en herschikken van personeelsinzet.

2.2 Actieve bijdrage tot integraal waterbeleid. Output opgenomen in Beheersovereenkomst: Actieve deelname en expertbijdrage aan werkgroepen van CIW. Actieve bijdrage aan opmaak waterbeheerplannen Actieve bijdrage aan realisatie doelstellingen vermeld in artikel 5 van het decreet Integraal Waterbeleid

> Reguliere werking: processen Gert Van Hoydonck GGB3.5

Inbreng verzekeren in het integraal waterbeleid en vertalen naar het beleid van het ANB (m.i.v. participeren in acties in uitvoering van waterbeleidsplannen)

Opzet Het ANB participeert in het integraal waterbeleid met het oog op de realisatie van zijn missie en

16


Jaarrapport ANB 2010

doelstellingen in samenwerking met doelgroepen, andere beleidsdomeinen en de burger. Hiertoe neemt het ANB actief deel aan de verschillende werkgroepen binnen de CIW-structuur en zetelt het ANB als lid binnen de plenaire vergadering. Het ANB trekt binnen de CIW-structuur de werkgroep Ecologisch Waterbeheer (Vz + sec.) en garandeert een kwaliteitsvol werkprogramma voor deze werkgroep. Verder werkt ANB op centraal en provinciaal niveau actief mee aan de opmaak, opvolging en realisatie v.d. waterbeheerplannen.

Resultaten Actieve deelname en expertbijdrage aan werkgroepen CIW Het ANB volgt actief met een quasi permanente aanwezigheid de voor ANB belangrijkste CIW-werkgroepen op zoals de WG Kaderrichtlijn Water, Permanente Projectgroep, WG Bekkenwerking, WG Waterkwantiteit, WG ecologisch Waterbeheer, WG Watertoets, WG Bagger- en Ruimingsspecie, WG Watersysteemkennis en Adviesgroep Watertoets. Verschillende van deze werkgroepen hebben ook nog tijdelijke subwerkgroepen en taakwerkgroepen waar specifieke topics worden uitgewerkt. Actieve bijdrage aan opmaak stroomgebiedbeheerplannen In 2008 werden door de CIW de stroomgebiedbeheerplannen opgemaakt voor Schelde en Maas. Deze gingen in 2009 in openbaar onderzoek en werden op 8 oktober 2010 door de Vlaamse Regering goedgekeurd. Momenteel wordt gewerkt aan de voorbereiding van de tweede generatie waterbeheerplannen. Onder impuls van ANB werden in 2010 werden door de werkgroep vereenvoudiging administratie en regelgeving enkele principiële wijzigingen voorgesteld met betrekking tot de opmaak van de volgende generatie waterbeheerplannen en de werking van de bekkenstructuren. Zo zullen de verschillende waterbeheerplannen in elkaar geschoven worden tot 2 stroomgebiedbeheerplannen (Maas en Schelde) met daarin 11 bekkenspecifieke delen. De deelbekkenbeheerplannen worden afgeschaft als planfiguur en de acties worden geïntegreerd in de bekkenspecifieke delen. Actieve bijdrage aan realisatie doelstellingen, vermeld in artikel 5 van het decreet Integraal Waterbeleid Naast de stroomgebiedbeheerplannen werden binnen de CIW-werkgroep Ecologisch Waterbeheer ook nog andere topics behandeld zoals de opmaak van een beheerregeling rond invasieve soorten, de opmaak van een prioriteringskaart vismigratie welke op 12/10/2010 door de CIW werd goedgekeurd en een vernieuwde aanpak voor de inzet van het instrument oeverzones waarvan de basisprincipes op 14/12/2010 door de CIW werden goedgekeurd. Vanuit de werkgroep Ecologisch Waterbeheer werd ook de uitbesteding door het ANB van enkele studieopdrachten begeleid. In 2010 werden 3 studieopdrachten aanbesteed. Deze opdrachten kaderen binnen het CIW-onderzoeksprogramma Water: Kwantificering relatie tussen hydromorfologische kwaliteit en EKR’s (Ecologische Kwaliteitsratio’s); Ontwikkeling GIS-tool geschiktheid filterzones in landbouwgebied; Ontwikkeling beoordelingskader voor de ecologische effectanalyse van overstromingen.

Middelen Basisallocatie LBC000_3LD00200_1211

Bedrag vastgelegd 261.736,35 €

Resultaten Voor deze processen werden geen indicatoren bepaald

Knelpunten en oplossingen Een goede sturing van uitvoeringsprojecten vanaf de projectopstart is noodzakelijk om de ecologische meerwaarde van de projecten te garanderen en potentiële conflicten met de initiatiefnemers te voorkomen en te beperken. Hiertoe zal de nodige VTE moeten vrijgemaakt worden.

17


Jaarrapport ANB 2010

2.3 Streven naar samenwerking met andere entiteiten, bestuursniveaus en (georganiseerde) burgers. 2.4 Vertegenwoordiging in strategische overlegorganen. Output opgenomen in Beheersovereenkomst: Meerdere vormen van samenwerking met andere entiteiten, bestuursniveaus en (georganiseerde) burgers. Actieve deelname en expertbijdrage.

> Specifieke werking: projecten Bert Vanholen

Project 10.2

Nationaal Park Hoge Kempen

Projectsponsor: Filiep Cardoen Projectleider: Bert Vanholen

Opzet Situering Het Nationaal Park Hoge Kempen is het enige en grootste nationaal park van Vlaanderen. In een intensieve samenwerking met partners wordt getracht een evenwicht te vinden tussen de bescherming van grote natuurwaarden en allerlei vormen van medegebruik. Dit is onder meer mogelijk via het concept van toegangspoorten. Korte omschrijving Het Nationaal Park Hoge Kempen is gesitueerd in de gemeenten Maasmechelen, Zutendaal, Lanaken, Genk en Dilsen-Stokkem en is een samenwerkingsproject tussen deze gemeenten, het Regionaal Landschap Kempen en Maasland, de provincie Limburg, LISOM en het Agentschap voor Natuur en Bos. Onder financiering van het Agentschap wordt een projectbureauwerking onderhouden, die instaat voor de maatschappelijke integratie van enerzijds de grote natuurwaarden en anderzijds de verschillende medegebruikers, zoals allerlei vormen van recreatie, gidsenwerking,... Door het concept van toegangspoorten, die merendeels gelegen zijn buiten de kwestbare natuurgebieden, wordt de recreatieve druk begeleid naar de randen van het nationaal park.

Middelen Naast de personeelsinzet werden volgende middelen voorzien: Basisallocatie LD0000_1LD30800_3300

Bedrag vastgelegd 340.000,00 ₏

Resultaten Het projectbureau van het Nationaal Park werd voor het derde jaar op rij integraal gesubsidiÍerd door het Agentschap voor Natuur en Bos. Daarvoor gebeurde dit door LISOM. Enerzijds wordt het overlegproces gestimuleerd via de stuurgroep en de projectgroep. In de stuurgroep zit een vertegenwoordiging van de minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur, de gedeputeerden van toerisme en leefmilieu en de burgemeesters van de betrokken gemeenten. In de projectgroep zetelen vertegenwoordigers van de lokale besturen en actoren, zoals naast ANB de bosgroepen, de milieu- en toeristische diensten van de gemeenten, het provinciebestuur, LSM,‌ Resultaatgericht wordt er gewerkt op een aantal velden: natuurprojecten, landschapszorg, educatie, recreatief medegebruik en natuurgericht toerisme. Aan de hand van maandelijkse afstemmingsvergaderingen tussen het projectbureau en de regio Hoge Kempen worden de prioriteiten overlegd en de acties van beide partners afgestemd. Het jaarverslag van de werking van het projectbureau zal in het eerste kwartaal van 2011 beschikbaar zijn.

18


Jaarrapport ANB 2010

De sloop van de eerste fase van Molenberg werd niet uitgewerkt omdat de huidige huurder de site nog niet had verlaten. Deze eerste fase wordt verschoven naar 2011. Het al dan niet behouden van het hoofdgebouw zal eveneens in 2011 verder onderzocht worden. In 2011 zal gewerkt worden aan een langetermijnvisie voor de werkingvan het projectbureau met een horizon 2020, waarbij in perioden van 3 jaar afspraken zullen worden gemaakt rond de te behalen resultaten.

Dries Gorissen

Project 09.23

Bosland

Projectsponsor: Bert Vanholen Projectleider: Dries Gorissen

Opzet Het project Bosland is in 2005 ontstaan en was initieel gericht op gezamenlijk en duurzaam beheer van het openbaar bospatrimonium op het grondgebied van de gemeenten Hechtel-Eksel, Lommel en Overpelt. In de daaropvolgende jaren is de samenwerking verder uitgegroeid tot een statutair partnership dat zich richt op het duurzaam beheer van het open ruimte patrimonium in de 3 betrokken gemeenten en de ontwikkeling hiervan als hefboom voor streekontwikkeling. Hiertoe werd in 2006 een interlokale vereniging opgericht, een samenwerkingsvorm die voorzien is in het decreet Intergemeentelijke Samenwerking. In 2010 werd het initiële samenwerkingsverband tussen de drie gemeenten en ANB ook versterkt door het Regionaal Landschap Lage Kempen en Toerisme Limburg die elk ook specifieke competenties toevoegen. Met 4500 ha bos in beheer bij de partners en aanvullend circa 1500 ha privébos is Bosland het grootste bos van Vlaanderen. De partners zijn ervan overtuigd dat deze bossen een troef en hefboom kunnen zijn ten behoeve van streekontwikkeling in Noord-Limburg. Instandhouding van natuur en landschap, maatschappelijke betrokkenheid en economische hefboomwerking staan voorop. Daarbij wordt gestreefd naar het benutten en versterken van alle mogelijke relaties tussen maatschappij en bos. In het kader van de communicatieplanning werden kinderen daarbij als speerpunt gekozen. Bosland is niet alleen het grootste, maar moet ook het meest kindvriendelijke bosgebied van Vlaanderen worden.

Middelen Vanuit de partners worden verscheidene medewerkers ingezet voor de uitbouw en de dagelijkse opvolging van het project Bosland en haar deelprojecten. Tijdens het eerste kwartaal van 2010 was voor Bosland nog een voltijds projectbegeleider ter beschikking via het Ondersteunend Centrum van het Agentschap voor Natuur en Bos. Na het uit dienst treden van deze kracht werd door het partnership beslist geen nieuwe aanwerving te doen maar te kiezen voor een brede projectondersteuning door het inschakelen van een bureau. Dit zal in de eerste helft van 2011 operationeel worden. Via de begrotingen van de partners worden tevens diverse initiatieven genomen die specifiek kaderen in het project. Voor 2010 werden de volgende middelen gefinancierd door ANB: - Visievorming en procesvoorbereiding voor de ontwikkeling van de hoofdpoort Pijnven voor Bosland: 69.696,00 EUR - Opmaak van een Beeldkwaliteitsplan Bosland: 74.566,25 EUR (waarvan 23.217,5 EUR cofinanciering via ANB) - Opmaak van een RUP en Mober voor de Soeverein: 55.553,52 EUR (waarvan 16.666,06 EUR cofinanciering via ANB) - Diverse kleine bestedingen voor communicatie: totaalbedrag van 6.330,79 EUR Via de erkenning als strategisch Ruimtelijk Project eind 2009 werd een subsidie bekomen van 196.948 EUR waarmee de loonkost en werkingskost voor een projectcoördinator wordt gesubsidieerd. Hiermee wordt het partnership projectmatig versterkt voor 3 jaar. Het project is op 1 september 2010 officieel van start gegaan met de indiensttreding van de projectcoördinator. Vanuit Limburg Sterk Merk (LSM) werd eind 2010 ook een subsidiebedrag van 2 miljoen EUR toegekend aan de drie gemeenten binnen Bosland voor de verdere uitbouw en ontwikkeling van een kwaliteitsvol en gemeenschappelijk onthaal. Een concreet actieplan voor de gerichte besteding van deze middelen wordt in de eerste helft van 2011 uitgewerkt en zal worden opgehangen aan het voormeld masterplan Bosland.

19


Jaarrapport ANB 2010

Resultaten Voor een overzicht van de voornaamste resultaten maken we onderscheid tussen communicatie, productwerking en terreinbeheer en -realisaties. De voornaamste resultaten worden eveneens opgenomen in het jaarverslag van Bosland dat in de eerste helft van 2011 wordt afgerond. Communicatie Medio 2010 kon Bosland haar website www.Bosland.be lanceren. Informatie over het project is sindsdien ook online beschikbaar. Reeds enkele maanden na de lancering ontving Bosland een nominatie voor beste website binnen de groene sector. Dit was voor het partnership een bevestiging dat de kindgerichte en kleurrijke design een goede keuze was. In 2011 zal de website verder worden uitgebouwd. Als direct communicatiekanaal naar de inwoners binnen Bosland werd terug een nieuwsbrief verdeeld. Deze is eveneens raadpleegbaar via de website. Voor de vertaling van de Nederlands studiebureau. kunnen van start gaan op bezoeker zichtbaar worden

huisstijl naar alle terreininfrastructuren is een opdracht toegewezen aan een De opdracht zal medio 2011 worden afgerond, waarna de eerste realisaties het terrein. Met dit laatste zal het overkoepelend project Bosland ook voor de op het terrein.

Productwerking Voor het grootste deel van de wandelgebieden kon een nieuwe wandelfolder worden afgewerkt volgens de huisstijl. De resterende gebieden volgen in 2011 zodat voor Bosland in 2011 een volledige wandelbox kan worden aangeboden. Toerisme Limburg stond als partner in voor de uitwerking van 2 toeristische fietszoektochten en 3 evenementen voor kinderen in het kader van Kids Summer 2010. De volgende jaren zal dit aanbod verder worden uitgebouwd in samenwerking met externe partners. Vanuit de gemeenten werd tenslotte een gezamenlijke opdracht uitbesteed met het oog op de uitwerking van schatzoektochten. Dit zijn verhalende wandelroutes waarlangs kinderen spelenderwijs iets te weten komen over de geschiedenis en natuur in Bosland. Deze routes zullen als nieuw product beschikbaar zijn voor het toeristisch seizoen van 2011. Terreinbeheer en -realisaties In uitvoering van de globale structuurvisie werd in 2010 verder geïnvesteerd op het terrein. De partners leverden in diverse deelgebieden inspanningen op vlak van het herstel van heidevegetaties en bosomvorming. Voor het zevende jaar op rij werd de evolutie in natuurwaarden ook grondig opgevolgd door het platform fauna en flora, een samenwerking tussen de professionele beheerders en de vele natuurliefhebbers in Bosland. Op diverse locaties toont de verzamelde informatie reeds aan dat de natuur profiteert van het gevoerde beheer. Voor het innovatief zenderproject, waarbij de populatie Nachtzwaluw in Bosland wordt gevolgd, werd een samenwerking opgestart met Katholieke Universiteit Leuven (KUL). Onderzoekers zullen instaan voor de wetenschappelijke analyse en verwerking van de gegevens. In 2010 zijn de KUL en de Universiteit Antwerpen ook gestart met de uitwerking van een lange termijnvisie voor de houtproductie in Bosland. Zij maken hiervoor gebruik van een nieuw computermodel. De visie wordt uitgetekend in nauw overleg met de houtindustrie en zal in september van 2011 beschikbaar zijn. Het zal meteen de eerste maal zijn dat in Vlaanderen op een dergelijke wetenschappelijk onderbouwde manier tot een visie gekomen wordt voor de houtproductie op langere termijn. Een heel apart terreinproject is dat waarbij een Land art-kunstenaar voor Bosland 3 grote kunstwerken ontwikkelt op basis van natuurlijke materialen. In elke gemeente komt tegen begin 2011 een kunstwerk. In 2010 konden kinderen uit alle gemeenten hier actief aan meewerken tijdens workshops. Dit kunstproject is tegelijk een originele manier om bezoekers in het algemeen en kinderen in het bijzonder te laten kennis maken met de vormenrijkdom van de natuur in Bosland.

Knelpunten en oplossing Bosland heeft als project en partnership intussen een dergelijke omvang gekregen dat een professioneel projectmanagement onontbeerlijk geworden is. Het voorbije jaar werd de beperkte beschikbaarheid van mensen die voltijds met het beheer en de organisatie van Bosland en haar deelprojecten kunnen bezig zijn als een fundamenteel probleem ervaren. Om die reden heeft het partnership ervoor gekozen, na het uit dienst treden van de projectbegeleider die ter beschikking gesteld werd via het Ondersteunend Centrum van ANB, geen nieuwe aanwerving te doen maar juist een multidisciplinair bureau aan te stellen. Enerzijds kan hiermee een coördinator worden ingezet die bijdraagt aan de coördinatie en opvolging van Bosland en anderzijds kan zo bijkomend ook beroep gedaan worden op een back office voor de administratieve ondersteuning.

20


Jaarrapport ANB 2010

> Reguliere werking: processen Els Martens STAF3.3

Coördineren, bewaken en opvolgen externe regelgeving met impact op werking ANB

Opzet Door een constructieve participatie wordt via deelname in overkoepelende en project- of themaspecifieke overlegstructuren gestreefd naar afstemming tussen natuurdoelstellingen en andere functies, en tevens gewerkt aan draagvlakverbreding en opzetten van partnerschappen.

Middelen Naast de personeelsinzet worden geen middelen voorzien

Resultaten Indicator Externe regelgeving opgevolgd en intern gecommuniceerd tijdig nagekomen afspraken in kader van VOMER of VOIM

Maat

Status ANB: Doel bereikt

%

ANB: 100

Er is een vertegenwoordiging van ANB in diverse administratieoverschrijdende, strategische overleg- en adviesorganen, waaronder: Ruimtelijke Ordening mbt proces AGNAS Ambtelijke werkgroep bijzondere oppervlaktedelfstoffenplannen Landinrichtingscommissie Structureel overleg met de ontginningssector Technische Scheldecommissie en werkgroepen Vlaams-Nederlandse Maascommissie CIW en de verschillende thematische werkgroepen Departementaal overleg mbt samenwerking met VITO Task Force Schelde Protocol met Defensie ANB-gemeente Kinrooi i.v.m afwerking en gebruik grindwinningsgebied Kinrooi LNE – milieukostencel Het overleg mbt het IHD-proces (doelgroepen, ambtelijke groep), met RO, ADLO en de verschillende sectorraden werd verder gezet. In het kader van de LIFE en INTERREG-projecten zoals DANAH, Turnhouts Vennegebied, ZENO, BatAction, Stropersbos, …wordt de samenwerking met andere overheden, organisaties en lokale doelgroepen versterkt. De overlegstructuren opgezet om een meer geïntegreerde en gedragen benadering te verzekeren in de projectvoorbereiding en –uitvoeringvan specifieke gebieden werden verder actief opgevolgd , zoals de diverse beheercommissies mbt het Schelde-estuarium, SIBELCO, Nationaal Park Hoge Kempen, Wienerberger, Paddenbroek… In het kader van het Belgisch voorzitterschap van de EU was het intergewestelijk en EU-overleg veel intensiever om een goede voorbereiding van standpunten te verzekeren.

Knelpunten en oplossingen /

21


Jaarrapport ANB 2010

2.5 Actieve bijdrage tot afbakeningsprocessen buitengebied. 2.6 Actieve bijdrage tot afbakeningsprocessen stedelijke gebieden 2.7 Ondersteuning natuurverbindingsgebieden. Output opgenomen in Beheersovereenkomst: Onderbouwde en overlegde bijdrage aan de beleidsvoorbereiding met betrekking tot minstens 15.000 ha bijkomende natuur- en bosgebieden via gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen, onder meer op basis van de gewenste natuur- en bosstructuur. Onderbouwde en overlegde bijdrage aan de beleidsvoorbereiding met betrekking tot de versterking van groenstructuren en natuur- en bosgebieden via ruimtelijke uitvoeringsplannen (gewestelijk, provinciaal en gemeentelijk). Actieve bijdrage op het vlak van inhoudelijke of faciliterende ondersteuning (in samenwerking met INBO) inzake de afbakening van natuurverbindingsgebieden.

> Reguliere werking: processen Liesbeth Van Laer / Nele Hardies GGB2.1 GGB2.2 GGB2.3 GGB2.4

Beheren van de afbakening VEN en IVON Beheren van de aanduiding van speciale beschermingszones Deelnemen aan ruimtelijke processen en participeren bij de opmaak van RUP's Uitwerken van een visie inzake natuur, bos en groen en het leveren van een inhoudelijke bijdrage in ruimtelijke processen

Opzet Uitwerking geven aan de doelstellingen van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen en het decreet Natuurbehoud inzake de afbakening van de natuurlijke structuur ( VEN- en natuurwevengsgebied ) Actieve deelname aan de uitwerking van de gebiedsvisies van de 13 buitengebiedsregio’s en in uiitvoering hiervan de GRUP’s opgenomen in de operationele uitvoeringsprogramma’s. via overleg in projectteams inbrengen van expertise rond bos en natuur bij de opmaak van de gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen ( GRUP’s ) en bijkomende afbakening van VEN en natuurverwevingsgebieden op planniveau realiseren. Indien van teopassing, coördineren van de wijzigin van de afbakening van de Speciale Beschermingszones. Voor de beleidsvoorbereiding met betrekking tot de versterking van de groenstructuren kunnen openbare besturen groenbehoeften laten opmaken. Deze kaarten zijn een input voor de opbouw van de groenstructuur.

Middelen Naast de personeelsinzet worden volgende middelen voorzien: Basisallocatie LD0000_1LD30300_1211

Bedrag vastgelegd 34.581,80 €

Resultaten Indicator Oppervlakte VEN en natuurverwevingsgebied Oppervlakte Speciale Beschermingszones Vogelrichtlijngebied Oppervlake speciale beschermingszone Habitatrichtlijngebied Oppervlakte gerealiseerde planologische bosuitbreiding

22

Maat ha ha

Status ANB: 92.175 ANB: 98.243

ha

ANB: 104.888

ha

ANB: 70


Jaarrapport ANB 2010

In 2010 werden volgende resultaten geboekt: Speciale beschermingszones Gedurende 2010 zijn er geen bijkomende afbakeningen gebeurd voor de habitatrichtlijngebieden noch voor de vogelrichtlijngebieden. De teller voor het Habitatrichtlijngebied blijft op 104.888 ha, voor Vogelrichtlijngebieden komt dit op 98243 ha. Afbakening processen buitengebied Op 7 mei 2010 besliste de Vlaamse Regering over de verdere voortgang van het afbakeningsproces. Er werd een coördinatieplatform C-AGNAS opgericht met onder meer vertegenwoordigers van de verschillende beleidsvelden en de natuur- en landbouworganisaties. Dit platform volgt de uitvoering van de afbakening op. Het bekijkt voor welke gebieden gestart kan worden met de opmaak van ruimtelijke uitvoeringsplannen en bewaakt de gelijktijdige voortgang van de realisatie van de doelen voor landbouw, natuur én bos. Het ANB neemt deel aan het coördinatieplatform C-AGNAS en aan de verschillende werkgroepen die de thematische voorbereiding ervan doen. Volgende werkgroepen werden in 2010 opgestart : WG procesverloop, WG landbouw, WG IHD, WG communicatie. Deze werkgroepen worden adhoc opgericht en sluiten hun werkzaamheden af indien de taakstelling wordt bereikt. Zo heeft de WG procesverloop een participatief traject uitgewerkt dat ook werd goedgekeurd door C-AGNAS. In de werkgroep landbouw brengt men alle gegevens die te maken hebben met landbouwgebruik in kaart. Deze kaarten zullen de vroegere landbouwgevoeligheidsanalyes aanvullen en/of vervangen. Het gebruik van deze gegevens zou ook moeten voorkomen dat er van elk gebied een LER (landbouweffectanalyse) moet opgesteld worden. In de WG IHD wordt de afstemming tussen enerzijds het IHD-proces en anderzijds het AGNAS-proces besproken. Het ANB voert in deze werkgroep het voorzitterschap. De WG communicatie plant een artikelreeks in de tijdschriften van de betrokken stakeholders. Eind 2010 keurde het coördinatieplatform het 'gebiedsgericht programma 2011' goed met de gebieden waarvoor in 2011 de opmaak van een ruimtelijk uitvoeringsplan zal starten. De Vlaamse overheid stelde ook een administratieoverschrijdend team P-AGNAS samen dat de ruimtelijke uitvoeringsplannen voorbereidt en opstelt en het vooroverleg met de betrokken lokale besturen en middenveldorganisaties organiseert. Het ANB neemt actief deel aan dit P-AGNAS. Verder werd in 2010 gewerkt aan de opmaak van gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen. - In de regio Zenne-Dijle-Pajottenland werd de definitieve vaststelling van het GRUP ‘Sigmagebieden cluster Dijlemonding/Erfgoedlandschap zennegat-Battenbroek’ principieel goedgekeurd. - Het GRUP ‘Erfgoedlandschap Abdij van Westmalle’ uit de regio Noorderkempen werd verder afgewerkt en moet nu door de Vlaamse Regering voorlopig worden vastgesteld. - In de regio Haspengouw-Voeren werd er verder gewerkt aan het GRUP ‘Vallei van de Gete, Melsterbeek en Graasbeek van Budingen tot Halen. Dit GRUP werd eind 2010 voorlopig vastgesteld door de Vlaamse Regering. - In de regio Hageland kreeg het ontwerp-GRUP ‘Heverleebos-Meerdaalwoud’ verder vorm. - In de regio Neteland werd gestart met de opmaak van het GRUP ‘Vallei van de Aa en Kleine Nete tussen N19 en Grobbendonk’ en het GRUP ‘Vallei van de Grote Nete tussen Zammels Broek en Heistop-den-Berg’. - Voor de regio Limburgse Kempen en Maasland werd de procesnota voor het GRUP Landbouwgebieden en beekvalleien omgeving Helchteren, Peer, Meeuwen en Bree afgewerkt. In de regio Kust-PoldersWesthoek is gestart met de opmaak van het GRUP ‘Zwinpolder’. - In de regio Leiestreek werd gestart met de opmaak van het GRUP ‘De Gavers’ en ‘Bouvelobos, Hemsrode en Moregem’. In 2010 werd ook nog het statschot gegeven voor de volgende GRUP’s (opmaak procesnota): ‘Vallei van de Nederdaalbeek in Maarkedal’ en ‘Landbouwgebieden en beekvalleien Sint-Lievens-Houtem, Kottembos’ (regio Vlaamse Ardennen) en ‘Vallei van de Oude Kale, Appensvoorde (en Vinderhoutse Bossen)’ (regio Veldgebied Brugge-Meetjesland) en Kustpolders tussen Oudenburg, Jabbeke en Stalhille (regio KustPolders-Westhoek). Gedurende 2010 werd 320ha nieuw VEN/IVON afgebakend via GRUP’s. Bosuitbreidingsgebieden en natuurgebieden Voor de bestemmingscategorie bos is er geen significante verandering ten opzichte van de toestand 01/01/2010. Het betreft een maximale oppervlakte van 70ha. Dit cijfer moet wel met enige voorzichtigheid benaderd worden (omdat er ook enkele ha ‘categorie bosgebied’ doorgeschoven zijn naar de bestemmingscategorie Natuurgebied en reservaatgebied). Het exacte cijfer wordt in het eerste kwartaal van 2011 bekend gemaakt. Model groen Groen in de verstedelijkte omgeving krijgt niet steeds de rol toebedeeld die het verdient. Meermaals wordt “groen” in het buitengebied niet gekoppeld aan “groen” in de bebouwde omgeving. Een stedelijk groenplan kan voor deze problemen een oplossing bieden. Een stedelijk groenplan doet op een onderbouwde wijze uitspraken over waar welk groen best voorzien wordt, geeft structuren aan en is afgestemd op de bestaande plannen (RSV, GRS, GNOP, …) en het beleidskader. De uitspraken over waar welk groen best voorzien wordt, kunnen mee worden onderbouwd vanuit de groenbehoeftekaarten. Daarom worden openbare besturen uitgenodigd tot het opmaken van de groenbehoeftekaarten als opstart van het stedelijk groenplanproces. In 2009 werd het model stedelijk groenplan voorgesteld aan de openbare besturen. Zij

23


Jaarrapport ANB 2010

kunnen nu met de handleiding aan de slag. De gemeenten kunnen een toelage krijgen tot 50% van de kosten verbonden aan de opmaak van het groenplan. In 2010 hebben steden en gemeenten kunnen intekenen op groenbehoeftekaarten die door ANB ter beschikking worden gesteld. 14 steden en gemeenten zijn ingegaan op het aanbod. Natuurverbindingsgebieden Op Vlaams niveau werd er in 2010 gewerkt aan de uitbesteding van de studie ‘Kritische doorlichting van het natuurbeleid in Vlaanderen ten aanzien van ecologische verbindingen.’ Bedoeling is om kritisch te reflecteren ten aanzien van het huidige natuurbeleid aangaande de realisatie van verbindingen tussen natuurkernen. Deze studie en gebeurt in overleg met de Provincies. De studie is vastgelegd op de budgetten van 2011. Databeheer De VEN en Natuurverwevingsgebieden (NVWG), afgebakend in de goedgekeurde RUP’s, werden opgenomen in de GIS-laag. De gebieden die in de arresten van de Raad van State werden vernietigd werden uit deze GIS-laag verwijderd. Hierdoor komt de teller voor NVWG op 3203 ha te staan. De totale VEN-oppervlakte bedraagt 88972 ha.

Knelpunten en oplossingen /

3. ANB ontwikkelt een visie op de duurzame inrichting van ecologisch waardevolle gebieden. Output opgenomen in Beheersovereenkomst: Een evenwichtige en onderbouwde visie op de duurzame inrichting van ecologisch waardevolle gebieden, die bruikbaar is voor: • het doelmatig en transparant plannen en uitvoeren van het duurzame beheer; • het verlenen van adviezen; • het toekennen van subsidies.

3.1 Ontwikkeling instandhoudingsdoelstellingen. Output opgenomen in Beheersovereenkomst: Juridisch en wetenschappelijk onderbouwde instandhoudingsdoelstellingen die duidelijk en hanteerbaar zijn, zijn geformuleerd voor alle speciale beschermingszones, afgebakend in het kader van de Habitatrichtlijn, als onderdeel van Natura 2000. De instandhoudingsdoelstellingen worden tegen 2010 voorgelegd aan de minister.

24


Jaarrapport ANB 2010

> Specifieke werking: projecten Kurt Sannen Project 09.5

Opmaak Instandhoudingsdoelstellingen

Projectsponsor: Filiep Cardoen Projectleider: Kurt Sannen

Opzet Situering De Europese Commissie verwacht dat elke lidstaat tegen (eind) 2010 de prioriteiten heeft vastgesteld voor alle SBZ-H. Op 2 april 2010 besliste de Vlaamse Regering dat uiterlijk tegen 31 december 2012 de specifieke instandhoudingsdoelstellingen voor de overlappende habitat- en vogelrichtlijngebieden (inclusief aanwijzingsbesluit) definitief moeten goedgekeurd zijn. Het INBO is verantwoordelijk voor de wetenschappelijke inbreng hierbij. Om dit proces tot een goed einde te brengen is een juridische omkadering nodig, een plan van aanpak voor het opmaken van IHD, een plan van aanpak voor de uitvoering van een communicatie- en participatiestrategie opdat een politiek en maatschappelijk draagvlak kan uitgebouwd worden. Hierna kan het project in de praktijk worden uitgevoerd. Korte omschrijving Het project verloopt op vier sporen. Het eerste is de opmaak van de gewestelijke instandhoudingsdoelstellingen (G-IHD). Het tweede spoor betreft de opmaak van de IHD per SBZ. Het derde spoor behelst de communicatie en het overleg hieromtrent. Het laatste spoor is de juridische onderbouwing van dit proces met het IHD-besluit.

Middelen Naast de personeelsinzet worden volgende middelen voorzien: Basisallocatie LD0000_1LD30100_1211 LD0000_1LD30800_3300 LBC000_3LD00200_1211

Bedrag vastgelegd 49.947,93 € 228.400,00 € 426.881,41 €

LBC000_3LD00200_1211 − De opmaak van een aantal S-IHD rapporten werd uitbesteed in drie afzonderlijke uitbestedingen: één voor Antwerpen, één voor Vlaams-Brabant en één voor Limburg. − De opdracht inzake algemene ondersteuning van de procesbegeleiding werd verlengd voor het werkingsjaar 2011. − De organisatie van de wetenschappelijke begeleidingscommissie werd uitbesteed. − Er werd een studie uitbesteed inzake 'Beschrijving en analyse van voorbeeldprojecten inzake het uitvoeren van het Europese Natura-2000 beleid in Vlaanderen’. LD0000_1LD30100_1211 Inspanningen op vlak van concrete externe communicatie - Provinciale informatiemomenten voor lokale besturen: huren zaal en catering - Informatiemoment Vlaams Parlement: huur zaal en catering - Bovenlokaal Overleg: huur zaal en catering voor acht rapporten - Film: best practices en introductie Natura 2000 LD0000_1LD30800_3300 In 2010 kregen alle leden van de Vlaamse IHD-overleggroep een projectsubsidie voor het uitvoeren van communicatie en vormingsinitiatieven voor hun leden over de IHD.

Resultaten In 2010 werden in dit project belangrijke mijlpalen bereikt. De gewestelijke instandhoudingsdoelstellingen (G-IHD) geven voor een soort of een habitat aan vanaf wanneer (opppervlakte en kwaliteit van) die soort of dat habitat in Vlaanderen in een gunstige staat van instandhouding verkeert. De G-IHD werden door de Vlaamse Regering op 23 juli 2010 definitief goedgekeurd (Belgisch staatsblad 5 november 2010) na het gezamenlijk advies van de Minaraad en SALV van september 2009. De doelgroepen stelden dat de G-IHD een goede basis vormen om dit proces verder te zetten en formuleerden een aantal aanbevelingen voor de verdere aanpak. De betrokken doelgroepen in de IHD-overleggroep ondertekenden in april 2009 een intentieverklaring waarin ze zich samen achter het afgesproken overlegproces schaarden. Op 18 mei 2010 hernieuwden de

25


Jaarrapport ANB 2010

voorzitters van de betrokken doegroepen samen met de administrateurs-generaal van het ANB en INBO en Minister Schauvliege hun engagement. De intentieverklaring werd ondermeer aangevuld met de intentie dat de S-IHD’s definitief dienen goedgekeurd te zijn door de Vlaamse regering voor 31 december 2012. Op 18 mei werd in het Vlaams Parlement een informatiemoment gehouden voor de lokale besturen omtrent “lokale natuur in Europees perspectief’ in aanwezigheid van de voorzitter van de Commissie Leefmilieu van het Vlaams Parlement, de Vlaamse minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur een vertegenwoordiger van de Europese Commissie en tal van vertegenwoordigers van diverse lokale besturen. In de loop van 2010 werd vooral aandacht besteed aan de opmaak van de S-IHD-rapporten en de lokale consultatie daarover. Met doelgroepen is een overlegtraject per S-IHDrapport afgesproken in 4 fasen: focus op wetenschappelijkheid, leesbaarheid, maatschappelijke toets en politieke besluitvorming. Er dienen 34 rapporten opgemaakt te worden. 19 rapporten zijn nog in opmaak of voorbereiding door het ANB. 15 rapporten werden in 2010 in overleg gebracht. • • • •

8 1 3 3

rapporten hebben het overlegproces helemaal doorlopen rapport heeft 3 fasen van overlegproces doorlopen rapporten hebben 2 fasen van het overlegproces doorlopen rapporten zijn gestart in het overlegproces

Tegelijkertijd gaat er aandacht naar de voorbereiding van de uitvoering van de doelen en link met (implementatie) en optimalisatie van het instrumentarium, naar de verdere uitvoering van de aanpak voor de Passende Beoordeling, naar de impact van de doelen op de omgeving en vice versa, naar de relatie met de ruimtelijke ordening en naar de kalibratie van de doelen onderling en met de G-IHD. Hiertoe is afgesproken dat voor elk van deze kwesties een plan van aanpak wordt ontwikkeld door het ANB. In samenwerking met het INBO is gestart met het ontwikkelen van een monitoringsprogramma voor het opvolgen van de staat van instandhouding van de Europese habitats en soorten. Het INBO heeft in 2010 het vademecum beheermaatregelen IHD afgerond. In 2010 werd in de Vlaamse IHD-overleggroep met vertegenwoordigers van de nauwst betrokken belangengroepen en de IHD-projectgroep met vertegenwoordigers van de betrokken Vlaamse administraties intens overlegd over de verschillende aspecten van dit project. In het bijzonder werd de aanpak van de opmaak van en het overleg over de S-IHDrapporten diepgaand besproken. Bovenal werden in de Overlegen projectgroep de verschillende S-IHDrapporten tijdens de verschillende fasen van het overlegproces voorgelegd. Een web-tool werd ontwikkeld opdat de doelgroepen op een effeciënte manier hun aanbevelingen kunnen kenbaar maken aan ANB en waarbij de in een terugkoppeling over deze adviezen is voorzien. Die belangengroepen werden financieel ondersteund met het oog op de communicatie over en de participatie aan het proces voor de opmaak van instandhoudingsdoelstellingen in Vlaanderen. Via deze subsidie krijgen de organisaties middelen om hun leden te informeren over het IHD-proces én om vertegenwoordigers op te leiden voor de bovenlokale consultatie in uitvoering van de ondertekende intentieverklaring. Er werd hiernaast geen specifieke algemene communicatiecampagne gevoerd. Wel werd in de bestaande kanalen voortdurend aandacht besteed aan het IHD-project. Er werd op de ANB-website bijzondere aandacht besteed aan het IHD-verhaal en er werd een digitale Natura 2000 nieuwsbrief gecreëerd.

Knelpunten en oplossingen De doelgroepen hekelden dat onvoldoende zicht is op hoe de IHD in het Vlaamse beleid zullen gerealiseerd worden nu ondertussen de concrete S-IHDrapporten voorliggen. Met de doelgroepen is afgesproken dat via het gezamenlijk aanpakken van de 5 meest prangende kwesties (implementatie, RO, impactanalyse, passende beoordeling en kalibratie) hier meer zicht op zal gecreëerd worden. Het ANB werkte hiervoor 5 plannen van aanpak uit. Het IHD-team is door interne verschuivingen en loopbaanbeslissingen sterk afgeslankt. Het ANB heeft beslissingen genomen inzake versterking van het IHD-team via een slim wervingsbeleid (i.c. zonder extra budgetlast op niveau ANB) en via het betrekken van andere mensen binnen het ANB bij het IHD-project. Er is ondertussen meer zicht op het verloop van het overlegproces. Bij dit overlegproces zullen doelgroepen en overheden volwaardig hun inbreng kunnen doen. Dit heeft echter repercussies op de doorlooptijd die op gemiddeld 8 maanden wordt begroot. Dit impliceert dat naar de huidige schatting medio 2012 alle rapporten het overlegproces doorlopen hebben. In tussentijd zullen individuele rapporten principieel worden goedgekeurd eens ze het overlegproces hebben doorlopen. De definitieve goedkeuring gebeurt echter pas als er voldoende duidelijkheid is over de verdeling van de gewestelijke doelen over de verschillende gebieden, onverminderd de beslissing van de Vlaamse Regering om dit uiterlijk vóór 31 december 2012 te doen.

26


Jaarrapport ANB 2010

> Reguliere werking: processen Kurt Sannen GGB3.1

Opmaak en beheer van IHD

Opzet Werking op vlak van Instandhoudingsdoelstellingen zit volledig vervat in project 2009.5 Opmaak Instandhoudingsdoelstellingen (zie hoger)

Middelen Naast de personeelsinzet worden geen middelen voorzien (voor specifieke middelen zie Project 2009.5 Opmaak Instandhoudingsdoelstellingen (zie hoger).

Resultaten Indicator Oppervlakte SBZ waarvoor S-IHD beschikbaar is Aantal SBZ waarvoor S-IHD in het participatietraject zijn gebracht

Maat ha

Status ANB: 54.923

aantal

ANB: 24

Knelpunten en oplossingen /

3.2 Uitwerking natuurrichtplannen. Output opgenomen in Beheersovereenkomst: De lopende natuurrichtplannen zijn ter goedkeuring voorgelegd aan de Vlaamse minister van Leefmilieu. Aan de hand van de ervaringen met de pilootnatuurrichtplanprojecten wordt een nieuwe aanpak ontwikkeld om de doelstellingen van het gebiedsgerichte natuurbeleid te realiseren.

> Reguliere werking: processen Micha Indeherberg GGB3.2 GGB3.3

Ontwikkelen beleid inzake natuurrichtplannen Begeleiden, aansturen en opmaken van NRP

Opzet Natuurrichtplannen zijn gebiedsgerichte natuurbeleidsplannen waarin, voor een specifiek gebied met een natuurfunctie, de lange termijndoelstellingen van het natuurbeleid worden uitgewerkt. Indien nodig en mogelijk worden aan de gebiedsvisie maatregelen gekoppeld om deze doelstellingen te realiseren.

Middelen Naast de personeelsinzet worden geen middelen voorzien.

27


Jaarrapport ANB 2010

Resultaten Indicator Aantal lopende NRP Aantal NRP in uitvoering

Maat aantal aantal

Status ANB: 0 ANB: 6 AN : 1 LI : 1 OV : 1 VB : 1 WV : 2

Momenteel zijn er 6 natuurrichtplannen definitief goedgekeurd en in uitvoering: - NRP Demervallei tussen Diest en Aarschot, - NRP Het Hoppeland van Poperinge en de Zuidelijke IJzervlakte, - NRP Duinen van de Middenkust tussen Oostende en Blankenberge, - NRP Hoge Kempen, - NRP Heuvelrug-benedenstrooms, - NRP Dendervallei tussen de gewestgrens en Ninove, evenals het Raspailleboscomplex en het Geitebos. Uit de opmaak van deze natuurrichtplannen werden enkele lessen getrokken. Zo lijkt het instrument – in zijn bestaande vorm – gekenmerkt door een te zwaar overlegproces om toegepast te worden op alle Speciale Beschermingszones en het volledige Vlaams Ecologisch Netwerk. Ook is sowieso een omslag nodig opdat de prioritaire implementatie van de natuurdoelen voor de Speciale Beschermingszones op maat van de noden die zich stellen, kan gebeuren. In afwachting van het verder uitwerken van de nieuwe aanpak

worden er geen nieuwe natuurrichtplannen opgestart.

Knelpunten en oplossingen Naar aanleiding van de evaluatie van de natuurrichtplannen en de noden die ontstaan uit het IHD-proces, zal nagegaan worden hoe en met welke instrumenten de IHD best worden gerealiseerd. In 2010 is beslist dat de optimalisatie van de instrumenten in eerste instantie zal gebeuren in de schoot van de Minaraad. In het tweede kwartaal van 2011 zijn de eerste resultaten daarvan te verwachten. Parallel is ook beslist dat er een aparte werkgroep zal worden opgestart (zie hoger vermelde kwesties bij project 09.05) die zich zal buigen over de implementatie (d.i. de wijze waarop de instrumenten zullen worden ingezet).

3.3 Samenwerking met partners met het oog op ontwikkeling gemeenschappelijke gebiedsvisies. Output opgenomen in Beheersovereenkomst: Een actieve en constructieve bijdrage aan een aantal lopende samenwerkingsverbanden.

> Specifieke werking: projecten Brenda Bussche Project 09.25

Zwinproject

Projectsponsor: Brenda Bussche Projectleider: Brenda Bussche

28


Jaarrapport ANB 2010

Opzet Situering In 2006 werd het Agentschap voor Natuur en Bos eigenaar van het natuurgebied omschreven als ‘de Zwinvlakte’ (thans Gewestelijk Natuurdomein ‘Het Zwin’) en de Provincie West-Vlaanderen eigenaar van het zogenaamde ‘Vogelpark’ (thans Provinciaal Natuurpark ‘Het Zwin’). De samenwerkingovereenkomst van 27 augustus 2008 tussen het Provinciebestuur en ANB heeft als doel om ‘het Zwin’, bestaande uit het Provinciaal Natuurpark (voormalig ‘Vogelpark’) en het Gewestelijk Natuurdomein (toekomstig Vlaams natuurreservaat) en oorspronkelijk behorend tot één en dezelfde eigenaar, nu beide delen door twee verschillende eigenaars zijn verworven, als één geheel te benaderen, samen ook met de dijken en duinen die rond de zwinvlakte liggen. Provincie zal vooral financieel actief zijn in provinciaal Natuurpark, ANB zal financieel actief zijn in Zwinvlakte, doch beiden zullen tot een overeenkomst komen voor de uitbouw van het nieuwe bezoekerscentrum. Het Zwinproject is een totaalproject met vele dimensies waar de betrokken administraties en openbare instellingen op een geïntegreerde wijze samenwerken. Korte omschrijving De projectmissie van het Zwin Natuurcentrum wil, op basis van de verdere natuurontwikkeling van de Zwinvlakte en het Natuurpark Zwin, aan het brede publiek en diversie doelgroepen een natuurtoeristische attractie met educatief karakter aanbieden, gekoppeld aan een nieuwe toeristische onthaalfunctie voor de Zwinstreek. Deze natuurtoeristische attractie gaat enerzijds uit van de aanwezige natuur zelf als attractie, anderzijds van een versterking van de beleving ervan door een aanvullend, boeiend en actueel gebracht geheel van natuurgerichte elementen en door activiteiten met focus op natuurervaring en natuurrespect. In het kader van het INTERREG IV A is een project REECZ opgestart met verschillende partners en grensoverschrijdend. REECZ staat voor Recreatie en Ecotoerisme van de Zwinstreek. REECZ is een innovatief, uitvoeringsgericht project gericht op grensoverschrijdende beleving van de natuur, het erfgoed en het landschap van de Zwinstreek. REECZ omvat de doelstellingen van het Zwinproject volledig. Daarnaast is er ook een nauwe samenhang met het Uitbreidingsproject Zwin, waarbij 120 ha in de WillemLeopoldpolder zal ontpolderd worden. Hiervoor wordt samen met de Provincie Zeeland en het Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust, Afdeling Kust (MDK) een inrichtingsplan uitgewerkt voor de nieuw aan te leggen dijk en de inrichting van de Zwinvlakte en de Willem-Leopoldpolder. Het herstel en de instandhouding van de biodiversiteit van Het Zwin is voor Vlaanderen een internationale verplichting die opgelegd wordt door de Europese Vogel- en Habitatrichtlijnen alsook door de Internationale ‘Wetland-conventie’ van Ramsar. Om het ANB de aanzienlijke investeringen die het herstel en de instandhouding van de biodiversiteit van Het Zwin vergen te helpen bekostigen en ook aan het geheel project een internationale uitstraling te geven, was het aangewezen om voor de natuurtechnische inrichting van het bestaande Gewestelijk Natuurdomein Het Zwin cofinanciering van de Europese Unie in het kader van het programma LIFE+ aan te vragen. Een nieuwe LIFE + project werd ingediend en goedgekeurd. Dit project ZTAR genaamd, Zwin Tidal Restoration Area gaat van start op 1 januari 2011 en loopt tot 31 december 2015.

Middelen Naast de personeelsinzet werden volgende middelen voorzien: Basisallocatie LD0000_1LD31900_7340

Bedrag vastgelegd 116.575,05 €

Het vastgelegde bedrag bestond uit twee vastleggingen: Interreg- IV A - project REECZ: 1. Vervaardigen en plaatsen van informatieborden en interne bewegwijzering in het Vlaams Natuurreservaat De Zwinduinen en polders, voor een bedrag van 31.383, 45 € 2. Vervaardigen en plaatsen van een uitkijkplatform met landschapsbord in het Vlaams Natuurreservaat 'De Zwinduinen en -polders' voor een bedrag van 85.191,60 €

Resultaten Op 27/05/2010 werd een samenwerkingsovereenkomst afgesloten tussen het Agentschap voor Natuur en Bos en de Provincie West-Vlaanderen betreffende de prijsvraag voor ontwerpen aangaande het Zwin Natuurcentrum. In deze overeenkomst werden eveneens een aantal financiële afspraken gemaakt tussen beide besturen in functie van de toekomstige exploitatie van het Zwin Natuurcentrum. Op 23/9/2010 werd beslist over het wedstrijdbestek voor de ontwerpwedstrijd van het Natuurcentrum Zwin, waaraan vijf teams van kandidaat-ontwerpers deelnemen. Een internationale wedstrijdjury selecteerde op 17 september de vijf teams. De prijsvraag omvat de opmaak van een ontwerp voor het Zwin Natuurcentrum en is uitdrukkelijk gericht

29


Jaarrapport ANB 2010

op realisatie in 2013. Daarnaast omvat de wedstrijd ook elementen van ruimere integratie van het Zwin Natuurcentrum in het Zwin. De kandidaat-ontwerpers hebben tot eind januari 2011 de tijd om hun wedstrijdontwerp in te dienen. De ontwerpers van de drie best gerangschikte en valabele wedstrijdontwerpen zijn de laureaten van de ontwerpwedstrijd. Na een onderhandelingsprocedure wordt aan één van deze lauraat-ontwerpers de opdracht toegekend voor de opmaak van het uitvoeringsontwerp met aanbestedingsbestekken en coördinatie van de uitvoering op het terrein. In mei 2010 werd het inrichtingsplan voor het duurzaam behoud en de uitbreiding van het Zwin als natuurlijk intergetijdengebied afgerond in nauwe samenwerking met de Provincie Zeeland en het Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust, Afdeling Kust (MDK). De onderhandelingen tot aankoop van de terreinen werden door de Vlaamse Landmaatschappij opgestart. Het Life-natuurproject ZENO liep af op 31 december 2010. Alle doelstellingen binnen dit project, die voornamelijk het natuurherstel in het Vlaams Natuurreservaat de Zwinduinen en Polders, beoogde zijn met succes afgerond.

Knelpunten en oplossingen /

4. ANB zorgt voor meer en betere natuur, bos en groen via het duurzaam beheren van ecologisch waardevolle gebieden. Output opgenomen in Beheersovereenkomst: De kwalitatieve en duurzame inzet van instrumenten met het oog op een toename van het areaal natuur, bos en groen dat wordt beheerd door ANB. Een significante toename van het areaal natuur, bos en groen dat duurzaam wordt beheerd door ANB.

4.1 Een wezenlijke bijdrage leveren aan de uitvoering van Ontwikkelingsschets 2010, Schelde-estuarium Output opgenomen in Beheersovereenkomst: Uitvoering van de goedgekeurde besluiten van het luik natuur en het luik veiligheid rond de Ontwikkelingsschets 2010, met het oog op de realisatie van de gunstige staat van instandhouding van het Schelde-estuarium en de natuurdoelstellingen van de langetermijnvisie voor het Schelde-estuarium. Uitvoering van het meest wenselijke alternatief van het geactualiseerde Sigmaplan, volgens de door de Vlaamse Regering besliste planning.

> Specifieke werking: projecten Lieven Nachtergale Project 09.6

SIGMA

Projectsponsor: Jos Rutten Projectleider: Lieven Nachtergale

30


Jaarrapport ANB 2010

Opzet Situering Het Sigmaplan kadert binnen de Vlaams-Nederlandse Langetermijnvisie of de Ontwikkelingsschets 2010 die naast veiligheid en toegankelijkheid ook de natuurlijkheid van de Westerschelde en Zeeschelde moet gaan herstellen. Naast het Sigmaplan s.s. zijn er nog projecten als Natuurcompensaties LSO, Natuurontwikkeling Strategisch Plan Antwerpse haven en Natuurontwikkeling Kruibeke-Bazel-Rupelmonde waarin het ANB mee de natuurontwikkeling langs de Schelde helpt te verwezenlijken. Het geactualiseerd Sigmaplan is een prioritair project binnen het Vlaamse relanceplan. De natuurontwikkeling faciliteert immers de verdere economische ontwikkelingen in de ruime Schelderegio. Korte omschrijving Het geactualiseerde Sigmaplan en de gerelateerde projecten voorzien in de aanleg van een aanzienlijke oppervlakte nieuwe natuur. De inplanting van deze natuur valt zoveel mogelijk samen met bestaande of nieuw aan te leggen gecontroleerde overstromingsgebieden. Er is echter ook natuurontwikkeling voorzien los van overstromingsgebieden. Het ANB speelt hierin een ondersteunende of trekkende rol.

Middelen Naast de personeelsinzet worden volgende middelen voorzien: Basisallocatie LBC000_3LD00200_1211 LBC000_3LD00300_1211 LBC000_3LD02600_7100

Bedrag vastgelegd 256.159,94 € 61.420,93 € 111.076,16 €

Aanvullend op bovenstaande cijfers wordt volledigheidshalve meegegeven dat ook volgende bedragen ten behoeve van SIGMA werden ingezet: Op BA LDC0000_3LD00400_1211:

€ 38.788,44 Allerlei kleine aankopen, via systeem Vereffenaar kort, (gevat onder BEH 4.4, zie deel 4.3)

Op BA LBC000_3LD00300_1211:

€ 16.239,65 Aankoop peilbuisdatalogger (gevat onder BEH 4.4, zie deel 4.3 in dit rapport)

Op BA LBC000_3LD02600_71000:

€ 2.000.000 Vastlegging voor aankoop terreinen. (gevat onder PAT 3.2 zie deel 4.2 in dit rapport)

Resultaten Sigmaplan De projectMER’s voor alle projecten (Kalkense Meersen en Durmewetlands) zijn goedgekeurd evenals alle GRUP’s. Voor de Durmewetlands zijn de technische ontwerpen voor de recreatieve infrastructuur en de grote graafwerken klaar. De opdracht is gegund voor de vertaling in een uitvoeringsbestek, de opmaak van stedenbouwkundige vergunningen en de opvolging der werken. Stedenbouwkundige vergunningen werden aangevraagd voor omvorming van bos naar grasland. De eerste vergunning is ook verkregen. Daarmee hebben de Durmeprojecten de vooropgestelde datum van ‘in realisatie gaan’ gehaald. In november 2010 is het noodzakelijke archeologische onderzoek gestart in Durme. In de Kalkense Meersen bleek dit niet noodzakelijk. De studie voor het ontwerp van regelbare en visvriendelijke stuwen en oeverinrichting in de Kalkense Meersen is in afronding. De ontwerpstudie voor de detailinrichting van de Grote Nete is gegund en van start gegaan. Voor KBR is de ontwerpstudie voor de recreatieve uitbouw van Schiphoekpolder in afronding en loopt de studie voor het ontwerp van stuwen in het weidevogelgebied in Bazel en Rupelmonde. Voor het project KBR loopt tot 2013 een Interregproject rond duurzaam toerisme in estuariene gebieden waarbij ANB en W&Z gezamenlijk optreden als inrichtende instanties. Partners zijn De Biesbosch (Nederland) en The Broads (Verenigd Koninkrijk). Voor het geactualiseerde Sigmaplan is bovenop de globale communicatie de stap gezet naar een gebiedsgerichte, lokale communicatie met lokale nieuwsbrieven, infomarkten en projectfilms. Deze communicatie wordt toegespitst op de werken in voorbereiding en (de afronding van) het flankerend landbouwbeleid. De opmaak van het globale onthaalplan zit in een finale fase. Overkoepelend ging veel aandacht naar ondersteunende en draagvlakverbredende acties als de opleiding van natuurgidsen (GOG KBR, Durmevallei), een natuureducatief project met scholen in de Kalkense Meersen, openwerfdagen, boomplantacties, …

31


Jaarrapport ANB 2010

Het flankerende landbouwbeleid is uitgewerkt en is operationeel: het ANB heeft dit in grote mate naar zich toegetrokken (bv. dienstenconvenanten, bedrijfsverplaatsing, afspraken op het terrein, opmaak protocols, …). De werking van de grondenbank Sigmaplan werd aangepast en focust nu op de flankerende maatregelen en ruilgrond in zoekgebied, een maandelijks intern opvolgingssysteem loopt en de procedure voor een bedrijfsverplaatsing is afgerond. In overleg met de betrokken sectoren is een fasering uitgewerkt voor de cluster Kalkense Meersen en geïmplementeerd in het betreffende GRUP. Dienstenconvenanten werden afgesloten en het omvormingsbeheer is gestart. Daarmee is ook in het gebied Kalkense Meersen het project tijdig in realisatie gegaan. In de projectgebieden waarvoor een onteingeningsbesluit is goedgekeurd zijn de financiële stimuli voor verwerving en stopzetting gebruik beëindigd (vier van de vijf projectgebieden). In de Kalkense Meersen wordt samen met het Regionaal Landschap Schelde-Durme en lokale landbouwers een weidevogelproject met overgangsregime uitgevoerd. Zo wordt een vlotte overstap naar het weidevogelbeheer via dienstenconvenanten gegarandeerd. In totaal is 71 ha projectgebied verworven. De onteigeningsplannen en –besluiten voor alle projectgebieden zijn goedgekeurd en werden na lokaal overleg betekend. De noodzakelijke bedragen zijn deels vastgelegd. Er wordt met succes ondersteuning geboden aan het Aankoopcomité. Doordat prioriteit moest worden gegeven aan het stopzetten van de pachten van het merendeel van de landbouwers (gebruikers), vertraagt de verwerving (eigenaars). Het monitoringsteam heeft de volledige uitgangssituatie voor het Sigmaplan geïnventariseerd (hydrologie, broedvogels, vegetatie, vleermuizen, vissen) conform de afspraken zoals geformaliseerd op niveau van de Vlaams-Nederlandse Scheldecommissie. Zij trekken ook de opmaak van de s-IHD voor het Zeescheldebekken. Voor de 2010-projecten werd een afspraak over het toekomstige beheer opgemaakt met NV Waterwegen en Zeekanaal. Op dit moment wordt onderhandeld over de ontwerpconcessies die deze afspraak bekrachtigen. Voor het hele Sigmaproject werden de meerjarenbegroting en de gedetailleerde meerjarenplanning geactualiseerd na het nodige interne overleg binnen het ANB. De klemtoon ligt op de verwerving van het gebied en de start van het omvormingsbeheer met lokale landbouwers. Vanaf 2011 gaat het om jaarlijks 120 à 150 ha. Strategisch Plan Antwerpse haven Voor het Antwerpse havengebied werd in overleg met de haven- en landbouwsector en onder aansturing van het kabinet een fasering uitgewerkt voor de realisatie van de natuurkerngebieden in het kader van het Strategisch Plan van de haven van Antwerpen. Voor de communicatie werd een gecoördineerde aanpak uitgewerkt met de betrokken instanties. Ook de opleiding van natuurgidsen stond hier op het programma.

