Skip to main content

M&L_21_1.pdf

Page 1

Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap

MONUMENTEN

EN

LANDSCHAPPEN

'dactie Monumenten en Landschappen, Graaf de Ferraris-gebouw Albert ll-laan 20-bus 7 1000 BRUSSEL Tel. (02)553 82 34 - Fax (02)553 80 95 E-mail: Luc.Tack@lin.vlaanderen.be Coördinatie: LucTack Fotografie: Oswald Pauwels Vormgeving en productie: LucTack Zetwerk en secretariaat: Diane Torbeyns Cover: De Westerbegraafplaats te Gent met ondermeer het classicerend tempeltje voor bouwkundige Joseph Kerfyser (1801-1852). (foto 0. Pauwels)

Druk

Internet

Die Keure

Website Monumenten en Landschappen: www.monument.vlaanderen.be

Abonnementsvoorwaarden 2002

Oude Gentweg 108, 8000 Brugge Tel.: (050)47 12 72 - Fax: (050)34 37 68

Redactrecomité

België: 32 € (ook losse nummers verkrijgbaar voor 6 € ) . CJP'ers betalen: 27 € Buitenland: 49,50 c Uw abonnement gaat automatisch in na overschrijving op rek. nr.091-2206040-95 van Monumenten Et Landschappen, Graaf de Ferraris-gebouw, Albert ll-laan 20 - Bus 7, 1000 Brussel met vermelding "MEtL-jaarabonnement 2001". U ontvangt dan alle nummers van het lopende jaar. E-mail: DianeP.torbeyns@lin.vlaanderen.be

Voorzitter: E. Goedleven. Leden: A. Bergmans, J. Braeken, M. Buyle, M. Celis, M. De Borgher, J. De Schepper, M. Fierlafijn, J. Gyselinck, A. Malliet, V. Meul, G. Plomteux, L. Tack, S. Van Aerschot, Hedwig Van den Bossche, Herman Van den Bossche, P. Van den Bremt, Ch.Vanthillo, L Wylleman.

Advertentiewerving De Ganzerik, J. Casier Maalsesteenweg 73, 8310 Sint-Kruis Tel.: (050)36 25 89 - Fax: (050)37 33 64

h

n

Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap Departement Leefmilieu en Infrastructuur Administratie Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Monumenten en Landschappen Luc Tack Afdeling Monumenten en Landschappen, Graaf de Ferraris-gebouw Albert ll-laan 20-bus 7 1000 BRUSSEL Tel.: (02)553 82 36 - Fax: (02)553 80 95 E-mail: Luc.Tack@lin.vlaanderen.be De verantwoordelijkheid voor de gepubliceerde artikels berust uitsluitend bij de auteurs. Alle rechten voor het reproduceren, vertalen of herwerken zijn voorbehouden.

Zonder schriftelijke opzegging voor het einde van elk kalenderjaar, wordt een abonnement automatisch verlengd voor de volgende jaargang. Tussentijds kunnen geen abonnementen worden geannuleerd.

1

Verantwoordelijke uittiever

iÉ

A

' H i s t o r i s c h e t u i n e n en p a r k e n ' meer dan groen op maat Herman van den Bossche

20

Waar de tijd van geen tel is: De vakafdeling funerair erfgoed Marcel M. Celis

46

Als de nood het hoogst is... 20 j a a r vakgebied a r c h i t e c t u u r Walter Slock en Willem Hulstaert

55

Hotel Errera. R e s t a u r a t i e en r e h a b i l i t a t i e tot a m b t s w o n i n g van de Vlaamse r e g e r i n g Pieter Truijens

63

Summary


Wij hebben allemaal bescherming nodig, maar niet allemaal dezelfde Duivenmest is door zijn agressieve chemische bestanddelen één van de belangrijkste oorzaken van onomkeerbare beschadigingen aan gebouwen en monumenten. Maar er is meer! De duif, maar vooral de duivenmest, brengt naast het cultuurpatrimonium ook onze gezondheid in gevaar door overbrenging van ziekten zoals ornithose, salmonella, psittacosis, e.a

Nu is er echter BIRDHX (een gamma diervriendelijke afschrikkingsmiddelen dat de duiven voorgoed weg houdt van monumenten en gebouwen. Wilt u er meer over weten, neem dan vrijblijvend contact met ons op.

P.E.C. International n.v. Verbindingsstraat 2. B-9100 St.-Niklaas Tel.: (03)776 84 39 - Fax: (03)777 35 09

Uw patrimonium,.. onze zorg Reeds meer dan 20 jaar restaureren, renoveren en beschermen wij gebouwen en waardevolle monumenten. Reiniging, restauratie en renovatie van gevels Restauratie en conservatie van steen Traditionele zuivere kalkpleisters en kaleilagen Mineraalverven en silicaatpleisters Cement- en kunststofgebonden gevelpleisters Warmte-isolerende pleistersystemen Betonherstelling en -bescherming DuivenwerJng Houtworm- en zwambestrijding Polylneerchemische houtrestauratie en -versteviging Brandremming op hout, beton en metaal Injectiewerken

Vochtwering en waterdichting Renovatie- en verbouwingswerken Referenties op aanvraag

Onze vaklui worden begeleid door gespecialiseerde ingenieurs en kunsthistorici

Solar Tel.: 03-766.11.66 - Fax: 03-777.35.09 Kleine Breedstraat 33 - B-9100 SINT NIKLAAS Erkend aannemer cat D k l 1. o c a t D l kl 3. D21 kl 3. D24 kl 4

E v e n w i c h t tussen w e t e n s c h a p en v a k m a n s c h a p

RÖFIEL

RESTAURATIE & MONUMENTENZORG Oostveldkouter 26 • 9920 Lovendegem

Meubilair (wel en niet gepolychromeerd) Sculptuur (steen en hout) • Leder Boaemvondsten (hout en leder) Schilderijen (paneel en doek)

ONDERZOEK & BEHANDELING Lauwers M. Van Der Biest L. Vandenborre H. FAX

09/372 03/771 09/372 09/372

63 44 63 63

03 66 03 03


Kalk voor de restauratie, renovatie en decoratie van ons patrimonium!

UNILIT

CORIDECOR • CORICAL: een minerale verf op basis van vette luchthardende kalk, marmerpoeder en natuurlijke kleurstoffen

• Bindmiddelen op basis van natuurlijke hydraulische kalk om te metselen, voegen en pleisteren

• Marmerafwerkingen MARMOLUX, CORISTIL, DECORLUX, VENESTUK

• Kant en klare mortels op basis van natuurlijke hydraulische kalk

• Hecht-, grond- en afwerkmortels • Saneringsmortels tegen optrekkend vocht & vochtige muren • Thermische & akoestische isolatiemortels • Injectiemortels voor stabilisatie en statische verankering

HD SYSTEM GRUPPO TASSULLO spa

)Ainüre Chris VOET Tel.: 052 46 02 43 Fax : 052 46 35 77 GSM : 0475 26 72 89 E-mail: chris.ady@compaqnet.be

Maud BONNEVIE Tel./Fax:08l 58 35 99 GSM : 0475 26 73 25 E-mail: bertbn#tiscalinet.be

<fi San (Rgmedio

Arte Arte Constructo bvba Molenberglei 18 B-2627 Schelle Tel.: 00 32 3 880 73 73 Fax : 00 32 3 880 73 70 E-mail: infotfarteconstructo.be Web: www.arteconstructo.be


Herman

van den Bossche

'HISTORISCHE TUINEN EN PARKEN' - MEER DAN GROEN OP MAAT

.>:*' De oranjerietuin in

dralvenserre.

oudsher bekend is

de Museumtuin van

De laurierbomen

om zijn kwaliteits-

Gaasbeek vanuit

komen uit Jabbeke

laurleren

het westen met de

in de buurt van

(foto Herman van

overgeplaatste

Brugge, dat van

den Bossche, 2000)

De vakafdeling 'Historische tuinen & parken' heeft

administratieve complexiteit of met geringe

als taak derden bij te staan in hun omgang met

beschikbare middelen. De vakafdeling werkt

historische groene ruimten en met de inrichting

steeds nauw samen met de initiatiefnemer, dat is

van het beschermd openbaar domein. Die bijstand

private persoon of instelling, een gemeente- en

beperkt zich niet tot het verstrekken van adviezen

provinciebestuur of een aanverwante beleidsveld

(het leeuwenaandeel), ook doet ze zelf voorstel-

binnen het ministerie van de Vlaamse gemeen-

len, werkt ze concepten en ontwerpen uit.

schap. Het artikel wil aan de hand van een aan-

Haar opdracht beperkt zich tot het uitwerken van

tal voorbeelden illustreren rond welke thema's de

dossiers met ofwel een voorbeeldfunctie ofwel met

vakafdeling werkt.


HFT VOORMALin SPHnOLMUSEUM FN DF HORTUS MICHFI THIFRY IN GFNT: AANVAIMKFI I IK AFGESCHREVEN MAAR SUCTFSVOI NIFUW [EVEN INGFRIA7FN m In een populaire sensibiliseringsbrochure uit 1978 ter gelegenheid van een renovatieproject voor Sluizeken-Muide door het Gentse stadsbestuur kon de wijkbewoner nog lezen: 'Door de omleiding van de huidige stadsring, richting Rabot, kan de uitbouw van een wijkpark worden gerealiseerd langs de Blaisantvest-Geuzenberg. Dit kan samengaan met de aanleg van een wijkpark tussen vogelzang en Berouw. Er ligt daar ergens een grote tuin met oude bomen en een vijver incluis'. Het levenswerk van schoolmeester Michel Thiery, gelegen aan het Berouw, dat in de jaren dertig in de wetenschappelijke literatuur over pedagogie en didactiek nog doorging als schoolvoorbeeld van een plantentuin bij een schoolmuseum met uitstraling tot ver buiten de landsgrenzen, bleek uit het collectief geheugen gewist en herleid tot een groene ruimte die aan herbestemming en herinrichting toe was. De verhuis van het schoolmuseum naar de Sint-Pietersabdij was daar vanzelfsprekend niet vreemd aan. Door de inzet van de Gentse professoren Paul Van der Veken, Jan Hublé en Luc Daels, werd de plantentuin in 1980 op initiatief van de vakafdeling als stadsgezicht beschermd. Door de oprichting van

T Verzorglngswerken

met advies van met

aan de gewone

oud-collega Arthur

trompetboom in de

De Haeck

plantentuin 'Michel

(foto Herman van

Thierry' te Gent

den Bossche. 1986)

een stedelijke wetenschappelijke beheerscommissie en onder impuls van het toenmalig gemeentebestuur en door de stuwende medewerking van het schoolmuseum in de Sint-Pietersabdij werden de plantentuin en de lokalen van het voormalig schoolmuseum ingericht tot plantenaardrijkskundig museum van boven lokaal belang. De plantentuin Michel Thiery maakt intussen deel uit van de groep van Belgische plantentuinen. De vakafdeling heeft hierbij steeds een conservatief standpunt ingenomen: het concept en de realisatie van Michel Thiery, hoewel intussen deels wetenschappelijk achterhaald, toch maximaal en zo lang mogelijk bewaren. Na twintig jaar bescherming ligt de tuin er meer dan ooit dynamisch bij.

DE DA VINCI-TUIN EN DE BINNFNTUIN IN DE ABDIJ VAN TQNGERID De zogenaamde da V i n d tuin verbindt het abtshuis uit 1725-1728 met het da Vinci-museum (1966) dat de vroeg 16 c eeuwse replica op doek van Leonardo da Vincis wereldberoemde muurschildering 'Het Laatste Avondmaal' uit het dominicanenklooster van de Sa. Maria delle Grazie in Milaan herbergt. De ommuurde tuin bestond uit een groot grasveld, en centraal pad naar het museum en een zijdeling ingeplante loofgang (XXa) van bruine beuk (Fagus sylvatica 'Atropunicea'). Tijdens de zomermaanden was het centrale pad steevast afgeboord met twee borders met zonnebloemen in alle mogelijks denkbare kleurenvarianten van laag naar hoog. In de periode 1991-1992 stelde de vakafdeling de herinrichting van de tuin voor. Reconstructie bleek door gebrek aan informatie uitgesloten. In overleg met de Heren werd geopteerd voor een gemakkelijk te onderhouden parterretuin met grasperken (a l'angloise) en een omlopende brede, strak geschoren haag van zaailingen van gewone taxus (Taxus baccata) als begeleidend plate-bande. Vanaf de 'piano nobile' ademt de tuin met zijn verwijzingen naar het midden van de 18 ': eeuw een zelfde rust uit als de classicistische architectuur van het abtshuis. De Heren voerden de werken in eigen beheer uit en lieten daartoe 10.000 eenjarige taxusplantjes uit Nantes in Frankrijk overkomen. Aangeplant in zwarte plastic groeiden ze met rassenschreden. De belendende binnentuin kreeg een eenvoudig assenkruis en een rondweg in platines. In de vier grasvlakken is plaats voor boerencrocus (Crocus tommasinianus), de blauwe tuinvorm van de boshyacint (Hyacinthoides hispanica) en madeliefje (Bellis perennis).


• Zicht op het 18*eeuws abtskwartier van de abdij van Tongerlo vóór de

ALPEN BIESEN OF FFN NIFUWF TUIN NAAR OUD MODFI O)

transformatie. Zonnebloemen in soorten kleurden steevast de borders langs het middenpad (foto Herman van den Bossche. 1988)

Uitzicht op de 'Da Vinci'-tum vanuit het middenraam op de 'piano nobile', de eerste verdieping van het abtskwartier (foto Kris Vandevorst, 2002)

&L

De Oranjerietuin en de tuin van de Landcommandeur van Alden Biesen zijn in de 10 jaar van hun bestaan op vlak van beplanting toch wel sterk geëvolueerd, zowel qua plantensoorten als qua plantwijze. Intussen staat Bos & Groen, in overleg met de vakafdeling, in voor het onderhoud. De bolgeknipte jeneverbessen (Juniperus virginiana) die twee aan twee in de perken van de tuin van de landcommandeur aangeplant waren, kwijnden vanaf het begin en werden twee jaar geleden vervangen door een wilgbladige perensoort (Pyrus salicifolia 'Pendula' ) met sterk afhangende takken. Deze soort met zilverkleurige bladonderkant laat zich namelijk uitstekend op bol snoeien. De perken met purperbladige salie (Salvia officinalis 'Purpurascens') werd vervangen door twee mosschatarozen van wijlen Louis Lens, de rozenveredelaar met wereldfaam uit Onze-Lieve-Vrouw-Waver, namelijk Rosa mosschata 'Gravin Michel d'Ursel' en Rosa mosschata 'Alden Biesen'. Minder opvallend maar ingrijpend was het weghalen van de binnenste rij buxusplanten uit de plate-bandes, waar de sierplanten al te zeer in de verdrukking kwamen. Een eerdere verandering sloeg op de plantwijze van de voorjaarsbloeiers. Aanvankelijk werden bijvoorbeeld de tulpenbollen aangeplant in groepjes van een zelfde ras, zoals in de Keukenhof in Lisse. Die moderne plantwijze werd vrij snel bijgestuurd: de tulpen zijn nu aangeplant volgens bekende barokke, gemengde schema's, bijvoorbeeld golvend in A B C D E D C B A B C D E of repetitief in ABCDEABCDE, zodat geen tulp naast een exemplaar van hetzelfde ras bloeit. Inventiviteit en nauwgezetheid zijn jaar na jaar nodig om de diverse tulpenrassen uit elkaar te houden.

• Het eerste |aar

de moderne plant-

waren de tulpen In

wijze ii de

de oranjerietuin van

Keukenhof in Lisse

de landcommanderij

in Nederland

Alden Biesen nog

(foto Herman van

aangeplant volgens

den Bossche, 1991)

T Vanaf het derde

plant volgens het

jaar werden de

historisch correcte

tulpen m de

plantschema

Oranjerietuin van de

ABCDEABCDE.

landcommanderi)

(foto Herman van

Alden Biesen aange-

den Bossche. 1998)


Grondplan van de l|ze™eide met intekening van de 'scheur' of 'barst' in het weiland en de gewone essen met breed piramidale kruin (Fraxinus excelsior 'Westhofs Glorie') en met piramidale kruin (Fraxinus excelsior 'Eureka') (plan Herman van den Bossche, 1994)

DF IJ7FRWFIDF IN niKSMUIDF. GFWIJDF fiROND TF WIJDS BEVONDFN In 1994 was het ontwerp voor een nieuwe crypte reeds in een vergevorderd stadium. Het Ijzerbedevaartcomité droomde intussen van een ingreep op de bedevaartweide zelf: twee grote bloemenperken, waarvan een met een gestileerde klaproos en een met een blauwvoet, beide prachtig te bewonderen vanuit de panoramazaai van de Ijzertoren. Het uiteindelijk ontwerp zou er heel anders uitzien. De vakafdeling stelde voor om in een brede strook langs de randen van de bedevaartweide 138 vredesbomen aan te planten, tegelijk strak en toch los in het gelid aangeplant, als fruitbomen in een oude, uitgedunde boomgaard. Gewone essen (Fraxinus excelsior) werden het in twee cultivars: 123 stuks van de breedkronige 'Westhof's Glorie' en 15 exemplaren van de smalkronige 'Eureka'. O p termijn zullen de essen voor beschutting tegen zon, regen en wind zorgen; het uitgestrekte weiland ook een wat menselijker schaal geven. Soms mislukt een opzet, ondanks de goede zorgen. O p de bedevaartweide werd een brede, slingerende

strook gras weggehaald en vervangen door een ander type gras, lichter van kleur en schraler. Niet echt te duiden voor wie in het gras staat, maar vanuit de panoramazaal van de Ijzertoren zich in drie armen als een soort grillige melkweg over het terrein uitstrekkend en de betonnen schijf met gras als bedaking van de nieuwe crypte vluchtig rakend. In 1996 was van dit poëtisch opzet echter niet veel meer te bemerken.

TIFNFN: PATFRSKFRK: FFN TUIN MFT DF LOKALF BRABANTSF VOFT A I S MAATSTAF (3) Na de brand van de Paterskerk in 1976 duurde het tot 1994 tot de ruïne geconsolideerd werd. Het restauratieproject voorzag in de middenbeuk en zijbeuken van de kerk een grasmat met een centraal pad en een grasvrije strook langsheen de kerkmuren. Men koos er voor dolomiet. Door tussenkomst van de vakafdeling bij het gemeentebestuur via de betrokken ROHM-cel werd van die weinig geïnspireerde oplossing afgezien en verzocht het gemeentebestuur de vakafdeling om hen tevens bij


A De voormalige begijnhofkerk, in Tienen gekend als de Paterskerk, gezien vanuit de tumsite bi{ de aanvang van de restauratie (foto Herman van den Bossche, 1996)

staan in he: uitwerken van een concept voor de aloude ommuurde tuinsite naast en achter de kerk. Omdat het restauratiedossier in uitvoering was, werd gekozen voor stroken dolomietverharding langs de kerkmuren en de zuilenrijen en voor centrale grasperken in de midden- en zijbeuken: als 'carpetten' op een 'parket'. De tuin zou bestemd zijn voor de buurtbewoners en het nabijgelegen schooltje. Omdat de tuin 's avonds afgesloten wordt, ontstond de idee om de site te concipiëren als een private tuin, opengesteld voor het publiek. Een opzet dat beter in overeenstemming was met de geest van de plek: geen stereotype opstelling van een zitbank, vuilnisbak en verlichtingspaal om de zoveel meter uit de gebruikelijke visie op openbaar groen. Een plantentuin die alle bladtypes uit de plantkunde herbergde voor de herbaria van de schoolkinderen; met voorjaarsbloeiers en herfstkleuren; met fruitbomen en een waterpartij vol waterplanten en vijverfauna. De gekozen maatvoering was ongewoon en werd aanvankelijk aanzien als onwerkbaar, de aloude lokale voet: 27,53cm. Maar juist die maatvoering zorgde ervoor dat de nieuwe tuin zich naadloos inpaste in de historische omgeving die ook uit die maateenheid ontstaan was.

DE MIISFUMTUIN IN fiAASRFFK: TELETIIDMACHINF EN I FVFND LABORATORIUM De Museumtuin van Gaasbeek kwam tot stand in 125 werkdagen (oktober 1996 - mei 1997) door een samenwerkingverband tussen AMINAL en A R O H M . Bos&Groen (Vlaams-Brabant) was initiatiefnemer en bouwheer en staat in voor het

M&L

onderhoud. De vakafdeling 'Historische tuinen & parken' stond mee aan de wieg van het project en werkte het basisconcept uit. ROHM-VlaamsBrabant, cel Stedenbouw stond in voor feedback en de stedenbouwkundige vergunningen. De idee rees met het terugvinden van de ingekleurde plannen met de indrukwekkende leifruitcollectie van Van Cromphout, de regisseur van Marie Peyrat, de kasteelvrouw die in 1922 haar domein naliet aan de Belgische staat. In de jaren daarvoor had zij het kasteel in neo-Vlaamse renaissancestijl laten transformeren door arch. Charles-Albert. De Museumtuin is anderhalve hectare groot en werd bedacht en ontworpen als een ommuurde kasteelmoestuin uit het einde van de 19 c eeuw met als doel fruit- groenten- en plantenrassen en teelttechnieken van de ondergang te redden. Hij situeert zich in een deel van wat in de 17 c eeuw de 'Nieuwen Rozenhof' was en nadien 'pépinière' en stortplaats. Hij bestaat uit drie 'kamers': de groenten- en fruittuin, de kleinfruit-en notentuin en de pruimenboomgaard op halfstam.


Vlaanderen stond in de tweede helft van de 19 e eeuw mee aan de top van de Europese tuinbouw. De 'beredeneerde snoeiwijze' (la taille raisonnée) van leifruit, een uitvinding van Belgische fruittelers als De Beucker, vond toen over de gehele wereld ingaan. Hield men voordien weinig rekening met op welke tak het fruit zich ontwikkelde — als men maar een min of meer regelmatige kruinvorm aanhield — met de beredeneerde snoeiwijze deelde men de gesnoeide boom in moeder- of gesteltakken, hierop draagtakken of hun beginsel, hierop hetzij enkel vruchthout, hetzij vervangingstwijgen en bepaalde men waar jaar na jaar de vruchtzetting plaatsvond. De leifruitcollectie in de Museumtuin met zijn vaak bizarre 19 e eeuwse snoeivormen kent intussen Europese faam. De bijdrage van de vakafdeling

De nieuwe tuin bij

in het jaar van de

de voormalige

aanleg

begijnhofkerk in

(foto Herman van

Tienen op maat van

den Bossche, 1997)

de Brabantse voet

De boventuin van

aan het project Museumtuin is niet gestopt met de realisatie van het ontwerp. Er is nog steeds regelmatig overleg over de jaarthema's in de groenten en over bijzondere teelttechnieken. Zo wist de vakafdeling in 1999 in Japan een gespecialiseerd bedrijf dat fruitzakjes vervaardigt, te vinden en 10.000 zakjes te laten verschepen. Tot de jaren 50 werd ook in onze contreien keurfruit gedurende de groei- en rijpingsperiode aan de boom in een speciaal daartoe vervaardigd papieren fruitzak verpakt. Het resultaat was verbluffend: groter en zoeter fruit dat tijdens de rijping niet door ziekten of insecten belaagd werd. Omdat in de 19 L-eeuwse groententuin zelf de natuur ook een handje geholpen werd, vond de vakafdeling ook de adressen, waar Bos&Groen glazen meloen- en lantaarnklokken en grote en kleine terracotta bleekpotten kon aankopen. De vakafdeling maakte tevens het basisontwerp van de zogenaamde boventuin: oorspronkelijk de 17 e -eeuwse terrastuin die in de 19 c eeuw dienst deed als 'Italiaanse' promenadetuin vanwaar de kasteelbewoners en hun gasten flanerend uitkeken op het omliggend Brueghel-landschap. De tekening van het parterre werd niet weerhouden, omdat het als te gewaagd voor de plek werd aanzien. Toch werd vooral onder druk van de vakafdeling het witmarmeren waterbekken van het voorplein opnieuw naar de boventuin verplaatst. De hoge taxushagen van de oranjerieperken en de taluds met seringencollectie werden gerealiseerd. Verder ook de 19 t c eeuwe gietijzeren vazen met in de zomermaanden hun talrijke cultuurvariëteiten van meerkleurige bladpelargoniums: een lust voor het oog en een niet mis te verstane knipoog naar de 19 c eeuw. Een massieve, gerivetteerde plaatstalen poort op stalen frame sluit de boventuin van de Museumtuin af.

Gaasbeek met snoeivormen, met buxus omrande eenjarige bloemen en grasperken als alternatief voor het niet uitgevoerd project (foto Herman van den Bossche, 1998)

M&L


• Niet uitgevoerd project ïoor het perk in de 'italiaoiserende' • "

^

boventum van de Museumtuin te Gaasbeek met centraal de herplaatste, gerestaureerde fontein van het voorplein. Groen staat voor gras, wit voor

.

buxus en rood voor door buxus omsloten bloemenperkjes: een print van geaderd

.-•I- •

carraramarmer als

/

pendant voor de dramatische luchten

«

boven Gaasbeek

^

(plan Herman van den Bossche, 1994)

\ ^ -

'

Il

a

i "^

"

De gezwarte, giet-

geven de boventum

De spaherhekken

de notentuin.

voor de afgietsels

ijzeren vazen met

de gewenste

met leipruimen op

De ^''-eeuwse,

op de gesloten

bontbladige

eeuwse uitstraling

de lengte-as van de

terracotta Doulton

balustrade van de

pelargoniums op de (foto Herman van

museumtuin als

vazen op de pijlers

boventum

gesloten balustrade

afscheiding tussen

in de moestuin heb-

(foto Herman van

de kleinfruittuin en

ben model gestaan

den Bossche, 2000)

]')''•

den Bossche, 1999)

van de keermuur

IFIJVFN: DF ABDII VAN VI IFRRFFK TF KFSSFI-IO De kerkfabriek van de parochie van Onze-LieveVrouw in Kessel-Lo is eigenaar van de abdijgebouwen en -gronden. En hoewei de abdijsite publiek toegankelijk is, verhuurt de kerkfabriek er van

oudsher de woningen en de twee boerderijen binnen de muren aan private personen. Daarenboven huist er in de voormalige kloostergebouwen nog een lagere school. In de kelderverdiepingen vonden de jeugdverenigingen onderdak. Drie overwegingen deden de vakafdeling besluiten om een concept voor de open ruimte intra muros


r-J 7

Het concept voor de abdij van Vlierbeek in Kessel-Lo bij Leuven. De nadruk ligt op het autovrij maken van het voorplein, het slopen van niet vergunde constructies, het deugdelijk omhagen en herinrichten van de 19''eeuwse tuin en het ontsluiten via een rondweg van de boomgaard en de I8d'-eeuwse tuinsite op het voormalig eiland met verdwenen belvedère van de abt (plan Herman van den Bossche, 1997)

uit te werken. De kerkfabriek doet grote inspanningen om haar rijke erfgoed in stand te houden en te restaureren, getuige de binnenrestauratie van de kerk. Private huurders palmden meter na meter open ruimte in en privatiseerden haar, zodat de toegankelijkheid sterk inperkt werd. Met kleine, hedendaagse ingrepen kan men in Vlierbeek wonderen doen: naar herstel, verfraaiing, publieke toegankelijkheid en zelfs naar het evoceren van aspecten van het luisterrijk verleden toe. Intussen zijn de boomgaard met verwijzingen naar deze uit de 17 L eeuw en de haagbeukenhaag rondom de 19 ^eeuwse romantische tuin bij het abtenkwartier uitgevoerd door de stedelijke groendienst van de stad Leuven. Ook zijn - op een paar na - alle sluikconstructies afgebroken. De rondweg in grove dolomiet in de boomgaard is gerealiseerd. De kerkfabriek kreeg voor haar project in de abdij van Vlierbeek in 1999 aanzienlijke financiële steun uit het AardgasNatuurfonds. De technische dienst van stad Leuven staat intussen in voor de infrastructuur- en wegenwerken op het beboomd voorplein van de abdij.

