Skip to main content

Rapport_Ziekteverzuim_2009.pdf

Page 1

Stuurgroep Ziektecontrole Onderwijs – Encare Absenteïsme

RAPPORT ZIEKTEVERZUIM 2009 VLAAMS ONDERWIJSPERSONEEL

VLAAMS MINISTERIE VAN ONDERWIJS EN VORMING AGENTSCHAP VOOR ONDERWIJSDIENSTEN (AgODi) IN SAMENWERKING MET HET AGENTSCHAP VOOR HOGER ONDERWIJS EN VOLWASSENENONDERWIJS


Eindredactie Ivo Francis AgODi, Advies en Ondersteuning Onderwijspersoneel Patricia Van Reet AgODi, Personeel Basisonderwijs en CLB Met medewerking van Lise Van Proeyen AgODi, Scholen Secundair onderwijs en DKO en Scholen Basisonderwijs en CLB MENSURA AbsenteĂŻsme Verantwoordelijke uitgever Guy Janssens Administrateur-generaal; Agentschap voor Onderwijsdiensten (AgODi) Lay-out Johan Havaux AgODi, Advies en Ondersteuning Onderwijspersoneel Depotnummer D/2010/3241/273 Druk Departement Onderwijs en Vorming Management Ondersteunende Diensten Drukkerij


Inhoud

Inhoud____________________________________________________________________________3 1) Inleiding_________________________________________________________________________ 5 1.1. Aantal personen _______________________________________________________________ 5 1.2. Aantal personeelseenheden _______________________________________________________ 7 2) Ziektedagen en attestdagen __________________________________________________________ 8 2.1. Aantal ziektedagen______________________________________________________________ 8 2.1.1. Totaal aantal ziektedagen____________________________________________ 8 2.1.2. Gemiddeld aantal ziektedagen per personeelslid _____________________________ 8 2.1.3. Aantal zieke personen per dag ________________________________________ 8 2.2. Aantal ééndagsziekten __________________________________________________________ 10 2.2.1. Totaal aantal ééndagsziekten ________________________________________ 10 2.2.2. Ééndagsziekteverloven per onderwijsniveau ______________________________ 10 2.2.3. Ééndagsziekteverlof per werkdag: _____________________________________ 11 2.3. Aantal attestdagen: ____________________________________________________________ 11 2.3.1 Verdeling van de attestdagen per attestduur _______________________________ 12 3) Ziekteverzuim en nulverzuim________________________________________________________ 14 3.1. Ziekteverzuimpercentage________________________________________________________ 14 3.1.1. Ziekteverzuimpercentage per leeftijdscategorie _____________________________ 15 3.1.2. Ziekteverzuimpercentage per onderwijsniveau _____________________________ 16 3.1.3. Ziekteverzuimpercentage in het buitengewoon onderwijs ______________________ 16 3.1.4. Ziekteverzuimpercentage per onderwijscategorie ___________________________ 17 3.1.5. Ziekteverzuimpercentage in de Vlaamse centrumsteden en Brussel ________________ 17 3.2. Nulverzuim __________________________________________________________________ 18 3.2.1. Nulverzuimpercentage per leeftijdsgroep ________________________________ 18 3.2.2. Nulverzuim per provincie __________________________________________ 18 4) Uitdieping ziektedagen en ziektegevallen _______________________________________________ 20 4.1. Ziektedagen per afwezigheidsperiode ______________________________________________ 20 4.1.1. Algemeen ____________________________________________________ 20 4.1.2. Ziektedagen ( 2 tot 9 dagen) per onderwijsniveau ___________________________ 22 4.1.3. Ziektedagen (2 tot 9 dagen) verdeeld over de maanden van het jaar ________________ 23 4.2. Gemiddeld aantal ziektedagen per personeelslid ______________________________________ 25 4.2.1. Gemiddeld aantal ziektedagen per leeftijdsgroep ____________________________ 25 4.2.2. Gemiddeld aantal ziektedagen per provincie ______________________________ 25 4.2.3. Gemiddeld aantal ziektedagen per provincie per leeftijdsgroep ___________________ 26 4.2.4. Gemiddeld aantal ziektedagen per onderwijscategorie ________________________ 28 Rapport Ziekteverzuim 2009

3


4.3. Ziektegevallen ________________________________________________________________ 28 4.4. Ziektedagen en vervanging ______________________________________________________ 29 5) Epidemiologisch rapport.___________________________________________________________ 30 5.1. Top 5 ziektedagen en ziektegevallen per aandoening ___________________________________ 30 5.1.1. Top 5 ziektedagen _______________________________________________ 30 5.1.2. Top 5 ziektegevallen _____________________________________________ 31 5.2. Percentage dagen psychosociale aandoening per leeftijdsgroep ___________________________ 31 5.2.1. Percentage dagen psychosociale aandoening voor de leeftijdsgroep 56-65j ___________ 32 5.2.2. Percentage dagen psychosociale aandoening voor de leeftijdsgroep 46-55j ___________ 32 5.2.3. Conclusie ____________________________________________________ 33 5.3. Percentage dagen psychosociale aandoening per onderwijscategorie _______________________ 33 6) Controles _______________________________________________________________________ 35 6.1. Aantal uitgevoerde controles – opgeleverde resultaat___________________________________ 35 6.2. Aantal uitgevoerde controles uitgesplitst naar de aanvrager van de controle _________________ 35 6.3. Aantal tweede controles_________________________________________________________ 36 6.4. Controles van ééndagsziekten ____________________________________________________ 36 7) Samenvatting en aanbevelingen ______________________________________________________ 37

Rapport Ziekteverzuim 2009

4


1) Inleiding

In 2001 is de administratie gestart met het maken van een jaarrapport m.b.t. het ziekteverzuim voor het Vlaamse onderwijspersoneel, in samenwerking met de controlefirma die instaat voor de concrete ziektecontroles. In het eerste rapport werden de cijfers uitgesplitst per geslacht, leeftijdsgroep en provincie. In de volgende jaren werd het rapport uitgebreid met grafieken, kwamen er cijfers bij per onderwijsniveau en onderwijscategorie en werd het aangevuld met aanbevelingen voor het beleid. Vorig jaar werd er een bijkomend onderzoek gedaan naar het ziekteverzuim van de directies. De meegedeelde gegevens gaan in essentie over het aantal ziektedagen dat door de onderwijspersoneelsleden werd meegedeeld aan de controlefirma Mensura Absenteïsme (sinds 1 september 2009 is de naam gewijzigd van Encare in Mensura Absenteïsme). Daarnaast komen de gegevens uit de databanken voor personeelsbeheer van het ministerie, het zogenaamde Elektronische PersoneelsDossier (EPD). In dit rapport worden gegevens verzameld voor de personeelsdossiers van het basisonderwijs, het secundair onderwijs, het deeltijds kunstonderwijs, het volwassenenonderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding. De personeelsleden van de hogescholen ressorteren niet onder de ziektecontrole van Mensura Absenteïsme. Voor het eerst werden op vraag van de onderwijspartners en naar aanleiding van enkele parlementaire vragen de specifieke gegevens verzameld met betrekking tot het buitengewoon onderwijs, Brussel en de Vlaamse centrumsteden. 1.1. Aantal personen De personen die opgenomen zijn in dit rapport hebben een aanstelling en een bezoldiging ontvangen van het Agentschap voor Onderwijsdiensten en/of van de afdeling Volwassenenonderwijs van het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs en Studietoelagen. Omdat de contracten met de controlefirma’s telkens afgesloten worden per kalenderjaar, gaat het in het rapport ‘ziekteverzuim’ telkens om gegevens per kalenderjaar, niet per schooljaar. Aantal personen (hoofden): 2007 2008 2009

Mannen % 51.585 28,75 52.121 28,43 52.172 28,12

Vrouwen 127.866 131.220 133.383

% 71,25 71,57 71,88

Totaal 179.451 183.341 185.555

We stellen vast dat er 2.214 personen meer opgenomen zijn in dit rapport dan in het rapport van 2008. Zoals hierboven vermeld werden deze gegevens ons meegedeeld door Mensura Absenteïsme. Meer informatie over het stijgend aantal personen is te vinden in de statistische jaarboeken van het Vlaams Onderwijs 2008-2009 en 2009-2010 (http://www.ond.vlaanderen.be/onderwijsstatistieken). Op de volgende bladzijden splitsen we de personen uit per leeftijdsgroep, provincie, onderwijsniveau en onderwijscategorie.

Rapport Ziekteverzuim 2009

5


- Aantal personen per leeftijdsgroep 2009 -25j Mannen 2.750 Vrouwen 10.136 Totaal 12.886

% 5,27 7,60 6,94

26-35j % 12.546 24,05 39.000 29,24 51.546 27,78

36-45j % 10.772 20,65 32.924 24,68 43.696 23,55

46-55j % 14.994 28,74 34.235 25,67 49.229 26,53

56-65j % 10.948 20,98 17.028 12,77 27.976 15,08

De personen ouder dan 65j zijn niet opgenomen in deze tabel.

- Aantal personen per provincie: 2009 Mannen Vrouwen Totaal

Antwerpen % 13.779 26,41 37.506 28,12 51.285 27,64

Vl-Brabant 9.129 25.295 34.424

% 17,50 18,96 18,55

Limburg 7.587 18.161 25.748

% 14,54 13,62 13,88

O-Vl 11.342 29.276 40.618

% 21,74 21,95 21,89

W-Vl 10.317 23.122 33.439

% 19,77 17,34 18,02

De personen die in WalloniĂŤ of in het buitenland wonen, zijn niet opgenomen in deze tabel.