Knelpunten en oplossingen 1. De verwerving blijft een knelpunt. Om het gewenste aankoopritme te halen moet de ondersteuning van het Aankoopcomité worden verdergezet of uitgebreid. 2. Er zijn afspraken nodig rond een overgangsregeling voor de jacht. Zoniet dreigt de aankoop van gronden drastisch te vertragen. Overleg is opgestart. 3. Voor een deel van geplande ontbossingen in de Kalkense Meersen is er nood aan gronden om boscompensatie op te realiseren. Een samenwerking met W&Z kan hiervoor een structurele oplossing bieden, met minder uitgaven op het niveau van de Vlaamse overheid als resultaat. 4. De nodige middelen voor (vooral) verwerving moeten absoluut beschikbaar zijn. De komende jaren zal dat zwaar op de ANB-begroting wegen omdat met de goedkeuring van de onteigeningsbesluiten ook de verwerving zal versnellen.

32


Jaarrapport ANB 2010

4.2 Een wezenlijke bijdrage aan het realiseren van een consistente netwerkstructuur van natuur en bos door uitbreiding areaal natuur- en bosterreinen in beheer bij het agentschap. Output opgenomen in Beheersovereenkomst: Een beleid inzake aankoop of gebruiksrechten met het oog op de doelstellingen van het Milieubeleidsplan. Bijkomende oppervlakte natuur- en bosgebieden in beheer bij ANB. Een prijsbewust en zorgvuldig aankoopbeleid. Uitbouw van natuurgebieden, bossen en parken, afgestemd op de noden van de huidige en toekomstige generaties. Internationale samenwerking met het oog op de realisatie van een grensoverschrijdend netwerk van natuur, bos en groen.

> Reguliere werking: processen Yves Decuypere PAT2.1

Beheren van inventaris eigendommen en inventaris van beheersovereenkomsten of huur

PAT2.2

Beheren van topografische opmetingen

PAT2.3

Beheren van de administratieve aangelegenheden inzake grondbeheer (onroerende voorheffing ,polderbelastingen, mestbankregistratie,...)

PAT2.4

Beheren van overeenkomsten en concessies

PAT2.5.

Voorbereiden, bewaken en opvolgen van juridische aspecten van het patrimoniumbeheer

PAT3.1

Coördineren bepalen en bewaken aankoopstrategie

PAT3.2

Beheren van aankopen gronden ANB (incl. gebouwen)

PAT3.3

Beheren van ruil en vervreemdingen gronden

Opzet Het afgelopen milieubeleidsplan MINA-plan 3 (2003-2007) voorzag in het bereiken van 50.000 ha onder ‘effectief natuurbeheer’. Hiertoe werd een jaarlijks verwervingsritme vooropgesteld van 1000 ha natuur door terreinbeherende verenigingen, 1000 ha natuur door het Vlaams gewest (ANB) en 1000 ha bos- en bosuitbreiding door het Vlaams gewest (ANB). Op het einde van de planperiode bedroeg de oppervlakte onder effectief natuurbeheer 37.348 ha. Het MINA-plan 3+ (tot 2010) behoudt dit vooropgestelde verwervingsritme. De aankoop van gebieden door het ANB kadert in een ruimtelijke beleidsvisie: Hiertoe werden perimeters afgebakend en zoekzones voor bosuitbreiding. Deze afbakening is niet statisch maar dynamisch, bovendien moet de verwezenlijking van de doelen gezien worden op middellange termijn, waarbij er een prioriteitenstelling gebeurt in functie van belang, urgentie en kansenrijkdom. Momenteel zet het ANB het instrument verwerving in : Waar bijzondere waarden een specifiek en duurzaam beheer vereisen; Waar de schaalgrootte van projecten, vooral in functie van beheer- en inrichtingswerken, een duurzame aanpak vereist en waarbij een hoge versnipperingsgraad contraproductief werkt op het te voeren beheer; Waar de complexiteit van projecten (vele partners en doelgroepen, complexe doelen, complex beheer, … ) initiatief van de overheid vereist; Waar het particulier belang het behalen van doelstellingen van algemeen belang (sociaal-recreatieve en/of ecologische) in de verdrukking brengt; Waar internationale verplichtingen dit noodzaken. Voor wat de aankoop van terreinen betreft bestaat de afweging er vooral in om afhankelijk van de randvoorwaarden gesteld door het specifieke project dàt instrument in te zetten: dat het snelste leidt tot effectief resultaat dat leidt tot de meest gunstige voorwaarden

33


Jaarrapport ANB 2010

Die instrumenten zijn: aankoop in der minne aankoop via recht van voorkoop aankoop via onteigeningen Verder wordt ook gewerkt aan een geïntegreerd afwegingskader inzake het aankoopbeleid van terreinen door ANB in functie van de functionaliteit van de verworven domeinen. Naast de aankoop op zich houdt dit proces ook een aantal andere taken in. Dit gaat van het vervullen van de administratieve verplichtingen, over het doen van de nodige topografische vaststellingen, het uitwinnen van de pacht, tot het aangaan van overeenkomsten en concessies in functie van het technische beheer van terreinen in eigendom. De patrimoniumdatabank tenslotte vormt de centrale databank wat betreft de terreinen in eigendom en/of beheer binnen het agentschap. Deze databank wordt aangevuld met een databank waarin alle overeenkomsten worden opgenomen (betalende, te betalen en gratis) waardoor een geoptimaliseerd beheer ervan, inclusief de opvolging van ontvangsten en betalingen mogelijk wordt.

Middelen Naast de personeelsinzet worden volgende middelen voorzien: Basisallocatie LD0000_1LD31700_7112 LBC000_3LD00300_1211 LBC000_3LD02600_7100 LBC000_3LD02900_6141

Bedrag vastgelegd 1.451.876,71 € 138.204,76 € 13.656.631,72 € 3.679.729,80 €

Resultaten

34

Indicator Nieuwe oppervlakte in beheer bij ANB

Maat Ha

Totale oppervlakte in beheer bij ANB

Ha

Totale oppervlakte in eigendom bij ANB

Ha

Nieuwe oppervlakte in eigendom bij ANB

Ha

Aantal topografische opmetingen in eigen regie

aantal

Aantal topografische opmetingen via uitbesteding (ATO of andere)

aantal

Status ANB: 5.272 AN : 81 LI : 3.832 OV : 115 VB : 1.052 WV : 192 ANB: 74.038 AN : 19.306 LI : 29.998 OV : 4.909 VB : 1.0901 WV : 8.930 ANB: 42.309 AN : 10.426 LI : 13.501 OV : 3.388 VB : 8.573 WV : 6.421 ANB: 817 AN : 162 LI : 305 OV : 30 VB : 185 WV : 135 ANB: 51 AN : 8 LI : 8 OV : 7 VB : 21 WV : 7 ANB: 8 AN : 0 LI : 1 OV : 1 VB : 0 WV : 6


Jaarrapport ANB 2010

Oppervlakte gronden waarvoor vastlegging is genomen ifv toekomstige aankoop

ha

Bedrag waarvoor vastlegging is genomen ifv toekomstige aankoop tov beschikbaar

%

Bedrag waarvoor vastlegging is genomen ifv toekomstige aankoop

euro

Bedrag van dossiers in voorbereiding

euro

Oppervlakte van dossiers in voorbereiding

Ha

ANB: 983 AN : 205 LI : 269 OV : 82 VB : 190 WV : 237 ANB: 90,06 AN : 41,55 LI : 7,33 OV : 9,42 VB : 14,74 WV : 17,02 ANB: 26.118.981 AN : 4.274.285 LI : 2.126.538 OV : 12.051.193 VB : 2.733.182 WV : 4.933.781 ANB: 19.550.705 AN : 1.688.546 LI : 4.849.275 OV : 3.195.390 VB : 5.861.264 WV : 3.956.230 ANB: 742 AN : 112 LI : 282 OV : 13 VB : 225 WV : 110

Er werden in 2010 tot nu toe voor 631 ha aankoopakten ontvangen, daarnaast werd er 79 ha verworven via het instrument recht van voorkoop. Bovenstaande cijfers (effectieve aankoop) zijn een voorlopig resultaat aangezien er nog inkomende akten die betrekking hebben op het budget van 2010 kunnen worden verwacht tot midden maart 2011. Gronden die door VLM werden verworven via grondenbanken zijn niet in deze cijfers inbegrepen. Los van de vastleggingen voor grondenbanken en recht van voorkoop werd in 2010 voor 850 ha nieuwe aankoopvoorstellen vastgelegd. Er was meer aanbod dan dat er vastleggingskrediet was, waardoor de vastlegging van een aantal projecten naar 2011 verschoven diende te worden. Er werd in 2010 een belangrijke vastlegging genomen voor de onteigening van Parkbos Gent. Wel is het zo dat de toegenomen investeringen in strategische projecten en ook grondenbanken zich in de cijfers voorlopig nog niet laten gelden wat betreft gekochte oppervlakte. Bij reguliere aankoopprojecten zijn resultaten (gekochte oppervlakte) sneller te zien in de cijfers. Aangezien er in de loop van 2010 voor een aantal projectgebieden van het Sigmaplan onteigeningsbesluiten werden goedgekeurd wordt verwacht dat vanaf begin 2011 de eerste onteigeningsakten kunnen verleden en uitbetaald worden. Dit geldt ook voor parkbos Gent. De aankoopcomités (federale overheid, FOD Financiën) kampen met achterstand waardoor de natuur- en bosaankopen niet altijd de hoogste prioriteit krijgen, grootste knelpunten situeren zich in Oost-Vlaanderen en Limburg (noden veroorzaakt door op stapel staande grote infrastructuurprojecten versus potentiële personeelsinzet). Het ANB startte daarom een samenwerking met het Vlaams notariaat (Dienst vastgoedakten). De werking van de Dienst Vastgoedakten werd vanaf januari 2010 per decreet geregeld. In de opstartfase zal de Dienst Vastgoedakten nog niet schatten en onderhandelen, wel staat het in voor de opmaak en het verlijden van de akten. De onderhandelen in de dossiers waarbij we van de Dienst Vastgoedakten gebruik maken gebeuren door ANB zelf. Afspraken rondom de samenwerking werden opgenomen in een protocol tussen de Dienst Vastgoedakten en ANB. In een testfase werden door de Dienst Vastgoedakten in eerste instantie voornamelijk de akten geregeld voor de periodieke overdracht (van VLM naar ANB) van via recht van voorkoop verworven terreinen. Verder gebeurde er een selectie van aankopen in der minne die aan de Dienst Vastgoedakten werden toegewezen. Deze selectie gebeurt op de provinciale diensten, zodat men zelf het werkvolume (mogelijkheid tot onderhandelingen) in de hand houdt. Na een inwerkperiode zal het pilootproject worden geëvalueerd. De federale aankoopcomités blijven nog bereid om onderhandelingen te voeren voor die dossiers waarvoor ze aankoopopdrachten ontvangen. Er werd in de loop van 2010 wel vastgesteld dat er bij de aankoopcomités, door het niet vervangen van aankoopcommissarissen personeelstekort optreedt, hierdoor zal het aandeel van de dossiers dat door de Dienst Vastgoedakten wordt behandeld ongetwijfeld verder stijgen in 2011.

35


Jaarrapport ANB 2010

Sinds het afsluiten van een protocol over het recht van voorkoop tussen VLM en ANB gebeurt de financiering en de adviesverlening over het recht van voorkoop in gewijzigde vorm. Het definitieve advies rond recht van voorkoop gebeurt tegenwoordig via de centrale diensten van ANB, waarbij het afdelingshoofd Beheer de door de provinciale diensten voorbereide adviezen bekrachtigt. Wat de financiering betreft wordt er gewerkt met kredieten die worden vastgelegd en tijdig ter beschikking gesteld van de VLM. VLM houdt de teller bij van het nog beschikbare budget en signaleert wanneer de kredieten dreigen uitgeput te geraken. Op dat moment voorziet ANB de uitbetaling van een laatste schijf of, bij tekort aan kredieten, in een bijkomende vastlegging. Er werd 79 ha verworven via het instrument recht van voorkoop natuur. De eerste maanden van 2010 werd gewerkt aan een project om dossieropvolgingssysteem te komen voor de aankopen. Vanaf april 2010 kon ingeven van gegevens in het nieuwe systeem. Van het ogenblik af dat opvolgingssysteem zijn opgenomen zal de opvolging van en rapportering over kunnen gebeuren.

tot een gezamenlijk gestart worden met het al de dossiers in het de aankopen efficiënter

Knelpunten en oplossingen Tijdig betalingen aankoopakten en verwijlinteresten Het behalen van de betalingstermijn voor de ordonnancering van aankoopakten vormde vooral begin 2010 nog een belangrijk knelpunt. Door de invoering van het nieuwe boekhoudprogramma orafin2010 kon er tijdelijk niet betaald worden. Op het einde van het jaar was er vertraging wegens het ontbreken van ordonnanceringskrediet en het uitblijven van een kredietherschikking om dit op te lossen. Er worden bijkomende initiatieven voorzien om het proces nog efficiënter te laten verlopen zodat verwijlintresten verder kunnen worden beperkt. Een groot deel van de budgetopvolging gebeurt momenteel binnen de cel Patrimoniumbeheer zelf, wat tijd uitspaart. Toch blijven ook externe processtappen de tijdige betaling hypothekeren. Zo kan de betaling slechts effectief worden opgestart na ontvangst van een vereffeningsvoorstel annex geregistreerde akte. In het protocol met de Dienst Vastgoedakten werden hiertoe striktere termijnen voorzien. Actief op vele terreinen Er dienen zich de komende jaren ongetwijfeld een aantal belangrijke aankoopdossiers aan. Niet enkel komen er de komende jaren verschillende door Defensie afgestoten militaire domeinen met hoge natuurwaarden op de markt, ook zal ANB de volgende begrotingsjaren blijvend participeren in een aantal strategische projecten zoals het Sigmaplan, Parkbos Gent of andere stadsbosprojecten. Tegelijk dient ANB zich bij de aankoop ook te richten naar de bescherming en de ontwikkeling van belangrijke natuurwaarden in SBZ. Het IHD-verhaal kan en zal een versnelde aankoop van die gebieden noodzakelijk maken. Grote uitdaging is het om de taakstelling op het vlak van aankopen te kunnen blijven vervullen, met beschikbare kredieten die omwille van de budgettaire toestand niet omhoog zullen gaan, en dat tegen een achtergrond van stijgende grondprijzen. Grote aankoopprojecten worden in de mate van het mogelijke ingepast in een meerjarenbegroting voor aankopen. Ook moet erover gewaakt worden dat de reguliere aankoopprojecten (uitbreiding ANBdomeinen) niet in de verdrukking komen omdat enkel wordt ingezet op grote projecten. Want tenslotte blijft de verdere invulling van de aankoopperimeters van bos- en natuurgebieden ook noodzakelijk (duurzaamheid beheer, biodiversiteit, IHD’s) en gebeuren deze aankopen vaak nog aan relatief lage grondprijzen. Wat niet wegneemt dat de aankoopperimeters moeten geëvalueerd worden, deze oefening moet leiden tot geactualiseerde ANB-aankoopgebieden.

36


Jaarrapport ANB 2010

4.3 Planning, uitvoering en monitoring van duurzaam beheer door ANB. Output opgenomen in Beheersovereenkomst: Aantoonbare garanties van duurzaam beheer onder meer op basis van een goedgekeurd beheerplan. Efficiënt en effectief beheer door middel van de inzet van gebruiksovereenkomsten (onder andere. met landbouwers). Bijdrage aan de optimalisering van monitoring in samenwerking met het INBO. Bijdrage aan een betere afstemming op de monitoring van andere entiteiten. Oppervlakte parken, natuur- en bosgebieden waarvoor een goedgekeurd beheerplan bestaat. Prestatienorm: 1000 ha.

> Specifieke werking: projecten Bart Roelandt Project 09.16

Pilootprojecten kuddebeheer

Projectsponsor: Roel Vanhaeren Projectleider: Bart Roelandt

Opzet Situering In 2008 werd gestart met het project ‘begrazing en kuddebeheer’. Binnen dit project werden 2 werkgroepen opgericht: de werkgroep ‘Beheervisie begrazing en kuddebeheer’ en de werkgroep ‘Organisatie begrazing en kuddebeheer’. De 1ste werkgroep buigt zich over de vraag “wanneer begrazen”, de 2de werkgroep over de vraag “wanneer en hoe begrazing uitbesteden”.Vanuit de werkgroepen "begrazing en kuddebeheer" is de nood aan meer detailinformatie gebleken. Tegelijkertijd moeten reeds beslissingen genomen worden betreffende een aantal dossiers betreffende uitbesteding van begrazing. Dit project tracht beide te verzoenen. Korte omschrijving Een selectie uit bestaande begrazingsprojecten zal gemaakt worden met als doel deze projecten gedetailleerd op te volgen in de tijd. Deze "monitoring" moet gedetailleerde gegevens opleveren betreffende begrazing. Zowel beheertechnische gegevens (begrazingstype, beoogde doelen, ...) als gegevens over kostprijs en tijdsbesteding moeten gedetailleerd opgevolgd worden en lering uit getrokken worden. Via de pilootprojecten rond uitbesteding van begrazing moeten we dan weer meer te weten komen rond mogelijke uitbestedingsvormen en samenwerkingsverbanden. Tijdens de looptijd van het project (meerjaren) zullen eerst bestekken op maat gemaakt worden. Deze kunnen later de basis vormen voor typebestekken. Mogelijke samenwerkingsverbanden moeten met verschillende partners besproken worden en eventueel uitgetest in enkele pilootprojecten.

Middelen Naast de personeelsinzet werden geen middelen voorzien.

Resultaten

Gegevens over werkuren, gebruiksovereenkomsten, verbruiksgoederen en onderhoud van infrastructuur en beheer van de kudde werden op eenvormige manier via invulfiches verzameld. Deze gegevens werden verwerkt en leverden interessante gegevens die konden meegenomen worden in de opmaak van een afwegingskader “wanneer en hoe uitbesteden”. Gegevens betreffende inrichting van infrastructuur (investeringen) konden nog niet worden verzameld. Deze blijken echter een grote impact te hebben op de kostprijs van begrazing.

Een aanzet tot afwegingskader werd voorgesteld aan de regiobeheerders. Een beslissingsboom werd verder uitgewerkt in het document “begrazing en kuddebeheer bij het ANB”

De uitbesteding Kalmthoutse hei werd afgerond. De keuze voor een onderhandelingsprocedure bleek heel positief te zijn geweest op de uiteindelijke aanbestedingsprijs. Het proces was leerrijk en leverde nuttige informatie die in andere projecten kan ingezet worden.

37


Jaarrapport ANB 2010

De veedatabank werd door IT omgewerkt tot een webapplicatie die veel gebruiksvriendelijker is dan de oorspronkelijke access-databank. 90% van de gegevens zijn ingevoerd. Knelpunt is dat de gegevens van de paarden van provincie Antwerpen nog steeds niet ingevoerd zijn, waardoor volledige overzichten nog niet kunnen geproduceerd worden.

Martine Waterinckx Project 09.13

Monitoringplan IHD en beheer eigen domeinen

Projectsponsor: Roel Vanhaeren Projectleider: Martine Waterinckx

Opzet Situering Europa verplicht de lidstaten om te rapporteren over de Natura 2000 gebieden, habitats en soorten met een zesjaarlijkse frequentie. ANB beheert terreinen/domeinen en wil de resultaten van dat beheer opvolgen. De uitdaging is de onderliggende gegevensbehoefte grondig te analyseren om op een optimale en kostenefficiënte manier de hiervoor nodige meetnetten te ontwikkelen. Hierbij wordt uitgaan van wat al bestaat aan monitoringsinitiatieven en wordt onderzocht welke bijsturingen nodig zijn. Korte omschrijving Het project beoogt de opmaak van een monitoringsplan voor monitoring Natura 2000 en monitoring beheer eigen domeinen. Dit zal gebeuren op basis van de Leidraad voor het ontwerp en de evaluatie van meetnetten voor het milieu- en natuurbeleid (INBO, 2008). Hierbij worden volgende fasen doorlopen: prioriteren informatiebehoeften (= meetvragen éénduidig formuleren), uitwerken steekproefontwerp en gegevensinzameling, plan gegevensverwerking, plan rapportering en communicatie, implementatie en kwaliteitszorg. Hierbij moet steeds de financiële haalbaarheid voor ogen worden gehouden. Indien de kosten te hoog oplopen, moeten de meetvragen en/of de methodologie aangepast worden. Eens de meetvragen éénduidig geformuleerd zijn, moet duidelijk zijn welke gegevens moeten ingezameld worden en welke (bestaande) meetnetten hiervoor zullen ingezet worden. Dan kan ook beslist worden wie welke gegevens inzamelt (ANB/INBO/derden). Voor het opmaken van de monitoringsplannen wordt samengewerkt met het INBO voor ondersteuning door methodologen en statistici.

Middelen /

Resultaten Bij het project worden 3 thematische luiken onderscheiden: habitatmonitoring, soortenmonitoring en beheermonitoring & kosten. Tijdens jaar 1 zijn voor de 3 luiken de vraag- en aanbodzijde geanalyseerd en tov elkaar afgetoest. Hieruit volgt voor elk luik: − de prioritaire vragen die moeten beantwoord worden via de te ontwikkelen meetnetten − een eerste aanzet tot de te volgen methodiek − een ruwe schatting van de kosten. Elk onderdeel is uitgebreid beschreven in een discussienota. Planning jaar 2 Habitatmonitoring: - Verfijnen verschil in output tussen kartering en steekproef. - Synergie onderzoeken tussen meetstrategieën voor bepalen oppervlakte en habitatkwaliteit om kostenefficiëntie te bevorderen. - Uitwerken gegevensinzameling + geassocieerde kosten in kaart brengen. - Nagaan of en hoe remote sensing kan ingezet worden. ⇒ Kosten meer in detail uitgewerkt zodat management onderbouwde keuze kan maken ivm te volgen meetstrategie (binnen-buiten SBZ, regionaal belangrijke biotopen).

38


Jaarrapport ANB 2010

Soortenmonitoring: - Voor 10 à 20 voorbeeldsoorten de gegevensinzameling en het steekproefontwerp uitwerken om zo een gedetailleerd beeld te krijgen van de kosten. De voorbeeldsoorten worden gekozen uit de prioritaire lijst ifv de ecologie en/of het verspreidingspatroon zodat het volledige spectrum aan mogelijkheden wordt onderzocht. Idee is dat de gevolgde strategie voor de voorbeeldsoorten vervolgens kan toegepast worden voor andere soorten van de prioritaire lijst. - Hierbij bijzondere aandacht voor:

o o

het gelijktijdig opvolgen van meerdere soorten maximaal benutten van vrijwilligers

⇒ Kosten meer in detail uitgewerkt zodat management onderbouwde keuze kan maken ivm welke soorten op welk niveau opvolgen. Beheermonitoring: - Analyse beheercyclus ⇒ opstellen kostenmodel. - Opstellen keuzealgoritme om ifv type doelstelling en belang van het gebied veldmethodiek/indicatoren te kiezen. - Opstellen richtlijnen om te bepalen waar de verwachte baten van monitoring het hoogst zijn, zodat de monitoringinspanningen binnen het gebied gefocust kunnen worden. - Benchmarking adhv binnen- en buitenlandse voorbeelden om te bepalen hoeveel mag uitgegeven worden aan monitoring om in verhouding te staan tot de winst van monitoring. - Ontwikkelen datamodel voor registratie van de op te volgen variabelen om het beheer te monitoren en van de variabelen waarmee de kosten van beheer en monitoring bepaald kunnen worden. Op termijn moeten de gegevens doelbereik, kostenvergelijking en/of kosteneffectiviteit van beheermaatregelen mogelijk maken.

Knelpunten en oplossingen /

Yves Decuypere Project 09.12

ADAGIO

Projectsponsor: Roel Vanhaeren Projectleider: Yves Decuypere en Dirk Bogaert

Opzet Situering Dit project houdt het verder zetten in van het project opgestart in 2008. Het agentschap heeft talrijke domeinen in eigen beheer. De onthaalinfrastructuur binnen die domeinen ademt op veel plaatsen nog de sfeer uit van de voormalige afdelingen. Voor het ANB is sinds medio 2007 een nieuwe huisstijl van kracht. Alle communicatie wordt vanaf 8 juni 2007 in de nieuwe huisstijl uitgevoerd. Een aantal van deze domeinen biedt unieke waarden en geniet internationale uitstraling (zgn. Kroonjuwelen). Daarnaast worden steeds meer grotere, geïntegreerde projecten ontwikkeld in samenwerking met verschillende partners. Voor die projecten is de ontwikkeling van een eigen aanpak noodzakelijk om op basis van de kenmerken van het project en het partnerschap te komen tot een herkenbare onthaalinfrastructuur. De ontwikkeling van deze topdomeinen mag uiteraard niet los staan van een globale aanpak binnen het agentschap, zodat het globale verhaal doorheen alle domeinen van het ANB behouden blijft. De kwalitatieve basisinrichting van alle domeinen van het agentschap biedt een stevig fundament waarop in topdomeinen kan worden verdergebouwd. 'In het kleine herkent men de meester en meesterwerken staan of vallen met het detail'. Korte omschrijving Het project beoogt op korte termijn, maar planmatig over te gaan tot het aanpassen van de onthaalinfrastructuur in de domeinen aan de nieuwe huisstijl van het ANB. Voor de bezoeker moet de herkenbaarheid van een ANB-domein duidelijk zijn. Het moet mee gelden als een kwaliteitslabel voor het duurzame beheer dat binnen het domein wordt gevoerd.

39


Jaarrapport ANB 2010

Dit project houdt ook het verwijderen, en waar nodig en opportuun, het vervangen in van alle communicatieve dragers die verwijzen naar voormalige organisaties. Voor de grotere, geïntegreerde projecten (oa Kroonjuwelen) die worden ontwikkeld met meerdere partners, wordt een eigen aanpak ontwikkeld die - zonder de link met de ANB stijl te verliezen - toelaat het specifieke karakter van het project en het partnerschap in beeld te brengen. Deze domeinen gelden bovendien als proeftuinen waarbij innoverende en doelgroepdoorbrekende initiatieven zullen worden gerealiseerd. Daarnaast wil het agentschap ook op een actieve manier een goede gastheer zijn in alle domeinen. Diverse initiatieven en partnerships worden opgezet om deze doelstelling te bereiken.

Middelen Naast de personeelsinzet worden volgende middelen voorzien: Basisallocatie LBC000_3LD00200_1211 LBC000_3LD02600_7100

Bedrag vastgelegd 25.000,00 € 32.042,12 €

Resultaten Het project ADAGIO (AgentschapsDomeinen als goede Gastheer Inrichten en Onderhouden) gaat verder dan de infrastructuur op het terrein. Door een intense samenwerking van de afdeling beheer, de afdeling beleid en de cel communicatie van de afdeling NAC zijn diverse aspecten inzake gastheerschap binnen het project opgenomen. ADAGIO fungeert hierbij als platform waarbinnen zowel bestaande als nieuw op te zetten initiatieven worden gecoördineerd. In 2010 werd de basis gelegd om op een planmatige, weldoordachte manier de komende jaren een kwalitatief onthaalaanbod in alle domeinen te realiseren. De inventarisatieronde van de diverse regio’s werd afgewerkt en grondig geëvalueerd. Op basis van de bevindingen hiervan en input van de terreinmedewerkers werden alle domeinen ingedeeld in diverse categorieën en werd een bijhorende onthaalmatrix ontwikkeld. Beide instrumenten bieden een handleiding om op een gestructureerde manier het gastheerschap in de domeinen vorm te geven. De raamcontracten ‘infoborden’ en ‘palen’ zorgen ervoor dat de theoretische planning ook in de praktijk haalbaar is. De handleiding ‘toegankelijkheid’ vormt een eerste hoofdstuk van een ADAGIO handboek en biedt ondersteuning voor de realisatie van het nieuwe besluit VR inzake toegankelijkheid. Daarnaast werden enkele quick-wins (posters zijpanelen, borden beheerwerken, enz.) gerealiseerd die op een eenvoudige en aantrekkelijke manier het project ADAGIO zichtbaar maken op het terrein. Het ADAGIO platform staat voor kennisverzameling en –deling. Bestaande fora werden geoptimaliseerd en nieuwe, interne en externe, fora werden opgericht. Aspecten als kroonjuwelen, gebouwenpatrimonium, bezoekerstevredenheid, sociale media enz. werden in het kader van gastheerschap behandeld. Tenslotte worden binnen het project ADAGIO gericht partnerships opgestart die het project kunnen versterken. Zo zal de samenwerkingsovereenkomst met Toerisme Vlaanderen de mogelijkheid bieden het gastheerschap in onze domeinen te verhogen.

Knelpunten en oplossingen Dit project is een organisatiebreed project waarbij iedereen die werkt aan de uitbouw en het beheer van de domeinen bij betrokken is (van AG tot arbeider). Het is dan ook noodzakelijk om voldoende aandacht te besteden aan het creëren van het draagvlak en betrokkenheid bij alle lagen van de organisatie. Door het organiseren van overleg met diverse groepen tijdens de conceptontwikkeling wordt de band met het terreingebeuren versterkt. Adagio is een project met een veelheid aan facetten en betrokken partijen (van ontvangstpaneel tot bezoekerscentrum, van beheer over beleid en ondersteunend centrum tot allerhande verenigingen actief op het terrein). Dit vergt een bijzondere aandacht op het vlak van afstemming en coördinatie.

40


Jaarrapport ANB 2010

> Reguliere werking: processen Martine Waterinckx BEH1.1

Opmaken beheerrichtlijnen

BEH1.2

Evalueren beheerrichtlijnen

BEH2.1

Aanwijzen Vlaamse natuurreservaten

BEH2.2

Aanwijzen en erkennen bosreservaten

BEH3.1

Coördineren opmaak beheerplannen

BEH3.2

Beheren GlS

BEH3.3

Uitvoeren terreinwerk

BEH3.4

Opmaken beheerplannen

BEH3.5

Begeleiden opmaak beheerplannen

BEH3.6

Goedkeuren beheerplannen

BEH4.3

Plannen en voorbereiden van werken

BEH4.4

Uitvoeren van werken

BEH4.5

Opvolgen van werken

BEH5.1

Voeren van participatie

BEH6.1

Beheren van monitoring beheer

BEH6.2

Beheren bosinventarisatie en natuurinventarisatie

BEH7.1

Beheren groepscertificaat boscertificering

BEH7.2

Interne controle beheer

BEH8.1

Coördineren evaluatie bedrijfstechnische aspecten van beheerwerken

BEH8.2

Registreren bedrijfstechnische aspecten van beheerwerken

BEH8.3

Analyseren en rapporteren van gegevens m.b.t. bedrijfstechnische aspecten van beheerwerken

OND1.1

Opmaken van de technische aspecten van bestekken

OND1.2

Beheren van administratieve en financiële aspecten verbonden aan werken, leveringen en diensten via vastlegging

OND1.3

Beheren van administratieve en financiële aspecten verbonden aan werken, leveringen en diensten via bestelbon

OND1.4

Behandelen van aanvragen voor vergunningen allerhande in het kader van uitvoering van werken

OND2.1

Opvolgen van de uitvoering van aanbestedingsdossiers

OND2.2

Beoordelen van aanbestedingsdossiers

OND4.1

Coördineren bepalen, bewaken en opvolgen strategie dienstgebouwen

OND4.2

Beheren van bouwen en verbouwen van dienstgebouwen

OND4.3

Beheren van dienstgebouwen

OND5.1

Beheren van de aankoop van machines

OND5.2

Onderhouden en beheren van het machinepark: technisch materiaal, zoals machines, traktoren, verhakselaars, enz.

OND6.1

Beheren van administratieve aspecten verbonden aan kuddes

OND6.2

Onderhouden en beheren van de kuddes

PAT1.1

Beheren van houtverkoop

PAT4.1

Beheren en coördineren van de maatschappelijke promotie, exploitatie en toegankelijkheid van ANB domeinen

PAT4.3

Dagelijks beheren van bezoekerscentra in functie van het maatschappelijk promoten en exploiteren van ANB domeinen

PAT4.4

Ontwikkelen van programmas in functie van het maatschappelijk promoten en exploiteren van ANB domeinen

41


Jaarrapport ANB 2010

Opzet Het beheer in domeinen van ANB gebeurt in kader van beheervisies, beheerrichtlijnen, gebiedsvisies en beheerplannen. Hiertoe worden enerzijds werken uitgevoerd in eigen regie en worden anderzijds werken uitbesteed. Het duurzame beheer, de ondersteuning met technische expertise en de opvolging leiden tot de waardevolle uitbouw van natuurgebieden, bossen en parken waarbij rekening wordt gehouden met de noden van de huidige en toekomstige generaties.

Middelen Naast de personeelsinzet worden volgende middelen voorzien: Basisallocatie LD0000_1LD30200_1211 LD0000_1LD30700_1211 LD0000_1LD31900_7340 LDC000_3LD00400_1211 LDC000_3LD03000_7100 LD0000_1LD30300_1211 LD0000_1LD32000_7422 LBC000_3LD00200_1211 LBC000_3LD00300_1211 LBC000_3LD02600_7100

Bedrag vastgelegd 327,37 € 439.007,64 € 300.005,82 € 2.898.535,30 € 282.529,00 € 32.150,00 € 549.791,70 € 979.030,14 € 7.587.341,18 € 3.934.759,72 €

Resultaten Indicator Rapport beschikbaar met stavaza opmaak beheerrichtlijnen Totale oppervlakte Vlaamse natuurreservaten

Maat

Status ANB: Op schema

Ha

Oppervlakte nieuwe aangewezen Vlaamse natuurreservaten (ook uitbreidingen)

Ha

Aantal nieuwe aangewezen Vlaamse natuurreservaten (ook uitbreidingen)

aantal

Totale oppervlakte bosreservaten

Ha

Oppervlakte nieuwe bosreservaten (ook uitbreidingen)

Ha

Aantal nieuwe bosreservaten (ook uitbreidingen)

aantal

ANB: 6608 AN : 1457 LI : 2622 OV : 144 VB : 879 WV : 1507 ANB: 22 AN : 0 LI : 0 OV : 22 VB : 0 WV : 0 ANB: 1 AN : 0 LI : 0 OV : 1 VB : 0 WV : 0 ANB: 3004 AN : 625 LI : 1130 OV : 321 VB : 636 WV : 292 ANB: 219 AN : 96 LI : 0 OV : 0 VB : 107 WV : 16 ANB: 4 AN : 2 LI : 0 OV : 0 VB : 1 WV : 1 ANB: Op schema

Detailoverzicht goedgekeurde beheerplannen beschikbaar

42


Jaarrapport ANB 2010

Totale oppervlakte goedgekeurde beheerplannen

Ha

Oppervlakte nieuwe goedgekeurde beheerplannen (ook uitbreidingen)

Ha

Aantal nieuwe goedgekeurde beheerplannen

aantal

aantal proefvlakken (bosbouw) opgemeten in bosinventaris aantal proefvlakken (vegetatie) opgemeten in bosinvetaris Totale oppervlakte gecertificeerd bos

aantal

ANB: 16637 AN : 2948 LI : 4128 OV : 902 VB : 6210 WV : 2449 ANB: 570 AN : 310 LI : 30 OV : 73 VB : 37 WV : 120 ANB: 8 AN : 3 LI : 1 OV : 2 VB : 1 WV : 1 ANB: 314

aantal

ANB: 396

Ha

Nieuwe oppervlakte gecertificeerd bos

ha

ANB: 15.188 AN : 961 LI : 7203 OV : 828 VB : 5308 WV : 887 ANB: 2.585 AN : 223 LI : 1767 OV : 255 VB : 208 WV : 132 ANB: Achterstand op schema ANB: 376 AN : 97 CD : 39 LI : 30 OV : 37 VB : 73 WV : 100 ANB: Doel bereikt AN : Op schema LI : Op schema OV : Op schema VB : Op schema WV : Op schema ANB: Achterstand op schema AN : Op schema LI : Op schema OV : Op schema VB : Op schema WV : Op schema ANB: Achterstand op schema AN : Achterstand op schema LI : Op schema OV : Op schema VB : Op schema WV : Op schema

Databank Plannen en opvolgen beheerwerken beschikbaar Aantal vastleggingsdossiers (zonder aankoop gronden)

Overzicht dienstgebouwen bijgewerkt

Inventaris machines bijgewerkt in databank

Gegevens in kuddebeheerdatabank bijgewerkt

aantal

43


Jaarrapport ANB 2010

Aantal runderen beheerd door ANB

aantal

Aantal schapen beheerd door ANB

aantal

Aantal ezels beheerd door ANB

aantal

Aantal paarden/pony's beheerd door ANB

aantal

aantal geiten beheerd door ANB

aantal

Opbrengst hout verkocht voor het Vlaamse Gewest

euro

Opbrengst hout verkocht voor andere openbare euro besturen

Hoeveelheid hout verkocht voor het Vlaams Gewest

m³

Hoeveelheid hout verkocht voor andere openbare besturen

m³

Een globale visie op het inzetten van bezoekerscentra voorhanden ifv promotie van ANB-domeinen

ANB: 232 AN : 108 LI : 0 OV : 28 VB : 75 WV : 21 ANB: 161 AN : 0 LI : 153 OV : 0 VB : 0 WV : 8 ANB: 57 AN : 0 LI : 0 OV : 0 VB : 0 WV : 57 ANB: 308 AN : 72 LI : 53 OV : 23 VB : 15 WV : 145 ANB: 11 AN : 0 LI : 11 OV : 0 VB : 0 WV : 0 ANB: 3.899.385 AN : 1.021.466 LI : 1.108.240 OV : 143.150 VB : 1.252.148 WV : 374.381 ANB: 1.633.286 AN : 621.374 LI : 246.551 OV : 244.100 VB : 285.460 WV : 235.801 ANB: 104.748 AN : 25.584 LI : 33.492 OV : 4.800 VB : 28.388 WV : 12.484 ANB: 51.253 AN : 17.842 LI : 12.366 OV : 7.055 VB : 6.988 WV : 7.002 ANB: Op schema

Beheerrichtlijnen In kader van het Harmonisch Park- en Groenbeheer werd het vademecum “Paden en Verhardingen” inhoudelijk afgewerkt. Dit vademecum wordt voorgesteld aan het grote publiek in 2011. Ook het vademecum “Kruidachtigen” werd inhoudelijk verder uitgewerkt en ook hierrond zal in 2011 een studiedag georganiseerd worden. In 2010 werd tevens de front-end van de bomendatabank (gebruikerskant) afgewerkt. Gedurende 2011 zal deze databank gevuld worden met gegevens van de verschillende boomsoorten. Vlaamse natuurreservaten en bosreservaten 22 ha (Vallei van de Serskampse beek) werd bijkomend aangewezen als Vlaams natuurreservaat. Hiermee

44


Jaarrapport ANB 2010

komt de totale oppervlakte Vlaams natuurreservaat op 6608 ha. 203 ha (Doolhof, Zoerselbos en Zoniënwoud-uitbreiding 2) werd aangewezen als bosreservaat en 15,5 ha (Zwarte Leen) werd erkend als bosreservaat. De totale oppervlakte bosreservaat bedraagt nu 3004 ha. Beheerplannen In 2010 werden beheerplannen goedgekeurd voor in totaal 570 ha, meer bepaald voor: - domeinbossen: - bosreservaten: - Vlaamse natuurreservaten:

369 179 22 570

ha ha ha ha

Domeinbossen: In 2010 werden 3 uitgebreide beheerplannen van domeinbossen goedgekeurd: Hoge Rielen (223 ha), Cleydael (26 ha) en Rijckevelde (120 ha). De totale oppervlakte domeinbos met goedgekeurd beheerplan bedraagt nu 10.349 ha (= 42% van alle domeinbossen). Bosreservaten: Voor 4 bosreservaten (Kluisbos, Helschot, Bertembos en Galgenberg), met een gezamenlijke oppervlakte van 179 ha, werd het beheerplan goedgekeurd. Dit maakt dat momenteel voor 73% van alle bosreservaten er een goedgekeurd beheerplan is. Natuurreservaten: Wat betreft de Vlaamse natuurreservaten werd enkel het beheerplan van de Vallei van de Serskampse beek goedgekeurd (22 ha). Beheerplannen voor 1475 ha Vlaams natuurreservaat liggen ter goedkeuring bij de minister. De totale oppervlakte Vlaams natuurreservaat met goedgekeurd beheerplan bedraagt nu 4408 ha (= 67% van alle Vlaamse natuurreservaten en = 26% van alle Vlaamse natuurdomeinen). Monitoring Project monitoring Natura 2000 en monitoring beheer eigen domeinen: Doelstelling is het uitwerken van een monitoringsplan voor de monitoring van de Natura 2000 gebieden (habitats en soorten) en een monitoringsplan voor het beheer van de ANB domeinen. Dit project wordt uitgevoerd in samenwerking met het INBO: zie projectfiche. De 2de bosinventarisatie van het Vlaamse Gewest: De Vlaamse Bosinventarisatie is een beleidsondersteunend meetnet om op grote schaal en met een grove resolutie (ruimtelijk en temporeel) een uitspraak te doen over de toestand van het Vlaamse bosareaal. Over een periode van 10 jaar worden de Vlaamse bossen (openbaar en privé) bemonsterd volgens een meetnet van 1 km x 0,5 km. Jaarlijks wordt 1/10e van de meetpunten opgezocht. In juni 2009 werd gestart met de metingen op het terrein. Als gevolg van technische problemen en personeelswissel in 2009, werd het quotum van 1/10e op te meten punten in 2010 uitgebreid met de nietafgewerkte punten voor 2009. In 2010 werd dus meer dan 1/10 van alle opnamepunten bezocht. Het afgelopen jaar werden er 314 plots opgemeten voor dendrometrische kenmerken, en 396 plots voor vegetatiekenmerken. Eind 2010 bedraagt het totaal aantal opgemeten bosbouwproefvlakken 386 en het totaal aantal opgemeten vegetatieproefvlakken 525. Boscertificering In 2010 werd 2585 ha opgenomen in het groepscertificaat FSC-boscertificering. Hiermee komt de totale oppervlakte gecertificeerd bos in Vlaanderen op 15.188 ha (waarvan 1% privé-bos en 99% openbaar bos), als volgt verdeeld over de provincies: -

Oost-Vlaanderen: West-Vlaanderen: Vlaams-Brabant: Antwerpen: Limburg:

828 888 5.308 961 7.203 15.188

ha ha ha ha ha ha

Plannen & opvolgen beheerwerken In kader van de ontwikkeling van een databank voor het plannen en opvolgen van beheerwerken werden volgende stappen genomen: De relaties met andere IT-toepassingen zoals de beheerindeling, de kuddedatabank en IVANHO werden in kaart gebracht. In elke regio is gestart met het implementeren van de nieuwe beheerindeling. Om het concept in de praktijk te toetsen werd in 8 regio’s gestart met het registreren van beheerwerken. Bedoeling hiervan was (1) mensen vertrouwd maken met de nieuwe manier van registreren beheerwerken en (2) bruikbaarheid standaardlijst beheerwerken en registratieformulier uittesten. Na een grondige evaluatie is het concept bijgestuurd. De standaardlijst beheerwerken en het

45


Jaarrapport ANB 2010

-

registratieformulier zijn beter afgestemd op de dagdagelijkse werking. En de administratie i.v.m. premies gevaarlijk werk wordt niet geïntegreerd in de databank plannen & opvolgen beheerwerken. Daarnaast is de eigenlijke bouw van de internettoepassing aangevat. Na een interne testfase is een eerste versie onder de loep genomen door een groep eindgebruikers. Dit leidde tot een aantal opmerkingen/suggesties voor aanpassing van de databank. Dit werd doorgegeven aan de IT ontwikkelaars zodat de databank kon worden aangepast.

Veiligheid Na de opmaak in 2009 van het globaal preventieplan 2010-2014, werd in 2010 het bijhorende jaaractieplan 2010 uitgevoerd. Het meeste van de tijd ging daarbij vooral naar de actie i.v.m. het in orde stellen van de loodsen, zowel op administratief, technisch als juridisch vlak. De realisatie van de acties rond loodsen gebeurde door middel van een projectgroep met vertegenwoordigers van alle provincies en de Centrale Diensten. Daarnaast werd er op dezelfde manier ook dieper ingegaan op het veiligheidsbewustzijn, het veiligheidsaspect in PLOEG, veiligheidaspect bij het onthaal van nieuwe werknemers en persoonlijke beschermingsmiddelen. Omtrent opleidingen was het in eerste instantie de bedoeling een aanbod ten aanzien van mobiele arbeidsmiddelen (lastpakker, hoogwerker, …) tot stand te brengen, gezien de wettelijke verplichtingen. Daar dit echter reeds in maart gerealiseerd was, werden opleidingsnoden uit andere werkgroepen gedestilleerd en aangepakt. Hierdoor zullen vanaf 2011 de opleidingen tot nijverheidshelper, basis-EHBO en ergonomie terug op de rails gezet worden. In samenwerking met de preventiedienst werden er gestart met het wegwerken van de achterstand in de opmaak van indienststellingen. Ook werd er een raamcontract keuringen aanbesteed als aanvulling bij de reeds lopende raamcontracten van AFM. Hierdoor is ANB ook op dit vlak in regel met de bestaande wetgeving. Naar aanleiding van ernstige arbeidsongevallen in 2009 en begin 2010 werden de daaruit vloeiende preventiemaatregelen gerealiseerd. Er was binnen dit kader ook de nodige afstemming met de arbeidsinspectie en werd er een procedure op poten gezet om ernstige arbeidsongevallen sneller als dusdanig te detecteren. Er werd ook de nodige input gegeven voor het te realiseren alcohol- en drugsbeleid binnen de Vlaamse overheid, de personeelspeiling, werkgroep Kledij, FSC-items met betrekking tot veiligheid, … Naar jaarlijkse gewoonte stonden er ook de officiële welzijnsrondgangen op de agenda, deze keer 15 in totaal. Houtverkoop Er werd in het voorjaar uit domeinbos 51.662 m³ hout verkocht voor een bedrag van 1.692.517 €. In het najaar werd nog eens 53.086 m³ verkocht ter waarde van 2.206.868 €. In totaal komt dit op ongeveer 104.748 m³ twv 3,9M €. Daarenboven werd ook nog eens een 51.253 m³ twv 1.633.286 € hout uit andere openbare bossen verkocht via het ANB. Reorganisatie van de houtverkoop: Afspraken met de ontvangers werden verder opgevolgd met specifieke aandacht voor nauwgezette opvolging van de financiële borg (belofte tot bankwaarborg). De opvolging van de betalingen via het OHIO systeem door de administratie van OC-ANB verliep vlot. De interne richtlijn rond houtverkoop werd verder geoptimaliseerd maar nog niet goedgekeurd. De richtlijn rond afwegingskader toepassing van de schoontijd (zowel in privé als openbaar bos) werd goedgekeurd. Er werd gestart met de procesanalyse van de houtverkoop. Deze zal de eerste helft van 2011 worden afgerond. Eveneens werd gestart met de ontwikkeling van een nieuwe applicatie voor de opvolging van het proces houtverkoop en exploitatie. De functionele analyses zijn reeds ver gevorderd waarna met de ontwikkeling wordt gestart. Mogelijk kan het systeem in het najaar 2011 reeds in enkele regio’s proefdraaien. De nieuwe ontwikkeling zal een grote efficiëntiewinst bieden bij de opvolging van dit proces. Biomassa In 2010 werd voor circa 900 ton houtige biomassa afgevoerd via het raamcontract met 4EnergyInvest, hetgeen een totaalopbrengst genereerde van 19.023 € (excl. transportkosten) voor het OC-ANB of partners zoals de militaire overheid. De markt voor biomassa uit bos, natuur en landschap is echter ook nog relatief jong en daarmee nog vaak onvoldoende ontwikkeld. De technologische ontwikkelingen gaan echter snel, nieuwe technieken dienen zich aan, het aanbod van biomassa is vaak divers en de logistiek is niet altijd even eenvoudig te realiseren. Afnemers willen echter biomassa volgens vaste leveringspatronen en bij voorkeur onder vaste kwaliteitscriteria. Dit vraagt om het bundelen van kennis en expertise om deze knelpunten samen met partners aan te pakken. Hiertoe werden 2 samenwerkingsprojecten gelanceerd welke zullen bijdragen aan het valoriseren van biomassastromen uit het landschap. In april 2010 ging het EFRO project ‘GRASkracht’ van start. Dit project zal werken aan de vergisting van maaisels uit natuurgebieden en bermen en aldus het verbreden van de verwerkingsmogelijkheden van grasmaaisel. In 2010 werd eveneens het startschot gegeven voor het MIP2 project ‘Limburgs groen voor een groene

46


Jaarrapport ANB 2010

economie’. Dit project wil meer inzicht generen in de keten van houtige biomassa vanaf het moment van 'oogsten' tot en met de uiteindelijke verwerking ervan. Het project focust hierbij op lokaal beschikbaar houtige reststromen uit het landschap welke onvoldoende geschikt zijn voor materiaaltoepassingen. In kader van het nieuwe materialendecreet, wat de juridische basis is voor een verruiming van afval- naar materialenbeleid, werd nauw samengewerkt met OVAM aan een geïntegreerde aanpak van de biomassastromen van ANB. Hierbij werd een analyse uitgewerkt van de huidige situatie en werden acties gedefinieerd om in de toekomst verder rond samen te werken. Andere ‘beheerproducten’ In 2010 werd op basis van een eerste bestek zonnepanelen geplaatst op loodsen van het ANB. In 2011 wordt een nieuw bestek voorbereid en gegund. Maatschappelijke promotie, exploitatie en toegankelijkheid van ANB domeinen Zie projectfiche ADAGIO.

Knelpunten en oplossingen Houtverkoop De opvolging met de bestaande databank Ivanho is moeilijk en onefficiënt. In 2011 staat de ontwikkeling van een nieuwe versie op het programma. Dit wordt modulair opgebouwd en moet operationeel zijn in 2012. In een nieuw centraal beheerd systeem worden alle met de houtverkoop gerelateerde zaken geïntegreerd. 2de bosinventarisatie In 2009 werd gestart met de metingen op het terrein. Als gevolg van technische problemen en personeelswissel in 2009, werd het quotum van 1/10 op te meten punten niet gehaald. Daarom werden in 2010 meer dan 1/10 van alle opnamepunten bezocht. De opgelopen vertraging van 38 vegetatiemetingen in jaar 2009 zal ingelopen zijn midden 2011. De extra werklast wordt gespreid over de 3 terreinploegen.

4.4 Maximaliseren van co-financiering voor meer en betere natuur, bos en groen. Output opgenomen in Beheersovereenkomst: ANB organiseert zich om zo veel mogelijk aanvullende Europese en andere middelen te vinden voor de inrichting en het beheer van natuur- en bosgebieden. Uitvoering van projecten met cofinanciering

> Specifieke werking: projecten Carl De Schepper Project 10.7

Opzetten van de billion tree campaign in Vlaanderen deel 2

Projectsponsor: Filiep Cardoen Projectleider: Carl De Schepper

Opzet Situering Het project is van oorsprong bedacht en geconcipieerd door de Vereniging voor Bos in Vlaanderen, maar heeft een duidelijke beleidsimpact omdat het project alternatieve en innoverende mechanismen beoogt tot stand te brengen ter bevordering van de realisatie van de geplande bosuitbreiding in Vlaanderen. Dit is dan ook meteen het beoogde beleidseffect van het project. De hele aanpak wordt evenwel ‘verpakt’ in een communicatief sterk uitgewerkt project opgehangen aan de ‘billion tree campaign’ zoals deze door UNEP (United Nations Envrionment Programme) is gelanceerd naar aanleiding van de 12e conferentie der partijen van de VN-Raamverdrag ter Bestrijding van de Klimaatverandering. Op de internationale dag van de

47


Jaarrapport ANB 2010

biodiversiteit (22/05/2007) liet UNEP weten reeds voldoende ‘beloftes’ te hebben ontvangen om de doelstelling van 1 miljard bomen te planten, te kunnen halen (reeds 1.013.603.956 ‘beloofde’ bomen). Het aantal effectieve realisaties van deze ‘beloftes’ bedroeg toen voorlopig ‘slechts’ 14.232.052 geplante bomen. Wegens het succes van de campagne is de mondiale doelstelling verlegd naar 2,7 miljard bomen onder de slogan ‘one billion more trees in 2008’ (zie www.unep.org/billiontreecampaign). Korte omschrijving Inzet voor Vlaanderen is het aanplanten van 1 miljoen extra bomen in context van bosuitbreiding door het aanzwengelen van het particulier initiatief rond verantwoorde bosuitbreiding. Dit project mikt door het instellen van een matching-mechanisme zeer duidelijk ook naar de private en particuliere sector waardoor een breder actieveld zou kunnen ontstaan als bijdrage tot de geplande bosuitbreiding. Dit zal dus zowel efficiëntie en effectiviteit van de gestelde beleidsdoelstellingen ten goede komen. Er wordt in grote mate getracht bestaande maar nog niet effectief aangesproken financieringsmogelijkheden aan te wenden; er dienen geen nieuwe regelgevende initiatieven te worden ontwikkeld om dit project te laten lukken (bvb. sponsoringsprojecten). Ook op die manier biedt de gekozen formule een efficiënte uitweg om de hoger geschetste beleidsdoelen te bereiken. Het project is opgezet voor een duur van vier jaar, maar een mid-term evaluatie kan het project voortijdig beëindigen als de resultaten niet volgens de vooropgezette planning zouden verlopen.