HOTEL FRRFRA: EFN GECONSOUSEERDF FREKQER UIT 1R7? De binnenkeer van het Hotel Errera aan de Koningstraat in Brussel verkreeg met de jaren een classicistische dispositie van de zuiverste eenvoud. Deze werd zorgvuldig geconsolideerd en gerestaureerd na de restauratiewerken aan de gebouwen zelf. De kasseien werden op identieke wijze herplaatst en waar nodig met dezelfde soort aangevuld. De classicistische dispositie van de koer van het hotel met zijn tweezijdige schijnsymetrie over de lengteas noopte tot een gepaste 'groene aankleding'. De vakafdeling stelde voor 8 houten oranjeriekisten te plaatsen naar een model van meester schrijnwerker R O U B O fils, gepubliceerd in 'L'art du menuisier ébéniste' uit 1774. Geopteerd werd voor een oranjeriekist met scharnierende zijpanelen, bijeen gehouden door een vernuftig metalen hang- en sluitwerk. Een detail dat aansluit bij de talrijke snufjes en technische hoogstandjes die het interieur van de woning vertoont. De stijlen van de kisten zijn gemaakt uit Franse eik, de regels zijn uit tamme kastanje en de panelen uit gewone robinia. De bodem van de kist bestaat uit


WIIIVFRINGFM BFAUVODRDF: HFT PITTORFSK VFRLEDFN TRACHTFN VASTTE HOUDFN Er vooralsnog onvoldoende historisch onderzoek verricht naar de oorsprong en de ontwikkeling van de tuinen bij het kasteel van Beauvoorde om definitieve uitspraken te doen. Dergelijk onderzoek dient zich voorlopig niet aan. Willen wij echter een beleid voeren dan moeten nu opties op de toekomst genomen worden. Beheer en onderhoud laten zich niet uitstellen. Bij gebrek aan historisch onderzoek probeert de vakafdeling via een literaire analyse en de methode van de retoriek een samenhangend toekomstbeeld voor de tuinen van het kasteel van Beauvoorde te schetsen en daaruit een consistent beleid te distilleren en een voorbeeld te stellen. In Unepage d'histoire de la féodalité au Pays de Fumes. Le Fief-manoir dit "Ie Chateau de Beauvoorde" a Wulveringhem (1408-1900), son origine probable, sa chronique, ses possesseurs, sa description, etc.; publiceert Arthur Mergelynck (1853-1908) twee tuinplannen: één met de zogenaamd historische toestand (1598-1663-1691) en één met de bestaande toestand naar een ontwerp van de Gentse landschapsarchitect en boomkweker Edmond Peynaertvan Geert, juist geteld drie regels aan de tuinen van Beauvoorde. Wat niet per se betekent dat Arthur Mergelynck geen interesse toonde voor de aloude tuinsite bij het kasteel. Jo Tollebeek van de KU Leuven, dep. Geschiedenis schreef dit voorjaar in opdracht van de SVE een boeiende tekst voor een voordracht over Arthur Mergelynck en het Kasteel van Beauvoorde. Hij heeft het over de figuur van Mergelynck, diens sociale en culturele'umwelt', de restauratieopties voor het kasteel, de aanpak van de interieurs, de uitbouw van de kunst- en boekencollectie en de verzameling oude gebruiksvoorwerpen, e t c De tuinen laat hij echter buiten beschouwing. Toch licht de auteur een tipje van sluier op wanneer hij de jonge Mergelynck tijdens één van de tochten in september 1874 doorheen de kleine dorpen van Veurne-Ambacht over Beauvoorde laat zeggen: 1 Arrivés a destination nous fümes frappés de l'attrait particulier que présentaient ces localités'. En hij voegt toe: 'Voor Mergelynck bezatten dorp en kasteel

Het beschaduwd kasteel van Beauvoorde nabi| Veurne vanaf de straatkant (foto Herman van den Bossche, 2000)

alle eigenschappen van wat in de artistieke traditie inderdaad als 'schilderachtig' werd aangeduid. Die pittoreske indruk zou Mergelynck de volgende jaren bewust trachten te versterken'. Een mogelijk antwoord op de vraag, hoe Arthur Mergelynck de tuinsite rondom zijn gerestaureerd kasteel zag, ligt mijns inziens onder meer besloten in de contemporaine definities die men aan de begrip 'pittoresk'm relatie tot het begrip 'schoonheid' gaf. In 1879 schrijft de toonaangevende Franse landschapsarchitect Eduard André hierover in zijn opus magnus: Les qualités du beau et du pittoresque peuvent parfois se confondre, mais souvent elles sont opposées. Les unes sontfondées sur la douceur, les autres sur la rudesse. Ainsi la symétrie, qui s'accorde avec le beau, est contraire au pittoresque. Un arbre de forme


Het kasteel met zi|n

koppen' en de wal.

toegangsbrug en

'Behouden gaat hier

oude lindebomen

vóór vernieuwen'

als overgang tussen

(foto Herman van

het pad in 'kinder-

den Bossche, 2000)

reguliere et dans la plenitude de son développement est beau; irregulier, il est pittoresque... Dans les êtres vivants tout signe de maladie est exclusifde la beauté. Cicéron l'a dit: "La beauté et la perfection de corps ne peuvent être séparées de la santé"? Cependant nous savons q'un être malade peut rester pittoresque, qu'il soit arbre ou animal... Un vieux moulin, des arbres morts, nous donnent l'idée actuelle du pittoresque et en mème temps de la beauté quils ont possédée autrefois... Le pittoresque excerce sur nous tine seduction que la beauté seul ne saurait produire. Een pittoreske tuin voor een schilderachtige site In de ontwerpleer voor landschapsarchitecten staat het begrip pittoresk echter niet uitsluitend synoniem voor schilderachtig of als tegenpool van het schone. Het zegt ook iets over de schaal van tuinen, over de architectuur, over de aard van de beplantingen die ontwerpers moeten respecteren bij het concipiëren van een pittoreske tuin. De creatie van een tuin met pittoresk karakter {le genre pittoresque ou sauvagè), dit in tegenstelling tot tuinen en parken met riant karakter {legenregai ou riant) of uitgestrekte parken met groots k a r a k t e r ^ genre noble ou grandiose) bood aan Mergelynck dé oplossing om de pittoreske aanblik van de kasteeltuinen rondom zijn gerestaureerd kasteel te versterk e n. ( 6 )

Het tuinconcept van Peynaert-van Geert combineert eerbied voor het verleden met nieuwe inzichten. De kasteelmotte en de kasteelgracht, de buitenomwalling, de aloude kasseiweg, een deel van de boomgaardsite en de locatie van de oude lusthof worden geïntegreerd in een tuinconcept dat voorziet in een greenbelt of bomengordel en een rondweg aan de binnenzijde van de buitenwal en een netwerk van paden die de overgang markeren tussen de greenbelt, de kasteelomwalling, de grasperken, de bomenpercelen en de parterretuin. Het neerhof en met aanhorigheden verdwijnen voor het grootste gedeelte samen met hun omwalling. Het park vandaag: een aanzet tot evaluatie Het kasteelpark van Beauvoorde vertoont vandaag — naast tal van conflictsituaties — een aantal specifieke, sterke, maar tegelijk efemere intrinsieke kwaliteiten. Die kwaliteiten zijn in de eerste plaats het resultaat van de natuurlijke verouderingsprocessen van de biotische en de abiotische elementen in het ontwerp van Peynaert-van Geert . Zij konden zich echter ontplooien dankzij een gelukkig samengaan van een lijdzaam onderhoud , van interessante bodemgebonden fyto-sociologische ontwikkelingen en van het privaat karakter van het park. (13) Kunnen wij vandaag in het kasteelpark van Beauvoorde het begrip 'pittoresk' nog definiëren en inhoud geven? Het kasteelsite van Beauvoorde is de voorbije 120 jaar uitgegroeid tot een volwassen park, waarin de snelgroeiende houtsoorten de climaxfase bereikt hebben en de waardevolle boomsoorten in volle wasdom zijn. Door het lijdzaam onderhoud van de voorbije decennia hebben talrijke bomen zich ontwikkeld tot schilderachtige exemplaren met bochtige stammen, uitgescheurde takken en onevenwichtige kruinen. Een aantal fundamentele vragen dringen zich meteen op. Moeten wij deze schilderachtige bomen niet eerder koesteren in plaats van ze in het kader van saneringswerken volgens het boekje overmatig te verzorgen of te verwijderen? Hebben de hoog opgesleunde Grootbladige linden (Tilia plattyphyllos) van het voorplein en de plantie op de lusthof niet iets van de schilderachtig-


held van de vermaarde bomen op het schilderij Het Laantje van Middelharnis uit 1689 van Meindert Hobbema? 0 5 ' Moeten wij de afgekalfde oevers van de kasteelomwalling niet als pittoresk element in stand proberen te houden eerder dan ze opnieuw te betuinen? Moeten wij - in het kader van een efficiënter maaibeheer - op termijn elke oneffenheid uit de grasvelden halen? Bepalen deze oneffenheden niet juist de mate van schilderachtigheid van de grasvelden?*' En dragen zij met hun eigen schilderachtigheid niet bij tot de schilderachtigheid van de bomen? Moeten wij de boomgaard aansluitend bij de buitenwal niet aanvullen met lokale fruitrassen?' 1 Boomgaarden zijn toch bij uitstek pittoresk? Relict van cultuur, refugium van natuur Tuinen en parken - ook deze in landschappelijke stijl — maken een 'natuurlijk' verouderingsproces door. De sierbeplantingen groeien uit tot bomengroepen en heestermassieven. Magere gazons groeien soms uit tot botanisch interessante schrale graslanden. Inheemse plantensoorten eisen spontaan hun plaats op. Voorjaars knol- en bolgeofieten vestigen zich in de kruidlagen onder de bomen. Zaailingen van gewone lijsterbes (Sorbus aucuparid), gewone taxus {Taxus baccata), grootbladige linde {Tiliaplattyphyllos), gewone beuk (Fagus sylvatica), bruine beuk {Fagus sylvatica 'Atropunicea) naast gewone esdoorn {Acerpseudoplatanus), gewone es (Fraxinus excelsior) en gewone vlier {Sambucus nigra) en wortelopslag van gewone sneeuwbes (Symphorycarpus albus) koloniseren elk jaar opnieuw meer en meer dezelfde kruidlagen. Mossen en paddenstoelen doen hetzelfde op kleinere schaal. Onderdelen van het park evolueren met de jaren naar een refugium van natuur. Met de tijd vervaagt echter het initieel groenontwerp: het evolueert dus gestaag naar een relict van cultuur. De kunst bestaat er dus in het wankel evenwicht tussen de relict- en de refugiumwaarde in stand te houden en/ofte herstellen.

Dringende ingrepen: een kwestie van juiste keuzes en inzet van de geschikte middelen Twee voorbeelden verduidelijken een instandhoudingswerk en een herstelwerk.

In de bomenperken en de bomengordel moeien dringend de zaailingen en de opslag van de agressieve, snelgroeiende boom- en heestersoorten worden verwijderd. Zij verdringen immers zowel de kruidlaag aan de voet van de waardevolle bomen en zij zorgen op middellange termijn voor storende concurrentie in de wortelzones en in de kruinlaag. In een tijdperk waar fytofarmaceutische producten haast vanzelfsprekend ingezet worden , blijft de beste methode om de zaailingen en de jonge opslag te verwijderen toch ze met de hand uit te trekken; de overjaarse opslag kan met de lier of tir fort ontworteld worden. Deze methode is eenvoudig, chirurgisch precies, milieuvriendelijk en garandeert een minimale verstoring van de bestaande kruidlaag. Resultaat is de instandhouding van het waardevol bomenbestand en van de kruidlaag. Een voorbeeld van herstel van de relictwaarde situeert zich in de lusthof en de plantie. Al dan niet oorspronkelijk aangeplant, woekert de gewone sneeuwbes {Symphoricarpus albus) sterk in de lusthof ondet de plantie. O m d a t het terrein ter hoogte van de lusthof afzakt naar de kasteelomwalling en omdat de gewone sneeuwbes afhankelijk van zijn standplaats langs de paden lager of hoger en smaller of breder uitgroeit, ervaart de toeschouwer de lusthof niet meer als een vakkentuin met een orthogonaal en diagonaal padenstelsel maar als een 'woestenij'. Met een eenvoudige ingreep kan men nochtans het geometrisch aspect, dat een essentiële vereiste voor een 'klassieke' vakkentuin is, oproepen. In het park in landschappelijke stijl groeien alle heesters per definitie spontaan uit. Door in de zone, waar de gewone sneeuwbes woekert, alle planten bovenaan in één, zeg maar, horizontaal vlak te snoeien, ontstaat automatisch bij de toeschouwer de idee op een tuinruimte uit te kijken en/of in een tuinruimte rond te lopen. Dat de gewone sneeuwbes boven op de helling korter ingesnoeid wordt dan deze ter hoogte van de kasteelomwalling vergroot nog de belevingswaarde.

Beide voorbeelden tonen aan dat met eenvoudige middelen relikt- en refugiumwaarden instand kunnen worden gehouden en hersteld. Beide ingrepen resorteren nochtans duidelijk hun effect. Maar bovenal is — in afwachting van een eventueel


wetenschappelijk o n d e r z o e k - geen onherstelbare s c h a d e toegebracht. Intussen is één van de h o o g opgesleunde grootbladige linden in de kasteelgracht terechtgekomen, o p een haar na van het kasteel. M e t e e n is een studie naar de gezondheid en de stabiliteit van het b o m e n bestand opgestart en worden vanaf de winter 2 0 0 1 tot de zomer 2 0 0 2 de nodige curatieve i n t e r v e n t i e s gedaan in opdracht v a n Erfgoed V l a a n d e r e n .

Tollebeek, J. Het verleden Arthur

Mergelynck

in de negentiende

en het Kasteel

van

eeuw.

Beauvoorde,

Leuven, 1 9 9 9 , niet uitgegeven d o c u m e n t

(1)

Mergelynck, A. Umpage d'histoire de laféodalité au Pays de Fumes. Le Fief-manoir dit "Ie Chateau de Beauvoorde" a Wulveringhem (1408-1900), son origine probable, sa chronicjue, JÖ possesseurs, sa description, etc.;,, Brugge, 1900-1901, p. 238. ' C'est également vers cette époque, que le jardin fut créé d'après le plan, et sous la directio de Monsieur Ed. Pynaert-van Geert, architecte dejardins it Gand, chevalier de Ordre de Leopold'.

(2) Tollebeek, J. Het verleden in de negentiende eeuw. Arthur

• In de boomperken

zaailingen en opslag

bomen zo lang

van tiet kasteel-

zorgvuldig

mogelijk te vast te

domein van

verwijderd, teneinde

houden

Beauvoorde

het pittoresk karak-

(loto, Herman van

worden ongewenste

ter met zijn oude

den Bossche, 2000)

(12) Er heeft zich bv. een interessante kruidlaag mer voorjaarsbloeiers in de bomengordel en de boompercelen gevestigd. (13) De Vlaamse Academie voor Taal en Lerterkunde heeft het private karakter van de kasteeltuinen steeds geconsacreerd. (14) Plande: een aanplanting van bomen in vierkantsverband of ervan afgeleide verbanden. (15) Schilderij Het Laantje van Middelhamis, Meindert Hobbema, 1689, coll. National Gallery, London. Dit schilderij genoot in de

Mergelynck en het Kasteel van Beauvoorde, Leuven, 1999, niet uit-

19de eeuw grote bekendheid omwille van zijn schilderachtigheid

gegeven document.

(zie André, E.,Pares et Jardins, p. 109.

(3)

Tollebeek, Het verleden in de negentiende eeuw, p. 5.

(16) Men moet zorgen voor een vast, niet schommelend wateropervlak

(4)

Tollebeek, Het verleden in de negentiende eeuw, p. 5.

om verder afkaven te verbindere. Zwarte zwanen zijn nog nefaster

(5) Andre, E., L'art des Jardins, Traite general de la composition des Varcs et Jardins, Paris, 1879, p. 114-115. (6) André, E., Pares et Jardins. (7) (8)

Mergelynck, A., Le fief-manoir dit le Chateau de Beauvoorde. Mergelynck, A., Le fief-manoir dir le Chateau de Beauvoorde. Ontwerpplan.

(9)

Sommige bomen op de kasteelmone overschaduwen het kasteel en zouden binnenskamers vochrproblemen veroorzaken; de stabiliteit van sommige bomen stelt problemen naar openstelling,...

(10) Zo zijn er bv. de volwassen bomenlaag, de met de jaren meer en

voor vijveroevers dan witte zwanen. (17) Moeten wij het maaibeheer niet veeleer afstemmen op het ontzien van de oneffenheden? (18) De Nationale Boomgaatden Stichting heeft entmateriaal van de 'Reinette de Fumes' (19) Knol- en bolgewassen als Sneeuwklokje, Narcis, Holwortel, Boshyacint... (20) Het gebruik van fytofarmaceutische producten is een van dé middelen om de loonkost in argo-industrie te drukken. (21) Geen gebruik van herbicides.

meer uitgzschulpte paden door het afsteken van de boorden, de

(22) De Gewone sneeuwbes was reeds gemeenzaam bekend in het mid-

afkalving van oevers, het weg geconcurreerd worden van struik-

den van de 19de eeuw (zie o.a. André, E., Pares er Jardins, p. 596

lagen bestaande uit ressesieve soorten,...

e.a.

(11) Een onderhoud dat vootal probeerde de geit en de kool te sparen:

(23) Enigzins afdragend naar de kasreelo .•lomwamng.

de boompercelen en de bomengordel bestaan reeds voor 30% uit opgeschoten zaailingen van Gewone esdoorn (Acer pseudoplatanus) en Gewone Es [Fraxinus excelsior)

M&L


• Hotel Errera:

Roubo uit het

de gereconstrueerde

eerste kwart van de passerend tram-

invloed van het

bmnenkoer met de

I8 d ' eeuw. De grez-

oranjenebakken,

platines kleurden

(foto Oswald

naar een model van

roestbruin onder

Pauwels)

verkeer

een gegalvaniseerde rooster. De oranjeriekisten zijn het resultaat van een nauwe samenwerking tussen hout en meubelexpert Charles Indekeu, de firma NYS en de vakafdeling. Er werd vooraf een kaliber op ware grootte gemaakt teneinde de verhoudingen van de kist en haar onderdelen bij te sturen. D a t was belangrijk omdat Roubo sterk de nadrukt legt op de sierlijkheid: oranjeriekisten moeten hoger zijn dan breed en op hoge poten staan. Het hangen sluitwerk is uit carboonarm smeedijzer tegen het snelle oproesten).. De kisten zijn geschilderd met een alkydhars verfsysteem van lichtgrijze kleur. De keuze van de planten was voor de hand liggend: echte laurieren. De teelt van echte laurier [Laurus nobilis L.) als oranjerieplant is sinds de vroege achttiende eeuw een specialiteit in het Brugse. Het type laurier dat men er teelt heeft een donkergroen glanzend blad, een gedrongen groeiwijze en is binnenin goed 'gegarnierd'*. In de oranjeriekisten kwamen bollen op stam het best tot hun recht. Het Lauretum uit Jabbeke leverde 8 identieke planten

M&L

met een stam van 1 meter en een bol met 0 90cm. Omdat water geven zowat de belangrijkste bezigheid is van de hovenier of de concierge, bij ontstentenis van een hovenier, is gekozen voor een onzichtbare, automatische bevloeiing met ontkalking, opwarming, beluchting, algenbestrijding en filtering van het gietwater. De opwarming en beluchting gebeurt in het waterbekken, waarin het water van de bovenste bekken via de spuwertjes in het onderste waterbekken terechtkomt. D e ontkalking, algenbestrijding via een UV- lamp en de filtering gebeurt in een bescheiden unit in de gang die de verbinding vormt van het hoofdgebouw naar het perscentrum. De wateraanvoer naar de oranjeriekisten verloopt door middel van snelgekoppelde druppelslangen via de rioolputjes die zich in de kasseiverharding onder de kisten bevinden. Een terugvloei-systeem van het gietwater verhindert het opvriezen van de ondergrondse aanvoerleidingen.

* gegarnierd = hoveniersjargon voor rakken die over hun gehele lengte bebladerd zijn.


ANTWFRPEN: RUBFNSTUIN: PROFFTUIN VOOR FENQTYPISCH CDRRFCTE 17nF-FEUWSE PLANTEN (4^ In 1993 werd de tuin van het Rubenshuis heringericht als historisch verantwoorde tuinevocatie uit het begin van de 17 ^ eeuw, met respect voor het concept en de tuinarchitectuur (1939-1946) van stadshoofdbouwmeester Van Averbeke en tuinarchitect Wachteiaer. Het project kwam er na overleg tussen de verantwoordelijken van het museum Rubenshuis, de stedelijke groendienst en de vakafdeling 'Historische tuinen & parken'. Hoewel heel wat iconografisch materiaal voorradig is, weten wij toch maar weinig over het grondplan en nog minder over de planten die er groeiden. De prachtige barokke portiek, het tuinpaviljoen, de hovenierswoning en de scheidingsmuur met het Kolveniershof zijn relatief gaaf tot ons gekomen en bevestigen de vele eigentijdse afbeeldingen van de tuin. In een brief van 18 augustus 1638 vraagt Rubens aan zijn pupil Lucas Fayd'herbe er voor te zorgen dat Wilm, de hovenier, " Rosilepeyrkens naar het kasteel van Elewijt doorstuurt en ook vijghen, mochten er zijn ... of iet anders treffelijck uyt den hoff.. Rubens' tuin was er dus een voor nut en sier zoals gebruikelijk in die tijd. De esthetische ervaring ging niet enkel terug op de vormschoonheid maar ook op het vooruitzicht van een geslaagde teeltopbrengst. Rubens moet toch wel erg veel van sierplanten gehouden

hebben want het duurste boek uit zijn bibliotheek was een plantenwerk: Besler's monumentale 'Hortus Eystettensis' uit 1615. Intussen zijn we acht jaar verder: nieuwe inzichten inzake vroeg 17 c -eeuwse tuinen en hun planten, meer praktijkervaring inzake het gedrag van planten en onderkennen van de problemen van dagdagelijks onderhoud vormen nieuwe uitdagingen. In de lente 2001 startten wij met een nieuw begrip in historische tuinen: fenotypisch correcte specimen: hier dus planten die eruit zien zoals Rubens ze zelfheeft gekend. Zo verschilt de hedendaagse horticulturele vorm van grasanjer (Dianthus plumarius) aanzienlijk van zijn naamgenoot uit de 17 e eeuw. Die laatste was beduidend lager, bloeide aanzienlijk korter én met sterk geurende bloemen in tinten van licht roze tot donker paars. Met de bemiddeling van de vakafdeling 'Historische tuinen & parken' kreeg het museum Rubenshuis uit Duitsland grasanjers die nagenoeg identiek aan het fenotype zijn. Zo ook de succesvolle introductie in de tuinperken van tien variëteiten van Andes-aardappeltjes {Solanum tuberosum ssp. andigend): sieraardappels die in de 17 e eeuw om hun bloemen geteeld werden. Aanvakelijk gooide men de aardappelknolletjes gewoon weg en vermeerderde men uit zaad. Stonden ze dit jaar in de tuinperken, volgend jaar zetten wij de Andes-aardappeltjes in fraaie sierpotten in de hoop dat de bezoeker nog beter het aspect 'sier' ervaart.

De Rubenstmn vóór de ingreep van 1993. De bloemperken of rabatten liggen dan nog als plate-bandes rondom de perken (foto Herman van den Bossche. 1990)


OS

C

^

Wciïc

J

i -•

•

}

f?.,"MK'lt

De Rubenstuin in 1993 met de rabatten in de perken (foto Herman ïan den Bossche, 1993)

SYSTFMATISCHF TUINENINVFNTARIS ARRQNDISSFMFNT HASSFIT: 70NDFR KFNNIS GEEN DNnFRROUWD BELEID (S) Wat Vlaanderen bezit aan historische tuinen en parken is onvoldoende bekend. De tuinkunstgeschiedenis moet nog geschreven worden en zolang deelstudies ontbreken, kan men geen synthese formuleren. De systematische tuineninventaris wil op termijn een gebiedsdekkend overzicht voor het Vlaams gewest bieden. De systematische tuineninventaris van het arrondissement Hasselt kwam tot stand via een samenwerking tussen de vakafdeling en lic. Chris De Maegd, kunsthistorica, verbonden aan de afdeling. De inventaris verzamelt gegevens

M&L

van bestaande tuinen en parken en bekijkt ze als historisch gegeven. Door ze in een kort verhaal te beschrijven en hun waarde onder ogen te brengen, worden concept, evolutie en aanleg voor de gebruiker van de inventaris begrijpelijk gemaakt. Het verworven inzicht helpt de problematiek van onderhoud, beheer en de verdere ontwikkeling verduidelijken. Maar vooral schept de systematische tuineninventaris het noodzakelijk referentiekader om een eventuele bescherming als monument, landschap of stads- of dorpsgezicht af te wegen.

RFAI ISATIFS FN NIET UITGEVnERDF PROJFCTFN Hemiksem: Sint-Bernardusabdij (1984), ontwerp van een encyclopedische tuin voor een te herwaarderen abdijsite. Niet uitgevoerd project.

V

J


I

Jjl

/

J r- a

/

EINDNOTEN (1) Herman-J. van den Bossche, Het voormalig schoolmuseum en de plantentuin 'Michel Thiery' in Gent, in M&L 4/3 mei-juni, 1985. (2) Herman-J. van den Bossche, De tuinen van Alden Biesen, een nieuwe tuin naar oud model, in M&L 10 /3 mei-juni 1991. (3) Ch. De Maegd, Rond ruïnes: omgaan met ruïnes getoetst aan de

JFfiDe

Tiense begijnhofkerk, in M&L 18/3 mei-juni, 1999. (4) W. De Backer, P. Huvenne, H. van den Bossche, De tuin van het Rubenshuis in Antwerpen: een historische evocatie, in M&L 14/3, mei-juni 1995.

" ( c l "c X l l ,

(5) Ch. De Maegd, niet uitgegeven document, nov. 2001. (6) Van de volgende gemeenten is eveneens de kopij van de tuininventaris afgewerkt: Tielt-Winge, Holsbeek, Lubbeek, Bierbeek, Boutersem, Diest, Scherpenheuvel, Bekkevoort, Begijnendijk, Rotselaar, Keerbergen, Haacht, Boortmeerbeek (doot R. Deneef

^icuv^c

05,

en J. Wijnant) en Borgloon en Alken (door C. Demaegd en M. Van den Broecke).

JL Het vóór- primitief

De configuratie van

traai waterbekken

kadasterplan uit

de omwaide, vier-

en de twee tuln-

1812 van de abdij-

kante abdistuin is

paviljoens in

site van Herkenrode

nog duidelijk aflees-

de uiterste hoeken

bij Hasselt.

baar met het een-

(foto Herman van den Bossche, 1995)

Laarne: Slot van Laarne (1990), ontwerp van een polyvalente tuin op de historische tuinsite. Niet uitgevoerd wegens onverenigbaarheid met de bestemming natuur op het gewestplan Lennik (Gaasbeek): parkbank voor het domein van Gaasbeek (1992), uitgevoerd in 15 exemplaren. Poten in geschuurde blauwe hardsteen met getorste spiegels en zitting van twee middengrijs* geschilderde eikenhouten planken. Hasselt (Kuringen): Abdij van Herkenrode (1999), voorstel voor inplanting en ontwerp van een landschappelijk ingeplante parking. Niet uitgevoerd project. * in de uitvoering bruin gebeitst en gevernist.

M&L


Marcel M. Cells

WAAR TUD VAN GEEN TEL IS: DE VAKAEÜEL1NG FUNERAIR ERFGOED "fjcji/t, siunge et bel Escauf: Emile Verhaercn's graf aan de Schelde, te SintAmands (foto 0. Pauwels)

Ere aan wie ere toekomt:

de 'vakafdeling

erfgoed' - overigens een wat omschrijving bedrijfje

zelfgenoegzame

voor een part-time

eenmans-

- heeft nogal wat te danken aan de

Vereniging Epitaaf

funerair

voor Funeraire

vzw, waarin

lang een bestuursmandaat einde 1987, terwijl

kerkhoven

ingevolge

de begraafplaatsen

al vele jaren

de kaalslag

de wet van 20 juli hoogtij

van

1971 op

vierde, wist deze vzw

vrij snel middels diverse vormen van

sensibilisatie

en overheid

te vestigen

van dit historisch,

en landschappelijk

patrimonium.

De vlotte 'recuperatie'

schappen, gebeurde

bekleedt.

Opgericht

van publiek

op de erfgoedwaarde

terrein door de Afdeling

Archeologie

ondergetekende

de aandacht

inherent alsmaar positief

van dit nieuwste

werk-

Monumenten

en Land-

net zoals een kwarteeuw met de industriële aan de dynamiek

eerder

archeologie, die

van wederzijdse

blijkt

monumentenzorg

weer nieuwe paden opstuurt: staaltje

artistiek

meteen een

bevruchting.


Niet dat monumentenzorgers voordien geen aandacht besteedden aan kerkhoven. In het kader van de Wet van 7 augustus 1931 op het behoud van Monumenten en Landschappen, nadien in uitvoering van het Decreet van 3 maart 1976 op de bescherming van monumenten, stads-, en dorpsgezichten, kon Vlaanderen begin de jaren 1990 bogen op alvast een 30 als 'landschap' en een 20 als 'dorpsgezicht' beschermde kerkhoven. Deze kerkhoven werden nochtans stuk voor stuk benaderd als historische, organisch hiermee vergroeide omgeving van hun parochiekerk, en overigens terecht, doch zonder aandacht te schenken aan de intrinsieke waarde van de kerk-akkers, laat staan van de daarop aanwezige graftekens. Een zeldzame uitzondering niet te na gelaten.

TFRunmiK Ongewild een historisch precedent, was in 1976 immers de bescherming - als 'landschap' - van het Sint-Fredeganduskerkhofte Deurne (1) Welgestelde Antwerpenaars die zich een buitengoed hadden kunnen veroorloven in het indertijd nog landelijke Deurne, liggen aan de basis van de uitbouw van dit oude parochiale kerkhof tot één van de uitverkoren begraafplaatsen van de Antwerpse burgerij; reden waarom deze al in 1873 een eerste keer moest worden uitgebreid. Hoe prestigieus het Sint-Fredeganduskerkhof ooit was, blijkt uit de omvang en het artistiek gehalte van de nog bewaarde graftekens; tegelijk — en in het bijzonder in de meer recente, niet beschermde uitbreidingszone — vormt het een getuige van de sociale geledingen van de plaatselijke bevolking. Mede ingevolge de ingebruikname van de stedelijke begraafplaats Schoonselhof'm 1921, besliste het Antwerpse stadsbestuur op 27 juni 1989 over te gaan tot de sluiting en ruiming van het SintFredeganduskerkhof, met uitzondering van het beschermd gedeelte. Gerichte acties van de plaatselijke heemkundige kring Turninum zouden SintFredegandus ruime belangstelling bezorgen. In 1991-94 zou de inzet van een permanente werkkracht uit het '3 c arbeidscircuit' een geleidelijke metamorfose teweegbrengen van het fel onderkomen historische gedeelte; langsheen de Lakborslei werd de verdwenen smeedijzeren omheining door het stadsbestuur hersteld. Het reeds goedgekeurde ontwerp van het Gentse Buro voor Vrije Ruimte Vermander, Van Mol & partners voor de heraanleg van het niet beschermde deel tot 'buurtpark' met actieve recreatiemogelijkheden, werd in 1999 in

A Deurne, Smt-

beschermde

Fredeganduskerkhof.

zone

Gezicht op de

(foto 0 . Pauwels)

extremis omgebogen tot een 'begraafpark' met behoud van een maximaal aantal graftekens en de installatie van een begeleidend 'beheerscomité'. Een niet vanzelfsprekend maar veelbelovend experiment. "Le jour que m'abattra Ie sort, C'est dans ton sol, eest sur tes bords, Qu'on cachera mon corps. Pour te sentir, même h travers la mort, encof (2) De lyrische ontboezemingen van Emile Verhaeren indachtig zou Louis Van der Swaelmen in 1926'27, mogelijks in overleg met Henry Van de Velde, diens graf aan de Schelde een dramatische dimensie meegeven gewaagd aan deze van de dichter: " L'Escaut décrivant une courbe majestueuse devant les quais du village, l'axe longitudinal du monument se prolonge en celui du cours vers l'aval, de tel sorte que, vu de l'exèdre le dominant de quelques degrés, l'ensemble du monument quiparait émaner de la rive s'encadre dans la perspective du fleuve vers I'lnfini." (3) De bescherming als monument in 1993, "met inbegrip van toegangsweg, rustbanken en onderbouw'

M&L


katholieken (4): "Zelfs na hun dood zorgt Willem.I Koning der Nederlanden Voor Zyne Onderdanen'. De bescherming als dorpsgezicht van de hele wijk, met de Corselestraat, Koning Willemdreef en Abraham Hansstraat, naar de gelijknamige onderwijzer en Vlaams voorvechter (1882-1939), zou vier jaar later volgen.