- Aantal personen per onderwijsniveau: 2009 Mannen Vrouwen Totaal

Basis 11.140 64.873 76.013

% 21,35 48,64 40,97

Secundair 33.089 54.389 87.478

% 63,42 40,78 47,14

DKO 2.679 3.623 6.302

% 5,13 2,72 3,40

VO 3.832 6.196 10.028

% 7,34 4,65 5,40

CLB 569 3.301 3.870

% 1,09 2,47 2,09

Basis: hoofdstructuur 111, 121, 211, 221, IA0, IB0, IC0, ID0, IE0, T00 Secundair: hoofdstructuur 311, 312, 313, 321, IF0, IH0, II0 DKO: hoofdstructuur: 316 VO: hoofdstructuur: 317, 417, 618 CLB: hoofdstructuur C00, P00 Niet opgenomen: inspectie (DS0), pedagogische begeleiding (B**) en andere kleine hoofdstructuren (A00, D00 en K00)

- Aantal personen in het buitengewoon onderwijs: 2009 Mannen Vrouwen Totaal

121 13 612 625

221 1.477 7.984 9.461

321 2.903 5.455 8.358

121: buitengewoon kleuteronderwijs 221: buitengewoon lager onderwijs 321: buitengewoon secundair onderwijs

Zij vormen een deelgroep van respectief basisonderwijs (121 en 221) en secundair onderwijs (321) van de tabel hierboven over het aantal personen per onderwijsniveau. - Aantal personen per onderwijscategorie: 2009 Mannen Vrouwen Totaal

Ond 43.530 108.254 151.784

% 83,44 81,16 81,80

Dir 2.888 2.355 5.243

% 5,54 1,77 2,83

ParaM 346 5.385 5.731

% 0,66 4,04 3,09

Opv 3.336 8.181 11.517

% 6,39 6,13 6,21

Admin 1136 5.491 6.627

% 2,18 4,17 3,57

Tech 472 2.850 3.322

% 0,90 2,14 1,79

MVD 208 728 936

Ond: bestuurs- en onderwijzend personeel met uitzondering van de directie Dir: directiepersoneel ParaM: paramedisch, psychologisch, orthopedagogisch, sociaal en medisch personeel Opv:: opvoedend hulppersoneel Admin: administratief personeel Tech: technisch personeel MVD: meester, vak- en dienstpersoneel Niet opgenomen: inspectie en pedagogische begeleiding

Rapport Ziekteverzuim 2009

6

% 0,40 0,55 0,50


1.2. Aantal personeelseenheden Een volgend begrip dat gebruikt wordt om het ziekteverzuim te kunnen weergeven en verband houdt met personeel is ‘personeelseenheid’. Eén ‘personeelseenheid’ is de aanstelling van één persoon voor een volledig jaar. In 2009: 52.172 mannen komen overeen met 46.573,40 personeelseenheden 133.383 vrouwen komen overeen met 120.462,63 personeelseenheden 185.555 personen komen overeen met 167.036,03 personeelseenheden In 2008 vertegenwoordigden 183.341 personen 162.364,01 personeelseenheden. In 2007 vertegenwoordigden 179.451 personen 161.125,45 personeelseenheden. We merken daarbij op dat de procentuele stijging van het aantal personeelseenheden opgenomen in dit rapport gelijk is aan 2,88% ten opzichte van het rapport van 2008. Alle berekeningen en gegevens van Mensura Absenteïsme m.b.t. de opgenomen ziektedagen zijn gebaseerd op personeelseenheden. Als we het verder in dit rapport hebben over ‘personeelsleden’ bedoelen we ‘personeelseenheden’. Als het begrip personeelseenheden niet gebruikt wordt, maar men uitgaat van ‘fysieke personen’, dan wordt dat expliciet vermeld.

Rapport Ziekteverzuim 2009

7


2) Ziektedagen en attestdagen

2.1. Aantal ziektedagen 2.1.1. Totaal aantal ziektedagen De ziektedagen die zijn geregistreerd bij Mensura Absenteïsme voor het jaar 2009 (attesten opgestuurd in 2008 en 2009 voor 2009), aangevuld met de ééndagsziekteverloven, bedragen 2.385.532 dagen. Ter vergelijking: - Ziektedagen voor het jaar 2008: 2.290.102 - Ziektedagen voor het jaar 2007: 2.215.122 Nominaal is er een stijging met 95.430 ziektedagen. Dit is een stijging van 4,17% t.a.v. 2008, maar daarbij wordt geen rekening gehouden met het toegenomen aantal personeelsleden. Zoals eerder vermeld is deze laatste stijging echter maar 2,88%. Er is dus wel degelijk sprake van een stijging van het ziekteverzuim. 2.1.2. Gemiddeld aantal ziektedagen per personeelslid In 2009 noteren we de volgende cijfers m.b.t. het gemiddeld aantal ziektedagen per personeelslid: Mannen : 642.907 dagen voor 45.722,65 personeelsleden = 14,02 Vrouwen: 1.647.195 dagen voor 116.541,36 personeelsleden = 14,38 Totaal: 2.290.102 dagen voor 162.264,01 personeelsleden = 14,28 ziektedagen Mannen Vrouwen Totaal

2007 13,88 13,70 13,75

2008 14,06 14,13 14,11

2009 14,02 14,38 14,28

2.1.3. Aantal zieke personen per dag De tabel op de volgende bladzijde toont een jaaroverzicht van de spreiding van het aantal zieken over het jaar. Zieken definiëren we als ‘fysieke personen die arbeidsongeschikt zijn’. Deze tabel toont duidelijk aan dat er tijdens vakantieperiodes, nl. in het kerst-, paas-, herfst- en krokusverlof, een significante terugval is qua ziekte. Wie ziek wordt tijdens die perioden, meldt geen ziekteverlof, omdat er niet gewerkt hoeft te worden. In de zomervakantie is het ziekteverzuim zeer laag. Dan gaat het alleen over personen die langdurig ziek zijn. Deze tabel geeft ook informatie op epidemiologisch vlak. Hoge pieken tijdens bepaalde maanden gaan, volgens Mensura Absenteïsme, samen met periodes waarin er algemeen in Vlaanderen meer griep of griepgerelateerde aandoeningen opduiken (zie groene grafieklijn voor griep en gele voor buikgriep). In 2009 waren er twee heel duidelijke pieken die wijzen op griepepidemieën. Traditioneel is het aantal zieken het hoogst in de eerste maanden van het jaar.

Rapport Ziekteverzuim 2009

8


Rapport Ziekteverzuim 2009

9


2.2. Aantal ééndagsziekten 2.2.1. Totaal aantal ééndagsziekten Het aantal ééndagsziekteverloven voor 2009 bedraagt 91.739 dagen, genomen door 55.560 personen. Het aantal ééndagsziekteverloven voor 2008 bedraagt 85.808 dagen, genomen door 52.114 personen. Het aantal ééndagsziekteverloven voor 2007 bedraagt 79.958 dagen, genomen door 49.379 personen. De ééndagsziekteverloven zijn in 2009 gestegen met 5.931 dagen. Dit is een stijging van 6,91% ten opzichte van 2008, terwijl het aantal personeelsleden maar steeg met 2,88%. We merken ook op dat de stijging van de ééndagsziekteverloven sterker is dan de stijging van het totaal aantal ziektedagen. Het totaal aantal ziektedagen steeg immers met 4,17%. De stijging van het aantal ééndagsziekten weerspiegelt zich ook in het aantal ééndagsziekteverloven opgenomen per personeelslid. In 2009 was het gemiddelde aantal ééndagsziekteverloven per personeelseenheid gelijk aan 0,55. In 2008 was het 0,53; in 2007 0,50. Ook het percentage personen dat gebruik maakt van ééndagsziekteverloven stijgt. In 2009 was dat gelijk aan 29,94%. In 2008 bedroeg het percentage 28,42% en in 2007 maakte 27,52% van het onderwijspersoneel ten minste één keer gebruik van een ééndagsziekteverlof. We zien een significante stijging van het aantal dagen ééndagsziekteverlof, vandaar de onderstaande tabel met de cijfers vanaf 2005 om de vergelijking met de voorgaande jaren te kunnen maken.

aantal dagen ééndagsziekteverlof

gem iddelde aantal ééndagsziekteverloven per personeelseenheid

100.000 90.000

0,60

80.000 0,55

70.000 0,50

60.000 50.000

0,45

40.000

0,40

30.000

0,35

20.000

0,30

10.000

0,25

0 2005

2006

2007

2008

0,20

2009

2007

2008

2009

2.2.2. Ééndagsziekteverloven per onderwijsniveau In de onderstaande tabel delen we het aantal ééndagsziekteverloven per onderwijsniveau door het aantal personeelsleden in het betrokken onderwijsniveau. Zo kunnen we vaststellen of er verschillen zijn tussen de onderwijsniveaus m.b.t. de opname van ééndagsziekte. 2009 Mannen Vrouwen M+V

Basis 0,31 0,32 0,31

Secundair 0,56 0,71 0,65

Rapport Ziekteverzuim 2009

DKO 0,60 0,64 0,62

VO 0,33 0,43 0,39

CLB 0,66 0,76 0,74

Totaal 0,48 0,50 0,49 10


Vrouwen in het CLB maken het meest gebruik van het ééndagsziekteverlof, mannen in het basisonderwijs het minst. Los van de verdeling naar geslacht merken we dat de personeelsleden van het CLB het meest gebruik maken van het ééndagsziekteverlof. 2.2.3. Ééndagsziekteverlof per werkdag: 2009 Maandag Dinsdag Woensdag Donderdag Vrijdag Zaterdag Aantal 23.959 18.307 11.273 17.123 20.224 794 Niet opgenomen: zondagen