Middelen Naast de personeelsinzet werden volgende middelen voorzien: IBasisallocatie LBC000_3LD00200_1211

Bedrag vastgelegd 289.483,40 €

Resultaten De mid-term evaluatie werd opgesteld door het Agentschap voor natuur en Bos en de opdrachthouders. Dit rapport werd op 28/04/2010 voorgelegd aan de klankbordgroep. De conclusies van deze evaluatie laten zich als volgt samenvatten. Doelstelling 1 : opzetten van een sensibilisatiecampagne Het opzetten van de campagne kan zeker geslaagd en vernieuwend genoemd worden. Verschillende communicatiemedia en –dragers worden ingezet waarbij vooral ‘beelddoorbrekend’ en ‘doelgroepdoorbrekend’ wordt gewerkt. Doelstelling 2 : registratiesysteem Een bomenteller is opgezet en operationeel. Dit is eveneens een belangrijk communicatiemiddel om actoren aan te zetten tot het aanplanten van bomen en bossen. Achter de teller zoals zichtbaar via de website van het project, steekt een gedetailleerde databank op basis van de aanmeldingsgegevens welke toelaat om gedetailleerdere analyses te maken. Halfweg de campagne was reeds meer dan de helft van de 1 miljoen bomen op de teller geregistreerd. Doelstelling 3 en 5 : samenbrengen van vraag en aanbod + ‘bosuitbreidingsfonds’ Op basis van het aantal geregistreerde bomen, blijkt dat meer dan 70% van alle geregistreerde bomen, deel uitmaken van een bos. Na aftrek van bosaanplant na eindkap en van compenserende bebossingen, blijkt dat 66% van alle geregistreerde bomen deel uitmaken van nieuwe bosuitbreiding. Omgerekend komt dit overeen met een oppervlakte van 140,3 ha. In de eerste twee jaar van het project werd een steile leercurve doorgemaakt. Na gerichte deelname aan voor het bedrijfsleven belangrijke evenementen (bijvoorbeeld iFest) kwam de campagne in een stroomversnelling. Op basis van de gegevens tot en met eind april 2010, kan een resultaat gepresenteerd worden van 37,8 ha extra bosuitbreiding welke ten gevolge van deze campagne is opgezet d.m.v. het aantrekken van particuliere sponsors en het geven van gerichte ondersteuning. Hiermee is 95% van de vooropgestelde doelstelling voor de eerste twee jaar gehaald, wat als geslaagd mag genoemd worden. Doelstelling 4 : educatieve sensibiliserende bebossingacties. Verschillende begeleidende acties werden opgezet, vooral bij de beplantingsacties zelf, waarbij naast technische terreincoördinatie, het project ook een educatief luik koppelt (deelnemers leren bomen te planten; onderscheid tussen verschillende boomsoorten leren kennen, het belang van bossen beter leren kennen). Een aantal sponsors hangt de realisatie van het nieuwe bos ook vast aan een communicatie- en educatiecampagne waarbij bewustmaking over het belang van bos een prominente rol speelt. Educatief materiaal is beschikbaar via de website. Met Faber-Castell werd een educatieve website opgezet www.degroeneridder.be gekoppeld aan een scholenwedstrijd. Doelstelling 6 : bosuitbreiding in het zuiden De doelstelling hier was om in de eerste twee werkjaren 50 ha nieuwe aanplantingen te realiseren. In Peru werden i.s.m. Mobistar en vzw Groenhart 2 bebossingsprojecten uitgevoerd voor ruim 41.500 bomen over 72 ha. In Ethiopië worden i.s.m. KU Leuven en lokale ngo’s ruim 27.000 nieuwe bomen aangeplant. Als globale conclusie kan gesteld worden dat het project ‘op spoor is’ en de gestelde doelstellingen (voorlopig) worden gehaald. De campagne loopt goed en wordt met veel sympathie onthaald. Contacten met sponsors blijven warm, zodat er niet meteen een stilvallen van de campagne te vrezen is. De Vlaamse Regering besliste dan ook op 22/10/2010 tot het verderzetten van het project voor de volledige duur van 4 jaar. - Meer info : www.1miljoenbomen.be

48


Jaarrapport ANB 2010

Knelpunten en oplossingen Voor de volgende periode is evenwel een sterke acceleratie van de concrete doelen voorzien (zie hoger). Het grote knelpunt voor deze campagne – en daarmee ook voor de bosuitbreiding in globo – blijft het vinden van te bebossen gronden en het bekomen van de nodige vergunningen hiervoor. Voor beide knelpunten worden op verschillende manieren oplossingen bedacht, die evenwel buiten het kader van dit project vallen (vb. planologische verankering bosuitbreiding via verdere afbakeningsprocessen; adviesverlening door ‘landbouw’ bij bebossingen in agrarisch gebied).

Jasper Goffin Project 10.5

Life+ Triple E

Projectsponsor: Bert Vanholen Projectleider: Jasper Goffin

Opzet Situering Het Natura2000-netwerk omvat hoofdzakelijk gronden die privaateigendom zijn. Om de Natura2000-doelen te bereiken is bijgevolg een goede samenwerking met de private landeigenaars belangrijk. Ten gevolge van een gebrek aan communicatie over, een goed begrip van en ondersteunende en compenserende maatregelen voor Natura2000 is er momenteel weinig motivatie bij deze landeigenaars om acties te ondernemen in functie van Natura2000-doelen. Dit gebrek aan een coherent en geïntegreerd beheer door de landeigenaars is nadelig voor soorten en habitats van het Natura2000-netwerk. Korte omschrijving ELO (European Landowners Organisation) neemt het initiatief, mits financiële ondersteuning uit het Life+ fonds, om in het Vijvergebied Midden-Limburg een project te starten voor plaatselijk herstel en ontwikkeling van habitats en soorten en voor de uitwerking van een duurzaam natuurbeheer op gronden van zowel private als openbare landeigenaars. De doelstellingen van het project zijn: 1. Herstel en ontwikkeling van bedreigde natuurdoelen in de Natura2000-gebieden in nauwe samenwerking met de private landeigenaars; 2. Garantie van behoud en ontwikkeling van de natuurdoelen op lange termijn door het creëren van een duurzame synergie tussen natuurbeheer en de landelijke socio-economische activiteiten in deze gebieden en door de uitwerking van een geïntegreerd beheerplan dat wordt ondersteund en uitgevoerd door alle lokale actoren; 3. Dit project als voorbeeldproject te kunnen aanreiken aan andere private landeigenaars in andere Natura2000-gebieden in Europa. 4. Het Agentschap voor Natuur en Bos ontvangt een LIFE cofinanciering voor deze geplande investeringen en studies

Middelen Naast de personeelsinzet werden volgende middelen voorzien: Basisallocatie LD0000_1LD30700_1211 LBC000_3LD01100_3300

Bedrag vastgelegd 92.492,40 € 458.126,00 €

Resultaten Het Life+ project is begin 2010 van start gegaan. In het eerste jaar zijn er een aantal studies aanbesteed, is de projectorganisatie op punt gezet en is er begonnen met de opmaak van een bestek dat de inrichtingsmaatregelen voorafgaat. Er is een communicatiebureau aangesteld die een huisstijl + naamgeving + logo voor het Life+project heeft ontwikkeld en een communicatiestrategie heeft opgesteld voor externe communicatie van het project. De

49


Jaarrapport ANB 2010

nieuwe naam voor het project is vanaf 2011: 3watEr. Het project is momenteel te consulteren op www.lifevijvergebied.eu Voorts is er in 2010 ook de aanbesteding afgerond voor het opstellen van een geïntegreerd beheerplan voor het projectgebied, een eco-hydrologische studie en een monitoring van de geselecteerde doelsoorten. Deze studies zullen aanvangen in 2011. In 2010 is de projectorganisatie volledig op punt gebracht. Er zijn nog enkele ondersteunende partners bijgekomen. De stuurgroep is regelmatig bijeengekomen en worden op regelmatige tijdstippen werkgroepen rond specifieke thema’s georganiseerd.

Knelpunten en oplossingen Een mogelijk knelpunt is het tijdig beginnen met het uitvoeren van de geplande inrichtingsmaatregelen op gronden van het ANB omdat deze werken als voorbeeld dienen voor de geplande werken bij de andere partners (openbare besturen en privé-eigenaren) en de projecttiming in gevaar zou kunnen komen. Er is echter voldoende afstemming voorzien tussen de verschillende partners in werkgroepen en een stuurgroep om eventuele knelpunten tijdig aan te kaarten.

Els Martens Project 09.4

DANAH

Projectsponsor: Filiep Cardoen Projectleider: Els Martens

Opzet Situering Geïntegreerd natuurherstel op Militaire Domeinen in NATURA 2000: LIFE-Natuurproject ism Defensie voor de uitvoering van achterstallig beheer in Natura 2000 gebieden om een gunstige staat van instandhouding van de betreffende habitats en soorten te behalen, voor de opmaak van gebiedsvisie, richtplan en beheerplannen voor deze domeinen en voor een interne en externe communicatie en educatie over Natura 2000. Korte omschrijving Met het project ‘Geïntegreerd natuurherstel op Militaire Domeinen in NATURA 2000’ wordt een invulling gegeven aan het uitvoeren van het Protocol van 1 juni 1999, afgesloten tussen het Ministerie van Landsverdediging en het Vlaams Gewest, met betrekking tot het natuur- en bosbeheer op militaire domeinen binnen het NATURA 2000 netwerk. In dit protocol werd een overlegstructuur op gewestelijk niveau (Gewestelijke Commissie) opgezet, samen met Lokale Commissies en deelcommissies per Militair Domein (Commissies Natuur- en Bosbeheer). Deze zelfde overlegstructuur stond tevens in voor ondersteuning van het Lifeteam bij de planning, opvolging en sturing van de acties.

Middelen De inzet in 2010 beperkt zich tot de personeelsinzet.

Resultaten Het DANAH-project liep van 01/09/2003 tot 30/06/2010. De eindrapportering werd bij de Europese Commissie ingediend in oktober 2010. De totale uitgave komt op € 12.359.368,54 waarvan door de EU € 5.287.337,86 wordt bijgedragen. Na goedkeuring van het eindrapport komt nog een laatste schijf van € 698.377. Het doel van het LIFE-project DANAH was geïntegreerd natuurherstel op NATURA 2000 gebieden gelegen binnen militaire domeinen in Vlaanderen. De militaire domeinen van Vlaanderen zijn een onmisbare schakel in de NATURA 2000-netwerken van West-Europa omdat de afgesloten situatie van de gebieden van de militaire overheid en de reguliere uitoefening van de militaire functie het behoud van de natuurwaarden tot gevolg heeft. Militaire domeinen bezitten over heel Europa een uitzonderlijke natuurwaarde die door correct terreinbeheer gevrijwaard kon worden voor de toekomst. Door de aanwezige natuurwaarden van regionaal en Europees belang zijn de militaire domeinen in Vlaanderen dan ook een onmisbare schakel in de ontwikkeling van het ecologisch netwerk van natuurgebieden in West-Europa, en zijn dan ook met reden opgenomen in de NATURA 2000- netwerken (11% van de oppervlakte van de Speciale BeschermingsZones in Vlaanderen). Omwille van de uitgestrektheid van de domeinen is grootschalig en duurzaam natuurbeheer

50


Jaarrapport ANB 2010

nodig, om herstel en instandhouding van habitats en soorten van Europees belang te verzekeren. Grootschalige natuurherstelwerkzaamheden wegens achterstallig beheer moesten leiden tot een optimale uitgangssituatie voor een duurzaam beheer van deze uitzonderlijke militaire gebieden. Het militaire gebruik van deze domeinen blijft hierbij de prioritaire functie. Diverse planningsacties moesten het terreingebruik en natuurbeheer optimaal op elkaar afstemmen. Daarnaast werden ook oude in onbruik geraakte militaire infrastructuren verwijderd zodat natuurherstel op deze locaties mogelijk gemaakt werd. Al de acties zijn begeleid door een geconcerteerde communicatiestrategie zowel voor het brede publiek als voor het eigen personeel van de protocolpartners, om zo een draagvlak en ondersteuning te verzekeren voor de duurzame bescherming van de aanwezige habitats en soorten. Specifieke instrumenten werden ontwikkeld als werkkader en richtlijnen voor de Lokale Natuur- en Bosbeheercommissies opgezet onder het protocol: richtplannen, beheerplan voor elk van de domeinen met monitoringrichtlijnen, protocolbijlage rond handhaving, ontwerp voor interne richtlijn rond gebruik door derden, GIS-tool met handleiding en communicatieproducten. Grootschalig natuurbeheer verdeeld over 11 acties werd uitgevoerd over 752 percelen variërend in grootte tussen 0,01ha en 57ha, voor een oppervlaktesom van 3.996 ha van de totale protocoloppervlakte van 9.400ha. Dit beheer bestond zowel uit eenmalig als recurrent, zogenaamd inhaalbeheer met complexe acties als heideherstel, plaggen, venherstel, maaien van turfkuilen, exotenverwijdering en herstel van turfkuilen. Ook hydrologische maatregelen als hermeandering van beken en herstel van een natuurlijk grondwaterregime werden uitgevoerd. Er werden 2 domeinen overgedragen naar het Vlaams gewest tijdens de projecttermijn (Molenheide en Vloethemveld), en een inventaris gemaakt van andere domeindelen die in verkoop zijn. Voor de communicatie over de projectdoelstellingen werden infoborden, publicaties in de media van de partners, een website en tentoonstellingen opgebouwd. De doelstellingen en de visie van NATURA2000 werden geïntegreerd in een trainingsprogramma bij de partner Defensie, dat samen met de interne campagne ‘Forces in Nature’ zorgde voor de sensibilisatie rond natuur en milieu van het militair personeel. Om de voortgang van het project te delen met betrokken experts van over heel Europa werden twee internationale symposia georganiseerd. LIFE-project DANAH is tot nu toe het grootste natuurbeheerproject, zowel naar oppervlakte als budget van het project, dat ooit mocht genieten van Europese LIFE-steun. Een algemeen begrip van de natuurwaarde van militaire domeinen en van het nut van LIFE-project DANAH werd ervaren bij het grote publiek en bij het personeel van de projectpartners Defensie en ANB. Een meer geïntegreerde samenwerking binnen het protocol en een nieuw dynamisch elan zijn rechtstreekse gevolgen van de uitvoering van LIFE-project DANAH. Daarnaast werd ook een verhoogde expertise rond grootschalig beheer van gedegradeerde NATURA2000 habitats en soorten verzameld en gedeeld met een breed publiek van experten en leken. Belangrijkste resultaten: De habitats die hersteld werden of zgn. inhaalbeheer kregen tijdens het LIFE-project DANAH situeren zich in de heide, heischrale graslanden, beekvalleien, oligotrofe vennen en landduinen, waarbij door het terug open maken ook de militaire functie gebaat is. Door grootschalig natuurherstel werd beoogd om de kwaliteit en kwantiteit van deze waardevolle habitats te verhogen. In onderstaande tabel wordt de toename aan habitatoppervlakte getoond na het LIFE-project DANAH. => %Toename Vlaamse habitatoppervlakte na het LIFE-project DANAH: 6230 Soortenrijke heischrale graslanden op arme bodems (Nardetalia) 46 7150 Slenken in veengronden (Rhynchosporion) 28 2330 Open grasland met Corynephorus- en Agrostissoorten op landduinen 28 4010 Noord-Atlantische vochtige heide met Erica tetralix 20 2310 Psammofiele heide met Calluna- en Genistasoorten 14 4030 Droge heide (alle subtypes) 11 3110 Mineraalarme oligotrofe wateren van de Atlantische zandvlakte 9 3130 Oligotrofe wateren van het Midden-Europese en peri-alpiene gebied (Nanocyperetalia) 7 Het project heeft zich niet specifiek geconcentreerd op soorten, maar door herstel en verbetering van de leefgebieden is een positief effect zeker te verwachten bij soorten als Klapekster (Lanius excubitor), Nachtzwaluw (Caprimulguseuropaeus), Boomleeuwerik (Lullula arborea), Boompieper (Anthus trivialis), Duinpieper (Anthus campestris), Tapuit (Oenanthe oenanthe), Kraanvogel (Grus grus), Grauwe kiekendief (Circus pygargus), Gentiaanblauwtje (Maculinea alcon), Aardbeivlinder (Pyrgus malvae), Beenbreek (Narthecium ossifragum). Naast natuurherstel werd in het project ook beoogd om bewustmaking te verhogen over biodiversiteit en het belang van natuurbehoud, integratie van militaire en natuurfunctie van de domeinen, en de educatieve en wetenschappelijke waarden van deze domeinen bij te brengen zowel bij Defensie, ANB en de omwonenden in nabijgelegen gemeenten. Uitgebreide communicatie intern en extern heeft de relatie met omwonenden en gebruikersgroepen en het begrip voor gericht multifunctioneel gebruik van de gebieden verbeterd. Er werd nagestreefd om via deze sensibiliserende activiteiten ook de idee van ‘zorgplicht’ uit het Natuurdecreet enerzijds uit te dragen naar een ruim publiek, en anderzijds ook bij het personeel van beide betrokken overheden. Recreatieve mogelijkheden werden in sommige domeinen structureel uitgewerkt met onder meer begeleide bezoeken en informatiesessies. Het project zelf heeft ook bijgedragen tot werkgelegenheid zowel in het

51


Jaarrapport ANB 2010

kader van terreinwerken door derden als bij Defensie en ANB zelf met bijkomende functies voor milieu- en natuurbeheer. Het eindrapport dat werd ingediend is samengesteld uit volgende delen: 1. Technisch eindrapport – Dit eindrapport geeft een overzicht van de realisaties en de uitdagingen van het LIFE-project DANAH. In de Inleiding worden de redenen voor de noodzaak van het LIFE-project DANAH, de doelstellingen voor de beoogde habitats en oorzaken voor de achteruitgang toegelicht en de socio-economische context van de projectgebieden beschreven. In het deel Projectoverzicht wordt beschreven wat de werkmethode was samen met de acties en werkplanning van aanbesteding tot oplevering. In het deel Rapportering van activiteiten en resultaten wordt per actie de ondernomen taken en outputs beschreven. Kwantitatief qua oppervlakte, termijn en bestede budgetten en personeelsinzet (meer uitgebreid in het financieel eindrapport) wordt beschreven hoe de resultaten tegemoet komen aan de initiële projectdoelstellingen. In het deel Evaluatie en conclusies wordt een beoordeling gedaan van de projectprocessen, het projectmanagement, de projectinvloed op habitatbehoud en –beleid en de succesindicatoren op lange termijn. In het deel Financiële commentaar wordt met behulp van een overzicht van de projectkosten per budgetonderdeel een duidelijk verband aangetoond tussen de technische activiteiten en de effectieve kosten uit het financieel eindrapport. In het deel Bijlagen worden detailrapporten, communicatieproducten, partnerinformatie en relevante kaarten bijgevoegd. 2. Laymen’s rapport - opgemaakt in de vorm van een brochure ter informatie voor leken – werd wijd verspreid in NL, ENG en FR. 3. After-LIFE Beleids- en Beheerplan dat drie hoofdstukken bevat: A. Algemeen + opvolgingsstructuur B. Beheerplanning en –uitvoering C. Communicatieplan 4. Financieel eindrapport – met volgende overzichten: - overzicht van de totale uitgaven: globaal, voor de begunstigde en voor de partner - overzicht van de totale uitgaven per actie, uitgezonderd personeelskosten - overzicht van de personeelskosten: per jaar, per actie, per partner - uitprint van het rapport van de uitgaven per budgetonderdeel: globaal, voor de begunstigde en voor de partner - overzicht van de duurzame goederen bij begunstigde en bij partner Verdere uitvoering ihkv de samenwerkingsprotocol De beheerplannen leveren nu het kader voor de planning van de jaarlijkse werken die op de terreinen dienen uitgevoerd te worden. Het hoofdaandeel van de financiering hiervan komt uit de opbrengst van de houtverkoop en de verkoop van biomassaproducten uit beheerresten. De projectvoorstellen worden voorgelegd aan de Gewestelijke Commissie in het voorjaar zodat deze tijdig in de budget- en activiteitenplanning kunnen opgenomen worden. Voor de uitvoering van het handhavingsbeleid dienen nog verdere concrete afspraken gemaakt te worden. Op een jaarlijkse gezamenlijke vergadering van de Lokale Commissies in de verschillende regio’s worden toelichtingen gegeven over bepaalde nieuwe beleidsaspecten van het ANB of van Defensie, nieuwe wetgeving of actuele thema’s van het natuur- en bosbeleid.

Knelpunten en oplossingen Een aantal facturen is nog steeds niet uitbetaald om diverse redenen (te laag bedrag dat was vastgelegd, herziening van prijsopgave, geen akkoord met uitvoering,…) en konden dus niet ingebracht worden in de uitgavenstaat voor Europa. De uitvoeringen in Tielenkamp zijn nog steeds niet volledig afgewerkt.

52


Jaarrapport ANB 2010

4.5 Uitvoering technische aspecten van het beheer openbare bossen. Output opgenomen in Beheersovereenkomst: Klantentevredenheid. Prestatienorm: Behoud van de hoge graad van klantentevredenheid bij de eigenaars van de openbare bossen.

> Specifieke werking: projecten Griet Beckers Project 09.14

Ontwikkelen van een visie m.b.t. het technisch beheer van openbare bossen

Projectsponsor: Roel Vanhaeren Projectleider: Griet Beckers

Opzet Situering Volgens art. 45 van het bosdecreet worden alle openbare bossen beheerd door het Agentschap voor Natuur en Bos. In de openbare bossen, andere dan de domeinbossen, omvat dat beheer enkel de technische aspecten van het bosbeheer, die de praktische uitvoering van het beheerplan betreffen. Het decreet zelf geeft weinig verduidelijking van wat dit inhoudt. Uit de praktijk blijkt dat de dienstverlening zeer uiteenlopend werd uitgebouwd: gaande van het voorbereiden van de houtverkoop, het hameren en opmeten van te kappen bomen, het voorstellen van werken die in eigen beheer worden uitgevoerd, het uitwerken van bosbouwtechnische aspecten ten behoeve van de bestekken voor het uitbesteden van werken en het opvolgen van werken tot het begeleiden van besturen bij de opmaak van een beheerplan. De openbare eigenaar behoudt wel de beslissingsbevoegdheid over te nemen maatregelen en de verantwoordelijkheid over het financiĂŤle beheer. Korte omschrijving Binnen dit project is het de bedoeling om een visie uit te werken over volgende aspecten: welke taken behoren minimaal tot het 'technisch beheer' dat ANB in deze openbare bossen uitvoert. welke dienstverlening kan ANB daarnaast aanbieden aan openbare besturen? op welke manier kan deze dienstverlening optimaal uitgebouwd worden? wie neemt welke verantwoordelijkheden op binnen ANB ten aanzien van deze besturen? Naast het bepalen van een visie zal ook een strategie uitgewerkt worden voor het realiseren van deze samenwerking op terrein.

Middelen Naast de personeelsinzet werden geen middelen voorzien.

Resultaten Met het projectteam (dat bestaat uit vertegenwoordigers van verschillende afdelingen binnen ANB) en via discussierondes per provinciale dienst werd in 2009 een ontwerpvisie opgesteld. In 2010 werden geen verdere acties ondernomen. Uit contacten met de terreinbeheerders, zowel binnen ANB als vanuit de openbare besturen, is echter gebleken dat het noodzakelijk is om hier verdere stappen rond op te zetten. In 2011 zal de verdere realisatie en communicatie van deze visie m.b.t. het technisch beheer van openbare bossen dan ook aangepakt worden.

Knelpunten en oplossingen /

53


Jaarrapport ANB 2010

5. ANB ondersteunt en werkt samen met lokale overheden, private partners, doelgroepen en particulieren in functie van meer en betere natuur, bos en groen. Output opgenomen in Beheersovereenkomst: De bevordering van het duurzame beheer van natuur, bos en groen door lokale overheden, private partners, doelgroepen en particulieren. De realisatie van een duurzaam of duurzamer gebruik van natuur , bos en groen door doelgroepen. Het stimuleren van een meer effectieve natuur, bos en groen door de efficiĂŤnte en effectieve inzet van beheersovereenkomsten of de samenwerkingsovereenkomst met lokale besturen. Grensoverschrijdende samenwerking in functie van internationale uitstraling.

5.1 Bevorderen duurzaam beheer terreinen van derden. Output opgenomen in Beheersovereenkomst: Goedkeuring van de beheerplannen. verstrekken van subsidies. Ondersteuning van bosgroepen, natuurreservaten, bosreservaten, regionale landschappen... Aflevering van kapmachtigingen. Uitwerking van natuurprojectovereenkomsten. SubsidiĂŤring van Groenjobs.

> Specifieke werking: projecten Jasper Goffin Project 10.6

Harmonisch Park en Groenbeheer Alden Biesen

Projectsponsor: Bert Vanholen Projectleider: Jasper Goffin

Opzet Situering Alden Biesen, een voormalige landcommanderij, is momenteel ingericht als een Vlaams cultuurcentrum met internationale ambitie. Het domein bestaat uit verschillende tuin- en parkgebieden, omliggende hoogstam boomgaarden, bosgebied, dreefstructuren, parking, natuurgebied. Een groot gedeelte van het visiegebied is eigendom van de Vlaamse Overheid, de andere delen zijn eigendom van de stad Bilzen. Het visiegebied bedraagt 75 ha. Voor een optimaal beheer van het gebied mogelijk te maken, werd een samenwerkingsverband afgesloten tussen de verschillende partners betrokken bij dit project. Korte omschrijving Het beheer van dit domein vraagt om een totaalconcept, met insteken vanuit de gebouwinfrastructuur, het cultureel aanbod en het typerende parklandschap. Met de opmaak van een Harmonisch Park en Groenbeheer beogen we een innovatieve en toekomstgerichte beheervisie op te stellen voor het domein Alden Biesen. Dit project geldt als een voorbeeldstellend project en heeft als doelstelling om het concept van HPG in de belangstelling te zetten, enerzijds naar de bevolking en anderzijds naar lokale besturen.

Middelen Naast de personeelsinzet werden in 2010 geen specifieke middelen vastegelegd

Resultaten

54


Jaarrapport ANB 2010

Het reguliere beheer van het domein Alden Biesen wordt verder gezet en uitbesteed aan een private ondernemer gespecialiseerd in kasteelparken en tuinen. Deze private ondernemer wordt aangestuurd en ondersteund door het Agentschap voor Natuur en Bos. Op regelmatige tijdstippen is de werkgroep ‘groenbeheer’ samengekomen om eventuele knelpunten aan te halen, en de uitgevoerde werken en planning te overlopen. In 2010 is ook de aanbesteding afgerond voor de opmaak van een Harmonisch Park- en Groenbeheerplan (HPG-plan) voor het gehele domein van Alden Biesen. Dit HPG-plan moet als voorbeeld dienen voor mogelijk HPG-plannen in de provincie en streeft naar innovatie, zowel met betrekking tot de toekomstvisie als met de bijbehorende beheermaatregelen. De opmaak van dit HPG-plan loopt in 2011-2012.

Knelpunten en oplossingen /

> Reguliere werking: processen Carl De schepper AVES2.1 AVES2.4 AVES4.3 AVES4.5 AVES6.1 AVES6.2 AVES6.3 AVES6.4 GGB4.10 GGB4.11 GGB5.4 GGB5.5

Informeren van en overleggen met doelgroepen Ontwikkelen van beleid inzake boscertificering, incl. aankoopbeleid van duurzaam geproduceerd hout Goedkeuren en opvolgen van bermbeheerplannen Goedkeuren en opvolgen van bosbeheerplannen van andere dan domeinbossen Beheren van subsidies in het kader van het bosdecreet Beheren van subsidies inzake particulieren en verenigingen ivm vorming draagvlak groen Opvolgen van projecten in het kader van Vlaams Fonds Tropisch Bos en beheren van betreffende subsidiëring Subsidiëring van de beleidsondersteunende werking van verenigingen Begeleiden bij de opmaak van beheerplannen buiten de eigen domeinen Permanent ontwikkelen, stimuleren en (laten) realiseren van projecten gebiedsgericht beleid Leveren van bijdragen in ruilverkavelingsprojecten en landinrichtingsprojecten Leveren van bijdragen aan het plattelandsbeleid

Opzet Deze doelstelling bundelt de resultaten welke het ANB behaalt door middel van het inzetten van een aantal instrumenten ter bevordering van het duurzaam beheer van terreinen die eigendom zijn van derden. Het betreft hier gebieden die geen reservaatstatuut hebben en waarbij het ANB geen rechtstreekse en volledige verantwoordelijkheid draagt qua beheer. Enerzijds wordt er stimulerend opgetreden door middel van financiële steunmaatregelen. Het gaat dan om subsidies voor beheerders van privé-bossen en openbare bossen ingesteld op basis van het Bosdecreet en om de natuurprojectovereenkomsten zoals opgenomen in het zogenaamde Maatregelenbesluit op het Decreet Natuurbehoud. De subsidies in uitvoering van het Bosdecreet omvatten volgende steunmaatregelen : Bebossing; Bebossing van landbouwgronden; Herbebossing; Openstelling van privé-bossen; Subsidie opmaak uitgebreid bosbeheerplan; Subsidie ecologische bosfunctie. Via natuurprojectovereenkomsten kunnen in bepaalde gebieden vergoedingen worden toegekend voor locale projecten in uitvoering van een natuurrichtplan ten behoeve van het natuurbehoud, de natuurontwikkeling, de natuurrecreatie en de natuureducatie. Het ANB wil via participatie in het plattelandsontwikkelingsbeleid doelen rond natuur, bos en groen helpen realiseren. Dat gaat van het opvolgen van het Europees beleid ter zake, over de deelname in management van het PDPO tot concrete participatie in instrumenten zoals ruilverkaveling en landinrichting. Naast financiële stimuli, levert het ANB ook rechtstreekse ondersteuning inzake het bosbeheer door middel van het stelsel van beheerplannen en afzonderlijke (kap)machtigingen. Voor elk privé-bos groter dan 5 ha dat minstens voor een deel gelegen is het VEN en voor elk openbaar bos, dient de beheerder een uitgebreid

55


Jaarrapport ANB 2010

bosbeheerplan op te stellen dat voldoet aan de criteria voor duurzaam bosbeheer. Voor alle andere privébossen > 5 ha heeft de beheerder de keuze tussen een beperkt bosbeheerplan of een uitgebreid bosbeheerplan. Voor privé-bossen < 5 ha is er geen verplichting tot opstellen van een bosbeheerplan. Voor alle beheersmaatregelen die niet zijn voorzien in een bosbeheerplan, heeft de bosbeheerder een aparte machtiging nodig. Vermits het doorgaans gaat om aanvragen tot kappen van bomen, wordt hier gesproken van ‘kapmachtigingen’.

Middelen Naast de personeelsinzet worden volgende middelen voorzien: Basisallocatie LD0000_1LD30300_1211 LD0000_1LD31300_5320 LD0000_1LD31500_6331 LD0000_1LD30800_3300 LD0000_1LD31000_3300 LBC000_3LD02300_5310 LBC000_3LD00800_1211 LBC000_3LD01200_3300

Bedrag vastgelegd 18.521,89 € 258.247,66 € 555.479,00 € 141.638,00 € 47.904,57 € 73.023,25 € 57.000,00 € 265.951,60 €

Resultaten

56

Indicator Oppervlakte gecertificeerd bos Aantal behandelde dossiers bermbeheerplannen

Maat ha aantal

Oppervlakte goedgekeurde bosbeheerplannen Bosdecreet in werkjaar

ha

Aantal dossiers goedgekeurde bosbeheerplannen Bosdecreet in werkjaar

aantal

Aantal subsidiedossiers openstelling privébos Aantal subsidiedossiers bebossing/herbebossing Aantal behandelde subsidiedossiers particulieren inzake vorming draagvlak groen Aantal subsidiedossiers Vlaams Fonds Tropisch Bos Aantal definitief ondersteunde projecten Vlaams Fonds Tropisch Bos Aantal definitief goedgekeurde dossiers beleidsondersteunende verenigingen Aantal aanvraagdossiers subsidies werking beleidsondersteunende verenigingen Aantal adviezen irt de opmaak van beheerplannen buiten de eigen domeinen

aantal aantal

Status ANB: 15.187,6 ANB: 14 AN : 3 LI : 4 OV : 4 VB : 0 WV : 3 ANB: 1.960,04 AN : 198,21 LI : 1.603,83 OV : 26,7 VB : 72,3 WV : 59 ANB: 42 AN : 7 LI : 16 OV : 7 VB : 4 WV : 8 ANB: 135 ANB: 31

aantal

ANB: 7

aantal

ANB: 3

aantal

ANB: 59

aantal

ANB: 4

aantal

ANB: 10

aantal

Aantal gevolgde projecten ruilverkaveling en landinrichting

aantal

ANB: 224 AN : 204 LI : 14 OV : 5 VB : 0 WV : 1 ANB: 26 AN : 4 LI : 6 OV : 4 VB : 6 WV : 6


Jaarrapport ANB 2010

Voor wat betreft de subsidies van bebossing van landbouwgronden is overleg gehouden met de afdeling Duurzame Landbouwontwikkeling omtrent de problematiek van de negatieve adviesverlening rond bebossing in het agrarisch gebied. De criteria in de ministeriële omzendbrief werden grondig gescreend en nieuwe afspraken werden gemaakt. Een nieuw ontwerp van omzendbrief werd aan de verantwoordelijke ministers bezorgd in de loop van 2010. Subsidie aanvragen voor bebossing van landbouwgronden blijven terugvallen wegens problematiek van gronddruk en planologische situatie( LBC000_3LD02300_5310). Naar aanleiding van de Heath-Check van het Europees landbouwbeleid stelde het ANB een reeks wijzigingen aan het PDPO voor die kaderden binnen de doelstellingen rond klimaat en biodiversteit. Van dit voorstel werd niets weerhouden. In het licht van acties rond het Kyoto-protocol en Countdown 2010 is een versterking van deze accenten wenselijk bij de komende Mid-term evaluatie en de voorbereiding van het nieuwe programma voor plattelandsontwikkeling (PDPO III). Er lijkt een achterstand op te treden in het indienen van dossiers voor gewone bebossing en herbebossing, vermoedelijk veroorzaakt door de gedaalde houtprijzen. Er is gestart met de herwerking van een richtlijn voor het behandelen van de subsidiedossiers. Deze richtlijn moet leiden tot een vlottere behandeling van de dossiers, o.a. door het opnemen van gedetailleerdere beoordelingscriteria. Vanuit het doelgroepenoverleg ‘bos’ werden verschillende bemerkingen gegeven tot aanpassen van de subsidies op basis van het Bosdecreet. In 2010 werd hiertoe een studie opdracht uitgeschreven welke een screening beoogt van bijstelling van de subsidieregeling. Verschillende technische aspecten zullen hierbij bekeken worden. In het bijzonder zal ook gezocht worden naar mogelijkheden voor grondige bijstelling van de subsidieregeling voor openstelling van privé-bossen en natuurreservaten. De werking van het Vlaams Fonds Tropisch Bos werd geëvalueerd. Vermits de internationale besluitvorming rond biodiversiteit en klimaat in 2010 (en wellicht ook nog in 2011) belangrijke bijstellingen en ontwikkelingen kende, werd geopteerd om de werking van het Fonds nog te laten verder lopen binnen de voorheen gestelde prioriteiten. In 2010 werd beslist drie nieuwe projecten in Peru en Ecuador financieel te ondersteunen (LBC000_3LD01200_3300). Een nieuw overbruggingscontract werd eveneens opgestart teneinde de continuïteit te kunnen garanderen (LBC000_3LD00800_1211). Voor de problematiek rond certificering van hout uit duurzaam beheerde bossen heeft het ANB een totaalpakket aan de minister voorgelegd, inclusief het voorstel ter ondersteuning van een PEFC-werking in Vlaanderen, een subsidiedossier voor PEFC België en FSC België ter ondersteuning van lokale overheden in het kader van hun aanbestedingsbeleid rond duurzaam hout in utvoering van de Samenwerkingsovereenkomst (LBC000_3LD01400_3300) en een voorstel tot ondersteuning van vzw Fair Timber voor bijstelling van het FSC-proces in Vlaanderen. Afronden van de besluitvorming is dringend gewenst.

57


Jaarrapport ANB 2010

In 2010 werd een nieuw voorstel uitgewerkt voor een regeling welke de inkomsten uit de financiële boscompensatie via een projectoproep ter beschikking stelt aan gemeenten en provincies om mee te helpen de middelen van het bossencompensatiefonds sneller en efficiënter te besteden aan nieuw aan te leggen bossen (LD0000_1LD31600_6332). Dit ter vervanging van een eerder voorstel van gereglementeerde subsidie ter compensatie van het grondwaardeverlies in geval van bebossing. Vanuit het bossencompensatiefonds werd hiervoor 500.000 € ter beschikking gesteld als variabel krediet

Knelpunten en oplossingen /

5.2 Realisatie natuurinrichting Output opgenomen in Beheersovereenkomst: Oppervlakte natuur die kwalitatief, efficiënt en effectief is ingericht na uitvoering van projectuitvoeringsplannen in het kader van natuur-inrichtingsprojecten Prestatienorm: Toename met minstens gemiddeld 400 ha per jaar.

> Reguliere werking: processen Maarten Reynaert GGB5.1

Beheren van aspecten van grondbeleid in natuurinrichting

GGB5.2

Beheren van haalbaarheidsstudies, projectrapporten, uitvoeringsplannen en andere studies inzake natuurinrichting

GGB5.3

Opvolgen van de uitvoering van projecten van natuurinrichting

Opzet Natuurinrichting werd als instrument voor gebiedsgericht beleid opgenomen in het natuurdecreet van 1997. Doel van natuurinrichting is een gebied optimaal in te richten voor het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de aanwezige natuurwaarden. Bijzondere aandacht wordt daarbij gegeven aan de invulling van natuurdoelstellingen in de speciale beschermingszones (SBZ) en het Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN).

Middelen Naast de personeelsinzet worden volgende middelen voorzien: Basisallocatie LD0000_1LD30200_1211 LD0000_1LD31100_4143 LD0000_1LD31400_6142

Bedrag vastgelegd 23.627,11 € 199.307,24 € 2.344.987,44 €

Resultaten

58

Indicator Aantal lopende NIP

Maat aantal

Oppervlakte NIP in studiefase (ha)

ha

Status ANB: 16 AN : 2 LI : 2 OV : 5 VB : 2 WV : 5 ANB: 1.654 AN : 1.089 LI : 0 OV : 565


Jaarrapport ANB 2010

Oppervlakte NIP in procedure (ha)

ha

Toename oppervlakte NIP uitgevoerd (ha)

ha

Oppervlakte NIP in uitvoering (ha)

ha

VB : 0 WV : 0 ANB: 3.484 AN : 515 LI : 0 OV : 845 VB : 1.581 WV : 0 ANB: 478 AN : 0 LI : 0 OV : 478 VB : 0 WV : 0 ANB: 7.185 AN : 541 LI : 1.246 OV : 775 VB : 1.581 WV : 3.042

Sinds 1999 werden diverse natuurinrichtingsprojecten, verspreid over Vlaanderen opgezet. Elk project doorloopt daarbij min of meer een zelfde traject. Na een eerste grondige screening wordt het project ingesteld; vervolgens wordt een gebiedsvisie met daaraan gekoppelde te nemen maatregelen in een projectrapport uitgewerkt. Na goedkeuring van de maatregelen door de minister, wordt de concrete uitvoering in detail uitgewerkt in één of meer projectuitvoeringsplannen. Met die plannen in de hand gebeurt vervolgens de realisatie op terrein. Met natuurinrichting probeert ANB via overleg een lokaal draagvlak voor natuurmaatregelen te ontwikkelen. De inzet van het instrument wordt meer vraaggestuurd. Dit heeft meteen ook zijn implicaties naar het gezamenlijk met partners inrichten en delen van verantwoordelijkheid. De projecten worden op die manier ook breder gedragen. De aansturing van concrete projecten gebeurt vanuit een provinciaal coördinator. Op de centrale diensten worden de algemene beleidslijnen uitgezet en gebeurt budgetcontrole en –bewaking. Tevens wordt daar de relevante wetgeving opgevolgd. Via een regelmatig overleg wordt informatie uitgewisseld tussen de centrale diensten en de provinciale coördinatoren. In verschillende projecten is de visie uitgewerkt en is men bezig met het opstellen van uitvoeringsplannen. Die moeten garanderen dat in de volgende jaren tot concrete uitvoering op terrein kan overgegaan worden. Tevens zijn verschillende projecten in uitvoering. Het voorbije jaar werd vooral geïnvesteerd in volgende projecten: Averbodebos en –heide, Dijlevallei, Turnhouts Vennengebied West, Blankaart, Oostends Krekengebied en Osbroek-Gerstjens. In 2010 konden de grote inrichtingswerken in het project Stropers definitief beëindigd worden (totale oppervlakte van dit project is 478ha). De natuur kan hier nu verder het voortouw nemen en spontaan verder ontwikkelen. Er wordt verdere prospectie gedaan naar mogelijke nieuwe projecten. Er wordt hierbij grondig onderzocht en afgewogen waar het instrument natuurinrichting kan ingezet worden. Het instrument natuurinrichting krijgt nieuwe inzetkansen voor het concreet op terrein realiseren van de voorwaarden voor het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen in de SBZ.

Knelpunten en oplossingen Natuurinrichting is een instrument van het natuurbeleid. Voor de praktische uitwerking en secretariaatsfunctie wordt beroep gedaan op de Vlaamse Landmaatschappij (VLM), de financiering en inhoudelijke aansturing gebeurt door ANB. Om een goede samenwerking te garanderen werden in 2010 concrete afspraken gemaakt tussen VLM en ANB. Dit resulteerde in een goedgekeurde vernieuwde versie van de samenwerkingsovereenkomst. De uitvoering van het natuurinrichtingsproject Zwarte beek loopt wat vertraging op. Onder andere werd de stedebouwkundige vergunning niet verkregen voor het dossier ‘gemeentebossen Koerselse Heide’ waardoor de vastlegging in 2010 niet gehaald werd. Hopelijk kan de timing van vastlegging van de dossiers ‘recreatie’ (2011) en ‘valleigebied’ (2012) wel gehaald worden.

59


Jaarrapport ANB 2010

In 2010 werden geen nieuwe natuurinrichtingsprojecten ingesteld. Om continuïteit te garanderen wordt daarom onderzocht waar nieuwe projecten opgestart kunnen worden. Via geactualiseerde ramingen en een gedetaileerde meerjarenplanning wordt ernaar gestreefd om de middelen die ingezet worden voor natuurinrichting efficiënt te besteden.

5.3 Ondersteuning bosgroepen. Output opgenomen in Beheersovereenkomst: Actieve begeleiding. Tijdige uitbetaling van tijdig ontvangen subsidiedossiers. Prestatienorm: In minstens 95 % van de dossiers.

> Reguliere werking: processen Maarten Reynaert GGB4.1

Beheren van erkenning en subsidiëring van bosgroepen

Opzet Meer dan de helft van de bossen in Vlaanderen zijn in handen van privé-eigenaars. In veel van deze, vaak versnipperde bossen was ergens in de jaren 60 van vorige eeuw het beheer stilgevallen. Begin jaren 90 van vorige eeuw, werd nagedacht aan een methode om de maatschappelijke functievervulling (recreatief, ecologisch, houtproductie…) in privé-bossen te verbeteren. Hieruit onstond het concept ‘Bosgroep’. Dit is een onafhankelijke, door de overheid gesubsidieerde VZW, met een raad van bestuur die bestaat uit minstens de helft plus één privé-boseigenaars, en een coördinator. De bosgroepen werken met aangesloten leden. Deze leden hebben een stem in de algemene vergadering. De 12 doelstellingen van de bosgroepen zijn vastgelegd in artikel 41 bis van het bosdecreet. Het komt erop neer dat de bosgroepen bedoeld zijn als katalysator van duurzaam bosbeheer in hun regio.

Middelen Naast de personeelsinzet worden volgende middelen voorzien: Basisallocatie LBC000_3LD01300_3300

Bedrag vastgelegd 2.467.304,26 €

Van deze vastgelegde middelen was 1.814.424,55 euro bestemd voor basissubsidies, 263.181,20 euro voor beheersubsidies, 26.083,00 euro voor vormingssubsidies en 363.615,45 euro voor projectsubsidies.

Resultaten Indicator Oppervlakte beheerd via bosgroep

Maat ha

Status ANB: 45.376

Erkenningen en subsidies via BVR Bosgroepen Het Besluit van de Vlaamse Regering van 27 maart 2003 betreffende de erkenning en subsidiëring van bosgroepen en de wijze waarop leden van het Agentschap voor Natuur en Bos kunnen meewerken in erkende bosgroepen, biedt het kader om erkende bosgroepen een aantal subsidies toe te kennen: de basis en beheersubsidie voor de basiswerking en daarnaast een vorming- en projectsubsidie voor specifieke opleidingen en projecten. Sinds begin 2010 zijn alle 19 bosgroepen erkend. De bosgroepen zijn nu gebiedsdekkend in Vlaanderen actief.

60


Jaarrapport ANB 2010

Continue opvolging en begeleiding Bij ANB is er ondertussen in elke buitendienst een aanspreekpunt voor de bosgroepen aangesteld. Voor de bosgroepen binnen hun provincie zijn deze aanspreekpunten o.a. verantwoordelijk voor de opvolging van de werking, adviesverlening ivm erkenningen en beoordeling van het jaarlijks activiteitenverslag. Binnen elke buitendienst van ANB wordt iemand als waarnemend lid afgevaardigd om de Raden van Bestuur van alle bosgroepen in de betreffende provincie op te volgen. Op de centrale diensten worden de algemene beleidslijnen uitgezet en gebeurt budgetcontrole en – bewaking. Tevens wordt daar relevante wetgeving opgevolgd. Via een regelmatig overleg wordt informatie uitgewisseld tussen de centrale diensten en de provinciale aanspreekpunten. De periodieke coördinatorenvergaderingen werden georganiseerd en gefaciliteerd door ANB. Sinds de oprichting van de Koepel van de Vlaamse Bosgroepen wordt de Raad van Bestuur van deze koepel door het aanspreekpunt bosgroepen de centrale dienst van ANB telkens bijgewoond.

Evaluatie en optimalisatie wetgevend kader In de verschillende overlegorganen worden eventuele knelpunten in verband met de bestaande wetgeving aangekaart. Onder andere wordt nagedacht over een mogelijke herziening van de subsidies en wordt de mogelijkheid onderzocht voor een online toepassing voor het indienen van de activiteitenverslagen. Dit wordt in 2011 verder uitgewerkt. Proces om te komen tot een bosgroepenkoepel De koepel van Vlaamse bosgroepen (in 2009 opgericht) werd in 2010 verder uitgebouwd. Er werd in april 2010 een coördinator voor de Koepel in dienst genomen. Volgens ANB heeft de koepel een belangrijke meerwaarde voor de bosgroepen. De bosgroep-overstijgende knelpunten, thema’s, communicatie wordt binnen de koepel gezamenlijk besproken. ANB is nauw betrokken bij de koepel en volgt telkens de Raad van Bestuur op. Indicatoren 1) Aantal erkende bosgroepen Momenteel zijn er 19 bosgroepen erkend, waarvan 14 definitief erkend, 1 wordt wellicht begin 2011 definitief erkend en 4 bosgroepen zijn voorlopig erkend. Daarmee is het doel bereikt, namelijk 19 erkende bosgroepen, die gebiedsdekkend in Vlaanderen actief zijn. 2) Oppervlakte beheerd via bosgroep Ondertussen is de totale oppervlakte bos, beheerd door de leden van alle bosgroepen, toegenomen tot 45.376 ha. 3) Tijdige uitbetaling van tijdig ontvangen dossiers irt subsidie Door de besparingsmaatregelen van de Vlaamse Regering konden enkel de basis- en beheersubsidies opgenomen worden in de begroting 2010 en het budgetplan van ANB. Oorspronkelijk werden enkel middelen voorzien op de begroting voor basis- en beheersubsidies (gereglementeerde subsidies). Project- en vormingssubsidies (semi-gereglementeerde subsidies) waren niet voorzien. In de loop van het jaar werden bijkomende middelen voorzien via begrotingscontrole en kredietherschikking.Niettemin konden omwille van deze besparingsmaatregelen 20% van de vormingssubsidies wat betreft de projectsubsidies en enkel de projecten die te maken hebben met sociale tewerkstelling toegekend worden. De project- en vormingssubsidies konden pas in december vastgelegd worden. Dit is moeilijk werkbaar voor de bosgroepen aangezien ze pas op het einde van het jaar duidelijkheid hadden over de toegekende subsidies. Het voorschot van de projectsubsidies kon bijgevolg niet tijdig uitbetaald worden.

Knelpunten en oplossingen In het verleden was het een groot knelpunt dat er te weinig middelen voorzien werden op de begroting om alle aangevraagde subsidies toe te kennen. Voor 2010 was dit opnieuw het geval, ditmaal zeer substantieel. Dit heeft als gevolg dat sommige subsidies niet tijdig toegekend en/of uitbetaald konden worden. Ook voor 2011 zijn er voorlopig geen middelen voorzien voor project- en vormingssubsidies. Zoals de andere doelgroepen, zulle de bosgroepen ook hun werking moeten afstemmen op de ondersteuningverlaagde.

61


Jaarrapport ANB 2010

5.4 Ondersteuning erkende natuurreservaten. Output opgenomen in Beheersovereenkomst: Actieve begeleiding. Tijdige uitbetaling van tijdig ontvangen subsidiedossiers. Prestatienorm: In minstens 95 % van de dossiers.

> Reguliere werking: processen Peter Willeghems GGB4.2

Beheren van erkenningen van terreinbeherende verenigingen

GGB4.6

Beheren van subsidiëring van erkende natuurreservaten

GGB4.7

Goedkeuren en opvolgen van oprichting en uitbreiding van erkende natuurreservaten

Opzet Het natuurdecreet biedt de mogelijkheid om private terreinen te erkennen als natuurreservaat. Hiervoor dient de aanvrager een dossier in bij het ANB dat, na controle, voor advies aan diverse instanties wordt voorgelegd. Op basis van deze adviezen wordt een voorstel van beslissing opgemaakt, dat aan de minister wordt voorgelegd. Op basis van dit voorstel en de adviezen beslist de minister over de erkenning van het gebied als natuurreservaat. De erkenning als natuurreservaat legt een aantal verplichtingen op aan de beheerder, maar biedt anderzijds ook een aantal financiële stimuli zoals huursubsidies, subsidies voor het beheer van erkende percelen, de monitoring en de openstelling van het natuurreservaat. In ruil voor deze subsidies moet de beheerder maatregelen nemen die het behoud en de ontwikkeling van de aanwezige natuurwaarden ten goede komen en, in de mate van het mogelijke, zijn gebied openstellen voor het brede publiek. Tevens moet hij de evolutie van de natuur in het gebied opvolgen en via periodieke monitoringsrapporten aan het ANB bekend maken. Naast de subsidies voor het reguliere beheer bestaat ook de mogelijkheid tot het subsidiëren van bijzondere éénmalige werken in een natuurreservaat. Deze werken dienen gekaderd te zijn binnen een goedgekeurd beheerplan en worden beoordeeld op basis van een specifiek dossier met beschrijving en kostenraming van de inrichting. Specifiek voor erkende terreinbeherende natuurverenigingen zijn nog extra subsidies voorzien voor de aankoop van natuurterreinen en het open houden van bezoekerscentra. Bedoeling hiervan is enerzijds aankopen in specifieke gebieden te stimuleren, zodat grotere aaneengesloten natuurgebieden met natuurgericht beheer kunnen ontstaan en anderzijds een tussenkomst in de loonkost en het onderhoud van een bezoekerscentrum teneinde een verbeterde openstelling van natuurgebieden in de omgeving en natuureducatie te realiseren.

Middelen Naast de personeelsinzet worden volgende middelen voorzien: Basisallocatie LD0000_1LD31200_5210 LBC000_3LD02100_5210 LBC000_3LD01100_3300 LBC000_3LD02200_5210

Bedrag vastgelegd 304.000,00 € 6.843.000,00 € 5.509.306,11 € 198.100,00 €

Resultaten De resultaten van het reservatenbeleid zijn het gevolg van teamwerk. Tijdens een tweewekelijks overleg worden de lopende dossiers besproken en worden afspraken gemaakt rond prioritair af te werken dossiers. Tevens worden meerdere overlegvergaderingen met de natuurverenigingen georganiseerd, waarbij een stand van zaken en de bespreking van knelpunten aan bod komen. Op die manier kan de kwaliteit van de ingediende dossiers verbeteren, wat dan moet resulteren in een kortere omlooptijd voor de erkenning.

62


Jaarrapport ANB 2010

Aankopen De aankoopsubsidies zijn verdeeld over twee verschillende begrotingsposten: reguliere aankoopsubsidies en subsidies vanuit de Nationale Loterij. De reguliere aankoopsubsidies worden in de loop van het jaar in drie schijven uitbetaald. De berekening van de subsidies gebeurt op basis van de resultaten van de voorbije vijf jaren. Dit laat toe een verdeelsleutel tussen de drie erkende terreinbeherende verenigingen op te stellen. De totale aankoopsubsidies zakten in 2010 onder invloed van de besparingen. De éénmalige impuls van 1.000.000€ die in 2008 en 2009 nog werd gegeven viel weg en er werd bijkomend een besparing van 5% doorgevoerd. Door deze maatregelen is het aankoopbudget afgenomen met 1.363.000€. Ook op de subsidies van de Nationale Loterij werd een besparing van 5% doorgevoerd waardoor de deze licht afnamen tot 304.000€. Figuur 1 geeft grafisch de evolutie weer van de aankoopsubsidies voor de erkende terreinbeherende natuurverenigingen. Evolutie aankoopsubsidies erkende terreinbeherende natuurverenigingen 12.000.000,00 €

10.000.000,00 €

8.000.000,00 €

6.000.000,00 €

4.000.000,00 €

2.000.000,00 €

0,00 € 1995

1996

1997

1998

1999

2000

2001

2002

2003

2004

2005

2006

2007

2008

2009

2010

Jaar

Figuur 1: Evolutie aankoopsubsidies erkende terreinbeherende natuurverenigingen. Net als de voorgaande jaren werden tijdig de nodige bewijsstukken aangeleverd voor de uitbetaling van de aankoopsubsidies. Op basis van de ingediende bewijsstukken werd de verdeelsleutel tussen de erkende terreinbeherende natuurverenigingen onderling berekend en goedgekeurd bij ministerieel besluit van 24 april 2010. Het overeenkomstige subsidiebedrag werd vastgelegd op 3 mei 2010. De 1ste schijf van de aankoopsubsidies werd uitbetaald in eind juni 2010, de uitbetaling van de 2de en derde schijf zijn afhankelijk van de indiening van de verantwoordingsstukken. Erkenning van natuurreservaten In 2010 werd 61ha erkend als privaat natuurreservaat of als uitbreiding van een reeds erkend natuurreservaat. Dit is het derde laagste resultaat van de laatste 20 jaar. In 1991 en 1993 werden respectievelijk slechts 10ha en 21ha erkend. Door de besparingsmaatregelen van de Vlaamse Regering was er in de begroting 2010 onvoldoende kredieten ter beschikking gesteld om te voldoen aan de verplichtingen inzake beheersubsidies van de op datum 01/01/2010 erkende reservaten en de bezoekerscentra. Via herschikking bij begrotingscontrole konden de benodigde middelen vrijgemaakt worden. In de loop van 2010 konden door kredietherschikking de nodige vastleggingskredieten vrijgemaakt worden van de beheersubsidies verbonden aan de doelstelling van 400ha bijkomend te erkennen in 2010. In 2010 werden in totaal 32 aanvragen voor erkenning of uitbreiding aan het ANB overgemaakt. Na controle van de dossiers en de aanvraag en verwerking van de verschillende adviezen wordt door het ANB een voorstel van besluit voor de minister opgemaakt. Dit wordt onderbouwd met diverse kaarten en met een voorafgaande berekening van de financiële impact van een dossier. In 2010 werden er 22 dossiers voor een totale oppervlakte van 469ha aan de Minister van erkenningen voorgelegd. Er werden slechts 4 dossiers door de Minister erkend met een totale oppervlakte van 60,9181ha. Een trend die zich nog steeds doorzet is de geleidelijke toename van de gemiddelde oppervlakte per natuurreservaat (zie figuur 2). Deze evolutie wordt door meerdere factoren gelijktijdig beïnvloed: er worden minder nieuwe en kleine natuurreservaten ter erkenning voorgelegd en er wordt werk gemaakt van de actieve uitbreiding van bestaande natuurreservaten. Daarnaast worden een aantal, oorspronkelijk als afzonderlijk project ingediende, natuurreservaten samengevoegd. Hierdoor is de gemiddelde oppervlakte, die in 1995 op een minimum van ongeveer 24ha lag, in 2010 opgeklommen tot 41,93ha.

