Skip to main content

AR-AR-ADV-1920-009.pdf

Page 1

Algemene Raad 28 april 2020 AR-AR-ADV-1920-009

Advies over het voorontwerp van programmadecreet bij de begrotingsaanpassing 2020

Vlaamse Onderwijsraad Koning Albert II-laan 37 BE-1030 Brussel T +32 2 219 42 99 www.vlor.be info@vlor.be


Advies op vraag van Matthias Diependaele, Vlaams minister van Financiën en Begroting, Wonen en Onroerend Erfgoed op 17/04/2020 Uitgebracht door de Algemene Raad op 28 april 2020 met eenparigheid van stemmen Voorbereiding: werkgroep Beleidsnota-Programmadecreet op 22/04/2020 en 24/04/2020 onder voorzitterschap van Isabelle De Ridder Dossierbeheerder: Filip De Bruyne

Vlaamse Onderwijsraad – Koning Albert II-laan 37 – BE-1030 Brussel – info@vlor.be – www.vlor.be


1 Algemene bedenkingen 1.1 Besparingscontext In het programmadecreet bij de begrotingsopmaak 2020 werd aan meerdere onderwijsactoren en sectoren een besparing van 6% op de werkingsmiddelen of subsidies opgelegd, en werd een niet-indexering doorgevoerd van 40% van de werkingsmiddelen voor secundair onderwijs en deeltijds kunstonderwijs voor 5 opeenvolgende jaren. De Vlor waarschuwde in zijn advies voor de ernstige impact op de werking van de onderwijsinstellingen en ondersteunende diensten.1 De Vlor is van mening dat bijkomende besparingen vermeden moeten worden omdat de kwaliteit van het onderwijs daardoor onder druk komt te staan. De raad betreurt dat er nu bij de begrotingsaanpassing toch nog verder naar besparingen binnen de onderwijssector gezocht wordt. Zo wordt in het basisonderwijs bespaard door niet-ingevulde vervangingen niet meer om te zetten in vervangingseenheden, terwijl het regeerakkoord net investeringen in het basisonderwijs aankondigt. De Vlor merkt op dat waar er dringende noden moeten ingevuld worden, de Vlaamse Regering creatief te werk gaat om middelen te genereren. Zo stelt de regering voor om het aantal vaste benoemingen te maximaliseren voor situaties waarbij uren-leraar overgedragen worden of de titularis van de uren-leraar van een verlofstelsel geniet. Binnen de huidige besparingscontext kan de raad aanvaarden dat de overheid op deze manier tewerk gaat. Hij vraagt de overheid dan ook om deze maatregelen tijdig te monitoren en te evalueren.

1.2 Gevolgen voor het personeel De Vlor geeft advies bij de maatregelen die worden ingevoerd door het voorontwerp van programmadecreet bij begrotingsaanpassing 2020. Dat programmadecreet bevat heel wat maatregelen die rechtstreeks of onrechtstreeks betrekking hebben op personeelsmaterie en gevolgen hebben voor het onderwijspersoneel. Conform artikel 73 van het participatiedecreet spreekt de Vlor zich hier niet over uit. De raad gaat er wel van uit dat ze op het geĂŤigende overleg besproken worden.

1.3 Erkenning van adviestermijn Ondanks het feit dat de Vlor zijn advies onder grote tijdsdruk afleverde en de vooropgestelde adviestermijn respecteerde, wachtte de overheid niet op het Vlor-advies voor de verdere uitrol van het beleidsproces. De Vlor betreurt dit maar gaat er wel vanuit dat de overheid nog ten volle rekening houdt met zijn advies. De raad verwacht dat de overheid zijn advies en ook het overleg met de sociale partners in het beleidsproces op een correcte manier inplant zodat de inbreng ten volle gerespecteerd en erkend kan worden.

1

Vlaamse Onderwijsraad, Algemene Raad. Advies over de programmadecreten bij begrotingsaanpassing 2019 en begrotingsopmaak 2020, 4 november 2019.