éédagziekteverlof per werkdag (2009) 25000 20000 15000 10000 5000 0 Maandag

Dinsdag

Woensdag

Donderdag

Vrijdag

Zaterdag

Blijkbaar worden de ééndagsziekteverloven het meest genomen op dagen die aansluiten bij het weekend, namelijk 48,16%. In 2008 werd 48,50% van de ééndagsziekteverloven opgenomen op een maandag of een vrijdag. 2.3. Aantal attestdagen: Personen die ten minste twee opeenvolgende dagen ziek zijn, moeten een ziekteattest bezorgen aan Mensura Absenteïsme. In de volgende tabel geven we een overzicht van het aantal ontvangen attesten voor een jaar. Het feit dat er - in vergelijking met 2008 - meer attesten zijn in 2009, een stijging met 13,69% en dat het aantal ziektedagen maar gestegen is met 4,17% wijst erop dat de personeelsleden in 2009 gemiddeld iets minder lang ziek zijn geweest. 2007 2008 2009

Attesten 131.261 127.793 145.290

Rapport Ziekteverzuim 2009

11


2.3.1 Verdeling van de attestdagen per attestduur totaal aantal ziektedagen aangegeven met een attest 400000 350000 300000 250000 200000 150000 100000 50000 0

2007 2008 2009

jan

feb

maart

april

mei

juni

juli

aug

sept

okt

nov

dec

Er zijn ook personeelsleden die ĂŠĂŠndagziekteattesten opsturen naar het controleorgaan, hoewel dit niet verplicht is, in totaal 2.165 attesten. ziekteverzuim - attest 1 dag 400 350 300 250

2007

200

2008

150

2009

100 50 0 jan

feb

maart

april

mei

juni

juli

aug

sept

okt

nov

dec

ziektedagen aangegeven met attesten van 2 - 14d. 300000 250000 200000

2007

150000

2008

100000

2009

50000 0 jan

feb

maart april

Rapport Ziekteverzuim 2009

mei

juni

juli

aug

sept

okt

nov

dec

12


ziektedagen aangegeven met attesten > 14d. 300000 250000 200000

2007

150000

2008

100000

2009

50000 0 jan

feb

maart

april

mei

juni

juli

aug

sept

okt

nov

dec

In 2009 zijn er uitschieters voor de maanden januari en oktober (rode cirkels). Die zijn voornamelijk het gevolg van opstoten van virale infecties zoals griep. In de grafieken is ook het effect te zien van de schoolvakanties. Tijdens de schoolvakanties worden er minder attesten opgestuurd. Na de schoolvakantie is er een stijging van het aantal attesten.

Rapport Ziekteverzuim 2009

13


3) Ziekteverzuim en nulverzuim

3.1. Ziekteverzuimpercentage Het ziekteverzuim is het aantal ziektedagen dat de personeelsleden gespreid over het jaar opnemen. Het ‘ziekteverzuimpercentage’ wordt als volgt berekend: totaal aantal ziektedagen x 100 totaal aantal personeelseenheden x 365 (of 366)

Dit percentage geeft dus weer hoeveel procent van de dagen in een jaar een personeelslid gemiddeld afwezig is wegens ziekte. Traditioneel wordt in alle sectoren het ziekteverzuimpercentage berekend op basis van het totaal aantal dagen in het jaar, zonder rekening te houden met op te nemen vakantiedagen. Ook in de privésector en bij overheidsdiensten kan dat aantal dagen uiteenlopen. Doordat in het onderwijs het aantal dagen vakantie relatief groot is en in deze perioden het ziekteverzuim significant lager is, moeten we ervan uitgaan dat het ziekteverzuimpercentage voor het onderwijspersoneel daardoor positief beïnvloed wordt. Dat aspect maakt een vergelijking met andere sectoren moeilijk. Als men rekening houdt met 2.385.532 ziektedagen (het aantal ziektedagen met ééndagsziekteverloven inbegrepen) bedraagt het ziekteverzuimpercentage voor 2009 3,91%. Die berekening is gebaseerd op 167.036,03 personeelseenheden. Het gaat om 185.555 personen, maar er wordt rekening mee gehouden dat een aantal van hen geen aanstelling hebben voor een volledig jaar (zie ook 1.2. Aantal personeelseenheden). Als men rekening houdt met 2.293.793 dagen (het aantal ziektedagen zonder ééndagsziekteverloven) bedraagt het ziekteverzuimpercentage voor 2008 3,76%. In 2008 was het ziekteverzuimpercentage 3,86% (met ééndagsziekteverloven inbegrepen) of 3,71% (zonder ééndagsziekteverloven). In 2007 was het ziekteverzuimpercentage 3,77% (met ééndagsziekteverloven inbegrepen) of 3,63% (zonder ééndagsziekteverloven). In 2006 was het ziekteverzuimpercentage 3,65% (met ééndagsziekteverloven inbegrepen) of 3,55% (zonder ééndagsziekteverloven).

Rapport Ziekteverzuim 2009

14


ziekteverzuimpercentage met of zonder ééndagsziekteverlof 4 3 1dz inbegrepen

2

zonder 1dz

1 0 2006

2007

2008

2009

3.1.1. Ziekteverzuimpercentage per leeftijdscategorie 2007 2008 2009

-25j 1,15 1,02 1,46

26-35j 2,15 1,96 2,35

36-45j 2,70 2,62 2,84

46-55j 4,05 4,02 4,15

56-65j 8,73 8,83 8,62

Over de jaren heen zien we dat het ziekteverzuimpercentage opmerkelijk stijgt met de leeftijd. In vergelijking met de voorbije jaren stijgt het ziekteverzuimpercentage in 2009 in alle leeftijdscategorieën, de leeftijdscategorie 56-65j vormt een uitzondering. Daar stellen we een daling vast.

ziekteverzuimpercentage per leeftijd 10 9 8 7 6 5 4 3 2 1 0

2007 2008 2009

-25j

26-35j

Rapport Ziekteverzuim 2009

36-45j

46-55j

56-65j

15


3.1.2. Ziekteverzuimpercentage per onderwijsniveau 2007 Mannen Vrouwen Totaal

Basis 4,07 3,82 3,86

Secundair 4,02 3,82 3,86

DKO 2,05 2,64 2,38

CVO 1,23 2,76 2,08

2008 Mannen Vrouwen Totaal

Basis 3,94 3,84 3,86

Secundair 4,12 3,98 4,03

DKO 2,02 2,94 2,55

CVO 2,31 4,22 3,42

CLB 4,57 3,09 3,32

2009 Mannen Vrouwen Totaal

Basis 3,86 3,95 3,94

Secundair 4,21 4,16 4,18

DKO 1,69 3,02 2,45

CVO 2,31 3,19 2,88

CLB 4,25 3,23 3,38

Opmerkelijk is dat bij de vrouwen in het secundair onderwijs en het CLB minder ziekteverzuim is dan bij de mannelijke collega’s, terwijl dat in het basisonderwijs, het deeltijds kunstonderwijs en het volwassenenonderwijs omgekeerd is. In vergelijking met de voorgaande jaren stellen we globaal een stijging vast bij de personeelsleden van het basisonderwijs, het secundair onderwijs, de centra voor leerlingenbegeleiding en een daling bij de personeelsleden van het deeltijds kunstonderwijs en het volwassenenonderwijs. 3.1.3. Ziekteverzuimpercentage in het buitengewoon onderwijs 2007 Mannen Vrouwen Totaal

121 3,64 5,09 5,05

221 3,92 3,92 3,92

321 4,78 4,17 4,39

2008 Mannen Vrouwen Totaal

121 1,23 4,42 4,34

221 3,37 3,87 3,78

321 4,76 4,09 4,33

2009 Mannen Vrouwen Totaal

121 1,13 3,79 3,73

221 3,57 4,00 3,93

321 5,31 4,19 4,58

121: buitengewoon kleuteronderwijs 221: buitengewoon lager onderwijs 321: buitengewoon secundair onderwijs

In het buitengewoon basisonderwijs liggen de cijfers in de buurt van het gemiddelde voor het basisonderwijs. Voor het buitengewoon secundair onderwijs ligt het cijfer voor de mannen beduidend hoger dan het gemiddelde voor het secundair onderwijs, vooral in 2009. We merken ook op dat in 2008 en 2009 het ziekteverzuim opmerkelijk laag is voor mannen in het buitengewoon kleuteronderwijs. Het gaat echter over heel weinig personeelsleden (zie tabel in inleiding).