63


Jaarrapport ANB 2010

Evolutie erkende natuurreservaten.

Tot. Opp. Gem. Opp. Exponentieel (Tot. Opp.) 60,00

14000,0000

50,00

Totale Oppervlakte (ha)

10000,0000

40,00

8000,0000 30,00

6000,0000 20,00

Gemiddelde oppervlakte (ha / Reservaat)

12000,0000

4000,0000

10,00 2000,0000

0,00

19 81 19 83 19 85 19 87 19 89 19 91 19 93 19 95 19 97 19 99 20 01 20 03 20 05 20 07 20 09

0,0000

Jaar

Figuur 2: Evolutie totale en gemiddelde oppervlakte erkende natuurreservaten. Monitoring Een erkenning brengt de verplichting met zich mee tot het periodiek indienen van uitgebreide monitoringsrapporten. In 2010 werden 52 monitoringsrapporten ingediend en werden in totaal 62 dossiers goedgekeurd, met name 60 monitoringsrapporten en twee conformverklaringen. Een goedkeuring van een monitoring kan een beperkte impact hebben op de uitgekeerde beheersubsidie van dat specifieke natuurreservaat, omdat het rapport de aanpassing van de actuele natuurtypes (waar de beheersubsidie aan gekoppeld zijn) mogelijk maakt. Een goed beheer wordt op die manier beloond. Subsidiëring van natuurreservaten Een grotere erkende oppervlakte brengt ook een grotere subsidielast met zich mee. Deze beheersubsidie omvat een subsidie voor huur, beheer, monitoring en openstelling. Tevens is er voor de nieuw erkende oppervlakte een éénmalige subsidie voor het opstellen van het beheerplan en de eerste inrichting. De evolutie doorheen de jaren is duidelijk in figuur 3 te zien. Een eerste mijlpaal in deze evolutie vormt het subsidiebesluit van 29 juni 1999 (Reservatenbesluit), dat de beheersubsidie afhankelijk maakte van de aanwezige natuurtypes en het daarmee samenhangende beheer. De aanpassing in 2003 omvatte een aantal administratieve vereenvoudigingen en was ongeveer budgetneutraal. Door de goedkeuring van het optimalisatiebesluit op 3 juli 2009 worden de beheersubsidies geïndexeerd. De uitbetaling van de subsidies voor huur, beheer, monitoring en openstelling gebeurt in vier voorschotten en een saldobetaling. In 2010 werden vier voorschotten voor het beheer 2010 uitbetaald alsook het saldo voor het beheer 2009. Van de voorschotten werd de eerste schijf pas in mei betaald door een laattijdige ondertekening van het subsidiebesluit en problemen met het financieel systeem Orafin. Ook de tweede schijf ondervond hiervan nog hinder waardoor deze 1 week te laat werd uitbetaald. Daarna normaliseerde de toestand en konden de twee resterende schijven tijdig worden uitbetaald. Het saldo voor het beheer 2009 werd, na controle van de aangeleverde bewijsstukken, tijdig uitbetaald voor acht van de negen beheerders. Dit maakt dat 39,8% van de subsidies tijdig werden uitbetaald en 18,3% te laat doch nog binnen een termijn van 2 weken na de voorziene uitbetalingsdatum, de overige 41,9% werden te laat (22%) of niet (1,1%) uitbetaald of zijn actueel voorgesteld ter betaling (18,8%). Een laatste subsidie die samenhangt met erkende natuurreservaten, is die voor de bezoekerscentra van de erkende terreinbeherende natuurverenigingen. Het betreft één bezoekerscentrum van de vzw Limburgs Landschap, één van de vzw Durme, en vijf van de vzw Natuurpunt Beheer. Alles samen resulteert dit in een tussenkomst vanuit de Vlaamse Overheid van 212.500 euro voor al deze centra samen. De uitbetalingen gebeurden op 18 augustus, wat later is dan de bepalingen van het subsidiebesluit voorzien (voor 1 juni). Figuur 4 geeft een grafisch overzicht van het percentage uitbetaalde subsidies voor de huur, het beheer en het toezicht, het startbeheer en beheerplan, de monitoring, de openstelling in erkende natuurreservaten en

64


Jaarrapport ANB 2010

de bezoekerscentra voor 2010 en de status van uitbetaling.

0,0%

18,8%

39,8%

18,3% 1,1%

22,0%

Nog te betalen

Ingediend Mina-fonds

Laattijdig betaald <2w

Te laat uitbetaald

Niet uitbetaald

Tijdig uitbetaald

Figuur 4: Overzicht van de uitbetaling van de subsidies voor de erkende natuurreservaten 2010. Eénmalige inrichtingswerken In 2010 werden 6 nieuwe dossiers voor de uitvoering van uitzonderlijke éénmalige inrichtingswerken ingediend met een totale projectkost van 196.820euro waarvan maximaal 80% kan worden gesubsidieerd. In 2010 werden in totaal 6 projecten die natuurherstel, natuurontwikkeling of verbeterde openstelling in erkende natuurreservaten tot doel hebben goedgekeurd en vastgelegd, goed voor een totaal subsidieerbaar bedrag van 198.100euro. De andere nog lopende projecten konden vanwege te laat ingediend, onvolledige dossiers of te lange adviestermijnen nog niet worden afgerond. Evolutie subsidiëring éénmalige inrichtingswerken 1.400.000 EUR 1.200.000 EUR

Bedrag

1.000.000 EUR 800.000 EUR 600.000 EUR 400.000 EUR 200.000 EUR

2010

2009

2008

2007

2006

2005

2004

2003

2002

2001

2000

1999

1998

1997

0 EUR

Jaar Ingediend (subsideerbaar)

Goedgekeurd&vastgelegd

Beschikbaar krediet

Figuur 5: Evolutie van de subsidies voor uitzonderlijke éénmalige inrichtingswerken. Indicator Oppervlakte opgenomen in erkend natuurreservaat Aantal dossiers oprichting of uitbreiding erkende natuurreservaten

Maat ha

Status ANB: 60,9181

aantal

ANB: 23

Knelpunten Er is sinds lange tijd een historische achterstand in de verwerking van de ingediende erkenningsdossiers. Hierdoor is de omlooptijd een stuk langer dan voorzien op basis van het subsidiebesluit. De laatste drie jaren werden echter meer dossiers afgewerkt dan er nieuwe binnenkwamen, zodat de achterstand geleidelijk werd weggewerkt. Sinds 2009 is deze gunstige evolutie echter opnieuw omgebogen in een opbouw van achterstand. In 2010 werden 91 dossiers voor erkenning en monitoring ingediend en slechts 66 afgewerkt (waarvan 62 monitoring en conformverklaring). Via overleg wordt geprobeerd de kwaliteit van de nieuw ingediende dossiers te verhogen, zodat ze vlotter kunnen geadviseerd en afgewerkt worden. Het besluit van 1999 voorzag in een (beperkt) format voor het indienen van monitoringsrapporten. Bij de wijziging van het besluit in 2003 werd geopteerd deze vereisten via een apart ministerieel besluit te regelen. Dit besluit is er echter nooit gekomen, zodat naar de vroegere vormvereisten werd verwezen voor de sindsdien ingediende rapporten. Er is nood aan een betere structuur van deze rapporten, zodat relevante informatie op een overzichtelijke manier wordt weergegeven. Dit werd als aandachtspunt meegenomen bij de herwerking van het reservatenbesluit. Aangezien de herwerking zich echter heeft beperkt tot een indexering van de subsidies en een lichte procedure aanpassing in de adviesverlening blijft dit ook voor het komende jaar een aandachtspunt.

65


Jaarrapport ANB 2010

5.5 Ondersteuning erkende bosreservaten. Output opgenomen in Beheersovereenkomst: Actieve begeleiding. Tijdige uitbetaling van tijdig ontvangen subsidiedossiers. Prestatienorm: In minstens 95 % van de dossiers.

> Reguliere werking: processen Peter Willeghems GGB4.8

Beheren van subsidiëring van erkende bosreservaten (private bossen)

Opzet Volgens het bosdecreet van 13 juni 1990 en het besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van regelen betreffende aanwijzing of erkenning en het beheer van bosreservaten van 20 januari 1993 kunnen privé-bossen en bossen van openbare besturen worden erkend als bosreservaat. Omdat in een bosreservaat geen economische bosbouw meer mogelijk is, is een jaarlijkse vergoeding voor de inkomstenderving voorzien. Deze vergoeding is vastgelegd in het erkenningsbesluit van het bosreservaat.

Middelen Naast de personeelsinzet worden volgende middelen voorzien: Basisallocatie LD0000_1LD31300_5320 LD0000_1LD31500_6331

Bedrag vastgelegd 8.224,37 € 31.390,96 €

Op basisallocatie LD0000_1LD31300_5320 wordt de vergoeding voor de inkomstenderving die het gevolg is van de erkenning van privé-bossen als bosreservaat voorzien. Op basisallocatie LD0000_1LD31500_6331 betreft dit de bossen die eigendom zijn van openbare besturen (gemeente, provincie, OCMW, kerkfabriek, ...) voorzien.

Resultaten Indicator Oppervlakte opgenomen in erkend bosreservaat Aantal dossiers erkenning bosreservaten

Maat ha

Status ANB: 273

aantal

ANB: 15

Op 17 oktober 2010 werd Het Zwarte Leen, gelegen te Ieper en eigendom van het OCMW van Ieper erkend als bosreservaat. Het bosreservaat behorende tot het bostype Eiken-haagbeukenbos (Stellario-Carpinetum) is 15,50ha groot en wordt beheerd door de provincie West-Vlaanderen. Hiermee wordt de totale oppervlakte erkende (private) bosreservaten op 273ha gebracht. De vergoedingen voor de inkomstenderving worden steeds het jaar nadien uitbetaald. De vergoedingen voor de inkomstenderving voor het jaar 2009 werden vastgelegd op 28 mei 2010 (voor de privépersonen) en 1 juni 2010 (voor de openbare besturen). De uitbetalingen gebeurden in de periode 27-29 juli 2010.

Knelpunten en oplossingen /

66


Jaarrapport ANB 2010

5.6 Ondersteuning regionale landschappen. Output opgenomen in Beheersovereenkomst: Actieve begeleiding. Tijdige uitbetaling van tijdig ontvangen subsidiedossiers. Prestatienorm: In minstens 95 % van de dossiers.

> Reguliere werking: processen Luc Storms GGB4.3

Beheren van erkenning en subsidiëring van regionale landschappen

Opzet Regionale Landschappen zijn samenwerkingsverbanden tussen lokale overheden (provincies en gemeenten), natuur- en milieuverenigingen en lokale grondgebruikers (toeristisch-recreatieve verenigingen, wildbeheerseenheden en landbouworganisaties) die proberen in hun werkingsgebied het draagvlak voor natuur en landschap te bevorderen. De erkende regionale landschappen kunnen daarvoor volgens het BVR van 8/12/1998 beroep doen op een subsidie van de Vlaamse Overheid. Aanvragen voor voorlopige of definitieve erkenning, voor her-erkenning en voor uitbreiding doorlopen de erkenningsprocedure beschreven in het voornoemd BVR. Erkende regionale landschappen worden ook jaarlijks geëvalueerd. Op grond van de evaluatie kunnen aanbevelingen worden gedaan of kan de erkenning worden geschorst of ingetrokken. De ondersteuning van regionale landschappen omvat drie deeltaken : evalueren, subsidiëren en erkennen met inbegrip van een actieve begeleiding.

Middelen Naast de personeelsinzet worden volgende middelen voorzien: Basisallocatie LBC000_3LD01100_3300

Bedrag vastgelegd 1.887.820,67 €

Resultaten a) Nieuwe erkenningen - In het voorjaar van 2010 heeft het provinciebestuur van Antwerpen een aanvraag ingediend tot de voorlopige erkenning van het Regionaal Landschap Rivierenland. Er is een advies gevraagd aan de MiNaraad en de provinciale dienst Antwerpen van het ANB. Op grond van deze adviezen heeft de minister op 30 november 2010 de erkenning toegekend. De voorlopige erkenning heeft een aanvang genomen op 1 december 2010 en geldt voor een periode van drie jaar. Het aantal erkende regionale landschappen bedraagt daarmee vijftien. - In de zomer van 2010 heeft het Regionaal Landschap Zuid-Hageland een aanvraag ingediend tot voorlopige erkenning. Deze aanvraag is niet-ontvankelijk verklaard omdat het verzoek tot voorlopige erkenning van een regionaal landschap moet uitgaan van de ‘initiatiefnemers’. Om hieraan tegemoet te komen is op 19 juli 2010 een nieuw verzoek tot voorlopige erkenning van het Regionaal Landschap ZuidHageland ingediend bij de minister en ditmaal uitgaande van één van de initiatiefnemers, het provinciebestuur Vlaams-Brabant. De aanvraag is voor advies voorgelegd aan de MiNa-raad en de provinciale dienst Vlaams-Brabant van het ANB. Op grond van deze adviezen is aan de minister een eindadvies bezorgd. Een beslissing van de minister over de erkenningsaanvraag wordt begin 2011 verwacht. - In het najaar 2010 heeft het Regionaal Landschap Kleine en Grote Nete een aanvraag ingediend tot voorlopige erkenning. Er is een advies gevraagd aan de MiNa-raad en de provinciale dienst Antwerpen van het ANB. b) Regionale Landschappen in oprichting Het begeleidingstraject dat opgestart was in 2009 om de regionale landschappen Rivierenland en Kleine en Grote Nete te helpen om te komen tot een kwaliteits- en succesvolle erkenningsaanvraag is in 2010 verdergezet.

67


Jaarrapport ANB 2010

c) Wijziging van het werkingsgebied Het Regionaal Landschap Zenne, Zuun en Zoniën heeft begin 2010 een aanvraag ingediend om haar werkingsgebied te wijzigen (toetreding van de gemeente Affligem en uittreding van de gemeente Hoeilaart). De aanvraag is voor advies voorgelegd aan de MiNa-raad en de provinciale dienst Vlaams-Brabant van het ANB. Op grond van deze adviezen heeft de minister op 27 april 2010 beslist de aanvraag in te willigen. Evaluatie over de werking 2009 In 2010 waren er 14 erkende regionale landschappen die op basis van het ingediend werkingsverslag over de activiteiten in 2009 geëvalueerd werden. De werkingsverslagen zijn voor advies voorgelegd aan de MiNa-raad en de provinciale dienst van het ANB. Op één dossier na dat van het Regionaal Landschap Vlaamse Ardennen is het evaluatietraject van alle regionale landschappen met gunstig gevolg afgerond. Subsidiëring (basissubsidie) Op 7 april 2010 is het subsidiebesluit ondertekend voor het toekennen van een basissubsidie aan veertien erkende regionale landschappen. Op basis van dit besluit zijn de individuele vastleggingsdossiers opgemaakt en is een totaal bedrag van 1.881.421,28 euro vastgelegd. Na de erkenning van het Regionaal Landschap Rivierenland m.i.v. 1 december 2010 is een bedrag van 6.399,39 euro vastgelegd als subsidie voor de maand december 2010. Aanspreekpuntenoverleg Het aanspreekpuntenoverleg dat in 2009 is opgestart is verdergezet in 2010. Daarbij is ondermeer ingezoomd op de relatie bosgroepen-regionale landschappen en de samenwerking met de VIA-coördinatoren die werkzaam zijn bij de provincies. Viering 20 jaar Regionaal Landschap Kempen en Maasland Het 20-jarig bestaan van het Regionaal Landschap Kempen en Maasland is in de maand februari 2010 gevierd met een plechtige academische zitting in aanwezigheid van de minister.

Knelpunten en oplossingen Zoals reeds vroeger aangegeven is er nood aan een veréénvoudiging en optimalisatie van een aantal procedurestappen in het uitvoeringsbesluit over de regionale landschappen. In 2009 is er een voorstel gedaan dit te bewerkstelligen via het zogenaamde optimalisatiebesluit maar dit besluit is niet afgewerkt geworden tijdens de legislatuur 2004-2009. De stappen tot een juridische veréénvoudiging moeten zo snel mogelijk worden terug opgepakt.

68


Jaarrapport ANB 2010

5.7 Ondersteuning wildbeheereenheden. Output opgenomen in Beheersovereenkomst: Actieve begeleiding. Tijdige uitbetaling van tijdig ontvangen subsidiedossiers. Prestatienorm: In minstens 95 % van de dossiers.

> Reguliere werking: processen Hans Van Gossum FF5.2

Beheren van erkenningen en subsidies WBE - wildbeheerplannen

Opzet Een wildbeheereenheid (WBE) is een vrijwillig samenwerkingsverband tussen individuele jachtrechthouders binnen een ruimtelijk begrensd gebied. Het werkgebied van een WBE bestaat uit meerdere jachtvelden met een totale oppervlakte van minstens 1000 hectaren. Binnen dat gebied wordt een planmatig wildbeheer gevoerd, dat gericht is op het in stand houden of ontwikkelen van een goede evenwichtige wildstand. Daarbij dient men rekening te houden met de belangen van zowel jacht, landbouw als natuurbescherming. Wildbeheereenheden kunnen worden erkend volgens het BVR van 1 december 1998. De erkenningdossiers worden op de provinciale diensten geadviseerd, dit laat toe om zeer kort op de bal te spelen wat een efficiĂŤntie en doeltreffende afhandeling mogelijk maakt. Erkende wildbeheereenheden kunnen volgens ditzelfde besluit aanspraak maken op een jaarlijkse subsidie. De subsidie bestaat uit een basis- en oppervlaktesubsidie en een projectsubsidie. Alle erkende wildbeheereenheden worden er tijdig aan herinnerd om hun subsidie aan te vragen en ook in de loop van het jaar worden de wildbeheereenheden op de hoogte gehouden van de stand van zaken van hun dossier. Het Agentschap voorziet de wildbeheereenheden van de nodige modelformulieren zodat een uniforme afhandeling kan verzekerd worden.

Middelen Naast de personeelsinzet worden volgende middelen voorzien: Basisallocatie LBC000_3LD01300_3300

Bedrag vastgelegd 472.507,78 â&#x201A;Ź

In 2009 werd er in totaal 127.060,80 euro subsidie toegekend aan de erkende wildbeheereenheden, dit bedrag werd echter pas vastgelegd en uitbetaald in 2010. De basissubsidie voor een erkende wildbeheereenheid bedroeg in 2009 291, 18 euro. Daarnaast krijgen de erkende wildbeheereenheden ook een oppervlaktesubsidie, deze subsidie bedroeg in 2009 145,9 euro voor elke begonnen schijf van 100 ha werkingsgebied. In 2010 werd er in totaal 255.446,98 euro subsidie toegekend aan de erkende wildbeheereenheden, dit bedrag werd vastgelegd in december 2010 en wordt uitbetaald in 2011. De basissubsidie bedroeg voor 2010 voor een erkende wildbeheereenheid 295,82 euro. Daarnaast krijgen de erkende wildbeheereenheden ook een oppervlaktesubsidie, deze subsidie bedraagt nu 147,91 euro voor elke begonnen schijf van 100 ha werkingsgebied.

Resultaten Indicator Aantal erkende WBE's Aantal dossiers voor erkenning WBE

Maat aantal aantal

Status ANB: 184 ANB: 71

In 2010 werden 167 aanvragen voor basis- en oppervlaktesubsidie ingediend door erkende wildbeheereenheden. 68 erkende wildbeheereenheden dienden een aanvraag in voor een projectsubsidie, hiervan werden er 64 projecten weerhouden.

69


Jaarrapport ANB 2010

Knelpunten en oplossingen Het beheren van de erkenningen en de subsidies van wildbeheereenheden is een arbeidsintensief en administratief relatief zwaar proces. Dit proces werd in 2009 geanalyseerd in het kader van het procesmanagementproject van het ANB. Uit deze analyse is gebleken dat er wetswijzigingen nodig zijn om dit proces te vereenvoudigen. Het ANB startte in 2010 met het uitwerken van een voorstel om de noodzakelijke wetswijzigingen te kunnen doorvoeren met het oog op een administratieve vereenvoudiging voor klant en administratie.

5.8 Ondersteuning provinciale visserijcommissies. Output opgenomen in Beheersovereenkomst: Actieve bijdrage aan een gediversifieerde en zo natuurlijk mogelijke visstand. Klantentevredenheid. Prestatienorm: Behoud van de graad van klantentevredenheid.

> Reguliere werking: processen Kristof Vlietinck FF5.10

Opmaken en opvolgen van begroting en boekhouding visserijfonds en ondersteunen Centraal Comité

Opzet Het Agentschap voor Natuur en Bos voert het secretariaat van het Centraal Comité van het Visserijfonds (beleidsmatig, wetenschappelijk, administratief, boekhoudkundig). Dit secretariaat ondersteunt de administratieve processen bij de beleidscoördinatie en -voorbereiding. Het is een infoloket en kenniscentrum rond openbare visserij voor beleidsverantwoordelijken, voor lokale besturen, voor administraties en voor de doelgroep. Het Centraal Comité coördineert en controleert de werking van de Provinciale Visserijcommissies. Het secretariaat van het Centraal Comité geeft invulling aan de wettelijke taken in de visserijwetgeving (coördinatie visserijbeleid, werking van de Provinciale Visserijcommissie, begrotingsbeleid, ... ). Het secretariaat realiseert gemeenschappelijke projecten met Provinciale Visserijcommissies, waterbeheerders en wetenschappelijke instellingen. Het Agentschap voor Natuur en Bos ondersteunt het secretariaat van de Provinciale Visserijcommissie (beleidsmatig, wetenschappelijk). Deze secretariaten ondersteunen de administratieve processen bij de beleidsuitvoering en zijn een infoloket en kenniscentrum rond openbare visserij voor lokale besturen, voor administraties in de provincie en voor de doelgroep. Een visserijsecretariaat geeft invulling aan de wettelijke taken in de visserijwetgeving (uitvoering visserijbeleid, overleg Provinciale Visserijcommissie, ... ). Een visserijsecretariaat is voldoende bereikbaar voor de vissers, voor administraties en besturen. De initiatieven en projecten worden wetenschappelijk onderbouwd en er is voldoende secretariaatsondersteuning.

Middelen Naast de personeelsinzet worden volgende middelen voorzien: Basisallocatie LD0000_1LD30500_1211 LD0000_1LD31800_7320

Bedrag vastgelegd 284.610,20 € 296.024,31 €

Bovenstaande bedragen betreffen de voorziene middelen voor 2010 inclusief de overdrachten van 2009.

70


Jaarrapport ANB 2010

Resultaten Indicator Kredietoverdrachtenbegroting van jaar X-1 naar jaar X opgemaakt

Status ANB: Doel bereikt

Het secretariaat van het Centraal Comité van het Visserijfonds werd gevoerd. De werking van de Provinciale Visserijcommissies werd gecoördineerd en gecontroleerd. De jaarlijkse begrotingscyclus (begroting, afsluiten jaarrekeningen en kredietoverdrachtenbegroting) is in uitvoering. De jaarrekening 2009 is afgesloten in het begin van 2010 en de kredietoverdrachtenbegroting van 2009 naar 2010 werd opgemaakt. De begroting 2011 is opgemaakt in oktober 2010 (conform de bepalingen in de visserijwetgeving), geadviseerd door IF en aan de minister voorgelegd ter goedkeuring. Het centrale infoloket en kenniscentrum rond openbare visserij was bereikbaar en heeft gefunctioneerd. In 2010 werd een vereenvoudiging van de Begrotingsrichtlijn doorgevoerd welke een vereenvoudiging van de administratieve en financiële processen van het Visserijfonds met zich meebracht. De secretariaten van de Provinciale Visserijcommissie werden gevoerd. De rekeningen werd bijgehouden en afgesloten. De overdrachtenbegrotingen van de Provinciale Visserijcommissies werden voorgesteld. Via de infoloketten voor de openbare visserij werd aan vissers informatie verschaft. De kenniscentra rond visfaunabeheer en openbare visserij waren bereikbaar en beschikbaar voor andere administraties. Tijdens het werkingsjaar van het Visserijfonds in 2010 werden in totaal voor euro 565.866,36 uitgaven gerealiseerd. De inkomsten bedroegen in 2010 € 806.881,93. De uitgaven zijn hoger dan de in de tabel vermelde vastgelegde bedragen omdat vastleggingen enkel dienen te gebeuren voor uitgaven hoger dan € 9.000. Het verschil komt dus op rekening van de gerealiseerde uitgaven < € 9.000 via vereffenaar kort. De uitgaven van het Visserijfonds in 2010 situeerden zich in de volgende onderdelen: a) Secretariaatwerking Secretariaatswerking betreft de ondersteuning van de werking van de visserijsecretariaten, centraal (centraal secretariaat Visserijfonds) en in de provincies (Provinciale Visserijcommissies). b) Individuele projecten Provinciale Visserijcommissies (PVC’s) Individuele projecten van de PVC’s betreffen kleine haalbare projecten voor een verbetering of een behoud van het milieu van de vissen, alsook voor een betere inpassing van visserijactiviteiten aan het openbaar water. Concrete realisaties zijn de huur van visrechten, de financiering van dienstencontracten en het uitvoeren van kleinere visstandonderzoeken. c) Ondersteunende opdrachten Ondersteunende opdrachten van het Agentschap Natuur en Bos (buitendiensten) betreffen materiële ondersteuning ten behoeve van de viskweekprogramma's, de bewakingsopdrachten en het onderhoud en de inrichting van het visserijpatrimonium. Zo werden in 2010 uitgaven gerealiseerd voor de aankoop van visserijmateriaal en infrastructuurwerken in de viskwekerijen van ANB. d) Herstel van het visbestand (herbepotingen) Visbestanden worden ondersteund door het uitvoeren van visbepotingen of herstelprogramma's op openbare wateren. Naast de bepotingen in traditionele hengelwateren werd in 2010 143 kg glasaal aangekocht en uitgezet als herstelmaatregel opgenomen in het Belgische Palingbeheerplan. e) Informatie en Educatie Het is een opdracht van de overheid om de hengelaar te informeren over de wetgeving teneinde de visserij op openbaar wateren en het bevissen van de visstand volgens goede regels en afspraken te laten verlopen. De publicatie Vislijn met informatie over het visserijbeleid en de reglementering werd opgemaakt en bezorgd aan elke hengelaar die een visverlof kocht in 2010. f) Natuurtechnische milieubouw (NTMB) Natuurtechnische milieubouwprojecten en infrastructuurprojecten voor het inrichten van de (hengel)wateren met geschikte vissenhabitats of voor het faciliteren van de hengelrecreatie.In 2010 werd onder meer een cofinanciering uitgevoerd van de visdoorgang op de Kleine Nete te Grobbendonk. g) Wetenschappelijk visserijonderzoek Wetenschappelijke onderbouwing van het visserijbeleid en het visstandbeheer. Visie ontwikkelen en uitvoeren, gebaseerd op wetenschappelijke gegevens, voor de gebiedsgerichte inpassing van de visserijactiviteiten en het visstandbeheer. Onderzoek ter uitvoering van het Palingbeheerplan en ter onderbouwing van de soortherstelprogramma’s voor stroomminnende vissoorten werd in 2010 opgestart. Tevens onderzoeken naar de visstand in belangrijke viswateren zoals kanaal Dessel-Schoten.

Knelpunten en oplossingen /

71


Jaarrapport ANB 2010

5.9 Opvolging beheersovereenkomsten voor landbouwers in samenwerking met de Vlaamse Landmaatschappij. Output opgenomen in Beheersovereenkomst: Eenduidige advisering met het oog op een optimale, efficiënte en effectieve inzet van beheersovereenkomsten. Gerichte inzet van beheersovereenkomsten met het oog op een effectief resultaat voor méér en betere natuur.

> Reguliere werking: processen Carl De Schepper AVES2.3

Adviseren van beleid inzake beheerovereenkomsten natuur met landbouwers

Opzet Het formele advies van het ANB is in de nieuwe regelgeving welke in 2008 van kracht werd weggevallen. Maar dat betekent niet dat er geen betrokkenheid meer is van het ANB met de beherende instantie. In verschillende projecten en processen in context van het gebiedsgericht beleid geeft het ANB via verschillende overlegcircuits input rond de inzet van het instrument beheersovereenkomsten. Deze werking kan niet worden weergegeven in een concreet aantal afgewerkte adviezen per dossier.

Middelen Naast de personeelsinzet worden geen middelen voorzien Basisallocatie LBC000_3LD00200_1211 LBC000_3LD01300_3300

Bedrag vastgelegd 7.500,00 € 140.000,00 €

Resultaten Voor dit proces werden geen indicatoren bepaald. Er werd 7500 euro vastgelegd (VL 10258315) als participatie van het ANB voor het uitvoeren van een draagvlakverbredingsproject voor akkerbiodiversiteit door het Regionaal Landschap de Voorkempen. Dit project focust op biodiversiteitsvergroting op akkers met als aanknooppunt (wilde) solitaire en sociale bijen het creëren van akkers die nectar en stuifmeel bieden voor insecten. Daarbij werkt men samen met de Wildbeheereenheden maar ook landbouwers, natuurbeheerders en lokale besturen zijn een doelgroep. Het project loopt in 2011. In 2010 werd in opdracht van het ANB een gelijkaardig draagvlakverbredingsproject uitgevoerd door het Regionaal Landschap Zuid-Hageland maar dan gericht op akkerbiodiversiteit met specifieke maatregelen voor akkervogels. Deze draagvlakbverbredingsprojecten vallen binnen de gezamenlijke oproepen van de beleidsdomeinen Landbouw en Visserij en Leefmilieu, Natuur en Energie voor het jaarlijks ondersteunen van een reeks draagvlakverbredingsprojecten natuur en milieu. De verschillende entiteiten van de twee beleidsdomeinen werken daarvoor samen en ondersteunen elk in een geïntegreerde selectieve benadering specifieke projecten voor draagvlakverbreding voor natuur en milieuthema’s bij de doelgroep landbouw in samenwerking met andere actoren. De Regionale Landschappen zijn de preferentiële uitvoerders voor die draagvlakverbredingsprojecten. Vanuit het ECO²-project overlegt het ANB met VLM en een landbouworganisatie omtrent het activeren van het nieuwe concept van beheersgroepen welke werden ingevoerd in het Natuurdecreet via het verzameldecreet van 2009. De wijziging aan artikel 46 van het Natuurdecreet, waarin met name de verschillende situaties beschreven worden waarin een beheersovereenkomst kan toegepast worden, laat nu een sturingsmogelijkheid toe, ten einde beheersovereenkomsten meer te laten renderen voor de natuur. Het gaat om de explicitatie van een mogelijkheid voor de Vlaamse Regering om beheersvisies, prioriteiten, perimeters en andere voorwaarden te bepalen. Tot slot wordt, via een extra alinea, de momenteel in artikel 29, §2, laatste lid, van het Natuurdecreet voorziene figuur van de beheerscommissie of beheersgroep potentieel veralgemeent voor alle beheersovereenkomsten. Op die manier kan samenwerking tussen

72


Jaarrapport ANB 2010

betrokken particulieren in een gebied – in hoofdzaak landbouwers –, alsook het overleg met andere actoren die in het gebied natuur- of bosbeleidsactiviteiten uitvoeren, aangemoedigd worden. De financiële bijdrage vanuit het ANB voor het ECO²-project kon in 2010 worden vastgelegd (140.000 €). In 2010 werd een verlenging van het ECO²-project opgezet, waarbij het ANB formeel toetrad als projectpartner. Het ANB zal zich meer toeleggen op het promoten naar ‘de natuursector’ van het concept agro-beheergroepen daar waar deze een duidelijke meerwaarde kunnen betekenen voor het natuur en landschapszorg. Tevens zal vanuit het project intens met de projectpartners worden gezocht naar de best mogelijke invulling van een beleidsomkadering voor agro-beheersgroepen en hun werking. Het ANB heeft in het kader van de midterm-evaluatie van het PDPO geparticipeerd in een stuurgroep bij een studie door het INBO over de impact van de PDPO II maatregelen op de biodiversiteit. Beheerovereenkomsten zijn op het vlak van maatregelen gericht op biodiversiteit het belangrijkste onderdeel van de huidige PDPO-maatregelen. Met het INBO werd overlegd aangaande de aanpak van een uit te voeren NARA-studie voor het evalueren en optimaliseren van beleidsinstrumenten betreffende agrobiodiversiteit en agrarisch natuurbeheer. Het ANB participeert actief in het overleg dat het beleidsdomein L&V in 2009 opstartte samen met beleidsdomein LNE omtrent visieontwikkeling rond agrarisch natuurbeheer. Het project werd in 2010 voortgezet en vanuit het beleidsdomein LNE bestaat een ruim overlegde insteek waarbij het ANB het voortouw nam. Met de Vlaamse Landmaatschappij wordt overlegd aangaande het inzetten van het instrument beheerovereenkomsten. Het ANB participeerde in de info- en terugkoppelingsrondes en beklemtoonde een effectieve, efficiënte, gebiedsgerichte en flexibele inzet van het instrument beheerovereenkomsten. Ook de bemiddeling van agrobeheergroepen bij beheerovereenkomsten en andere maatregelen voor ondermeer agrobiodiversiteit werden in het overleg tussen middenveld, de VLM en het ANB als aanknooppunt opgenomen.

Knelpunten en oplossingen

/

5.10 Opvolging samenwerkingsovereenkomst Milieu als opstap naar duurzame ontwikkeling. Output opgenomen in Beheersovereenkomst: Eénduidige advisering, gericht op de realisatie van projecten die op de meest efficiënte en effectieve manier de beste resultaten genereren voor meer en betere natuur, bos en groen.

> Reguliere werking: processen Carl De Schepper AVES5.1 AVES5.2

Beheren van de samenwerkingsovereenkomst Thema Natuur Opvolgen van groenjobs

Opzet Samenwerkingsovereenkomst De Samenwerkingsovereenkomst 2008-2013 is een vrijwillige overeenkomst die een gemeente of provincie afsluit met de Vlaamse Overheid op vlak van milieu. De overeenkomst wordt van kracht op 1 januari van het jaar waarin de lokale overheid de overeenkomst ondertekent. In ruil voor het uitvoeren van een aantal acties krijgt ze financiële en inhoudelijke ondersteuning van de Vlaamse Overheid. De gemeente of provincie kan zelf kiezen welk ambitieniveau ze wenst te behalen: het basis- of het onderscheidingsniveau. De lokale overheid rapporteert jaarlijks over de uitvoering van deze overeenkomst via het milieujaarprogramma (MJP). Hiernaast bestaat de mogelijkheid een aantal milieu- of natuurgerelateerde projecten uit te voeren. ANB treedt op als beheerder voor de cluster Natuur.

73


Jaarrapport ANB 2010

Groenjobs In het kader van het Besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2003 kunnen bepaalde doelgroepen (natuurverenigingen, bosgroepen, gemeenten, OCMW’s, regionale landschappen) aanvragen indienen voor toekenning van subsidies tot inkoop van werkuren bij sociale werkplaatsen, invoegbedrijven en invoegafdelingen. Jaarlijks dienen de ingestuurde aanvragen inhoudelijk te worden beoordeeld, waarna de actoren al dan niet de toestemming krijgen om hun werkzaamheden te mogen uitvoeren.

Middelen Naast de personeelsinzet worden volgende middelen voorzien: Basisallocatie LBC000_3LD01000_3200

Bedrag vastgelegd 1.333.605,00 €

Resultaten Indicator Aantal nieuwe projectaanvragen Natuur in Samenwerkingsovereeenkomst Aantal personen tewerkgesteld via groenjobs

Maat aantal

Status ANB: 109

aantal

ANB: 113,42

Het aantal projectaanvragen binnen de Samenwerkingsovereenkomst is afgenomen ten opzichte van het voorgaande jaar. Dit omwille van de opgelegde besparingen die leidde tot het halveren van de projectsubsidies per gemeente. Het ANB wil de kwaliteit van de projectaanvragen verbeteren. Hiertoe werden besloten om vanaf 2011 een voortraject uit te werken, waarbij ANB de gemeenten wil aanzetten tot pro-actiever samenwerking bij de uitwerking van hun projectvoorstellen. Dit zou moeten resulteren in een inhoudelijke screening die dan reeds bij de projectaanvraag kan worden ingesloten. Op die manier wil het ANB een nauwere samenwerking structureel verankeren en de kwaliteit van de projectvoorstellen verbeteren. Immers, in 2010 werden van de 109 ingediende projectvoorstellen er slechts 83 goedgekeurd. Vorig jaar was de voornaamste reden het niet in aanmerking komen van het voorgestelde project binnen het thema natuur. In 2010 werden heel wat projecten door de gemeenten zelf ingetrokken wegens een sterk verlaagde projectpot of liepen de projectvoorstellen vast op inhoudelijk knelpunten. Van de 83 goedgekeurde projectaanvragen waren er reeds 61 bij indiening inhoudelijk en administratief in orde of werden ze op aanvraag snel in orde gebracht. Dit is een vooruitgang ten opzichte van voorgaande jaren. Dit kan er op wijzen dat het identificeren van en communiceren rond knelpunten bij de projectaanvragen, zijn nut heeft gehad. Begin 2010 werden overlegmomenten met de provincies georganiseerd om nogmaals te wijzen op vaak voorkomende knelpunten. Het ANB maakte van de gelegenheid gebruik om de boodschap over te brengen zich zou willen inzetten om intergemeentelijke voorbeeldprojecten inzake soortenbescherming aan te bieden. Gezien de grote onzekerheid rond de gemeentelijke projectmiddelen voor 2011 werd dit potentieel niet ten volle benut. Voor wat betreft de opvolging van de Groenjobs werd in 2010 de inhaaloperatie ter afhandeling van de nog niet aangevraagde betalingsaanvragen uit het verleden afgerond. Actoren kregen de kans achterstallige dossiers alsnog in te dienen met doel de openstaande kredieten te kunnen afsluiten. Hierdoor kunnen de nog openstaande vastleggingen worden afgesloten tot en met 2008. In 2010 werden de groendakdossier onder de loep genomen. Alle betaalaanvragen voor de aanleg van een groendak met een betrekkelijke oppervlakte werden door middel van terreincontrole geëvalueerd. Eind 2010 werd besloten deel te nemen in een werkgroep van het WTCB die een technische handleiding zal opstellen ter controle van groendaksystemen. Tevens vond er overleg plaats met de uitvoerende partners, de sociale economiebedrijven, om enkele problemen qua planning en facturatie te verhelpen. In 2010 ging de opdracht van start voor juridische ondersteuning bij de verdere ontwikkeling van een geïntegreerd uitvoeringsbesluit welke de regeling rond Groenjobs en MINA-werkers afstemt op de vereisten vanuit het decreet lokale diensteneconomie. Het betreft een studie naar de conceptualisering en haalbaarheid van een ontwerp voor een nieuw subsidiestelsel voor het inzetten van doelgroepwerknemers met beperkte toegang tot de arbeidsmarkt als milieu- en natuurwerkers voor arbeidsintensieve en verlieslatende werken in natuur-, bos-, groen- en milieubeheer. Resultaten van de studie worden verwacht in de loop van 2011. Op basis hiervan kan dan werk gemaakt worden van een ontwerp voor een nieuw subsidiebesluit, uiteraard na overleg met de betrokken beleidsdomeinen en actoren.

74


Jaarrapport ANB 2010

Knelpunten en oplossingen In het kader van de nieuwe Samenwerkingsovereenkomst en de gewijzigde timing, werden reeds in 2009 afspraken gemaakt met de beheerdienst bij het Departement LNE. Het ANB heeft de procedure voor 2010 verder geoptimaliseerd wat resulteerde in een geüpdate procesplanning en timing welke nu wordt toegepast. Tevens werden enkele knelpunten betreffende evaluatiecriteria van de projectaanvragen vastgesteld welke dwingen tot gemeenschappelijke standpunten van ANB en departement LNE. Deze handelden over de verwerking van de betaalaanvragen van particuliere groendaken, speelgroen,… . Een gemeenschappelijk standpunt, gesteund door het kabinet, werd aan de gemeenten gecommuniceerd via de SO nieuwsbrief. Een groot knelpunt was dat de grootte van de gemeentelijke projectmiddelen zeer laat werd bekend gemaakt. Hierdoor staken heel wat gemeenten tijd in projectvoorstellen die niet werden ingediend of in een latere fase werden ingetrokken wegens financieel niet haalbaar. Reeds enkele jaren bestaat er de intentie om de instrumenten MiNa-werkers en Groenjobs te integreren. De stelsels van de MiNa-werkers en de Groenjobs lijken sterk op elkaar (beheerdoelstellingen in functie van biodiversiteit en meerwaarde natuur/milieu als uitgangspunt, gekoppeld aan tewerkstelling binnen sociale economie), maar vertonen toch ook een aantal opvallende verschillen. De financiële beheerder van de MiNawerkers is het departement LNE, voor de Groenjobs is dit het Agentschap voor Natuur en Bos. De groep van begunstigden is niet helemaal overlappend. Voor de MiNa-werkers betreft het de lokale besturen; voor de Groenjobs vormen de lokale besturen maar één mogelijke doelgroep naast andere. Ook de beoogde sociale tewerkstelling en diegene die deze omkadert, verschillen tussen beide stelsels. Daarnaast zijn er duidelijke verschillen in aanvraagprocedure, rapportering, refertebedrag, betalingsmodaliteit en subsidiebepalingen. Tot slot kan worden opgemerkt dat het Agentschap voor Natuur en Bos samen met OVAM, dept. LNE en VMM instaat voor de inhoudelijke beoordeling onder het stelsel MiNa-werkers. Het bestaan van en de overlap tussen beide instrumenten liggen aan de oorsprong van verwarring en versterkt de afzonderlijke administratieve lasten. Maar ook de administratieve last voor de subsidieverstrekker (LNE/ANB/VSAWSE) mag in deze niet worden onderschat.

5.11 Projectmatige samenwerking met derden. Output opgenomen in Beheersovereenkomst: Nieuwe samenwerkingsprojecten opzetten en bestaande voortzetten met het oog op winwinsituaties (bijvoorbeeld: Sigma, Seine-West, havens, UNIZO, VOKA, lokale besturen,…).

> Reguliere werking: processen Els Martens CO5.4 FF4.5 GGB4.5

Coördineren, bewaken en opvolgen van strategische beleidsdossiers Opvolgen van vogelopvangcentra Beheren en opvolgen van natuurprojectovereenkomsten

Opzet /

Middelen Naast de personeelsinzet worden volgende middelen voorzien: Basisallocatie LD0000_1LD30800_3300 LD0000_1LD30900_3300 LBC000_3LD01100_3300

Bedrag vastgelegd 139.000,00 € 48.000,00 € 355.000,00 €

75


Jaarrapport ANB 2010

Resultaten Via projectmatige aanpak wordt de samenwerking met derden in specifieke gebieden uitgebreid. Concrete toelichting over uitvoering wordt gegeven onder de specifieke projecten. Het dossier voor de verdere ondersteuning van het projectbureau van Nationaal Park Hoge Kempen werd goedgekeurd door de VR eind juni. Met Het NPHK werd een voorstel uitgewerkt voor een structurele langetermijn ondersteuning van de projectwerking. Met vzw Paddenbroek werd de samenwerking en ondersteuning verder gezet. Met het uitgebreide pakket activiteiten vnl. gericht naar educatieve activiteiten met scholen en lokale doelgroepen wordt een belangrijke bijdrage geleverd voor de verhoging van het maatschappelijk draagvlak voor natuur- en landschapsbehoud in deze regio. In kader van het Scheldeprogramma is ism W&Z het INTERREG-project STEP voor de inrichting van KBR mbt toegankelijkheid en bezoekersinfrastructuur opgestart. Ondersteuning en adviesverlening inzake projecten ihkv de Samenwerkingsovereenkomst met lokale overheden, de ondersteuning van vogelopvangcentra en projecten voor weidevogelbeheer ikv Sigmaplan, en de ondersteuning van de doelgroepen in het overlegproces IHD werden verder gezet.

Knelpunten en oplossingen /

5.12 Projectwerking in internationaal verband. Output opgenomen in Beheersovereenkomst: Internationale uitstraling door knowhow en expertise uit te dragen en uit te wisselen op vlak van natuur, bos en groen. Update van projectplanning en stand van zaken van uitvoering van projecten driemaandelijks beschikbaar.

> Reguliere werking: processen Els Martens

Opzet Co-financiering en participatie maximaliseren voor uitvoeringen op terrein.

Middelen De realisatie van deze doelstellingen is opgenomen in het geheel van processen van ANB. Daardoor werden voor dit onderdeel van de werking geen afzonderlijke middelen voorzien.

Resultaten De gebiedsspecifieke projecten met Europese co-financiering die invulling geven aan deze operationele doelstelling werd reeds bij andere operationele doelstellingen vermeld: de LIFE-projecten DANAH, Stropers en ZENO werden in 2010 afgerond; de LIFE-projecten die nog lopen BatAction, HELA heideherstel in Kalmthout, Averbode bos en heide, Turnhouts vennengebied, INVHORTI voor exoten in horticultuur, Triple E in Vijvergebied Midden-Limburg, en de INTERREG-projecten SOLABIO, INVEXO mbt invasieve exoten, Forten en Linies, REECZ voor Recreatie en Ecotoerisme in de Zwinstreek, STEP voor toerisme in Scheldegebied, Landschap in verandering ism met Frankrijk, Corrid'Or Grensoverschrijdend Landschapspark Leievalle, HABITAT EUREGIO in Drielandenpark, en Duurzaam Verbinden ism Nederland. ZTAR is een nieuw LIFE-project voor het Zwin dat werd goedgekeurd eind 20

76


Jaarrapport ANB 2010

Intergewestelijke samenwerking voor het Zoniënwoud De samenwerking met Wallonië en Brussels Gewest voor een duurzaam beheer en gepaste openstelling van het Zoniënwoud kreeg vorm met de goedkeuring van de gezamenlijk opgestelde visie. Deze visie werd verder uitgewerkt in een maatregelenplan. Tijdens de Europese Conferentie “Biodiversiteit in een veranderende wereld”, georganiseerd in het kader van het Belgisch voorzitterschap van de Europese Unie en het Internationaal Jaar van de Biodiversiteit, werd een infomoment en excursie in het Zoniënwoud georganiseerd. Samenwerking gemeenschappelijk Maas De samenwerking tussen Vlaanderen en Nederland met betrekking tot de Grensmaas wordt grensoverschrijdend niveau georganiseerd via de Vlaams Nederlandse Bilaterale Maascommissie (VNBM). In Nederland heeft het plan Grensmaas als doelstelling het combineren van grindwinning, veiligheid en natuurontwikkeling. Aan Vlaamse zijde werd eveneens een plan Levende Grensmaas ontwikkeld om veiligheid en natuurontwikkeling te combineren. De Vlaams-Nederlandse Bilaterale Maascommissie is een bilateraal en integraal overlegforum op hoog ambtelijk niveau ter verbetering van de structuur van de Vlaams-Nederlandse samenwerking m.b.t. de Maas. Hierdoor wordt mee uitvoering gegeven aan artikel 4 van het Maasafvoerverdrag dat in werking is getreden in juli 1996. De taken van de Vlaams-Nederlandse Bilaterale Maascommissie omvatten alle Maasgerelateerde kwesties op het vlak van beleid en beheer. Hieronder wordt verstaan: planvorming van de inrichting, hoog- en laagwaterbeheer, waterkwaliteitsbeheer, natuurbescherming en –ontwikkeling, monitoring en onderzoek, scheepvaart en natte infrastructuur en juridische zaken. De VNBM vergadert tweemaal per jaar, afwisselend in Vlaanderen en Nederland. Stand van zaken van uitvoering De aspecten die momenteel besproken worden in de VNBM hebben betrekking op: • rapporteren over de stand van zaken van de uitvoering van de verschillende projecten aan beide zjiden van de rivier (voortangsrapportages) • uitwisseling van de stand van zaken van de werken die Vlaanderen uitvoert in functie van het bereiken van veiligheid aan Nederlandse zijde in de zogenaamde Boertien locaties(opvolgen betalingsregeling) • opvolging van de mitigatiemaatregelen die Nederland dient uit te voeren in functie van het milderen van betekenisvolle aantasting van de Vlaamse SBZ gebieden (uitvoeren en opvolgen van de mitigatiemaatregelen en monitoring VHR gebieden) • rapportering over Beleidsontwikkelingen en samenwerking langere termijn, zoals: • stand van zaken van de Kader Richtlijn Water • stand van zaken Natura 2000 en Nederlands Beheerplan Gemeenschappelijke Maas • stand van zaken rond de toetsing van de Vlaamse winterdijken volgens Nederlandse methodiek • onderzoek naar grindbalans in de Gemeenschappelijke Maas Internationale ontwikkelingen en terugkoppelingen gebeuren in de Internationale Maascommissie opgezet ihkv Maasafvoerverdrag. Concrete samenwerking Het ANB werkt concreet op drie vlakken samen rond de Gemeenschappelijke Maas: • met de Dienst voor de Scheepvaart in functie van opvolging van de werken die aan de rivier worden uitgevoerd aan Vlaamse zijde • met de Nederlandse overheid (Nederlandse provincie en De Maaswerken) in functie van de opvolging van de mitigatiemaatregelen en monitoring • met de Nederlandse overheid (LNV en Rijkswaterstaat) in functie van informatie-uitwisseling rond de lopende processen van de opmaak van instandhoudingsdoelstellingen van SBZ in VL – nog in voorbereiding, en de opmaak van het beheerplan Grensmaas in NL – ontwerpplan werd in december voorgelegd voor nazicht. Drielandenpark (=3LP) Het “Drielandenpark” is een samenwerkingsverband aangegaan tussen 3 landen Nederland, België (Vlaanderen en Wallonië), Duitsland: grensoverschrijdende samenwerking op bestuurlijk niveau, afstemming beleid, afstemming tussen sectoren (vb waterhuishouding, ecologische hoofdstructuur, agrarische grondgebruik, inrichting voor recreatief gebruik,…) Het plan van aanpak volgt 3 fasen: 1/ het ontwikkelingsperspectief: integrale toekomstvisie van het gebied op lange termijn (plan horizon 2030), werd in 2003 officieel vastgesteld. 2/ uitwerking van de in fase 1 benoemde thema’s en gebieden, initiëring van uitvoeringsprojecten. 3/ uitvoeringsprojecten: projecten van grensoverschrijdende samenwerking worden in de 3 landen geformuleerd, aanbesteed en uitgevoerd, eventueel met externe financiering. Na afloop van de 2de fase begin 2010, blijkt dat de meeste geplande activiteiten werden gerealiseerd. Er was aandacht voor: Beleidsoverleg en informatieuitwisseling aangaande volgende thema’s: o Natuur- en Landschap in het 3LP, o Grensoverschrijdend Waterbeheer in het 3LP Opgestarte Interreg-projecten waarin ANB partner is: o AQUADRA, voor grensoverschrijdend waterbeheer in de stroomgebieden Geul-Gulp, Voer,

77


Jaarrapport ANB 2010

o

Berwijn, Jeker: definitief goedgekeurd in september 2009 HABITAT EUREGIO: dit is een afgeslankte versie van het projectvoorstel SCHAKELS IN DE EUREGIO MAAS-RIJN dat werd afgewezen. Het accent ligt nu op het realiseren van natuurverbindingen in de Euregio Maas-Rijn. Dit werd goedgekeurd in juni 2010.

De stuurgroep keurder het werkplan 2010-2012 goed. Hiermee wordt de 3de fase ingezet. Specifieke aandacht gaat naar de uitvoering van de Interregprojecten, opportuniteiten voor natuur uitwerken ihkv klimaatverandering, acties voor biodiversiteit.

Grensoverschrijdend Ecologisch Basisplan (=GEB) Het Grensoverschrijdend Ecologisch Basisplan GEB werd in 1999 opgestart ihkv de Beneluxovereenkomst mbt grensoverschrijdende samenwerking voor natuurbehoud en landschapsbescherming, en heeft als voornaamste doel om voor de grensoverschrijdende gebieden van Nederland en Vlaanderen, waarvoor niet eerder een vorm van samenwerking bestond, een visie ten aanzien van natuur in functie van de Europese doelstellingen (Natura 2000) te ontwikkelen en deze op terrein concreet invulling te geven. De bedoeling is te komen tot een samenhangend grensoverschrijdend ecologisch netwerk, dat gedragen wordt door de verschillende partners van de respectievelijke regio’s. Hiervoor werd in een eerste fase een 30-tal gebieden met potenties voor grensoverschrijdende natuur in kaart gebracht. In een tweede fase is een visie en plan van aanpak uitgewerkt voor 6 kansrijke gebieden: 1. Matjes/Maatjes 2. De Moeren/Ronde Put/Het Goor 3. Achelse Kluis/Groote heide/Leenderbos 4. Hamonterbeek/Ringselven 5. Vijverbroek/ Itterbeek 6. Voer/ Noor/Hoogbos De derde fase die momenteel lopende is omvat de gezamenlijke uitwerking van maatregelen uit het plan van aanpak om de doelstellingen van de SBZ te realiseren. De realisatie van de maatregelen dient hierbij in een ruimer kader opgenomen te worden, naar afstemming van water- en landgebruik (landbouw), landschapsontwikkeling en recreatief medegebruik, teneinde tot een duurzame, gedragen en economisch verantwoorde grensoverschrijdende ontwikkeling te komen. Voor deze fase ging de aandacht naar 2 gebieden waar verwacht wordt dat er op korte termijn resultaten kunnen geboekt worden: Achelse Kluis/Groote Heide/Leenderbos en Altembroek/Noor/ Voer/ Hoogbos. Voor de 4 overige gebieden dient eerst een uitgebreider draagvlak bekomen te worden en verder onderzoek te gebeuren. Eind 2009 werd een organisatiestructuur afgesproken tussen Nederland en Vlaanderen, om verder uitvoering te kunnen geven aan deze uitvoeringsfase en een programmacoördinator bij de Dienst Landelijk Gebied NL aangeduid. Ook werden de gebiedscoördinatoren aangeduid voor de gebieden Achelse Kluis/Groote heide/Leenderbos en Voer/ Noor/Hoogbos om een uitvoeringsproject op gang te brengen. Tijdens de voorbereidingen van de uitvoeringsfase is gebleken dat er voor bepaalde acties nog wat extra processen doorlopen dienen te worden alvorens uitvoering kan gegeven worden aan bepaalde maatregelen. Zo is het proces van de opmaak van de instandhoudingsdoelstellingen (Vlaanderen) cruciaal om een vlottere voortgang van de uitvoering van de GEB-projecten te verzekeren. Er werd dan ook in overleg tussen Nederland en Vlaanderen beslist om eerst deze processen te doorlopen en daarna dan het actieplan van GEB terug op te starten. Op ambtelijk niveau werd een werkplan 2010 opgemaakt, waarbij volgende activiteiten worden opgepakt: - kansen-scan van de verschillende GEB-gebieden - voorbereiding van een LIFE+-project voor gebied Achelse Kluis/Groote heide/Leenderbos - rapportering Natura 2000: uitwisseling informatie over de verschillende processen aan Vlaamse en Nederlandse zijde Gezien de inzet van de betrokken medewerkers in NL en in VL in eerste instantie naar de opmaak IHD is gegaan, werden ook deze activiteiten niet verder in uitvoering gebracht. Grenspark De Zoom-Kalmthoutse Heide. Naast het reguliere overleg en de uitvoering van beheer en opvolging van het grenspark werd in 2010 het voorstel uitgewerkt voor de uitbreiding het huidige Grenspark De Zoom-Kalmthoutse Heide (3.750 ha) tot Grenspark Plus met een oppervlakte van bijna 6.000 ha. Dit voorstel werd eind 2010 door beide ministers goedgekeurd. De wijziging van de Benelux-beschikking m.b.t. het formaliseren van de nieuwe grens en de instelling van een nieuwe Bijzondere Commissie voor het grenspark wordt nu ter goedkeuring voorgelegd aan het Comité van Ministers van de Benelux. Met de uitbreiding van het grenspark zal het huidige Beheers- en Inrichtingsplan dat een tijdshorizon heeft van 1999-2014 worden geactualiseerd en uitgebreid m.b.t. de nieuwe parkdelen. Aspecten die verdere aandacht dienen te krijgen: - aanpak van de verdroging en de verbetering van de waterkwaliteit in het Natura 2000 gebied ‘De Brabantse Wal’ – voorstel dat in onderzoek is betreft het verwerven van gronden op de Steertse Heide door ANB met financiële bijdrage door NL - afstemming van visie mbt. de grensoverschrijdende recreatieve ontwikkeling en inrichting van het ruime Grensparkgebied

78


Jaarrapport ANB 2010

Project OC ANB

Ondersteuning voor maximaliseren van co-financiering door Ernst & Young

Het OC doet de opvolging en terugkoppeling mbt de opdracht aan E&Y voor de dienst: ‘ Maken van een overzicht van subsidies waarvoor de projecten van het Agentschap voor Natuur en Bos in aanmerking komen; evenals het opstellen van een subsidiedossier en opvolging ervan voor enkele concrete projecten.’ Deze opdracht omvat 2 percelen: • Perceel 1: de aflevering van een overzicht van de subsidies waarvoor de projecten van het Agentschap voor Natuur en Bos (afgekort ANB) en het Ondersteunend Centrum van het Agentschap voor Natuur en Bos (OC-ANB) in aanmerking komen, en dit zowel op regionaal, nationaal als internationaal vlak. Afgewerkt in 2009 • Perceel 2: de ontwikkeling en opvolging van specifieke projecten (o.a. indienen van proposals bij de Europese Commissie, opstarten van inrichtingsprojecten, …). Concreet betekent dit de projecten/projectideeën die bij ANB in de pipeline zitten screenen op subsidieerbaarheid en matchen met een subsidieprogramma. Gezien het beperkt aantal concrete voorstellen die uit de twee eerste percelen werden gegenereerd werd een informatiemoment opgezet bij de verschillende provinciale buitendiensten. Op basis van hun feedback werd de opdracht uitgebreid waarbij de betrokkenen binnen het ANB die minder ervaring hebben bij het schrijven van projecten ook ondersteuning kunnen krijgen vanuit het raamcontract. Naast het contact tussen EY en de medewerkers van ANB omtrent concrete projectvoorstellen werden volgende organisatorische acties genomen: • Maandelijks overleg tussen EY en Alexandra Mannaert (OC-ANB) om SVZ te overlopen. Opdrachten ter ondersteuning van ANB-medewerkers worden na overleg met de leidinggevenden door OC-ANB toegekend aan EY. Voor elke opdracht wordt een overeenkomst opgemaakt. • Om enerzijds een goede informatiestroom te voorzien binnen ANB en omdat er anderzijds binnen ANB ook projectideeën leven die zonder de hulp van EY (kunnen) ingediend worden, hebben we een projectgroep opgericht die geregeld samen zit. Deelnemers: Griet Beckers, Els Martens en Alexandra Mannaert. Er werden vier projecten ingediend en er is engagement vanuit centrale diensten, Limburg, Antwerpen en Oost-Vlaanderen om nog dit jaar een projectvoorstel in te dienen, hetzij Life+, hetzij een kleiner nationaal project (Leader, EFRO, PDPO,…). Voor 2012 staan er 1 Interreg en 2 Life-voorstellen in de wachtrij. De andere provincies zullen op eigen kracht voorstellen indienen.