KFRKHCWEN? BEGRAAFPI AATSFN! In de vroege middeleeuwen voldeed de plaatselijke parochiekerk met omringend kerkhof, waar regelmatig tot ruiming en ontbening van de gemeenschappelijke graven werd overgegaan, doorgaans probleemloos aan de natuurlijke veroudering van de leefgemeenschap.

A

Het gebruik, vanaf de vroege 5de eeuw, om ten koste van de meest elementaire vormen van hygiëne ook binnen in kerken te begraven zal een versneld elan krijgen met de inhumatie in 511 van de Frankische, tot het Christendom bekeerde koning Chlodovech in de Parijse Sint-Pieter-en Paulusbasiliek. De 11de en 12de eeuw worden gekenmerkt door de aangroei van de parochies en de toename van kerkhoven binnen de bebouwde kommen, doch niet noodzakelijk meer aansluitend bij de parochiekerk; het kannoniek recht beschouwde immers elke lap 'gewijde' grond die voor begraven werd aangewend als 'kerk' , zoals "cimiterium" tegelijk doelde op het kerkhof èn de bijhorende kerk waarin begraven werd.

De Procestantse begraafplaats te Smt-Mana-Horebeke, wijk Corsele, met treurbeuk (foto 0. Pauwels)

kwam helaas te laat om de banalisering van de site ingevolge dijkverhogingen te kunnen tegenhouden. Typerend voor de tijd - 1982 - blijft de bescherming als monument van een ... treurbeuk op het protestantse 'kerkhof' van Sint-Maria-Horebeke, wijk Corsele, als begraafplaats samen met de 'kerk', de dorpskom en trouwens de hele plaatselijke gemeenschap nochtans een uitzonderlijk historisch relict van onze eigen godsdienstige onverdraagzaamheid in de tweede helft van de 17de eeuw. Pas in gebruik genomen in 1 824 op uitdrukkelijke toelating van koning Willem I, stelde de begraafplaats eindelijk een einde aan het heimelijk her en der begraven van de doden, uit vrees voor profanatie door

M&L

In de kerken zelf trof men na verloop van tijd lang niet meer de verwachte serene sfeer, die vaak verstoord werd door graafwerken, oneigenlijk gebruik of rondscharrelende honden. Erger nog, waren benauwende geuren niet uit de lucht en maanden onverhoedse vloerverzakkingen de kerkganger aan tot de grootste voorzichtigheid. De kans op uitbreken van epidemieën was dan ook verre van denkbeeldig. Reden waarom, in navolging van een Ordonnance Royale van Lodewijk XVI uit 1776, bij keizerlijk edict van Jozef II van 26 juni 1784, uitvoerbaar vanaf 1 november daaropvolgend, ondermeer verboden zou worden voortaan nog te begraven in kerken, de verdwijning van de kerkhoven uit de steden werd gelast, en de aanleg van nieuwe begraafplaatsen buiten de stadsmuren verplichtend werd gesteld; dit in niet mis te verstane bewoordingen: "// sera établi hors de l'enceinte des villes et hors des bourgs, des cimetieres dans lesquels seulement il sera permis d'enterrer. Il ne sera point nécessaire d'établir


autant de cimetieres quily a de paroisses dans les villes, mais on pourra réunir pour un seul cimetiere plusieurs paroisses en raison de leur situation et du nombre desparoissiens." En verder ondermeer: " Il sera réserve dans cbaque nouveau cimetiere pour les protestants, une place séparée destinée a y enterrer leurs morts CL mains qu'ils ne préférassent avoir un cimetiere particulier; en quel cas les magistrats leur désigneront a eet effet un emplacement gratis hors de la ville.". Het edict van Jozef II leidde ondermeer tot het onstaan van de Gentse begraafplaatsen extra muros aan de Dampoort, Brugsepoort en Heuvelpoort (1784); de Mechelse begraafplaats " buyten de Koei/)(?or^"(1785); deze van Lier buiten de Mechelpoort (1787); een Brugs Algemeen Kerkhof voorbij de Katelijnenpoort te Steenbrugge-Assebroek (1810) of, voor Antwerpen, de begraafplaatsen Kiel (1786) en, buiten de 'Spaanse' wallen, Stuivenberg (ca 1803). Na het overlijden van zijn oom zou Frans II bij decreet van 2 december 1793 op zijn beurt de kerk-

fabrieken de verplichting opleggen om voortaan alle burgers, ongeacht hun overtuiging, op éénzelfde plaats te begraven, waardoor deze zich genoodzaakt zagen andersdenkenden te gedogen in 'gewijde' kerkhofgrond; een maatregel die met het Restitutiebesluit van 1803 door Napoleon — weliswaar tijdelijk - zal worden opgeschort. Met het Frans bewind, en Napoleons' decreet van 23 prairial an XII (12 juni 1804), werden de typisch door de 18de-eeuwse Verlichting geïnspireerde reglementeringen onherroepelijk van toepassing. Een verdere afbouw van het gezag van de kerk vormde hierin Artikel 16, waarin ook aan de gemeenten het recht werd toegekend eigen begraafplaatsen aan te leggen, weliswaar mits goedkeuring van de overheid. Bepalend voor het verdere uitzicht van de begraafplaatsen en kerkhoven was Artikel 10, blijkens hetwelk personen voortaan op deze begraafplaatsen een eigen, onderscheiden perceel grond konden verwerven waarop een monument kon worden opgericht, en dit voor onbeperkte duur! Datzelfde jaar nog in gebruik genomen, zou het Parijse Cimetiere de l'Est, bijgenaamd "du Pire

'A

Deurne. SlntFredeganduskerkhof.

c .

i

•

^.m

Ontwerp voor de heraanleg tot Begrsafpsrk (Buro ïoor vrije ruimte. Chris

'

Vermander, Thomas Van Mol &

r

Partners, Gent

'

1997-98)

ma ' .r

iCi^i BTTTT.! n t s ^ s 1 ^ = ^ :

. i'Y-

I " - i S ' •" ' "" == ^ =" -• S= 5n "" '"'tf i i i •••njBltiirJ-"

V

u uu

r:&

t i ,-, cr r^

St. Fredegandus cemetery, Deurne. Belgium Landscape architect: Buro voor vrije ruimte. Chris Veimander. Thomas Van Mol & Partners Planning: 1997 Construction: J997~J998

Ë j S - *,

m t

"'


"he prospective de différens Monumens reams du Cimetïère de l'Est, dit Ie Père b Chaise" (in: Quaglia, Le Père Lichme, 1853, pi. 20) 24-25.

Lier, begraafplaats aan óe Mechelsesteenweg. Twee l^'-ceuwse neoklassieke graftekens

Lachaise", na een wat moeizame start algauw model staan voor een nieuw type, landschappelijke begraafplaatsen: idyllisch ogende 'Elyzische velden' met spaarzaam opgestelde, romantische mausolea. Ontwerpers en kunstenaars zouden hier een onverhoopte nieuwe uitdaging vinden, onderbouwd door fraai gedrukte modellenboeken van een Quaglia (1853), Louis Normand (1863), Jean Boussard (1865), César Daly (1871), Jules Fonteyne (ca 1879-89) e.a., waar tal van ambachtslui — maar steenkappers in het bijzonder - handig voordeel zouden weten uit te halen.

(foto's K. Vandevorst)

Een adder onder de zoden bleek Artikel 11, waarbij bepaald werd dat elke koper een geldelijke gift diende te doen aan de armen en de gemeentelijke ziekenhuizen, een maatregel die, eens de onafhankelijkheid in 1830 verworven, een verdere politisering van de materie in de hand zou werken. De dubbelzinnige situatie, waar zowel gemeenten als kerkfabrieken munt wisten uit te slaan, zou aanslepen tot 13 februari 1864, datum waarop het Hof van Cassatie het beheer van de kerkhoven en begraafplaatsen definitief zou toekennen aan de burgerlijke macht, ongeacht de eigenaar van de grond.Voortaan zouden kerkfabrieken en consistories geen percelen grond meer gunnen, zouden nieuwe begraafplaatsen niet meer in hun geheel gewijd worden, en alle geloofs- of filosofische overtuigingen gedoogd. Niet zonder heel wat pijnlijke naweeën werd aldus een einde gesteld aan een lange en bittere 'kerkhovenoorlog'.

RFGFIGFVING Met de Wet van 20 juli 1971 op de begraafplaatsen, die ondermeer voorzag in de afschaffing van de

IVI&L

'eeuwigdurende' vergunningen, zagen gemeenteen stadsbesturen zich, zonder begeleidende overheidsmaatregelen, geplaatst voor een gigantisch karwei: het numeriek aantal vervallen te verklaren vergunningen, de materiële omvang van de grafmonumenten zelf, maar tegelijk hun vaak onmiskenbare historische en artistieke kwaliteiten, resulteerden in het beste geval in opschorting van de opruim-operatie, uitzonderlijk in conserverende maatregelen. Twee Vlaamse pioniersteden leverden hierbij baanbrekend werk: Brugge, met de oprichting in december 1976 van een Stedelijke Commissie voor Graftekens; Gent vervolgens, met de publicatie in 1981 van een uitvoerig gedocumenteerde Inventaris van de waardevolle grafmonumenten en portretgalerij van verdienstelijke personen rustend op de Begraafplaatsen van Gent. Een eerste gericht initiatief van de nog embryonale vakafdeling Funerair Erfgoed vormde de omzendbrief van 15 februari 1990 van het toenmalig 'Bestuur' Monumenten en Landschappen, waarin de aandacht van gemeentebesturen gevraagd werd voor dit specifieke verdwijnende erfgoed: " Tot het minder opvallende, maar historisch, artistiek, bouwkundig en ook landschappelijk patrimonium van onze gemeenten, horen ongetwijfeld ook de kerkhoven en begraafplaatsen met hun grafplaten, grafmonumenten en de roerende voorwerpen die daarvan deel uitmaken. Ondanks het bestaan van een specifieke wetgeving inzake monumenten en landschappen werd aan dit funeraire patrimonium, de aanleg en de omgeving ervan tot op heden bijzonder weinig aandacht geschonken. De fasegewijze voltrekking van de wet van 20 juli 1971 op de begraafplaatsen dreigt heden nochtans op


onrustwekkende wijze het voortbestaan van tal van belangwekkende grafmonumenten, representatieve ensembles en/of landschaps-architecturale realisaties in het gedrang te brengen. Enkele steden en gemeenten troffen tijdig en op eigen initiatief passende en al dan niet verstrekkende maatregelen inzake inventarisatie, bescherming en onderhoud van deze materiële getuigen. Elders nochtans werden in onbruik geraakte kerkhoven en begraafplaatsen of vervallen concessies zondermeer en onomkeerbaar geruimd. Teneinde deze betreurenswaardige situatie te verhelpen, en in afwachting dat mijn Bestuur voor Monumenten en Landschappen in de gelegenheid is een intensief inventarisatie- en beschermingsprogramma op te zetten, moge ik U dan ook verzoeken met de grootste omzichtigheid, zo mogelijk na ruime raadpleging van geïnteresseerde historische en heemkundige verenigingen, tot ruimingswerken te besluiten. (...)." Inhoudelijk zou de bescherming van kerkhoven en begraafplaatsen nu schoorvoetend een andere wending nemen. In uitvoering van de Artikelen 5 en 11 van het Decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van Monumenten, Stads- en Dorpsgezichten had reeds een eerste koninklijk besluit van 6 december 1976 de algemene voorschriften bepaald inzake instandhouding en onderhoud. Het vervangende Besluit van de Vlaamse regering van 17 november 1993 (6) werd zo opgevat dat eerst de voorschriften worden vermeld die slaan op de uitwendige elementen van gebouwen en ensembles. Afzonderlijke hoofdstukken worden gewijd aan de bodemgesteldheid en vegetatie, en het interieur van de monumenten met de roerende goederen die daarvan deel uitmaken. Vervolgens komen de aanvullende voorschriften aan bod voor die objecten die wegens hun eigenheid een meer gespecialiseerde behandeling vereisen zoals orgels, molens, industrieel erfgoed en grafmonumenten. H u n voorkomen, als jonge aanwinst voor de monumentenzorg, wees meteen op de specifieke benadering die deze sector vereiste.

SENSIBIUSATIE Geleide wandelingen op begraafplaatsen — ondermeer in het kader van Open Monumentendagen — en lezingen zouden niet onaanzienlijk bijdragen tot de kennismaking van een breed publiek met het funerair erfgoed. Vermelden we een gastcursus Funerair erfgoed: een actuele, monumentale opgave-

voor licentie-studenten kunstwetenschappen aan de Universiteit Gent (1997), op uitnodiging van Prof. dr. Herman Stynen (f), de deelname in oktober 2001 aan het 10de colloquium van C H I R E L (Comité d'histoire du Brabant Wallon) met Ces nécropoles que l'on dit moribondes: Texpérience néerlandophone dans Ie patrimoine funeraire, of aan het Kunsthistorisch Seminarie van het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium in december jongstleden, met Openbare Funeraire Monumenten. In 1999 leverde de vakafdeling Funerair Erfgoed een tastbare bijdrage tot het succes van de 6de ontmoetingsdag van de Vlaamse Contactcommissie Monumentenzorg rond het thema Funerair Erfgoed. Naast de eigen bijdrage Funerair Erfgoed in België Funeraire archeologie in Vlaanderen, was het op aandringen van de vakafdeling dat de spits van de referaten werd afgebeten door de Schotse Professor dr. James Stevens Curl, als productief publicist met ondermeer The Art and Architecture of Freemasonry (1991), A Celebration of Death (1980 en 1993), Egyptomania (1994), The Victorian Celebration of Death (2000) en onlangs nog Kensal Green Cemetery (2001) een terzake nauwelijks te evenaren autoriteit.

• Zedelgem, SintLaurentiuskcrkhof. Ontwerp ( I s " faze)

voor de heraanleg (Piet Blanckaert, 1996)


ADVISERING De sluiting in 1990, gedeeltelijke ovetbtenging en geplande heraanleg van het - pas in 2000 als dotpsgezicht beschetmde - kerkhof rond de SintLaurentiuskerk te Zedelgem, vormde voor de nog jonge vakafdeling Funerair Erfgoed in 1993-94 een eerste kluif. Van meet af aan had het gemeentesbestuur geopteerd om de achtergelaten graftekens in de mate van het mogelijke ter plaatse te houden. In overleg met de vakafdeling Funerair Erfgoed werden een 80-tal voldoende belangrijke graftekens weerhouden die bij de heraanleg van het kerkhof naar ontwerp van landschapsarchitect Piet Blanckaert op hun oorspronkelijke plaats zouden worden geïntegreerd.

• Lier, Hasterplan begraafplaats Hechelsestcenweg (Stad Lier • Rudy Rey)

\K-

W

M&L

Nog in 1995, doch zonder de vakafdeling Funerair Erfgoed hierbij te hebben betrokken, werd de bescherming als monument afgerond van de 18 t eeuwse toegangspoort, het calvariekruis en een handvol meer opvallende grafmonumenten op de oude begraafplaats van Lier. In gebruik genomen in 1787, slechts enkele jaren na het edict van Jozef II, bleek deze begraafplaats aan de Mechelsesteenweg één der oudste nog bestaande, getuige een aantal stijlzuivere neoklassieke graftekens. Het recent initiatief van het stadsbestuur tot landschappelijke heraanleg van de begraafplaats en derhalve inventarisatie van de nog bewaarde graftekens, zou in overleg met de vakafdelingen Parken

& Tuinen en Funerair Erfgoed, kortelings moeten leiden tot een merkelijke uitbreiding van de bescherming, een kwalitatieve, respectvolle parkaanleg, en de restauratie van alvast de monumentale, deels 18 e -eeuwse Calvarie en het praalgraf van de Lierse advocaat/historicus Anton Bergmann (1874). In 1997 werd de vakafdeling Funerair Erfgoed, in het kader van een Campagne Bouwkundig Erfgoed en Toerismevnn de Koning Boudewijnstichting, om advies en bijstand gevraagd bij de ontsluiting van het sinds 1930 geleidelijk in onbruik geraakte ' O u d Kerkhof' van Hasselt. Gelegen buiten de toenmalige Kempische Poort, werd deze begraafplaats in gebruik genomen einde 1796, onder Frans bewind, ter vervanging van het Groot Kerkhof rond de Sint-Quintinuskathedraal. Zij zou van meet af aan worden gewijd, weliswaar opgedeeld in een sectie voor gelovigen, naast één voor niet-gelovigen, gescheiden door een muur die pas in 1 864 zou worden gesloopt. In open veld gelegen, was de begraafplaats aanvankelijk slechts beschermd door een eenvoudige haag, tien jaar later vervangen door een bakstenen omheiningsmuur. Ingeschakeld bij de werking van het stadsmuseum Stellingwerff-Waerdenhoff (6), werd het Oud Kerkhof voorzien van een discrete bewegwijzering, terwijl de centrale kapel uit 1809 werd aangepast tot i n f o - r u i m t e met verklarende panelen.


•

27 Elementair was nochtans dat opnieuw voorzien werd in het permanente, kleine onderhoud van de begraafplaats door -laag geschoold maar doeltreffend- stadspersoneel.

L

•

M

1 BllaL^izT

J^ SKr

': 1

^"'rW. ,r;— ^

het funerair erfgoed echt duidelijk maken. Kunsthistorische licenciaatsverhandelingen aan de Universiteit Gent en de aanhoudende inzet van plaatselijke heemkundigen, hadden hiertoe weliswaar het terrein geëffend.

sasa^W""^

.

^3

Aangelegd in 1847 op initiatief van pastoor Van Damme, aansluitend op de bouw van de neogotische parochiekerk, op en om de heuvel met de 18de-eeuwse Sint-Amanduskapel, was het Campo Santo van Sint-Amandsberg bedoeld "voor bemiddelde lieden, voor edele familiën, voor personen door hunne hoedanigheden en deugden aanzienlijk"; het groeide spontaan uit tot een begraafplaats voor de Vlaamse culturele en wetenschappelijke elite uit de tweede eeuwhelft (7). De romantisch ogende wanordelijke inplanting van de graftekens, het overwegend gebruik van blauwe hardsteen, naast de merkbare predominantie van neostijlen en eclectische curiosa, refereren wellicht niet geheel toevallig aan de parallel lopende hoogdagen van het Brusselse v v 8 8

tÊk

v

w w •

•

•

-

radto»"

HgafiS f ''^ J I

£_

ÉKs^sKwa"^! -SÊÊÊÊ

LS?^

B

1>

É

j

Kj

't M U |

iN^reT^ _ J | ^ I K P H

Pas in 1996 zou de bescherming van drie markante Gentse begraafplaatsen de nieuwe benadering van

ItMCUCU.-r

Um'

^j_ vr Tjgj ^^^^^^^^H

BESCHERMINGEN

r -1

1

hRflBMflL

"'^«|

'

f mÊm £m

• êk* m&'

'-

a

^1

iïll?

Wmli

WÊ.$ .,;^ —"

d'']^

w ST: -' ^^ • • • ^ J M V HÉMBfÉÉÊ

^fe*

^^p

::—•"'-

> ^

Ëj^^

. • \.-Ï& •

Lier, begraafplaats aan de Hechelsesteenweg. Grafmonument van advocaat-histoncus Anton Bergmann. ca 1874 (foto K. Vandevorst ,

niet zonder enige gelijkenis met het monument voor letterkundige Andrè Van Hasselt (Charles Fraikm, ca 1874) op het kerkhof van Laken

(in: Raguenet A., Matériaux et üocments d'Architecwre, de Sculpture et de torn les Arts industnels. jrg. 26, s.d.. Parijs, pi. 68)

Het Campo Santo te het stenen orgel Sint-Amandsberg voor toondichter ,0,0 a Pauwels) Fran! De ïos <

.

Op de voorsrond

1854-9 9

Kerkhof van Laken.

-j*-^-t \

^_

Naast de bescherming als stadsgezicht van een aanzienlijk deel van deze begraafplaats met naastliggende parochiekerk en gemeentehuis, werd als monument erkend: "Het gedeelte van het Campo Santo, omvattende de oudste delen van de begraafplaats aangelegd in 1847 en 1856 op de noordhelling van de zogenaamde Kapelleberg, ten noorden begrensd door een rij graven die het hellend gekasseide toegangspad naar de heuvelrug afkomen en die door een bakstenen muur of aanplantingen van de erachter gelegen secties gescheiden zijn".

i / \ ^ ^ '< ••'"'^v'^viri^ ^ ^ 0 ^ 5 ^ ^^b^^^^/'.,1' FSSyj BKL-"'/ IjpSÉ •i^m ^T^^B

ï ' /#

Êi^ J ' v | • §fÉé

r

i i^ i

^

1 nnnf K m m ml \t\\mi

»^—*.

t

èn

^^^^M ^^^^^|

'

a

^

j

É

De Westerbegraafplaats te Gent-Palinghuizen, in romantisch parkvorm aangelegd naar ontwerp van stadsarchitect Adolphe Pauli en in gebruik genomen op 1 januari 1873, kreeg alras de bijnaam van " Geuzenkerkhof; dit omwille van de antiklerikale politiek van het stadsbestuur en de weigering van bisschop Bracq om de begraafplaats te wijden, hierin gesteund door een " Comité pour la defense des cimetieres catholiquef (8).

| *

'.

B

"

•

* ;

.

' lÉÉ

N

r ^^g

=

ly^? WlR^ v ^H •^••Pl pm

fi^jpW^v,

•'-

-

v^-r

BT^ "^^ i^jd'—"Vijj^j^

1Ê0&

^^M

^HK^^H

é*

*M* ^

.

...

mJÊ

•M&L


De Westerbegraafplaats te Gent met ondermeer het egyptiserend 'tempeltje' Dierekens ca 1898) voor industrieel Ulric Wild (foto 0. Pauwels)

De landschappelijke aanleg - een late emanatie van het Pète Lachaisemodel — en vrijzinnige connotatie verwijzen onwillekeurig weer naar de hoofdstad, waar slechts vier jaar later de liberale burgemeester Jules Anspach de Begraafplaats van Brussel zou openstellen, aangelegd op het grondgebied van het naburige Evere naar ontwerp van stadsarchitect Victor Jamaer en landschapsarchitect Louis Fuchs. De bescherming als monument zou hier slaan op twee oorlogsmonumenten en "het oudste deel van de Westerbegraafplaats met inbegrip van de toegangsdreef, poortgebouw, ommuring en graven". Na de ingebruikname van de Westerbegraafplaats, zouden katholieke Gentenaars in toenemende mate hun toevlucht nemen tot de Campo Santo's van Sint-Amandsberg èn Mariakerke. Meer bepaald dit laatste, nog haast middeleeuwse kerkhofje rond de Onze-Lieve-Vrouw-Geboortekerk, zou hiervoor aanzienlijk worden uitgebreid naar ontwerp van JeanBaptiste Bethune, en in gebruik genomen in oktober 1874 (9). Aansluitend bij de vroegste, laat 18de-eeuwse begraafplaats-ontwerpen in Frankrijk (10), verwijst het concept van dit Mariakerkse

kerkhof nog duidelijk naar hetl4de-eeuwse Campo Santo van Pisa, in het bijzonder de -slechts ten dele uitgevoerde- omringende neogotische grafgalerijen (11). Na lange jaren verwaarlozing leidde hun bescherming als monument onlangs tot de start van een restauratiecampagne met het oog op hun nauwgezet herstel. Nog in 1996 verwekte het Treurende Ouderpaaryan Kathe Kollwitz, op de Duitse militaire begraafplaats van Vladslo (Diksmuide) enige beroering toen nazaten van de beeldhouwster, bezorgdheid voorwendend om de bewaringstoestand van de blauwhardstenen beelden, hun terugkeer naar Berlijn meenden te moeten bewerkstelligen. De 18-jarige soldaat Peter Kollwitz had het leven gelaten op 23 oktober 1914 tijdens de bloedige slag om Diksmuide; zoals vele anderen was hij ter plaatse begraven, op Roggevelde bij Esen. Reeds in december daaropvolgend vatte zijn ontroostbare moeder, de kunstenares Kathe-Kollwitz-Schmidt, het plan op voor een gedenkteken, op te richten op een heuvel bij Berlijn, ter herdenking van alle geslachtofferde jonge oorlogsvrijwilligers. In juli


1917 liet zij dit plan varen en verlegde zij haar aandacht naar een grafmonument voor hun zoon; "Mir kommt den Gedanke an ein grosses Eingangstor zum Friedhof in Roggevelde. Seitlich dem Portal rechts und links knien die Eltern. Uberlebensgross\ In juni 1919 leidden de oorlogsomstandigheden en moedeloosheid haar ertoe de kleimodellen te vernielen.

•

Slechts in januari 1925, 58 jaar oud nu, bracht zij de moed op haar plan terug op te nemen: "Die Mutter soil knien und über die vielen Grdber blieken . Vijfjaar later, in juni 1930 waren de gipsmodellen zo goed als klaar. Door twee beeldhouwers gekapt in 'Belgische graniet' werden beide beelden op 28 juli 1932 op Roggeveld op hun sokkels geplaatst:

T

De Duitse Militaire

met het Ouderpaar

Oe begraafplaats

van de familie

begraafplaats van

van Kathe Kollwitz

van Ingelmunster,

de Montblanc

Vladslo, Diksmuide,

(foto M.M. Celis)

met de grafkapel

(foto M.H. Celis)

^Eine lange, schwere Arbeit, bis die Frauenfigur steht. Es zeigt sich, das der Block vorn etwas gehoben werden muss, weil das leise ansteigende Terrain die Vornüberneigung betont. Dann der Mann. Bei ihm ist ein grosser Ubelstand, der mich erstganz verstimmt, der, dass er den Bliek nicht weit genug hebt. Er überblickt nicht den ganzen Friedhof, sondern blickt vor sich hin" Toen in 1954 de beslissing genomen werd de dertig over de Westhoek verspreide Duitse oorlogsbegraafplaatsen te beperken tot nog slechts vier, werden Die Eltern en de gesneuvelden op Roggeveld overgebracht naar de begraafplaats van Vladslo, bij het Praatbos, heringericht door architect Robert Tischler; een rechthoekig en vlak park met hoogstammigge beuken en eiken, waaronder slechts groen mos gedijt: "Der Krieg war keine freundliche Sache, es paszt nicht zu ihm, dieses Jugendsterben mit Blumen zu verschönern. Ernst musz jeder Kriegsfriedhof bleiben" (12). Bij ministerieel besluit van 18 maart 1997 werd de begraafplaats integraal, met inbegrip van de beeldengroep, omwille van de artistieke, historische en socio-culturele, waarden beschermd als monument.

Het oude parochiale kerkhof van Ingelmunster langs de Gravinne- en Oostrozebekestraat, ingebed tussen de Sint-Amanduskerk en de omheiningsmuur van het kasteel, bleek omstreeks 1850 ontoereikend te zijn geworden. Waarop, "voulant donner une nouvelle preuve de sa sollicitude pour Ie bien-être de la commune d'Ingelmunster et pénétré de la nécessité de transferer Ie cimetière existant autour de TEglise, hors de l'eneeinte du village, et des avantages hygiéniques qui en seront Ie résultaf Charles Alberic Clement Graaf des Cantons de Montblanc Baron van Ingelmunster bij notariële akte van 30 oktober 1859 aan de gemeente een 27a 98ca groot perceel grond zou schenken "non compris une superficie de quatre ares, dont Monsieur Ie donateur se réserve la propriété, tant pour lui que pour ses héritiers, hperpétuité, pour en faire et jouir comme ils l'entendront." O p het door de schenkers voorbehouden perceel zou in 1865 door "A/^/^w*?" Virginie Louise de Rocques de Montgaillard, douarière van bovengenoemde, een monumentale grafkapel worden opgericht, omringd door een terras met steunmuur: een kalkzandstenen centraalbouw, mogelijks naar ontwerp van provinciaal architect P.N. Croqui-


•

--ts^v ^

begraafplaats van Sint-Truiden, te Schurhoven

\v Wfi/l/J&s

\ \

De stedelijke

km"^

mM

(foto H.M. Celis)

n mÊÊ

J-

KM

^% f [lif iuf^iÊi l x * j / f#^^^B ^Ltlw^tmÉM

g^ w \ W ^ @ i ^Htt^

^

[ 1

Ifl •CSg

W£M

son gecopieerd op de 12 tc -eeuwse romaanse grafkapel van de abdij van Montmajour, bij Arles. Uitgebreid in 1885, 1934 en nogmaals in 1978 tot samen een 1.4 ha, bewaart deze overigens eenvoudige begraafplaats nog een twintigtal als cultuurhistorisch waardevol te bestempelen graftekens, alle geschaard langsheen de centrale hoofdweg naar de grafkapel, of bij deze laatste. De meeste sluiten aan bij de neogotische beweging, enkele latere exemplaren ogen eclectisch. Verrassend bleek het monument voor industrieel Schotte-Callens, naar ontwerp van architect Pol Wenmaekers uit 1933, waarop een levensgroot bronzen vrouwenbeeld, hoofd en gelaat gesluierd, door de Amerikaanse beeldhouwster Miss Kühne Beveridge ( 0 1877 Springfield, Illinois), opgeleid bij V.-R. O'Donovan te New-York en bij Auguste Rodin. Ingezet in 2001 omvat de beschermingsprocedure het gedeelte van de begraafplaats van Ingelmunster bepaald door de centrale hoofdlaan, de grafkapel de Montblanc en de omliggende graftekens (dorpsgezicht) en de grafkapel van de familie de Montblanc zelf, samen met 23 graftekens (monument). Omstreeks 2000 verleende de vakafdeling Funerair Erfgoed ondermeer enige bijstand bij de opmaak door Limburgse collega's van een beschermingsdossier voor de stedelijke begraafplaats van SintTruiden, op het gehucht Schurhoven. De huidige begraafplaats kwam tot stand omstreeks 1850, naast de classicistische Sint-Jacobskerk, en kende uitbreidingen in 1853, 1884 en 1913. Hoofdzaak was hier, naast de selectie van individuele waardevolle graftekens — waaronder een aantal karakteristieke gietijzeren 'Brialmont'kruisen (13), herkenbare structuren en nog homogene zones te onderscheiden die voor bescherming als monument en/of stadsgezicht in aanmerking zouden kunnen komen. Het beschermingsbesluit van 21 november 2001

M&L

Tpe Cot Cemetery te Zonnebeke (foto K. ïandevorst)

zou uiteindelijk, behalve een behoorlijk stadsgezicht, tevens niet minder dan een 140 monumenten tellen.