Rapport Ziekteverzuim 2009

16


3.1.4. Ziekteverzuimpercentage per onderwijscategorie 2007 Mannen Vrouwen Totaal

Ond Dir ParaM Opv Admin Tech MVD Totaal 3,75 4,12 3,17 4,10 2,51 4,06 9,32 3,80 3,74 3,53 3,29 4,00 3,07 3,51 10,83 3,75 3,74 3,88 3,28 4,03 2,98 3,60 10,51 3,77

2008 Mannen Vrouwen Totaal

Ond Dir ParaM Opv Admin Tech MVD Totaal 3,78 4,43 2,53 3,94 2,47 4,60 9,06 3,84 3,83 4,28 3,80 4,00 3,25 3,00 11,13 3,75 3,81 4,36 3,76 4,18 3,17 3,25 10,64 3,86

2009 Mannen Vrouwen Totaal

Ond Dir ParaM Opv Admin Tech MVD Totaal 3,80 4,33 3,86 3,78 2,33 4,33 12,11 3,84 3,91 4,31 4,06 4,15 3,53 3,08 10,41 3,94 3,88 4,32 4,05 4,04 3,35 3,26 10,80 3,91

Er is een uitschieter bij het meesters-, vak- en dienstpersoneel. We noteren hierbij dat het hier om een uitdovende personeelscategorie gaat met een groter aandeel oudere personeelsleden. Daarnaast is er een lichte daling bij het directiepersoneel en het opvoedend personeel, de andere onderwijscategorieën stijgen. 3.1.5. Ziekteverzuimpercentage in de Vlaamse centrumsteden en Brussel Het gaat om het ziekteverzuimpercentage van de personeelsleden van de onderwijsinstellingen van de hieronder vermelde steden. 2009 Aalst Antwerpen Brugge Brussel Genk Gent Hasselt Kortrijk Leuven Mechelen Oostende Roeselare Sint-Niklaas Turnhout

basisonderwijs mannen vrouwen 3,35 3,95 3,34 3,57 2,66 3,76 3,53 3,71 4,69 4,31 3,62 3,52 2,40 4,60 2,17 3,09 3,81 3,76 2,76 4,24 3,30 4,84 3,14 3,42 2,52 3,11 2,96 3,28

secundair onderwijs mannen vrouwen 4,57 4,65 3,77 4,22 3,40 3,83 3,47 3,91 5,77 4,78 3,73 3,81 3,94 4,72 4,05 3,38 4,16 4,42 4,09 4,71 4,03 5,19 3,44 2,70 3,43 3,71 4,36 3,88

Brussel: Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Percentage hoger dan het percentage voor basis- of secundair onderwijs (zie 3.1.2) De top 5: Genk secundair onderwijs mannen, Oostende secundair onderwijs vrouwen, Oostende basisonderwijs vrouwen, Genk secundair onderwijs vrouwen, Hasselt secundair onderwijs vrouwen. Genk is de enige centrumstad waarbij de vier categorieën hoger scoren dan het gemiddelde. Daarnaast is de score voor vrouwen in Oostende en de score in het secundair onderwijs in Aalst opmerkelijk. Brussel scoort in de vier categorieën onder het gemiddelde. Rapport Ziekteverzuim 2009

17


3.2. Nulverzuim Het nulverzuimpercentage is het percentage personeelsleden dat in de loop van het jaar niet ziek geweest is. Dat wil zeggen, hoe hoger het ziekteverzuim percentage, hoe minder personeelsleden nooit afwezig zijn wegens ziekte. De algemeen aanvaarde norm door controlefirma’s is hier 50%. Dat betekent dat men ervan uitgaat dat in ondernemingen de helft van alle personeelsleden geen enkele dag ziek is tijdens een jaar. Als de ééndagsziekteverloven meegeteld worden, is er voor het Vlaamse onderwijs een nulverzuimpercentage in 2009 van 45,61% (in 2008: 49,56%; in 2007: 48,97%), wat betekent dat iets minder dan de helft van de onderwijspersoneelsleden geen enkele dag ziek geweest is in 2009. Het nulverzuimpercentage zonder het meerekenen van ééndagsziekteverloven is 66,46% (64,11% in 2008; 62,51% in 2007). In de tabellen werken we telkens met het nulverzuimpercentage rekening houdend met ééndagsziekteverloven. 3.2.1. Nulverzuimpercentage per leeftijdsgroep 2007 Mannen Vrouwen Totaal

-25j 66,39 62,92 63,65

26-35j 50,48 41,74 43,87

36-45j 53,21 45,66 47,52

46-55j 52,60 42,58 45,87

56-65j 55,34 61,23 58,89

2008 Mannen Vrouwen Totaal

-25j 68,19 62,10 63,40

26-35j 51,08 43,04 45,00

36-45j 53,24 45,99 47,78

46-55j 54,03 43,80 47,02

56-65j 55,41 60,69 58,60

2009 Mannen Vrouwen Totaal

-25j 61,85 57,12 58,13

26-35j 46,97 37,93 40,13

36-45j 48,55 41,91 43,55

46-55j 51,44 40,71 43,98

56-65j 52,85 57,79 55,86

Bij vrouwen is het nulverzuim het hoogst in de categorie 56-65j, terwijl zij toch een hoog ziekteverzuimpercentage hebben. Dat betekent dat, wanneer zij ziek zijn, het voor een lange periode is. 3.2.2. Nulverzuim per provincie 2007 Mannen Vrouwen Totaal

Antwerpen 52,26 46,17 47,86

Vl- Brabant 53,58 46,09 48,06

Limburg 51,34 45,66 47,37

O-Vl 52,77 46,32 48,16

W-Vl 57,67 51,71 53,60

2008 Mannen Vrouwen Totaal

Antwerpen 52,92 46,68 48,38

Vl- Brabant 54,38 47,01 48,96

Limburg 50,83 45,16 46,86

O-Vl 53,75 46,82 48,79

W-Vl 58,88 53,17 54,95

2009 Mannen Vrouwen Totaal

Antwerpen 48,07 41,95 43,59

Vl- Brabant 51,80 42,93 45,28

Limburg 48,12 41,56 43,49

O-Vl 50,10 43,43 45,30

W-Vl 55,49 49,01 51,01

Rapport Ziekteverzuim 2009

18


nulverzuim per provincie 70 60 2007 V

50

2008 V

40

2009 V

30

2007 M 2008 M

20

2009 M

10 0 Antwerpen Vl- Brabant

Limburg

O-Vl

W-Vl

Traditioneel is het nulverzuimpercentage het laagst in Limburg, maar Antwerpen steekt bij de mannen Limburg voorbij en komt voor de vrouwen kort in de buurt. West-Vlaanderen noteert het hoogste nulverzuimpercentage.

Rapport Ziekteverzuim 2009

19


4) Uitdieping ziektedagen en ziektegevallen

4.1. Ziektedagen per afwezigheidsperiode 4.1.1. Algemeen ziektedagen 1-10 11-30 31-180 >180

2007 352.307 262.577 891.261 708.977

% 15,90 11,85 40,24 32,01

2008 343.216 263.028 948.278 735.580

% 2009 14,99 413.169 11,48 274.331 41,41 1.020.497 32,12 677.535

% 17,32 11,50 42,78 28,40

Bij de bespreking van de ziektedagen en het gemiddeld aantal ziektedagen gaat het over de absolute gegevens. Er wordt dus geen rekening gehouden met de stijging van het aantal personeelsleden of met categorieĂŤn van personeelsleden die in de vorige jaren nog niet waren opgenomen in de gegevens. Bij de verdeling van de ziektedagen over de duur van de afwezigheidsperiode zien we een daling in de categorie >180 dagen en een stijging in de andere categorieĂŤn. De grootste stijging doet zich voor in de categorie 1-10 dagen. We gaan er van uit dat de griepepidemie daar de hoofdoorzaak van is.

% ziektedagen per leeftijdscategorie mannen 2007 -25j 26-35j 36-45j 46-55j 56-65j 1-10d 56,45 43,26 29,09 16,69 3,99 11-30d 20,24 17,85 15,57 12,37 2,87 31-180d 23,31 33,75 41,75 44,46 36,59 >180d 0 5,14 13,59 26,48 56,55 100,00 100,00 100,00 100,00 100,00

% ziektedagen per leeftijdscategorie vrouwen 2007 -25j 26-35j 36-45j 46-55j 56-65j 1-10d 59,15 32,39 19,83 13,82 5,20 11-30d 20,24 20,25 16,77 12,24 5,70 31-180d 19,92 39,59 45,19 43,32 37,18 >180d 0,69 7,77 18,21 30,62 51,22 100,00 100,00 100,00 100,00 100,00

% ziektedagen per leeftijdscategorie mannen 2008 -25j 26-35j 36-45j 46-55j 56-65j 1-10d 46,63 44,62 29,91 15,55 3,91 11-30d 17,65 17,82 17,47 12,10 3,99 31-180d 35,72 30,99 38,67 45,77 36,89 >180d 0 6,57 13,95 26,58 55,21 100,00 100,00 100,00 100,00 100,00

% ziektedagen per leeftijdscategorie vrouwen 2008 -25j 26-35j 36-45j 46-55j 56-65j 1-10d 54,11 30,67 18,99 13,03 4,92 11-30d 20,34 19,51 16,31 12,08 5,56 31-180d 21,12 39,80 44,95 45,22 39,88 >180d 4,43 10,02 19,75 29,67 49,64 100,00 100,00 100,00 100,00 100,00

% ziektedagen per leeftijdscategorie mannen 2009 -25j 26-35j 36-45j 46-55j 56-65j 1-10d 50,97 45,93 33,02 17,91 4,57 11-30d 16,77 17,40 15,34 12,03 4,30 31-180d 27,61 31,91 40,83 43,43 41,44 >180d 4,65 4,76 10,81 26,63 49,69 100,00 100,00 100,00 100,00 100,00

% ziektedagen per leeftijdscategorie vrouwen 2009 -25j 26-35j 36-45j 46-55j 56-65j 1-10d 55,14 33,52 21,77 14,69 5,99 11-30d 16,26 17,86 16,41 12,22 5,87 31-180d 22,00 40,99 44,93 46,36 42,27 >180d 6,60 7,63 16,89 26,73 45,87 100,00 100,00 100,00 100,00 100,00

Rapport Ziekteverzuim 2009

20


Uit deze cijfers leiden we af dat korte afwezigheden opmerkelijk meer voorkomen bij jongere personeelsleden en langere afwezigheden meer bij de oudere personeelsleden.

Rapport Ziekteverzuim 2009

21


4.1.2. Ziektedagen ( 2 tot 9 dagen) per onderwijsniveau Deze gegevens werden opgemaakt naar aanleiding van de invoering van de vervanging van korte afwezigheden in 2006. Vanaf dat ogenblik was het in het basis- en secundair onderwijs mogelijk om personeelsleden te vervangen die minder lang afwezig waren dan 10 dagen. Het was onze bedoeling te monitoren of de invoering van die maatregel een wijziging zou meebrengen in het ziekteverzuim voor die korte periode. In de onderstaande tabel zetten we het aantal ziektedagen uit, verdeeld over de duur van het attest dat de afwezigheid dekt.