Knelpunten en oplossingen Gezien hoge werkdruk voor de medewerkers aan Vlaamse zijde diende de samenwerking met NL inzake Grensmaas en inzake GEB op lager tempo gezet te worden.

5.13 Faciliterend optreden voor andere entiteiten. Output opgenomen in Beheersovereenkomst: De beleidsdoelstellingen van andere entiteiten van de Vlaamse overheid worden mee door ANB gerealiseerd door zijn faciliterende optreden.

> Reguliere werking: processen Jeroen Nachtergaele

Opzet De missie van het Agentschap voor Natuur en Bos is opgebouwd rond de woorden Meer, Beter, en Samen. Het samenwerken met partners in functie van het realiseren van meer en betere natuur, bos en groen, zit dus structureel verankerd in de werking van het Agentschap voor Natuur en Bos. Het samenwerken met andere entiteiten binnen en buiten de Vlaamse Overheid, neemt hierbij een bijzondere plaats in.

79


Jaarrapport ANB 2010

Middelen De realisatie van deze doelstellingen is opgenomen in het geheel van processen van ANB. Daardoor werden voor dit onderdeel van de werking geen afzonderlijke middelen voorzien.

Resultaten Voor de resultaten op vlak van deze operationele organisatiedoelstelling, kan in de eerste plaats verwezen worden naar de resultaten zoals hierboven gerapporteerd voor de verschillende operationele organisatiedoelstellingen die vallen onder de strategische organisatiedoelstelling 5: ANB werkt samen met lokale overheden, private partners, doelgroepen en particulieren in functie van meer en betere natuur, bos en groen. Om te verzekeren dat de ambities en intenties van het agentschap, zoals gevat door deze operationele organisatiedoelstelling, ook effectief in praktijk worden gebracht, heeft ANB het initiatief genomen om met verschillende entiteiten een formele overeenkomst af te sluiten. In 2010 werd met volgende partners een samenwerkingsovereenkomst aangegaan • • • • • • •

Waterwegen en Zeekanaal – Ontwikkelingsplan Demer VZW Paddenbroek – Ondersteuning werking natuureducatief centrum Provincie West-Vlaanderen – ontwerp natuurcentrum Zwin Vlaamse Landmaatschappij – houtverkoop in openbare bossen Vlaamse Landmaatschappij – Grondenbank Sigma, addendum mbt flankerene maatregelen. Departement Leefmilieu, Natuur en Energie – samenwerking op vlak van Financiën, Logistiek, Personeelsbeheer en Personeelsbeleid. Toerisme Vlaanderen – Valorisatie toeristisch potentieel ANB-domeinen

Naast de structurele en projectmatige samenwerking, verankerd in samenwerkingsovereenkomsten (zie hoger) volgen hierna nog een aantal specifieke bijdragen vanuit het Agentschap voor Natuur en Bos aan de realisatie van doelstellingen van derden. Het is relevant dat deze samenwerking zich ook richt op de zogenaamde harde sectoren. • • • • • • • •

Eco², agro-natuurbeheer – Bijdrage aan de doelstellingen van een landbouworganisatie Noord-zuidverbinding te Limburg – Bijdrage aan doelstellingen MOW Ax te Brugge – Bijdrage aan doelstellingen MOW De blauwe kei te Mol – Bijdrage aan doelstellingen MOW Strategisch plan Haven van Antwerpen, Gent en Zeebrugge – Bijdrage aan doestellingen MOW en havenbesturen. Economisch Netwerk Albertkanaal – Bijdrage aan de doestellingen MOW, RWO en provinciale overheden. Chartreuze te Brugge – Bijdrage aan de doelstellingen RWO. Closing the Circle – Samenwerking met afvalverwerkingindustrie

Knelpunten en oplossingen /

80


Jaarrapport ANB 2010

5.14 Bijdrage aan beleid en beheer van Inverde vzw. Output opgenomen in Beheersovereenkomst: Actieve bijdrage aan sturing en beheer van de vzw Inverde. Tijdige afhandeling van dotatiedossier.

> Reguliere werking: processen Carl De Schepper CO2.1

Participeren in bestuur van Inverde vzw, incl. dotatiedossier

Opzet In 1999 werd d.m.v. een decreet beslist om de feitelijke vereniging Educatief Bosbouwcentrum Groenendaal om te vormen tot een vzw. Het Educatief Bosbouwcentrum Groenendaal (EBG) ging van start als feitelijke vereniging op 1 maart 1992 en was een samenwerkingsverband tussen de Vlaamse overheid, de Vereniging voor Bos in Vlaanderen vzw en de vzw Centrum voor Privé-Bosbouw. Het EBG nam taken op zich betreffende de scholing en bijscholing van ambtenaren van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap en van bosbouwpersoneel in het algemeen, op het vlak van voorlichting, vorming en begeleiding van de privéboseigenaars, algemene educatie en sensibilisatie rond bosbouw voor het brede publiek, en op het vlak van logistieke ondersteuning van het overleg tussen de privé-bosbouw, het boomkwekerijwezen, de houtkolom en de overheid. De vzw startte in 2000 en is doorheen de jaren sterk gegroeid. Ook de taken en het doelpubliek werden stelselmatig verbreed, wat leidde tot een interne reorganisatie, een uitbreiding van de werking en een toename van het vormingsaanbod. Deze verbreding bekrachtigde feitelijk de bestaande realiteit doordat het EBG ondertussen reeds duidelijk werking had ontwikkeld richting het groenbeheer en het natuurbeheer. Deze verbreding en de wijziging van de statuten werd onderstreept door een naamsverandering : vzw Inverde, opleidingen bos-, groen- en natuurbeheer. Inverde is sinds 2003 door de Vlaamse Overheid erkend als gespecialiseerde vormingsinstelling. Het ANB nam het voorzitterschap waar van de Raad van Bestuur van de vzw. Inverde ontving vanwege het ANB een “dotatie" (in technische termen een 'subsidie ad nominatum opgenomen in de begroting') vanuit het MINA-Fonds. In 2006 en 2007 bedroeg de dotatie 584.000 €. In 2008 werd een indexering toegepast op de dotatie teneinde de stijgende loonkosten te kunnen opvangen. De dotatie bedroeg in 2009 dus 596.000 €. In 2010 werd hiervoor 584.000 € in de begroting voorzien. Deze werd niet uitbetaald ingevolge de besparingen. Met deze dotatie werd een basiswerking verzekerd ten einde de decretaal vastgestelde doelstellingen te kunnen uitvoeren. Daarnaast verwerft Inverde ook inkomsten uit projectwerking en contractopleidingen. Op 8 mei 2009 besliste de Vlaamse regering te zullen voorstellen aan de bestuursorganen van de vzw, de vereniging te laten fuseren met het Ondersteunend Centrum van het Agentschap voor Natuur en Bos. Op 18/05/2009 besliste de algemene vergadering bij unanimiteit om het integrale vermogen van de vereniging, met name actief en passief, roerend en onroerend, materieel en immaterieel, niets uitgezonderd noch voorbehouden, in te brengen ‘om niet’ in het Ondersteunend Centrum van het Agentschap voor Natuur en Bos met ingang op 1 juli 2009. Op 18 mei 2009 keurde een buitengewone algemene vergadering de ontbinding van de vzw eenparig goed. Sedertdien is de werking van Inverde geïntegreerd in het OC-ANB.

Middelen Naast de personeelsinzet worden geen middelen voorzien:

Resultaten Voor dit proces werd geen indicator bepaald. Na de fusie werd de Raad van Bestuur van Inverde opgedoekt en vervangen door een raadgevend orgaan waar het ANB deel van uitmaakt. De kredieten voor de dotatie (584.000 €) werden in 2010 ingevolge de besparingen niet uitgekeerd.

81


Jaarrapport ANB 2010

Knelpunten en oplossingen De in 2009 gemelde knelpunten werden opgelost, namelijk : Verdere integratie van het personeelsstatuut; Afstemming van ondernemingsplannen en werkplannen; Opzetten van een aparte begeleidingscommissie voor de Inverde taken. Wat de afstemming van de ondernemingsplannen betreft werd een visie en missie voor het OC-ANB opgesteld inclusief een set van strategische en operationele doelen. Het integreren van de doelen van zowel het OC-ANB als Inverde en de afstemming op de werking van het ANB was hiermee een feit op papier. Om dit doorheen de concrete werking in al zijn facetten ingang te doen vinden zijn bijkomende inspanningen noodzakelijk. Voor 2011 zal daarvoor een nieuwe samenwerkingsovereenkomst met het ANB worden afgesloten en werden vijf strategische projecten vooropgesteld die de strategie voor het team en de collegaâ&#x20AC;&#x2122;s van het ANB beter zichtbaar moeten maken.

6. ANB draagt bij tot meer en betere natuur, bos en groen in (rand)stedelijke context Output opgenomen in Beheersovereenkomst: Aantoonbare vooruitgang op het vlak van de realisatie van stadsbossen in de nabijheid van Vlaamse steden. Significante bijdrage aan het vrijwaren en openstellen voor het publiek van de groene ruimtes in de rand rond Brussel, vertrekkend van het Breughelproject en aansluitend bij het NatuurCultuurprojectn vermeld in het regeerakkoord 2004-2009. Actieve ondersteuning op het vlak van inrichting en beheer van parken, vertrekkend van het HPG-concept. Multimodale inzet van stimuli met het oog op de toename van het aandeel groen in de stad.

6.1 Stadsbossen Output opgenomen in Beheersovereenkomst: Bijdrage aan het opzetten van nieuwe stadsbosprojecten. Actieve werking rond stadsbossen en samenwerking met actoren om stadsbossen op het terrein te realiseren.

> Specifieke werking: projecten Eva Troch Project 10.4

Groenpool Gent vliegveld Lochristi

Projectsponsor: Thomas Defoort Projectleider: Eva Troch

Opzet Situering Rond Gent worden 4 groenpolen ontwikkeld nl. het Parkbos, de Gentbrugse Meersen, de Vinderhoutse bossen en het Oud Vliegveld Lochristi. Planologisch zijn deze vastgelegd in het GRUP afbakening grootstedelijk gebied Gent. Die laatste groenpool is gelegen in Gent en Lochristi en omvat het Oud Vliegveld, het 'Executieoord' en aanpalend landbouwgebied. Het Oud Vliegveld zelf is eigendom van de Vlaamse Overheid beheerd door Waterwegen en Zeekanaal NV. Op dit moment wordt de site geĂŤxploiteerd voor zandontginning; na de ontginning wordt de put gefaseerd opgevuld met ruimings- en baggerspecie

82


Jaarrapport ANB 2010

voor hun werken aan waterlopen, oa vanuit het project Seine-Schelde. De ontginning duurt, zoals vastgelegd in het RUP en vertaald in de milieuvergunning, tot 2018 en de opvulling 2020. Hierna zal de nabestemming groenpool gerealiseerd worden. Op een deel van de site nl. de noordwestelijke arm is de ontginning en opvulling reeds afgerond. Het beheer van dit deel kan op korte termijn (2011) overgedragen worden aan het ANB via een concessie. Dit betekent dat binnenkort een gefaseerde realisatie van de groenpool een aanvang kan nemen. Korte omschrijving Behalve het planologische kader bestaat geen uitgewerkte visie op de ontwikkeling van deze groenpool. Er is wel een nabestemmingsplan ingediend in het kader van het MER en aanvraag milieuvergunning. Met het oog op de nabije overdracht van beheer van een deel van de groenpool aan ANB, is een meer gedetailleerd inrichtings- en beheerplan nodig. Dit dient echter te passen in de toekomstige ontwikkeling van de gehele groenpool. Daarom is het nuttig ook een visie voor de ontwikkeling van de groenpool op te maken, in overleg met de mogelijke partners en belanghebbenden op het terrein. Het project bestaat in deze fase dus uit twee delen: de ontwikkeling van een globale visie op de inrichting van de gehele groenpool en de uitwerking van concrete inrichtings- en beheerplannen voor de toekomstige groenpool. De realisatiefase wordt uitgewerkt en uitgeschreven in of gelijklopend met de opmaak van de ontwikkelingsvisie en inrichtings- en beheerplannen.

Middelen Naast de personeelsinzet werden volgende middelen voorzien Basisallocatie Bedrag vastgelegd LBC000_3LD00200_1211 73.568,00 €

Resultaten In 2009 en 2010 werd een verkenningsronde uitgevoerd bij de belangrijkste betrokkenen bij de uitbouw van de groenpool, zoals de stad Gent, gemeente Lochristi, het AGSOB, W&Z. De conclusie was dat deze verkenningsronde uitgebreider, diepgaander en meer gestructureerd diende verder gezet en afgerond door middel van een uitgewerkt en afgestemd plan van aanpak voor de verdere ontwikkeling van de groenpool. Hiertoe werd eind 2010 een extern consulent aangesteld die ANB concreet zal ondersteunen bij: het onderzoek naar behoeften en maatschappelijke vragen voor de groenpool; het onderzoek naar mogelijke partners en belanghebbenden bij het project; het onderzoek naar alternatieve financieringsmogelijkheden voor het project; het ontwikkelen van een plan van aanpak voor het project. De waarde van het militair domein en de conciërgewoning is geschat; de effectieve aankoop ervan kan plaatsvinden in 2012. Er werd een SWOT opgesteld alsook voorstellen geformuleerd voor de toekomstige bestemming van de conciërgewoning. In 2011 worden enkele van deze voorstellen verder onderzocht op haalbaarheid. Een ontwerpconcessie voor een gefaseerde beheeroverdracht van het ontginningsgebied van W&Z naar ANB werd opgesteld en zal in 2011 worden gefinaliseerd door W&Z en ANB. Intern binnen ANB werd een overlegstructuur voor dit project in het leven geroepen. Dit projectteam zal tweemaandelijks samen komen.

Knelpunten en oplossingen -

De ontwikkeling van het regionaal bedrijventerrein loopt in de planning voor op de ontwikkeling van de groenpool. Overleg met stad Gent en AGSOB zal nodig zijn om de nodige afstemming te bereiken. Bij de verdere ontwikkeling van de groenpool zijn vele en diverse partners betrokken, van overheden over belangengroepen en het brede publiek tot lokale burgers. Een gepast communicatie- en overlegtraject zal nodig zijn om de verwachtingen en wensen in beeld te brengen en een ontwikkelingsplan op maat op te stellen.

83


Jaarrapport ANB 2010

> Reguliere werking: processen Yves Decuypere PAT3.4

Beheren van processen ter realisatie van eigen geïntegreerde domeinen

Opzet De aanwezigheid van voldoende toegankelijke groene ruimte is van enorm belang voor de leefbaarheid van de stad. Openbare stadsbossen in de stadsrand worden intensief gebruikt door de stadsbewoners en verhogen de aantrekkingskracht van de stad. Stadsbossen hebben bovendien een bufferfunctie tussen stad en platteland en verlagen het fijnstof-gehalte in de omgeving. De Vlaamse overheid heeft een prioriteit gemaakt van de ontwikkeling van stadsbossen, met extra aandacht voor bosarme streken. In 2010 ligt de focus op het implementeren van lopende projecten en het creëren van overlegplatformen voor de diverse projecten. Er werden geen nieuwe localisatiestudies voorzien ivm stadsrandbossen, tenzij er een vraag zou komen vanuit locale besturen.

Middelen Naast de personeelsinzet worden geen middelen voorzien.

Resultaten Een overzicht werd opgemaakt van al de lopende projecten. In 2010 wordt verder gewerkt aan de lopende projecten en wordt in eerste instantie geen nieuw project opgestart. De aandacht werd voornamelijk gevestigd op de netwerking tussen verschillende projecten. Werkbezoeken van het projectteam van het ene stadsbos bij het andere stadsbos en omgekeerd zorgden ervoor dat ervaringen en kennis gedeeld werden, wat moet leiden tot efficiëntere realisaties. In het nieuwe Vlaamse regeerakkoord en de beleidsnota van de nieuwe minister werd aan ‘stadsbossen’ een hoge beleidsaandacht gegeven. Dit werd binnen ANB vertaald en opgenomen als een van de prioritaire sporen in de beleidsnota ‘Groen in de stad’. Het jaarprogramma 2011 als uitvloeisel van die beleidsnota voorziet initiatieven om de werking rond stadsbossen te optimaliseren.

Knelpunten en oplossingen De effectieve realisatie van een stadsbos op het terrein is een langdurend proces. Het is belangrijk om de belangstelling van betrokkenen (partners, omwonenden, belangengroepen,…) te behouden. Dit vraagt een continue inzet en blijft een belangrijk aandachtspunt gedurende het hele proces.

6.2 Actieve bijdrage aan de realisatie van het NatuurCultuurproject vermeld in het regeerakkoord 2004 – 2009, vertrekkend van het Bruegelproject. Output opgenomen in Beheersovereenkomst: Actieve bijdrage om de groene ruimtes in de rand rond Brussel te vrijwaren en open te stellen voor het publiek, in samenwerking met de lokale besturen. De uitwerking van een actieplan om in de Vlaamse Rand een grote hoeveelheid groene percelen (bos- en natuurterreinen) te verwerven.

84


Jaarrapport ANB 2010

> Specifieke werking: projecten Marcel Vossen Project 09.24

Van Basiliek tot Basiliek (Breughelproject)

Projectsponsor: Marcel Vossen Projectleider: Marcel Vossen

Opzet Situering Op 21 januari 2000 keurde de Vlaamse Regering principieel het Bruegelproject goed. Het Bruegelproject beoogt het sluiten en het ontsluiten van de Vlaamse groene rand rond Brussel en doet dit door middel van een synergie die opgebouwd wordt tussen enerzijds het groene karakter van het gebied en anderzijds de culturele en diverse aspecten van de Vlaamse samenleving. De belangrijkste missie van het project is de individuele parels van kastelen, domeinen, parken, bossen en natuurgebieden, eigendom van de Vlaamse Overheid tot één collectieve gordel van patrimonium- en groenbezit uit te bouwen en er terzelfdertijd een culturele, cultuurhistorische, educatieve, ecologische en Europese dimensie aan te geven. Het Bruegelproject is een totaalproject met vele dimensies waar de betrokken administraties en openbare instellingen op een geïntegreerde wijze samenwerken. Het onderdeel van Basiliek tot Basiliek wil een aaneengesloten gebied van groen vormen vertrekkend van de basiliek van Vilvoorde tot aan de basiliek van Grimbergen. Korte omschrijving Visie en missie van het project Het Bruegelproject beoogt de authenticiteit van de Vlaamse groene rand rond Brussel te waarborgen en doelgericht te ontwikkelen in functie van de ecologische, culturele en sociaal-maatschappelijke kenmerken die historisch verbonden zijn met dit gebied. Belangrijkste doelstelling op ecologisch vlak is de eigenheid van dit gebied te beschermen en een actief natuurontwikkelingsbeheer te voeren. Door bijkomende aankopen en/of overdrachten en het aangaan van samenwerkingsverbanden worden de unieke natuur- en bosgebieden en kasteeldomeinen en –parken, eigendom van de Vlaamse overheid in al haar bestuursniveaus, verder uitgebouwd en verbonden tot een coherente groene gordel van openbaar patrimonium (*). De aanwezigheid van deze specifieke domeinen biedt bijzondere kansen voor de ontwikkeling van culturele activiteiten. Door samenspraak tussen de verschillende partners uit de sector te activeren, creëert het Breugelproject samenwerkingsverbanden en schaalvoordelen die een reële méérwaarde bieden voor de globale culturele programmatie binnen dit gebied. De wisselwerking tussen de ecologische en culturele actoren zal tevens een sociaal-maatschappelijke dynamiek teweeg brengen en daardoor de betrokkenheid en participatie van het publiek verhogen. Dit impliceert een educatieve en recreatieve publiekswerking die aansluit bij de specifieke draagkracht van de onderscheiden domeinen. Bijzondere aandachtsgebieden zijn de toeristische en cultuurhistorische valorisatie van dit gebied, de relevantie van zijn Europese dimensies, de interactie tussen natuur en cultuur in de meest ruime zin en tussen stedelijkheid en groen in het bijzonder. Het Breugelproject nodigt daarom uit tot concrete vormen van samenwerking met alle actoren, instellingen en organismen die zich actief inschrijven in de doelstellingen van het project en tevens een specifieke méérwaarde bij de realisatie van de doelstellingen aanbrengen. De geïntegreerde aanpak van het Breugelproject komt tot uiting in de effectieve samenwerking tussen de verschillende administratieve en de Vlaamse openbare instellingen enerzijds, de provincie en de lokale besturen anderzijds, alsook met alle mogelijke partners uit de private en/of semi-private sector Het Breugelproject sluit aan bij het regeringsbeleid inzake de Vlaamse rand rond Brussel en bij de vernieuwde maatschappelijke evoluties. Daardoor waarborgt het de duurzaamheid van die ontwikkelingen.

Middelen De middelen voor project 09.24 werden ingezet als onderdeel van de reguliere middelen mbt inrichting en beheer van terreinen (zie 4.3 ) enerzijds en aankopen terreinen ( zie 4.2 ) anderzijds. Hierna volgt een specifiek overzicht voor project 09.24: van Basiliek tot Basiliek.

85


Jaarrapport ANB 2010

Basisallocatie

Omschrijving

Bedrag (klaar voor) vastlegging

Inrichting en beheer terreinen

LBC000_3LD00300_1211

1. Uitbreiding Tangebeekbos Met aanleg van recreatieve structuur en herstel wandelpad

64.471 € Is uitgevoerd

2. Prinsenpark: Opkuis en herinrichting

274.325 € In uitvoering

3.Aanleg fietspad Tangebeek – Grimbergen

4. Fiets- en voetgangersbrug over het kanaal (raming 5 milj. € verdeeld als volgt : 2,5 miljoen € voor W&Z, 1,25 miljoen voor gemeente Vilvoorde en 1.25 miljoen voor ANB)

Nieuw Besluit wordt opgemaakt

Voorzien in OP2010 (reserve)

Aankopen terreinen LBC000_3LD02600_7111

Onteigening ten algemene nutte te Grimbergen en Vilvoorde: totaal : 9,8912 ha

261.000 €

Resultaten De restauratie van het park de Drie Fonteinen is ondertussen voltooid. Het fietspad achter het VTM-gebouw is aangelegd. De verbinding met Tangebeekbos is gerealiseerd en het Tangebeekbos fietspad werd ook aangelegd; het herstel van de dolomietwegen is gebeurd alsmede een uitbreiding van het bos met ca. 2 ha is dit voorjaar gerealiseerd

Knelpunten en oplossingen Er dient een nieuw onteigeningsbesluit getroffen met oog op onteigening via de spoedprocedure. Het voorgaande Besluit werd beslist bij de Raad van State en ingetrokken bij de Minister. Voor wat betreft de onteigening is het zo dat er in deze een uitspraak verwacht wordt in maart 2011. De verdere realisatie zal dan ook in 2011 gebeuren. Voor wat de realisatie van de fiets- en voetgangersbrug betreft is het project afhankelijk van W&Z voor wat betreft de opmaak van het ontwerp voor de brug. Dit zal in 2011 verder opgevolgd dienen te worden.

6.3 Verfijning, verdieping en promotie van de toepassing van HPG. Output opgenomen in Beheersovereenkomst: Verfijning en verdieping van de beheersvisie HPG. Ontwikkeling van een beoordelingskader HPG. Opstarten van een kenniscentrum. Opbouwen van een netwerk van terreinen met HPG-beheer. Uitwerken van een vormingsprogramma. Voorstellen van ondersteuningsmechanismen en stimuli met het oog op groen in de stad.

86


Jaarrapport ANB 2010

> Reguliere werking: processen Veerle Heyens GGB3.4 GGB4.9

Beheren van kenniscentrum inzake groenbeleid en -beheer, incl. het verfijnen en uitdragen van visies inzake harmonisch park- en groenbeleid Beheren van subsidies inzake HPG-projecten parken, openbaar en stedelijk groen

Opzet Technisch inhoudelijke richtlijnen – verdiepen Voor de verdere inhoudelijke en technische verdieping van de HPG-visie worden technische vademecums ontwikkeld. De technische vademecums beschrijven de technische beheerrichtlijnen en zijn een vervolg op het vademecum beheerplanning. Richtlijnen ivm beheerplanning – verfijnen Naast een aantal technische beheerrichtlijnen, wordt zoals beoordelingscriteria van HPG- beheerplannin en leidraad van montoring ook gewerkt aan de organisatorische-procesmatige aspecten ivm de opmaak van HPG-beheerplannen.

Middelen Naast de personeelsinzet worden volgende middelen voorzien: Basisallocatie LD0000_1LD31500_6331 LBC000_3LD00200_1211 LBC000_3LD01500_3300

Bedrag vastgelegd 150.000,00 € 174.069,70 € 84.763,00 €

Resultaten Indicator Aantal ondersteunde HPG-projecten

Maat aantal

Status ANB: 1

In 2008 werd het Technisch Vademecum infrastructuur – paden en verhardingen uitbesteed aan Arcadis. Het vademecum werd in de loop van 2009 en 2010 uitgewerkt. Het vademecum zal worden voorgesteld in maart 2011 en dit tijdens twee studiedagen die rond het thema worden georganiseerd (Oostende en Hasselt (Herkenrode)). De voorbereiding van een tweede vademecum infrastructuur – deelthema recreatieve infrastructuur is opgestart. De voorbereidende studie “Methodiek voor duurzame plantencombinaties in openbare groenvoorzieningen” i.f.v. opmaak vademecum kruidachtigen is afgerond in april 2009. Het vademecum kruidachtigen werd opgestart in juli 2009 en zal worden afgerond in de loop van 2011. Vademecum heesters en struiken is vastgelegd in 2009. De effectieve opstart van het uitwerken van het vademecum is voorzien februari 2011. Het project rond de wetgeving van bomen werd niet opgestart in afwachting van duidelijkheid over visie Groen in de stad. Deze duidelijkheid is er gekomen in de loop van 2010 met de opstart van het ‘Groen in de Stad’-project. Het project is uitgebreid naar ‘kleine natuur in de stedelijke omgeving’ en zal worden opgestart in 2011. Projectsubsidies voor voorbeeldstellende en vernieuwende groenprojecten in het kader van Harmonisch Park- en Groenbeheer. In 2010 werd de projectoproep georganiseerd onder het thema ‘Ars Natura’ waarbij werd gezocht naar projecten waar kunst kwaliteitsvol werd geïntegreerd in harmonische parken groenprojecten. Projecten dienden zowel vanuit het oogpunt kunst als vanuit het oogpunt HPG goed te scoren om in aanmerking te komen als laureaat. Dit legde de lat zeer hoog. Mede daardoor werd uiteindelijk slechts één project goed bevonden als laureaat: Gent – De Porre. De subsidie werd vastgelegd in december 2010.

Knelpunten en oplossingen /

87


Jaarrapport ANB 2010

7. ANB draagt bij tot het stopzetten van het verlies aan biodiversiteit door het bestendigen en bevorderen van de soortendiversiteit, aanvullend op de instandhouding, ontwikkeling en herstel van de natuur en het natuurlijk milieu. Output opgenomen in Beheersovereenkomst: Een concrete vertaling van het Europese beleid op het vlak van soortendiversiteit naar de Vlaamse realiteit. Maatregelen en acties, gericht op het in stand houden, beschermen, herstellen en ontwikkelen van soorten, afgestemd op het Europese beleid dat gericht is de stopzetting van het verlies aan biodiversiteit.

7.1 Stroomlijning van het soortenbeleid, in overeenstemming met het Europese beleid. Output opgenomen in Beheersovereenkomst: Beter afgestemde regelgeving en geschikte instrumenten voor soortenbeleid. Overlegde plan van aanpak, gericht op optimale verdeling van de inspanningen tussen de verschillende actoren.

> Reguliere werking: processen VĂŠronique Verbist /Muriel Vervaeke FF2.1 FF3.4 FF4.1 FF4.2 FF4.4 FF4.7

Adviseren en plegen van overleg inzake soortenbescherming Uitvoeren en opvolgen van taken rond gezondheid van mens en fauna Behandelen van dossiers inzake schade door beschermde soorten Behandelen van dossiers i.v.m. schade aan beschermde soorten Beheren van vergunningen inzake soortenbescherming Beheren van erkenningen van flora- en fauna deskundigen

Opzet FF2.1 Adviseren en plegen van overleg inzake soortenbescherming Naar aanleiding van het inwerking treden van het soortenbesluit komenheel wat vragen. Interne afstemming is noodzakelijk en permanent proces. Voor andere overheidsinstantie en een aantal doelgroepen wordt de soortenwetgeving op overlegmomenten toegelicht. FF3.4 Uitvoeren en opvolgen van taken rond gezondheid van mens en fauna In de huidige personeelsbezetting en met de thans beschikbare middelen beperkt de inzet van ANB zich tot: Minimale monitoring en interventies mbt de verplichtingen inzake de bewaking van ziekten bij in het wild levende dieren. Voorbereiding van het wetgevend kader van de preventie, bewaking en bestrijding van ziekten bij in het wild levende dieren FF4.1 Behandelen van dossiers i.v.m. schade door beschermde soorten Sinds 1 september 2009 is het Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de vergoeding van wildschade veroorzaakt door niet-bejaagbaar wild en vergoeding van schade door beschermde soorten van kracht. Dit besluit regelt de administratieve procedure voor de vergoedingen van belangrijke schade die werd veroorzaakt door niet bejaagbaar wild (uitvoering van artikel 25 van het jachtdecreet) of door een beschermende soort (uitvoering artikel 52 van het Natuurdecreet).

88


Jaarrapport ANB 2010

FF4.4 Beheren van vergunningen inzake soortenbescherming Met het in voege treden van het nieuwe soortenbesluit worden sinds 1 september afwijkingen niet meer toegekend in functie van de verbodsbepalingen van het KB 76, KB 80 en KB 81, maar wel in kader van de verbodsbepalingen van het nieuwe soortenbesluit en conform de bijhorende afwijkingsregelingen.

Middelen Naast de personeelsinzet worden volgende middelen voorzien: Basisallocatie LBC000_3LD00200_1211 LBC000_3LD01800_3441

Bedrag vastgelegd 60.000,00 â&#x201A;Ź 129.949,21 â&#x201A;Ź

Resultaten Indicator Aantal overlegmomenten/adviezen met doelgroepen inzake soortenbescherming

Maat aantal

Aantal ziekten bij in het wild levende dieren die gemonitord worden Aantal schadedossiers door beschermde soorten

aantal

Aantal dossiers mbt vergunningen inzake soortenbescherming

aantal

aantal

Status ANB: 100 AN : 15 LI : 61 OV : 10 VB : 7 WV : 7 ANB: 4 ANB: 26 AN : 2 LI : 13 OV : 1 VB : 3 WV : 7 ANB: 139

In 2010 kwamen heel wat vragen met de betrekking tot soortbescherming bij het ANB terecht. Niet enkel meer praktisch gerichte vragen over de aanpak van effectieve soortbeschermende maatregelen op terrein maar ook vragen rond de inhoud van het Soortenbesluit en passende beoordelingen dienden zich aan. Op inhoudelijk vlak waren de vragen vooral gericht op de voorwaarden welke worden gesteld bij de opmaak van een soortbeschermingsprogramma, de verbodsbepalingen en de afwijkingsmogelijkheden hierop en de bijlagen van het besluit. De adviesvragen kwamen hoofdzakelijk vanuit het eigen personeel, andere overheidsinstanties of doelgroepen. De individuele burger klopt nog relatief weinig aan met vragen rond soortenbescherming. Om aan bepaalde artikels van het besluit uitvoering te geven is het noodzakelijk bijkomend een MB op te maken. Zo werden ondermeer een ontwerpMB vogelringen en MB rode lijsten opgemaakt. Voorafgaand en tijdens dit proces werd overlegd met de betrokken instanties. Er werd in 2010 een overeenkomst afgesloten tussen het ANB en Diergezondheidszorg Vlaanderen vzw tot het uitvoeren van een ophaal- en koerierdienst voor stalen en kadavers van in het wild levende dieren, autopsie van kadavers, staalname, conditionering en analyse van stalen. Deze koerierdienst zal ondermeer ingeschakeld worden voor de ophaling van dode vogels bij verdenking van vogelgriep, conform de vereiste epidemiologische modaliteiten met betrekking tot bioveiligheid. In 2010 was het opzet een voorontwerp van decreet te finaliseren betreffende de preventie, bewaking en bestrijding van ziekten bij in het wild levende dieren. Met een dergelijk decreet zal een maatschappelijk en juridisch noodzakelijk maar vooralsnog ontbrekend onderdeel van de Vlaamse regelgeving tot stand worden gebracht. In samenwerking tussen de Afdeling Internationaal Milieubeleid van het Departement LNE en het Agentschap voor Natuur en Bos werd een dossier â&#x20AC;&#x2122;Wildziektedecreet - conform door de dienst Wetsmatiging geleverd wetgevingstechnisch en taalkundig advies - aan het kabinet overhandigd, bestaande uit: (i) voorontwerp van decreet betreffende de preventie, bewaking en bestrijding van ziekten bij in het wild levende dieren; (ii) memorie van toelichting; (iii) reguleringsimpactanalyse; (iv) nota aan de leden van de Vlaamse Regering met in bijlage de 13 betrokken Europese normen. Om na te gaan of en in welke mate wilde everzwijnen in Vlaanderen besmet zijn met de ziekte van Aujeszky, klassieke varkenspest of Brucellose, voerde het ANB in 2010 een surveillance uit bij in het wild levende everzwijnen. Daartoe werden in samenwerking met erkende wildbeheereenheden en dierenartsen

89


Jaarrapport ANB 2010

bij geschoten wilde everzwijnen bloed- en weefselstalen genomen die door gespecialiseerde laboratoria werden onderzocht op de ziekte van Aujeszky, klassieke varkenspest en Brucellose. Het besluit van de Vlaamse regering betreffende de vergoeding van wildschade veroorzaakt door nietbejaagbaar wild en vergoeding van schade door beschermde soorten legt de voorwaarden en de procedure vast voor het verkrijgen en het verlenen van een vergoeding van de schade veroorzaakt door niet bejaagbaar wild of schade veroorzaakt door beschermde soorten. Een aantal begrippen die nadere toelichting vereisten en de vertaling naar een praktische aanpak, geënt op de structuur van ANB, werden vastgelegd in een voorlopige Richtlijn, die in 2011 verder zal worden gefinaliseerd. Voor 2010 werden een 41 schadedossiers uitbetaald voor een totaal bedrag van 126.995 euro. De schadeclaims betreffen vooral schade door niet-bejaagbaar wild, zoals kleine rietgans, smiet, kolgans. Voor 2010 werden 139 afwijkingen op de verbodsbepalingen van het Soortenbesluit gegeven. Het betrof in hoofdzaak vergunningen voor educatieve of wetenschappelijke doeleinden.

Knelpunten en oplossingen Na opmaak van het voorontwerp van decreet betreffende de preventie, bewaking en bestrijding van ziekten bij in het wild levende dieren, is de volgende noodzakelijke stap de uitwerking van een uitvoeringsbesluit dat de belangrijkste Europese richtlijnen en verordeningen concreet vertaalt naar Vlaamse wetgeving. Dergelijke uitwerking vereist een duidelijk inzicht in de concrete operationalisering op inhoudelijk/praktisch vlak. Er werd door het ANB vooralsnog geen operationeel kader uitgetekend voor de problematiek van wildziekten voor het Vlaamse Gewest.

7.2 Opmaak, uitvoering en monitoring van soortenbeschermingsprogramma’s. Output opgenomen in Beheersovereenkomst: De opmaak van soortenbeschermingsplannen. De opmaak van uitvoeringsplannen of uitvoeringsnota’s van de soortenbeschermingsplannen. De opmaak van een voortgangsrapport.

> Reguliere werking: processen Véronique Verbist / Sarah Roggeman FF3.1 FF3.2 FF3.3

Opmaken en aansturen van soortspecifieke programma's/soortenbeschermingsplannen Coördineren van de uitvoering van soortenbeschermingsplannen Coördineren van de uitvoering van projecten inzake soortenbescherming, andere dan soortenbeschermingsplannen

Opzet Op grond van de Europese richtlijnen en van internationale verdragen is Vlaanderen verplicht tot behoud en duurzaam gebruik van de biologische diversiteit en tot het behoud van wilde planten en dieren in hun natuurlijk leefmilieu. Zo dienen lidstaten maatregelen te nemen inzake behoud van de biodiversiteit, de gunstige staat van instandhouding te verzekeren van levensvatbare populaties van soorten, het herstel van bedreigde soorten te bevorderen, de wetgeving en/of andere regelgeving te ontwikkelen of te handhaven die nodig is voor de bescherming van bedreigde soorten en populaties. Met de nadruk op de 108 soorten van internationaal belang, willen we met de opmaak en de uitvoering van soortbeschermingsprogramma’s de achteruitgang van de Vlaamse biodiversiteit stoppen en de omvang van de populaties herstellen naar een levensvatbaar niveau.

90


Jaarrapport ANB 2010

Middelen Naast de personeelsinzet worden volgende middelen voorzien: Basisallocatie LD0000_1LD31900_7340 LBC000_3LD00200_1211

Bedrag vastgelegd 118.900,00 € 202.135,68 €

Resultaten Indicator Aantal soortenbeschermingsplannen en programma's in opmaak/herziening

Maat aantal

Aantal soortenbeschermingsplannen in uitvoering

aantal

Aantal projecten inzake soortenbescherming in uitvoering

aantal

Status ANB: 7 AN : 1 LI : 2 OV : 3 VB : 1 WV : 0 ANB: 16 AN : 2 LI : 5 OV : 4 VB : 5 WV : 0 ANB: 29 AN : 7 LI : 12 OV : 0 VB : 10 WV : 1

Voor 2010 werd een soortbeschermingsplan opgemaakt voor de vuursalamander en de lentevuurspin. Ook werd reeds de aanzet gegeven voor de uitwerking van een soortbeschermingsporgramma rond inheemse dagvlinders. De haven van Antwerpen werkt in nauw overleg met ANB aan de opmaak van een globaal soortbeschermingsprogramma voor de beschermde soorten die binnen haar gebied voorkomen. Daar dit een zeer ambitieus project is zal de uitwerking ervan worden verdergezet in 2011. Daar nog uitvoering moet worden gegeven aan de bepalingen van het soortenbesluit met betrekking tot art 5 en art 24 voor de vaststelling van rode lijsten en de opmaak van soortbeschermigsprogramma’s, zijn de in 2010 afgewerkte plannen nog niet conform het soortenbesluit. Met het LIFE-project BatAction is een start gegeven aan de uitvoering van het soortbeschermingsplan vleermuizen. De stabilisatiewerken in het fort van Steendorp zijn gestart. De werken situeren zich voornamelijk in de ‘artillerie ingang’ en het ‘binnenplein’. In het Reduit (top vleermuizenverblijfplaats) werden de nodige metingen uitgevoerd om de stalen constructies in atelier klaar te maken om de stabiliteit van het Reduit te garanderen. De aankopen van gronden op de mergelgroeves in Riemst is in een stroomversnelling geraakt. Er werden 36 percelen aangekocht, met een totale oppervlakte van 5ha68a01 ca. Voor nog eens 8 percelen, die een oppervlakte van 2ha76ca02a vertegenwoordigen, is er een akkoord tot verkoop maar moet er nog een regeling getroffen worden met de pachter. De doelstelling van 13ha lijkt ambitieus maar niet onrealistisch om het alsnog in 2011 te realiseren. Het Fort van Duffel is aangekocht. Op basis van de passende beoordeling zijn de eerste inrichtingsmaatregelen met succes gestart. Op basis van het opgemaakte bosbeheerplan zijn de eerste beheerwerken op het fort uitgevoerd. De inrichting van het educatief lokaal in het fort Kessel nadert zijn einde. De ruimtelijke indeling van het fort waarbij delen ontoegankelijk zijn voor het brede publiek lijkt zijn vruchten af te werpen, want er worden dit jaar opmerkelijk meer ingekorven vleermuizen waargenomen. In het fort van Walem, ter vervanging van het fort van Lier, zijn de massale puinhopen met onder andere een gigantische hoeveelheid gasmaskers, opgeruimd. Inrichtingsmaatregelen zijn in 2011 gepland. Het resultaat van de enquête over het gebruik van diergeneesmiddelen geeft weer dat op een adhoc basis bijna geen schadelijke Ivermectines worden gebruikt binnen de natuursector om hun grote grazers te ontwormen. Er is echter gebleken dat men geen beeld heeft welke producten de landbouwers gebruiken bij hun koeien die in de Vlaamse natuurreservaten worden ingezet van graasbeheer.

91


Jaarrapport ANB 2010

De kleurenbrochure over ‘vleermuizen in huis’ en ‘vleermuizen en forten’is afgerond en verdeeld. Met de inrichtingsmaatregelen beschreven in de brochure ‘(kerk)zolders’ werd op pad gegaan om kerkfabrieken te overtuigen maatregelen te nemen voor vleermuizen op hun kerkzolders. Er werden 10 prachtige educatieve informatiepanelen ontworpen, als eerste stap in de sensibilisatie van vleermuizen en het LIFE project. De eigenlijke tentoonstelling is in 2010 afgewerkt. Het is een interactieve tentoonstelling die vooral gebaseerd is op fotomateriaal, aangevuld met enkele doe-aspecten en een videogame. De studiedag lichthinder ging door op donderdag 28 oktober 2010. Er waren in totaal 94 deelnemers, met uiteenlopende invalshoeken. Het beoogde doelpubliek is dus bereikt, de aantallen lagen iets onder de verwachtingen. Voor bestaande soortschermingsprogramma’s werd in 2010 de uitvoering van de beschermingsmaatregelen of acties verdergezet of gestart voor volgende soorten: Europese hamster, bruine vuurvlinder, knoflookpad, das en adder. Ook werden specifieke herstelprogramma’s voor kwabaal, kopvoorn, rivierdonderpad, paling, beekforel en serpeling uitgevoerd. Daarnaast werd nog uitvoering gegeven aan een aantal projecten. Zo werden de knelpunten voor de bescherming van de knoflookpad geïnventariseerd en een concreet actieplan voor het Welleken en ontsnipperingsmaatregelen uitgewerkt. De vroedmeesterpad werd in de Voerstreek volledig in kaart gebracht en er werd samengewerkt aan het actieprogramma voor deze soort met het regionaal landschap. Daarnaast werd nog gewerkt rond kleinere habitatverbeteringsprojecten, die voornamelijk gericht zijn op vissoorten met ondermeer het aanleggen van paaiplaatsen en vistrappen. Rond de rugstreeppad wordt samengewerkt met de provincies, afdeling beheer ANB en regionale landschappen rond concrete inrichtingswerken ter bescherming van de soort. Op www.ooievaars.be worden een aantal ooievaars op de voet gevolgd bij hun jaarlijkse trek naar het Zuiden. Naast de kaartjes met de routes staat er ook heel wat informatie over de gevaren voor Vlaamse trekvogels. Verder wordt de ooievaar uitgespeeld als "vlaggeschip" voor het bekomen van een groter draagvlak voor het beschermen van bedreigde vogelsoorten en hun biotoop in Vlaanderen. Voor drie beschermde overlastsoorten, de aalscholver, de kleine mantelmeeuw en de zilvermeeuw werden de besprekingen opgestart met alle betrokken stakeholders. Het overleg boekt langzaam vooruitgang. Voor de beheerregelingen werd een matrix van maatregelen opgemaakt waarin rekening gehouden werd met de standpunten van de betrokken stakeholders. De werkgroep boekte in 2010 niet voldoende vooruitgang om de voorziene projecten uit te besteden.

Knelpunten en oplossingen

/

7.3 Planmatig visstandsbeheer Output opgenomen in Beheersovereenkomst: Actieve inbreng van planmatig visstandsbeheer in het integraal waterbeleid.

> Reguliere werking: processen Kristof Vlietick FF5.11 PAT1.6

92

Beheren van de populaties en de leefomgeving van vissen en behoud en verbeteren van hengelfaciliteiten Coördineren van de werking rond de viskwekerijen


Jaarrapport ANB 2010

Opzet Visbestanden worden ten behoeve van de visserij ondersteund door het uitvoeren van visbepotingen op openbare wateren. Jaarlijks worden herbepotingsplannen opgemaakt waarin alle visuitzettingen inclusief een onderbouwing worden weergegeven. De drie viskwekerijen van het Vlaamse Gewest worden ingezet voor de productie van zeldzame soorten in functie van de uitvoering van de soortherstelprogramma’s voor vissoorten. Deze soorten zijn niet verkrijgbaar in de handel. De overige vissoorten worden aangekocht bij private viskwekerijen. Opmerking: herstelprogramma’s voor zeldzame of uitgestorven vissoorten worden besproken in deel 7.2 (Opmaak, uitvoering en monitoring van soortenbeschermingsprogramma’s.).

Middelen Naast de personeelsinzet worden geen middelen voorzien.

Resultaten Indicator Aantal projecten inzake verbetering leefomgeving vissen

Maat aantal

Status ANB: 24 AN : 5 LI : 5 OV : 6 VB : 1 WV : 7

Conform de goedgekeurde herbepotingsplannen werden in elke provinciale afdeling de vissen uitgezet op openbaar water. Voor de kwekerijen van Lozen, Rijkevorsel en Linkebeek werd een jaarplanning 2010 opgemaakt met de te kweken vissoorten, hoeveelheden en vijverbezetting. Er werd tevens een evaluatie uitgevoerd van de kweekresultaten van het afgelopen jaar (2009). In de viskwekerijen Lozen en Rijkevorsel (beheerd door ANB) werd in 2010 snoek, serpeling, kwabaal, kopvoorn, kroeskarper en rivierdonderpad geproduceerd (opkweek van broed tot éénzomerige vissen). Het broed is afkomstig van de kwekerij te Linkebeek (beheer door INBO). Al deze vissen werden uitgezet in functie van de lopende soortherstelprogramma’s voor deze soorten.

Knelpunten en oplossingen /

93


Jaarrapport ANB 2010

7.4 Aanpak invasieve soorten. Output opgenomen in Beheersovereenkomst: Uitgewerkte eigentijdse beleidsvisie voor invasieve soorten.

> Reguliere werking: processen Hans Van Gossum

Opzet Net zoals in het algemene soortenbeleid, hebben we ook in het exotenbeleid een passieve en actieve aanpak. De actieve aanpak ligt heel gevoelig bij de publieke opinie, maar kan beschouwd worden als een noodzakelijk kwaad. Immers niet alleen kunnen “alien invasive species” een bedreiging vormen voor de inheemse biodiversiteit, ze kunnen ook de gemeenschap heel wat geld kosten op economisch vlak en ze kunnen onze gezondheid en welzijn sterk negatief beïnvloeden. Geënt op de “Europese strategie in verband met invasive alien species” (opgesteld in het kader van de Bern Conventie) zal een Vlaamse visie uitgewerkt worden over de verdere aanpak. Toch werd al gestart met deelname aan twee Europese projecten (Interreg en Life+) en een beheerregeling invasieve waterplanten in uitvoering van het Soortenbesluit.

Middelen De realisatie van deze doelstellingen maakt deel uit van de realisatie van operationele doelstelling 7.2. De inzet van middelen voor operationele doelstelling 7.4, zit dan ook vervat in de cijfers gerapporteerd onder operationele doeslstelling 7.2.

Resultaten In het kader van de exotenproblematiek treedt het ANB - samen met het Dep. LNE - op als trekker van een Interreg-project "Invasieve Exoten". Het project is een samenwerkingsverband van 24 partners met als doel om de kostprijs van de bestrijding te verminderen door de bestrijding te optimaliseren en de aanpak van de verschillende instanties en eigenaars op elkaar af te stemmen. Daarvoor worden naast de ontwikkeling van een algemene aanpak, ook rond een aantal soorten concrete acties opgestart (stierkikker, grote waternavel, zomerganzen, Amerikaanse vogelkers). ANB financiert mee AlterIAS, een Life+ project. Dit is een communicatie project gericht op de voorlichting van de tuinbouwsector over de problematiek van invasieve planten. Dit gebeurt door sensibilisatie-acties en preventieve maatregelen om de introductie van deze planten in tuinen, parken en groene ruimten en langs wegen, spoorwegen en waterlopen te beperken. Dit project wordt uitgevoerd in heel België (Wallonië, Vlaanderen en Brussels gewest). In 2009 werd gestart met de opmaak van een beheerregeling in uitvoering van het Soortenbesluit gericht op de aanpak van invasieve waterplanten, dit op vraag van de Commissie Integraal Waterbeleid. In deze beheerregeling is aandacht gegeven aan vier essentiële onderdelen: (1) preventie: sensibilisering van burgers, gedragscode met de sector en verbod op de verkoop van problematische plantensoorten, (2) snelle detectie die leidt tot verwijdering van nieuwe haarden, (3) permanente bestrijding op gekende groeiplaatsen, en (4) evaluatie van acties, opvolging, controle en rapportering. Het ontwerp van deze beheerregeling werd voorgelegd eind 2010 aan de bevoegde minister.

Knelpunten en oplossingen /

94


Jaarrapport ANB 2010

7.5 Promotie autochtone bomen en struiken. Output opgenomen in Beheersovereenkomst: Gebiedsdekkende inventarisatie in Vlaanderen van autochtone genenbronnen die in situ voorkomen. Het opstarten van een in-situbescherming op eigen domeinen. Het opzetten van een kweekprogramma voor de meest gebruikte en gevraagde boom- en struiksoorten.

> Reguliere werking: processen Inge Serbruyns PAT1.4

Beheren autochtone bomen en struiken

Opzet ANB tracht enerzijds de resterende autochtone genenbronnen optimaal te beschermen en anderzijds ook te zorgen voor zaadoogst en vermeerdering van de meest gebruikte struik- en boomsoorten.

Middelen Naast de personeelsinzet worden geen middelen voorzien

Resultaten Indicator Oppervlakte erkende zaadboomgaarden

Maat ha

Aantal erkende locaties

aantal

Status ANB: 2,51 AN : 0 LI : 0 OV : 1,43 VB : 0 WV : 1,08 ANB: 13 AN : 0 LI : 0 OV : 9 VB : 0 WV : 4

Dit jaar werden zaadboomgaarden aangelegd (nieuwe of bestaande uitgebreid) in Oost- en WestVlaanderen. Het totaal aantal zaadboomgaarden bedraagt momenteel 83. Hierbij zijn 24 verschillende soorten aangeplant met een totaal van een 12.000 planten over een oppervlakte van ongeveer 21 ha. Nieuwe aanplanten zijn gepland in BDO en KEM. Ook dit jaar was er meer beschikbaar plantsoen uit eigen kwekerijen dan nodig binnen ANB en daarom werd de rest te koop aangeboden aan derden. Naast eigen oogst en opkweek in de kwekerijen oogsten ook anderen (Regionale landschappen, VLM, …) op autochtoon materiaal en laten dit opkweken door kwekers. In de zaadoogst databank worden per soort gegevens van geoogst materiaal (kg) bijgehouden. Eveneens werd zaad verkocht aan kwekers afkomstig uit de eigen erkende locaties. Een nieuwe visie en missie tekst werd opgesteld en zal worden aangevuld met een korte en lange termijn actieplan en vervolgens worden voorgelegd ter goedkeuring. Het ANB volgt de ontwikkelingen rond het ‘plant van hier’ logo (ontwikkeld door de regionale landschappen) verder op. Dit kan mogelijk reeds deels het probleem van beschikbaarheid van plantsoen voor een ruim publiek oplossen. De opdeling in herkomstgebieden en de strikte opvolging hiervan heeft zware gevolgen bij de opkweek door de kwekers. Om hier meer duidelijkheid te krijgen werd een wetenschappelijk project ingediend en goedgekeurd.

95


Jaarrapport ANB 2010

Knelpunten en oplossingen Interne opvolging van zaadboomgaarden (snoeien, onderhoud, … ), behoud en onderhoud in situ locaties, gebruik bosplantsoen is nodig, maar dit moet nog verder worden uitgezocht en opgevolgd.

7.6 Het ontwikkelen van een beheersvisie voor collecties en arboreta, gebaseerd op de principes van HPG. Output opgenomen in Beheersovereenkomst: De inventarisatie van collecties. Het vastleggen van criteria voor een beleid rond de eigen collecties.