KNOWN UNTO nOD Einde 2000, naar aanleiding van de herdenking van de Wapenstilstand op 11 november, het einde van de 'Grote Oorlog' van 1914-'18, werden beschermingsprocedures ingeleid voor een aantal over Vlaanderen verspreide oorlogsrelicten. Militaire begraafplaatsen konden hierbij niet ontbreken. O m pragmatische redenen, zoals het nog uitblijven van een overzichtelijke inventaris en evaluatie, bleef


De Duitse Militaire begraafplaats te LangemarkPoelkapelle (foto M.M. Cells)

Kriegsgraberfürsorge, en na heraanleg ingewijd in 1932, telt de begraafplaats sindsdien een 10.143 graven, na 1955 nog uitgebreid tot 44.000, waatonder een 3000 oorlogsvrijwilligers, overwegend studenten, tussen 21 oktober en 11 november 1914 gesneuveld bij de — vruchteloze - bestorming van Langemark.

de selectie vooralsnog beperkt tot vier, uitzonderlijke en tegelijk verscheiden items. Enige toelichting bij drie ervan. De Duitse militaire begraafplaats van Langemark, het lange jaren controversiële want ideologisch misbruikte "Studentenfiiedhof, had reeds in 1943 op aandringen van de "bezettende overheid" van een 'rangschikking' als landschap genoten; besluit dat in 1945 in géén tijd zou worden opgeheven (14). De begraafplaats zou ontstaan zijn in oktober 1914 uit een Britse begraafplaats, die na de gasaanval van 22 april 1915 (Tweede Slag bij leper) tot in de zomer 1917 (Slag bij Mesen) in Duits gebied kwam te liggen, en zowat een halfjaar later, in april 1918 opnieuw, bij de inname van het verwoeste Langemark. Nog tijdens de oorlogsjaren groeide het aantal — overwegend Duitse — bijzettingen gestaag aan tot 859. Later overgedragen aan de Deutsche

Deels omgeven door een watergracht en roodzandstenen lage muur, slechts betreedbaar via een nauwe gang doorheen het blockhausvormig poortgebouw, is het beklemmende, met eiken overschaduwde grasveld doordrongen van bittere, maar berustende symboliek. Tyne Cot Cemetery, hooggelegen even ten noorden van Passendale op de westelijke flank van een heuvelrug, zou zijn naam te danken hebben aan Britse " Tynesiders" van de Northumberland Fusiliers die een aldaar gelegen kleine schuur niet zonder enig cynisme vergeleken met de eigen houten cottages langs de Tyne. De plek werd door de Britten als begraafplaats aangewend vanaf oktober 1917 tot einde maart 1918. Aanvankelijk beperkt tot een 350 begravingen werden hier na de wapenstilstand de gesneuvelden samengebracht van de slagvelden van Passendale en Langemark, overwegend Britten maar evenzeer Nieuw-Zeelanders, Canadezen, Australiërs ... Aangelegd naar ontwerp van architect Sir Herbert Baker overeenkomstig de -mede door Sir Edwin Lutyens uitgewerkte- drie hoofdregels van de


Imperial War Graves Commission, te weten: monumenten van blijvende aard, uniforme grafstenen, geen onderscheid van rang, en tevens voorzien van Blomfields' Cross of Sacrifice en Lutyens' Stone of Remembrance, werd de begraafplaats ingewijd in juni 1927. Met zijn 11.956 graven, waarvan een 8.400 anoniem, is Tyne Cot Cemetery wereldwijd de belangrijkste Britse militaire begraafplaats, ongeacht nog de Missing Memorial, de 230 m lange Muur met de namen van bijna 35.000 vermisten, gevallen na 15 augustus 1918, en waarvoor geen plaats meer beschikbaar was op de leperse Menin Gate Memorial to the Missing (54.896 namen) of de Missing Memorial te Ploegsteert (11.477 namen). Na afloop van de Duitse infanterie-aanval aan de Gete bij Tienen, op de middag van 18 augustus 1914 werden een 139 gesneuvelden voorlopig begraven in de in onbruik geraakte romaanse SintPieterskapel van Grimde. In 1922 zou deTiense senator Lucien Beauduin het stadsbestuur voorstellen om de kapel - grotendeels op eigen kosten — her in te richten als duurzame begraafplaats voor de soldaten die hier het leven hadden gelaten. De reeds 62-jarige architect Léon Govaerts, uit het Brusselse Sint-Joost-ten-Noode, werd met de opdracht gelast; de werken werden uitgevoerd in 1927-1928.

De Hecropool In de Sint-Pieterskerk van

Govaerts, samen met Léon Sneyers en Paul Hamesse ooit nog een naaste medewerker van art nouveauarchitect en amateur-archeoloog Paul Hankar, had

zelf reeds een aanzienlijk en hoogstaand art nouveau-oeuvre uitgebouwd, met waardevolle art deco uitlopers. Na de Eerste Wereldoorlog zou hij ondermeer in het Leuvense actief zijn met de wederopbouw van een aantal gevels (1921-1928) en de restauratie van de Sint-Pieterskerk (vanaf 1923). Zijn restauratie-ontwerp uit 1924 voor de SintPieterskapel zou ondermeer voorzien in het herstel van de romaanse zijbeuken, de vervanging van het spitsboograam in het koor door drie lancetramen, en de verlaging van het vloerpeil met 80 cm tot het mogelijks oorspronkelijk loopvlak. In de hoofdbeuk, zijbeuken, transeptarmen en koor, rug-aanrug vrijstaand of opgesteld langsheen de buitenmuren, werden éénvormige, doorlopende schuin afbellende witstenen grafzerken ingebracht, met kort opstaand hoofdeinde waarop telkens een soldatenhelm op eikenbladeren, en de namen van de gesneuvelden. Blauwe hardsteen bekleedt de vloer rondom. Het Triomfkruis van de Gentse beeldhouwer Géo Verbanck, fraaie smeedijzeren 'funeraire' lantaarnpalen — " Le Feu Sacré' — met bronzen kaarsenblad naar ontwerp van Govaerts, maar in het bijzonder de warme kleuren van de glasramen met Oorlog en Vrede thema's, uitgevoerd door meester-glazenier Jean Wyss naar ontwerpen van de kunstschilder Maurice Langaskens, zelf een voormalig krijgsgevangene, verlenen aan deze Tiense 'Necropool' een indringende sacrale sfeer (15).

Grimde, Tienen (foto 0. Pauwels)

V A N D A I I S M F , AFTAKFI ING FN RFSTAURATIF Natuurlijke verwering, achterwege blijvend onderhoud en blind vandalisme werken de instandhouding van historische kerkhoven en begraafplaatsen niet bepaald in de hand. Ongeacht nog de zo karakteristieke - maar corroderende en dus vaak reeds verwijderde - smeedijzeren of gietijzeren hekken rondom grafconcessies, gedragen blauwe hardsteen, kalkzandtseen en carraramarmer in het bijzonder zich op termijn elk verschillend, en vergen zij bijgevolg elk een aangepaste curatieve benadering. In nauwe samenwerking met Epitaaf vzw, het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium en - desgevallend — stedelijke instanties of de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen, werden in het bijzonder op het Kerkhof van Laken experimenteel te noemen en dus leerrijke restauratiewerken uitgevoerd aan de grafmonumenten voor de familie

M&L


Nr. 113 Bijlage bij M&L21/1 januarifebruari 2002

• Antwerpen Honteviieopikhuii


B I N N E I M K R A N T

Landschapszorg

Marc De Borgher

TOFIICHTINfi BM HFT DECREET VAN ?1 DECEMBER ? n n i TOT w i ] 7 m i N n V A N HFT DECREET VAN I f i APRIL HOUDENDE BESCHERMING VAN lANDSCHAPPFN Het decreet tot wijziging van het decreet van 16 april 1996 houdende bescherming van landschappen, het landschapsdecreet, werd bekrachtigd door de Vlaamse regering op 21 december 2001 Alhoewel het landschapsdecreet pas een vijftal jaar oud is, zijn er toch gegronde redenen om nu reeds een aanpassing van dit instrument door te voeren. Het initiatief heeft 2 hoofddoelstellingen: enerzijds het voeren van een integrale landschapszorg in het Vlaams Gewest en anderzijds het doeltreffender maken van het instrument zelf. De toepassing van het landschapsdecreet en van zijn voorganger de wet van 1931 op het behoud van monumenten en landschappen heeft in totaal ongeveer 2,7 % van het Vlaamse Gewest onder bescherming gesteld. Ofschoon heel wat gebieden konden worden gered, bestaat er tegenwoordig een brede consensus over dat dit niet volstaat. De landschapszorg staat voor een inhaaloperatie. Heel wat waardevolle landschappen gaan teloor omdat zij niet tijdig beschermd worden. Daartoe moet in de eerste plaats de bestaande regelgeving en meer bepaald het landschapsdecreet geoptimaliseerd worden en moeten daarnaast andere manieren van bescherming onderzocht worden. Tegelijkertijd is er een nood aan een algemene landschapszorg die ook buiten beschermde gebieden gevoerd wordt.

M&L

Voor de ontwikkeling van die andere manieren van bescherming worden nog andere pistes bewandeld die nog niet in dit wijzigingsdecreet vervat zitten. Een 2de initiatief wordt uitgewerkt via een integratie in de ruimtelijke ordening. De modernisering van het instrumentarium inzake ruimtelijke ordening met de mogelijkheid tot sectorale invulling, creëert mogelijkheden voor een geïntegreerd landschapsbeleid. Deze integratie zou in de eerste plaats moeten gebeuren in het kader van de ruimtelijke uitvoeringsplannen. De integratie in de ruimtelijke ordening is echter een specifiek en complex thema. Bij de voorbereiding ervan is meteen duidelijk geworden dat hiervoor een apart decretaal initiatief nodig is. Wat is in algemene termen de bedoeling? Op basis van de landschapsatlas is het mogelijk om de meest waardevolle landschappen af te lijnen en hun belangrijkste kenmerken te omschrijven. Deze kenmerken en de kwaliteiten van de waardevolle landschappen zouden dan vertaald moeten worden in een gepaste afbakening en in passende voorschriften en bestemmingen in de ruimtelijke uitvoeringsplannen. Het is echter duidelijk dat het nog een lange tijd zal duren eer dit systeem in werking zal kunnen treden en dat de ruimtelijke uitvoeringsplannen gebiedsdekkend voor heel het Vlaamse Gewest zullen zijn opgemaakt. Ondertussen is het noodzakelijk om op een aangepaste wijze verder te kunnen werken met het huidige systeem van het landschapsdecreet. Over welke aanpassingen gaat het nu? Een 1 5te belangrijke gegeven is het feit dat het landschapsdecreet het beheer van landschappen mogelijk maakt, evenals de financiële ondersteuning ervan. Het uitgewerkte systeem blijkt in de praktijk echter moeilijk haalbaar. De verplichting een beheerscommissie op te richten en een beheersplan op te maken zorgt voor moeilijk te ontwarren problemen. Eén van die problemen

is het voorkomen van vele verschillende eigenaars, niet alleen in aantal maar ook in laat ik maar bodemgebruik zeggen. Er is dus een groot verschil tussen een landgoedeigenaar, een landbouwer en boseigenaren bijvoorbeeld. Ook het feit dat de beheerscommissie het beheersplan moet opstellen, heeft in vele gevallen tot demobilisatie geleid. Doordat de beheerssubsidies zijn gekoppeld aan het beheersplan kunnen beheersmaatregelen niet worden gesubsidieerd. Daardoor raken eigenaars maar ook gemeentebesturen ontmoedigd. Vandaar dat de Vlaamse regering het beheersluik voor beschermde landschappen wil versoepelen. De verplichting wordt vervangen door de mogelijkheid tot het oprichten van een beheerscommissie en het opstellen van een beheersplan. De concrete regeling hiervoor zal verder bepaald worden in uitvoeringsbesluiten. De beheerscommissie zal niet meer als enige opdracht het opstellen van het beheersplan hebben, maar zal de hoofdtaak krijgen om een overlegplatform tussen de verschillende actoren tot stand te brengen. Ook de financiële ondersteuning wordt aangepast. Het voorgestelde systeem wordt in de mate van het mogelijke gelijkgeschakeld met dat de monumentenregelgeving waar het zijn verdiensten reeds bewezen heeft. Men gaat 2 soorten premies hebben: een onderhoudspremie en een landschapspremie (de restauratiepremie bij de monumenten). De toekenning van een onderhoudspremie is een soepele procedure met beperkte budgetten die de instandhoudingplicht die het landschapsdecreet oplegt, ondersteunt. In de praktijk (dit wordt later geregeld in een uitvoeringsbesluit) zal het om 40% van het premiegerechtigde deel van de aanvaarde kostenraming gaan. Dit premiegerechtigd deel bedraagt maximum 50 000 euro. Daarboven wordt geen premie meer toegekend. Het blijft echter de bedoeling te komen tot een integraal beheer voor het geheel van een beschermd land-


B 1 N N E N K R A N T

schap of voor een deel ervan. Vermits een beheersplan voor een beschermd landschap het geschikte instrument blijft om de beheersdoelstellingen te verwezenlijken, blijft de landschapsprem/e gekoppeld aan een landschapsbeheersplan. In het kader van de vereenvoudiging van de regelgeving is de koppelsubsidie afgeschaft. Dit heeft tot gevolg dat enkel het Vlaamse gewest verantwoordelijk wordt voor de financiële ondersteuning (de verplichte provinciale en gemeentelijke bijdragen worden afgeschaft) en dat de administratieve procedure voor de toekenning van een landschapspremie sterk vereenvoudigd wordt. Het is de bedoeling (dit wordt later geregeld in een uitvoeringbesluit) dat een landschapspremie van 60% kan worden toegekend op de totale kostenraming voor het uitvoeren van beheerswerkzaamheden, wat meteen ook het onderscheid tussen de onderhoudspremie en de landschapspremie beklemtoont. Ook de opmaak van landschapsbeheersplannen wordt financieel ondersteund met een premie van 80%. Voor ontsluitings-, onderzoeks- en voorlichtingswerkzaamheden wordt de premie beperkt tot 20%.

De 2de categorie van aanpassingen van het landschapsdecreet betreft het doeltreffender maken van de beschermingsbesluiten en het wegwerken van rechtsonzekerheid voor de burger. Een 1 5te voorstel is een verbetering van de bepalingen over het historisch permanent grasland. Op vele plaatsen in onze landschappen zijn de complexen van historisch permanent grasland reeds in bepaalde mate verstoord door omzetting naar akkerland. Een herstel is op dit moment niet mogelijk. Met het wijzigingsdecreet wordt het wel mogelijk dat de teeltkeuze in een historisch permanent graslandcomplex, maar ook van overig grasland en akkerland in een aantal "groene" of "geelgroene" bestemmingen kan geregeld worden in een beschermingsbesluit. Dit laatste dan wel enkel met het oog op dat herstel van

historisch permanent grasland. Het is de bedoeling in het uitvoeringsbesluit met betrekking tot het beheer hiertoe stimulerende maatregelen uit te werken. Om de rechtszekerheid voor de burger te vergroten werd het nuttig en wenselijk geacht om de definitie van historisch permanent grasland gelijk te schakelen met die van het natuurdecreet, met dien verstande dat in beschermde landschappen het in vele gevallen om een ruimer gegeven gaat dan om louter vegetatiekundig waardevolle graslanden omdat de nadruk op het cultuurhistorisch aspect van die graslandcomplexen gaat. Dit gegeven is echter niet in tegenspraak met die definitie. Met het wijzigingsdecreet zal ook de rechtszekerheid van een aantal beschermde landschappen worden hersteld. Voornamelijk in de jaren '80 werden belangrijke en omvangrijke landschappen beschermd zoals de Brechtse Heide. Voor deze landschappen was het materieel onmogelijk om de beschermingsplannen die op basis van de kadastrale kaarten werden samengesteld mee te betekenen aan alle eigenaars. Soms waren er immers meer dan 20 plannen als bijlage bij het beschermingsbesluit en meer dan 500 eigenaars. Daarom werd aan alle eigenaars een volledige lijst bezorgd van alle beschermde percelen met aanduiding van de eigendomstoestand. Hierdoor waren zij perfect op de hoogte van de correcte juridische afbakening van de bescherming en werden hun belangen als eigenaar gevrijwaard. Nochtans wordt momenteel het niet-betekenen van de plannen zelf aangegrepen als argument om de rechtsgevolgen van de bescherming aan te vechten. Daarom is het belangrijk om de lijst van de kadastrale percelen met vermelding van de eigendomstoestand dezelfde juridische waarde te verlenen voor de betrokken landschappen.

Het decreet maakt ook de aanduiding van karakteristieke gebouwen ]n een beschermd landschap mogelijk. Net zoals bij stads- en dorpsgezichten kunnen karakteristieke gebouwen een

belangrijke functie vervullen binnen een beschermd landschap. Voor hun instandhouding en onderhoud kan een gepast beleid worden gevoerd, zonder dat het daarbij de bedoeling is de instandhouding en het onderhoud van zonevreemde gebouwen te subsidiëren. De gebouwen die opgenomen zijn in de inventaris van het bouwkundig erfgoed worden logischerwijze, binnen reeds beschermde landschappen, automatisch als karakteristiek beschouwd. Een van de aanpassingen is op het laatste moment niet door de Vlaamse regering weerhouden. In het landschapsdecreet wordt bepaald dat een bescherming een bestemming op het gewestplan niet onmogelijk kan maken. Dit leidt in sommige gevallen tot problemen voor een goede landschapszorg Er wordt voorgesteld om opnieuw de vroegere toestand te herstellen zodat de verplichtingen voortvloeiend uit een beschermingsbesluit cumulatief gelden met eventuele verplichtingen die uit de ruimtelijke ordeningwetgeving voortvloeien en dat beschermingsbesluiten niet ondergeschikt zijn aan die wetgevingen doch naast ernaast wetgevingen staan. De Raad van State ging hiermee akkoord omdat in tegenstelling met vroeger er momenteel een gepaste schaderegeling van toepassing is geworden. De Vlaamse regering heeft echter uiteindelijk gekozen om de recente beleidstendens aan te houden om Ruimtelijke Ordening de hoofdrol laten te verzorgen bij de coördinatie van ruimtelijke initiatieven in het Vlaams gewest. Omdat het probleem echter niet ontkend wordt, blijft nog zoeken naar een gepaste oplossing om alsnog in het wijzigingsdecreet in te schuiven. Naast die verschillende aanpassingen worden er ook aanvulling voorzien in het wijzigingsdecreet. Er wordt een nieuw luik aan het decreet toegevoegd, dat handelt over maatregelen voor de bevordering van de algemene landschapszorg voor het hele


B I N N E N K R A N T

Vlaamse Gewest. Dit heeft tot doel, door een stimuleringsbeleid, de landschapszorg ook buiten de beschermde landschappen te bevorderen. In het huidige planproces van de ruimtelijke ordening en in de talrijke initiatieven van de verschillende overheden die een kwaliteitsvolle leefomgeving beogen, is het zonder twijfel duidelijk dat de landschapszorg en de bekommernis voor ons cultuurhistorisch erfgoed een essentieel onderdeel zijn in dit gegeven. Om een ruimtelijk gedifferentieerd en gebiedsgericht landschapsbeleid te kunnen uitvoeren en op een gepaste wijze te kunnen participeren in voornoemd proces, is het noodzakelijk een aantal mogelijkheden te bieden. Zo wordt de mogelijkheid gecreëerd om een financiële bijdrage toe te kennen voor maatregelen ter bevordering van activiteiten die de cultuurhistorische of esthetische waarde van een landschap ondersteunen. Het is de bedoeling om via de nieuwe milieuconvenant gestandaardiseerde landschapsrelevante subsidiereglementen financieel te ondersteunen. Op die wijze kan de Vlaamse regering de gemeenten ondersteunen bij hun uitgaven voor reglementen inzake landschapszorg. Daarnaast wordt een juridische grondslag gegeven aan de landschapsatlas en de landschapskenmerkenkaartvoor het Vlaams Gewest die inmiddels zijn afgewerkt. Hierdoor kunnen zij de basis vormen voor een algemene landschapszorg. In de landschapsatlas DIA 1 1 1 - 2 zijn de relictzones, de punt- en lijnrelicten en de ankerplaatsen afgebakend op een schaal 1/50.000. Voor de relicten van de traditionele landschappen die in de landschapsatlas worden aangeduid, wordt voorzien in de mogelijkheid tot het verlenen van een financiële bijdrage voor maatregelen met het oog op het behoud, het herstel of de ontwikkeling van de cultuurhistorische of esthetische waarde ervan. Een eerste initiatief wordt momenteel reeks uitgewerkt in het kader van het

M&L

programma voor ontwikkeling van het Platteland (POP) waarin door de Vlaamse regering een aantal milieumaatregelen uitgewerkt zijn voor de landbouw. Daartoe behoren de beheersovereenkomsten die landbouwers kunnen afsluiten voor een reeks van beheerspakketten die nauw verband houden met natuurbehoud en/of landschapszorg. Voor het uitvoeren van beheerspakketten voor KLE's in de relictzones van de traditionele landschappen zullen landbouwers in hoofdberoep en nevenberoep een bijkomende financiële stimulans ontvangen van 300/o boven op het basisbedrag dat is voorzien in deze beheerspakketten (samen met de cofinanciering van 50 % van de Europese Commissie.

schapszorg open trekken naar heel Vlaanderen toe, waarbij aandacht en zorg voor landschapselementen, voor landschapsherstel of voor versnipperde relicten ondersteund moeten worden.

Een derde element betreft de mogelijkheid voor een financiële bijdrage ten behoeve van de cultuurhistorische of esthetische landschapskenmerken in zowel de voorlopig als de definitief erkende regionale landschappen. Het is de bedoeling te werken met landschapsteams en landschapsanimatoren voor een beheer in de als regionaal landschap erkende gebieden. Deze maatregelen beogen een meerwaarde en zijn afgestemd op de taken die de regionale landschappen werden toebedeeld vanuit het natuurdecreet.

Beschermingen

Als besluit Kunnen we dus stellen dat het wijzigingsdecreet duidelijk meer dan enkele technische aanpassingen van het landschapsdecreet beoogt. De versoepeling van de procedures voor het beheer van beschermde landschappen past niet alleen in de visie van de Vlaamse regering om de regelgeving te vereenvoudigen maar wil vooral een krachtdadig en efficiënt beheer in de beschermde landschappen mogelijk maken zodat de kwaliteit van de leefomgeving in deze meest waardevolle en kwetsbare gebieden van Vlaanderen verhoogt en de cultuurwaarden ervan als het ware tastbaar worden. Daarbij moeten de beheersmaatregelen aangepast kunnen worden aan onze rijke diversiteit, van duinen tot oude ontginningen Daarnaast wil het decreet de land-

Dit moet de kwaliteit van onze leefomgeving verbeteren en de maatschappelijke draagkracht voor ons landschappelijk erfgoed verhogen zodat de bescherming van landschappen en landschapskenmerken als een natuurlijk proces worden ervaren, in het belang van iedereen.

Marijke

Michiels

M O N I J M F N T F I M , I AIMDSCHAPPFN. STADSEN D O R P S G E Z I C H T E N . R F S C H F R M D IN APRii-iHNi ?nni HOESELT (St.-Huibrechts-Hern) ST.-HUBERTUSKAPEL Hernerweg ZNR. Monument 19/04/2001 Grote kapel uit het begin van de 19de eeuw. De zeldzaamheid van dergelijke gebouwen, de gave bewaringstoestand en exacte datering verhogen de documentaire waarde van de kapel. LANAKEN (Veldwezelt) ONGELUKSKRUIS Kruisstraat ZNR. Monument 19/04/2001 Dit materieel document voor de geschiedenis van de gemeenten Veldwezelt en Lanaken is een uiting van een thans vrijwel verdwenen volksdevotie.


B I N N E ^ K R A N T

LEUVEN HET GEBOUWENCOMPLEX Parijsstraat 38 Monument 19/04/2001 Het laatgotische gebouwencomplex - daterend uit het derde kwart van de 16de eeuw - is opgebouwd uit een drielaags diephuis, dat door een smalle gang wordt verbonden met een tweelaags achterhuis van het breedhuistype. De overhoeks geplaatste pinakelmotieven die de rijke en decoratief uitgewerkte straatgevel van het hoofdpand bekronen, onderstrepen het voorname karakter van deze stadswoning. In het hoofdpand bleven een aantal 16de-eeuwse interieurelementen bewaard, waarvan de draagstructuur met troggewelven ter hoogte van de eerste verdieping en de vier originele schouwen het opmerkelijkste zijn. In het achterhuis treft men stucwerk uit het midden van de 18de eeuw, waarvan het verfijnde ontwerp en de sierlijke motieven aansluiten bij de rococostijl.

LEUVEN HUIS "HET VIERDE GEBOD" Mechelsestraat 122 Monument 19/04/2001 Het huis is een onderdeel van een tweede homogene woningenreeks van vijf, opgetrokken tussen 1553 en 1569, die deel uitmaken van het ensemble van "de Tien Geboden". Deze huurwoningen voor particulieren werden gebouwd in opdracht van de nabijgelegen St.-Geertrui abdij. Het concept van deze vijf diephuizen met een renaissancistisch voorgeveldecor, wordt toegeschreven aan de Leuvense bouwmeester Amand van Bullenstraten. Nu de vroegere huurpanden - het Eerste tot Derde Gebod zijn verdwenen, behoort het Vierde Gebod nog tot één van de zeldzame, vrij gave getuigen van rijkere 16deeeuwse privé-architectuur in Leuven.

LEUVEN HET PAND "DEN CLEYNEN CRUYWAEGHEN" Mechelsestraat 39 Monument 19/04/2001 Dit relevant voorbeeld van stedelijke privé-architectuur uit de 17de eeuw is een huistype dat palend aan een vroegere "brandgang" werd ingeplant. Bestaande uit een voorhuis met topgevel en een hoger achterhuis tussen tuitgevels, bezit het complex nog kruis- en kloosterkozijnen in de zijgevels. De hardstenen pui met elegante deuromlijsting getuigt van een eind 18de-eeuwse modernisering in LodewijkXVI-stijl. De nog vrij intact behouden originele draagstructuur en het laatgotische zandstenen schouwfragment verhogen de documentaire waarde van dit pand. Vermoedelijk vervulde het huis de rol van herberg, de band met de voormalige brouwerij "den Grooten Cruywaeghen" (huurpand nr. 37) komt tot uiting in hun verwante historische naamgevingen en de onderlinge gebouwenconfiguratie.

VEURNE VOORMALIG CELLENBROEDERSKLOOSTER Sint-Denijsplaats 2 Monument 19/04/2001

DIEPENBEEK SINT-SERVAASKERK Marktplein ZNR. Monument 19/04/2001 De classicistische kerk uit 1777 - aangebouwd tegen een laatgotische bakstenen toren - werd verschillende malen aangepast. In 1787 breidde men de kerk uit met twee portalen, tussen 1860 en 1862 werd ze vergroot met twee transeptarmen en nogmaals in 1931 met twee zijbeuken in het verlengde van de transeptarmen. BILZEN OMGEVING VAN DE DEKENIJ Stodsgez/c/it 19/04/2001 De dekenij werd in 1841 ingeplant op een tuinperceel dat toebehoorde aan de Duitse Orde van de landcommanderij van Alden-Biezen. Ten tijde van landcommandeur Ferdinand, Baron van Siekingen, werd hier een tuinprieel ingeplant. BILZEN OUDE DEKENIJ Kloosterstraat 7 Monument 19/04/2001 Het symmetrisch grondplan, de gevelordonnantie en -afwerking en de interieurstoffering duiden dit gebouw als

Het voormalige cellenbroederklooster is een enige en belangrijke getuigenis van de drie eeuwen durende aanwezigheid van de Cellenbroeders in de stad Veurne. Deze broeders, ook Alexianen genoemd, namen de zorg voor leprozen, pestlijders en krankzinnigen op zich. Het pand evolueerde van klooster tot 19de-eeuwse stadsvilla en is heden het enig historisch restant in de voormalige, nagenoeg volledig verdwenen Sint-Denijsparochie. Naast 16de-eeuwse muurgedeelten en kapconstructies bleven onderkelderde 18de-eeuwse vleugels en 19de-eeuwse aanpassingen en aankledingen bewaard.