2007 NIVEAU DAGEN Andere Basis Sec DKO CVO Totaal 2 924 14.296 19.680 912 956 36.768 3 1.584 22.065 26.361 1.581 1.653 53.244 4 1.352 17.088 23.288 1.408 1.520 44.656 5 1.610 27.170 33.875 1.360 1.675 65.690 6 348 4.596 6.408 810 378 12.540 7 504 5.418 6.335 455 385 13.097 8 528 6.400 8.688 504 384 16.504 9 486 7.110 8.766 414 324 17.100 Totaal 7.336 104.143 133.401 7.444 7.275 259.599 2008 NIVEAU DAGEN Andere Basis Sec DKO VO CLB Totaal 2 64 13.702 18.252 808 1.362 774 34.962 3 114 20.436 24.609 1425 2.109 1182 49.875 4 76 16.200 21.828 1264 1.980 960 42.308 5 85 24.300 31.395 1235 2.295 1210 60.520 6 30 4.572 5.814 678 480 228 11.802 7 14 5.138 5.425 497 469 287 11.830 8 8 6.576 8.392 512 480 408 16.376 9 45 6.480 8.073 342 567 495 16.002 Totaal 436 97.404 123.788 6.761 9.742 5.544 243.675 2009 NIVEAU DAGEN Andere Basis Sec DKO VO CLB Totaal 2 88 15.584 20.772 960 1.584 840 39.828 3 138 23.508 28.197 1.644 2.610 1.266 57.363 4 160 20.352 28.280 1.636 2.412 1.308 54.148 5 170 31.930 40.260 1.785 2.975 1.790 78.910 6 30 6.078 8.022 1.044 918 300 16.392 7 56 6.615 7.847 518 700 406 16.142 8 64 8.208 10.872 520 776 632 21.072 9 54 8.640 10.881 531 837 441 21.384 Totaal 760 120.915 155.131 8.638 12.812 6.983 305.239 We stellen vast dat er in 2009 een stuk meer kort ziekteverzuim was dan in 2007 en in 2008. We gaan ervan uit dat factoren als griep daar de hoofdoorzaak van zijn. Merkwaardig is ook de stijging ziektedagen van twee dagen in DKO met ongeveer 20% en in het Volwassenonderwijs met ongeveer 15%, hoewel ‘verlof voor korte afwezigheden’ daar niet bestaat. Rapport Ziekteverzuim 2009

22


4.1.3. Ziektedagen (2 tot 9 dagen) verdeeld over de maanden van het jaar

2007 Maand Dagen jan 2 4.696 3 7.818 4 6.784 5 10.470 6 1.716 7 2.212 8 2.176 9 2.241 Totaal 38.113

feb 6.462 9.942 9.804 16.415 2.388 2.338 2.968 2.907 53.224

maart 4.220 5.505 4.900 7.645 1.554 1.736 2.232 2.421 30.213

april 1.316 1.788 1.548 2.620 456 532 624 783 9.667

mei 3.372 4.737 2.940 3.565 1.164 1.050 1.256 1.476 19.560

juni 1.734 2.379 2.052 2.950 702 889 1.208 963 12.877

juli 62 48 68 90 12 0 8 27 315

2008 Maand Dagen jan 2 6.062 3 8.904 4 7.340 5 11.460 6 2.040 7 1.722 8 2.456 9 2.070 Totaal 42.054

feb 4.066 6.084 5.500 8.875 1.752 1.834 2.384 2.322 32.817

maart 3.322 5.250 5.108 7.320 1.206 1.344 1.816 1.746 27.112

april 3.338 4.911 3.200 5.140 1.308 1.603 1.816 1.773 23.089

Mei 2.844 3.522 3.632 3.970 918 812 1.152 1.566 18.416

juni 1.748 2.637 2.200 2.970 630 847 1.008 1.017 13.057

juli 48 45 56 20 12 0 16 27 224

aug 42 51 76 120 36 63 96 99 583

sept 2.884 3.939 3.784 4.915 942 819 1.200 1.152 19.635

okt 3.546 4.743 3.944 4.935 990 896 1.544 1.584 22.182

nov 4.124 5.484 4.036 6.210 1.176 1.134 1.632 1.539 25.335

dec 2.938 4.305 3.432 4.585 792 756 1.256 1.107 19.171

totaal 34.962 49.875 42.308 60.520 11.802 11.830 16.376 16.002 243.675

2009 Maand Dagen jan 2 7.086 3 11.262 4 11.064 5 18.970 6 4.374 7 3.437 8 5.160 9 4.932 Totaal 66.285

feb 4.784 7.995 7.952 12.945 1.980 2.051 2.264 2.700 42.671

maart april 4.454 1.678 6.753 2.286 6.092 2.124 9.050 1.635 1.656 462 1.827 728 2.512 712 2.601 666 34.945 10.291

mei 3.222 4.743 3.164 4.175 1.074 1.099 1.296 1.251 20.024

juni 1.910 2.313 2.360 2.355 810 931 1.296 1.377 13.352

juli 46 21 28 45 18 56 32 45 291

aug 58 102 96 215 48 98 96 45 758

sept 3.420 5.607 4.800 5.825 1.236 1.288 1.656 1.485 25.317

okt 6.384 8.511 8.524 11.585 2.490 2.093 2.824 2.835 45.246

nov 4.376 4.455 4.528 8.735 1.506 1.827 1.976 2.070 29.473

dec 2.410 3.315 3.416 3.375 738 707 1.248 1.377 16.586

totaal 39.828 57.363 54.148 78.910 16.392 16.142 21.072 21.384 305.239

aug 60 66 68 65 36 7 32 99 433

sept 2.376 3.180 2.500 3.190 948 903 1.400 1.008 15.505

okt 4.320 5.787 4.784 5.950 1.032 1.071 1.360 1.728 26.032

nov 5.126 7.155 5.784 7.905 1.692 1.491 1.912 2.061 33.126

dec totaal 3.024 36.768 4.839 53.244 3.424 44.656 4.825 65.690 840 12.540 868 13.097 1.328 16.504 1.386 17.100 20.534 259.599

Traditioneel vormen de periodes februari-maart en november de piekperiodes voor kort ziekteverzuim. Voor de ziektedagen van 2 tot 9 dagen zien we in 2009 een piek in januari en oktober. Uit navraag bij Mensura AbsenteĂŻsme blijkt dat het ziekteverzuim als gevolg van virale infecties (griep) op de piekdag van 2009 (23 januari) 3.839 gevallen virale infecties was op 12.553 gevallen (30,58%), in 2008 (29 februari): 1.850 gevallen virale infecties op 10.627 (17,41%), in 2007 (14 februari): 3.552 gevallen virale infecties op 12.610 (28,17%). In de grafieken op de volgende bladzijde wordt het lager aantal ziektedagen in de vakantieperiodes opnieuw duidelijk zichtbaar. Net als in 2007 viel de paasvakantie van 2009 bijna volledig in de maand april, wat duidelijk te zien is in de cijfers voor die maand.

Rapport Ziekteverzuim 2009

23


ziektedagen 2007 per dag afw ezigheid 66.000 64.000 62.000 60.000 58.000 56.000 54.000 52.000 50.000 48.000 46.000 44.000 42.000 40.000 38.000 36.000 34.000 32.000 30.000 28.000 26.000 24.000 22.000 20.000 18.000 16.000 14.000 12.000 10.000 8.000 6.000 4.000 2.000 0

9 dagen 8 dagen 7 dagen 6 dagen 5 dagen 4 dagen 3 dagen 2 dagen

jan

feb

maart

april

mei

juni

juli

aug

sept

okt

nov

dec

ziektedagen 2008 per dag afwezigheid 66000 64000 62000 60000 58000 56000 54000 52000 50000 48000 46000 44000 42000 40000 38000 36000 34000 32000 30000 28000 26000 24000 22000 20000 18000 16000 14000 12000 10000 8000 6000 4000 2000 0

9 dagen 8 dagen 7 dagen 6 dagen 5 dagen 4 dagen 3 dagen 2 dagen

jan

feb

maart

april

mei

juni

juli

aug

sept

okt

nov

dec

ziektedagen 2009 per dag afwezigheid 66000 64000 62000 60000 58000 56000 54000 52000 50000 48000 46000 44000 42000 40000 38000 36000 34000 32000 30000 28000 26000 24000 22000 20000 18000 16000 14000 12000 10000 8000 6000 4000 2000 0

9 dagen 8 dagen 7 dagen 6 dagen 5 dagen 4 dagen 3 dagen 2 dagen

jan

feb

maart

Rapport Ziekteverzuim 2009

april

mei

juni

juli

aug

sept

okt

nov

dec

24


4.2. Gemiddeld aantal ziektedagen per personeelslid Onder punt 2.1.2 werd al aangehaald dat in 2009 het gemiddeld aantal ziektedagen per personeelslid 14,28 dagen bedroeg. 4.2.1. Gemiddeld aantal ziektedagen per leeftijdsgroep 2007 Mannen Vrouwen

-25j 26-35j 4,07 5,05 4,22 8,73

36-45j 6,34 11,01

46-55j 11,09 16,60

56-65j 37,19 28,32

2008 Mannen Vrouwen

-25j 26-35j 4,01 4,62 4,35 8,78

36-45j 6,15 11,36

46-55j 11,09 17,13

56-65j 37,81 29,37

2009 Mannen Vrouwen

-25j 26-35j 4,95 5,37 5,41 9,59

36-45j 6,59 11,58

46-55j 10,89 16,99

56-65j 36,34 28,32

We zien dat het aantal ziektedagen stijgt met de leeftijd. Tot en met de categorie 46-55 zijn vrouwen meer dagen afwezig dan mannen. In de oudste leeftijdscategorie zijn mannen gemiddeld meer dagen afwezig dan vrouwen. Ten opzichte van 2008 stijgt het gemiddelde aantal ziektedagen in alle leeftijdscategorieĂŤn tot en met 45 j, daarna is er een daling. gemiddeld aantal ziektedagen per leeftijdsgroep 40 2007 V