> Reguliere werking: processen Yves Decuypere PAT1.5

Coördineren van de werking rond collecties

Opzet Opzetten van een gecoördineerde werking rond collecties

Middelen Naast de personeelsinzet worden geen middelen voorzien

Resultaten Er zijn op dit ogenblik nog geen initiatieven genomen om een gecoördineerde werking rond collecties op te zetten. Het aanleggen en beheren van collecties (vooral in parkomgeving) is op dit ogenblik vooral het resultaat van het initiatief van de beheerder, in het beste geval verankerd in het beheerplan. Het opzetten van een gecoördineerde werking wordt niet als een hoge prioriteit voor de organisatie beschouwd.

Knelpunten en oplossingen /

96


Jaarrapport ANB 2010

8. ANB streeft een optimale ecologische inpasbaarheid van menselijke activiteiten na in functie van meer en betere natuur, bos en groen Output opgenomen in Beheersovereenkomst: Vormen van menselijk medegebruik, afgestemd op de draagkracht van ecologisch waardevolle gebieden. Uitgewerkte ecologische kaders voor menselijke activiteiten.

> Specifieke werking: projecten Thomas Defoort Project 09.8

Gentse Kanaalzone

Projectsponsor: Filiep Cardoen Projectleider: Thomas Defoort

Opzet Situering Volgens de studie "Inventaris van de natuurwaarden in de Gentse Kanaalzone", uitgevoerd in opdracht van de provincie Oost-Vlaanderen, dient er 205 ha natuurgebied gerealiseerd te worden om de huidige beleidsrelevante soorten (avifauna) en vegetaties duurzaam in stand te houden. Van deze 205 ha zijn er 189ha natuurkerngebieden nodig om de instandhoudingsdoelstellingen (sensu SBZ-V, gezien Gentse Kanaalzone gecatalogeerd staat als Important Bird Area maar zonder statuut SBZ-V) te halen en bijkomend 16 ha om tegemoet te komen aan de achteruitgang van de verboden te wijzigen vegetaties (Natuurdecreet en uitvoeringsbesluit 23 juli 1998). De studie suggereerde dat mogelijkheden voor de realisatie van de beoogde doelstelling gevonden kunnen worden enerzijds in het havengebied zelf, anderzijds in de Kale- en Moervaartvallei. Deze natuurdoelstellingen en locaties werden tevens ingeschreven in het Strategisch Plan voor de Gentse Kanaalzone. Eind 2008 werd een stuurgroep opgericht onder leiding van Departement MOW om de uitvoering gestalte te geven. Korte omschrijving Op basis van desktopstudies met betrekking tot de natuurlijke potenties en de landbouwgevoeligheid in de genoemde gebieden werden vier zoekzones aangeduid (oppervlakte ca. 400 ha). De technische mogelijkheden voor de realisatie van de genoemde natuurdoelstellingen zullen daarbinnen verder onderzocht worden door middel van een ecohydrologische studie in opdracht van ANB, die aanving begin 2009. Deze dient (mede) als basis voor de uiteindelijke afbakening van de genoemde 205 ha. Daarnaast wordt onder coördinatie van de genoemde stuurgroep in werkgroepen het instrumentarium voor de realisatie verder onderzocht: de opstelling van een afsprakenmatrix, de oprichting van een grondenbank, de afbakening natuurkerngebieden. Daarnaast loopt een landinrichtingsproject voor de koppelingsgebieden in de Gentse Zeehaven die deels uitvoering geven aan de natuurdoelstellingen.

Middelen De Ecohydrologische studie werd vastgelegd in 2008 voor 170882,25 euro. Omwille van de noodzaak tot bijkomend overleg werd een extra bedrag ten waarde van 1058,75 € vastgelegd in 2010. De voorzien vastlegging van 60.718,75 € voor het uitvoeren van een archeologisch onderzoek is niet doorgegaan. De overeenkomst met VIOE is echter getekend, het dossier is klaar voor vastlegging. De toekenning van de opdracht van het archeologisch onderzoek werd voorbereid en wordt in 2011 uitgevoerd. Basisallocatie LBC000_3LD00200_1211

Bedrag vastgelegd 60.718,75 €

97


Jaarrapport ANB 2010

Resultaten De stuurgroep van de ecohydrologische studie kwam een laatste maal samen in december 2010 om het ontwerp eindrapport te bespreken. Op basis van deze laatste bespreking wordt het eindrapport gefinaliseerd. Een werkgroep ‘afbakening natuurkerngebieden’ werd opgericht onder coördinatie van de stuurgroep o.l.v. dhr. Desmyter, Secretaris- generaal dan het Departement MOW. De werkgroep wordt voorgezeten door ANB en is in december 2010 een eerste maal samengekomen. De werkgroep grondenbank heeft een ontwerpnota voor de Vlaamse regering uitgewerkt. Deze NVR is geactualiseerd met de resultaten van de ecohydrologische studie. ANB heeft een samenwerkingsovereenkomst ondertekend met het VIOE met als voorwerp ‘het uitvoeren van een proactief landschappelijk en archeologisch onderzoek in de Moervaart en de Kalevallei”. Het onderzoek dient de verenigbaarheid na te gaan van de realisatie van de natuurcompensaties enerzijds en het behoud van bestaande erfgoedwaarden anderzijds. In het bijzonder dient de compatibiliteit te worden onderzocht van de realisatie van de natuurdoelstellingen met de uitgangspunten van de aanduiding van de ankerplaats. De diverse werkgroepen m.b.t. de afsprakenmatrix en de beheercommissie werden tijdelijk, in afwachting van de resultaten van de werkgroep ‘afbakening natuurkerngebieden’ on hold gezet. Afstemming met diverse andere processen Binnen de Gentse Kanaalzone en de overloopgebieden (mogelijke natuurkerngebieden Kale- en Moervaartvallei) lopen diverse andere processen en ontwikkelingen die worden opgevolgd om afstemming te bekomen met de toekomstige realisatie van de 205 ha natuurgebied: ° Strategisch Plan Gentse Kanaalzone: Stuurgroep Netwerk Gentse Kanaalzone (SRN) voor het opvolgen van allerhande initiatieven en ontwikkelingen binnen de Gentse Zeehaven (bv. opvolgen van ontwikkelingen bedrijventerrein Rieme-Noord (fase mer)). ° Landinrichting “koppelingsgebieden Gentse Zeehaven”: Inrichtingslan Desteldonk, IP Rieme-Zuid en Doornzele-Noord, IP Sint-Kruis-Winkel deels van belang voor invulling natuurdoelstellingen 205 ha ° Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Gentse Zeehaven tweede fase” : fase onderzoek noodzaak opstart mer-procedure, van belang voor inrichten koppelingsgebieden als verbinding tussen haven en overloopgebieden. ° Provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan Landschapspark Moervaart: locatie jachthaven knelpunt ter hoogte van Mendonk ° Milieuvergunning Callemansputte: Afdeling Maritieme Toegang akkoord inzake tijdelijke natuur in de haven ter compensatie van verlies in Callemansputte ° Ankerplaats Moervaardepressie : visie ankerplaats mogelijk onverenigbaar met realisatie natuur in Moervaartvallei, definitieve aanduiding ankerplaats zonder wijzigingen obv advies ANB, opvolgen vervolgprocessen (RUP, planMER,…) noodzakelijk, bijkomend specifiek bodemonderzoek noodzakelijk ° Landinrichtingsproject Moervaartdepressie: in opstartfase olv Vlaamse Landmaatschappij ° Windwerkgroep: advisering locatie windmolens ° Grondverwerving Overdam: overleg Vlaamse Lanmaatschappij en aankoopcomité ° Ambtelijk Bekkenoverleg en bekkenbestuur Gentse Kanalen: afstemmen initiatieven integraal waterbeheer; sterke vraag polder om betrokken te worden in het overleg inzake realisatie 205 ha natuurgebied

Knelpunten en oplossingen Afstemming tussen de diverse partners blijft noodzakelijk om tot een gedragen voorstel inzake de realisatie van 205 ha natuurgebied te komen. Structureel, frequent overleg met betrokken administraties en partners in stuurgroep en werkgroepen wordt verder gezet alsook noodzakelijk bilateraal en lokaal overleg.

98


Jaarrapport ANB 2010

8.1 Sturing en ontwikkeling recreatief medegebruik. Output opgenomen in Beheersovereenkomst: De actieve organisatie van het recreatieve medegebruik met aandacht voor de specifieke doelgroepen (onder meer jeugd en andersvaliden). Eenduidige advisering, subsidiëring en sensibilisatie van recreatief medegebruik.

> Reguliere werking: processen Gudrun Van Langenhove AVES2.2 BEH4.2 PAT4.2

Overleggen en adviseren inzake sport en recreatie. Behandelen van aanvragen voor allerhande activiteiten in domeinen in beheer bij ANB Coördineren van de gidsenwerking in ANB domeinen

Opzet AVES2.2: Structurele verankering van het aanspreekpuntenoverleg recreatie op niveau van het ANB Inplannen van bilateraal overleg met specifieke gebruikersgroepen waar nodig en gewenst Evaluatie van het concept risicovolle activiteit BEH4.2: Nagaan of de aangevraagde toestemmingen voor allerhande niet-risicovolle activiteiten in overeenstemming zijn met de doelstellingen van het gebied en de draagkracht van het gebied niet overstijgen. PAT4.2: Gidsenwerking: Er is op dit ogenblik nog geen gecoördineerde visie op gidsenwerking voorhanden. Waar gidsenwerking is, gebeurt dit op de manier zoals dat in het verleden gebeurde of worden ad hoc aanpassingen aangebracht. De oefening rond toekomstvisie gidsenwerking wordt voorzien binnen het project ADAGIO, waarbij gidsenwerking onderdeel uitmaakt van een globale visie op het ‘goed gastheerschap’.

Middelen Naast de personeelsinzet werd een studieopdracht uitgeschreven voor een bijstelling van de subsidieregeling, onder meer inzake de openstelling van privé – bossen en natuurreservaten. We verwijzen naar paragraaf 5.1. Basisallocatie LBC000_3LD00200_1211

Bedrag vastgelegd 109.384,00 €

Resultaten Indicator Ingediende aanvragen voor allerhande activiteiten mbt recreatie in domeinen in beheer ANB

Gecoördineerde gidsenwerking voorhanden en organisatiebreed gekend

Maat aantal

Status ANB: 1404 AN : 376 LI : 520 OV : 114 VB : 126 WV : 268 ANB: Achterstand op schema

99


Jaarrapport ANB 2010

Overleg en advies inzake sport en recreatie: De aanspreekpunten recreatie van de 5 provinciale diensten en van de centrale dienst van het ANB waken via structurele overlegmomenten over een gelijkberechtigde aanpak op niveau Vlaanderen. Het zijn ook de aanspreekpunten die zetelen in de provinciale overlegstructuren waarbij de thema’s sport en natuur centraal staan. Zo zijn er op niveau Vlaanderen, al dan niet gevoed door provinciale overlegmomenten kaders uitgewerkt voor geocaching en MTB-toertochten (Antwerpen). Na evaluatie is ook werk gemaakt van een bijsturing van de richtlijn risicovolle activiteit en dit in ruggenspraak met de diverse betrokken (sport)federaties. De indicator voor het afleveren van machtigingen voor risicovolle activiteiten (AVES 3.8) zit vervat onder 2.1 Kwaliteitsvolle adviesverlening. Naast het structureel overleg op niveau Vlaanderen en niveau provincies, zijn voor de opmaak van de gebiedsspecifieke toegankelijkheidsregelingen tal van plaatselijke overlegmomenten ingelast tussen beheerders en gebruikers van bossen en natuurreservaten. Voor 2010 betreft het 10 toegankelijkheidsregelingen voor een totale oppervlakte van 1100,13 ha bos waarvan 4 private bossen en 6 openbare bossen. De doelgroep Jeugd wordt actief ondersteund via deelname aan de structureel verankerde werkgroep Groen van het Steunpunt Jeugd vzw. Vanuit dit overleg is ook een grootschalig project opgestart waarvan een deel van de financiële middelen ter beschikking wordt gesteld door het ANB: Spelen en ravotten in Limburgs groen: optimalisatie van een groen speelweefsel in Limburg. Hoofddoelstelling is om de gemeenten de nodige handvaten en instrumenten aan te reiken voor een kwaliteitsvol aanbod aan speelnatuur. In het kader van hetCharter voor Jeugd, Natuur en bos werd een adequate kampvuurregeling voor de kampplaatsen in de provincie Limburg (pilootproject) uitgewerkt die nog de nodige verankering vraagt en werd een portaalsite met tal van bruikbare inspiratie om natuurvriendelijk op kamp te trekken opgemaakt (www.natuurenbosspel.be). Het belangrijkste instrument ter ondersteuning van de spelende jeugd is en blijft de speelzone. Momenteel (april 2010) zijn zo’n 444 speelzones afgebakend voor in totaal 2452,61 ha.

Knelpunten en oplossingen Om tegemoet te komen aan het beperkte aantal goedgekeurde toegankelijkheidsregelingen voor de bossen en natuurreservaten in eigen beheer wordt een koppeling voorzien met het project ADAGIO (project 09.12). Voor de natuurreservaten is het probleem gekoppeld aan de veelal versnipperde structuur waardoor het vaak te voorbarig is om een betekenisvolle regeling op te maken. Een mogelijke oplossing is een aanpassing van de wetgeving (BVR toegankelijkheid).

Een belangrijk aandachtpunt op vlak van creatie van mogelijkheden voor de jeugd is het creëren van duidelijkheid over de gewenste inrichting van speelzones in Vlaanderen. Is er differentiatie nodig naargelang de status of ligging van het gebied ? Deze vragen verdienen een doordachte visie die vanuit het agentschap in samenwerking met de betrokken partners zoals de jeugdsector en de provincies zal op punt gesteld worden. Bijkomend niet onbelangrijk aspect is de definitie en controle van speeltoestellen (KB speeltoestellen en KB speelterreinen van 28 maart 2001).

8.2 Planmatig duurzaam faunabeheer voor jacht en visserij Output opgenomen in Beheersovereenkomst: Eénduidige, onderbouwde en consistente adviezen. Kwaliteitsvolle organisatie van jachtexamen. Tijdige goedkeuring van afschotplannen.

> Reguliere werking: processen Hans Van Gossum / Kristof Vlietinck FF2.2 FF2.3

100

Adviseren en plegen van overleg inzake wildbeheer Adviseren en plegen van overleg inzake visserij


Jaarrapport ANB 2010

FF3.5 FF4.3 FF4.6 FF5.1 FF5.3 FF5.4 FF5.5 FF5.6 FF5.7 FF5.8 FF5.9

Faunabeheer door eigen personeelsleden Beheren van meldingen voor bestrijding door derden Opvolgen van aspecten mbt houden van vogels in gevangenschap Adviseren inzake opmaak van wildbeheersplannen Beheren van vergunningen m.b.t. wildbeheer Beheren van meldingen m.b.t. wildbeheer Beheren van ontvangen jachtplannen Organiseren van jachtexamens Behandelen van dossiers inzake schade door jachtwild Beheren van visverloven, vergunningen, visrechten en hengelwedstrijden inzake riviervisserij Beheren van meldingen mbt riviervisserij

Opzet Het Agentschap voor Natuur en Bos organiseert het theoretische jachtexamen op vier verschillende locaties in Vlaanderen. Het praktische jachtexamen wordt georganiseerd in samenwerking met het Instituut voor Jachtopleiding (IJO). Het Agentschap waakt er steeds over dat zowel het theoretische als het praktische jachtexamen correct en objectief verloopt. Alle klachten met betrekking tot het jachtexamen worden beoordeeld door de jachtexamencommissie, deze commissie is samengesteld uit medewerkers van het Agentschap, jagers en deskundigen. De adviezen en meldingen met betrekking tot wildbeheer worden op de provinciale diensten van het agentschap behandeld. Dit garandeert een snelle en doeltreffende afhandeling maar vergt ook een goede en efficiĂŤnte centrale sturing. Afleveren van vergunningen op basis van de riviervisserijwetgeving. Het betreft het beoordelen van de aanvraag en afleveren van vergunningen voor de visvangst met wetenschappelijk doel, het afleveren van vergunningen voor het transport van vis en het afleveren van toelatingen voor het behoud van ondermaatse vis tijdens hengelwedstrijden. Beheer van de databank visverloven waarin de gegevens van alle vissers die een visverlof aankopen, zijn opgenomen. Afleveren van duplicaten in geval van verlies van het visverlof. Controle van visverloven op vraag van de wachters. In het najaar 2010 werd een nieuwe online toepassing in gebruik genomen voor de aanvraag en aflevering van visverloven. Deze toepassing wordt beheerd door ANB. Via de website www.visverlof.be kunnen vissers een visverlof aanvragen (betalingsmogelijkheden zijn voorzien via overschrijving, bankkaart of kredietkaart).

Middelen Naast de personeelsinzet worden volgende middelen voorzien: Basisallocatie LD0000_1LD30800_3300 LBC000_3LD00500_1211

Bedrag vastgelegd 34.000,00 â&#x201A;Ź 89.260,00 â&#x201A;Ź

Resultaten Indicator Aantal overlegmomenten/adviezen doelgroepen inzake wildbeheer

Maat met aantal

Aantal overlegmomenten/adviezen doelgroepen inzake visserij

met aantal

Aantal interventies inzake faunabeheer door aantal eigen personeelsleden

Status CD: 25 AN : 15 LI : 30 OV : 11 VB : 6 WV : 4 CD: 5 AN : 31 LI : 30 OV : 6 VB : 6 WV : 19 ANB: 33 AN : 7 LI : 1 OV : 2 VB : 23 WV : 0

101


Jaarrapport ANB 2010

Aantal dossiers inzake bestrijding door derden

Aantal adviezen wildbeheersplannen

meldingen

voor aantal

opmaak

van aantal

inzake

Aantal vergunningen mbt wildbeheer

aantal

Aantal meldingen mbt wildbeheer

aantal

Aantal jachtplannen ontvangen

aantal

Deelnemersstatistieken beschikbaar Aantal dossiers inzake schade door jachtwild

aantal

Aantal vergunningen inzake riviervisserij

aantal

Inning inkomsten visrechten Grensmaas gebeurd Aantal meldingen m.b.t. riviervisserij aantal

ANB: 1.708 AN : 550 LI : 189 OV : 373 VB : 270 WV : 326 ANB: 58 AN: 2 LI : 18 OV : 24 VB : 4 WV : 10 ANB: 3.825 AN: 51 LI : 3.742 OV : 0 VB : 6 WV : 26 ANB: 3.307 AN: 555 LI : 550 OV : 542 VB : 999 WV : 661 ANB: 130 AN: 37 LI : 20 OV : 28 VB : 13 WV : 32 ANB: Doel bereikt ANB: 122 AN: 3 LI : 25 OV : 28 VB : 8 WV : 58 ANB: 648 AN: 0 LI : 648 OV : 0 VB : 0 WV : 0 ANB: Doel bereikt ANB: 82 AN: 34 LI : 0 OV : 33 VB : 0 WV : 15

Het theoretisch jachtexamen vond dit jaar plaats op zaterdag 24 april 2010. Er waren dit jaar 781 inschrijvingen, 405 kandidaten slaagden. Alle klachten van de kandidaten werden onderzocht en door de jachtexamencommissie beoordeeld. Sinds 2009 wordt er voor het praktisch jachtexamen slechts ĂŠĂŠn examenperiode georganiseerd en worden er deelbewijzen uitgereikt voor de drie onderdelen van het praktisch jachtexamen. Een kandidaat die niet slaagt voor alle drie onderdelen krijgt voor de onderdelen waarop hij wel voldoende scoorde een deelbewijs. Dit deelbewijs blijft drie jaar geldig. De kandidaat wordt voor de volgende praktische examens vrijgesteld voor de onderdelen waarvoor hij een geldig deelbewijs kan voorleggen. Het praktisch gedeelte van het jachtexamen werd in 2010 georganiseerd van 16 tot 26 augustus. Voor het praktisch jachtexamen schreven zich 690 kandidaten in, hiervan behaalden 346 kandidaat jagers hun getuigschrift. Alle klachten van de kandidaten werden onderzocht en door de jachtexamencommissie beoordeeld. In 2009 is gestart met een project om de bestaande wildbeheerdatabank te hernieuwen en uit te breiden om te komen tot een centraal e-loket voor wildbeheertoepassingen dat vlot en gemakkelijk toegankelijk is voor de betrokken overheidsdiensten en de jachtsector. Gedurende 2010 werd verder gewerkt aan dit project. In 2009 werden de mogelijkheden in kaart gebracht tot administratieve vereenvoudiging van de bestaande

102


Jaarrapport ANB 2010

jachtwetgeving en werden initiatieven opgestart voor inhoudelijke optimalisatie van de jachtwetgeving, een proces dat in 2010 verder werd gezet. In de domeinbossen Gewestbos Ravels en de Hoge Vijvers Arendonk loopt een proefproject rond licentiejacht. Bij licentiejacht blijft het jachtrecht bij de eigenaar (veelal overheid) en enkel de toelating tot jagen wordt openbaar of via een andere weg toegekend aan derden (jagers). Licentiejacht is een instrument waarbij de grondeigenaar (in casu de overheid) meer zeggenschap en controle behoudt over de beheerdoelstellingen voor het wildbeheer zowel als over de uitvoering ervan. De methodiek laat makkelijker toe om de maatregelen voor het bereiken van de doelstellingen van het wildbeheer af te stemmen op andere functies van het gebied. Andere doelstellingen kunnen gerelateerd zijn aan recreatieve doeleinden, toegankelijkheid, natuurbehoud (zoals streven naar minimale verstoringimpact naar fauna, flora, recreanten). Vooral in het kader van de beheerjacht op grofwildsoorten (zowel gewone jacht als bijzondere jacht ter voorkoming van schade) in gebieden die ook belangrijke andere functies hebben (zoals overheidsgebieden), zou deze jachtvorm belangrijke meerwaarden kunnen opleveren. De centrale doelstelling van het project is na te gaan welke de voor- en nadelen van licentiejacht als wildbeheerinstrument in de praktijk in Vlaanderen zijn. Het Vlaams Parlement besliste in maart 2008 om de everzwijnpopulatie(s) in Vlaanderen te reguleren met als streefdoel de volledige uitroeiing van everzwijnen (zogenaamde nultolerantie). Echter, de afschotgegevens van het jachtseizoen 2008-2009 geven een sterke toename weer van het aantal geschoten everzwijnen en ook een toename in het areaal waar everzwijnen geschoten worden. Daarom startte het ANB in 2009 met het uitwerken van een beleidvisie everzwijn in overleg met de verschillende actoren. De ontwerp versie van deze visie werd in 2010 gefinaliseerd. Hierbij is aandacht voor zones in Vlaanderen waar plaats is voor everzwijnen en focus gericht is op het beperken van overlast versus zones waar nultolerantie het uitgangspunt blijft. Ook werd aandacht gegeven aan maximale betrokkenheid van de jachtsector gedurende de verdere stappen in de realisatie van de voorstellen opgenomen in de visie. In 2010 werden de nodige vergunningen afgeleverd inzake visvangst met wetenschappelijk doel en inzake het behoud van ondermaatse vis tijden hengelwedstrijden. Al deze vergunningen en toelatingen zijn sinds 2007 op het extranet van ANB raadpleegbaar onder 'visserij/toelatingen en vergunningen'. De databank visverloven (visverloven verkocht via de Post)werd onderhouden. Duplicaten werden afgeleverd en visverloven werden gecontroleerd. De nodige jaarstatistieken inzake de verkoop van de visverloven zijn raadpleegbaar op het extranet van ANB onder ‘visserij/statistieken visverloven. Eind 2010 werden door ANB ongeveer 200 visverloven afgeleverd die online werden aangevraagd via de nieuwe webapplicatie.

8.3 Verlenen ontheffingen. Output opgenomen in Beheersovereenkomst: Tijdige behandeling van ontheffingen en vergunningsaanvragen. Onderbouwde beslissingen over aanvragen van ontheffingen en vergunningen.

> Reguliere werking: processen Carl De Schepper AVES4.1 AVES4.4

Behandelen van aanvragen tot ontheffing op verbod tot ontbossen Behandelen van aanvragen tot afwijkingen bermbesluit

Opzet Een ontheffing is een juridische figuur welke regelmatig in het milieubeheersrecht gebruikt wordt. Het principe is dat er een algemeen verbod wordt ingesteld, maar dat via een aparte ‘vergunning’ ontheffing van het verbod kan verkregen worden. Ontheffing VEN-verboden Op basis van art. 25,§3,2° van het decreet Natuurbehoud en artikel 6 van het zogenaamde

103


Jaarrapport ANB 2010

Maatregelenbesluit is voor bepaalde ingrepen (bijvoorbeeld vegetatiewijziging) in gebieden gelegen in het Vlaams Ecologisch Netwerk een ontheffing op een ingesteld verbod mogelijk indien een bepaalde activiteit toch zou dienen plaats te vinden. De ontheffingsaanvragen worden beoordeeld door het ANB en al dan niet verleend. Ontheffing Bermbesluit Art. 4 van het Bermbesluit van 27/06/1984 geeft de minister de mogelijkheid afwijkingen toe te staan op de algemene datum waarvoor bermen welke beheerd worden door publiekrechtelijke rechtspersonen niet mogen gemaaid worden. Via de algemene delegatie aan de leidende ambtenaren van de IVA’s, ligt deze bevoegdheid bij het hoofd van het agentschap, welke deze bevoegdheid doorgedelegeerd aan de provinciaal directeurs. Ontheffing op verbod tot ontbossen De bepalingen voor ontbossen staan in artikel 90bis van het Bosdecreet (BD). De mogelijkheid tot het verlenen van een stedenbouwkundige vergunning tot ontbossing of een verkavelingsvergunning voor geheel of gedeeltelijke beboste terreinen wordt er beperkt tot: werken van algemeen belang ontbossing of verkaveling in woongebied of industriegebied, of daarmee gelijk te stellen bestemmingen ontbossing van de uitvoerbare delen in een niet-vervallen vergunde verkaveling ontbossing in functie van vastgestelde instandhoudingsdoelstellingen, opgemaakt voor speciale beschermingszones of voor beschermde soorten op grond van het decreet natuurbehoud. Voor alle andere ontbossingen of verkavelingen in geheel of gedeeltelijke beboste terreinen moet er voorafgaand aan de stedenbouwkundige vergunning een individuele ontheffing op het ontbossingsverbod toegestaan worden door de minister bevoegd voor natuurbehoud (in de praktijk is dit gedelegeerd heeft aan het hoofd van het Agentschap voor Natuur en Bos).

Middelen Naast de personeelsinzet worden geen middelen voorzien.

Resultaten Indicator Aantal geweigerde ontheffingen verbod op ontbossen Aantal toegestane ontheffingen verbod op ontbossen Aantal dossiers afwijkingen bermbesluit

Maat aantal

Status ANB: 10

aantal

ANB: 102

aantal

ANB: 10 AN : 5 LI : 0 OV : 4 VB : 0 WV : 1

Naar aanleiding van procesmanagement en het verhogen van de juridische kwaliteitszorg, werd een verdere integratie en betere afstemming gerealiseerd voor aanvragen met betrekking tot bosbeheer. Dit werd gerealiseerd door de ANB-handleiding ‘Bosbeheerplannen, kapmachtigingen en andere machtigingen voor beheerwerken in bossen’. Deze handleiding omvat alle informatie, werkafspraken en richtlijnen aan de ambtenaren van het Agentschap voor Natuur en Bos met betrekking tot de beoordeling en goedkeuring van bosbeheerplannen in toepassing van art. 43-46 van het Bosdecreet. de behandeling van aanvragen voor een kapmachtiging in toepassing van art. 50 (openbare bossen) en art.81 (privé-bossen) van het Bosdecreet de behandeling van aanvragen voor een machtiging in toepassing van art. 20, 90, 96, 97 en 99 van het Bosdecreet Door middel van deze afspraken worden procedures voor VEN-ontheffing en het goedkeuren van bosbeheerplannen en/of machtigingen in uitvoering van het Bosdecreet, geïntegreerd behandeld en juridisch-technisch duidelijker verankerd. Ook werd door middel het modellenproject een juridisch correct model besluit voor ontheffingen uitgewerkt en werd meer nadruk gelegd op een betere motivering van de besluiten.

Knelpunten en oplossingen /

104


Jaarrapport ANB 2010

8.4 Erkenningsregeling bosexploitanten. Output opgenomen in Beheersovereenkomst: Tijdige erkenning en opvolging van activiteiten bosexploitanten.

> Reguliere werking: processen Yves Decuypere PAT1.2

Beheren van erkenningsregeling voor exploitanten en kopers van hout

Opzet Correct opvolgen van erkenningsdossiers, controles, klachten, sanctioneringen en algemene werking van de erkenningsregeling.

Middelen Naast de personeelsinzet werden geen middelen voorzien.

Resultaten Indicator totaal aantal verleende erkenningen kopers Aantal ingetrokken erkenningen Aantal behandelde klachten

Maat Aantal Aantal Aantal

Status ANB: 0 ANB: 15 ANB: 9 AN : 2 LI : 0 OV : 2 VB : 5 WV : 0

Het totaal aantal erkende exploitanten en kopers blijft tamelijk stabiel ten opzichte van de voorgaande jaren, namelijk 15 erkende kopers en 296 erkende exploitanten in totaal. De ingetrokken erkenningen betreft exploitanten en kopers die reeds twee jaar waren geschorst omwille van administratieve redenen (maw slapende dossiers). Er bereiken in vergelijking met vorige jaren iets meer klachten het erkenningscomité, wat een positieve trend is naar opvolging in de regio’s, maar toch moet hier nog aan sensibilisering gewerkt worden. De resultaten van de klachtenbehandeling en sanctionering werd aan de regio’s bezorgd. Meer nauwgezette opvolging van de controleformulieren op de CD werd nog niet gerealiseerd wegens tijdgebrek. Verder werd ook een planning opgemaakt voor de wijziging van het BVR erkenningsregeling en werden in dit kader de overlegvergaderingen met het erkenningscomité afgerond. Het BVR zal in de loop van 2011 worden voorgelegd ter goedkeuring.

Knelpunten en oplossingen Het belang van degelijke controles en opvolging op alle niveaus is noodzakelijk om de erkenningsregeling optimaal te laten werken.

105


Jaarrapport ANB 2010

8.5 Rivierherstel Leie. Output opgenomen in Beheersovereenkomst: Een actieve bijdrage aan het rivierherstel over een oppervlakte van ongeveer 500 ha, dat de effectieve ontwikkeling van watergebonden en terrestrische natuur bevat, en waarin de karakteristieke rivierdynamiek toegelaten en gestimuleerd wordt.

> Specifieke werking: projecten Thomas Defoort Project 09.7

Seine-Schelde / Rivierherstel Leie en Seine-Schelde West

Projectsponsor: Filiep Cardoen Projectleider: Thomas Defoort

Opzet Situering Het project Seine-Schelde / Rivierherstel Leie behelst enerzijds een vaarwegproject, namelijk de verdieping en verbreding van de Leie om deze bevaarbaar te maken voor klasse V schepen als onderdeel van een scheepvaartverbinding tussen het Seine- en Scheldebekken, en anderzijds een onderdeel 'Rivierherstel' dat gericht is op het herinrichten van de Leievallei met het oog op het herstel van het dynamische evenwicht van het rivierecosysteem. Dit project wordt getrokken door W&Z afdeling Bovenschelde. De regeringsbeslissing van 16 juni 2006 vormt op dit moment de basis voor de verdere planvorming. Het project Seine-Schelde West vormt de verderzetting van dit waterwegproject naar de zeehaven Zeebrugge. Belangrijke nevendoelstelling ervan is de verbetering van de waterhuishouding in het projectgebied. Korte omschrijving ANB overlegt verder met initiatiefnemer W&Z over de realisatie van het Strategisch Plan na de afwerking van het plan MER. De VLM heeft als opdracht het instrumentarium hiervoor te beschrijven in overleg met de betrokken administraties, waaronder ANB. De rol van ANB bij de effectieve realisatie op het terrein zal hierin bepaald worden. De finaliteit is de afspraken voor de realisatie van de 500 ha natuurherstel voorzien in dit project, vast te leggen in nota voor VR. Voor het project Seine-Schelde West voert ANB overleg in de stuurgroep en in technische werkgroepen bij dit project, in functie van de afwerking van het plan MER en na een beslissing van de VR, eventuele volgende stappen in dit project.

Middelen Naast de personeelsinzet (geschat op 0,3 VTE) werden geen middelen voorzien.

Resultaten Het overleg voor het project Seine-Schelde / Rivierherstel Leie tussen de betrokken administraties (W&Z, VLM, ANB) werd in de loop van 2009 afgerond. Het resultaat, een voorstel van beslissing voor de Vlaamse regering, werd bezorgd aan de betrokken ministers. Op 17/12/10 nam de Vlaamse regering uiteindelijk de beslissing over de verderzetting van het project, zodat vanaf nu een beleidskader en mandaat bestaat voor de betrokken partners. In de loop van 2010 startte het studiebureau Arcadis in opdracht van W&Z met de studieopdracht voor het ontwerp van constructies voor de aansluiting van 10 afgesloten Leiemeanders aan de gekanaliseerde Leie. ANB maakt deel uit van de stuurgroep bij dit project en leverde in 2010 ook schriftelijk advies. Eind 2009 werd het plan MER voor het project Seine-Schelde West afgekeurd door de cel MER, vooral op basis van hiaten in de kennis. Om invulling te geven hieraan startte W&Z in de loop van 2010 twee studies op, op vraag van de bevoegde minister, nl. een ecohydrologische studie en een waterbalansstudie. Ivm de inhoudelijke omschrijving van de opdracht en de methodiek van de ecohydrologische studie pleegde het ANB overleg met W&Z, INBO en het studiebureau Ecorem. Vervolgens werden schriftelijke adviezen bezorgd door INBO en ANB aan W&Z. ANB zal deze studie verder opvolgen in 2011. Bij de waterbalansstudie werd ANB niet betrokken.

106


Jaarrapport ANB 2010

Knelpunten en oplossingen Voor Seine-Schelde / Rivierherstel Leie is voldoende overleg tussen de verschillende partners noodzakelijk. ANB is hiertoe lid van de stuurgroep die onder leiding staat van W&Z. Daarnaast zal externe communicatie nodig zijn met openbare besturen en doelgroepen. Een meerjarenplanning moet het project inbedden in de werking en begroting van ANB. Voor Seine-Schelde West blijven de hiaten in de kennis voorlopig een cruciaal gemis voor de verdere besluitvorming. Hiertoe volgt ANB de ecohydrologische studie verder op. Bij de nog belangrijkere waterbalansstudie werd ANB evenwel niet betrokken.

8.6 Ontwikkeling ecologisch kader zeehavens. Output opgenomen in Beheersovereenkomst: Actieve bijdrage aan de realisatie van de instandhoudingsdoelstellingen. Actieve bijdrage aan de uitvoering van de samenwerkingsovereenkomsten met de Vlaamse zeehavens.

> Specifieke werking: projecten Hilde Naesens Project 09.10

Ecologische infrastructuur havens

Projectsponsor: Filiep Cardoen Projectleider: Hilde Naesens

Opzet Situering Binnen de diverse zeehavens wordt ecologische infrastructuur ontwikkeld. Het is noodzakelijk dat dit op een coherente wijze ingevuld wordt. Korte omschrijving Dit project beoogt om, vertrekkend van bestaande beleidskaders (o.a. beslissing VR inzake EIS) en verrichte studieopdrachten, een kader te ontwikkkelen voor de concrete uitwerking van de diverse aspecten van ecologische infrastructuur binnen zeehavens. Onder meer volgende aspecten komen aan bod: ecologische doelstellingen, relatie tot instandhoudingsdoelstellingen en algemene soortenbescherming, relatie tot natuurcompensatiemaatregelen, relatie tot ruimtelijke bestemmingen, afspraken inzake inrichting, beheer en monitoring.

Middelen Naast de personeelsinzet werden geen middelen voorzien.

Resultaten In 2010 werd in de verschillende zeehavens het beleidskader van de ecologische infrastructuur verder uitgewerkt en veranderd in afspraken tussen de verschillende partners. De ervaringen opgedaan in de zeehavens zullen aangewend worden om een meer universeel toepasbaar beleidsjader van tijdelijke natuur op te stellen.

Knelpunten en oplossingen /

107


Jaarrapport ANB 2010

8.7 Geïntegreerd kustzonebeheer. Output opgenomen in Beheersovereenkomst: Een actieve bijdrage aan het geïntegreerde kustzonebeheer. Een actieve bijdrage aan de integrale benadering van de bescherming en het beheer van het kustecosysteem Constructieve samenwerking met alle betrokkenen.

> Reguliere werking: processen Jean- Louis Herrier

Opzet - Geïntegreerde zeewering- en natuurontwikkelingmaatregelen op het strand van het Vlaams natuurreservaat ‘De IJzermonding’ te Lombardsijde (Nieuwpoort) - Geïntegreerde aanleg van de oostelijke havenrandweg van Zeebrugge en natuurherstel in het Gewestelijk Natuurdomein ‘De Kleiputten van Heist’ te Zeebrugge - Ruimtelijke planning van het strand- en zeegebied tussen Zeebrugge en Knokke - Uitbreiding van Het Zwin te Knokke - Natuurherstel op de site van de verwijderde zonevreemde, onvergunde Campings ‘Cosmos’ en ‘Jacques Junior’ te Westende, aansluitend bij de duinen van Lombardsijde

Middelen - Natuurcompensaties voor het Openbare Werken – plan voor Oostende: zandsuppletie, opbraak betonnen duinvoetversterking, steenbestorting langs staketsel (hoogwatervluchtplaats en foerageergelegenheid voor steltlopers), aanleg stabiliserende palenrij door de afdeling Kust van MDK. - Simultane uitvoering door de afdeling Maritieme Toegang van de natuurherstelwerken, bestaande uit de afgraving van opgehoogd terrein in het Gewestelijk Natuurdomein ‘De Kleiputten van Heist’, en van de aanleg van de nieuwe havenweg te Zeebrugge. - Interreg – project C- Scope onder leiding van het Coördinatiepunt Duurzaam Kustbeheer: harmoniseren van de functies van natuurbehoud, veiligheid, recreatie & toerisme van het strand en in de zee voor Heist en Duinbergen - verwerving en ontpoldering van een deel van de Willem-Leopoldpolder te Knokke - herinrichting door de MDK – afdeling Kust als natuurgebied van de site van de verwijderde zonevreemde, onvergunde Campings ‘Cosmos’ en ‘Jacques Junior’ te Westende

Resultaten -

-

-

108

De strandsuppletie is afgewerkt. De betonnen duinvoetversterking moet nog uitgebroken worden en een stabiliserende houten palenrij moet nog worden geheid in de loop van 2011. De werken voor de aanleg van o.m. de Nieuwe Havenweg te Zeebrugge werden reeds in het najaar 2010 aangevat; de afgraving van de opgehoogde terreinen in het aanpalend natuurdomein moet in de loop van 2011 uitgevoerd worden. In het kader van het Interreg-project C-Scope werden 2 studies, waaronder een MKBA uitgevoerd. Die studies werden opgevolgd door een begeleidende groep bestaande uit de bevoegde federale, Vlaamse en porvinciale overheidsdiensten, het gemeentebestuur van Knokke-Heist en de lokale stakeholders. Uit de MKBA blijkt dat er eigenlijk weinig of geen negatieve effecten van de toenemende verzanding te verwachten zijn voor Knokke-Heist-west. Over die conclusie zijn niet alle betrokken partijen het eens. Het coördinatiepunt blijft overlegmomenten beleggen in de hoop op een consensus. In januari 2010 vond een infomarkt omtrent de geplande Zwinuitbreiding te Retranchement (Nederland) plaats. Na overleg tussen ANB, MDK, VLM en Aankoopcomité Brugge heeft de VLM goede contacten aangelegd met de Nederlandse Dienst Landelijk Gebied met het oog op de verwerving, ook in Nederland, van ruilgronden voor de grondgebruikers van het te ontpolderen deel van de WillemLeopoldpolder. De Internationale Zwincommissie heeft een multisectoriële werkgroep belast te zoeken naar milderende maatregelen voor de door de Zwinuitbreiding verwachte versterking van de verzilting in de achterliggende Nieuwe Hazegraspolder.


Jaarrapport ANB 2010

Knelpunten en oplossingen -

-

-

-

De uitvoering van de werken op het strand van Lombardsijde heeft een zekere vertraging opgelopen. Hoewel uiteindelijk gelijktijdig stedenbouwkundig vergund, loopt de uitvoering van de natuurherstelwerken in het natuurdomein ‘De Kleiputten van Heist’ achterstand ten opzichte van de aanleg van de Nieuwe Havenweg van Zeebrugge. C-Scope: de vraag kan worden gesteld of de verderzetting door het Coördinatiepunt van de discussie omtrent een geïntegreerde visie voor het strand en de zee voor Knokke-Heist-West geen onredelijke verwachtingen opwekt bij sommige stakeholders. Om tegemoet te komen aan de vrees van enkele lokale landbouwers voor een tengevolge van de Zwinuitbreiding verwachte versterking van de (reeds bestaande) verzilting in de achterliggende Nieuwe Hazegraspolder, werd door de Internationale Zwincommissie een multisectoriële werkgroep opgericht die een wetenschappelijke studie terzake van de Universiteit Gent moet opvolgen. De uitvoering van de inrichtingswerken in de Westendse duinen door de MDK-afdeling Kust heeft ruim een half jaar vertraging opgelopen.

9. ANB zet handhaving in tot het bekomen van een respectvolle houding tegenover natuur, bos en groen. Output opgenomen in Beheersovereenkomst: Planmatige handhaving, inzonderheid een focus op toezicht en preventie.

9.1 Vaststelling planning handhaving Output opgenomen in Beheersovereenkomst: Het opmaken van een handhavingsplan.

> Reguliere werking: processen Mark Van den Meersschaut HH1.1

Opmaken van een handhavingsplan (m.i.v. bepalen prioriteiten) en van een handhavingsrapport (evaluatie).

HH1.2

Opvolging van regelgeving inzake handhaving met oog op toepasbaarheid en rapporteren van knelpunten.

HH1.3

Opmaken en opvolgen van risicobeheer inzake handhaving

HH1.4

Uniformiseren van procedures inzake handhaving

Opzet Het jaarlijks, in overleg met de provinciale diensten, opstellen van een degelijk handhavingsplan vormt de basis voor het handhavingsbeleid van de natuur- , bos- , jacht- en riviervisserijregelgeving. Het handhavingsplan vormt de bijdrage van het ANB aan het jaarlijkse milieuhandhavingsprogramma van de Vlaamse Hoge Raad voor Milieuhandhaving. In 2010 heeft het ANB zijn eerste handhavingsrapport opgesteld, dat een antwoord probeert te geven op de vraag in welke mate het ANB zijn handhavingstaak in 2009 heeft uitgevoerd. Met het handhavingsrapport draagt het ANB bij tot de opmaak van het jaarlijkse milieuhandhavingsrapport van de Vlaamse Hoge Raad voor Milieuhandhaving. Het milieubeheerrecht is een continu wijzigend proces dat niet altijd goed afgestemd is op de praktijk

109


Jaarrapport ANB 2010

waarmee de natuurinspecteurs geconfronteerd worden. Deze knelpunten in de regelgeving op het vlak van handhaafbaarheid en/of uitvoerbaarheid worden opgenomen in het handhavingsrapport. Waar nodig worden decreets-en of besluitswijzigingen in overleg met de afdeling Beleid van het Agentschap voorgesteld aan de

Middelen Naast de personeelsinzet werden in 2010 geen bijkomende middelen voorzien.

Resultaten Indicator handhavingsplan en handhavingsrapport opgemaakt overzicht knelpunten sectorwetgeving beschikbaar voor Afdeling beleid overzicht risico's beschikbaar basisprocesplannen opgemaakt( 1 stroomdiagram per sectorwet/decreet)

Status ANB: Doel bereikt ANB: Doel bereikt ANB: Achterstand op schema ANB: Doel bereikt

De beheerovereenkomst legt in de operationele organisatiedoelstelling 9.2. de opmaak van een handhavingsplan op. Het handhavingsplan 2011 werd voorbereid binnen de werkgroep Handhaving en in overleg met de provinciale diensten. De directieraad van het ANB heeft het handhavingsplan 2011 op 21 januari 2011 goedgekeurd. Het plan is nadien ter bekrachtiging voorgelegd aan minister Schauvliege. Het handhavingsplan 2011 bouwt voort op vorige handhavingsplannen, wat op zich niet verwonderlijk is omdat de grote krachtlijnen van de handhaving van het milieubeheerrecht in essentie vrij stabiel blijven. Op grond van het Milieuhandhavingsdecreet moet de Vlaamse Hoge Raad voor de Milieuhandhaving jaarlijks een milieuhandhavingsprogramma opstellen. De handhavingsplannen van het ANB leveren hieraan een essentiële bijdrage. Het ANB zal voortaan jaarlijks een handhavingsrapport opstellen dat de basis zal vormen voor de bijdrage van het ANB aan het jaarlijkse milieuhandhavingsrapport van de Vlaamse Hoge Raad voor Milieuhandhaving. In het handhavingsrapport van het ANB is een overzicht opgenomen van de belangrijkste knelpunten op het vlak van de handhaafbaarheid en/of uitvoerbaarheid van de huidige sectorwetgeving. Die knelpunten moeten worden overlegd met de afdeling Beleid en het kabinet. Wat het uniformiseren van handhavingsprocedures betreft is het proces “vaststellen en opvolgen van delicten in uitvoering van het milieuhandhavingsdecreet” in detail uitgeschreven in een stroomdiagram.

Knelpunten en oplossingen De indicator ‘overzicht risico’s inzake handhaving’ dient meer specifiek te worden omschreven. De directieraad van het ANB heef eind 2010 beslist om dit proces te schrappen in het kader van een rationalisatie van het procesmanagement.

110


Jaarrapport ANB 2010

9.2 Uitvoering en coรถrdinatie toezicht, preventie, controle en politioneel optreden. Output opgenomen in Beheersovereenkomst: Controle, uitvoering en/of coรถrdinatie inzake brandpreventie en -bestrijding. Kwaliteitsvolle uitvoering van het handhavingsplan Het aantal acties per jaar, gericht op preventie van overtredingen. Prestatienorm: Minstens 5 Het aantal acties per jaar gericht op specifieke inbreuken. Prestatienorm: Minstens 5

> Reguliere werking: processen Mark Van den Meersschaut BEH4.1 HH2.1 HH3.1 HH3.2 HH5.1 HH5.2 HH5.4 HH6.1 HH6.2 HH6.3 HH6.4 HH6.5 HH6.6 HH7.1 HH7.2 HH7.3 HH7.4 HH7.5

Uitvoeren van toezicht in domeinen in beheer bij ANB Organiseren van VTO voor handhaving Beheren van wapens Beheren van overig materiaal voor handhaving (exclusief voertuigen) Adviseren inzake handhavingsmateries aan derden (parketten, politie,) mbt politioneel optreden Adviseren van aanstelling van bijzondere veldwachters Juridisch ondersteunen inzake handhavingsmateries Uitvoeren van toezicht Uitvoeren van geplande georganiseerde acties Uitvoeren van algemene monitoring en bewaking van handhavingsbeleid Controleren op de vergunningsvoorwaarden (hoofdzakelijk in 2e lijn) en verbaliseren Behandelen van klachten en aangifte inzake inbreuken Opsporen van delicten Beheren van gerechtelijke herstelmaatregelen Beheren van processen-verbaal inzake de ANB-sectorwetgeving Beheren van processen-Verbaal inzake andere wetgeving (niet-ANB) Beheren van waarschuwingen inzake ANB-sectorwetgeving Opvolgen van strafrechtelijke vervolging door het parket inzake ANBsectorwetgeving

Opzet Dit zijn de kerntaken van de natuurinspectie.

Middelen Naast de personeelsinzet worden geen middelen voorzien: De aankoop van materiaal voor handhavingsdoeleinden is een opdracht voor logistiek. Het beschikbare budget (10.000 euro) werd besteed aan de aankoop van divers handhavingsmateriaal.

111


Jaarrapport ANB 2010

Resultaten Indicator aantal schietoefeningen pistool per jaar per provincie per natuurinspecteur

Maat aantal

Doel ANB:20 AN : 4 LI : 4 OV : 4 VB : 4 WV : 4

Adviezen inzake handhavingsmateries aan derden binnen de maand verstrekt

%

Adviezen over aanstelling bijzondere veldwachters binnen de maand verstrekt

%

ANB: 475 AN : 95 LI : 95 OV : 95 VB : 95 WV : 95 ANB: 475 AN : 95 LI : 95 OV : 95 VB : 95 WV : 95 ANB: 95

Status ANB:19 AN : 4 LI : 4 OV : 4 VB : 3 WV : 4 AN : Doel bereikt LI : Doel bereikt OV : Doel bereikt VB : Doel bereikt WV : Doel bereikt ANB:463 AN : 95 LI : 95 OV : 98 VB : 75 WV : 100 ANB: 295 AN : 95 LI : 100 OV : 0 VB : 0 WV : 100 ANB: 100

ANB: 25 AN : 5 LI : 5 OV : 5 VB : 5 WV : 5

ANB: 41 AN : 10 LI : 8 OV : 4 VB : 3 WV : 16

ANB:100 AN : 20 LI : 20 OV : 20 VB : 20 WV : 20 ANB:25 AN : 5 LI : 5 OV : 5 VB : 5 WV : 5 ANB: 50 AN : 10 LI : 10 OV : 10 VB : 10 WV : 10 ANB:25 AN : 5 LI : 5 OV : 5 VB : 5 WV : 5

ANB: 181 AN : 20 LI : 60 OV : 18 VB : 48 WV : 35 ANB:54 AN : 10 LI : 15 OV : 9 VB : 5 WV : 15 ANB:61 AN : 20 LI : 15 OV : 10 VB : 6 WV : 18 ANB: 33 AN : 10 LI : 12 OV : 4 VB : 1 WV : 6 ANB: Doel bereikt AN : Doel bereikt LI : Doel bereikt OV : Doel bereikt VB : Doel bereikt WV : Doel bereikt AN : Doel bereikt LI : Doel bereikt OV : Doel bereikt VB : Doel bereikt WV : Doel bereikt

actuele inventaris wapens beschikbaar

aanvragen tot juridisch ondersteunen inzake % handhavingsmateries binnen de maand behandeld Aantal nachtronden/natuurinspecteur (toezicht) aantal

Aantal dagen toezicht/natuurinspecteur

aantal

aantal geplande, georganiseerde acties per jaar aantal gericht op preventie

aantal opsporingsacties/provincie

aantal

aantal nachtronden in teamverband (geplande, georganiseerde acties, vooral visserij)

aantal

Databank meldingen(klachten/aangiften) is operationeel en actueel

Databank PV is operationeel en actueel

112


Jaarrapport ANB 2010

aantal gecontroleerde vergunningen

aantal

aandeel prioritaire klachten behandeld

%

prioriteiten inzake behandeling van klachten en aangiften opgemaakt en opgenomen in handhavingsplan aandeel prioritaire delicten behandeld

%

aantal bestuurlijke maatregelen ( BHBM )

aantal

aantal PV's ANB-sectorwetgeving (aanvankelijk + navolgend)

aantal

aantal PV's andere wetgeving, niet ANB (aanvankelijk + navolgend)

aantal

aantal waarschuwingen

aantal

databank aanmaningen opgemaakt Overzicht en analyse beslissingen parketten beschikbaar in databank

ANB: 0 AN : 0 LI : 0 OV : 0 VB : 0 WV : 0 ANB: 400 AN : 80 LI : 80 OV : 80 VB : 80 WV : 80

ANB:162 AN : 100 LI : 10 OV : 22 VB : 30 WV : 0 ANB: 465 AN : 100 LI : 100 OV : 90 VB : 100 WV : 75 ANB: Doel bereikt

ANB: 500 ANB: 500 AN : 100 AN : 100 LI : 100 LI : 100 OV : 100 OV : 100 VB : 100 VB : 100 WV :100 WV : 100 ANB:93 AN : 10 LI : 12 OV : 12 VB : 30 WV : 29 ANB:0 ANB:1.171 AN : 0 AN : 234 LI : 0 LI : 191 OV : 0 OV : 331 VB : 0 VB : 132 WV : 0 WV : 283 ANB:0 ANB:9 AN : 0 AN : 2 LI : 0 LI : 0 OV : 0 OV : 1 VB : 0 VB : 5 WV : 0 WV : 1 ANB:0 ANB:453 AN : 0 AN : 260 LI : 0 LI : 24 OV : 0 OV : 29 VB : 0 VB : 40 WV : 0 WV : 100 ANB: Doel bereikt AN : Achterstand op schema LI : Doel bereikt OV : Doel bereikt VB : Doel bereikt WV : Doel bereikt

Knelpunten en oplossingen In voorjaar 2010 hebben de natuurinspecteurs een uitgebreide theoretische en praktische opleiding bij de politiescholen gevolgd. De boswachters hebben er een beperkter programma gevolgd . Daarnaast werd training georganiseerd op het vlak van het gebruik van pistool (natuurinspecteurs), pepperspray en wapenstok ( natuurinspecteurs en boswachters) en jachtwapens (boswachters). Wat de vergunningencontrole betreft, blijft het ontbreken van een centrale vergunningendatabank een aandachtspunt. Tot nader order is de Natuurinspectie afhankelijk van Beleid om kennis te krijgen van afgeleverde vergunningen. Een centrale vergunningendatabank zou de toegang tot verleende vergunningen sterk vergemakkelijken. De indicatoren uit de beheersovereenkomst VR-ANB met betrekking tot: a) het aantal acties per jaar, gericht op preventie van overtredingen b) het aantal acties per jaar gericht op specifieke inbreuken zijn ruimschoots gehaald. Binnen het kader van het procesmanagement is in 2010 een rationalisatie en actualisatie doorgevoerd van

113


Jaarrapport ANB 2010

het aantal handhavingsprocessen en bijbehorende indicatoren, mede als gevolg van de inwerkingtreding van het milieuhandhavingsdecreet medio 2009.

9.3 Vervolging op basis van een visienota. Output opgenomen in Beheersovereenkomst: De opmaak van een visienota waarin de doelmatigheid, efficiëntie en effectiviteit

> Reguliere werking: processen Mark Van den Meersschaut

Opzet Van oudsher bezaten de woudmeesters van Waters en Bossen de bevoegdheid om voor de materies die de bos- en riviervisserijhandhaving aanbelangen, volledig autonoom een strafvordering in te stellen bij de politierechtbanken. Zij vervulden als het ware de functie van procureur in een beperkt domein van de Belgische regelgeving. Gevraagd werd aan het Agentschap voor Natuur en bos of een dergelijk systeem nog van nut is in Vlaanderen.

Middelen Er zijn geen aparte middelen voorzien.

Resultaten Eind 2008 is op basis van een visienota vervolging door het MC ANB beslist dat het ANB in de toekomst niet zelf meer tot vervolging van bosmisdrijven zou overgaan. Artikel 120 Boswetboek, dat in die mogelijkheid voorzag, werd in 2009 opgeheven door het milieuhandhavingsdecreet. Door de goedkeuring van de visienota vervolging en de opheffing van artikel 120 Boswetboek, is uitvoering gegeven aan de operationele doelstelling “vervolging op basis van een visienota” en is de output uit de Beheerovereenkomst VR - ANB (opmaak van een visienota waarin de doelmatigheid, efficiëntie en effectiviteit van vervolging door het ANB zelf) bereikt.

114


Jaarrapport ANB 2010

9.4 Samenwerken met partners voor handhaving. Output opgenomen in Beheersovereenkomst: Constructieve en meer afgestemde samenwerking met andere wachters op het terrein.