1


2 Maatregelen leerplichtonderwijs De Vlor is tevreden dat het lerarenplatform voor het basisonderwijs (afdeling 1) verlengd wordt voor het schooljaar 2020-2021. In het zoeken naar oplossingen voor het toenemende lerarentekort werd het lerarenplatform dan ook positief geëvalueerd. De Vlor vraagt om rekening te houden met alle elementen uit die evaluatie, en vindt het spijtig dat er in het voorontwerp van programmadecreet slechts een verlenging van één jaar wordt vastgelegd. De overheid had hier al kunnen kiezen voor een structurele decretale verankering. De maatregel waarbij niet-ingevulde vervangingen (afdeling 2 en 5) omgezet worden in vervangingseenheden waardoor een school die later in het schooljaar kan aanwenden, wordt afgeschaft vanaf 17 april 2020. De Vlor vindt het een probleem dat scholen zich hierop niet konden voorbereiden, zodat deze maatregel haast terugwerkende kracht heeft omdat de scholen de niet-ingevulde vervangingen nu niet meer kunnen inzetten op het einde van het schooljaar. Schoolbesturen die nog niet op de hoogte zijn van het afschaffen van deze maatregel, zullen met terugwerkende kracht vervangingen die opgestart werden na de paasvakantie terug moeten stopzetten. De Vlor stelt daarom voor om de datum van 17 april 2020 nog te wijzigen. Sommige scholen zetten de vervangingseenheden in om op het einde van het schooljaar leerlingen extra te ondersteunen in aanloop naar de examens. De vervangingseenheden konden eveneens ingezet worden om de remediëring van leerlingen te ondersteunen tijdens de coronacrisis. De Vlor betreurt daarom dat deze maatregel wordt afgeschaft. De raad vindt het positief dat de ondergrens voor de ondersteuningsnetwerken (afdeling 3 en 7) dezelfde evolutie zal volgen als het aantal ondersteuningsvragen, en dat de Vlaamse Regering hiervoor de nodige middelen voorziet. De Vlaamse Regering schaft de maatregel af waarbij het aantal uren-leraar voor het eerste leerjaar A en B kan herberekend worden voor scholen op basis van een vergelijking van de leerlingenpopulatie tussen de eerste lesdag van oktober en de eerste lesdag van februari van het voorafgaand schooljaar (afdeling 6). Er kunnen kanttekeningen geplaatst worden bij die herberekenings-maatregel omdat ze ook het aantal uren-leraar herberekent bij een dalend leerlingenaantal. De Vlor kan er zich echter niet in vinden dat deze maatregel net nu wordt afgeschaft op het moment dat de leerlingenpopulatie in de eerste graad van het secundair onderwijs stijgt. De Vlor is tevreden dat de overheid bijkomende middelen toekent voor de internaten die de zorg opnemen voor kinderen die via jeugdhulp op het internaat verblijven (afdeling 24). Het bedrag van 499.000 euro is een belangrijke eerste opstap, maar zal nog niet voldoende zijn op het moment dat de Vlaamse overheid overschakelt naar een structurele financiering.

3 Maatregelen hoger onderwijs De Vlor is tevreden dat er een eerste decretale beslissing gerealiseerd wordt om 4 miljoen euro aan bijkomende middelen te voorzien voor de opleidingen in de studiegebieden Industriële Wetenschappen & Technologie en Handelswetenschappen & Bedrijfskunde (afdeling 8). De raad verwacht dat dit een eerste opstap is om de desbetreffende onderwijsbelastingeenheden verder te verhogen en uiteindelijk uit te komen op 20 miljoen euro aan bijkomende middelen zoals

2


beschreven werd in de toelichting van de meerjarenbegroting. Tegelijkertijd is de Vlor teleurgesteld over de aanpak waarbij de bijkomende middelen ingeschreven worden in de codex Hoger Onderwijs en de manier waarop deze middelen verdeeld worden:

¬

¬

¬

In het voorontwerp van decreet worden enkel de puntengewichten van twee studiegebieden aangepast, maar wordt het bedrag van 4 miljoen euro niet vermeld. Zonder een vermelding in het decreet zal dit zich vertalen in een transfer van middelen tussen studiegebieden en worden dus geen bijkomende middelen vastgelegd. De hogescholen missen hier ook een duidelijk engagement van de Vlaamse Regering dat dit een eerste opstap is om de desbetreffende onderwijsbelastingeenheden de komende jaren nog te verhogen en om uiteindelijk 20 miljoen euro bijkomende middelen in te schrijven tegen het einde van de bestuursperiode. Het is onduidelijk of de wijziging aan de puntengewichten tijdelijk of blijvend is. Dit maakt het voor de instellingen moeilijk om een budgettaire inschatting op de langere termijn te maken, wat een essentiële randvoorwaarde is om in de twee studiegebieden een versterkt beleid te kunnen voeren. Verder wordt de toename van de onderwijsbelastingeenheden nu disproportioneel verdeeld over de twee studiegebieden. De opleidingen van het studiegebied Handelswetenschappen en Bedrijfskunde kunnen daardoor slechts in minimale mate verder versterkt worden. Hieraan verbonden vraagt de Vlor aan de Vlaamse Regering om een heldere visie uit te tekenen over STEM in het hoger onderwijs. De raad verwacht dat de Vlaamse Regering STEM wil versterken in alle opleidingen, en zich niet zal beperken tot de industriële en technologische opleidingen.

4 Maatregelen volwassenenonderwijs De Vlaamse Regering beslist om de begeleidingsopdracht van het Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs (Vocvo) te beperken tot de ondersteuning van de centra voor basiseducatie (afdeling 11). De subsidie voor personeel- en werkingskosten wordt herleid tot 160.000 euro. De Vlor begrijpt dat aangezien VOCVO geen centra voor volwassenenonderwijs als lid hebben, er hiervoor geen aanvullende middelen toegekend worden. De Vlor vreest dat de resterende middelen niet volstaan om de overige opdrachten, waaronder het plan geletterdheid, uit te voeren. De Vlor is tevreden dat de Vlaamse overheid bijkomende middelen voor een structurele financiering voorziet in het decreet volwassenenonderwijs voor de centra die EVC-testen afnemen (afdeling 12). De raad stelt zich echter wel de vraag welke organisatie de EVC-instrumenten zal ontwikkelen, nu ook de financiering aan de pedagogische begeleidingsdiensten voor extra ondersteuning in het volwassenenonderwijs wordt stopgezet. De Vlor betreurt dat de overheid nu al beslist om de groeinorm voor het niet-NT2-aanbod (afdeling 13) in het volwassenenonderwijs verder te verlagen van 1% naar 0,8% voor het volgend schooljaar. Het nieuw financieringsdecreet voor het volwassenenonderwijs werd nog maar in 2019 onderhandeld, en er wordt op deze manier nu al fundamenteel op ingegrepen. De centra

3


kunnen nog niet inschatten welke impact dit nieuw financieringssysteem zal hebben op hun werking. De sector mist overleg met de overheid om zich hierop voor te bereiden. De Vlor kan niet akkoord gaan met de besparingsmaatregel waarbij de aanvullende subsidie aan de pedagogische begeleidingsdiensten voor extra ondersteuning in het volwassenenonderwijs (afdeling 17) wordt stopgezet. Het zijn net deze begeleidingsdiensten die zich vandaag inzetten om de leerkrachten te begeleiden bij de overgang naar digitale leeromgevingen en afstandsleren in het onderwijs die hierdoor getroffen worden. Vele centra voor volwassenenonderwijs bevinden zich vandaag ook nog in een transitieperiode, bijvoorbeeld omwille van de recente fusies. Een dergelijke ondersteuning is daarom meer dan welkom. Het stopzetten van deze financiering, betekent jammer genoeg ook de stopzetting van de ondersteuning. Deze opdracht kan niet bijkomend worden opgenomen in de reguliere werking van de pedagogische begeleidingsdiensten, die al getroffen werden door besparingen. De raad blijft bezorgd over de visie en toekomstplannen van de overheid voor het volwassenenonderwijs. Hij vraagt de overheid het volwassenenonderwijs niet verder uit te hollen. De maatschappelijke opdracht van het volwassenenonderwijs is ruimer en rijker dan de toeleiding tot de arbeidsmarkt. Hij ging hier in eerdere adviezen2 al dieper op in.

Isabelle De Ridder waarnemend administrateur-generaal

2

4

Ann Verreth algemeen voorzitter

Vlaamse Onderwijsraad, Raad Levenslang en Levensbreed Leren. Advies over het volwassenenonderwijs als partner in levenslang en levensbreed leren, 11 juni 2019. Vlaamse Onderwijsraad, Algemene Raad. Advies over de beleidsnota Onderwijs 2019-2024, 28 november 2019.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
AR-AR-ADV-1920-009.pdf by Vlaanderen-be - Issuu