30

2008 V 2009 V

20

2007 M 2008 M

10

2009 M

0 -25j

26-35j

36-45j

46-55j

56-65j

4.2.2. Gemiddeld aantal ziektedagen per provincie 2007 Mannen Vrouwen

Antwerpen Vl- Brabant Limburg O-Vl W-Vl 13,27 14,09 18,42 12,54 12,66 13,39 14,09 17,26 12,64 12,37

2008 Mannen Vrouwen

Antwerpen Vl- Brabant Limburg O-Vl W-Vl 13,80 13,44 19,27 12,54 12,79 14,10 14,70 17,35 12,86 12,69

2009 Mannen Vrouwen

Antwerpen Vl- Brabant Limburg O-Vl W-Vl 13,81 13,78 18,59 12,80 12,47 14,18 14,92 18,47 12,83 12,88

Rapport Ziekteverzuim 2009

25


gemiddeld aantal ziektedagen per provincie 30 25

2007 V

20

2008 V 2009 V

15

2007 M

10

2008 M

5

2009 M

0 Antwerpen

Vl- Brabant

Limburg

O-Vl

W-Vl

Limburg blijft de provincie met het grootste gemiddeld aantal ziektedagen. 4.2.3. Gemiddeld aantal ziektedagen per provincie per leeftijdsgroep We kijken hier naar de groepen van de oudste personeelsleden, omdat die de meest relevante gegevens bevatten. leeftijdsgroep 56-65j: 2007 Antwerpen Vl-Brabant Mannen 35,99 39,49 Vrouwen 27,12 30,96

Limburg O-Vl W-Vl 51,26 30,07 33,31 41,67 22,80 24,90

2008 Antwerpen Vl- Brabant Limburg O-Vl W-Vl Mannen 37,76 32,88 54,60 31,82 34,83 Vrouwen 29,26 30,66 42,74 23,73 25,26 2009 Antwerpen Vl-Brabant Mannen 35,86 32,15 Vrouwen 26,92 29,93

Limburg O-Vl W-Vl 52,47 30,25 34,06 41,12 22,82 25,75

De algemene trend is dalend in deze leeftijdsgroep. Opmerkelijk blijven de hoge cijfers in Limburg.

gemiddeld aantal ziektedagen 56-65j 60 50

2007 V 2008 V

40

2009 V

30

2007 M

20

2008 M 2009 M

10 0 Antwerpen

Vl-Brabant

Rapport Ziekteverzuim 2009

Limburg

O-Vl

W-VL

26


leeftijdsgroep 46-55j: 2007 Antwerpen Mannen 10,16 Vrouwen 16,67 2008 Mannen Vrouwen

Vl-Brabant 10,89 17,56

Limburg O-Vl 12,68 11,52 18,49 15,71

W-Vl 10,83 15,17

Antwerpen Vl-Brabant 11,16 11,11 17,50 18,40

Limburg O-Vl 11,58 11,09 18,66 15,32

W-Vl 10,67 16,36

Limburg O-Vl 11,00 11,48 20,34 15,25

W-Vl 9,81 15,37

2009 Antwerpen Mannen 10,70 Vrouwen 17,20

Vl-Brabant 11,86 17,71

gemiddeld aantal ziektedagen 46-55j 60 50

2007 V

40

2008 V 2009 V

30

2007 M

20

2008 M 2009 M

10 0 Antwerpen

Vl-Brabant

Limburg

O-Vl

W-VL

De algemene trend is dalend behalve bij de mannen in Vlaams-Brabant en Oost-Vlaanderen en bij de vrouwen in Limburg.

Rapport Ziekteverzuim 2009

27


4.2.4. Gemiddeld aantal ziektedagen per onderwijscategorie 2007 Mannen Vrouwen

Ond 13,70 13,64

Dir ParaM 15,14 11,58 12,90 12,01

Opv 14,96 14,58

Admin 9,17 11,19

Tech 14,80 12,79

MVD Totaal 34,01 13,88 39,54 13,70

2008 Mannen Vrouwen

Ond 13,86 14,00

Dir ParaM 16,52 9,26 15,29 14,06

Opv 14,61 15,61

Admin 9,38 11,98

Tech 17,20 10,84

MVD Totaal 32,62 14,06 40,72 14,13

2009 Mannen Vrouwen

Ond 13,89 14,29

Dir ParaM 15,80 14,07 15,75 14,84

Opv 13,79 15,13

Admin 8,50 12,89

Tech 15,82 11,24

MVD Totaal 44,18 14,02 38,01 14,38

In deze cijfers vallen vooral die voor het meesters-, vak- en dienstpersoneel op. Het hier gaat om een uitdovende personeelscategorie, met een oververtegenwoordiging van oudere personeelsleden. Ook directies, zowel mannen als vrouwen, het mannelijk technisch personeel en het vrouwelijk opvoedend personeel scoren boven het gemiddelde. In 2009 zet de tendens zich voort die al een aantal jaar wordt vastgesteld, namelijk een stijging bij de vrouwen in alle onderwijscategorieĂŤn, behalve bij het opvoedend personeel en het meesters-, vak- en dienstpersoneel.

4.3. Ziektegevallen Een ziektegeval is een aaneengesloten periode van tijdelijke arbeidsongeschiktheid. Ook deze parameter wordt al jaren in kaart gebracht, omdat de verhouding tussen ziektegevallen en ziektedagen een beeld geeft van de duur van de afwezigheden wegens ziekte. Totaal aantal ziektegevallen: ziektegevallen 2007 Mannen 46.162 Vrouwen 133.526 Totaal 179.688

2008 45.736 136.118 181.854

2009 50.569 153.138 203.707

In vergelijking met 2008 stijgt het absolute aantal ziektegevallen met 12,02%. Ziektegevallen per afwezigheidsperiode: ziektegevallen 2007 % 2008 % 2009 % 1-10 dagen 149.708 83,32 151.559 83,34 171.817 84,35 11-30 dagen 14.994 8,34 14.939 8,21 15.787 7,75 31-180 dagen 12.360 6,88 12.667 6,97 13.488 6,62 >180 dagen 2.626 1,46 2.689 1,48 2.615 1,28 In 2009 stijgt het aantal ziektegevallen nominaal in alle categorieĂŤn, behalve in de categorie >180 dagen. Procentueel is er alleen een stijging in de categorie 1-10 dagen. We gaan ervan uit dat griep daarvan de oorzaak is. Rapport Ziekteverzuim 2009

28


4.4. Ziektedagen en vervanging Sinds enkele jaren wordt opgevolgd in welke mate ziekteverloven leiden tot vervanging van de titularissen. Deze gegevens worden gedistilleerd uit de personeelsdatabank (EPD). Wanneer we de afgelopen jaren bekijken, zien we dat er voor ongeveer 70% van de ziektedagen vervangers ingeschakeld worden. De afgelopen jaren valt vooral de toename van het aantal vervangers op. Dat hangt zeker samen met de maatregel die de vervanging van korte afwezigheden mogelijk maakt, maar het kan er ook op wijzen, dat men voor een afwezigheid wegens ziekte van ĂŠĂŠn personeelslid soms een aantal vervangers moet zoeken. Volgens de personeelsdatabank EPD werden er in 2009 1.555.847 dagen vervangen door 26.953 personen. In 2008: 1.546.446 dagen en 25.839 vervangers. In 2007: 1.484.037 dagen en 23.612 vervangers In 2006: 1.465.753 dagen en 24.212 vervangers In 2005: 1.445.184 dagen en 20.577 vervangers. In 2004: 1.406.533 dagen en 19.284 vervangers. In 2003: 1.418.963 dagen en 18.024 vervangers Volgens EPD wordt er 66,37% van het totaal aantal ziektedagen vervangen (in 2008: 69,28%; in 2007: 70,05%; in 2006: 70,80%; in 2005: 69,70%; in 2004: 69,40%; in 2003: 63,95%). ] In 2009 werden er meer dagen vervangen door meer vervangers, maar het percentage vervangen ziektedagen daalde. Vervangingspercentage volgens EPD 80 70 60 50 40 30 20 10 0 2003

2004

Rapport Ziekteverzuim 2009

2005

2006

2007

2008

2009

29


5) Epidemiologisch rapport.

5.1. Top 5 ziektedagen en ziektegevallen per aandoening De controlefirma stelt ook de ziektecijfers opgedeeld volgens de diagnosegroepen ter beschikking. We vermelden niet alle diagnosegroepen. We maken een top 5 met de meest voorkomende aandoeningen. 5.1.1. Top 5 ziektedagen Top 5 van het totaal % ziektedagen per aandoening (2007) Mannen Vrouwen Psychosociaal 42,05 Psychosociaal 37,36 Rug 7,57 Rug 9,03 Gewrichten 7,38 Gynaecologisch 8,29 Ledematen 5,69 Griep 6,56 Cardiologisch 5,22 Ledematen 6,20 Totaal 67,88 67,44 Top 5 van het totaal % ziektedagen per aandoening (2008) Mannen Vrouwen Psychosociaal 44,02 Psychosociaal 36,79 Rug 10,15 Rug 10,87 Gewrichten 7,35 Gynaecologisch 9,42 Ledematen 5,16 Ledematen 5,83 Cardiologisch 4,41 Griep 5,50 Totaal 71,09 68,41 Top 5 van het totaal % ziektedagen per aandoening (2009) Mannen Vrouwen Psychosociaal 40,82 Psychosociaal 35,05 Rug 8,76 Rug 9,13 Gewrichten 7,69 Griep 8,47 Griep 6,44 Gynaecologisch 7,94 Cardiologisch 4,16 Gewrichten 5,61 Totaal 67,87 66,20 We zien in 2009 dat psychosociale aandoeningen veruit de meeste ziektedagen opeisen. We noteren op dat gebied een lichte daling. In 2009 waren 36,63% van de ziektedagen veroorzaakt door een psychosociale oorzaak, terwijl in 2008 psychosociale aandoeningen aan de basis lagen voor 38,82% van de ziektedagen. In 2007 was dat 38,72%. In 2009 gaat het vooral om een stijging van het aantal griepziektedagen (71.648 dagen meer dan in 2008, totaal 189.169 dagen), zowel bij de mannen als bij de vrouwen.