> Reguliere werking: processen Output opgenomen in Beheersovereenkomst: Constructieve en meer afgestemde samenwerking met andere wachters op het terrein. Mark Van den Meersschaut HH4.1 HH4.2 HH4.3 HH5.3 HH7.6

Overleggen met parketten Overleggen met politiediensten Overleggen met andere inspectiediensten (FAVV, CITES, bouwinspectie) Erkenning van vogeldeskundigen Opmaken en opvolgen herstelacties bij milieuschade

Opzet Parketten De natuurinspecteurs zijn op het terrein aanwezig om een correcte toepassing van de regels uit de natuur- , bos- , jacht- en riviervisserijregelgeving te verzekeren. Eventuele schendingen hiervan kunnen worden opgenomen in processen verbaal die worden overgemaakt aan de procureur des Konings voor verdere opvolging. In het verdere verloop van het opsporingsonderzoek kan het zijn dat er bijkomende opsporingsdaden nodig zijn of dat er door de natuurinspecteurs zelf opsporingsdaden gesteld kunnen worden. Bij deze handelingen heeft de natuurinspecteur vaak de toestemming nodig van de Procureur des Koning (vb. inbeslagname van zaken). Ook in het nieuwe milieuhandhavingsdecreet, waarbij aan de natuurinspecteurs toezichtsbevoegdheden werden gegeven, is contact met het parket in een aantal gevallen nog steeds verplicht. (vb. bij het nemen van bewarende maatregelen) De natuurinspectie en de parketten werken noodgedwongen samen bij de afhandeling van misdrijven, waardoor overleg aangewezen is. Politiediensten Bij vele toezichts- en opsporingsdaden is samenwerking met de reguliere politie noodzakelijk, om de veiligheid van de natuurinspecteurs te garanderen bij potentieel gevaarlijke acties. Ook de politie zelf doet een beroep op de expertise van de natuurinspecteurs. Andere inspectiediensten Op geregelde tijdstippen worden er op vraag van de CITES-diensten gezamenlijke controleacties georganiseerd tegen de illegale vogelhandel, waarbij er beroep gedaan wordt op de kennis en vaststellingsbevoegdheid van de natuurinspecteurs betreffende de op Vlaams niveau beschermde vogelsoorten. Een gelijkaardige samenwerking is er met de bouwinspectie en het federaal voedselagentschap. In de meeste van deze gevallen verloopt de samenwerking eerder op ad hoc basis zonder dat er formele afspraken beschikbaar zijn. Wat de handhaving van de CITES-wetgeving betreft is de Natuurinspectie vertegenwoordigd in de “Toezichtsgroep CITES”. Bijzondere veldwachters. De directieraad van het ANB heeft al in 2009 een visienota in verband met de samenwerking met de bijzondere veldwachters goedgekeurd. De visienota omvat een analyse van de bijzondere veldwachter in Vlaanderen en zijn bevoegdheden. De nota schets ook een beeld van toekomstige ontwikkelingen in dit verband. De nota somt tot slot een aantal acties op met per actie een aantal concrete voorstellen om tot een betere samenwerking met de bijzondere veldwachters te komen, met als slagzin: efficiëntieverhoging door samenwerking met partners. De nota wordt ter goedkeuring voorgelegd aan het kabinet. De natuurinspectie van het ANB is vertegenwoordigd in de provinciale commissies die verantwoordelijk zijn

115


Jaarrapport ANB 2010

voor de vorming van (kandidaat-) bijzondere veldwachters. Werkwijze Omdat deze samenwerkingsverbanden praktijkgebonden zijn vinden dergelijke overlegmomenten plaats op provinciaal niveau. Het initiatief in deze gaat uit van de provinciale celverantwoordelijken natuurinspectie. Vlaamse Hoge Raad voor de Milieuhandhaving. Het ANB levert een zeer actieve bijdrage aan de werking van de VHRM. Onder meer neemt het ANB neemt het voorzitterschap waar van 2 van de 4 werkgroepen van de VHRM, met name werkgroep 1 “Vaststelling en toezicht” en werkgroep 4 "dataverzameling, kennisopbouw en innovatie' . Het ANB draagt hier bij aan de vereenvoudiging van en een betere toepasbaarheid van de milieuhandhaving.

Middelen Naast de personeelsinzet worden geen middelen voorzien.

Resultaten Indicator actueel geldende afspraken met parketten zijn beschikbaar en worden nageleefd

Maat aantal

Overzicht afspraken met andere politiediensten beschikbaar

Overzicht afspraken met andere inspectiediensten beschikbaar

vogeldeskundigen erkend Aandeel opgevolgde herstelacties

%

Status ANB: 5 AN : 1 LI : 1 OV : 1 VB : 1 WV : 1 AN : Doel bereikt LI : Doel bereikt OV : Doel bereikt VB : Doel bereikt WV : Achterstand op schema AN : Achterstand op schema LI : Doel bereikt OV : Doel bereikt VB : Achterstand op schema WV : Achterstand op schema ANB: Doel bereikt ANB:500 AN : 100 LI : 100 OV : 100 VB : 100 WV : 100

*: Het betreft hier een relatieve indicator, nl. welk percentage van het aantal dossiers in het kader van het milieuschadedecreet wordt effectief opgevolgd? De realiteit is echter dat er (in absolute aantallen) geen enkel dossier in het kader van het milieuschadedecreet werd opgestart in 2010. In 2010 werd de bestaande samenwerking met parketten en politiediensten verder uitgebouwd. Er bestaan duidelijke afspraken met de parketten en er wordt in concrete dossiers veelvuldig samengewerkt met politiediensten die graag een beroep doen op de technische expertise van de natuurinspectie op het vlak van milieubeheerrecht. Dikwijls neemt dat de vorm aan van gezamenlijke acties op het terrein; in andere gevallen gaat het om het opstellen van navolgende PV’s in aanvulling op een aanvankelijk PV van de politie, het verlenen van technische deskundigheid enz... Ook werd in diverse dossiers nauw samengewerkt met andere administratieve overheden zoals de bouwinspectie, het Federaal Voedselagentschap, CITES-diensten, douane…, maar eerder op basis van concrete dossiers. Met de federale CITES-diensten is er een structureel overleg in de CITES-toezichtsgroep waarin ook andere overheidsinstanties, het gerecht, de douane en de politie vertegenwoordigd zijn.

116


Jaarrapport ANB 2010

Knelpunten en oplossingen In de provincie Vlaams-Brabant is overleg met het parket van Brussel tot nu toe niet gelukt. Dit heeft wellicht te maken met de specifieke situatie van het Brussels parket dat wegens de grootstedelijke context waarin het moet werken, waarschijnlijk overbevraagd is, wat kan verklaren waarom het tot heden geen prioriteit geeft aan een overleg met het ANB. Het ANB blijft vragende partij voor een overleg.

10. Om een efficiënte werking te garanderen, wil ANB beschikken over instrumenten die toelaten de verkregen middelen zo rationeel mogelijk in te zetten. Output opgenomen in Beheersovereenkomst: Maatregelen en acties, gericht op het verhogen van de efficiëntie bij de realisatie van de missie en visie.

10.1 Functionele en optimale integratie van de voormalige afdelingen Natuur en Bos en Groen. Output opgenomen in Beheersovereenkomst: Uitvoering organisatieontwikkelingsproject met afgelijnde structuur, planning, rollen en verantwoordelijkheden. Verduidelijken van bestaande en vereiste samenwerking met andere entiteiten binnen en buiten het beleidsdomein LNE.

> Reguliere werking: processen Jeroen Nachtergaele HRM1.2 STAF2.2

Coördineren, voorbereiden en opvolgen van de organisatieontwikkeling Coördineren, bewaken en opvolgen van strategische projecten

Opzet Via de uitvoering van de processen onder deze operationele doelstellingen focust ANB in hoofdzaak op zijn uitbouw tot een intern verzelfstandigd agentschap dat tegen eind 2010 ministens maturiteit drie haalt op elke van de door IAVA gedefinieerde organisatiebeheersingsthema’s.

Middelen Naast de personeelsinzet worden volgende middelen voorzien: Basisallocatie LD0000_1LA30100_1211

Bedrag vastgelegd 236.940,00 €

De middelen die werden vastgelegd in functie van het realiseren van organisatiedoelstellingen 10.1, zullen worden gebruikt voor een programma talentmanagement (162 Keuro) enerzijds en traject rond kennisdeling (75 Keuro) anderzijds. Deze beiden initiatieven zullen uitgerold worden in de loop van 2011.

117


Jaarrapport ANB 2010

Resultaten Indicator Rapport stand van zaken uitvoering strategische projecten

Maat aantal

Doel ANB: 4

Status ANB: 0

Specifiek met betrekking tot bovenstaande indicator geldt dat in 2010 werd afgesproken om geen overzicht van de uitvoering van de strategische projecten als geheel op te maken. De reden is dat de timing bij uitvoering van de projecten niet gelijk verloopt en dat het daarom relevanter is dat elk strategisch project een eigen rapporteringscyclus aanhoudt. Voor 2011 werd wel vastgelegd dat de drie strategische projecten, opgenomen in de beheersovereenkomst, op kwartaalbasis rapporteren aan het management.

Een evaluatie van de bereikte resultaten in het kader van operationele organisatiedoelstelling 10.1, kan best aan de hand van een vergelijking van de audits die IAVA resp. eind 2006 en begin 2009 heeft uitgevoerd. Eind 2006 werkte ANB voor het gros van de onderzochte organisatiebeheersingsthema’s nog op ad-hocbasis (maturiteitsniveau 1). Vandaag heefthet ANB voor elk van de organisatiebeheersingsthema’s de stap gezet naar maturiteitsniveau 2 (gestructureerde aanzet) en voor twee thema’s1 behaalde ANB zelfs maturiteitsniveau 3 (gedefinieerd). Dat het ANB eind 2006 gemiddeld genomen zeer laag scoorde op de verschillende organisatiebeheersingsthema’s had alles te maken met het feit dat het ANB is ontstaan vanuit een fusie tussen twee afdelingen. Elk van beide afdelingen beschikte over eigen sturings- en beheersingsinstrumenten, maar geen van beide bezat op dit vlak de zelfstandigheid die van het nieuwe agentschap wordt verwacht. Het is binnen deze context van een reorganisatie en verzelfstandiging dat het ANB significante stappen vooruit heeft gezet op vlak van organisatiebeheersing. In vergelijking met de andere entiteiten van de Vlaamse Overheid is het ANB, willens nillens, gestart aan de staart van het peloton, maar intussen heeft het ANB een plaats in het midden van dat peloton weten te bemachtigen. Deze vooruitgang is een gevolg van een doortastende aanpak inzake organisatiebeheersing. Onder meer vertrekkend van de IAVA auditresultaten eind 2006, heeft het ANB plannen uitgewerkt en initiatieven genomen op vlak van sturing en beheersing. Eind 2010 heeft ANB zijn zelfevaluatie opgemaakt. Uitgaande van de eigen inschatting wordt het mogelijk geacht dat het ANB in 2010 opnieuw een significante stap voorwaarts zet op vlak van de maturiteit van de organisatie. Specifiek mbt de functionele integratie werd eind 2008 een participatief traject uitgezet om voor alle functies binnen het ANB een vernieuwde functiebeschrijving op te maken. Vandaag beschikt 98% van de functiehouders van ANB over een dergelijke nieuwe functiebeschrijving die helemaal op maat is van de geïntegreerde werking van ANB. In 2010 werd verder uitvoering gegeven aan de nota “rechten en plichten”, een met de vakorganaties onderhandelde nota die 84 actiepunten bevat om tot een volwaardige integratie van de 2 ex-Afdelingen te kunnen komen.

Knelpunten en oplossingen Bij bovenstaande ambities moet wel volgende belangrijke kanttekening geplaatst worden. Gekoppeld aan het feit dat het ANB, vanuit zijn ontstaansgeschiedenis, niet over voldoende zelfstandigheid beschikte, was er binnen het personeelsbestand ook nagenoeg geen invulling op vlak van verantwoordelijken en trekkers met betrekking tot de ondersteuning van het management en zijn taken op vlak van sturing en beheersing. In de twee jongste jaren heeft het ANB, binnen de beschikbare budgettaire ruimte, prioriteit gegeven aan het aantrekken van gekwalificeerd personeel ter zake. Het is duidelijk dat de situatie waarbij de zelfstandigheid dient uitgebouw te worden binnen de beschikbare middelen, een hypotheek legt op de kwaliteitsvolle ondersteuning van het management evenals op de uitvoering van de reguliere werking.

1

1 Doelstellingen en Risicomanagement; 2 Organisatiestructuur

118


Jaarrapport ANB 2010

10.2 Continu werken aan verbetering van de performantie van administratieve, financiële en logistieke ondersteuning in nauwe samenwerking met de managementondersteunende diensten van het departement LNE. Output opgenomen in Beheersovereenkomst: ICT-plan met korte - en langetermijndoelstellingen. Optimalisatie databanken. Een financieel rapporteringssysteem. Werken met ken- en stuurgetallen. Planning van de organisatie van de uitgaven. Een HRM-plan. Opmaak van een nieuw personeelsbehoefteplan. Communicatieplan met duidelijke communicatielijnen en overlegstructuren als basis voor communicatiejaarprogramma’s voor externe en interne communicatie. Klachtenmanagement conform het decreet van 1 juli 2001 houdende toekenning van een klachtrecht ten aanzien van bestuursinstellingen.

1.1.1 DEEL Interne communicatie

> Reguliere werking: processen Dirk Bogaert COM2.3

Interne communicatie: verstrekken van informatie aan ANB personeelsleden

Opzet Op efficiënte wijze verstrekken van informatie aan ANB-personeelsleden.

Middelen Naast de personeelsinzet werden voor dit proces geen budgetten gebruikt.

Resultaten De interne communicatie binnen het agentschap gebeurde in het verleden eerder op basis van vraagaanbod en wellicht te weinig planmatig. Daarom was het luik ‘interne communicatie’ een belangrijk deel van de communicatiestrategie en het uit te werken communicatieplan. Dit communicatieplan en –strategie is een apart project (Project 09.18) waarover verder apart gerapporteerd wordt. Aurelia In juni verscheen een nummer van Aurelia (de interne nieuwsbrief van het Agentschap voor Natuur en Bos). Deze editie telde 44 pagina’s en bevatte heel wat diverse informatie over het ANB. Alle provincies en afdelingen werkten mee. Aurelia is aan alle ANB – personeelsleden bezorgd. Aurelia bevatte enkele vernieuwende rubrieken die meer nadruk legden op de personen achter de functies / medewerkers en minder inhoudelijk waren. Innovatieprijs Eind 2009 werden alle medewerkers van het ANB opgeroepen om na te denken over innovatieve oplossingen voor hun dagdagelijkse uitdagingen. In totaal werden 27 voorstellen ingediend. De voorstellen waren vrij goed verdeeld over de verschillende diensten en provincies heen. De voorstellen waren zeer verscheiden van aard en de mate van uitwerking. Een werkgroep beoordeelde de binnengekomen projecten en formuleerde een voorstel aan de DR ANNB. Drie projecten werden beloond met een ‘cheque’ van 500 euro. Deze prijzen dienden om een groepsactiviteit met het team te sponsoren. De drie laureaten kregen de prijs overhandigd uit de handen van de administrateur-generaal tijdens een werkbezoek. Voor elk ander innovatief voorstel werd nagegaan waar dit tot nu kon zijn. Flitsen

119


Jaarrapport ANB 2010

In 2010 werden 98 flitsen verstuurd naar het personeel. De meeste flitsen betreffen vacatures, maar ook heel wat beslissingen van het management zijn via flitsen bekend gemaakt. Enkele flitsen informeerden de medewerkers ook over meer informeel,leuk nieuws binnen het ANB. Extranet / intranet Zoals beslist door de DR ANB, was het extranet aan een ‘restyling’ toe. Om dit project tot een goed einde te brengen werd binnen het raamcontract communicatie met een extern bureau interviews van ANBmedewerkers afgenomen. Dit resulteerde in het opmaken van een functionele analyse voor een vernieuwd intranet dat duidelijk beschrijft wat er op het intranet moet komen en hoe we dit moeten doen. Een ander extern bureau bouwde intussen de basismogelijkheden uit voor een vernieuwd intranet. Tegelijkertijd werd tijdens deze technische fase regelmatig intern teruggekoppeld met de verscheidene cellen binnen het ANB die later informatie zullen aanleveren.

Knelpunten en oplossingen Door de veelheid aan informatie en de moeilijkheid om die te verzamelen betekent Aurelia een zware werklast. Daardoor verschijnt de interne nieuwsbrief niet regelmatig genoeg. Informatie is hierdoor soms wat verouderd en dikwijls ook te technisch. Het verschil tussen de externe nieuwsbrief (Spoorzoeker) en de interne nieuwsbrief (Aurelia) is niet altijd duidelijk. Om van Aurelia meer een ‘personeelsblad’ te maken is er een werkgroep in het leven geroepen die het product kritisch zal evalueren en bijsturen. Dit alles zal ook afgestemd worden met het communicatieplan en de –strategie, in concreto met het vernieuwde intranet. Het feit dat er dit jaar evenveel flitsen verstuurd zijn als vorig jaar is geen goede zaak. Het risico bestaat dat gewenning optreedt bij de medewerkers en dat de informatie die in de flits staat niet gelezen wordt. Een alternatief zou kunnen zijn om op korte termijn het systeem van de flitsen af te schaffen en te integreren in een digitale nieuwsbrief. Waarbij de saaiere (maar toch belangrijke) informatie afgewisseld wordt met informatie die gemakkelijker verteerbaar is. Op die manier is de kans groter dat alle informatie voldoende gelezen wordt. Deze aanpak zal nog aan de Directieraad voorgelegd worden. In 2010 is aanvang genomen met het verder operationaliseren van de communicatiestrategie. Hierbij wordt gestreefd te evolueren naar een meerjarencommunicatieplan met duidelijke koppeling aan budget- en ondernemingsplan. In 2010 is diverse keren overleg gepleegd met de collega’s HRM, dit o.a. in het licht van de personeelspeiling en de cultuurmeting om de interne communicatie te kunnen optimaliseren.

DEEL Financieel Beheer > Reguliere werking: processen Louis De Bisschop FIN1.1

Voorbereiden en opvolgen van de budgettaire cyclus

FIN1.2

Voorbereiden, coördineren en opvolgen van de begroting en begrotingswijzigingen.

FIN1.3

Beheren van de financiële rapportering

FIN2.1

Beheren van de uitgavenboekhouding

FIN2.2

Beheren van de ontvangstenboekhouding

Opzet De aanrekening op de basisallocatie LD0 LA 301 1211 van verzekeringen op het celkrediet nummer 26,het vereffenen van erelonen en gerechtskosten op het celkrediet nummer 27 en de aanrekening op het celkrediet nummer 30 van werkingsmiddelen die niet gevat zijn door de overige celkredieten binnen deze basisallocatie Het celkrediet nummer 30 wordt eventueel gebruikt om andere celkredieten waarop zich krediet tekorten manifesteren aan te zuiveren.

Middelen Basisallocatie LD0 LA301 12 11 LD0 LA301 12 11

120

Celkrediet 26 Verzekeringen 27 Erelonen en gerechtskosten

Bedrag vastlegging 9.738.61 € 170.161,15 €

Bedrag ordonnancering 9.300,58 € 149.992.49 €


Jaarrapport ANB 2010

LD0 LA301 12 11 LD0 LA303 34 41

30 Diversen Opvolgen claims derden

Totaal

45.027,88 € 58.406,80 €

10.321,97 € 5.7835,53 €

283.334,44 €

227.450,57 €

76,58 % van de hiervoor opgesomde celkredieten is vastgelegd. Om alle opgemaakte inkooporders op de volledige basisallocatie ook te kunnen aanrekenen was het noodzakelijk om een aantal kredietverschuivingen tussen celkredieten door te voeren Rekening houdend met deze kredietverschuivingen bedraagt het vastleggingspercentage voor de volledige basisallocatie 99,89 % 61,47 %van het krediet is geordonnanceerd Dit is een niet gesplitst krediet. Op een niet gesplitst krediet kan geordonnanceerd worden tot het einde van het jaar volgend op het jaar van vastlegging, zodat het huidige ordonnanceringspercentage geen probleem vormt In het ondernemingsplan werd 100.000€ voorzien voor verzekeringen op het celkrediet 26 .De correcte ESR aanrekening voor de hospitalisatieverzekering is het loonartikel LD0 LA 11 72D Vanaf 2010 werd deze verzekering op het loonartikel aangerekend. Voor erelonen voor advocaten, gerechtskosten en schadevergoedingen krachtens een arrest of een vonnis werd effectief 170.161,15 € vastgelegd op celkrediet nummer 27 terwijl in het ondernemingsplan 100.000 € voorzien werd Het verschil werd getransfereerd vanuit de celkredieten nummer 26 verzekeringen en nummer 30 diversen. Uitgaven voor schadevergoedingen en gerechtskosten zijn bij voorbaat niet in te schatten. Oorspronkelijk werd op het celkrediet nummer 30 diversen een bedrag van 100.000€ voorzien in het ondernemingsplan. Dit krediet werd verminderd naar 45.027,88 € omdat dit voldoende was om de opgemaakte inkooporders te honoreren Het saldo werd getransfereerd naar het celkrediet nummer 27 erelonen en gerechtskosten. Om de uitgeschreven inkooporders op het correcte celkrediet aan te rekenen werden binnen de basisallocatie LD0 LA301 12 11 nog een aantal noodzakelijke kredietherschikkingen gedaan

Resultaten Indicator Vastleggingspercentage aandeel facturen vereffenaar kort tijdig betaald Aandeel dossiers door MOD teruggestuurd Financiëel rapport uitvoering begroting beschikbaar aantal facturen zonder bestelbon of retro-actieve bestelbonnen aantal facturen zonder bestelbon of retro-actieve bestelbonnen aandeel facturen vereffenaar kort tijdig betaald Aandeel dossiers door MOD teruggestuurd

Maat

Status

% %

Doel (eind 2010) 100 90

%

0

1

/

/

ja

aantal

0

0

aantal

0

0

%

90

40

aantal

0

5

96 40

Bovenstaande resultaten moeten gekaderd worden binnen het gegeven dat tot diep in de maand mei, zeer veel energie gesteoken is in het operationeel krijgen van ORAFIN 2010. in het begin van het jaar was er een groot aantal problemen. Dit leidde ook tot de noodzaak van veel extra externe communicatie (vooral verduidelijken van te late betalingen) en interne communicatie (extra praktijkgerichte opleiding en communicatie rond oplossen van knelpunten). Omwille van de besparingen werden op een aantal kredieten blokkeringen opgelegd Deze blokkeringen werden niet meer vrijgegeven. Om het vastleggingspercentage te bepalen werden deze blokkeringen mee in rekening gebracht. Zonder rekening te houden met deze blokkeringen bedraagt het vastleggingspercentage 94 % Het vastleggingspercentage is mee bepaald door het niet verkrijgen van een begrotingsakkoord voor de dotatie aan het OC ANB voor een bedrag van 584.000 € en het verminderen met 2.800.000€ van het aangevraagd begrotingsakkoord voor kapitaalsoverdrachten naar de VLM en dit ten nadele van het project Sigmaplan.

121


Jaarrapport ANB 2010

Knelpunten en oplossingen De invoering van orafin 2010 in het begin van het begrotingsjaar heeft een aantal knelpunten meegebracht waardoor in de eerste helft van het jaar een groot aantal facturen te laat werden betaald. Dit verklaart het relatief hoog percentage van te laat betaalde facturen. Vanaf midden 2010 waren de meeste knelpunten opgelost.

DEEL Overheidsopdrachten > Reguliere werking: processen Tijs De Langhe CO5.2

Coördineren van voorbereiding en opvolging van overheidsopdrachten (inhoudelijk i.v.m. bestekken beleid)

FIN3.1

Opvolgen van administratieve aspecten inzake overheidsopdrachten

FIN3.2

Opvolgen van financiële aspecten inzake overheidsopdrachten

Opzet Het Agentschap voor Natuur en Bos doet voor de uitvoering van opdrachten regelmatig beroep op derden en dient daarbij de wetgeving op de overheidsopdrachten na te leven teneinde de beste kwaliteit tegen de beste prijs te krijgen. Het Agentschap wenst in deze materie een uniforme en transparante dossierbehandeling, waarbij de geldende wetgeving strikt wordt nageleefd. Daartoe werd o.m. een werkgroep overheidsopdrachten opgericht, waarbij middels input van zowel de centrale diensten als de provinciale diensten, een uniforme werkwijze wordt georganiseerd. Deze werkgroep wordt tevens een forum waar de nieuwste wetgeving terzake wordt besproken, casussen kunnen worden voorgelegd.

Middelen Er werden behoudens de inzet van VTE, geen financiële middelen ingezet voor deze processen.

Resultaten Op basis van de stand van zaken op 8 december 2010 werden in 2010 in totaal 220 nieuwe overheidsopdrachten uitgeschreven (in vergelijking: in 2009 waren dit er 205) en werden 16 opdrachten herhaald op basis van artikel 17, §2, 2°, b) van de Wet op de Overheidsopdrachten. Van deze 220 nieuwe overheidsopdrachten werden er 51 gegund middels een onderhandelingsprocedure. Elk van deze dossiers werd inhoudelijk en procedureel gescreend. De verzameling sjablonen en modelbrieven werd up to date gehouden en uitgebreid. In de loop van 2010 werd de nadruk gelegd op het elektronisch ontvangen van offertes, E-tendering genaamd, wat, na de introductie van het gemeenschappelijk publicatieplatform E-notification, de volgende stap is in de informatisering van de overheidsopdrachtenprocedure. Intern werd een demo georganiseerd, specifieke opleiding werd georganiseerd door de collega’s van Bestuurszaken, die het traject trekken voor de volledige Vlaamse Overheid. Binnen het agentschap werd beslist het elektronisch ontvangen van offertes mogelijk te maken vanaf 1 januari 2011. De werkgroep overheidsopdrachten kwam dit jaar een drietal keer bij elkaar. De aandacht ging ook daar vooral naar e-tendering, naast aandacht voor specifieke casussen en onderwerpen, als schorsing van de opdracht en de gevolgen daarvan. Verder werd gezocht naar een manier om een bestekkendatabank aan te leggen, die makkelijk consulteerbaar en werkbaar is. Het omvangrijke standaardbestek voor ANB, opgemaakt door Marcel Vossen, zal hiervoor vanaf 2011 een grote meerwaarde betekenen. 2011 zal verder de effectieve implementatie van e-tendering brengen en de mogelijkheid om

122


Jaarrapport ANB 2010

onderhandelingsprocedures elektronisch af te handelen.

Knelpunten en oplossingen /

DEEL Juridische Ondersteuning > Reguliere werking: processen Wouter Faveyts FIN4.1

Beheren van juridische geschillen (excl. Handhaving)

FIN4.2

Beheren van schade aan dienstvoertuigen en aan gebouwen andere dan loodsen en dienstwoningen

FIN4.3

Verlenen van juridisch advies

Opzet Optimaliseren verlenen van intern juridisch advies. Optimaliseren van de samenwerking met de juridische dienst van het departement LNE.

Middelen Basisallocatie

Celkrediet

LD0 LA301 12 11

27 Erelonen en gerechtskosten

LD0 LA303 34 41

Opvolgen claims derden

Bedrag vastlegging 170.161,15 €

Bedrag ordonnancering 149.992.49 €

58.406,80 €

5.7835,53 €

Duiding van deze cijfers zie Deel Financieel Beheer

Resultaten

De juristen van het ANB hebben duidelijke taken afgesproken onder elkaar. Deze taakverdeling werd gecommuniceerd naar de medewerkers van het ANB, onder meer door het geven van een presentatie omtrent taken en de werking van de juridische dienst bij de verschillende afdelingen en cellen van het ANB. Door dit alles verhoogt de efficiëntie en snelheid waarmee correct juridisch advies verleend kan worden door de meest geschikte persoon. In het kader van het project juridische garanties werd werk gemaakt van een reeks modellen, voor frequent gebruikte individuele besluiten, overeenkomsten en andere documenten met juridische waarde die van het Agentschap uitgaan of waarbij het ANB betrokken is. Deze modellen werden gepubliceerd in een zgn. ‘modellenboek’ en werden digitaal ter beschikking gesteld via het interne netwerk. Er geregeld overleg gepleegd tussen de verschillende juristen van het ANB. Wekelijks wordt er overlegd tussen de drie juristen in de staf van administrateur-generaal. Tweemaandelijks was er overleg tussen alle personen die directe juridische taken verrichten in het ANB. Op deze overlegmomenten werd informatie uitgewisseld, taken verdeeld, afstemming gezocht, van gedachten gewisseld, enz. Er werd meegewerkt aan de interne vorming van ANB-medewerkers, door te voorzien in juridische vorming omtrent ANB-gerelateerde regelgeving, bvb. omtrent de soortenregelgeving en de jachtregelgeving. De juristen van het ANB hebben zich verder geschoold en bekwaamd in diverse juridische aspecten, door het deelnemen aan vorming, bvb. studiedagen, seminaries, enz. Er werd geregeld advies gevraagd aan en overleg gepleegd met de ondersteunende juridische dienst van het departement LNE, naar aanleiding van concrete dossiers. Op de gemeenschappelijke netwerkschijf was een permanent actueel overzicht beschikbaar alle lopende en afgehandelde vragen aan de juridische dienst, zowel wat betreft vragen van juridisch advies als wat betreft procedures of minnelijke schikkingen die de juridische dienst opvolgt als wat betreft vragen tot juridische begeleiding bij regelgeving of andere processen.

123


Jaarrapport ANB 2010

Er werd regelmatig juridische informatie (waaronder juridische adviezen, informatie over wetgeving, …) gepubliceerd op extranet waar de ANB-medewerkers attent op worden gemaakt.

Knelpunten en oplossingen Het overzichtelijk en uniform beschikbaar maken van juridische informatie voor alle betrokken medewerkers, met het oog op een betere doorstroming van relevante juridische informatie is een aandachtspunt. Hierbij hoort ook een betere directe communicatie, via bestaande communicatiekanalen.

Deel Personeel > Reguliere werking: processen Pieter Deturck HRM1.1

Voorbereiden en opvolgen van het personeelsbeleid m.i.v. de personeelsplanning en -budget

HRM1.3

Coördinatiemethoden en -systemen

HRM1.4

Verzorgen van Interne communicatie rond personeelsaangelegenheden

HRM1.5

Voorbereiden en opvolgen van werking Directieraad ANB

HRM1.6

Beheren van het syndicaal overleg

HRM2.1

Beheren van aanwervingen

HRM2.2

Doorstroom: bevorderingen en examens

HRM2.3

Beheren van aangelegenheden inzake uitstroom

HRM3.1

Voorbereiden en opvolgen van het VT0-beleid

HRM3.2

Beheren van vormingsaanvragen

HRM3.3

Begeleiden van stagairs - studenten

HRM3.4

Beheren van het onthaal van nieuwe medewerkers

HRM3.5

Begeleiden inzake loopbaanoriëntatie (incl. perspectiefgesprekken)

HRM3.6

Organiseren en opvolging van prioritaire projecten ontwikkeling & vorming

HRM4.1

Verlenen van advies inzake personeelsbeleid en regelgeving

HRM4.3

Beheren van materies inzake ziekte en arbeidsgeneeskunde

HRM4.4

Beheren, opvolgen en rapporteren van personeelsgegevens

HRM5.1

Opmaken van evaluatiebeleid ifv PLOEG en het coördineren van de planning en evaluatie.

HRM5.2

Beheren en opvolgen van feedback: Bottom-Up Eveluatie en -Appreciatie

HRM5.3

Beheren en opvolgen van FUTO's

HRM6.1

Opmaken van Gender- en diversiteitsbeleid / emancipatie

HRM6.2

Opmaken van initiatieven inzake anders werken

HRM7.1

Voorbereiden, opmaken en opvolgen van beloningsbeleid (inclusief alle premies en toelagen en voordelen van alle aard)

HRM7.2

Beheren van salarissen en maaltijdcheques

Opzet In de beheersovereenkomst en het ondernemingsplan ligt de focus op het gebied van personeel op het volgende: personeelsplan: het agentschap maakt een aangepast personeelsplan op dat adequaat inspeelt op de gewijzigde behoeften2 ; ontwikkeling van competenties: het agentschap moet een bijzondere inspanning leveren op het gebied van vorming, training en opleiding3 ; HRM-plan: een overkoepelend plan dat de strategische en operationele doelstellingen van het agentschap doorvertaalt in HRM-beleidskeuzes4;

2

beheersovereenkomst, art 17 + ondernemingsplan, operationele doelstelling 10.2 beheersovereenkomst, art 16 4 ondernemingsplan, operationele doelstelling 10.2 3

124


Jaarrapport ANB 2010

Middelen Basisallocatie

Bedrag (klaar voor) vastlegging

LD0 LA300 1100 Lonen en sociale lasten LD0 LA301 1211 Organisatieontwikkeling Selecties Vorming Arbeidsgeneeskunde Vergoedingen Dienstreizen buitenland

Totaal

34.132.922,00 € 236.940,00 110.384,08 227.924,15 81.465,35 431.102,05 17.805,65

€ € € € € €

1.105.621,28 €

Resultaten Indicator Personeelsleden in koppen en VTE Loonruimte: budget tov actual

Maat aantal

Doel /

%

max. 2,5 % afwijking /

Uitstroom en afwezigheden > 1 jaar in koppen Selecties: vacant gegeven functies

Aantal koppen Aantal

Doorlooptijd selecties in gemiddeld aantal dagen tussen beslissing DR openstelling vacature en beslissing tot aanwerving

Aantal

/

Status ( 31 dec. 2010) 806 koppen of 750,5 VTE 0,46% 53 koppen 39 84,71 dagen

Arbeidsreglement Begin 2010 werd ter vervanging van een groot aantal bestaande en niet altijd afgestemde regelingen, een nieuw arbeidsreglement ingevoerd. De discussie die er eind 2009 nog was over onder andere de werktijdenregeling is uitgemond in een consensus waarin duidelijkheid bestaat voor zowel groenarbeiders, wachters als personeelsleden met een variabele werktijdregeling (prikklok). Helaas is er een perceptie van bijkomende regels door dit Arbeidsreglement, omdat een aantal bestaande regelingen niet of weinig werden toegepast. Personeelsplan Er bestaat een personeelsplan voor 2010 en het werd uitgevoerd binnen de toegestane kredieten. De uitdaging was om de besparingen te realiseren en tegelijkertijd voldoende competent personeel aan te trekken en intern door te laten stromen om de prioriteiten van het beleid van de Vlaamse regering te kunnen realiseren. Het personeelsplan 2010 streeft naar 763,76 VTE, een daling van 9,7 VTE ten opzichte van juli 2009 (referentiesituatie). Over het personeelsplan bestaat consensus, niet alleen binnen de DR ANB, maar ook met de werknemersorganisaties en binnen de afdelingen en diensten. Het personeelsplan werd geactualiseerd voor 2011: het aantal VTE stijgt tot 772,04 VTE, maar blijft onder de referentiesituatie (773,46 VTE) en zal uitgevoerd kunnen worden binnen een krimpend budget (in 2011 ongeveer 8 % gedaald t.o.v. budget 2009. Voor de uitvoering van dit plan werden de provinciale en centrale diensten geresponsabiliseerd: ze waren niet alleen intensief betrokken bij het opstellen van het plan, de instrumenten werden ook ontwikkeld het personeelsplan kwalitatief en budgettair decentraal op te volgen. HRM-plan Het ANB is intern gestructureerd op thema’s: Beheer, Beleid, Natuurinspectie en Administratie & Communicatie. Voor elk van deze 4 thema’s werden de beleidsprioriteiten vertaald in ‘personeelsbeleidsplannen’. Deze plannen bevatten strategische en operationele keuzes per thema. Deze ‘personeelsbeleidsplannen’ waren in 2010 het kompas dat de richting aangaf voor de personeelsplannen 2010 en 2011. Het opstellen van een geïntegreerd HR-plan op niveau van het ANB werd uitgesteld tot het voorjaar van 2011. Er werd geopteerd voor een bottom-up benadering waardoor draagvlak kon ontstaan over de prioriteiten van de personeelsinvulling binnen Beheer, Beleid, Natuurinspectie en Administratie & Communicatie. Het HRM-plan dat de verschillende personeelsbeleidsplannen integreert met het vormingsplan, het preventie- en welzijnsplan, het diversiteitsplan staat in de steigers. Cultuurmeting De cultuurmeting van eind 2009 geeft aan dat het ANB een organisatie van vakmensen is. De resultaten

125


Jaarrapport ANB 2010

van deze meting werden ernstig genomen en vertaald in concrete aanpak. Er werd verder geïnvesteerd in acties die duidelijk werken, bv. themadagen voor arbeiders, aanspreekpunten voor kennisdeling en inspraak bij procesmanagement. Er werd ook gestart met nieuwe acties waar het zinvol was. In- door en uitstroom: implementatie personeelsplan De basis werd gelegd voor talentmanagement. Talentmanagement is het koppelen van ontwikkeling aan loopbaanperspectieven. Als eerste stap heeft Het Agentschap voor Natuur en Bos zich geëngageerd om vacatures waar mogelijk en zinvol eerst intern vacant te verklaren, zodat personeelsleden zich kandidaat kunnen stellen met behoud van de bestaande arbeidsvoorwaarden. Vorming: ontwikkeling competenties Het operationeel vormingsplan 2009-2010 was de belangrijkste leidraad voor de organisatie van vorming en ontwikkeling. • De geplande collectieve trajecten (ingegeven vanuit een managementbehoefte voor een grotere groep van werknemers) werden grotendeels gerealiseerd in nauwe samenwerking met INVERDE. Naast de beleidsthema’s IHD en toegankelijkheid, ging veel aandacht naar veilig gebruik van mobiele arbeidsmiddelen, kennisuitwisseling op de ontmoetings- en themadagen, maar ook ‘over het muurtje kijken’ werd gestimuleerd door verschillende wisselleermomenten. We konden enkele extra noden invullen met een aangepast traject zoals bijvoorbeeld de PLOEG-opleiding voor arbeiders, een investering in de dringende rijbewijzen en een modulair opleidingspakket voor startende medewerkers. • Ook de individuele ontwikkelnoden van het personeel van het ANB kregen hernieuwde aandacht. De provinciale diensten hebben hier in de loop van het jaar 2010 hun rol volledig opgenomen en staan met glans in voor de individuele ontwikkeling van hun medewerkers. De samenwerking tussen centrale en provinciale diensten inzake vorming werd dan ook positief versterkt. Het vormingsproces bleef in de loop van 2010 nog onderhevig aan wijzigingen die voortvloeiden uit de verbetering van het aanbod en de dienstverlening. Het optimaliseren van de processen van inschrijvingen, bestellingen en budgetopvolging gebeurde dan ook permanent. In het najaar van 2010 besteedden we relatief veel aandacht aan communicatie en overleg. Voor grotere organisatiebrede trajecten als talentmanagement, projectmanagement en werkplekleren, werden de neuzen in dezelfde richting geplaatst en het terrein verder verkend zodat de bijhorende vorming in 2011 volledig ingebed is in de keuzes die de organisatie maakt. Tot slot werd een ruime behoeftebevraging georganiseerd die de basis legde voor de komende 2 werkjaren in de vorm van een gedragen en goedgekeurd operationeel vormingsplan. De combinatie van een meerjaren strategische vormingsplan samen met het rollend karakter van dit operationeel plan is vrij uniek binnen de Vlaamse overheid. Veiligheid, welzijn en preventie In 2010 werd een lobaal preventieplan 2010-2014 opgesteld. Dit plan is de uitdrukking van de aandacht die het Agentschap voor Natuur en Bos wil besteden aan arbeidsveiligheid, gezondheid en psycho-sociaal welzijn. Het belang van veiligheid, welzijn en preventie kan moeilijk onderschat worden. In nauw overleg met de Gemeenschappelijke Dienst voor Preventie en Bescherming worden de acties uitgewerkt en opgevolgd. Op het Entiteiten Overleg Comité wordt transparant gerapporteerd en is er veel aandacht voor zaken die nog beter kunnen. Voor de personeelsleden die niet op het terrein werken werd in 2010 de mogelijkheid ingevoerd om structureel te telewerken. Samenwerking met de MOD LNE In 2009 en 2010 werd een protocol tussen de MOD LNE en het ANB onderhandeld over de optimale taakverdeling tussen de MOD LNE en het ANB inzake personeelszaken en logistiek. Dit protocol werd in 2010 uiteindelijk definitief goedgekeurd.

Knelpunten en oplossingen

126

Automatisering personeelsadministratie Het automatiseren van de Ploeg-cyclus en de vormingsaanvragen is een parcours met hindernissen geweest. Gedurende 2010 was het systeem bruikbaar voor vormingsaanvragen, maar niet op een betrouwbare manier bruikbaar voor prestatiemanagement. Eind 2010 was het systeem operationeel, maar nog niet helemaal stabiel. De koppeling van de verschillende informatica systemen is de zwakke plek die versterkt moet worden. Daarnaast zijn de rapporteringmodules nog niet voldoende ontwikkeld om betrouwbaar te zijn. Er werden duidelijke en constructieve afspraken gemaakt met de 6 direct betrokken partijen om een technisch correct functionerende toepassing te garanderen.


Jaarrapport ANB 2010

Deel IT > Reguliere werking: processen Fries Verledens ICT1.1

Voorbereiden en opvolgen van IT Beleid

ICT2.1

Ontwikkelen en Beheren van applicaties en databanken

ICT2.2

Opvolgen van vragen om IT-ondersteuning

ICT2.3

Onderhouden/uitbreiden/actualiseren IT-infrastructuur

ICT3.1

Ondersteunen van processen inzake GIS

Opzet /

Middelen Basisallocatie LD0000_1LD32100_7422 LD0000_1LA30500_7422 LD0000_1LA30200_1211

Bedrag (klaar voor) vastlegging 141.176,77 715.000 894.380

*1 : In heb begin van 2010 was 158.000 voorzien. 16.000 EUR werd geblokkeerd vandaar in totaal 142.000 EUR voorzien.

Resultaten Indicator Aandeel projecten inzake applicaties en databanken tijdig en binnen budget opgeleverd Totale kostprijs IT-infrastructuur (*2)

Maat %

Doel 60/100

Status ( 31 december) Wordt jaarlijks gerapporteerd

Euro

652.734

Gemiddelde kostprijs ITinfrastructuur per persoon ( = per PC) (*2)

Euro

1.049

Wordt jaarlijks gerapporteerd Wordt jaarlijks gerapporteerd

(*2) Bedragen werden voor 2010 lichtjes anders berekend dan in 2009. In het bedrag van 2009 werd immers de kosten van het OC-ANB meegerekend en werd vertrokken van het aantal PC-gebruikers. In 2010 werden de ANB kosten en het aantal PCâ&#x20AC;&#x2122;s gebruikt om de berekening te maken. Als we voor 2009 dezelfde manier als in 2010 zouden gebruiken dan zou komen op een totaal bedrag van 658.644 EUR en per PC 1.101 EUR. De lichte daling is het resultaat van stijging oa door een sterk stijgend aantal smartphones, de installatie van nieuwe kopieertoestellen en het loodsenproject en een grotere daling van de kosten voor eenvoudige werkaanvragen vooral door het uitstellen van vervangingen en herstellingen tot het refreshproject van 2011.

Status Ontwikkelde toepassingen : Titel

Omschrijving

DOS Aankoop

Dossierverloop aankoopdossiers opvolgen. Dient gekoppeld te worden aan het budgetbeheersysteem en de patrimoniumdatabank

Opmerking

Stavaza 17/01/11

Score

De toepassing is op 19 mei 2010 in productie gegaan

8

127


Jaarrapport ANB 2010

128

IHD

Toepassing waarmee het ANB en de doelgroepen in het kader van de IHD rapporten in communicatie kunnen gaan met elkaar

Deze toepassing werd in het 2de kwartaal van 2010 gemaakt en in productie gesteld

9

Kuddebeheer

Beheerssysteem voor de kuddes van het ANB

Deze toepassing werd in het 2de kwartaal van 2010 gemaakt en in productie gesteld. Het uiteindelijke aantal dagen werk was dubbel zoveel als ingeschat

6

LISA (Logistiek Informatiesysteem ANB) â&#x20AC;&#x201C; Deel Kledij

Systeem dat de logistieke processen binnen ANB maximaal moet ondersteunen. Naast een kern die over de hele toepassing wordt gebruikt worden specifieke modules ontwikkeld voor de verschillende deelgebieden zoals Kledij, Wagenbeheer, Uitrustingsgoederen, Machines, etc

Module kledij is klaar om in productie te gaan

9

Intranet

Het Intranet moet dienen om informatie gemakkelijker te kunnen verspreiden en delen. Dit zou op termijn het bestaande Extranet vervangen.

De opdracht werd in de 1ste helft van 2011 gegund aan Amplexor. In de 2de helft werden de analyse en de bouw voor het grootste deel uitgevoerd. Door de beslissing om over te stappen naar Sharepoint 2010 dient ook nog gezocht worden naar een geschikte productieomgeving. De lanceringsdatum is voorzien op 1 april 2011

7

Houtverkoop

Gezien de bestaande databank moeilijk onderhoudbaar wordt (18 regioâ&#x20AC;&#x2122;s met elk hun Accessbestanden) werd gekozen om de bestaande toepassing naar een centraal systeem te migreren. Daarnaast zou de functionaliteit van het programma uitgebreid moeten worden.

Op 1 september 2010 is de functionele analyse van start gegaan. Deze is momenteel bijna afgerond. De bouw wordt voorzien om te starten in het 1ste kwartaal van 2011

8


Jaarrapport ANB 2010

De toepassing is officieel pas van start kunnen gaan begin december 2010. De vertraging is vooral te wijten aan onbeschikbaarheid van key-users en configuratieproblemen van het elektronisch betaalsysteem. In het begin van 2011 werd een verhoogde belangstelling vastgesteld voor het online aanvragen van een visverlof. Met de toepassing kon deze vlot verwerkt worden

5

Toepassing nog steeds niet in productie. Te weinig inspanningen van de eindgebruikers om de toepassing te testen liggen aan de basis van het stilliggen van dit project

2

Dossierverloop kapmachtigingen.opvolgen Wordt best gekoppeld aan generiek dossierbeheer (zie hoger)

Ontwikkeling werd niet verdergezet omdat de gekozen aanpak geen toekomst had. Bestaande Access toepassing werd wel geactualiseerd. Deze is sedert dit voorjaar overal in productie, maar er wordt te veel tijd besteed aan

6

Opvolgen gebruiksovereenkomsten

Ontwikkeling van een nieuw systeem ter vervanging van het bestaande systeem

5

Plannen en opvolgen van beheerwerken

Mogelijk maken op beheerwerken te plannen en verder op te volgen.

Analyse werd uitgevoerd in de 1ste helft van 2010. De bouw is gestart in de 2de helft. De complexiteit van deze toepassing werd in den beginnen fel onderschat Functionele analyse afgerond. Start bouw vanaf het 3de kwartaal 2010. In gebruikname 1ste fase begin 2011. De totale doorlooptijd van het project is te hoog

Visverloven

Toelaten aan vissers om een visverlof via Internet te bestellen en de verwerking van de aanvraag via een toepassing eenvoudig te laten gebeuren

Jachtexamen

On-line inschrijvingen voor de verschillende onderdelen van het Jachtexamen mogelijk maken.

Kapmachtigingen

Cel Flora & Fauna wil door negatieve ervaringen Externe Partij ! niet EDS

8

129


Jaarrapport ANB 2010

1ste basisversie van een centrale personeelsdatabank die gekoppeld is aan Vlimpers werd opgezet nav het Progreso project. De automatische synchronisatie is nog in volle ontwikkeling. Deze database kan verder gebruikt worden bij elke toepassing die personeelsgegevens gebruikt. Begin 2011 werd gestart met de ontwikkeling van de toepassing.

4

Installatie Progreso

Systeem voor Enkel De toepassing personeelsgebondendossiers beperkte Progreso was in 2010 ondersteuning een zorgenkind. Heel veel ondersteuning was nodig. Rond het jaareinde waren de problemen wel opgelost en werkt de toepassing bevredigend

2

Wildbeheer

Toepassing ontwikkeld samen met de jachtsector, Inbo en ANB

5

Personeelsinformatiesysteem Database opzetten die dagelijks gevoed wordt uit Vlimpers. Alle databases waar personeelsgegevens in gebruikt worden aan gekoppeld worden. Op deze database dient dan ook een Gebruikers interface gemaakt te worden zodat de data vlot door de HR-cel bekeken kunnen worden. De database dient ook ontsloten te worden naar andere toepassingen die gebuik maken van personeelsdata (POBW, Lisa, etc)

De analyse werd begin 2010 uitgevoerd. Daarna was er een discussie over de verdere aanpak en de te gebruiken technologie. Eens deze uitgeklaard bleek er aan de gebruikerszijde niemand meer om dit project op te volgen

Knelpunten en oplossingen •

•

•

130

Projecten lopen nog steeds vertraging op. Belangrijke redenen hiervoor zijn het negeren van een aantal aspecten van een projectmatige aanpak. Vooral begin (business case , scope bepaling, functionele analyse) en einde (acceptatietesten, opleiding, …) worden nog te vaak niet goed uitgevoerd. Tov 2009 is hier wel een verbetering merkbaar Een probleem dat in 2010 bij een aantal projecten opgedoken is het gebrek aan betrokkenheid van de eindgebruiker. Dit gebeurde bij analyses maar vooral bij het testen de toepassing. Dit heeft stelselmatig een vertraging van het project tot gevolg Aansluitend daarbij is dat bij vele vragen en voorstellen voor nieuwe projecten of aanpassingen aan bestaande toepassingen niet veel aandacht besteed wordt aan de kosten/baten verhouding van de toepassing of aanpassing. Vragen zoals “Waarom doen we het”, “Wat is de verwachte ROI” worden nog te weinig afdoende beantwoord, waardoor prioritisering en planning moeilijk is. Om daaraan te verhelpen werd voorgesteld om een program management board op te richten (PMB). Deze telt vertegenwoordigers uit de verschillende afdelingen en heeft als taak samen met de programmanager beslissingen te nemen over welke projecten al dan niet zullen uitgevoerd worden. De PMB is begin 2010 in werking getreden.


Jaarrapport ANB 2010

Deel Logistiek > Reguliere werking: processen Bettina De Vreeze LOG1.1

Beheren van goederen

LOG1.3

Huren, verhuren en beheren van gebouwen

LOG1.4

Beheren van de documentatie

LOG1.5

Verzorgen van zaalreservaties en catering

LOG1.6

Organiseren van de postbedeling (bodefunctie en dispatching tussen afdelingen)

LOG1.7

Algemeen ondersteunende diensten

SEC1.1

Onthaalbeheer (balie)

SEC1.2

Databeheer van in- en uitgaande post

SEC1.3

Interne administratieve ondersteuning

SEC1.4

Beheren van de tijdsregistratie - prikklok en aanwezigheden

SEC1.5

Beheren van de telefoniedispatching.

Opzet Continu werken aan verbetering van de performantie van administratieve en logistieke ondersteuning in nauwe samenwerking met de managementondersteunende diensten van het departement LNE. Het evalueren, stroomlijnen, performanter maken, toetsen van procesflow van aankoop en beheer van deze processen is een kerntaak van administratie en logistiek en draagt bij aan het efficiënt en effectief beheersen en inzetten van middelen.

Middelen Basisallocatie LD0000_1LD30200_1211 LD0000_1LD30400_1211 LD0000_1LD32000_7422 LD0000_1LA30100_1211 LD0000_1LA30400_7422

Bedrag (klaar voor) vastlegging 1.618.349,48€ 146.000,00€ 420.300,00€ 954.173,20€ 194.000,00€

LD0000_1LD30200_1211 Deze basisallocatie werd budgetmatig opgesplitst als volgt: LOG1.1.2 Aankopen en beheren van werk- en beschermkledij (andere dan kledingfonds) 8% LOG1.1.5 Aankopen en beheren van uitrustingsgoederen (wachters) 2% LOG1.1.9 Aankopen en beheren van dienstvoertuigen volgens het wagenbeleid 90%: het beheer van dienstvoertuigen omvat o.a. kosten voor onderhoud van dienstvoertuigen en tankkaarten voor dienstvoertuigen van het wagenpark ANB. LD0000_1LD30400_1211 Na behoeftebepaling en vermindering met 8K besparing werd het voorziene bedrag vastgelegd ten behoeve van aankoop van uniform, werk- veiligheidskledij Q4-2010. LD0000_1LD32000_7422 Voor deze basisallocatie werd het voorziene budget van 467K verminderd met de besparing van 10%, in eerste instantie aangewend om hervastlegging te financieren uit OP 2008 (248,5K). Na een bijkomende screening van de dienstvoertuigen/machines werd het restbedrag vastgelegd op deze begrotingspost in kwartaal 4. De meerbehoefte aan te vervangen dienstvoertuigen werd doorgeschoven naar OP 2011 LD0000_1LA30100_1211 Voor deze basisallocatie werd het voorziene budget van 918K budgetmatig onderverdeeld in LOG1.1 beheren van goederen: 513K - Kopieertoestellen/scanners – leasing conform raamcontract AFM BZ - Aankopen en beheer van kantooruitrusting - Leasing dienstvoertuigen - Aankoop en beheer vaste en mobiele telefonie ANB LOG1.3 huren, verhuren en beheren van gebouwen (oa.nutsvoorzieningen): 220K LOG1.4 Aankoop en beheer van documentatie: 22K LOG1.6 Organiseren van postbedeling en dispatching: 163K

131


Jaarrapport ANB 2010

De bedragen werden na screening vastgelegd gedurende 2010

-

LD0000_1LA30400_7422 Voor deze basisallocatie werd het voorziene budget van 294K en na vermindering met de 100K besparing, na screening van behoeftes en aanpassing van investeringen inzake huisvesting Ferraris (huisvesting in Ferraris of uitwijking)vastgelegd voor: 34K verbouwingen centrale diensten Q1/2010 152,8K aankoop van dienstvoertuigen volgens het wagenbeleid (32,7K hervastlegging OP 2008) 4K aankoop van kantooruitrusting meerbepaald ergonomische kantooruitrusting in het kader van welzijn. De restsom werd vastgelegd voor algemene investeringen, niet ergonomische kantooruitrusting en uitrustingsstukken voor handhaving Inzet personeel 9,8 VTE

Resultaten Indicator Aantal snelheidsovertre dingen (aantal per prov. dienst gecorrigeerd obv aantal voertuigen)

Maat aanta l

Doel

0

Status ( 30 juni)

Jaarlijks te rapporteren

1 ANT CD

1

LIM OVL

2

VLB WVL

2 1

2

1 2 1 2

3 1 2 1 2

4

1 1 1 5

5 1 1 1 2 1 1

6 7 2 3 1 1 2 2

1

8 2 1 2 2 1 1

9 10 11 2 2 2 1 3 3 1 1 2 6 4 2

12

JT 16 7 9 14 10 27 83

Aantal GSMgebruikers met factuur boven 50 €/maand

aanta l

<10/ maan d

Jaarlijks te rapporteren

ANT CD LIM OVL VLB WVL

1 2 2 0 2 0 0 6

2 1 2 0 2 1 2

3 0 4 1 2 1 3

4 3 2 1 4 1 5

8 11 16

5 4 3 2 2 0 3

6 7 0 0 1 1 1 0 2 2 0 0 1 2

14 5

5

8 0 2 0 0 0 1 3

9 10 11 0 2 1 0 1 2 0 0 0 0 2 4 0 0 0 0 2 2 0

7

9

12 0 3 0 0 1 0

JT 13 23 5 22 4 21

4

88

Log 1.1 Beheren van goederen Verderzetting van optimalisatie van meerdere processen aankoop en beheer van werk/veiligheidskledij Het stappenplan is in uitvoering: o De opmaak van raamcontracten, ANB 1 en ANB 2, de goedkeuring en publicatie werd gerealiseerd in oktober 2010. Het ontwerp: indeling in functiegroepen, artikellijst, werking werd binnen de uitgebreide werkgroep kledij verder uitgewerkt en geagendeerd op DR ANB in september 2010 en voorgelegd op het EOC november 2010, maar opnieuw niet goedgekeurd. De opmaak van een door de vakorganisaties gevraagde richtlijn (target januari 2011) zit in de eindfase. Dit biedt perspectieven tot de invoering en uitrol van de nieuwe aanpak in de tweede helft van 2011. De gunningfase heeft enige vertraging opgelopen, maar desalniettemin blijft het doel om in 2011 kledij te kunnen aankopen op basis van de nieuwe raamcontracten. De acceptatietesten voor het databasesysteem LISA zijn afgerond december 2010. Deze moet bij de introductie van het nieuwe systeem efficiëntiewinst faciliteren binnen de organisatie van het beheer van aankoop-levertraject en zal de nodige rapporteringmodules voorzien. Er worden ook kpi’s ingevoerd om o.a.