IVI&L


B 1 N N E 1 M K R A N T

een gaaf voorbeeld van 19de-eeuwse neoclassicistische architectuur. De dekenij met oranjerie dateert uit 1841.

boerenbevolking van het Maasland, vóór de opening van de steenkoolmijn van Eisden in het begin van de 20ste eeuw. Aangezien het landbouwareaal in deze streek beperkt was, waren de hoeven kleinschalig.

LILLE (Gierle) HET VOORMALIGE GROTENHOUTBOS

LANAKEN (Neerharen) OMGEVING VAN DE HOEVE Kasteelstraat 17 Dorpsgezicht 27/04/2001

Landschap 24/04/2001 Dit groot aaneengesloten bosrijk gebied, gelegen in een gaaf open landbouwgebied, diende als jachtgebied voor de hertogen van Brabant, later heren van Turnhout. Het domaniaal karakter uit zich in het voorkomen van een aantal open delen, zoals akker- en weilanden met bomenrijen, een imposant drevencomplex en een uitgebreid hydrografisch netwerk. Dit bosdomein is voor de hele Kempen het enige boscomplex van die grootteorde dat minstens sinds de middeleeuwen aanwezig is gebleven. Aangezien dit oude bosgebied een hoge graad aan ecologische rijpheid heeft, fungeert het als een ecologisch kerngebied. HOUTHALEN-HELCHTEREN KOOLMIJN, SCHACHTBOK NR. 2 Grote Baan 27 Monument 27/04/2001 Dit type metalen schachtbok met vast scharnier werd in 1937-1938 ontworpen en diende gedeeltelijk als model voor recentere exemplaren. Samen met schachtbok nr. 1 vormt dit stukje industriële architectuur een visueel baken in het Midden-Limburgse landschap en verwijst naar de ontginningsactiviteiten in de mijnstreek. HOESELT (Werm) ST.-DOMITIANUSKERK Bovenstraat ZNR. Monument 27/04/2001 De éénbeukige zaalkerk in classicistische stijl werd ingewijd in 1770. De toren met flankerende gebouwen en de sacristie dateren van 1870. Bepleisterd interieur en sobere stoffering.

De primitieve percelering (meidoornhagen) en de resten van het bij dit hoevetype traditionele bodemgebruik (hoogstamboomgaarden en moestuin) maken integrerend deel uit van de hoevesite. HOESELT (Werm) OMGEVING VAN DE ST.-DOMITIANUSKERK Dorpsgezicht 27/04/2001 Het kerkhof, waarvan de omheiningsmuur reeds op de Ferrariskaart van 1780 vermeld staat, maakt integrerend deel uit van de historische kerksite. Op het kerkhof bevinden zich enkele merkwaardige grafkruisen uit de 18de en 19de eeuw. LANAKEN (Neerharen) HOEVE Kasteelstraat 17 Monument 27/04/2001 Het complex uit 1818 illustreert de midden 19de-eeuwse evolutie van het oude L-vormige hoevetype zonder gang naar dat met centrale gang, kenmerkend voor de tweede helft van de 19de eeuw. De hoeve belichaamt de traditionele bouwwijze van de

LANAKEN (Rekem) HOEVE Rekemerstraat 109 Monument 27/04/2001 De hoeve uit 1865 behield haar L-vormige grondplan, typisch voor het Maasland. Dergelijke gaaf bewaarde voorbeelden van dit hoevetype zijn zeer zeldzaam geworden. De vermelding van de naam van de bouwer, B. Stouten, is van belang voor de lokale geschiedenis. Ondanks een paar kleine wijzigingen in de interieurindeling is de traditionele schikking nog duidelijk herkenbaar, ook aan de gevels werd zeer weinig gewijzigd. LANAKEN (Rekem) ONMIDDELLIJKE OMGEVING HOEVE Dorpsgezicht 27/04/2001 De tuin maakt integrerend deel uit van de hoeve die de traditionele bouwwijze, landbouwactiviteit en leefwijze van de boerenbevolking van het Maasland, vóór de komst van de grootschalige industrie illustreert. LOMMEL DE LEYSSENS MOLEN Kattenbos ZNR. Monument 27/04/2001 Opgetrokken in 1797 te Olmen -


B 1 N ^ E 1 \ K R A N T

in 1809 naar het centrum van Lommei en in 1964 naar de huidige standplaats overgebracht - fungeert deze molen als goed en quasi volledig bewaard voorbeeld van een maalvaardige houten standerdmolen met gesloten voet en voorzien van één steenkoppel. De molen bezit Kempense typologische kenmerken, vooral wat model en structuur van het molenkot aangaat. In 1988 werd de molen gerestaureerd en van één koppel maalstenen voorzien. BILZEN "DE WANDELING" Hospitaalstraat 15 Monument 27/04/2001 Dit symmetrisch bakstenen gebouw in eclectische stijl met een middenrisaliet en twee dwarsvleugels, is één van de eerste gebouwen die in 1880 buiten de stadsomwalling werden opgetrokken. Opgericht door het Weldadigheidsbureel van Bilzen ten behoeve van zieken en behoeftigen, is dit hospitaal in feite de vervanger van het oorspronkelijke en inmiddels verdwenen gasthuis van het begijnhof.

Na de aanleg van een draaibrug over de Zuid-Willemsvaart op 16 juni 1812, werd in 1840-1842 een brugwachterswoning gebouwd. Deze woning deed tijdelijk ook dienst deed als "Café du Pont".

het hier 18de-eeuwse klonen van de Hollandse Linde (Tilia x vulgaris). De bomen ontlenen hun cultuur-historische waarde aan hun typologische inplanting op het dorpsplein, onder dorpslinden werd markt gehouden, vergaderd en recht gesproken.

ALKEN HOEVE Bulsstraat 116 Monument 27/04/2001

KOKSIJDE, VEURNE DUIN-POLDEROVERGANG TEN BOGAERDE Landschap 02/05/2001

Langgestrekte hoeve uit het einde van de 16de - begin 17de eeuw. Het gebouw werd opgetrokken in stijlen regelwerk, met ankerbalkgebint met overkragende bovenverdieping. De originele indeling bleef bewaard.

In dit gaaf bewaarde landschap vormt een opvallende, kale steilrand met plaatselijke verstuivingsactiviteit de natuurlijke grens tussen duin en polder. De eerste ingebruikname van het gebied situeert zich in de 11de-12de eeuw wanneer het uithof "Ten Bogaerde" van de Cisterciënserabdij O.-L-Vrouw Ter Duinen te Koksijde zich hier vestigde. In het landschap zijn tevens relicten van de voormalige kleiwinning ten behoeve van de 13deeeuwse baksteenproductie aanwezig. De ontoegankelijkheid van het gebied en de grote verscheidenheid aan biotopen weerspiegelt zich in de rijke fauna en flora.

ALKEN OMGEVING BULSSTRAAT 116 Dorpsgezicht 27/04/2001 Dit dorpsgezicht maakt integrerend deel uit van de landbouwexploitatie, waarvan de configuratie ongewijzigd is gebleven sinds 1780. ZWALM (Roborst) BORSTEKOUTERSTRAAT Monument 27/04/2001

BILZEN OMGEVING HOSPITAALSTRAAT 15 Sfodsgez/c/if 27/04/2001 De omgeving van het hospitaal, met een aantal gebouwen uit het recent verleden van het complex, maakt integrerend deel uit van het voormalig hospitaal en bejaardenhuis. DILSEN-STOKKEM (Lanklaar) BRUGWACHTERSHUISJE Vliegenheuvel 1 Monument 27/04/2001

ZAVENTEM (Sterrebeek) DE SINT-PANCRATIUSKERK EN KERKHOF Dorp ZNR. Monument 15/05/2001

De kasseiweg is nog één van de laatste voorbeelden van een geplaveide wegverharding, een techniek die reeds ten tijde van de Romeinse militaire aanwezigheid in Vlaanderen werd toegepast bij de aanleg van heirbanen. De zeer karakteristieke en zeldzaam wordende kasseiwegen geven aan het landschap een echt en onvervalst karakter. De technische kenmerken van langs- en dwarsprofielen, de fundering en afboording zijn van industrieel-archeologische belang.

De in 1829 naar ontwerp van architect Stevens opgetrokken SintPancratiuskerk, ontstond vermoedelijk in de 9de eeuw als borchtkerk. De huidige kerk vormt zowel in- als uitwendig een gaaf bewaard voorbeeld van een vroeg neoclassicistische plattelandskerk en sluit perfect aan bij de in lokale natuursteen opgetrokken oosttoren uit de 12de eeuw. De evenwichtig geproportioneerde, witgeschilderde driebeukige ruimte is sober gestoffeerd met ca. 1837 aangekocht en aangepast ouder meubilair. Een vijftal schilderijen (17de-19de eeuw) verlevendigen het interieur, waaronder het verloren gewaand jeugdwerk van Nicolas Poussin (1594-1665), "De dood van Maria" (1623).

ZWALM (Roborst) KERKPLEIN MET 4 LINDEN Borstekouterstraat ZNR. Monument 27/04/2001 De linden op het kerkplein van Roborst zijn ongeveer 200 jaar oud. Naar alle waarschijnlijkheid betreft II


B 1 N N E N K R A N T

ZAVENTEM (sterrebeek) DE ONM. OMGEVING VAN DE KERK Dorpsgezicht 15/05/2001 De aangrenzende pastorie (1791) en het voormalig gemeentehuis (1849) behoren tot de oudste en architecturaal meest waardevolle historische bebouwing in de dorpskern. Met hun karakteristieke voorkomen onderstrepen zij het monumentale karakter van de Sint-Pancratiuskerk. MIDDELKERKE HET VOORMALIG POSTKANTOOR De Smet de Nayerstraat 36 Monument 15/05/2001 Architect De la Croix maakte voor dit postgebouw, in een verzorgde eclectische wederopbouwstijl, voornamelijk gebruik van de streekeigen, gele baksteen. Opschriften, het uurwerk en het insigne (posthoorn) accentueren het openbaar karakter van dit hoekgebouw uit 1926. MIDDELKERKE DE MESS DER OFFICIEREN

Zeedijk 59 Monument 15/05/2001

De vleugel werd opgetrokken als onderdeel van het kleine pandhof uit ca. 1660. In 1799 werd het domein aangekocht door Lieven Bauwens die in 1810 aan architect Montoisy de opdracht gaf de verbindingsvleugel tot een luxueuze receptievleugel in empirestijl aan te passen. Hiervan getuigen nog de Palladiaanse toegangsdeur en venster, de indeling van het gelijkvloers en het stucwerkplafond van de spiegelzaal. In 1844 werd het domein aangekocht voor de broeders van St.-Jan de Deo die het in de loop van de 19de en 20ste eeuw aanpasten en uitbreiden. Rond 1950 werd het interieur grondig verbouwd.

tijsluis. Tot 1947 werden vijf paar puntdeuren bewogen met kettingen, aangedreven door hydraulische, nietkantelbare kaapstanders van het type W. Armstrong die in 1878 werden geïnstalleerd. ANTWERPEN KATTENDIJKDOK, SLUISWACHTERSHUISJES Monument 29/05/2001 Bedieningsgebouwtjes van de Kattendijksluis, opgericht in 1909 bij de aanpassing van de Kattendijksluis tot halftijsluis.

ANTWERPEN KAAIMUREN VAN HET KATTENDIJKDOK Monument 29/05/2001 Het Kattendijkdok is het eerste dok dat in 1858-1859 ten noorden van Antwerpen werd aangelegd en uitgebreid in 1869 en 1877-1881. Na de afbraak van de 'Spaanse vesten' werd het verbonden met het reeds bestaande Willemdok, op die manier werd de aanzet gegeven naar de verdere historische ontwikkeling van de Antwerpse haven in noordelijke richting.

Het voormalige hotel Continental, thans Mess der Officieren, werd opgetrokken in de jaren 1920 en uitgebreid in 1937 net voor de doorbraak van het appartementstoerisme. Het eclectische pand is vermoedelijk volledig naar ontwerp van architect Auguste Vereecke, die plaatselijk enorm bedrijvig is geweest.

ANTWERPEN STADSDROOGDOKKEN Monument 29/05/2001 De droogdokken 1 tot 3 horen bij de eerste aanleg van het Kattendijkdok en werden gegraven tussen 1861 en 1865. Bij de noordelijke uitbreiding in 1881 werden de droogdokken 4 tot 6 gecreëerd. De toegenomen tonnenmaat van de schepen noopte tot het graven van de droogdokken 8 tot 10 in 1930-1931.

GENT PSYCHIATRISCH ZIEKENHUIS EN REVALIDATIECENTRUM ST. JAN DE DEO Fratersplein 9 Monument 23/05/2001

ANTWERPEN KATTENDIJKSLUIS Monument 29/05/2001

Dit gebouw is een restant van het ca. 1480 ontstane klooster van de Derde Orde van St.-Franciscus en vormt de verbindingsvleugel tussen de voormalige priorswoning en kapel.

Aangelegd in 1858-1859 als verbinding tussen de Schelde en het eerste Kattendijkdok, werd dit sluizencomplex in 1909 omgebouwd van een oorspronkelijke getijdensluis tot half-

ANTWERPEN POMPHUIS KATTENDIJKDOK Monument 29/05/2001 Na de aanleg van de droogdokken 4 tot 6 werd in 1895 een nieuw pomphuis gebouwd ter vervanging van een ouder pomphuis dat enkel de droogdokken 1 tot 3 bediende. Het prominent aanwezige gebouw werd uitgevoerd in voor die periode


B 1 N N E N K R A N T 9

> é

eerder ongewone industriële materiaen (skeletbouw met ijzeren l-profieen) waardoor het industriële karakter van het gebouw en de site extra nadruk krijgt.

ANTWERPEN MONTEVIDEO Montevideostraat ZNR. Monument 29/05/2001

ANTWERPEN MEXICOBRUGGEN Monument 29/05/2001

Pakhuis uit 1895, opgetrokken bij de zuidelijke uitbreiding van het Kattendijkdok, bestaande uit een reeks van 22 bakstenen loodsen onder raekemdak met Polonceauspanten.

Om tegemoet te komen aan de hogere eisen van het verkeer werden tussen 1936 en 1941 nieuwe bruggen gebouwd als verbinding tussen het Kattendijk- en het Houtdok. Deze verdingen een oudere hydraulische draaibrug uit 1873. De Mexicobruggen zijn een eenmalige toepassing in de Antwerpse haven van elektrisch aangedreven rolbasculebruggen van het

'"3^

werd gestreefd naar een locatie bij de aanzet van het havengebied.

MiïÊBSM^IRr^i

gMj" 1 / ^V^iWBBBMHMMgBM«1WI»W

ANTWERPEN GEBOUWEN VAN DE RED STAR LINE Rijnkaai 17A Monument 29/05/2001 Havengebonden dienstgebouwen van de Red Star Line rederij die vooral actief was in de periode 1872-1935 en die gespecialiseerd was in het wereldwijd vervoer van passagiers en goederen. Deze gebouwen uit het laatste kwart van de 19de eeuw fungeerden als stapelruimte, burelen en gezondheidscentrum voor inkomende passagiers.

r

JJ=

iss> "

!;

» , — j

j M i r ^ W , P^P a j j i l • • i •

_iL

a <m, "Vl

iaBMMfiÉa

'wm

\y

&-'

"

- ^ - ^

k.

LOKEREN WONING HORENDE BIJ VML ABDISHOEVE Nonnenbosweg 2 Monument 30/05/2001

«S^ï.

^rA

Woonhuis van een abdijhoeve uit de 16de eeuw, afhankelijk van de cisterciënzerabdij O.-L-Vrouw ten Bos. Het pand van twee bouwlagen en vijf traveeën is opgetrokken in bak- en zandsteenstijl onder een pannenzadeldak. Binnen bleef een klassieke interieurindeling bewaard met 16deeeuwse schouwen, waarvan één met

^

^m

^ 11si

4

/*

^m

ft •

P " m*m

~

-iif mÊkÈ. 1

-^««-i

\ 1-

'

I n"••Irtó ".

' tmmaai.—taMrf

L.U

••

•"'

L,-:

_

Aanwervingsbureau voor havenarbeiders opgericht in 1960-1963 ter vervanging van een ouder gebouw uit 1938. Het gebouw werd ontworpen door de diensten van de stad Antwerpen in een architectuur met voor die tijd markante vormgeving en materiaalgebruik. Bij de inplanting

ANTWERPEN SLUISMEESTERWONING ROYERSSLUIS Oosterweelsteenweg ZNR. Monument 29/05/2001

^ ^^^•É

^

ANTWERPEN AANWERVINGSBUREAU VOOR HAVENARBEIDERS Rijnkaai 15/Braziliëstraat 2C-2D Monument 29/05/2001

De aanleg in 1904-1907 van de Royerssluis die de aanzet vormde van de moderne haven, is de aanleiding

type Scherzer.

#

tot de bouw van een woning in neoVlaamse renaissancestijl in 1908.

1 1

rechtstanden, bekroond met gebeeldhouwde hoofdjes. Dit 'Hooghuis' vormt een beeldbepalend element in het agrarische landschap van 'den

M&L


B 1 N M E N K R A 1 \ T

Oudenbos' en mag in kern bestempeld worden tot het oudste bestaande huis in Lokeren. LOKEREN KNOTUNDE Nonnenbosweg Monument 30/05/2001 De linden die de O.-L-V.-kapel flankeren verwijzen naar een gebruik ten tijde van de kerstening om lindebomen bij kapellen, kruisbeelden en kerken te planten, als reactie op het Germaanse gebruik om de linde te aanbidden voor vruchtbaarheid, liefde en gerechtigheid. LOKEREN KAPEL O.-L-VROUW Nonnenbosweg ZNR. Monument 30/05/2001 De kapel vormt met de acht omgevende lindebomen een beeldbepalend herkenningsteken en een rustpunt binnen het nog landelijke gebied van de wijk Oudenbos. Het sobere 18deeeuwse gebouwtje is een getuige van de typische uiting van de Vlaamse volksdevotie rond de verering van Maria. GENT TWEE IJSKELDERS St.-Pietersnieuwstraat 99 Monument 06/06/2001 De twee ijskelders uit ca. 1870 van de "Brouwerij-frisdrankenbedrijf-ijskelder Donny-Bartsoen" zijn uniek voor België en mogelijk voor heel WestEuropa. Door de gunstige ligging en de wetenschappelijke kennis van de eigenaars kwam hier een uniek ensemble tot stand van ondergrondse industriële constructies met tunnels, opslagplaatsen, een hijsschacht en ijskelders. De ijskelders bestaan uit cilindrische bakstenen constructies met bovenaan geopend koepelgewelf, die in doorsnede een merkwaardige "dame jeanne-vorm" vertonen. De ingegraven constructies met indrukwekkende afmetingen van

respectievelijk 9,50 en 12m diameter en 12 en 15m diep, konden tot 15 ton natuurijs bevatten. De ijskelders zijn opmerkelijk gaaf bewaard, de bovengrondse brouwerijgebouwen verdwenen volledig. GENT (Oostakker] BASILIEK O.-L-VROUW VAN LOURDES Onze Lieve Vrouwdreef 8 Monument 06/06/2001 De basiliek van Oostakker werd samen met het aansluitende patershuis of St.-Victorresidentie opgericht in 1875-1877 volgens de bouwplannen van architect E. Van Hoecke-Peeters. Vanaf 1876 leidde J. Bethune de voltooïng van de bouw en ontwierp grotendeels de stoffering van het interieur. Dit tot in de details gaaf bewaarde interieur is als totaalkunstwerk representatief voor het oeuvre van J. Bethune en zijn samenwerkingsverband met andere neogotische kunstenaars zoals A. Bressers en de gebroeders Blanchaert, De Boeck en Van Wint, Ch. Lenoir en A. Verhaegen. De rijke polychromie van de volledig beschilderde binnenkerk bezit met zijn uitgebreide religieuze iconografie en gevarieerde decoratie een uniek karakter. MOERBEKE (WAAS) ETBOSDREEF KASSEIWEG Monument 06/06/2001 Deze kasseiweg is nog een van de laatste voorbeelden van een geplaveide wegverharding. De zeldzaam wordende kasseiwegen geven aan het landschap een echt en onvervalst karakter. SINT-MARTENS-LATEM (Deurle) HOUTEN WINDMOLENTJE CYRIEL BUYSSE Muldersdreef 12 Monument 06/06/2001 De Vlaamse schrijver Cyriel Buysse gaf in 1922 opdracht tot de bouw van een

realistische kopie op halve grootte, ter vervanging van een houten staakmolen die zich sinds 1592 op dezelfde plaats bevond. Dit graan- en pompgemaal werd in 1918 tijdens de laatste dagen van W.O. I vernield, enkel de gemetste teerling bleef bewaard. Deze voor Cyriel Buysse emotioneel belangrijke oude molen maakte geregeld het voorwerp uit van zijn literaire teksten. Buysse schilderde op de steenbalk de tekst: 'De molen van Deurle heeft eeuwen bestaan/de molen van Deurle moet blijven bestaan'.

BEVEREN VOORMALIG VREDEGERECHT Kloosterstraat 37 Monument 06/06/2001 Pieter Lombaert, notaris en stadhouder van Melsele en één van de rijkste grondbezitters in het toenmalige departement van de Schelde, liet dit herenhuis bouwen tussen 1703 en 1711. Het pand is gesitueerd op een voormalige hoevesite die minstens terug gaat tot het midden van de 16de eeuw en tijdens een brand in 1702, waarbij bijna de ganse dorpskom van Beveren vernietigd werd, in vlammen opging. Het huis vormt een typisch voorbeeld van de bouwevolutie van de traditionele bak- en zandsteenarchitectuur naar een goed geïntegreerde landelijke Lodewijk XV-stijl uit de tweede helft van de 18de eeuw met kenmerkende 19de-eeuwse aanpassingen. Deze bouwevolutie weerspiegelde zich ook in het interieur waar zowel elementen uit de 17de als de 18de eeuw bewaard bleven. BEVEREN DUBBELE ARMPOMP Kloosterstraat 37 Monument 06/06/2001 Tegen de achtergevel van de hoofdvleugel van het voormalig vredegerecht bevindt zich een monumentale dubbelarmige zuigerpomp, vermoedelijk daterend uit het midden van de 19de eeuw. Het pomplichaam en de overloopbak zijn uitgewerkt in arduin.


:

'

•

•

..

Bl^NENKRANT

De twee armen en de zuigerstangen draaien op eenzelfde as, die door middel van smeedijzeren ankers bevestigd is in de muur. AALST (Herdersem) HET SASHUIS Sas-baan 10 Monument 06/06/2001 Het sashuis met gepleisterde gevels, vensters met kleinhouten onderverdelingen en buitenluiken en boven de deur een als rocaille uitgewerkte sluitsteen, werd gebouwd in 17681769. Binnen bevinden zich ondermeertwee haarden in Louis XV-stijl. Rechts van het huis staat een wagenhuis van drie traveeën met gedrukte rondbogen. AALST (Herdersem) HET BIJ HET SASHUIS HOREND PERCEEL Dorpsgezicht 06/06/2001 Het perceel bij het sashuis te Herdersem vormt een intrinsiek onderdeel van het sashuis, het enige overblijfsel van het zogenaamde 'Sas van Wieze' daterend uit 1768-1769.

Tentoonstellingen Marjan

Buyle

VAN GOGH Ff GAUGUIN De tentoonstelling belicht de relatie tussen de twee grondleggers van de moderne kunst, waarbij de periode van hun samenwerking in het Gele Huis in Arles centraal staat. Alhoewel afkomstig uit heel verschillende milieus. Van Gogh als zoon van een protestantse dominee een echte noorderling en Gauguin met zijn FransSpaanse afkomst en zijn jeugdjaren in Peru een echte zuiderling, dromen ze toch van een wederzijdse samenwerking en het stichten van een vooruitstrevende kunstenaarskolonie die aan

de kunst een nieuwe imuls zou geven: 1' Atelier du Sud. De onsterfelijk geworden zonnebloem wordt het symbool van deze boeiende gebeurtenissen. Ter gelegenheid van de komst van Gauguin schilderde Van Gogh verschillende versies van de zonnebloemen als decoratie voor het Gele Huis. Omwille van hun botsende karakters en kunstopvattingen komt er na negen weken reeds een einde aan hun samenwerking: Van Gogh wil de werkelijkheid schilderen zoals hij ze ziet en de kunst is voor hem een instrument om hoop en troost te bieden in het moeilijke leven op aarde. Gauguin schildert vanuit de verbeelding, als ontsnapping uit de harde realiteit. Van Gogh wil tonen hoe een schilderij technisch gemaakt is, Gauguin wil dit juist verbergen. Van Gogh is gefascineerd door de Japanse kunst, terwijl Gauguin aangetrokken wordt door exotische oorden. Hun korte samenwerking zal evenwel toch een blijvende invloed hebben op beider werk.

In het kader van de tentoonstelling heeft een team van kunsthistorici en restaurateurs uitgebreid wetenschappelijk onderzoek verricht. Dit was gebaseerd op bronnenmateriaal (vooral Van Gogh's correspondentie met zijn broer Theo) en op technisch onderzoek

naar grondlagen, doek, verfsoorten en -technieken. De lijvige catalogus, een coproductie van het Van Gogh museum Amsterdam en The Art Institute van Chicago, is de indrukwekkende neerslag van dit jarenlange intensieve vooronderzoek. Met zijn meer dan 400 rijkelijk geïllustreerde pagina's is het een standaardwerk geworden over de periode van 1848 tot 1903 van het werk van beide kunstenaars.

De tentoonstelling loopt tot 2 juni 2002 in het Van Gogh museum in Amsterdam. Reservatie via Fnac, tel. 0900/00 600 of 02/706 06 00 voor groepen. Dagelijks geopend van 9 tot 21 u, op ma. En do. Tot 18u. Op vertoon van uw toegangsbiljet aan het stationsloket van de NMBS, krijgt u 40% korting op uw treinreis (niet geldig voor Thalys-treinen). Vanaf het station neemt u tramlijn 2, 5 of 20 tot het Museumplein. Catalogus: Douglas Druick en Peter Kort Zegers, Van Gogh en Gauguin. Het atelier van het Zuiden, uitg. Electa, in verschillende talen, prijs 32,49 Euro.

1V1&L


B l N N E l ^ K R A N T

Marjan

Buyle

TFNIinONSTELLING IAN VAN FYCK. HF V I A A M S F PRIMITIFVFN FN HFT ZUIDEN De hoge vlucht die de schilderkunst van de Vlaamse Primitieven bereikte in de 15de eeuw en het rolmodel dat ze dan en naderhand spelen voor de hele Europese artistieke wereld, is niet te begrijpen zonder de politieke, artistieke en economische context van de maatschappij in die periode. De opkomst van het Bourgondisch Hof is hiermee onlosmakelijk verbonden en de toenemende macht van deze vorsten heeft de verspreiding van deze Vlaamse ars nova tot ver buiten de grenzen van de toenmalige Nederlanden bewerkstelligd. Meer dan ooit tevoren heeft die Hof de schilderkunst aangewend als middel tot visualisering van haar macht en status. De tentoonstelling Jan van Eyck, de Vlaamse Primitieven en het Zuiden wil de cruciale rol belichten die de dynas-

tieke netwerken vervulden als katalysator van culturele wisselwerking in deze merkwaardige overgangsperiode van de Middeleeuwen naar de Nieuwe Tijden. Boeiend is ook de impact van werken van de Vlaamse meesters op de kunstenaarskringen van het Zuiden, niet alleen in het kader van reizen en andere persoonlijke contacten, maar ook door een groot aantal werken die in die landen werden besteld en geïmporteerd. Deze uitwisseling werd bevorderd door de Italiaanse Spaanse en Portugese handelaars die in Vlaanderen en meer bepaald in Brugge resideerden en van daaruit handel dreven langs het uitgebouwd netwerk van handelsroutes. De vorstenhoven in het Zuiden vertoonden een voorkeur voor Vlaamse meesters als hofschilders en anderzijds worden Italiaanse en Iberische schilders uitgestuurd om zich te vervolmaken bij de meesters in het Noorden. De aankomst in Firenze van het Portinaridrieluik van Hugo Van der Goes sloeg in als een bom, iets wat in onze gemediatiseerde wereld nauwelijks voor te stellen is.

DIE ALTNIEDERLAND1SCHEN

UNDDERSÜDEN M&L

MALER

Een brede waaier van kunstenaars uit het Zuiden werd geconfronteerd met de meesterwerken van de Vlaamse schilders: Antonello da Messina, Giovanni Bellini en Domenico Ghirlandaio in Italië, Nuno Gon^alves en Pedro Berruguete in Spanje, Nicolas Froment en Jean Fouquet in Frankrijk, om er maar enkelen te noemen. De tentoonstelling is opgebouwd rond meesterwerken van Van Eyck en zijn belangrijks tijdgenoten als Memling en Van der Goes, uit de rijke verzamelingen van Brugge's stedelijke musea zelf. Ook aan medewerkers uit het atelier van Van Eyck en zijn onmiddellijke navolgers wordt voor de eerste maal uitgebreid aandacht besteed. Bij de keuze van de tentoongestelde werken werd naar een evenwicht gestreefd tussen bekende meesterwerken zoals de Madonna met kanunnik Van der Paele van Jan van Eyck en de Dood van Maria van Hugo van der Goes, die de Europese dimensie van de Brugse verzamelingen benadrukken, weinig gekende stukken en anderzijds schilderijen die sinds de ophefmakende tentoonstelling nu juist 100 jaar geleden, van Les Primitifs Flamands a Bruges, aanleiding gaven tot hoog oplopende discussies onder vakmensen. Er wordt van deze tentoonstelling ook een sterke impuls verwacht van het wetenschappelijk onderzoek ter zake, waarvoor beroep werd gedaan op een internationaal wetenschappelijk comité.

De tentoonstelling Jan Van Eyck, de Vlaamse Primitieven en het Zuiden, gaat door in het Groeningenmuseum aan de Dijver 16 in Brugge, van 15 maart tot 30 juni 2002. Geopend op weekdagen van 10 tot 18u, nocturne op woensdag tot 20u, in het weekend van 9 tot 18u. Gesloten op 9 mei. Reservaties gewenst, via Fnac of tel. 070/22 33 02. Toegang 15 Euro.


B I N N E N K R A T ^ T

Literatuur Jo Bracken

DE K E U 7 F V A N

MFtL

Robert Mills America's first architect John M. Bryan New York, Princeton Architectural Press, 2001, 330 p., ISBN 1-56898-296-8 Fraai uitgegeven monografie over Robert Mills (1781-1855), leerling van Hoban, Jefferson en Latrobe en naar eigen zeggen de eerste in Amerika geboren en opgeleide architect, die met belangrijke gebouwen als de Treasury, het Patent en Post Office en vooral het Washington Monument het imago van de Federale Regering en haar hoofdstad Washington bepaalde. Daarnaast ontwierp hij openbare gebouwen, kerken, bruggen en kanalen van Massachusetts tot South Carolina, en leverde een bijdrage tot de vooruitgang in de bouwtechnologie.

ding en architectuurstudies aan de Berlijnse Bauakademie en bij Friedrich Gilly, een traject dat als exemplarisch geldt voor het pedagogisch ideaal van de late Verlichting in Pruisen, en de basis legde voor zijn latere loopbaan als grootmeester van het Duitse neoclassicisme en de romantiek.

Karl Friedrich Schinkel Aspects of his Work, Aspekte seines Werkes Susan M. Peik (red.) Stuttgart, Edition Axel Menges, 2001, 148 p., ISBN 3-930698-81-1 Bundel met zestien essays door twee generaties Schinkelspecialisten, gewijd aan diverse aspecten van het

werk van Karl Friedrich Schinkel op basis van de referaten van het symposium Schinkel 2000 (Potsdam). Tot de onderwerpen behoren zijn architectuurtheorie en zijn bijdrage tot het neoclassicisme, baksteenmeesterwerken als de Friedrichwerdersche kerk en de Bauakademie, zijn samenwerking met de tuinarchitect Lenné, zijn niet uitgevoerde late ontwerpen en de impact van zijn nalatenschap op Behrens en Mies van der Rohe. Karl Friedrich Schinkel Ein Sohn derSpataufklarung Mario Alexander Zadow Stuttgart, Edition Axel Menges, 2001, 216 p., ISBN 3-932565-23-1 Eerste gefundeerde studie over jeugd en opvoeding van Karl Friedrich Schinkel (1781-1841), domineeszoon uit Neuruppin, zijn gymnasiumoplei-

W.N. Rose 1801-1877 Stedenbouw, civiele techniek en architectuur Hetty E.M. Berens Rotterdam, Nai Uitgevers, 2001, 364 p., ISBN 90-5662-230-7 Goed gedocumenterde monografie

^^W. N. ROSE Stedenbouw, civiele techniek en architectuur

i

met oeuvrelijst over Willem Nicolaas Rose (1801-1877), stadsarchitect van Rotterdam tijdens de jaren van sanering en expansie en later Rijksbouwmeester in Den Haag, één van de belangrijkste Nederlandse architecten van de 19de eeuw. Zijn streven naar een eigentijdse, technisch innovatieve bouwkunst leidde tot belangrijke realisaties als het Coolsingelziekenhuis, het Ministerie van Koloniën en Bronbeek, maar vaak ook tot kritiek, wat op basis van overvloedig archiefmateriaal tot een boeiend verhaal werd verwerkt.

Joseph Monier et la naissance du ciment armé Jean-Louis Bosc, Jean-Michel Chaveau, Jacques Clément, Jacques Degenne, Bernard Marrey en Michel Paulin Parijs, Editions du Linteau, 2001, 180 p., ISBN 2-910342-20-4 Bescheiden monografie over Joseph Monier (1823-1906), hovenier van vader op zoon, die als rocailleur de technische mogelijkheden ontdekt van cement en als uitvinder geldt van het 'ciment armé'. Via patenten voor bloembakken, buizen en citernes komt hij tot de constructie van watertorens, bruggen en volledige gebouwen. Uitvoerig wordt ingegaan op de voorgeschiedenis van het beton, met evenzeer aandacht voor de pioniers Coignet en Hennebique.

M&L


B1N1\E1MKRANT

'Dat is architectuur' Sleutelteksten uit de twintigste eeuw Hilde Heynen, André Loeckx, Lieven De Cauter en Katharina Van Herck (red.) Rotterdam, Uitgeverij 010, 2001, 896 p., ISBN 90-6450-315-X Omvangrijke anthologie met 155 historisch belangrijke en ook vandaag nog relevante teksten, veelal voor het eerst in Nederlandse vertaling, die een breed panorama schetsen van de architectuurtheorie van de 205te eeuw, vergezeld van een korte situering en thematische commentaarteksten. Tot de keuze behoren zowel specifieke manifesten en programmatische geschriften als meer algemene theoretische beschouwingen, door architecten, dichters, kunstenaars, theoretici en filosofen, met stedelijkheid, wonen, maatschappelijke betrokkenheid en moderniteit als belangrijke thema's.

Le Régionalisme Architecture et Identité Francois Loyer en Bernard Toulier (red.) Parijs, Monum, Editions du Patrimoine, 2001, 280 p., ISBN 2-85822-654-7 Bundel bijdragen over het régionalisme als stroming en stijlconcept in de Europese architectuur van de late 19de en de 20ste eeuw, een alternatief voor de dominante ideologie van het modernisme, dat zich vanuit het historicisme ontwikkelt tot een waaier van lokaal gekleurde pseudo-vernaculaire varianten, van de pittoreske cottagestijl in Frankrijk, Engeland en Duitsland, tot het ideologisch streven naar een nationale stijl in Finland en de Balkan.

Ruhlmann un génie de l'art déco Bruno Foucart e.a. Parijs, Somogy editions d'art, 2001, 324 p., ISBN 2-85056-491-5 Rijk geïllustreerde tentoonstellingscatalogus (Boulogne-Billancourt) gewijd aan Jacques-Emile Ruhlmann

1VI&L

(1879-1933), geraffineerd interieur- en meubelontwerper die als onbetwist grootmeester van de Franse art deco een stempel drukte op de legendarische internationale tentoonstelling van 1925. Meerdere auteurs behandelen uiteenlopende aspecten van zijn oeuvre, zijn samenwerking met kunstenaars, de werking van zijn ateliers, zijn betekenis en invloed, met een overzicht van zijn meubels en tekeningenarchief.

teitoöysl.jiiXhoWileJ^Br^- ^s—, "' SêlflcliojrvJnlrpdMaiqBtBit'notWfWr-Jfftfr*!enger

^ ^ %-% Fritz Landauer Leben und Werk eines jüdischen Architekten Sabine Klotz Berlijn, Dietrich Reimer Verlag, 2001, 333 p., ISBN 3-496-01247-1 Monografie met oeuvrelijst over de Joodse architect Fritz Landauer (1883-1968), één van de weinige belangrijke vertegenwoordigers van het Nieuwe Bouwen in Zuid-Duitsland, die eerst met de Byzantijnse synagoge van Augsburg (1912) en later met de resoluut modernistische synagoge van Plauen (1928) een nieuwe impuls gaf aan dit bouwtype. Gevlucht voor de nazi-dreiging, bouwde hij vanaf 1933 met matig succes een nieuwe loopbaan uit in Engeland, die hij noodgedwongen afsloot met een firma in grafstenen.

tegelijk een boeiend tijdsbeeld schildert.

Serge Chermayeff Designer, Architect, Teacher Alan Powers Londen, RIBA Publications, 2001, 298 p., ISBN 1-85946-075-5 www.ribabookshop.com, sales@ribabooks.com

1

i

Le Corbusier Choix de lettres JeanJenger Basel, Birkhauser, 2002, 568 p., ISBN 3-7643-6455-6 Bundel met meer dan 300 brieven van Charles-Edouard Jeanneret alias Le Corbusier (1887-1965), een geannoteerde selectie van de meest attractieve en interessante uit de zowat 5000 bewaarde correspondentiestukken. Chronologische geordende keuze van brieven uit 1907 tot 1965, gericht aan zijn ouders, broer, echtgenote, leermeester, vele vrienden en vakgenoten, die vooral de veelzijdige persoonlijkheid van de architect, zijn ideeën en gevoelens, zijn vriendschappen en vijandigheden blootlegt, maar

]

t^^^é

J

Alan poonr.

*

i

Sergo Chor TMchH

Boeiend geschreven monografie over Serge Chermayeff (1900-1996), autodidact van Joods Tsjetsjeense origine opgegroeid in London, begenadigd ballroomdanser, vervolgens interieur-, meubelontwerper en architect, die als partner van Erich Mendelsohn met wie hij het De La Warr Pavilion in Bexhill-on-Sea ontwierp en als lid van de Mars Group doordrong tot de top van de Engelse avant-garde.


B 1 N N E N K R A N T

Geëmigreerd naar de Verenigde Staten in 1940 legde hij zich vooral toe op een vernieuwend architectuuronderwijs, aan het ID en het MIT in Chicago, aan Harvard en Yale, de basis voor zijn bestseller Community and Privacy.

Edouard André (1840-1911) Un paysagiste botaniste sur les chemins du monde Florence André en Stephanie de Courtois (red.) Besangon, Les Editions de l'lmprimeur, 2001, 336 p., ISBN 2-910735-35-4

Louis Kahn Joseph Rykwert New York, Harry N. Abrams, 2001, 224 p., ISBN 0-8109-4226-7 Fraai verzorgd album gewijd aan de Amerikaanse modernist Louis Kahn (1901-1974), met een gevoelige introductie tot zijn oeuvre en een keuze van vijftien van zijn belangrijkste realisaties, die uitvoerig worden gevisualiseerd aan de hand van tientallen ontwerpschetsen en plannen, en een magistrale reeks nieuwe foto-opnamen door architectuurfotograaf Roberto Schezen. Tot de selectie behoren iconen als de Yale University Art Gallery, de Richards Medical Research Building, het Salk Institute en het Kimbell Art Museum, naast enkele woningen.

tot leven geworden mythe werd van het internationale naoorlogse modernisme. Ondanks het cultureel en maatschappelijk pessimisme van het voorgaande decennium, werd opnieuw het volste vertrouwen uitgestald in een technologisch bepaald Utopia, en dit in het competitieve klimaat van de Koude Oorlog. De nadruk ligt op de ideologische achtergrond getoetst aan de sociaal-culturele, economische en technisch-wetenschappelijke ontwikkelingen.

Monumentaal West-Vlaanderen Beschermde monumenten en landschappen in de provincie WestVlaanderen

Bundel essays samengesteld naar aanleiding van een colloquium in Tours (1998), gewijd aan de tuinarchitect, botanicus, theoreticus en wereldreiziger Edouard André (1840-1911), die in het spoor van Haussmann en Alphand het Franse model wereldwijd ingang deed vinden. Auteur van zowat 200 parken en tuinen in Frankrijk en een zestigtal andere landen van Litouwen tot Uruguay, en van L'Art desjardins (1879), het meest invloedrijke tractaat van de 19de eeuwse tuinkunst.

Alle boeken, een greep uit de recente aanwinsten, liggen ter inzage in de Bibliotheek Monumenten en Landschappen Graaf de Ferrarisgebouw Koning Albert ll-laan 20 - bus 7 1000 Brussel (tijdens de kantooruren) Tel. 02/553.82.27 - fax. 02/553.82.05 E mail: Jozef.Braeken@lin.vlaanderen.be

Deel 1, Arrondissementen leper, Kortrijk, Tielt Jeroen Cornilly Brugge, Uitgeverij Van de Wiele, 2001, 248 p., ISBN 90-76297-09-6

Expo 58 als belichaming van het humanistisch modernisme Johanna Kint Rotterdam, Uitgeverij 010, 2001, 406 p., ISBN 90-6450-428-8 Studie over Expo 58 in Brussel, een wereldtentoonstelling in het teken van de relatie tussen mens en techniek, die in haar thematische presentatie en architecturale vormgeving de

Eerste volume van een driedelige inventaris van het beschermde onroerend erfgoed in de provincie WestVlaanderen. In dit deel worden de zowat 340 monumenten, stads- en dorpsgezichten en landschappen in de arrondissementen leper, Kortrijk en Tielt behandeld, telkens met een beknopte beschrijving en een afbeelding. Een inleidend essay door Luc Verpoest gaat in op macht en onmacht, waarde en betekenis van het erfgoed, de geschiedenis en de zin van het beschermen.

1V1&L


M&L citaat

"Er moet onderscheid gemaakt worden tussen twee elementen: de patina die mooi is en het stof dat verschrikkelijk is. Mijn rol is om bij het verwijderen van het stof de patina te bewaren. De patina is een oxidatie, een bewerking die de materie ondergaat onder invloed van het verloop van de tijd. Stof is een opstapeling van afvalstoffen die, als men niet oplet, eindigt met de materie te overwoekeren en te verbergen".

(Nicolaus Harmoncourt, dirigent, in een artikel uit de bijzondere editie van het tijdschrift Diapason 2001 met als titel "Nicolaus Harmoncourt de kunstenaar van het jaar".)


AAA Kerkhof van Laken,

en glasraam met de

Antwerpen)

Versé-Spelmans

grafkapel Wlllems

Heilige Lodewljk IX,

Rechts, een gevanda-

(Paternotte, I8S

Ooseph Naert 1891)

voor restauratie

liseerd glasraampje

(foto KMK

(foto 0. Pauwcis)

(foto KASR

van de grafkapel

Antwerpen)

Kerkhof van Laken. Grafmonument voor toondichter en orkestleider van de Koninklijke Vlaamse Schouwburg Jules Emile Strauwen (Ernest Salu ca 1890). bekroond door Vers l'Avenir. Met borstbeeld verdween spoorloos (foto P. De Prins)

M&L


Kerkhof van Laken.

Kerkhof van Laken. Grafmonument voor Ridder Wyns de Raucourt, ti|dens de restauratie van het marmeren borstbeeld in 1998 (beeldhouwer Gmllaume Geefs) (foto M.M. Celis)

Duitse Militaire begraafplaats van Vladslo. Diksmuide. Detail van het moederbeeld door Kathe Kollwitz (foto M.M. Celis)

A/I&L

(Guillaume Geefs

Grafkapel van graaf

1864) vertoont de

Jacques Coghen

karakteristieke

(Jean-Plerre

verv/enngsverschijn

Cluysenaar na

selen van Carrara-

I8S8). De levens-

marmer

grote gisant

(foto M.M. Celis)


•^AA

Het mausoleum voor na de restauratie de familie Ghérnar

in 1991

op het kerkhof ïan

(foto's M.M. Celis)

Laken, tijdens en

Ghérnar (Ernest Carrier-Belleuse, ca 1868), Marie Pleyel (Henry Pickery, 1876), Ridder Wyns de Raucour (ca 1857) en onlangs nog TilmannFrantjois en Leon Suys (L. Suys, ca 1861) (16). Consequent met de bescherming in situ maakten de blauwhardstenen Eltern van Kathe Kollwitz in 1998 in opdracht van de Afdeling Monumenten en Landschappen het voorwerp uit van een conserverende behandeling, dit in afwachting van een meer ingrijpende, architecturale ingreep met het oog op hun bescherming in winteromstandigheden (17). Glas-in-lood-ramen in grafkapellen, beide niet zelden gesigneerd door gedegen ontwerpers, blijken

een merkwaardige aantrekkingskracht uit te oefenen op vandalen. In samenwerking met de Cel Historisch Erfgoed van de Stad Brussel en de Hogeschool Antwerpen, Departement Koninklijke Academie voor Schone Kunsten, Opleiding Conservatie-Restauratie, meer bepaald het atelier Glaskunst onder leiding van Joost Caen, maakten in 2000-2001 een tiental belangrijke, ernstig toegetakelde 19 '-eeuwse glasramen uit grafkapellen op het Kerkhof van Laken het voorwerp uit van documentering, analyse, reiniging en restauratie door derdejaarsstudenten. Eens de grafkapellen waterdicht gemaakt en opnieuw voorzien van deuren, zullen de raampjes worden teruggeplaatst, doch om Het grafmonument voor de pianiste

•^•T

voor en tydens de

Marie Pleyel op het

restauratie in 1996

kerkhof van Laken,

(foto's H.H. Celis)


Het mausoleum voor de architecten Tilman Francois en Leon Suys, voor en na restauratie in

evidente redenen voorzien van een voorzetbeglazing (18).

2001 (foto's 0. Pauwels en MM. Celis)

Diefstal tenslotte, blijkt als kwaal fataal verbonden met de inventarisering en ontsluiting van kerkhoven en begraafplaatsen. Doorgaans beperkt tot kleine bronzen sierobjecten, lijkt dit soort misdadige criminaliteit zich gestaag ook te gaan toeleggen of heuse grafbeelden. Mede door het uitblijven van aangifte, blijft de informatie terzake bijzonder gebrekkig, maar enkele voorbeelden van begraafplaatsen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest spreken boekdelen. De vermoedelijke diefstal ooit, op de Begraafplaats van Brussel, van het kleine bronzen meisjesbeeld van Jules Lagae uit een nis van het monument Wouters-Dustin (architect Jean-Joseph Caluwaers, 1904) was reeds afdoende bekend (19). O p de oude, beschermde maar onbewaakte begraafplaats van Ukkel, aan de Dieweg, verdween omstreeks 1987 het levensgroot bronzen beeld van een halfnaakt, bloemenstrooiend meisje, zittend op een granieten art-nouveau grafsteen (concessie Auvray-Chapuis, ca 1876), beeldhouwer helaas onbekend. O p het kerkhof van Laken werd in 1992 ondermeer het bronzen borstbeeld ontvreemd van de toondichter Pierre Strauwen (ca 1890), een werk van de plaatselijke beeldhouwer Ernest Salu. Dramatisch was hier de diefstal, in het voorjaar 2000, van Juliaan Dillens' Doodsgenius (concessie Moselli, ca 1875), een uniek - en bijgevolg onverkoopbaar - ruim 2 meter groot bronzen beeld van deze Brusselse - maar in Antwerpen geboren — "poëte du triste". Reeds om-

Het grafmonument

M&L

meis|esbeeld door

Wouters-Dustm op

Jules Lagae

de begraafplaats

(in L'Emulation.

van Brussel, met

3l"*jrg, 1906,

- verdwenen -

pi. 1!)

streeks 1992 was van dezelfde beeldhouwer een bronzen Graffiguur (ca 1885-'89) gestolen op de begraafplaats van Eisene (concessie Huysmans) en nog onlangs het witmarmeren Slapend kind van zijn -als monument beschermd- eigen grafmonument (architect Eugène Dhuicque, ca 1904) op de begraafplaats van Sint-Gillis. Wat toch wel even tot nadenken stemt (20). Welk was overigens het lot van de levensgrote bronzen vrouwelijke gisant van Godefroid Devreese voor het door Victor


%-J

A

• A Het art-nouveau

hier nog met het

Het grafmonument

Laken, voortaan

grafmonument

sindsdien ontvreemd

voor het veronge-

zonder de bronzen

Auvray-Dupuis op

bloemenschikkend

lukte jongetje

Doodsgeam van

de begraafplaats

meisje

Alphonse Moselli op

Juhaan Dillens

van Ukkel-Dieweg,

(foto M.H. Celis)

het kerkhof van

(foto P. De Prins)

Horta - omstreeks 1894 - ontworpen grafmonument Seghers-Berlemont te Kortrijk, of Gent (21)? Tot slot en tegen de verwachtingen in, kende het - intussen alweer opgeheven — minidecreet van 18 mei 1999 houdende bevordering van het onderhoud van het niet-beschermd onroerend klein historisch erfgoed weinig of geen belangstelling uit funeraire hoek.

De enige premie-aanvraag had betrekking op het mausoleum met grafkelder voor de familie d'Ursel, tegen de Sint-Stefanuskerk te Hingene, in opdracht van Robert, hertog d'Ursel (1873-1955) in een eclectische, neobyzantijns getinte stijl omstreeks 1906 ontworpen door architect J.-J. Caluwaers (22). De kerk zelfwas overigens reeds naar plannen van Caluwaers uit 1894 grotendeels herbouwd.


• Het mausoleum

(uit: L'Emulation.

voor de familie

jrg. 33, 1908,

d'Ursel, te Hingene

pi. 67)

EN VERDER

A Het Sbpend kind

ment (Eugene

van Juliaan Dillens,

Dhuicque, ca 1904)

tot voor kort nog

(uit: L'Emulation.

op zl|n grafmonu-

jrg. 37, 1912, pi. 59) De Graffiguur van

in de Koninklijke

Juliaan Dillens; hier

Musea voor Schone

het witmarmeren

Kunsten te Brussel

exemplaar bewaard

(foto KIK-Brussel)

Prospectie en inventarisatie, niet zelden trouwens ingevolge plaatselijke initiatieven - zelfkennis dus - , dragen van langsom meer bij tot de herwaardering van het funerair erfgoed en de noodzaak om dit als deel van ons gemeenschappelijk cultuurhistorisch geheugen naar best vermogen te bestendigen. Beschermende maatregelen dringen zich alvast op voor (delen van) een aantal historische stedelijke begraafplaatsen, waar het toenemend aantal vervallen grafvergunningen elke gezonde vorm van beheer intens bemoeilijkt. Een prioriteit vormt alvast de Antwerpse Stedelijke begraafplaats Schoonselhoftc Wilrijk/Hoboken. Aangelegd in 1911 op 85 hectaren van het uitgestrekt domein Schoonsel verworven van de erfgenamen van burgemeester Jules Moretus, werd de begraafplaats pas officieel in gebruik genomen in 1921. Vooreerst diende verholpen te worden aan het probleem gesteld door de uitermate drassige bodem, door het terrein op te delen in opgehoogde en door hagen omzoomde eilanden, omgeven door een grachtensysteem van waaruit het overtollige water kon worden afgevoerd naar de nabije Hollebeek. Samen met de aanleg van beboomde dreven, ronde punten en hoge boompartijen, droeg dit concept bij tot een boeiend, gevarieerd en voor België uniek parklandschap. Met de opheffing van de oude stedelijke begraafplaats op het Kiel werden de daaropvolgende dertig jaar tal van grafmonumenten — doorgaans op stadskosten — overgebracht en vaak thematisch gegroepeerd: kunstenaars, vrijmetselaars, de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog of de Britse militairen.


WILRUK-HOBOKEN. BFGRAAFPLAATS SCHOONSFI HOF. HET GRAFTEKEN GOSSEN-VAN DEN WQIJWER

Vooralsnog is weinig bekend over de totstandkoming van dit fraaie grafteken op naam van de familie Gossen-Van den Wouwer, op de Antwerpse begraafplaats Schoonselhof (foto O. Pauwels). Oorspronkelijk opgericht op de Kielbegraafplaats, werd het monumentje na ontgraving op 26 augustus 1938 van ene Auguste Jean Jos Gossen (1838?-13 juli 1896) alhier overgebracht. Het vrijwel naakte, in tranen over de afhellende grafplaat neergezegen bronzen meisje ("/. Peleman, Fondeur, Bruxelles") draagt de signatuur " George Morren 1899', zoon (Ekeren 1868-? 1941) van welgestelde en cultuurminnende ouders, en als impressionistisch tot post-impressionistische kunstschilder "un amateur qui, plus libre que maintprofessionel, pouvait se livrer tout entier et la peinture' (*). Wellicht was de overledene een aangetrouwd familielid van zijn moeder Anna Van den Wouwer (1843-1908). Als kuntschilder in het bijzonder aangemoedigd door vriend des huizes Emile Claus, zou George Morren onder invloed van Henry Van de Velde zich enkele jaren lang, tussen zowat 1885 en 1899, ook gaan toeleggen op toegepaste kunst-

vormen en beeldhouwen. In beide disciplines, waarbij slechts een handvol volplastische beelden, zouden sensuele meisjesfiguren een waarmerk worden, getuige de suggestieve Piëta: "jeune fille embrassant un crucifix avec une ardente expression defor(l895). Adolescente qui s'étire (1895), "... l'encrier de G. Morren ou une femme de l'atelier de Rodin se tordpour écrire toute nue ..." (1895), Nymphes lutinant un satire (1896), Femme CL sa toilette(\898), femmea la mouche {1899) of, met de woorden van Camille Lemonnier: "(il) modelait en gammes fleuries des chairs de femme avec un sens de la grdce jeune et blonde.". Het levensgrote bronzen meisje voor het grafteken op Kiel/ Schoonselhof bleef in de jongste oeuvre-catalogus (**) nochtans onvermeld. Opmerkenswaard is overigens de opvallende verwantschap met het enkele jaren eerder, in 1892 totstandgekomen La Douleur van de Italiaanse beeldhouwer Domenico Trentacoste (1859-1933), voor het graf van Colonel Herbillon op het Parijse Cimetière Montmartre (***) (foto M.M. Celis). (*)

MARET F., Lespetntm luministes, deel 28, Brussel, 1944.

(*•)

CALABRESE T., George Morren 1868-1941.

Algemene

monografie, gevolgd door een beredeneerde catalogus van het werk. Pandora, 2000 (*•*) LE NORMAND-ROMAIN A., Mémoire de Marbre. La sculpture funeraire en France 1804-1914, Mairie de Paris, Bibliothèque historique de ia Ville de Paris, 1995, p.158, ill. 181


Welbekend voor treinreizigers die vanuit Brussel het Gentse Sint-Pietersstation binnenrijden, is de begraafplaats aan de Ottergemse Dries of "Heuvelpoorf, aan de rand van de stad. Daterend uit 1784 en sinds 1865 herdoopt tot "Zuiderhegraafplaats", werd ze gelijktijdig in gebruik genomen met de - verdwenen - begraafplaatsen aan de Dendermondsesteenweg en de Brugse poort, alle begraafplaatsen van de ' l s t e generatie'. Uit hetzelfde jaar 1784 dateert de uitgestrekte Centrale Begraafplaats van Brugge-Assebroek, aangelegd op het "Rapestik" volgens een strak geometrisch assenstelsel, en in 1810 voorzien van een poortgebouw en grafkapel. Uitgebreid in ondermeer 1841 en 1864, wordt de intimistische sfeer van de begraafplaats nu in grote mate bepaald door het lommer van majestueze beuken, waaronder weelderige graftekens een onderkomen vonden. Hoewel voorbeeldig beheerd door de Stedelijke Commissie voor Begraafplaatsen, zal een bescherming zich op termijn onvermijdelijk opdringen. De Stedelijke begraafplaats van Mechelen aan de Ziekebeemden, roept - afgezoomd door een spoorwegberm — onweerstaanbaar het beeld op van het Cimetiere Montmartre te Parijs. In gebruik genomen op 30 juni 1785 en dus nauwelijks jonger dan beide vorige, werd zij in 1860 naar een concentrisch-geometrisch patroon merkelijk uitgebreid naar ontwerp van stadsarchitect Frangois-Jean Bouwens en voorzien van een kapel. De weelde van de 19 c -eeuwse Mechelse burgerij komt er zichtbaar tot uiting in de monumentale, rond de centrale octogoon geschaarde 'eeuwigdurende concessies'.

De Stedelijke Begraafplaats van Roeselare, aan de Blekerijstraat, dateert van 1821. Vooral bekend als laatste rustplaats van de amper 24 jaar oude Albert Rodenbach (f 1880) met praalgraf naar ontwerp van de — hier geboren — beeldhouwer Jules Lagae, biedt de begraafplaats behalve artistiek waardevolle monumenten tevens een fraai overzicht van de plaatselijke geschiedenis en sociale structuren. Aansluitend op de inventarisatie en publicatie door plaatselijke kringen (23), besloot het stadsbestuur onlangs zelf een verzoek tot bescherming in te dienen; bescherming die — in overleg — met grote waarschijnlijkheid zal slaan op het ensemble van de oudste perken. In het kader van de inventarisering van Oostende werd door de vakafdeling Funerair Erfgoed alvast een beschermingsvoorstel uitgewerkt voor de oude begraafplaats aldaar.


Wilriik-Hoboken. stedeliike begraafplaats Schoonselhof (foto's 0. Pauwels)

1VI&L


-44

Reeds in 1823 besliste het Oostendse stadsbestuur om de begraafplaats extra muros uit 1794 op te doeken en een nieuwe begraafplaats aan te leggen langs de Nieuwpoortsesteenweg, aan de rand van de duinengordel. Aanvankelijk werd geopperd de begraafplaats in te delen in zes perken, te gunnen al naargelang fortuin en stand; een optie waartegen nogal wat raadsleden - met succes - verzet aantekenden, argumenterend dat na de dood iedereen ongeacht fortuin of stand naast elkaar diende begraven te worden. Pas in gebruik genomen rond 1852, was het geen lustrum later reeds duidelijk dat de begraafplaats op termijn niet kon voldoen aan de toenemende vraag voor bijzettingen noch kon worden uitgebreid, geprangd als ze zat in de Wellington-renbaan. De sluiting zou volgen in 1976. Met een oppervlakte van ruim 3.3 ha, rechthoekig van vorm en zeldzaam homogeen van uitzicht, telt de begraafplaats nu zowat 58.000 bijzettingen, chronologisch gespreid over een 125 jaar. De centrale kruisvormige zone in het bijzonder biedt een uitzonderlijk gevarieerd panorama van de 19 ce eeuwse grafkunst, vooral gekenmerkt door neoklassieke en neogotische stijlen. Visueel oogt de begraafplaats als een uitgestrekte zee van blauwhardstenen

M&L

De stedelijke

Deljoutte,

met bronzen

begraafplaats te

ca 18(2 (links) en

gedenkplaat uit

Brugge-Assebroek,

het praalgraf van

1923 door

met het grafmonu-

de beeldhouwers

Karel Laloo

ment van gemeente-

Hendrik en Gustaaf

(foto's 0. Pauwels)

secretaris Vincent

Pickery, ca 1894?,

kruisen, gebroken zuilen en pinakels, sporadisch onderbroken door omvangrijker grafmonumenten, witmarmeren engelen en ploranten. Een beeld dat, ook weer niet geheel toevallig, herinneringen oproept aan de necropolen — across the Channel— van Londen.

NASCHRIFT "J'aime l'atmosphere des cimetieres. On peuty méditer a l'aise, loin de ['agitation factice de la ville. Et quelle legon d'humilité! Tous ces gens, qui se croyaient indispensables, les voilh devenus quasiment anonymes. Bien sur, il y a des moments oil l'on se cabre devant certaines marts. Tant de médiocres et d'imbéciles survivent a des hommes de talent. Pardonnez-moi si je vous choqueT (24)

FINDNOTFN (1) VISSERS P. en HEIRMAN M., Het Sint-Fredeganduskerkhof te Deurne. "Is er leven na de dood?", in M&L, j g . l l , nr.3, 1992, pp. 8-24. (2) VERHAEREN E., Toute la Flandre. Les Héros, 1908. (3) CELIS M.M., De graven van Emile Verhaeren, in Beelden van de Dood, tentoonstellingscatalogus, Centrum De Warande, Turnhout, 1988. (4) De Ruyver Family WeB. Korsele, www.deruyver.net/flanders/korsele.html

Cultureel


Wet-, Decreet- en Regelgeving. Monumenten,

Stads- en

Dorpsgezichten/Landschappen, Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Departement LIN, Administratie ROHM, Afdeling Monumenten en Landschappen, Brussel, oktober 1999. (6) VAN MEER H. en GYSELINK J., De rehabilitatie van

(15) VAN GRAMBEREN A., L 'église de Grimde, in Bulletin

het huis Stellingwerf- Waerdenhof te Hasselt. Een ver-

des Métiers dArt, jg. 2, 1902, pp. 76-83; GOVAERTS

nieuwde dialoog, in M&L, jg. 9, nr. 6, 1990, pp. 41-62.

L., La Nécropole de Grimde, Van Damme & Duquesne,

(7) DE G R O O T E S., Het Campo Santo van Sint-Amandsberg. Kleine Cultuurgidsen, Provincie Oost-Vlaanderen,

(16) DE CLERCQ L., De restauratie van het Ghémarmonument op het kerkhof te Laken, in M&L, jg. 11, nr. 3,

Mariakerke, 2000. (8) HERNALSTEEN A., De Westerbegraafplaats te Gent, Kleine Cultuurgidsen, Provincie Oost-Vlaanderen, Mariakerke, 2000.

1992, pp. 41-49; De Clercq L., De restauratie van het Pleyelmonument op het kerkhof van Laken, in EpitaafNieuwsbrief, jg. 10, nr. 32-33, 1996, pp. 8-9; De Clercq L., De restauratie van de marmeren buste van

(9) SENNESAEL V., Italiaanse inspiratie: het campo santo van Mariakerke, in M&L, jg.14, nr. 6, 1995, pp. 1827.

Wyns de Raucourt te Laken, in

Epitaaf-Nieuwsbrief

jrg.12, nr. 40, 1998, pp. 6-7. (17) DE CLERCQ L., "Das Trauerende Eltempaar"van Kathe

(10) ETLIN R.E., The Architecture of Death. The Transformation of the cemetery in Eighteenth-Century Paris, The MIT Press, Cambridge/London, 1987. (ll)WYLLEMAN

Brussel, 1928.

L.,

Gent-Mariakerke.

Kollwitz op het soldatenkerkhof te Vladslo (Diksmuide), een conservatie-behandeling, in Epitaaf Nieuwsbrief

]g.\2-

13, nrs. 41-42, 1998-1999, pp. 8-13. Bisschoppelijke

(18) NEYENS A, en VANDORPE K , Onderzoeks- en

galerij Campo Santo: restauratie tweede fase, in M&L,

behandelingsrapport. Het Kerkhof te Laken (Brussel),

jg. 20, nr. 5, oktober 2001, Binnenkrant, pp. 16-17.

(niet gepubliceerd) eindejaarsrapport L rt meestergraad

(12) Kathe Kollwitz, 1932. (13) NIJSSEN J., Grafkruisen van de

C/R Glaskunst, Hogeschool Antwerpen, Departement Sint-Truidensegieterij

Brialmont, in M&L, jg. 20, nr. 4, 2001, pp. 38-44.

Koninklijke Academie voor Schone Kunsten, Opleiding Conservatie/restauratie, academiejaar 2000-2001.

(14) STYNEN H., De Koninklijke Commissie voor Monumen-

(19) VANDERVELDE C , La Nécropole de Bruxelles. Etude

ten en Landschappen: een terugblik over de periode van

de l 'architecture et de la sculpture funéraires, des symboles

1835 tot de jaren zestig, in M&L, jg.4, nr.l, 1985,

et des épitaphes. Inventaires, Commission d'Histoire de

pp. 34-35.

l'Europe, Brussel, 1991.

M&L


-

• > >

$*§

r


(20) CELIS UM.JuliaanDillens

(1849-1904)-De

sensuele

-CELIS M.M., De Begraafplaats van Eisene, in Crossing

dood, in Epitaaf-Nieuwshrief, jg. 14, nr 48, 2000,

Brussels. De kwaliteit van het verschil, VUB Press, Brussel,

pp. 2-4.

2000, pp. 308-312.

(21) DIERCKENS-AUBRY Fr., Victor Horta, architecte de

- CELIS M.M., Funeraire symbolen. De taal van de dood, in

monuments civils et funéraires, in Bulletin de la Commis-

Themabrochure Open Monumentendag Vlaanderen 2002 -

sion royale des monuments et des sites, deel 13, 1986,

Symbolen, Srichting Kunsrboek & Erfgoed Vlaanderen,

pp. 80 en 83.

Oosrkamp, 2002, pp. 30-33.

(22) L'Emulation, jrg. 33, 1908, pi. LXVI1. (23) DESEYN M. e.a., De Oude Stedelijke Begraafplaats van •4

Roeselare, 2000. (24) LESIRE G., Godot ne viendra pas, Actes Sud, Aries, 1988.

Gent, Wester-

mmiillf, met

begraafplaats.

toneel- (ol doden-?)

Geknielde vrouw

masker, op het graf

(Jan Anteums

van toneelkundige

ca 1937) gehuld

Henn De Gezelle

in een "dnppige

(foto 0. Pauwels)

BIBLIOGRAFIE VAKAFDELING FUNFRAIR FRFGQED - CELIS M.M., Architectengraven, in Op leven en Dood: het Grafmonument, rentoonstellingscatalogus, ICC, Anrwerpen, 1987, pp. 41-49.

Oostende, begraaf-

-CELIS M.M. en VANDENBREEDEN ]., Kerkhof van Laken, Epicaaf vzw & Uitgeverij Plaizier, 1991.

Nieuwpoortsesteenweg'.

- CELIS M.M., Grafmonumenten beschermd op de begraafplaats van Sint-Gillis, in Epitaaf-Nieuwsbrief,\g.

plaats 'aan de

4, nr. 13,

Detail (foto H.M. Celis)

1991, pp. 4-5. - CELIS M.M., Een funeraire tuin, in Groencontact, jg. 20, november 1994, pp. 27-34. - CELIS M.M. en VANDENBREEDEN J., Omtrent het Onze-Lieve-Vrouwvoorplein te Laken, Gemeentekrediet & Koning Boudewijnstichting, Brussel, 1994. -CELIS M.M., Brusselse begraafplaatsen en hun bescherming, in Epitaaf-Nieuwsbrief]g.

9, nr. 28, 1995, pp. 2-5.

- CELIS M.M., Marie Pleyel. Een levensschets, in EpitaafNieuwsbrief,\%. 10, nr. 32-33, 1996, pp. 3-7. - CELIS M.M., Vlaanderen beschermt zijn funerair erfgoed, in Epitaaf Nieuwsbrief, ]g.\ 1, nr. 34, 1997, pp. 6-8, -CELIS M.M., De Necropolen, in Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Kunst en Openbaar Erfgoed, Pierre Mardaga, Sprimont, 1999, pp. 109-118. - CELIS M.M., Funerair Erfgoed in België - Funeraire Archeologie in Vlaanderen, in Een introductie tot de zorg voor het Funerair Erfgoed. Zesde ontmoetingsdag van de Vlaamse Contactcommissie Monumentenzorg,

20 en 21

maart 1999, Verslagboek, pp. 23-31. - CELIS M.M., Brusselse wandelingen. Het kerkhof van Laken, Stad Brussel, Cel Historisch Erfgoed, Brussel, 1999. - CELIS M.M., Memento Mori. Funerair erfgoed, in Themabrochure Open Monumentendag 2000-

Vlaanderen 10 september

Tijd, Jos Daniels, Brussel, 2000, pp. 14-15.

- CELIS M.M., Het grafmonument

voor Louis Artan te

Oostduinkerke, in Epitaaf Nieuwsbrief, jg. 14, nr. 46, 2000, pp. 2-4.

M&L


Walter Slock en Willem Hulstaert

ALS DE NOOD HET HOOGST IS... 20 JAAR VAKGEBIED ARCHITECTUUR • Tervuren: Kolomènpaleis, Hobégcbmte - detail ((oto K. Vandevorst)

Niet alleen het beschermen gebouwen,

van

individuele

dorps- of stadsgezichten

schappen zijn garanties patrimonium.

en land-

voor het behoud van ons

Een maatschappelijk

geïntegreerde

zorg en beheer van ons bouwkundig

erfgoed

noodzakelijk.

algemeen

Dit impliceert

beleid van bescherming

en beheer van ons

kundig erfgoed pas werkelijk als hiervoor

dat een

succes kan

een maatschappelijk

zijn

bouw-

hebben

draagvlak

aan-

wezig is. Zelf restauratiebestekken uitvoeren

opmaken

en laten

is de enige en meest directe

leerschool

om het beleid te toetsen en eventueel bij te sturen. De vraag rijst echter hoe dit kan gerealiseerd.

Met het experiment 'Voorbeeldensteden' heeft de Raad van Europa de noodzaak en de potentiëlen in deze sector al overvloedig aangetoond, en ook dat een grondige analyse van 'alle aspecten' in de monumentenzorg een absolute noodzaak is om tot gunstige resultaten te komen. Onder alle aspecten worden verstaan: sociaal-economische, historische, culturele, architecturale, technische, wetenschappelijke, financiële, juridische en wetgevende aspecten.

worden

Sinds geruime tijd is men er terecht van overtuigd dat de administraties meer rechtstreeks en adequater ten dienste moeten staan van de bevolking. Enkele recente studies opgemaakt door het vakgebied Architectuur wijzen op de daadwerkelijke mogelijkheid onderzoekingen en studies uit te voeren zoals vermeld door de Raad van Europa,


Icomos en Unesco. Hierdoor wordt de louter theoretische benadering doorbroken. Concreet bruikbaar materiaal wordt zo vrijgegeven. Deze methode kan alleen maar stimulerend inwerken op het beleid, de bouwsector en de publieke opinie.

Tevuren; Kolomënpaleis, Hobègebmte (foto K. Vandevorst)

ONTSTAAN VAN HFT VAKOFRIFD

De vroegere 'afdeling Architectuur' werd opgericht in 1980 onder de bevoegdheid van het ministerie van Cultuur als 'project 7505 pilootonderzoek' bij de toenmalige Rijksdienst voor Monumenten en Landschapszorg (RMLZ). Toen het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap op 1 januari 1983 operationeel werd, ressorteerde het vakgebied Architectuur onder de Administratie Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Monumenten en Landschappen (AROHM), Afdeling Monumenten en Landschappen (AML). Het embryo van deze afdeling ontstond al enkele jaren vóór 1980 en is gegroeid uit steeds terugkerende vragen waarmee de inspecteurs werden geconfronteerd, zoals "hoe moet het nu praktisch?", of "hoe ziet u het dan?" Inderdaad, het inspectiewerk in de monumentenzorg maakte het dikwijls noodzakelijk niet enkel theoretisch-abstract maar ook praktisch-concreet te werken. Het is immers niet voldoende over een behoorlijke wetgeving en/of over een behoorlijk beleid te beschikken, als dat niet in praktijk is om te zetten. Dit vakgebied voldoet hiermee aan een reële en bestaande noodzaak.

AIGFMFNE TAAKOMSCHRIIVING Het vakgebied Architectuur stelt zich steeds tot doel volwaardig op te treden binnen een architecturale opdracht. Dit wil zeggen dat ze alle opgedragen taken uitvoert die tot een architectuuropdracht behoren en dat ze ook de artistieke, burgerlijke, technische, administratieve en deontologische verantwoordelijkheden draagt. Die taakomschrijvingen kunnen verder worden aangevuld met: • opmetingswerk: grafisch, topografisch, fotografisch...; • historisch onderzoek in samenwerking met kunsthistorici; • bouwfysisch onderzoek in het kader van monumentenzorg, historiek en restauraties;

Antwerpen,

é Pi

Waalse Kaai. Zuiderpershuis (foto K. Vandevorst)

Ei

1is mÉÊ Jujdl jjÜj

ifmM E —

jHI"^

HV

•^HMB • 4

•4 Leuven: Predikherenstraat, Predlkherenkerk detail (foto K. Vandevorst)


• • • • • • • • • • • •

restauratietechnieken (praktische toepassingen); bijzondere architecturale analyses; voiumestudies; bestemmingen opzoeken en ontleden; stedenbouwkundige aspecten uitdiepen; functiebepalingen op het gebied van bruikbaarheid; dringende instandhoudingwerken; pilootstudies; sociale onderzoeken, woonproblematiek ten opzichte van restauratie-renovatie-rehabilitatie; kosten-batenanalyses; educatieve uitstraling; representatieve uitstraling.

Het is immers belangrijk dat het architecturaal onderzoek binnen de monumentenzorg in zijn totaliteit wordt bekeken, een zienswijze die niet alleen in de monumentenzorg, maar ook door diverse besturen stilaan als vanzelfsprekend wordt aanvaard. Vanuit deze nieuwe benaderingsvormen gaan meer en meer besturen een beroep doen op dit gespecialiseerde vakgebied omdat zij: - zelf niet de nodige ervaring bezitten; - zelf niet over het nodige gespecialiseerde personeel beschikken; - zelf niet het nodige gespecialiseerde personeel in dienst kunnen nemen of opleiden voor een eenmalig of occasioneel project.

A Mechelen Schepenhuis (foto K. Vandevorst)

De steeds groeiende vraag van verschillende besturen die voor de uitvoering van gespecialiseerde opdrachten een beroep doen op de diensten van het vakgebied, heeft sinds zijn oprichting geleid tot een continue activiteit.

en/of

DFONTQLDGISCHE UITGANnSPUNTFN

en/of en/of en/of

Eerst wordt uiteraard nagegaan of deze opdracht al niet aan een andere architect werd gegund. O p die manier wordt concurrentievervalsing ten aanzien van de privé-sector uitgesloten. De monumenten waarvoor een restauratiedossier wordt opgemaakt moeten eigendom zijn van de gemeenschap of van een ondergeschikt bestuur. Aan de opdrachtgever (bouwheer/overheid) wordt een schriftelijke aanstelling gevraagd. Wanneer de bouwheer een ondergeschikt bestuur is, wordt vooraf de goedkeuring van de afdeling Monumenten en Landschappen gevraagd. De opdracht moet:

in het algemeen belang zijn van de gemeenschap; het monument ten goede komen; een voorbeeldfunctie hebben; ambtshalve worden uitgevoerd.

KFRNTAKFN Tot de kerntaken van het vakgebied Architectuur behoren: • moeilijke, vastgelopen restauratiedossiers vooruithelpen, uitwerken en tot een goed einde brengen • dienstverlening aan openbare en ondergeschikte besturen inzake architecturale en technischrestauratieve aspecten • pilootprojecten opzetten als voorbeeldfunctie • theorie toetsen aan de praktijk; • ambtshalve (restauratie)werken uitvoeren.


• Riemst (Millen): Waterburcht (foto K. Vandevorst)

PROIFCTFN Tervuren: Hobégebinte - 1986 Voor de internationale tentoonstelling van 1897 werd een beroep gedaan op een handvol veelbelovende jonge kunstenaars om de houtsoorten, ingevoerd uit de Onafhankelijke Congostaat, te promoten door het ontwerpen van meubelen en andere objecten. In het 'Salon des Grandes Cultures' van het Koloniënpaleis (Tervuren) had Georges Hobé de belangrijkste Congolese teelten bedacht met een ongebruikelijk, monumentaal gebint. Naar aanleiding van verbouwingswerken werd het gebint (na veel discussies) gedemonteerd, dan pas beschermd, en uiteindelijk op de binnenplaats gereconstrueerd. Antwerpen: Zuiderpershuis - 1992 en 1997 Het sterk verwaarloosde complex werd vanaf 1984 gebruikt als overwinteringsplaats door het toneel-

gezelschap INS, die uiteindelijk via een vzw het gebouw van de stad Antwerpen in erfpacht nam, met de verplichting het te restaureren, er een schouwspelzaal in te richten en er een wereldculturencentrum te starten. Er werd gekozen voor een karkasrestauratie, waarbij het industriële aspect maximaal moest worden behouden en geïntegreerd in de activiteiten. De bestaande volumes werden omgevormd tot multifunctionele spektakelruimtes met foyer, repetitie- en tentoonstellingszalen, ateliers, opslagplaatsen en kantoren. Het project werd opgesplitst in drie fasen, waarvan er al twee zijn uitgevoerd. Westkerke: St-Omaarskerk - 1994 De klokkentoren was vervuild door duivenmest, waardoor het houtwerk, i.e. de plankenvloeren, ernstig was aangetast. Er werd een duivenwering geplaatst aan de buitenzijde van de galmgaten: nylon netten, opgespannen aan een staaldraad. Het metselwerk van de galmgaten moest deels hermetseld en volledig opnieuw gevoegd worden. De muurafdekking uit Euvillesteen was verbrokkeld en werd vervangen door Massangis. De leien bedaking is plaatselijk hersteld. De kapconstructie van de toren en de klokkenstoel werden verschoeid.

1VI&L


Leuven: Onze-Lieve-Vrouw ten Predikherenkerk - 1996 en 1998 De kerk heeft een nieuwe functie gekregen als concert- en tentoonstellingsruimte. Daartoe waren een aantal werken noodzakelijk: het voorzien van vloerverwarming, kleedruimtes en sanitaire lokalen. Het dakgebinte was, door jarenlange verwaarlozing, in zeer slechte staat. De voeten van de kappoten waren rot, waardoor de kapconstructie al over tientallen meter over de muurplaat was geschoven, met instortingsgevaar tot gevolg. De opdracht van de vakafdeling was complex en bestond in grote lijnen uit: 1. stabiliteit & restauratie van de kapconstructie/gebinte 2. restauratie van de dakbedekking en het klokkentorentje + restauratie van de klokkenstoel 3. fragmentaire restauratie van de gevelpartijen 4. glas-in-loodrestauratie 5. restauratie van de kerkvloeren 6. aanleg van vloerverwarming 7. restauratie van stucwerk en schilderwerken 8. sanitaire installatie 9. beveiligingsinstallatie In de sacristie kwamen waardevolle muurschilderingen aan het licht. De restauratie ervan door de vakafdeling Conserveringsploeg is nog aan de gang. Mechelen: Schepenhuis - 1994 en 1998 Tijdens de vooronderzoeksfase werden de verschillende gradaties van aantasting van de witsteen aan dorpels, lijst- en beeldhouwwerk geëvalueerd, waardoor de uiteindelijke gevelrestauratie en de manier van reinigen en herstel of vervanging nauwkeurig konden worden ingeschat. Er werden verschillende technieken aangewend, waaronder gedeeltelijke of volledige vervanging van lijstwerk, bijwerken met restauratiemortels voor het beeldhouwwerk en inpassen van gegoten stukken voor het gebeeldhouwd lijstwerk. Millen-Riemst: Waterburcht - 1999 De in 1977 beschermde burchtsite getuigt van een rijk bouwkundig verleden. De verscheidene bouwfasen, van middeleeuwse donjon tot residentieel kasteel, zijn in mindere of meerdere mate afleesbaar in de nog bestaande gebouwen of in de tijdens opgravingen blootgelegde sporen van funderingen. Als Euregionaal Educatief Bezoekerscentrum wil de site een hefboom zijn voor het toerisme in de Euregio, en tegelijk een eigen attractiviteit uitstralen. In een eerste fase impliceerde de restauratie van beide overgebleven volumes de oprichting van perifere

dienstgebouwen. In een tweede fase wordt de historische omgeving met het oog op de afwatering en bereikbaarheid heraangelegd. Zottegem: Egmontkasteel - archeologische omgeving - 2001 Deze al jaren dringend uit te voeren werken werden nooit in de startblokken gezet. De samenwerking tussen de stad Zottegem en de Afdeling Monumenten en Landschappen als initiatiefnemer deblokkeerde het dossier. Deze waardevolle archeologische site, die deel uitmaakt van het Egmontkasteel, wordt nu eindelijk gevaloriseerd. Roksem: de Witte Molen - aanvang 2002 O m verder verval tegen te gaan en de restauratie mogelijk te maken, werd de Witte Molen in erfpacht genomen door de stad Oudenburg. De werken betreffen het weer maalvaardig maken van de molen en de heraanleg van de molenberm. Het restauratiedossier, tot stand gebracht in nauwe samenwerking met het vakgebied Industrieel Erfgoed, werd opgesplitst in drie afzonderlijk aan te besteden delen: bouwkundige, molentechnische en omgevingswerken, dit om een maximale controle op en kwaliteit tijdens de werkzaamheden na te streven. Antwerpen: Happaertstraat - 1986 Hier werden bouwwerken opgelegd door de Rechtbank ambtshalve uitgevoerd. Tonnen illegaal stortmateriaal werd uit de panden verwijderd. Die werden vervolgens voorzien van alle nodige schooren stutwerk teneinde de stabiliteit te vrijwaren. O m verdere aftakeling te voorkomen werd het gebouwencomplex wind- en waterdicht afgesloten. Gent: Sint-Stefanuskerk - 1981 Dringende instandhoudingswerken werden uitgevoerd inzake wind- en waterdichtingen, ramen, goten en dakbedekking van het schip en de toren. Beersel: Kasteel de Merode - 1981 Heel dringende dakdichtingswerken werden uitgevoerd. Deze werken waren bijzonder moeilijk en spectaculair wegens de hoge en bijzondere spitse torens van de burcht. Wijnegem: Vlemincktoren - 1980 Van het vroegere kasteel Ter Bocht, gebouwd door de familie Vleminck in de 16de eeuw, en gesloopt in 1956, resten alleen nog enkele vervallen dienstgebouwen met een toren, de zogenaamde Jan Vlemincktoren. De achtkantige toren met leien


Bcersel (Dworp): Rood Kloosterken

spits is toegankelijk via een brug over een omwalling, en is in het zuiden geflankeerd door een vleugel van 9 traveeën en in het noordwesten door een klein aanbouwsel onder afgewolfd zadeldak. Aan de overzijde van de binnenplaats bevinden zich oude stallingen. Dworp: Rood Kloosterken - 1982 Het Rood Kloosterken was in het bezit van het Brusselse Sint-Jansgasthuis, en aldus één van de talrijke kerkelijke bezittingen binnen Dworp. De oudste afbeelding dateert van 1713: de hoeve is er schetsmatig afgebeeld als een langwerpig gebouw onder zadeldak. Deze hoeve, van het Brabants langgeveltype, is een vakwerkconstructie die staat op een voetmuur van veldstenen. De vakwerken zijn ingevuld met een vlechtwerk dat met leem is bestreken. Loppem: Groot Kasteel van Galeen - 1992 en 1996 Baron Charles van Caloen liet het 18de-eeuwse landhuis afbreken en er een romantisch kasteel optrekken, doordrongen van riddergeest en religieus gevoel. In 1865 gold Loppem als één van de schitterendste voorbeelden van de neogotiek. Het eerste ontwerp was van de Engelsman August Pugin, die met Charles Barry deelnam aan de bouw van Westminster Parliament. Na onenigheid werd baron Jean Bethune verzocht om nieuwe plannen te ontwerpen in overeenstemming met de Vlaamse gotiek. Hemiksem: Sint-Bernardusabdij - 1993 en 1998 Aan de samenloop van de Benedenvliet en de

Schelde bevindt zich het uitgestrekte ommuurde (foto K. ïandevorst) domein van deze voormalige cisterciënzerabdij. De abdij werd gesticht in 1244. In de 16de eeuw werd ze zwaar beschadigd door oorlogen en brand. Na een heropbloei luidde de Franse bezetting het einde in. Tijdens de 19de en de 20ste eeuw kreeg de abdij achtereenvolgens een bestemming als onder andere graandepot, correctionele gevangenis en legerdepot, wat ingrijpende wijzigingen met zich mee bracht. Na de karkasrestauratie van de westelijke torenvleugel werd er het nieuwe gemeentehuis in ondergebracht. Laarne: Kasteel van Laarne - 1992 en 1997 De eerste sporen van bewoning van de site dateren van rond 1200. In de 13de eeuw volgde de aanleg van de ringwal met de gracht. De voorloper van het huidige poortgebouw werd opgetrokken begin 14de eeuw. De 15de- en 16de-eeuwse gebouwen werden in de 18de eeuw aangepast aan de toen heersende smaak. In de tweede helft van de 17de eeuw werd het slot grondig geheroriënteerd: de toegang van het kasteel geschiedde via de nieuw aangelegde erekoer, die door een dreef werd verbonden met de dorpskom. Ettelgem: Romaanse kerk - 1986 De oudste sporen van de bidplaats klimmen op tot het begin van de 11de eeuw. Vermoedelijk ging het om een houten, rechthoekige zaalkerk, die bediend werd door monniken van het Poperingse convent. In de 12de eeuw werd, buiten de dorpskom op een hoger gelegen terrein, een nieuwe kerk uit veldsteen opgetrokken. Begin 14de eeuw werden grondige


Het gebouw is een houtskelet, bekleed met natuurlijke materialen. Het concept voor de onmiddellijke omgeving (ecotuin) werd uitgewerkt in samenwerking met een landschapsarchitect van de afdeling. In een tweede fase wordt het bezoekerscentrum uitgebreid Hamme: De Ring - 1981 Een renovatiestudie werd uitgevoerd naar aanleiding van een beschermingsvoorstel van enkele panden van de ring. De studie gebeurde in samenwerking met het vakgebied Industrieel Erfgoed. Aalst: Osbroek - 1987 Studie bezoekerscentrum naar analogie van het Molsbroek te Lokeren. Het ontwerp werd niet uitgevoerd.

;;!S •

A

Hemiksem;

Hemiksem:

Smt-Bernardusabdij

Sint-Bernardusabdi|

- Toren

- Detail

(foto K. Vandevorst)

(foto W. Slock)

verbouwingen uitgevoerd, onder andere aan het koor en de westgevel. Uit deze periode dateert ook de stoere toren. Ingelmunster: Kapelhof- 2000 Naar aanleiding van het niet instandhouden van het beschermde monument werd overgegaan tot het opmaken van een consolidatiedossier met het oog op eventuele administratieve en/of gerechtelijke beslissingen. Diest: Sint-Jan Berchmanskapel - 1999 Nadat brand was ontstaan door kortsluiting, waren dringende restauratie- en consolidatiewerken nodig. De beginnende brand had belangrijke schade aangebracht aan een van de kapspanten. Lokeren: Bezoekerscentrum Molsbroek - 1986 en 2001 (aanvang fase 2) Binnen het sociale luik van het beheersplan van dit natuurgebied werd besloten een bezoekerscentrum op te richten, om enerzijds via de cognitieve weg van inzicht en kennis en anderzijds via het aanvoelen en het affectieve de bezoeker gevoelig te maken voor en bewust van het natuurreservaat 'het Molsbroek'.

M&L

Muizen: Hanswijckhoeve - 1986 In 1982 werd deze uit de 17de eeuw daterende kloosterhoeve beschermd door toedoen van de 'stichting Hanswijckhoeve v.z.w.', die was opgericht met als doel de bescherming van het roerend en onroerend patrimonium van de hoeve, en ook van het omringende landschap. De restauratie was het resultaat van het afstemmen van het eisenpakket van een doorgedreven multidisciplinair onderzoek op historisch, archeologisch en bouwfysisch gebied. Gent: Flanders Technology International - 1987, 1989,1991 Themastands van de Afdeling Monumenten en Landschappen: beveiliging van het Lam Gods, industrieel erfgoed, businesscentrum: door de overblijvende spanten van de feestzaal, de toegangspoort en andere objecten van het voormalige Brusselse Volkshuis van Victor Horta te integreren in het ontwerp van het businesscentrum, werd getracht de aanzet te geven om tot een definitieve bestemming voor deze waardevolle relicten te komen. Sint-Genesius-Rode: Boesdaelhoeve - 1986 Deze grotendeels uit de 18de eeuw daterende vierkanthoeve, die zich tot 1834 aan de rand van het Zoniënwoud bevond, ontsnapte nog maar net aan de ondergang tijdens de verkavelingswoede in de jaren 1960 door het verdwijnen van de landbouwgronden. Het werd aangekocht door de toenmalige Dienst Groenplan (MOW) en beschermd in 1974. Dit in onbruik geraakte gebouw kreeg een overlevingskans dankzij een nieuwe bestemming als muziekacademie.


Oudcnburg (Ettelgem): Romaanse SintEligiuskerk. zicht op zuidzijde (foto K. Vandevorst)

• Oudenburg (Ettelgem): Romaanse SintEligiuskerk, algemeen zicht oostzijde (foto R. Vandevorst)

Schoten: Oranjerie van het domein Vordenstein 2000 In 1980 werd het domein aangekocht door de Vlaamse Gemeenschap, waardoor het werd gevrijwaard van verkaveling. De oranjerie, gelegen in een ommuurde moestuin van 2 ha, werd, naast het behoud van zijn oorspronkelijke functie, uitgebouwd tot een geheel van tentoonstellingsruimtes met dienstlokalen, sanitair en kantoren. De conciërgewoning werd behouden. De dienst Bos & Groen realiseerde binnen de omheiningmuur een vijver, een educatieve bijenstal en verschillende thematuinen. Brussel: Hotel Errera - 1997-1999 Deurne: Woning architect Renaat Braem vanaf 2001 Het gebouw uit 1958 werd in 1995 als monument beschermd. In 1999 schonk Renaat Braem (19102001) zijn woning aan de Vlaamse Gemeenschap. Die stond al twee jaar leeg en had aanzienlijke waterschade geleden. De bedoeling van de schen-

king, waarbij tevens het roerend patrimonium was inbegrepen, was om het als een geheel te bewaren. De woning wordt herbestemd als 'open monument' of 'huismuseum', waarbij de woning en het uitzonderlijk interieur, dat meer dan alleen maar zijn tijd weerspiegelt, centraal staan. N u zullen, na het overlijden van Renaat Braem, bijzondere accenten worden gelegd op zijn leven en werk Brussel: Beursschouwburg- 1998-1999 Door de aankoop van de Beursschouwburg intervenieert de Vlaamse overheid zelf in het kunstenlandschap om via specifieke inplantingen en onder welbepaalde voorwaarden stimulansen te geven in de podiumkunsten. In afwachting van de verbouwing (naar aanleiding van de architectuurwedstrijd van 1997, toewijzing winnend ontwerp 1998) moesten een aantal dringende onderhouds- en aanpassingswerken worden uitgevoerd, om de continuïteit van de werking te verzekeren (restauratie luifel, sanitair, ventilatie, bedaking, voorlopige burelen in gebouw Karperbrug...).

M&L


•

A Lokeren:

Schoten: Domein

Bezoekerscentrum

Vordenstem

Holsbroek

Oranjerie

(foto K. Vandevorst)

(foto K. Vandevorst)

Oeurne: Menegemlei.

Dcurne: Henegemlei.

Woning R. Braem -

Woning R. Braem -

achtergevel

voorgevel

(foto K. Vandevorst)

(foto R. Vandevorst)

BIBLIOGRAFIE

- SLOCK W. en LIEVENS C , Bezoekerscentrum Molsbroek Lokeren, in M ^ i , jg. 4, nr. 6, 1985, p. 40-47.

- SLOCK W., LIEVENS C , DE KONINCK L , DE CLERCQ F. en

tie met beperkte middelen. De Sint-Eligmskerk in Ettelgem, in M&L,

jg. l , n r . 4 , 1982, p. 12-37.

)g.6,nr.4,1987,p.42-49.

- AFDELING ARCHITECTUUR R.M.L.Z., Restauratie en rehabilitatie van de Boesdaalhoeve, in M&L, jg. 2, nr. 3, 1983, p. 39-48. - S L O C K W., LIEVENS C. en VAN EENHOOGE D., De Hanswijckhoeve, Mechelen-Mutzen: restauratie van een l/'-eeuws hoevecomplex, in M&L, jg. 3, nr. 3, 1983, p. 42-54. - CEL1S M. en SLOCK W., Op de valreep van teloorgang: het Georges

1VI&L

- LIEVENS C , MEULEMEESTER J.L. en SLOCK W., Een restaura-

DE SCHEPPER J, Renovatiestudie 'De Ring' te Hamme, in M&L,

- SLOCK W., Een evocatie van de feestzaal uit het voormalige Volkshuis te Brussel, in M&L. jg. 10, nr. 2, 1991, p. 36-43. - SLOCK W., Hotel Errera, in Bouwkunde, nr. 267, 1998. - HULSTAERT W., The Zuiderpers Renovation, in Aquapolis, nr. 4, 1997. - ID. en SLOCK W., Hotel Errera a Bruxelles, Chateau Fort de Milten a

Hohé-gebint in Tervuren na jaren aftakeling gerestaureerd en heropge-

Riemst, Orangerie du Domaine Vordenstein a Schoten, in L 'architecture

richt, in M&L, jg. 4, nr. 4, 1985, p. 43-54.

de votre region, nr. 117, 2000.


Walter

Slock

HOTEL ERRERA RESTAURATIE EN REHABILITATIE TOT AMBTSWONING VAN DE VLAAMSE REGERING • Hoofdgebouw zuldgevel. Na de restauratie werken 2 * fase (foto 0. Pauwels)

De restauratie van het Hotel Errera te Brussel is waarschijnlijk wel de meest prestigieuze en moeilijkste van de projecten die tot nu toe zijn uitgevoerd door de vakafdeling

Architectuur.

In uitvoering van patentbrieven van 19 juni 1776 zou ondermeer de abt van de Norbertijnerabdij van Grimbergen naar de opgelegde plannen hier een hoekpaviljoen laten oprichten bovenop de resten van de Hofkapel en de langslopende, overwelfde Isabellestraat.

KORTF fiFSCHIEDENIS Na de brand van het hertogelijk Hof op de Koudenberg te Brussel in 1731, zou het stadsbestuur tussen 1774 en 1776, onder Oostenrijks bewind, schikkingen treffen voor de heraanleg van een stedelijk ensemble naar classicistisch model: het Warandepark (N. Barre en J. Zinner) met omgevende bebouwing, en het Koningsplein (N. Barre) waarvan de uitvoering was toevertrouwd aan de Franse architect Barnabé Guimard.

Het "Huijs in de warande tot Brussel met eenen Hof op den hoeck der Straete lijdende naer de achterduere der Koninglycke Bibliotheke", in het verlengde van de muur met balustrade langsheen de Koningsstraat, zou onder druk van het Hof op kosteloos ter beschikking gestelde grond - begrensd door de ravijnflank van de Coperbeke en de bouwvallige eerste stadsomwalling - naar de plannen van Guimard door de abdij worden gebouwd vanaf 1779. Het was drie jaar later voltooid.


• In 1797, ingevolge de opheffing van de abdij verHoofdgebouw zuid- ^ocht a l s nationaal goed, komt het pand in handen van ondermeer de welgestelde handelaar en bankier (foto W. Slock) Maximilien-Joseph Plovits. Hij wordt er als eigenaar opgevolgd door financieel commissaris DaniëlPatrice Hennessy (na 1813) en Burggraaf EtienneEugène Obert deThieusies (na 1835) vooraleer het in 1868 eigendom wordt van de Italiaanse consul Jacques Errera. In 1980 wordt het "Hotel Errera" verkocht aan de Belgische Staat. In 1992 besliste de Vlaamse regering het gebouw aan te schaffen en het in te richten als ambtswoning en ontvangstruimte van de Vlaamse regering. In 1994 wisselde het gebouw van eigenaar: het toenmalige departement van Onderwijs (Argo) verkocht het uiteindelijk aan de Vlaamse Gemeenschap. Het vakgebied Architectuur, onder leiding van architect Waker Slock, kreeg binnen de administratie de opdracht het ontwerp en het bouwtechnische restauratiedossier op te maken en de uitvoering van de werken te begeleiden.

PROGRAMMA FN ARrHITFCTUURrONCFPT

• Schade aan het metselwerk van de remise (fase I), veroorzaakt door differentiële zettingen m de ondergrond, noodzaakte ichoringswerken en de demontage van grote delen onsamenhangend buitenparamenten. Op de achtergrond zien we een deel van de zuidgevel van het hoofdgebouw vóór de restauratiewerken (foto W. Slock)

Zonder afbreuk te doen aan de intrinsieke waarden van de 18de-eeuwse architectuur, zou het gebouw als ambtswoning van de Vlaamse regering worden gebruikt, die er vergaderingen, ontvangsten van belangrijke binnenlandse gasten en delegaties, persvoorstellingen, conferenties, kleine tentoonstellingen en voordrachten, recepties en buffetten zou organiseren. De overheid had een dubbele signaalfunctie met de restauratie van Hotel Errera. Het monument, eigendom van de gemeenschap, zou een nieuwe, aangepaste bestemming krijgen, en de uitvoering zou een toetssteen vormen voor het beleid inzake monumentenzorg. Heel wat vooronderzoeken waren nodig om tot een coherent en uitvoerbaar restauratiedossier te komen. Die betroffen verschillende deelaspecten, zoals stabiliteit, schildertechnieken, verguldingen op stuc en metalen, houtsnijwerk, parketten en buitenbeglazing. De architecturale uitwerking en opvolging van een dergelijke opgave behoren wellicht tot de moeilijkste opdrachten. Een multidisciplinaire aanpak is absoluut noodzakelijk. Evenwel moet elke discipline, wegens de complexiteit van de restauratie, binnen welafgebakende bevoegdheden worden geplaatst. Elk onderdeel kreeg de nodige aandacht.

Tenslotte verwerkte de ontwerper alle gegevens - zowel de bestaande toestand als de nieuwe ingrepen of invullingen - tot één coherent geheel. Rekening houdend met het programma en de eisen van de bouwheer, beoogde het ontwerp een maximaal behoud van het oorspronkelijk concept, met andere woorden: respect voor het bouwvolume en de oorspronkelijke ruimte-indeling met behoud van de historische interieurelementen. Nog heel wat andere aspecten hadden invloed op het restauratieontwerp: - de budgettaire limiet - maximale beveiliging en bewaking (bv. branddetectie, kogelwerend glas): elektronisch en fysisch - thermisch en akoestisch comfort - UV-wering ter bescherming van gerestaureerde interieurelementen zoals chinoiserieën, gordijnstoffen en lambriseringen - tolkeninfrastructuur en persaccomodaties - de meest recente telecommunicatiemogelijkheden - voldoen aan eisen en wensen van bevoegde overheden Na de analyse en de synthese van de vorige punten werd de ontwerpfase gestart.


Bij het opmaken van het nieuwe ontwerp werd uitgegaan van de bestaande toestand. Enkel in de meest recent verbouwde ruimtes (eerste kwart 20ste eeuw) kon er sprake zijn van aanpassingen of het inbrengen van nieuwe functies op grond van hedendaagse comfort. Zo werd de kelderverdieping heringericht met uitzondering van het keukenkookkwartier, waar dezelfde functie en indeling (koude en warme keuken) werden behouden, uiteraard voorzien van moderne apparatuur. Het lokaal waar de vroegere stoomverwarmingsinstallatie was ondergebracht werd omgebouwd tot een groot sanitair blok. De tussenverdiepingen die in de 20ste eeuw aangebracht waren langs de diensttrap en de liftschacht, werden eveneens verwijderd waardoor de oorspronkelijke volumes opnieuw tot hun recht kwamen. Ook de 18de-eeuwse ruimte-indeling van de gelijkvloerse en de eerste verdieping werden gerespecteerd en gerestaureerd. Hier zijn alle salons met elkaar verbonden zonder één enkele gang. De indeling van de tweede verdieping werd behouden. Detailaanpassingen waren noodzakelijk om de verblijfsuites van het gevraagde comfort te kunnen voorzien. De derde verdieping, of de zolderverdieping, werd omgebouwd tot een polyvalente vergaderruimte met bijbehorende sanitaire uitrustingen. Een dienstliftje verzorgt de rechtstreekse verbinding met de keuken. Het zware bouwprogramma verplichtte de ontwerper heel zuinig om te springen met de beschikbare

volumes (kamers). Dit werkte terzelfdertijd creatief en inspirerend. Zo kregen de meest kleine hoekjes en lokalen een bestemming; een deel van de zolderverdieping werd in gebruik genomen als lokaal voor de verwarmingsinstallatie.

TIMINfi FN UITVOFRING Vrijwel onmiddellijk nadat de Vlaamse Gemeenschap het gebouw had aangekocht, startte het vakgebied Architectuur van de Afdeling Monumenten en Landschappen met het opmaken van het restauratiedossier. Het gebouwencomplex werd volledig opgemeten en alle noodzakelijke voorafgaande werken en onderzoeken werden uitgevoerd. Met het oog op een efficiënte en praktische restauratie, werden de werkzaamheden opgesplitst in twee fasen: le fase - Bijgebouwen Het bijgebouw aan de straatzijde werd ingericht als conciërgewoning. Het andere bijgebouw, de voormalige remise, tot dan toe vooral gebruikt als garage, werd herbestemd tot conferentie- en perszaal met op de verdieping bijbehorende verblijfs- en werkruimten voor tolken, occasioneel personeel, bewakers en journalisten. De werkzaamheden werden uitgevoerd door N.V. Monument Vandekerckhove uit Ingelmunster en opgeleverd op 23 januari 1996.

•4 De voormalige

Na de restauratie

eetplaats op de

is de vroegere eet-

1"' verdieping van

plaats ingericht als

het hoofdgebouw vóór de restauratie-

vergaderzaal voor de Vlaamse

werken (2 d ' fase).

regeringsleden.

Een deel van het

Achter de dubbele

plafondstucwerk is

deur werd het

losgekomen en

nodige sanitair

neergestort.

comfort voorzien

Op de wand

(foto W. Slock)

ontbreekt de textielbekleding (foto W. Slock)


•4 Alvorens grove restauratiewerken uit te voeren, werden fijn hout-

• Detail zuil gelijkvloers hoofdgebouw na restauratie (foto W. Slock)

sni|werk en vergulde siermotieven beschermd tegen verdere beschadigingen en stol door middel van opgelijmd chineespapier. Detail zuil gelijkvloers hoofdgebouw (foto W. Slock)

a

2f fase - Hoofdgebouw, binnenplaats, fontein en omheiningmuur Een tweede, veel ruimere fase werd aangevat op 1 februari 1996. Dat was de grootste en meest ingewikkelde fase. Het hoofdgebouw is bouwhistorisch namelijk het meest interessante gedeelte van het complex.

b d c

a. - b . Differentiële zetting en een oude schouwbrand zorgen voor problemen in het dragende metselwerk op het gelijkvloers, de 1"* en 2 e verdieping (foto W. Slock)

Graafwerken ter hoogte van de aan te brengen liftput tonen de opbouw van de funderingsgewelven van het hoofdgebouw (foto W. Slock)

d. Schoolvoorbeeld van een stabiliteitsprobleem door differentiële zetting met afschuivingsïcrschijnselen (zie de schumoplopende barsten (foto W. Slock)

Deze werken werden uitgevoerd door Algemene Onderneming Verstraete &C Vanhecke N.V. uit Wilrijk en opgeleverd op 25 juni 1998.

DFFIASPFriFN Stabiliteit Daar het gebouw opgetrokken werd op de ruïnes van het vroegere 'Hof' en op de met puin opgevulde Clutincvijver, was de consolidatie van de funderingen één van de grote werken. Verschillende zettingsbarsten wezen duidelijk in die richting. Grondsonderingen toonden aan


dat de vaste bodem pas op ± 18 m diepte ten opzichte van het maaiveld tetug te vinden is. O p zich is dat niet verwonderlijk, gezien het enorme niveauverschil tussen de Koningstraat en de Hortastraat, dat wordt overbrugd door de trappen die uitkomen op het Hortaplein.

•4 Fontein op de binnenkoer vóór restauratie (foto W. Slock)

O m het probleem van de stabiliteit op te lossen werden verschillende mogelijkheden bestudeerd. Uiteindelijk werd er gekozen voor een systeem van grondverbetering door cementinjectie, toe te passen op een diepte van ± 2 m, en dit enkel rondom de bijgebouwen op de binnenplaats (de vroegere vijver), zodat onder de funderingen een meer homogene en stabiele onderlaag tot stand kwam.

Toegangsdeur van het persgebouw vóór restauratie

Het hoofdgebouw werd deels op oude funderingen en deels op nieuwe gewelven gebouwd. Bij de realisatie van de liftschacht en -put moesten de spatkrachten van het onderliggende gemetselde ontlastingsgewelf worden opgevangen door een verankerde betonnen liftput. In het hoofdgebouw werden verschillende zettingsbarsten en het door brand gedestabiliseerde metselwerk opnieuw verankerd door middel van injecties met cement. Hiertoe werden over een lengte van ± 5 m gaten geboord waarin holle en geperforeerde inox staven werden ingebracht en waarlangs vervolgens de injecties werden gerealiseerd. Een ander belangrijk en zwaar restauratieonderdeel was de draagkracht te verbeteren van de draagstructuren van de verschillende vloerlagen. Het gebouw krijgt immers een semi-openbaar karakter en moet daarom aan de eisen van overlast voldoen. De stabiliteit werd verbeterd door langs de moerbalken versterkingen aan te brengen met stalen liggers en die door bouten en kramplaten met elkaar te verbinden, al dan niet in combinatie met verlijmingen en balkkoprestauraties met epoxy. Deels werden kinderbalken vernieuwd en deels werden oude hergebruikt.

Vloerkanalen Tijdens de stabiliteitswerken aan de moer- en kinderbalken werden er net onder de parketten horizontale vloerkanalen aangebracht. De testruimte tussen het plafond en het parket was immers ideaal om alle leidingen voor zwakstroom, elektriciteit, sanitair en verwarming onder te brengen. Het kanaaltracé komt overeen met de tekening van het bovenliggende parket. Dit deel van het parket kan bovendien gemakkelijk weggnomen worden

(foto W. Slock)

BB

bij eventuele herstellingen of bijkomende werken. Zo kunnen beschadigingen tot het minimum worden beperkt.

Parketten O m vootmelde werken mogelijk te maken moesten alle parketten worden gedemonteerd. Door de jarenlange verkrotting waren alle historische parketten zwaar beschadigd. Het legpatroon werd minutieus opgetekend. Niettemin was het een hele karwei om de parketten te lichten. Ze werden overgebracht naar restauratieateliers waar ze werden gerestau-


fijne restauratiewerk aan het stucwerk probleemloos worden uitgevoerd.

Fontein op de bmnenkoer na restauratie

Lambriseringen

(foto W. Slock)

Gezien de bijzondere historische en ambachtelijke waarde van de lambriseringen, werden ze al van bij het begin van de werken gedemonteerd en overgebracht naar restauratieateliers. De demontage had enorme voordelen. Grote en grove herstellingen aan het achterliggende metselwerk konden in de beste omstandigheden worden uitgevoerd, en bijkomende beschadiging of diefstal op het bouwterrein kon worden vermeden. De herstelde delen werden er in bewaring gehouden tot ze opnieuw in het gebouw konden worden gemonteerd en het fijne restauratiewerk kon starten.

• Toegangsdeur van het persgebouw na restauratie (foto W. Slock)

Detailrestauratie van historische onderdelen Na de grote bouwkundige herstellingen kon men aan het meer verfijnde restauratiegedeelte beginnen. Onder het deskundig toezicht van het studiebureau Lode De Clercq werd heel wat gespecialiseerd werk uitgevoerd. Zo restaureerde het restauratieatelier Duo Decimo uit Gent de uit ± 1730 daterende originele chinoiserieën (3 stuks); dat was een bijzonder delicate operatie gezien hun zeer slechte staat. De deskundige en wetenschappelijke restauratie kan hier niet uitgebreid worden weergegeven. Ook delen van het waardevolle papierbehang op de tweede verdieping werden in situ gerestaureerd door de firma Duo Decimo en aangevuld met replicapapier gerealiseerd door Geert Wisse.

'Wt reerd en in bewaring gehouden tot ze teruggeplaatst konden worden.

Plafondstucwerk Tezelfdertijd werd, bij het wegnemen van de parketten en de stabiliteitsverbetering van de vloerconstructies, van de gelegenheid gebruik gemaakt om al het historische plafondstucwerk opnieuw te fixeren aan de bovenliggende balklagen. Hiertoe werd een licht aluminium frame aangebracht tussen de vloerbalken waaraan het stucwerk opnieuw werd gefixeerd door licht metalen staven en pleister (klassieke methode). In de afwerkingfase kon het

Maandenlang werkten twee ervaren ebenisten om het ontbrekende siersnijwerk aan te vullen. Vervolgens werd het schilderwerk, na onderzoek van de oorspronkelijke kleurstelling door Lode De Clercq, aangevat en gingen de restauratie en de aanvulling van de verguldingen van start. Tijdens deze restauratiewerken werd ongeveer vijftig vierkante meter bladgoud verwerkt. Lode De Clercq verrichtte ook studiewerk inzake de textielen. Gordijnen en wandtextielen werden opnieuw geweven naar originele kartons uit de respectieve historische periodes.

Verlichting In de mate van het mogelijke werden enkele originele kroonluchters gezocht en aangekocht. O p andere plaatsen werden replica's gerealiseerd door


het atelier Gersyl uit Merchtem. Walter Slock ontwierp wandarmaturen met ingebouwde noodverlichting en een kroonluchter (gerealiseerd door het atelier Van der Loeff). De glasramen en lichtkoepels van glas in lood zijn eveneens van zijn hand. Die werden gerealiseerd door het atelier Mortelmans uit Wilrijk.

Meubilair O p advies van Lieven Daenens, conservator van het Museum voor Sierkunst te Gent, werden de ontwerpers Christian Kieckens en Maarten van Severen belast met het ontwerp van de ontvangstbalies, de bijkeuken en divers los meubilair. Daarnaast ontwierp Walter Slock enkele vergadertafels, bureaus en zitbanken.

•4A 1"' verdieping.

Comfortinstallatie Beglazing / beveiliging Na bestudering van de voorwaarden van de bouwheer en van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen van Brussel, werd dankzij de inspanningen van Rob Buelens(vakgebied Beveiliging), verantwoordelijk voor alle beveiliging in dit dossier, een zeer goede oplossing voor alle partijen gevonden. Het glas met een dikte van 34 m m is kogelwerend, thermisch isolerend, antireflecterend, extra blank, UV-ondoorlaatbaar en bezit goede akoestische eigenschappen. Deze realisatie kwam er dankzij een samenwerking van de firma Schott Belgium uit Zaventem en de firma Oosterlinck uit Gent.

Het metalen gebinte

Toegang tot de lokalen boven het vroegere koetshuis,

O m te voldoen aan de eisen van de bouwheer en om het gebruik van het gebouw te optimaliseren werd een professionele keuken geïnstalleerd. De bevoorrading van de keuken- en kookbenodigdheden gebeurt via een schaarlift die uitgeeft op het Hortaplein. De hoofdingang wordt daarvoor dus niet gebruikt, zodat de gebruiker van het gebouw niet wordt gestoord.

nu pers-vergaderzaal (foto W. Slock)

De keuken is ondergebracht in het vroegere keukenkwartier van de kelder en werd gerealiseerd door de firma Hobart Foster N.V. uit Kampenhout. Het goederenliftje werd vernieuwd en kan elk bouwniveau bedienen. De nieuwe personenlift zorgt voor de verticale verbinding van de verschillende bouwlagen, van de kelder tot en met de zolderverdieping. De liftinstallaties werden geplaatst door de firma Kone. Nieuwe sanitaire installaties dragen ook bij tot het hedendaagse comfort. Ze werden discreet maar functioneel opgesteld.

van de mkomluifel wordt stilaan op zijn plaats gehesen

Binnenplaats Ook de binnenplaats werd op de meest respectvolle wijze gerestaureerd. Het originele legpatroon van de kasseien werd minutieus overgenomen, alsook de kleur en het type van de kasseien. De fontein werd in ere hersteld en door toedoen van Herman van den Bossche van de Afdeling werden ter verfraaiing nieuwe maar historisch verantwoorde plantenbakken voorzien. De plantenbakken, naar origineel model vervaardigd, zijn van acaciahout en zijn voorzien van Cheffield-metaalbeslag. De irrigatie van de fontein en laurierboompjes wordt elektro-

M&L


• De glasramen en lichtkoepels in glas-in-lood werden naar ontwerp van Walter Slock gerealiseerd door atelier Mortelmans uit Wilrijk (foto W. Slock)

nisch gestuurd waardoor er op tijd en stond water stroomt door de leeuwenkopjes en de boompjes het nodige water krijgen. De toegangspoort geeft van buitenaf een fraai uitzicht op de fontein en omgekeerd is er van op de binnenplaats een mooi uitzicht op het park.

Zwakstroom - Beveiliging Verwarming Rob Buelens ontwierp in totaal 28 verschillende technieken voor het gedeelte zwakstroom, in 8 grote blokken. Het geheel van zwakstroominstallatie werd gerealiseerd door de firma E.D.F, uit Waregem.

O m veiligheidsredenen en om zuinig om te springen met de beschikbare ruimtes, werd de verwarmingsinstallatie met aardgas ondergebracht in de testruimte van de zolderverdieping.

Werfgeneriek - Bouwheer: Vlaamse Regering - Ontwerperarchitect & coördinatie: Walter Slock, architect medewerkers: Willem Hulstaert, architect; Brigitte De Schaepmeester, architectenassistente; Johanna Vanmassenhove, architectenassistente - Wetenschappelijke ondersteuning: vakgebieden Afdeling Monumenten en Landschappen — Conservering: verantwoordelijke Marjan Buyle — Historische parken en tuinen: verantwoordelijke Herman Van den Bossche — Beveiliging: verantwoordelijke Rob Buelens - Historische/kunsthistorische aspecten: verantwoordelijke Marcel Celis

- Pers en voorlichting: verantwoordelijke Luc Tack - Stabiliteit & Technieken: N . V Ingenieursbureau G. Derveaux i.s.m. N.V. Ingenieursbureau G. Stockman - Restauratie Historisch Interieur: Lode De Clercq - Hoofdaannemers Bouwkundige werken: l e fase: N.V. Monument Vandekerckhove kostprijs ± 34.000.000,- BEF T fase: Algemene Onderneming Verstraete & Vanhecke n.v. kostprijs ± 250.000.000,- BEF — Zwakstroom & beveiliging: E.D.F. Kostprijs ± 34.000.000,- BEF


SUMMARY

Historical Gardens and Parks: more than made-to-measure green Specialist Department for Historical Gardens and Parks The taks of the specialist department for historical gardens and parks is to assist third parties when dealing with historical green spaces and with the planning of protected public domain. Their assistance is not limited to mere advice, but they also work out projects themselves, as well as concepts and designs. Their scope is limited to the handling offileswith either an exemplar)' function, a certain administrative complexity or else with limited means. The department closely cooperates with the initiator, be it a private person or institution, a communal or provincial administration or a related field within the Flemish Ministry. In this article the different themes the department works with are illustrated using a number of examples: the hortus Michel Thiery in Ghent, the Da Vinci garden in the abbey of Tongerlo, a new garden following an ancient pattern in Alden Biesen, the Yser meadow in Diksmuide, the "Paters" church in Tienen which is a garden using the local Brabantine foot as standard, the museum garden in Gaasbeek as a time-travel device as well as a living laboratory, the design of the area around the Vlierbeek abbey, a 19' century inner court in Hotel Errera in Brussels, the castle garden of Beauvoorde and the Rubens courtyard in Antwerp as an experimental garden for 17' century plants.

When time does not count: the Funerary Heritage Division The renewed interest in the 19th and early 20th century funerary heritage is a rather young phenomenon. In Flanders, it was instigated by urban initiatives at Ghent and Bruges, and since 1987 by the non-profit organisation 'Epitaaf. Similarly, in the mid 1990s a - restricted - Funerary Heritage Division was set up within the Monuments and Sites Department. In the past, a few traditional churchyards happened to be legally protected, though the actual gravestones were seldom given any attention. But gradually more churchyards and their memorials in their entirety were regarded as heritage. From a cultural-historical perspective a fundamental distinction is to be made between the late 18th century 'sanitary' churchyards from the days of Joseph 11, and the 19th century Campo Santo's and landscape churchyards after the model of the Cimetière du Père Lachaise; those types are strongly represented in Flanders and have given rise to some precious funerary creations from an architectural and artistic viewpoint.

1V1&L


SUMMARY

Specialist Department for Architecture KPL The architecture department was founded in 1980 as a project for a pilot study. The earliest beginnings of this department date from well before that and were initiated by the ever recurring questions "how to set about it practically ?" and "how would you deal tackle this ?". All of the inspection work in the field of monument care had indeed made it necessary to work in a practical and concrete way, rather than on a theoretical and abstract level. The architectural department's goal is to work fully within the scope of its architectural task, and to fulfill all assignments typical for architectural work and thus assuming responsibility for artistic as well as civilian, technical, administrative and deontological matters. The diversity in assignments is illustrated using a number of accomplished test-cases for restoration files like the Predikherenkerk {Friars Preachers' church) in Leuven, the Schepenhuis [Aldermen's house) in Mechelen, and for emergency conservation work like rhe Rood Kloosterken [Red Cloister) in Dworp, the Saint Bernardus abbey in Hemiksem and the castle in Laarne.

••• *Sk

M&L


roge inteneurreimging ALPHA VOCHTTECHNIEK

^^jetterschilderen

VEELZIJDIG EN AL MEER DAN 23 JAAR ERVARING

llenbouw

m

Injectiewerken - constructief - waterdichtend

yergulden

Waterdicht maken van kelders Injekteren tegen opstijgend vocht | Hygrothermische kelderisolatie ': Bestrijden van vochtoverlast in kruipruimten Hydrofoberen en verharden van natuur- en baksteen Betonreporatiesystemen

PRIEM-de BRABANDER

Renovatie- en restauratiepleisters Kunststof-vloersystemen

GEVELRENOVATIE

RESTAURATIE

050/36.30.13

è

mAmm ^

ALPHA VOCHTTECHNIEK B.V.B.A. Riyadhstraat 1 - 2 3 2 1 Meer Tel. 03/315.11.13- Fax 03/315.11.15 vvww.alphavochttechiek.com - email: info@alphavochttechniek.com

Blekerijstraat 17, B-8310 Brugge

w\

Dakwerken G. BOSCH

b.v.b.a. N Oil N fl\ (O

«IS

Dak-, Zink- & Roofingwerken Specialiteit: Restauratie van oude daken Aartrijkestraat 109 8820 Torhout Tel. 050-21 10 85 - Fax 050-22 06 17

0

C^i

de producent van kaarten, databanken en luchtfoto's voor ruimtelijke ordening en stadsrenovatie.

E-mail: info@bvbabosch.com geert.bosch@skynet.be

Reg. nr. 051511

~ °

(^ P.Nijs\ NATIONAAL GEOGRAFISCH INSTITUUT INSTITUT GEOGRAPHIQUE NATIONAL

«IE

V^^

Restauratie^S

E3-Laan 49 - 9800 Deinze - Tel 09/386 07 63 p.nijs@cobonet.be

Specialiteit: Beschermde monumenten


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
M&L_21_1.pdf by Vlaanderen-be - Issuu