Rapport Ziekteverzuim 2009

30


5.1.2. Top 5 ziektegevallen Top 5 van het totaal % ziektegevallen per aandoening (2007) Mannen Griep Psychosociaal Maag en darmen Neus, keel, oren Rug Totaal 1dz

16,08 7,85 6,83 3,56 2,29 36,61 49,13

Vrouwen Griep Psychosociaal Maag en darmen Neus, keel, oren Urogenitaal 1dz

17,50 9,33 7,02 5,10 3,98 42,93 42,90

Top 5 van het totaal % ziektegevallen per aandoening (2008) Mannen Griep Psychosociaal Maag en darmen Rug Neus, keel, oren Totaal 1dz

13,59 7,83 5,93 5,00 3,45 38,80 51,62

Vrouwen Griep Psychosociaal Maag en darmen Neus, keel, oren Rug 1dz

14,93 9,25 6,98 4,95 4,55 40,66 45,01

Top 5 van het totaal % ziektegevallen per aandoening (2009) Mannen Vrouwen Griep 18,31 Griep 20,01 Psychosociaal 7,24 Psychosociaal 8,56 Maag en darmen 5,82 Maag en darmen 6,49 Rug 4,29 Neus, keel, oren 4,59 Neus, keel, oren 3,04 Rug 3,97 Totaal 38,70 43,62 1dz 50,73 1dz 44,43 (EĂŠndagsziekteverlof (1dz) wordt beschouwd als een categorie van ziektegevallen) Het grootste aantal ziektegevallen wordt veroorzaakt door griep. Dit weerspiegelt zich niet zo sterk in de ziektedagen, aangezien het over kortere afwezigheidsperiodes gaat. We zien dat het percentage griepgevallen in 2009 sterk gestegen is t.o.v. 2007 en 2008. Het aandeel psychosociale ziektegevallen daalt zowel bij de mannen als bij de vrouwen. Bij de mannen is dat van 7,83% naar 7,24%, bij de vrouwen van 9,25% naar 8,56%. 5.2. Percentage dagen psychosociale aandoening per leeftijdsgroep Als we de gegevens vergelijken per leeftijdscategorie blijkt dat psychosociale ziektedagen zich in grote mate voordoen in de oudere leeftijdscategorieĂŤn. Hieronder volgen de cijfers voor de leeftijdscategorie van 56 tot en met 65 jaar en de leeftijdscategorie van 46 tot en met 55 jaar. De gegevens worden opgedeeld per provincie.

Rapport Ziekteverzuim 2009

31


5.2.1. Percentage dagen psychosociale aandoening voor de leeftijdsgroep 56-65j 2007 Antwerpen Vl-Brabant Mannen 55,89 60,38 Vrouwen 49,76 52,34

Limburg O-Vl W-Vl Totaal 53,97 52,76 47,90 53,04 56,49 44,60 44,04 50,77

2008 Antwerpen Vl-Brabant Mannen 57,80 56,03 Vrouwen 52,45 51,92

Limburg O-Vl W-Vl Totaal 59,30 48,43 54,50 55,62 57,03 44,08 45,65 50,66

Antwerpen Vl-Brabant 2009 Mannen 54,73 46,88 Vrouwen 49,45 50,44

Limburg O-Vl W-Vl Totaal 58,85 48,86 48,23 52,30 50,00 43,38 45,28 48,01

% dagen psychosociale aandoeningen 56-65j 65 60 55 50 45 40 35 30 25 20

Vrouwen 2007 Vrouwen 2008 Vrouwen 2009 Mannen 2007 Mannen 2008 Mannen 2009

Antwerpen Vl-Brabant

Limburg

O-Vl

W-VL

5.2.2. Percentage dagen psychosociale aandoening voor de leeftijdsgroep 46-55j 2007 Mannen Vrouwen

Antwerpen Vl-Brabant 32,77 43,13 36,14 37,42

Limburg O-Vl W-Vl Totaal 31,22 32,76 36,10 34,65 37,11 32,42 37,75 36,01

2008 Mannen Vrouwen

Antwerpen Vl-Brabant 38,80 43,11 35,91 34,75

Limburg O-Vl W-Vl Totaal 29,19 33,07 32,48 35,30 36,13 32,07 34,35 34,71

2009 Mannen Vrouwen

Antwerpen Vl-Brabant Limburg O-Vl W-Vl Totaal 35,63 34,79 33,65 27,50 25,06 31,22 36,45 35,54 35,98 29,88 30,49 33,95

Rapport Ziekteverzuim 2009

32


% dagen psychosociale aandoeningen 46-55j 65 60 55 50

Vrouwen 2007

45 40 35

Vrouwen 2009

30 25

Mannen 2009

Vrouwen 2008 Mannen 2007 Mannen 2008

20 Antwerpen

Vl-Brabant

Limburg

O-Vl

W-VL

5.2.3. Conclusie 49,95% van de ziektedagen in de leeftijdsgroep 56-65j en 33,36% in de leeftijdsgroep 46-55j is te wijten aan een psychosociale aandoening. Op te merken valt dat - in vergelijking met 2008 - het percentage psychosociale ziektedagen in de leeftijdsgroep 56-65j enkel stijgt voor mannen in Oost-Vlaanderen. In de leeftijdsgroep 46-55j stijgt het percentage psychosociale ziektedagen sterk voor mannen in Limburg en licht voor vrouwen in Antwerpen en Vlaams-Brabant. Er is een algemene daling bij de andere categorieĂŤn, die echt uitgesproken is voor mannen in Vlaams-Brabant en West-Vlaanderen.

5.3. Percentage dagen psychosociale aandoening per onderwijscategorie

2007 Mannen Vrouwen

Ond 41,25 37,74

Dir ParaM 60,11 33,32 54,05 27,15

Opv 42,85 38,10

Admin 20,08 31,09

Tech 40,11 37,86

MVD Totaal 20,95 42,05 28,20 37,36

2008 Mannen Vrouwen

Ond 43,32 37,61

Dir ParaM 59,59 39,29 50,41 26,76

Opv 44,67 36,83

Admin 21,53 29,42

Tech 35,90 33,77

MVD Totaal 27,60 44,02 21,74 36,79

2009 Mannen Vrouwen

Ond 40,42 35,14

Dir ParaM 55,08 20,72 57,56 30,35

Opv 40,78 35,30

Admin 21,97 29,43

Tech 36,54 36,36

MVD Totaal 22,80 40,82 19,96 35,05

Rapport Ziekteverzuim 2009

33


% dagen psychosociale aandoeningen per onderwijscategorie 70 60 50 2007 V 2008 V 2009 V 2007 M 2008 M 2009 M

40 30 20 10 0 Ond

Dir

ParaM

Opv

Admin

Tech

MVD

Als we de onderwijscategorieën vergelijken blijkt dat het directiepersoneel het hoogste percentage ziektedagen heeft als gevolg van een psychosociale aandoening. Percentage van de ziektedagen veroorzaakt door een psychosociale aandoening voor directies per leeftijdscategorie: 2007 psychosociaal Alle categorieën Directiepersoneel

36-45j 33,33 39,50

46-55j 35,68 47,84

56-65j 51,82 65,29

2008 psychosociaal Alle categorieën Directiepersoneel

36-45j 32,17 37,54

46-55j 34,85 42,28

56-65j 52,92 65,02

2009 psychosociaal Alle categorieën Directiepersoneel

36-45j 31,21 46,89

46-55j 33,36 46,29

56-65j 49,95 61,62

Bij het directiepersoneel is vanaf de leeftijdscategorie van 36-45j het ziekteverzuim van psychosociale aard significant hoger dan het gemiddelde van alle categorieën. In vergelijking met 2008 is er in 2009 een sterke stijging in de categorie 36-45j. Het percentage van de ziektedagen veroorzaakt door een psychosociale aandoening voor directies is zelfs hoger voor de categorie 36-45j dan voor de categorie 46-55j.

Rapport Ziekteverzuim 2009

34


6) Controles

6.1. Aantal uitgevoerde controles – opgeleverde resultaat 2007 2008 2009

Controles gewonnen dagen 18.773 8.711 18.901 8.462 18.136 8.990

Met ‘controle’ bedoelen we een controle door de controlefirma naar aanleiding van een ziektegeval. Normaal vindt een controle plaats bij de persoon thuis, maar wanneer die afwezig is, wordt hij/zij uitgenodigd op een tweede controlemoment in een centrum van de controlefirma. Dat noemen we dan een ‘tweede controle’. De ‘gewonnen dagen’ zijn de dagen die na controle niet beschouwd worden als ziektedagen. In 2009 is het aantal controles lichtjes gedaald (onder meer door budgettaire redenen) en is het aantal gewonnen dagen gestegen. In 2009 werden meer langdurige afwezigheden gecontroleerd. 6.2. Aantal uitgevoerde controles uitgesplitst naar de aanvrager van de controle Controles Initiatief Mensura Absenteïsme Initiatief werkgever Initiatief ministerie Initiatief personeelslid Totaal

2007 10.766

% 57,35

2008 10.335

% 54,68

2009 8.980

% 49,52

4.895 140 2.972 18.773

26,07 0,75 15,83 100,00

5.212 123 3.231 18.901

27,58 0,65 17,09 100,00

5.574 119 3.463 18.136

30,73 0,66 19,09 100,00

Het gros van de controles wordt uitgevoerd op initiatief van Mensura Absenteïsme, de controlefirma die is aangesteld door het ministerie voor het uitvoeren van de controles. Binnen de stuurgroep ziektecontrole wordt periodiek overleg gepleegd over het beleid qua ziektecontrole en de accenten die gelegd worden. Het aantal controles dat gebeurt op initiatief van Mensura bedraagt in 2009 minder dan de helft ten opzichte van het totaal aantal uitgevoerde controles. ‘Initiatief personeelslid’ gaat om de aanvraag uitgaande van het onderwijspersoneel zelf voor het toestaan van verlof wegens verminderde prestaties wegens ziekte (2.875) en aanvragen voor een controle alvorens op reis naar het buitenland te vertrekken (588). Er is een opmerkelijke stijging van het aantal controleaanvragen van de werkgevers/ onderwijsinstellingen. We ervaren dat binnen sommige scholengemeenschappen afspraken gemaakt worden over een gezamenlijke aanpak van deze materie. Deze afspraken mogen echter niet tot gevolg hebben dat alle personeelsleden met ziekteverlof gecontroleerd worden. Het ziektecontrolebeleid moet passen in een algemeen ziekteverzuimbeleid. De administratie van het ministerie kan ook controles aanvragen. Dat gebeurt uiterst zelden, voornamelijk wanneer er op basis van binnenkomende informatie of vragen een vermoeden van misbruik is.

Rapport Ziekteverzuim 2009

35


6.3. Aantal tweede controles Van de 18.136 georganiseerde controles in 2009 waren er 3.977 controles (21,93% van het totale aantal controles), waarbij het personeelslid niet thuis was en waarvoor er later een tweede controle plaatsvond in een centrum van de controlefirma. Dat betekent dat er met alle controles samen 14.159 ziektegevallen gecontroleerd zijn. We stellen vast dat het percentage tweede controles iets hoger ligt dan 21%, het gemiddelde percentage bij de andere werkgevers aangesloten bij de controlefirma. De trend is weliswaar dalend. Tweede controle

2007 % 2008 4.750 25,30 4.269

2009 Initiatief Mensura Absenteïsme Initiatief werkgever Initiatief ministerie Initiatief personeelslid Totaal

% 2009 % 22,59 3.977 21,93

2e controle 2.388

controles 8.980

% 26,59

468 33 1.088 3.977

5.574 119 3.463 18.136

8,40 27,73 31,42 21,93

Het probleem van de tweede controles is het grootst bij de aanvragen van het personeelslid, namelijk bij aanvragen voor verlof wegens verminderde prestaties wegens ziekte en aanvragen voor een controle alvorens op reis naar het buitenland te vertrekken. Op zich is dat verwonderlijk, aangezien personeelsleden dan zelf weten dat er controle zal zijn. Tweede controles moeten maximaal vermeden worden, omdat zij een dubbele kost meebrengen en oorzaak zijn dat er binnen het beschikbare budget in totaal minder personeelsleden gecontroleerd kunnen worden. 6.4. Controles van ééndagsziekten Controles voor ééndagsziekten gaan steeds uit van de werkgever, aangezien de controlefirma niet beschikt over deze informatie. Aantal gevraagde controles Afwezig Gewettigd afwezig Niet arbeidsongeschikt Foutieve aanvraag Geweigerde controle

2007 2008 2009 1.718 1.993 2.156 379 483 516 1.266 1.413 1.518 28 21 16 45 75 106 2 1 3

Met foutieve aanvraag wordt bedoeld: bij de controle vertelt het personeelslid dat het thuis was wegens sociaal verlof (ziek kind), omstandigheidsverlof (begrafenis)… Geweigerde controle: als blijkt dat het verhaal verteld aan de controledokter niet juist is volgens de aanvrager van de controle.

Rapport Ziekteverzuim 2009

36


7) Samenvatting en aanbevelingen

1. In 2009 bedroeg het ziekteverzuimpercentage voor het Vlaamse onderwijspersoneel 3,91%. Dat is een lichte stijging t.a.v. 2008, toen het ziekteverzuimpercentage 3,86% bedroeg. In dat cijfer worden alle ziektedagen in rekening genomen, ook de ééndagsziekten. Wanneer we geen rekening houden met ééndagsziekten, gaat het om een percentage van 3,76% in 2009, tegenover 3,71% in 2008. Het ziekteverzuimpercentage voor het onderwijspersoneel wordt positief beïnvloed door de uiterst lage ziektecijfers in vakantieperioden. Dat blijkt uit de cijfergegevens van het aantal zieken gespreid over het jaar. Er werden in 2009 2.385.532 ziektedagen genomen door het Vlaamse onderwijspersoneel. Dat is een stijging van 4,17% of 95.430 dagen t.a.v. het aantal ziektedagen van 2008. Om dat cijfer te interpreteren, moeten we ook rekening houden met een stijging van het aantal personeelsleden. Procentueel steeg het aantal personeelsleden maar met 2,88%. De procentuele stijging van het aantal ziektedagen is dus groter dan de stijging van het aantal personeelsleden 2. De stijging van het aantal ziektedagen is grotendeels te wijten aan de stijging van het aantal dagen ziekteverlof wegens griep. In 2009 waren er 71.648 ziektedagen wegens griep meer dan in 2008. Totaal waren er 95.430 ziektedagen meer. 3. Het aantal ééndagsziekten is in 2009 gestegen met 6,91% of 5.931 dagen, terwijl het globale aantal ziektedagen maar gestegen is met 4,17%. Er is al een aantal jaar sprake van een stijgende trend. Deze evolutie verdient nauwlettende opvolging de volgende jaren. Volgens Mensura is de enige efficiënte maatregel het afschaffen van het ééndagsziekteverlof zonder attest. Alvorens een dergelijke maatregel in te voeren moet die echter meer omvattend onderzocht worden. 4. De psychosociale aandoening blijft ook in 2009 de voornaamste oorzaak van ziekteverzuim. Het gaat om 36,63% van de ziektedagen (40,82% bij mannen en 35,05% bij vrouwen). Dat is wel een daling en een trendbreuk in vergelijking met de vorige jaren. 5. Op het vlak van het gemiddelde aantal ziektedagen opgesplitst per onderwijscategorie zien we vooral een uitschieter bij het meesters-, vak- en dienstpersoneel. Het gaat hier om een uitdovende personeelscategorie met een groter aandeel oudere personeelsleden. Directies, vrouwelijk opvoedend hulppersoneel en mannelijke technische personeelsleden zijn iets meer dan gemiddeld afwezig wegens ziekte. 6. Bij de psychosociale aandoeningen zien we percentsgewijs een oververtegenwoordiging van het directiepersoneel. Waar het gemiddelde percentage afwezigheden om psychosociale redenen schommelt rond de 41% voor mannen en 35% voor vrouwen, loopt dat voor directies op tot 55% voor mannelijke en 57,50% voor vrouwelijke directies. In de leeftijdscategorie van 56-65j is zelfs 65% van de ziektedagen het gevolg van een psychosociale aandoening, terwijl dat voor de totaliteit van de personeelscategorieën in die leeftijdsgroep een kleine 53% bedraagt. Voor het beleid betekent dit dat het ziekteverzuim van het directiepersoneel in de leeftijdscategorie vanaf 56 jaar de volgende jaren extra aandacht verdient, om het ziekteverzuim wegens psychosociale redenen voor deze doelgroep minstens te laten dalen tot het gemiddelde niveau.

Rapport Ziekteverzuim 2009

37


7. In 2009 werden 18.136 controles uitgevoerd door de controlefirma. Het merendeel, 49,52%, gebeurt op initiatief van Mensura zelf, op basis van criteria die zijn afgesproken met de opdrachtgever. Op initiatief van de werkgevers werden 30,73% van de controleaanvragen uitgevoerd. Het ziektecontrolebeleid moet echter passen in een algemeen ziekteverzuimbeleid van de werkgever, anders dreigen er nutteloze controles te gebeuren en komt het controlebeleid van het controleorgaan in gevaar omdat zo het beschikbare budget steeds kleiner wordt. Daarnaast is er ook een stijgende trend in het aantal controles op initiatief van het personeelslid, voornamelijk in verband met VVP-ziekte, het cijfer is gestegen tot 19,09%. Het aantal gewonnen dagen na controle is licht gestegen, omdat in 2009 de controlefirma het lang verzuim meer heeft gecontroleerd dan in de voorgaande jaren. 8. In 2009 werden voor het eerst specifieke gegevens verzameld over het ziekteverzuimpercentage in het buitengewoon onderwijs en de Vlaamse centrumsteden. Voor het buitengewoon onderwijs is er geen opmerkelijk verschil in het ziekteverzuimpercentage met de gemiddelden voor basis- en secundair onderwijs, behalve bij de mannen in het buitengewoon secundair onderwijs waar het ziekteverzuimpercentage meer dan 1% boven het gemiddelde ligt. In de Vlaamse centrumsteden en Brussel is er eigenlijk geen opmerkelijk groter ziekteverzuim dan in de rest van Vlaanderen.

Rapport Ziekteverzuim 2009

38


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Rapport_Ziekteverzuim_2009.pdf by Vlaanderen-be - Issuu