132


Jaarrapport ANB 2010

doorlooptijd binnen de eigen organisatie en naar de leveranciers te monitoren en bij te sturen. wagenbeleid Bij het zijn nog altijd meer dan 400 wagens in gebruik. Een beleid is dan ook meer dan noodzakelijk. Het doel van het wagenbeleid is een vooruitstrevend en voorbeeldstellend wagenbeleid voor de Vlaamse overheid, met tot doel het aantal wagens te doen verminderen evenals de CO2 uitstoot als alle kosten verbonden aan de wagens. Het wagenbeleid is opgenomen in een ANB-richtlijn en er wordt veel meer geregeld wordt dan enkel de aspecten van wagens. Met name ook de aspecten van Vlaams regeerakkoord inzake STOP principe, de aspecten van STOP principe uit beleidsnota van minster bevoegd voor ambtenarenzaken, de verplichtingen die voortvloeien uit beslissing Vlaamse regering inzake Actieplan 2007 – 2010 milieuzorg in het voertuigenpark van de Vlaamse overheid, de verplichtingen uit de rondzendbrief inzake wagenbeleid, de regelingen inzake moeilijk bereikbare werkplaatsen en gebruik van privé-voertuigen. Het ontwerp wagenbeleid (opgestart in juni 2007) werd verder onderhandeld met de vakorganisaties en verder vereenvoudigd in 2010. Er vond een nieuwe fiscale doorlichting plaats van de regeling van de mobiele werkers (wachters en landmeters) om tot een sluitend systeem van het wagengebruik op fiscaal en parafiscaal vlak te komen. De hamvraag is of dergelijk vooruitstrevend wagenbeleid het nodige draagvlak zal kunnen vinden. Wagens zijn nu eenmaal méér dan gevoelige materie gebleken. Binnen het kader van procesmanagement werd het as is proces doorgelicht en een aantal knelpunten geïdentificeerd. In kwartaal 4 werden deze data door het extern bureau getoetst door middel van interviewrondes met betrokkenen zowel centraal als in de provinciesl. Binnen het TAL (team administratie en logistiek) werd op basis daarvan, al een eerste verbetervoorstel (quick-win) opgenomen in het aankooptraject. Dit moet tot een verkorte levertermijn leiden van de aankopen (vervangingen) voor budgetjaar 2012. Het eenvoudige opvolgsysteem voor onderhoud en opvolging van wagens centraal heeft zijn nut bewezen naar rapportering en analyse, doorlichting van het poolwagenpark centraal. Het resultaat is een verdere rationalisatie van het gebruik van het ANB-wagenpark. Inventarisatie De inventarisatie van kantooruitrusting werd uitgebreid naar het gecentraliseerd registreren van uitrustingsgoederen, gsm/smartphones. Gsm-telefonie beleid De nota MCANB-24 Life-syncronisatie werd op 29/01/2010 goedgekeurd. Dit is een basisnota waarbinnen smartphone-gebruik en life-sync gekaderd is. Voor het gsm-gebruik werd via interne communicatie verduidelijkt wat de mogelijkheden en beperkingen zijn voor de verschillende profielen. De aanvraagprocedure werd geanalyseerd. Dit resulteerde in basisprocesuitwerking met vaste contactpersonen en contactlijnen provinciaal (decentraal) en centraal. De uitwerking van een duidelijk aangepast aanvraag-verzendformulier werd gerealiseerd december 2010. Het gebruik wordt opgevolgd. Vaste telefonie De rationalisatie en controle van nummers vaste telefonie die binnen het Agentschap in gebruik zijn, werd verder gezet. Het aantal contractnummers werd gereduceerd met 80 %. met als doel het factuurbeheer te vereenvoudigen. kopieertoestellen In 2010 werd het inzetten van netwerk kopieer-scan-print toestellen ten opzichte van aanwezige toestellen en combinaties geanalyseerd. De basis van deze analyse omvatte de kostenvergelijking bij het gebruik van locale en/of netwerkprinters in combinatie met netwerk kopieer-scan-printtoestellen versus kopieer-scanprint netwerktoestellen. Een bijkomende te analyseren factor was de te bereiken efficiëntiewinst bij omschakeling naar deze netwerk kopieer-scan-printtoestellen. Na analyse behoefte versus aanbod leasingcontracten van de raamcontracten Vlaamse Overheid werd de behoefte bepaald centraal en decentraal. De vervanging van de kopieertoestellen en printers d.m.v. netwerk kopieer-scan-printtoestellen werd afgerond in september 2010.

Knelpunten en oplossingen Op vandaag moeten steeds vaker ondersteunende (sub)processen door het Agentschap zelf geborgd worden daar waar men voorheen beroep kon doen op de MOD van het het departement LNE. Het verder, duidelijk afbakenen voor welke (sub)processen het Agentschap (terug) beroep kan doen op de MOD van het departement LNE of AFM – BZ en voor welke (sub)processen het Agentschap zelf moet instaan is aangewezen. Rechtstreekse communicatielijnen en samenwerking met AFM-BZ wat betreft raamcontracten is opgezet voor processen die mogelijk een belangrijke impact hebben op de operationele werking van het ANB. Het betreft voor logistiek-inkoop o.a. raamcontracten voor dienstvoertuigen, kledij, aankoop-beheer kantoormateriaal en ergonomisch materiaal.

133


Jaarrapport ANB 2010

Proces 1.1 Beheer/aankoop wagens Stroomlijning van dit proces is opgenomen in procesmanagement. Er is een eenvoudige centrale database opgezet, toegankelijk centraal – decentraal (rolverdeling) voor het beheer, opvolging van dienstvoertuigen (personenwagens-terreinwagens-bestelwagens) en proces-verbalen in afwachting van de uitwerking van een volledig gegevensbeheersysteem die kan voorzien in een efficiëntere rapportering.

Proces 1.3 Huisvesting (LD7472D) -

In 2010 werd in afwachting van een uitkomst welke entiteit in het Ferraris gebouw gehuisvest blijft en welke entiteit op de vierde verdieping van het Ferrarisgebouw blijft, tussentijds voorzien in kleine migraties om de beperkte ruimte efficiënt te benutten. Binnen het beschikbare budgetten werden de aankopen/vervangingen gerealiseerd binnen de gestelde criteria: ergonomisch verantwoord en optimale benutting van de ruimtes. Het ANB blijft in het Ferrarisgebouw met een schrijnend tekort aan bureauruimte kampen. De beschikbare oppervlakte is te klein. Het minimale streefcijfer zoals vermeld in de uitgave “waardering van kantoorgebouwen, op weg naar een duurzame huisvesting voor de Vlaamse Overheid” wordt in slechts een zeer beperkt aantal (slechts 11 van de 46) kantoren gehaald.

10.3 Gepland en gericht extern communicatiebeleid. Output opgenomen in Beheersovereenkomst: Communicatiejaarprogramma’s met een prioriteitenbepaling en voldoende doelgroepgerichte communicatie opstellen en kwaliteitsvol uitvoeren. Opzetten van jaarlijkse campagnes voor een breed publiek. Organiseren van acties met het oog op draagvlakverbreding. Organiseren van en meewerken aan natuur- en milieueducatieve activiteiten. Versterken van de samenwerking tussen de bestaande bezoekerscentra. Verder optimaliseren van poorten (onder andere bezoekerscentra) van de natuurgebieden, bossen en parken onder coördinatie van het agentschap.

> Reguliere werking: processen Dirk Bogaert COM1.1 COM2.1 COM2.2 COM2.4

Opmaken en opvolgen van het communicatiebeleid en de communicatiestrategie Uitbouwen van perswerk Externe communicatie: bekendmaken van het ANB bij en het verstrekken van informatie aan het brede publiek Ondersteunen communicatie bij dossiers/ projecten en opdrachten op vraag binnen ANB

Opzet /

Middelen Naast de personeelsinzet worden volgende middelen voorzien: Basisallocatie LD0000_1LD30100_1211 LD0000_1LA30100_1211 LBC000_3LD00700_1211 LBC000_3LD01300_3300 LBC000_3LD01600_3300

134

Bedrag vastgelegd 94.786,96 € 15.622,84 € 252.522,30 € 75.000,00 € 26.000,00 €


Jaarrapport ANB 2010

Vereffenaar kort is niet opgenomen in bovenstaande tabel, wegens moeilijk toewijsbaar.

Resultaten De externe communicatie in 2010 was gestoeld op de lijnen uitgezet in de communicatiestrategie. In 2010 is verder gewerkt aan de operationalisering van deze communicatiestrategie. Centraal hierbij staat een evolutie naar een meerjarenplanning met heldere koppeling naar budgetplan en ondernemingsplan. De communicatiestrategie is tevens aangewend om prioriteiten te bepalen met het oog op het realiseren van de vereiste besparingen. Dit leidde o.a. tot het schrappen van evenementen én campagnes (o.a. Boompjesweekend). Inhoudelijk stonden het Belgisch voorzitterschap en het Internationaal Jaar voor de Biodiversiteit centraal. Alle externe communicatie-acties zijn hier zoveel mogelijk op afgestemd. Campagnes Zoals hiervoor aangegeven is besloten het Boompjesweekend te schrappen omwille van budgettaire redenen (inzet financiën en VTE). Als overgangsjaar vond wel nog een boomplantactie plaats i.s.m de stad Kortrijk. De Dag van het Park editie 2010 was succesvol. Meer dan 100 lokale besturen participeerden en zetten talrijke activiteiten op. Er was uitgebreide aandacht in alle landelijke en lokale media, zowel in de aanloop naar de Dag van het Park als op de dag zelf. Het ANB kwam hier heel goed in beeld. Zo is ter aankondiging van de DvhP het Noordstation in Brussel omgedoopt tot een groene oase (zie www.dagvanhetpark.be). In de zomermaanden liep de zomercampagne aan de kust i.s.m. Natuurpunt vzw, waarin vooral doelgroepdoorbrekend is gewerkt. Dit via massale verspreiding van de kust- en zeegids. Dé belangrijkste campagne van 2010 was de Week van het Bos. Het centrale thema was biodiversiteit. Deze campagne werkte zowel beeld- als doelgroepdoorbrekend, dit o.a. door een samenwerking met de Gezinsbond en de VBV. Met deze partners werd een slotapotheose georganiseerd in het Zoniënwoud (geZin in Zoniën) waar maar liefst 7.300 betalende deelnemers opdaagden. Hiernaast was er een uitgebreid activiteitenaanbod gespreid over heel Vlaanderen. De Week van het Bos (inclusief het ANB) kreeg, gespreid over zeer verscheiden media, zeer veel aandacht. Het beeld- en doelgroepdoorbrekende was o.a. te merken aan het feit dat Studio Brussel één week lang uitzond vanuit ANB-domein ’t Broek in de provincie Antwerpen. ‘De wereld van Sofie’ werd één week lang omgedoopt in de ‘Wereld van het Bos’ en ontlokte zeer veel positieve reacties. Persbeleid Gespreid over 2010 zijn ongeveer 50 persberichten verstuurd. Het Agentschap voor Natuur en bos is een 600-tal keren in de media verschenen. Er is een verdere verschuiving van het ad-hoc persbeleid naar een proactief persbeleid, maar de uitvoering van de communicatiestrategie zal die verschuiving op termijn nog versnellen. In 2010 is in het licht van het Internationaal Jaar van de Biodiversiteit meegewerkt aan een tweedelige Canvasreportage, een zomerlang aan Radio 1-uitzendingen en verder aan een week Stubru vanuit ANBdomein ’t Broek. Op 15 februari 2010 is op een druk bijgewoond event het fotoboek ‘Meer. Beter. Samen. Onze natuur in beeld’ aan het publiek en de pers voorgesteld. Externe nieuwsbrief Spoorzoeker De versterkte inzet op het tijdschrift Spoorzoeker loont. Het aantal inschrijvingen stijgt (+ 8.000 abonnees) en er komen heel wat positieve reacties van lezers. Er wordt meer aandacht besteed aan de vormgeving en het fotomateriaal. Inhoudelijk wordt de communicatiestrategie (BOS en MIS) toegepast door maatschappelijk relevante en innovatieve thema’s extra aan bod te laten komen. Hiernaast is er een meekoppeling met de website www.natuurenbos.be en de sociale netwerktoepassingen en wordt er in toenemende mate aandacht besteed aan partners. Externe website www.natuurenbos.be De website ontwikkelde verder tot een belangrijke tool van externe communicatie. In toenemende mate zien we dat journalisten hun weg vinden naar de website en de website gebruiken als bron van informatie voor berichtgeving over natuur in Vlaanderen. Er is veel geïnvesteerd in sociale netwerktoepassingen met facebookgroepen (WvhB, DvhP, ANB…), youtube en twittertoepassingen. Het ANB verricht hier pionierswerk en is hierop aangesproken door collega’s agentschappen en andere voor toelichtingen op studiedagen en symposia. De bezoekerscentra In opvolging van een beslissing van Directieraad is verder gewerkt aan een ‘nota bezoekerscentra’. Deze nota geeft niet alleen een inventaris van de bestaande centra, maar vormt tevens de basis voor het uit te stippelen beleid. In 2010 is een nota bezoekerscentra goedgekeurd door de Directieraad. IHD In 2010 is verder veel geïnvesteerd in het voorbereiden en opvolgen van het beleidsproces IHD (Instandhoudingsdoelstellingen). De eerste BOLOVs zijn met succes georganiseerd. Verder is er een digitale IHD-nieuwsbrief ontwikkeld en is de productie gestart van filmpjes die zullen worden gebruikt bij informatiemomenten en op webtoepassingen.

135


Jaarrapport ANB 2010

Speeches en andere Een aanzienlijk deel van het werk van de cel communicatie is ten slotte onzichtbaar. Zo worden vrijwel wekelijks insteken bezorgd op vraag van het kabinet van de minister van Leefmilieu voor speeches, persteksten, persconferenties… Dit naast de eigen perswerking van Centrale Diensten en Provinciale Diensten.

Knelpunten en oplossingen De aanhoudende besparingen zorgen niet alleen voor slinkende budgetten maar ook voor een onevenwicht tussen vastleggingskredieten en ordonnanceringskredieten, dit o.a. door het feit dat communicatie werkt met gesplitste kredieten. In 2010 zijn belangrijke stappen gezet in het kader van efficiëntieverhoging: herschikking personeel, verkorten processen, prioriteitenstelling… Door de aanhoudende besparingen diende er echter ook in 2010 te worden geschrapt in evenementen en campagnes. In 2011 wordt een nieuwe evaluatie voorzien met het oog op het eventueel verder schrappen van evenementen, campagnes en bepaalde communicatiedragers.

11. Om een effectieve werking te garanderen, wil ANB beschikken over instrumenten die toelaten dat de gestelde doelen kunnen gerealiseerd worden. Output opgenomen in Beheersovereenkomst: Maatregelen en acties, gericht op het verhogen van de effectiviteit bij de realisatie van de missie en visie.

> Reguliere werking: processen Jeroen Nachtergaele STAF1.3 STAF1.5 STAF2.3

Behandelen van conflictueuze zaken waarin ANB als entiteit betrokken is en zaken waarbij het imago van ANB in het gedrang kan komen Voorbereiden en opvolgen van de entiteitsoverschrijdende managementorganen binnen het beleidsdomein LNE (MC ministerie LNE, MC LNE, BR LNE) Voorbereiden, bewaken en opvolgen van het MC ANB

Opzet Via een constructieve bijdrage aan de entiteitsoverschrijdende overlegfora en via een intense afstemming op de verschillende interne ovelegfora, wil het Agentschap voor Natuur en Bos, de efficiënte en effectiviteit van zijn werking waarborgen

Middelen Naast de personeelsinzet worden geen middelen voorzien.

Resultaten Indicator Agenda entiteitsoverschrijdende managementorganen geagendeerd op DR afsprakenlijst DR beschikbaar

136

Status ANB: Doel bereikt ANB: Doel bereikt


Jaarrapport ANB 2010

Het Management Comité van het Agentschap voor Natuur en Bos (MC ANB) gold als het intern overleg- en beslissingsorgaan voor het Agentschap voor Natuur en Bos. Daarnaast bestond ook een Directieraad (DR), met nagenoeg dezelfde leden, die maandelijks vergaderde over personeelsgebonden dossiers. Om de slagkracht van het agentschap te verhogen werden medio 2010 het MC ANB en de DR samengevoegd tot 1 overlegorgaan onder de noemer Directieraad (DR). De vergaderfrequentie werd beperkt tot 1x per maand. Met deze fusie ging ook een inhoudelijke opfrissing gepaard: er werd een sjabloon voor strategische nota’s en een sjabloon voor operationele nota’s opgesteld. Voor elke nota werd duidelijk vastgelegd wat de minimaal gevraagde informatie is. Bovendien werd –om te lange nota’s te vermijden- de maximale lengte van een nota beperkt tot 2 A4. Tot slot is ook de samenstelling van de DR gewijzigd. Voortaan zijn stemgerechtigd lid: de administrateurgeneraal, de algemeen directeur, de afdelingshoofden en de provinciaal directeurs. Ter voorbereiding van het MC ANB wordt op niveau van de centrale diensten, bijna wekelijks een Managementcomité van de Centrale Diensten (MC CD) georganiseerd. Tijdens dit overleg worden geen formele beslissingen genomen, maar kunnen ideeën en initiatieven worden afgetoetst op hun haalbaarheid en draagvlak. Daarnaast worden hier ook werkafspraken en afstemming op niveau van de centrale diensten besproken. Ook de provinciale directeurs hebben een onderling overleg waar geen beslissingen worden genomen, maar waar welk werkafspraken worden gemaakt en waar –geënt op de provinciale werking ideeën en initiatieven worden afgetoetst op hun haalbaarheid en draagvlak. Met betrekking tot de entiteitsoverschrijdende fora worden de behandelde agendapunten steeds intern voorbereid en zonodig afgetoetst. Via de kanalen van de interne overlegfora worden de (relevante) beslissingen genomen op de entiteitoverschrijdende fora doorvertaald binnen het ANB. De voor het ANB relevante agendapunten die op entiteitsoverschrijdende fora werden behandeld, worden steeds op de DR teruggekoppeld met de leden van het management om dan –indien nodig- via de interne communiciatiekanalen verder verspreid te worden binnen de organisatie.

Knelpunten en oplossingen /

11.1 Actieve opvolging van de ondernemingsplannen. Output opgenomen in Beheersovereenkomst: Nagaan of ANB beschikt over de nodige instrumenten om ondernemingsplannen op te volgen. Ontwikkelen van een effectief en efficiënt opvolgsysteem. Effectieve uitvoering van ondernemingsplannen.

> Reguliere werking: processen Jeroen Nachtergaele CO5.1 COB2.2 COB2.3 STAF2.1

Coördineren van de voorbereiding en opvolging van het ondernemingsplan aspecten beleid Coördineren van de opmaak ondernemingsplan - aspecten beheer Coördineren van de opmaak begroting - aspecten beheer Coördineren, bewaken, opvolgen en rapporteren van het ondernemingsplan

Opzet Het agentschap wenste een organisatiebrede sturing- en rapporteringsystematiek te implementeren, geënt op de bepalingen in de beheersovereenkomst en het jaarlijkse ondernemingsplan (en werkplan) alsook op de noodzaak tot organisatiebeheersing en interne controle.

137


Jaarrapport ANB 2010

Middelen Naast de personeelsinzet worden geen middelen voorzien.

Resultaten Indicator Rapportering indicatoren en budgetten geagendeerd op DR Jaarrapport vorig werkjaar beschikbaar op 28 februari

Status ANB: Achterstand op schema ANB: Doel bereikt

Het systematiseren van de aanpak op vlak van de actieve opvolging van het ondernemingsplan heeft er alvast toe geleid dat op 28 februari zowel het jaarrapport ANB 2009, als het Ondernemingsplan ANB 2010 beschikbaar was voor internen en externen. In globo mag onderlijnd worden dat de wijze waarop het ANB, via zijn jaarrapport, invulling geeft aan de opvolging van de uitvoering van de beheersovereenkomst en het ondernemingsplan, door de Interne Audit van de Vlaamse Administratie werd aangeduid als good practice op niveau van de Vlaamse Overheid. Wat de financiële opvolging betreft geldt dat het ANB, binnen de marges van de regelgeving en de van kracht zijnde bepalingen van het comptabiliteitsdecreet, de principes van de analytische boekhouding maximaal heeft ingevoerd. Het Budgetplan ANB is hiervan het resultaat. In het budgetplan wordt voor elke basisallocatie het beschikbare budget gekoppeld aan de processen en projecten van het agentschap (kostendragers/kostenplaatsen). Een dergelijke gedetailleerde planning van de besteding van de beschikbare middelen laat toe dat het ANB de uitvoering van de begroting nauwgezet opvolgt en biedt transparantie bij het doorvoeren van noodzakelijke aanpassingen tijdens het jaar. Via de opmaak van zijn budgetplan pioniert het ANB –nu al enkele jaren- op vlak van de optimalisering en vernieuwing van het financieel instrumentarium. Het ANB anticipeerde hiermee op het Sleutelproject 4.4 van het Meerjarenprogramma Slagkrachtige Overheid. Op een overleg met leidend ambtenaren dat eind 2010 plaats had in het kader van het Sleutelproject 4.4, werd bevestigd dat het ANB op vlak van het invoeren van de principes van de analytische boekhouding sterk vooruitliep op de andere vertegenwoordigde entiteiten. In 2010 beschikte het ANB over de nodige IT-toepassingen om de inhoudelijke opvolging, obv indicatoren gekoppeld aan processen, en de financiële opvolging, d.i. de uitvoering van het budgetplan ANB waarin alle beschikbare middelen werden gekoppeld aan kostendragers, in detail op te volgen. Wat betreft het financiële verliep de feitelijke opvolging nauwgezet. In de eerste jaarhelft werd tweemaandelijks en later op het jaar maandelijks gerapporteerd aan het management over de uitvoering van het budgetplan ANB. De structurele rapportering over de indicatoren vond echter slechts 2x plaats. Een eerste keer na het zomerreces, waarbij werd gerapporteerd over de eerste jaarhelft. De tweede rapportering wordt gevat door voorliggend jaarrapport. Het opdrijven van de frequentie van de inhoudelijke opvolging is, vormt een aandachtspunt voor 2011.

Knelpunten en oplossingen De kwaliteit van de inhoudelijke opvolging staat nog niet op punt. Veranderingen hier vergen niet zozeer een aanpak op vlak van het proces, maar vooral een wijziging van cultuur binnen de organisatie.

138


Jaarrapport ANB 2010

11.2 Een zo geĂŻntegreerd mogelijke aanpak voor het doelstellingenproces. Output opgenomen in Beheersovereenkomst: Afstemming beheersovereenkomst, ondernemingsplannen en (ontwerp)begrotingen. Rapporteringssystematiek, gekoppeld aan de monitoring in het kader van de beheersovereenkomst en de ondernemingsplannen. Methodiek voor de opvolging van geformuleerde risicoâ&#x20AC;&#x2122;s in functie van opvolging en rapportering actief risicomanagement.

> Reguliere werking: processen Jeroen Nachtergaele STAF1.1

Voorbereiden, opmaken, opvolgen en rapporteren van de beheersovereenkomst

Opzet Het agentschap wenste een organisatiebrede sturing- en rapporteringsystematiek te implementeren, geĂŤnt op de bepalingen in de beheersovereenkomst en het jaarlijkse ondernemingsplan (en werkplan) alsook op de noodzaak tot organisatiebeheersing en interne controle.

Middelen Naast de personeelsinzet worden geen middelen voorzien.

Resultaten Indicator Rapportering beheersovereenkomst beschikbaar op 28 februari

Status ANB: Doel bereikt

Door de maximale afstemming tussen Beheersovereenkomst en Ondernemingsplan ANB, impliceert het feit dat het jaarrapport ANB 2008 beschikbaar was op 28 februari, dat meteen ook de rapportering in het kader van de beheersovereenkomst op die datum beschikbaar was. Er kan integraal verwezen worden naar de rapportering onder 11.1. Specifiek voor 11.2 kan hier herhaald worden dat de wijze waarop het ANB, via zijn jaarrapport, invulling geeft aan de opvolging van de uitvoering van de beheersovereenkomst en het ondernemingsplan, door de Interne Audit van de Vlaamse Administratie werd aangeduid als good practice op niveau van de Vlaamse Overheid.

Knelpunten en oplossingen /

139


Jaarrapport ANB 2010

11.3 Uitbouw van een gestructureerd en onderbouwd belanghebbendenmanagement. Output opgenomen in Beheersovereenkomst: Geregeld overleg met de doelgroepen. Uitvoering van protocol (zie artikel 27).

> Reguliere werking: processen Chris Meganck Jeroen Nachtergaele CO2.2 COB1.1 STAF1.2

STAF1.4

Afstemmen van de inbreng van ANB in extern overleg en het plegen van overkoepelend en strategisch extern overleg inzake beleidsmateries. Coördineren van extern overleg inzake beheer (partners, draagvlak,) Bewaken en opvolgen van inhoud, timing en kwaliteit van alle vormen van communicatie met het kabinet (parlementaire vragen, actuele vragen, vragen om uiteg, interpellaties, kabinetsnota's, ) Organiseren, opvolgen en rapporteren van klachtenbehandeling

Opzet Het natuur- en bosbeleid heeft vele raakvlakken en interacties met belanghebbenden en andere beleidsvelden. Naar aanleiding van de herstructurering van het ANB en tevens van de Mina-Raad waarin de belangrijkste belanghebbenden vertegenwoordigd zijn, wordt het bilateraal overleg met de doelgroepen ook gestructureerd. In het kader van organisatiebeheersing wordt belanghebbendenmanagement of stakeholder management gedefinieerd als het proces waarbij de belangen van de diverse (externe) belanghebbenden mee worden afgewogen in de strategieontwikkeling en -implementatie. Externe belanghebbenden zijn alle partijen die worden beïnvloed door of invloed uitoefenen op de activiteiten van de organisatie, maar er formeel geen deel van uitmaken.

Middelen Naast de personeelsinzet worden geen middelen voorzien.

Resultaten Indicator Parlementaire vragen tijdig beantwoord door ANB Tijdig behandelde klachten Aandeel tijdig behandelde klachten Input Jaarrapport Klachten tijdig bezorgd aan ombudsman

Maat %

Doel ANB: 0

Status ANB: 82

aantal %

ANB: 95

ANB: 47 ANB: 100 ANB: Doel bereikt

Duiding bij Indicator ‘Parlementaire vragen tijdig beantwoord door ANB’: 192 op 234 vragen werden tijdig beantwoord (82%). 21 vragen hadden niet meer dan 1 dag vertraging. De rest 21 vragen hadden meer dan 1 dag vertraging, maar ALLE werden behandeld binnen de termijn opdat minister tijdig kon antwoord kon verschaffen.

Het ANB heeft de voorbije jaren, en dus ook in 2010, zijn belanghebbendmanagement structureel uitgebouwd. In het kader van de zelfevaluatie organisatiebeheersing werden met betrekking tot het belanghebbendenmanagement volgende beheersmaatergelen gerapporteerd:

140


Jaarrapport ANB 2010

Op vlak van Identificatie en dialoog • De belanghebbenden zijn gekend. De beschrijving van de verschillende actoren in de maatschappelijke omgeving maakt onderdeel uit van het Ondernemingsplan ANB. • Er is een structuur opgezet voor belanghebbendenmanagement, in casu de installatie van aanspreekpunten. Het ANB voert daarnaast op een structurele wijze overleg met het middenveld en dit zowel bilateraal als multilateraal. Voorbeelden zijn overleg met de sectoren ‘bos’, ‘natuur’, ‘jacht’, ‘riviervisserij en ‘landbouw’, jaarlijks gezamenlijk overleg met deze sectoren, overleg inzake Instandhoudingsdoelstellingen (overleggroep met doelgroepen, projectgroep met administraties), de erkende terreinbeherende verenigingen en de ontginningssector. Via formele overlegstructuren (Beleidsraad LNE en MC LNE) wordt overleg gevoerd met andere administraties binnen het eigen beleidsdomein. Het ANB voert tevens op een structurele wijze bilateraal overleg met andere beleidsdomeinen, departementen en agentschappen. Voorbeelden zijn MC ANB-W&Z, MC ANB-R-O, MC ANB-OVAM, Overleg ANB-INBO, Overleg ANB-VLM, managements- en controlecomité PDPO. Het overleg met lokale besturen (provincies en gemeenten) en lokale organisaties (Regionale Landschappen, Wildbeheerseenheden, Bosgroepen, Provinciale Visserijcommissies, e.a.) wordt gevoerd door de provinciale diensten. Het overleg is structureel waar het ingebed is in de wetgeving (bv. ANB vertegenwoordigd in de Raad van Bestuur) en eerder ad-hoc voor andere processen. • Het multilateraal overleg met het middenveld wordt o.m. ingezet om nieuwe beleidsinitiatieven en het wetgevend kader daarvoor in samenwerking met het middenveld te ontwikkelen (bijvoorbeeld IHD, overleg met jagerij rond beleidsopties m.b.t. everzwijnen, overleg met visserijsector inzake de vereenvoudiging van het belangrijkste uitvoeringsbesluit op de Wet op de Riviervisserij). Wanneer er niet voor geopteerd wordt om nieuwe beleidsinitiatieven en het wetgevend kader te onderwerpen aan een multilateraal overleg, wordt het middenveld toch sterk betrokken a.d.h.v. bilateraal overleg of formele adviesvragen. Het bilateraal overleg richt zich daarnaast vooral op aspecten van samenwerking en informatiedoorstroming. • De duidelijke accenten op belanghebbendenmanagement worden opgenomen in de werking van het ANB en werpen hun vruchten af. Slechts enkele voorbeelden: o het participatiemodel staat centraal bij de opmaak van de instandhoudingsdoelstellingen en handleiding passende beoordeling, o via overleg met andere administraties worden afspraken gemaakt zoals over de advisering van bebossing van landbouwgronden; o bij de nieuwe domeinen van ANB (Zwin, Sigma, ..) staan samenwerkingsverbanden met andere besturen, administraties, het middenveld en burgers centraal,;o met de terreinbeherende verenigingen worden afspraken gemaakt over aankopen. o het onderzoek naar de tevredenheid van bezoekers werd uitgebreid naar alle types domeinen van het ANB; o de opmaak van beheerplannen gebeurt via een participatief proces.

Op vlak van Transparantie en terugkoppeling • het ANB informeert over zijn doelstellingen en activiteiten op een structurele manier via kwaliteitsvolle publicaties en initiatieven: o het jaarverslag o het jaarrapport o het driemaandelijks nieuwsmagazine Spoorzoeker voor externen o zijn website (www.natuurenbos.be) o een infomarkt (West-Vlaanderen). o interne communicatie, o.a. Aurelia en ANB-flitsen. • Er is toelichting over acties van het ANB via overleg met de doelgroepen.

Op vlak van Evaluatie en bijsturing • Via de jaarlijkse zelfevaluatie organisatiebeheersing worden aandachtspunten gedetecteerd. • Er loopt een onderzoek naar de verwachtingen en belangen van de belangrijke belangengroepen van het ANB. Met het oog op 2011 zijn volgende zaken relevant: • Vanaf 2010 loopt een exploratief onderzoek bij vijftien belangrijke belanghebbendengroepen van het ANB m.b.t tot hun verwachtingen en specifieke belangen. Het eindrapport van dit onderzoek wordt verwacht in maart 2011. • In de tweede helft van 2010 werd, aanvullend aan voorgaand onderzoek, een overkoepelende analyse gemaakt van de verschillende belanghebbenden in functie van hun belang voor en hun impact op het ANB. De resultaten van deze analyse werden geëvalueerd op 21 december 2010 op een gezamenlijk overleg van de centrale en provinciale diensten (G8); prioritaire verbeteracties worden voorgesteld.

Knelpunten en oplossingen /

141


Jaarrapport ANB 2010

12. Om een integere werking te garanderen, wil ANB beschikken over instrumenten die toelaten de integriteit van de organisatie als geheel en het integer handelen van de individuele personeelsleden te bevorderen. Output opgenomen in Beheersovereenkomst: Maatregelen en acties, gericht op de integriteit en het integer handelen bij de realisatie van de missie en visie.

> Reguliere werking: processen Pieter Deturck HRM4.2

Opvolgen tuchtzaken

Opzet Tucht is een manier om integriteitschendingen te bestraffen.

Middelen Naast de personeelsinzet werden geen middelen voorzien.

Resultaten â&#x20AC;˘ â&#x20AC;˘

Er is in 2010 1 tuchtzaak geweest die volledig werd afgerond. De aandacht gaat naar de preventie van integriteitschendingen. In dat verband werd in 2010 een integriteitsbeleid ANB opgemaakt, goedgekeurd door de Directieraad en werd aanvang genomen met de implementatie ervan.

Knelpunten en oplossingen /

142


Jaarrapport ANB 2010

12.1 Het opstellen van een deontologische code. Output opgenomen in Beheersovereenkomst: Een deontologische code overlegd met de Vlaamse integriteitsambtenaar

> Reguliere werking: processen Chris Meganck

Opzet Met de deontologische code van de Vlaamse overheid als uitgangspunt wil het ANB een integriteitsbeleid op maat van het agentschap opmaken. De bestaande en in gebruik zijnde instrumenten zullen hierbij aangevuld worden met begeleidende maatregelen om een efficiënt beleid ter zake mogelijk te maken.

Middelen Naast de personeelsinzet werden geen middelen voorzien.

Resultaten Met het oog op de toegankelijkheid ervan voor alle werknemers van het ANB werd een integriteitsbeleid opgesteld uitgaande van tien eenvoudige principes. Aanvullend werd het uitgebreid scala van de gebruikte instrumenten, maatregelen en initiatieven beschreven en uitgewerkt. Er werd een evenwicht gezocht tussen de enerzijds normatieve en controlerende aanpak en anderzijds de ondersteunende benadering. Naast de reeks in gebruik zijnde codes, richtlijnen, reglementen e.d. werd om die reden extra aandacht besteed aan stimulerende en ondersteunende maatregelen: de bestaande instrumenten verduidelijken en toelichten via de communicatiekanalen van het agentschap, de aanstelling van een aanspreekpunt integriteit, verduidelijken van de rol van andere contactpersonen integriteit, vorming en training. Er wordt gestreefd naar een open cultuur waarbij elk personeelslid met collega’s en leidinggevenden over waarden en normen kan praten. De kwetsbare functies werden in kaart gebracht en de betrokken functiegroepen zullen op basis van gedetecteerde dilemma’s of risico’s specifiek ondersteund worden in de loop van de verdere implementatie van het integriteitsbeleid. Het jaarlijkse ‘Actieplan Integriteit’, opgesteld door het coördinatieteam integriteit, vormt de motor voor de stapsgewijze ontplooiing en reguliere uitvoering van het integriteitsbeleid.

Knelpunten en oplossingen /

143


Jaarrapport ANB 2010

13. Om een kwaliteitsvolle werking die streeft naar voortdurende verbetering te garanderen, wil het agentschap beschikken over instrumenten die toelaten na te gaan of wordt voldaan aan de verwachtingen van interne en externe belanghebbenden. Output opgenomen in Beheersovereenkomst: Maatregelen en acties gericht, op het verhogen van de kwaliteit bij de realisatie van de missie en visie.

> Specifieke werking: projecten Chris Meganck Project 10.1

Actualiseren methodiek tevredenheidsenquêtes bij bezoekers

Projectsponsor: Marleen Evenepoel Projectleider: Chris Meganck

Opzet Situering In 2004 werd een methodiek ontwikkeld voor het meten van de bezoekerstevredenheid in bossen en parken in eigen beheer. De resultaten van de reeds uitgevoerde enquêtes boden relevante informatie voor het voorbereiden of maken van keuzes tijdens het beheerplanproces of bij het dagelijkse beheer. De specifieke benaderingen voor bossen en parken, en bijhorende vragenlijsten werden ontwikkeld met de professionele ondersteuning van het marketingbureau SB-marketing. Dit bureau heeft ook de via internet toegankelijke databank ontwikkeld. Deze toepassing laat toe om de onderzoekgegevens te verzamelen, te rapporteren en analyses te maken in functie van locatie en tijd. In juni 2009 besliste het MC ANB om de tool effectief verder te gebruiken binnen het Agentschap voor Natuur en Bos, en uit te breiden. Korte omschrijving Om de gehele range van de door het ANB beheerde en toegankelijk gemaakte terreinen te kunnen dekken is het noodzakelijk om de typemethodiek voor bossen en parken te evalueren in functie van de gewijzigde beleidsinzichten rond gastheerschap (het ADAGIO –project, Agentschaps-Domeinen Als goede Gastheer Inrichten en Onderhouden) en te actualiseren zodat ook de recreanten in natuurgebieden en natuurreservaten bevraagd kunnen worden. Vanuit de integratiegedachte en de geïntegreerde visie op het beheer van ANB-domeinen, waarbij afgestapt wordt van strikt onderscheid tussen bossen en natuurterreinen (en deels ook parken), kan verwacht worden dat de benadering voor beide typen van gebieden sterk gelijklopend zal zijn. Concreet werd dus aan de opdrachtnemer gevraagd om de bestaande methodiek voor het uitvoeren voor bezoekerstevredenheidsenquêtes in bossen en parken te helpen actualiseren.

Middelen Naast de personeelsinzet werden geen middelen voorzien (de benodigde middelen werden reeds in 2009 vastgelegd)

Resultaten Vertrekkend van de bestaande methodiek voor het meten van bezoekerstevredenheid in bossen en parken, werd een grondige aanpassing uitgevoerd met betrekking tot de vragenlijst(en) en de technologische onderbouw om deze toepasbaar te maken voor alle domeintypes.

144


Jaarrapport ANB 2010

1. Vragenlijsten De vragenlijst werd opgesplitst in een generiek gedeelte en een steeds per onderzoek aan te maken domeinspecifiek gedeelte. Voor het generieke luik - de tevredenheidsmonitor - werd de vragenlijst getest in een pilootproject. Uit de regressieanalyse blijkt deze vragenlijst consistent en verklarend te zijn. Met andere woorden, de juiste dingen worden bevraagd. Door toevoeging van belangschalen is het mogelijk de spreiding in het gewicht van klantcriteria over de diverse domeintypes en in de tijd op te vangen. Door het consistente gebruik/toevoeging van domeinspecifieke vragen is het mogelijk in de onderzoeken de specificiteit van een domein naar typering, doelgroepen, geografie enz. op te vangen 2. De dataverzamelingsmethodiek De opgestelde dataverzamelingsmethodiek voor bossen en parken is eveneens voor andere domeintypes toepasbaar. Zowel uit het nieuwe criteria-onderzoek als uit het pilootproject Kalmthoutse Heide blijkt dat de face-to-face bevraging in de bossen door middel van de random walk routering de grootste garanties geeft op een valide en representatieve meting over de diverse gebruikerstypes. 3. Technologische infrastructuur De technologische infrastructuur (IT-toepassing met databank) is volledig nieuw opgebouwd om toe te laten de diverse domeintypes er in onder te brengen, en voor de generieke monitor om vergelijkingen op basis van tijd en locatie te mogelijk te maken.

Knelpunten en oplossingen /

> Specifieke werking: projecten Chris Meganck Project 09.2

Onderzoek bij belanghebbenden van ANB

Projectsponsor: Marleen Evenepoel Projectleider: Chris Meganck

Opzet Situering Sinds de start van het Agentschap voor Natuur en Bos op 1 april 2006 werd nog geen klantentevredenheidsonderzoek georganiseerd voor de diversie klantengroepen van het Agentschap (regionale landschappen, andere administraties, privé-eigenaars, jagers, vissers, natuurverenigingen, bosgroepen, landbouwers,...). Hoewel er in deze fase van organisatieontwikkeling nog regelmatig belangrijke ingrepen gebeuren richting belanghebbenden (nieuwe website, aanspreekpunten,...) is het essentieel om een beter zicht te krijgen op hun actuele verwachtingen en tevredenheid , niet in het minst om richting te geven aan de procesoptimalisatie binnen het BPM-traject. Korte omschrijving De focus van het project ligt bij het detecteren van de verwachtingen en belangen van de burger/klant/belanghebbende. Parallel met het project ‘procesmanagement’ dienen de diverse groepen van belanghebbenden bevraagd te worden in verband met de voor hun van toepassing zijnde processen of dienstverlening. Tekortkomingen of noodzakelijke aanpassingen kunnen op die manier praktisch onmiddellijk verwerkt worden bij de procesoptimalisatie en -herinrichting. De opdracht omvat:

het selecteren van het meest aangewezen instrument per type belanghebbende zoals een tevredenheidsonderzoek, een focusgroep, een personeelsenquête, interviews,… Het ontwikkelen van de instrumenten (vragenlijsten, methodieken,…) in functie van de belanghebbenden. De concrete uitvoering van de onderzoeken bij de diverse belanghebbenden, gespreid in de tijd. Rapportering. Ondersteuning bij de analyse van de resultaten en het formuleren van verbeteracties.

145


Jaarrapport ANB 2010

Voor dit project wordt de ondersteuning van een extern marketingbureau ingehuurd: het vooronderzoek, het opmaken en versturen van vragenlijsten, telefonische interviews, ontvangen en verwerken van de resultaten zijn heel arbeidsintensief. Het inschakelen van een dergelijk bureau waarborgt bovendien de anonimiteit van de respondenten en verhoogt de respons en dus de betrouwbaarheid van het onderzoek.

Middelen Naast de personeelsinzet worden geen middelen voorzien

Resultaten De volgende groepen belanghebbenden werden geselecteerd, en voor elk werd de meest aangewezen benadering vastgelegd: Steden, gemeenten, provincies en lokale overheden. Individuele privĂŠ-boseigenaars en openbare eigenaars Ontbossers Natuurverenigingen Wildbeheerseenheden Jachtverlofhouders Recreantenorganisaties Private visserij â&#x20AC;&#x201C; hengelverenigingen Bosexploitanten Bosgroepen Regionale landschappen Parketten Bedrijfsleven en industrie Wetenschappelijke onderzoeksinstellingen. In de loop van 2010 werd een vooronderzoek uitgevoerd bij een beperkt aantal vertegenwoordigers van deze groepen met als doel de kritische kwaliteitsaspecten van de dienstverlening of samenwerking te ondezoeken om uiteindelijk tot een relevante vragenlijst te komen. Door ernstige ziekte van de externe projectleider kon de volgende stap niet uitgevoerd feitelijke bevraging en rapportering zal plaatsvinden in de eerste helft van 2011.

worden: de

Een overkoepelende analyse in functie van de impact op en het belang voor het ANB werd als parallel project uitgevoerd voor 25 belangengroepen van het agentschap. Naast de hierboven vermelde actoren uit de maatschappelijke omgeving werden andere entiteiten binnen het beleidsdomein Leefmilieu, Natuur en Energie, andere beleidsdomeinen van de Vlaamse overheid en andere beleidsniveaus meegenomen. De resultaten van deze analyse zullen samen met deze van bovenstaand onderzoek gecombineerd worden in de richting van concrete acties binnen het gevoerde belanghebbendenmanagement.

Knelpunten en oplossingen /

13.1 Een kwalitatieve dienstverlening door een borging en verankering van de kwaliteitszorg binnen ANB. Output opgenomen in Beheersovereenkomst:

146

De verdere ontwikkeling van het proces van kwaliteitszorg. Invoering van intern controlesysteem op basis van een plan van aanpak. Personeelstevredenheidsmetingen. Klantentevredenheidsmeting.


Jaarrapport ANB 2010

> Specifieke werking: projecten Griet Beckers Project 10.3

Interne organisatie+ van beheer

Projectsponsor: Roel Vanhaeren Projectleider: Griet Beckers

Opzet situering Uit het project interne organisatie binnen Beheer in 2009 en uit de regiobezoeken blijkt dat meer initiatieven rond organisatiebeheersing nodig zijn. Bovendien zorgen enerzijds de huidige maatregelen tot besparingen op zowel personeel als budgetten en anderzijds de druk die het ANB van buitenaf ondervindt bij bepaalde projecten en/of domeinen ervoor dat we een meer uitgebouwde gebiedsgerichte visie nodig hebben. Via het project ‘Interne organisatie +’ zal hieraan verder gewerkt worden en zal een belangrijke denkoefening gerealiseerd worden om een duidelijke visie op verschillende niveaus, en afgestemd binnen de organisatie te ontwikkelen. Binnen de afdeling Beheer is een cruciaal niveau in deze de beheerregio. Korte omschrijving Dit project omvat het uitwerken van een aantal acties die het lokaal management moet ondersteunen, zoals: - Het oprichten van een competentienetwerk van regiobeheerders. - Het uitwerken van een visie per regio door regiobeheerders, in overleg met andere cellen, regio's en provincies. - Opzetten van thematische evaluaties (doorlichting van Beheer rond een bepaald thema) - Opzetten van regionale evaluaties (doorlichting per regio). Binnen dit project zullen deze vier deelprojecten opgestart worden. In de toekomst zal dit deel uitmaken van de continue werking binnen de organisatie.

Middelen Naast de personeelsinzet worden geen middelen voorzien.

Resultaten Regiobeheerders werkten een visie voor hun regio uit. Hierin zijn enerzijds de doelstellingen opgenomen voor een bepaalde regio die invulling geven aan beleidskeuzes die op niveau Vlaanderen gemaakt worden. Anderzijds wordt ook een actieplan voor de concrete uitvoering van deze doelstellingen opgemaakt, waarbij gezocht wordt naar de beste manier om de huidige budgetten en personeel in te zetten. Op provinciaal niveau werden deze visies samengebracht tot een provinciaal document om de terugkoppeling tussen regio’s, cellen en afdelingen te verzekeren. Deze documenten zijn werkdocumenten die in de eerste plaats een regiobeheerder moeten helpen bij het organiseren van zijn/haar regio. Vanuit centrale diensten zal ook gezocht worden naar manieren om teams te ondersteunen in het realiseren van hun doelstellingen. Dit kan door het aanbieden van instrumenten voor de praktische organisatie zoals het uittekenen van de communicatielijnen binnen de afdeling, het opmaken van een jaarkalender, het ontwikkelen van een teammatrix, het organiseren van activiteiten om kennisdeling te stimuleren. Het competentienetwerk van regiobeheerders (RegioNet) is inmiddels 3x samen gekomen. Het is een goede gelegenheid om met deze groep van leidinggevenden ervaringen uit te wisselen over de praktische organisatie van een regio. Dit initiatief wordt ook in 2011 verder gezet. Het derde luik binnen het project is het opzetten van een evaluatiesysteem om de realisatie van doelstellingen op te volgen. Via thematische evaluaties wordt de werking rond inhoudelijke aspecten op niveau Vlaanderen gescreend en wordt gezocht naar verbeteringen. Op dit moment bestaan al verschillende systemen die hieraan invulling geven, nl. FSC-audits, rondgang loodsen i.k.v. veiligheid, project monitoring, plannen en opvolgen beheerwerken,... Een goede analyse van wat nodig is en voldoende terugkoppeling tussen de betrokkenen die de evaluaties uitvoeren, moet dubbele controles vermijden en niet afgedekte delen blootleggen. Regiobezoeken door Staf Beheer zijn in het verleden al een goede manier gebleken om de samenwerking tussen provinciale en centrale diensten te verbeteren. In 2010 werd de eerste ronde afgewerkt en geëvalueerd. In 2011 wordt een nieuwe ronde opgezet. Naast de thematische evaluaties en de regiobezoeken, die beide voornamelijk gericht zijn op de inhoudelijke

147


Jaarrapport ANB 2010

werking, is het ook de bedoeling om regiospecifieke audits te doen die gericht zijn op de interne organisatie van teams. In 2010 werd voornamelijk intern overlegd om te zoeken naar een gepaste methodiek.

Knelpunten en oplossingen /

Martine Waterinckx Project 09.1

Procesmanagement

Projectsponsor: Marleen Evenepoel Projectleider: Martine Waterinckx

Opzet Situering Slechts een beperkt aantal processen was (gedeeltelijk) gedocumenteerd bij het ANB anno 2008. Een geĂŻntegreerde benadering van procesmanagement was in 2008 onbestaande. Er is nood aan een standaardbenadering of -methodiek om alle processen te beschrijven, te documenteren, te analyseren en waar mogelijk te optimaliseren. In het licht van organisatiebeheersing dient ervoor gezorgd dat de methodiek ook in de komende jaren toelaat dat bedrijfsprocessen continu kunnen afgestemd worden op veranderende prioriteiten en doelstellingen. Vanuit het standpunt van kwaliteitsmanagement en klantgericht werken wil het ANB zijn processen doorlopend optimaliseren en verbeteren. Korte omschrijving Door de veelheid aan uiteenlopende processen is de opdracht vrij omvangrijk. Daarom wordt beroep gedaan op een gespecialiseerd consultancy-bureau zodat naast de vereiste begeleiding ook de nodige kennisoverdracht gegarandeerd wordt. Bij het beschrijven, documenteren, analyseren en optimaliseren van processen zal bijzondere aandacht besteed worden aan uniforme toepassing van de processen, risicoanalyse en -beheersing, bedrijfscontinuĂŻteitsmanagement, documentmanagement, interne controlemaatregelen en relevante indicatoren voor het sturen en opvolgen.

Middelen Naast de personeelsinzet werden geen middelen voorzien.

Resultaten In 2010 werden 8 processen volledig afgewerkt: Opmaken van een handhavingsplan Opmaken van een handhavingsrapport Vaststellen en opvolgen van delicten in toepassing van het milieuhandhavingsdecreet Beheren van vormingsaanvragen Opmaken van evaluatiebeleid ifv PLOEG en het coĂśrdineren van de planning en evaluatie. Ticket on-line Beheren van indienststellingsverslagen Beheren van instructiekaarten Voor 14 processen is de procesbeschrijving af. Deze dienen nog gevalideerd te worden door het management. Het gaat om volgende processen: Beheren van aanwervingen Beheren van salarissen en maaltijdcheques Aanwijzen Vlaamse natuurreservaten Plannen en voorbereiden van werken Uitvoeren van werken Opvolgen van werken Registreren van werken Beheren van erkenningsregeling voor exploitanten en kopers van hout Opmaken bestekken Toewijzen opdracht Adviseren van R.O. vergunningsaanvragen incl. beroepsdossiers en boscompensatie

148


Jaarrapport ANB 2010

-

Afleveren, goedkeuren en opvolgen van diverse machtigingen mbt bos, andere dan domeinbossen Adviseren in opmaak wildbeheerplannen Beheren van erkenningen en subsidies WBE-wildbeheerplannen

Daarnaast zijn 3 processen lopende: Aankopen en beheren van gebruiksgoederen Opvolgen uitvoering van aanbestedingsdossiers Beheren houtverkoop Voor de opvolging van het project werd een sjabloon ontwikkeld waarbij per proces de status wordt vermeld (afgewerkt/bezig/nog op te starten) van de verschillende fasen (voorbereiding / AS IS beschrijving / TO BE beschrijving / validatie door stuurgroep, afdelingshoofd en prodi’s / goedkeuring afdelingshoofd / opstart implementatie). Daarnaast wordt een overzicht bijgehouden van de prioritisering en de implementatie van de verbetervoorstellen. Nadat de eerste reeks processen was afgewerkt is ook de werkwijze geëvalueerd. Naar aanleiding hiervan zijn volgende acties ondernomen: Aanpassen goedkeuringsprocedure procesbeschrijvingen. Aanpassen proceslijst. Meer aandacht voor communicatie van de resultaten naar de medewerkers. Overleg afdelingshoofden over bijstellen verwachtingen procesmanagement ⇒ voor het realiseren van de 10%-efficiëntiewinst is naast de bottom-up benadering (vanuit de werkgroepen) ook de top-down benadering (vanuit het management) essentieel.

Knelpunten en oplossingen /

> Reguliere werking: processen Chris Meganck AVES7.1 BEH9.1 CO5.3 COB1.4 COB1.5 COB2.1 FF6.1 GGB6.1 HRM6.3 HRM6.4 HRM6.5 HRM7.3 OND3.1 OND3.2 OND3.3 OND3.4 OND3.5 OND7.1 PAT5.1 STAF2.4 STAF3.1

Uitvoeren van proces- en kwaliteitsmanagement m.b.t. beleidsintegratie Uitvoeren van proces- en kwaliteitsmanagement Coördineren van proces- en kwaliteitsmanagement van de Afdeling Beleid Opvolgen van en participeren in overleg celverantwoordelijken beheer Opvolgen van en participeren in overleg regiobeheerders Coördineren van proces- en kwaliteitsmanagement Uitvoeren van proces- en kwaliteitsmanagement van het fauna- en florabeleid Uitvoeren van proces- en kwaliteitsmanagement van het gebiedsgericht beleid Voorbereiden, opmaken en opvolgen van initiatieven inzake personeelswelzijn Voorbereiden en opvolgen van preventie en bescherming Invullen van de rol van vertrouwenspersoon Beheren en controleren van dienstreizen en woon-werkverkeer Beheren van indienststellingsverslagen Beheren van instructiekaarten Beheren van aspecten van milieuzorg Beheren van nood-en preventieplannen Beheren van veiligheid op het werk (risicoanalyses en treffen van nodige maatregelen) Uitvoeren van proces- en kwaliteitsmanagement Uitvoeren van proces- en kwaliteitsmanagement Voorbereiden, bewaken en faciliteren van het kwaliteitsmanagement Bewaken en faciliteren van de juridische kwaliteit van de werking van ANB

Opzet Via procesmanagement (zie hoger) worden de medewerkers van alle afdelingen betrokken bij het kwaliteitsvol inrichten van hun processen in functie van externe en interne belanghebbenden. Via een hele reeks organisatieontwikkelingsprojecten wordt voortdurend gewerkt aan verbetering van de interne organisatie en de dienstverlening

149


Jaarrapport ANB 2010

Middelen Naast de personeelsinzet worden volgende middelen voorzien: Basisallocatie LD0000_1LA30100_1211

Bedrag vastgelegd 300.000,00 â&#x201A;Ź

Bovenstaande middelen betreffen enkel het proces HRM7.3 Beheren en controleren van dienstreizen en woon-werkverkeer. Omdat dit proces werd ingedeeld bij de Operationele organisatiedoelstelling die betrekking heeft op kwaliteitszorg, in dit geval interne kwaliteitszorg, worden de budgetten ook hier gerapporteerd.

Resultaten Indicator Nieuwe instructiekaarten Nieuwe nood- en preventieplannen Rapport stand van zaken uitvoering project Juridische kwaliteit

Maat aantal aantal aantal

Doel

ANB: 2

Status ANB: 4 ANB: 1 ANB: 2

De aanbevelingen uit de door het Rekenhof en IAVA uitgevoerde (opvolgings)-audits werden ter harte genomen, in het bijzonder om de beoogde maturiteitsgraad te behalen op het vlak van organisatiebeheersing. Eind 2010 werd een gedocumenteerd systeem van organisatiebeheersing voorgelegd aan IAVA ter beoordeling. Terugkoppeling zal plaatsvinden omstreeks maart 2011. Het ANB nam deel aan de personeelspeiling 2010 (responsgraad 61%). De evaluatie van de resultaten en het bepalen en uitvoeren van verbeterinitiatieven volgen in 2011. Het onderzoek bij de voornaamste belanghebbenden van het agentschap wordt onder punt 13 (project 09.01) beschreven. Vanuit het standpunt van kwaliteitzorg is het stroomlijnen en optimaliseren van de processen (project procesmanagement), inclusief de risicoanalyses en de bepaling van kwaliteitsnormen en indicatoren, de belangrijkste hefboom om de interne werking en de dienstverlening van het agentschap op een hoger niveau te brengen.

Knelpunten en oplossingen /

150


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook